CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Commissie Omgeving 18-04-2023 vastgesteld

Commissie OMGEVING 18 april 2023, gemeente 's-Hertogenbosch17.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dat is logisch omdat deze wijk dicht bij het centraal station ligt en het rijk dit in het kader van de NOVEX-subsidie ook vraagt. Veel parkeerkelders zullen ook de financiële haalbaarheid onder druk zetten, tenzij ze bovengronds worden gerealiseerd maar dat is vanuit het oogpunt van kwaliteit niet wenselijk en dan kunnen bovendien minder huizen worden gebouwd. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) geeft aan dat voor de Bossche Stadsdelta een parkeernorm van 0,6 geldt met een reductiefactor in verband met de ligging wat uitkomt op maar 33 parkeerplaatsen. Hij hoort nu zeggen dat de norm omlaag moet, terwijl die al extreem laag is. Hij heeft bij I&O gevraagd of de norm uit de huidige parkeernota wordt gehanteerd en daar is bevestigend op geantwoord. 16

Wethouder Van der Geld zegt dat de parkeernorm niet lager wordt dan op papier staat, maar wel lager dan in de huidige situatie. Hij is het ermee eens dat de norm die de heer Van Creij noemde erg ambitieus is. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of de wethouder de parkeerplaatsen in het Innovatiekwartier in de parkeernormering heeft meegenomen en of dit leidt tot minder plekken in de parkeergarage. Wethouder Van der Geld zegt dat de parkeervoorziening in het Innovatiekwartier moet bijdragen aan de parkeeroplossing voor de Bossche Stadsdelta, bewoners en bezoekers kunnen dan parkeren in de mobility hub van de Bossche Stadsdelta en daarom moet er ook een brug komen. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of dit betekent dat het aantal parkeerplekken op die plek wordt meegenomen in de parkeernorm voor de Bossche Stadsdelta. Wethouder Van der Geld zegt dat deze interpretatie klopt. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vraagt of de langzaamverkeersbrug direct in de Bossche Stadsdelta wordt meegenomen om ervoor te zorgen dat de parkeernorm wordt gehaald. Wethouder Van der Geld zegt dat rekening wordt gehouden met de parkeerdruk in de omliggende wijken en met een waterbedeffect.

De Lage Diezebrug wordt direct meegenomen, die is fundamenteel en de overkluizing van het spoor houdt verband met de ontwikkeling van het zuidelijke deel van de Bossche Stadsdelta, als daar woningen staan moet deze overkluizing er ook zijn. De heer Van Hattem (PVV) vraagt hoe de wethouder voorkomt dat er een waterbedeffect ontstaat, zeker met grote publiekstrekkers zoals de moskee. Wethouder Van der Geld zegt dat mensen ook op de fiets naar de moskee kunnen, maar dat bij het aantal plekken in de bezoekersparkeergarage en de mobility hubs wel rekening wordt gehouden met het aantal bezoekers dat met de auto komt. De voorzitter stelt de commissieleden in de gelegenheid hun niet beantwoorde vragen te herhalen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de wethouder genoeg heeft aan het al beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet, ook met het oog op de nog niet geopende grondexploitaties. Verder vraagt hij nogmaals om een geactualiseerde financiële verkenning. De heer Van Silfhout (Volt) heeft de wethouder niet gehoord over de angst dat mensen snel weer uit de wijk vertrekken. De heer Van Hattem (PVV) vraagt wat er met de gebiedsontwikkeling gebeurt als BrabantWonen besluit het Citadelhofje niet te slopen. Zijn tweede vraag ging over stikstof en de derde over de grondpercelen aan de noordkant van de Lage Diezebrug.

Ten slotte heeft hij gevraagd naar het risico dat projectontwikkelaars gelet op de ontwikkelingen in onder andere Eindhoven afhaken. De heer Dupuis (SP) heeft gevraagd naar het creëren van een buurtgevoel met sociaalmaatschappelijke voorzieningen en hoe het historische stadsgezicht van 't Zand en De Muntel wordt behouden. De heer Vossen (PvdA) heeft gevraagd of de wethouder er iets in ziet om inclusiviteit en laagdrempeligheid als selectiecriteria voor de programmering van dit gebied op te nemen. Wethouder Van der Geld geeft aan uit de voeten te kunnen met het al beschikbare krediet. Bij specifieke vragen over cijfers kan hij die overleggen, maar met zo'n abstracte vraag komt hij

17

niet verder dan het antwoord dat hij al heeft gegeven. Hij vraagt of de heer Van Silfhout zijn vraag wil herhalen. De heer Van Silfhout (Volt) wil weten wat de wethouder vindt van een yuppenwijk en doorstroming. Wethouder Van der Geld zegt dat met 70% betaalbare woningen en met alle functies die er komen geen wijk met alleen Young Urban Professionals ontstaat. BrabantWonen heeft echt ingezet op transitie van het wonen en heeft ook bij nieuwe huurders aangegeven dat er een potentiele gebiedsontwikkeling is. Er is nog geen sloopbesluit genomen en als BrabantWonen toch niet gaat slopen, moet een nieuwe situatie worden gewogen en dat heeft consequenties voor de gebiedsontwikkeling van de Citadelpoort. Stikstof hangt als een donkere wolk boven de Spoorzone omdat die dicht bij een Natura 2000-gebied zit en hij hoopt dat de provincie snel met een oplossing komt, maar intussen moet de planvorming wel doorgaan. Hij is in gesprek met de grondeigenaren van de percelen langs de brug. Hij voert liever geen onteigeningsprocedure en hoopt en denkt er middellijk uit te kunnen komen, maar houdt onteigening wel in zijn achterzak omdat de brug zo langzamerhand op raakt en er een nieuwe brug moet kunnen worden gebouwd. Wat betreft het afhaken van projectontwikkelaars geeft hij aan dat dit samenhangt met de grillen van de markt. Aan de andere kant staan corporaties in de startblokken.

