CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20250710-RIS322488 Gewijzigd voorstel van het presidium inzake vaststelling nieuwe Verordening Raadscommissies 2025

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd voorstel van het presidium inzake vaststelling nieuwe Verordening Raadscommissies 2025 (RIS322488)6.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Presidium

Aan: de gemeenteraad

GRF336732 RIS322488

Datum

25 juni 2025 Onderwerp

Gewijzigd voorstel van het presidium inzake vaststelling nieuwe Verordening Raadscommissies 2025

Gewijzigd voorstel van het presidium inzake vaststelling nieuwe Verordening raadscommissies 2025 Algemene toelichting De Verordening raadscommissies bestaat al geruime tijd. Er is aanleiding voor een algehele vernieuwing van deze verordening, zowel op het gebied van de regeling zelf als het taalgebruik. Een raadswerkgroep bestaande uit de leden De Ridder, Holman, Klokkenburg-Reedeker, DeVuyst en Martini heeft de afgelopen tijd gewerkt aan de totstandkoming van een voorstel voor aanpassing van de verordening. Ten behoeve van een eerste ontwerp van dit voorstel hebben de fracties input geleverd door middel van een uitvraag medio 2024. Dit eerste ontwerp is in grote lijnen besproken op de raadsconferentie van 20 september, waarna een uitgekristalliseerd voorstel is besproken tijdens de bijeenkomst met de fractievoorzitters+1 op 11 februari jongstleden. Ook het college heeft op 5 februari de visie op de voorstellen met de werkgroep gedeeld. Het onderwerp is tevens aan de orde geweest tijdens het overleg van het presidium met het college op 6 maart. Het presidium hecht aan een breed draagvlak voor de invoering van de beoogde nieuwe punten en heeft veel tijd geïnvesteerd in de voorbereidingen om te komen tot dit stuk.

De belangrijkste punten uit de nieuwe verordening Waar veel van de nieuwe verordening herkenbaar is als voortzetting van de bestaande regeling, is een deel van de artikelen aanwijsbaar nieuw of vernieuwd. Het gaat dan om de volgende onderdelen:

1

Artikel 1 Commissies Artikel 3 De commissievoorzitter Artikel 7 Wijze van vergaderen Artikel 8 Agenda Artikel 10 procedurevergadering Artikel 11 Spreektijden Artikel 14 Inspraak Artikel 15 Spoeddebat Artikel 16 2 minutendebat Artikel 17 Hoorzitting

Twee nieuwe commissies in plaats van de commissie Ruimte Verduidelijking van de rol van de voorzitter Nadere omschrijving van de wijze van vergaderen Wijze van totstandkoming agenda Nadere toelichting Opbouw gelijk aan de spreektijden raad Nadere toelichting tweede termijn Nieuw instrument Aangescherpte voorwaarden Vaste plaats in de commissievergadering

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Commissies In dit artikel worden de commissies beschreven. De commissie Ruimte wordt opgeknipt: daarvoor in de plaats komen de commissie Ruimtelijke ordening en de commissie Integrale gebiedsontwikkelingen. Zo wordt een duidelijkere knip gemaakt tussen de behandeling van onderwerpen die met name volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en monumentenzorg betreffen en de gebiedsontwikkelingen in combinatie met het grondbedrijf en vastgoed. Dit heeft als voordeel dat de commissie gebiedsontwikkelingen met name de andere commissies ontlast waar het gaat om gebiedsgerichte ontwikkelingen in specifieke stadsdelen zoals, maar niet uitsluitend, Nationaal Programma Zuidwest, CID, Binckhorst incl. MIRT, De Kust Gezond, etc. Artikel 2 Commissieleden Dit artikel is niet gewijzigd. Alleen de tekst is gemoderniseerd. Artikel 3 De commissievoorzitter In dit artikel wordt meer dan daarvoor de rol van de commissievoorzitter verduidelijkt. In het derde lid is opgesomd wat tot de taken van de voorzitter behoort. Het is belangrijk te benadrukken dat de voorzitter benoemd is door de raad en verantwoordelijk is voor het leiden van de vergadering. De commissie stelt de voorzitter in staat dit te doen; de voorzitter leidt de vergadering, zijn beslissingen worden niet ter vergaderingen ter discussie gesteld.

Artikel 4 Wijze van vervulling lidmaatschap/fractievertegenwoordiger Dit artikel bepaalt dat elke fractie in de raad maximaal drie fractievertegenwoordigers kan voordragen. De procedure tot benoeming van fractievertegenwoordigers en de vereisten waaraan een fractievertegenwoordiger moet voldoen zijn in dit artikel omschreven. Artikel 5 Commissiesecretaris In dit artikel is opgenomen dat de commissies worden ondersteund door commissiesecretarissen die werkzaam zijn bij de griffie. Artikel 6 Vergaderfrequentie Op basis van een vergaderschema dat per kalenderjaar wordt vastgesteld vergadert elke commissie. Zo nodig schrijft de voorzitter een extra vergadering uit, of bepaalt de datum van een extra vergadering als tenminste 9 leden van de raad daarom verzoeken. Artikel 7 Wijze van vergaderen Dit artikel kent een nieuw tweede lid waarin specifiek is omschreven waaruit een 2

