Bijlage 3 Foto 's-Hertogenbosch (impactanalyse corona)
Tekst van het document
Foto van ‘s-Hertogenbosch 1 jaar in crisistijd
Hoe staat ’s-Hertogenbosch ervoor 1 jaar na het begin van de coronacrisis? Met dit document proberen we een diagnose te maken van wat er in coronatijd met ’s-Hertogenbosch gebeurt. Hoe zijn onze inwoners, bedrijven en instellingen eraan toe? Welke effecten zien we op het sociaal weefsel van de gemeente, de economie, gezondheid en vitaliteit, de leefomgeving en de rol van de (lokale) overheid? Eigenlijk doen we dat al continu: onze oren en ogen open houden voor de impact van corona in onze gemeente. En we handelen er ook naar. Met maatregelen gericht op helpen, ondersteunen en perspectief bieden. Maar met dit document willen we juist eens uitzoomen. Over een heel jaar en vanuit verschillende beelden van de ‘corona-impact’. Die beelden leggen we bij elkaar. En waar het kan, proberen we door de oogharen te kijken naar wat er mogelijk nog op ons afkomt. Deze foto laat onverlet dat er al heel hard is gewerkt aan de bestrijding van deze crisis. Het maatregelenoverzicht dat het college periodiek naar de raad stuurt, geeft daarvan een totaalbeeld. En natuurlijk gaan we daar ‘gewoon’ mee door. En kijken we daarbij ook naar de impact en opgaven die in dit document in beeld zijn gebracht. Tenslotte blijven we actief inspringen op kansen / maatregelen die zich aandienen vanuit de EU, Rijksoverheid en provincie.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 2
Dit document is met de volgende uitgangspunten gemaakt: • We combineren en confronteren zoveel mogelijk verschillende informatiebronnen: cijfers & data met kwalitatieve signalen & expertise. En: lokale kennis met generieke/landelijke inzichten over effecten en ontwikkelingen. • Deze analyse wordt scherper door ook de signalen en kennis van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners te benutten. Daarom zijn conceptversies van deze diagnose ook besproken met partners in ‘s-Hertogenbosch. Bijvoorbeeld in het zogenaamde anderhalvemeter-overleg. De foto geeft een intersubjectief beeld en pretendeert geen absolute waarheid. • We kunnen de toekomst niet voorspellen en die poging doen we ook niet. Maar we kunnen wel op basis van wat we nu al zien gebeuren, de te verwachten (landelijke) trends én de kennis over onze gemeente, een beetje doorkijken op behoorlijk wat onderwerpen. Geeft dat zekerheid? Nee. Maar het biedt enig houvast om te anticiperen op wat mogelijk op ons afkomt. • Dit document is per definitie niet compleet en volmaakt. Het beeld van de gemeente is sowieso nooit af en niet te ‘vangen’ in een analyse.
Laat staan in een dynamische tijd als die van de huidige pandemie. • In dit document beschrijven, duiden en analyseren we de impact van corona op ’s-Hertogenbosch aan de hand van een ‘beleidsneutrale’ bril, met de volgende indeling: A. Samen zijn wij Den Bosch (saamhorigheid, samenredzaamheid en kansengelijkheid) B. Verdienvermogen. C. Hoe gaat het met onze inwoners? (sociaal, mentaal, gezondheid). D. Veilig en prettig wonen. E. Overheid (gemeente). We starten met de rode draden uit de analyse, dwars door de verschillende thema’s heen. Vervolgens geven we per thema een beknopt overzicht van de gemaakte diagnose.
121.5mm
Foto van 1 jaar in crisistijd Foto van’s-Hertogenbosch ’s-Hertogenbosch 1 jaar in crisistijd Rode draden Samen zijn wij Den Bosch • In de coronacrisis ontdekten we nieuwe vormen van saamhorigheid en maatschappelijke initiatieven. • Er ontstonden nieuwe verbindingen en samenwerkingen. Hiermee is nieuw cement aangebracht in de stad, wijken en dorpen. • Samenredzaamheid staat onder druk. Er zijn zorgen over het behoud van vrijwilligers, de druk op mantelzorgers en spanningen op straat. • Online communicatie helpt in de verbinding van vraag en aanbod, maar is ook een drempel. • Kansengelijkheid neemt af en er is een risico op toenemende verschillen tussen mensen.
