Verslag commissie Sociaal 06 09 2023 (vastgesteld)
Tekst van het document
Commissie SOCIAAL Verslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
6 september 2023 Raadzaal
J.J.M. Gersjes drs. E.A.A. Kerkhoff mw. M. Craste bc, J.J.E.L. van Creij, mw. E.C.M. van Diejen BSc, mw. mr. Y. Doǧan, S.J.A. Elders BA, A.W.J.A. van Hattem LLB, F.J. van Haren, mw. F. Hoekstra, mr. F. Kabbouti, mw. R.F. van der Kallen-van der Donk, mw. W.M. van de Leemput, A.P.R.G.M van Rosmalen, mw. E. Samshuijzen, ir. P.K. Schuurmans, A.C. van Silfhout, mw. C.K.J. Visscher, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg, mw. dr. Y. van Zaalen U. Kâhya, P. Slikker, mw. mr. M.A.B. Van der Sloot
Afwezig:
mw. A.M.W. van der Aa, O. Çifçi, F.G.F. van Genugten, S.C. van Hasselt, ing. J.N. Kieft, H.J.M. Mees, mw. drs. E.W.M. van Opdorp, mw. W.A.M.H. Parijs, W.J. Plasmeijer
Verslaglegging
I. Wendt
1.
Opening en mededelingen De voorzitter heet allen, in de zaal en thuis, van harte welkom bij de vergadering van de commissie Sociaal van 6 september 2023. Een speciaal woord van welkom aan mevrouw Hoekstra, die vanavond namens de PvdA debuteert in de commissie. Er is bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Parijs, mevrouw Van Opdorp, de heer Plasmeijer, de heer Kieft, de heer Mees, de heer Çifçi en de heer Van Hasselt. De heer Çifçi laat zich vervangen door de heer Kabbouti.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter meldt dat de agenda vijf raadsvoorstellen en een discussienotitie bevat en inventariseert over welke onderwerpen de commissieleden willen spreken. De commissie wil alle raadsvoorstellen bespreken op agendapunt 8 na.
3.
Vaststellen van de verslagen van de commissie Sociaal De commissie stelt de volgende verslagen vast: - Verslag commissie Sociaal d.d. 21 juni 2023 - Verslag commissie Sociaal d.d. 29 juni 2023 - Verslag Expertmeeting Gelijke kansen op gezondheid d.d. 8 juni 2023
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt naar de status van de motie over wachtlijsten voor de zorg. De voorzitter zegt toe om hier snel op terug te komen. De lijst van openstaande moties en de lijst van bestuurlijke toezeggingen worden ongewijzigd vastgesteld.
CONCEPT 1
5.
Werkplanning De voorzitter meldt dat de commissie twee uitnodigingen heeft ontvangen voor een werkbezoek, te weten een: - werkbezoek over het programma jeugdhulp op 27 oktober 2023 en - werkbezoek aan Weener XL op 24 november 2023. Hij vraagt of de commissie gebruik wil maken van deze uitnodigingen en concludeert dat dat inderdaad zo is. De heer Van Haren (VVD) heeft een punt van zorg bij het werkbezoek aan de Weener XL eind november. Hij vind het goed om stil te staan bij het programma, het gebouw en de medewerkers. Maar met de hearing van afgelopen juni in het achterhoofd wil hij aan de wethouder meegeven dat er voor moet worden gewaakt dat dit bezoek een ‘safari’ wordt. Hij vindt het van belang dat de commissie uiteindelijk ook op een goeie manier te zien krijgen hoe WeenerXL op dagelijkse basis functioneert.
Raadsvoorstellen 6.
Re-integratieverordening Participatiewet/IOAW/IOAZ 's-Hertogenbosch 2023 De voorzitter licht toe dat de gemeenteraad gevraagd wordt om een nieuwe re-integratieverordening vast te stellen en geeft het woord aan mevrouw Visscher. Mevrouw Visscher (SP) verwacht dat de wijziging een verbetering is, omdat mensen zelf voorzieningen kunnen aanvragen. Dat het rijk niet bereid is om bij te betalen als er meer aanvragen komen, bemoeilijkt het wel. Aan re-integratietrajecten wordt door commerciële bureaus flink geld verdiend. Ze zou graag willen weten hoeveel duurzame werkgelegenheid hun interventies opleveren. De nu voorliggende verordening vindt zij getuigen van een wantrouwende houding jegens de aanvragers. Er wordt niet mét, maar óver mensen gepraat en er wordt gesteld dat de overheid het recht heeft om mensen aan het werk te zetten. De SP zou graag zien dat het college nog eens goed naar de verordening kijkt en meer menselijke waardigheid inbouwt in de regelingen. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat mensen willen werken en daarbij geholpen willen worden. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stelt dat de meeste wijzigingen moeten leiden tot het eenvoudiger aanvragen van voorzieningen. Een verordening biedt echter niet altijd de juiste oplossing. Re-integratie is maatwerk en moet dat ook blijven.
Bij de risico's staat dat hetzelfde aanvraagrecht voor werkgevers en werkzoekenden een aanzuigende werking kan hebben, waardoor de kosten stijgen. VOOR Den Bosch vraagt hoe en wanneer het college dit monitort en aan de commissie presenteert. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) kan instemmen met het voorstel. De cliëntenraad geeft aan over artikel 9f en 9c bedenkingen te hebben. Het college reageerde hierop dat de opmerkingen worden verwerkt in de toelichting. In de toelichting ziet hij hier echter niets van terug. Hij vraagt de wethouder bevestiging dat de opmerkingen van de cliëntenraad zijn verwerkt. De heer Kabbouti (PvdA) stelt dat het een technische aanpassing betreft naar aanleiding van een wetswijziging. De cliëntenraad vraagt wel aandacht voor maatwerk. De PvdA wil ervoor waken dat de gemeente hard optreedt om haar doelstellingen te halen, zonder de menselijke maat in acht te nemen. De zinsnede dat re-integratie naar werk het hoofddoel van de Participatiewet blijft, impliceert dat iedereen naar werk geleid kan worden. De gemeente moet echter per individu kijken wat mogelijk en haalbaar is, wetende dat re-integratie ook op andere manieren vormgegeven kan worden. De heer Van Hattem (PVV) sluit zich aan bij de heer Van Creij. De cliëntenraad stelt dat de cliënt nooit de dupe mag worden van een falende jobcoach. Hij vraagt een toezegging van het college hiervoor.
