RIS307307 Bijlage 2
Tekst van het document
De KVU bestaat grosso modo uit twee onderdelen: het proces om te komen tot samenwerking en de daadwerkelijke inzet van instrumenten om een veilig uitgaansleven te creëren. De gemeente, politie en horeca trekken hierbij gezamenlijk op. Iedere partij formuleert haar eigen inspanningsverplichting. De KVU is wel vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Voor de inzet van een KVU is een e-learning beschikbaar. Ook kan het CCV ondersteuning bieden bij de implementatie van de KVU.
4.3 Repressief: optreden bij wapenbezit en wapengebruik Actie 11: Versterken juridische betrokkenheid van ouders •
•
landelijk
Het ministerie van JenV verkent de mogelijkheid om ouders wettelijk meer aansprakelijk te stellen voor het criminele gedrag van hun kind door te onderzoeken of elementen uit de Engelse aanpak geschikt zijn voor invoering in het Nederlandse recht. Het ministerie van JenV inventariseert welke effectieve interventies beschikbaar zijn om ouders pedagogische vaardigheden te helpen ontwikkelen en zorgt waar nodig voor doorontwikkeling van deze interventies.
Toelichting: De steekincidenten eind vorig jaar en begin 2020 onder jongeren waren aanleiding voor enkele burgemeesters om te pleiten voor het méér aanspreken van ouders op het strafbare gedrag van hun kind. Criminaliteitsbestrijding is inderdaad geen uitsluitende taak van de overheid. Ook burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben hierin een (preventieve) taak. Deze 13
https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5029211/criminaliteit-wapenbezit-drugs-scholenjongeren
20
visie ligt tevens ten grondslag aan de gedachte om ouders aan te spreken op het criminele gedrag van hun kinderen: ouders hebben een opvoedingsplicht en zijn aldus medeverantwoordelijk voor het gedrag van hun kinderen. Delinquent gedrag van hun kind zou erop wijzen dat zij die verantwoordelijkheid niet nemen, wat het treffen van sancties jegens die ouders kan rechtvaardigen. In het civiel recht is het al langer gebruikelijk dat de ouders aansprakelijk gesteld worden voor de schade die hun kind heeft veroorzaakt, mits sprake is van een onrechtmatige daad. Anders dan in het civiel recht is in het strafrecht - ondanks discussies die al sinds de negentiende eeuw worden gevoerd - in Nederland nooit een strafrechtelijke aansprakelijkheid van ouders ingevoerd voor delicten die hun kinderen hebben gepleegd. Hiertegen is vooral aangevoerd dat dit strijdig is met het klassieke rechtsbeginsel van individuele schuldaansprakelijkheid voor gepleegde strafbare feiten. Bovendien zou nalatigheid of zorgeloosheid van ouders in de opvoeding gecriminaliseerd worden en kunnen leiden tot ongewenste spanningen tussen ouder en kind. In Engeland kent het Youth Justice System echter niet alleen sancties gericht op de jonge dader, maar ook op zijn ouders. Behalve naar het strafrecht wordt in de verkenning ook gekeken naar het privaatrecht en het bestuursrecht.
Behalve het méér aanspreken van ouders op hun verantwoordelijkheid is het ook van belang dat zij de juiste pedagogische tools krijgen als het schort aan hun vermogen om die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Sinds de introductie van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de opvoedingsondersteuning. In de kern gaat het om vijf taken: 1. informatie en voorlichting over opvoeden in het algemeen, 2. signaleren van dreigende problemen, 3. toeleiding naar zorg voor hulpbehoevende jongeren en ouders, 4. licht pedagogische hulp, 5. coördinatie van zorg voor gezinnen met meerdere problemen. Er zijn tal van interventies beschikbaar voor opvoedingsondersteuning. Deels hebben deze betrekking op algemene preventie, deels op lichte hulp en deels op zwaardere hulp. Beoogd is een hernieuwde inventarisatie van de beschikbare effectieve interventies te maken en deze waar nodig verder te optimaliseren. In het kader van deze actie wordt ook het gesprek aangegaan met maatschappelijke organisaties en private stichtingen die in de praktijk ervaring hebben met de ondersteuning van ouders bij het opvoeden van hun kinderen. Actie 12: Tegengaan online filmpjes met wapens en geweld • •
•
•
landelijk
Politie surveilleert in het kader van haar opsporingstaak actief op internet en laat waar mogelijk illegale content verwijderen waarbij sprake is van haat zaaien en opruiing. Het ministerie van JenV bespreekt met internet-hostingbedrijven e.d. de mogelijkheden om beelden en overige strafbare content met illegaal wapenbezit voor het publiek ontoegankelijk te maken. Het ministerie van JenV onderzoekt de mogelijkheden voor het traceren van communicatie in besloten groepen op het internet waarbij berichten worden uitgewisseld die op zichzelf niet strafbaar zijn, maar die mogelijk wel leiden tot een verstoring van de fysieke openbare orde. Het ministerie van JenV zet zich in voor verruiming van de juridische mogelijkheden tot het verwijderen van online berichten die strafbare uitingen bevatten.