Overheid
LOKET
• Ambivalentie in de verhouding overheid en samenleving. • Mogelijk gevolgen voor rol / werkwijze van ‘de regio’ tijdens pandemie. Tegelijkertijd zoekt het rijk de regio op voor ondersteunings- en herstelmaatregelen. • We blijven in grote mate afhankelijk van het rijk voor wat betreft financiën. Zowel wat betreft het huidige steunpakket, als de postpandemie periode (investeren of bezuinigen?). • De gemeentelijke organisatie heeft zich responsief en flexibel opgesteld in de coronatijd. • E-participatie kreeg een impuls. Hier liggen kansen om op voort te bouwen.
Verdienvermogen • Economische krimp, faillissementen en instroom in bijstand / WW zijn relatief beperkt. • We verwachten nog wel een golf aan faillissementen en nieuwe instroom in de uitkering. • De crisis pakt verschillend uit voor sectoren. Sommige groeien, andere krimpen. • De komende tijd ontstaan flinke vraagstukken rond arbeidsmobiliteit. • Zzp’ers, jongeren en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vragen aandacht. • Ondernemers zien een toenemende noodzaak voor verdere digitalisering. • De binnenstad wordt stevig geraakt, maar heeft een goede uitgangspositie om er weer bovenop te komen. Op langere termijn is toekomstbestendigheid van centra in wijken/dorpen een zorg. • Kantorenmarkt heeft het zwaar maar krabbelt waarschijnlijk voor een belangrijk deel weer op.
De crisis pakt heel anders uit voor verschillende doelgroepen. Mensen die al op achterstand stonden, lopen het risico verder achterop te raken. De effecten van de crisis vertalen zich nog niet altijd in ‘harde’ (economische) gevolgen. We moeten rekening houden met na-ijleffecten. Corona is ook een katalysator en/of vergrootglas voor een aantal al bestaande (sluimerende) ontwikkelingen. Er zijn ook veel positieve effecten die uit de coronacrisis voortkomen.
Hoe gaat het met onze inwoners? (sociaal, mentaal en gezondheid) • Er is meer bewustwording en maatschappelijke discussie over gezondheid. • De instroom in jeugdzorg/Wmo neemt niet toe. We denken dat een uitgesteld effect volgt. • We verwachten grotere verschillen in de (gezonde) leefstijl tussen groepen inwoners. • Sportaanbieders en –verenigingen krijgen klappen. Op langere termijn is ledenbehoud van groot belang. • Er is een stevige impact op het sociaal en mentaal welbevinden van onze inwoners. • Er is relatief veel impact op het welbevinden van kinderen en jongeren. • In alle onderwijsvormen is vertraging ontstaan. De kansengelijkheid neemt daarbij af. Maar leerlingen hebben ook veel geleerd. • Er is minder praktijkervaring opgedaan in het onderwijs. • Het afgelopen jaar steeg het aantal nieuwe cliënten schulddienstverlening. We verwachten dat het aantal mensen dat aanklopt voor financiële dienstverlening verder toeneemt.
