Verslag Sociaal 21 04 2021
Tekst van het document
Commissie SOCIAAL Verslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
21 april 2021 Raadzaal
mw. drs. J. Hendrickx drs. E.A.A. Kerkhoff M.M.J. Dingemans, F.G.F. van Genugten, mw. A.M.P. van Gerven-van Nistelrooij, M.A.W.A.M. Hack, F.J. van Haren, A.W.J.A. van Hattem LLB, mw. M. van Heertum, mw. J.M.M. Hoog Antink, mw. R.F. van der Kallenvan der Donk, C.E.J.J. Koningstein, H.J.M. Mees, W.J.B. Meijer, W.J. Plasmeijer, A.P.R.G.M. van Rosmalen, P. Slikker, F.H. van Valkenburg, W.A.M. Vugs U. Kâhya, mr. H.C. van Olden
Afwezig:
mw. D.C.I.T. Coense-Weber, mw. Y. Dogan LLM, mw. V.J.M. van Doorn, J.N. Kieft, mw. J.C.H. Lokhoff-Tiebosch
Verslaglegging:
M. van Wijk
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 16.00 uur en heet de aanwezigen welkom. In verband met de coronamaatregelen en specifiek vanwege de ingestelde avondklok is de commissievergadering vroeger gepland dan gebruikelijk. Het is helaas nog steeds niet mogelijk voor geïnteresseerden om deze vergadering fysiek bij te wonen. Maar zij kunnen de vergadering wel volgen via de livestream. De richtlijnen zijn opgenomen bij de stukken. Ze meldt de berichten van verhindering en vervanging. Mevrouw Coense, mevrouw Van Doorn, mevrouw Dogan en de heer Kieft zijn afwezig. Mevrouw Lokhoff laat zich vervangen door de heer Vugs.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter constateert dat de agenda overzichtelijk is: er ligt een voorstel van de rekenkamercommissie voor en een discussienotitie over De Poort. Bij de werkplanning is een brief van de werkgroep Sociaal Domein opgenomen. Er zijn geen vragen voor de rondvraag binnengekomen.
3.
Vaststellen van het verslag van 24 februari 2021 Het verslag van 24 februari 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Moties en bestuurlijke toezeggingen De voorzitter legt het voorstel van het college voor om motie 4 als afgedaan te beschouwen. De commissie kan zich in dit voorstel vinden. De heer Mees informeert naar de stand van zaken omtrent de toezegging over de minimaeffectrapportage. Wethouder Van Olden is voornemens dit mee te nemen bij het nieuwe aanvalsplan Den Bosch Schuldenvrij dat voor het zomerreces aan de raad zal worden voorgelegd.
5.
Sturing op jeugdhulp – Rekenkamercommissie 's-Hertogenbosch De voorzitter licht toe dat de Rekenkamercommissie heeft een voorstel heeft opgesteld naar aanleiding van het onderzoek 'Sturing op jeugdhulp' en hierop een toelichting heeft gegeven tijdens Informeren en ontmoeten van 12 april. Het college heeft op het gereageerd met de brief van 6 april. De Adviesraad WMO en Jeugdhulp heeft gereageerd met de brief van 14 april. Beide reacties zijn aan de stukken toegevoegd. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) vindt het geen slecht idee om als raad meer grip te krijgen op het gemeentelijk beleid inzake de jeugdhulp. Na zo'n zes jaar van discussies over de beste manier om de inkoop te organiseren, welke hulp het best lokaal, regionaal, of bovenregionaal verstrekt kan
1
worden, wachtlijsten, tussentijdse budgetwijzigingen, tegenvallende vergoedingen vanuit het Rijk en beleidskaders die soms verlengd worden, is het overzicht voor de raad soms behoorlijk zoek. GroenLinks vindt het tijd om opnieuw naar het proces te kijken en samen duidelijk te krijgen wat beter kan. Voorliggend rapport is ondersteunend hieraan. GroenLinks vindt het echter jammer dat de conclusies niet in de vorm van aanbevelingen gepresenteerd worden, maar als beslispunten in een raadsvoorstel worden voorgelegd. De gekozen vorm maakt een open gedachtewisseling of discussie binnen de commissie en raad beperkt. GroenLinks acht het interessanter om samen in gesprek te gaan over de volgende zaken: - Wanneer en hoe wil de raad betrokken worden? - Welke doelen binnen de wettelijke kaders streeft de raad na met het jeugdhulpbeleid? - Welke manier van inkoop of subsidiëring hoort daarbij? - Hoe kunnen doelen SMART geformuleerd worden? - Wanneer en hoe worden de doelen gemonitord en geëvalueerd? - Wat is het budget en hoe wordt dit verdeeld? GroenLinks kan niet uit de voeten met de zes - veelal technische - voorstellen die voorliggen. Het eerste voorstel vraagt om indicatoren te presenteren bij de komende begroting, terwijl de raad in het recente verleden kritiek uitte op het tussentijds veranderen van indicatoren.
Als aanbeveling is de suggestie niet slecht, maar als onderdeel van een raadsvoorstel is deze timing onhandig. De fractie meent dat een voorstel voor nieuwe indicatoren qua planning beter past bij het aantreden van een nieuwe gemeenteraad. De heer Van Hattem (PVV) meent dat er duidelijke indicatoren ontbreken in de sturing vanuit de raad. Er is daarom niet zozeer sprake van het tussentijds veranderen van indicatoren, maar juist het consequent meegeven van indicatoren en sturing daarop. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) wijst op de jaarlijkse presentatie van de begroting en het jaarverslag. Hierin zijn indicatoren opgenomen. Als de indicatoren tussentijds worden gewijzigd, wordt het moeilijker om zaken in de tijd te vergelijken. Dit zou daarom beter passen op een ander moment. De heer Van Hattem (PVV) meent dat juist een van de bevindingen is dat de huidige indicatoren niet echt scherp zijn geformuleerd. Het zou daarom beter zijn om nu de stap te maken en de nodige verscherping in de formulering te brengen en hier naar de toekomst toe scherp op te blijven monitoren. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) denkt hetzelfde over het principe als zodanig, maar anders over het tijdstip van aanpassen van indicatoren.
Onderdeel 4 vraagt om bij de regionale beleidsprocessen jeugdhulp, waaronder eventueel te maken keuzes op een van de vier sturingsinstrumenten, standaard te starten met een discussienotitie van het college in de commissie Sociaal. Dit vindt de fractie geen slecht idee. Echter, de discussie over uitgangspunten en proceskaders ziet GroenLinks liever uitmonden in een raadsvoorstel dat het college meekrijgt naar het Regionaal Overleg. Daarmee wordt het dan aanmerkelijk minder vrijblijvend. Hetzelfde merkt GroenLinks op bij punt 5. De regionale samenwerking tussen gemeenteraden in de regio 's-Hertogenbosch zou gesterkt kunnen worden door in te zetten op een Regionaal Overleg. Dit kan en gebeurt al veel beter. Bij vaststelling van het laatste meerjarenprogramma van het Regionaal Samenwerkingsverband Noordoost-Brabant leverden raadsleden uit de regio concrete tekstwijzigingen aan waarover vervolgens is gestemd. In geval van een meerderheidsstandpunt, werd de tekst van de beleidsvisie hierop aangepast. De gemeenteraad heeft nu reeds veel mogelijkheden om lokaal en regionaal meer sturing te geven aan het gemeentelijk jeugdbeleid. Het is een noodzakelijke opgave om de mogelijkheden in beeld te brengen en te leren van ervaringen in andere gemeenten en regio's.