Er is sprake van hoge bouwkosten en stikstof is een probleem, maar er wordt niet al morgen gebouwd en de marktsituatie kan veranderen, maar de markt wordt wel gevraagd om zich te conformeren. Buitenruimte, cultuur en de vormgeving van de bouwblokken zijn belangrijk voor de gemeenschapszin. Hij blijft kijken naar het hele historische ensemble van de Bossche Stadsdelta en wil ook een aantal havendijkpandjes en de Tramkade als ensemble behouden. Hij vindt inclusiviteit erg sympathiek, maar wil dit wel wat meer SMART krijgen. De voorzitter schorst de vergadering. Schorsing De voorzitter heropent de vergadering. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) wil de bespreeknotitie Uitvoeringagenda Prestatieafspraken 2023 van de agenda afhalen. De heer Van Hoek (50PLUS) zegt dat de Agendacommissie de agenda vaststelt en dat een voorstel niet kan worden teruggetrokken. De voorzitter zegt dat een agendapunt vervalt als de indiener het terugtrekt. De heer Van Hoek (50PLUS) zegt dat de indiener de bespreeknotitie bij de Agendacommissie heeft ingebracht en dat die hem heeft geagendeerd. De voorzitter geeft aan dat deze notitie volgens het reglementen nu is ingetrokken. Na afronding van het agendapunt over de Bossche Stadsdelta resteren er nog een raadsvoorstel en een bespreeknotitie. Die kunnen vanavond worden besproken, dan wordt het een lange avond, of ze worden op 20 april a.s. besproken.

De heer Broekmeulen (VVD) proeft bereidheid om in ieder geval de doelgroepenverordening nog te behandelen of zelfs nog langer door te gaan. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil de bespreeknotitie over de intensivering van de veeteelt het liefst vanavond nog bespreken, maar wel op een kwalitatief goede manier. De voorzitter vraagt of de commissie de twee resterende agendapunten vanavond met de nodige inhoud wil afhandelen. De heer Van Silfhout (Volt) wil het in ieder geval niet afraffelen.

18

Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) moet morgens om 5.00 uur opstaan en wil daarom de agenda vanavond niet afmaken. De voorzitter zegt dat het Iedereen vrij staat om de vergadering te verlaten. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) stelt voor haar bespreeknotitie op 20 april a.s. te bespreken. De voorzitter vindt het niet wenselijk om op 20 april a.s. alleen voor dat agendapunt terug te komen. Hij concludeert dat vanavond beide agendapunten worden besproken. Tweede termijn De heer Van Hoek (50PLUS) hoorde veel vragen aan de wethouder, onder andere over de parkeernormen, maar weinig onderlinge discussie en ook weinig over de feitelijke haalbaarheid. Hij hoorde geen onderbouwing waarom dit plan wel haalbaar is, terwijl de eerste verkenningen aangeven dat het plan niet haalbaar zou zijn. De heer Vossen (PvdA) is benieuwd hoe de heer Van Hoek kijkt naar het feit dat de wethouder zei dat de markt verandert en dat partijen zich wel zorgen maken over de haalbaarheid van projecten, maar dat de gemeente niet altijd met een cheque klaarstaat. De heer Van Hoek (50PLUS) ziet veel risico's en veel onduidelijkheden en hij vindt dat de risico's in een onderbouwing hadden kunnen worden gekwantificeerd. Het gaat om een zeer complexe gebiedsontwikkelingen met een aantal zeer grote projecten zoals het Design Museum met de parkeergarage en de Lage Diezebrug.

Van die brug is alleen gezegd dat die € 10 miljoen kost, maar hij denkt dat een brug van 95 meter lang en 18 meter breed met twee steunpunten in het water en twee nieuwe landhoofden waarbij de oude brug wordt gesloopt en afgevoerd minstens het dubbele kost. Als de raad zegt dat het haalbaar is, begint de ontwikkelfase en op een gegeven moment is er een financieel probleem, hij wil op dit moment al aangeven hoe daarmee wordt omgegaan. Hij heeft aangegeven naar deelgebieden te willen kijken en zo te ontwikkelen dat de uitgaven gelijke tred met de inkomsten houden en te stoppen als het fout begint te gaan. De heer Vossen (PvdA) maakt een punt van orde. Hij vindt het raad en commissie onwaardig dat steeds naar cijfers wordt gevraagd, terwijl die hadden kunnen worden opgevraagd. De voorzitter vindt dit een bepaalde kwalificatie naar de heer Van Hoek en hij wil terug naar de inhoud. De heer Van Hoek (50PLUS) vindt dat er onderbouwende getallen in het voorstel moeten staan als de raad de haalbaarheid moet toetsen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) sluit zich aan bij de woorden van de heer Van Hoek, ook hij heeft twijfels over de haalbaarheid. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) De heer Kagie. sluit zich aan bij de woorden van de heren Van Hoek en Hoeben.

In 2020 werd nog geconcludeerd dat het plan niet sluitend is en hij vindt het commissie- en raadsleden onwaardig dat de raad nu zomaar akkoord zou gaan omdat er een mooie tekst staat, niemand heeft een financiële verantwoording gezien. Als er nog zoveel moet komen, is de vraag waarom er überhaupt een haalbaarheidsfase is, hoe die moet worden gekwalificeerd en wat die zegt. Na afronding van de haalbaarheidsfase moet de haalbaarheid kunnen worden getoetst, dat kan alleen op basis van onderliggende cijfers en hij vindt het niet terecht dat de wethouder zegt dat de raad zelf moet aangeven welke cijfers die wil hebben. Leefbaar 's-Hertogenbosch komt waarschijnlijk met een motie om haast te maken met de grondexploitatie van onder andere de Tramkade omdat dit grond van de gemeente is en die ontwikkeling niet in verband met de complexiteit van de Bossche Stadsdelta moet worden vertraagd. Mevrouw Muller (D66) vraagt om een doorkijk waaruit blijkt dat de gemeente in de pas loopt met de woningbouw.

19

De heer Van Silfhout (Volt) vindt dat wel erg gemakkelijk over de haalbaarheidsstudie wordt gedacht en hij citeert uit het voorstel: "akkoord te gaan met de resultaten van de haalbaarheidsfase en de hieruit voortvloeiende verfijning van het gebiedsperspectief". Hij is het er niet mee eens dat dit voorstel alleen over de haalbaarheid gaat omdat er nogal iets in die verfijning staat. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zegt dat wethouder Van der Geld bijvoorbeeld in zijn brief van 14 april jl. verwijst naar de geactualiseerde financiële verkenning en hij vraagt waar de heer Van Silfhout die naar boven haalt. De heer Van Silfhout (Volt) zegt niet dat niet over de financiële haalbaarheid mag worden gesproken, maar hij wil het ook over de verfijning kunnen hebben. Er is een segment waar mensen doorstromen omdat ze niet in dat segment willen wonen en dat is niet goed voor de leefbaarheid van een wijk. Mevrouw Korver (GroenLinks) is blij dat de wethouder aangaf dat er zeker 70% betaalbaar wordt gebouwd en dat er maatregelen worden genomen om de Bossche Stadsdelta autoluw te maken. Ze denkt dat wat nu voorligt op basis van de conclusies in 2020 en de verdere ontwikkelingen haalbaar is en ze ziet graag de verdere uitwerking tegemoet.

