Notulen raadsvergadering 2026-06-09
Tekst van het document
VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN 's-HERTOGENBOSCH OP 9 JUNI 2026 AANVANG 19.00 UUR Voorzitter:
drs. J.M.L.N. Mikkers
Griffier:
drs. W.G. Amesz
Leden aanwezig:
B. El Amraoui, H.B. Bos, O. Çifçi, drs. L.L.F.M. Ciotti, M. Claessen, M. Craste Bc, J.J.E.L. van Creij, mr. Y. Doğan, S.J.A. Elders BA, H. Hamel-Tanyaui, A.W.J.A. van Hattem LLB, drs. J. Hendrickx, W.B.G. Hoeben, F. Hoekstra-Wittebol, L. Holterman, J.A.B. Huibers (vanaf 19.15 uur), V.S. Jaddoe, M.P. Kagie, R.F. van der Kallenvan der Donk, E. Kokken, M.A.J.T. Korver-van Weegberg, J. Kouwenberg, M.I. Krol-Gumbs, H.J.W.C. Liebregts MBA, mr. drs. R. Lipman (vanaf 19.30 uur), H.J.M. Mees, ir. V.P.T. Muller-Laumans, R.M.A.S. Mustafa, mr. S.J.M. Peters, dr. R.H.A.C. Rademakers, B.F.C. Roovers, ir. P.K. Schuurmans, P. Slikker, mr. M.A.B. van der Sloot, C.G.N. Soetekouw MSc, D.R.J.L. The en drs. G.H. Verhoeven MA
Tevens aanwezig de wethouders: Afwezig:
M. Craste bc, ing. R.A.P. Geers, R.J.J. Geers, P. Slikker, mr. M.A.B. van der Sloot en H.M.M. Vermin R.W.G.T. van Asch en E. Samshuijzen
1.
Vragenhalfuurtje
2.
Vaststellen agenda van de raadsvergadering
3.
Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 9 april 2026
4.
Ingekomen stukken en mededelingen
5.
Benoeming lid rekenkamer 's-Hertogenbosch
6.
Benoeming leden presidium en plaatsvervangend raadsvoorzitter
7.
Benoeming leden Vertrouwenscommissie voor de klankbordgesprekken en herbenoeming burgemeester
STUKKEN WAAROVER GEEN DISCUSSIE MEER WORDT VERWACHT (A) 8.
Wijziging omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Vergroening Dijklint Orthen'
LICHTE BESPREEKSTUKKEN (B) 9.
Zienswijze begroting 2027 Veiligheidsregio Brabant-Noord VRBN
DEBATSTUKKEN (C) 10.
Initiatiefvoorstel 'Raadgevend referendum voor de Bosschenaren'
11.
Jaarstukken 2025 1
12.
Actualisatie begroting 2026
Opening De VOORZITTER: Dames en heren, het is 19.00 uur, we gaan beginnen. Iedereen van harte welkom bij deze raadsvergadering. U zit een beetje alleen, mijnheer Roovers, pas getrouwd zeker. Mijnheer Rademakers zit ook alleen, ook pas getrouwd zeker. Allebei nog gefeliciteerd namens de raad. Iedereen van harte welkom. Voordat wij deze vergadering beginnen, verzoek ik eerst een moment van stilte. Stilte De VOORZITTER: Dank u wel. We hebben berichten van verhindering van mevrouw Samshuijzen van de Partij voor de Dieren en de heer Van Asch namens Forum voor Democratie. De heer Huibers en mevrouw Lipman hebben aangegeven wat later te zijn. Dames en heren, u ziet dat de raadzaal wat leger is dan normaal omdat een aantal wethouders ook raadslid zijn. Vanavond zijn ze nog gewoon wethouder, maar ook raadslid. Dat betekent dus dat ze bij stemmingen wel mee mogen stemmen. Het is natuurlijk een uitzonderlijke situatie na de verkiezingen, maar vandaar dat er iets meer stoelen leeg zijn dan we gewend zijn. We gaan straks schriftelijk stemmen bij agendapunt 5, 6 en 7. We hebben daarvoor een stemcommissie benaderd, de heer Peters, tevens voorzitter van deze commissie, samen met mevrouw Krol en mevrouw Van der Kallen. Wij nemen vanavond aan het einde van deze vergadering ook afscheid van drie afscheidnemende wethouders.
En de interruptiemicrofoons zijn weer terug in deze zaal, zoals door het presidium afgesproken is. Dat betekent dat die weer gebruikt worden bij de interrupties. U kunt daar gewoon achter gaan staan en dan geef ik u het woord. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) O, de fractievoorzitters hebben dit afgesproken. Nog beter, nog meer steun. 1.
Vragenhalfuurtje
De VOORZITTER: We hebben twee vragen voor het vragenhalfuurtje en de bedoeling is dat de vragen kort worden voorgelezen door de vragenstellers en dat er daarna beantwoording is namens het college. De eerste vraag betreft de portefeuille van wethouder Ralph Geers en de vragen zijn gesteld door mevrouw Hoekstra. Mevrouw HOEKSTRA: U heeft onze bijdrage kunnen lezen, dus ik houd het kort. Gezien de situatie die in de brief die we ook hadden bijgevoegd door de ondernemers in De Gruyter Fabriek wordt aangekaart, hebben wij de volgende vragen aan de wethouder. Is de portefeuillehouder op de hoogte van de ontstane spanningen tussen de BIM en haar (commerciële) huurders in De Gruyter Fabriek? Heeft de BIM de portefeuillehouder geïnformeerd over het openbreken van lopende huurcontracten en is hij ook op de hoogte van de noodzaak die de BIM daarvoor ziet? Hoe kijkt de portefeuillehouder naar de rol van de BIM in deze situatie en naar het feit dat er opnieuw sprake lijkt te zijn van spanningen tussen de BIM en haar huurders? En tot slot, ziet de portefeuillehouder een rol voor de gemeente in het helpen oplossen van deze mogelijke spanningen? Wethouder RALPH GEERS: Nee, het college is niet op de hoogte van die spanningen voordat wij de bijlage bij de vragen zagen. Dat is op zich ook niet gek, want als aandeelhouder heb je ook geen rol tussen individuele huurders en een verhuurder.
Als ik naar de brief kijk, zie ik daar vooral ook twee dingen, namelijk aan de ene kant een enorme betrokkenheid bij het concept en de toekomst van het ecosysteem in De Gruyter Fabriek en aan de andere kant de behoefte om draagvlak op te halen om in gesprek te gaan met de BIM of met de RvC van de BIM, en dat lijkt me ook volstrekt de juiste route. Ik zou de BIM in die zin ook echt adviseren dat gesprek aan te gaan en dat zal ik volgende week in het bestuurlijk overleg ook doen. En verder is het gewoon een huurder die met zijn huurbaas in gesprek wil en zie ik op dat moment ook nog geen rol voor ons als aandeelhouder om daar tussenin te stappen. Mevrouw HOEKSTRA: Het is natuurlijk niet de eerste keer dat er spanningen zijn tussen de BIM en haar huurders en als de wethouder zegt eigenlijk geen rol te zien in de individuele huuronderhandelingen dan snap ik dat. Maar ziet hij dan wel een rol om als meerdere huurders eigenlijk tegelijkertijd aangeven: we vinden dit niet prettig en er sprake is van een patroon en 2
eenzijdige communicatie, iets te betekenen in het overleg tussen beide? Mevrouw HENDRICKX: In het verlengde van wat mevrouw Hoekstra zegt, het is natuurlijk niet de eerste keer dat wij hier met elkaar spreken over de BIM. Ook de kunstenaars hadden het moeilijk, nu zijn het de ondernemers. De vraag is eigenlijk in het verlengde van wat mevrouw Hoekstra zegt, als je ziet dat het bij een partij waarvan we toch 100% aandeelhouder zijn, misgaat met huurders, ziet u dan ook niet dat u wellicht vanuit uw rol wat meer zou kunnen doen dan alleen toekijken? De vraag is ook: zou u daar iets in willen betekenen? Het zijn allemaal Bosschenaren, mensen die gewoon huren en op zoek zijn naar hulp. Wethouder RALPH GEERS: Voorzitter, in de brandbrief in de bijlage van de vragen, hebben we er op dat moment natuurlijk ook geen zicht op of het een groot aantal is of dat het een individu is die iets vindt. De oproep in de brief is: zullen we in gesprek gaan met de BIM? Ik raad de BIM ook aan om dat te doen en volgens mij is dat ook de rol waar we op dit moment zitten. Dus de constateringen over wéér omstandigheden, wéér niet goed, kan ik ook niet beoordelen en vind ik ook niet aan mij om te beoordelen. Eerst het gesprek tussen de BIM en de huurders. Als zij er niet met elkaar uitkomen, zijn er altijd mogelijkheden waarop ook de BIM kan zeggen: ik loop ergens in vast.