Dit kan het beste opgepakt worden bij het aantreden van een nieuwe gemeenteraad en dit kan in het restant van de huidige bestuursperiode worden voorbereid. De suggesties uit het voorliggend rekenkameronderzoek kunnen daarbij meegenomen worden. De heer Vugs (SP) stelt vast dat er een zeer uitgebreid rapport over kaderstelling en indicatoren voorligt. Zijn fractiegenote, mevrouw Lokhoff, laat weten dat zij als volksvertegenwoordigster en vrijwilligster - in het woud van wet- en regelgeving zeer blij is met de brief van de Wmo-adviesraad, die stelt dat het rekenkamerrapport te veel naar binnen is gericht.
2
De praktijk van de Bossche inwoners is dat zij geen hulp krijgen, dan wel verkeerde hulp krijgen. Verschillende media stellen dat de jeugdzorg faalt. Op dit moment zijn er veel jeugdigen in nood. Er zijn te veel bureaucratische beperkingen, zoals diverse organisaties die een intake verzorgen. De insteek om de Wmo en jeugdhulp naar gemeenten over te brengen, was erop gericht om de jeugdhulp dichter naar de burger te brengen. Dit proces moet beter worden en uitgaan van een persoonlijk gesprek met de hulpvrager in plaats van een telefonische intake. De SP wil meer informatie krijgen over de hulpvragen en de vertaling hiervan, over cliënten, eerstelijnsverzorgers en hoe de hulp concreet wordt geboden. De SP wenst meer vertrouwen in de zorginstellingen, via de scholen, GGD's en sportclubs meer inzet op preventie én aandacht voor het gezin. De SP pleit ervoor de schotten tussen zorg, werk en inkomen en schulden weg te halen. Mevrouw Van der Lee, ex-lid van de Wmo-adviesraad, gaf in 2015 aan: "Begin van onderaf het beleid te schrijven, samen met de inwoners en hulpverleners in het veld. Geef vertrouwen aan de zorgverleners en de hulpvragers. Zìj weten wat moet gebeuren." De gemeenteraad hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. 's-Hertogenbosch kan bijvoorbeeld leren van de aanpak van de gemeente Zutphen, die de marktwerking uit de huishoudelijke zorg heeft gehaald.
De SP roept op de opdracht aan het college te geven om de nood van hulpvragers direct aan te pakken en op te lossen. Het beleid kan hierop afgestemd worden. De SP staat achter de suggestie van GroenLinks om aan het begin van de nieuwe raadsperiode de intenties en indicatoren te formuleren. De heer Plasmeijer (50PLUS) heeft er minder moeite mee dat het voorstel wordt gepresenteerd als raadsvoorstel, hoewel de fractie wel enkele wensen en opmerkingen heeft voor de uitwerking hiervan. Het rapport constateert dat de informatievoorziening aan de raad over het jeugdzorgbeleid erg uitgebreid is, maar dat betekent niet dat de raad ook volledig en op een overzichtelijke wijze wordt geïnformeerd. De fractie is van mening dat de informatievoorziening en de besluitvorming niet op dezelfde lijn ligt, terwijl de uitvoering en het overleg tussen de betrokken wethouders van de gemeenteraden wel zijn gecentraliseerd.
Voor wat betreft de start van belangrijke beleidsprocessen meent 50PLUS meent dat een aantal vragen op dit punt beter geformuleerd kunnen worden, zoals: Wat zijn de belangrijkste problemen waar jeugdigen en gezinnen mee te maken hebben? Welke aanpak wordt hiervoor ingezet? Wat zijn de beoogde maatschappelijke doelen en zijn deze concreet en meetbaar? Wat regionale samenwerking betreft, is al verbetering zichtbaar, maar 50PLUS meent dat wat dit betreft nog wel meer stappen gezet kunnen worden. Zo ziet de partij ziet een rol voor de griffie in de voorbereiding. Het kan daarnaast helpen, wanneer de gemeenteraad - als centrumgemeente op gepaste tijden het bestuur van de regionale samenwerking kan aanspreken. Dit doet de gemeenteraad al met het bestuur van de GGD. Tot slot vindt 50PLUS het noodzakelijk dat het gevoerde beleid gecontroleerd kan worden. De raad zou meer kunnen kijken naar de maatschappelijke effecten van het regionaal uitgevoerde jeugdzorgbeleid. Spreker heeft in 2020 bij de behandeling van de jaarrekening getracht kritische vragen te stellen naar aanleiding van de cijfers, maar is hierin niet geslaagd. Hij zou graag zien dat in de aanstaande jaarrekening duidelijke cijfers worden gepresenteerd zodat de raad kan controleren of de gemeente op de juiste weg is.
Mevrouw Van Heertum (De Bossche Groenen) is blij met de handvatten die het rapport biedt en tevens met de timing hiervan, gezien de huidige status van de jeugdzorg. De partij erkent het sentiment van de Wmo-adviesraad dat een actuele stand van zaken in een dergelijk rapport niet mag ontbreken. De realiteit van een oplopend aantal zorgvragen, die bovendien steeds complexer worden, dwingt de fractie tot het stellen van fundamentele vragen over wat goede zorg is, in plaats van enkel schaven aan de uitvoering. Er is geen grip op de jeugdzorg, besparingseffecten blijven uit en het effect op de gemeentebegroting is enorm. Goede monitoring is daarom cruciaal. De fractie van de Bossche Groenen kijkt uit naar een koppeling tussen de cijfers in de zorgmonitor en de gestelde doelen uit het beleidsplan. De aanbevelingen met betrekking tot het regionaal overleg en de cliëntervaringen spreken zeer tot de verbeelding. De samenhang tussen de plannen en de uitvoering wordt op deze manier persoonlijk inzichtelijk gemaakt en ingekleurd door gebruikerservaringen en de verschillen daarin. Met dit soort informatie kan de raad beter controleren en beter gebruik maken van zijn bevoegdheden om te sturen op de beleidskaders. Wellicht kan 's-Hertogenbosch als centrumgemeente het voortouw nemen in het organiseren van een regionaal overleg. Er zijn tal van netwerken waarlangs dit georganiseerd kan worden.
