CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

ODBN_Kadernota_2027_LR2

Gemeenteraad 3 maart 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze Kadernota 2027 Omgevingsdienst Brabant Noord ODBN10.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Kadernota 2027

's-Hertogenbosch, december 2025

’s-Hertogenbosch, november 2021

2

Voorwoord

3

Geachte bestuurders, 'raads- en Statenleden, Voor u ligt de Kadernota 2027, het document waarin wij de voornaamste ontwikkelingen schetsen die ons werk en onze leefomgeving in 2027 beïnvloeden. De inhoud van deze kadernota wordt in belangrijke mate bepaald door meerjarige uitdagingen die nog altijd onverminderd relevant zijn. De grote opgaven op het gebied van woningbouw, gezondheid, economie en natuur zijn niet zelden strijdig met elkaar en vragen om politieke stabiliteit en bestuurlijke daadkracht. Gelet op de huidige politieke instabiliteit lijkt echter nog geen oplossing in zicht voor belangrijke dossiers, zoals het nog altijd niet opgeheven stikstofslot. Ondertussen wordt het risico op het ontstaan van andere ‘sloten’ alleen maar groter, bijvoorbeeld als gevolg van de naderende deadline Kaderrichtlijn Water in 2027 of in het kielzog van de Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn. In voorgaande edities van de kadernota spraken wij nog van ‘de juridisering van de samenleving’. Inmiddels durf ik wel te concluderen dat de samenleving simpelweg gejuridiseerd is. Burgers en belangenorganisaties weten de rechter goed te vinden. Natuurbehoud en gezondheidsrisico’s worden regelmatig aangevoerd om initiatieven tegen te houden, soms terecht, en soms ogenschijnlijk als gelegenheidsargument. De toename van procedures is een gegeven. Wij zullen daarop moeten inspelen.

Wanneer landelijke oplossingen uitblijven, kan het moment echter komen dat we niet langer een kansrijk kunnen verweer voeren. De spanningen in de leefomgeving vergen van ons dat wij onze signalerende en agenderende rol actief blijven oppakken en dat wij met onze deelnemers naar kansen en oplossingen kijken om initiatieven mogelijk te maken mét behoud van natuur en milieu. Als deskundige uitvoerder in de leefomgeving worden onze taken ten aanzien van de uitvoeringsgerichte milieuadvisering de komende jaren naar verwachting alleen maar belangrijker. Deze nieuwe rol zullen we de komende periode samen met onze deelnemers verder verkennen. Ik verwacht dat we hier in 2027 grote stappen in hebben gezet. We zien dat onze koepelorganisatie – Omgevingsdienst NL – langzaam maar zeker in positie komt als aanjager van kennisontwikkeling en uniformering. De ontwikkeling van Omgevingsdienst NL vraagt wat van ons als omgevingsdiensten. Het is niet uit te leggen waarom dezelfde regels soms anders worden uitgelegd en toegepast. Een ondernemer in Noord-Brabant moet ervan op aan kunnen dat hij of zij niet wezenlijk anders wordt behandeld dan een ondernemer in Groningen. Dat is het gelijke speelveld waar wij zo veel waarde aan hechten.

Dit vraagt echter ook dat de omgevingsdiensten enige autonomie durven los te laten, om zo Omgevingsdienst NL in staat te stellen om de gewenste landelijke regierol op te pakken. In 2026 worden wij voor de tweede keer bezocht door de visitatiecommissie voor een externe visitatie. De vorige keer was in 2022, toen wij bij wijze van pilot als een van de eerste omgevingsdiensten in Nederland werden bezocht. Ik kijk ernaar uit om te laten zien welke stappen

wij als dienst de afgelopen jaren hebben gezet. En natuurlijk verwachten we ook weer enkele aanknopingspunten aangereikt te krijgen om ons te blijven ontwikkelen. Daar is de visitatie immers voor bedoeld: leren en verbeteren. De komende jaren is de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie ODBN 2025-2028 die onze deelnemers hebben vastgesteld richtinggevend voor de wijze waarop wij onze taken uitvoeren. In de U&H-strategie hebben wij gezamenlijke doelen en ambities gesteld voor het realiseren van een schone, veilige en duurzame leefomgeving. De strategie en de doelstellingen helpen ons om onze schaarse capaciteit dáár in te zetten waar onze impact – of de outcome – het grootst is. Daarbij maken we steeds meer gebruik van de technische mogelijkheden van de moderne tijd. We omarmen en investeren in de toepassingsmogelijkheden van AI en RPA (robotisering). Ik verwacht dat we hier de komende jaren de vruchten van gaan plukken. Gelet op de stappen die we zetten ten aanzien van onze strategie en doelstellingen, de kansen op het gebied van AI en robotisering, de aandacht voor het constant leren en verbeteren en natuurlijk ook gezien de kennis en expertise van onze medewerkers – ons belangrijkste kapitaal – zie ik ondanks de grote opgaven in de leefomgeving de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Jan Lenssen Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord November 2025

Kadernota 2027

4

Inhoud

5

Inhoud

5

Voorwoord

2

Inleiding

6

Over de Kadernota 2027

8

1.

Ontwikkelingen in de Regionale Dienstverlening

10

1.1

Programma Collectieve Taken

12

1.2

Milieuklachtencentrale

14

1.3

Beheer stortplaatsen

15

2.

Ontwikkelingen in de Individuele Dienstverlening

16

2.1

20

Uitvoering van de VTH-taken

2.1.1

Vergunningverlening

20

2.1.2

Toezicht

23

2.1.3

Handhaving

26

Natuurbescherming

27

2.1.1

Natura 2000-gebieden

27

2.1.2

Flora, Fauna en Houtopstanden

28

Uitvoering van de specialistische (advies)taken

29

2.3.1

Ruimtelijke Ontwikkeling (ETFAL)

32

2.3.2

Externe Veiligheid

33

2.3.3

Lucht/Geur

33

2.3.4

Geluid

34

2.3.5

Bodem

35

2.3.6

Sloop & Asbest

36

2.3.7

Energie & Mobiliteit

37

Juristen

37

2.2

2.3

2.3.8 3.

4.

Ontwikkelingen in de Bedrijfsvoering

38

3.1.

Organisatie

40

3.2.

CAO

40

3.3.

Prijsstijgingen

41

3.4.

Informatievoorziening en Automatisering

42

3.5.

Budget Collectieve Taken

43

3.6

Archiefmandaat

43

Financiële paragraaf

44

4.1

Algemeen

46

4.2

Financieel-technische uitgangspunten

46

4.3

Tarief

49

Kadernota 2027

6

Inleiding

7

De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 11 overheden: 10 gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Samen dragen we een gedeelde verantwoordelijkheid voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Als verlengstuk van het lokale en provinciale bestuur voert de ODBN een deel van de wettelijke overheidstaken op dit gebied uit.

en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de Provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de Provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie. Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt en onze adviserende rol groeit naar verwachting verder. Ook Brabantbreed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom onze ambitie is:

Oss

's-Hertogenbosch Bernheze Vught

SintMichielsgestel

“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening, Maashorst

Land van Cuijk

toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“

Boxtel

Meierijstad

Boekel

Figuur 1: Werkgebied ODBN (met uitzondering van de provinciebrede taken)

Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht, handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, geur en luchtkwaliteit. De ODBN heeft op de genoemde terreinen een adviserende taak en werkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken meer dan 350 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie. Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering (VTHA) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen

Kadernota 2027

8

Over de Kadernota 2027

In onze jaarlijkse kadernota informeren wij u over ontwikkelingen die wij signaleren in ons werk en in onze (leef )omgeving. De effecten van deze ontwikkelingen – voor zowel de taakuitvoering als voor onze financiën – brengen we zoveel mogelijk in kaart. De Kadernota 2027 en de reactie daarop van onze deelnemers zijn van groot belang voor de Begroting 2027. De daadwerkelijke inzet voor 2027 wordt geraamd in de uitvoeringsprogramma’s; de provinciale opdracht en het Programma Collectieve Taken. De kadernota is gebaseerd op kennis en expertise van de (medewerkers van de) ODBN. De kadernota is afgestemd met de deelnemers in het Regionaal Strategisch Platform en het adoptiepanel. Deze laatste groep is samengesteld uit ambtenaren van verschillende deelnemers die de planning- en controlecyclus het hele jaar volgen en hun advies daarover uitbrengen.

