CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Sociaal 29 09 2021 (vastgesteld)

Commissie SOCIAAL 29 september 2021, gemeente 's-Hertogenbosch8.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie SOCIAAL Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

29 september 2021 Raadzaal

mw. drs. J. Hendrickx mr. drs. R. van der Meer mw. D.C.I.T. Coense-Weber, M.M.J. Dingemans, J.J.M. Gersjes, mw. J.M.C. van Gool, M.A.W.A.M. Hack, F.J. van Haren, A.W.J.A. van Hattem LLB, mw. M. van Heertum, mw. J.M.M. Hoog Antink. J.N. Kieft, mw. J.C.H. Lokhoff-Tiebosch, H.J.M. Mees, W.J. Plasmeijer, M.G.H. van Rens, A.P.R.G.M. van Rosmalen, P. Slikker en G.J.I.J. Smeets MBA mr. H.C. van Olden

Afwezig:

mw. Y. Dogan LLM, F.G.F. van Genugten, mw. A.M.P. van Gervenvan Nistelrooij, mw. R.F. van der Kallen-van der Donk, C.E.J.J. Koningstein, W.J.B. Meijer en F.H. van Valkenburg

Verslaglegging:

D. Graven

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur en heet de aanwezigen en kijkers thuis welkom. Ze meldt de berichten van verhindering. De heer Van Valkenburg laat zich vervangen door de heer Gersjes. De voorzitter wijst op de coronamaatregelen. In verband hiermee is er geen publiek aanwezig. De vergadering kan via de livestream worden gevolgd.

2.

Vaststellen van de agenda De agenda wordt vastgesteld.

3.

Vaststellen van het verslag van 8 september 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Moties en bestuurlijke toezeggingen De voorzitter legt het voorstel van het college voor om motie 5 als afgedaan te beschouwen. De commissie gaat hiermee akkoord.

Raadsvoorstellen 5.

Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant en wijziging begroting 2021 en 2022 GGD Hart voor Brabant De voorzitter leidt de bespreking van het onderwerp kort in. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) acht het positief dat nu met de vaccinatie tegen de meningokokken wordt gestart. Hij vraagt aandacht voor een goede informatieverstrekking en spreekt de hoop uit dat het lukt om iedereen te bereiken. Mevrouw Van Heertum (De Bossche Groenen) sluit aan bij de oproep van Leefbaar 'sHertogenbosch tot verbetering van de voorlichting bij het rijksvaccinatieprogramma. Zij vraagt wat de aanleiding voor de desbetreffende paragraaf in het voorstel is en hoe de verbetering er concreet uitziet. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) mist in voorliggende regeling de bestuurlijke toezegging dat er aandacht gevraagd zou worden voor drugsgebruik. Ook ziet hij in de stukken niets over de in het verleden gestelde vraag of bezuinigingsvoorstellen mogelijk zijn. De heer Van Hattem (PVV) sluit zich aan bij de reactie van gewoon ge-DREVEN. Het programma

1

Publieke gezondheid en het regulier programma Corona worden - voor zover hem bekend - volledig door het Rijk gefinancierd. De uitvoering van het coronabeleid door de GGD zou echter onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het college van B&W vallen. De PVV vraagt hoe dit bestuurlijk precies is geregeld en afgebakend en of de raad de mogelijkheid heeft het college hierop aan te spreken. De heer Van Haren (VVD) vindt het verrassend dat er drie maanden na de vaststelling van de begroting al een wijzigingsvoorstel voorligt, al zijn er drie begrijpelijke redenen die voor de gemeente budgettair neutraal uitpakken. De VVD gaat akkoord met de voorliggende nota en verwacht dat de door gewoon ge-DREVEN gestelde vragen bij de bespreking van de Kadernota (februari 2022) aan de orde komen. De heer Smeets (Rosmalens Belang) vindt de preventieve werking van de regeling erg belangrijk. Vanaf de start van de conceptie biedt dit een goede start die cruciaal is voor de ontwikkeling. Daarmee maakt men later in het leven aantoonbaar minder aanspraak op voorzieningen vanuit de Jeugdwet en de WMO. Mevrouw Coense (PvdA) meldt dat de PvdA zich kan vinden in de wijziging van de gemeenschappelijke regeling. De meningokokkenvaccinatie is een goede stap. Het is niet meer dan logisch dat de bestaande tak van de lijkschouwing binnen de regeling wordt gebracht.

Het is fijn dat er prenatale huisbezoeken worden ingesteld. Zo wordt de cirkel van zorg rondom kwetsbare gezinnen gesloten. De PvdA vindt een stijging van de bijdrage met € 0,25 per inwoner een relatief begrip, mede gezien de coronazorg die in de afgelopen tijd is verleend. Mevrouw Lokhoff (SP) vraagt Rosmalens Belang of het in plaats van een vermindering van aanspraak op WMO-zorg, over een betere begeleiding van mensen gaat, opdat zij een beter leven krijgen. De heer Smeets (Rosmalens Belang) zegt dat het uiteraard gaat om het welzijn van mensen. Als dat niet in orde is, moet er een vangnet zijn, maar dat vangnet moet wel betaalbaar zijn. De heer Gersjes (Bosch Belang) vraagt waarom wordt gesteld dat de wijziging budgettair neutraal zou zijn, terwijl de inwoners méér geld gaan betalen, namelijk voor de toevoeging van de meningokokkenvaccinatie en het prenatale huisbezoek. De heer Van Haren (VVD) zegt dat de drie toevoegingen in de gemeentebegroting niet hebben geleid tot een verhoging. Deze worden bekostigd door het Rijk. Het geld wordt doorgeschoven naar de GGD. Het kost de inwoners meer geld, omdat iedereen immers belastingbetaler is. Reactie college Wethouder Van Olden neemt voor de behandeling van dit voorstel waar voor de heer Kâhya.

De vraag van de PVV over de afbakening van de bestuurlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de coronazorg zal schriftelijk worden beantwoord. De drugspreventie zit verwerkt in de verschillende thema's die de GGD oppakt in het kader van de gezondheidsbevordering. Daartoe is er ruimte opgenomen in de begroting voor 2022. Dit vindt ook zijn weerslag ook in het jaarverslag en kan bij de bespreking daarvan inhoudelijk uitgebreider aan de orde komen. Het is terecht dat wordt gevraagd om zoveel en zo helder mogelijke informatie over de meningokokkenvaccinatie en het doorgeven van gegevens. Ook de waarborging is van groot belang. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raadsvergadering gaat. 6.

Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 's-Hertogenbosch 2022 De voorzitter leidt de bespreking kort in. Aan de raad wordt gevraagd om de verordening vast te stellen. Mevrouw Lokhoff (SP) heeft na het lezen van het raadsvoorstel enige bedenkingen. De zorg is heel gecompliceerd geregeld, aldus de wethouder. Met het voorliggende stuk wordt de menselijke maat nogal eens vergeten. Ook zit er een behoorlijke bezuiniging in, met name voor de PGBoverheadkosten. Maatwerkvoorzieningen worden niet toegekend wanneer men in een huurhuis

2

met achterstallig onderhoud woont of als verkeerd materiaal is gebruikt. Onduidelijk is of de verhuurder van de woning hierop wordt aangesproken. Ook beschikt de WMO-consulent over beleidsvrijheid wat betreft de aanpassing van de in het PGB opgenomen vervoerskosten bij een verandering van de dagbesteding. In het stuk wordt gesteld dat de inwoner een eigen verantwoordelijkheid heeft om te participeren. Er worden echter zoveel regels toegepast dat de inwoner diens verantwoordelijkheid niet kan nemen, als de gemeente de regels niet vanuit de vraag van de inwoner gaat toepassen. De gemeentesite zaait steeds meer verwarring over waar men met hulpvragen terechtkan. De SP sluit zich geheel aan bij de opmerking van de Adviesraad: de naam 'Koo' kan een persoon zijn, maar is ook de naam van de duurste winkelstraat in Düsseldorf. De naam van het sociale wijkteam is gewijzigd in Team Toegang en Regie en het Netwerk tegen Armoede heet tegenwoordig STA. Deze veranderingen dragen niet bij aan de zelfredzaamheid van inwoners, maar dienen evenmin de aanbieders van hulp en zorg. Er wordt een groot beroep gedaan op het netwerk van de hulpvrager. Daarmee wordt voorbijgegaan aan de veranderde samenleving. Mantelzorgers moeten zelf meer werken om hun vaste lasten te kunnen blijven betalen. Dan blijft er weinig tijd over om taken op zich te nemen voor hulpbehoevende ouders of kinderen.