Toelichting: Filmpjes waarin wapens en geweldpleging verheerlijkt worden, lijken een toenemende invloed uit te oefenen op jongeren om (illegale) wapens te dragen. Dit is vooral aan de orde in drill videoclips van gemaskerde jongeren die anderen beledigen en bedreigen, zwaaien met messen, geld en geweren en het criminele leven romantiseren. Deze filmpjes beïnvloeden de jongeren op een negatieve manier; ze gaan het gedrag kopiëren en vinden dat stoer. Helemaal nieuw is dit fenomeen niet. Ook in het verleden waren er rap-acts die geweld verheerlijken. Nieuw is echter dat de clips regelrechte bedreigingen uiten tegen met name genoemde personen of groepen. Daarmee wordt nadrukkelijk een strafrechtelijke grens overschreden. Deze ontwikkeling is des te zorgwekkender, omdat uit onderzoek is gebleken dat de verspreiding via social media het ontstaan van een geweldsspiraal bevordert. Door de snelle en massale verspreiding nemen veel meer jongeren hier kennis van en is de druk om te reageren groter, niet alleen online, maar ook in de fysieke wereld, waardoor conflicten escaleren. De politie surveilleert actief op internet en laat waar nodig illegale content verwijderen. Daarnaast zal het ministerie van JenV in gesprek treden met 21
internet-hostingbedrijven om de mogelijkheden te bespreken om dergelijke beelden voor het publiek ontoegankelijk te maken. Een specifiek aandachtspunt in deze actie vormt de communicatie tussen jongeren in besloten groepen op internet, die kunnen de basis vormen voor ongeregeldheden. Zoals toegezegd aan de Tweede Kamer zal verkend worden wat de mogelijkheden zijn voor het traceren van deze berichten die op zichzelf niet strafbaar zijn, maar wel kunnen leiden tot een verstoring van de fysieke openbare orde.14 Deze verkenning is breder dan de jeugdproblematiek van conflicten tussen jongeren, maar de uitkomsten kunnen mede bijdragen aan het verbeteren van de informatiepositie online. De Tweede Kamer is toegezegd dat in overleg met de technologiebedrijven bekeken zal worden wat er nodig en mogelijk is om binnen de bestaande wettelijke kaders preventief op te treden tegen oproepen tot geweld. Met de burgemeesters, het OM en de politie zal bovendien oriënterend gesproken worden over online optreden. Via het WODC wordt momenteel onderzocht of er een voorziening kan komen voor het via het civiel recht verwijderen van online berichten. Daarnaast worden de mogelijkheden verkend om te komen tot een verruiming van de mogelijkheden tot het verwijderen van online berichten die strafbare uitingen bevatten. Actie 13: Direct ingrijpen •
•
•
landelijk
Het ministerie van JenV stelt in samenspraak met Politie, OM, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdreclassering en Jeugdzorg een escalatieladder op voor het optreden bij geconstateerde strafbare gedragen. Bij het opstellen van de escalatieladder wordt tevens betrokken de onevenwichtigheid en knelpunten die zich in de praktijk mogelijk voordoen bij het toepassen van het strafrechtelijke en bestuursrechtelijke kader en de (pedagogische) interventies die ingezet kunnen worden. Daarbij wordt tevens de vraag betrokken of het huidige juridische instrumentarium volstaat.