9

Planning & Control-cyclus De P&C-cyclus van de ODBN kent drie programma’s die leidend zijn voor de indeling van de diverse P&C-documenten (de kadernota, begroting, de bestuursrapportages en het jaarverslag). Het betreft de volgende programma’s: 1.

Regionale Dienstverlening en collectieve taken: Dit programma gaat over de taken die de ODBN voor de regio uitvoert, zoals de collectieve taken en de klachtenregeling.

2.

Individuele dienstverlening: Dit programma gaat over de wettelijke basistaken die de deelnemers bij de ODBN hebben belegd en over de verzoektaken die we specifiek in opdracht van individuele deelnemers uitvoeren. Hierin zijn ook de aanvullende verzoektaken ondergebracht die buiten het werkprogramma vallen.

3.

Bedrijfsvoering

Kadernota 2027

10

Ontwikkelingen in de Regionale Dienstverlening

11

1

Kadernota 2027

12

1 Ontwikkelingen in de Regionale Dienstverlening

Inhoud programma De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) voert het programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Taken uit. Hierin zijn werkzaamheden opgenomen die worden uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers, zoals de collectieve taken en de milieuklachtenregeling

1.1

Programma Collectieve Taken

Een belangrijk onderdeel van de Regionale Dienstverlening is het jaarlijks op te stellen Programma Collectieve Taken. In dit programma schetsen we de ontwikkelingen waarop we in het desbetreffende jaar sturen, onder meer via de inzet van Team Innovatie & Ontwikkeling. Het Programma Collectieve Taken wordt opgesteld op basis van diverse documenten zoals de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie en de kadernota, en input van medewerkers en de deelnemers. Het Programma Collectieve Taken is gericht op innovatie en –ontwikkeling binnen onze VTHAtaken. Het wordt opgebouwd aan de hand van de ontwikkelopgaven op het gebied van (1) vergunningverlening, (2) toezicht en handhaving, (3) specialistische dienstverlening en advisering en (4) overige inzet. Veel ontwikkelingen die we in deze kadernota schetsen – ook onder het programma individuele dienstverlening – worden verder uitgewerkt in het Programma Collectieve Taken 2027. Hoewel het niet mogelijk is om op de inhoud van het programma vooruit te lopen, zijn er wel al enkele ontwikkelingen te benoemen die het Programma Collectieve Taken 2027 mede zullen kleuren. De concrete inzet voor het Programma Collectieve Taken 2027 wordt eind 2026 geraamd.

13

U&H-strategie Sinds 2025 werkt de ODBN met de nieuwe Uitvoerings- & Handhavingsstrategie (U&H-strategie) ODBN 2025-2028. Onderdeel van deze U&H-strategie zijn verschillende deelstrategieën, waaronder de reguleringsstrategie, de nalevingsstrategie en de adviesstrategie. Ook bevat de U&H-strategie diverse doelstellingen voor de ODBN en haar deelnemers bij het streven naar een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Het werken volgens deze strategie en het behalen van de doelstellingen vraagt om inzet vanuit alle organisatieonderdelen, en zal de komende jaren naar verwachting ook mede de inzet van het Programma Collectieve Taken bepalen. Doorontwikkeling ODNL en Visitatie De Nederlandse omgevingsdiensten zijn verenigd in de koepelorganisatie Omgevingsdienst NL. Omgevingsdienst NL richt zich onder andere op het faciliteren en ondersteunen van kennisdeling en ontwikkeling en positioneert zich als het aanspreekpunt voor vakinhoudelijke vragen. Daarvoor bouwt Omgevingsdienst NL aan een kennisinfrastructuur en ‘ODNL-academie’, van waaruit verschillende opleidingen worden aangeboden. Ook het verbeteren van de datakwaliteit en het bevorderen van gegevensuitwisseling zijn speerpunten van de organisatie. De komende jaren zal Omgevingsdienst NL flink uitbreiden.

De veranderende rol van Omgevingsdienst NL zal naar verwachting ook invloed hebben op het Programma Collectieve Taken, bijvoorbeeld wanneer producten vanuit ODNL vragen om een vertaalslag naar de taakuitvoering door de ODBN. Een belangrijk instrument van Omgevingsdienst NL bij het streven naar kennisdeling en ontwikkeling is de zogenoemde ‘visitatie’. Het visitatie-instrument komt voort uit de aanbevelingen van de Commissie van Aartsen en het daarvan afgeleide ‘Interbestuurlijke Programma Versterking VTH’. Als onderdeel van de visitatiestructuur worden alle omgevingsdiensten periodiek bezocht door een visitatiecommissie, bestaande uit deskundigen vanuit collega-diensten onder voorzitterschap van een externe onafhankelijke voorzitter. Doel van deze visitaties is om inzichtelijk te maken hoe de omgevingsdiensten functioneren, waarbij het proces van leren en verbeteren centraal staat. De ODBN is eind 2022 als een van de eerste omgevingsdiensten bij wijze van pilot bezocht volgens deze visitatiestructuur. De visitatie heeft destijds geleid tot een aantal aanbevelingen, aan de hand waarvan diverse concrete verbeteracties in gang zijn gezet. In 2026 is de ODBN voor de tweede keer aan de beurt om gevisiteerd te worden.

Het ligt in de lijn der verwachting dat de aanbevelingen volgend uit de visitatie van invloed zullen zijn op de ontwikkelagenda van de ODBN en dus ook op de inhoud van het Programma Collectieve Taken voor de komende jaren.

Kadernota 2027

14

1.2

Milieuklachtencentrale

Voor de gemeenten en de provincie voert de ODBN de millieuklachtenregeling uit. Burgers kunnen melding doen bij de milieuklachtencentrale wanneer zij overlast ervaren van bedrijven of (particuliere) handelingen die (mogelijk) in strijd zijn met de wetgeving, bijvoorbeeld bij geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. De MilieuKlachtenCentrale (MKC) is een samenwerkingsconstructie van de Brabantse omgevingsdiensten. De MKC zet de klacht vervolgens door naar de betrokken omgevingsdienst. Gelet op de actualiteit van de uitdagingen rond gewasbeschermingsmiddelen (bestrijdingsmiddelen) verwachten we komende jaren een toename in het aantal klachten rond spuitzones, met name daar waar een agrarische bestemming overlapt met gevoelige functies zoals wonen.

toezicht. De komende jaren proberen we de klachten steeds beter te analyseren om in kaart te brengen wat er werkelijk speelt, zodat we steeds beter in kunnen schatten hoe en waarom het klachtenpatroon zich ontwikkelt zoals het zich ontwikkelt en welke interventie het meest passend is.

1.3

Beheer stortplaatsen

Eén van de resterende verantwoordelijkheden van de voormalige RMB-taken is de eeuwigdurende nazorgplicht voor de gesloten stortplaats Voorste Heide. De financiering van deze activiteit wordt gedekt vanuit de voorziening. De kosten worden voornamelijk bepaald door de inzet van gespecialiseerde bedrijven. Jaarlijks wordt in de begroting de benodigde omvang van de voorziening berekend voor de komende 100 jaar.