De heer Dupuis (SP) heeft uit de beantwoording van technische vragen begrepen dat wordt gekeken naar wat de verdichting betekent voor de behoefte aan goederen- en persoonsbewegingen en hij vraagt of de wethouder dat kan bevestigen. Verder wil hij weten wat in deze gebiedsontwikkeling wordt gedaan aan sociaalmaatschappelijke voorzieningen, specifiek gericht op de bewoners. Hij denkt hierbij aan buurthuizen, onderwijs en winkels specifiek voor de bewoners. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) sluit zich aan bij de woorden van de heer Van Silfhout over de verfijning van het gebiedsperspectief, ze wil onder andere kijken naar wat de verdichting voor de leefbaarheid betekent en daarmee ook of er een andere route voor de Boschdijkstraat kan worden gevonden. De heer Van Hattem (PVV) las in het voorstel dat de financiële haalbaarheid is gebaseerd op een geactualiseerde globale analyse van de kengetallen uit 2020 en hij vraagt deze analyse voor de volgende raadsvergadering te mogen ontvangen. De stikstofproblematiek ligt als een zware deken op dit plan en op andere plannen en hij krijgt graag wat meer inzicht in de risico's. Ook de parkeernorm is een groot probleem en hij vraagt of de moskee met de vraag naar ruimte letterlijk parkeerruimte bedoelt. Iedere vrijdagmiddag staan de parkeerplaatsen in de ruime omtrek van de moskee vol en is er nauwelijks ruimte voor de bewoners.

Hij hoort graag hoe de wethouder hiermee wil omgaan. De PVV is tegen dit plan, maar is wel blij met de concrete beantwoording. De heer Van der Leest (CDA) maakte een opmerking over yuppen in verband met de verdichting en de woninggrootte. Hij denkt dat sociale huur van 50 m² en middenhuur van 65 m² niet echt geschikt is voor gezinnen en hij wil ook voor gezinnen bouwen. Wethouder Van der Geld zegt dat het nu primair over de grondexploitatie gaat en dat dit iets anders is dan een nieuw museum en een nieuwe brug die uit het structuurfonds worden gefinancierd. Hij gaat kijken of hij specifiekere kengetallen kan leveren. Hij stelt voor om te knippen om niet afhankelijk te zijn van één groot plan en ook om tempo te kunnen maken. De Tramkade en de Citadelpoort worden als eerste opgepakt omdat deze gronden gemeentelijk eigendom zijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) concludeert dat de grondexploitaties van die deelgebieden zo snel mogelijk worden afgerond. Wethouder Van der Geld wil ook een totaal ontwikkelplan maken, zodat het wel één gebied blijft. Tegelijkertijd komt er een ontwikkelplan voor de twee deelgebieden naar de raad. Hij kan nog geen complete doorkijk van de woningbouw geven, maar hij houdt de raad wel op de hoogte van de ontwikkeling van de Bossche Stadsdelta. Mevrouw Muller (D66) wil gedurende het project een terugkoppeling over de Bossche mix krijgen. 20

Wethouder Van der Geld zegt dat de raad bij onder andere de woningbouw in de deelplannen nog in positie komt en dat het college zich bij de ontwikkeling van de gebieden aan de kaders van de raad houdt en de raad op de hoogte houdt van de ontwikkeling van die plannen. Er zijn al verkeersonderzoeken in verband met de brede binnenstad gedaan en die vinden nu weer plaats. Het college blijft de verkeerssituatie in Den Bosch voortdurend monitoren op basis van nieuwe kennis en brengt de raad bij eventuele besluitvorming in positie. Er gaan veel mensen in de Bossche Stadsdelta wonen en daarom komen er voorzieningen voor de bewoners. Die voorzieningen kunnen ook aantrekkelijk zijn voor bezoekers en andersom ook. Bij ruimte voor de moskee gaat het primair om sociaal-maatschappelijke voorzieningen zoals uitbreiding van een theehuis of om ouderenwoningen. Het CDA maakte een terecht punt over gezinnen. Er wordt met een bepaalde dichtheid nabij het spoor gebouwd, maar er wordt met de partners zoals de corporaties ook nadrukkelijk gekeken naar de behoefte om daar vervolgens op te kunnen bouwen. Er is momenteel in de maatschappij wel een toenemende vraag naar kleinere woningen. De voorzitter geeft de gelegenheid tot het herhalen van onbeantwoorde vragen.

De heer Van Hattem (PVV) krijgt graag een aantal scenario's op het gebied van stikstof omdat dit essentieel is voor de haalbaarheid van het plan. Wethouder Van der Geld zegt dat de tunnel bij een maatschappelijk probleem normaal gesproken op een gegeven moment helderder wordt, maar dat die bij stikstof alleen maar donkerder lijkt te worden. Hij gaat wel door met de planontwikkeling in de hoop dat de provincie dit probleem snel oplost. Er wordt ook gekeken hoe met zo weinig mogelijk stikstofuitstoot kan worden gebouwd, dan wordt met ecologische berekeningen aangetoond dat bij de bouw zo min mogelijk of eigenlijk geen stikstof wordt uitgestoten. Dat vraagt ook om partnerschap met de bouwers die dan gebruikmaken van elektrisch gereedschap. Concreter dan dit kan hij niet worden. De voorzitter concludeert dat alle vragen zijn beantwoord. Er zijn twee moties aangekondigd en hij vraagt of er nog meer moties worden overwogen. De heer Dupuis (SP) dient waarschijnlijk een motie in over functionele bundeling in deze zones. Ook de heer Van Hattem (PVV) ziet genoeg aanknopingspunten voor moties en amendementen, maar hij kan nog niets concreet aangeven. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) neemt het terug in de fractie en komt waarschijnlijk terug op de auto's in het gebied. De heer Vossen (PvdA) komt er in overleg met de wethouder op terug.

