Duyn en Daelseweg 35 Nuland_ontwerp_Toelichting
Tekst van het document
Ontwerpbestemmingsplan Duyn en Daelseweg 35 Nuland
samen onze omgeving creëren VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken.
AGEL adviseurs 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
Projectdossier Titel
:
Ontwerpbestemmingsplan
:
Duyn en Daelseweg 35 Nuland
Opdrachtgever
:
Lunenburg Groep b.v.
Projectnummer
:
20210348-00
Versie / status
:
D04
Datum
:
1-11-2022
Opgesteld door
:
C.P. Perton
Gecontroleerd door
:
M. Staps
Akkoord projectcoördinator
:
M. Staps
AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout 0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl
VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. AGEL adviseurs 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
INLEIDING ................................................................................................................... 1 1.1
Aanleiding .................................................................................................................. 1
1.2
Plangebied ................................................................................................................. 1
1.3
Vigerend bestemmingsplan.......................................................................................... 2
1.4
Leeswijzer .................................................................................................................. 3
PLANBESCHRIJVING .................................................................................................... 4 2.1
Huidige situatie ........................................................................................................... 4
2.2
Toekomstige situatie ................................................................................................... 5
BELEID ......................................................................................................................... 8 3.1
Rijksbeleid .................................................................................................................. 8
3.2
Provinciaal en regionaal beleid ..................................................................................... 9
3.3
Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 11
OMGEVINGSASPECTEN .............................................................................................. 15 4.1
Bodemkwaliteit ......................................................................................................... 15
4.2
Natuur ..................................................................................................................... 16
4.3
Stikstof .................................................................................................................... 17
4.4
Water ...................................................................................................................... 18
4.5
Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................... 25
4.6
Geluid wegverkeerslawaai ......................................................................................... 26
4.7
Geluid parkeerterrein ................................................................................................ 27
4.8
Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 28
4.9
Cultuurhistorie en archeologie ................................................................................... 30
4.10
Externe veiligheid .................................................................................................. 33
4.11
Technische infrastructuur ....................................................................................... 34
4.12
Duurzaamheid ....................................................................................................... 34
4.13
M.e.r.-beoordeling ................................................................................................. 35
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ............................................................................ 36 5.1
Inleiding ................................................................................................................... 36
5.2
Algemene toelichting verbeelding .............................................................................. 36
5.3
Algemene toelichting planregels ................................................................................ 36
UITVOERBAARHEID ................................................................................................... 38 6.1
Economische uitvoerbaarheid .................................................................................... 38
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 38
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12
Verkennend bodemonderzoek Duyn en Daelseweg 35 te Nuland, d.d. 07-122021, Agel adviseurs; Ecologische quickscan Duyn en Daelseweg 35 te Nuland, d.d. oktober 2021, Maasarend; Endoscooponderzoek Duyn en Daelseweg 35 te Nuland, d.d. oktober 2021, Maasarend; Memo Stikstofdepositie Duyn en Daelseweg 35, Nuland, d.d. 31-03-2022, Stantec B.V.; Rapport grondonderzoek d.d 15 juli 2022, Lankelma; Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, d.d. 17-05-2022, Agel adviseurs; Akoestisch onderzoek parkeren, d.d. 20-06-2022, Stantec B.V.; Inventariserend archeologisch onderzoek Duyn en Daelseweg 35 Nuland, d.d. 20-12-2021, Transect; Nuland-Duyn en Daelseweg – Een Memo externe veiligheid Duyn en Daelseweg 35, Nuland, d.d. 06-04-2022, Stantec B.V.; Eindverslag omgevingsdialoog ontwikkeling Duyn en Daelseweg 35 in Nuland; M.e.r.-aanmeldnotitie bestemmingswijziging Duyn en Daelseweg 35 te Nuland;
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Wit- en bruingoedspecialist Lunenburg BV bevindt zich aan de Duyn en Daelseweg 35 in Nuland. Op de huidige locatie wordt het bedrijf beperkt in zijn groeimogelijkheden, omdat het gebied voornamelijk een woonomgeving betreft. Het bedrijf is inmiddels verhuisd naar een nieuwe locatie, waarmee de detailhandelslocatie vrij komt voor herontwikkeling. Lunenburg BV heeft het plan opgevat het bestaande pand te slopen en een woongebouw te ontwikkelen, passend bij de omliggende woonwijk. Binnen het plan worden 15 betaalbare appartementen gebouwd die voor verschillende doelgroepen geschikt zijn. De appartementen zijn geschikt voor zowel jongeren als ouderen, waardoor de doorstroming vanuit gezinswoningen wordt bevorderd. De planlocatie is gelegen in bestemmingsplan ‘Kom Nuland’ en heeft daarin de bestemming ‘Detailhandel’. De realisatie van het voornoemde initiatief past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om het plan te kunnen realiseren dient er voor de nieuwe locatie een nieuw ruimtelijk en functioneel kader te worden bepaald in de vorm van een nieuw bestemmingsplan. In deze plantoelichting wordt de onderbouwing gegeven voor de bestemmingsplanherziening.
1.2
Plangebied Het plangebied ligt aan de Duyn en Daelseweg te Nuland. Het perceel is kadastraal bekend als Gemeente Nuland, sectie B, nummer 2390. In de huidige situatie bevindt zich op het perceel een (voormalig) winkelpand. Het plangebied is in onderstaande afbeelding omcirkeld.
Ligging van het plangebied
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 1 van 38
Het plangebied is op onderstaande afbeelding omkaderd.
Begrenzing van het plangebied
1.3
Vigerend bestemmingsplan Het plan ligt binnen de grens van het bestemmingsplan ‘Kom Nuland’. Het bestemmingsplan is op 3 juli 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch. Voorliggend plangebied is in het vigerend bestemmingsplan grotendeels bestemd tot ‘Detailhandel’. Binnen de bestemming detailhandel zijn de gronden uitsluitend bestemd voor detailhandelvoorzieningen met daaraan ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en erven. Een klein deel van het westelijk deel van het plangebied is bestemd tot ‘Wonen’. Binnen deze bestemming zijn de gronden uitsluitend bestemd voor woning verkeers- en groenvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en erven. Ter bescherming van aanwezige archeologische waarden geldt voor het gehele plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -2’. Er zijn binnen deze dubbelbestemming geen bouwwerkzaamheden toegestaan die een grondoppervlakte hebben groter dan 100 m 2 en 0,5 meter beneden maaiveld. Daarnaast is voor het gehele plangebied een aanduiding ‘milieuzonegrondwaterbeschermingsgebied’ opgenomen. Deze aanduiding omvat regels omtrent de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Conform de regels die ter plaatse van het plangebied gelden is wonen niet toegestaan.