We analyseren de binnenkomende klachten onder andere om bedrijven waarover veel klachten binnenkomen met een gerichte, oplossingsgerichte aanpak te controleren. Deze informatie wordt ook gebruikt voor het prioriteren van te bezoeken bedrijven en branches voor het risicogericht

Kadernota 2027

15

16

Ontwikkelingen in de Individuele Dienstverlening

17

2

Kadernota 2027

18

2. Ontwikkelingen in de Individuele Dienstverlening

Inhoud programma Het programma Individuele Dienstverlening sluit aan op de uitvoeringsprogramma’s en opdrachten die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van milieu, natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht. Voor de basistaken geldt dat onze deelnemers deze bij de ODBN neer dienen te leggen. Voor de (overige) verzoektaken geldt dat deelnemers zelf in afstemming met de ODBN de afweging maken of en in welke omvang deze belegd worden bij de ODBN. Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Sinds 2025 werkt de ODBN met de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie ODBN 2025-2028 (U&Hstrategie). Deze strategie bevat (samen met de leveringsvoorwaarden en uniforme werkafspraken) de kaders voor de wijze waarop de ODBN uitvoering geeft aan de VTHA-taken. Daarvoor zijn verschillende deelstrategieën uitgewerkt, zoals weergeven in figuur 2.

Reguleringsstrategie (V)

VTHAstrategieën

Nalevingsstrategie (T&H)

Adviesstrategie (A)

De VTHA-strategieën en de doelstellingen zijn maatgevend voor de wijze waarop de ODBN haar taken de komende jaren uitvoert. Gelet op de periode waarop de U&H-strategie ziet (2025-2028) leiden natuurlijk niet alle (deel)doelstellingen tot acties in 2027. Waar de doelstellingen of de VTHAstrategieën van toepassing zijn op de in deze Kadernota geschetste ontwikkelingen wordt daarnaar verwezen.

Missie De Omgevingsdienst Brabant Noord werkt aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst.

Bijdragen aan een schone leefomgeving & bijdragen aan een gezonde leefomgeving

Preventiestrategie

Toezichtsstrategie

Sanctioneringsstrategie Handhavingsstrategie Gedoogstrategie

Figuur 2: VTHA-strategieën

Naast de strategische kaders voor de vergunningverlening, toezicht, handhaving en de adviestaken bevat de U&H-strategie ook de strategische doelstellingen die de deelnemers van de ODBN hebben vastgesteld, vertaald naar diverse expertisegebieden zoals weergegeven in figuur 3. Voor elk expertisegebied zijn diverse (deel)doelstellingen uitgewerkt waar de ODBN de komende jaren (tot en met 2028) op inzet. We monitoren de voortgang op de doelstellingen en leggen jaarlijks verantwoording af in het jaarverslag. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de output van de ODBN, maar proberen we ook steeds vaker om de outcome van onze inspanningen inzichtelijk te maken.

Luchtkwaliteit Bodem en grond Oppervlaktewater ivm indirecte lozingen afval sloop en asbest zeer zorgwekkende stoffen geluid geur licht

Strategische doelen Bijdragen aan een veilige leefomgeving

Bijdagen aan een duurzame leefomgeving

Bijdragen aan natuurbeheer en biodiversiteit

Expertisegebieden

Omgevingsveiligheid en gevaarlijke stoffen Illegaliteit

Energie Circulaire economie Drinkwater

Biodiversiteit en soortenbescherming Houtopstanden Natura 2000-gebieden

Figuur 3: strategische doelen en expertisegebieden Kadernota 2027

19

20

projecten die samenhangen met grote opgaven zoals de woningbouw en de energietransitie. Het huidige demissionaire kabinet probeert de impasse te doorbreken met maatregelen zoals het uit de wet halen van de Kritische Depositie Waarde (KDW). Met de AMvB vergunningvrije verduurzamingsactiviteiten wil het kabinet bepaalde activiteiten die op termijn een stikstofreductie zouden opleveren vrijstellen van een natuurvergunningplicht. Ook zou de rekenkundige ondergrens verhoogd moeten worden. Daarnaast zou stapsgewijs toegewerkt moeten worden naar bedrijfsspecifieke emissiedoelen, de zogenoemde doelsturing. De mogelijkheden hiertoe worden vanuit het ministerie onderzocht. De aanpak van het kabinet zou aanzienlijke gevolgen hebben voor onze opdracht agrarische vergunningverlening (en breder). De vraag is echter hoe houdbaar (politiek en juridisch) de koers van het thans demissionaire kabinet is. De verwachting is dat – mede gelet op de landelijke ontwikkelingen – er in 2027 nog steeds geen concrete oplossing is voor de problematiek. Het aanhoudende gebrek aan perspectief maakt het een voortdurende uitdaging om onze capaciteit gericht op de stikstofproblematiek in te richten, waarbij zowel het risico op over- als ondercapaciteit voortdurend op de loer liggen.

In 2028 vindt er een integrale evaluatie van de U&H-strategie plaats, waarna deze waar nodig wordt bijgesteld. Dit laat onverlet dat er indien nodig ruimte is om de U&H-strategie tussentijds bij te stellen, overeenkomstig artikel 13.11 Omgevingsbesluit.

2.1

Uitvoering van de VTH-taken

Vergunningverlening, toezicht en handhaving behoren samen met de specialistische (advies) taken tot onze kerntaken. Het zijn onze voornaamste instrumenten bij het realiseren van onze doelstellingen. 2.1.1 Vergunningverlening De ODBN verzorgt de vergunningverlening en ontheffingen op het gebied van milieu en natuur voor haar deelnemers. De vergunningverleningstaak wordt uitgevoerd in overeenstemming met de daarvoor in de U&H-strategie opgenomen reguleringsstrategie. Onder vergunningverlening verstaan wij verschillende activiteiten, waaronder het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen, ontheffingen en wijzigingen, het reviseren en intrekken van omgevingsvergunningen, het beoordelen van meldingen en het opstellen van maatwerkvoorschriften.

Intrekkingen We verwachten dat intrekkingen de komende jaren een belangrijker onderdeel van de vergunningverleningstaak wordt. Niet-gebruik van vergunningen is om meerdere redenen ongewenst. Zo kunnen vergunde rechten die onbenut zijn de ruimte voor andere ontwikkelingen beperken en zelfs onmogelijk maken. Dit speelt in het bijzonder in relatie tot complexe uitdagingen zoals de hiervoor genoemde stikstofproblematiek. Ook kan het intrekken van een vergunning claims op energiecapaciteit doen verminderen. Het actief intrekken van niet-gebruikte (onderdelen van) vergunningen is dan ook een doelstelling uit de U&H-strategie (zie ook onder 2.2 Natuurbescherming). Ook in 2027 zal het intrekken van vergunningen naar verwachting nadrukkelijk onderdeel van de reguliere vergunningspraktijk en toezichttaak zijn. Scherp vergunnen Het zogenoemde ‘scherp vergunnen’ wordt komende jaren een belangrijk onderdeel van de vergunningverleningstaak. Bij scherp vergunnen wordt van een bedrijf gevraagd om aan de onderkant (of nog lager) van de BBT-range te toetsen, met daarbij het verzoek om technische en economische onderbouwing indien dat niet haalbaar blijkt. Het scherp vergunnen is onderdeel van de reguleringsstrategie, en bovendien opgenomen als een van de doelstellingen ten aanzien van het verminderen van geurhinder. Daarnaast is het scherp vergunnen onderdeel van het Schone Lucht Akkoord.

In de programmabegroting 2026 staat reeds vermeld dat we samen met de deelnemers hier in 2026 ervaring mee opdoen door te bekijken of er in voorkomende gevallen ‘scherp vergunnen’ wenselijk is.

Stikstofslot Het stikstofdossier blijft een belangrijke bron van onzekerheid. Er wordt ook wel gesproken van een stikstofslot op de vergunningverlening. Deze vergunningenstop levert niet alleen problemen op voor agrariërs die willen uitbreiden of de zogenoemde PAS-melders, maar ook voor andere

Kadernota 2027

21

22

Doelstelling Geur(hinder): De ODBN streeft samen met haar deelnemers naar het verminderen van (het ontstaan van) geurhinder. Om dit te bereiken wordt onder andere ingezet op het scherper vergunnen. Hiermee wordt door middel van bronbestrijding het ontstaan van overlast voorkomen.