Waar zit de rol? Dat betekent niet direct dat wij als aandeelhouder daar een rol in hebben. Het kan ook zo zijn dat ze op een andere manier een soort van bemiddeling zoeken daartussen. Ik wil namelijk ook wel de zuiverheid van de rol van aandeelhouder bewaken in relatie tot de situatie huurbaas. Maar nogmaals, ik zal volgende week in het bestuurlijk overleg er wel op aandringen dat gesprek ook op een goede manier aan te gaan. De VOORZITTER: Dan zijn er vragen binnengekomen van de fractie van gewoon geDREVEN en dat gaat over het messenverbod. Nu blijk ik over de messen te gaan, dus ik vraag mevrouw Hendrickx om even het voorzitterschap over te nemen. De PLV. VOORZITTER: Er is een set vragen binnengekomen van de fractie van gewoon geDREVEN over het messenverbod in de binnenstad en wat vragen over andere plekken in de stad. De heer VAN CREIJ: Een aantal dagen geleden is het messenverbod voor de binnenstad ingegaan, of in ieder geval kenbaar gemaakt. Op zich zijn wij daar niet tegen natuurlijk, veiligheid boven alles. Alleen, waarom is er puur en alleen gekozen voor de binnenstad? Je hebt eventueel het waterbedeffect bij andere gemeenten, dat degenen die kwaadwillend zijn het ergens gaan doen. En het staat een beetje haaks wat we vandaag eigenlijk hebben gekregen over carnavalsdonderdag.
Er wordt gezegd: er zijn problemen in de Korte Putstraat, maar dan mag bij wijze van spreken Nuland ook geen bier meer schenken tot 18.00 uur. Daar is het wel een compleet gebeuren voor de hele gemeente, en nu is het sec voor de binnenstad. Wij zijn bang dat degenen die kwaad willen eigenlijk zich gaan verplaatsen en daar zijn onze vragen op gericht. De PLV. VOORZITTER: De vragen heeft iedereen, het was eigenlijk de bedoeling om even kort de vragen toe te lichten. U neemt een iets groter uitstapje, maar volgens mij heeft iedereen de vragen gezien en dan ga ik de portefeuillehouder vragen om de drie vragen te beantwoorden. Portefeuillehouder MIKKERS: Dank de heer Van Creij voor zijn vragen en met de heer Van Creij ben ik het eens dat de veiligheid in de hele gemeente van belang is, dus niet alleen in de binnenstad. Daar zorgen we ook voor met zowel politie als handhaving. Alleen rondom de APV mogen we maar een beperkt gebied aanwijzen om zo'n verbod in te dienen, dus dat mag niet gelden voor de hele gemeente. Dus wij moeten onder condities aangeven waarom wij of in een bepaalde periode ofwel in een bepaald gebied zo'n APV toelaten in een bepaald gebied. En wij kunnen niet zeggen dat de hele gemeente binnen dat gebied moet vallen, want dat moet ik beargumenteren ook richting het juridische traject of we dat vervolmaken.
Dat is de reden waarom wij hebben aangegeven om te starten bij de binnenstad omdat daar de meeste problemen zijn rondom de horeca. Het gaat dus niet over wapens die vallen onder de Wet wapens en munitie, het gaat alleen over kleinere messen, maar dat is nog steeds link. We willen kijken hoe dat verder gaat verlopen en op basis van de ervaringen die we dan krijgen, kijken welke maatregelen we nog verder moeten nemen en of we dat eventueel uit moeten breiden naar een ander gebied. Maar dan moet ik wel argumenten hebben waarom ik dat ga aanwijzen in zo'n gebied. En ik kan u wel melden dat ook de Tweede Kamer al een motie heeft aangenomen om de minister op te leggen om een messenverbod in Nederland in te stellen en dat zou betekenen dat het APV-artikel waar we nu gebruik van maken, 3
kan vervallen en dat we gebruikmaken van landelijke wetgeving op dit traject, maar dat zal nog een paar maanden duren en gezien de noodzaak richting de zomer vinden we het toch van belang om dit voorstel nu al in te dienen en het aanwijzingsbesluit ook op die condities te nemen. Dus alle inwoners zijn me even lief, het gaat erom dat we dat goed regelen maar ik moet per se een gebied aanwijzen, anders mogen we het niet toepassen. Dat is de reden. De PLV. VOORZITTER: Aanvullende vragen? De heer Van Hattem. De heer VAN HATTEM: Dank voorzitter. Ik heb als aanvullende vraag of het nu ook zo is dat er opvallend meer gevallen zijn waarbij messen worden gebruikt en of daar ook een verklaring voor is te geven? Is er een bepaalde achtergrond van daders die meer met messen rondlopen, meer messen gebruiken? Is dat inzichtelijk te maken vanuit de portefeuillehouder? Portefeuillehouder MIKKERS: Ik kan nooit de achtergrond aangeven van mensen die we nog niet gepakt hebben, want we hebben nog geen aanwijzingsbesluit. Dus ik weet niet waar we de messen gaan vinden en wat de achtergrond van die mensen dan is bij wie we de messen gaan vinden. Wat van belang is, is dat we voor de toekomst aangeven dat dit een belangrijke ontwikkeling is. We zien dat ook in andere steden en wij vinden het van belang om het hier toe te passen.
U heeft mij de opdracht gegeven om de veiligheid in de samenleving zo goed mogelijk te betrachten. Dit kan ons behulpzaam daarbij zijn en richting de handhavers heb ik ook aangegeven dat dit best kan werken, ook zeker richting een horecaconcentratiegebied. Dat is de reden waarom we dit ingevoerd hebben en ik kan u pas na een jaar aangeven bijvoorbeeld wie we dan het afgelopen jaar hebben aangehouden met een mes en wat de achtergronden van deze daders dan zijn, zoals leeftijd, haarkleur et cetera. 2.
Vaststellen agenda van de raadsvergadering
De VOORZITTER: Dank u wel. Dan gaan we over naar de vaststelling van de agenda van deze raadsvergadering. De heer Bos heeft een verzoek. De heer BOS: Een vraag die misschien kan leiden tot een verzoek. Gisteren is een brief toegevoegd bij het initiatiefvoorstel, wat mijn fractie nog een beetje met een open einde liet of het initiatiefvoorstel nu klaar is voor beraadslaging te ja of te nee. Of er nog wijzigingen gedaan gaan worden, nu of in de toekomst, en of het daarmee nu ook oké is om te behandelen of dat we het moeten verplaatsen naar de commissie en eventueel een volgende raadsvergadering. Dat is de vraag en mocht er geen duidelijk antwoord op komen, dan zou mijn fractie het graag vanavond niet behandelen maar eerst nog een keer in de commissie. De heer VAN HATTEM: Een heel terechte vraag van de heer Bos, want dat is namelijk ook mijn persoonlijke dilemma hierbij. Daarom heb ik deze brief ook geschreven. Ik had er natuurlijk voor kunnen kiezen om al heel concrete wijzigingen neer te leggen, alleen vind ik het te prematuur om maar meteen te zeggen: we gaan meteen die richting in, want ik denk dat juist zeker bij een verordening die participatie raakt, het belangrijk is om ook met de raad te kijken waar we elkaar in kunnen vinden, op welk vlak dit de beste verordening is voor onze gemeente.