commissievergadering kan bestaan: een reguliere of besloten vergadering die besluitvorming in de raad voorbereidt en/of de voortgang van beleid met de wethouder bespreekt of een (technische) werkbespreking. Verder is er ook nog het werkbezoek van de commissie ter plaatse. Dit is geen formele vergadering als bedoeld in de Gemeentewet. Artikel 8 Agenda Dit artikel omschrijft hoe de agenda tot stand komt. De agenda wordt voorbereid door het secretariaat samen met de voorzitter. Artikel 9 Quorum Een commissievergadering kan alleen doorgaan als aan tenminste drie fracties aanwezig zijn die gezamenlijk 23 of meer zetels in de raad vertegenwoordigen. Artikel 10 De procedurevergadering Tijdens de procedurevergadering worden de lijst ingekomen stukken en de termijnplanning besproken. De voorzitter en het secretariaat hebben een leidende rol in het doen van een behandelvoorstel. De commissie volgt dit voorstel, tenzij in de procedurevergadering gevraagd wordt om een afwijkende handelwijze (bijvoorbeeld omdat een commissielid een onderwerp eerder of later wil behandelen dan is voorgesteld) Door voorzitter en secretariaat leidend te laten zijn in het voorstel over behandelwijze en moment kan de commissie efficiënt vergaderen. Artikel 11 Spreektijd De spreektijdregeling wordt conform de regeling uit het Reglement van orde.

Naast een basistijd van 8 minuten per fractie wordt een spreektijd van het aantal fractieleden x 1 minuut toegekend. Dit leidt tot op basis van de huidige zetelverdeling in de raad tot de volgende spreektijden: spreektijd Hart voor Den Haag D66 VVD GroenLinks PvdD PvdA CDA DENK HSP SP PVV CU/SGP Forum voor democratie Totaal raad College Vergaderduur

Nieuw

Huidig

20

14

16 14 13 11 10 10 10 9 9 9 9 9 149 minuten 50 minuten 199 minuten, 3 uur 19 minuten

14 12 12 12 12 12 12 10 10 10 10 10 150 minuten 50 minuten 200 minuten, 3 uur 20 minuten

3

Grotere fracties krijgen in dit voorstel meer spreektijd dan onder de oude regeling die was gebaseerd op een staffelregeling, waarbij fracties bestaande uit 1 raadslid 10 minuten spreektijd kregen, fracties bestaande uit 2 tot en met 7 raadsleden 12 minuten en fracties van 8 raadsleden of meer 14 minuten spreektijd. Artikel 12 Deelname collegeleden aan beraadslagingen Het uitgangspunt is dat een collegelid die portefeuillehouder is op een onderwerp in ieder geval wordt uitgenodigd als een onderwerp uit de portefeuille aan de orde is. Een afspraak bij het koningshuis of met een bewindspersoon kan reden zijn voor de portefeuillehouder de uitnodiging geheel of gedeeltelijk af te slaan. Verder is het uitgangspunt dat collegeleden in een zo vroeg mogelijk stadium worden uitgenodigd, tenminste 48 uur voor de vergadering: dat geldt vanzelfsprekend niet voor agendapunten die tot vlak voor een vergadering kunnen worden aangevraagd. Artikel 13 Deelname ambtenaren aan beraadslagingen Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 14 inspraak in de raadscommissie In deze regeling is opgenomen dat insprekers in tweede termijn kunnen reageren op hetgeen naar voren is gebracht in de commissie in eerste termijn. Bij een aantal insprekers van 7 of meer tijdens de vergadering wordt de spreektijd teruggebracht naar 3 minuten.

Artikel 15 Spoeddebat Een belangrijk nieuw onderwerp in deze verordening is de introductie van het spoeddebat. Dit komt in de plaats van de rondvraag en kan worden ingezet om snel informatie te verkrijgen van het college of de burgemeester. Aan het instrument zijn wel vereisten verbonden. Van belang is dat de aanvrager van een spoeddebat onderbouwt waarom sprake is van spoed. Criteria die hierbij betrokken kunnen worden zijn: - er is sprake van een actuele ontwikkeling in de stad waarover nog geen bestuurlijk stuk is verschenen of een ander instrument op is ingezet; - inzet van een ander instrument levert niet de gewenste spoedige informatievoorziening op. De voorzitter kent maximaal drie spoeddebatten toe per vergadering. De voorzitter toetst op de argumentatie voor spoedeisendheid. Een spoeddebat kan niet worden aangevraagd over stukken, inclusief al gestelde of beantwoorde schriftelijke vragen. Het spoeddebat kan ook niet worden aangevraagd over ingediende of afgedane moties. Is dat wel het geval dan wordt het spoeddebat niet toegestaan. Naast de aanvrager kunnen ook andere commissieleden vragen stellen over het onderwerp dat in het spoeddebat aan de orde is. Interrupties zijn uit de aard van het instrument (snelle beantwoording informatievragen uit de commissie) niet toegestaan. Het spoeddebat is op de agenda aan de orde na de procedurevergadering.