Medio 2026 wordt de herziene Europese Richtlijn Industriële Emissies en Veehouderijen geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving. Deze richtlijn schrijft onder andere voor dat bevoegde gezagen het scherp vergunnen moeten toepassen bij het verlenen van vergunningen bij industriële installaties die onder het toepassingsbereik van de richtlijn vallen. Met deze ontwikkelingen verschuift de bewijslast naar het bedrijf, dat moet kunnen aantonen waarom hogere emissiegrenswaarden nodig zijn dan met de strengste toepassing van de Best Beschikbare Technieken worden bereikt. Dat vraagt wel om een andere werkwijze en competenties van onze medewerkers, die dit moeten kunnen beoordelen. Circulaire economie We zien dat Circulaire Economie een steeds belangrijker onderdeel wordt van onze VTH-taken. Niet voor niets is circulaire economie als eigen expertisegebied opgenomen in het U&H-strategie met doelstellingen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De komende jaren wordt onder andere ingezet op het vergroten van de kennis van onze medewerkers ten aanzien van circulaire economie. Dit onderwerp wordt daarbij zoveel mogelijk geïntegreerd met de bestaande taken, zowel op het gebied van vergunningverlening, als toezicht en handhaving

Expertisegebied CE: De ODBN streeft met haar deelnemers naar het vergroten van het aandeel van de circulaire economie. Daarbij wordt ingezet van het integreren van CE in de vergunningverlening en het (keten)toezicht, alsmede op voorlichting van bedrijven.

2.1.2 Toezicht Naast vergunningverlening verzorgt de ODBN het toezicht op naleving van de natuur- en milieuregels. Toezichthouders voeren controles uit ter voorkoming van overtredingen en ter bevordering van het nalevingsgedrag. Het doel van toezicht is het voorkomen (dan wel beperken) van onveilige, ongezonde en niet duurzame situaties, die de staat van de leefomgeving in negatieve zin aantasten. Toezicht wordt uitgevoerd conform de daarvoor in de U&H-strategie opgenomen nalevingsstrategie, waarin ook een specifieke toezichtstrategie is opgenomen. Toezicht vindt zoveel mogelijk risicogericht plaats – onder andere aan de hand van het Risicomodel Milieutoezicht – en kent verschillende vormen zoals het gebiedsgericht, thematisch en het ketentoezicht. Ook wordt steeds vaker ingezet op preventieve instrumenten, als onderdeel van de in de U&H-strategie opgenomen preventiestrategie. Hierbij wordt bijvoorbeeld ingezet op voorlichting als onderdeel van specifieke toezichtplannen. Daarmee kunnen overtredingen kunnen worden voorkomen, of juist eerder geïntervenieerd worden wanneer naleving van de wet- en regelgeving ondanks voorlichting uitblijft.

Belangrijk om te benadrukken is wel dat de ODBN geen algemene voorlichtingstaak heeft en het op de hoogte zijn van relevante wet- en regelgeving valt onder de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven Zeer Zorgwekkende Stoffen Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn een belangrijk onderwerp voor toezicht, evenals voor vergunningverlening en andere taken waarbij ZZS een rol spelen. ZZS zijn schadelijk voor mens en milieu. Deze stoffen kunnen onder andere ecosystemen aantasten, kankerverwekkend zijn of de voortplanting bij mens en dier verstoren. Bedrijven zijn verplicht om lozingen en uitstoot van ZZS naar lucht en water te voorkomen, of – wanneer dat niet haalbaar is – de emissies zo beperkt mogelijk houden (de zogenoemde ‘minimalisatieverplichting’).

Expertisegebied ZZS: De ODBN streeft met haar deelnemers naar werkbare toetsingskaders voor ZZS. Er wordt gepleit voor een registratieverplichting voor gebruikers en organisatiebreed is er aandacht (zowel projectmatig als binnen de uitvoering) voor het gebruik van ZZS.

Kadernota 2027

23

24

25

ZZS zijn complex. De lijst met ZZS is lang (op het moment van schrijven betreft het 404 stoffen) en veel bedrijven zijn zich niet bewust welke ZZS zij toepassen en welke eventuele alternatieven voorhanden zijn. Om de aanpak van ZZS nader te structureren en steviger in te bedden in de organisatie is het onderwerp opgenomen in het Programma Collectieve Taken 2026 en het Werkprogramma Gemeenten 2026, waarbij de inzet onder andere is meer grip te krijgen op de ZZS in ons werkgebied, het zicht op alternatieve stoffen te vergroten en om dit alles te verankeren in een handelingskader voor onze medewerkers. Hoewel deze ontwikkelingen zijn geagendeerd voor 2026, ligt het voor de hand dat het hier gaat om een meerjarige aanpak, die dus ook in 2027 door zal lopen. Kaderrichtlijn Water en indirecte lozingen Het thema water wordt steeds belangrijk, ook gelet op de naderende deadline van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De Nederlandse wateren moeten voldoen aan de in 2027 geldende normen. Het ligt in de lijn der verwachting dat we de doelen van 2027 niet gaan halen. Dat zou kunnen leiden tot het ontstaan van een waterslot. Om de kans daarop te verkleinen, willen we - in samenwerking met de waterschappen - er alles aan doen om tot verbetering te komen. De KRW- normen worden periodiek geactualiseerd, zoals in 2025 is gebeurd met de toevoeging van o.a. PFAS.

Het verbeteren van de waterkwaliteit blijft een actieve houding vergen.

Doelstelling Oppervlaktewater i.v.m. indirecte lozingen: De ODBN streeft samen met haar deelnemers naar schoner oppervlaktewater door minder vervuilende indirecte lozingen. Om dit te bereiken wordt o.a. ingezet op versnelde actualisatie van vergunningen t.a.v. indirecte lozingen en op risicogericht toezicht. Verder wordt met pilots en steekproeven verkend hoe indirecte lozingen effectief aangepakt kunnen worden.

De provinciale taken ten aanzien van grond- en zwemwater zijn belegd bij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). De voornaamste taak ten aanzien van de waterkwaliteit betreft voor de ODBN het toezicht op indirecte lozingen. De ODBN streeft met haar deelnemers naar schoner oppervlaktewater door minder vervuilende indirecte lozingen. Hiervoor zoekt de ODBN o.a. actief de samenwerking op met de waterschappen en andere ketenpartners. Samen met deze partners wordt gekeken of schadelijke stoffen in het water terug te leiden zijn naar specifieke bronnen, en of vervolgens met inzet van het VTH-instrumentarium deze indirecte lozingen kunnen worden teruggedrongen of voorkomen.

Veehouderijen en IPPC-Installaties De eerder aangehaalde Richtlijn Industriële Emissies en Veehouderijen (Rie) heeft ook gevolgen voor toezicht. Zo vallen veehouderijen onder de Rie niet langer onder het hoofdstuk over IPPCinstallaties, maar onder een nieuw hoofdstuk (Vla). De Europese Commissie heeft zich voorgenomen om in de loop van 2026 de noodzaak te overwegen om de emissies van veehouderij breder aan te pakken. Doorontwikkeling ketenaanpak De komende jaren verwachten we een intensivering van de ketenaanpak. Met ketentoezicht wordt niet het bedrijf centraal gesteld, maar de gehele keten van begin tot het einde. In een keten zijn meerdere bedrijven/ actoren betrokken, vaak verspreid opererend door de provincie, het hele land of zelfs daarbuiten. Hierdoor zijn ketens gevoelig voor illegaliteit en milieucriminaliteit. Daarom is het wenselijk om voor bepaalde ketens een specifieke aanpak te formuleren, en deze nader te onderzoeken. Bij ketenprojecten wordt doorgaans samengewerkt met de andere Brabantse omgevingsdiensten en partners zoals de politie, NVWA en ILT. Het organiseren en faciliteren van het ketentoezicht is een basistaak en onderdeel van de kwaliteitscriteria. In 2026 worden gezamenlijk met de zogenoemde ‘ketenpartners’ een nieuwe gezamenlijke missie en ambitie geformuleerd.