Toelichting: Messen op straat is ongewenst en verboden. Als daadwerkelijk sprake is van strafbare gedragingen zijn de politie en het Openbaar Ministerie uiteraard de aangewezen partijen om krachtdadig en op maat te reageren. Snel ingrijpen is geboden om navolging en escalatie te voorkomen. Als er (in dit verband) sprake is van bewijsbare strafbare feiten zal de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek, inclusief risicotaxatie, doen en adviseren over passende interventies, zowel op het terrein van de inzet van straf als de benodigde hulpverlening of behandeling. Op basis van dit advies van de Raad volgt een adequate reactie van OM en ZM. Bij het daadwerkelijk gebruik van een wapen (steekwapen en/of vuurwapen) zal de minderjarige verdachte in beginsel worden voorgeleid bij de rechter-commissaris. Uitgangspunt in deze zaken is om bij de kinderrechter jeugddetentie te vorderen met een voorwaardelijk strafdeel (en een proeftijd) waaraan bijzondere voorwaarden worden gekoppeld zoals verplichte begeleiding door de jeugdreclassering en een eventueel behandelplan. De persoonsgerichte aanpak in het jeugdstrafrecht vergt altijd individueel maatwerk om de meest passende interventies te kunnen bepalen. Het doel hiervan is om de ontwikkeling van de jongere in positieve zin te stimuleren en daarmee strafbaar gedrag in de toekomst te voorkomen.
Ook in het optreden tegen wapenbezit en wapengebruik is het van belang steeds te voorzien in een reactie op maat, die herhaling voorkomt. Daarom zal het ministerie van JenV in samenspraak met relevante partners in de keten een ‘escalatieladder’ opstellen voor het strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden bij specifieke wapendelicten, inclusief de nazorg en de interventies vanuit onder meer de Jeugdreclassering di zich richt op criminogene factoren, gezinspatronen en andere onderliggende problematiek. Deze afspraken worden tevens vertaald naar de toepassing op lokaal niveau. Bij het opstellen van de escalatieladder worden ook verschillen en knelpunten in de praktijk betrokken, zodat er eenduidigheid in de handhaving komt. Ten slotte wordt in dat kader het huidige juridische instrumentarium verduidelijkt opdat deze voldoende handvatten biedt om lokaal en in de veiligheidsketen adequaat en effectief op te treden.
14
Kamerstukken II, 2019-2020, 28 684, nr 628.
22
Actie 14: Risicosignalering en vroegtijdig ingrijpen bij constateren wapenbezit
lokaal *
Gemeenten besteden in de risicosignalering van jongeren ook aandacht aan wapenbezit.
Toelichting: Voor de aanpak van wapenbezit en breder de aanpak van jongeren die afgegleden zijn in de criminaliteit, is het van belang dat een goede risicosignalering plaatsvindt. In het onderzoek naar de duiding van problematisch groepsgedrag van Beke is een aantal items opgenomen die in deze signalering aan de orde zijn. Het gaat onder meer om zaken als: leeftijd, antecedenten, houding jegens de autoriteiten, positie in de buurt (intimidatie, criminele contacten), lid van een jeugdgroep en psychosociale problematiek (middelengebruik, problematische gezinssituatie, leerproblemen). Het is van belang in dergelijke risicosignaleringen ook de kans op wapenbezit te betrekken. Als vervolgens wapenbezit daadwerkelijk geconstateerd is, dient vervolgens de afweging gemaakt worden welke pedagogische maatregelen benodigd zijn, in aanvulling op de strafrechtelijke afhandeling van het delict. In de nazorg voor de jongere gaat in het bijzonder ook om het versterken van de samenwerking tussen zorg in het sociaal domein en het optreden vanuit het veiligheidsdomein. Nazorg voor jonge ex-gedetineerden, waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn, is vooral in de kleinere gemeenten een aandachtspunt. Ook buiten het kader van een jeugdreclasseringsmaatregel dient helder te zijn hoe de taken en verantwoordelijkheden verdeeld zijn en wie de regie heeft.
Het inrichten van een tijdelijke Procesregie voor het creëren van integrale trajecten met kennis van en samenhang tussen de justitiële en zorg aanpak kan hierin zeer effectief zijn.
4.4 Toolbox Actie 15: Toolbox met best practices en informatiemateriaal
landelijk en lokaal
Het ministerie van JenV en CCV ontwikkelen en onderhouden in samenspraak met de bij dit actieplan betrokken partners een toolbox met informatie en best practises van instrumenten om wapenbezit en geweld met wapens tegen te gaan.