Dus ik had niet het gevoel dat dat met heel aanwijzende wijzigingen, dus heel gerichte wijzigingen op die manier het beste tot zijn recht zou komen. Daarom is mijn laatste suggestie in de brief dus ook om in ieder geval dit voorstel ook mee te laten lopen bij de werkgroep Participatie die nog van start gaat, zodat zij daar ook hun bevindingen en bedenkingen aan hebben mee kunnen geven en dan te kijken wat het beste is. Het kan wat mij betreft vanavond behandeld worden dat de raad suggesties meegeeft om het nog aan te passen, maar mijn voorstel zou wel zijn om er vanavond in ieder geval niet over te stemmen. De VOORZITTER: Mijnheer Van Hattem, dan denk ik dat het veel beter is om het voorstel door te schuiven naar een volgende commissie en dan is de vraag welke commissie, want ik wil wel alle raadsleden de ruimte geven om daar goed over te discussiëren voordat men tot besluitvorming komt. Want zeker bij een verordening die u toevoegt, heeft het rechtswerking. En het lijkt mij goed dat het dan gewoon ook inhoudelijk behandeld wordt. Dus als u daarmee instemt, en dan laat ik het aan u over of dat de volgende commissie moet zijn of de commissie die parallel loopt aan de participatienotitie, dus die ruimte hebt u dan altijd. De heer VAN HATTEM: De voorzitter zegt het eigenlijk precies zoals ik het bedoeld heb te 4
zeggen. We moeten dit met heel veel zorgvuldigheid doen, want het is een verordening, dus daarom wilde ik het vanavond ook niet heel dwingend neerleggen, van: zo moet het worden en anders niet. Dus ik denk dat het inderdaad goed is om het terug te nemen naar een commissie. Wat mij betreft zou het het beste zijn om inderdaad de werkgroep Participatie daar ook naar te laten kijken en het dan opnieuw te behandelen. Maar ik wil de raad ook niet teleurstellen als ze vanavond allemaal al een inbreng hadden voorbereid, dus de mogelijkheid ontnemen om het te doen. Dus als de raad zegt: we behandelen het vanavond en we gaan er op een later moment over stemmen vind ik het ook goed, maar terugnemen naar de commissie vind ik prima qua zorgvuldigheid. De VOORZITTER: Vindt u het goed dat ik even kijk of er teleurgestelde gezichten zijn? Ik zie relatief weinig teleurgestelde gezichten. Dan gaan we wel even kijken welke commissie dan het best is mijnheer Van Hattem, zodat de zorgvuldigheid van het thema ook behandeld kan worden. De heer VAN HATTEM: Zorgvuldigheid blijft vooropstaan. De heer ELDERS: Even een vraag, want we hebben het er gewoon over gehad, mensen hebben hun wensen en bedenkingen kunnen aangeven. De heer Van Hattem heeft zijn voorstel kunnen wijzigen, dus ik vraag me dan af wat we dan nog een keer in een andere commissie gaan bespreken.
De VOORZITTER: De heer Van Hattem heeft nu naar aanleiding van de commissiebehandeling een brief. Het kan ook betekenen dat in de commissie hij deze wijziging doorvoert in een soort conceptverordening of aangepast initiatiefvoorstel en dat in de bespreking doet van de commissie. Daarmee denk ik dat de zorgvuldigheid van de vorige commissiebehandeling goed gedaan is, maar ook voor de zorgvuldigheid voor het traject, want een verordening is wel een juridische werking, dus het is wel van belang dat het zorgvuldig gebeurt. De heer VAN HATTEM: Misschien heel kort nog, zeker bij zo'n aspect van dringende redenen dat daar in voorkomt, dat is iets wat een heel politieke afweging is. Ik vind dat je daar wel een goede discussie over moet kunnen voeren als raad wat je nu ziet als bijvoorbeeld dringende redenen om een hardheidsclausule toe te passen in zo'n verordening in plaats van dat ik maar even iets voorkauw en dat in een amendement zou neerleggen van: dit zijn dan de dringende redenen. Dit moeten we juist met zijn allen goed bekijken hoe we daar als raad in een democratisch proces mee om willen gaan. De VOORZITTER: Oké, dank u wel. Dan voeren we hem af van de agenda. Andere punten rondom de agenda? Niet? Dan ga ik over naar het maximumaantal interrupties bij de debatvoorstellen en dat is vandaag maximum vijftien per fractie. De agenda wordt voor het overige ongewijzigd vastgesteld.
3.
Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 9 april 2026
De notulen worden goedgekeurd. 4.
Ingekomen stukken en mededelingen
De lijst ingekomen stukken is conform voorgestelde afhandeling vastgesteld. 5.
Benoeming lid Rekenkamer 's-Hertogenbosch
De VOORZITTER: Er mogen nu stembriefjes uitgedeeld worden. We hebben drie kleuren. Wit is de kleur voor de Rekenkamercommissie, donkerblauw is voor de benoeming van de leden van het presidium en voor de plaatsvervangend raadsvoorzitter en we hebben lichtblauw voor de Vertrouwenscommissie en het klankbordgesprek en herbenoeming burgemeester. De stemmen worden opgehaald in volgorde, eerst de witte briefjes, als dat positief uitvalt, hebben we daarna de installatie van het nieuwe lid van de Rekenkamercommissie. Daarna gaan we de andere twee doen en die worden tegelijkertijd opgehaald.
5
De VOORZITTER: De heer Peters namens de commissie. De heer PETERS: Er zijn in totaal 36 stemmen uitgebracht. Daarvoor waren er 36, 0 tegen, 0 blanco. Dat betekent dat het lid Schermers is verkozen tot de Rekenkamercommissie. De VOORZITTER: Ik heb net een onvergeeflijke fout gemaakt. Ik zei lid van de Rekenkamercommissie, maar hij wordt lid van de Rekenkamer. Mijnheer Schermers, mag ik u naar voren roepen om de belofte af te leggen. U hebt aangegeven de verklaring en belofte af te willen leggen, en dat eindigt van uw kant met: 'Dat verklaar en beloof ik!' 'Ik verklaar dat ik, om tot lid van de Rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van Rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen.' De heer SCHERMERS: Dat verklaar en beloof ik! De VOORZITTER: Gefeliciteerd! Ik geef de raad even de mogelijkheid om te feliciteren. 6.
Benoeming leden presidium en plaatsvervangend raadsvoorzitter
De VOORZITTER: Dan gaan wij naar het volgende punt en dat is de benoeming van de leden van het presidium en de plaatsvervangend voorzitter. Mijn voorstel is om meteen de lichtblauwe briefjes op te halen, dan kan de stemcommissie het in één keer voor allebei de besluiten opnemen. De heer PETERS: We beginnen bij de benoeming van de leden van het presidium en de plaatsvervangend voorzitter. In totaal zijn er 36 stembriefjes ingeleverd. Ik ga het even per persoon af want er is een beetje differentiatie. De heer Elders is met 35 stemmen voor en 1 stem tegen verkozen. De heer Kagie is met 36 stemmen voor verkozen. De heer Soetekouw is met 36 stemmen voor verkozen. Mevrouw Claessen is met 36 stemmen voor verkozen. De heer Schuurmans is met 36 stemmen voor verkozen. De heer Bos is met 36 stemmen voor verkozen. Tot plaatsvervangend voorzitter is mevrouw Hendrickx verkozen met 34 stemmen voor, 1 stem tegen en 1 stem blanco. Daarmee zijn al deze leden benoemd tot lid van het presidium dan wel plaatsvervangend voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik feliciteer u hartelijk. 7.
Benoeming leden Vertrouwenscommissie voor de klankbordgesprekken en herbenoeming burgemeester
De heer PETERS: Benoeming van de leden van de Vertrouwenscommissie voor de klankbordgesprekken en herbenoeming burgemeester. Hiervoor zijn wederom 36 briefjes ingeleverd. De heer Kouwenberg is verkozen met 35 stemmen voor en 1 stem tegen. De heer Liebregts is verkozen met 36 stemmen voor. Mevrouw Hendrickx is verkozen met 36 stemmen voor. Mevrouw Hoekstra-Wittebol is verkozen met 36 stemmen voor. Mevrouw Samshuijzen is verkozen met 36 stemmen voor en de heer Schuurmans is verkozen met 36 stemmen voor. Daarmee zijn ze allen benoemd tot lid van de Vertrouwenscommissie. De VOORZITTER: Dank u wel. Ook gefeliciteerd. En dank aan de commissie voor het zware werk. U hebt dat met groot verantwoordelijkheidsgevoel gedaan, dus dank u wel. STUKKEN WAAROVER GEEN DISCUSSIE MEER WORDT VERWACHT (A) 8.
Wijziging omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Vergroening Dijklint Orthen'
De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Wat de PVV-fractie betreft had de historische dijkbebouwing gewoon moeten blijven staan op het dijklint in Orthen, maar tegen het voorstel zelf hebben we weinig bezwaren.
6
Zonder beraadslagingen besluit de raad in overeenstemming met het bovengenoemde voorstel van burgemeester en wethouders. LICHTE BESPREEKSTUKKEN (B) 9.
