Brief 15 juni 2026 - KHN 's-Hertogenbosch Raadinformatiebrief
Tekst van het document
Raadinformatiebrief Donderdag vóór carnaval – voorstel wijziging APV en Horecaverordening Aan de leden van de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch,
KONINKLIJK VERBOND VAN ONDERNEMERS HORECA. EN AANVERWANT BEDRIJF. HORECA NEDERLAND.
Namens Koninklijke Horeca Nederland, afdeling ’s-Hertogenbosch, vragen wij uw aandacht voor het voorstel van het college om de regels voor de donderdag vóór carnaval aan te passen. Het college wil dit regelen via een wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening en de Horecaverordening. De voorgestelde lijn is dat op de donderdag vóór carnaval geen carnavalsevenementen meer zijn toegestaan en dat alcoholschenkende horeca tot 18.00 uur gesloten moet zijn, tenzij daarvoor een ontheffing wordt verleend. Volgens het college is deze maatregel bedoeld om drukte, overlast en druk op politie en handhaving te beperken. De gemeente kiest daarbij bewust voor een aanpak die in de hele gemeente geldt. KHN Den Bosch heeft grote zorgen over dit voorstel. Wij erkennen dat de donderdag vóór carnaval de afgelopen jaren drukker is geworden en onderschrijven zonder voorbehoud het belang van veiligheid, leefbaarheid en openbare orde. Maar juist omdat die belangen zwaar wegen, is een zorgvuldige, proportionele en goed onderbouwde afweging nodig. Naar ons oordeel schiet het huidige voorstel daarin tekort. Het is een vergaande ingreep in een bestaande praktijk, terwijl onvoldoende overtuigend is aangetoond dat juist deze maatregel noodzakelijk, effectief en evenwichtig is.
De horeca vraagt geen uitbreiding, maar behoud van de bestaande situatie De horeca vraagt de raad niet om nieuwe ruimte of extra verruiming. De vraag is juist om de bestaande situatie te behouden. Ondernemers willen de donderdag vóór carnaval blijven exploiteren zoals zij dat nu op grond van hun bestaande exploitatiepraktijk en vergunningen doen. Dat betekent ook dat bestaande evenementen zoals Roet Korte Put en Worstenbrôôdwee moeten kunnen blijven plaatsvinden en dat cafés die hun deuren willen openen, dat moeten kunnen blijven doen binnen de bestaande regels. In ’s-Hertogenbosch is een exploitatievergunning een noodzakelijke voorwaarde om een horecazaak te openen en te exploiteren; zonder exploitatievergunning mag een horecazaak niet open. De gemeente vermeldt bovendien dat een exploitatievergunning in beginsel voor onbepaalde tijd geldt. Juist daarom raakt het voorstel ondernemers diep in een bestaande en toegestane bedrijfsvoering. Dit gaat niet om het tegengaan van een volledig nieuwe ontwikkeling die nog geen plek in het huidige stelsel heeft, maar om het inperken van een praktijk die al in de stad leeft. Dat maakt de keuze voor een generieke verordeningswijziging extra ingrijpend en vraagt om een des te zwaardere motivering.