Artikel 16 Tweeminutendebat Dit instrument blijft gehandhaafd maar er worden wel extra vereisten gesteld. Het debat kan alleen aangevraagd worden door een commissielid als de aanvraag wordt ondersteund door ten minste twee andere fracties. De drie fracties die het debat aanvragen dienen gezamenlijk drie of meer raadsleden te vertegenwoordigen. Andere commissieleden kunnen zich aansluiten bij de aanvrager. Zij geven voor behandeling in 4

de commissie aan ook vragen te willen stellen. Alleen commissieleden die vooraf hebben aangegeven het woord te willen voeren in de commissie het recht aanvullend op de aanvrager het woord te voeren. Dat is afwijkend van de huidige situatie waarin het stellen van aanvullende vragen na de indiener vrij is voor alle fracties. Het tweeminutendebat wordt geregeld gezien als een alternatief, indien de commissie een volwaardig debat niet aan de orde acht. In het kader van de vergaderorde zou het niet moeten voorkomen dat bij agendering van een tweeminutendebat alsnog alle fracties aan het woord komen, zoals ook de fracties die niet hebben ingestemd met een verzoekt tot volwaardig debat. Enige terughoudendheid zou bij het woord vragen in een tweeminutendebat dan ook op zijn plaats kunnen zijn. De aanvraag van een tweeminutendebat kan plaatsvinden via de mail of tijdens een procedurevergadering. Wordt de aanvraag gedaan via de mail dan wordt deze vergezeld van de ondersteuning door twee andere fracties. Commissieleden die naast de aanvrager ook het woord willen voeren geven dat op uitnodiging van het secretariaat aan. Is het tweeminutendebat in de procedurevergadering aangevraagd dan vindt op dat moment ook de ondersteuning door twee andere fracties plaats. Commissieleden die naast de aanvrager ook het woord willen voeren geven dat in de procedurevergadering van de aanvraag aan.

Artikel 17 Hoorzitting De hoorzitting is uitdrukkelijk geen inspraak en hiervoor wordt een apart onderdeel in de commissieagenda opgenomen. Hiervoor zullen nadere criteria worden ontwikkeld, waardoor een duidelijk onderscheid ontstaat tussen een hoorzitting en inspraak. Zo is een hoorzitting bedoeld om mensen aan het woord te laten die al eerder een zienswijze hebben ingediend. Daarnaast is het zaak tijdens de hoorzitting meer ruimte te nemen voor interactie tussen de persoon die wordt gehoord en de commissieleden. Een hoorzitting vindt niet plaats tijdens dezelfde vergadering als de inhoudelijke behandeling van het onderwerp. Artikel 18 Vergaderorde In dit artikel wordt wederom het uitgangspunt bevestigd dat de voorzitter verantwoordelijk is voor de orde van de vergadering. Een uitzondering bestaat in het geval een voorzitter overweegt een commissielid op basis van gedragingen uit de vergadering te doen verwijderen. In dat geval wordt over het voorstel van de voorzitter zonder beraadslaging door de commissie gestemd. Is het voorstel aangenomen dan verlaat het betrokken commissielid de vergadering per ommegaande, zonder verdere discussie. Bij de commissievergaderingen (en ook bij raadsvergaderingen) is de Gedragscode raadsleden een handreiking voor de omgangsvormen in de vergadering.

De voorzitter is ook verantwoordelijk voor de orde op de publieke tribune: ook daar kan een toehoorder bij verstoring van de orde door de voorzitter uit de vergadering worden gestuurd. Wat onder verstoring van de orde op de publieke tribune valt wordt bepaald door de voorzitter. Uitingen van afkeuring of instemming, het tonen van spandoeken of uitingen via andere wegen zijn in ieder geval niet toegestaan. Het oordeel van de voorzitter is finaal: hierover vindt geen besluitvorming of discussie door de commissie plaats. De beveiliging ondersteunt de voorzitter hierbij en handelt op diens instructies.

5

Artikel 19 Besluitenlijst, audiovisueel verslag, toezeggingenregister Het toezeggingenregister is in 2024 ingevoerd. In dit artikel is de verwijzing naar het toezeggingenregister nieuw. Dit register kan helpen bij de afweging of behoefte bestaat aan het indienen van een motie of amendement. Artikel 20 Advieslijst De advieslijst is een bestaand onderdeel van de commissieagenda en wordt vooral gebruikt voor raadsvoorstellen waarvan de verwachting is dat die zonder inhoudelijke behandeling door kunnen naar de besluitenlijst van de raad. Bij voorkeur vindt behandeling van de advieslijst plaats tijdens de commissievergadering; in spoedeisende gevallen kan behandeling ook schriftelijk plaatsvinden. Artikel 21 Gecombineerde vergadering Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 22 Commissieadvies Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 23 Besluitvorming In de commissievergadering wordt uitsluitend procedureel gestemd. Conform de Gemeentewet geldt: één commissielid, één stem. Een fractie kan nooit meer stemmen uitbrengen dan er raadsleden in de raad zijn die de betreffende fractie vertegenwoordigen. Artikel 24 Moties en amendementen Meer nog dan nu wordt commissieleden gevraagd moties en amendementen al in de commissievergadering aan te kondigen, voor zover daaraan nog behoefte bestaat na beraadslagingen en eventuele toezeggingen door het college/de portefeuillehouder.

Artikel 25 Taken commissies Dit artikel is niet gewijzigd. Artikel 26 Werkkringen Dit artikel is aangepast aan de twee nieuwe commissies die in de plaats zijn gekomen van de commissie Ruimte. Artikel 27 Slotbepaling De nieuwe verordening treedt direct na besluitvorming in de raad in werking, behalve de opsplitsing van de commissie Ruimte zoals omschreven in artikel 1 lid 1a. Dit vindt plaats op een later moment, na het ingaan van de nieuwe raadsperiode.

