Vraag 4
Tekst van het document
MARIËNWATER HERBESTEMMINGSCAN
INTRODUCTIE
INHOUD
introductie
BOUW- EN CULTUURHISTORIE WAARDEN
kwaliteiten van het erfgoed monumentale waarden stedenbouwkundige analyse ruimtelijke en (bouw)technische verkenning
passend naar de toekomst waarden en kansen denklijnen transformatie - inspiratie en verbeelding
HERBESTEMMEN
kansen en risico’s
MARKTVERKENNING EN FINANCIELE HAALBAARHEID
h-scan | pagina 2
PROGRAMMATISCHE EN RUIMTELIJKE MOGELIJKHEDEN
bijlage 1 colofon
h-scan | pagina 3
terugkoppeling H-Team gemeente ‘s-Hertogenbosch
INTRODUCTIE
INHOUD Opdrachtgever De opdrachtgever van dit onderzoek en eigenaar van terrein en gebouwen is VOF Land van Coudewater, een samenwerking tussen van Wanrooij bouw en ontwikkeling en BPD bouwfonds gebiedsontwikkeling. De opdrachtgever oriënteert zich op de toekomstige mogelijkheden tot herbestemming en transformatie van het gebouw Marienwater. De opdrachtgever vraagt hen te ondersteunen in deze oriëntatiefase met als doel richtinggevende uitspraken te verwerven tbv het opstellen van een vervolgaanpak. Voor de vraag aan opdrachtnemer is met name de rol en de betekenis van de cultuurhistorische waarden relevant en de wijze waarop deze kunnen worden geborgd in de aanpak voor een succesvolle transformatie- of herbestemmingstrategie. Opdachtnemer De opdrachtnemer voor dit herbestemmingsonderzoek is Tarra Architectuur en Stedenbouw uit ‘sHertogenbosch. Het cultuur-historisch onderzoek is in onderaanneming en supervisie van Tarra door DOOK verricht. De ervaring uit eerdere projecten, waarbij beide partijen betrokken waren, vormt de basis voor deze opdracht. Tarra levert de expertise op het gebied van ontwerp, architectuur en stedenbouw. Dook erfgoedwerk verricht onderzoek op bouw- en cultuurhistorisch terrein en levert een eigen rapportage. Buro Wiegel is verantwoordelijk voor de kostencalculatie van de diverse denklijnen.
De eindrapportage geeft een integrale vertaling op het onderzoek van drie expertises. Object Marienwater is gebouwd in de 17e eeuw. Het gebouw is geregistreerd als rijksmonument met complexnummer 32717. Het huidige adres is Berlicumsweg 8G, Rosmalen (Noord- Brabant).
Bronnen Naast de bronnen die genoemd zijn in het cultuurhistorisch onderzoek (document DOOK zie bijlage) is, voor het begrip van het beleid in de provincie Brabant, ook gebruik gemaakt van het beleidskader ‘De (verbeeldings)kracht van erfgoed’. Werkwijze Om te komen tot het integrale eindresultaat van de transformatie mogelijkheden is een driestappenplan toegepast. In de eerste fase zijn op basis van het cultuurhistorisch onderzoek, de stedenbouwkundige verkenning en een ruimtelijk onderzoek de waarden van het complex geanalyseerd. In de tweede stap zijn een drietal denklijnen ontwikkeld om zicht te krijgen op de herontwikkelingsmogelijkheden voor Kloosterkapel Emma. Deze denklijnen verkennen een realistische doorkijk naar een bij de gebouwen en omgeving passend potentieel. Tegelijkertijd spelen deze denklijnen een rol als ‘stresstest’ of verkenning van het draagvermogen voor de waarden van het complex. Het integraal afwegen van de verschillende denklijnen, in afstemming met de opdrachtgever en met input van het Herbestemmingsteam ‘s-Hertogenbosch, heeft een basis voor verdere doorwerking. Leeswijzer Het beoogde resultaat van dit onderzoek is het inzichtelijk maken van het transformatiepotentieel van het monument. Als basisinformatie voor het transformatieonderzoek zijn het cultuurhistorisch onderzoek en het beleidskader van de gemeente ’sHertogenbosch gebruikt.
Om een beeld te schetsen van het object is de geschiedenis op hoofdpunten in het rapport opgenomen. Daarnaast is een bouw- en cultuurhistorische waardestelling van het monument op basis van het cultuurhistorische onderzoek opgesteld.
h-scan | pagina 5
De uitkomsten van de deelonderzoeken zijn vervolgens gebruikt om de essentiële waarden en kansen van het monument inzichtelijk te maken. Zoals bij ‘werkwijze’ vermeld zijn drie denklijnen ontwikkeld om het draagvermogen van Marienwater en de waarden die daarin verscholen liggen aan een ‘stresstest’ te onderwerpen. Alle denklijnen grijpen terug op het versterken of herstellen van 1 of meerdere van deze essentiële waarden. Per denklijn zijn de ingrepen inzichtelijk gemaakt op het niveau van de volgende lijnen: (1) wat is er nodig om het casco te herstellen, (2) welke ingrepen zijn nodig gerelateerd aan de oplossingsrichting op het niveau van het casco en (3) welk inbouwpakket voegen we te gericht op het programma en de funcie. Daarnaast geeft elke denklijn in een doorkijk naar de daarbij behorende programmatische kansen. De toetsing zal door de brede kijk verschillende uitkomsten en gegevens genereren. De aanpak en de denklijnen zijn integraal met het H-team van gemeente ‘s-Hertogenbosch besproken. Pagina 56 geeft een overzicht van de reacties en aanbevelingen vanuit de verschillende disciplines De denklijnen zijn geen (herbestemmings) plannen maar koersbepalingen. Er kunnen geen rechten aan ontleend worden voor een vervolgopgave.
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
HISTORISCHE ONTWIKKELINGEN
HISTORISCHE ONTWIKKELINGEN historische ontwikkeling coudewater De naam Caldewater en Coudewater worden voor het eerst in 1439 en 1456 vermeld in de archievenvan het Groot ziekengasthuis1. De naam verwijst naar het verschijnseldat het gebied in de winter vaak drassig was. Waarschijnlijk overstroomdehet land regelmatig door de hoge waterstand in het winterseizoen. Het is ook mogelijk dat de naam is afgeleid van de Duitse 'Kouwi', dat veld of akker betekent. De naam Koudewater zou dan veldwater kunnenbetekenen dat via de Wetering naar de Aa stroomde.2 klooster coudewater Het klooster Coudewater werd in 1434 gesticht door de rijke weduwe Milla van Campen uit Kampen. Aanvankelijk wilde deze dame in de stad Kampen een Birgittijns convent oprichten. Door een kerkelijke machtsstrijd in het bisdom Utrecht, waaronder Kampen viel, werd zij daartoe niet in de gelegenheid gesteld. Na een jarenlange strijd vertrokze naar 's-Hertogenbosch. In de directe omgeving van de stad kocht, of kreeg zij van Peter de Gorter het landgoed 'Koudewater' en stichttehier het klooster dat binnen tien jaar zou uitgroeien tot de dubbelabdij genaamd Maria ad Aquas Frigidas3, wat Maria van de Koude Wateren betekent. Al snel kreeg het convent de naam Mariënwater. Aan de keuze voor de locatie is een legende verbonden, waarin de landeigenaar Peter de Gorter in zijn bijenkasten een klooster van bijenwas zou hebben gevonden.
Coudewater was het eerste dubbelconvent van Birgittijnen en Birgittinessen in het bisdom Luik. De kapel was voor zowel de zustersals de paters bestemd. In 1566 werd het klooster tijdens de beeldenstorm geplunderd. Na de inneming van 's-Hertogenbosch in 1629 en de daarop volgende Vrede van Munster in 1648 werden ook de buiten de stad gelegen kloosters onteigend en de paters gedwongen het klooster te verlaten. Zij vestigen zich in Hoboken in België. De zustersmochten voorlopig blijven, maar mochten geen nieuwe leden meer aannemen. Het was de bedoeling dat de kloosterorde zo zou uitsterven. In 1713 werden de gebouwen en het land door de Staten van Holland verkocht. buitenplaats In eerste instantie werd het klooster gekocht door Herman Cremers die het onmiddellijk weer aan de zusters verhuurde. Vanwege de slechte economische omstandigheden moestenze later dat jaar toch vertrekken. Na wat omzwervingen vestigden de overgebleven nonnen zich in Uden. Tien jaar later overlijdt Herman en wordt het landgoed verkocht aan Johan Gansneb, de rentmeestervan de geestelijke goederen in 's-Hertogenbosch. In 1724 liet hij de meestegebouwen afbreken, zodat alleen het voormalige vrouwenklooster overeind bleef. Daarna kende het landgoed een reeksverschillende eigenaren. De laatste particuliere eigenaar was jonkheer Blocq van Scheltinga.
