CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2026-06-17

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergaderingen van de gemeenteraad van 9, 16 en 17 juni 202629.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN 's-HERTOGENBOSCH OP 17 JUNI 2026 AANVANG 19.00 UUR Voorzitter:

drs. J.M.L.N. Mikkers

Griffier:

drs. W.G. Amesz

Leden aanwezig:

B. El Amraoui, R.W.G.T. van Asch, H.B. Bos, O. Çifçi, M. Claessen, J.J.E.L. van Creij, mr. Y. Doğan, S.J.A. Elders BA, H. Hamel-Tanyaui (vanaf 19.05 uur), A.W.J.A. van Hattem LLB, W.B.G. Hoeben, F. HoekstraWittebol, L. Holterman, V.S. Jaddoe, M.P. Kagie, R.F. van der Kallen-van der Donk, H.J.M. Kitslaar, mr. L.C.J.A. Klaren, E. Kokken, J. Kouwenberg, M.I. Krol-Gumbs, H.J.W.C. Liebregts MBA, mr. drs. R. Lipman (vanaf 20.40 uur), H.J.M. Mees, ir. V.P.T. Muller-Laumans, R.M.A.S. Mustafa, mr. S.J.M. Peters, dr. R.H.A.C. Rademakers, R.J.B. van der Rijt, B.F.C. Roovers, D.G.G. Scholten, ir. P.K. Schuurmans, mr. M.A.B. van der Sloot, C.G.N. Soetekouw MSc, D.R.J.L. The en drs. G.H. Verhoeven MA

Tevens aanwezig de wethouders: Afwezig: 4.

M. Craste bc, R.J.J. Geers, J.A.B. Huibers, M.A.J.T. Korvervan Weegberg, mr. ing. R.A.J. Schonis en P. Slikker drs. L.L.F.M. Ciotti, drs. J. Hendrickx en E. Samshuijzen

Initiatiefvoorstel van de fracties van D66, GroenLinks-PvdA, Rosmalens Belang en VVD, waarbij het bestuursakkoord wordt aangeboden

Heropening De VOORZITTER: Dames en heren, van harte welkom bij het vervolg van de gemeenteraadsvergadering van gisteravond, bijna vannacht. We hebben bericht van verhindering van mevrouw Samshuijzen, de heer Ciotti en mevrouw Hendrickx, en mevrouw Lipman en mevrouw Hamel zijn wat later. Gisteren in de hectiek rondom de benoeming van de portefeuillehouders is er geen expliciet besluit genomen rondom de ontheffing voor de huisvesting van wethouder Schonis. Dat was beslispunt 2 van het besluit. Het is ook genoemd in de verklaring van de benoemingscommissie wethouders. Wil iemand daarover nog het woord voeren of kan ik hem afhameren? De heer VAN HATTEM: Wij staan wel op het principe dat een wethouder in de gemeente moet wonen. Aangezien de heer Schonis heeft aangegeven zich te willen vestigen in de gemeente 'sHertogenbosch binnen een jaar tijd, zullen wij instemmen met deze ontheffing, maar dan zullen we hem er na een jaar ook daadwerkelijk aan houden. Als dat niet gebeurd is, krijgen we een andere discussie. Het tweede punt, in het kleine aantal uren dat er een wethouder heeft gezeten zonder deze ontheffing, hoop ik dat er nog geen besluiten zijn genomen waarvan de rechtmatigheid van de wethouder in positie in het geding kan komen, dus daar had ik toch wel graag een kleine reflectie op.

Want als deze ontheffing er niet ligt, vraag ik me af of de benoeming gisteravond rechtmatig is geweest. De heer KAGIE: Sorry mijnheer Van Hattem, dat laatste vind ik wat vergezocht, maar bij dat eerste gedeelte, dat dat binnen een jaar geregeld moet zijn, sluit ik me volledig aan. De VOORZITTER: We zullen even kijken of dat transparant is geweest, maar aangezien we 1

vandaag vaststellen en de wethouder vandaag pas in dienst is getreden, is dat waarschijnlijk geen juridisch probleem. Want de benoeming is gisteren, maar de ingangsdatum van de benoeming is altijd de dag nadat iemand benoemd is. Maar we zullen het voor de zekerheid nog even uitzoeken. Mocht het tot problemen leiden zullen we dat doorgeven en dan moeten we misschien als raad bij elkaar komen om dat besluit nog een keer te nemen, maar ik ga ervan uit dat het goed komt. Met de genoemde kanttekening is aldus besloten. 4.

Initiatiefvoorstel van de fracties van D66, GroenLinks-PvdA, Rosmalens Belang en VVD, waarbij het bestuursakkoord wordt aangeboden

De VOORZITTER: Het voorstel is om namens de vier partijen het initiatiefvoorstel kort te laten toelichten door mevrouw Craste. Dat zal zonder interrupties zijn. Daarna is het debat via de normale debatregels. Dat betekent ook vijftien interrupties per fractie en het debat zal gevoerd worden door uw raad, dus niet door het college, omdat het een bestuursakkoord is, een voorstel dat richting het bestuur gaat. Dat zal in alternerende volgorde gaan. Dat betekent dat de grootste fractie die niet een onderhandelende partij was als eerste zal gaan, daarna de grootste onderhandelende partij, daarna de tweede partij die geen onderhandelende partij was et cetera. Daarmee komen wij op twaalf partijen die meedoen aan het debat. Mevrouw CRASTE: Vandaag zetten we een heel belangrijke stap voor 's-Hertogenbosch, want met dit bestuursakkoord maken D66, PRO, de VVD en Rosmalens Belang keuzes voor de komende vier jaar. En ik ben uiteraard trots op de inhoud van dit akkoord, maar ik ben minstens zo trots op de manier waarop dit tot stand gekomen is. Vier verschillende partijen hebben elkaar gevonden vanuit een positieve blik op onze gemeente, en niet door verschillen uit te vergroten maar door te zoeken wat ons bindt en wat onze stad, wijken en dorpen nodig hebben. We laten hiermee zien dat het wel kan in ons Den Bosch en dat heeft geleid tot een akkoord waarin groei als kans centraal staat.

Dit is bewust een akkoord op hoofdlijnen. We hebben ambities uitgesproken en keuzes gemaakt die wij noodzakelijk vinden en de verdere uitwerking volgt in een collegeprogramma. Dat is nieuw voor onze raad en daarom wil ik het ook nog even toelichten. Want waar het bestuursakkoord antwoord geeft op de vraag wat we willen bereiken, moet het collegeprogramma duidelijk maken hoe en wanneer we dat gaan doen en ook wat daarvoor nodig is. Die uitwerking is belangrijk. Voor het college dat ermee aan de slag moet, voor de gemeentelijke organisatie die ambities vertaalt naar de praktijk, maar zeker ook voor de gemeenteraad. Een helder collegeprogramma kan helpen in uw kaderstellende rol. Het collegeprogramma wordt dan ook dit najaar naar de raad gestuurd. Een bestuursakkoord ontstaat niet vanzelf en daarom wil ik wel even een aantal mensen bedanken. Allereerst onze informateur en formateur Paul de Beer. Dankzij zijn ervaring, rust en politieke gevoel zijn we tot een fantastisch akkoord gekomen. Hij heeft vier partijen met stevige ideeën en heel eigenwijze persoonlijkheden bij elkaar gehouden en steeds geholpen om een gezamenlijke lijn te kiezen. Dank voor je geduld, je scherpte en je vertrouwen in het proces. En ik wil heel nadrukkelijk de gemeentelijke organisatie bedanken.

Er is in korte tijd zoveel werk verzet om onze ambities uit te werken en ik mag jullie hier niet bij naam noemen, maar jullie weten heel goed wie jullie zijn. Jullie hebben echt meters gemaakt. Dank voor jullie deskundigheid en ook flexibiliteit. Jullie hebben echt het verschil gemaakt voor ons allemaal. Ik heb het al eerder gezegd, maar zeker na gisteravond wil ik het ook hier graag nog een keer zeggen. Voor D66, PRO, de VVD en Rosmalens Belang is dit akkoord echt een uitgestoken hand. Naar onze inwoners, naar de gemeenteraad en naar onze maatschappelijke partners en ondernemers. Want de toekomst van 'sHertogenbosch maken we niet alleen met vier partijen, dat doen we samen. En in het duidingsdebat zijn vanuit de gemeenteraad verschillende signalen aangegeven wat u belangrijk vindt, en inhoudelijke wensen zijn in moties gevat. Zoals toegezegd hebben we die zorgvuldig gewogen en contact gezocht met de partijen. Verschillende van die voorstellen kunt u ook terugzien in het akkoord. Tot slot kijk ik uit naar een levendig debat in de raad over dit bestuursakkoord. Laten we samen meters maken voor Den Bosch. De heer KAGIE: Het bestuursakkoord 2026-2030. Waar het woord versnellen nog de overhand had in het akkoord van 2022, staat daar nu overal meters maken.