Gelet op het bovenstaande stelt het presidium de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag Gelet op de artikelen 82 en 149 van de Gemeentewet, Besluit: vast te stellen de Verordening raadscommissies 2025 Artikel 1 Commissies 1. Er zijn de volgende raadscommissies: 1. de Commissie Bestuur; 6

2. de Commissie Samenleving; 3. de Commissie Bestuur Ruimte; 4. de Commissie Leefomgeving. 1a Artikel 1a Commissies Er zijn de volgende raadscommissies: 1. de Commissie Bestuur; 2. de Commissie Samenleving; 3. de Commissie Ruimtelijke ordening; 4. de Commissie Integrale gebiedsontwikkelingen; 5. de Commissie Leefomgeving. 2. De Rekeningencommissie is een raadscommissie, waarvoor de raad een afzonderlijke verordening vaststelt. 3. Er is een Algemene Raadscommissie met als taak het uitbrengen van advies aan de raad over onderwerpen, die zich aandienen in de periode tussen de installatie van de nieuwe leden van de raad en het instellen van raadscommissies na de vorming van een coalitie. In bijzondere gevallen kan het presidium, gelet op de integraliteit van een bepaald onderwerp, besluiten om ook nadat de raadscommissies zijn ingesteld een dergelijk onderwerp ter behandeling aan de Algemene Raadscommissie toe te wijzen. 4. De Algemene Raadscommissie bestaat uit alle leden – niet zijnde tevens wethouder – van de raad. Het voorzitterschap wordt vervuld door een raadslid dat in de raadsperiode voor de installatie al raadslid is geweest. Als de Algemene Raadscommissie beraadslaagt over een voorstel van het presidium, dan neemt namens het presidium de voorzitter van het presidium deel aan de beraadslaging over dit voorstel. Artikel 2 Commissieleden 1.

Alle raadsleden en fractievertegenwoordigers hebben na benoeming in hun functie zitting in alle commissies van de raad, met uitzondering van de Rekeningencommissie. De zittingsduur is gelijk aan die van de zittende raad. Wie ter vervulling van een tussentijdse vacature tot lid van de raad wordt benoemd of tijdens de raadsperiode als fractievertegenwoordiger wordt benoemd heeft zitting voor de resterende zittingsduur van de gemeenteraad. 2. Iedere fractie in de raad bestaande uit vijf leden of meer vaardigt per commissie maximaal vijf leden. Iedere fractie bestaande uit minder dan vijf leden vaardigt per commissie maximaal vier leden af. 3. Degene die ophoudt lid van de gemeenteraad te zijn houdt tevens op commissielid te zijn. Artikel 3 De commissievoorzitter 1. De voorzitter is een raadslid en geen lid van de commissie. De voorzitter wordt door de gemeenteraad uit zijn midden benoemd. 2. Een voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door de vaste plaatsvervangend voorzitter, die ook door de gemeenteraad uit zijn midden benoemd is. 7

Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vaste plaatsvervangend voorzitter wordt in vervanging voorzien door een commissielid die tevens raadslid is. 3. De voorzitter is verantwoordelijk voor: a. Het leiden van de vergadering; b. Het handhaven van de orde; c. Het geven van het woord aan de leden over het onderwerp dat aan de orde is; d. Het formuleren van toezeggingen, gedaan door het college; e. Het inventariseren en formuleren van het door de vergadering gegeven advies ten aanzien van agendering in een vergadering van de gemeenteraad; f. Het melden van de uitslag van eventuele stemmingen; g. Wat de wet of dit reglement de voorzitter verder opdraagt. Artikel 4 De fractievertegenwoordiger 1. Een fractie kan een voordracht indienen tot benoeming van ten hoogste drie niet-raadsleden (fractievertegenwoordigers) tot plaatsvervangend lid van een raadscommissie. De benoeming van een fractievertegenwoordiger geschiedt door de raad. Een groep zoals bedoeld in het Reglement van orde kan geen fractievertegenwoordiger voordragen. 2. Om voor benoeming als fractievertegenwoordiger in aanmerking te komen moet betrokkene voorkomen op de geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen van de betreffende partij. De eisen gesteld in de artikelen 10, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn op de fractievertegenwoordiger van overeenkomstige toepassing.

Het onderzoek naar de bescheiden, waaruit moet blijken of een kandidaatfractievertegenwoordiger aan de benoemingseisen voldoet, geschiedt met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 4 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad. Ten behoeve van dit onderzoek legt de kandidaat de benodigde bescheiden voor aan de gemeenteraad. Voordat zij hun functie kunnen uitoefenen leggen zij in een vergadering van de gemeenteraad de eed dan wel de verklaring en belofte af conform de tekst van artikel 14 van de Gemeentewet. 3. Zodra blijkt dat niet langer voldaan wordt aan de vereisten voor het lidmaatschap, houdt hij of zij op lid van de raadscommissies te zijn. 4. Een fractievertegenwoordiger kan te allen tijde ontslag nemen door melding te doen aan de griffie. Ook een fractie kan aangeven dat een fractievertegenwoordiger niet langer fractievertegenwoordiger is. Artikel 5 Commissiesecretaris 1. Elke commissie wordt ondersteund door één of meer commissiesecretarissen. Deze ambtenaren zijn werkzaam bij de griffie. 2. De commissiesecretaris is (met als nodig ambtelijke ondersteuning) in iedere vergadering aanwezig.