Hij verkochtCoudewater in 1870 aan 'de Maatschappij tot Verpleging van Zwakzinnigen op het land'.
afbeelding van het hoofdgebouw voor de aanpassingen in 1870
psychiatrische inrichting De psychiatrische inrichting Coudewater is voorgekomen uit Reinier van Arkel in 's-Hertogenbosch, de oudste psychiatrische instelling in Nederland. De instelling werd in 1442 opgericht. In de tweede helft van de 19de eeuw nam het aantal patiënten explosief toe (van 183 in 1850 tot 616 in 1870) en had het instituut in de binnenstad van 's-Hertogenbosch onvoldoende ruimteom de grote hoeveelheid patiënten op een goede manier op te kunnen vangen. Daarnaast werd, voor de rust van de patiënten, aan verpleging buiten de stad de voorkeur gegeven. Na jarenlang wikken en wegen van de Provinciale Staten, besluiten twee artsen van Reinier van Arkel (E. van den Bogaert en L. Pompe)om zelf het initiatief te nemen. Ze richten eerst 'de Maatschappij tot Verpleging van Krankzinnigen op het land' op, daarna kopen ze het landgoed Coudewater. Zo werd Coudewater, dat in eerste instantie was bedoeld als buitengesticht van Reinier van Arkel, een volkomen zelfstandige inrichting en tevens het eerste Nederlandse plattelandsgesticht. Het plan zou opgezet worden volgens het paviljoensysteem en het was de bedoeling dat er 350 patiënten zouden kunnen verblijven. De eerstejaren van Coudewater stonden in het teken van intensief bouwen. Toen het landgoed werd betrokken, was er naast het hoofdgebouw nog een koestal, een remise, een paardestal en een boerderij met groentekassen.
De beide vleugels van het hoofdgebouw hadden aanvankelijk geen verdieping, deze zijn er voor de in gebruikneming op aangebracht. Ondanks de oorspronkelijke plannen om de patiënten in paviljoens onder te brengen, werden vanwege de enorme toestroom van patiënten, de gebouwen opgezet volgens het traditionele bloksysteem. Het centrale punt was het oude landhuis dat als hoofdgebouw fungeerde. Daarin waren het bestuuren de administratie gevestigd, alsmede de observatieafdeling en ziekenzalen voor mannen en vrouwen. Direct achter het hoofdgebouw kwam een klein complex met daarin de keuken, de kapel en twee zijvleugels voor het klooster. De verblijfsruimten en werkplaatsen stonden in twee halve cirkels hier omheen. Binnen de gebouwen onstonden zo twee omsloten binnenterreinen voor respectievelijk de mannelijke patiënten aan de linker zijde, en de vrouwelijke patiënten aan de rechter zijde. Zij waren strikt van elkaar gescheiden. De scheiding bestond uit het middencomplex, met aan de achterzijde een muurdie doorliep tot aan de paviljoens. TussenMariënwater en de kapel was er een afscheiding in de vorm van beplanting. Deze muur zette zich zelfs binnen in de kapel voort als een houten wand, behalve in het priesterkoor waar het altaar stond.4 De inrichting was nagenoeg zelfvoorzienend. Er werden groenten en fruit geteeld, er was vee, een bakkerij, wasserij en een technische dienst.
Er kwamen werkplaatsen voor de patiënten: een kleermakerij, schoenmakerij, mattenmakerij, timmerwinkel voor de mannelijke patiënten. Een wasserij, een naaikamer en een strijkkamer voor de vrouwelijke patiënten. Voor de watervoorziening werd op het terrein van de mannenafdeling een
bron geslagen. Achter op het terrein werd een gasfabriek gebouwd, zodat men zelf in de verlichting kon voorzien. De verwarming vond plaats door middel van kolenkachels. Pasna 1880 werden er de eerstelossepaviljoens gebouwd. De belangrijkste gebouwen op het terrein waren op de Berlicumseweg georiënteerd. Voor het hoofdgebouw was een parkachtig landschap in Engelse landschapsstijl gecreëerd. Hier stonden de belangrijkste villa's: de huizen van de directeuren en de paviljoens eerste klasse voor zowel de mannen als de vrouwen. Uiteraard van elkaar gescheiden en aan de juiste zijde van de scheidslijn. Ook rond de villa's waren siertuinen met vijvers aangelegd. De gedachte achter een landschapstuinwas dat de aanblik hiervan aanleiding moest geven tot meditatie, melancholie en overpeinzing. Het moestde patiënten tot rustbrengen. Veranderingen in de heersende opvattingen ten aanzien van de behandeling van patiënten zorgden voor verbouw, sloop en nieuwbouw. Vooral in het interieur van de oude gebouwen werden veel wijzigingen doorgevoerd. De opzet van het terrein, dat in de beginperiode een duidelijke structuurhad, werd losgelaten. De latere, meestal utilitaire gebouwen, richten zich meer op de Peter de Gorterstraat. De nieuwe paviljoens werden in een halve cirkel aan de achterzijde rondom het bestaande complex gebouwd.
In 1918 werd het terrein aanzienlijk uitgebreid door de aankoop van het landgoed Zandbergen. Dit bosterrein was bestemd voor recreatie. Tot 1919 bleef het terrein opgedeeld in een vrouwen-en een mannenzijde. Vanwege een conflict met het bestuur besloten de paters in datzelfde jaar te vertrekken en werd de leiding gedwongen de mannelijke patiënten elders onder te brengen. Het duurt nog tot 1931 voor dat alle mannelijke patiënten herplaatst konden worden. Vanaf die periode was de inrichting alleen voor vrouwen bedoeld. Door het vertrek van de laatste mannelijke patiënten in 1931, werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om de panden op het terrein te verbouwen. Naast het hoofdgebouw werden ook veel paviljoens in deze periode verbouwd, vooral die aan de linkerzijde van de as, waar voorheen de mannelijke patiënten waren ondergebracht. Omdat er een groot tekort aan vrouwelijke religieuze verpleegsterswas, werden ook lekenzustersop het terrein opgeleid. De al eerder bij Reinier van Arkel betrokken Zustersvan Barmhartigheid werden voor de verpleging ingezet. Om de zustersonderdak te kunnen bieden en om het aantrekkelijk te maken om op Coudewater te werken, werd besloten een nieuw klooster te bouwen. Het gebouw kreeg in de basis de opzet van een traditioneel klooster met kapel, een kloostergang en een binnentuin. De lekenzusterswerden in het gebouw De Beek ondergebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het leven van de patiënten verlicht door verbeterdemedicatie. In de jaren '60 en '70 eisten patiënten en personeelsleden meer inspraak in de behandeling, het beleid, wonen en dagbesteding. De gebouwen werden opnieuw aangepast aan de vernieuwde opvattingen over behandeling en huisvesting. Ook kwamen er gebouwen met nieuwe
circa 1872 ets van Coudewater H.Bogaerts h-scan | pagina 6
h-scan | pagina 7
voorzieningen zoals een winkel, een bankfiliaal en een ontspanningscentrum. Met de bouw van een nieuw klinisch centrum in 1969-1971 werden alle klinische diensten en de administratie in één gebouw ondergebracht. Zo’n twintig jaar later fuseerde Coudewater met andere instanties en ging verder als Stichting Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) Oost Brabant. Door reorganisaties en een teruglopend aantal patiënten werd in 2019 besloten het complex te verkopen.
de psychiatrie en haar gebouwen De negentiende eeuw is de eeuw van de grote hervormingen in de psychiatrie, toentertijd krankzinnigenzorg genoemd. Tot ver in de voorafgaande eeuw was er nauwelijks aandacht voor een therapeutische behandeling van de patiënten. Onder invloed van het gedachtengoed van de verlichting kwam daar langzamerhand verandering in. Door de vernieuwers werd een meer menslievendebehandeling gepropageerd, waarbij de patiënt zijn zelfcontrole terug moest krijgen. Het was belangrijk dat de patiënten uit hun omgeving werden gehaald en in een gesticht werden geplaatst. Deze gestichten zouden idealiter niet in de stad moeten liggen maar op het platteland. De natuur werd geacht heilzaam te zijn. Onder invloed van de nieuwe buitenlandse inzichten en de slechte situatie in de stedelijke gast- en dolhuizen werd in Nederland in 1841 de Krankzinnigenwet aangenomen. Overbevolking van de gestichten vormde in 1884 aanleiding tot de tweede Krankzinnigenwet. Door een verbeterd opnamebeleid probeerde men het probleem van de overbevolking te verminderen. Desondankssteeg het aantal patiëntenin de periode 1880-1914 explosief. Nieuwe stichtingen waren vooral het werk van lagere overheden en op kerkelijke grondslag functionerende politieke organisaties.