Tijdens het duidingsdebat naar aanleiding van de verkenning gaf Leefbaar 's-Hertogenbosch aan haar hart vast te houden voor een Amsterdam aan de Dieze. Die vergelijking gaat gelukkig mank, of gaat helaas mank, zou ik beter willen zeggen, want daar durven ze wel te kijken naar de ambtelijke organisatie en durven ze wel te kiezen voor uitvoering boven beleid. Want laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Je ziet dat er hard aan gewerkt is, je ziet dat het veel is, maar de keuzes ontbreken en 2

de urgentie mist. De urgentie waar we het allemaal over hadden tijdens de campagne. Van die pauzestand van de mensen die geen woning konden vinden, die wijken die steeds onveiliger werden, gezinnen die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen, straten en pleinen die er soms Belgisch bij liggen, de zorg waar je per steunkous een zorgprofessional krijgt en ondernemers bij wie het water aan de lippen staat door stijgende kosten. Dit is nu, niet in 2050. Dit is nu de realiteit van inwoners en ondernemers, dwars door onze wijken en dorpen. En in het licht van deze urgentie voelt het bijna decadent en surrealistisch om een wensenlijstje te hebben als, ik noem een paar dingen, diftar, inclusie- en diversiteitsagenda's, klimaatneutraal in 2045, extra ambtenaren, hier, daar, hier. Weer twee nieuwe burgerberaden terwijl er nog geen concrete meter uit de andere is gekomen. Iets te dikke kinderen aan het bewegen brengen via de lokale overheid. Zo kan ik helaas nog wel even doorgaan. Waar halen we de pretentie vandaan terwijl we jaarverslag op jaarverslag worden geconfronteerd met het feit dat dingen niet gerealiseerd zijn of gedeeltelijk gerealiseerd zijn vanwege een of meerdere schaarstevraagstukken? Dan de onderwerpen die er echt toe doen en waar we het verschil moeten maken in de aankomende vier jaar.

Wonen, we zien dat de uitdagingen worden onderkend in de paragraaf, maar het antwoord is weer hetzelfde. En, en, en, en, en, en dan hopen we dat er iets overeind blijft staan. Het is aan ons om te zorgen dat we boven water krijgen op projectniveau waar die echte pijn zit, zodat we echte keuzes gaan maken. Veiligheid, een mooie stap, plus in boa's. Maar we moeten zorgen dat wijkplannen ook een wijkstrategie en ook echt professionals over die wijkvloer gaan brengen. En een lobby naar Europa doen we wel, maar Den Haag om een extra flitspaal vragen doen we niet. En dan de zorg. Wat halen we er allemaal bij zeg. Blue zones et cetera et cetera. Maar als wij in staat zijn om de aankomende vier jaar die lokale teams het licht te laten zien, de senioren te laten ontmoeten en zorgfraude aan te pakken, dan zijn we echt al een heel eind gekomen hoor, dan is dat al heel knap. In het verlengde de sociale paragraaf. Wat willen we allemaal betekenen voor specifieke groepen en maatwerk? Maak de basis waar, houd regelingen simpel, zorg dat professionals de wijken ingaan. En ook dan, als je de lasten laag houdt, zorg dat mensen naar de vereniging kunnen en dat je kinderen vooral leert rekenen en schrijven, dat is al zo'n goede basis hè, dan bent u ook al heel ver. En dan de economie. Een bijzin aan Brainport is echt te mager.

Zorg dat ondernemers daadwerkelijk minder regeldruk gaan zien en dat de lasten niet onnodig stijgen, zoals u dat nu wel doet. En hoezo maatschappelijke impact? Dan de binnenstad. Maak de doorstroomassen echt waar. De Magistratenlaan, we gaan er maar weer eens aan beginnen. En richting de VVD, pas op dat u niet heel veel parkeerplekken gaat schrappen en dat de parkeerplekken die daarvoor terug moeten komen voorlopig nog vooral op papier bestaan. Kortom, en dan ga ik eerst hier de vraag stellen, aan de coalitiepartijen. Waar gaan de prioriteiten, en dan heb ik het over de echte prioriteiten, want de pijn is niet geleden, waar gaan de prioriteiten liggen bij het collegeprogramma van dit najaar? Daar moeten prioriteiten gesteld worden en dat hoor ik graag vanavond van u voordat we die vraag aan het college gaan stellen. De heer ELDERS: Meters maken, de titel van het bestuursakkoord, en voor vier partijen precies de opdracht voor de komende jaren. 's-Hertogenbosch groeit richting 200.000 inwoners. Mensen willen hier wonen, werken, leren en ondernemen. Maar groei wordt pas vooruitgang als mensen er ook ruimte door krijgen. Daarom zijn wij supertrots op dit bestuursakkoord. Omdat het kiest voor doorbraken, voor tempo, voor investeren, voor een gemeente die groter wordt en beter. Te beginnen met wonen. We houden scherp tempo op 1000 woningen per jaar, waarvan 70% betaalbaar.

In de Spoorzone, de Vliert, De Groote Wielen en andere grote gebiedsontwikkelingen brengen we wonen, werken, cultuur, groen en bereikbaarheid, de nodige kritische infrastructuur zoals wegen maar ook bruggen bij elkaar. Niet alleen huizen erbij, maar wijken en buurten, waar mensen thuiskomen. Daarom is het ook cruciaal dat dit akkoord kiest voor groots vergroenen met een hoofdletter G. Voor groene schoolpleinen, voor minder blik op straat, voor het behoud van het Sparrenburgbos, voor 300 extra bomen in de binnenstad en voor stevig vergroenen bij de Duurzame Polder. Het is een tastbare doorbraak waar iedere inwoner van profiteert. Voor ons is onderwijs de sleutel tot gelijke kansen en daarom zijn onder andere het Bosch Leesoffensief en de verregaande uitbreiding van Rijke Schooldag zo ontzettend belangrijk. Omdat we gaan investeren in kinderen vanaf dag één. We zorgen dat scholen ook fijne plekken zijn, met groene schoolpleinen, veilige straten en routes waar kinderen veilig kunnen lopen en fietsen. En we zetten het mbo eindelijk op de plek waar het hoort, midden in de toekomst van onze gemeente, want dit zijn de vakmensen die onze stad, wijken en dorpen draaiend houden. Daarom moeten de Bossche mbo-agenda en het Stagepact geen papieren praatjes zijn, maar een belofte aan jongeren: jouw talent telt, jouw vakmanschap doet ertoe en jouw toekomst hoort hier.

Dat talent zit overal, en het is een opdracht aan ons om dat niet verloren te laten gaan. Daar hoort ook bij dat we studenten serieus onderdeel maken van onze stad en dit akkoord zet ook in op een versterking van het studentenleven. 3

De heer HOEBEN: Ik denk, ik laat mijnheer Elders even uitspreken, maar ik dacht: hij is bijna aan het einde van zijn betoog. Nee, het gaat maar door, het gaat maar door, maar u had het over het Sparrenburgbos en dat was ons inderdaad ook opgevallen. Echter, we zien daar geen muntjes bij liggen. Kunt u eens duiden hoe u bedoelt in het bestuursakkoord dat u er echt werk van gaat maken? De heer ELDERS: Zeker, volgens mij staat helder in het bestuursakkoord wat we willen, in ieder geval dat het groen blijft en dat mensen daar ook daadwerkelijk heen kunnen gaan. Er staan inderdaad geen middelen aan gekoppeld, ook omdat wij het college gewoon de ruimte willen geven: wat is er dan daadwerkelijk nodig aan een maatregelenpakket. We zeggen nog niet meteen dat koop de oplossing is, wellicht zijn er andere oplossingen. Maar we geven wel echt een heldere opdracht mee, dus het college moet ook gewoon leveren op die doelstellingen, maar hoe dat dan precies uitpakt, laten we aan het college. De heer HOEBEN: Ja, een kort vraagje daarop, want we hebben samen met gewoon geDREVEN daar een motie op ingediend, maar ik hoor eigenlijk uit al uw woorden dat u zegt: dat is voorlopig nog niet aan de orde. De heer ELDERS: Dat klopt. De heer KAGIE: Ik dacht, ik laat u uw bijdrage afmaken, maar de heer Hoeben had dat al verstoord, dus dan voel ik de legitimiteit. Even een vraag over de woonparagraaf.