Het toewerken naar regionale afspraken en beleidsprocessen middels bespreking in de commissies kan hiervoor een aftrapmoment vormen. De Bossche Groenen verwacht
3
dat voorliggende nota de gemeente in staat zal stellen om een betere samenwerking te bereiken, in het lokale proces de goede vragen te kunnen stellen en de juiste kaders mee te geven. De heer Hack (VVD) acht de vraag hoe de raad 'grip krijgt en houdt' een technisch vraagstuk. De VVD wil hierbij drie zaken in het bijzonder aanstippen. Ten eerste onderschrijft de VVD de aanbevelingen om de raad meer aan de voorkant van het beleidsplan te positioneren. Wat de VVD betreft, betekent 'de voorkant' dat de raad op een vroeg moment kan meedenken over de start van het beleidsproces. Zo kan bijvoorbeeld eerst een informatiemiddag georganiseerd worden, vervolgens een formele notitie in de commissievergadering worden besproken, waarna de formele besluitvorming volgt. De fractie verwijst als voorbeeld naar de Wmo-conferentie in september jl. Ten tweede deelt de VVD de constatering dat een overvloed aan informatie, die informatie inhoudelijk niet per definitie beter maakt. Er bestaat behoefte aan een betere aansluiting tussen de bestaande informatiekanalen, zoals kwartaalberichten en de zorgmonitor. Ten derde kan een werkwijze die de informatie reëler maakt door deze te koppelen aan 'echte ervaring', alleen maar een positieve toevoeging bieden aan het geheel. De VVD wil de rol van ervaringsdeskundigen hierin benadrukken.
De heer Slikker (PvdA) heeft de afgelopen zes jaar regelmatig geworsteld met de vraag hoe jeugdzorg op de agenda gezet moet worden. Positief is dat de openheid hierover vanuit het college de afgelopen jaren groter is geworden. Daarnaast trekt de raad in de volle breedte constructief op vanuit de gedeelde zorgen over stijgende wachtlijsten, te veel bureaucratie en vanwege het aantal jongeren dat buiten de regio wordt opgevangen. De PvdA kan zich grotendeels vinden in de bevindingen en aanbevelingen van de Rekenkamercommissie maar is ook kritisch op haar eigen rol. Het college dient zich ten dienste van een scherpe kaderstellende rol van de raad op te stellen. Het college dient meer samenhang aan te brengen in het aanbod aan informatie en zou bepaalde zaken in de P&C-cyclus moeten opnemen conform de afgesproken indicatoren. Desalniettemin is het ook aan de raad om zich aan de voorkant te positioneren en het doelstellingendebat onderling te voeren. De PvdA ziet graag twee aanscherpingen in de aanbevelingen van de Rekenkamer. Onder punt 4 van het raadsvoorstel wordt gesteld dat regionale jeugdhulpprocessen standaard met een discussienota gepaard moeten gaan. De PvdA pleit ervoor dat de inkoopopdracht hierin wordt opgenomen, zodat de raad regelmatig kan terugkijken naar de indicatoren en deze waar nodig kan aanscherpen.
Het uitwisselen van zienswijzen tussen gemeenteraden is niet afdoende om effectiever in regionaal verband te kunnen positioneren ten opzichte van de inkoopopdracht. Wat de PvdA betreft, moeten er regioraden en gezamenlijke sessies 'Informeren & Ontmoeten' georganiseerd worden. De raden moeten een gezamenlijke positie innemen rondom bepaalde vraagstukken. De notitie focust meer op de informatieve kant dan op de positionerende kant van de raad in de regionale sfeer. Dit zou de PvdA graag willen aanscherpen. De PvdA is van mening dat 's-Hertogenbosch als centrumgemeente aan zet is om samenwerking te initiëren. De heer Koningstein (Bosch Belang) is blij dat de doelstellingen en indicatoren samen met de begroting zullen worden gepresenteerd en dat hetzelfde gebeurt met de kaderstellende nota's en de informatievoorziening aan de raad en de commissie. De fractie verheugt zich ook op het feit dat regionale beleidsprocessen standaard worden meegenomen in discussienota's, zodat zaken voorbesproken kunnen worden in de commissie Sociaal. De partij vraagt aan het college of er een evaluatie mag worden verwacht of dat de commissie hiertoe zelf een initiatief moet nemen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) memoreert dat in 2015 de jeugdhulp naar de gemeenten werd overgeheveld. De doelstelling van deze verandering was om verbetering van de jeugdhulp te realiseren tegen lagere kosten.
Het gevolg was echter, dat de gemeenten minder budget kregen terwijl het beroep op de jeugdzorg en daarmee de kosten sindsdien alleen maar zijn gestegen. Het is daarom des te belangrijker grip te krijgen op alle ontwikkelingen. Leefbaar 's-Hertogenbosch is blij met de aanbevelingen die worden gedaan. De fractie constateert ook dat de informatie vrij versnipperd is en eenduidigheid in de begrippen ontbreekt. Cliëntervaringen en kwalitatieve aspecten moeten goed worden gewogen. Spreker verwijst naar een brief (2019) over budgettaire kaders voor de Wmo en jeugdhulp. In dit schrijven is aangegeven dat de capaciteit, kwaliteit en efficiency van de eigen toegang verbeterd moet worden, dat er extra budget moet komen en dat structureel geïnvesteerd moet worden in praktijkondersteuners voor jeugd bij de huisartsen. De fractie merkt op dat deze investering terugkomt in de jaarrekening, waarbij wordt aangegeven dat het 'volledig is gerealiseerd', maar het effect in kwantiteit en kwaliteit ziet de fractie op geen enkele manier terug. Het is van belang dat beleid gevolgd kan worden op kwalitatieve en kwantitatieve aspecten. Wat de fractie betreft, legt het
4
rapport een aantal zaken bloot ten aanzien van indicatoren, waar de raad niet altijd even scherp op is geweest. Benchmarking wordt wel eens gebruikt om getallen te duiden en te vergelijken. Spreker verwijst hierbij naar Weener XL en stelt voor om eens te kijken naar de werkwijze die daar wordt gehanteerd. Wellicht kunnen stappen gezet worden in het omgaan met data om grip te krijgen op de ontwikkelingen rondom jeugdzorg. De heer Van Hattem (PVV) meldt dat de PVV blij is met de scherpe blik op sturing en indicatoren vanuit de kaderstellende rol van de raad. In de brief die het college aan de raad heeft gericht - in reactie op het rapport - stelt het dat het over het algemeen blij is met de inzichten die ook grotendeels overeenkomen met de inzichten uit het VNG-visitatierapport. De PVV vraagt het college wat het bedoelt met 'over het algemeen'. Het college schrijft verder dat de huidige doelstellingen en indicatoren niet aansluiten op het beleidsplan Jeugdhulp en niet zijn verwerkt in de programmabegroting, omdat hierin gewerkt wordt met meerjarendoelstellingen en indicatoren voor de volledige bestuursperiode. Spreker begrijpt dat het college voorstelt om - in afwijking van het raadsvoorstel niet nu reeds bij de komende begrotingsbehandeling, maar pas in de komende bestuursperiode deze zaken mee te nemen.