Zienswijze Begroting 2027 Veiligheidsregio Brabant-Noord VRBN
De VOORZITTER: Ik verzoek mevrouw Hendrickx om nu in officiële vorm het voorzitterschap over te nemen. De PLV. VOORZITTER: De heer Van Creij, u heeft één amendement ingediend op dit voorstel en u krijgt één minuut om het even kort toe te lichten en daarna kunnen we gaan stemmen met eventuele stemverklaringen. De heer VAN CREIJ: Wij hebben al in oktober 2023 een motie ingediend over het WASsysteem. En hoewel er vandaag naar buiten is gekomen dat er een mogelijkheid bestaat dat het alsnog behouden blijft, dienen wij toch dit amendement in om bij de Veiligheidsregio de nadruk erop te leggen dat wij als gemeenteraad het behoud van het luchtalarmsysteem heel belangrijk vinden. Portefeuillehouder MIKKERS: Mijnheer Van Creij, dat het dreigement met uw amendement er meteen voor gezorgd heeft dat op de NOS-site staat dat het mogelijk geregeld gaat worden, dat is toch wel knap. Alle gekheid op een stokje, ik denk dat het signaal dat de heer Van Creij uitzendt samen met 50PLUS en de PVV van waarde is, dus ik heb er geen bezwaar tegen om het op te nemen in de zienswijze, dus vanuit het college geen bezwaar tegen het amendement. Amendement 1, Zienswijze gemeente 's-Hertogenbosch over uitfasering Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS), van gewoon ge-DREVEN en 50PLUS, wordt met algemene stemmen door de gemeenteraad aangenomen.
Zienswijze Begroting 2027 Veiligheidsregio Brabant-Noord VRBN, wordt met algemene stemmen door de gemeenteraad aangenomen. DEBATSTUKKEN (C) 10.
Initiatiefvoorstel 'Raadgevend referendum voor de Bosschenaren'
Dit agendapunt is van de agenda afgevoerd. 11. 12.
Jaarstukken 2025 Actualisatie Begroting 2026
De VOORZITTER: Zoals ook in de commissie is aangegeven worden deze stukken integraal behandeld. Er zijn twee moties ingediend door de heer Van Hattem, dus die geef ik als eerste het woord. De heer VAN HATTEM: Op zichzelf zijn bij deze jaarstukken, die natuurlijk eigenlijk de verantwoordingsdag zijn van het afgelopen jaar, en de bijstelling van de begroting, genoeg opmerkingen te maken, al was het maar het € 17,8 miljoen overschot en de herbestemming ervan, zaken rondom veiligheid en openbare orde in onze gemeente, allerlei andere ontwikkelingen die spelen, maar ik denk dat een aantal andere fracties ook duidelijk de keus hebben gemaakt om dat bij de behandeling bij het nieuwe collegeakkoord, het nieuwe bestuursakkoord, te doen en dat we daar onze knopen gaan tellen. Desalniettemin is bij de afweging van de herbestemming van de middelen nog wel belangrijk dat we daar kritisch naar kijken. We zijn er als PVV-fractie ook niet enthousiast over om nu al middelen te herbestemmen die eigenlijk gewoon terug zouden moeten naar de algemene middelen en dat de raad daarin een nieuwe afweging kan maken. Ten aanzien van de jaarstukken zijn er wel twee dingen die ik dan toch een beetje als lopende zaken zou willen beschouwen en niet per se als iets wat het nieuwe college aangaat.
Dat is de nieuwbouw van de Lage Diezebrug en de zero-emissiezone, nadrukkelijk twee projecten die nog vanuit het oude college op touw zijn gezet. Allereerst over de renovatie van de oude Diezebrug ten opzichte de nieuwbouw voor de Lage Diezebrug. We hebben eerder in 2023 gezien dat kosten van de Lage 7
Diezebrug zouden oplopen van € 10 miljoen naar € 16,4 miljoen, dus een forse kostenstijging. Nu zou het opnieuw duurder worden en langer gaan duren. Kortom, wat de PVV betreft moeten we gewoon de vraag gaan stellen: de bestaande brug die er ligt en een monumentale brug is, in ieder geval een historische brug van net voor de oorlog, die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de bevrijding van 's-Hertogenbosch, waar de Britse troepen onze stad zijn binnengetrokken onder andere over die brug. Er is ook een motie over aangenomen in 2021 die de PVV-fractie heeft ingediend, om in ieder geval de historische delen van die brug, denk aan het mooie staalwerk met de klinknagels erin, te behouden voor hergebruik. Als we die brug in zijn geheel moeten behouden, want destijds is er een berekening gemaakt waarbij gezegd werd: die kosten van de renovatie van die brug wegen niet direct op tegen de nieuwbouw van een nieuwe brug. Maar als we nu zien dat de nieuwe brug zoveel duurder gaat worden, dan wil ik toch wel de vraag stellen of dat nog steeds zo is. Om die afweging goed te kunnen maken zou ik dat graag in beeld willen hebben, dat we als raad kunnen bekijken of we op die manier misschien toch over de Lage Diezebrug die alsmaar meer gaat kosten, een nieuwe afweging moeten kunnen maken.
We hebben in Den Bosch natuurlijk een heel pijnlijke historie met allerlei bruggen, de Bartenbrug, noem ze maar op. Dus vandaar deze motie. De tweede motie gaat over de meetrapporten van de zero-emissiezone. In de commissie Bedrijvigheid is aangegeven dat er meetrapporten zijn over de effecten van de zero-emissiezone, maar dat die op dit moment nog niet worden vrijgegeven. We vinden het als PVV Den Bosch heel belangrijk dat er ook transparantie is naar onze inwoners en ondernemers toe, dat ze ook weten wat de effecten hiervan zijn en of het überhaupt zinvol is om zo'n zero-emissiezone in te stellen. Het gaat hier uiteindelijk ook om milieu-informatie en daar ligt altijd een hoge mate van transparantie onder, dus mijn oproep aan het college is om deze gegevens, onderzoeken, evaluaties, noem maar op, allemaal vrij te geven, zodat we ook weten waar we aan toe zijn, zodat we ook weten wat zo'n zeroemissiezone daadwerkelijk al dan niet bijdraagt en daar roept deze motie toe op, want de zeroemissiezone heeft natuurlijk een grote impact op onze ondernemers, op de bereikbaarheid van onze Bossche binnenstad. Mevrouw HENDRICKX: U zegt: die rapporten wil ik graag openbaar hebben.
Heeft u dat niet gewoon via de technische weg kunnen krijgen? Wat zit er nu achter om daar een motie over in te dienen? De heer VAN HATTEM: Het punt is dat er in de commissie om is gevraagd en toen is aangegeven dat de bereidheid er niet was om die rapporten vrij te geven, dus vandaar dat we op een motie zijn uitgekomen. Maar als alsnog spontaan blijkt dat de bereidheid er wel is, is het natuurlijk nog veel makkelijker, maar we hebben gewoon politiek gehoord dat de bereidheid er niet was, dus vandaar het verzoek. Mevrouw HENDRICKX: Nou, ik heb ook een keer een dergelijke situatie meegemaakt en ik kan u aangeven dat u via de griffier gewoon toegang heeft tot alle beleidsdocumenten, ook stukken die beleidsvoorbereiding betreffen. Die behoren gewoon openbaar te zijn, dus ik vind het heel opmerkelijk dat dit gebeurt. Dat wil ik even gezegd hebben. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat de griffier u kan helpen om alsnog de stukken op tafel te krijgen, want volgens mij moeten we alles in de openbaarheid kunnen en doen en volgens mij behoort het ook tot de regels in dit huis. Maar misschien kan zo meteen de portefeuillehouder daar nog iets over zeggen. De heer VAN HATTEM: Ik heb alleen geconcludeerd dat dit de afdronk was van de commissievergadering zoals ik het ook vanuit de commissieleden heb meegekregen en daar hebben we deze motie op gebaseerd.