De voorzitter geeft de wethouder het woord om de vragen te beantwoorden. Reactie college CONCEPT 2
Wethouder Van der Sloot stelt dat het een technische wijziging betreft. Omdat het aanpassen van een verordening altijd mensen raakt, is het belangrijk om deze te bespreken. Ze begrijpt de angst voor commerciële re-integratiebureaus, maar in Den Bosch wordt de gehele re-integratie door de gemeente uitgevoerd. Geprobeerd wordt om dat op een goede en menswaardige manier te doen. Gevraagd werd naar mensen die niet kunnen werken. Ook de cliëntenraad vroeg aandacht voor deze groep. Den Bosch heeft 750 mensen in de SW, 750 mensen met loonkostensubsidie bij een werkgever en 450 mensen in een participatietraject, dagbesteding of mantelzorgpositie. Deze laatste groep blijft bestaan, hoewel de gemeente wel meehelpt als iemand aangeeft dat hij denkt te kunnen gaan werken. De verordening komt misschien technisch en kil over, maar de ambtenaren die op basis van de verordening werken, voeren gesprekken met de cliënten en onderzoeken samen met hen wat zij nodig hebben. Het college kan niet garanderen dat iemand nooit te maken krijgt met een slechte jobcoach, maar de gemeente treedt meteen op als ze hierover hoort en wijst de cliënt dan een andere jobcoach toe. Mevrouw Visscher (SP) vraagt of de wethouder van plan is om actie te ondernemen richting de rijksoverheid, vanwege het ontbreken van budget voor de extra aanvragen. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de gemeente daarmee bezig is.
Binnen SZW zijn er geen onderwerpen controversieel verklaard, dus de komende maanden kan er nog zaken gedaan worden met de minister. Als er financiële tekorten optreden, wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd middels de P&C-cyclus. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt nogmaals naar de toegezegde verduidelijking in de toelichting. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat het college de verordening heeft voorgelegd aan de clientenraad en vervolgens de toelichting op enkele artikelen heeft aangepast. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering. 7.
Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2024 Mevrouw Visscher (SP) vraagt welke gevolgen het afschaffen van de zonering heeft voor de eigen bijdrage. De was/wordt-lijst was heel prettig en zou ze graag bij alle wijzigingsvoorstellen ontvangen. De heer Van Hattem (PVV) had deze vraag in de technische ronde gesteld. Geantwoord werd dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de cliënten. De PVV-fractie kan daarom instemmen met het voorstel. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit zich aan bij eerdere sprekers. De omschakeling van zones naar kilometers is begrijpelijk, maar gewoon ge-DREVEN had niet zo'n duidelijk antwoord ontvangen over de financiële gevolgen van deze wijziging. De fractie vreest daarom dat mensen met een klein inkomen de dupe worden van de wijziging en vraagt de wethouder om een toezegging dat het vervoer hen niet meer geld gaat kosten. Wethouder Slikker antwoordt dat de regiotaxi is bedoeld als betaalbaar openbaar vervoer voor mensen met een WMO-indicatie. De gemeente zit in een aanbestedingsronde en kan daarom nog geen exacte tarieven geven. Het uitgangspunt is echter dat er geen prijsstijgingen komen, behoudens indexatie. De totale som van eigen bijdragen mag niet hoger worden bij gelijk gebruik. Wel kan het zijn dat sommige gebruikers iets meer gaan betalen, terwijl het voor anderen juist gunstiger uitvalt.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de wethouder voor de gemeenteraadsvergadering duidelijkheid kan geven over de nieuwe tarieven. Wethouder Slikker zegt toe dat de raad meteen geïnformeerd wordt als de aanbestedingsprocedure is afgerond.
CONCEPT 3
De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering. 8.
Uitkeren regionale reservegelden centrumregeling Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang Bij het vaststellen van de agenda heeft de commissie aangegeven beraadslagingen over dit voorstel niet nodig te vinden. Hamerstuk in de raad.
9.
Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant 2024 Mevrouw Van Diejen (PvdD) verwijst naar het gesprek over de toekomst van de jeugdzorg op 29 juni 2023. Toen kwam de vraag aan de orde hoe de raadscommissie denkt over de gewenste schaal: regionale samenwerking of zo lokaal mogelijk. Ze vraagt of de gemeente niet op de zaken vooruitloopt door nu een centrumregeling vast te stellen. Ze zou liever wachten met de besluitvorming, totdat duidelijk is op welk niveau de gemeenten de jeugdzorg willen beleggen. De heer Van Hattem (PVV) sluit zich aan bij de vraag van de PvdD. Mevrouw Visscher (SP) noemt het voorstel erg summier voor zo'n belangrijk onderwerp. Gevraagd wordt om in te stemmen met een samenwerkingsovereenkomst. Ze had graag gezien dat er meer uitleg was over wat er wordt gedaan voor de jeugd. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording. Wethouder Slikker legt uit dat er enerzijds de vraag is of de gemeente de inkoop van specialistische jeugdzorg zelf doet of in samenwerking met de regio. Daar gaat de centrumregeling over. Voor deze regeling wordt nu alleen een technische aanpassing voorgesteld. Anderzijds is er een inhoudelijke discussie gaande over welke aspecten van jeugdzorg de gemeente lokaal wil organiseren, welke subregionaal en welke regionaal.
Hiervoor is kort voor de zomer een discussienota opgesteld en wordt regelmatig overlegd met de regiowethouders Jeugd. Als het beleidskader voor de inkoopstrategie is afgerond, eind 2023 of begin 2024, wordt dit aan de gemeenteraad voorgelegd. Mevrouw Visscher (SP) is zich daar bewust van, maar vindt dat er al te lang wordt gepraat over de problemen die er zijn. Vervolgens worden er vooral technische aanpassingen aan bestaande regelingen voorgelegd. Wethouder Slikker is het daar niet mee eens, omdat voor de zomer een goede discussie is gevoerd naar aanleiding van een inhoudelijke notitie. De heer Van Hattem (PVV) vindt uit het raadsvoorstel niet duidelijk blijken dat het alleen om specialistische jeugdhulp gaat. Wethouder Slikker kan precies aangeven welke vormen van jeugdzorg de gemeente allemaal biedt en op welk niveau. Het is volgens hem echter duidelijk dat alleen de specialistische jeugdzorg op regionaal niveau is geregeld en dat deze regeling nu moet worden aangepast. De heer Van Hattem (PVV) vraagt welke gevolgen het aannemen van de centrumregeling heeft voor de verdere discussie over de toekomst van de jeugdzorg. Wethouder Slikker antwoordt dat de gemeente al jaren specialistische jeugdzorg gezamenlijk inkoopt. De centrumregeling ligt nu alleen voor om te bekrachtigen. Eerder is ze geagendeerd voor een inhoudelijke zienswijze, maar dat vond de gemeenteraad niet nodig.