Eigenlijk staan er dezelfde drie grote pijlers als vier jaar geleden. Pijnlijk om te constateren, ze heten dan geen Bossche Stadsdelta, maar gewoon Spoorzone in de breedte. De vraag is even hoe we nu gaan zorgen en welke opdracht we het college nu gaan meegeven om te zorgen dat wij kunnen volgen: daar zit de pijn in die woonparagraaf dus maken we deze keuzes, want daar zit de haalbaarheid voor het realiseren. Of staat u helemaal achter de en, en, en, en, en. En dan hopen dat er iets overblijft? De heer ELDERS: Ik sta volledig achter ieder woord dat in het bestuursakkoord staat. Dat kan de heer Kagie mij vast niet kwalijk nemen. Ik constateer wel dat het echt een moeilijke opgave is. Dus inderdaad hebben we vier jaar geleden bepaalde dingen gezegd en nu zeggen we die weer. Dat zijn natuurlijk ook dingen zoals netcongestie, stikstofdingen die vaak ook buiten onze macht liggen. Dat maakt natuurlijk ook dat we met een woningbouwimpuls er ook echt middelen bij zetten, bijvoorbeeld ook op ambtelijke capaciteit om te kijken of we daar het een en ander nog los kunnen trekken, kunnen we een lobby naar het rijk, kunnen we een voorloper zijn in Nederland, pilots weet je wel. We proberen dus echt met man en macht daar iets aan te doen.

Ik snap dat het een moeilijke opgave is, het is natuurlijk ook spannend, maar we hebben natuurlijk ook nog het fantastische woondashboard dat de heer Kagie wel kent, waar we natuurlijk jaarlijks kunnen kijken wat er gebeurt. De heer KAGIE: Jaarlijks, dat zegt u goed. Toch even de vraag, want dat klopt en u somt nu ook allerlei initiatieven op maar is het niet dienstig dat wij meer inzicht krijgen op projectniveau, vooral die drie grote, in die haalbaarheid? Want zeker, de realiteit die de heer Elders noemt is de realiteit waarmee we te maken hebben. Maar nu voelt het toch alsof we aan die drie, we gaan ook in de toekomst allerlei initiatieven nemen en dan hopen we gewoon dat er eentje lukt. Maar we willen toch van die drie precies weten waar de haalbaarheid zit, gegeven die moeilijke omstandigheden? Is dat de opdracht die we aan het college kunnen meegeven? De heer ELDERS: Volgens mij is het heel fijn om als raad te kunnen sturen als je een opdracht geeft waar het heengaat, om daar inzicht in te hebben. Tegelijkertijd constateer ik ook dat er dermate veel opgaven zijn dat ik me ook afvraag: kan het college wel het inzicht geven dat we ook vragen met al die opgaven die er zijn? Dat vind ik dus ook wel een dilemma.

Maar als de heer Kagie zegt: kunnen we aan de voorkant met elkaar afspreken om ook te sturen: zijn we op de goede weg, gaan we ook realiseren wat we daadwerkelijk willen realiseren, dan staan we volgens mij aan dezelfde kant. De heer KAGIE: Even ter aanvulling, dat kan dus bijvoorbeeld zijn dat je weet: op de Vliert hebben we een probleem met bijvoorbeeld stroom. Ik noem maar even iets. Dan zou het dienstig kunnen zijn om te zeggen: we kunnen daar wel op inzetten, maar is het wel het antwoord voor de 4

aankomende jaren? En daar hebben we op dit moment natuurlijk geen inzicht in. We zien netcongestie als algemene tegenwind, maar we zien niet op projectniveau waar de pijn zit. Onderschrijft u dat? De heer ELDERS: Ik ben even aan het zoeken naar wat voor antwoord u van mij verwacht, want ik sta hier natuurlijk niet als de wethouder verstedelijking of wonen. Volgende week is er bijvoorbeeld een raadsvoorstel om dat parkeerhuis bij de Vliert uit de exploitatie te halen om te zorgen dat we daar die meters maken. Ik ben natuurlijk blij dat het college ook dat soort voorstellen doet zodat we vooruitgang kunnen blijven boeken. Ik hoop ook dat het college dat soort reflectie blijft tonen. Ik ga verder. Het studentenleven. Met honderden woningen specifiek voor jongeren en studenten, meer studieplekken en een divers nachtleven met ruimere openingstijden en een studentenberaad zetten we dus die studenten ook weer in het centrum van onze stad. D66 wil dat groei werkt voor iedereen. Dat zie je ook terug in de sociale keuzes van dit akkoord. We zetten armoederegelingen naar 130%. We geven veel aandacht aan mentale gezondheid. We realiseren extra jongerenwerk, richten lokale zorgteams in en zetten in op een beweging van zorg naar gezondheid. Hetzelfde geldt voor veiligheid en inclusie.

Thuis, op school, op straat, in het uitgaansleven, in de sportclub en online, iedereen moet veilig zichzelf kunnen zijn. We zetten stappen met een veiligheidsconvenant, structureel meer boa's en een meldpunt straatintimidatie. Ook ondernemers krijgen meer ruimte voor groei, met een economic board, minder regels waar het kan en één ondernemersloket. In een groeiende gemeente moeten we natuurlijk ook elkaar niet verliezen. We moeten elkaar blijven ontmoeten en daarom investeren we in dorpshuizen in Empel, Vinkel en Engelen. In sport, in cultuur, in evenementen, in straatkunst, in het Design Museum en in de Oosttribune van onze FC. Allemaal plekken van ontmoeting, van verenigen, verbeelden en vieren. Plekken die maken dat een groeiende gemeente ook een verbonden gemeente blijft. En met groei komt er natuurlijk ook verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties. Dat is waarom we op klimaat ook kiezen voor tempo en duidelijkheid. Wijken moeten in 2028 weten waar ze aan toe zijn en we zetten in op het opwekken van schone energie, ook zetten we dat door in de Duurzame Polder. Want klimaatbeleid wordt pas geloofwaardig als ambitie uitvoering wordt en mensen ook daadwerkelijk daar de vruchten van plukken. De heer KAGIE: Richting de heer Elders. Juist die klimaatparagraaf, daar kunnen we anders over denken, dat u vindt 2045 en ik misschien wel een ander moment.

Maar de vraag is even: wat gaat u zeggen tegen die onderzoeksbuurten waar u tien jaar geleden mee bent begonnen, dat u nu weer een wijkscan gaat maken in 2028? De heer ELDERS: Ik ga persoonlijk natuurlijk niets tegen ze zeggen, dat is aan de wethouder. Waar het gaat over het tempo, u heeft misschien ons verkiezingsprogramma gezien waarin we 2040 hebben gezegd, dus wat dat betreft is het al een tandje terug wat ons verkiezingsprogramma betreft. 2028 is al over twee jaar dus dat is snel, en die opgave om de wijken van het gas af te krijgen is natuurlijk immens. Dat is echt een van de grootste opgaven, misschien wel de grootste verbouwing van onze gemeente. Dus daarom willen we ook heel erg dat die duidelijkheid er komt en dat mensen ook weten: hoeveel moet ik investeren, wanneer gaat de straat hier open, wanneer ben ik überhaupt aan de beurt? Die duidelijkheid moet er in 2028 zijn. De heer KAGIE: We zijn dat we een bepaald schaarstevraagstuk hebben waardoor dingen moeilijker zijn en je moet keuzes maken. Dan is dit toch wel een vraagstuk waarvan je kunt zeggen: daar zijn we al zo lang mee bezig en eigenlijk hebben we nog geen huis gasvrij gemaakt. En eigenlijk moet je constateren dat het alleen maar haalbaar is tot nu toe in de nieuwbouwwijken.

Moet je nu in die paragraaf over klimaat ook niet durven zeggen: gaan we hier nu onze schaarse resources op uitzetten? De heer ELDERS: Ik dacht even dat de heer Kagie erin meeging dat we juist dat tempo moeten maken om die wijken te vergroenen, maar dat ging helaas net op het einde mis. Nee, wij hebben bijvoorbeeld in het plan ook heel erg gekeken naar: hoe gaan we dat doen, hoe kun je dat communicatief ook goed aanpassen? We laten ons bijvoorbeeld ook heel erg inspireren door het Integraal Huisvestingsplan in het onderwijs. We hebben die pot vrijgemaakt, we hebben meerdere scholen met een opgave, in dit geval dan dus wijken, hoe gaan we dat in een bepaalde volgordelijkheid doen omdat we echt die meters willen maken en ook echt die duidelijkheid willen verschaffen. Ik weet eigenlijk niet wat ik nog meer moet zeggen tegen de heer Kagie.

