centrumregeling Wmo licht 2026- was-wordt lijst
Tekst van het document
Was-Wordt-lijst Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026 Deze Centrumregeling wordt technisch gewijzigd. Onderstaande zijn de artikelen waarin wijzigingen hebben plaatsgevonden aangegeven. De centrumregeling dient te worden gewijzigd om het regionaal toezicht en handhaving op de gecontracteerde Wmo en jeugdhulp zo effectief mogelijk uit te kunnen voeren. Dit is dezelfde aanscherping van de relevante artikelen in deze centrumregeling als u ook bij de centrumregeling Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Meierij-Bommelerwaard 2026-2030 onlangs heeft vastgesteld. Tevens worden een paar gedateerde passages in de tekst gewijzigd.
Was Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020
Wordt Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026
Was
Wordt
Overwegende dat: zij met ingang van 1 januari 2025 regionaal hebben samengewerkt op basis van de Samenwerkingsovereenkomst Specialistische hulp Wmo Meierij;
Overwegende dat: zij met ingang van 1 januari 2020 regionaal hebben samengewerkt op basis van de centrumregeling Meierij Wmo 2020;
zij daartoe een inkoopsamenwerking zijn aangegaan en beleid op elkaar hebben afgestemd; de samenwerkingsovereenkomst op 31 december 2019 afloopt; de samenwerking tussen de gemeenten over de periode 2015-2018 door een extern bureau is geëvalueerd; in het evaluatierapport diverse aanbevelingen zijn gedaan om te komen tot een optimalisering van de gezamenlijke inkoop en de bestuurlijke samenwerking daarbij; zij zich realiseren dat op basis van de opgedane ervaringen de samenwerking bij de gezamenlijke uitvoering van de Wmo voordelen biedt, met inachtneming van ieders autonome bestuursbevoegdheid; de colleges van de deelnemende gemeenten al eerder een voorkeur hebben aangegeven voor een samenwerkingsstructuur die gekenmerkt wordt als ‘zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig’, passend binnen het regionaal gedragen principe: ‘Doe regionaal wat moet, lokaal wat kan’; zij zich realiseren dat een centrumgemeenteconstructie als bestuurlijke vorm zorgt voor eenduidigheid en een beperking van kosten en administratieve lasten;
zij daartoe een inkoopsamenwerking zijn aangegaan en beleid op elkaar hebben afgestemd; de samenwerkingsovereenkomst op 31 december 2019 afloopt; de samenwerking tussen de gemeenten over de periode 20152018 door een extern bureau is geëvalueerd; in het evaluatierapport diverse aanbevelingen zijn gedaan om te komen tot een optimalisering van de gezamenlijke inkoop en de bestuurlijke samenwerking daarbij; zij zich realiseren dat op basis van de opgedane ervaringen de samenwerking bij de gezamenlijke uitvoering van de Wmo voordelen biedt, met inachtneming van ieders autonome bestuursbevoegdheid; de colleges van de deelnemende gemeenten al eerder een voorkeur hebben aangegeven voor een samenwerkingsstructuur die gekenmerkt wordt als ‘zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig’, passend binnen het regionaal gedragen principe: ‘Doe regionaal wat moet, lokaal wat kan’; zij zich realiseren dat een centrumgemeenteconstructie als
gemeenten in adequaat toezicht en handhaving op naleving van de gestelde kwaliteitseisen in de Wmo voorzien door gezamenlijke organisatie van het Wmo- toezicht; zij de gezamenlijke inkoop opnieuw willen vormgeven met inachtneming van de aanbevelingen uit het evaluatierapport uit 2018 door gebruik te maken van de gemeente ‘sHertogenbosch als centrumgemeente; zij daarbij ruimte willen creëren om te kunnen experimenteren met alternatieve manieren van inkoop door middel van pilots; zij de intentie hebben hun raden voor te stellen waar nodig in verband met de gezamenlijke inkoop hun verordening Wmo op elkaar af te stemmen; zij daartoe ingaande 2020 een centrumregeling wensen aan te gaan waarin aan de gemeente ‘s-Hertogenbosch het mandaat wordt verleend om individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf,(indien nodig) een vertrouwenspersoon en toezicht op calamiteitsincidenten zoals omschreven in de regeling in te kopen namens de overige gemeenten; zij daartoe ingaande 2021 mogelijk een centrumregeling wensen aan te gaan waarin aan de gemeente ‘s-Hertogenbosch het mandaat wordt verleend om ook Beschermd Wonen en maatschappelijke en verslaafdenopvang, zoals omschreven in de regeling in te kopen namens de overige gemeenten;