De heer Van der Leest (CDA) neemt het terug in de fractie en komt waarschijnlijk met een motie. Dit voorstel gaat als een uitgebreid bespreekstuk naar de raad. 7.

Doelgroepenverordening betaalbare woningbouw 's-Hertogenbosch 2023 Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) merkt op dat wat voor de een een betaalbare woning is dat voor de ander niet is en dat het fijn is dat de betaalbaarheid van woningen met deze doelgroepenverordening langer in stand blijft, maar dat Rosmalens Belang wel wat aandachtspunten heeft. Het verlengen van de instandhoudingstermijn van de prijs van middenhuurwoningen zorgt voor meer onzekerheid voor de projectontwikkelaar, maar het is wel belangrijk dat er voldoende middenhuurwoningen zijn omdat veel mensen te veel verdienen voor een sociale huurwoning en te weinig voor een koopwoning of die snel een woning nodig hebben. Met dit voorstel worden niet meer woningen voor deze doelgroep gebouwd en het is zelfs mogelijk dat er minder middenhuurwoningen komen en ze vraagt of de wethouder die zorg kan wegnemen.

21

De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of mevrouw Verreijt het ermee eens is dat via deze norm wordt vastgesteld wat middenhuur is, dat alles daarboven dus dure huur is en dat het bouwen van duurdere woningen betekent dat er meer dure huurwoningen komen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) is het hiermee eens, ze zei alleen dat er met deze doelgroepenverordening niet direct meer woningen worden toegevoegd. Nu al zijn veel koopwoningen onbereikbaar voor starters, zij zitten nog meer vast als de prijsstijgingen doorzetten en daarom is het behouden van betaalbare koopwoningen een positieve ontwikkeling waarmee er voldoende woningen voor alle doelgroepen beschikbaar blijven. De vraag is wel of hiermee niet te veel wordt ingegrepen in de financiële situatie van de inwoners. Mensen die voor het eerst gaan samenwonen in een betaalbare nieuwbouwwoning, daar € 50.000 eigen geld in stoppen en na twee jaar uit elkaar gaan, zijn verplicht hun woning betaalbaar te verkopen, ook als uit de taxatie een hogere waarde komt, ook als er een hoger bod komt dan het bedrag dat de gemeente als betaalbaar hanteert en ook als dit betekent dat zij met schulden naar een volgende woning gaan. Ze vraagt de visie van de wethouder hierop.

De heer Van Silfhout (Volt) is blij dat hij na het begrotingsdebat de norm weet voor wat middenhuur is, en dat deze is bijgesteld en dat niet meer alleen naar de inflatie, maar ook naar de caonorm wordt gekeken. De grens van € 1.048 is lager dan in de wet staat, maar dat is voor iemand aan de bovengrens van voor wie die huur is bedoeld 1,5 maal modaal en die is nog steeds 30% van zijn besteedbaar inkomen kwijt aan huur en servicekosten. Iemand aan de ondergrens is 40% van zijn besteedbare inkomen kwijt aan huur en dat gaat vrij ver. Hij is blij dat de verordening is bijgesteld, maar de middenhuur is nog steeds te duur voor de doelgroep. Hij had de norm liever op € 1.000 gesteld om een principe te stellen dat middenhuur niet hoger dan € 1.000 mag zijn. De heer Broekmeulen (VVD) sluit zich aan bij het betoog en de vragen van Rosmalens Belang. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dit een goede opvolging van de aangenomen motie 'Verleng de instandhoudingstermijn van betaalbare woningen' uit oktober 2021. Het is belangrijk dat betaalbare woningen helder als betaalbaar worden genormeerd en dat woningen zo lang mogelijk beschikbaar blijven voor de grote groep Bosschenaren die daarop zijn aangewezen. In de nieuwe verordening mogen sociale huurwoningen na 25 jaar en middenhuur na 20 jaar de markt op en dat moet ook op komende woningbouwprojecten worden toegepast.

Hij maakt zich zorgen over het overgangsrecht en citeert "het overgangsrecht is noodzakelijk om projecten die zijn geïnitieerd voor vaststelling van de verordening nog onder het regime van de in te trekken verordening te laten vallen". Hij hoort graag wanneer een project voor vaststelling is geïnitieerd en ontvangt graag een lijst met projecten die daar potentieel onder vallen. In de artikelen 5 en 6 staan escapes en hij wil weten waarvoor artikel 5 is als op grond van artikel 6 in bijzondere gevallen kan worden afgeweken. Leefbaar 's-Hertogenbosch vindt het goed dat wordt genormeerd en dat de instandhoudingstermijn significant wordt verlengd, maar de reden voor het in leven roepen van een dergelijke doelgroepenverordening is tegelijkertijd ook de achilleshiel omdat in een wooncrisis waarin iedere woning telt de kans bestaat dat afwijken van de instandhoudingstermijn eerder regel dan uitzondering wordt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) kan zich vinden in de uitspraken van de heer Van Silfhout en sluit zich helemaal aan bij de woorden van de heer Kagie, zeker met betrekking tot de instandhoudingstermijn. Mevrouw Muller (D66) steunt dit raadsvoorstel van harte. Het is mooi dat ook bij veranderende marktomstandigheden op betaalbaar en passend wonen wordt gestuurd. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) gaat akkoord met het voorstel.

Hij leest in het stuk dat de motie van destijds zou zijn afgedaan, maar daarin wordt iets anders gevraagd dan nu wordt voorgesteld. Die motie vroeg om met de B5-gemeenten te overleggen om te voorkomen dat projectontwikkelaars in een andere gemeente gaan investeren. De heer Van der Leest (CDA) sluit zich aan bij de bijdrage van Rosmalens Belang.