De heer Van Hattem (PVV) vindt de volgordelijkheid belangrijk. De discussie over het beleidskader jeugdzorg is door het college aangeboden nadat de centrumregeling aan de raad is voorgelegd. Hij hoort graag of het aannemen van de centrumregeling belemmeringen opwerpt voor het beleidskader jeugdzorg. Wethouder Slikker antwoordt dat de centrumregeling geen blokkade opwerpt. Bovendien volgt de centrumregeling uit de verplichting door het rijk om specialistische jeugdzorg regionaal te organiseren. CONCEPT 4
Mevrouw Van Diejen (PvdD) begrijpt het punt van de wethouder, maar is van mening dat het proces niet goed is verlopen. In het gevraagde besluit staat niet duidelijk dat het alleen om specialistische jeugdhulp gaat. Wethouder Slikker reageert dat de raad zelf heeft afgesproken dat de jeugdzorg in regionaal verband wordt georganiseerd. Daartoe moet de centrumregeling regelmatig aangepast worden. Daarnaast loopt de discussie hoe men de samenwerking voor de komende jaren ziet en heeft de gemeente ook nog een lokaal programma voor jeugdzorg. Hij is van mening dat de processen in de juiste volgorde worden doorlopen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk kan worden doorgeleid naar de raadsvergadering. 10.
Bossche Educatieve Agenda 2023-2035 De heer Schuurmans (VVD) stelt dat de VVD-fractie achter de doelstellingen van de Bossche Educatieve Agenda (BEA) staat en waardeert het commitment voor twaalf jaar. Wel heeft de fractie enkele zorgen en aandachtspunten. Een zorg betreft de manier waarop toekomstige ontwikkelingen worden geborgd, zoals het opleiden van de juiste vakmensen en het aantrekken van de juiste docenten. In de huidige arbeidsmarkt is het een uitdaging om voldoende docenten met de juiste expertise aan te trekken. De VVD vindt dat de vakmanschapsroute een prominente plek moet krijgen. De waardering van ambachtelijke vaardigheden is zeer belangrijk en mag meer aandacht krijgen. De VVD-fractie hoort graag hoe de BEA het beroepsonderwijs de komende jaren aantrekkelijker gaat maken. Het is goed dat ouderbetrokkenheid een van de pijlers is. De VVD-fractie hoort graag waarom wordt geconcludeerd dat de voorgestelde maatregelen de betrokkenheid van ouders vergroot. Het is verstandig om sportverenigingen te erkennen als educatieve partners. Trainers en coaches kunnen een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van kinderen. Sport integreren in het onderwijs om kinderen meer in beweging te brengen, is ook belangrijk. De VVD is benieuwd naar de verdere invulling van sport in de uitvoeringsagenda en hoort graag hoe de sportverenigingen hierbij worden betrokken.
De VVD vraagt of het bedrijfsleven in de BEA wordt betrokken, bijvoorbeeld door het leveren van gastdocenten, bedrijfsbezoeken en leer-werktrajecten. De fractie gaat ervan uit dat de uitvoeringsagenda's en de evaluatie in het slotjaar van de uitvoeringsagenda's per raadsinformatiebrief met de raad worden gedeeld. Mevrouw Doǧan (GroenLinks) vindt het een geweldig raadsvoorstel, waarin de gemeente in goed overleg met de kinderopvang, onderwijs en andere partijen langjarige afspraken heeft gemaakt. Integratie bevorderen, segregatie voorkomen en onderwijsachterstanden bestrijden zijn uitdagende thema's, waarvoor een lange termijn nodig is. Niet ieder kind is in staat om zich ten volle te ontwikkelen. Daarom is het belangrijk dat de gemeente de verantwoordelijkheid neemt om kansenongelijkheid tegen te gaan. Dat komt goed terug in het raadsvoorstel. Iedere wijk is verschillend en heeft daarom een andere aanpak nodig. Soms moet men achter de voordeur komen om iets voor elkaar te krijgen. De jeugd- en jongerenwerkorganisatie Hambaken Connect en Hambaken Doet zijn daar succesvol in. Het verbinden van school, thuis en omgeving is heel belangrijk voor het creëren van gelijke kansen. GroenLinks vraagt het college om dit soort partners te betrekken bij de uitvoering van de BEA.
Mevrouw Van Zaalen (CDA) merkt op dat de BEA een mooi document is dat tot stand is gekomen na een goed doorlopen proces. Het spannende traject gaat nu echter beginnen met de uitwerking. Het CDA benadrukt het belang van een goede samenwerking tussen primair en voortgezet onderwijs en tussen andere organisaties. Omdat het POVO-overleg niet meer bestaat, is het CDA benieuwd hoe dit vorm gaat krijgen. Bij doelstelling 3 wordt gesproken over sterke continuïteit van het aanbod. Dat waardeert het CDA, maar de fractie mist het aspect dataveiligheid en kinderrechten. Ze vraagt naar de vertrouwelijkheid van de gegevens en de invloed die ouders en leerlingen hebben op het schooldossier. Houdt het leerlingvolgsysteem voldoende rekening met de rechten van de kinderen en hun ouders? Het CDA wacht nog op de beantwoording van schriftelijke vragen. Die zal bepalen in hoeverre de fractie nog verder van gedachten wil wisselen over de BEA.
CONCEPT 5
Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) stelt dat Bosch Belang blij is met de inzet voor de jeugd. De fractie vindt echter dat er veel gevraagd wordt van de professionals, terwijl het in de huidige arbeidsmarkt al moeilijk is om nieuwe mensen aan te trekken. Met het uitvoeren van de BEA worden huisartsen, docenten, wijk- en jeugdzorg, ggz et cetera extra belast. Bosch Belang is van mening dat de rijkere jeugd meer kansen krijgt, omdat hun ouders kunnen betalen voor extra zorg, zoals studiebegeleiding en extra onderwijs. Ze vraagt hoe de wethouder dit ziet. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) merkt op dat Rosmalens Belang de doelstellingen in de BEA onderschrijft. Wel vraagt ze zich af of en hoe gemeten wordt of de doelen worden behaald. Ze zou graag zien dat er meetpunten en een evaluatie worden toegevoegd. Mevrouw Hoekstra (PvdA) merkt op dat kansengelijkheid voor kinderen en jongeren haar na aan het hart ligt. Ze is blij en trots dat ze over dit onderwerp haar maidenspeech mag houden. Van de drie doelstellingen die centraal staan in de BEA, zoomt zij in op de doelstelling 'gelijke kansen'. Ieder kind verdient het om zichzelf te ontwikkelen. Toch krijgen ook in Den Bosch niet alle kinderen dezelfde kansen. De scheiding tussen kansrijke en kansarme kinderen worden steeds zichtbaarder. Dat roept de vraag op welke verantwoordelijkheid de overheid hierin heeft.