8

3. Bij afwezigheid wordt de commissiesecretaris vervangen door een daartoe door de griffier aangewezen medewerker van de griffie. 4. De griffier kan als daar aanleiding toe bestaat ook aanwezig zijn in een commissievergadering. Artikel 6 Vergaderfrequentie Een commissie vergadert zo vaak als de commissie heeft besloten of als de voorzitter het noodzakelijk vindt. Vergaderingen zijn zichtbaar in het vergaderschema op het Raadsinformatiesysteem. De commissie vergadert verder als ten minste een vijfde deel van het aantal leden in de raad daar gemotiveerd schriftelijk om vraagt. Dag en uur van de vergadering wordt door de voorzitter bepaald. Bij een extra vergadering die plaatsvindt binnen 10 werkdagen wordt de commissie hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Artikel 7 Wijze van vergaderen 1. De vergaderingen van de commissies worden in het openbaar gehouden. 2. Een commissievergadering kan zijn a. een reguliere vergadering die besluitvorming voorbereidt; b. een werkbespreking of technische toelichting; c. een geheel of gedeeltelijk besloten vergadering. 3. De deuren van een openbare vergadering worden gesloten, wanneer één der aanwezigen dit verlangt of de voorzitter dit nodig acht. De commissie besluit vervolgens dat met gesloten deuren (verder) zal worden vergaderd. 4.

Als de commissie in deze besloten vergadering oordeelt dat de aard van een of meer van deze aangelegenheden geen besloten vergadering vraagt, plaatst de voorzitter deze aangelegenheid respectievelijk aangelegenheden op de agenda van de eerstvolgende openbare vergadering, tenzij de behandeling naar zijn oordeel geen uitstel gedoogt. 5. Van een besloten vergadering wordt een woordelijk geheim verslag opgesteld door de secretaris. De raad kan een verslag van een besloten vergadering geheel of gedeeltelijk openbaar maken. 6. Een besluit als bedoeld in het derde lid van dit artikel wordt genomen bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen in een voltallige vergadering wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bij het staken van de stemmen in een niet-voltallige vergadering heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Artikel 8 Agenda 1. De schriftelijke oproeping tot een vergadering geschiedt door of namens de voorzitter, ten minste tien dagen voor de vergaderdatum, met opgave van de te behandelen onderwerpen en, voor zover mogelijk, toezending van daarop betrekking hebbende stukken. 2. Het secretariaat stelt in samenspraak met de voorzitter de agenda van de commissievergadering op. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de termijngebondenheid 9

van stukken. 3. Dag, plaats, aanvangstijdstip en agenda van een vergadering worden ten minste zeven dagen voor de vergaderdatum openbaar gepubliceerd. 4. In naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen kan van de in voorgaande leden genoemde termijnen worden afgeweken. 5. De agenda van een vergadering en voor zover mogelijk de daarop betrekking hebbende stukken worden digitaal beschikbaar gesteld. Bij uitzondering kunnen stukken ook op papier beschikbaar worden gesteld. 6. Bij het begin van de vergadering stelt de commissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 7. Wanneer de commissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De commissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 8. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel 9 Quorum 1. Een vergadering wordt slechts gehouden, indien ten minste drie fracties uit de gemeenteraad – die gezamenlijk een meerderheid in de gemeenteraad vertegenwoordigen – vertegenwoordigd zijn. 2.

Wanneer het vereiste aantal leden niet aanwezig is gaat de vergadering niet door. De leden worden op de in het derde lid van artikel 8 bedoelde wijze voor een nieuwe vergadering opgeroepen. Tussen de oproeping en het vergadermoment hoeven slechts 24 uur te verlopen. Deze vergadering kan worden gehouden, ongeacht het aantal opgekomen leden. Artikel 10 De procedurevergadering 1. De commissie houdt procedurevergaderingen waarin afspraken worden gemaakt over de wijze waarop onderwerpen worden behandeld en wanneer zij zullen worden geagendeerd. De voorzitter in samenspraak met het secretariaat doet een behandelvoorstel over een onderwerp dat op de lijst ingekomen stukken dan wel de termijnplanning staat. Het behandelvoorstel wordt door de commissie overgenomen, tenzij het onderwerp in de procedurevergadering aan de orde wordt gesteld. Agendering van een onderwerp, niet zijnde een raadsvoorstel, op voorstel van een commissielid geschiedt bij meerderheid, uitgezonderd een spoeddebat of een tweeminutendebat. Een geagendeerd onderwerp kan worden voorafgegaan door een technische bespreking of schriftelijke informatieronde. De procedurevergaderingen zijn in de regel openbaar.

10

2. Ten aanzien van de procedurevergaderingen is artikel 7, derde lid van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel 11 Spreektijd 1. Elke fractie heeft een basisspreektijd van acht minuten, vermeerderd met een minuut per fractielid. Een groep krijgt de helft van het aantal minuten spreektijd voor een fractie van dezelfde grootte. Het college beschikt over een spreektijd die gelijk is aan een derde van de totale spreektijd van de fracties. 2. De spreektijd is alomvattend, met dien verstande dat de spreektijdenregeling niet van toepassing is op a. de vaststelling van de agenda; b. procedurevergaderingen; c. een punt van orde; d. bespreking van het vaste agendapunt MRDH; e. besloten vergaderingen; f. werkbesprekingen; g. de eerste 30 seconden van de beantwoording van een interruptie; h. niet beantwoorde vragen; i. discussie over vaststelling toezeggingen; 3. De commissie kan, op voorstel van de voorzitter, in bijzondere omstandigheden besluiten af te wijken van de spreektijden als bedoeld in het eerste lid. 4. Commissieleden doen hun bijdrage via het gesproken woord. Een bijdrage wordt niet vergezeld van audiovisuele middelen of andere uitingen van welke aard dan ook. Artikel 12 Deelname collegeleden aan beraadslagingen 1.