En als het anders is, hoor ik dat graag van het college. Maar de lijn zoals die wordt gezegd door mevrouw Hendrickx zou inderdaad eigenlijk de lijn zijn zoals die hoort te zijn. De heer KAGIE: Het jaarverslag 2025, de actualisatie begroting, zoals ook al gezegd door de heer Van Hattem, voelen we al tijdens de hele raadscyclus dat dit meer als een tussendoortje wordt gezien richting de nieuwe ambities die we volgende week met elkaar gaan bespreken, terwijl er wat Leefbaar 's-Hertogenbosch betreft toch ook wel lessen in het jaarverslag zitten. Dat gaat niet alleen over de successen van Serious Request, het succes van Huis73, maar ook over het feit dat we bepaalde doelstelling met elkaar hebben die we onvoldoende meetbaar hebben. En als we dan zeggen dat we iets hebben uitbesteed, neem citymarketing, dan zeggen we: dat hebben we niet voor niets uitbesteed. Daar stellen we geen moeilijke vragen aan. Meerdaags toerisme, houden we niet bij. Overlast jongeren, expertmeeting bijwonen. Het verleggen van het autoverkeer van voor naar 8
achter het station Magistratenlaan, daar wachten we nog even op. We vieren elke keer als we geld binnenhalen vanuit het rijk voor woningen, maar als we niet aan de criteria voldoen blijft het ijzig stil. En zo gaat het nog wel over een paar onderwerpen door, maar Leefbaar 's-Hertogenbosch wil vooral dit moment, dit interbellum eigenlijk, tussen het ene college en het andere college, gebruiken om de grootste les van de afgelopen jaren te onderstrepen. Zonder prioriteiten en heldere keuzes leiden meer ambtenaren, meer geld en hoge ambities niet tot de gewenste resultaten voor onze inwoners en ondernemers. Deze torenhoge ambities kunnen verdampen en dat werd pijnlijk duidelijk in de Bossche Stadsdelta, de stedelijke gebiedsontwikkeling van de vorige periode, feitelijk al afgetrapt in 2019. Waar mobiliteit, cultuur en woningbouw samen moesten komen. De inzet van al die middelen en aandacht, en de aanwezigheid van al die ambities, konden niet voorkomen dat het Design Museum sneuvelde, dat de Lage Diezebrug sneuvelde. Ondanks bijgestelde kosten en ondanks het feit dat de huidige brug eigenlijk niet meer levensvatbaar is. Wat betekent dat nu voor de 185 woningen van de heer Kabbouti? De voorgenomen state of the art-parkeergarage onder diezelfde Citadelpoort, we zitten al op ongeveer € 50 miljoen.
Gaat het er nog van komen? De parkeerfaciliteit op de Tramkade, is inmiddels tijdelijk en ergens in de buurt van de Tramkade. En aanvang woningbouw Tramkade staat inmiddels in plaats van na 2025 op 2030. Hoe torenhoge ambities verdampen. Terwijl als je elke drie maanden in Eindhoven landt er weer een nieuw gebouw in StrijpS is herrezen. Zijn de uitdagingen zoals ze er nu dan zijn volgens Leefbaar 's-Hertogenbosch, niet evident? Natuurlijk is er netcongestie. Natuurlijk zijn er projectmanagementschaarstes of ambtelijke schaarstes, grondstoffenschaarstes, De heer VAN HATTEM: Ik hoor de heer Kagie van Leefbaar 's-Hertogenbosch zeggen dat de huidige Diezebrug niet meer levensvatbaar zou zijn, maar er is natuurlijk destijds wel gekeken naar wat de mogelijkheden zijn om hem op te knappen. Het zal natuurlijk ook altijd geld kosten om de constructie te verstevigen, maar het is technisch gezien nog wel mogelijk. Het is van zichzelf gewoon een stevige brug, alleen vond een deel van de raad het voor sommige mensen een te zware sportieve prestatie om tegen een hoge helling op te moeten fietsen.
Ik zou zeggen: het is goed voor de gezondheid, doe het vooral, maar is de heer Kagie het met mij eens dat er nog best naar de levensvatbaarheid van die brug gekeken zou moeten worden, in plaats van ik weet niet hoeveel miljoenen, misschien wel richting de € 20 miljoen, te gaan uitgeven om een nieuwe brug daar neer te leggen? De heer KAGIE: Ja, maar ik ga ik ook voor uw motie stemmen. Het enige wat ik aanhaal, is dat de heer Van der Geld hier, ik zat er zelf bij in de commissie, deed alsof de brug elk moment kon instorten, dus moesten we even akkoord gaan van € 10 miljoen naar € 16 miljoen voor de Lage Diezebrug. Ik haalde het argument erbij, en het wonder dat die brug zichzelf heeft gerehabiliteerd, daar zijn we samen bij. Maar ik stem voor uw motie. De heer VAN HATTEM: Het is goed om te horen dat die levensvatbaarheid nog wel degelijk in potentie aanwezig is. De heer KAGIE: Dus zijn die uitdagingen dan niet evident? Ja, die zijn wel evident, maar wat Leefbaar 's-Hertogenbosch betreft is nu de kunst richting de toekomst, en daar zullen we het volgende week ook zeker over hebben, schrijven we deze uitdagingen twee keer per jaar obligaat op in onze verslaggeving? Zo van, het is weer niet gelukt.
Of gaan we ons van tevoren verhouden in de prioriteiten en de keuzes die we maken? Dat is de uitdaging die voor ons ligt en daar zullen we het volgende week uitgebreid met elkaar over hebben. De heer SCHUURMANS: Om scherpe keuzes te kunnen maken, om de basis op orde te houden, financieel gezond koers te houden en echt te weten of het beleid dat wij hier met elkaar bespreken echt effect heeft, moet men ook kritisch naar zichzelf durven kijken. Daarbij telt: meten is weten. En de VVD mist in de huidige stukken nog te vaak concrete meetbare resultaten. Weliswaar kijken we met deze stukken terug, maar we gunnen het onszelf en onze inwoners dat wij deze bestuursperiode het echt wel beter gaan doen met betere, passendere en vooral scherpere indicatoren voor de doelstellingen die wij met elkaar stellen. Want alleen met heldere en daarmee goed uitlegbare indicatoren kunnen wij goed onze controlerende functie uitvoeren. Vinger aan de pols houden om te kijken of het belastinggeld van onze inwoners en ondernemers doelmatig wordt besteed, en bovenal, of de beoogde maatschappelijke en economische effecten daadwerkelijk worden behaald. In de commissies hadden we het met de fractie in het bijzonder over het belang van het toekomstbestendig maken van onze jeugdzorg, erkenning voor mantelzorgers, en zeker 9
gezien de afgelopen week, de Week van de Jonge Mantelzorger, ook onze jonge mantelzorgers. Eén punt dat ik daar ook wil uitlichten om hier nogmaals een lans voor te breken is de Afvalstoffendienst. Door het wegvallen van het commercieel gebruik van de overslag halverwege de veiligheid, waarvoor wij als Bossche VVD alle begrip hebben en ook alle begrip hadden, kijken we nu aan tegen een mogelijk jaarlijkse tegenvaller. Dit jaar, of afgelopen jaar € 1,1 miljoen. Nu de veiligheid op orde is, is het zaak om te voorkomen dat die tegenvaller structureel wordt en op het bordje van onze inwoners belandt. Veiligheid is het fundament om op voort te bouwen en voor die veiligheid doen we dan ook absoluut geen concessies. Maar we vragen wel om ondernemerschap op dit gebied en perspectief vanuit het college. Daarom de vraag aan het college: ziet het college ook dat het van groot belang is dat de Afvalstoffendienst een gezonde toekomstbestendige exploitatie krijgt, een scherp oog voor zowel de veiligheid, maar ook een benutting van de overslaghal? Graag het perspectief van het college hierop. Mevrouw LIPMAN: De jaarstukken bieden een moment van reflectie, van terugkijken op wat het afgelopen jaar bereikt is. En daar valt genoeg over te zeggen. Er zijn al een aantal mooie momenten aangehaald en er zijn zeker successen behaald.
Wat ons echter opvalt, is het grote overschot dat aan de reserve wordt toegevoegd. Tijdens de commissie heeft mijn fractie eigenlijk al de hoop uitgesproken dat deze reserve ingezet zal worden voor lastenverlichting. En of dat nu is bij de Afvalstoffendienst zoals besproken of door andere gemeentelijke belastingen te verlagen, het CDA ziet dat het demissionair college daar niet voor kiest. Tijdens de commissie is ook al aangegeven, eigenlijk door de VVD, dat het wachten is op het bestuursakkoord. En nu het concept er ligt zien we inderdaad dat van lastenverlichting geen sprake is. Dat vindt mijn fractie een gemiste kans. Wij hebben het bestuursakkoord dan ook met interesse gelezen, maar daar gaat het vanavond niet over, dus daar zullen we volgende week in ieder geval onze gedachten en ons licht op schijnen, maar we vinden het wel jammer om te zien dat in ieder geval voor de burgers die lastenverlichting er niet in zit. De heer LIEBREGTS: Toen we de jaarstukken en de actualisatie van de begroting naast elkaar legden, moesten we denken aan iets wat veel mensen thuis herkennen. Aan het einde van het jaar kijk je terug: wat ging goed, wat had beter gekund, maar vervolgens kijk je ook vooruit. Wat nemen we mee naar volgend jaar? En dat is precies wat we hier vandaag doen. Maar beide stukken vertellen hetzelfde verhaal.