Een grote, wat de PvdA betreft, want alle kinderen moeten kunnen bijdragen aan de toekomstige samenleving door inzet van hun passies en talenten. Kinderen uit kansarme gezinnen verdienen daarom ondersteuning en hulp. Ouders van kansrijke kinderen laten hun kinderen steeds vaker buiten de wijk naar school gaan of sturen ze naar particuliere bijles. Men ontmoet daardoor geen mensen meer buiten de eigen bubbel, terwijl ontmoeting de kern is van het krijgen van begrip voor elkaar. In een tijd van steeds verdergaande polarisatie zijn de jongeren de hoop voor de toekomst. De gemeente moet daarom investeren in hen, zodat zij leren begrip voor elkaar te hebben. Daarvoor is ongelijk investeren noodzakelijk, want wie opgroeit in de Hambaken heeft nog steeds minder kansen dan wie opgroeit in Empel. Sommige scholen hebben meer aandacht nodig dan andere, om de kansen van alle Bossche kinderen op gelijk niveau te brengen. De PvdA omarmt de lange looptijd van de agenda en is blij dat het college deze heeft opgesteld in nauwe samenwerking met het werkveld. Voordat de BEA uitgevoerd wordt, wil de PvdA nog graag een onderwerp agenderen. Soms wordt met goedbedoelde initiatieven juist uitsluiting bereikt. Als scholen gemengd zijn, ontstaan er nieuwe dilemma's. Ouders organiseren vaak zelf van alles, waarvoor een bijdrage wordt gevraagd.
Voor de een is dit een kleinigheidje, voor de ander is het een onmogelijke uitgave. Niet kunnen meedoen leidt tot schaamte, stilte of tot terugtrekken uit de groep. Zo ontstaan onbewust scheidingen, terwijl kinderen niet uitgesloten mogen worden van activiteiten en vieringen omdat ouders niet financieel kunnen bijdragen. De PvdA hoopt dat het college hierover afspraken wil maken met de schooldirecties. De voorzitter dankt mevrouw Hoekstra voor haar maidenspeech. Mevrouw Visscher (SP) sluit zich aan bij het betoog van mevrouw Hoekstra. Uit onderzoek blijkt dat gelijke kansen in het onderwijs begint bij gelijke kansen thuis. Een kind dat opgroeit in een gezin met laagopgeleide ouders, heeft vaak al een achterstand als het op school start. Ouderparticipatie, zoals in de BEA genoemd, is heel belangrijk, maar niet alle ouders zijn in staat om te participeren. Hier moet ook aandacht voor zijn. De heer Elders (D66) is blij dat er een goede Bossche Educatieve Agenda voorligt en dat er voor een lange termijn is gekozen, want investeren in kansengelijkheid vergt een lange adem en de uitdagingen in het onderwijs zijn groot. D66 heeft nogal eens een andere mening over wachtlijsten, onderwijshuisvesting en het lerarentekort dan de wethouder.
De onderwerpen komen niet letterlijk terug in de BEA, maar het zou zonde zijn als de ambities in de BEA niet waargemaakt kunnen worden door deze problematiek. Volgens de BEA wordt ernaar gestreefd om kinderen dichtbij huis naar school te laten gaan. Maar wat als er op de gewenste school geen plek is en je toch verder van huis moet? Wat als het 's ochtend spannend is of er een leerkracht voor de klas staat? Het UWV geeft aan dat de arbeidsmarkt in Den Bosch voor docenten en leerkrachten krap tot zeer krap is. Over circa zeven jaar gaat 14% van het onderwijspersoneel met pensioen. Dat is een aanzienlijk hoger percentage dan in andere sectoren. D66 vraagt daarom hoe het lerarentekort wordt tegengegaan, teneinde de doelstellingen in de BEA te kunnen bereiken.
CONCEPT 6
De heer Van Hattem (PVV) complimenteert de heer Elders met zijn betoog en sluit er grotendeels bij aan. De Bossche Educatieve Agenda vindt hij een nogal vaag stuk met veel open deuren. Het gaat over kansen en idealen, maar het bevat weinig concrete doelen. Hij had liever gezien dat er afspraken opgenomen waren over het toelatingsbeleid, de omvang van locaties en klassen, het openhouden van scholen in kleine kernen en het lerarentekort. Wel positief is de inzet van de schoolbibliotheek, maar verder is de PVV vooral kritisch over de BEA. Er is sprake van oplopende werkdruk, onder andere door de toestroom van vluchtelingen. Dat is al reden genoeg om het onderwijs niet nog meer te belasten door de komst van een azc. Hij hoort graag welke effecten op het onderwijs worden verwacht van de vestiging van een azc. In de BEA wordt gesproken over activiteiten 'met veel oog voor duurzaamheid'. Hij vraagt wat daarmee wordt bedoeld. De PVV is geen voorstander van gedram over duurzaamheid, maar wil dat er gewoon lesgegeven wordt. Over het bevorderen van integratie en het tegengaan van segregatie verwijst hij naar een initiatief in Tilburg van de voormalig directeur van het omstreden Haga Lyceum in Amsterdam. Hij veronderstelt dat het vestigen van een islamitische school in Den Bosch wordt tegengegaan, omdat dit segregatie in de hand werkt.
De heer Van Silfhout (Volt) vraagt per interruptie naar de grondhouding van de PVV over religieus onderwijs. De heer Van Hattem (PVV) antwoordt dat in de Grondwet de vrijheid van onderwijs wordt gewaarborgd. Een school waarvan de directeur banden heeft met terroristische organisaties moet Den Bosch echter niet willen faciliteren, zeker niet als er een bepaalde ideologie aan gekoppeld wordt. Hij hoort graag hoe de wethouder tegenover dergelijke ontwikkelingen staat. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt per interruptie of de PVV sowieso tegen de komst van een islamitische school is, of alleen als er sprake is van banden met terroristische organisaties. De heer Van Hattem (PVV) antwoordt dat de PVV sowieso tegen de komst van islamitische scholen is. Tegelijkertijd is er nu een gevaarlijke actuele ontwikkeling in Tilburg gaande. In de BEA staat dat men leerlingen wil opleiden tot veerkrachtige burgers. Hij hoort graag wat daarmee bedoeld wordt, want het lijkt hem logischer dat men jongeren tot kritische burgers wil opleiden. De PVV is niet enthousiast over de BEA en zal het raadsvoorstel daarom niet steunen. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) merkt op dat in de BEA alleen wordt vermeld hoeveel kinderen er naar school gaan in Den Bosch, maar niet hoeveel er thuiszitten omdat er geen plek voor hen is.