22

De heer Van Hattem (PVV) sluit zich aan bij de vragen van Rosmalens Belang. De PVV is nooit voor vaste percentages omdat vooral naar de vraag moet worden gekeken, maar het aanpassen van de prijsgrenzen en de instandhoudingstermijn is prima. Er kunnen normen worden gesteld, maar zolang niets aan de massa-immigratie wordt gedaan, blijft het op de woningmarkt vechten tegen de bierkaai. Mevrouw Korver (GroenLinks) is blij dat de doelgroepenverordening betaalbare nieuwe woningen gedurende een langere periode betaalbaar houdt voor lageren middeninkomens. Ze is benieuwd naar de reactie van de wethouder en ze hoopt dat de raad hierachter staat. De heer Van Hoek (50PLUS) merkt op dat goedkope koop op € 355.000 wordt gesteld, maar dat dit met de huidige rentestand € 1.800 per maand is en dat maar weinig jonge mensen dit kunnen betalen. De verordening haakt aan op toekomstige wet- en regelgeving en er kan van alles worden geregeld wat betreft maximale huurstijgingen en plafonds voor middenhuur en sociale huur, maar er is een rechtstreeks verband tussen koopprijzen, huuropbrengsten en de stichtingskosten van de betreffende woningen. Als aan de verkoopprijzen en huuropbrengsten wordt gesleuteld zullen woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars kleinere woningen bouwen en de verordening regelt dus dat de betrokken huurders en kopers en sigaar uit eigen doos krijgen.

Dat wil niet zeggen dat hij tegen de verordening is, maar dit wil hij zich wel realiseren. Bovendien wordt er hierdoor geen extra woningen gebouwd en misschien zelfs wel minder. De heer Dupuis (SP) schrok ervan dat 50% van de Nederlandse huishoudens een inkomen heeft dat bij een sociale huurwoning hoort en daarom wil de SP dat er meer dan 30% sociale huur wordt gebouwd. Hij vindt de term betaalbare koop misleidend omdat mensen ook hier geen hypotheek voor kunnen krijgen. Reactie college Wethouder Slikker zeg dat de portee van dit stuk in lijn is met wat het rijk en de provincies overal in Nederland doen, namelijk het terugnemen van de regie op de volkshuisvesting. Er is lang te weinig voor de maatschappelijke vraag gebouwd en hij wil met 70% betaalbare bouw, 1000 extra sociale woningen en afspraken met de ontwikkelaars meer betaalbare woningen realiseren en die betaalbaarheid duurzaam borgen. Wat de corporaties bouwen is per definitie duurzaam geborgd, het rijk werkt aan een woningwaarderingsstelsel waarbij middenhuur tot € 1.000 duurzaam geborgd blijft en de instandhoudingstermijn van de sociale huurwoningen die ontwikkelaars bouwen wordt verhoogd.

Met een doelgroepenverordening worden niet automatisch meer woningen gebouwd en als de gemeente Den Bosch, los van wat andere gemeenten in de regio doen, de instandhoudingstermijnen oneindig oprekt kan de haalbaarheid van de plannen in Den Bosch in het geding komen. In de genoemde stond motie daarom ook dit samen in de regio te doen en dat is niet letterlijk met de B5 gedaan maar in de regionale woondeal zijn afspraken over de instandhoudingstermijnen gemaakt. Overal in Nederland krijgen projectontwikkelaars momenteel de boodschap mee dat de maatschappelijke opgave is om meer betaalbaar te bouwen en daarbij horen instandhoudingstermijnen waarmee die betaalbaarheid duurzaam is geborgd. Het goede van de Wet regie op de volkshuisvesting en de regionale woondeals is dat projectontwikkelaars daardoor moeten innoveren en ze niet meer naar een buurgemeente die geen instandhoudingstermijn kent kunnen gaan. Hij maakt zich geen zorgen over de businesscases met middeldure huur. Als iemand een woning net onder de betaalbaarheidsgrens koopt en er dan € 100.000 in investeert, is dat direct geen betaalbare woning meer en iemand neemt dan een risico, maar er is wel een hardheidsclausule als iemand echt in de problemen zit.

Als iemand een woning voor € 500.000 kan kopen, maar liever € 150.000 besteedt aan het verbouwen van een net opgeleverde nieuwe betaalbare woning dan is de ambitie wel om deze woning op € 300.000 te houden. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) zegt dat iemand bij een nieuwbouwwoning altijd moet investeren, bijvoorbeeld in een vloer, verf of gordijnen en dat dit geld nu niet wordt terugverdiend. Wethouder Slikker zegt dat dit relatief lage kosten zijn omdat de woningen compleet met keuken en badkamer worden opgeleverd. De hardheidsclausule is bedoeld voor als iemand een ongelukkige live-event meemaakt zoals een scheiding of het verlies van een partner.

23

De heer Van Hoek (50PLUS) vraagt of iemand een nieuwe carport of berging ook niet in de verkoopprijs mag meerekenen of dat er helemaal niets aan de woning mag worden veranderd. Wethouder Slikker zegt dat iemand die een woning koopt daarmee mag doen wat hij wil zolang het binnen de regels van het bestemmingsplan blijft, maar dat de gemeente dit niet aanmoedigt omdat die de woning in de voorraad betaalbare woningen wil houden. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) heeft altijd begrepen dat een hardheidsclausule is bedoeld voor onvoorziene zaken en ze vraagt zich daarom af of deze clausule is bedoeld voor mensen die uit elkaar gaan omdat dit best vaak gebeurt, ook binnen vijf jaar. Wethouder Slikker gaat ervan uit dat een stel dat een huis koopt niet voorziet dat ze binnen vijf jaar uit elkaar gaan en hij herhaalt dat de hardheidsclausule is bedoeld voor ongelukkige liveevents. De heer Broekmeulen (VVD) weet dat de realiteit is dat een op de drie echtparen gaat scheiden, dat zijn serieuze aantallen en hij vindt dat mevrouw Verreijt wel een punt heeft. Wethouder Slikker geeft aan dat de hardheidsclausule ook hiervoor is bedoeld. Als de termijn van vijf jaar uit de verordening wordt gehaald is een woning al direct na oplevering niet meer betaalbaar.

De heer Van Hattem (PVV) zegt dat sommige mensen die alleen een cascowoning kunnen kopen in de jaren daarna alsnog bijvoorbeeld een schuur of een dakkapel aanleggen en hij vraagt of dat aspect in de verordening kan worden meegenomen. Wethouder Slikker zegt dat iemand die een cascowoning koopt en investeringen doet om de woning leefbaar te maken bij bijvoorbeeld een scheiding of verlies van werk ook een beroep op de hardheidsclausule kan doen. Hij is ook blij dat voor de huur de cao van plus 0,5% wordt aangehouden. De heer Van Silfhout noemde de maximumhuur van € 1.048, maar de middenhuren beginnen bij € 800 en hij heeft bij de ondertekening van de regionale woondeal er samen met de corporaties bij minister De Jonge op aangedrongen om de inkomensgrens voor corporatiewoningen op te trekken en die ook te laten gelden voor de groep die op dit moment moeilijk aan een middenhuurwoning kan komen. Het rijk lobbyt hier ook voor bij de Europese Commissie - er lijkt schot in de zaak te zitten. Afspraken over instandhoudingstermijnen op basis van oude verordening blijven gelden en bij nieuwbouw geldt de nieuwe verordening. Er zijn inderdaad twee artikelen over uitzonderingen en een daarvan is de hardheidsclausule die gaat over individuele problematiek.