bestuurlijke vorm zorgt voor eenduidigheid en een beperking van kosten en administratieve lasten; gemeenten in adequaat toezicht en handhaving op naleving van de gestelde kwaliteitseisen in de Wmo voorzien door gezamenlijke organisatie van het Wmo- toezicht en handhaving; zij de gezamenlijke inkoop opnieuw willen vormgeven met inachtneming van de aanbevelingen uit het evaluatierapport uit 2018 door gebruik te maken van de gemeente ‘s-Hertogenbosch als centrumgemeente; zij daarbij ruimte willen creëren om te kunnen experimenteren met alternatieve manieren van inkoop door middel van pilots; zij de intentie hebben hun raden voor te stellen waar nodig in verband met de gezamenlijke inkoop hun verordening Wmo op elkaar af te stemmen; zij daartoe de centrumregeling per 1 juli 2026 willen wijzigen; In de centrumregeling wordt aan de gemeente ’sHertogenbosch het mandaat verleend om individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf,(indien nodig) een vertrouwenspersoon en toezicht op calamiteitsincidenten en geweld en toezicht en handhaving zoals omschreven in de regeling in te kopen namens de overige gemeenten; zij de centrumregeling beschermd wonen, maatschappelijke opvang en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard vernieuwd hebben per 1 juli 2026;
Was B E S L U I T E N:
Wordt B E S L U I T E N:
vast te stellen de navolgende gemeenschappelijke regeling voor de inkoop van Wmo-taken
vast te stellen de navolgende gewijzigde centrumregeling voor de inkoop van Wmo-taken
Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020
Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026
Was Artikel 1 Begripsbepalingen Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a. centrumregeling: Centrumregeling regio Meierij Wmo 2020 b. centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 8,
Wordt Artikel 1 Begripsbepalingen Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder: a. centrumregeling: Centrumregeling regio Meierij Wmo 2026
vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: gemeente ‘s-Hertogenbosch; c. gemeenten: alle gemeenten die aan deze regeling deelnemen, inclusief de centrumgemeente ’sHertogenbosch; d. regiogemeenten: gemeenten Boxtel, Haaren, Meierijstad, Sint-Michielsgestel en Vught; e. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, f. Wmo-taken: taken in het kader van de Wmo, namelijk individuele begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf, vertrouwenspersoon, toezicht op calamiteiten en geweld en toezicht op kwaliteit. Uitgezonderd zijn de individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf voor landelijk gecontracteerde aanbieders voor zintuiglijk gehandicapten; g. vertrouwenspersoon; een onafhankelijk persoon die de inwoner ondersteunt bij het opkomen voor de eigen belangen; h. portefeuillehouder Wmo: het collegelid van een deelnemende gemeente, verantwoordelijk voor de Wmo; i. regionaal Inkoopteam: organisatieonderdeel van de centrumgemeente dat belast is met de inkoop van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven; j. accountmanagement: het bewaken van afspraken uit de overeenkomsten met de aanbieders via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), het bewaken van financiële informatie en het bespreken van innovatie en ontwikkelmogelijkheden met de aanbieders; k. aanbieders; aanbieders kunnen zijn: leveranciers van zorg, GGD of vertrouwenspersoon l.