Wat gaat de gemeente voor hen doen? Hoe krijgen die kinderen de kans om hun talenten te ontwikkelen? Verder is ze bang dat leerkrachten te veel administratieve taken krijgen, waardoor er minder tijd is voor de kinderen. De heer Van Silfhout (Volt) sluit zich aan bij de betogen van D66, SP, PvdA en enkele andere partijen over het recht op gelijke kansen. De BEA zou niet over gelijke kansen, maar over gelijke uitkomsten moeten gaan. Iedereen moet hetzelfde kunnen bereiken, ongeacht de kansen die hij als kind al dan niet had. Verder is hij bang dat de BEA vooral het zoet voorspiegelt, terwijl er met het lerarentekort ook nog een periode van zuur zal komen. Hij vreest dat het niet lukt om de doelstellingen van de BEA waar te maken. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt wat de heer Van Silfhout bedoelt met gelijke uitkomsten. De heer Van Silfhout (Volt) legt uit dat het sommige kinderen meer ondersteuning nodig hebben dan anderen om hetzelfde te kunnen bereiken. De BEA gaat vaak al uit van gelijke uitkomsten, maar er wordt nog vaak gesproken over gelijke kansen. Dat heeft als risico dat men denkt genoeg gedaan te hebben door elk kind dezelfde ondersteuning te bieden. Mevrouw Van Zaalen (CDA) twijfelt of dat nodig is. Sommigen zijn ook gelukkig zonder het allerhoogste te behalen.
Als de term 'gelijke uitkomsten' wordt gebruikt, impliceert dat dat iedereen het hoogst haalbare niveau moet bereiken. Ze vraagt om een concretisering van de term.
CONCEPT 7
De heer Van Silfhout (Volt) verwijst naar het schaduwonderwijs, omdat dit de gelijke uitkomst volledig ondermijnt. Zolang het voor sommigen mogelijk is om extra onderwijs in te zetten en voor anderen niet, zullen er nooit gelijke uitkomsten bereikt worden. De heer Schuurmans (VVD) merkt op dat gelijke kansen op aanvullend onderwijs niet betekent dat de uitkomsten van het onderwijs zelf gelijk moeten zijn. Daarom gebruikt hij de term 'gelijke uitkomsten' liever niet. De heer Van Silfhout (Volt) vervolgt zijn betoog. Wat weinig benoemd wordt, is de werk- en prestatiedruk. Gestuurd moet worden op goede ondersteuning van vakmensen. Als iemand een vak wil leren, moet dat altijd mogelijk zijn, ook als iemand vwo-niveau heeft. Kinderen ervaren steeds meer prestatiedruk in het onderwijs. Volt zou liever zien dat kinderen zich meer in de breedte ontplooien dan alleen op school. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) onderschrijft de doelstelling om het kind voorop te stellen en aan te bieden wat het kind nodig heeft, maar hij vindt de BEA een weinig concreet document. Hij mist het jeugdontbijt, terwijl de eerste prioriteit is dat kinderen met een volle maag op school komen. Tegen de heer Elders zegt hij niet te begrijpen dat kabinetspartij D66 het lerarentekort zo ver heeft laten oplopen.
Mevrouw Van Diejen (PvdD) sluit zich aan bij de woorden van SP, PvdA, D66 en Volt over eerlijke kansen. Zelf richt zij zich op een ander onderwerp in haar bijdrage. In de BEA zijn enkele wettelijke verplichtingen opgenomen, aangevuld met extra wensen van het college. Aan drie onderwerpen wordt tot 2027 extra aandacht besteed: mentale gezondheid van kinderen, digitale en datavaardigheden en het tegengaan van segregatie. De PvdD mist echter natuur- en milieueducatie. Juist dit onderwerp is belangrijker en urgenter dan ooit. Door de jeugd te leren over de impact van de mens op klimaatverandering, over duurzaamheid en over natuur en dierenwelzijn zullen volgende generaties met meer respect omgaan met natuur en milieu. Het rondlopen in de natuur is ook heel goed voor de mentale gezondheid van kinderen. Het helpt tegen overprikkeling en stress. Ze hoort daarom graag waarom natuur- en milieueducatie niet als apart onderwerp is opgenomen in de BEA en of het onderwerp kan worden toegevoegd. Wethouder Kâhya wil ingaan op de vragen. De BEA omvat de belofte om kinderopvang, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs te koppelen aan het kind. Het moet elk kind de kans en mogelijkheden geven om het beste uit zichzelf te halen. Dat gaat niet alleen om cognitieve kennis, maar ook om sportief of creatief talent.
De BEA vormt het kader, waaraan allerlei projecten getoetst zullen worden. De wethouder dankt mevrouw Hoekstra voor haar mooie betoog over het tegengaan van segregatie. Enerzijds uit de commissie haar vrees dat de doelstellingen niet waargemaakt kunnen worden, anderzijds worden er aanvullende thema's genoemd. Daarover zal men in de gemeenteraad nog eens moeten overleggen. Het maakonderwijs heeft een centrale plek gekregen in de BEA. Hierbij wordt ook op allerlei manieren samengewerkt met het bedrijfsleven. Het POVO-overleg bestaat niet meer, maar is vervangen door het BER-overleg, waarin het PO en VO zijn aangevuld met speciaal onderwijs en kinderopvang. Gevraagd werd of de BEA leidt tot extra belasting van onderwijspersoneel. Dat is niet het geval. Het zorgt er juist voor dat allerlei trajecten samenkomen om meer slagkracht te creëren. Diverse fracties vroegen aandacht voor ruimtegebrek op scholen. Volgende maand wordt het nieuwe onderwijshuisvestingsbeleid gepresenteerd. Daarin staat dat er ook gekeken moet worden naar flexibele huisvestingsvormen. Duurzaamheid en groene schoolpleinen komen daarin ook voor. De PVV vroeg naar de gevolgen van een azc. Elk kind heeft recht op onderwijs en het college heeft de plicht om zich hiervoor maximaal in te spannen. Het college koestert ook vrijheid van onderwijs voor iedereen.