De tweede afwijkingsgrond is van toepassing als de instandhoudingstermijn in een erg belangrijk project echt niet mogelijk is, maar dan moet het college wel terug naar de raad. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) herhaalt zijn vraag over het woord 'geïnitieerd'. Wethouder Slikker zegt dat het daarbij gaat om de plannen die worden opgepakt vanaf het moment dat de verordening ingaat. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat projectontwikkelaars een beroep op de tweede afwijkingsgrond zullen doen omdat ze weten dat de gemeente snelheid wil maken en wil leveren. Wethouder Slikker denkt dat dit ongetwijfeld zal gebeuren. De afgelopen jaren hebben de ontwikkelaars niet per se voor de maatschappelijke behoefte gebouwd en de nieuwe realiteit is dat de vraag naar sociale en middeldure woningen toeneemt, de vraag naar dure woningen wat afneemt, dat er duurzaamheidseisen zijn en dat de markt een nieuw verdienmodel zal moeten vinden. Ook de gemeente moet volharden in de maatschappelijke ambities en moet niet als pinapparaat fungeren. Tweede termijn De heer Van Silfhout (Volt) vindt dat iemand die wel een sociale koopwoning maar geen andere woning kan kopen en die binnen twee jaar wel € 50.000 op de plank heeft liggen niet tot de 24

doelgroep behoort en daar wil hij geen uitzondering voor maken. Ten slotte merkt hij op dat het niet alleen belangrijk is om meer woningen te bouwen, maar dat vooral de betaalbaarheid van belang is. De voorzitter vraagt of er moties en amendementen worden overwogen. De heer Dupuis (SP) overweegt een motie over het aanpassen van het percentage sociale huurwoningen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) overweegt een motie in te dienen. Dit stuk gaat als licht bespreekstuk naar de raad. 8.

Bespreeknotitie uitvoeringsagenda prestatieafspraken 2023 Deze bespreeknotitie wordt niet behandeld.

9.

Bespreeknotitie Intensieve veehouderij Mevrouw Samshuijzen (PvdD) merkt op dat bestemmingsplannen vaak worden aangepast op grond van emissieruimte bij de veehouder waarbij vaak gebruik wordt gemaakt van intern salderen. In emissiearme stallen bestaan grote risico's met betrekking tot dierenwelzijn en daarnaast dragen deze stallen onvoldoende bij aan de reductie van stikstofuitstoot. Voor het verbeteren van de natuur worden nieuwe milieuvergunningen uitgegeven, daarnaast moeten veehouders binnenkort voldoen aan de nieuwe provinciale emissieregels en emissiearme stallen is daarbij een van de opties. In de praktijk gaat de vlieger van intern salderen middels emissiearme stallen vaak niet op en uit onderzoek blijkt dat niet genoeg sprake is van stikstofreductie middels emissiearme stalsystemen. De gemeente heeft een verantwoordelijkheid bij het wijzigen van bestemmingsplannen die toezien op uitbreiding van het aantal landbouwhuisdieren en moet geen uitbreidingen meer toestaan om recht te doen aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid, de verantwoordelijkheid naar de natuur, de dieren en iedereen die een huis zoekt. Mevrouw Lipman (CDA) vraagt wat mevrouw Samshuijzen bedoelt met 'kijken naar de emissieruimte veehouder'.

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) geeft aan dat het bedrijf aan de Van Rijckevorselweg 4 naar een andere locatie is verhuisd waar het aantal landbouwhuisdieren is toegenomen omdat daar een emissiearme stal is gebouwd. Daar is intern gesaldeerd en de emissierechten zijn gebruikt om daar meer landbouwhuisdieren te houden. Mevrouw Lipman (CDA) ziet in de nieuwe situatie juist een afname van het aantal dieren. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) heeft het aantal dieren niet meer helder voor de geest, maar ze weet wel dat het aantal dieren wel degelijk toeneemt. De wethouder zei ook dat het aantal landbouwhuisdieren mag toenemen omdat er door intern salderen emissieruimte ontstaat. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) weet dat er voor de beschikking van 2010 3832 dieren op Kerkdijk 7 en 9 waren en dat dit er nu 6434 zijn. Mevrouw Lipman (CDA) heeft geen cijfers waaruit blijkt dat er nu meer varkens zijn dan er voorheen verspreid over twee locaties waren. Op de Kerkdijk en de Van Rijckevorselweg samen waren er 7473 dieren en dat is in de nieuwe situatie 6434. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat in de afgekeurde stallen aan de Van Rijckevorselweg maximaal 750 varkens zaten en dat er dus ook geen vergunning was. Mevrouw Lipman (CDA) heeft andere informatie en is erg benieuwd naar de onderliggende informatie van de heer Hoeben.

Emissiearme stallen zijn een bijzonder ingewikkelde materie waarop gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid van toepassing is en waarbij veel variabelen spelen die al naar gelang de omstandigheden anders kunnen uitpakken. Uit onderzoek blijkt dat emissiearme stallen in de ene situatie wel en in de andere situatie niet tot een verbetering

25

leiden en daarom zegt de Raad van State ook dat sommige stallen minder effectief zijn dan verwacht. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) verwijst naar het rapport van de universiteit Wageningen waaruit blijkt dat duurzame stallen over het algemeen niet effectief presteren. Mevrouw Lipman (CDA) heeft dat gelezen maar ze kent ook onderzoeken uit Duitsland waaruit blijkt dat wel sprake van een afname is. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of mevrouw Lipman het ermee eens is dat naar de weten regelgeving in Nederland moet worden gekeken. Mevrouw Lipman (CDA) is het daarmee eens, dat is een van de redenen dat het rijk op dit moment met de provincies en de landbouwsector samenwerkt om te kijken welke oplossingen wel voldoende zekerheid bieden. De heer Van Hattem (PVV) vraagt waaraan de stallen niet voldoen, aan de stikstofnormen of aan het dierenwelzijn. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) heeft het nu over de stikstofemissie. Mevrouw Lipman (CDA) weet dat er verschillende oplossingsrichtingen worden onderzocht, er wordt bijvoorbeeld gekeken of de periodieke monitoring kan worden aangepast zodat er wel een effectieve emissieverlaging ontstaat. Aan de ene kant begrijpt ze de opmerking over de uitbreiding van de veestapel, maar aan de andere kant is er te weinig financieringscapaciteit als die niet kan worden uitgebreid.