Ook ziet en hoort de SP vaak dat te veel van de zelfredzaamheid van de inwoner wordt uitgegaan in geval van overlast voor de omgeving, verwaarlozing van zichzelf, huiselijk geweld en eenzaamheid. De SP zou graag zien dat hier veel meer rekening wordt gehouden. De SP vindt dat de 'was-wordt-lijst' in het raadsvoorstel - die op zich duidelijk is, om dit te kunnen aannemen - aangevuld zou moeten worden met de consequenties voor de PGB-houder, de inwoner, de zorgverlener, maar ook voor de raadsleden. Mevrouw Coense (PvdA) zegt dat als gevolg van de nieuwe inkoop, voor de WMO (licht en zwaar) per 1 januari 2022 nieuwe contracten zijn afgesloten. De PvdA kan zich vinden in de aanpassing van de verordening, maar heeft wel enkele opmerkingen. De productsoort 'Beschermd Wonen, BW' lijkt overzichtelijker door er zes pakketten van te maken en hier de drie dagbestedingsmodules aan te hangen. Dat het PGB goed wordt bekeken, is volgens spreekster een must. Het is een goede ontwikkeling dat er goede controle op komt en dat tarievendifferentiatie wordt toegepast. De kwaliteitseisen dragen bij aan de bestrijding van oneigenlijk gebruik en fraude. De PvdA vindt echter niet dat men het gebruik van een PGB moet ontraden of zo moeilijk moet maken dat mensen er daarom niet voor kiezen.

De PvdA vindt het jammer dat dit, naar de fractie hoort, wel gebeurt, want de reguliere zorg sluit niet altijd aan bij de wensen of de zorg die men nodig heeft. Verder zijn de criteria prima en zijn de aanpassingen goed. Het is pakkend om in het rapport van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp te lezen hoe de inwoners naar de WMO kijken en die beleven. De Adviesraad WMO en Jeugdhulp refereert ook aan de verordening, die weinig ruimte biedt voor inleving en voor de beoordeling van niet-alledaagse gevallen. Ook desbetreffende meldingen ontvangt de PvdA helaas nog steeds in de mailbox. De PvdA vraagt de wethouder daarom om vaart te maken met de uitvoering van de motie Verkorting wachttijden en versimpeling van de toegang. Zorgorganisaties krijgen steeds vaker het signaal dat de toegang via Koo begint te lijken op een dubbele toegang: inwoners moeten eerst bij Koo door de molen en dan bij de hulpverlenende organisatie. Dit kost tijd, geld en leidt vooral tot veel frustratie. Het moet de komende jaren simpeler. Anders wordt de wachttijd, met de toenemende zorgvraag, alleen maar langer en neemt de belasting van de zorgmedewerkers toe. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vroeg zich, toen hij las dat de focus ligt op vereenvoudiging en verduidelijking voor de uitvoering gaat, af waar de inwoners zijn gebleven. Volgens hem moet men daar beginnen.

Verderop worden onderzoeken genoemd, waarbij gelukkig wordt gezegd dat dit nodig is voor de uitvoering én de inwoners. Leefbaar 's-Hertogenbosch geeft de wethouder mee álles te laten starten vanuit het gezichtspunt van de inwoners. De Adviesraad WMO en Jeugdhulp wijst op het belang van de vertaalslag van de verordening. Hoe meer er is, hoe moeilijker het vaak uitvoerbaar is. Het proces en de inhoud zijn ingewikkeld. Dan helpt het als die op een eenvoudige wijze kunnen worden vertaald. Als men nu op de website van de gemeente 's-Hertogenbosch op de term 'traplift' zoekt, vindt men een lange lijst beleidsdocumenten. Via zoeken op 'WMO' komt men uiteindelijk bij WMO-hulpmiddelen. Die website is echter niet langs de vraagzijde georganiseerd, maar langs de aanbodzijde. In de begroting is terecht vermeld dat de website gedateerd is en moet worden aangepast. De fractie geeft het college de suggestie mee om de website vanuit de vraagkant op te zetten, zodat men goed de weg weet te vinden. De inwoners zoeken, als zij iets nodig hebben van de gemeente, eerst bij de gemeente. De heer Van Haren (VVD) geeft aan dat het voorstel, de verordening en de beantwoording van de

3

technische vragen voor de VVD geen nieuwe vragen of bezwaren hebben opgeleverd. De VVD gaat akkoord met de aanpassing van de verordening, waarvan de basis al in januari jl. is vastgesteld. De Adviesraad WMO en Jeugdhulp geeft een aantal interessante inzichten mee. De belangrijkste hiervan is de (nog steeds) te geringe bekendheid van Koo. Het geduld van de VVD begint op te raken. De gemeente is er enkele jaren geleden mee begonnen, om het voor inwoners laagdrempelig te maken om zowel fysiek, als digitaal via de vraagzijde snel hulp te vinden, maar inwoners weten Koo nog steeds te weinig te vinden. Misschien moet er eens worden gekeken of er niet een probleem achter het probleem zit. Mevrouw Hoog Antink (D66) kan zich grotendeels aansluiten bij voorgaande sprekers. D66 gaat akkoord met de verordening. De wijzigingen ten opzichte van het in januari besproken stuk, zijn redelijk marginaal. D66 onderstreept van harte het gezegde inzake Koo en de adviezen van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp. Mevrouw Van Heertum (De Bossche Groenen) sluit zich aan bij de inbreng van eerdere sprekers. De Adviesraad WMO en Jeugdhulp zegt terecht dat de verordening een sterk intern gericht document is. Op de wijkpleinen wordt hard gewerkt aan de vertaalslag, maar ook de vindbaarheid van de wijkpleinen zou beter kunnen zijn. Op beleidsniveau mag hier aandacht aan worden geschonken.

Alles valt of staat met communicatie. De informatievoorziening aan burgers en hulpverleners is van groot belang, als de gemeente de publieke gezondheid wil bevorderen en beoogt dat de weg naar hulpverlening wordt gevonden. Een van de adviezen van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp betreft de aandacht voor inzet op buurtniveau en kleinschaligheid. Veel initiatieven die in de afgelopen periode zijn ontplooid, hebben zich inmiddels bewezen en verdienen een kans op een toekomst om een rol te blijven spelen in het kader van de publieke gezondheid. De fractie van De Bossche Groenen kan zich vinden in het pleidooi voor zachtere regels, meer maatwerk en ruimhartigheid in de uitvoering. Vereenvoudiging en verduidelijking is een goed streven, maar mag nooit ten koste gaan van het individu. Door kleine aanpassingen in de organisatiestructuur kunnen soms grote verschillen worden gemaakt en zou men nog meer mensen kunnen helpen. De heer Smeets (Rosmalens Belang) vraagt aandacht voor de zorgen van Rosmalens Belang. De zorg betreft met name de aanpassing van het PGB-tarief; de aanpassingen zullen plaatsvinden op basis van het kostprijsonderzoek dat is verricht voor het vaststellen van de inkooptarieven 2022. Het voorstel maakt niet duidelijk wat het negatieve effect op het tarief is en dan met name voor de herindicaties.