contractbeheer: het beheer van de overeenkomsten met de aanbieders en het monitoren van het naleven van de afspraken uit deze overeenkomsten; m. cliëntervaringsonderzoek: het jaarlijks verplichte onderzoek naar cliëntervaringen. n. toezicht: toezien op de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders, als bedoeld in de Wmo, eventueel na een signaal, klacht of melding. o. Inkoopopdracht: jaarlijkse opdracht van het Regionaal Regieteam aan het Regionaal Inkoopteam waarin wordt aangeven wat dit team voor het daaropvolgende jaar moet inkopen; p. verdeelsleutel: naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het voorgaande jaar.
b. centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: gemeente ‘s-Hertogenbosch; c. gemeenten: alle gemeenten die aan deze regeling deelnemen, inclusief de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch; d. regiogemeenten: gemeenten Boxtel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel en Vught; e. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, f. Wmo-taken: taken in het kader van de Wmo, namelijk individuele begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf, vertrouwenspersoon, toezicht op calamiteiten en geweld en toezicht en handhaving en kwaliteit. Uitgezonderd zijn de individuele begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf voor landelijk gecontracteerde aanbieders voor zintuiglijk gehandicapten; g. vertrouwenspersoon; een onafhankelijk persoon die de inwoner ondersteunt bij het opkomen voor de eigen belangen; h. portefeuillehouder Wmo: het collegelid van een deelnemende gemeente, verantwoordelijk voor de Wmo; i. regionaal Inkoopteam: organisatieonderdeel van de centrumgemeente dat belast is met de inkoop van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven; j. accountmanagement: het bewaken van afspraken uit de overeenkomsten met de aanbieders via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s), het bewaken van financiële informatie en het bespreken van innovatie en ontwikkelmogelijkheden met de aanbieders; k.
aanbieders; aanbieders kunnen zijn: leveranciers van zorg, GGD of vertrouwenspersoon l. contractbeheer: het beheer van de overeenkomsten met de aanbieders en het monitoren van het naleven van de afspraken uit deze overeenkomsten; m. cliëntervaringsonderzoek: het jaarlijks verplichte onderzoek naar cliëntervaringen. n. toezicht & handhaving: controle op nakoming van verbintenissen, naleving van subsidievoorwaarden en naleving van rechtmatige uitvoering van de wet (waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet) door aanbieders en derden waar cliënten met een persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning betrekken en het bij normschending verrichten van privaatrechtelljke rechtshandelingen gericht op
herstel of sanctioneren en het opleggen van herstelsancties. n. Inkoopopdracht: jaarlijkse opdracht van het Regionaal Regieteam aan het Regionaal Inkoopteam waarin wordt aangeven wat dit team voor het daaropvolgende jaar moet inkopen; o. verdeelsleutel: naar rato van het aantal inwoners per gemeente op 1 januari van het voorgaande jaar. Was Artikel 4 Centrumgemeente 1. De regionale inkoop van de Wmo-taken wordt uitgevoerd door de centrumgemeente. Deze gemeente treedt namens de gemeenten op als inkopende partij. 2. De regiogemeenten verlenen de centrumgemeente daartoe opdracht tot het verrichten van de in artikel 10 genoemde taken namens de gemeenten overeenkomstig artikel 8, vierde lid van de Wgr. 3. De centrumgemeente aanvaardt deze opdracht en richt daartoe een Regionaal Inkoopteam in binnen de eigen ambtelijke organisatie. 4. De kosten van inrichting en instandhouding van het Regionaal Inkoopteam als bedoeld in het vorige lid worden volgens de verdeelsleutel door de gemeenten gezamenlijk gedragen. Bij het aangaan van deze regeling is een minimale formatie vastgesteld en deze kan jaarlijks worden uitgebreid na instemming RBO-Wmo. Bij wijziging van formatie worden de daaruit voortvloeiende kosten door de gemeenten gezamenlijk gedragen en verdeeld volgens de verdeelsleutel. 5.
De centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden conform de archiefregeling van de centrumgemeente..