De donderdag vóór carnaval leeft feitelijk al in de stad De donderdag vóór carnaval is voor veel Bosschenaren en bezoekers geen willekeurige donderdag meer. Het carnavalsseizoen in Oeteldonk begint traditioneel op 11 november en leeft vanaf dat moment toe naar de officiële carnavalsdagen. In de aanloop naar carnaval is de Oeteldonkse sfeer al zichtbaar en aanwezig in de stad. De gemeente erkent zelf dat de donderdag vóór carnaval de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een extra carnavalsdag. Ook in andere
www.khn.nl info@khn.nl
Postbus 566 3440 AN Woerden
Vijzelmolenlaan 10-12 3447 GX Woerden
T 0348 489 489 1/4
Brabantse carnavalssteden leeft carnaval al vóór de officiële dagen; dat past bij de Brabantse carnavalstraditie en de bredere opbouw van het volksfeest. Voor KHN is dat geen probleem op zichzelf, maar juist een uitdrukking van de kracht van een levendig volksfeest. Carnaval in Oeteldonk is niet alleen een optelsom van officiële dagen en formele momenten, maar ook een culturele praktijk van aanloop, ontmoeting en opbouw. De donderdag vóór carnaval maakt daar voor veel inwoners en bezoekers inmiddels wezenlijk deel van uit. Een bestuurlijke reactie die vooral gericht is op het wegdrukken van die realiteit, doet daarom onvoldoende recht aan de manier waarop carnaval in de stad daadwerkelijk wordt beleefd. De cijfers vragen om nuance, niet om een generieke maatregel Afgelopen carnavalsdonderdag waren er volgens de gemeente ongeveer 42.000 bezoekers in de binnenstad. De gemeente noemt dat aantal als belangrijke onderbouwing voor het voorstel en stelt dat de situatie voor bewoners, winkeliers, politie en stadstoezicht niet langer houdbaar is. Tegelijkertijd vraagt dat bezoekersaantal om zorgvuldige duiding. De door KHN gebruikte tellingen laten zien dat op een reguliere donderdag circa 25.000 bezoekers in de binnenstad aanwezig zijn. Dat betekent dat sprake is van een meerbelasting, maar niet van een totaal uitzonderlijk verschijnsel zonder context.
Daarnaast viel op diezelfde avond in 2025 ook de wedstrijd FC Den Bosch – FC Eindhoven. Verder geldt dat een telling van unieke bezoekers niet zonder meer gelijkstaat aan extra carnavalspubliek, omdat daarin ook bewoners kunnen zitten die de binnenstad verlaten en later terugkeren. Juist daarom vinden wij het te kort door de bocht om uit deze cijfers rechtstreeks af te leiden dat gemeentebrede drooglegging van reguliere horeca nodig is. Cijfers over drukte zijn relevant, maar kunnen niet los worden gezien van tijdsverdeling, gebiedsverdeling, context en alternatieven. De raad mag daarom meer vragen dan alleen het noemen van een totaalaantal bezoekers; er moet ook overtuigend worden aangetoond waarom dit voorstel de juiste maatregel is en waarom minder vergaande alternatieven onvoldoende zouden zijn. Het voorstel is disproportioneel en werkt mogelijk averechts KHN is van mening dat het voorstel disproportioneel is. De donderdag vóór carnaval is geen nieuw verschijnsel. Het is een dag met een eigen dynamiek, die al jaren deel uitmaakt van de carnavalsopbouw in de stad. Het feit dat die dag drukker wordt, rechtvaardigt op zichzelf nog niet dat de raad via een wijziging van de APV en Horecaverordening de reguliere horeca in de hele gemeente beperkt.
Dat geldt temeer nu de gemeente zelf aangeeft dat de maatregel gemeentebreed wordt gekozen om verplaatsing naar andere wijken en kernen te voorkomen. Een maatregel die niet alleen de binnenstad raakt, maar ook andere delen van de gemeente, vraagt om een bijzonder zware motivering. Daar komt bij dat het maar zeer de vraag is of het schrappen van de donderdag vóór carnaval de drukte daadwerkelijk oplost. Grote kans is dat bezoekers niet verdwijnen, maar zich verplaatsen of op een later moment alsnog concentreren. Daarmee kan een maatregel die bedoeld is om te beheersen, juist leiden tot samenballing van drukte op andere momenten. De donderdag kan juist bijdragen aan spreiding van bezoekers over meerdere momenten en daarmee aan beheersbaarheid. Dat argument verdient in de afweging van de raad nadrukkelijk gewicht.