De verwachting is dat dit de komende jaren zal leiden tot een verhoogde inzet op de ketenaanpak. Zoals beschreven onder vergunningverlening zal in de toekomst binnen de ketenaanpak ook meer aandacht besteed worden aan het onderdeel circulaire economie.

Kadernota 2027

26

Samenwerking Bestuurs- en Strafrechtelijke Handhaving Ook in onze regio zien we de toegenomen aandacht voor milieucriminaliteit terug in de verbeterde contacten met onze (strafrechtelijke) handhavingspartners bij de politie in het OM. In 2025 is een start gemaakt met het (ambtelijk) ‘Tactisch Overleg Bestuursrecht/ Strafrecht Noord-Brabant, waarbinnen de Brabantse omgevingsdiensten samen met de partners met het Functioneel Parket en de politie aan zaken als gezamenlijke werkafspraken en prioriteiten ten aanzien van de handhavingstaak. Dit overleg is in het leven geroepen naar aanleiding van een gezamenlijke adviesopdracht van de drie omgevingsdiensten – uitgevoerd door de ODBN – om de mogelijkheden om de samenwerking te intensiveren te onderzoeken. De verwachting is dat dit nieuwe overleg de komende jaren steeds beter in positie gaat komen en een bijdrage zal leveren aan de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de handhavingspraktijk. Toename strafzaken De ODBN heeft de boa-capaciteit voor wat betreft het grijze (milieu)spoor het afgelopen jaar uitgebreid en geprofessionaliseerd. Daarmee is ook de operationele slagkracht toegenomen. Tegelijkertijd is in 2025 een impuls gegeven aan de toepassing van de LHSO. Daarmee zien we ook een stijging in het aantal zaken dat zich mogelijk leent voor de toepassing van strafrecht.

We verwachten dat deze lijn doorzet en dat we – mede gelet op geïntensiveerde samenwerking met de strafrechtelijke handhavingspartners – de komende jaren meer strafzaken zullen afronden.

2.1.3 Handhaving Handhaving – zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk – is één van onze instrumenten om bij te kunnen dragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Hoewel handhaving nooit een doel op zichzelf mag zijn, is het wel een belangrijk middel wanneer naleving van de wet- en regelgeving uitblijft. De ODBN voert haar handhavingstaken uit overeenkomstig de ‘handhavingsstrategie’ die net als de toezichtstrategie onderdeel uitmaakt van de nalevingsstrategie. Een belangrijk instrument daarbij is de toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Daarnaast is samenwerking met de handhavingspartners – zoals politie en het Functioneel Parket – een cruciaal onderdeel van de handhavingsstrategie. Aanpak milieucriminaliteit Milieucriminaliteit heeft een ondermijnende werking op de leefomgeving, economie en de samenleving. We zien dat landelijk de aandacht voor milieucriminaliteit geleidelijk toeneemt, mede naar aanleiding van enkele kritische rapporten over de afgelopen jaren – zoals van de Commissie Van Aartsen en de Algemene Rekenkamer – en door toedoen van de Richtlijn (EU 2024/1203, de zogenoemde ‘Richtlijn Milieucriminaliteit. Zo is recent de positie van de Strategische Milieukamer (SMK) geformaliseerd.

Het SMK is het landelijk coördinerend orgaan bij de aanpak van milieucriminaliteit waarin het Functioneel Parket, politie, ILT, NVWA, de Arbeidsinspectie en de omgevingsdiensten deelnemen, en onder andere verantwoordelijk voor het vierjaarlijks vaststellen van een nationaal Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit. Daarnaast is een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om een ‘Landelijk Expertisecentrum (LEC) milieucriminaliteit’ in het leven te roepen.

2.2

Natuurbescherming

De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de VTH-taken met betrekking tot de bescherming van flora en fauna (soortenbescherming), Natura-2000-gebieden en houtopstanden. Niet zelden staan natuurbelangen op gespannen voet met andere ontwikkelingen. Bij de ODBN komen de verschillende belangen samen en het is dan ook mede aan ons om de integraliteit van de besluitvorming te bewaken. 2.1.1 Natura 2000-gebieden De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening en het toezicht op de regels rond Natura 2000-gebieden. Het eerder aangehaalde stikstofslot is een duidelijk voorbeeld hoe verschillende belangen in de leefomgeving botsen.

Doelstelling Natura 2000: De ODBN streeft samen met haar deelnemers naar het in stand houden en verbeteren van Natura 2000-gebieden, met inachtneming van het belang om initiatieven mogelijk te maken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van instrumenten als (het intrekken van) vergunningen, het intensiveren van actief toezicht en onze signalerende rol richting het Rijk.

Kadernota 2027

27

28

Daarnaast worden we ook steeds vaker geconfronteerd met de uitdagingen rond gewasbeschermingsmiddelen. De ODBN heeft geen directe taak als het gaan om het toezicht op de gewasbeschermingsmiddelen. We zijn vooral indirect betrokken, bijvoorbeeld wanneer de middelen uitspoelen. Een recente uitspraak van de Raad van State (RvS) kan echter leiden tot een natuurvergunningplicht. De Raad oordeelde op 2 april 2025 dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt onder de natuurvergunningplicht kan vallen, omdat er nog onzekerheid is over de effecten op Natura 2000-gebiden. Dit betekent dat lelietelers, zolang ze niet kunnen aantonen dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geen significante negatieve effecten heeft op nabijgelegen natuur, een natuurvergunning moeten aanvragen. De onder 2.1.1 beschreven ontwikkeling ten aanzien van het intrekken van vergunningen speelt ook een belangrijke rol binnen de opdracht Natura 2000-gebieden. 2.1.2 Flora, Fauna en Houtopstanden De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening en het toezicht op de regels rond het kappen en herplanten van houtopstanden.

Bomen en bossen vervullen belangrijke en unieke functies in onze fysieke leefomgeving naast het vormen van belangrijk leefgebied voor flora en fauna, zoals het invangen van fijnstof, de opslag van koolstofdioxide, het bergen van water of het dempen van temperatuurschommelingen in stedelijk gebied. Waar voorheen voornamelijk gekeken werd naar het behouden en waar mogelijk vergroten van het bestaande bosareaal, is onder de Omgevingswet steeds vaker de kwaliteit van het bos - en dan met name het voorkomen van de aantasting van die kwaliteit - het onderwerp van gesprek bij de uitvoering van de VTH-taken

De ODBN staat aan de lat om deze aanvragen te beoordelen. Dat betekent dat we vergunningsaanvragen van gemeenten ontvangen die niet zelden uit een pagina of 1000 bestaan. Dit doet een groot beroep op onze capaciteit. Daarom onderzoeken we vernieuwende werkwijzen om deze aanvragen efficiënt af te handelen, waaronder de toepassingsmogelijkheden van AI.

2.3

Uitvoering van de specialistische (advies)taken

De ODBN voert voor haar deelnemers ook specialistische milieu(advies)taken uit. Daaronder vallen taken op het gebied van ruimtelijke ordening, geluid, externe veiligheid, lucht/geur, bodem, energie en asbest. Onze specialisten zijn voor onze vergunningverleners en toezichthouders het aanspreekpunt voor inhoudelijke adviezen met betrekking tot deze disciplines. Daarnaast voeren zij zelfstandige (verzoek)taken uit en geven zij in toenemende mate advies aan de deelnemers. Het is van belang om specialismes in samenhang te bezien. Van de verschillende specialistische thema’s (en de andere taakvelden van de ODBN) gaat een wisselwerking uit. Soms liggen ontwikkelingen binnen de verschillende taakvelden in elkaars verlengde en soms zijn ze strijdig met elkaar, zoals de ontwikkelingen ten aanzien van de energietransitie, die niet zelden botsen met natuurbeschermingsbelangen en de omgevingsveiligheid. Als ODBN proberen we deze integrale samenhang zoveel mogelijk te bewaken, onder andere door interdisciplinaire samenwerking te bevorderen, bijvoorbeeld in de planvorming zoals bij de specifieke (branche- en thema-)aanpak.