5

De heer KAGIE: Het gaat mij erom, en dan ben ik opnieuw op zoek naar de opdracht richting het college. Je kunt hebben: nice to have, en need to have. En je kunt ook tegelijkertijd de vraag stellen wat haalbaar is. Als je kijkt naar die warmtenetten dan ben je dus dadelijk al tien jaar verder met onderzoekswijken en heeft u al geparticipeerd met verschillende wijken zonder dat er een huis gasvrij is geworden. Waar ligt dan uw verantwoordelijkheid om tegen het college het zeggen, stel je voor, er komt uit die scan: dit wordt een heel moeilijk verhaal, om niet nog een keer tien jaar te gaan participeren met bewoners? De heer ELDERS: Volgens mij staat er klip-en-klaar in het bestuursakkoord dat in 2028 elke wijk moet weten waar ze aan toe zijn en daar gaan we ook heel scherp op toezien vanuit de raad. Dus we willen ook echt dat er dan duidelijkheid is. Dat is juist ook belangrijk om het draagvlak voor die klimaatmaatregelen te houden. Dat is ook de reden, we hebben het over de jaartallen gehad, toen kwam een keer ter sprake, als we dan weer gaan schuiven wordt het alleen maar onduidelijker. Daarom is het ook belangrijk dat we aan die 2045 vasthouden. De heer VAN HATTEM: Ik hoor de heer Elders van D66, de tweede spreker van D66 vanavond, toch een aantal dingen noemen waarvan ik me inderdaad afvraag in hoeverre dit allemaal wel realistisch is.

Want als we het dan hebben over de Duurzame Polder waarop wordt doorgepakt, al die extra windturbines die zorgen voor wiebelstroom met ongelijke opwek over de dag gezien, en de netcongestie die we al hebben. Grote delen van deze stad kunnen al geen aansluitingen meer krijgen in de komende jaren door die netcongestie. En als je daar dan ook nog allerlei andere klimaatambities op gaat leggen, ga je dat dan wel haalbaar maken? Hoe je dit dan op een realistische manier doen, wetend dat je die netcongestie al hebt? De heer ELDERS: Het eerlijke antwoord is: we weten het natuurlijk niet. Maar ik heb wel alle vertrouwen in dit college dat het door roeien en ruiten gaat om dit wel voor elkaar te krijgen. We zetten ook best wel veel middelen vrij om die doorbraken te realiseren. We hebben bijvoorbeeld ook nog een opgave om behoorlijk wat transformatorhuisjes door de hele gemeente te gaan plaatsen, om te zorgen dat we die aansluitingen hebben. We moeten ook echt komen met oplossingen om die woningen te kunnen bouwen, dus het is niet zo dat wij al die ambities stapelen en dat netcongestie nu hét probleem is waardoor het allemaal niet gaat komen. We proberen er ook juist aan te werken om die problemen te tackelen.

De heer VAN HATTEM: Maar dan mis ik nog steeds realisme, want vorige week is het rapport verschenen van de Boston Consulting Group, die hebben dat landelijk aangeboden, en daaruit blijkt dat er in Nederlanden honderden miljarden nodig zijn om die netcongestie op te kunnen lossen, dus we lopen daar helemaal in vast en dan zie ik dit niet als realistisch. Maar wat ik op dit moment nog veel belangrijker vind, de heer Elders zegt dat we moeten gaan communiceren richting de wijken en tegelijkertijd heeft hij het over draagvlak voor de klimaatmaatregelen, maar gaat hij de mensen in de wijken überhaupt wel vragen of ze zitten te wachten op die klimaatmaatregelen, op dat gasloos maken van die wijken en op die manier die warmtenetten afdwingen? De heer ELDERS: Volgens mij is een onderdeel van die wijkplannen in 2028 dat je ook goed kijkt naar draagvlak, hoe doe je dat? Iedere wijk is anders. We zetten ook echt in op het akkoord, niet one size fits all, maar ook echt kijken in het DNA van een buurt: wat past daar, heb je daar huurwoningen, heb je daar koopwoningen? Dat zijn allemaal vragen die je per wijk moet gaan bekijken, dus dat is een enorm karwei.

Als het gaat over draagvlak voor klimaatmaatregelen denk ik niet dat de heer Van Hattem en D66 heel erg dicht bij elkaar gaan komen, maar D66 staat natuurlijk gewoon voor die ambitie, dus we willen ook gewoon een bepaalde ambitie neerleggen en een tempo benadrukken bij het college van: ga aan de slag. Ik denk dat we daar ook wel heel erg van visie verschillen en een ander uitgangspunt hebben. De heer VAN HATTEM: Maar dat was mijn vraag eigenlijk niet, want hij zegt: een ambitie neerleggen. Dat is dus eigenlijk een ambitie neerleggen richting onze inwoners en daarmee afdwingen richting onze inwoners en zeggen: gij zult het zo gaan doen. Als de heer Elders het dan over participatie heeft en over draagvlak, gaat hij dan ook de vraag stellen aan de inwoners in die wijken op welke manier ze het willen doen, op welke manier ze hun energievoorziening en hun warmtevoorziening willen hebben, of gaat hij zeggen: wij hebben onze klimaatambitie, dat willen wij zo gaan doen, dat moeten we gaan halen en zo zal het gaan en niet anders.

6

De heer ELDERS: De klimaatambitie zullen we moeten halen. Dat is niet iets waar alleen onze gemeente voor staat, daar staat heel Nederland voor, daar staat Europa voor, daar staat de wereld voor. Wij zitten hier op een postzegel en we kijken naar elkaar om te kijken wat we daar kunnen doen. En ja, ik ben het ermee eens dat we inwoners mee moeten nemen, en ik vertrouw ook echt op de wethouder dat zij in de plannen die ze gaat uitwerken ook gewoon echt zorgt dat er een goede wijkaanpak is die past bij de wijk en dat er ook draagvlak voor is en dat je gericht gaat kijken wat passend is bij zo'n wijk. Tot slot, D66 staat hier als grootste partij met trots. Met twee wethouders op belangrijke portefeuilles nemen we verantwoordelijkheid en die verantwoordelijkheid voelt stevig en terecht. Want de vraag voor de komende jaren is helder. Levert groei vooral druk op of wordt groei een doorbraak? Met dit akkoord is het ook kiezen voor doorbraken, voor bouwen met tempo en betaalbaarheid, voor groots vergroenen, voor grootse investeringen in het onderwijs, voor een sterke economie in een veilige en levendige stad. Laten we die meters maar eens gaan maken. De heer HOEBEN: De heer Elders is lekker op dreef, dus ik denk: ik geef hem nog even wat meer spreektijd. Want u heeft het ook over parkeerplaatsen, lees ik in het coalitieakkoord. De helft van de parkeerplaatsen gaat weg in de binnenstad.

Maar hoe moet ik dat nu zien? Gaan we nu uitfaseren en beginnen we daarmee of moeten daar eerst alternatieve parkeergarages voor gebouwd zijn, oftewel hoe gaat die planning eruitzien? Weet u daar al iets van? De heer ELDERS: De planning staat niet in het bestuursakkoord, dus dat is ook aan het college om dat uit te voeren. We moeten natuurlijk ook heel gericht kijken welke plekken geschikt zijn om op korte termijn weg te halen en in welk gebied van de binnenstad? U vraagt specifiek naar de binnenstad neem ik aan hè? Dan gaat het natuurlijk over waar in de binnenstad je gaat beginnen. Want we zitten ook nog met een vergroeningsopgave die we eraan gekoppeld hebben. Driehonderd parkeerplekken eruit, driehonderd bomen erin. Misschien is ook niet iedere parkeerplek meteen geschikt om automatisch een boom in de grond te stoppen, dus dat soort uitvoeringsvragen laat ik ook zeker bij het college. Maar er staat ook heel helder dat we ook moeten kijken naar wat we doen om mensen die een auto hebben wel ergens te kunnen laten parkeren, en dan zetten wij in ieder geval in op die beweging van blik op straat naar een parkeerhuis. De heer HOEBEN: Maar zegt u nu dat er eerst een parkeerhuis moet zijn voordat we beginnen met het terugbrengen van het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad? De heer ELDERS: Dat is geen directe koppeling.