De ontwikkeling van een appartementengebouw is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 2 van 38
Uitsnede bestemmingsplan ‘Kom Nuland’ met plangebied blauw omlijnd. 1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan wordt de huidige situatie beschreven en wordt ingegaan op het initiatief. De relevante beleidskaders worden beschreven in hoofdstuk 3 en in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de diverse omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt een verantwoording gegeven op de juridische planvorm. In hoofdstuk 6 wordt tot slot aandacht besteed aan de uitvoerbaarheid van de plannen.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 3 van 38
2
Planbeschrijving Dit hoofdstuk vormt een beschrijving van de situatie ter plaatse van het plangebied. Vanuit de huidige situatie en ruimtelijke en functionele structuur, wordt hierdoor inzicht verkregen in de kaders die aan de basis hebben gestaan van de planontwikkeling. Hierop wordt vervolgens in de paragraaf ‘toekomstige situatie’ ingegaan.
2.1
Huidige situatie Nuland is gelegen tussen Rosmalen en Oss. Het dorp wordt aan de noordkant begrensd door de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Oss-Nijmegen en aan de zuidkant door de A59. Ten oosten van de kern bevindt zich landelijk/agrarisch gebied en ten westen van Nuland een bosrijk gebied. Voorzieningen die het basisniveau overstijgen, zoals voortgezet onderwijs en winkelcentra, zijn nauwelijks aanwezig. Het Prins Bernhardplein vormt het centrale plein van Nuland. De Duyn en Daelseweg is één van de historische linten die vlakbij het centrale plein uitkomt op de Dorpstraat. De Duyn en Daelseweg dankt zijn naam aan het landgoed Duinendael dat ten westen van de kern Nuland ligt. In het zuiden sluit de weg aan op de Rijksweg en in het oosten op de Dorpstraat, die dwars door het dorp loopt. Nabij het plangebied bevinden zich vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap woningen. Het betreft voornamelijk woningen van één bouwlaag met kap. Direct ten westen en oosten van het plangebied bevinden zich woningen van twee bouwlagen met kap. Binnen het plangebied bevindt zich een winkelpand. Aan oost- en westzijde wordt het perceel omgeven door woningen en het huidige pand belemmert dan ook het uitzicht vanuit de omliggende tuinen en woningen. Aan de noordkant sluit het perceel aan op de tuin van Vladerackenstraat 7.
Het bestaande winkelpand volgt de rooilijn en bouwhoogte van de omliggende woningen, maar kent niet dezelfde architectonische uitstraling. Het is daarmee ook een wat afwijkend bouwwerk in de omgeving. Gezien de ligging nabij het dorpsplein zijn basisvoorzieningen, waaronder een bakker, supermarkt en huisarts op loopafstand aanwezig.
Huidig winkelpand
Straatbeeld ten zuiden van plangebied
Straatbeeld ten oosten van plangebied
Huidig winkelpand en naastgelegen woning
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 4 van 38
2.2
Toekomstige situatie Vanwege de verhuizing van een witgoedzaak naar de Rijksweg 69 in Nuland is het pand aan de Duyn en Daelseweg leeg komen te staan. Aangezien het pand niet binnen een woonwijk past, is besloten om het pand te slopen en de locatie te herontwikkelen naar woningbouw in de vorm van een appartementengebouw voor 15 appartementen. De nieuw te bouwen appartementen zullen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 11 meter hebben en zijn daarmee ongeveer even hoog als de bebouwing op de omliggende percelen. Het ontwerp van het gebouw is afgestemd op de bestaande omringende architectuur. Er zijn verschillende maatregelen genomen, zoals verspringende rooilijnen en draaiing van kappen, waardoor het appartementengebouw past binnen de bestaande omgeving en kleiner oogt dan het daadwerkelijk is. De nieuwbouw bevindt zich achter de huidige voorgevellijn, waardoor aan de voorkant nog ruimte is voor groen en enkele parkeerplaatsen. De privacy van omwonenden dient te worden gewaarborgd. In de huidige situatie is een 6 meter hoge muur op de erfgrens. Voor een woonwijk is dit geen kwalitatieve en duurzame oplossing, waardoor is gekozen om de muur 3 meter hoog te maken, lijkend op de bestaande afscheiding. Aangezien het toch gewenst is om de privacy wel te waarborgen zoals ook in de huidige situatie het geval is, worden waar nodig groene accenten aan de muur toegevoegd.
Deze accenten gaan ook de hoogte in, waardoor er een feitelijke afscheiding ontstaat die zorgt voor voldoende privacy. Door deze groene accenten is het ook een duurzame erfafscheiding. De nieuw te bouwen appartementen zijn bedoeld voor sociale huur en het middensegment voor huurwoningen. De appartementen zijn daardoor aantrekkelijk voor doelgroepen als jongeren en ouderen. Door meer woningen voor deze doelgroepen te creëren wordt de doorstroming vanuit eengezinswoningen bevorderd. Parkeren vindt plaats aan de achterzijde van het terrein en aan de zijkant, alsmede enkele parkeerplaatsen aan de openbare weg.