Expertisegebieden Biodiversiteit en Soortenbescherming en Houtopstanden: De ODBN zet in op het vroegtijdig signaleren van bedreigingen en kansen om toezicht te verbeteren ter bescherming van flora en fauna. Ook wordt een efficiencyslag gemaakt om gericht te kunnen adviseren over gebiedsgerichte ontheffingen met relatief beperkte capaciteit.

De ODBN ziet ook toe op de regels rond flora en fauna. Een belangrijke ontwikkeling binnen deze opdracht is het Soortenmanagementplan (SMP). Een Soortenmanagementplan (SMP) is een document waarin maatregelen worden beschreven om de beschermde flora en fauna in een bepaald gebied te beschermen en te beheren, vaak in het kader van bouw- of ontwikkelingsprojecten. Het doel van de SMP’s is dat activiteiten in overeenstemming met natuurwetgeving worden ontplooid, zonder dat initiatiefnemers voor elke activiteit een ecologische quickscan en een individuele ontheffing hoeven aan te vragen. De gemeente voert binnen de SMPaanpak het ecologische onderzoek in één keer uit voor het hele gebied. Op basis daarvan wordt vervolgens de gebiedsgerichte omgevingsvergunning aangevraagd.

Kadernota 2027

29

30

31

Gezondheid We constateren dat we steeds vaker geconfronteerd worden met het thema gezondheid. De ODBN heeft hier formeel geen taak, maar indirect raken onderwerpen als luchtkwaliteit en geur, bodem en omgevingsveiligheid daar natuurlijk wel aan. Niet voor niets is het bijdragen aan een gezonde leefomgeving één van de strategische doelen in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie waar de ODBN samen met haar deelnemers naar streeft (zie ook figuur 2 onder hoofdstuk 2). De samenleving verwacht van ons dat wij bij initiatieven een zorgvuldige en integrale belangenafweging maken, maar tegelijkertijd ontbreekt vaak een juridisch kader om gezondheidsaspecten mee te laten wegen. De ODBN zoekt actief de samenwerking met de GGD daar waar wij een gezamenlijk belang hebben. Er is behoefte aan heldere normen vanuit de GGD, vertaald naar lokaal gezondheidsbeleid. De verwachting is dat de vraag over de rol van de ODBN ten aanzien van de gezondheidscomponent vaker gesteld zal worden. Advisering We zien dat er steeds meer vraag is naar de ODBN als inhoudelijk adviseur, bijvoorbeeld als het gaat om de Omgevingsplannen. Als uitvoerder hebben wij ook belang bij heldere, uniforme en uitvoerbare beleidskaders. Daarom vinden we het ook zelf wenselijk om tijdig vanuit onze uitvoeringskennis te adviseren – gevraagd en ongevraagd – over de effecten van beleid in de praktijk.

De wetgever en het bevoegd gezag hebben het politieke mandaat om beleidskeuzes te maken. De ODBN heeft de technisch-inhoudelijke expertise om te adviseren op uitvoerbaarheid. In

dat kader spreken we ook wel van ‘uitvoeringsgerichte milieuadvisering’, zoals in de U&H-strategie beschreven onder de adviesstrategie. Waar dit nu nog incidenteel en op basis van losse opdrachten plaats vindt, verwachten we een groei naar een structureel ingeregelde adviestaak vanaf 2027. Dit is nodig om antwoord te kunnen geven op een verwachte stijging aan adviesvragen zodra de omgevingsplannen worden opgesteld. De veranderende rol van de ODBN is ook terug te zien in de doelstellingen die de deelnemers voor de ODBN hebben vastgesteld. Zo zijn bijdragen van de ODBN aan de omgevingsplannen ten aanzien van onder andere bodem, geur en omgevingsveiligheid expliciete doelstellingen van de U&H-strategie. Meten We zien een ontwikkeling waarbij het steeds belangrijker wordt om metingen te verrichten. Op het gebied van specialistische taken zoals geluid voeren we meetdiensten uit, met name ten dienste van toezicht. Deze diensten worden steeds belangrijker, getuige ook de verschillende doelstellingen die hieraan raken (op het gebied van geluid, geur en luchtkwaliteit). Daarnaast zien we echter ook een groeiend belang bij het uitvoeren van metingen en monstername in het kader van de strafrechtelijke handhavingstaak en om vorm te kunnen geven aan doelsturing, zoals bij de pilot ‘Meten is weten’ van de provincie Noord-Brabant.

Er loopt inmiddels ook een landelijk onderzoek naar landdekkende meetdiensten voor de omgevingsdiensten.

Kadernota 2027

32

2.3.2 Externe Veiligheid Externe Veiligheid (EV, onder de Omgevingswet: omgevingsveiligheid) gaat over risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Gevaarlijke stoffen zijn bijvoorbeeld vuurwerk, LPG of munitie. Het vervoer van die stoffen kan over weg, water, spoor of door buisleidingen gaan. Onder de milieu(advies)taken van de specialisten EV valt de advisering richting VTH, advisering op ruimtelijke plannen en werkzaamheden rondom de REV-registratieverplichting (Register Externe Veiligheid) van risicovolle milieubelastende activiteiten. We verwachten een aanpassing in het omgevingsbesluit ten aanzien van nieuwe risicovolle activiteiten zoals de opslag van Lithium Ion-batterijen en nieuwe Energie Opslag Systemen (EOS). Deze wijziging zou in 2026 plaatsvinden, maar is uitgesteld tot (naar verwachting) 2027. Deze aanpassing leidt ook tot nieuwe aandachtsgebieden en daarmee tot wijzigingen in het Register Externe Veiligheid (REV). Ook verwachten we meer opslag, transport en toepassingen van waterstof, met bijbehorende consequenties voor de omgevingsveiligheid en het REV.

Expertisegebied Omgevingsveiligheid en Gevaarlijke Stoffen: Samen met de deelnemers streven we naar het verbeteren van de Omgevingsveiligheid. Dit doen we onder andere door ons toezicht risicogericht in te zetten en door het REV actueel te maken en te houden. Ook denken we graag mee over omgevingsplannen als het gaat om gewijzigde contouren.

2.3.1 Ruimtelijke Ontwikkeling (ETFAL) Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (ETFAL) is een principe uit de Omgevingswet dat vereist dat verschillende functies, zoals wonen, werken en natuur, zorgvuldig worden afgewogen en passend worden toegedeeld aan specifieke locaties. Onze RO-specialisten beoordelen ruimtelijke plannen op zes van de twaalf milieuaspecten, bij wijze van verzoektaak. Onder de Omgevingswet zien we een groeiend belang van integraliteit in onze taakuitvoering. Het is belangrijk dat de verschillende disciplines binnen de organisatie elkaar goed en tijdig weten te vinden. En ook extern speelt het belang van een deugdelijke integrale aanpak. RO speelt daarin een belangrijke rol. Ten aanzien van RO worden richting 2027 geen grote wijzigingen verwacht. Wel zien we dat het onder meer onder invloed van jurisprudentie steeds moeilijker wordt om paragrafen te toetsen in relatie tot gewasbeschermingsmiddelen. Er zijn omgevingsdiensten die er daarom voor kiezen om dit onderdeel bij de GGD neer te leggen omwille van de gezondheidscomponent. De ODBN heeft hier vooralsnog niet voor gekozen, maar houdt de ontwikkelingen ten aanzien van dit onderwerp nauwlettend in de gaten.