De PVV is van mening dat de raad de eigen rol moet pakken en gaat sturen op de P&C-cyclus. De PVV hoort graag of het college bereid is dit uit te voeren en op welke punten het het raadsvoorstel meteen consequent gaat overnemen en op welke punten niet. De raad is ook zelf aan zet. Volgens de Jeugdwet is het aan de raad om te bepalen hoe vaak een beleidsplan dient te worden vastgesteld. De gemeenteraad heeft ook de vrijheid om het beleid zelf vorm te geven. De PVV pleit ervoor deze rol op te pakken door het voorliggende voorstel aan te nemen en hiermee richting het college een duidelijk signaal af te geven. De heer Van Genugten (CDA) geeft aan dat veel gemeenten in Nederland nog steeds zoeken naar grip op de jeugdzorg. Het CDA sluit zich aan bij de kritische noot van GroenLinks over de wijze waarop het voorliggende voorstel wordt aangeboden. In het gesprek met de onderzoekers heeft spreker aangegeven dat er wat hem betreft, niets mis is met de informatievoorziening. Op alle mogelijke manieren probeert het college de raad de nodige grip te bieden. De vraag is of de raad daarmee alle grip ook hééft. Er is al een en ander gezegd over de samenhang in informatie. Het CDA kan zich vinden in deze inbreng. Het onderzoek concludeert dat veel wordt gesproken over inkoopstructuur en -strategieën en samenwerkingsvormen, maar wat minder over de inhoud van de jeugdzorg.
Er moet wat de fractie betreft ook meer aandacht zijn voor ervaringsdeskundigheid. De fractie vraagt om dit mee te nemen naar het volgende werkbezoek aan het zorgbedrijf. De gemeenteraad wil kwalitatieve jeugdzorg, ook in de uitvoering, maar de raad gaat niet over de uitvoering. Deze spanning heeft spreker eerder benoemd. Wel ziet de fractie dat het college een uitgestoken hand biedt om de gemeenteraad aan de voorkant nog nauwer te betrekken en meer te informeren. Het CDA is van mening dat de raad de opdracht heeft om zich nadrukkelijker te manifesteren in regionale bijeenkomsten. Spreker stelt vast dat de opkomst van Bossche raadsleden bij dergelijke sessies niet altijd hoog is. Mevrouw Hoog Antink (D66) dankt het college voor de snelle en adequate beantwoording van de conclusies en aanbevelingen uit het rapport. D66 sluit zich aan bij de meeste punten die door voorgaande sprekers zijn benoemd. Voor D66 is vooral de informatievoorziening wezenlijk. Het is een behoorlijk complex dossier en de informatie is soms moeilijk te duiden. De cliëntervaringen vormen in dit kader een belangrijk onderdeel. Een tweejaarlijks onderzoek naar de cliëntervaringen vindt de fractie te gering, daar de huidige praktijk bijna dagelijks verandert. Als het gaat over regionale processen, zal 's-Hertogenbosch de rol als centrumgemeente moeten oppakken.
De heer Meijer (gewoon ge-DREVEN) sluit zich aan bij de inbreng van voorgaande fracties. Gewoon ge-DREVEN is van mening dat de informatie toegankelijker moet worden. De fractie zoekt controle op voortgang, niet alleen op de begroting, maar ook op kwaliteit en kwantiteit. Mevrouw Van Gerven (Rosmalens Belang) wil graag aandacht voor de conclusie dat de kaders die door de raad zijn vastgesteld af en toe lastig te volgen zijn aangezien de doelstellingen in verschillende beleidsdocumenten niet overeenkomen en/of niet SMART zijn geformuleerd. Mede vanwege de coronasituatie hebben de regionale afstemmingen met de overige gemeenteraden niet plaatsgevonden. De fractie wenst dat de regionale overleggen snel opgepakt worden. Het voorstel om kaderstellende beleidsstukken in de commissie Sociaal te bespreken, ziet de fractie als een positieve intentie. Een goede scheiding van college en raad moet hieraan ten grondslag liggen. Rosmalens Belang stelt daarom voor dat de wethouder en de ambtenaren een inventarisa-
5
tie maken van welke informatie, in welke vorm, de raad nodig heeft om goed te kunnen monitoren, zonder daarbij de raad en het ambtelijk apparaat te overbelasten. De cliëntenraad maakt zich veel zorgen over de kwaliteit van zorg bij de jeugdhulp, de lange wachtlijsten, eetstoornissen, groeiende eenzaamheid en suïcidale neigingen. De cliëntenraad herkent het gevoel van de raad dat het gesprek over de inhoud ondergeschikt is aan alle aandacht die wordt besteed aan de kosten en inkoopproblematiek. De partij vindt het opmerkelijk dat een kwetsbare jongere die achttien jaar wordt, andere hulpverlening moet krijgen. Rosmalens Belang vindt dat jeugdhulp en Wmo op dit punt beter moeten gaan samenwerken. Wethouder Van Olden dankt de Rekenkamer voor voorliggende rapportage en hierin verwoorde inzichten. Het college heeft in de commissie Sociaal vaak woorden van vertwijfeling gedeeld over "het moeras van de jeugdzorg". Het is goed om naar de eigen, interne rol te kijken, maar het probleem ligt 'buiten'. Er zal nog een keer goed gekeken worden naar de zorgmonitor, die in samenwerking tot stand is gekomen, en naar de informatie die ertoe doet en in hoeverre dit in stukken wordt gepresenteerd. Het probleem van de jeugdzorg – met name de specialistische jeugdzorg – is hiermee echter niet opgelost. De regio Noordoost-Brabant doet het grosso modo niet slecht, maar er is geen regionaal orgaan.
Het RBO Jeugdzorg bestaat uit zestien wethouders die bij elkaar komen. Elke gemeente heeft daarin een zware stem, maar de jeugdzorgregio's kennen geen wettelijke basis. Spreker hoopt dat het nieuwe kabinet hierin zowel qua geld als qua inhoud, een verbeterslag gaat maken en dat richting de nieuwe raadsperiode een en ander kan worden voorbereid zodat het werk voor de nieuwe raad beter te duiden is. Daarnaast is het van belang dat zorgaanbieders dieper bevraagd gaan worden op effecten en ervaringen van jeugdigen. Het college heeft in de brief aangegeven dat het huidige Regionaal Beleidsplan tot 2024 loopt. Hierop is de inkoop 2020-2023 vastgesteld. Dit laat onverlet dat de komende jaren gekeken kan worden waar een en ander moet worden bijgesteld. Tussentijdse aanpassingen moeten in regionaal verband gebeuren. 's-Hertogenbosch probeert zijn rol als centrumgemeente te pakken, daar waar dat kan. Het college poogt dit in nadrukkelijke samenwerking met de raad te doen. Heel concreet is een uitnodiging naar de raad gestuurd voor de doordecentralisatie van beschermd wonen in regionaal verband. De heer Van Hattem (PVV) geeft aan dat een aantal zaken in het raadsvoorstel de bevoegdheid van het college raakt ten opzichte van de bevoegdheden van de raad. De PVV vraagt of er bepaalde zaken zijn waarvan het college a priori zegt dat het dit niet kan of wil gaan doen.