De voorzitter, of een commissielid via de voorzitter kan een collegelid (of meerdere collegeleden) uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. Het uitgangspunt is dat de betrokken portefeuillehouder in ieder geval wordt uitgenodigd. Uitnodigingen vinden zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voorafgaand aan de vergadering, plaats, uitgezonderd spoeddebatten en tweeminutendebatten. 2. Indien een collegelid op eigen initiatief bij een vergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij daartoe een verzoek aan de voorzitter. 3. De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op het verzoek. 4. De commissie kan bij het begin van de vergadering besluiten dat de burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen. Artikel 13 Deelname ambtenaren aan beraadslagingen

11

1. De commissie kan het college verzoeken de gemeentesecretaris aanwezig te laten zijn in een vergadering en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in deze verordening. 2. Wanneer de commissie inlichtingen nodig heeft van gemeenteambtenaren over onderwerpen die aan de orde zijn in de vergadering, kan zij de betrokken portefeuillehouder verzoeken de betreffende gemeenteambtenaren toestemming te verlenen tijdens de vergadering de inlichtingen te verschaffen. 3. De commissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslagingen. 4. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen voordat met de beraadslagingen ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen. Artikel 14 Inspraak in de raadscommissie 1. De voorzitter stelt niet-leden in de gelegenheid te spreken over geagendeerde onderwerpen, met inbegrip van de op de advieslijst vermelde punten (inspreekrecht). Uitgezonderd zijn - de procedurevergadering - het spoeddebat - voorstellen tot het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - rechtsgedingen waarin de gemeente partij is. 2.

Wie van het inspreekrecht gebruik wil maken moeten dit uiterlijk vier uren vóór aanvang van de vergadering of – indien de vergadering in de ochtend begint – uiterlijk de werkdag daarvoor vóór 16.00 uur melden aan de secretaris van de desbetreffende commissie, onder opgave van naam, emailadres en telefoonnummer en van het onderwerp of onderwerpen waarover het woord gevoerd gaat worden. De inspreker geeft ook aan of namens een organisatie of op eigen naam wordt ingesproken. 3. Wie inspreekt voert het woord direct voorafgaand aan de behandeling door de commissie van het desbetreffende onderwerp. De voertaal is Nederlands. De spreektijd bedraagt per inspreker maximaal vijf minuten. Is het aantal insprekers groter dan zes, dan wordt de spreektijd voor alle insprekers teruggebracht naar drie minuten. De spreektijd bedraagt bij het twee-minutendebat twee minuten per inspreker. De inspraak vindt plaats via het gesproken woord. 4. Indien de beraadslagingen door de commissie in twee termijnen plaatsvindt, stelt de voorzitter degenen die van het inspreekrecht in eerste termijn gebruik hebben gemaakt direct voorafgaand aan de tweede termijn van de beraadslagingen in de gelegenheid voor de duur van maximaal vijf of drie minuten, te reageren op de betogen van de leden in eerste termijn. 5.

Commissieleden kunnen insprekers na toestemming van de voorzitter kort een feitelijke vraag stellen over hun zojuist uitgesproken inspreektekst. De spreektijdenregeling is van toepassing. Artikel 15 Spoeddebat

12

1. De voorzitter geeft de commissieleden bij het agendapunt spoeddebat de gelegenheid informatie te vragen aan het college. 2. Het commissielid dat een spoeddebat wenst aan te vragen meldt dit, onder aanduiding van het onderwerp. De aanvrager beargumenteert de spoedeisendheid van het onderwerp. Deze punten, gecombineerd met de aspecten waarop het onderwerp betrekking zal hebben, worden schriftelijk aangeleverd bij de voorzitter tot uiterlijk vier uur vóór aanvang van de vergadering of – indien de vergadering in de ochtend aanvangt – uiterlijk de werkdag daarvoor vóór 16.00 uur. Het aldus aangemelde onderwerp wordt zo spoedig mogelijk gelijktijdig ter kennis gebracht van de commissie en het college. 3. Een commissielid kan slechts een spoeddebat aanvragen over niet op de agenda vermelde onderwerpen. Het kan niet gaan over stukken die aan de commissie of de raad zijn gezonden, noch over ingediende of beantwoorde schriftelijke vragen of moties, tenzij de spoedeisendheid ervan door de aanvrager kan worden bewezen. 4. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het spoeddebat aan de orde te stellen, indien de spoedeisendheid niet is beargumenteerd, de voorzitter het onderwerp niet voldoende nauwkeurig omschreven acht dan wel strijdig acht met het algemeen belang. De voorzitter staat het spoeddebat niet toe als sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid. 5.