VOOR Den Bosch vroeg om ervoor te waken dat er te veel op papier wordt vastgelegd. Daar gaat de BEA echter niet over en er wordt ook geen extra administratieve belasting verwacht. Volt gaf diverse malen aan bang te zijn dat het allemaal niet lukt. Het zal nog best een uitdaging worden qua financiën en personeel, maar het college is niet bang om de ambities en beloften als zodanig neer te leggen. Elke vier jaar wordt de BEA geëvalueerd en bijgesteld. Wat er in de BEA is opgenomen over doorlopende leerlijnen, gaat niet alleen over formeel onderwijs, maar over talentontwikkeling in de brede zin. Diplomadruk is dus niet aan de orde. CONCEPT 8
De heer Van Silfhout (Volt) vindt dat er zo veel ambitie in de BEA zit, dat het lijkt alsof de gemeente bij elk kind het onderste uit de kan wil halen. Kinderen hebben echter ook tijd nodig om gewoon te spelen en kind te zijn. Wethouder Kâhya stelt dat kinderen juist niet altijd kind kunnen zijn, door mantelzorg of gebrek aan geld. Met de BEA worden geen verplichtingen aan het kind opgelegd, maar wordt het mogelijk gemaakt als een kind zich wil ontwikkelen. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt nogmaals welke data er in de dossiers wordt gestopt en hoe ervoor wordt gezorgd dat de kinderrechten daarbij in acht genomen worden. Wethouder Kâhya antwoordt dat de gemeente daar niet over gaat. Hij zal de vraag echter agenderen voor het overleg met de schooldirecties. Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt opnieuw naar natuur- en milieueducatie. Wethouder Kâhya antwoordt dat natuur- en milieueducatiepakketten aan scholen worden aangereikt. Ook in het activiteitenaanbod van de Gelijke Kansen Agenda zijn natuureducatieve activiteiten opgenomen. Het onderwijs bepaalt echter zelf wat men inzet. Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt waarom de gemeente het niet verplicht stelt, omdat het zo belangrijk is. Deelt de wethouder de mening dat elk kind hier jaarlijks enkele uren aan zou moeten besteden? Wethouder Kâhya deelt deze mening niet. Elke school heeft de vrijheid om te kiezen welk onderwijs men aanbiedt.
Dat het thema niet is opgenomen in de BEA betekent niet dat het geen belangrijk thema is. De heer Schuurmans (VVD) vraagt of in de BEA alleen een rol voor het bedrijfsleven is opgenomen bij Sterk vmbo en het pro-onderwijs. Verder is zijn vraag over betrokkenheid van ouders niet beantwoord. Tot slot hoort hij graag of de uitvoeringsagenda's en de evaluaties per raadsinformatiebrief worden gedeeld met de raad. Wethouder Kâhya zegt toe de uitvoeringsagenda's en evaluaties te delen in een raadsinformatiebrief. Het bedrijfsleven is geen educatieve partner in het proces, maar wordt wel betrokken in allerlei projecten. Ook de ouderbetrokkenheid is verwerkt in projecten. De doorlopende leerlijn gaat over de warme overdracht van bijvoorbeeld kinderopvang naar het onderwijs. Scholen committeren zich eraan om ouders nauwer hierbij te betrekken. De heer Van Hattem (PVV) vraagt opnieuw hoe de plannen van de heer Atasoy om in Den Bosch een islamitische school te starten zich verhouden tot de ambitie om segregatie tegen te gaan en integratie te bevorderen. Wethouder Kâhya stelt dat het college het politieke standpunt van de PVV niet deelt. Het voorbeeld is hem niet bekend. Omdat veel activiteiten niet per school maar per wijk worden aangeboden, komen kinderen van alle scholen met elkaar in contact.
De heer Elders (D66) vraagt hoe de wethouder de ambities in de BEA gaat realiseren in een lastige tijd met grote lerarentekorten. Wethouder Kâhya antwoordt dat geprobeerd wordt om het onderwijs maximaal te faciliteren met de BEA. Hij is benieuwd welke instrumenten de lokale overheid volgens D66 kan gebruiken om het lerarentekort te verkleinen. De heer Elders (D66) kondigt namens D66 een discussienotitie aan over dit onderwerp. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) vraagt naar de meetpunten en evaluatie.
CONCEPT 9
Wethouder Kâhya zegt dat de doelstellingen in de uitvoeringsagenda's concreet worden gemaakt. Daarbij wordt aangegeven welke resultaat verwacht wordt. Dit zal vervolgens in de evaluatie terugkomen. Mevrouw Hoekstra (PvdA) denkt dat er goed aan gewerkt wordt om drempelloos te zijn in het aanbieden van ondersteuning, bijvoorbeeld via Stichting Leergeld, maar dat is allemaal achteraf. Zij gaf in haar betoog aan dat ook kleine kosten vaak al een probleem zijn. Als er wordt afgesproken om al die kleine kostenposten te schrappen, kan iedereen gewoon meedoen. Wethouder Kâhya vindt het een belangrijke vraag, maar het is lastig voor scholen om te intervenieren in afspraken die ouders onderling maken. Wel bespreekt de wethouder met scholen dat financiën niet de reden mogen zijn dat kinderen het gevoel krijgen er niet bij te horen. Er wordt ook nagedacht over interventies om snel problemen op te lossen, bijvoorbeeld door meteen een fiets beschikbaar te stellen als een kind die nodig heeft. Tweede termijn De heer Van Hattem (PVV) refereert aan de uitspraak van de wethouder dat ieder kind recht heeft op onderwijs. Om die ambitie waar te maken, moet ervoor gezorgd worden dat de toestroom van kinderen niet nog groter wordt. Als de druk op het onderwijs al zo groot is en er is een groot lerarentekort, zou de conclusie kunnen zijn dat er in Den Bosch geen ruimte is voor een azc.
Verder vraagt hij of de wethouder kan uitsluiten dat er sprake is van klimaatindoctrinatie op leerlingen. Ook wil hij graag een reactie op zijn opmerking over de veerkrachtige burger versus de kritische burger. Tot slot heeft de wethouder een evaluatie toegezegd, maar het is hem nog onduidelijk op basis van welke indicatoren het resultaat wordt gemeten. De PVV had liever een concreet voorstel gezien om stevig in te zetten op het ambachtsonderwijs. De heer Van Silfhout (Volt) benadrukt dat in de visie allerlei elementen zijn opgenomen, waarvoor extra inzet van personeel nodig is. Daar zit zijn zorg, omdat het lerarentekort in de toekomst alleen maar groter wordt. Wethouder Kâhya antwoordt dat in Nederland gekozen wordt voor spreiding van vluchtelingen. Het maakt voor Den Bosch niet uit waar een kind vandaan komt: elk kind in de gemeente heeft recht op onderwijs. De opvatting over klimaatbewustzijn deelt de wethouder niet met de PVV. Veerkracht gaat over een goede ontwikkeling, zodat kinderen leren omgaan met de tegenslagen die ze tegenkomen in het leven. Over de evaluatie zegt hij dat de doelstellingen in de uitvoeringsagenda worden opgenomen. Of ze zijn behaald, komt in de evaluatie van de uitvoeringsagenda. Deze agenda is samengesteld met de partners. Ook zij geloven erin dat de uitvoering haalbaar is.