Een verhaal van een gemeente die financieel gezond is, maar ook een gemeente die steeds vaker moet kijken naar de vraag of plannen daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. Er is veel bereikt. Er zijn woningen gebouwd, er is gewerkt aan bereikbaarheid en duurzaamheid, ondersteuning van inwoners. En daar mogen we best trots op zijn. Tegelijkertijd zien we opnieuw voordelen ontstaan doordat investeringen worden uitgesteld en kapitaallasten vrijvallen. Dat is geen verwijt, maar het is wel een signaal. Want geld dat niet wordt uitgegeven, heeft dan ook een ander verhaal. Een verhaal over projecten die later worden uitgevoerd, over ambities die nog niet volledig zijn gerealiseerd of over inwoners die langer moeten wachten op een verbetering. Daarom vinden wij als 50PLUS dat de komende bestuursperiode niet alleen moet gaan over nieuwe plannen, maar vooral over uitvoeringskracht. Niet omdat we twijfelen aan de inzet van de medewerkers, integendeel, maar omdat inwoners uiteindelijk niet geholpen worden door plannen op papier. Inwoners worden geholpen door resultaten. Daarnaast zien we dat mantelzorgers, daar werd zojuist ook al over gesproken, steeds belangrijker worden voor onze samenleving. Maar mantelzorg wordt steeds vaker verleend door mensen die daarnaast ook nog werken, studeren, of een gezin hebben.
Wanneer daar intensieve zorgtaken bij komen, ontstaat er een risico op overbelasting, ziekteverzuim en burn-out. Om die zorg vol te kunnen blijven houden, kiezen veel mantelzorgers ervoor minder te gaan werken en dat is ook begrijpelijk. Maar het heeft gevolgen voor de mantelzorger, de werkgever en uiteindelijk ook voor de samenleving. Juist in een tijd waarin sectoren kampen met personeelstekorten is dat geen ontwikkeling waar we te licht over moeten denken. En wat vaak vergeten wordt is dat mantelzorgers soms ook een financiële prijs betalen. Minder werken betekent minder inkomen vandaag, maar minder pensioenopbouw voor morgen. En dat verdient volgens 50PLUS meer aandacht dan het nu krijgt. Ook de woningmarkt vraagt om een andere blik. Steeds vaker blijkt dat het niet alleen gaat over een tekort aan woningen, maar ook om doorstroming. Veel ouderen wonen prettig in hun woning, maar zouden best willen verhuizen als er een passende woning beschikbaar was. Wanneer geschikte seniorenwoningen ontbreken, stokt die doorstroming. ABN AMRO Bank wees daar vorige week ook op. De bank waarschuwde ons voor een groeiende mismatch tussen bestaande woningvoorraad en de veranderende samenstelling van de huishoudens. Onvoldoende doorstroming en een tekort aan passende seniorenwoningen raakt daarom niet alleen het wonen. Het raakt ook zorg, leefbaarheid, zelfstandigheid en de toekomst van 10
onze wijken. Vandaag dienen we nog geen moties in. Dat moment komt bij de behandeling van het bestuursakkoord, maar de onderwerpen die vandaag genoemd zijn zullen voor 50PLUS richtinggevend zijn voor de komende bestuursperiode. Uitvoeringskracht, mantelzorg, dienstverlening, toegankelijke wijken en uiteraard passende woningen en een overheid die niet alleen luistert maar ook terugkoppelt, want uiteindelijk gaat het niet alleen om gezonde cijfers, het gaat ook om inwoners die merken dat beleid daadwerkelijk verschil maakt in hun dagelijks leven. Mevrouw HENDRICKX: Kort wil ik toch nog terugkomen op het feit dat er, wat ik in de commissie eigenlijk ook al aangaf, inmiddels € 83 miljoen in de reserve zit en zo'n € 42 miljoen aan overhevelingen dit jaar heeft plaatsgevonden naar volgend jaar. Ik heb in de commissie aangegeven dat ik dat toch een signaal van een disfunctionerende overheid vind. Ik durf het nog een keer te zeggen mijnheer Elders, en het is natuurlijk ook zo. We moeten echt proberen om het geld dat we hebben en de doelen die we met elkaar afspreken ook te realiseren. Dat is eigenlijk ook een oproep aan het volgende college en aan het bestuursakkoord. Want met het stellen van die doelen creëer je ook verwachtingen buiten, dus als je kijkt naar de stadsmonitor en de cijfers daar en het vertrouwen van burgers in de overheid, is dat al niet al te best.
Dus ik vind dat we echt ons stinkende best moeten doen om het geld ook terug te geven aan onze inwoners. Ik heb nog eens gekeken in die brieven van het college, want ik overwoog een motie, om ons als raad inzicht te geven. De heer VAN HATTEM: Ik sla natuurlijk aan op mevrouw Hendrickx van De Bossche Groenen als ze zegt van: het geld teruggeven aan onze inwoners. Want dan is er blijkbaar te veel geld opgehaald. Dan is onnodig de afgelopen bestuursperiode de ozb met 10% verhoogd bijvoorbeeld. Is mevrouw Hendrickx het dan met mij eens dat we in plaats van te moeten zeggen 'we moeten maar dingen bedenken om het te realiseren', we moeten zorgen dat dan in ieder geval die lasten omlaaggaan voor onze burgers en dat we het op die manier ook echt aan de burgers teruggeven. Mevrouw HENDRICKX: Het ophalen van belastinggeld heeft als doel dat we daar door middel van allerlei diensten en projecten terug kunnen geven aan onze inwoners doordat de leefbaarheid en het welzijn van ons allemaal erop vooruitgaat. En als je ziet dat dat structureel niet lukt, dan is het wel de vraag of je zulke belastingen moet blijven heffen, omdat je misschien de ambities die we hebben, en die ambities zijn heel mooi, niet kunt realiseren.
En als je keer op keer ziet dat dat niet lukt, moet je jezelf wel kritisch de vraag stellen: moeten we dan zoveel geld ophalen bij onze inwoners, want die kijken allemaal mee en die willen er natuurlijk wel wat voor terug, want de gemeente is natuurlijk geen bank of geen bedrijf dat winst moet maken, maar is gewoon bedoeld om het geld terug te laten vloeien naar de samenleving. Dus dat is misschien een indirect antwoord op uw vraag. De heer VAN HATTEM: Precies, ik wil de commissievergadering niet helemaal overdoen, maar dat is ook de reden dat ik bij de commissievergadering dit punt ook heb gemaakt. Eigenlijk zouden we nu moeten zeggen: we gaan de ozb verlagen of de hondenbelasting afschaffen of een andere stap zetten waarmee dit geld toch weer in de portemonnee van de burger komt, die het zelf kan uitgeven in plaats van dat we het hier inderdaad op de bank laten staan.
Maar dan is mijn vervolgvraag: als wij als gemeenteraad zouden zeggen: bepaalde projecten moeten we richting deze nieuwe bestuursperiode misschien gaan bijstellen of schrappen om minder geld uit te geven, om die ambities wat terug te brengen die toch niet gerealiseerd worden, kan mevrouw Hendrickx dan aangeven op welk punt ze bij voorkeur een koerswijziging zou willen zien? Mevrouw HENDRICKX: In ieder geval kun je van de discussie over de hondenbelasting die we jarenlang gevoerd hebben, zeggen: goed, er staat een gat in de begroting, maar achteraf blijkt het eigenlijk helemaal geen gat te zijn want er is zo ontzettend veel geld. Ik denk dat we een van de rijkste gemeenten in heel Brabant zijn, dus dat is een van de dingen waarvan ik denk: dat had anders gekund. En zo is dat met behoorlijk wat voorstellen geweest de afgelopen vier jaar, waarbij wij telkens hoorden van het college: er is geen geld, er komt een rampjaar aan, we moeten sparen. Dat blijkt gewoon natuurlijk een beetje een broodjeaapverhaal geweest te zijn want er was wel degelijk geld. Dus daarom vind ik het ook heel belangrijk dat het college de volgende bestuursperiode echt werk gaat maken van dat wendbaar begroten en vroegtijdige terugkom bij de raad als het ziet dat het op de portefeuille gewoon niet lukt. Want dat kan natuurlijk gebeuren.