Wordt Artikel 4 Centrumgemeente 1. Regionale inkoop, subsidiering, toezicht & handhaving van de Wmo-taken wordt uitgevoerd door de centrumgemeente. Deze gemeente treedt namens de gemeenten op als inkopende partij. 2. De regiogemeenten verlenen de centrumgemeente daartoe opdracht tot het verrichten van de in artikel 10 genoemde taken namens de gemeenten overeenkomstig artikel 8, vierde lid van de Wgr. 3. De centrumgemeente aanvaardt deze opdracht en richt daartoe een Regionaal Inkoopteam in binnen de eigen ambtelijke organisatie. 4. De kosten van inrichting en instandhouding van het Regionaal Inkoopteam als bedoeld in het vorige lid worden volgens de verdeelsleutel door de gemeenten gezamenlijk gedragen. Bij het aangaan van deze regeling is een minimale formatie vastgesteld en deze kan jaarlijks worden uitgebreid na instemming Poho MZ. Bij wijziging van formatie worden de daaruit voortvloeiende kosten door de gemeenten gezamenlijk gedragen en verdeeld volgens de verdeelsleutel. 5. De centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden conform de archiefregeling van de centrumgemeente..
Was Artikel 5 Bevoegdheden 1. De colleges geven de centrumgemeente mandaat en volmacht om de in artikel 10 genoemde taken uit te voeren, uiteraard begrensd door wetgeving, jurisprudentie en vastgestelde kaders. 2. Het college van de centrumgemeente kan de bevoegdheden in het eerste lid ondermandateren aan de ambtenaren van de centrumgemeente.
Wordt Artikel 5 Bevoegdheden 1. De colleges geven het college van de centrumgemeente mandaat en machtiging om de in artikel 10 genoemde bevoegdheden en taken uit te voeren, uiteraard begrensd door wetgeving en jurisprudentie en de kaders vastgesteld op basis van artikel 7. 2. De burgemeesters verlenen volmacht aan de burgemeester van de centrumgemeente voor het verrichten van privaatrechtelijke
rechtshandelingen voorvloeiende uit de taken genoemd in artikel 10. 3. Het college van de centrumgemeente verleent ondermandaat en ondermachtiging aan de manager RIOZ voor het uitvoeren van de bevoegdheden en taken genoemd in artikel 10 centrumregeling, uiteraard begrensd door wetgeving en jurisprudentie en de kaders vastgesteld op basis van artikel 7. Het is de manager RIOZ toegestaan ondermandaat en/of ondermachtiging te verlenen aan ambtenaren waarvoor hij verantwoordelijk is of externe opdrachtnemers die hij aanstuurt. 4. De burgemeester van de centrumgemeente verleent ondervolmacht aan de manager RIOZ voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiende uit de taken genoemd in artikel 10. Het verlenen van ondervolmacht is toegestaan, behalve voor het voeren van rechtsgedingen.