Voor de meeste elementen is geen extra inzet nodig, maar gaat het om het beter en efficiënter inzetten van capaciteit. De voorzitter inventariseert de standpunten van de commissie. Mevrouw Van Zaalen (CDA) geeft aan dat het CDA eerst antwoord wil op de schriftelijke vragen, voordat zij een standpunt inneemt. De heer Van Hattem (PVV) overweegt om moties in te dienen. Voor de overige fracties kan het document als hamerstuk worden geagendeerd.
Overige onderwerpen ter bespreking 11.
Discussienotitie Gelijke kansen op Gezondheid De voorzitter merkt op dat de werkgroep Sociaal Domein de notitie heeft voorbereid. Hij geeft het woord aan de voorzitter van de werkgroep, de heer Van Rosmalen. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) stelt dat de werkgroep op verzoek van de commissie een hearing heeft georganiseerd om de leden van de commissie te informeren over het onderwerp en hen zo in staat te stellen om de collegevoorstellen goed te kunnen beoordelen. De hearing vond CONCEPT 10
plaats op 8 juni jl. en werd goed bezocht. De werkgroep hoort graag of de commissieleden nu over voldoende informatie beschikken en of de commissiebehandeling van het raadsvoorstel over gelijke kansen op gezondheid met de hearing voldoende is voorbereid. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vond het een zeer interessante expertmeeting. De sprekers hebben een goed beeld geschetst van wat zich afspeelt op het terrein van gezondheid. De PvdA-fractie ziet uit naar het raadsvoorstel over gelijke kansen op gezondheid. Uit de expertmeeting bleek duidelijk dat de sociale grondrechten veel te lang zijn verkwanseld en dat er jarenlang een grote ongelijkheid werd geaccepteerd. De ontstane gezondheidsverschillen zijn langzaam ontstaan en kunnen niet even opgelost worden met een beleidsplan. Er moeten belangrijke keuzes gemaakt worden. De gemeente moet het durven om meerdere programma's aan elkaar te verbinden. Het gaat immers niet om één leefgebied. Het vraagt ook om een overheid die vertrouwen geeft en die durft te sturen op hoofdlijnen, vooruitkijkt en een gezamenlijke visie vaststelt. Dat vraagt om een grote cultuuromslag in het denken en doen van lokale overheden. Het heeft ook alles met geld te maken. Er is een lobby naar Den Haag nodig én de gemeente moet het durven om eigenwijs te zijn. De PvdA wil graag een vinger aan de pols houden, want Positieve Gezondheid vraagt om maatwerk.
Wijken hebben een verschillende inzet nodig om de gezondheid voor alle Bosschenaren te verbeteren. Eén hartenkreet uit de expertmeeting wil de PvdA nog noemen: spreek met gewone mensen, met hen die de problemen zelf ervaren; geef ervaringsdeskundigen een plek in het debat over Positieve Gezondheid. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) heeft geconcludeerd dat Positieve Gezondheid een zeer breed onderwerp is. De expertmeeting heeft voldoende informatie opgeleverd. Gewoon geDREVEN wacht het raadsvoorstel met belangstelling af. De heer Van Hattem (PVV) denkt dat iedere fractie zelf conclusies moet trekken uit de informatie van de expertmeeting. Daar hoeft de commissie geen afweging in te maken. De PVV twijfelt nog of de gemeente überhaupt een programma voor gelijke kansen op gezondheid moet willen. Het leidt weer tot extra beleidsmaatregels, waar men in de praktijk weinig mee opschiet. Op de landelijke ontwikkelingen heeft men op gemeentelijk niveau weinig vat. De heer Van Haren (VVD) merkt per interruptie op dat de PVV weinig ziet in het middel en vraagt of de fractie een alternatief heeft. De heer Van Hattem (PVV) vindt het verspilde moeite als ambtenaren een programma optuigen, terwijl dat geld direct in de zorg gestoken kan worden. Zolang het landelijk niet goed geregeld is, kan de gemeente er weinig aan veranderen en kan ze zich beter richten op haar kerntaken.
Mevrouw Visscher (SP) sluit zich aan bij het betoog van de PvdA. Het is een breed en moeilijk aan te pakken probleem. Voorkomen moet worden dat het programma leidt tot adviezen over het verbeteren van de leefstijl, zonder dat de onderliggende oorzaken worden aangepakt. Beter is het om met de mensen zelf te bepalen waar men behoefte aan heeft. Desondanks verwacht ze er weinig resultaat van. Mevrouw Van Diejen (PvdD) dankt de werkgroep voor het organiseren van de hearing en het opstellen van de discussienotitie. Ze vond het interessant om de zeer verschillende experts te horen. De belangrijkste inzichten zijn voor de PvdD dat het een groot en complex vraagstuk is dat niet snel opgelost kan worden. Er is een langetermijnvisie nodig, die impact heeft op alle besluitvorming door de gemeente. Ze stelt voor om in elk raadsvoorstel een kopje 'impact op gezondheid' op te nemen. Bij gezondheid wordt vaak gedacht aan fysieke gezondheid, maar mentale gezondheid is even belangrijk. Een groene omgeving, schone lucht, huisvesting zijn daarbij allemaal van belang. Om de mentale gezondheid te verbeteren, zou de stad meer openbare ontmoetingsplekken hebben, zoals stadsparken, moestuinen en repaircafés. De PvdD vindt het belangrijk dat er nagedacht wordt over preventieve maatregelen, maar sommige mensen hebben meer nodig dan wat algemene voorzieningen.
De gemeente zou moeten zorgen voor betaalbare en beschikbare zorg voor iedereen, zodat iedereen krijgt wat hij nodig heeft.