De heer KAGIE: Mevrouw Hendrickx, via de voorzitter, mijn vraag is eigenlijk, want dat gebeurde in de commissie ook even en ik wil dat toch één keer centraal nog aan u vragen. Gaat het 11
er nu om dat het doel is dat we per definitie niet te veel geld overhouden, of gaat het er nu uiteindelijk om dat we dat geld omzetten in beleid en dat als we dat beleid beloven dat we dat ook omzetten in meters. Want daar zit toch het zwaartepunt? Toch niet in het boekhoudkundige? Mevrouw HENDRICKX: Ik denk dat we onze inwoners het eerlijke verhaal moeten gaan vertellen als bestuurders en als raadsleden. Dat dus niet alles kan. En wat wij gewend zijn in onze politieke arena is gouden bergen beloven. En daar doen we vaak elke raadsvergadering nog een schepje bovenop door nog eens keer een extra motie. De wethouder doet nog eens een keer een extra uitspraak. Natuurlijk gaan we voor die hoeveel-duizenden woningen, natuurlijk gaan we voor de Bossche Stadsdelta, natuurlijk gaan we voor een publiekstrekker. Maar het blijkt gewoon allemaal in feite niet te zijn gelukt. Dus je moet wel heel kritisch kijken naar wat de beloften zijn die we doen, en wat we zeggen tegen onze inwoners, om die teleurstelling ook te voorkomen. Want ik denk dat we met z'n allen wel zien dat inwoners teleurgesteld zijn in de overheid omdat de verhalen die verteld worden soms toch gewoon lege hulzen blijken te zijn. Mevrouw HOEKSTRA: Ik zou mevrouw Hendrickx toch even willen vragen om te reflecteren op wat we dan in de commissie met elkaar bespraken.
Toen gaf de wethouder eigenlijk het veelbetekenende voorbeeld, het gaat natuurlijk over heel erg veel geld, maar u moet het eigenlijk zien als een keuken voor € 10.000 en dan heeft u € 180 niet besteed. Als u het in die verhouding beschouwt, vindt u dan uw eigen woorden over disfunctioneel bestuur nog steeds passend in deze zaal? Mevrouw HENDRICKX: Ik vind het heel erg veel geld. Het was ook een vraag aan PRO wat ik ook aan u zeg, dat vindt u misschien niet zo heel erg veel geld, € 42 miljoen doorschuiven, of zo'n € 15,9 miljoen. Mevrouw HOEKSTRA: U moet mij geen woorden in de mond leggen want dat heb ik niet gezegd. De VOORZITTER: Via de voorzitter. Eerst het antwoord van mevrouw Hendrickx. Mevrouw HENDRICKX: Ik vind dat heel veel geld en ik ken een heleboel partijen in deze stad die dat geld heel hard kunnen gebruiken om wat extra's te doen voor armoede, om wat extra's te doen voor mensen die het moeilijk hebben. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat PRO dat toch ook vindt? Of kijkt u er anders naar? Mevrouw HOEKSTRA: Ik stelde een vraag aan mevrouw Hendrickx en daar krijg ik geen antwoord op, ik krijg een vraag terug. Ik vind € 42 miljoen ook heel erg veel geld en ik ben ook heel erg blij dat we volgende week een debat gaan voeren over waar we dat geld aan gaan besteden.
Ik ben het van harte met u eens dat er dan heel mooie dingen zijn om dat geld aan te besteden, maar mijn vraag aan u was: als u kijkt naar de verhouding die de wethouder ons vorige week in de commissie voorlegde, namelijk je schaft een keuken aan van € 10.000 en in die verhouding heb je € 180 niet besteed. En u vertelt hier een heel verhaal over dat wij allerlei doelen niet bereiken, dat we een disfunctioneel bestuur hebben. Vindt u dat dan passend als u kijkt naar de verhouding om het feitelijke bedrag waar we het over hebben? Mevrouw HENDRICKX: Goed, u kunt dan refereren aan die € 15,9 miljoen, maar dan wil ik u ook eventjes confronteren met de € 42 miljoen aan projecten die worden doorgeschoven. Dat is € 42 miljoen. Dat is niet een kleine keuken die niet verbouwd kon worden, zo'n soort metafoor had u. Ik zou die woorden niet in m'n mond willen nemen voor een bedrag van € 42 miljoen doorschuiven en een bedrag van € 15,9 miljoen overhouden. Dit is bijna jaarlijks, dus nogmaals, u kunt dan zeggen dat het wel een beetje meevalt in die hele begroting. Ik kan mij elk jaar bij de begroting de discussie herinneren over de subsidie die we moeten afwijzen voor kleine clubjes en verenigingen die hier een paar duizend euro nodig hebben en die gewoon geen stuiver kunnen krijgen omdat het er niet is. Dus ik wil hier toch wel die verschillende grootheden even overeind houden.
De heer ELDERS: Ik ben nog steeds benieuwd naar het antwoord op de vraag die mevrouw Hoekstra stelde, want het gaat hier nu nog steeds over 1,8%. U heeft het over het eerlijke verhaal, u gebruikt termen hier als broodjeaapverhaal, als een totaal disfunctioneren van het bestuur, u gebruikt grote woorden. Maar kunt u nu reflecteren op 1,8%? Wanneer is het dan wel genoeg? 1%, 12
0,5%? Mevrouw HENDRICKX: Ik zei het net ook al. Dat is die € 15,9 miljoen. Daar heeft u het over. Dat is die 1,hoeveel procent, 1,8% was het hè. Maar ik heb het dan over de € 83 miljoen in de algemene reserve waarvan we met elkaar hebben afgesproken dat we daar maximaal € 35 miljoen in hebben. Daar zit dus een gat van zo'n € 50 miljoen dat we hebben opgehaald bij onze inwoners dat we gewoon niet besteed hebben. Daarnaast zie ik € 42 miljoen aan projecten die gewoon niet zijn uitgevoerd en worden doorgeschoven. Dus dan kunt u mij elke keer houden aan die 1,2%. Er zijn nog wat andere getallen die ook in het jaarverslag staan waar ook wat mij betreft uit blijkt dat de doelen die we met elkaar hebben afgesproken niet worden gerealiseerd. En dan vraag ik om enig realisme en het bijstellen van ambities. Dat lijkt mij een heel terechte oproep vanuit mij op deze plek. De heer ELDERS: Volgens mij zijn er ook superveel projecten die nog niet gedekt zijn. Neem maar eens een kijkje in het Structuurfonds wat ons nog allemaal te wachten staat aan grote ambities die we hebben. Als we het hebben over ambities deponeren, dan ben ik ook weer heel erg benieuwd. Mevrouw Hendrickx staat altijd vooraan om hier voor een club in de stad op te komen en te zeggen: we gaan ze helpen, geef maar geld. U zegt: we moeten stoppen met ambities stapelen.
Zou mevrouw Hendrickx dan zelf even reflectie kunnen tonen, kunnen zeggen van welke dingen in de afgelopen vier jaar die ze hier heeft geopperd ze die misschien dan toch niet zou moeten opperen. Mevrouw HENDRICKX: Dat zijn twee verschillende dingen. Dat is een beetje appels met peren vergelijken. Wat mijn punt is, is dat bij het jaarverslag er geld overblijft. Dat zegt natuurlijk helemaal niets over het feit dat wij als raadsleden gewoon de straat op moeten gaan, de problemen van onze inwoners moeten aanhoren en dat we die hier vervolgens met elkaar bespreken. Dat lijkt mij nu de hele gedachte van volksvertegenwoordiging. En dat is niet altijd alleen maar klakkeloos uitvoeren waar het college mee komt, maar dat is soms ook een andere agenda, die ook aandacht vraagt. Dat lijkt me volkomen terecht en ik zou eigenlijk de oproep aan u allen willen doen om niet alleen hier naar het collegeprogramma te kijken maar vooral ook buiten op te halen en dat ook ruimte te geven op onze agenda. De heer ELDERS: Mevrouw Hendrickx geeft gewoon geen antwoord op de vragen die hier worden gesteld. We vragen hier: wanneer is het dan wel genoeg, wanneer functioneert deze stad, wanneer vertellen ze wel het eerlijke verhaal, niet een broodje aap? We hebben het hier over 1,8% overbesteding, het college maakt de reserve die het niet meer uitgeeft omdat er ook nog een volgend college aankomt.