Was Artikel 6 Organisatie De samenwerking en aansturing is georganiseerd in de vorm van: 1. Regionaal Bestuurlijk Overleg Wmo (RBO-Wmo), bestaande uit de portefeuillehouders Wmo van de gemeenten. Het RBO-Wmo wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris. Deze secretaris is tevens secretaris van het Regionaal Regieteam. 2. Regionaal Regieteam, bestaande uit één ambtelijke vertegenwoordiger per gemeente. Het Regionaal Regieteam wijst uit zijn midden de voorzitter aan en wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris. Deze secretaris is tevens secretaris van het RBO-Wmo. De manager van het Regionaal Inkoopteam en de voorzitter van het Regionaal Beleidsteam zijn vaste adviseurs van het Regionaal Regieteam. Het Regionaal Regieteam kan naar behoefte andere adviseurs betrekken. 3. Regionaal Beleidsteam, bestaande uit ambtelijk beleidsmedewerkers van de gemeenten. Het Regionaal Beleidsteam wijst uit zijn midden de voorzitter aan. De voorzitter is vaste adviseur van het Regionaal Regieteam. 4. Regionale Inkoopteam, bestaande uit
Wordt Artikel 6 Organisatie De samenwerking en aansturing is georganiseerd in de vorm van: 1. Portefeuillehoudersoverleg Maatschappelijk Zaken (poho MZ), staande uit de portefeuillehouders Wmo van de gemeenten. Het Poho MZ wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris. Deze secretaris is tevens secretaris van het Regionaal Regieteam. 2. Regionaal Regieteam, bestaande uit één ambtelijke vertegenwoordiger per gemeente. Het Regionaal Regieteam wijst uit zijn midden de voorzitter aan en wordt ambtelijk ondersteund door een secretaris. Deze secretaris is tevens secretaris van het Poho MZ. De manager van het Regionaal Inkoopteam en de voorzitter van het Regionaal Beleidsteam zijn vaste adviseurs van het Regionaal Regieteam. Het Regionaal Regieteam kan naar behoefte andere adviseurs betrekken. 3. Regionaal Beleidsteam, bestaande uit ambtelijk beleidsmedewerkers van de gemeenten. Het Regionaal Beleidsteam wijst uit zijn midden de voorzitter aan. De voorzitter is vaste adviseur van het Regionaal Regieteam. 4. Regionale Inkoopteam, bestaande uit
medewerkers van de centrumgemeente die belast zijn met de inkoop van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven. De manager van het Regionaal Inkoopteam is vaste adviseur van het Regionaal Regieteam.
medewerkers van de centrumgemeente die belast zijn met de inkoop, subsidiëring, het toezicht & handhaving van de Wmo voor de gemeenten zoals in deze regeling omschreven. De manager van het Regionaal Inkoopteam is vaste adviseur van het Regionaal Regieteam.
Was Artikel 10 Taken van het Regionaal Inkoopteam Taken van het Regionaal Inkoopteam zijn: - de regionale inkoop van de Wmo-taken, inclusief accountmanagement, contractbeheer en het houden van toezicht. Een gemeente kan bij een gesprek tussen een accountmanager en een aanbieder aanwezig zijn, indien dat nodig is voor oplossing van een lokaal knelpunt; - in voorkomende gevallen het aangaan van een subsidierelatie; - in voorkomende gevallen het doen van een aanbesteding waarbij de start van het gegunde contract valt binnen de periode als genoemd in artikel 24; - de door het Regionaal Regieteam verstrekte Inkoopopdracht uitvoeren; - gevraagd en ongevraagd adviseren aan het Regionaal Regieteam; - het evalueren van accountmanagement en contractbeheer; - het organiseren van het overleg met de gecontracteerde aanbieders van Wmotaken over inkoopgerelateerde onderwerpen; - het organiseren van data-analyse ten behoeve van de Inkoopopdracht en het per kwartaal of zoveel eerder als nodig rapporteren op basis van gebruik van Wmotaken aan alle gemeenten over de stand van zaken; - verantwoording afleggen aan het Regionaal Regieteam op basis van het door dit team bepaalde KPI’s en rapportagefrequentie; - verantwoording afleggen aan het Regionaal Regieteam over de realisatie van de Inkoopopdracht; - het voeren van rechtsgedingen voortvloeiende uit de hiervoor vermelde taken.
Wordt Artikel 10 Taken van het Regionaal Inkoopteam Taken van het Regionaal Inkoopteam zijn: - de regionale inkoop van de Wmo-taken; , inclusief accountmanagement, contractbeheer en het houden van toezicht. Een gemeente kan bij een gesprek tussen een accountmanager en een aanbieder aanwezig zijn, indien dat nodig is voor oplossing van een lokaal knelpunt; - het uitoefenen van de taak van toezichthouder op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet (artikel 6,1 Wmo 2015, de gemeentelijke verordeningen, titel 5.2 Awb). - het opleggen van herstelsancties (artikel 125 Gemeentewet jo. titel 5.3 Awb); - het controleren op de nakoming van verbintenissen en het naleven van subsidievoorwaarden door aanbieders en derden waar cliënten met een persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning betrekken.