CONCEPT 11
De heer Van Haren (VVD) vond het een nuttige en leerzame avond. De VVD heeft drie inzichten aan de hearing overgehouden. Bij sociale projecten moet de gemeente denken aan de lange termijn, om maatschappelijk rendement te realiseren. Een goed voorbeeld is wat er gebeurt in de Gestelse buurt, een initiatief waarvan de VVD eerder bedenkingen had over de termijn. Nu, na vier of vijf jaar, worden de eerste resultaten zichtbaar. Door samen te werken met buurtbewoners en langdurige projecten te realiseren op wijk- en buurtniveau wordt voorkomen dat de politiek topdownoplossingen oplegt. Het derde item is taal. Taal is een belangrijke basis voor de sociale aanpak. Dat geldt zowel voor taalvaardigheid onder inwoners, zodat zij goed kunnen meedoen in de samenleving, als de leesbaarheid en begrijpelijkheid van gemeentelijke communicatie. De gemeente moet met burgers in gesprek treden en niet zelf communicatiemiddelen opstellen en verspreiden. De VVD is nieuwsgiering hoe de inzichten uit de hearing in het raadsvoorstel zullen landen. Het is fijn om dat te weten, voordat de commissie erover in debat treedt. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) benadrukt ook dat de gemeente bij alles wat de gezondheid aangaat, de mensen zelf moet betrekken. Een tweede punt is dat een goede inrichting van publieke ruimten een voorwaarde is voor gezonde buurten en wijken.
Dat is niet eenvoudig, maar het is effectiever dan allerlei lifestyle-interventies. GroenLinks hoopt dat deze punten de basis vormen voor het raadsvoorstel. De fractie heeft geen aanvullende informatie nodig om het debat te voeren. Mevrouw Craste (D66) noemt twee punten die gezondheidsverschillen kunnen verkleinen. De eerste is dat bestaanszekerheid een van de grootste succesfactoren is voor het realiseren van gelijke kansen. De tweede is het ontschotten van regelingen. Dat is wel een uitdaging, want zonder schotten ontstaat een heel breed beleidsveld. D66 hoort graag of het college een oplossing heeft voor deze uitdaging en of dit wordt meegenomen in het tot stand komen van gelijke kansen op gezondheid en in de acties op het gebied van bestaanszekerheid. Ze vraagt de wethouder wat het college nodig heeft van de raad om het te kunnen realiseren. Tot slot dachten de experts heel verschillend over de vraag of er alleen voor evidencebased methoden gekozen moet worden, of dat er ruimte moet zijn voor kleinschalige experimenten in de wijk. D66 ziet graag beide terug in het programma. Mevrouw Van Zaalen (CDA) heeft bevestigd gezien dat de wijkgerichte aanpak vraagt om luisteren, ontmoeten, samenkomen en samenwerken. Dat vraagt niet zozeer om beleid, maar om het verder ontwikkelen van bestaande initiatieven.
De heer Van Silfhout (Volt) denkt dat effecten niet altijd bewezen kunnen worden. In de discussienotitie kwam sterk naar voren dat de gemeente soms gewoon de stap moet wagen en moet experimenteren. Anderzijds kwamen er tijdens de expertmeeting ook veel effectieve interventies als voorbeeld voorbij, waardoor hij met meer kennis het debat ingaat. Hij dankt de werkgroep voor het organiseren van de expertmeeting. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) merkt op dat steeds meer blijkt dat het onderwerp domeinoverstijgend is. Ze wijst op de motie die haar partij heeft ingediend over sociale cohesie. Wethouder Kâhya vond het een heel goede hearing, waarin tegenstrijdige opvattingen bij elkaar kwamen. Gezien het beperkte budget en capaciteit moet voorkomen worden dat wensen gestapeld worden. Een goede prioriteitstelling is dus heel belangrijk. Hij adviseert de raad om hooguit met één motie, met daarin enkele uitgangspunten, zodat het werkbaar blijft. Ervaringskennis van mensen moet altijd het vertrekpunt zijn. Het programma moet bovendien verbonden worden aan alle andere beleidsdomeinen, zonder dat het onoverzichtelijk wordt en vertraging oploopt. Die balans wordt gezocht in het programma. Het wordt een actieprogramma met een leerbare en wendbare houding. Dicht in de buurt, met zowel beproefde als experimentele methoden.
Die opdracht neemt het college mee om het programma vorm te geven en eind 2023 of begin 2024 aan de raad te presenteren. De voorzitter geeft de heer Van Rosmalen het woord om conclusies te trekken. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) zal overwegen om de opmerkingen van de commissie in een motie te vervatten.
CONCEPT 12
12.
Rondvraag en sluiting Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) heeft een vraag over logeren als respijtzorg. Bij de Begroting 2024 is er budget gereserveerd voor respijtzorg. Ze wil weten of er wordt ingezet op logeren als respijtzorg, voor welke doelgroepen dat is, of de gemeente inzicht heeft in de vraag naar logeerzorg, of de gemeente van plan is om het aantal logeerplekken uit te breiden en of hiervoor al onderhandelingen gaande zijn. Ook hoort ze graag of het mogelijk is om een versneld traject in te zetten, zodat de indicatie voor respijtzorg ook sneller aangevraagd kan worden door andere deskundigen en er niet lang gewacht hoeft te worden op een beoordeling vanuit de WMO. Wethouder Van der Sloot beantwoordt de vragen. Het college erkent dat het belang van mantelzorgers belangrijk is en steeds belangrijker wordt. Daarom is in het bestuursakkoord financiële ruimte opgenomen voor onder andere respijtzorg. Er is € 86.000 gereserveerd. Het voornemen is om een pilot te starten, waarmee er zes maanden lang een bed beschikbaar komt, waarvan zieken gebruik kunnen maken om de mantelzorger te ontlasten. Degene die de zorg nodig heeft, kan er vrij eenvoudig gebruik van maken, zonder indicatie. Gedacht wordt aan opvang van 65plussers voor enkele nachten of als crisisopvang. Dat kan vanuit de Wlz, de Zvw, de WMO. Hoe groot de behoefte aan deze opvang is, zal in de pilot getest worden.
Na zes maanden wordt gekeken of de zorg voortgezet en eventueel uitgebreid moet worden. Het is nog niet bekend bij welke zorginstelling het bed beschikbaar wordt gesteld. Er wordt ook gewerkt aan een korter traject voor respijtzorg. Voor eind 2023 wordt de raad hierover geïnformeerd. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vraagt of het werkelijk om één bed gaat of om een aantal bedden. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat het in eerste instantie gaat om één bed in een zorginstelling. De voorzitter bedankt iedereen voor de aanwezigheid en inbreng, wenst allen een prettige avond en sluit de vergadering om 21.04 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Sociaal op 27 september 2023. De secretaris, drs. E.A.A. Kerkhoff
CONCEPT 13