De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de onderwerpen van een spoeddebat aan de orde worden gesteld. 6. Per vergadering worden ten hoogste drie spoeddebatten toegekend. 7. De vragensteller wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om het woord te voeren. Het lid of de leden van het college die de vragen beantwoordt krijgen ten hoogste drie minuten het woord om eventuele vragen te beantwoorden. De voorzitter kan interrupties toestaan. 8. Na de beantwoording krijgt de vragensteller desgevraagd één minuut het woord om aanvullend het woord te voeren. 9. Hierna kan namens elke fractie, behoudens die van het commissielid dat de vragen heeft gesteld, één lid aanvullend het woord voeren. Indien van deze gelegenheid gebruik wordt gemaakt, geldt hiervoor eveneens een spreektijd van ten hoogste één minuut. Het college of de burgemeester krijgen hierna gelegenheid tot reactie voor maximaal 2 minuten. 10. Na een spoeddebat in de commissievergadering kan het raadslid over hetzelfde onderwerp een afronding debat uit de commissie in de raadsvergadering aanvragen. 11.

Het spoeddebat is als eerste onderwerp na de procedurevergadering aan de orde.

Artikel 16 Tweeminutendebat 1. Een commissielid kan een verzoek indienen tot het houden van een tweeminutendebat. Het verzoek moet worden ondersteund door ten minste twee andere fracties. 13

Het verzoek wordt uiterlijk vier uur vóór aanvang van de vergadering – of, indien de vergadering in de ochtend aanvangt, uiterlijk de werkdag daarvoor vóór 16.00 uur per e-mail bij de griffie ingediend. Dit is alleen mogelijk als op de agenda van de betreffende commissie ruimte bestaat voor agendering. Het onderwerp moet betrekking hebben op de lijst ingekomen stukken van de betreffende vergadering. Het verzoek kan ook worden gedaan tijdens een procedurevergadering. Het twee-minutendebat vindt dan plaats in een daarop volgende commissievergadering. 2. Andere commissieleden kunnen zich aansluiten bij de aanvraag om een twee-minutendebat. Zij hebben het recht om na de aanvrager vragen te stellen. 3. Een tweeminutendebat wordt niet toegestaan als over het onderwerp al schriftelijke vragen zijn ingediend, die nog niet zijn beantwoord. 4. De indiener heeft twee minuten spreektijd. Vervolgens heeft elke fractie die zich heeft aangesloten bij het verzoek tot het tweeminutendebat recht op één minuut spreektijd voor het stellen van aanvullende vragen. De voorzitter kan interrupties toestaan. Er is geen tweede termijn. 5. Het college beantwoordt de gestelde vragen zo kort en bondig mogelijk en heeft maximaal vijf minuten spreektijd. 6. De spreektijden worden ten laste gebracht van de totale spreektijden, met uitzondering van de beantwoording van interrupties. 7.

Na een tweeminutendebat in de commissievergadering kan het raadslid over hetzelfde onderwerp een afronding debat uit de commissie in de raadsvergadering aanvragen. Artikel 17 Hoorzitting Een raadscommissie houdt een bij of krachtens de wet voorgeschreven hoorzitting. Degene die schriftelijk zijn zienswijze ter zake kenbaar heeft gemaakt krijgt de gelegenheid in één termijn door de commissie te worden gehoord en de zienswijze nader toe te lichten. De hoorzitting is een apart onderdeel van de commissievergadering en vindt plaats in een eerdere commissievergadering dan waar het stuk waar de zienswijze betrekking op heeft. Artikel 18 Vergaderorde 1. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering. Over het oordeel van de voorzitter wordt niet beraadslaagd noch besloten. 2. De voorzitter mag een spreker in zijn betoog storen, indien hij dat nodig acht in het belang van een behoorlijk en regelmatig verloop van de vergadering. 3. De voorzitter kan interrupties in beperkte mate toestaan. 4. Indien een spreker in het betoog van het onderwerp in beraadslaging afwijkt en zich daarmede buiten de orde begeeft, brengt de voorzitter hem dit onder de aandacht en roept hem terug tot de behandeling van het onderwerp. 14

5. Wanneer een commissielid zich, naar het oordeel van de voorzitter, uitdrukkingen veroorlooft die niet in overeenstemming met de goede toon zijn, stelt de voorzitter het commissielid in de gelegenheid bepaalde woorden terug te nemen. Ingeval het commissielid weigert, kan de voorzitter hem voor het aan de orde zijnde onderwerp het woord ontnemen. 6. Wanneer een commissielid door zijn gedragingen de normale gang van zaken van de vergadering belemmert, kan de voorzitter de commissie voorstellen hem het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Nadat het voorstel is aangenomen, verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem uit de vergadering verwijderen. Bij herhaling kan hem door de raad voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergaderingen van de betreffende commissie worden ontzegd. 7. Wanneer de orde op enige wijze door een of meer toehoorders wordt verstoord, kan de voorzitter deze uit de vergaderruimte laten verwijderen. Een toehoorder die bij herhaling de vergadering verstoort kan voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergaderingen van de betreffende commissie worden ontzegd. 8. De voorzitter kan in het belang van de orde de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen dan wel sluiten. Artikel 19 Besluitenlijst, audiovisueel verslag, toezeggingenregister 1.