Wethouder Van Olden geeft aan dat wanneer de raad het voorstel aanneemt, het college de zes aanbevelingen zo goed mogelijk gaat uitvoeren. Het is echter mogelijk dat het college iets wil, maar dat de regio hier niet voor voelt. Het college probeert zo transparant en openhartig mogelijk dilemma's te delen. Op voorhand is het college niet tegen één of meer van de aanbevelingen. Hij merkt op dat het niet zal lukken om alle punten in 2021 te realiseren, omdat daarvoor de nodige menskracht ontbreekt. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) merkt op dat het college de zes aanbevelingen moet uitvoeren, omdat het hierbij gaat over een raadsvoorstel. Wethouder Van Olden zegt dat de inschatting is dat het uitgevoerd kan worden. Gaandeweg kan echter blijken dat niet alles binnen kalenderjaar 2021 gerealiseerd kan worden. Spreker komt in dat geval terug naar de raad. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) vindt dit antwoord op dit moment voldoende. Spreker neemt het stuk mee terug naar de fractie. De heer Van Hattem (PVV) neemt het stuk mee terug naar de fractie om te kijken of er aanscherpingen gedaan kunnen worden. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raadsvergadering wordt doorgeleid.
6
6.
Toekomst Jongerencentrum De Poort De voorzitter licht toe dat de heer Slikker van de PvdA met een aantal andere fracties het initiatief heeft genomen om te spreken over de toekomst van De Poort. Tijdens Informeren en ontmoeten van 12 april hebben 5 insprekers het woord gevoerd over dit onderwerp. Daarnaast zijn er nog schriftelijke reacties ontvangen die aan de agenda zijn toegevoegd. De heer Slikker (PvdA) zegt een de-escalatie te wensen en een herstart van het goede gesprek. In december 2019 was De Poort wellicht het beste jongerencentrum van 's-Hertogenbosch en kon rekenen op tientallen actieve vrijwilligers, bood honderden activiteiten en duizenden bezoekers uit alle delen van de stad. Twee maanden nadat de raad het besluit had genomen om De Poort vanwege bewezen succes een driejarige subsidie toe te kennen, kwam het verzoek vanuit het stadsbestuur om twee van de vijf medewerkers uit het bestand te halen, met een crisis bij De Poort tot gevolg. Het college besloot vervolgens om de subsidieopdracht en inkoopopdracht terug te trekken, hetgeen tot een groot protest van de jongeren leidde. Op 7 juli 2020 gaf de gemeenteraad de volgende opdracht: ▪ Zorg ervoor dat de unieke werkwijze conform de inkoopopdracht behouden blijft. ▪ Laat vrijwilligers en jongeren 'meebesluiten' over de toekomst van De Poort.
▪ Geef het jongerenwerk in 's-Hertogenbosch-Noord vorm met drie zelfstandige partners. In november 2020 trad een nieuw bestuur aan dat graag vorm en inhoud aan deze raadsopdracht wilde geven. Vanaf dat moment heeft het vervelende proces zich herhaald: verschillen van inzichten, ongelukkige communicatie, verdwenen brieven, een onderzoek waarvan de één zegt dat de feiten evident zijn, terwijl de ander zegt dat deze feiten tot stand zijn gekomen in een onjuist proces. De indieners willen nadrukkelijk aangeven dat het niet de bedoeling is dat vanavond hierover wordt gesproken. De conclusie is wel dat het voor de jongeren in de stad niet beter is geworden dankzij het hele proces. Het bestuur heeft inmiddels een bezwaar ingediend, waarmee een juridische procedure boven tafel hangt. De stichting en de gemeente praten inmiddels via advocaten met elkaar, terwijl de stad het jeugd- en jongerenwerk, ook vanwege corona, juist hard nodig heeft. De indieners zouden graag zien dat de gesprekken opnieuw worden gestart. Het aanstellen van een kwartiermaker is volgens de PvdA een wijs besluit, om zodoende met iets meer afstand van beide kanten opnieuw naar het geheel te kijken. De indieners pleiten ervoor om ook de stichting te betrekken bij de inkoopopdracht.
De indieners vragen of de overige fracties de mening delen dat de-escalatie wenselijk is en dat de gemeente, bij monde van de kwartiermaker, het zittende bestuur van De Poort en de samenwerkingspartners in Noord het constructieve gesprek over het uitvoeren van het jeugd- en jongerenwerk moet hervatten, conform de uitgangspunten zoals geformuleerd in de motie van 7 juli jl. De voorzitter stelt voor om de andere indieners de gelegenheid te geven deze toelichting aan te vullen. De heer Van Genugten (CDA) heeft een interruptie richting de heer Slikker. Hij leest in de motie van 7 juli jl. niet terug dat door de raad is opgeroepen om met drie partijen de inkoopopdracht gestalte te geven. Voorts heeft spreker de heer Slikker niets horen zeggen over het BMC-rapport. De heer Slikker (PvdA) weet vrij zeker dat in de overwegingen duidelijk wordt gesproken over meerjarige samenwerking tussen onafhankelijke partners die het jeugd- en jongerenwerk vormgeven. Spreker meent dat de commissie een dagenlang debat kan voeren over het BMC-rapport. De indieners van het voorstel hebben ervoor gekozen om dit vanavond niet te doen, omdat het vrij snel in een nare toonzetting kan ontaarden waarbij de jongeren niet zijn gebaat. Iedere partner en ieder bestuur waar de gemeente mee samenwerkt om het jeugd- en jongerenwerk in 'sHertogenbosch te realiseren, hoort aan de maat en stabiel te zijn.
De voorzitter van de stichting gaf in diens inspraakreactie aan dat er vanuit De Poort alle ruimte is om te praten over versterking van het bestuur en de organisatie. Er was alleen géén ruimte om binnen zestien uur te besluiten om meer dan de helft van het bestuur naar huis te sturen zonder te weten wie daarvoor in de plaats komt. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat het doorlopen traject geen schoonheidsprijs verdient. Hier is veel tijdsdruk op gezet en de voorzitter van de stichting gaf aan dat conclusies voortijdig werden besproken. Ook is het opmerkelijk dat is aangegeven dat het bestuur direct vervangen kan worden. Daarnaast werd de jeugdigheid van de voorzitter benoemd. Dit beeld herkent
7
de partij niet. De partij hoopt dat het jeugdwerk doorgang kan vinden: als zelfstandige organisatie en met de bewezen formule. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) had in eerste instantie een harde inzet van het voorstel gewild, ook naar aanleiding van alle verhalen die naar buiten zijn gebracht. De partij heeft kort overleg gehad en geconcludeerd dat de richting die de PvdA aan het stuk wilde geven, wellicht meer opening biedt om samen tot een oplossing te komen. De brief baart de partij wel zorgen. Het voorstel is gericht op een opdrachtverstrekking waarbij minimaal twee partijen – PowerUp073 en Hambaken Connect – zijn betrokken, terwijl is besloten dat voor drie partijen ruimte moet zijn en de stelling is dat De Poort altijd goed werk heeft geleverd. Dit is niet de samenwerking waar gewoon ge-DREVEN op had gehoopt. De heer Van Hattem (PVV) sluit zich aan bij de reacties van de PvdA en gewoon ge-DREVEN. De heer Vugs (SP) sluit zich aan bij de reactie van de PvdA. De SP wenst dat de rust bij jongerencentrum De Poort terugkeert. Mevrouw Van Heertum (De Bossche Groenen) sluit zich eveneens aan bij de voorgaande sprekers. De fractie wenst vooral vooruit te kijken. De fractie is benieuwd naar de opdracht die de kwartiermaker meekrijgt. Wat De Bossche Groenen betreft, draait het allemaal om vertrouwen en vooral ook over de vraag of de jongeren de gemeente kunnen vertrouwen.