Toelichting: Wapenbezit onder jongeren is geen nieuw fenomeen. In het verleden zijn op dit vlak ook al veel initiatieven ontplooid en inzichten verworven. Voor het actieplan is het nuttig deze kennis en ervaring op te diepen en in een toolbox beschikbaar te stellen. Daarnaast hebben de lokale partijen behoefte aan een overzicht van de juridische bevoegdheden die zij kunnen inzetten. De toolbox zal op de website van het CCV raadpleegbaar zijn en regelmatig geactualiseerd worden. De toolbox zal initieel in ieder geval factsheets over de volgende onderwerpen bevatten: •
•
•
•
Juridisch: de juridische bepalingen rond messen in de Wet wapens en munitie de gemeentelijke bevoegdheden ten aanzien van het tegengaan van wapenbezit het kader voor de inzet van preventief fouilleren de beschikbare bevoegdheden tegen straatterreur en verstoringen van de openbare orde bevoegdheid van de burgemeester om woningen wegens wapens te sluiten (wetsvoorstel) Achtergrond: de mogelijkheden om zicht te krijgen op groepen jongeren met wapens straatcultuur, de achtergrond en motieven van jongeren in deze cultuur Bewustwording: voorbeelden van lokale bewustwordingscampagnes en downloadbaar materiaal een beschrijving van de OM-lessen ‘Wie grijpt in’ een beschrijving van de preventielessen van Halt Preventieve controles: de checklist voor preventieve wapencontroles op scholen
23
• •
de checklist voor preventieve wapencontroles in de horeca Afromen wapenbezit: voorbeelden voor de uitvoering van lokale wapen inleveracties Optreden tegen wapenbezit: handvatten en verantwoordelijkheidsverdeling voor optreden bij incidenten op scholen handboek Als een ramp de school treft bij een incident op school informatie over strafrechtelijke afdoening, de toepassing van snelrecht en supersnelrecht informatie over het jeugdstrafrecht de mogelijkheden om onderling informatie te delen
24
5. Borging Actie 16: Borging van het actieplan Wapens en Jongeren
landelijk en lokaal
Drie maanden vóór het definitieve einde van de looptijd van het actieplan Wapens en Jongeren wordt per deelnemende gemeente en per deelnemende landelijke partij een borgingsplan opgesteld om de aanpak in de toekomst te bestendigen.
Toelichting: Het is van belang om na ommekomst van de looptijd van het actieplan, als de producten opgeleverd en de acties geïmplementeerd zijn, te blijven inzetten op het lokaal tegengaan van wapenbezit. Immers, na de huidige generatie jongeren zullen er ongetwijfeld nieuwe generaties komen die vatbaar zijn voor wapenbezit. Dit betekent dat de toolbox en de documenten daarin actueel gehouden moeten worden, afspraken over de uitvoering bestendigd en goede praktijken geborgd moeten blijven.
25
6. Budget Algemeen Primair is het uitgangspunt dat de in het actieplan genoemde landelijke en lokale organisaties ieder zelf de kosten dragen voor de uitvoering van de bij hen belegde activiteiten. Op vier punten is sprake van financiële ondersteuning vanuit het ministerie van JenV voor de lokale inzet. 1. Campagnes tegen wapenbezit (actie 1) • Bij de ontwikkeling van lokale communicatie-activiteiten gericht tegen wapenbezit, kan ter ondersteuning een beroep worden gedaan op communicatie-expertise van Rijksoverheid. • Ook zullen de bij dit actieplan betrokken organisaties elkaar bijstaan met expertise en ervaringen. • Het ministerie van JenV kan per jaar circa vier gemeenten financieel ondersteunen bij de ontwikkeling van lokale initiatieven om de tolerantiegrens van burgers over het bezit van vuurwapens te verhogen en om wapenbezit onder de doelgroepen uit dit actieplan te verminderen. 2. Lessen Wie grijpt in (actie 2) De lessen ‘Wie grijpt in’ worden in een beperkt aantal gemeenten gefinancierd door het ministerie van JenV. 3. Ondersteuning CCV (actie 5, 6, 10 en 15) Bij een aantal acties is sprake van ondersteuning van gemeenten via de inzet van het CCV. Dit is aan de orde bij de implementatie van de checklists voor preventieve wapencontrole op scholen en in de horeca, het versterken van het contact met de horeca via de KVU en de inrichting van een toolbox.
De kosten voor deze inzet worden opgenomen in het jaarplan 2021 en 2022 van het CCV en gedragen door het ministerie van JenV. 4. Wapeninleveracties (actie 7) • De politie heeft een draaiboek beschikbaar voor het organiseren van wapeninleveracties. Ook kan bij de organisatie een beroep worden gedaan op advies van de politie op landelijk niveau (portefeuillehouder vuurwapens). • Het ministerie van JenV stelt € 100.000 per jaar (tot en met 2022) beschikbaar voor de organisatie van (lokale/regionale) inleveracties voor wapens. Ook de politie heeft budget vrijgemaakt voor het houden van inleveracties. Dit betreft kosten voor de organisatorische en logistieke aspecten van de inleveractie (ruimtes, toezicht, registratie) én de communicatieve aspecten (campagne om wapenbezitters te stimuleren hun wapen in te leveren). Overige acties Bij veel van de overige acties is sprake van de reguliere inzet van betrokken organisaties, zowel op landelijk niveau als van de zijde van politie, OM en de gemeenten. Hiervoor is geen aanvullende financiering vanuit het ministerie van JenV beschikbaar. Ook de inzet van het ministerie van OCW is gebaseerd op de huidige, reguliere financiering.