Dertien van de negentien nieuwe ziekenhuizen uit de periode 1880-1914 werden gebouwd volgens het paviljoenstelsel.Een complex bestond uit losse gebouwen in landelijke of bosrijke terreinen. Vanaf 1916 werden open afdelingen aan de gestichten toegevoegd, waar geneeslijke krankzinnigen vrijwillig werden opgenomen. Vanaf dat momentwerd de term ‘psychiatrische inrichting’ een gebruikelijke term. De woonsituatie in de instellingen werd op de eerste plaats bepaald door de aangebrachte scheiding van de verschillende categorieën patiënten: een strikte scheiding der seksen, een indeling in rustige, (half) onrustige en ‘razende’ patiënten. Daarnaast was er een klassenonderscheid, een strikte scheiding van drie, tot zelfs vijf verschillende klassen.
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
COUDEWATER
ONTWIKKELING GEBIED COUDEWATER
h-scan | pagina 8
1872, al na twee jaar is een groot deel bebouwd
1926 ,utilitaire gebouwen en personeelsverblijvenlangs de Gorterstraat
1970, bouw kliniek, keukengebouw,theater,uitbreiding paviljoens
1883, uitbreidingenaan het NO paviljoen, boerderij, kleinepaviljoens
1956, nieuw klooster,uitbreiding paviljoens, meerutilitaire gebouwen
1979, afbraak van de oude gebouwen
h-scan | pagina 9
1811-1832, het hoofdgebouw nog in gebruik als landhuis
1872, uitbreiding en verhoging van de zijvleugels van het hoofdgebouw
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
ONTWIKKELINGEN GEBOUW
EXTERIEUR
1878, vroege plattegrond uit een verslag over krankzinnigengestichten
situatie begane grond voor 1930
aanpassingen rond 1930 waaronder nieuwe trappen
huidige voorgevel
1994, er komen steeds meer kantoorfuncties in het hoofdgebouw
het hoofdgebouw voor 1870
h-scan | pagina 10
bouwsporen in de voorgevel van de zijvleugel
h-scan | pagina 11
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
INTERIEUR
FASERING
oudste bouwfasen
1870-1900
h-scan | pagina 12
XIV A
1930
1515
1942
16de - 17de eeuw
ca 1956
1865-1872
ca 1966
1880-1910
1994-2009
na 2009
h-scan | pagina 13
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
BOVENSCHRIFT
FASERING
TITEL
h-scan | pagina 14
h-scan | pagina 15
zolder
Dak hoofdgebouw
kelder
Kelder bevindt zich onder het middelste bouwdeel
XIV A
1930
1515
1942
16de - 17de eeuw
ca 1956
1865-1872
ca 1966
1880-1910
1994-2009
na 2009
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
WAARDERING
WAARDERING
hoge monumentwaarden
plafondafwerking
hoge monumentwaarden
plafondafwerking
positieve monumentwaarden
vloerafwerking
positieve monumentwaarden
vloerafwerking
indifferente monumentwaarden
wandafwerking
indifferente monumentwaarden
wandafwerking
onbekende waarde
balklaag of kapconstructie
balklaag of kapconstructie
?
interieurelement
?
onbekende waarde
interieurelement
h-scan | pagina 16
h-scan | pagina 17
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | MONUMENTALE WAARDEN
WAARDERING interne waardering met plattegronden uitleg Op basis van het hiervoor beschreven bouwhistorische onderzoek zijn in deze waardering de monumentale waarden van het object vastgesteld. Als uitgangspunt voor de waardering is de nieuwe uitvoeringsrichtlijn uit 2024 van de ERM aangehouden. In deze richtlijnen bestaat de waardering uit twee onderdelen, de contextuele en de intrinsieke waardestelling. De contextuele waarden omschrijven de positie van het gebouwde object ten opzichte van de ruimere cultuurhistorischecontext. De intrinsieke waarden geeft de betekenis van de verschillende onderdelen in relatie tot het object zelf. Vaak is er al een beknopte contextuele waardestelling opgesteld als onderdeel van de registeromschrijving of redengevende omschrijving. Omdat de bestaande beschrijving algemeen en beknopt is wordt de contextuelewaarding hier verder aangevuld. Hieronder wordt aangegeven hoe de waarden gelezen en gehanteerd dienen te worden. In de intrinsieke waardestelling wordt het relatieve belang van onderdelen en aspecten van een bouwwerk bepaald. De onderdelen krijgen een hoge, positieve of indifferente monumentwaarde. De waarden worden vastgesteld binnen de context van het object van onderzoek. De intrinsieke waardering heeft zowel betrekking op het exterieur als het interieur van het bouwwerk.
Deze intrinsieke waardering wordt door middel van waarderingsplattegronden verduidelijkt. Een hoge monumentale waarde is van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. Behoud van deze onderdelen is het uitgangspunt bij de planvorming. Aanpassingen zijn denkbaar wanneer de monumentale waarde hiermee wordt versterkt. Elementen met een positieve monumentale waarde zijn van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object. Bij planvorming dient er naar gestreeft te worden deze onderdelen zoveel mogelijk te behouden. De indifferente gewaardeerde onderdelen hebben relatief weinig belang voor de structuur en/of betekenis van het object. Bij planvorming heeft het de voorkeur eventuele wijzigingen juist hier door te voeren.
contextuele waardering historische waarden Mariënwater kent een lange en gevarieerde geschiedenis. Het begon als dubbelklooster, werd vervolgens onderdeel van een landgoed, diende als hoofdgebouw van een psychiatrische inrichting en functioneert tegenwoordig als kantoorgebouw. Als klooster was het bijzonder vanwege de aanwezigheid van zowel mannelijke als vrouwelijke kloosterlingen, een zeldzaamheid onder religieuze gemeenschappen. Bij de Birgittijnen en Birgittinessen werden dubbelkloosters nog tot de 16de eeuw gesticht. De laatste dubbelkloosters werden rond 1800 opgeheven.
Als psychiatrische inrichting speelde Coudewater een baanbrekende rol. Het was de eersteinstelling in Nederland die buiten de stad werd gevestigd, een innovatieve stap in de ontwikkeling van de gezondheidszorg. Bovendien fungeerde de psychiatrische instelling als belangrijke werkgever in de regio, met zowel directe als indirecte economische impact. Mariënwater was het eerste, oudste en tevens het belangrijkste gebouw van de instelling. ruimtelijke waarden Het hoofdgebouw vormt het historische hart van het complex en is een essentieel onderdeel van het terrein. Het heeft ruimtelijke waarden in relatie met de omliggende gebouwen, het groen en de landschappelijke inrichting. Het object heeft belang voor het aanzien van het dorp en de streek. Het hoofdgebouw speelt een belangrijke rol in de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting van Coudewater. Het was immers het eerste gebouw op het terrein waar het latere landgoed en de psychiatrische in richting ontstonden. Op het terrein van de psychiatrische inrichting ontstond een scheiding tussen de meer representatieve gebouwen die dichtbij de Berlicumseweg lagen en de functionele gebouwen bij de Peter de Gorterweg. Ondanks dat de situatie rondom het hoofdgebouw in de loop der jaren ingrijpend is veranderd, is de stedenbouwkundige en landschappelijke situatie nog goed afleesbaar en vormt ze een belangrijke monumentale waarde.
Vergelijking van de ingekleurde plattegrond op pagina waardering 8 met de hedendaagse situatie laat zien dat er nog elementen zoals vijvers en paden bewaard zijn gebleven. Archeologisch onderzoek van het terrein rond het hoofdgebouw heeft duidelijk gemaakt dat er nog resten van de middeleeuwse én latere structuren onder het maaiveld bewaard zijn gebleven. Het klooster terrein is daarom ook van grote archeologische waarde.
bewaard gebleven. Voorbeelden daarvan zijn de kap boven het middendeel van het gebouw en het metselwerk in de kelder. In de muren van het pand zijn ook nog sporen van oudere bouwfasen bewaard gebleven. Die zijn bijvoorbeeld zichtbaar bij de kaarsnissen op de begane grond. Behalve de oudst bewaarde delen zij ook de constructies en methode uit de latere bouwfasen van belang. Voorbeelden daarvan zijn de kappen op de beide zijvleugels, de afwerking van de voorgevel met pleisterwerk en raamomlijstingen. Ook functionele elementen zoals de roeden in de 19de eeuwse vensters zijn bouwhistorisch belangrijk. In het interieur zijn bouwmaterialen zoals tegels te vinden die kenmerkend zijn voor de bouwfase uit het tweede kwart van de 20ste eeuw. waarden vanuit de gebruikshistorie De belangrijkste herinneringswaarden van Mariënwater liggen in de langdurige functies die het gebouw en het terrein hebben gekenmerkt. De functie als psychiatrische inrichting, die gedurende 150 jaar een belangrijke rol speelde, behoort tot de belangrijkste herinneringswaarden. Daarnaast is de herinnering aan het dubbelklooster van groot belang. Dit klooster, dat bijna 300 jaar op deze locatie bestond, benadrukt de unieke geschiedenis van Coudewater als plek waar zowel mannelijke als vrouwelijke kloosterlingen samenleefden.