Impressie geplande nieuwbouw in het plangebied (bron: Steenbergen en van Cauter architectuur)
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 5 van 38
Inrichtingsvoorstel Duyn en Daelseweg 35 Nuland (Bron: Steenbergen van Cauter architectuur d.d. 20-10-2022)
Verkeer en parkeren De locatie ligt aan de Duyn en Daelseweg. De Duyn en Daelseweg is een verkeersluwe weg voor lokaal verkeer met een snelheidsregime van 30km/uur. Het is een weg met twee richtingen zonder wegmarkering en er is sprake van klinkerverharding. Het appartementengebouw bevat 15 appartementen en een parkeerterrein aan de achterzijde van het gebouw. Het parkeerterrein is via een inrit aan de Duyn en Daelseweg te bereiken. Vanuit de nieuwe inrit is goed zicht op overige weggebruikers. Er is ook in de beoogde situatie sprake van een verkeersveilige situatie. De beoogde situatie is verkeerskundig inpasbaar. De realisatie van 15 appartementen voorziet niet in meer generatie van verkeer dan de huidige detailhandel functie.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 6 van 38
Conform de gemeentelijke Nota Parkeernormering 2021 valt Nuland in Zone 5: overige kernen, waar sprake is van een matig stedelijk gebied. 14 appartementen hebben een omvang tussen de 60 en 80 m2. Voor deze woningen wordt een parkeernorm gehanteerd van 1,5 parkeerplaatsen per woning. Eén woning heeft een omvang van 90 m2, waarvoor een parkeernorm geldt van 2,0 parkeerplaats per woning. In totaal dienen er 23 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Het inrichtingsplan gaat uit van de realisatie van 23 parkeerplaatsen (inclusief drie parkeerplaatsen aan de openbare weg) en hiermee wordt aan de parkeernorm voldaan. Van de 23 parkeerplaatsen zijn 5 parkeerplaatsen bedoeld voor bezoekers. Daarnaast geldt ook een normering voor fietsparkeren. Voor de woningen onder de 80 m 2 wordt een parkeernorm gehanteerd van 3 fietsparkeerplaatsen per woning, voor het grotere appartement is dat een norm van 4 fietsparkeerplaatsen. In totaal betekent dat dat er 46 fietsparkeerplaatsen nodig zijn binnen het plangebied. Van deze 46 parkeerplaatsen zijn er 0,5 per woning bedoeld voor bezoekers, dus (afgerond) 8 in totaal. Ten westen van het appartementengebouw komen verschillende bergingen, waar de bewoners hun fietsen kunnen stallen. Hierbij is ook ruimte voor een centrale fietsenberging.
Bezoekers kunnen hun fietsen parkeren in een stalling aan de zuidkant van het appartementengebouw, bij de centrale ingang.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 7 van 38
3
Beleid Dit hoofdstuk gaat in op het beleid dat de verschillende overheden voor ruimtelijke ontwikkelingen hebben opgesteld. Ten eerste het rijksbeleid, vervolgens het provinciale en regionale beleid en tot slot het gemeentelijke beleid. De relevante beleidsstukken zijn beschreven, waarna is toegelicht in hoeverre onderdelen hiervan betrekking op voorliggende ontwikkeling.
3.1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met deze visie geeft het Rijk de hoofdlijnen van de gewenste kwaliteit van de leefomgeving, de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren beleid in Nederland tot 2050 . Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling, die gebiedsgericht worden ingezet. De NOVI is op 11 september 2020 naar de tweede kamer gestuurd en nog niet in werking getreden. Dit bestemmingsplan past binnen de uitgangspunten uit de NOVI. Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking)
Toetsingskader
Het Rijk heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet aan de volgende voorwaarden voldoen: a. De toelichting bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; b. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet het plan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt gezien het bepaalde in artikel 1.1.1 Besluit ruimtelijke ordening: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Onder het begrip ‘andere stedelijke voorzieningen’ vallen onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport, leisure en accommodaties voor recreatie. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Beoordeling en conclusie
Het is van belang om bij de vaststelling van een bestemmingsplande ladder voor duurzame verstedelijking juist toe te passen. Maar voordat daaraan wordt toegekomen, moet worden bezien of de ladder wel van toepassing is. Dat hangt af van de vraag of wordt voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij kleinschalige ontwikkelingen is niet altijd sprake van verstedelijking. De grens van een stedelijke ontwikkeling is voor woningbouw gelegen op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3.)
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 8 van 38
De ontwikkeling betreft de ontwikkeling van 15 appartementen. Het plan voorziet dus in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve aan de orde.
Actuele regionale behoefte
Op basis van het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (zie de volgende paragrafen) kan worden gesteld dat in de regio behoefte is aan een uitbreiding van het woonaanbod binnen de kerngebieden van de steden en dorpen. Er is behoefte aan betaalbare woningen die jongeren aan de dorpen (blijven) binden en de doorstroming op de woningmarkt verbeteren. In de hiervoor toegelichte beoordeling van de Ladder voor duurzame verstedelijking is ingegaan op de actuele regionale behoefte. Daaruit blijkt dat in de gemeente ’s-Hertogenbosch tot 2030 10.500 nieuwe woningen nodig zijn. Specifiek in Nuland geldt dat er een behoefte is om jongeren te (blijven) binden aan het dorp. De ontwikkeling maakt dit mogelijk. De behoefte aan de woningen is derhalve aangetoond. Daarnaast vindt de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaats. Het plan is daarmee in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er, in de markt, vraag en behoefte is naar woningen. Nu het plan voorziet in een stedelijke ontwikkeling binnen een bestaand stedelijk gebied die ook voorziet in een behoefte, wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2
Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’, Visie op de Brabantse leefomgeving
Toetsingskader
De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultureel erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De provincie wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving van de provincie voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.
Beoordeling en conclusie
In de visie zijn door de provincie de doelen nog niet precies vastgelegd. Immers, diep, rond en breed kijken (zie hoofdstuk 4 in deze omgevingsvisie) is centraal uitgangspunt bij het samenspel voor de uitwerking van de visie. Dat betekent dat de provincie volop ruimte biedt voor inbreng vanuit partijen en disciplines. De omgevingsvisie agendeert en nodigt uit om hier samen mee aan de slag te gaan. Daarvoor is een verdere uitwerking van de ambitie nodig in programma’s. Die uitwerking is een opgave die op de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en de ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Steeds anticiperend op veranderende omstandigheden en beweging in Brabant. De uitwerking van de ambitie in programma’s heeft echter nog niet plaatsgevonden. Het is derhalve nog niet mogelijk initiatieven te toetsen aan de omgevingsvisie. Totdat de programma’s zijn uitgewerkt, worden de initiatieven nog getoetst aan de ‘Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014’.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 9 van 38
Structuurvisie 2010 - partiële herziening 2014
Toetsingskader
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 (SVRO) vastgesteld. De SVRO is opgebouwd uit twee onderdelen. In onderdeel A wordt de kern van de visie verwoord op ruimtelijke ontwikkelingen van Noord-Brabant. Het landschap en de wijze waarop dit moet worden versterkt, staan in dit onderdeel voorop. Deel B van de structuurvisie beschrijft de wijze waarop de provincie de visie uitwerkt in vier robuuste ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.