De fractie vraagt naar de grootte van de impact en hoeveel inwoners hierdoor worden geraakt. Rosmalens Belang vraagt zich bezorgd af of de Adviesraad WMO en Jeugdhulp terecht stelt dat het college de PGB goedkoper stelt dan hulp in natura. In de reactie komt het college hier niet op terug. Gezien de vergrijzing zouden de oude projecten volgens Rosmalens Belang echter de toekomst kunnen zijn, mede in het kader van 'kracht en regie bij de inwoner laten'. Het zou jammer zijn als dergelijke projecten geen doorgang kunnen vinden omdat er geen financiële middelen voor beschikbaar zijn. Rosmalens Belang verneemt graag de visie van het college op deze twee punten. De heer Van Hattem (PVV) kan zich aansluiten bij de voorgaande fracties, met name wat de toevoeging van de consequenties aan de was-wordt-lijst betreft. De PVV vraagt waarom de financiële consequenties van de inkoop in een apart voorstel worden verwerkt en niet in voorliggend voorstel zijn opgenomen, zodat de raad de integraliteit in het oog kan houden. De PVV kan zich daarnaast aansluiten bij de pleidooien voor toegankelijkheid. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) constateert dat de punten die hij namens de fractie had willen inbrengen, reeds perfect zijn verwoord door Leefbaar 's-Hertogenbosch en de SP. De heer Gersjes (Bosch Belang) kijkt vooral naar werkprocessen.

Hij citeert: "Het eenduidig indiceren in de Toegang voor HIN en PGB draagt bij aan eenduidige werkprocessen en vereenvoudiging voor de uitvoering" en vraagt zich af of hij hieruit moet concluderen dat deze eenduidige werkprocessen er nog niet waren. Voorts vraagt hij wat 'de vereenvoudiging voor de uitvoering' concreet inhoudt.

4

De adviezen van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp zijn opgenomen in het voorstel, maar de vraag is hoe daaraan publiciteit wordt gegeven. Reactie college Wethouder Van Olden geeft aan dat het aanpassen van de verordening een technische kwestie is. De SP vraagt terecht hoe het in de praktijk landt bij de inwoners. Daarvoor is voortdurend aandacht en verbetering nodig. Daar 'waar het schuurt', moet de gemeente maatwerk weten te bewerkstelligen. Het bereiken van alle mensen die enige vorm van hulp en ondersteuning nodig hebben, behoeft altijd aandacht. Daarom zet men sterk in op vereenvoudiging en op de eenduidigheid van werkprocessen. Ook het vereenvoudigen en het op elkaar afstemmen van de vele werkprocessen is een on going ontwikkelpunt. Het is een terecht punt dat de bereikbaarheid van Koo niet altijd voldoende is. Dit is een vervelende constatering. Er wordt bezien of dit verbeterd kan worden met behulp van Eerste Hulp Bij Geldzaken en andere contacten waar men terechtkan. Het punt van de bereikbaarheid heeft voortdurend de aandacht. Met de voorgestelde set van maatregelen wil de gemeente mensen zo adequaat mogelijk helpen. Het is een gegeven dat een afwijzende beschikking geen blijdschap oplevert. Bij een voorgenomen afwijzing wordt er altijd nog eens goed naar de casus gekeken.

De financiële consequenties van de verordening worden apart in de financiële planning opgenomen om vertroebeling van de financiële stukken door het jaar heen te voorkomen. De wethouder is juist blij dat de gemeente de informatie van de inkoop van de zorgtermijn binnen de normale P&Ccyclus heeft kunnen opnemen. Voor de PGB worden lagere overheadkosten gerekend, omdat de gebruikers daarvan geen heel apparaat moeten financieren. De PGB-tarieven zijn gelijkgetrokken met die van hulp in natura. Per persoon wordt bekeken wat een redelijke overgangstermijn is. Het aantal inwoners dat het betreft, is te overzien, waardoor op dit punt maatwerk geleverd kan worden. Wat betreft het verschil tussen het huidige indiceren van huishoudelijke hulp en begeleiding of dagbesteding - dus op product, bij een PGB en het indiceren van specialistische hulp bij zorg in natura, waarbij de aanbieder vaststelt wat wordt ingezet zal er voortaan meteen worden geïndiceerd en de toegang bepaalt het in te zetten product. Verwacht wordt dat dit in de uitvoering eenvoudiger gaat worden. Tweede termijn Mevrouw Lokhoff (SP) geeft aan geen antwoord te hebben gekregen op haar vragen of aan de WMO-consulent echt meer beleidsvrijheid wordt gegeven of dat de verhuurder wordt aangesproken op achterstallig onderhoud waardoor een inwoner geen WMO-aanpassing kan krijgen.

Ook staat de vraag nog open waarom de PGB-tarieven naar beneden zijn bijgesteld. De heer Gersjes (Bosch Belang) dankt de wethouder voor diens uitleg. Hij zal nog eens zoeken naar de beschrijving van de werkprocessen. Hij had gevraagd hoe die zijn aangepast. Zijn vraag naar bekendmaking van de adviezen van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp is nog niet beantwoord. De heer Van Hattem (PVV) is van mening dat onduidelijk blijft wat de consequenties van de voorgestelde veranderingen zijn. De PVV herhaalt het verzoek om - naast de was-wordt-lijst – tijdig voorafgaand aan de raadsvergadering ook een beknopt overzicht op te stellen van effecten en consequenties die uit de maatregelen en de verordening voortvloeien. Het is prima om het financiële gedeelte te betrekken bij de P&C-cyclus. Toch verzoekt de PVV om de financiële consequenties van het voorstel vóór de raadsvergadering inzichtelijk te maken. Wethouder Van Olden zegt met betrekking tot de ruimte voor de WMO-consulenten dat er enerzijds de theoretische spelregels zijn en anderzijds de praktijk van de uitvoering. Op dit moment gaat het over het vaststellen van de spelregels. De verordening geeft voldoende handvatten om het werk uit te voeren. De uitvoering is weerbarstig en komt regelmatig ter sprake in de normale cycli van jaarverslag, jaarrekening en begroting.