De heer Van Haren (VVD) stelt dat over het belang van goed jongerenwerk geen politieke discussie bestaat. Hierbij hoort een goed functionerend jongerencentrum De Poort, die met de vertrouwde werkwijze van vrijheid en verantwoordelijkheid opereert. Die werkwijze heeft zich de afgelopen decennia talloze keren bewezen, maar door de ontstane situatie ziet de fractie dat de werkwijze van het jongerencentrum nu ophoudt te bestaan. Dit is niet alleen het gevolg van de conclusie uit het BMC-rapport, maar vloeit voornamelijk voort uit de voelbare verstoorde verhoudingen tussen de samenwerkingspartners onderling, tussen de samenwerkingspartners en de gemeente, maar ook op de werkvloer tussen jongerenwerkers en zelfs groepen jongeren. Deze situatie moet zo snel mogelijk worden opgelost zodat de rust kan terugkeren. De VVD pleit voor herstel van die rust. De vraag is alleen hoe dit kan worden bewerkstelligd. De-escalatie is natuurlijk wenselijk, maar de VVD twijfelt of het mogelijk en verstandig is om volgens de door de initiatiefnemers voorgestelde manier terug in gesprek te gaan. De situatie maanden verlengen door op dezelfde manier te gaan praten is volgens de VVD niet de oplossing.
De inhoudelijke lijn van de VVD is niet veranderd sinds juli 2020: een stabiel en samenwerkend jongerencentrum met de vertrouwde werkwijze, waarbij jongeren zich bezighouden met hun talenten, uitdagingen en dromen en niet met inkoopopdrachten of governancecodes. De partij wil dat de gemeente dit mogelijk maakt en dan niet alleen door het gebouw open te houden, maar door de vertrouwde werkwijze in het jongerenwerk centraal te stellen, zodat De Poort jongeren in heel 'sHertogenbosch nog veel jaren weet te bereiken en te binden. De VVD leest veel van de eigen ideeën terug in de brief van het college. Het aanstellen van een kwartiermaker is een wijs besluit. De genoemde kwartiermaker en de kaders die het college aan haar meegeeft, vormen een nieuw antwoord op de 'hoe-vraag'. Dit is hopelijk een begin van een oplossing om uit de huidige situatie te komen en terug te keren naar rust en goed jongerenwerk. Hierop blijft de fractie het college nauwgezet volgen. De heer Slikker (PvdA) vraagt of de VVD van mening is dat de kwartiermaker - naast de andere gesprekspartners - ook met het huidige bestuur van De Poort zou moeten praten over mogelijke voortzetting van de inkoopopdracht. De heer Van Haren (VVD) vindt het heel verstandig dat de kwartiermaker in gesprek gaat met de jongeren in De Poort, waar ook een aantal bestuursleden tussen zit.
Gezien de onderlinge verhoudingen, vraagt spreker zich af of het gesprek met het bestuur, als entiteit, op dit moment een goede stap vooruit is. De heer Slikker (PvdA) zegt dat de raad duidelijk moet zijn of er wel of niet met het bestuur als entiteit wordt gepraat. Spreker vraagt of de VVD deze uitspraak kan verhelderen. De heer Van Valkenburg (Bosch Belang) interrumpeert richting de heer Slikker en verwijst naar de opdracht van de kwartiermaker. Indien de kwartiermaker gedurende de uitvoering van deze op-
8
dracht tot inzichten komt die aanleiding kunnen zijn tot bijstelling van de opdracht, dan wordt hierover in overleg gegaan. De heer Slikker (PvdA) wijst op de formulering. Hier is gesteld "dat het een mogelijkheid is dat de kwartiermaker zou kunnen gaan praten met de huidige stichting". Als de kwartiermaker niet gaat praten met het zittende bestuur, dan bestaat het gevaar dat het bestuur weigert de sleutel in te leveren, bezwaar aantekent en een juridische procedure start die vervolgens maanden kan gaan duren. Een kwartiermaker heeft behoefte aan een duidelijke opdracht. De vraag of zij in gesprek mag treden met het zittende bestuur, moet beantwoord worden. De heer Van Haren (VVD) vindt het belangrijk dat de situatie wordt opgelost. De brief geeft hieraan een richting. De VVD is er minder stellig in dat het opnieuw praten met het huidige bestuur, zal leiden tot een procesverbetering. De heer Vugs (SP) zegt dat de kwartiermaker het gesprek aangaat met minimaal twee partijen. De SP vraagt of de VVD van mening is dat dit ook meer partijen kunnen zijn. De heer Van Haren (VVD) geeft aan dat het geen voorstel betreft, maar een brief waarin het college de commissie informeert over zijn besluit. Spreker kan zich voorstellen dat de kwartiermaker in ieder geval in gesprek gaat met de twee partijen die op dit moment zijn ingekocht om het jongerenwerk vorm te geven.
Het huidige bestuur is daar niet meer één van. De VVD begrijpt daarom goed waarom de twee partijen expliciet zijn opgenomen in de brief en in de opdracht aan de kwartiermaker. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) geeft aan dat in het vorige besluit is gemeld dat het jongerenwerk met alle drie partijen zelfstandig gehandhaafd moet blijven en dat daaruit eigenlijk voortvloeit dat met alle drie partijen wordt gesproken. Spreker zou graag zien dat dit expliciet in de brief wordt verwoord. De heer Van Haren (VVD) zegt dat het erom gaat dat de commissie een inhoudelijke lijn schetst en dat de eerste stap richting een oplossing wordt gezet. De VVD meent dat de weg die in de notitie wordt geschetst, niet de juiste weg voorwaarts is. De heer Van Genugten (CDA) is blij dat de discussienotitie is gericht op de toekomst. Spreker meent dat de verschillende fracties in grote lijn dezelfde intentie hebben: iedereen wil een mooie toekomst voor het jongerenwerk. Het CDA vindt de aanstelling van een kwartiermaker een verstandige keuze. Het is een onafhankelijk persoon die het brede gesprek gaat voeren over de toekomst van het jongerenwerk in Noord, beginnende bij de jongeren en vrijwilligers over wie het in feite gaat. De kaders die de kwartiermaker meekrijgt, acht het CDA helder. Het gesprek voeren met het huidige bestuur is daarbij niet het juiste vertrekpunt.