Beoordeling
In de structurenkaart (zie afbeelding) van de SVRO is het plangebied aangeduid als ‘Stedelijk concentratiegebied’. Hiervoor geldt dat in deze gebieden zo veel mogelijk de groei van verstedelijking wordt opgevangen. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan voorziet, het toevoegen van 15 appartementen, past binnen deze structuur.
Uitsnede structurenkaart SVRO en bijbehorende legenda.
Conclusie
De structuurvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de provinciale verordening. Deze provinciale verordening kent een rechtstreekse doorwerking in ruimtelijke plannen en is derhalve relevant voor deze toelichting. Hier wordt in onderstaande alinea’s nader op ingegaan. Daarbij wordt ook aangegeven hoe het provinciaal beleid is vertaald in dit bestemmingsplan. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Toetsingskader Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is op 5 november 2019 inwerking getreden. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 10 van 38
op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, maar is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In principe zijn de huidige regels gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau.
Beoordeling en conclusie
Het plangebied ligt binnen het in de Interim omgevingsverordening aangewezen 'Stedelijk gebied'. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. Dit dient te passen binnen de afspraak zoals bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken en het moet gaan om een duurzame stedelijke ontwikkeling. Zoals in paragraaf 3.1 beschreven, wordt met de ontwikkeling voorzien in een uitbreiding van de woonbehoefte binnen het stedelijk concentratiegebied van de provincie Brabant. Er worden 15 appartementen gerealiseerd. Het plan betreft een herontwikkelingsopgave van een nabij de dorpskern vrijgekomen locatie. Met het plan wordt op duurzame wijze invulling gegeven aan de woonbehoefte van zowel jongeren als senioren. Er is geen sprake van toename van het toegestane ruimtebeslag. Met het plan wordt zorgvuldig ruimtegebruik bevorderd. 3.3
Gemeentelijk beleid Ruimtelijke Structuurvisie Stad tussen Stromen
Toetsingskader
De gemeenteraad heeft op 24 januari 2014 de Ruimtelijke Structuurvisie (RVS) vastgesteld. De visie is een geactualiseerde versie van de RSV 2003, vanwege verschillende ruimtelijke ontwikkelingen en de gevolgen van verschillende crises op de financiële haalbaarheid en prioritering van projecten. In de visie onderschrijft de gemeente ’s-Hertogenbosch het streven om een compacte, complete, contrastrijke en duurzame stad te zijn, met een goede balans tussen rood en groen, en verblijven en bewegen.
Beoordeling
Voor de visie zijn enkele beleidsuitgangspunten opgesteld, waarvan dit de belangrijkste zijn: ▪ Een benadering van de ruimtebehoefte vanuit een duidelijke samenhang tussen uitbreiding en herstructurering. Het accent ligt op stedelijke transformatie. Het voeren van een actief grondbeleid, gericht op flexibel en zorgvuldig ruimtegebruik, slimme benutting van infrastructuur en verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; ▪ Een compleet pakket aan woonmilieus met een bijzonder accent op centrumstedelijke woonmilieus en groenstedelijke woonmilieus. Vergroten van de diversiteit in de woningbouw in prijsklassen en woningtypen; ▪ Een verdere ontwikkeling van de regionale, economische structuurversterking in de regio Noordoost Brabant met als speerpunt Agri&Food en het gezamenlijk versterken van het woon-, werk-, en leef klimaat in de regio; ▪ Het inventief omgaan met, maar ook het gebruiken van cultuurhistorische waarden als inspiratie voor ontwikkelingen. Voorbeelden van cultuurhistorische waarden zijn historische stads- en dorpsstructuren, monumenten, restanten van de Stelling van ’s-Hertogenbosch en oude landschapselementen en ontginningspatronen. Een uitdagend en aansprekend architectuurbeleid en een aansprekende inrichting van de openbare ruimte, met prioriteit voor het leefmilieu in de woonwijken.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 11 van 38
Conclusie
De kern Nuland was ten tijde van het opstellen van de Visie nog geen onderdeel van de gemeente ’s-Hertogenbosch en is daarom nog niet in de structuurvisie opgenomen. Het initiatief voldoet echter aan de voorwaarden die zijn geschetst om tot een succesvolle duurzame stad te komen. Woonvisie ’s-Hertogenbosch, Bouwsteen van de Bossche Omgevingsvisie
Toetsingskader
De woonvisie is in 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie van de gemeente is dat iedereen een woning heeft die zoveel mogelijk aansluit bij wensen en mogelijkheden. Aan de hand van vier woonopgaven wordt de Woonvisie beschreven: ▪ Passend en betaalbaar wonen voor iedereen; ▪ Leefbare en inclusieve buurten; ▪ Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad; ▪ Strategisch innovatief woonprogramma. Passend en betaalbaar wonen Vanuit de visie wordt de wens geopperd dat elke bewoner een vrije keus heeft in hoe hij of zij woont. De woonlasten moeten betaalbaar zijn en voor elke doelgroep dient een passend aanbod aan woningen te zijn. Hierdoor zal het doorstromen naar een nieuwe woning makkelijker worden. De krapte op de woningmarkt treft vooral starters, jongeren, studenten, middeninkomens en lage inkomens. Er wordt extra ingezet op de realisatie voor huisvesting voor studenten en jongeren. Leefbare en inclusieve buurten De woning dient als thuisbasis van waaruit mensen wonen, werken en leven. Een woonbuurt heeft zijn eigen karakter met eigen woningtypen en prijsklassen. Ontwikkelingen als nieuwbouw zullen ook worden getoetst aan het bestaande karakter. Dit gaat gepaard met een transformatie en verduurzaming van de woningvoorraad. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft de ambitie een duurzame en flexibele woningvoorraad aan te leggen.
Van de woningvoorraad die in 2030 wordt verwacht, ligt 85 á 90% er al in 2020. Door te investeren in energiemaatregelen hebben mensen meer wooncomfort, een gezondere woning en betaalbare woonlasten. Er komen meer woningen voor kleine huishoudens (jong en oud). Strategisch innovatief woonprogramma Binnen de visie is ruimte voor een groei van de woningvoorraad, zowel op nieuwbouwlocaties als in de bestaande buurten. Het streven is om in de periode 2020-2030 10.500 woningen te realiseren. Creatieve bouwconcepten worden gestimuleerd, zeker als deze bijdragen aan het betaalbaar wonen en differentiatie binnen buurten en dorpen. De gemeente wil inzetten op duurzaam, flexibel en levensloopbestendig wonen. Door ook in dorpen woningen toe te voegen kunnen jongeren en ouderen in hun dorp blijven wonen.