2/4
Veiligheid en leefbaarheid vragen om organisatie en voorzieningen, niet alleen om verbieden KHN onderschrijft het belang van veiligheid, leefbaarheid en openbare orde volledig. Maar wij menen dat de oplossing eerder gezocht moet worden in organisatie, voorzieningen en samenwerking dan in afschaffing. De binnenstad wordt op andere piekmomenten ook gefaciliteerd met maatregelen en voorzieningen. Zo staan toiletten al verspreid door de binnenstad. Een logische stap is dan om dergelijke voorzieningen ook op donderdagavond beschikbaar te maken. Daarnaast kan worden gedacht aan betere afstemming over crowd management, routing, bereikbaarheid, inzet van voorzieningen en samenwerking met betrokken partijen in de binnenstad. De gemeente geeft bovendien zelf aan dat in eerdere jaren via een adviesgroep stappen zijn gezet om de balans tussen levendigheid, leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. Het is op dit moment ook nog niet duidelijk dat met overlastgevers zoals supermarkten die alcohol verkopen en jongeren afspraken gemaakt gaan worden. Wij benadrukken ook dat horeca en retail niet tegenover elkaar moeten worden gezet. De retail is niet gebaat bij een stad die maar half open is en waar bezoekers niet op terrassen kunnen zitten of een drankje kunnen doen. De opgave in de binnenstad is een gezamenlijke opgave.
Juist daarom is het verstandig om samen met horeca, retail, bewoners, de Oeteldonksche Club en andere betrokkenen opnieuw te kijken naar een aanpak die werkt voor de stad als geheel. Denk aan maatregelen rond bereikbaarheid, parkeertarieven, koopavonden en voorzieningen, in plaats van een eenzijdige beperking van de reguliere horeca. Juridisch aandachtspunt: keuze voor verordeningsroute beperkt normale rechtsbescherming Naast de inhoudelijke bezwaren is er ook een principieel juridisch punt. In ’sHertogenbosch is een exploitatievergunning vereist om een horecazaak te mogen openen en exploiteren. Als de gemeente de reguliere exploitatiemogelijkheden van een ondernemer wil beperken, ligt het voor de hand om dat via een individueel besluit of een wijziging van een vergunning te doen. Tegen zo’n individueel besluit staat de normale bestuursrechtelijke rechtsbescherming open: bezwaar, beroep en hoger beroep. Het college kiest nu echter voor een andere route: wijziging van de APV en de Horecaverordening. Dat zijn verordeningen van de gemeenteraad, dus algemeen verbindende voorschriften. Tegen dergelijke besluiten staat in beginsel geen rechtstreeks beroep open op grond van artikel 8:3 Awb. Daarmee worden ondernemers in feite geconfronteerd met een route waarin de normale mogelijkheid van bezwaar en beroep ontbreekt.
Dat is niet alleen een juridische, maar ook een principiële kwestie: wanneer een ingreep zo direct raakt aan bestaande exploitatie, mag van de overheid worden verwacht dat zij kiest voor een route waarbij normale rechtsbescherming niet onnodig wordt afgesneden. Dit roept bovendien de vraag op of de gekozen bevoegdheidsroute wel de meest zorgvuldige is. Artikel 3:3 Awb bepaalt dat een bestuursorgaan een bevoegdheid niet mag gebruiken voor een ander doel dan waarvoor die is verleend. KHN stelt niet dat daar nu al definitief sprake van is, maar wel dat de raad zich serieus moet afvragen of een verordeningswijziging hier het juiste instrument is, juist omdat ook een vergunningenroute bestaat waarbij ondernemers hun normale rechtsbescherming behouden. Oproep aan de raad
3/4
KHN Den Bosch verzoekt de raad daarom om niet in te stemmen met dit vergaande voorstel vanuit het college. Naar ons oordeel is het voorstel: • onvoldoende overtuigend onderbouwd; er is te weinig gekeken naar alternatieve oplossingen • disproportioneel in zijn reikwijdte; • onwenselijk vanuit het oogpunt van levendigheid en gastvrijheid van de stad; • principieel problematisch vanwege de gekozen juridische route en het beperken van normale rechtsbescherming. Wij roepen u op om te kiezen voor samenwerking, maatwerk en een oplossing die veiligheid en leefbaarheid serieus neemt, zonder het karakter van Oeteldonk en het ondernemerschap in deze stad onnodig te beperken. KHN is bereid om samen met alle betrokken partijen opnieuw naar de tekentafel te gaan en te werken aan een aanpak die uitvoerbaar, proportioneel en gedragen is. Met vriendelijke groet, Koninklijke Horeca Nederland, afdeling ’s-Hertogenbosch
4/4