Als het gaat over de toekomst, dan is het van belang om het gesprek te starten met de mensen over wie het gaat. Het CDA wil zich in dezen niet beperkend opstellen, maar vertrouwen uitspreken in de kwartiermaker. De heer Slikker (PvdA) vindt het logisch om te praten met de jongeren, de wijkraad en de partners in de stad. Spreker vraagt of het CDA van mening is dat óók gesproken moet worden met het huidige bestuur. De heer Van Genugten (CDA) acht de primaire stap om rust te creëren door de kwartiermaker als onafhankelijk persoon aan te stellen om opnieuw een verkenning uit te voeren. Het CDA is van mening dat de commissie de kaders voor de kwartiermaker niet moet inkleuren, anders dan het brede kader te schetsen om gesprekken te gaan voeren. De heer Slikker (PvdA) zegt dat er geen veto zou mogen liggen op het spreken met het zittende bestuur. Spreker vraagt wat het CDA hiervan vindt. De heer Van Genugten (CDA) leest nergens dat er een veto ligt op het spreken met een bepaalde partij. De heer Slikker (PvdA) zegt dat een aantal partners zeer expliciet wordt genoemd terwijl het bestuur expliciet níet als gesprekspartner wordt genoemd.
9
De heer Van Genugten (CDA) wil de opdracht voor de kwartiermaker niet invullen wat betreft 'het wie, het wat en het hoe'. Stichting Jeugdwerk Maaspoort wordt niet genoemd, omdat zij geen subsidie heeft om de opdracht uit te voeren. Concreet vindt het CDA dat de kaders van 7 juli jl. helder zijn en dat de kwartiermaker het brede gesprek moet aangaan. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of het CDA er bezwaar tegen heeft als de kwartiermaker met het huidige bestuur wil praten. De heer Van Genugten (CDA) heeft daar in principe geen bezwaar tegen. Het CDA is van mening dat de kaders niet moeten worden ingekleurd door de raad. De invulling is aan de kwartiermaker zelf. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) is van mening dat de opdracht juist wordt ingekleurd door de derde partij expliciet níet te benoemen. De heer Vugs (SP) vraagt of gewoon ge-DREVEN van mening is dat de kwartiermaker wordt beperkt in haar opdracht. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) wil het geen beperking noemen, maar er is wel een bepaalde sturing. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) pleit ervoor het debat te beperken tot het antwoord op de vraag van de indieners. De voorzitter wilde de nodige ruimte bieden voor scherpstelling. Mevrouw Van Heertum (De Bossche Groenen) vindt het goed om te horen dat het CDA de rol van de kwartiermaker niet wil beperken.
De partij vraagt wat het CDA ervan vindt als bij de gesprekken de constateringen uit het BMC-rapport worden meegenomen, terwijl niet wordt gesproken met de partij waarover veel van deze constateringen gaan. De heer Van Genugten (CDA) is blij dat zowel de indieners als de wethouder naar de toekomst willen kijken. De raad gaat niet over de invulling van de taak van de kwartiermaker en wat zij concreet gaat doen. Het BMC-rapport geeft duidelijke conclusies, waar niet zomaar aan voorbij kan worden gegaan, maar dat betekent niet dat het gesprek niet in de volle breedte gevoerd kan worden. Die ruimte is aanwezig wat het CDA betreft. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) wil eveneens naar de toekomst kijken en het verleden in het verleden laten. GroenLinks wil daarom geen hervatting van het gesprek met het bestuur van Stichting Jeugdwerk Maaspoort. Deze stichting bleek niet in staat de afgesproken samenwerking tussen de partners in Noord tot stand te brengen. Uit het BMC-rapport blijkt dat de stichting dit nog steeds niet kan. Het is een duidelijk rapport dat de raad niet naast zich neer kan leggen. GroenLinks wenst goed jongerenwerk waarbij de lokatiegebonden, ambulante en familiegerichte aanpak elkaar aanvullen en versterken. Dit vraagt nu om een geheel nieuwe start. GroenLinks is daarom verheugd te vernemen dat het college een kwartiermaker heeft aangesteld.
Haar wordt gevraagd om met zoveel mogelijk partners in gesprek te gaan, waarbij de constateringen van het BMC-rapport betrokken worden en de motie van de raad het uitgangspunt blijft. De heer Slikker (PvdA) vindt het opmerkelijk dat GroenLinks aangeeft dat de bevindingen uit het BMC-rapport betrokken moeten worden bij de opdracht, terwijl de kwartiermaker volgens GroenLinks niet in gesprek moet gaan met de partij waar die bevindingen over gaan. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) zegt dat in het rapport ook wordt ingegaan op andere partners. Het BMC-rapport gaat ook in op hoe de opdracht van de gemeente verbeterd kan worden én dat het zittende bestuur hiertoe niet in staat is. De heer Van Hattem (PVV) vraagt of GroenLinks van mening is dat de stichting geen tweede kans verdient.
10
De heer Van Rosmalen (GroenLinks) zegt dat de stichting een tweede kans heeft gehad. In november 2020 heeft een nieuw bestuur de kans en de financiering gehad om de opdracht uit te voeren. De opdracht aan de kwartiermaker is vrij open. Er staat niet in dat PowerUp073 en Hambaken Connect het zo snel mogelijk moeten overnemen. De heer Van Hattem (PVV) beoordeelt de opdracht als 'niet open'. Spreker vraagt of GroenLinks de wethouder erop gaat aanspreken wanneer de kwartiermaker toch in gesprek gaat met het huidige bestuur. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) vindt de opdracht voor de kwartiermaker heel duidelijk. De opdracht biedt alle ruimte om het jongerenwerk zo goed mogelijk vorm te geven met de twee partners die subsidie ontvangen. Dit kan eventueel met een derde partner, maar het is aan de kwartiermaker om uit te zoeken hoe dit het best kan worden vormgegeven. De heer Van Valkenburg (Bosch Belang) geeft aan dat het hierbij gaat over het voortbestaan van Stichting Jeugdwerk Maaspoort ín De Poort. Op het moment dat juristen in beeld komen, is het aan de raad om geen feiten op te werpen die later tegen de gemeente gebruikt kunnen worden. Duidelijk is dat De Poort blijft en dat de uitgangspunten van de motie intact blijven. De kwartiermaker wordt op pad gestuurd om te spreken over de doelstellingen voor het jongererenwerk in Noord.
Het is nog onzeker of de Stichting Jeugdwerk Maaspoort blijft bestaan, maar het is wel zeker dat er doelmatig jeugdwerk in Noord blijft. Dit is de insteek van Bosch Belang wat dit onderwerp betreft. Mevrouw Hoog Antink (D66) is blij dat de indieners van het voorstel in hun vraag aan de commissie toekomstgericht insteken. Terugkijken heeft inderdaad weinig zin meer. Het uitgangspunt van D66 is dat er een goede basis wordt gelegd voor de toekomst van het jongerenwerk in Noord met daarbij als uitgangspunt de verzoeken van de raad aan het college. D66 is blij met de opdracht die het college geeft aan de kwartiermaker. De partij vindt de opdracht aan de kwartiermaker ruim geformuleerd en is van mening dat zij alle ruimte moet krijgen. De uitkomst moet zijn dat er jongerenwerk in Noord komt voor en door jongeren, zoals de raad altijd heeft gewild. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) is het eens met het aanstellen van de kwartiermaker. Er zal samengewerkt moeten worden door alle partijen. Wat Rosmalens Belang betreft, wordt naar de toekomst gekeken en naar de vraag wat er beter kan. De partij wenst de kwartiermaker hierbij alle ruimte en succes toe. Wethouder Kâhya is verheugd te horen dat vanavond opnieuw wordt bevestigd hoe belangrijk het jongerenwerk in 's-Hertogenbosch is.