Beoordeling en conclusie
Met voorliggend initiatief worden vijftien appartementen toegevoegd op een beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied. Met het plan wordt voldaan aan de wens om de woningmarkt uit te breiden in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Middels het plan worden betaalbare woningen voor zowel jongeren als ouderen gecreëerd. Daarmee wordt voldaan aan de wens om de jongeren te (blijven) binden aan het dorp. Door meer woningen voor ouderen te creëren wordt bovendien de doorstroming in het dorp verbeterd. Om het gebouw ook voor deze groep geschikt te maken wordt een lift aangelegd, waardoor de appartementen levensloopbestendig zijn en een duurzaam karakter hebben. Het plan is derhalve in lijn met de gemeentelijke woonvisie.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 12 van 38
Doelgroepenverordening betaalbare woningbouw 's-Hertogenbosch 2021
Toetsingskader
De Doelgroepenverordening is vastgesteld op 15 oktober 2021 door de gemeenteraad. Hierin wordt uiteengezet welke woningen voor bepaalde doelgroepen zijn bedoeld, afhankelijk van relevante inkomenseisen. Ook wordt in de doelgroepenverordening gesteld dat zowel sociale huurwoningen als middeldure huurwoningen gedurende 15 jaar na de eerste ingebruikname beschikbaar dienen te blijven voor de bedoelde doelgroepen. De gemeente zet zich in voor een stedelijke differentiatie van minimaal 30% sociale huur, minimaal 20% middenhuur en/of goedkope koop en maximaal 50% overige woningen. In het bestuursakkoord 2022-2026 wordt extra nadruk gelegd op betaalbare woningbouw (30% sociale huur, 30% middenhuur, 10% goedkope koop en 30% overig).
Beoordeling en conclusie
Met onderliggend plan worden zowel woningen uit de sociale huur als het middeldure segment gerealiseerd. Ruim 75% van de te realiseren woningen betreft huurwoningen in het sociale segment. Daarmee wordt met het plan ruimschoots voldaan aan de doelstelling om goedkope/betaalbare woningen te realiseren. In afwijking van de doelgroepenordening is de instandhoudingstermijn van de sociale huurwoningen bepaald op 10 jaar. Er wordt dus gebruik gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid uit de Doelgroepenverordening. Middels de anterieure overeenkomst is vastgelegd dat de huurwoningen over een periode van 10 jaar als sociale huurwoning geëxploiteerd moeten worden. Daarmee past het plan binnen de ambitie van de gemeente om voor specifiek deze doelgroepen woningen te creëren. Duurzaam ’s-Hertogenbosch – Samenwerken aan een duurzaam ’s-Hertogenbosch
Toetsingskader
De Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch is in mei 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin worden vier ambities uiteengezet om de gemeente in 2050 duurzamer te maken: ▪ Gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving; ▪ CO2-neutrale gemeente; ▪ Waardebehoud van grondstoffen; ▪ Duurzame mobiliteit. Met name de eerste twee ambities zijn relevant voor onderliggend plan. In het onlangs vastgestelde bestuursakkoord is de ambitie gesteld voor een CO2-neutrale gemeente in 2045. Het doel is om bewoners van de gemeente een gezond leefklimaat te geven, waarbij ze ook bestand zijn tegen wateroverlast, waarbij het gebruik van fossiele brandstoffen zoveel mogelijk wordt beperkt. Eén van de manieren om een gezond en leefbaar ’s-Hertogenbosch te creëren is het meten van groen in de natuur. Daarover zal in de volgende sectie (Verordening Bomen, Water en Groen) dieper op worden ingegaan.
Beoordeling en conclusie
De appartementen in het plan worden gasloos gerealiseerd. Bovendien is bij de uitvoering van de plannen ook aandacht voor de verwerking van groen en een goede waterberging in het plangebied. Deze worden in onderstaande en in paragraaf 4.4 nader uitgelicht. Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021 De Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad op 9 maart 2021. De verordening gaat onder andere in op de verplichting tot het realiseren van groen bij een verhardingstoename. Doel hiervan is de gevolgen van klimaatverandering op te vangen door een goede groene, biodiverse en blauw inrichting van de 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 13 van 38
gemeente. Groen zorgt bij extremer weer voor verkoeling, een betere wateropvang, het leveren van schaduw en een hogere luchtvochtigheid. Voor het onderdeel groen gelden een bepaalde ‘groennorm’ en ‘groenscore’. Groennorm Het is op basis van de Verordening verboden om meer dan 500 m 2 nieuwe verharding te realiseren zonder daarbij te voldoen aan de groennorm die voor dat gebied geldt en de minimale kwalitatieve biodiversiteitsscore. Op de herontwikkeling van de Duyn en Daelseweg 35 is de groennorm (uit de verordening) niet van toepassing, aangezien er niet meer dan 500 m2 nieuwe verharding wordt toegevoegd. Met het verdwijnen van het bedrijfspand neemt de verharding zelfs af. Hoewel de groennorm dus niet van toepassing is, worden er met het plan wel maatregelen genomen om het plangebied in ecologisch opzicht te verbeteren: • Op het terrein wordt extra groen toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie. Op de bergingen en fietsenstalling komt bijvoorbeeld een groen dak van 118 m 2; • Er worden 9 nestkastjes geplaatst; • Er worden 11 bomen aangeplant (in de huidige situatie zijn er geen bomen op het perceel).
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 14 van 38
4
Omgevingsaspecten Voor het ontwikkelen en in stand houden van een leefbare en duurzame gemeentes dient bij ruimtelijke planvorming rekening te worden gehouden met de milieu- en omgevingsaspecten die door het plangebied en of de omgeving hiervan worden opgelegd. Door rekening te houden met deze aspecten kan een goed leefklimaat worden ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor het plangebied nader toegelicht.