De heer HOEBEN: Wij krijgen regelmatig de vraag of je nu vanuit de oppositie eigenlijk wel zaken voor elkaar kunt krijgen. Dit bestuursakkoord laat zien dat het kan. Het kan wel, ook vanuit de oppositie. Want wat De Bossche Groenen al jarenlang roept, zaken waar we al jarenlang voor strijden, staan nu letterlijk in het bestuursakkoord, en daar zijn wij blij mee. Je hoeft dus niet in een coalitie te zitten om gezien te worden en complimenten ook aan onze Bossche VVD dat zij toch bereid is om deze groene progressieve agenda uit te voeren. Dat bedoel ik echt serieus als een compliment want het is uiteindelijk goed voor alle inwoners van onze gemeente. Een greep waarin we ons herkennen en waar we voor gestreden hebben en wat nu echt werkelijkheid gaat worden. De veilige schoolroutes, alle kinderen veilig op de fiets of te voet naar school. Mevrouw Hendrickx en mevrouw Claessen hebben hier toch jaren aan gewerkt en het gaat werkelijkheid worden. Groots vergroenen, zojuist al gememoreerd, in buurten, dorpen en wijken en investeren in onderhoud dorpen en wijken, de stokpaardjes van De Bossche Groenen. En doorgaand verkeer verdwijnt uit de Binnenstadsring. Ja, de knip is dan weliswaar veranderd in een onderbreking, maar het resultaat is hetzelfde. Mijn eigen dossier, en ik kijk dus ook echt uit naar een constructieve samenwerking met de nieuwe portefeuillehouder op dit dossier.

Aan de naam mag het niet liggen. En dan het opheffen van het straatparkeren. Die ruimte benutten voor groen, verblijven en cultuur. We hebben het zelf bedacht. De ondergrens voor bijzondere bijstand gaat van 120% naar 130%. Hoeveel debatten heeft ons raadslid mevrouw Van Opdorp daar niet over gevoerd? En het gaat werkelijkheid worden. Extra accenten, veiligheidsaanpak van verkeershufters maar ook veiligheid voor vrouwen en de regenbooggemeenschap. Samen met Leefbaar 's-Hertogenbosch zorgden we vorig jaar voor nogal wat reuring op dat onderwerp. Driehonderd bomen in de binnenstad erbij. De heer Van Boxmeer kwam vorig jaar al met het plan voor vierhonderd bomen vanwege het herdenkingsjaar. Met honderd meer komen we alsnog op die symbolische koppeling. Misschien te overwegen, een tandje erbij. Gemeentelijk vastgoed en tijdelijke locaties benutten voor culturele en creatieve initiatieven. Wat hebben we gestreden voor Knoflook en wat is het jammer dat het uiteindelijk al weg is. Maar ik zie 7

mogelijkheden. Zo kunnen we nog wel even doorgaan, allemaal fantastische plannen, rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma van De Bossche Groenen. De coalitie mag erop rekenen dat we haar aan deze plannen gaan houden. Uiteraard blijven we ook als oppositiepartij scherp op onze controlerende taak richting het college. Dat is onze rol, maar ik hoop dat we daar ook wederzijds begrip voor gaan krijgen. Gisteren was in elk geval een slechte start. We zijn heel blij dat het Sparrenburgbos erin staat en dat het wordt benoemd. Teleurstellend dat de motie het waarschijnlijk niet gaat halen, hoor ik zojuist van de heer Elders, maar we gaan hem toch indienen en gewoon geDREVEN zal hem zo meteen toelichten. Want wij denken echt, samen met gewoon ge-DREVEN, dat er echt iets nodig is om dat bos ook echt veilig te stellen voor die openbare toegankelijkheid. Mevrouw HOEKSTRA: Even een vraag aan de heer Hoeben. Ik ben heel blij overigens dat hij zo tevreden is. Het lijkt bijna een sollicitatie naar het college maar volgens mij zijn de bankjes gevuld. Maar is voor u het ook een optie dat het Sparrenburgbos behouden kan blijven zonder dat het aangekocht hoeft te worden, als de gemeente dat kan, is dat dan voor u ook akkoord? De heer HOEBEN: We hebben vorig jaar daar al uitvoerig over gedebatteerd. Er zijn ook wel wat ontwikkelingen gaande op dat vlak.

Het is dus niet zo dat ik het helemaal somber inzie, maar om het echt serieus veilig te stellen, denken wij echt dat het nodig is om daar in ieder geval budget voor te reserveren om iets te kunnen doen in die richting. Mevrouw HOEKSTRA: Ziet de heer Hoeben dan ook in dat als wij er per definitie budget aan gaan hangen, we daarmee eigenlijk ook zeggen tegen zo'n eigenaar van die grond: het maakt eigenlijk niet uit, wij gaan per definitie die grond van die eigenaar kopen? Terwijl als dat niet nodig is en we het bos daar op die locatie kunnen behouden zonder dat we daar gemeenschapsmiddelen voor hoeven in te zetten, dan is dat toch hartstikke gunstig? Kan de heer Hoeben dat bevestigen? De heer HOEBEN: Ik hoop het mee te hopen, en ik zou ook echt willen dat het zo eenvoudig was, maar wij zien toch dat je iets meer zult moeten doen. Die eigenaar gaat echt niet het bos weggeven omdat we hier geen middelen daarvoor beschikbaar stellen. Mevrouw HOEKSTRA: Met de uitzondering van vandaag weet ik dat het glas bij De Bossche Groenen vaak wat meer halfleeg is dan halfvol, maar nu lijkt het toch niet zo logisch dat grond waar een eigenaar in principe niets anders mee mag doen dan het behouden als bos, dat aan te kopen met gemeenschapsgeld waar wij allemaal aan bijdragen.

Ik ken De Bossche Groenen ook als een partij die daar altijd kritisch op is: hoe geef je je gemeenschapsgeld uit? Hoe reflecteert u dan op het uitgangspunt dat we daar per definitie middelen aan zouden moeten hangen? De heer HOEBEN: Ons glas is eigenlijk toch meestal wel halfvol, dus dat is een misvatting. En daarbij, het gaat te ver om het hier over de grondprijs te gaan hebben en over de gesprekken die er al zijn geweest. Maar wij zien echt in dat je dus rekening moet houden met een bepaald budget vanwege hetgeen dat daar in het verleden zich al afgespeeld heeft. Dus daar laat ik het bij, ik kan er ook niet meer over zeggen. Ik was bij mijn puntje over de voorspelde groei naar 200.000 inwoners, want die zijn niet in 2070 bereikt, maar die worden volgens dit akkoord al eerder verwacht in onze gemeente. Wij blijven wel van mening dat groei geen doel op zich mag zijn, en dat proeven wij wel een beetje in het coalitieakkoord. Wij willen ook geen transformatie zoals in Eindhoven gebeurd is, voorzieningen moeten gewoon op orde zijn voordat je dus je verder gaat inbreiden en gaat uitbreiden met het aantal inwoners. We lezen in het bestuursakkoord dat daar nu over nagedacht wordt, maar er hangt wel een prijskaartje aan. Ons voorstel is dan ook om samen met de bedrijven te kijken hoe ze kunnen bijdragen aan de agenda van onze stad.

En dan zijn we ook blij, net als D66, dat de studenten in dit bestuursakkoord de waardering krijgen die ze verdienen. Maar het is nu wel twee jaar op rij dat er geen INTRO Festival heeft plaatsgevonden, dus wij komen richting de commissie met een discussienotitie over dit onderwerp. Ten slotte, inderdaad, in het bestuursakkoord gaan de overschotten van de jaarrekening richting het Structuurfonds. De heer ELDERS: De heer Hoeben weet toch dat er geld voor het INTRO gewoon in het akkoord staat? De heer HOEBEN: Jazeker, en daar zijn we ook blij mee, maar het is niet doorgegaan en daar ging het even om. Het is dus voor ons onwenselijk dat we in het Structuurfonds, dat bedoeld is voor investeringen van boven de € 5 miljoen, het overschot storten. Dat kan ten nadele zijn van kleine 8

exploitatiesubsidies richting onze inwoners en richting onze burgers. Ad-hocbesluiten. Dus wij denken echt dat de raad meer ruimte moet hebben om met dat geld ook wat te doen als er overschotten zijn, en nu vegen we dat op een berg en gooien we het in stenen en subsidies voor de gewone mensen verdwijnen richting de kathedralen. Dat kan volgens ons niet de bedoeling zijn. Daarvoor dienen wij motie 11 in. Voor de volledigheid, motie 2 dienen wij mee in, maar die licht de SP toe en gewoon ge-DREVEN zal het Sparrenburgbos voor zijn rekening nemen. Mevrouw HOEKSTRA: Er staat een trotse fractievoorzitter voor u van PRO Den Bosch, maar bovenal een trotse Bosschenaar, die namens haar fractie hier mag staan om uitleg en toelichting te geven op de keuzes die we maken voor ons Den Bosch. Samen met u als hele raad en met al onze inwoners, want dat kenmerkt dit akkoord. We maken meters, we staan niet stil, maar we kijken vooruit. We omarmen de toekomst en erkennen wat groei met zich meebrengt. Zowel de kansen als de uitdagingen. Want de stad die ooit op historische grondvesten werd gebouwd geschikt maken om straks 200.000 inwoners in te herbergen, er prettig te laten leven, er te laten ontspannen en van A naar B te kunnen laten komen, al onze inwoners. En dat vraagt om keuzes. Om te investeren in een echt groene stad, waar mensen ook willen zijn op de warme dagen.