De gemeente wil ervoor zorgen dat het jongerenwerk op zodanige wijze wordt georganiseerd dat maximaal wordt bijgedragen aan talentontwikkeling en gelijke kansen voor alle jongeren. Samen met de uitvoeringspartners is aan deze opdracht gewerkt. De samenwerking is bevestigd met het verstrekken van een meerjarige opdracht. Stichting Jeugdwerk Maaspoort is betrokken bij de jongeren en heeft inspanningen geleverd om de opdracht te laten slagen, maar na wat er het afgelopen anderhalf jaar is gebeurd, concludeert het BMC-rapport dat de stichting niet bij machte is gebleken om uitvoering te geven aan de opdracht. Het college had bij voorkeur gezien dat de drie partners de opdracht samen op een goede manier invulden. Het college en de raad kunnen het indringende signaal uit het BMC-rapport niet zomaar naast zich neerleggen. De urgentie voor het college is dat het stroeve verloop van de bestuurlijke samenwerking ook impact heeft op de werkvloer. Het college heeft daarom besloten om de stichting geen opdracht te verlenen. Momenteel vindt de afbouw en overdracht plaats. Het startpunt voor de kwartiermaker is ook dat Stichting Jeugdwerk Maaspoort geen opdracht krijgt. Met alle uitgangspunten zoals benoemd in de brief, kan de kwartiermaker met een open vizier met iedereen gesprekken aangaan. De kaders van de raad zijn helder, zowel financieel gezien als qua wensen voor jongerenwerk.
De vraag is dan of het lukt om dit in de uitvoering met drie uitvoeringsorganisaties vorm te geven. Met één uitvoeringsorganisatie is het niet gelukt, met de andere twee wel. In de brief wordt gesproken over een eventuele derde partij, wat eventueel een andere derde partij kan zijn. Het is aan de kwartiermaker om te komen tot een oplossing waarbij De Poort en het jongerenwerk in Noord in optima forma kunnen functioneren.
11
De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) begrijpt van de wethouder dat het huidige bestuur niet meer in beeld komt. Ook het BMC-rapport wordt genoemd. Gewoon ge-DREVEN vraagt of de governance-eisen voor Stichting Jeugdwerk Maaspoort, PowerUp073 en Hambaken Connect op dezelfde wijze zijn beoordeeld. Het gaat hierbij uiteindelijk om de jongeren. Alle betrokken jongeren waarmee de fractie in De Poort heeft gesproken geven aan dat het prima loopt. Spreker vindt het daarom opmerkelijk dat het huidige bestuur ineens niet meer zou voldoen. De heer Van Haren (VVD) noemde governancecodes om een andere reden. Jongeren zouden zich bezig moeten houden met de ontwikkeling van zichzelf en van elkaar, in plaats van met governancecodes. De heer Slikker (PvdA) deelt de zorgen van het college wat betreft de werkvloer. Deze zorgen waren er vanaf het moment dat twee medewerkers uit het bestand werden gehaald en vanaf het moment dat per 1 april de subsidie werd gestaakt, waardoor twee andere medewerkers zijn ontslagen. De heer Tjeenk Willink wordt over het algemeen betrokken als twee zaken aan de hand zijn. 1) De partijen dragen allebei schuld en hebben misstappen begaan en voelen de ruimte om dit te erkennen. 2) Er mag met alle partijen worden gesproken. Spreker hoopt op de wijsheid van de kwartiermaker om óók het gesprek aan te gaan met het huidige bestuur.
De rust is niet gebaat bij een juridische procedure. De heer Van Genugten (CDA) hoort dat het college de opdracht zo goed mogelijk wil vormgeven en stappen naar de toekomst wil zetten. Het spreken met een derde partij ligt in principe open. Spreker vraagt of die derde partij voor de PvdA uitsluitend het huidige bestuur is. De heer Slikker (PvdA) geeft aan dat het huidige bestuur openstaat voor een gesprek. Het is bereid om met iedereen in gesprek te gaan over de invulling van de posten in het bestuur, de invulling van de opdracht en de aard van de organisatie. Als de kwartiermaker concludeert dat er aan beide kanten geen ruimte meer is om samen tot een goede inkoop van de opdracht te komen, dan legt de partij zich hierbij neer, maar de PvdA pleit ervoor het huidige bestuur niet aan de voorkant al uit te sluiten als gesprekspartner. De heer Vugs (SP) hoopt dat de kwartiermaker ook gaat praten met de Stichting Jeugdwerk Maaspoort. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) constateert dat de wethouder stelt dat de kwartiermaker met iedereen mag praten. Spreker gaat ervan uit dat niemand bij voorbaat wordt uitgesloten. Wethouder Kâhya zegt dat er een uitvoeringsvraagstuk ligt waarbij het BMC-rapport niet aan de kant geschoven kan worden. De heer Slikker (PvdA) zegt dat de vraag is 'of gesproken kan worden met het huidige bestuur'.
Wethouder Kâhya vindt het goed dat gewoon ge-DREVEN vragen stelt over het BMC-rapport en hoe de zaken zijn gelopen. Spreker is het echter ook met de PvdA eens dat een discussie over wat het afgelopen anderhalf jaar heeft plaatsgevonden, niemand vooruithelpt. Het college kiest er daarom voor om - gezien de conclusies en het besluit om de opdracht niet aan de stichting te verstrekken - een kwartiermaker de opdracht te geven om te bezien hoe de uitvoering van het jongererenwerk zo goed mogelijk gestalte kan krijgen. Dit gaat de kwartiermaker met een open vizier doen. Het college spreekt hierin vertrouwen uit. De heer Slikker (PvdA) gaat in overleg met de andere indieners van de nota over de gewenste raadsagendering. De voorzitter concludeert dat de discussie wellicht een vervolg krijgt in de raad.
12
7.
Werkplanning Er is een brief binnengekomen van de werkgroep Sociaal Domein. De heer Van Rosmalen licht de brief kort toe en informeert of er vragen over zijn. Hij roept de commissieleden op naar behoefte input te leveren. De commissie heeft geen vragen over de brief van de werkgroep Sociaal Domein.
8.
Rondvraag en sluiting Er zijn geen vragen voor de rondvraag binnengekomen. De voorzitter sluit de vergadering om 18.05 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Sociaal van 2 juni 2021.
De secretaris, drs. E.A.A. Kerkhoff
De voorzitter, mw. drs. J. Hendrickx
13