Wat is nu precies het probleem van mevrouw Hendrickx? Mevrouw HENDRICKX: Nu heb ik het drie keer gezegd. Die 1,8%, ik zeg het nog een keer, dat is die € 15,9 miljoen, waarvan u zegt: dat is over, daarvan kun je zeggen: dat is niet zoveel. Ik zeg: ik vind € 15,9 miljoen, als ik kijk naar wat wij te verdelen hebben bij de begroting, een behoorlijke lap met geld waarmee wij heel veel dingen voor de mensen kunnen doen. Daarnaast gaat u voorbij aan de € 83 miljoen in de reserve waarvan ik zeg: dat geld moet niet in de reserve zitten, want we hebben afgesproken dat daar maximaal € 35 miljoen in zit. Daar zit € 50 miljoen te veel in. Daarnaast zeg ik: er is € 42 miljoen uit doorgeschoven projecten, en de oproep die ik hier doe is: laten we nu met elkaar dat geld besteden. Dus u kunt naar mij kijken maar ik zou vooral proberen om dat geld te gaan besteden. De heer SCHUURMANS: Hier poging drie. Het ging zojuist over realisme. Als we dan terugkijken op het afgelopen jaar, het ging net over de straat op, maar er is ook een straat die dicht is gegaan, er zijn een hoop zaken gebeurd het afgelopen jaar die het college niet had kunnen voorzien, die wij niet hadden kunnen voorzien.
Hoe reflecteert De Bossche Groenen op het afgelopen jaar, dat dat best wel eens heeft kunnen leiden tot een aantal vertragingen en daarmee het doorschuiven van projecten? Mevrouw HENDRICKX: Ja natuurlijk, er zijn allerlei omstandigheden waardoor dat natuurlijk kan gebeuren mijnheer Schuurmans, en daar vindt u mij meteen aan uw zijde. Ik zeg ook niet dat het altijd een heel duidelijke oorzaak heeft of een te beïnvloeden oorzaak heeft. Dus bijvoorbeeld te weinig capaciteit aan ambtenaren, toen ben ik de wethouder ook bijgevallen in de commissie. Daar heeft hij best wel een punt. Als hij onvoldoende mensen heeft, dan wordt het heel lastig. Maar mijn oproep is dus, op het moment dat een portefeuillehouder ziet aankomen dat hij de klussen niet 13
geklaard krijgt op zijn portefeuille, dat hij vroegtijdig bij de raad terugkomt en zegt: we hebben deze ambitie met elkaar afgesproken, maar dat gaat me helaas niet lukken. Zegt u het maar. Wilt u daar extra op inkopen, wilt u er extra op inzetten of zullen we het geld terug laten vloeien en het aan iets anders besteden? Dat is mijn oproep hier. De heer SCHUURMANS: Een vervolgvraag. Er is een motie hier die zo meteen voorligt over een brug. Een brug die duurder wordt, een aanbesteding die terugkomt. En er wordt eigenlijk toch naar de raad toegegaan en gezegd: dit lukt zo niet. Hoe reflecteert De Bossche Groenen op dat proces, kijkend naar de motie die er zo meteen aankomt? Mevrouw HENDRICKX: De brug, het blijkt dat die te duur wordt. Als u zegt: reflecteer daarop, ik vind het een heel bijzondere gang van zaken omdat de wethouder natuurlijk heeft aangegeven: die brug kan niet, want die gaat instorten. Ik weet niet wat voor rampspoed er al op ons afkwam. En daardoor kwam het nieuwe ontwerp. Ja, als blijkt dat het allemaal heel erg duur wordt, we hebben geld zat, zou je kunnen zeggen, we kunnen ermee doorgaan. Maar het zou ook een herbezinning kunnen zijn: laten we nu eens kijken of de ambities die we daar wilden met elkaar, nog wel van deze tijd zijn.
Het plan is eigenlijk zo lang blijven liggen, het is zo lang niet uitgevoerd dat er gewoon enorme indexaties zijn, als het gaat om grondstoffen, als het gaat om mensen, als het gaat om mankracht. Dus we moeten proberen om projecten die we hebben meteen zo snel mogelijk ook aan te besteden. De heer SCHUURMANS: Laatste interruptie daarop, want volgens mij heeft mevrouw Hendrickx de vraag niet helemaal goed begrepen. Wat ik ermee bedoel is het proces. Niet over een brug, welke kleur of hoe hoog of wat dan ook. Het gaat erom dat er terug wordt gegaan naar de raad door te zeggen: het gaat niet lukken voor dit geld. Dat is toch precies waar u naar op zoek bent, via de voorzitter? Mevrouw HENDRICKX: Ja, uiteraard, maar we zijn al een hele tijd onderweg met die brug. Ik kijk even naar mijn collega, die zit altijd in de commissie, een jaar of vier, vijf? Het loopt al heel erg lang, 2020, precies. Dat is dan de specialist in onze fractie. Het loopt natuurlijk al bijna zes jaar. En als je dus zo lang wacht met de uitvoering, dat kan om allerlei redenen komen, dan wordt het heel erg duur. Ik vind inderdaad dat als een portefeuillehouder ziet aankomen dat het niet lukt, dat hij dan gewoon terugkomt bij de raad, eerder dan wat die nu doet. Nu is het wel heel erg laat. Maar we kennen de VVD ook als een partij die graag aan de slag wil, dat hoor ik u in ieder geval net zeggen.
Dus volgens mij gaan wij daar met zijn allen verandering in brengen. Wethouder CRASTE: Ik hoor een aantal opmerkelijke feiten over de Lage Diezebrug, maar volgens mij hebben we daar in september een raadsvoorstel voor, dus ik zal daar nu niet al te veel inhoudelijk op ingaan. Volgens mij komt er nog genoeg ruimte om daar uitgebreid over te discussiëren. Ik heb geen vragen, ik heb alleen de motie van de heer Van Hattem over de Diezebrug en het hergebruik. Voor het college staat het nut en de noodzaak van de Lage Diezebrug niet ter discussie. Het is een belangrijk onderdeel van de ontwikkelingen in de Bossche Stadsdelta en daarmee moet ik de motie helaas ontraden. Zoals aangegeven ontvangt uw raad in Q3 van 2026 het raadsvoorstel over de Lage Diezebrug waarin wij uw raad vragen een besluit te nemen over het benodigde krediet en in dat voorstel wordt de integrale afweging gemaakt en dat is uiteraard ook kosten, kwaliteit, hergebruik et cetera, het hergebruik van de materialen uit de bestaande Diezebrug. Ik vind het wel heel fijn dat mijnheer Van Hattem en ik het erover eens zijn dat hergebruik heel belangrijk is, zeker van bepaalde materialen die historische waarde hebben. Hergebruik maakt ook een belangrijk onderdeel uit van de vastgestelde uitgangspunten voor de ontwikkeling van de Lage Diezebrug. Die zijn vastgesteld in december 2023.
Daarmee moet ik de motie dus helaas ontraden. De heer HOEBEN: De concrete vraag is eigenlijk: stort die nu in of stort die nu niet in? Dat is denk ik ook wat de heer Van Hattem graag wil weten. Wethouder CRASTE: Volgens mij was dat niet de vraag, en volgens mij gaan we inhoudelijk in op de Lage Diezebrug. U heeft een raadsinformatiebrief gekregen waarin we hebben gezegd dat de brug nu veilig is en dat die vaker gecontroleerd wordt. De heer VAN HATTEM: Ik hoor de wethouder nu stellig zeggen dat er in september bij het raadsvoorstel wordt ingegaan op alle aspecten en ook op de afwegingen. Maar zit er dan ook in die 14
afweging een duidelijk afwegingskader over het eventuele behoud van de bestaande brug, of is het alleen maar een afweging in de kredietverlening voor een nieuwe brug? Want dat is namelijk een heel andere insteek en dan is deze motie juist bedoeld om te zeggen: nee, betrek in die afweging juist ook het hergebruik van de bestaande brug, om die alsnog in te zetten, die dus voor alle duidelijkheid niet op instorten staat, alleen natuurlijk een kosten-batenanalyse heeft ten aanzien van het al dan niet renoveren om hem weer bij de tijd te brengen en hem weer voor tientallen jaren mee te laten gaan. Wethouder CRASTE: Ik weet even niet of mijnheer Van Hattem het nu heeft over hergebruik van materialen of gewoon het houden van de oude Diezebrug. Voor dit college staat het nut en de noodzaak van de Lage Diezebrug niet ter discussie. Dus wat wel wordt meegenomen is kosten, materiaal en het hergebruik van eventuele materialen uit de hoge dus de gewone Diezebrug die er nu ligt. De heer VAN HATTEM: Maar dan is deze motie daar toch wel degelijk aanvullend op, want deze vraagt dus nadrukkelijk om de bestaande brug te blijven gebruiken, om dat uitgangspunt ook mee te nemen en die kosten-batenanalyse te maken van het alsnog behouden van deze brug.