Tussentijdse vragen kunnen tijdens werkbezoeken, op de werkvloer aan de orde worden gesteld. De uitvoering zit niet in de verordening. Vanwege drukte is het ambtelijk lastig om de consequenties aan de was-wordt-lijst toe te voegen. Bovendien gaat het te allen tijde om maatwerk en zou men de consequenties in de vorm van talloze en nooit volledige voorbeelden moeten benoemen. De raad heeft aangegeven dat er nog een slag moet worden gemaakt wat betreft de huidige informatiestromen, de wijkpleinen, EHBG, Koo. Ook dat behoort echter tot de uitvoering en kan niet

5

worden opgelost in de tekst van een verordening. De adviezen van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp hebben door het raadsvoorstel een openbaar karakter gekregen. Dit is een normale weg om iets bekend te maken. Spreker ziet niet onmiddellijk wat de gemeente verder nog kan doen. Hij geeft aan dat hij blij is met de ongevraagde adviezen van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp. Wanneer deze adviezen vervolgens tot vragen van de raad leiden, mag duidelijk zijn dat dit samenspel leidt tot een verbeterde dienstverlening voor de inwoners. Ook als de WMO-verordening in oktober wordt vastgesteld, is men er nog niet. Het blijft een on going proces en een uitdaging. De financiële kant van het voorstel is in de financiële jaarstukken en het kwartaalbericht Sociaal domein opgenomen. Er wordt regionaal ingekocht. Met enige regelmaat worden gezamenlijke raadsinformatiebrieven opgesteld over de mitsen en maren en de uitdagingen. De heer Van Hattem (PVV) zegt verwezen te worden naar een route van raadsinformatiebrieven die gedurende het jaar verschijnen. Nu gaat het echter om de consequenties die in een apart voorstel duidelijk gaan worden. De PVV vreest dat dit voorstel ook financiële gevolgen omvat die op dit moment nog niet worden voorzien, maar vervolgens – na het vastleggen van voorliggend voorstel ook niet meer teruggedraaid kunnen worden.

Als dat niet aan de orde is, ziet de PVV dit graag voor de raadsvergadering bevestigd. Als de consequenties niet kunnen worden opgenomen in de was-wordt-lijst, omdat het om maatwerk gaat, ziet de PVV graag nu bevestigd dat er vanuit de verordening geen grote beleidsmatige wijzingen ontstaan die vanuit het nu opgestelde pakket niet kunnen worden voorzien. Wethouder Van Olden stelt dat naar mening van het college de belangrijkste elementen zijn beschreven in het raadsvoorstel. Deze punten worden duidelijk gecommuniceerd met de inwoners die het aangaat, al dan niet vergezeld van een overgangsregeling. In de begroting, die in november wordt behandeld, is ook de begroting voor het Sociaal Domein opgenomen. De in de verordening opgenomen activiteiten vallen onder WMO Jeugdzorg. Bij de opstelling van de begroting is rekening gehouden met de wijziging van de verordening. De inkoop gaat uit van de startdatum 1 januari 2022. De voorzitter vraagt of het onderwerp als bespreekstuk of hamerstuk geagendeerd moet worden voor de raadsvergadering. Mevrouw Lokhoff (SP) neemt het stuk mee terug naar de fractie. Het voorstel gaat als bespreekstuk naar de raadsvergadering. 7.

Regioplan Doordecentralisatie Beschermd Wonen 2022-2025 en Centrumregeling Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en aanverwante taken, Regio Meierij en Bommelerwaard 2022-2025 De voorzitter leidt het onderwerp kort in. Aan de raad wordt gevraagd aan het college toestemming te verlenen om de Centrumregeling en het Regioplan vast te stellen. De heer Plasmeijer (50PLUS) heeft nog niet vaak een collegevoorstel gelezen waarin zoveel onzekerheden en risico's door het college zijn genoemd. Spreker wijst onder meer op het uitstel van de doordecentralisatie met een jaar naar januari 2023. Het Regioplan gaat nog steeds uit van invoering per 1 januari 2022. Spreker kan niet goed inschatten wat het effect van het uitstel is op voorliggend voorstel. Spreker geeft een opsomming van de risico's die uit het voorstel blijken: onzeker is of de uitstroom aansluit bij de aannames die hierover landelijk zijn gedaan. Er is nog geen zicht op de doorrekening vanuit de Wet langdurige zorg. Er is nog geen zicht op de nieuwe inkoop. Dit zijn allemaal risico's en kanttekeningen die het college zelf schetst. De septembercirculaire wordt een aantal keer aangehaald, maar de fractie van 50PLUS heeft deze circulaire nog niet gezien en zou graag tijdig voor de raadsvergadering horen wat er inzake voorliggend dossier in de septembercirculaire is gesteld.

Het college stelt dat het verstandig is om deze zaken in regioverband aan te pakken, ook om risico's te verminderen. 50PLUS lijkt dit inderdaad een goede gedachte. Ook in relatie tot de regioaanpak wordt een risico geschetst, namelijk: wanneer een gemeente er niet in slaagt om de nodige inspanningen te leveren, dan heeft dit direct consequenties voor het behalen van de gemeenschappelijke doelen. Dit zou kunnen resulteren in hogere kosten voor beschermd wonen. 50PLUS

6

lijkt dit voorstelbaar en lijkt het verstandig om gezamenlijk iets te doen om te voorkomen dat dit risico zich daadwerkelijk voordoet. Uit de tekst blijkt vervolgens echter dat het college zoveel vertrouwen heeft in de andere gemeenten dat het niet nodig wordt geacht om met sancties te werken. Deze conclusie vraagt – gezien de geschetste risico's - om enige verheldering. Enige financiële prikkels lijken toch wel zinvol te kunnen zijn. 50PLUS vraagt of er een mogelijkheid is om de besluitvorming over het voorstel uit te stellen tot het moment dat er wat meer zekerheden zijn, zodat de risico's en kanttekeningen die worden benoemd, kunnen worden opgelost. De heer Van Haren (VVD) memoreert dat eind 2019 de onderliggende visie voor het Regioplan is vastgesteld. De VVD is blij met deze visie, omdat het uitgaat van eigen verantwoordelijkheid, vroegsignalering en wederkerigheid, zodat mensen in de samenleving worden opgevangen en snel kunnen terugkeren. Met de 'Thuis in de wijk'-aanpak ontstaat hulp die deze inwoners echt verder helpt. Voorliggend Regioplan sluit hierbij aan. De nieuwe manier van regionale samenwerking vloeit voort uit een Rijksbesluit en pakt hopelijk positief uit voor de centrumgemeente omdat andere gemeenten meer lokale verantwoordelijkheid moeten nemen.

Het raakt de doelgroep in 's-Hertogenbosch minimaal, omdat de gemeente reeds veel dienstverlening en expertise heeft opgebouwd dankzij de verschillende pilots. Ook het doorzetten van de samenwerking tot en met 2025 is begrijpelijk om de gemeenten te laten groeien in hun nieuwe rol. De keerzijde zijn de risico's, zoals de onzekerheden over de instroom, de uitstroom naar de Wlz en de succesfactor van de transformatie in de verschillende gemeenten; dit alles kan tot hogere kosten leiden die voornamelijk in 's-Hertogenbosch zullen landen, zeker bij het ontbreken van sancties om de ontwikkelingen in de regiogemeenten te kunnen bespoedigen. De VVD had dit liever anders gezien, maar uit de presentatie tijdens I&O is gebleken dat het college geen alternatief ziet om dit anders te organiseren. De VVD vraagt of het college dit kan bevestigen. In ieder geval zal de uitvoering van het Regioplan de komende jaren om bestuurlijke alertheid vragen en om de bereidheid van de portefeuillehouder om de regio zo nodig aan te spreken. De heer Smeets (Rosmalens Belang) gaat akkoord met voorliggend plan dat in feite de doorvertaling is van landelijk beleid. Er is sprake van een grote afhankelijkheid van de regiogemeenten, maar voor Rosmalens Belang gaat het te ver om hier meteen sancties aan te koppelen. Het college spreekt van vertrouwen, maar bekend is dat controle beter is.