4.1
Bodemkwaliteit
Toetsingskader
Bij plannen en ontwikkelingen, het daarvoor opstellen van bestemmingsplannen of het wijzigen daarvan is altijd de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Derhalve dient de bodemkwaliteit binnen het plangebied bekend te zijn. Middels een verkennend bodemonderzoek wordt inzicht verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de mogelijke aanwezigheid van verontreinigde stoffen in de grond of het freatisch grondwater. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden vastgesteld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem een belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
Beoordeling
Door AGEL adviseurs is in december 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage 1 toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: ▪ Na uitvoering van het vooronderzoek is gelet op bodemkwaliteitsgegevens uit de directe omgeving uitgegaan van een in de bovengrond heterogeen diffuus aanwezige verontreiniging. Er zijn geen verdenkingen van aanwezige puntbronnen zoals opslagplaatsen, tanks en activiteiten met verontreinigende stoffen naar voren gekomen. Ook zijn er geen verdachtmakingen ten aanzien van asbest achterhaald. ▪ Tijdens het zintuiglijk onderzoek zijn plaatselijk in zwakke mate bijmengingen van baksteen en glas waargenomen. Het baksteen wat is aangetroffen is van eenduidige aard en is niet gerelateerd aan verdacht asbestmateriaal. Verder zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. De aanwezige waarnemingen leiden niet tot een verdenking ten aanzien van asbest. ▪ De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met enkele zware metalen (specifieker kwik, lood en zink) en PAK. ▪ Bij indicatieve toetsing van de grondmonsters aan het Besluit bodemkwaliteit is de grond beoordeeld als klasse Wonen of als altijd toepasbaar.
▪ In het grondwater zijn geen overschrijdingen van de streefwaarde aangetoond.
Conclusie
Middels het verkennend bodemonderzoek is de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgesteld. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het verrichten van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen bezwaar voor de voorgenomen ontwikkeling en het gebruik van de locatie. 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 15 van 38
Ná de sloop van het gebouw wordt een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter controle op bodemverontreiniging als gevolg van de sloopactiviteiten. Onder andere is asbest hierbij een aandachtspunt aangezien het gebouw in 1970 is gebouwd (van vóór 1994). Er kan worden volstaan met een (grond-)onderzoek gericht op de bovenste 0,5 meter van de na sloop achtergebleven bovengrond. 4.2
Natuur
Toetsingskader
De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor en een gebiedsgericht spoor. De bescherming van deze twee sporen is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de natuurwetgeving. Door Maasarend is een ecologische quickscan uitgevoerd. Doel van deze quickscan is het inzichtelijk maken of beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig zijn en welke betekenis deze hebben voor de verdere uitvoering van het initiatief. Verder wordt inzichtelijk gemaakt of er door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. De onderzoeksrapportage is als separate bijlage aan voorliggend bestemmingsplan toegevoegd. Als vervolg op de quickscan is ook een endoscooponderzoek uitgevoerd om uit te sluiten dat zich in de spouw verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. De resultaten van het onderzoek zijn hier kort samengevat.
Beoordeling gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) of een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek op circa 10 kilometer afstand. Ook het gebied Rijntakken ligt op soortgelijke afstand. Op circa 300 meter afstand ten westen van het projectgebied liggen gronden die tot het NNB behoren. Dit betreffen gronden met natuurbeheertype N16.03 Droog bos met productie. Op het aspect stikstof wordt in paragraaf 4.3 nader ingegaan. Beoordeling soortenbescherming In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat voorafgaand aan de ingreep alle maatregelen dienen te worden getroffen om nadelige gevolgen op flora en fauna voor zover mogelijk te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht geldt altijd en voor alle soorten.
Planten
Tijdens het veldbezoek op 5 oktober 2021 zijn slechts enkele algemeen voorkomende soorten aangetroffen, waaronder: Gewone paardenbloem, Klein kruiskruid, Canadese fijnstraal en Straatgras. Het terrein binnen het plangebied en de directe omgeving zijn volledig geasfalteerd. Er is geen geschikt habitat voor beschermde vaatplanten aangetroffen tijdens het veldbezoek. Negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde vaatplanten kunnen hiermee worden uitgesloten.
Houtopstanden
Er is geen sprake van beschermde houtopstanden. Er zijn geen bomen aanwezig binnen het plangebied.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 16 van 38
Zoogdieren
Er is binnen het plangebied geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde zoogdieren. Negatieve effecten op beschermde overige zoogdieren zijn op voorhand uit te sluiten.
Vleermuizen
Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het plangebied geen functie kan vervullen als foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen. Met betrekking tot verblijfplaatsen is vastgesteld dat de dakconstructie niet geschikt is voor verblijfplaatsen van vleermuizen, vanwege de afwerking met stalen dakplaten. Er bevinden zich open stootvoegen in de buitenmuren, die wellicht toegang kunnen geven tot geschikte ruimtes voor vleermuizen in de spouwmuur. Negatieve effecten op vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn op voorhand uit te sluiten. Tijdens het endoscooponderzoek zijn de stootvoegen en andere openingen in het bestaande pand onderzocht met behulp van een endoscoopcamera. Uit het onderzoek blijkt dat er geen ruimtes aanwezig zijn achter deze openingen, die als vleermuisverblijfplaats dienst kunnen doen. Negatieve effecten op vleermuizen kunnen hiermee worden uitgesloten. Er is geen aanvullend jaarrond onderzoek nodig naar vleermuizen en het is niet noodzakelijk om compenserende en/of mitigerende maatregelen te treffen ten aanzien van vleermuizen. Het is niet noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen in het kader van de Wet natuurbescherming bij de Omgevingsdienst Brabant Noord.
Vogels
Voor soorten die op of in gebouwen broeden, zoals de huismus en gierzwaluw, biedt de bebouwing geen mogelijkheden voor nestlocaties. Er is geen opgaand groen aanwezig voor andere jaarrond beschermde nesten. Negatieve effecten op beschermde vogels of jaarrond beschermde nesten kunnen hiermee worden uitgesloten.
Reptielen en amfibieën
Er zijn geen potentiële voortplantingswateren of geschikt landhabitat aanwezig voor beschermde soorten amfibieën en reptielen binnen het plangebied. Negatieve effecten op deze beschermde soorten kunnen hiermee worden uitgesloten.
Insecten
De afgelopen 10 jaar is de beschermde gevlekte witsnuitlibel waargenomen in de directe omgeving van het plangebied. Er is door het ontbreken van een diverse, opgaande begroeiing geen geschikt habitat aanwezig binnen het plangebied of de directe omgeving hiervan. Negatieve effecten op beschermde soorten insecten kunnen hiermee worden uitgesloten.