De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt of het CDA vindt dat stikstofwinst door een verbouwing aan een stal direct moet worden omgezet in meer dieren of dat die moet worden gebruikt om de veestapel in te krimpen. Mevrouw Lipman (CDA) is het er niet mee eens dat de veestapel en dus ook de stikstofuitstoot groter zou worden. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) bedoelt te vragen of verlaging van de stikstofuitstoot moet worden ingezet om meer vee te houden. Mevrouw Lipman (CDA) denkt niet dat er een vergroting van de veestapel plaatsvindt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) citeert uit de Omgevingsvergunning van Polderweg 6 in Nuland, "uitbreiden dieroppervlak en verhogen veebezetting" en hij wil weten waar dit dan mee heeft te maken. Mevrouw Lipman (CDA) ziet dat de veestapel landelijk niet wordt uitgebreid. Er wordt 20% afgeroomd als een melkveehouderij stopt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of mevrouw Lipman het ermee eens is dat bestemmingsplannen niet zo moeten worden aangepast dat het aantal landbouwhuisdieren toeneemt. Mevrouw Lipman (CDA) vindt een uitbreiding van de veestapel helemaal geen slecht idee. De heer Van Hattem (PVV) vindt dit een vreemde discussie omdat de gemeente hier niet over gaat. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) verwijst in deze bespreeknotitie specifiek naar waar de gemeente wel over gaat, namelijk de bestemmingsplannen.

De heer Van Hoek (50PLUS) vindt ook dat de gemeente niets over dit onderwerp heeft te zeggen.

26

De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt zich af waarom hier dan bestemmingsplannen voorliggen in verband met een staluitbreiding. De heer Van Hoek (50PLUS) vindt het logisch dat deze bestemmingsplannen aan de raad voorliggen omdat die wet- en regelgeving moet uitvoeren. De gemeente heeft grote vrijheid in bestemmingsplannen, maar bij de veehouderij gelden de regels van het rijk en de provincie. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat de raad wel of niet een afwijking van het bestemmingsplan kan toestaan. De heer Van Hoek (50PLUS) zegt dat een ondernemer gronden heeft om de validiteit van het bestemmingsplan aan te vechten als het rijk of de provincie mogelijkheden biedt die niet in het bestemmingsplan passen. De heer Van Rens (D66) zegt dat het rijk en de provincies momenteel op heel veel plekken onderhandelen over de uitwerking van landelijke wet- en regelgeving om het stikstofprobleem zo snel mogelijk op te lossen. D66 vindt uitbreiding van de veestapel niet acceptabel. Er wordt gesproken over modernisering van stalsystemen en dat kan, maar hij wil vooral op korte termijn goede maatregelen kunnen nemen en het moderniseren van stalsystemen is allen van toepassing op bewezen innovaties. Hij vindt het ook gezien de bijgevoegde motie lastig om vraag 3 concreet te beantwoorden.

Hij kan zich wel vinden in de geest van de bijgevoegde motie, maar die bevat ook veel ongewenste neveneffecten, bijvoorbeeld door het uitsluiten van extern salderen. Hij kan zich wel voorstellen dat er wellicht wat meer richting een gemeentelijke strategie wordt gekeken om de uitstoot te verminderen, waarbij vermindering van het aantal dieren expliciet niet wordt uitgesloten. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) sluit zich grotendeels aan bij de woorden van het CDA, het dierenwelzijn staat voorop en dat kan ook in een grotere stal. Hij vindt stikstof een rekenkundig probleem en heeft geen behoefte aan de motie. De heer Van Hattem (PVV) vindt uitbreiding van de veestapel acceptabel omdat er voedsel van eigen bodem nodig is. Modernisering van de stalsystemen is een zaak van de provincie, modernisering is prima maar niet vanwege stikstofuitstoot en de gemeente hoeft daar geen regelgeving voor te maken. Hij geeft verder aan dat als we het hebben over vergunningsaanvragen dit natuurbeschermingswetvergunningen betreffen en deze een zaak van de provincie zijn. Wat betreft de bestemmingsplannen merkt hij op dat dit vertalingen van provinciale regelgeving zijn. De heer Bos (GroenLinks) merkt op dat Nederland door de stikstofcrisis op slot zit, dat de natuur onder druk staat en dat projecten om de woningcrisis aan te pakken zijn stilgelegd.

Bij het verkeer wordt ingezet op het terugdringen van de uitstoot door een autoluwe binnenstad en het stimuleren van deelmobiliteit en in de industrie gebeurt dit door het opwekken van duurzame energie, maar in de veehouderij gebeurt nog nauwelijks iets aan het terugdringen van de uitstoot. GroenLinks is voor een toekomst waar iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, ook de veehouderij, en is voor een veehouderij met meer boeren, minder dieren en meer plantaardig voedsel. GroenLinks vraagt zich af waarom het in de notitie gaat over het maximaliseren van het aantal dieren per bestemmingsplan, het is goed dat er voorwaarden aan het aantal dieren worden verbonden, maar dat zou op gemeentelijk niveau in zijn totaliteit en niet per bestemmingsplan moeten worden geregeld. Alleen op die manier komen er meer boeren met een kleinere veestapel, als het per bestemmingsplan wordt geregeld zullen er grote veehouderijen blijven. Er is kwetsbare natuur in Den Bosch, maar de gemeente heeft ook grote bouwambities en hij vraagt hoe de wethouder zicht houdt op de afspraken over verlaging van de stikstofuitstoot en hoe hij de commissie en de raad hierover tussentijds op de hoogte houdt. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt zich af of met de uitspraak van de Raad van State en met de kennis van nu dezelfde keuzes met betrekking tot bestemmingsplanwijzigingen zouden worden gemaakt.