Rosmalens Belang vraagt hoe het college de sturing en controle richting de regiogemeenten gaat vormgeven. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) constateert dat het voorliggende raadsvoorstel een stapje is in het langjarig proces om van beschermd wonen naar een beschermd thuis te komen, zoals de titel was van het advies van de commissie Dannenberg (2015). Dit advies was gericht op de toekomst van het beschermd wonen in de vorm van een beschermd thuis voor kwetsbare medeburgers. Het uitgangspunt hiervan is sociale inclusie voor kwetsbare, maar volwaardige medeburgers, uitgaande van een stabiele woonplek in de wijk, middenin de samenleving; hier wordt met ondersteuning gewerkt aan herstel en uitgegaan van participatie naar vermogen. Intramurale zorg beschikbaar blijft voor degenen die dit echt nodig hebben. Sinds het verschijnen van het rapport Dannenberg is er regionaal veel gebeurd. Regionaal is de Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang opgesteld. Alle betrokkenen hebben samen de vijf principes voor Thuis in de wijk opgesteld. Het Regioplan is de volgende stap in een proces dat nog lang niet is afgerond en de afspraken worden vervolgens vastgelegd in de Centrumregeling. Alle gemeenten in de regio pakken hun verantwoordelijkheid voor 'Thuis in de wijk' langs de vijf geformuleerde principes.

GroenLinks kan instemmen met voorliggend plan en de regeling, ondanks de vermelde risico's. Deze zijn niet altijd financieel van aard. De wooncrisis maakt goed wonen tot een probleem. Meer groepen doen terecht een beroep op de nog steeds niet toereikende woningvoorraad. In bepaalde wijken en buurten kan de fijne leefomgeving onder druk komen te staan wanneer er een te groot beroep gedaan wordt op de omgeving. Krappe budgetten in het Sociaal Domein kunnen het vinden van een waardevolle dagbesteding of het vinden van aangepast werk moeilijk maken. De onzekerheid over toekomstige rijksbudgetten vormt een voorzienbaar risico wanneer het Rijk weer doordecentralisaties aankondigt. Al deze risico's laten onverlet dat de beweging naar een beschermd thuis moet doorgaan. GroenLinks vindt het prettig dat bij de uitwerking een grote rol is weggelegd voor de inbreng van ervaringsdeskundigen.

7

Mevrouw Lokhoff (SP) meldt dat de SP van mening is dat een en ander te snel gaat. Deze mening wordt ook verwoord door de diverse adviesraden en cliëntenraden. Plannen volgen elkaar te snel op zonder dat deze voldoende uitgevoerd en gemonitord zijn. Het plaatsen van bepaalde personen in de gemeenschap is niet goed geregeld, er wordt onvoldoende rekening gehouden met de omgeving en er is onvoldoende ambulante hulp om een goede begeleiding te kunnen borgen. De regelgeving die van bovenaf wordt opgesteld, is ingegeven door ervaringsdeskundigen. Het is nog maar de vraag of de veranderingen in voorliggend voorstel vervolgens ook zijn getoetst door ervaringsdeskundigen. Aan de inwoners wordt gevraagd om een veilige omgeving te bieden voor de inwoner die anders is. Feit is dat de kranten en media gevuld zijn met incidenten met verwarde personen. Niet alleen is sprake van overlast, maar sommige buurten worden ook onveilig gemaakt. Er is vaak onvoldoende begeleiding beschikbaar. Ook de SP vindt dat alle mensen mee moeten kunnen doen in de maatschappij, zij het met professionele hulp waar dit nodig is. De SP zou graag zien dat in de buurten kleine zorgbuurthuizen worden opgericht, zoals in Oss praktijk is. Een zorgbuurthuis biedt een laagdrempelige woonplek, waar met bewoners, de buurt en met zorgverleners hulp en zorg wordt geboden.

Met elkaar wordt de dagbesteding, zorg en hulp georganiseerd, samen met mantelzorgers en de buurt. De adviezen van de diverse adviesraden worden toegevoegd aan het Regioplan. Nummer 3.2 betreft de leidende principes, maar het is onduidelijk hoe deze in het Regioplan vorm krijgen. Met name het advies om vanuit de klant te werken, is niet vindbaar in het plan. De vandaag ontvangen uitnodiging voor een regio-overleg, waar ook de doordecentralisatie aan de orde komt, is wat prematuur. De SP had deze informatiebijeenkomst liever gehad na de raadsvergadering. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) neemt aan dat tal van beleidsmedewerkers veel uren werk hebben gestoken in voorliggend Regioplan. De insteek is tweezijdig. Het gaat niet alleen over een decentralisatie van de centrumgemeente naar de regio, maar anderzijds ook over de transformatie om mensen zo zelfstandig mogelijk in de wijken onder te brengen. Het heeft een hoog 'hoegehalte'. De vraag is hoe je in de weerbarstige praktijk het beste voor alle betrokken partijen tot stand kunt brengen. Het belang van de lokale voorzieningen wordt benadrukt, maar hoe krijg je zowel op lokaal, als regionaal niveau de zaken goed op orde? Er is een uitgebreide governance opgesteld met een intensieve overlegstructuur.

Leefbaar 'sHertogenbosch vreest dat dit niet ten goede komt aan het overzicht op het geheel en hoort graag een reactie van het college op dit punt. Persoonlijk vreest hij dat in de complexiteit van het geheel het individu en de casuïstiek wordt vergeten. Leefbaar 's-Hertogenbosch informeert naar de mogelijkheid voor regiogemeenten om lokale voorzieningen in te huren of in te kopen bij de centrumgemeente. De heer Van Haren (VVD) vraagt wat volgens Leefbaar 's-Hertogenbosch een alternatief is voor de governancestructuur. Voorts vraagt de VVD of de achterliggende gedachte is om alles lokaal te organiseren zonder het uitgangspunt van lokale samenwerking. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wijst erop dat hij niet heeft gezegd dat de governance niet goed zou zijn, maar hij heeft alleen op de risico's willen attenderen en pleit voor gerichte inzet om te voorkomen dat langs elkaar heen wordt gewerkt. Wellicht kan de regionale centrummanager hierin een rol spelen. Aandachtspunt is voorts dat moet worden voorkomen dat te veel kwetsbare personen geconcentreerd in een gebied komen. Ook begeleiding zal nodig zijn en de omgeving moet vroegtijdig worden betrokken. In het kader van evaluatie en monitoring vraagt de fractie zich af hoe de raad wordt meegenomen in de ontwikkelingen op dit gebied.

De heer Slikker (PvdA) wijst op de titel van het rapport van de commissie Dannenberg: 'Van beschermd wonen naar beschermd thuis'. In de basis is dit een mooie gedachte die op individueel niveau de voorkeur verdient. De vraag is hoe dit wordt georganiseerd. De PvdA kan instemmen met de basisgedachten achter voorliggende regeling. Wel bestaan er grote zorgpunten. Kijkend naar de titel wordt gevraagd om bescherming in de omgeving te bieden. Dat vereist om wijkvoorzieningen adequaat op te bouwen om de doelen te kunnen verwezenlijken. Kijkend naar andere transformaties van de afgelopen jaren – WMO en jeugdzorg – en de wijze waarop dit in de praktijk gestalte

8

krijgt, is dit niet bepaald geruststellend. Dit proces loopt niet met de gewenste snelheid terwijl er nu ook nog een opgave aan wordt toegevoegd: vanuit de instelling terug naar de wijk. Ten tweede, gaat men uit van een thuis. Wat betreft het wonen, ligt er al een moeilijke opgave, zeker wat betreft het realiseren van betaalbare woonruimte, en dan specifiek voor de verschillende doelgroepen met urgentie. In de praktijk komen deze groepen vaak op precies dezelfde plek terecht, namelijk in de slechtere wijken van de gemeente. Afgevraagd mag worden of je hierbij over inclusie moet spreken of dit moet duiden als het concentreren van probleemgroepen. De PvdA heeft de indruk dat met name het laatste aan de orde is. De komende jaren zal de fractie nauw toezien op het opbouwen van het lokale zorgaanbod en housing first voor deze doelgroep. De fractie wil een voorstel aan de andere fracties voorleggen, gericht op spreiding van doelgroepen door de stad. Door daar een expliciete opdracht van te maken, voorkom je dat inclusie tot theorie beperkt blijft. In de huidige praktijk betekent inclusie, eigenlijk huisvesting in een wijk waar de problemen al groot zijn. De heer Van Hattem (PVV) zegt dat de strekking is dat personen huisvesting vinden in de wijk van herkomst. De fractie vraagt zich af hoe dit principe zich verhoudt ten opzichte van het spreidingsvoorstel van de PvdA.