Om te investeren in onze dorpen, zodat ze niet vergrijzen of waar jongeren wegtrekken. Te blijven investeren in het toevoegen van duizenden woningen voor al die inwoners die een betaalbaar huisje zoeken. En te investeren in wijken waar de achterstanden nu nog het grootst zijn en de gezonde levensjaren achterblijven. En te investeren in een kansrijke start voor ieder kind uit welke wijk en van welk niveau dan ook. En waar er altijd een stageplek voor je is, of je nu Shahida of Sanne heet. En te investeren in onze inwoners die in een kwetsbare inkomenssituatie zitten door de Bossche Pas voort te zetten en de inkomensgrens op te trekken naar 130%. Het zijn slechts voorbeelden, want er is zoveel meer moois om op te sommen uit dit akkoord maar we zijn trots op de beweging die we in gang zetten met elkaar. Rechtvaardige keuzes voor een Den Bosch dat vooruit wil. Want de grote uitdagingen zijn niet weg als we ze niet aankijken of als we blijven hangen in onderlinge verschillen. Onze inwoners hebben er niets aan als we daar niet aan voorbij kunnen stappen en de groei en toekomst die op ons afkomt verder weg duwen of ontkennen. In 1981 schreef feministe Joke Smit de voor mij volgende indrukwekkende woorden: "Er is een land waar mensen willen wonen, waar jong zijn niet betekent dat je steeds wordt genegeerd.

Waar zwakken met respect benaderd worden en vreemdelingen niet meer gekleineerd. Waarin geweld door niemand meer geduld wordt. Waar allen kunnen troosten als een mens ten onder gaat. Dat is het land waar mensen willen wonen, het land waar de saamhorigheid bestaat." En wat leek de wereld van nu voor de tijd van toen ver weg. Maar ik geloof dat onze inwoners meer dan ooit verlangen naar politiek die vooruit durft te denken en bouwt aan een land waarin wij allen samen met verschil van mening of van inzicht streven naar een gemeenschap waarin we naar elkaar omkijken, elkaar veiligheid bieden en bouwen aan een samenleving waar steeds opnieuw wordt nagegaan wie zwak zijn en wie sterk. De heer VAN HATTEM: Dit is een heleboel proza van mevrouw Hoekstra van PRO. Als we dat mogen verwachten hier de komende jaren dan komen we inhoudelijk ook niet heel veel verder. Maar als ik dan de woorden beluister over saamhorigheid en de mensen die zich genegeerd voelen et cetera, en dan kijk ik naar de mensen in Engelen, die nu gewoon keihard geconfronteerd worden achter hun ruggen om, met de onveiligheid die boven hun hoofden hangt, die geen instemming hebben met de risico's die rond zo'n amv-opvang hangen.

Hoe kijkt mevrouw Hoekstra van PRO dan nu aan tegen haar eigen woorden en hoe er met de inwoners van Engelen wordt omgegaan? Mevrouw HOEKSTRA: Ik zal er geen gewoonte van maken hoor om proza toe te passen in mijn bijdrage, maar ik vond vandaag met de nieuwe bestuursperiode het bestuursakkoord passend: waarom doen we dit nu met elkaar? En ik ben heel blij dat we in augustus met elkaar ook spreken over de amv-opvang in Engelen, want de heer Van Hattem heeft gelijk, dat verdient ook een heel zorgvuldig proces en daarvoor moeten we inwoners ook horen. De heer Van Hattem en ik verschillen alleen heel erg van mening over het feit of we dat op deze manier zoals we dat hebben ingericht wel of niet doen. Onze mening is volgens mij bekend als PRO, dat doen we juist door heel veel ruimte te geven om in gesprek te gaan over leefbaarheidsplannen, door mensen te horen, dus dat is mijn reflectie daarop. De heer VAN HATTEM: Maar daar is het kwaad al geschied. Die leefgemeenschap, die dorpsgemeenschap is al helemaal uit elkaar getrokken door zo rigide zo'n plan daar neer te gooien. En dan hoor ik toch graag, als we dan toch hier aan een nieuwe bestuursperiode beginnen en een nieuw bestuursakkoord, gaat dit nieuwe college, in ieder geval deze nieuwe coalitie door op deze 9

manier of zeggen ze: we moeten toch eerst kijken naar wat er in de samenleving leeft, waar de mensen op zitten te wachten, wat de samenleving kan dragen, in plaats van over hun hoofden zulk soort beslissingen te nemen? Mevrouw HOEKSTRA: Weerstand is er altijd als we opvanglocaties openen. Nu weet ik dat het antwoord van de heer Van Hattem een antwoord is dat volgens mij onze inwoners ook niet heel erg veel verder helpt. Want die ontkent namelijk de werkelijkheid, namelijk dat wij gewoon een taakstelling hebben en dat wij mensen moeten opvangen. En dat waar wij dat ook zullen doen er nooit iemand zal zijn die zal zeggen: nou weet u wat, heel graag, doet u dat maar in mijn achtertuin. Maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om mensen op te vangen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. En helemaal niet kinderen die gevlucht zijn, alleen, voor oorlog en geweld. Dus ja, we moeten dat met heel veel aandacht en zorgvuldigheid voor de inpassing doen, we moeten daar mensen goed horen, we hebben een enorme verantwoordelijkheid als het gaat over inderdaad de polarisatie die ontstaat. Ook daar voel ik me enorm verantwoordelijk voor. Maar het is niet zo dat daarmee de uitkomst is dat we het ons kunnen permitteren om te zeggen: nou weet u wat, dan doen we dat maar gewoon niet. Dan houden we ons maar niet aan de wet.

De heer VAN HATTEM: Het is niet een kwestie van aan de wet houden, maar wat we nu zien, en dan heeft mevrouw Hoekstra van PRO het allemaal over kinderen die voor oorlog en geweld op de vlucht zijn. Nee, we hebben het hier over meestal jonge mannelijke adolescenten die vooruit worden gestuurd om de mensensmokkel in stand te houden, door zeven, acht veilige landen gaan en hier dan worden opgevangen. Dan zijn niet zomaar onschuldige kleine kinderen en dat is het belangrijke verschil en dat zien de mensen in Engelen ook. Die zijn niet gek. En als mevrouw Hoekstra van PRO het dan heeft over genegeerd worden en saamhorigheid, dan hoor ik toch graag hoe de mensen in Engelen deze woorden van mevrouw Hoekstra van deze coalitiepartijen op moeten vatten. Mevrouw HOEKSTRA: Hier heb ik echt al een paar keer antwoord op gegeven, dus ik zou niet zo goed weten wat ik hier nu nog opnieuw op moet zeggen. De heer KAGIE: Een vraag aan mevrouw Hoekstra, want of het nu gaat om een amv of de oproep in uw stuk zelf om weer meer naar elkaar om te kijken en elkaar ook durven aanspreken op bepaalde zaken. Als je dat soort dingen vraagt van de samenleving, moeilijke dingen maar ook een beroep doet, dan zul je ook een stukje legitimiteit als lokale overheid voor jezelf moeten creëren, dan moet je leveren. Het is een lijvig stuk.