Vissen
Er zijn geen waterpartijen of waterlopen aanwezig binnen het projectgebied of de directe omgeving. Negatieve effecten op beschermde soorten vissen kunnen worden uitgesloten. Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot significant negatieve effecten ten aanzien van natuur. Op grond van de Wet natuurbescherming geldt een vrijstelling van vergunningplicht, waardoor dit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Op het onderwerp stikstof wordt in paragraaf 4.3 nader ingegaan. 4.3
Stikstof
Toetsingskader
De Wet natuurbescherming (Wnb, per 1 januari 2017) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Voor de Wet natuurbescherming heeft de Europese regelgeving als 20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 17 van 38
uitgangspunt gediend. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Vanwege de inwerkingtreding per 1 juli 2021 van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering zijn geen stikstofberekeningen meer nodig voor de aanlegfase (bouw en sloop) van projecten.
Beoordeling en conclusie
Door AGEL Adviseurs is een toets naar stikstofdepositie uitgevoerd. Doel van het onderzoek betreft het bepalen van de bijdrage aan de stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden als gevolg van de ontwikkeling. Het onderzoek is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Hierna worden de belangrijkste conclusies weergegeven. In de omgeving van Nuland zijn verschillende Natura 2000-gebieden aanwezig, waarvan de ‘Rijktaken (± 9,6 km) en de ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (± 9,6 km) het meest nabijgelegen zijn. De appartementen worden ‘gasloos’ gerealiseerd, waardoor er geen stikstof uitstotende installaties aanwezig zijn in de toekomstige appartementen. Dit betekent dat de stikstofemissie voor de toekomstige gebruiksfase wordt bepaald door de verkeersaantrekkende werking van gemotoriseerd verkeer. Uit de berekeningen blijkt dat voor de toekomstige gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Dit houdt in dat, met betrekking tot stikstofdepositie, negatieve effecten op stikstofgevoelige habitat-en leefgebieden zijn uit te sluiten. De natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige gebieden blijven onaangetast. Hieruit wordt geconcludeerd dat de toekomstige gebruiksfase van de nieuwe appartementen in het plan worden uitgezonderd van de vergunningplicht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk en de Wet natuurbescherming vormt daarom geen belemmering.
4.4
Water
Toetsingskader
In deze waterparagraaf wordt toegelicht hoe het waterbeleid en geldende normen zijn vertaald naar de waterhuishoudkundige inrichting in dit bestemmingsplan. Het klimaat verandert. We verwachten meer hevige én meer langdurige neerslag in de toekomst. Daarom is de kern van het waterbeleid van de 21e eeuw: ruimte maken voor water. Naast de kans op meer wateroverlast neemt ook de kans op langdurige periodes van droogte toe. Gemeente ’s-Hertogenbosch De gemeente ’s Hertogenbosch heeft zijn beleid opgenomen in de verordening Bomen, Water en Groen ’s Hertogenbosch 2021. In de verordening zijn de regels met betrekking tot de afkoppelingsverplichting van de verharding bij nieuwbouw, renovaties en aanleg opgesteld. De regels met betrekking tot nieuwe bouwwerken en nieuwe verharding zijn: • Het is verboden om bij het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding hemelwater rechtstreeks te lozen op het gemeentelijk riool of openbaar terrein. • De perceel eigenaar heeft een verplichting om het hemelwater op eigen terrein te verwerken;
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 18 van 38
• • •
Bij het realiseren van nieuw verharding of het vervangen of wijzigen van bestaande verharding met een totaal toekomstig afwaterend verhard oppervlak kleiner dan 500 m2, dient de te realiserend hemelwatervoorziening minimaal 10 mm/m 2 te bergen Bij het realiseren van nieuw verharding of het vervangen of wijzigen van bestaande verharding met een totaal toekomstig afwaterend verhard oppervlak groter dan 500 m2, dient de te realiserend hemelwatervoorziening minimaal 60 mm/m 2 te bergen Voorzieningen met betrekking tot het verwerken van het hemelwater dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerken of nieuw afwaterend verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en in stand gehouden worden.
Waterschap Aa en Maas In het Waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. 2.
3.
Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.
Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.
Beoordeling
Huidige situatie Er is bebouwing en terreinverharding binnen het plangebied aanwezig. Er zijn geen waterlopen op of vlakbij het perceel aanwezig. Het perceel is vrijwel geheel bebouwd danwel verhard. Afstromende hemelwater wordt van de daken afgevoerd naar het gemengde rioolstelsel in de wijk. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1.584 m2. Het maaiveld niveau bevindt zich op ongeveer 5,15 meter +NAP. ▪ Bodem Op de locatie kan de bodemopbouw voornamelijk gecategoriseerd worden als de formatie van Boxtel (fijn zand) (bron: DINOloket. d.d. 29-11-2021).
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 19 van 38
▪ Waterschap aspecten In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen watergangen van het waterschap. Het hemelwater zal doormiddel van natuurlijke afstroming afgevoerd worden uit de omgeving(bron: Legger waterschap AA en Maas. d.d. 29-11-2021). ▪ Grondwater De GHG bevindt zich op 4,05 meter NAP, de GLG op 2,15 meter NAP. De minimale ontwateringsdiepte bedraagt dus 1,1 meter bij de GHG. Vanwege de forse ontwateringsdiepte wordt er geen grondwateroverlast verwacht. ▪ Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt in een grondwaterbeschermingsgebied (25-jaarszone) waardoor er een verantwoordingsplicht vanuit de provincie Noord-Brabant geldt. Er dient een zorgvuldige afweging te hebben plaatsgevonden en de risico’s voor de kwaliteit van het grondwater mogen niet toenemen. Het is in een grondwaterbeschermingsgebied verboden om afstromend water van gebouwen en verharding rechtstreeks op of in de bodem te lozen. Onder voorwaarden is infiltratie wel mogelijk. Ter bescherming van het grondwaterbeschermingsgebied is een gebiedsaanduiding opgenomen in de regels waarmee de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening wordt beschermd. Er is een melding gedaan bij de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant voor het uitvoeren van activiteiten binnen een grondwaterbeschermingszone.
Conform de factsheet Grondwater bescherming IOV gelden voorschriften voor infiltratie afstromend hemelwater.