De heer Slikker (PvdA) zegt dat de theoretische exercitie uitgaat van het principe dat iemand in dezelfde wijk blijft wonen en in die wijk het voorzieningenniveau adequaat is opgebouwd. De praktijk is dat er veel mensen via de jeugdzorg, via instellingen, via beschermd wonen, begeleid wonen et cetera zelfstandig wonend in een wijk terechtkomen en vervolgens de zelfstandigheid niet aankunnen. Deze mensen belanden uiteindelijk in een sociale huurwoning in de laagste prijscategorie. Hiermee ontstaan monoculturen en probleemconcentraties. Dit is een ongewenste ontwikkeling. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) nodigt de heer Slikker uit voor een kopje koffie in de wijk waar hij woonachtig is en waar een viertal zorginstellingen is gevestigd. De aanwezigheid hiervan heeft in de afgelopen twintig jaar geen problemen opgeleverd. De heer Slikker (PvdA) legt uit dat zijn reactie niet is gericht op zorginstellingen, maar op het 'thuis kunnen wonen in de wijk'. Het blijkt dat vanuit de maatschappelijke opvang mensen altijd weer terecht komen op dezelfde plekken, in de sociale huurwoningen. Mevrouw Lokhoff (SP) wijst op de mogelijke effecten van overlastgevend gedrag. Dat kan zo ernstig zijn dat andere bewoners van de wijk zich genoodzaakt voelen om te verhuizen. De heer Van Hattem (PVV) denkt dat de inbreng van de PvdA realistisch is.

Het lijkt hem dat erkend moet worden dat het 'thuiswonen in de wijk' geen reëel raadsvoorstel is, maar vooral een utopische gedachte, die onhaalbaar is om te realiseren. Spreker vraagt of eigenlijk niet van meet af aan kritischer naar het voorstel gekeken moet worden. De heer Slikker (PvdA) zegt dat de basisgedachte van extramuralisatie in het voorliggende voorstel goed is. De betaalbare huurwoningen zijn momenteel geconcentreerd, waardoor mensen uiteindelijk op dezelfde plekken terechtkomen. Om dat te voorkomen, moet dus gericht worden ingegrepen. Mevrouw Van Heertum (De Bossche Groenen) geeft aan dat de fractie sterk gelooft in het streven 'van beschermd wonen naar beschermd thuis'. De doordecentralisatiegedachte biedt juist vanwege de kleinschaligheid de kansen om het verschil te maken, waardoor mensen in een fijne leefomgeving met de juiste ondersteuning en participatie hun zelfredzaamheid kunnen ontplooien. De Bossche Groenen vraagt aandacht voor kwetsbare jongeren, die nog 18 moeten worden, die klaar zijn in voorliggende trajecten. Het is voor jongeren complex om hun zelfstandigheid te regelen. Jongeren die vanuit trajecten de vervolgstap proberen te zetten, komen in een nog grotere wirwar terecht. De Bossche Groenen vragen zich af of het voorstel nog mogelijkheden in zich heeft om hierop in te spelen. Dan zou het ook moeten gaan over het bieden van maatwerk.

De fractie sluit aan bij het pleidooi van de adviesraad voor het inzetten van ervaringsdeskundigen. Ervaringen op de inhoud zijn vaak veel waardevoller dan een beleidsmatige benadering. Misschien levert dat kansen op in combinatie met de kleinschalige aanpak in de wijk, maar zeker bij ontwikkeling van beleid.

9

De heer Van Hattem (PVV) stelt vast dat in het raadsvoorstel nadrukkelijk de bestuurlijke procesgang rond de doordecentralisatie en de regionale afspraken sterk naar voren komt. De praktische uitwerking van deze plannen schiet tekort. Op zich is de gedachte mooi dat mensen in hun eigen leefomgeving van hun problematiek kunnen herstellen. Het plan omvat echter ernstige problematieken, zoals 10% aan justitiële problematiek, 45% verslavingsproblematiek en bij 57% is sprake van psychiatrische problematiek in verschillende gradaties. Als sprake is van ernstige problematiek heeft dat nogal wat consequenties en de vraag is in hoeverre naar de mate van problematiek wordt gekeken. In de utopie van 'beschermd wonen in de wijk' is het de vraag wie er dan zorgt voor de bescherming van omwonenden. Hier wordt in het voorstel niet of nauwelijks aandacht aan geschonken. De PVV vraagt hoe de veiligheid in de wijken wordt geborgd en wil met name graag weten of op extra inzet van politie en boa's kan worden gerekend. Er zijn nogal vage plannen over kleinschalige aanpak, maar het is niet erg concreet hoe dit wordt afgevangen. Op pagina 4 van de eerste brief van de adviesraden wordt hierop ingegaan en terecht gesteld dat er weinig aandacht is voor de preventieve kant in de uitvoering van de wetgeving wat betreft verwarde personen.

De bestuurlijke regionale reactie is behoorlijk nietszeggend wanneer niet meer wordt geantwoord dan dat er aandacht bestaat voor het probleem, oplossingen integraal worden vormgegeven en dat dit terugkomt in een ander kader. Spreker vreest dat bij het ontbreken van een deugdelijke aanpak de mensen die zorg nodig hebben van de regen in de drup terechtkomen. De PVV vraagt de aandacht van het college hiervoor. Mevrouw Hoog Antink (D66) ondersteunt de uitgangspunten van de doordecentralisatie. D66 is blij met de vervolgstap in het proces dat jaren geleden is ingezet. Dit betekent een nieuwe stap in het Sociaal Domein voor de uiterst kwetsbare groep, waar nog onvoldoende voor is geregeld. Dit brengt een nieuw ingewikkeld en langdurig proces in. Het betreft hier immers een tienjarenplan. 's-Hertogenbosch heeft als centrumgemeente een voorsprong. Onderdeel van de doordecentralisatie is de verplichting tot regionale samenwerking. Tijdens de informatiebijeenkomst in juni jl. werd herhaaldelijk aangegeven dat de regionale samenwerking op dit moment goed verloopt. Dit geeft D66 vertrouwen in de realisatie van de nieuwe manier van werken. Er zijn echter wel financiële risico's, zoals de onzekerheid over de budgetten, maar ook risico's in de wijken. D66 onderschrijft de adviezen van de adviesraad.