Zelfs tijdens de periode als psychiatrische inrichting bleef de kloosterlijke invloed voelbaar, doordat zustersen broeders hier werkten en woonden. Beide functies zijn niet alleen bepalend geweest voor de identiteit van het terrein, maar ook voor de geschiedenis van de directe omgeving. De herinnering aan deze functies vormt een essentieel onderdeel van het culturele erfgoed en de historischegelaagdheid van Coudewater.
intrinsieke waardering Architectonische waarden Het gebouw heeft architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een ouder bouwwerk dat door de eeuwen heen werd aan gepast, met name in de 19de eeuw. Het interieur bevat nog laat-middeleeuwse elementen zoals de kap, samengestelde balklagen en bijzondere kelders. De kap is in hoge mate gaaf en zeldzaam, ook de kelders met de kruisribgewelven hebben een hoge zeldzaamheidswaarde. Bovendien hebben deze onderdelen waarde vanwege de hoge ouderdom. De gevels werden in de 19de eeuw aangepast aan de heersende mode van die tijd. Kort na de bouw zijn de vensters van de zijvleugels voorzien van zinken roeden die dienden om te voorkomen dat patiënten naar buiten klommen, een detail dat kenmerkend is voor de functie van het gebouw in die periode. De gevels en vensters zijn sinds de aanpassingen in de late 19de eeuw nagenoeg overanderd gebleven. Het hoofdgebouw is een belangrijk historisch en beeldbepalend element in zijn omgeving. bouwhistorische waarden Het hoofdgebouw heeft bouwhistorische waarde vanwege de historische gelaagdheid en de afleesbaarheid van de verschillende bouwfasen. Er zijn bouwhistorisch belangrijke elementen
bouwmassa • Het middelste bouwdeel van de huidige bouwmassa dateert uit het begin van de 16de eeuw. De beide zijvleugels stammen deels uit de 17de eeuw, maar werden grotendeels vernieuwd in 1870. Het hoofdbouw heeft een rechthoekig grondplan en bestaat uit twee bouwlagen met zadeldaken. Tegen de achtergevel bevinden zich enkele eenlaagse aanbouwen uit de late 19de eeuw. Omdat de bouwmassa sinds 1870 nauwelijks is veranderd, heeft deze een hoge mate van authenticiteit en daarmee een hoge cultuurhistorische waarde. gevels • De gevels van het hoofdgebouw zijn vormgegeven in neoclassicistische bouwstijl. Rond 1865-1870 werden de oudere gevels naar deze stijl aangepast. Ook de laat 19de eeuwse aanbouwen tegen de achtergevel zijn in dezelfde bouwstijl vormgegeven. Grote delen van de gevels bevatten ouder metselwerk uit de periode toen het gebouw als klooster in gebruik was. De gevels hebben een hoge cultuurhistorischewaarde als toonbeeld van een oudere kern met gevels vormgegeven in de late 19de eeuw. De gevels hebben bovendien waarde vanwege de ouderdom van het achterliggende metselwerk.
h-scan | pagina 18
• De oostgevel van de westelijke achteraanbouw is in 1968 gebouwd, toen de dakoverstek, die als veranda diende, werd dichtgezet. De vensters en deuren in deze gevel zijn afwijkend van de bestaande vensters en deuren. Bovendien is de gevel geplaatst in de karakteristieke overstek die bij de ziekenkamers van de achteraanbouw hoorde. Vanwege de beperkte ouderdom, afwijkende vormgeving en locatie heeft de gevel slechts een positieve intrinsieke waarde. • De tuinkamer tegen de achtergevel van de vrouwenvleugel werd in 1930 gebouwd. Recent zijn de oorspronkelijke ramen vervangen door nieuwe exemplaren met dikke roeden. Door deze aanpassingen hebben de gevels van de tuinkamer een positieve intrinsieke waarde. • Tegen het westelijke deel van de achtergevel van het middelste bouwdeel is in 1930 een aanbouw gerealiseerd om binnen meer ruimte te creëren. Alle vensters in de achtergevel zijn recent vervangen door nieuwe exemplaren met dubbel glas. Vanwege beperkte ouderdom en latere aanpassingen heeft dit geveldeel een postitieve intrinsieke waarde. • Tegen het midden van de achtergevel staat een latere entree, die in drie bouwfasen is ontstaan. Bij de laatste verbouwing is een rechthoekig volume ontstaan die qua bouwmassa en bouwstijl geen waarde toevoegt aan het bestaande gebouw. De aanbouw heeft een indifferente intrinsieke waarde.
vensters en deuren • De deuren en vensters van Marienwater stammen grotendeels uit 1865-1870. Kort na de bouw zijn de zinken roeden in de ramen en glasdeuren toegevoegd, zodat de patiënten niet via de ramen naar buiten konden. De deuren en vensters uit de bouwtijd samen met de toevoeging van de zinken roeden hebben vanwege de authenticiteit en ouderdom een hoge monumentale waarde. • De deuren en vensters die zijn nagemaakt naar bestaand model worden positief gewaardeerd. • Later toegevoegde vensters en deuren met een afwijkende vormgeving, zoals aangegeven op de waarderingsplattegronden, hebben een indifferente intrinsieke waarde. constructie en kappen • Het middelste bouwdeel van Marienwater heeft een eikenhouten kapconstructiedie dateert uit circa 1515. De kapconstructie is nagenoeg geheel compleet. Bij de kapconstructie hoort een eikenhouten klokkenstoel. De kapconstructie met klokkenstoel zijn authentiek en zeldzaam en hebben een hoge intrinsieke waarde. • Het dak is in 1865 voorzien van horizontaal houtendakbeschot dat nodig was voor het bevestigen van de leien. Ondanks dat het dakbeschot jonger is dan de constructie, is het cruciaal voor het bevestigen van de leien en heeft het beschot een hoge waarde. • De beide zijvleugels hebben daken uit 1870. De daken zijn nog volledig uit deze bouwfase en hebben een hoge waarde.
• In het middelste bouwdeel zijn zeer waarschijnlijk de samengestelde balklagen uit 1515 aanwezig. Deze oude balklagen hebben een hoge intrinsieke waarde.
• De beide zijvleugels hebben enkelvoudige balklagen uit 1870. In de balklagen zijn alleen door de liftkokers en de trap uit 1930 doorbraken gemaakt, verder zijn de balklagen nog intact. Ook deze balklagen hebben een hoge waarde. • De laat middeleeuwse kelders zijn gedekt met gemetselde kruisribgewelven en met tongewelven, waarbij de delen met kruisribgewelven ouder zijn dan de delen met de tongewelven. De kelders hebben een hoge intrinsieke waarde. interieur en afwerking • De pekelbakken in de kelder zijn in de loop van de tijd aangebracht en vertellen iets over het gebruik van de kelders. • Op de grond van de kelderruimten liggen plavuizen van verschillende formaten en uit verschillende bouwfasen. De plavuizen verkeren in een vrij goede staat en zijn kenmerkend voor de vloerafwerking van oudere kelders. • De trappenhuizenin de beide zijvleugels uit 1870 zijn nog geheel aanwezig en authentiek. • De marmeren vloer in de gang op de begane grond stamt waarschijnlijk uit 1865, op de grond zijn bouwsporen te zien van de spiltrap die zich hier voor 1930 bevond. • De houten betimmeringen rondom de vensters dateren grotendeels uit 1865-1879 en zijn een belangrijk en authentiek onderdeel van de afwerking van het gebouw. • Alle paneeldeuren uit de late 19de en vroege 20ste eeuw hebben een hoge intrinsieke waarde. • Het stucwerk boven de getoogde paneeldeuren in het middelste bouwdeel op de verdieping.