Welke opdracht gaat mevrouw Hoekstra namens PRO meegeven aan het college richting het collegeprogramma in de prioritering van die negentig bladzijden? Mevrouw HOEKSTRA: Volgens mij zijn we heel helder over de prioritering en maken we prachtige keuzes met dat akkoord. Maar als ik het lees, dan zijn er wel een aantal dingen op te sommen die er echt boven uitstijgen. En ik weet dat u daar niet zo tevreden over bent, maar ik vind duizend woningen per jaar toevoegen en 70% inzetten op betaalbaarheid een prachtig mooie ambitie. En ik vind het geweldig dat we naar 130% hulp gaan, dat we de Bossche Pas voortzetten, dat we een Bosch stagepact sluiten, dat we serieus gaan vergroenen, dat we 300 bezoekersparkeerplaatsen opofferen voor bomen. Ik vind dat nogal mooie prioriteiten, maar ik weet niet wat u daar dan in mist. De heer KAGIE: Nee, ik mis niets. En ik ga zeker geen poging doen om mevrouw Hoekstra van mijn prioriteiten te overtuigen. Het enige wat ik zou willen is dat als het prioriteiten van mevrouw Hoekstra zijn, we over vier jaar ook zeggen dat ze geleverd zijn. En dat we niet van beleidsstuk naar beleidsstuk lopen, wat we nu op veel te veel vraagstukken zien. Dan kan u toch niet zeggen dat deze negentig bladzijden al uw prioriteiten waren, als u naar een collegeprogramma toegaat, mag ik hopen.

Mevrouw HOEKSTRA: Ik denk dat wij een verschil van inzicht hebben over wanneer je levert en wanneer je niet levert en dat debat werd eigenlijk ook al duidelijk bij de jaarrekening. Ik werd er een beetje belachelijk mee gemaakt, de wethouder haalde het voorbeeld aan van een keuken van € 10.000 waar je € 180 op overhoudt. Heb je dan niet geleverd of heb je dan eigenlijk fantastische dingen geleverd, maar zijn er ook heel grote ontwikkelingen in onze samenleving die soms ook maken dat wie je daar ook neerzet, met hoeveel drive of prioriteiten of ambitie, je soms gewoon ook 10

wordt geconfronteerd met de realiteit? En die realiteit bestaat, die kunnen we niet ontkennen. Dus soms moeten we terug naar deze raad en zeggen: dit is ons niet gelukt, of hier hebben we meer ambtelijke capaciteit op nodig, of hier hebben we meer geld op nodig. Maar ik ga er wel van uit, we hebben heel serieus doorgesproken met elkaar over de ambities in dit akkoord, dat we deze ambities met elkaar gaan realiseren. En ook wordt in het akkoord op verschillende plekken aangehaald: wat gaan we nu doen met elkaar als we dit niet realiseren? Hoe komen we terug naar de raad? Welke risico's zien we, bijvoorbeeld als het over de woningbouwopgave gaat? Dan zijn we daar volgens mij heel reëel in. De heer KAGIE: Dus laat ik het dan zo stellen, in de negentig bladzijden die er nu liggen onderkent u inderdaad de uitdagingen van deze tijd. Naar mijn smaak zit daar onvoldoende de keuze in: waar gaan we nu echt op leveren en voelt het als een opsomming van heel wensen. Maar even concreet, die negentig bladzijden is de uitkomst van prioriteiten stellen en dit zijn uw prioriteiten? Mevrouw HOEKSTRA: Die negentig bladzijden zijn de keuzes die wij maken voor de komende vier jaar, waarbij we heel helder zijn over wat we daarvoor inzetten, welke middelen we daarvoor nodig hebben en we vragen het college om met een programma te komen voor de uitwerking.

En dan kan het best zijn dat we daar keuzes in voorgelegd krijgen over: wat schuiven we wat meer naar achteren in die periode, wat halen we wat meer naar voren en volgens mij kunnen we daar dan hier ook weer een debat met elkaar over voeren. De heer HOEBEN: Laten we vooral met het halfvolle glas verder kijken, maar ik had toch wel een vraagje over de haalbaarheid van de woningen. We lezen: als betaalbaarheid en haalbaarheid van de plannen onder druk staat, maken we scherpe keuzes om het tempo erin te houden. Wat betekent dat? Mevrouw HOEKSTRA: Ook dat staat volgens mij in het akkoord. Dat werken we uit, waar we dan scherpe keuzes maken, bijvoorbeeld dat we woningbouw voor laten gaan op parkeernormen. Dus dat we bij bepaalde projecten ook heel bewust kiezen voor concepten waarbij je in de parkeernorm kan spelen. Dat zijn bijvoorbeeld keuzes die je zou kunnen maken. Maar ook dat je kiest voor plannen die grootschalig zijn, die kansrijk zijn en dat je daar vooral op inzet. De heer HOEBEN: Oké, maar om het maar even zeker te weten, het gaat er niet over dat we dan met de betaalbaarheid gaan schuiven, dat we minder betaalbaar gaan doen? Mevrouw HOEKSTRA: Nee, niet op het totaal van de Bossche mix, zeker niet. De heer HOEBEN: Hartstikke goed. Mevrouw HOEKSTRA: Ik was bijna klaar.

Mijn fractie is er trots op dat we onderdeel uitmaken van een bestuursakkoord dat kiest voor rechtvaardige keuzes, waarbij we alle Bosschenaren zien voor wie zij zijn. Dat is waar wij als PRO Den Bosch altijd voor zullen blijven waken en op zullen blijven aanjagen. Verandering ten bate van ons allen, met volle aandacht voor hen die het kwetsbaarst zijn en onze steun nodig hebben en dat is ook de gezamenlijke opdracht die we hier hebben. De heer RADEMAKERS: Onze gemeente werd in deze raad al liefkozend het KVP-dorp genoemd. Dat zegt iets over de lange betrokkenheid van onze partij. Al meer dan honderd jaar heeft het CDA vanuit het stadsbestuur mogen bijdragen aan de opbouw, daarna de wederopbouw en nu de nieuwbouw van onze mooie stad en dorpen. Dat hebben we nooit alleen gedaan, maar altijd samen met onze inwoners, ondernemers, verenigingen, vrijwilligers, maar ook met u, leden van andere politieke partijen. Na vanavond past ons uiteraard een andere rol, maar onze betrokkenheid blijft. We zijn trots op waar we nu staan en wat er is bereikt door onze inwoners. We hebben het goed hier in Den Bosch en dat willen we graag zo houden. Maar dat betekent dat het beter kan en moet. Onze gemeente staat namelijk voor grote uitdagingen. Meer inwoners, druk op voorzieningen en tegelijk een economie die ondermaats presteert vergeleken met gemeenten om ons heen.

Daarom zijn wij als CDA blij met dit bestuursakkoord dat ambitie toont. Eerlijk is eerlijk, ons verkiezingsprogramma, uw inspiratie. We hebben in ieder geval niet voor eigen parochie staan preken. We zien zaken terug waarvoor wij al lang hebben gepleit. Investeren in onze dorpshuizen 11

van Engelen, Empel en Vinkel, de Oosttribune van FC Den Bosch en een concreter antwoord richting Brainport met de economic board. We hopen dat dit college van meters kilometers kan maken. Kilometers weg om onze gemeente bereikbaar te houden. Kilometers die vrijwilligers jaar in, jaar uit maken om anderen te helpen en die wij als gemeente moeten ondersteunen. Maar om van meters kilometers te maken, hebben we elkaar nodig. Als nieuw raadslid voel ik dat de afstand tussen ons na gisteravond groter is geworden. Dan kent onze gemeente geen winnaars, maar 160.000 verliezers. De oppositie is er niet om het college dwars te zitten en de coalitie is er niet om de raad buitenspel te zetten. We zijn 39 raadsleden die ieder vanuit zijn eigen rol het beste wil voor deze gemeente. Daarom dienen wij ook een motie in voor een raadsfonds, zodat juist de raad speelruimte houdt om samen te werken en samen met oplossingen te komen. Tegelijk kijken we natuurlijk ook kritisch naar onderdelen waar dit akkoord volgens ons meters de verkeerde kant op maakt. De ozb voor niet-woningen is in vier jaar tijd al met 20% gestegen en daar komt nu 4% bovenop. Tegelijkertijd verdwijnen er parkeerplaatsen en gaan parkeertarieven omhoog. Daarmee legt het college een deel van de rekening neer bij onze ondernemers. Dat zijn geen grote bedrijven, dat zijn zelfstandigen, dat zijn familiebedrijven.