Ook voorzien we dat de regels ten aanzien van LPG-tankstations worden aangepast als gevolg van de uitspraak van de RvS ten aanzien van de hitte-werende coating op tankwagens. De veiligheidsafstanden rond LPG-tankstations zijn ingericht op de eis dat tankwagens voorzien zijn van deze coating, maar met de uitspraak komt deze eis in het gedrang. Wanneer de wet hierop is aangepast kan dat consequenties hebben voor waar tankstations kunnen blijven opereren en onder welke voorwaarden. Op dit moment is het nog niet duidelijk hoe en wanneer dit ons gaat raken. Omdat het een veiligheidsdossier betreft is de verwachting wel dat dit prioriteit krijgt van de wetgever. 2.3.3 Lucht/Geur We zien steeds meer aandacht voor de kwaliteit van de lucht. In onze regio hebben we te maken met het Schone Lucht Akkoord (SLA). Daarnaast heeft de Europese Unie ingestemd met de Europese richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (Luchtkwaliteitsrichtlijn), met daarin aangescherpte normen voor de luchtkwaliteit. Als gevolg van deze richtlijn wordt van gemeentes en provincies verwacht dat zij overschrijdingen van omgevingswaarden voor luchtkwaliteit programmatisch aanpakken. Het programma heeft ook de nodige consequenties voor de VTHA-taken van de ODBN.

Ook dit onderwerp kan beperkingen opleveren voor de toedeling van functies en de vergunningverlening, met alle gevolgen van dien voor bijvoorbeeld de woningbouwopgave. Het streven naar gezondere lucht is natuurlijk goed nieuws voor de gezondheid en de natuur, maar wel een uitdaging die vraagt om een passend antwoord, willen we een luchtslot (of fijnstofslot) vermijden.

Kadernota 2027

33

34

35

Expertisegebieden Geur en Luchtkwaliteit: samen met onze deelnemers zetten we in op het voorkomen van schadelijke uitstoot van en (het ontstaan van) geurhinder door bedrijven. Dit doen we onder andere door in te zetten op resultaatgerichte, scherpe en actuele vergunningen, meer daadwerkelijk te (laten) meten, inspelen op nieuwe bepalingsmethoden en met inzet van risicogericht toezicht.

Eind 2024 is een landelijke norm voor het bepalen van de hedonische waarde van geur ingetrokken. Bestaande vergunningen moeten daarop aangepast worden omdat ze niet meer handhaafbaar zijn. De verwachting is dat dit ook in 2027 aandacht behoeft. 2.3.4 Geluid Geluid heeft grote invloed op de kwaliteit van de leefomgeving en speelt dan ook bijna altijd een rol bij nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De geluidexperts geven advies bij vergunningen, toezicht en handhaving. Daarbij wordt aangesloten bij de wettelijke kaders bij het maken van beslissingen over geluid in de omgeving.

Expertisegebied Geluid: Samen met onze deelnemers streven we naar het verminderen van het (ontstaan van) geluidshinder. Daartoe wordt onder andere ingezet op zelfmeting door initiatiefnemers bij evenementen en effectieve handhaving. Daarnaast kan de ODBN adviseren over geluid, bijvoorbeeld in de omgevingsplannen.

We zien steeds meer geluidsklachten van particulieren over warmtepompen, of airco’s. Daarbij komen we vaak geschillen tegen die dieper gaan dan wij met objectieve metingen kunnen verhelpen. Het is in deze gevallen belangrijk om met de deelnemers te kijken naar andere oplossingen, zoals mediation. Op grotere schaal zien we iets soortgelijks bij zonneparken, die ook een belangrijke bron vormen voor geluidsoverlast (via de batterijen en transformatoren). De Omgevingswet gaat ervanuit dat gemeenten hun eigen kwaliteitsnormen voor de omgeving mogen maken. Bij geluid wordt standaard uitgegaan van een grens van 50db(A), ongeacht het gebied en de omgeving. Dat is de standaardkwaliteit die gemiddeld genomen aanvaardbaar wordt geacht. Het heeft echter de voorkeur om gebiedsgericht geluidsnormen te bepalen. De ODBN kan hierbij ondersteunen, via de uitvoeringsgerichte milieuadvisering ten behoeve van de omgevingsplannen. Dit geldt eveneens voor de geluidsproductieplafonds. Ten slotte gaan we ook in 2027 verder met de geluidsanering van diverse woningen in het werkgebied van de ODBN. Dit project wordt bekostigd uit verkregen subsidies en uit de bestemmingsreserve ISV. 2

2.3.5 Bodem Voor bouwen en verbouwen is veelal een vergunning en bodemonderzoek nodig. Onder het takenpakket bodem valt onder andere het beoordelen van meldingen voor de milieubelastende activiteiten mobiel breken, gesloten bodemenergiesystemen en het beoordelen van meldingen voor toepassing van immobilisaten. Als er ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, hoort het bij het taakgebied van de omgevingsdienst om zicht te houden op wat er met die grondstromen gebeurt, om te zorgen dat de grondstromen op de juiste wijze en naar de juiste plaats worden afgevoerd.

Expertisegebied Bodem: Samen met onze deelnemers zetten we in op het voorkomen van verdere verontreiniging van de bodem en illegale grondstromen. Hierbij zetten we onder andere in op risicogericht, datagedreven en gebiedsgericht toezicht. Ook kunnen we op het gebied van bodem vanuit onze adviesrol bijdragen aan omgevingsplannen en de basisregistratie ondergrond.

De tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak' is op 23 juli 2025 in werking getreden. Het is tijdelijk verboden om niet-vormgegeven bouwstoffen met daarin meer dan 20 massaprocent staalslak in of op de landbodem toe te passen in een laagdikte van meer dan 0,5 meter of op locaties met een open toepassing. Dit zijn toepassingen waar inhalatie, oog-, mond-, en huidcontact mogelijk is. Dit verbod is een reactie op de mogelijke milieuschade

Kadernota 2027

36

en gezondheidsrisico's die staalslakken kunnen veroorzaken. Voor bodem gaat het om toepassingen met een laagdikte van meer dan 0,5 meter. De verwachting is dat dit verbod wordt verlengd. Eind 2026 wordt een wijziging in de Omgevingswet verwacht, o.a. voor het onderdeel bodem. De wijzigingen zijn bedoeld om fouten te corrigeren en inhoudelijke regels voor bodemtaken, zoals het graven en het lozen van afvalwater, aan te passen. Dit levert geen grote wijzigingen op voor ons takenpakket, maar dit kan wel gevolgen hebben voor de wijze waarop wij onze processen hebben ingericht. 2.3.6 Sloop & Asbest De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) beoordeelt namens de gemeenten in de regio de sloopmeldingen en de asbestinventarisatierapporten en ziet toe op de uitvoering van de asbestverwijdering. Eind 2025 moet de ‘Richtlijn betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest op het werk’, de zogenoemde asbestrichtlijn, geïmplementeerd zijn in Nederlandse wetgeving. Nieuw is bijvoorbeeld dat bedrijven voortaan altijd een vergunning nodig hebben om asbest te mogen verwijderen, waar voorheen certificering volstond voor kleine hoeveelheden. Dit kan ons werkveld verder verbreden. Op het moment van schrijven wordt er door het demissionaire kabinet nog gewerkt aan de implementatie van de asbestrichtlijn.

Expertisegebied Sloop & Asbest: Samen met onze deelnemers zetten we in op veilige uitvoering van sloopwerkzaamheden en veilige concentraties van asbest. We krijgen grip op niet-gemelde asbestsloop via structureel gebiedsgericht en vrijeveldtoezicht. Onze toezicht en handhaving zetten we risicogericht en informatiegestuurd in.

Een groot gedeelte van onze opdracht ten aanzien van asbest bestaat uit de afhandeling van (en het toezicht op verwijdering n.a.v.) meldingen. Veel milieuwinst is echter te behalen in die gevallen waar überhaupt geen melding wordt gedaan. Daarom wordt vanuit asbest extra ingezet op gebiedsgericht- en vrijeveldtoezicht. Het reserveren van capaciteit voor deze vormen van toezicht om illegaliteit tegen te gaan is ook expliciet onderdeel van de doelstellingen ten aanzien van het expertisegebied ‘illegaliteit’.