Dit stucwerk is handmatig aangebracht en zal waarschijnlijk uit de vroege 19de eeuw stammen, maar het kan ook ouder zijn. • In het gebouw zijn vier stijlkamers aanwezig, twee daarvan hebben deuren, wandversieringen en plafonds van een hoge kwaliteit. • De trappenhuizen uit 1930 zijn nog compleet aanwezig. Ze hebben bijzondere loodgeglazuurde tegels op de muren en kenmerkende tegels uit de jaren '30 op de vloer. • Uit de verbouwingsfase rond 1930 zijn nog enkele bijzondere elementen behouden zoals de tegelvloeren en wandtegels in de gangen. In een van de kamersis een wasbakje met tegels en kraan behouden. Erg bijzonder en zeldzaam zijn de diabolovormige tegels van de centrale gang in het middelste bouwdeel op de begane grond. • De zoldervloeren zijn nu afgewerkt met moderne houten platen. Onder de platen zullen zeker nog de oorspronkelijke houten vloeren liggen. Afhankelijk van de authenticiteit van de vloeren hebben ze vooralsnog een hoge waarde.
• De klok op de zolder is in 1922 gemaakt, waarschijnlijk als vervanging van een oudere klok. • Nieuwe onderdelen die geen monumentalewaarde aan het gebouw toevoegen zijn: - moderne tussenwanden, vensters en deuren - de liften en liftkokers in de beide zijvleugels - de verlaagde systeemplafonds - moderne vloerafwerkingen zoals tapijt • De eenvoudige houten hokken van triplex op de middelste zolder zullen rond 1930 zijn getimmerd. Het grootste hok was bestemd als telefooncentrale, de centrale is echter niet meer aanwezig en het hok wordt als opslag gebruikt. • Op de constructie van de kappen van de zijvleugels is kippengaas met een in olie gedrenkt papier aangebracht. Dit is waarschijnlijk in de jaren '60 gebeurd. Het kwalitatief inferieure materiaal voegt geen waarde toe aan het gebouw.
• De indeling van het linkerdeel van het middelste bouwdeel uit 1930 op de begane grond heeft een postitievewaarde. Dit deel was bestemd voor de geneesheren, directeur en boekhouding. Veel elementen uit 1930 zijn hier nog behouden. • De houten wanden, glaswanden en deuren uit 1966 in de hal tegen de achtergevel hebben vanwege de kenmerkende vormging uit de jaren '60 een positieve waarde. • In het pand zijn nog diverseradiatoren uit de jaren '30 in gebruik. Vanwege de ouderdom hebben ze een positieve waarde.
h-scan | pagina 19
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBIED
BOVENSCHRIFT
ONTWIKKELING IN DE TIJD
TITEL
ca 1850 (landhuis en landgoed particulier)
ca 1900 (kliniek voor krankzinnige)
<2022
orientatie op berlicumse weg duidelijke relatie tuin en gebouw
orientatie; functionele scheiding stedenbouwkundig entree zijde en besloten achterzijde ruimtelijke verbinding met aangrenzende panden
alzijdige orientatie landschappelijke inpassing
h-scan | pagina 20
h-scan | pagina 21
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBIED
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBIED
ALZIJDIG IN HET LANDSCHAP
INPASSING IN BESTAANDE SITUATIE
centraal tuin gekoppeld aan omliggende gebouwen besloten tuinen
besloten tuinen
orientatie op Berlicumseweg formele voorzijde
h-scan | pagina 22
h-scan | pagina 23
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBIED
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBIED
INPASSING STEDENBOUWKUNDIGPLAN LANDGOED EN BOSZONE
BESTEMMINGSPLAN COUDEWATER LANDGOED EN BOSZONE
mariënwater stedenbouwkundig plan landgoed en boszone | VOF Land van Coudewater landgoed - rijskmonument
| 28 06 2022
mariënwater bebouwingslijn strak om rijksmomument archeologie -1 van toepassing
parkeren in parkeerkamers
hoofgebouw is bouwvlak l bijgebouw max 100m2 | max nokhoogte 15m | maximale goothooge 9m | programma gemengd
h-scan | pagina 24
h-scan | pagina 25
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBOUW
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBOUW
BEGANE GROND
VERDIEPING
Open structuur van slaapzalen is dichtgebouwd tbv kantoor 2000-2024 Open structuur van slaapzalen is dichtgebouwd tbv kantoor 2000-2024 grote ingreep met uitbouw aan achtergevel ca 1930 oorspronkelijke trap verplaatst en middengang toegevoegd
Protestante kerk en loggerkamers 1880-1960 1960-heden kantoor ruimtes
“kruipdoorsluipdoor”
“kruipdoorsluipdoor”
nieuw trappenhuis ca 1930
spiltrap is weggehaald, nieuwe trap toegevoegd Open structuur van slaapzalen is dichtgebouwd tbv kantoor 2000-2024 oorspronkelijke gangstructuur aan voorzijde gevel verdwenen middengang toegevoegd ca 2009
Open structuur van slaapzalen is dichtgebouwd tbv kantoor 2000-2024
hoofdentree -
grote ingreep middenbeuk rond 1930
-
-
Linker en rechter vleugel nieuwe structuur toegevoegd tbv kantoor 2000-2024. Voorheen waren dit slaapzalen open structuur
in middenbeuk zat een protestante kerk met logeerkamers. Later zijn dit kantoor ruimtes geworden.
-
Linker en rechter vleugel nieuwe structuur toegevoegd tbv kantoor 2000-2024. Voorheen waren dit slaapzalen open structuur
-
oorspronkelijke spiltrap voorzijde weggehaald. In 1930 is een nieuw trappenhuis toegevoegd aan de rechterzijbeuk
-
oorspronkelijke spiltrap voorzijde weggehaald
-
oorspronkelijke hoofdentree behouden
-
oorspronkelijke gangstructuur aan voorzijde gevel is verdwenen in de linker en rechter zijvleugel; middengang toegevoegd tbv kantoor functie 2000-2024
oorspronkelijke gangstructuur aan voorzijde gevel verdwenen
h-scan | pagina 26
h-scan | pagina 27
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBOUW
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBOUW
KAP
RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN DATA
geen daglicht
zolderverdieping
vrije hoogte onder spanten ca 2.3m
vrije hoogte beperkt 1e verdieping
begane grond
kelder ca 200m2 bevindt zich onder bouwdeel B
h-scan | pagina 28
h-scan | pagina 29
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBOUW
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBOUW
DOORSNEDE 1 - MIDDENBEUK
DOORSNEDE 2 - ZIJBEUK
kap niet geisoleerd eiken‘sporenkap’constructie (ca 1513). spanten h.o.h 2.5m; de houten draagconstructie zullen voor een groot gedeelte dateren uit de middeleeuwen*
dak (leien) in goede staat met grenen dakbeschot *
Kap dateert uit ander jaartal dan middenbeuk hoogte beperkt onder constructie
geen daglicht
7.8m
e kap constructi
massieve muren 1,5 steens | geen spouw
2.74m
De verdiepingsbalk laag bestaat uit moer en kinderbalken, afgaande op bepleisterde moerbalken in de plafonds van de begane grond*
3.5m
10m 1.8m
kelder tonggewelfde constructie middeleeuwse opzet*
10m
(*bron artikel Harry Boekweit, bouwhistorisch onderzoek)
hoge verdiepingshoogte
h-scan | pagina 30
maaiveld lager toegankelijkheid via trap
h-scan | pagina 31
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBOUW
KWALITEITEN VAN HET ERFGOED | GEBOUW
GEBOUWSTRUCTUUR
RESUME WAARDEN EN KANSEN
monumentaal lang teruggaande historie gaaf casco gegroeid ensemble twee belangrijke bouwfases; 1870 en 1930
sober gedecoreerde gevels
stedenbouw dubbele orientatie
1931
programmatische mogelijkheden bestemmingsplan
rijk gedecoreerde gevels
kansen voor buitenruimten aan noordzijde ruimtelijk driedeling (gegroeid) differentatie aan ruimten dichtgegroeid interieur geen daglicht in kap
1878
h-scan | pagina 32
h-scan | pagina 33
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
DENKLIJNEN Om ‘gevoel’ te krijgen voor de transformatie mogelijkheden van het complex vinden wij het noodzakelijk om de ruimtelijke en programmatische verkenning in aard en omvang te doordenken. Dat doen we door denklijnen op te stellen. Vanuit drie denklijnen onderzoeken we de transformatiemogelijkheden van het monument, op het niveau van verhaal, gebied en gebouw. De denklijnen hebben ieder een eigen zwaartepunt. kernwaarden bouwhistorie
De essentiële waarden vormen een belangrijke basis voor de onderzochte denklijnen. Deze waarden vormen niet enkel een toetsingskader, maar juist een kans voor toekomstige transformatie in de vorm van herstellen, versterken of opnieuw interpreteren van deze waarden. De denklijnen geven een brede doorkijk en fungeren als ‘stresstest’ voor het monument. Het toont het potentieel in relatie tot de beschreven waarden. Enerzijds geven de gewenste en te verwachten ingrepen een goed beeld in de omvang van de transformatieopgave. Anderzijds laat de extrapolatie van een denklijn goed zien waar de waarden worden bevraagd, gevraagd of overvraagd. De stresstest geeft aan in hoeverre ingrepen of transformaties kunnen worden ‘gedragen’: als grens, of als wens. Conflicten bieden voor de ontwerper juist de handvatten en keuzes om te wegen en te vertalen in het vervolgproces.