Een gemeente kan bij een gesprek tussen een accountmanager en een aanbieder aanwezig zijn, indien dat nodig is voor oplossing van een lokaal knelpunt; - besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen (artikel 160 Gemeentewet, de overeenkomsten); - het vertegenwoordigen van de gemeenten als publiekrechtelijke rechtspersonen in en buiten rechte (artikel 171, tweede lid, Gemeentewet); - in voorkomende gevallen het aangaan van een subsidierelatie; - in voorkomende gevallen het doen van een aanbesteding waarbij de start van het gegunde contract valt binnen de periode als genoemd in artikel 24; - de door het Regionaal Regieteam verstrekte Inkoopopdracht uitvoeren; - gevraagd en ongevraagd adviseren aan het Regionaal Regieteam;
- het evalueren van accountmanagement en toezicht & handhaving en contractbeheer; - het organiseren van het overleg met de gecontracteerde aanbieders van Wmo-taken over inkoop gerelateerde onderwerpen; - het organiseren van data-analyse ten behoeve van de Inkoopopdracht en het per kwartaal of zoveel eerder als nodig rapporteren op basis van gebruik van Wmo-taken aan alle gemeenten over de stand van zaken; - verantwoording afleggen aan het Regionaal Regieteam op basis van het door dit team bepaalde KPI’s en rapportagefrequentie; - verantwoording afleggen aan het Regionaal Regieteam over de realisatie van de Inkoopopdracht; - het voeren van rechtsgedingen voortvloeiende uit de hiervoor vermelde taken. Was Artikel 19 Tussentijdse uittreding
Wordt Artikel 19 tussentijdse uitreding
1. Een regiogemeente kan tussentijds uittreden uit de regeling door een besluit van het college na verkregen toestemming van de betreffende raad. 2. Een regiogemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. 3. Een regiogemeente maakt het voornemen tot uittreding minimaal een jaar van tevoren per aangetekende brief kenbaar aan de centrumgemeente. 4. Als een regiogemeente uittreedt, zal die gemeente tot 0101-2024 de jaarlijkse uitvoeringskosten van de centrumgemeente en de contractuele verplichtingen met aanbieders aan de centrumgemeente blijven voldoen. Daarnaast betaalt die regiogemeente de werkelijke kosten ten gevolge van de uittreding. De centrumgemeente stelt de hoogte van de in dit lid genoemde kosten vast in overleg met de gemeenten. 5. De uitgetreden regiogemeente is verantwoordelijk voor het regelen van de Wmo-taken voor de betreffende gemeente. 6. Op de tussentijdse uittreding uit deze regeling is artikel 25 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
1. Een regiogemeente kan tussentijds uittreden uit de regeling door een besluit van het college na verkregen toestemming van de betreffende raad. 2. Een regiogemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. 3. Een regiogemeente maakt het voornemen tot uittreding minimaal een jaar van tevoren per aangetekende brief kenbaar aan de centrumgemeente. 4. Als een regiogemeente uittreedt, zal die gemeente tot 0106-2030 de jaarlijkse uitvoeringskosten van de centrumgemeente en de contractuele verplichtingen met aanbieders aan de centrumgemeente blijven voldoen. Daarnaast betaalt die regiogemeente de werkelijke kosten ten gevolge van de uittreding. De centrumgemeente stelt de hoogte van de in dit lid genoemde kosten vast in overleg met de gemeenten. 5. De uitgetreden regiogemeente is verantwoordelijk voor het regelen van de Wmo-taken voor de betreffende gemeente. 6. Op de tussentijdse uittreding uit deze regeling is artikel 25 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Was Artikel 20 Tussentijdse opheffing en beëindiging
Wordt Artikel 20 Tussentijdse opheffing en beëindiging