2.3.7 Energie & Mobiliteit De algemeen toegenomen urgentie voor klimaat in de laatste 10 jaar, heeft geleid tot een groeiende prioriteit voor energietoezicht en een intensivering van de uitvoering. Sinds 2023 is energietoezicht een basistaak voor omgevingsdiensten. De afgelopen jaren is gebruik gemaakt van de het SPUK-THE. Deze subsidie stopt echter einde 2026. De verwachting is dat er een alternatief komt voor deze subsidie. Duidelijk moge zijn dat deze alternatieve financieringsbron van groot belang is voor de taakuitvoering door de ODBN.

Expertisegebied Energie: Samen met onze deelnemers dragen we bij aan de energietransitie met vergunningverlening, toezicht op verplichte energiebesparingen en door bedrijven te informeren over kansen en verplichtingen. Ook kunnen we t.a.v. energie adviseren op de omgevingsplannen.

De EPBD wordt na 2026 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Het is een breed pakket aan regels voor energieprestatie van woningen, bedrijven en openbare ruimte voor zowel nieuwals bestaande bouw. Voor bestaande bedrijfsgebouwen ligt het voor de hand dat de taken bij ons worden belegd. Mobiliteit Sinds 1 juli 2024 is de registratieverplichting Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) van kracht. Sindsdien zijn organisaties met 100 of meer werknemers en alle publieke rechtspersonen zoals gemeenten, provincies en ministeries, verplicht het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer te registreren en hierover te rapporteren. De verplichting komt voort uit afspraken in het Klimaatakkoord om de CO2 uitstoot van werkgebonden personenverkeer in 2030 met 1Mton te verminderen. Inmiddels is aangekondigd dat de kilometerregistratieverplichting vanaf 2026 alleen nog geldt voor werkgevers met 250 of meer werknemers. 2.3.8 Juristen Namens het bevoegd gezag (onze deelnemers) procederen onze juristen in bestuursrechtelijke procedures, zoals handhavingsverzoeken, opgelegde dwangsommen of Woo-verzoeken. Ook adviseren onze juristen over de meest complexe besluiten. Door de toenemende complexiteit van milieuwetgeving en strengere rechterlijke uitspraken, met name rondom stikstofdepositie en natuurvergunningen, worden juridische kaders steeds bepalender.

Het vergunningenproces ligt sinds de PAS-uitspraak grotendeels stil. Steeds vaker worden handhavings- en intrekkingsverzoeken ingediend door milieuorganisaties. Deze leiden vaak tot langdurige en emotionele bezwaar- en beroepsprocedures. Deze situatie zal zich naar verwachting voort blijven zetten, waardoor de druk op onze deelnemers (en onze juristen) zal toenemen. Daarom vinden we het als ODBN belangrijk dat het Rijk en de provincie alsnog effectieve en juridisch houdbare beleidsmaatregelen vaststellen. Kadernota 2027

37

38

Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering

39

23

Kadernota 2027

40

3 O  ntwikkelingen in de Bedrijfsvoering

41

Dit programma gaat over de bedrijfsvoering van de ODBN. Alle ontwikkelingen die de bedrijfsvoering van de ODBN raken worden in dit programma vermeld.

3.1

Organisatie

Door de vergrijzing zal het de komende jaren een uitdaging blijven of zelfs toenemen om de noodzakelijke personele capaciteit te behouden. Efficiency is een van de mogelijkheden om met minder mensen dezelfde hoeveelheid werk te verzetten of zelfs meer. Technologieën zoals AI en RPA bieden kansen om efficiënter te werken. Daarnaast is onze organisatie het middel van onze deelnemers om de belangrijke doelstellingen voor de fysieke leefomgeving zoals vastgelegd in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie ODBN 2025-2028 te realiseren, nu en in de toekomst. Dit leidt tot een toenemende druk op datakwaliteit en outcome-sturing in relatie met de vastgestelde UHS. Ook dit gaat effect hebben op de wijze waarop de bedrijfsvoering van de ODBN moet worden ingericht. Data gedreven werken is een belangrijk hulpmiddel voor een professionele uitvoering van onze VTH(A)-taken en de realisatie van onze doelstellingen. Innovatieve ontwikkelingen als de opkomst van Artificial Intelligence (AI) en Robotic Process Automation (RPA) spelen daarin een grote rol.

3.2

CAO

De loonsom is gebaseerd op de feitelijke effecten van de cao-afspraken als uitgangspunt voor de berekening van de lonen voor het begrotingsjaar. Vervolgens maken we een prognose o.b.v. De Macro Economische Verkenningen (MEV) van het CPB. Voor 2027 is dat een indexatie van 3,5%. Er is voor 2027 een loonsverhoging overeengekomen van 1,6% per januari 2027. De CAO loopt echter tot en met maart 2027. We hebben de afweging gemaakt of we de feitelijke verhoging van de CAO hanteren of de MEV. In deze kadernota hanteren wij het percentage van 1,6% uit de CAO 2025-2027. Deze is namelijk hard. Hierbij willen we wel een kanttekening plaatsen dat afhankelijk van de onderhandelingsresultaten voor een nieuwe CAO 2027 en verder dit mogelijk effecten met zich mee kunnen brengen voor het lopende begrotingsjaar. Wanneer hier meer duidelijkheid over is, zullen we het bestuur hier natuurlijk over informeren.

3.3

Prijsstijgingen

Met terugwerkende kracht constateren wij dat de gehanteerde indexering van het CPB niet de inflatie van onze lasten dekken. Dit komt vooral omdat het indexeringscijfer van het CPB gebaseerd is op een tal van onderwerpen en het CBP daarvan een gemiddeld effect berekent. De kostenstructuur van een omgevingsdienst als de ODBN bestaat voornamelijk uit lonen en ICT gerelateerde kosten en huisvesting. Nu blijkt dat de ICT kosten bovengemiddeld zijn gestegen, leidt dit tot een dekkingstekort. In de afgelopen jaren namen we de gecorrigeerde indexeringen uit het Macro Economische Verkenningen over voor het lopende jaar (in dit geval 2025) en het komende jaar (2026). In de praktijk zien we echter dat de index van het laatst afgeronde jaar flink hoger ligt dan in onze P&C-documenten is opgenomen. In deze kadernota stellen we daarom voor de prijsindexatie te corrigeren op basis van de definitieve index voor 2024 en de nieuwe index van 2025 en 2026. Daarmee willen we de dekking van deze lasten met terugwerkende kracht in overeenstemming brengen met de reële gevolgen van de inflatie. Dit staat los van eventuele toenemende kosten als gevolg van groei van de organisatie en investeringen in nieuwe technieken als AI en Robotisering.

Kadernota 2027

42

43

3.4

Informatievoorziening en Automatisering

In september 2025 hebben het Dagelijks Bestuur en de directie van de ODBN een notitie vastgesteld waarin zij hun visie op de toekomst van onze bedrijfsvoering duiden. Daarvan afgeleid is ook de datastrategie opgesteld. Deze vormt de kern van deze ontwikkeling, met aandacht voor governance, infrastructuur en medewerkersvaardigheden. De ODBN staat voor grote veranderingen in haar taakuitvoering door technologische, maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen. De ODBN wil snel kunnen inspelen op aansprekende nieuwe mogelijkheden om kansen te benutten. Zo wordt er ingezet op de toepassingen van AI en robotisering. In 2027 verwachten we hier merkbare resultaten van voor wat betreft efficiency en mogelijkheden in het kunnen delen van data. De investeringslasten die hiermee gemoeid zijn, maken onze taken meer kapitaalsintensief. Hoe zich dit gaat vertalen in de mate van overheadkosten laat zich lastig voorspellen maar dat dit effect gaat hebben is zeker. Deze ontwikkelingen leiden ertoe dat strengere beveiligingseisen (zoals NIS2) worden gesteld aan netwerk- en informatiesystemen, evenals hogere eisen aan de gebruikte hardware. Daar zal wel tegenover staan dat voor dezelfde hoeveelheid werk minder uren in rekening gebracht kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16514106/1