denklijn 1 denklijn 3
We onderzoeken voor de kloosterkapel 3 denklijnen:
denklijn 2 kansen voor nieuw gebruik
veranderende context
1 hotel + wonen 2 conferentie + opleiding 3 zorgcentrum Aansluitend wegen we de diverse denklijnen irt bouwhistorische waarden, ruimtelijke en technische kansen en financiele mogelijkheden.
h-scan | pagina 35
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
RUIMTELIJKE STRATEGIE
ONTWIKKEL STRATEGIE
huidige situatie gevelaanpak integraal
kruip-door-sluip-door
een integrale gevelaanpak
weinig hierarchie in structuur
minimale ingrepen en generieke detaillering oorspronkelijk gevelbeeld behouden
(tuin) terug naar de casco we herstellen de oorsprokelijke structuur
A
kansen voor een ruimtelijke 3-deling duidelijke interne structuur
h-scan | pagina 36
+ +
B
+
+
h-scan | pagina 37
(tuin)
programatische invulling ‘samen onder 1 dak’ mogelijke ontwikkeling per plandeel segmentering vanuit oorspronkelijke structuur
C
Kansen voor benutten individuele buitenruimten
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
TERUG NAAR CASCO
TERUG NAAR CASCO
ruimtelijke ingrepen casco herstelwerkzaamheden - draagstructuur (incl vloer) - gevel en dak
zolderverdieping
- kozijnen - sloop interieur (terug naar de basis) casco plus - isoleren dak en vloer * - verduurzaming gevels (na-isoleren) - HR++ glas gevelkozijnen - aanpassen bestaande trapopgangen
*Exacte posities van bouwkundige ingrepen is afhankelijk van gekozen denklijn.
1e verdieping
casco sloop of inpassing doorsnede middenvleugel
doorsnede westvleugel
begane grond
h-scan | pagina 38
kelder ca 200m2
h-scan | pagina 39
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
DENKLIJN 1 | HOTEL + WONEN
DENKLIJN 1 | HOTEL + WONEN
concept - diverse invulling per plandeel;
(A)
(B)
combi van een boutiquehotel en parkwonen
HOTEL
(C)
zolderverdieping
WONEN
- 4-6 herenhuizen
(D)
- 14 - 18 hotelkamers 20-30m2 (4 sterren oppervlakte) - verticale scheidingen plandelen - entree’s aan formele voorzijde - private tuinen gekoppeld aan woonprogramma - collectieve buitenruimte gekoppeld aan restaurant - één aanpak casco buitenzijde
A
BOUTIQUE HOTEL
B
HOTELKAM
ERS
C
1e verdieping
programma
D
zijbeuken
grondgebonden herenhuizen aantal 4-6
middenbeuk
boutiquehotel restaurant op begane grond
tuin
terras
privé tuinen tbv wonen
tuin
A (nieuw)
B
HOTEL/RES T.
C
D
begane grond
RESTAURANT h-scan | pagina 40
tuin/ terras (restaurant)
h-scan | pagina 41
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
DENKLIJN 1 | HOTEL + WONEN
kap
begane grond LET OP: ingrepen in relatie tot het monument tbv openheid restaurant
data woning A
ca 270m2 GO + 55m2 GO(kap)
woning B
ca 300m2 GO + 85m2 GO(kap)
inbouwpakket
woning C
ca 300m2 GO + 75m2 GO(kap)
woning D
ca 270m2 GO + 80m2 GO(kap)
hotel
ca 680m2 GO + 230m2 GO(kap)
wonen - woningscheidende wanden - sloop bestaande liften - gebruik bestaande trappen, toevoeging nieuwe trappen - afwerkingsniveau wonen basisch - kap onbenoemde ruimte
metrages zijn indicatief, niet gebaseerd op een ’ingemeten onderlegger. hieruit kunnen geen rechten worden ontleend. uitgewerkte variant gaat uit van 4 woningen, een variant met 6 woningen biedt ook tot de mogelijkheden
1e verdieping
h-scan | pagina 42
hotel - dakramen toevoegen - nieuwe ontsluiting zolder - afwerkingsniveau restaurant/hotel cluster
h-scan | pagina 43
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
DENKLIJN 2 | CONFERENTIE + OPLEIDING
DENKLIJN 2 | CONFERENTIE + OPLEIDING
concept - gastvrij met aandacht; conferentie centrum met shortstay
(Congres)
- vergader en congresruimtes met unieke historisch karakter
zolderverdieping
- auditoriums met break-out ruimtes - bestaande hoofdentree aan formele voorzijde - communicerend ‘hart’ (op begane grond) - één aanpak casco buitenzijde programma zijbeuken
CONGRES
SHORT STAY
vergader- en congresruimtes met
SHORTSTAY
tuinkamers/ ateliers auditoriums met aangrenzend
1e verdieping
break-out ruimtes middenbeuk restaurant/ receptie shortstay of vergader-/ kantoorruimten tuin
ONTVANGS T / REST
GASTVRIJ
h-scan | pagina 44
begane grond
h-scan | pagina 45
publiek tuinen
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
DENKLIJN 2 | CONFERENTIE+OPLEIDING EN SHORT-STAY
kap
begane grond LET OP: ingrepen in relatie tot het monument tbv openheid restaurant
data
inbouwpakket
conferentie ca 1.160m2GO + 220m2 GO (kap)
conferentie + opleiding
shortstay
-
afwerkingsniveau utiliteit
-
verticale scheidingswanden aanbrengen
-
nieuw (verlaagd) plafonds
metrages zijn indicatief, niet gebaseerd op
-
kap centraal vergader
een ’ingemeten onderlegger. hieruit kunnen
-
kappen zijbeuk onbenoemde ruimte
ca 685m2 GO
techniek
geen rechten worden ontleend shortstay - afwerkingsniveau shortstay
1e verdieping
- verticale scheidingswanden
h-scan | pagina 46
h-scan | pagina 47
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
DENKLIJN 3 | ZORGCENTRUM
DENKLIJN 3 | ZORGCENTRUM
concept - health en wellness; 5 (zorg) partijen onder dak - working (apart) together
(techniek)
- collectieve functies centraal in het gebouw - mogelijk eigen entrees aan formele voorzijde
zolderverdieping
- kantoor/ vergader/ therapie/ uitslaapkamers - besloten tuinen aan zijbeuken | collectieve tuin/terras centraal - restaurant aan collectieve tuin/ terras - één aanpak casco buitenzijde
werken 2
werken of kliniek
programma zijbeuken
kliniek
1e verdieping
vergader en groeps/ therapieruimtes op de kop behandel/ kantoor ruimtes
4
middenbeuk restaurant/receptie (shared) ontvangstkamer met uniek historisch karakter; stijlkamers client/ uitslaapkamers met
ZORGZAAM
eigen sanitair tuin
WERKEN
1
(besloten) tuin/ workshops
SHARED
therapie/ clienten (zorg)
3
begane grond
shared voorzieningen
h-scan | pagina 48
tuin/ terras (restaurant)
h-scan | pagina 49
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
DENKLIJN 3 | ZORGCENTRUM
kap
begane grond LET OP: ingrepen in relatie tot het monument tbv openheid restaurant
data
inbouwpakket
werken (a/b/c/d)
ca 1.160m2GO (excl kap)
shared+klieniek
ca 685m2 GO (bg+c)
techniek metrages zijn indicatief, niet gebaseerd op een’ingemeten onderlegger. hieruit kunnen geen rechten worden ontleend
werken - afwerkingsniveau kantoor - verticale scheidingswanden - nieuw (verlaagd) plafonds - kappen onbenoemde ruimte shared+kliniek - afwerkingsniveau zorg - verticale scheidingswanden
1e verdieping
h-scan | pagina 50
h-scan | pagina 51
HAALBAARHEID
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
STRATEGIE
RESUME EN AFWEGINGEN denklijn 1 hotel+wonen Het overzicht op de volgende pagina geeft een doorkijk in de kansen en risico’s van de drie denklijnen. De inhoud is richtinggevend bedoeld en er kunnen geen rechten aan ontleend worden voor het vervolgtraject. De plannen dienen in het vervolgtraject afgestemd te worden met afdeling Erfgoed van de gemeente ‘s-Hertogenbosch en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Resumerend zijn alle drie de denklijnen kansrijk voor een vervolg. Deze verkenning is met name inspirerend bedoeld met een realistische doorkijk. Ensemble Het in stand houden van het ensemble aan de buitenzijde is een belangrijk uitgangspunt. Eventuele ingrepen dienen helder en herkenbaar te zijn als een ‘nieuwe tijdslaag’.