Zij vormen de ruggengraat van onze lokale economie. Zij zorgen voor werkgelegenheid, voor voorzieningen, voor levendigheid in onze stad en onze dorpen. Hoe helpt dit beleid hen vooruit en hoe draagt dit bij aan een aantrekkelijk ondernemersklimaat en daarmee een sterke gemeente? De heer SCHUURMANS: Ik hoorde zojuist de heer Rademakers namens het CDA zeggen: verdwijnen er parkeerplaatsen. Terwijl er tegelijkertijd een hoop extra parkeerhuizen bij komen, ook het tijdelijk parkeerhuis op de Tramkade bijvoorbeeld. Hoe reflecteert het CDA daarop? De heer RADEMAKERS: Wij hebben het hier met name over de parkeerplaatsen in de binnenstad, waar wij zien dat vooral voor de retail, voor de horeca juist die parkeerplaatsen ontzettend belangrijk zijn. Zij zijn de ruggengraat van onze economie. De heer KOUWENBERG: Heel fijn dat het CDA deze constructieve houding aanneemt. U zegt: die ozb willen we eigenlijk niet omhoog hebben. U wilt wel verantwoordelijkheid nemen. Hoe zouden wij dan de plannen moeten gaan betalen? Hadden we dan andere keuzes moeten maken, bijvoorbeeld het niet-doorzetten van de Bossche Pas of iets dergelijks? Waar zou het CDA dan voor hebben gekozen? De heer RADEMAKERS: Voor ons is dat nog een beetje lastig om te beoordelen. Want er ligt inderdaad ambitie, daar zijn we ontzettend blij mee.

Maar we moeten eigenlijk nog wachten op het collegeprogramma, want daarin komt eigenlijk de concrete uitwerking. En dan, als we de prioritering die al eerder is benoemd door collega's, helder hebben, dan kunnen we denk ik hardere keuzes met elkaar maken. Nu is het voor ons een beetje gissen in het wilde weg. De heer KOUWENBERG: Dan is het CDA dus ook bereid om moeilijke keuzes te maken? De heer RADEMAKERS: Zeker. Ook bij de warmtetransitie missen we helderheid. Klimaatneutraal in 2045 klinkt erg goed, maar inwoners moeten weten wat het kost, wat het oplevert en wie de rekening betaalt om in de kopgroep te zitten. Ambitie is goed, maar dat kan niet zonder realisme. Wat komt ervan terecht in deze wereld vol netcongestie, stikstof en een krappe arbeidsmarkt? Het werd net al benoemd, het CDA zal constructief zijn. Kritisch waar het moet, maar altijd gericht op één doel, samen meters maken voor onze ruim 160.000 inwoners. De heer ELDERS: Ik kon niet in mijn inbreng op alle moties ingaan, dus ik heb even een vraag over de motie over het raadsfonds. Ik vroeg me namelijk af, we hebben in die zin natuurlijk al een raadsfonds, namelijk gewoon de begroting van € 1 miljard. U doet een verzoek aan het presidium, dus misschien sta ik ook vanuit twee petten.

Ik vroeg me af wat we precies met die € 400.000 doen als het aan het CDA ligt? De heer RADEMAKERS: Wij zien ontzettend veel kansen, ook nog op ontmoeten, inzet op vrijwilligers, juist buurtinitiatieven die met goede ideeën komen en die eigenlijk een soort startgeld nodig hebben om die ideeën van kleine goede initiatieven op te schalen zodat we meer mensen kunnen bereiken. Dat zou wat het CDA betreft een ontzettend mooie mogelijkheid zijn voor dat raadsfonds. Maar het is aan de raad als geheel om hierover te gaan, en wij hebben hier ontzettend veel goede ideeën over, maar het lijkt ons juist goed om daarover in discussie te gaan. 12

De heer ELDERS: Ik snap de goede insteek, ik probeer alleen even te peilen hoe dat er dan praktisch uit zou moeten zien. Want we kunnen natuurlijk ieder jaar bij de begroting gewoon individueel voorstellen indienen. Ik zie de heer Kagie al likkebaarden bij het idee dat hij € 400.000 in het presidium mag uitgeven. Ik zit even te zoeken naar hoe dit concreet vorm zou moeten krijgen. De heer RADEMAKERS: Een heel belangrijke vraag van mijnheer Elders. Kijk, als je naar de begroting kijkt die bij het bestuursakkoord zit dan zien we daar een mooie pot restant staan. En ik verwacht als we dat collegeprogramma krijgen, ik hoorde al bij een aantal onderdelen dat er wat geld ontbrak. Met de diftar moeten we misschien nog investeringen gaan doen. We kunnen nog wel verder gaan. We moeten daar dus eerst kritisch naar kijken. Maar wat het CDA betreft is er in principe nu, als de plannen zo voorliggen zoals u het presenteert, geld over. Wij zouden het als CDA heel mooi vinden om via moties dat geld te verdelen. De heer HOEBEN: Ik had het aan het eind van mijn betoog een beetje over die begroting, over dat overschot maar wellicht bedoelen we hetzelfde.

Maar vindt u nu ook niet dat die overschotten, want het is spaargeld van onze inwoners, het is opgehaald met belastingen en allerlei andere manieren, ook terug moeten naar de inwoners en dat we dat niet zomaar in een Structuurfonds richting stenen duwen, maar dat we dat dus ook gewoon echt terug moeten geven aan de inwoners, al is het dan met dit soort initiatieven? Bent u het daarmee eens? De heer RADEMAKERS: Ik ben het daar compleet mee eens. Er gebeurt ontzettend veel moois in onze samenleving. Wij allemaal, als 39 volksvertegenwoordigers, horen denk ik allemaal heel veel goede ideeën van onze inwoners, van onze bedrijven, van onze verenigingen. En ik denk juist dat wij als volksvertegenwoordigers dan snel kunnen schakelen om te zorgen dat dat potje efficiënt en doelgericht wordt ingezet zodat het snel bij onze inwoners terecht kan komen. De heer SCHUURMANS: Voorzitter, collega's in de raad, inwoners en ondernemers thuis. De Bossche VVD is de afgelopen verkiezingen ingegaan met een positief en constructief verhaal. Samengevat in de titel en de drie kernpunten: vrijheid, veiligheid, doorpakken. En na de verkiezingen hebben we aangegeven bereid te zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid te nemen, mits onze liberale waarden voldoende ruimte kregen aan tafel en terugkomen in het akkoord.

En vandaag kan ik, als partijleider van de VVD, u met gepaste trots vertellen: dat is gelukt. Met dit akkoord zetten we de volgende stap van doorpakken naar meters maken. Maar meters maken gaat niet vanzelf. Het vraagt om scherpe keuzes voor de lange termijn. En hoe toepasselijk ook, geen paniekvoetbal om de waan van de dag, maar lange lijnen op basis van nuchter en verstandig beleid, met gezond verstand, met balans, en echt niet enkel groen-progressief, wat we zojuist hoorden. Vergroening is niet links of rechts, maar we zijn dan ook trots dat onze drie kernpunten van vrijheid, veiligheid en doorpakken goed terugkomen in het voorliggende bestuursakkoord. Vrijheid begint met ruimte en vertrouwen en met dit akkoord bieden wij inwoners en ondernemers ruimte en vertrouwen, waarbij we actief onnodige regels schrappen, met een gemeente die meedenkt in plaats van tegenhoudt. Veiligheid, een absolute hoofdopgave, we maken met extra boa's, op het domein twee extra boa's in de wijken en dorpen ons handhavingsbestel klaar voor de toekomst. De heer VAN HATTEM: Ik hoor de VVD nu al meteen spreken richting ondernemers en regels schrappen.

Maar ondertussen zien we dat onder dit bestuursakkoord die vermaledijde zeroemissiezone gewoon wordt voortgezet, waar heel veel ondernemers het mes mee op de keel wordt gezet in onze binnenstad, en tal van andere maatregelen die voor ondernemers juist lastiger gaan uitpakken. Dus dan hoor ik toch graag van de heer Schuurmans van de VVD: hoezo minder regels voor ondernemers? Er lijkt juist steeds meer te komen met al die klimaatambities en dat soort zaken die hier op touw staan in dit bestuursakkoord. De heer SCHUURMANS: Er lijkt juist meer te komen, is misschien ook wel de kern van het antwoord op deze vraag. Want ook met die zero-emissiezone bieden wij maatwerk als gemeente, gaan we in gesprek met ondernemers en kijken we ook waar het niet lukt met maatwerk te kijken naar ontheffingen. En het liefst, ik hoor de heer Van Hattem al zeggen, wil hij die hele zeroemissiezone niet, maar hier kijken we met elkaar naar: geen jojobeleid, maar juist kijken hoe we kunnen zorgen dat ondernemers mee kunnen, en als ze niet mee kunnen, daarmee met maatwerk het gesprek voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17157652/1