1. De regeling wordt tussentijds opgeheven, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. 2. Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven, of indien de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 januari 2024 regelt de centrumgemeente in overleg met de gemeenten de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan ofwel een liquidatieplan. 3. De centrumgemeente registreert de werkelijke kosten die zij per jaar maakt voor het te herplaatsen personeel en declareert deze bij de gemeenten. 4. Volgens de verdeelsleutel worden de kosten verdeeld over de gemeenten. 5. Het is in ieders belang de opheffingskosten of liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere gemeente een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel. 6. Op de tussentijdse opheffing van deze regeling is artikel 25 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
1. De regeling wordt tussentijds opgeheven, wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten na verkregen toestemming van hun raden. 2. Indien de regeling tussentijds wordt opgeheven, of indien de samenwerking wordt beëindigd met ingang van 1 juli 2030 regelt de centrumgemeente in overleg met de gemeenten de financiële gevolgen van de opheffing of beëindiging in een opheffingsplan ofwel een liquidatieplan. 3. De centrumgemeente registreert de werkelijke kosten die zij per jaar maakt voor het te herplaatsen personeel en declareert deze bij de gemeenten. 4. Volgens de verdeelsleutel worden de kosten verdeeld over de gemeenten. 5. Het is in ieders belang de opheffingskosten of liquidatiekosten zo laag mogelijk te houden en er wordt afgesproken dat iedere gemeente een bijdrage levert aan het te herplaatsen personeel. 6. Op de tussentijdse opheffing van deze regeling is artikel 25 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Was Artikel 23 Evaluatie
Wordt Artikel 23 Evaluatie
1. Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt voor 1 juli 2024 geëvalueerd. 2. De evaluatie vindt plaats onder onafhankelijke aansturing 3. De kosten van de evaluatie worden gedeeld volgens de verdeelsleutel. 4. De evaluatie resulteert in een evaluatieverslag dat wordt aangeboden aan de colleges van de gemeenten. 5. De colleges van de gemeenten brengen het evaluatieverslag en hun zienswijzen daarbij onder de aandacht van hun raden.
1. Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt voor 1 januari 2029 geëvalueerd. 2. De evaluatie vindt plaats onder onafhankelijke aansturing 3. De kosten van de evaluatie worden gedeeld volgens de verdeelsleutel. 4. De evaluatie resulteert in een evaluatieverslag dat wordt aangeboden aan de colleges van de gemeenten. 5. De colleges van de gemeenten brengen het evaluatieverslag en hun zienswijzen daarbij onder de aandacht van hun raden.
Was Artikel 24 Inwerktreding en duur van de regeling
Wordt Artikel 24 Inwerktreding en duur van de regeling
1. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2020. 2. De regeling wordt aangegaan voor de duur van vier jaren. 3. De regeling wordt steeds stilzwijgend met een jaar verlengd, tenzij één van de gemeenten vòòr 1 januari van het jaar waarin de regeling afloopt per aangetekende brief kenbaar heeft gemaakt aan de centrumgemeente van deze mogelijkheid geen
1. Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2026. 2. De regeling wordt aangegaan voor de duur van vier jaren. 3. De regeling wordt steeds stilzwijgend met een jaar verlengd, tenzij één van de gemeenten vòòr 1 januari van het jaar waarin de regeling afloopt per aangetekende brief kenbaar heeft gemaakt aan de centrumgemeente van deze mogelijkheid geen
gebruik wenst te maken. 4. Bij stilzwijgende verlenging geldt voor alle artikelen dat deze met inachtneming van een nieuwe periode van een jaar moeten worden gelezen.
gebruik wenst te maken. 4. Bij stilzwijgende verlenging geldt voor alle artikelen dat deze met inachtneming van een nieuwe periode van een jaar moeten worden gelezen.
Was Artikel 27 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Centrumregeling Wmo regio Meierij 2020.
Wordt Artikel 27 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Centrumregeling Wmo regio Meierij 2026.