De adviesraad vraagt aandacht voor 1) de problematiek rond 18+/18-, 2) de structurele participatie van ervaringsdeskundigen en praktijkwerkers en 3) overzichtelijkheid en kleinschaligheid. D66 is blij dat deze opmerkingen worden meegenomen in de verdere uitwerking van het Regioplan. Communicatie is in dezen een belangrijk aandachtspunt. De heer Gersjes (Bosch Belang) acht de rol van 's-Hertogenbosch in dezen van belang, met name wat betreft de sturing en uitvoering. De uitvoering is cruciaal. Op basis van vertrouwen kan er veel worden beoogd, maar er zal sterke sturing moeten zijn in de vormgeving en de nodige informatievoorziening. Bosch Belang vertrouwt erop dat dit tot een goed resultaat gaat leiden. De fractie krijgt graag inzicht in de voortgang van de vormgeving. Daarnaast informeert de fractie naar de inzet van beleidsmedewerkers die een rol gaan spelen en wil graag weten of deze al in dienst zijn. Ook wil Bosch Belang weten of goede ervaringsdeskundigen in de arm zijn genomen. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) zegt dat het raadsvoorstel inzake de doordecentralisatie haaks staat op wat spreker in de dagelijkse praktijk ziet. In het belang van bepaalde personen en hun omgeving zou het te prefereren zijn als er meer intramurale zorg zou zijn.

Bij een te vergaande decentralisatie en de wens om mensen te veel in het eigen werk te houden, zullen de bestaande problemen alleen maar toenemen. Een adequate hulpverlening zou soelaas kunnen bieden, maar die is er ook niet. Spreker ziet als het risico van doordecentralisatie dat nog meer mensen in de knel komen. Er zal eerst in beeld moeten komen hoe mensen het beste geholpen kunnen worden en vervolgens moet dit op individueel niveau via maatwerk worden geoptimaliseerd. Het is een gegeven dat bepaalde problemen vaker in bepaalde wijken voorkomen. De hulpverlening heeft hier niet direct een antwoord op. De heer Van Haren (VVD) denkt dat het doorstromen naar de Wlz betekent dat betrokkenen langdurig een zwaardere zorg krijgen. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) geeft aan dat hij de mensen die meer zorg nodig hebben op alle niveaus tegenkomt. Duidelijk is voor hem dat de zorgvraag en het hulpvermogen van de hulpverlener ver uiteen liggen.

10

Schorsing Reactie college Wethouder Van Olden realiseert zich dat er op twee manieren kan worden gekeken naar het voorliggende Regioplan en de Centrumregeling. Dit kan worden gezien als "weer een set spelregels met een juridische lading", maar het gaat natuurlijk over de achterliggende filosofie. Er wordt al jarenlang gewerkt aan de 'beschermd thuis'-gedachte en de wens van sociale inclusie. Het streven van sociale inclusie moet alle gemeenten bereiken en is stevig besloten in voorliggende stukken, wetende dat omringende gemeenten lang niet allemaal hun voorzieningen op peil hebben, wat dit betreft. Daar wordt dus naartoe gewerkt. Bijzonder in dit kader is de samenwerking met de Gelderse gemeenten Zaltbommel en Maasdriel. De samenwerking strekt zich dus ook uit tot de twee provincies. Zaltbommel is hierin wat verder en heeft woningen beschikbaar voor mensen die terugkomen uit maatschappelijke opvang. Dit wordt breed omarmd in de regio. De ingezette beweging moet worden vervolmaakt. In reactie op de vraag hoe je omgaat met overlast en veiligheid in de wijken, staat voorop dat altijd de dialoog moet worden gezocht. In deze communicatie is ook een rol voor de burgemeester weggelegd. De bedoeling van de doordecentralisatie beschermd wonen, BW, is dat er meer kleine wooneenheden in de omliggende gemeenten terechtkomen.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat personen weer terugkeren naar de gemeente waar ze hun oorspronkelijk sociaal netwerk hebben. De verwachting is dat iemand zich in de eigen omgeving beter kan redden. Deze visie wordt regionaal breed omarmd. De regio werkt op dit moment prettig samen. Er is ook een programmamanager aangesteld. De governance die in de Centrumregeling is omschreven, lijkt in theorie zwaar aangezet, maar functioneert al jarenlang prima. De ervaringsdeskundigen zijn betrokken bij diverse sessies om tot het plan tot doordecentralisatie te komen. Er wordt meegewerkt aan het project om de ervaringsdeskundigheid regionaal te borgen. Hiertoe fungeert een platform ten behoeve van een betere bereikbaarheid; dat vergemakkelijkt het voor de gemeenten om advies te vragen. Dit geldt met name voor de omliggende gemeenten omdat de gemeente 's-Hertogenbosch al meer op eigen ervaring en netwerk kan terugvallen en deze ervaring kan delen. De problematiek 18+/18-, zoals gesignaleerd door de Adviesraad, wordt in de uitwerking meegenomen. Het is van belang dat dit op het netvlies staat. Het college heeft ervoor gekozen om vier keer per jaar – naast de verdere informatie - een kwartaalbericht Sociaal Domein op te stellen teneinde de raad voldoende mee te nemen in de uitvoering. De portefeuillehouder is blij met de groeiende interesse van de raad in de uitvoering.

Deze kennis draagt ook bij aan een goede scherpte in het debat en het maken van de juiste keuzes. Verder wijst hij op het werkbezoek aan het Zorgbedrijf en bij bepaalde ontwikkelingen zal het raadsinformatiebulletin worde ingezet. Spreker zal er zorg voor dragen dat in het kwartaalbericht de komende tijd een specifiek kopje voor de doordecentralisatie wordt opgenomen. Hij realiseert zich dat het een spannend traject is en ook vanwege de overgang naar de nieuwe raad lijkt het hem goed om de raad adequaat op de hoogte te houden. Wat ook spannend is, zijn de sancties. Afgevraagd kan worden of de Centrumregeling 'a coalition of the willing' betreft, dan wel dat er meer tools ter beschikking staan. Duidelijk dient te zijn dat het oppakken van de taken geen vrijblijvend karakter heeft. Het gaat hier immers over rijkstaken die doorgecentraliseerd zijn en hier worden ook middelen voor verstrekt. Mocht een gemeente weigerachtig zijn, dan kan op basis van de governance de gemeente hierop worden aangesproken. Persoonlijk heeft spreker de overtuiging dat regionaal - bestuurlijk en ambtelijk - een succes tot stand wordt gebracht. Hij heeft dan ook moeite met de vele bezwaren tegen de voorziening maatschappelijk verblijf terwijl dit zo noodzakelijk is. De heer Van Hattem (PVV) benadrukt dat hij aanstoot neemt aan de uitlating op persoonlijk niveau door de wethouder.

Hij vindt dat de zorgen van omwonenden ten aanzien van de voorziening voor opvang in de Dungense Polder van verslaafden met een criminele achtergrond, niet serieus wordt genomen. Het baart spreker zorgen wanneer in de vervolgaanpak met personen met zware problematiek, zijnde verslavingsproblematiek, justitiële problematiek en psychiatrische problematiek, in de wijken worden geplaatst. Als daar op dezelfde laconieke wijze mee wordt omgegaan, geeft dat weinig vertrouwen in de aanpak door het college. De PVV wil graag van de wethouder horen hoe de belangen van omwonenden goed worden geborgd.