26
7. Subgroepen, planning en evaluatie uitvoering actieplan Dit actieplan bevat activiteiten van verschillend karakter. Deels gaat het om acties die binnen een afzienbare termijn uitgevoerd en afgerond kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan het opleveren van een overzicht van de juridische bevoegdheden en instrumenten. Een goede aanpak van wapenbezit heeft naast deze ‘papieren werkelijkheid’ behoefte aan de daadwerkelijke inzet van preventieve, proactieve en repressieve maatregelen én de lokale borging van deze inzet op de langere termijn. Werkgroep en subgroepen Voor het opstellen van dit actieplan is een werkgroep ingericht met alle betrokken partijen. Deze werkgroep blijft ook na oplevering van de definitieve versie van het actieplan in stand, teneinde de voortgang in de uitvoering regelmatig te bespreken. Daarnaast worden vier subgroepen geformeerd die enkele specifieke acties zullen uitwerken. Het gaat om de volgende sub werkgroepen: 1. De subgroep Registratie richt zich op het opleveren van cijfers over wapenbezit en -incidenten onder jongeren en zal een voorstel formuleren voor het monitoren van de resultaten die op basis van de cijfermatige gegevens geboekt zijn. 2. De subgroep Gezamenlijke Acties werkt centraal de maatregelen uit die de betrokken gemeenten in gezamenlijkheid willen uitvoeren en waarbij een gecoördineerde voorbereiding gewenst is. 3.
De subgroep Strategie stelt de handvatten op voor de in actie 9 en 10 genoemde maatregelen voor het verkrijgen van meer zicht op problematische jongeren, ook online, en het versterken van de lokale contacten. 4. De subgroep Ingrijpen en Wettelijk instrumentarium zorgt voor het opstellen van een escalatieladder inclusief nazorg en pedagogische interventies, inventariseert knelpunten van het wettelijke instrumentarium in de praktijk en doet voorstellen voor het uniformeren van de toepassing en eventuele aanpassing van dit instrumentarium, zoals ook geformuleerd in actie 13. Een volgend Bestuurlijk Overleg zal medio 2021 georganiseerd worden om te bezien hoe de uitvoering in de praktijk verloopt en welke tussentijdse resultaten geboekt zijn. Planning Voor het op de rails zetten en implementeren van de zestien acties in het actieplan wordt in beginsel twee jaar uitgetrokken.
De planning is als volgt: Planning Activiteit Actie 1: bewustwordingscampagnes Actie 2: voorlichtingslessen op scholen Actie 3: wegnemen onveiligheidsgevoelens Actie 4: tegengaan verkoop aan minderjarigen Actie 5: checklist wapencontroles scholen Actie 6: checklist wapencontroles horeca Actie 7: wapen inleveracties Actie 8: inzet preventief fouilleren Actie 9: beter zicht krijgen op groepen Actie 9: versterken contact jongeren en melden Actie 8: zicht krijgen op online berichten Actie 10: versterken contact politie - horeca Actie 10: versterken contact politie - scholen Actie 11: versterken betrokkenheid ouders Actie 11: effectieve opvoedingsondersteuning Actie 12: verwijderen illegale content
Naar verwachting gereed en geïmplementeerd oktober 2022 vanaf start schooljaar 2020-2021 doorlopend juli 2021 juli 2021 juli 2021 oktober 2022 doorlopend juli 2021 juli 2021 december 2021 juli 2021 juli 2021 december 2020 (verkenning gereed) oktober 2022 doorlopend
27
Actie 12: ontoegankelijk maken filmpjes Actie 13: direct ingrijpen Actie 14: risicosignalering en vroeg ingrijpen Actie 15: beschikbaar stellen lokale toolbox Actie 16: borging van de maatregelen
december 2021 doorlopend juli 2022 december 2021 november 2022
Evaluatie Anderhalf jaar na de inwerkingtreding van het actieplan wordt de werking ervan geëvalueerd in een overleg met de betrokken partijen en wordt besloten of verlenging nodig is.
28