(tuin
A
++
wonen - casco + opgeleverd - inbouw optioneel
B
++
kantoor - casco + opgeleverd - inbouw ntb - bg shared
h-scan | pagina 52
(tuin
C
wonen - casco + opgeleverd - inbouw optioneel
We kijken uit naar de volgende stap in het transformatieproces van dit unieke monument.
kans • gevel nagenoeg in oorspronkelijkestaat,
stedenbouw
ruimtelijk
programmatisch
technisch
financieel
• alzijdig gebouw in het groen park sterk
• bijzonderewoonkwaliteit; parkwonen
• woonprogramma + hotel
• verticaal verkavelen
• gunstige verhouding programma irt bvo
ingrepen enkel in het ritme van de gevel
afleesbaar
• dubbele woonorientatie
• gangbaar | afzetbaar programma
• w o n e n : lagere bouwfysische eisen aan
• bouwkosten /m relatief laag
tbv nieuwe entree
• beeld versterken dmv plaatsing
• in de basis over 2 bouwlagen
• opbouw uit individueleonderdelen
vloeren; mogelijk deels behoud / herstel van
• voorzieningen drukken minder op de prijs
• in basis minimale ingreep in de kap
prive buitenruimtes op oorspronkelijke plek
• kap als 'verkoop' optie
bestaande vloeren
per eenheid (grote eenheden)
• inspelen op voor-achter dmv private en
• individuele stijgpunten inpasbaar
• nieuwe wanden zijn woningscheidend
collectieve tuinen
• effectief gebruik metrages
• geen horizontale brandoverslag
• lage parkeerdruk, parkeren in nieuwe
• collectieve voorziening centraal
• gevel aan de binnenzijde isoleren icm
parkeerhavens cf stedenbouwkundig plan
gelegen aan collectieve tuin/terras
voorzetramen
• vormgeving private buitenruimtes
• beperkt daglicht in de kap, optie tot
• relatief grote eenheden
• doorbraken in bestaande vloeren
dakramen in het dakvlak aan achterzijde
• kleinschalig hotelfunctie (<14
noodzakelijk tbv individuelee stijgpunten
kamers 20-30m2). optie kamers te
• staat van de bestaande vloeren en
verkleinen naar 15m2
benodigde ingrepen
• redelijk specifieke programma vraag
• aandacht voor brandveiligheid
• parkeerdruk hotel
• aandacht voor akoestiek| detaillering
plaatsing woningtrappen door risico •monumentale vloer • mogelijke wens tot dakkappellen aan
• vormgeving collectief terras/ restuarant
achterzijde tbv vergroten verblijfswaarden in kap • ingrepen in relatie tot het monument (tpv restaurant-hotel)
kans • behoud en terugbrengen van denklijn 2 oorspronkelijke ruimtelijke structuur conferentie+opleiding en short stay
• gevel nagenoeg in oorspronkelijke staat
• hoog aantal m3 door hoge verdiepingshoogtes, veel wandoppervlakte, daarmee kostenverhogend
• alzijdig gebouw in het groen park sterk
• bijzondere ruimtelijke(vergader)kwaliteit
• kansen voor programmatisch clusters met
• horizontale scheiding aanbrengen
• prijs /m2 redelijk comform een dergelijk
afleesbaar
• behoudt historisch karakter ruimtes
kleinere eenheden: congres | vergader |
• bestaand trappenhuizen handhaven
object
• beeld versterken dmv plaatsing
• indeling flexibel naar de toekomst
shortstay | kantoren |
• gevel aan de binnenzijde isoleren icm
besloten buitenruimtes op oorspronkelijke
• mogelijke mix van grote en kleine
• c ollectief programma; alles onder 1 dak
voorzetramen
plek
eenheden
• collectieve impuls voor aangrenzende
• kansen voor afwijkend en uniek
• toevoeging van ‘grote’ maat biedt andere
programma
woonwijk (restaurant/terras)
kansen met betrekking tot programmatische
• k ap isoleren en nieuwe dakramen
invulling
ingrepen in relatie tot het risico •monument
Middenbeuk: de middenbeuk vraagt om een specifiek gebruik passend bij het bijzondere, ruimtelijke en monumentale karakter. De ruimte lijkt zich goed te lenen voor open en toegankelijke functie die bijdraagt aan de beleving van het gebied en gebouw. Zijbeuken: de inrichting van de 2 zijbeuken is veelvuldig gewijzigd. Dit in combinatie met de heldere constructieve structuur geeft transformatie mogelijkheden naar de toekomst richting een (tijdelijk) verblijfsfunctie.
bouwhistorisch
(tpv restaurant) • dakramen in kap aan achterzijde
• vormgeving besloten buitenruimtes • vormgeving collectief terras/ restuarant • parkeer druk; uitgaand van parkeerhavens cf stedenbouwkundig plan
• nieuwe trappen tbv zolder middenbeuk
• horeca / restaurant is niet op voorhand
• gebruik van kapvolume bijna noodzakelijk
• relatief hoge kosten tbv algemene
• aandacht voor vluchten icm
toegestaan
vanuit totaal programma metrages/vraag
ruimten
vluchtcapaciteit aantal personen (tbv grote
• hogere parkeerdruk
• staat van de bestaande vloeren en
• gewenst afwerkingsniveau is van invloed
zalen/ auditorium)
• niet verknipbaar in verschillende
• ingrepen in relatie tot het monument
onderdelen
benodigde ingrepen
op kosten
(tpv restaurant)
• aandacht voor horizontale brandscheiding • aandacht voor akoestiek| detaillering • doorbraken in bestaande zolder vloer noodzakelijk tbv nieuwe stijgpunten
denklijn 3 zorgcentrum
kans • voortborduren op ruimtelijkekwaliteit voor- achterzijde
• alzijdig gebouw in het groen park sterk
• bijzondere ruimtelijke kwaliteit
• opbouw uit kleinereenheden
• geen doorbraken in vloeren
• gunstige verhouding programma irt bvo
afleesbaar
• indeling flexibel naar de toekomst
• schakelbaar
• horizontale en verticale scheiding
• bouwkusten redelijk conform
• mogelijke mix van grote en kleine
• m ultifontionele ruimtes (behandel/ therapie/vergader/kantoor(landschap))
aanbrengen
• hart van de (nieuwbouw)wijk
eenheden • verknipbaar in verschillende
• verknipbaar in verschillende onderdelen
onderdelen
risico • ingrepen in relatie tot het monument
• vormgeving collectief buitenruimtes • parkeer druk; uitgaand van
• aandacht voor vluchten bij verknipping • ingrepen in relatie tot het monument
• gevel aan de binnenzijde isoleren icm voorzetramen • aandacht voor akoestiek| detaillering
• hogere parkeerdruk
• staat van de bestaande vloeren en
• gewenst afwerkingsniveau is van invloed
benodigde ingrepen
op kosten
• aandacht voor horizontale en verticale
parkeerhavens cf stedenbouwkundig
brandscheiding • aandacht voor akoestiek| detaillering
plan
h-scan | pagina 53
HAALBAARHEID
HI-SCAN
RESUME EN AFWEGINGEN
COLOFON Dit document is gemaakt door:
maart 2025
Tarra architectuur en stedenbouw B.V. Postelstraat 60 5211 EB ‘s-Hertogenbosch 073 684 1448 info@tarra.nl www.tarra.nl
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van bovengenoemde partijen.
In samenwerking met:
Data en metrages in deze verkenning zijn indicatief en niet op basis van een ingemeten onderlegger. Er kunnen geen rechten aan deze verkenning worden ontleend.