Volt vindt dat de praktische realiteit en daadwerkelijk uitstoot boven theoretische besparing staat en denkt graag mee over kaders en handvatten richting de toekomst, maar die kaders kunnen niet zomaar overal onder worden gelegd. Volt vindt uitbreiding van de veestapel niet acceptabel, is het ermee eens dat modernisering van stalsystemen moet worden gebruikt om de stikstofuitstoot te reduceren en is het er ook mee eens dat de gemeente niet moet meewerken 27

aan vergunningsaanvragen die schaalvergroting van de vee-industrie tot gevolg hebben. Volt staat ideologisch achter de motie, maar denkt dat met de constatering over de Van Rijckevorselweg 4 een toekomstig kader over een eerder genomen besluit wordt gelegd en dat is onuitvoerbaar en onwenselijk. Als de indieners bevestigen dat de geest van de motie kaderstellend naar de toekomst en niet toetsend op beslissingen in het verleden is, dan steunt Volt deze motie. De heer Dupuis (SP) vindt uitbreiding van de veestapel en het gebruik van vrijkomende emissierechten om de veestapel te vergroten niet acceptabel en wil vergunningsaanvragen niet toekennen. Hij gaat de motie nog in zijn fractie bespreken. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vindt dat uitbreiding van de veestapel niet een doel op zich moet zijn, maar dat per situatie moet worden gekeken en op de Kerkdijk is geen sprake van uitbreiding van de veestapel. Er is landelijk een brede discussie over modernisering van de stalsystemen en dat is een zaak van de provincie. Ze wil meer integraal naar de theoretisch vrijgekomen ruimte kijken, op de ene locatie meer dieren toestaan betekent dat op een andere locatie geen of minder dieren worden toegestaan en als een vergunningsaanvraag aan het bestemmingsplan voldoet, kan die aanvraag niet worden geweigerd, maar bij een bestemmingsplan wijziging kunnen andere keuzes worden gemaakt.

Wethouder Roy Geers geeft aan dat de gemeente niet voor alles in de agrarische sector het bevoegd gezag is en dat de lezing van mevrouw Lipman over de aantallen correct is, op beide locaties zijn intensieve veehouderijen en daar zijn in totaal meer dieren vergund dan nu op de Kerkdijk aanwezig zijn. Omdat er op de Van Rijckevorselweg geen agrarisch bedrijf meer mag worden gevestigd, is sprake van een krimp van de veestapel. Niet alleen het beleid van de provincie en het rijk is relevant voor agrarische ondernemers, maar ook het beleid van de gemeente. De gemeente werkt momenteel aan een omgevingsvisie met ook een gebiedsvisie voor deelgebied 4, het buitengebied. Daar wordt nadrukkelijk gekeken naar de kwaliteit en in een bepaald deel van het buitengebied kunnen wellicht wat meer agrarische ondernemers komen, terwijl dit aantal in een ander deel van het buitengebied kan afnemen. Daarmee ontstaat ruimte voor agrarische ondernemers om hun bedrijf te ontwikkelen en te verduurzamen, de uitstoot te verlagen met als resultaat beperking van het aantal dieren in de gemeente Den Bosch. Het is erg belangrijk dat die beweegruimte naar de toekomst toe blijft houden.

In de motie staat eigenlijk dat ieder agrarisch bouwvlak geen vermeerdering van het aantal dieren mag betekenen en daarmee gaat het buitengebied op slot en is er geen mogelijkheid meer om ondernemers een toekomstperspectief te bieden en daarmee om het buitengebied levendig en bruisend te houden. Er wordt gewerkt aan beleid voor het buitengebied en een ontwikkelstrategie om agrarische ondernemers in bepaalde gebieden meer en in andere gebieden minder ruimte te geven. De raad kan hier input voor geven, maar wel binnen de bevoegdheden van de gemeente. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) stuurt de onderliggende stukken naar mevrouw Lipman en de wethouder. Daarin staat klip en klaar dat er vanaf moment van afkeuren van de stal maar 750 varkens in deze stal waren en geen 3.807 zoals in de beschikking van 30 september 2010 staat. Hij wil weten of de wethouder vindt dat er op de Kerkdijk minder dieren zijn omdat er op de Van Rijckevorselweg geen varkens meer zijn. Wethouder Roy Geers is dat laatste inderdaad van mening. In Nederland geldt de vergunde situatie en dat betekent dat binnen het bestemmingsplan van de Van Rijckevorselweg tot een maand geleden een intensieve veehouderij gerealiseerd zou kunnen worden. De vergunning was nog geldig en daar zouden 3.807 dieren mogen zijn.

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) spreekt over het aantal dieren per bestemmingsplan omdat de bestemmingsplannen worden opgerekt en ze wil zeker kaderstellend naar de toekomst zijn. Ze vraagt zich af hoe de commissie de toekomst ziet, ook richting de omgevingsvisie. De wethouder zei dat het buitengebied op slot raakt, maar zij vindt dat de natuur, het dierenwelzijn en de woningbouw op slot zitten en ze wil ook kijken naar gezondheidsrisico's. De voorzitter geeft de indieners de gelegenheid om een conclusie te trekken.

28

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) gaat met de mede-indieners van de bespreeknotitie in beraad en komt hier waarschijnlijk op terug. 10.

Werkplanning De heer Van Rens (D66) wil graag een update van de werkplanning omdat er nog zaken voor oktober 2022 en voor te zijner tijd op staan. Verder wil hij de werkplanning gelijktrekken met die van bijvoorbeeld de Commissie Sociaal. Wethouder Roy Geers is bezig met een update. De heer Van Silfhout (Volt) heeft begrepen dat er een motie van de commissie Bedrijvigheid naar de Commissie Omgeving is doorgestuurd en hij verbaast zich erover dat in de commissie Omgeving met een overvolle agenda een motie wordt besproken die ook in een andere commissie had kunnen worden behandeld. De voorzitter zegt dat de commissie Bedrijvigheid heeft besloten een punt van de agenda te halen omdat dit daar niet zou horen. Het presidium zal bespreken wanneer en in welke commissie dit agendapunt zal worden besproken.

11.

Rondvraag en sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 23.44 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Omgeving van 23 mei 2023. De secretaris, mr. G.L. Pijnenburg

De voorzitter, F.J. van Haren

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12785454/1