11

Wethouder Van Olden wijst op de door omwonenden ervaren overlast in de Oranje Nassaulaan. Over de veiligheid in de wijk worden gesprekken met omwonenden gevoerd door de portefeuillehouder en de burgemeester. Wat betreft de risico's, gaat het hierbij niet alleen over 'a coalition of the willing', maar de partijen in de regio spreken elkaar echt aan op resultaat. Vanwege het langjarig traject is het niet mogelijk en ook niet nodig om aan de voorkant risico's af te prijzen. De doelgelden vanuit het rijk worden voor de regio ingezet. Wat dit betreft, verandert er niet echt veel aan de werkwijze. De heer Van Hattem (PPV) constateert dat de PVV geen antwoord heeft gehad van de wethouder. Hij maakt zich met name zorgen wat betreft de aanpak in relatie tot de Wet zorg en dwang en vraagt zich met name af hoe hier preventief mee wordt omgegaan. Wat dit betreft, verzoekt hij de wethouder om een toelichting. De heer Slikker (PvdA) geeft aan dat in geval personen met zware problematiek niet in de wijken opgevangen kunnen worden, dit impliceert dat voor deze groep een voorziening voor langdurig verblijf buiten de wijk/buiten de stad nodig is. Wetende dat deze groep mensen bestaat, bestaat er ook een zorgplicht. Het is te makkelijk om alleen te verklaren waar ze níet mogen komen.

De heer Van Hattem (PVV) geeft aan dat er ook buiten de stad mensen wonen die zich zorgen maken over een dergelijke voorziening met een open karakter. Het feit dat de bewoners zich vrij mogen bewegen, brengt risico's mee van overlast en verdergaande problematiek. In geval van zeer ernstige problematiek lijkt een intramurale oplossing in de vorm van een gesloten voorziening verstandiger. Spreker realiseert zich dat dit niet in alle gevallen een geschikte optie is. In geval van dergelijke zware problematiek moet de omgeving serieus worden genomen en als het niet verantwoord kan, moet je het ook niet doen. De heer Slikker (PvdA) wijst erop dat in geval iemand een gevaar voor zichzelf vormt of voor de samenleving, betreffende persoon intramuraal geplaatst kan worden. Het gaat hier echter over personen die niet onder deze categorie vallen, maar wel een plek nodig hebben om te leven. Als de PVV deze mensen niet in de wijken wenst, noch buiten de stad, dan wil de PvdA graag weten waar de PVV de opvang dan wel wil regelen. De heer Van Hattem (PVV) denkt bij ernstige problematiek aan meer gesloten zorg. Een open inzet in de leefomgeving is een onwenselijke optie. Dergelijke problematiek vereist een strakker regiem dan een open inloop. Er zijn onvoldoende maatregelen mogelijk in de gedachte opzet om de veiligheid te kunnen borgen.

De voorzitter stelt vast dat de PVV de problematiek fundamenteel anders bekijkt dan de PvdA. Zij meent dat de verschillen voldoende zijn uitgesproken. De heer Plasmeijer (50PLUS) begrijpt de uitleg van de wethouder wat betreft de sancties en vertrouwt op de toelichting dat dit probleem in regioverband kan worden opgelost. De problematiek wordt in het voorstel vrij zwaar aangezet in geval gemeenten zich niet aan hun taken houden. Wat dit betreft, had het voorstel meer helderheid kunnen geven over het beleid in deze situatie, als gemeenten zich niet aan hun taken houden. Dat geldt ook voor de gemeente 's-Hertogenbosch. Wat betreft het landelijk uitstel van de doordecentralisatie krijgt de PvdA graag meer zicht op de implicaties voor het voorliggende voorstel en het Regioplan. Verder vraagt de fractie om voor de raadsvergadering duidelijkheid te geven over de consequenties van de septembercirculaire wat betreft het beschermd wonen. De heer Van Haren (VVD) meldt dat de VVD-fractie akkoord zal gaan met voorliggend voorstel. Verder ziet de VVD met belangstelling de antwoorden tegemoet op de openstaande vragen van de heren Plasmeijer en Slikker. Wethouder Van Olden zegt dat op dit moment wordt gekeken naar een zorgvuldige en eerlijke verdeling van de 'zorgplekken' in de gemeente. Dit is ook met het oog op het draagvlak belangrijk en dient het streven naar een snelle sociale inclusie.

De septembercirculaire wordt meegenomen in de totstandkoming van de begroting. De totstandkoming van de Centrumregeling is inmiddels vergevorderd. De eigen doordecentralisatie start reeds in 2022. Het is een lange weg om tot het eindpunt te komen en het is niet altijd wenselijk om wetgeving af te wachten. Dan wordt vaak achter de feiten aangelopen. Wat dit betreft, is

12

de wethouder blij dat er in het verleden is doorgepakt bij de totstandkoming van Weener XL; als er was gewacht op de Participatiewet had dat financieel niet meer mogelijk geweest. De financiële middelen worden in 2023 verdeeld. Dit vloeit voort uit het verdeelmodel Sociaal Domein, maar deze timing ontslaat niet van het aanpakken van de decentralisatie en het aangaan van de Centrumregeling. De wetgeving wordt uitgevoerd en waar mogelijk wordt op passende wijze gebruikgemaakt van mogelijkheden die wet- en regelgeving bieden met oog en oor voor inwoners. Er zal altijd door het openbaar bestuur een balans gevonden moeten worden tussen het nodig zijn van bepaalde voorzieningen versus de spanning in de samenleving en zorgen bij omwonenden. Mevrouw Lokhoff (SP) vraagt of de wethouder in vervolg op diens streven naar maatschappelijke inclusie voornemens is om dit mogelijk te maken door meer ambulante hulp hiertoe in te zetten. Dit zal nodig zijn voor de begeleiding van betrokkenen, maar ook voor hun woonomgeving. Dit ziet de SP dit niet expliciet terug in het voorliggende voorstel. Wethouder Van Olden wijst erop dat voorliggend voorstel is gericht op de woonvoorzieningen. Hoe het vervolgens in de uitvoering landt, is een vervolgstap. Er zijn diverse vormen om de sociale netwerken te ontginnen omdat mensen een netwerk nodig hebben om zich staande te houden.

Daar hoort te zijner tijd ook inderdaad ambulante hulp bij. De heer Van Hattem (PVV) vindt dat de wethouder nogal cryptisch spreekt. Omwonenden hebben weinig aan uitspraken zoals 'de balans opzoeken' als er mensen met zware problematiek in hun leefomgeving worden geplaatst. De PVV vraagt de portefeuillehouder om een duidelijker antwoord te geven op de vraag hoe de veiligheid van omwonenden wordt geborgd. Wethouder Van Olden meent duidelijk te hebben aangegeven hoe hij hier politiek in staat: de samenleving zal zijns inziens hierin de balans moeten zoeken. De PVV heeft hier kennelijk een andere belevingswereld bij. De voorzitter informeert naar de intenties van de fracties wat betreft de raadsbehandeling. Mevrouw Lokhoff (SP) wil het voorstel bepreken met de fractie. Ze overweegt een motie op te stellen met de wens om meer aandacht te besteden aan zorgbuurthuizen. De heer Van Hattem (PVV) overweegt raadsbehandeling. De heer Slikker (PvdA) vindt het prettig om het streven verwoord te horen van spreiding van zorgplekken over de stad. De fractie zou dit graag wat dwingender verwoord zien als richting. Wat dit betreft, zal de fractie met een voorstel komen. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) neemt het mee terug naar de fractie en is benieuwd naar de motie van de SP en zal deze graag mee indienen.

De voorzitter concludeert dat er mogelijk drie voorstellen volgen bij de raadsbehandeling over dit onderwerp. Het voorstel gaat als bespreekstuk naar de raadsvergadering. Overige onderwerpen ter bespreking 8.

Werkplanning commissie Sociaal De voorzitter concludeert dat de werkplanning voor kennisgeving wordt aangenomen.

9.

Rondvraag en afsluiting Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt. De voorzitter sluit de vergadering om 21.30 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Sociaal van 20 oktober 2021.

De secretaris, drs. E.A.A. Kerkhoff

De voorzitter, R.J.J Geers

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10685130/1