DOOK erfgoedwerk info@dook.nu dook.nu 06 11 64 62 69 Bureau Wiegel B.V. Frankenslag 347 2582 HP Den Haag 070 737 0167 info@bureauwiegel.nl www.bureauwiegel.nl In opdracht van: VOF Land van Coudewater BPD Ontwikkeling BV regio zuid Melkfabriekstraat 11-J 5613MW Eindhoven +31 40 265 98 59 ontwikkeling.zuid@bpd.nl van Wanrooij projectontwikkeling Broekstraat 2 5386 KD Geffen 073 53 40 400 info@vanwanrooij.nl In afstemming met: herbestemmingsteam monumenten gemeente ‘s-Hertogenbosch postbus 12345 5200GZ ‘s-Hertogenbosch erfgoed@s-hertogenbosch.nl
h-scan | pagina 54
h-scan | pagina 55
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
PASSEND NAAR DE TOEKOMST
BIJLAGE - SCHRIFTELIJKE INPUT HERBESTEMMING MONUMENTEN
BIJLAGE - SCHRIFTELIJKE INPUT HERBESTEMMING MONUMENTEN
Bijlage 1
+ SO/WGZ (Wonen) SO/WGZ Wonen (Vervolg)
Gebundelde Input voortvloeiend uit presentatie onderzoekers Haalbaarheidsonderzoek Herbestemming Monumenten Mariënwater (Hoofdgebouw):
Let wel:
Aan van Wanrooij (Coudewater) t.n.v. M. Gerritzen en L. Snoeijen en onderzoeker Tarra (J. van de Ven, N. Walters) en DOOK (J. Schrijen)
deze input is bedoeld als advies om het definitieve rapport zo compleet mogelijk te laten zijn en daarmee een goede en stevige basis te laten vormen voor een (gefaseerde) Herbestemming uw prachtige monumenten in samenhang met de beoogde nieuwbouw.
Reactie vanuit:
SO/ROS (Stedenbouwkundigen SC) Geachte heer Gerritzen en mevrouw Snoeijen,
+ SO/ERFGOED (Archeologie)
Op 19 september 2024 ontvingen wij uw “Aanvraag voor subsidie Haalbaarheidsonderzoek Herbestemming op grond van de “Subsidieregeling Haalbaarheidsonderzoeken Herbestemming Monumenten ’s-Hertogenbosch 2024” voor de uw monument Mariënwater (Hoofdgebouw) op het Landgoed Coudewater. Per 3 oktober 2024 is aan u onder voorwaarden een voorlopige beschikking verleend het door u te verrichten “Haalbaarheidsonderzoek Herbestemming Monument” voor uw rijksmonument “Mariënwater” (hoofdgebouw) op Landgoed Coudewater. Als onderdeel van het proces en overeenkomstig de voorwaarden vinden er op cruciale momenten in het proces “Input-meetingen” plaats tussen de onderzoekende partij (Tarra), een afvaardiging van de leden van het gemeentelijk “Herbestemmingsteam Monumenten” in ad-hoc aanwezigheid van diverse overige inhoudelijk betrokkenen. De eerste input-meeting heeft kort na de start plaatsgevonden op 18 november 2024 en op 13 januari 2025 heeft de 2e input-meeting plaatsgevonden. Aan de hand van de door u gedane digitale presentatie tijdens de 1e en 2e input-meetings is vanuit de diverse disciplines verbale input geleverd. Aan het einde van deze bespreking heeft u gevraagd om – waar mogelijk – voor het haalbaarheidsonderzoek wenselijke schriftelijke input onzerzijds en heeft u toegezegd deze input integraal in het haalbaarheidsonderzoek te verwerken.
+ SO/ERFGOED (Bouwhistorie)
Overeenkomstig de werkwijze bij “Mila de Kampen” en “Emma/Kapel” leveren wij bij deze ook bij “Mariënwater” schriftelijke input vanuit de bevraagde disciplines naast de verbaal verstrekte input. In dit document treft u de vanuit de diverse disciplines verzamelde input overzichtelijk aan. Alle ontvangen aanvullende input is verwerkt in bijgaande overzichten, inclusief de reactie in relatie tot wonen d.d. 17 februari 2025. Hoewel wij op 21 januari jl. per mail van DOOK al een link naar het aangepaste bouwhistorisch onderzoek ontvingen verzoeken wij u de geleverde input te verwerken in het algehele integrale onderzoek, waar het bouwhistorisch onderzoek deel van uitmaakt. Rest ons te melden dat deze input enkel informatief is ten behoeve van uw haalbaarheidsonderzoek herbestemming monumenten en aan de inhoud van deze input geen rechten verbonden kunnen worden. Zoals u weet gaat een haalbaarheidsonderzoek herbestemming monumenten vooraf aan de formele planvorming en draagt derhalve geen formele status. Plannen en planconcretisering – al dan niet voortvloeiend uit de verrichte haalbaarheidsonderzoeken herbestemming monumenten – zal altijd nog steeds de reguliere besluitvormingsprocedures moeten doorlopen. Daar gaat dit proces slechts aan vooraf. De status van de input in dit gebundelde document moet dan ook enkel als informatief gezien worden.
In de bijlagen van deze mail treft u onze input aan, waarvan wij u verzoeken deze te betrekken bij de verdere concretisering en het verdere planvormingsproces en alle daaruit voortvloeiende vervolgstappen van de haalbaarheidsonderzoeken die door hun onderling nauwe relatie een integraal geheel vormen. Om onze aanbevelingen zo overzichtelijk mogelijk te houden hebben we voorzien in een kolomsgewijze toelichting per discipline. Wij hopen u met deze gebundelde input van dienst te zijn geweest en zien de definitieve haalbaarheidsonderzoeken herbestemming monumenten op korte termijn graag tegemoet.
Hoogachtend, Namens burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch De coördinator van het Team Advies & Ontwikkeling van de afdeling Erfgoed, tevens tijdelijk voorzitter Herbestemmingsteam Monumenten
+ SO/ERFGOED (Monumentenzorg cq. Herbestemmingsteam) + SB (Maatschappelijk Vastgoed)
Bijlagen: 1.
Inhoudelijke aandachtspunten per bevraagde discipline op het concept “Haalbaarheidsonderzoek Herbestemming Monument Mariënwater op Coudewater”
2.
Gebundelde Input (reactie per discipline) voortvloeiend uit de Input-meeting 1 en Inputmeeting 2 bij Haalbaarheidsonderzoek Herbestemming Monumenten Mariënwater
Julie Roselle
+ SO E&E (Economie)
+ Sector Stadsontwikkeling/ SO/E&E
Het gebouw heeft een gemengde bestemming en kan op grond daarvan zowel voor wonen als voor zorg wonen in woningen worden gebruikt. Het accent ligt vooral op economische functies. Mocht in het haalbaarheidsonderzoek de woonfunctie nadrukkelijk naar voren komen dan is een vervolggesprek wenselijk.
Mariënwater: Gelet op de 3 denkrichtingen met 3 verschillende mogelijke uitbreidingen de volgende input (discipline: zie linkerkolom):
Voor de uitgangspunten voor het programma voor Mariënwater op Landgoed Coudewater verwijzen we kortheidshalve naar het vastgestelde omgevingsplan en de anterieure overeenkomst. Daarin is aangegeven hoe de woningverdeling moet zijn voor de totale planontwikkeling voor het gehele Landgoed Coudewater. Voor het eventueel nog toe te voegen woonprogramma in de monumenten geldt op die grond het uitgangspunt van minimaal 25% sociale huur en 10% middenhuur. Omdat de anterieure overeenkomst dateert van vóór het bestuursakkoord wijken deze uitgangspunten af van de betaalbaarheidseisen uit het bestuursakkoord.
ALGEMEEN:
Verzenddatum : 18 februari 2024
3 Uit de stukken blijkt dat er aan in totaal 3 scenario’s gedacht wordt, maar de optie woningbouw niet op voorhand is uitgesloten. Vanuit die mogelijke optie onderstaande reactie.
Ruimtelijke strategie: Dit is voorstelbaar. Het sluit aan op de ontwikkeling van het gebouw door de jaren/ eeuwen en geeft helderheid en flexibiliteit in de plattegrond van het gebouw. Functioneel gezien is bestemmingsplan uitgangspunt maar de voorgestelde functies lijken daarin te passen.
Overigens geldt überhaupt, ongeacht welk scenario uiteindelijk de voorkeur heeft, dat het wenselijk is de invulling af te stemmen met het gehele plangebied Coudewater. Welke functie(s) versterken dit gebied en dragen bij aan een prettige woonomgeving. In die zin zou het mooi zijn als de invulling niet alleen voorziet in een behoefte ‘van buiten het gebied’ maar ook van meerwaarde is voor de bewoners van deze buurt (en de iets ruimere omgeving, bv. Maliskamp/Rosmalen Zuid). Voor welke zorg beoogt men de kliniek (bv. tandarts, huisarts of specifieker).