Van de commissievergadering wordt door de secretaris een besluitenlijst gemaakt. Deze besluitenlijst wordt gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem van de gemeente Den Haag. 2. Van de commissievergadering is een audiovisueel verslag beschikbaar dat is in te zien via de website van de gemeente Den Haag. 3. Toezeggingen, gedaan in een commissievergadering, worden opgenomen in het toezeggingenregister. Onder een toezegging wordt verstaan een concreet product, voorzien van een termijn. Aan het einde van het debat formuleert de voorzitter de gedane toezeggingen ter opname in het toezeggingenregister. Dit register wordt gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem van de gemeente Den Haag. Artikel 20 Advieslijst 1. Te behandelen onderwerpen kunnen via een advieslijst aan de commissie worden voorgelegd. 2. Over de op de advieslijst vermelde onderwerpen vindt geen beraadslaging plaats. 3. Als een lid over een op de advieslijst vermeld onderwerp het woord wenst te voeren, wordt dit toegevoegd aan de agenda van een daarop volgende vergadering. In spoedeisende gevallen wordt het onderwerp toegevoegd aan de agenda van dezelfde vergadering. 4. In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan de commissie over stukken met een spoedeisend karakter schriftelijk worden gehoord.

15

5. Indien schriftelijke afdoening bij één of meer leden op bezwaar stuit wordt het onderwerp in een vergadering aan de orde gesteld. Artikel 21 Gecombineerde vergadering Als een onderwerp door het presidium ter behandeling wordt overgedragen aan twee of meer commissies, vergaderen deze commissies daarover gezamenlijk. Deze vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de commissie waar het onderwerp in de aard als eerste aan de orde zou komen. Een gecombineerde vergadering met de Rekeningencommissie wordt voorgezeten door de voorzitter van de Rekeningencommissie.

Artikel 22 Commissieadvies 1. De commissie brengt een advies uit over een stuk dat ter beoordeling aan de commissie is voorgelegd en waarover besluitvorming in de raad aan de orde is. Na de beraadslaging inventariseert de voorzitter hoe het oordeel van leden van de commissie is over een stuk. Dit oordeel is beperkt tot ‘voor’, ‘tegen’ of ‘voorbehoud’ of ‘onvoldoende behandeld’. 2. Indien de leden telefonisch of schriftelijk zijn geraadpleegd, wordt – onverkort het in het vorige lid bepaalde – hiervan melding gemaakt. 3. Indien een meerderheid van de commissie besluit dat het stuk dat ter beoordeling aan de commissie is voorgelegd ‘onvoldoende behandeld’ is wordt in een volgende procedurevergadering besloten hoe verder te gaan met het stuk. Artikel 23 Besluitvorming 1. Eén lid van de commissie brengt bij stemming tijdens de procedurevergadering één stem uit. Een fractie, gelijk aan of groter dan vijf leden, kan maximaal vijf tot die fractie behorende commissieleden stemmen uit laten brengen. Een fractie, kleiner dan vijf leden, kan maximaal het aantal stemmen laten uitbrengen als er raadsleden zijn. 2. Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad is voor wat betreft voorstellen van orde zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op raadscommissies. 3.

Indien bij stemming over een voorstel van orde de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Artikel 24 Moties en amendementen Tijdens commissievergaderingen wordt leden gevraagd eventuele moties en amendementen aan te kondigen. Artikel 25 Taken commissies Elk van de in artikel 1, lid 1 bedoelde commissies heeft de volgende taken:

16

- het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 26 genoemde onderwerpen; - het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging; - het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 26 genoemde onderwerpen. Artikel 26 Werkkringen a. de werkkring van de commissie Bestuur: - Bestuur, waaronder deconcentratie - Stadsdeelplannen - Haaglanden/Metropool - Veiligheid - Burgerzaken - Personeel - Financiën - Economie - Citymarketing - Internationale zaken b. de werkkring van de Commissie Samenleving: - Welzijn - Volksgezondheid - Emancipatie - Onderwijs - Jeugd(-zorg) - Sport - Burgerschap - Media - Cultuur - Sociale zaken - Werkgelegenheid - Wijkaanpak en integratie c. De werkkring van de Commissie Bestuur Ruimte: - ruimtelijke ordening - volkshuisvesting - monumentenzorg - gebiedsontwikkeling - grondbedrijf - vastgoed d. de werkkring van de Commissie Ruimtelijke ordening: - ruimtelijke ordening - volkshuisvesting – onderwijshuisvesting 17

– huisvesting zorgdoelgroepen, asielzoekers, arbeidsmigranten en statushouders - vastgoed (inclusief gemeentelijk vastgoed) - monumentenzorg - grondbedrijf e. de werkkring van de Commissie Integrale gebiedsontwikkelingen: - gebiedsontwikkelingen (zoals ontwikkelingen CID, Binckhorst (incl. MIRT), Nationaal Programma Zuidwest, Toekomstvisie Scheveningen Bad (inclusief programma De Kust Gezond), Internationale Zone, etc.) f. de werkkring van de Commissie Leefomgeving: - Afval - Buitenruimte, waaronder handhaving - Dierenwelzijn - Energie en duurzaamheid - Klimaat - Milieu - Natuur - Openbaar vervoer - Stadsboerderijen - Strand - Verkeer Artikel 27 Slotbepaling Deze verordening treedt in werking onmiddellijk na haar vaststelling, met uitzondering van artikel 1 lid 1 a en artikel 26 onder d en e, die op een nader te bepalen moment in werking treden.

Aldus besloten in de raadsvergadering van 10 juli 2025.

De griffier,

De voorzitter,

ValidSigned door De Griffier L. Blankwaard Rombouts op 15-07-2025

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15803401/1