Figuur: Grondwaterbeschermingsgebied, plangebied met rood omcirkeld (bron: Provincie Noord-Brabant) ▪ Riolering Het huidige rioleringsstelsel in de aangrenzende straat (Duyn en Daelseweg), betreft een gemengd stelsel.
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 20 van 38
Planbeschrijving Het voornemen is om op (kadastrale perceel 2390) aan de Duyn en Daelseweg 35 te Nuland een appartementengebouw met in totaal 15 woningen te realiseren. De verdeling van de oppervlaktes ten opzichte van de huidige en toekomstige situatie zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: Oppervlakteverdeling bestaande vs. toekomstige situatie Oppervlaktes Huidige situatie [m2] Terreinverharding 340 Dakoppervlak 1.238 Waarvan groen dak (telt 0 mee als groen)
Toekomstige situatie [m2] 194 641 381 (75% telt mee als groen dus 0,75x381= -285m2) Parkeren 0 231 (50% van 461m2-231m2) Totaal 1578 781 (49% van kaveloppervlak) Oppervlaktes gebaseerd op de tekeningen “m2 verharding en groen” en “bestaande toestand m2 verharding’
Op basis van deze gegevens is er sprake van een halvering van de hoeveelheid verharding ten opzichte van bestaande toestand (49% van kaveloppervlak). Er vindt een maximale ontharding/vergroening plaats tov de bestaande bebouwde toestand. Waterbezwaar Bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen is vaak sprake van een toename van het afwaterend verhard oppervlak en daarmee een afname van het infiltratieoppervlak. Er wordt meer hemelwater versneld afgevoerd naar de riolering of het oppervlaktewater. Dit is ongewenst en dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. Uitgangspunt is dat het hemelwater zoveel mogelijk in het plangebied blijft. De wijze waarop kan per situatie verschillen en is gebiedsafhankelijk. Met een afname van het afwaterend verhard oppervlak van 797 m² is er vanuit de Algemene Regel vanuit het waterschap Aa en Maas geen verplichting tot aanleg van een bergingsvoorziening. Met een toekomstig afwaterend verhard oppervlak van 781 m² valt de ruimtelijke (her)ontwikkeling conform gemeentelijk beleid binnen de grenswaarde van meer dan 500 m². Vanuit de verordening Bomen, Water en Groen ’s Hertogenbosch 2021 is er een verplichting tot het aanbrengen van een bergingsvoorziening volgens de norm 60mm/m2. Voor het plangebied is de volgende rekensom te maken: 781 m2 * 60 mm = 46,86 m3.
Advies behandeling regenwater (RWA) In de toekomstige situatie zal de afvoer van neerslag, afkomstig van de daken en verharding moeten worden opgevangen op eigen terrein. Het streven van de gemeente om hemelwater zoveel mogelijk vast te houden in het plangebied. Hierdoor wordt de volgende volgorde aangehouden: vasthouden – infiltreren in bodem – afvoer naar oppervlaktewater (aanliggend) – afvoer naar gemeentelijk hemelwaterriool. Er dient beperkt gebruik te worden gemaakt van schadelijke uitloogbare (bouw) materialen (dakgoten, regenpijpen, loodslabben). Daarnaast een zuiverende voorziening te worden toegepast die past bij de van toepassing zijnde emissiecategorie. Afstromend hemelwater wordt ter plaatse van parkeerterrein in bodem geïnfiltreerd middels half verharding (grastegels), het water dat op verharde inrit valt wordt middels molgoot afgevoerd naar wadi, die is voorzien van helofyten en geotextiel doek. Door het regenwater dat op de daken valt tijdelijk lokaal vast te houden op de groene daken en wadi wordt de piek van de afvoer van regenwater richting het riool verschoven: het regenwater stroomt pas langzaam richting rioolbuis als deze weer leeg is. In het plangebied wordt het
20210348 | Duyn en Daelseweg 35 te Nuland Ontwerpbestemmingsplan
| 21 van 38
regenwater dat op de daken van het gebouw valt tijdelijk vastgehouden door de groene daken, (totaal groendak oppervlak = 381 m2). Het water dat op de hellende daken valt (equivalent van schuine dak)=179 m2. bergingseis is 60mm per etmaal = 179*60/1000=10,74m 3 wordt vastgehouden door de wadi op het voorterrein. Het water dat op het achter terrein (parkeerplaatsen) valt kan door de goeie bodemgesteldheid (Zie rapport grondonderzoek d.d 15 juli 2022 in bijlage 6) direct geïnfiltreerd worden door de halfverharding van grastegels. De bodem hieronder zal verrijkt worden tot minimaal 1% lutum en humus. Het parkeerterrein (op achterterrein) is 10cm verdiept, het fungeert als buffercapaciteit bij kleine buien, zodat de halfverharding als 50% verharding meegerekend mag worden (het hemelwater krijgt zo mee tijd om te infiltreren via de halfverharding, alvorens het wegstroomt via de molgoot richting wadi.
Groene daken:
Groene daken hebben veel voordelen. Naast dat het er mooier uitziet, dan standaard bitumendak vergroten ze de sponswerking van een rainproof stad/dorp , warmen ze (en omliggende ruimtes en boven geplaatste zonnepanelen) minder op, in combinatie met de zonnepanelen (die minder opwarmen) wordt een hogere efficiëntie van de panelen behaald , en groene daken dragen bij aan biodiversiteit. Verder verminderen groende daken geluidshinder en de luchtkwaliteit kan verbeterd worden doordat ze fijnstof opvangen. Tenslotte beschermen groene daken de oorspronkelijke daklaag die eronder ligt, waardoor daken langer meegaan. Er bestaan verschillende soorten groene daken. Het groene dat wordt toegepast is het Standaard (extensief) groen dak: standaard groene daken zijn de dunste variant van een groen dak. Ze hebben een dunne substraatlaag en sedum als begroeiing, eventueel aangevuld met kruiden en grassen. Sedum is zeer geschikt voor een dak, omdat deze planten veel water opslaan en tegen lange droogte kunnen. Vanwege het lage gewicht wordt het standaard groen dak vaak toegepast op bestaande bebouwing. Deze laag begroeide daken kunnen ook gecombineerd worden met zonnepanelen. Het groen zorgt voor een hogere efficiëntie van de panelen. Het groene dak heeft een bergingscapaciteit van 25 mm/m2.