Veilig en prettig woonklimaat • Het afgelopen jaar daalde het aantal misdrijven en steeg de overlast. Risico op ondermijning neemt toe door grotere kwetsbaarheid bedrijven en mensen. • We verwachten dat huiselijk geweld en misbruik is toegenomen. • De druk op de woningmarkt blijft onverminderd groot. Onduidelijk wat het corona-effect is. • Inwoners geven aan dat minder files en schonere lucht positieve effecten zijn van de crisis. Thuiswerken zal waarschijnlijk deels blijven en effect hebben op de woon-werkrelatie. • Er is een herwaardering en toegenomen gebruik van het groen rond stad en dorpen én de openbare ruimte in de eigen buurt. • De cultuursector is hard getroffen en ondersteund. De impact op langere termijn is nog onduidelijk. • Er is zorg of leden en sponsors van amateur-verenigingen blijven/ terugkeren. • We verwachten dat een ophoping ontstaat van energie en plannen op het moment dat de regels weer meer toestaan.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 3
Rode draden De crisis pakt heel anders uit voor verschillende doelgroepen. Mensen die al op achterstand stonden, lopen het risico nog verder achterop te raken. De crisis is voor iedereen zwaar. Maar de mate van de impact en de mate waarin mensen en sectoren in staat zijn om mee te veren, verschillen flink. Mensen die al vóór corona in een kwetsbare positie zaten, lijken extra hard te worden geraakt in deze crisis. Het gaat dan veelal om mensen met een minder goede sociaaleconomische status, flexwerkers en mensen met een tijdelijke baan, maar ook mensen die kampen met eenzaamheid of ziekte, of mantelzorgers voor wie het zwaarder werd door beperkingen in fysiek contact of de afschaling van de thuiszorg of dagbesteding. Maar er zijn andere groepen die relatief weinig last lijken te hebben van de crisis en/of makkelijk terugveren. Daarmee is er een risico op toenemende verschillen in de samenleving. Verder zijn er ‘nieuwe’ doelgroepen die relatief hard geraakt worden, zoals kinderen en jongeren. We zien dat dit zich uit in verminderd psychisch welbevinden, minder beweging, meer eenzaamheid, vertragingen in het onderwijs en het veroorzaken van meer overlast. Ook hier geldt dat met name jongeren die in kwetsbare posities zaten, het hardst geraakt worden. Ook zzp’ers en (startende) ondernemers worden relatief hard geraakt.
We zien bijvoorbeeld in ons inwonersonderzoek dat ongeveer een kwart
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 4
van deze doelgroep aangeeft het eigen spaargeld te moeten aanspreken. Tegenover 10% onder alle respondenten. En 10-16% geeft aan schulden te hebben of betalingsachterstanden. Tegenover 4% van alle respondenten. De effecten van de crisis vertalen zich nog niet altijd in ‘harde’ (economische) gevolgen. We zullen rekening moeten houden met na-ijleffecten. Met name in de economie is ‘de crisis’ nog niet overduidelijk zichtbaar. Het aantal faillissementen is laag. De instroom in de bijstand neemt toe maar blijft relatief beperkt. De woningmarkt heeft niet te lijden onder de crisis (integendeel). Het aantal bedrijven in onze regio dat aan het begin van 2021 aangeeft een personeelstekort te hebben, is twee keer zo groot als het aantal bedrijven dat aangeeft personeel te veel te hebben. En we zien bijvoorbeeld dat de ICT-sector in onze gemeente floreert. Maar ook in de instroom in de Jeugdzorg en Wmo zien we nog geen corona-effecten. Toch houden we rekening met uitgestelde effecten. Omdat de landelijke steunpakketten waarschijnlijk voor een belangrijk deel de (relatief) beperkte economische effecten verklaren, zal de afbouw hiervan bepalend zijn. Zo verwachten planbureaus, maar ook ondernemers uit onze gemeente, dat in de loop van 2021 een (extra) golf kan komen van faillissementen en instroom in de uitkering.
’s-Hertogenbosch zal ook niet ontkomen aan de landelijk verwachte toename van leegstand in binnensteden, vooral omdat retail en horeca hard geraakt worden. Anderzijds zijn er ook na-ijleffecten te verwachten uit de toename van het spaargeld bij banken. Zo kunnen wanneer (het grootste deel van) de maatregelen voorbij zijn, uitgestelde bestedingen tot een tijdelijke piek leiden. Ook houden wij rekening met een uitgestelde instroom voor de Jeugdzorg en Wmo. Tegen de achtergrond dat al kwetsbare mensen hard worden geraakt (zie hierboven) gaan we ervan uit dat er meer zorg en ondersteuning nodig zal zijn. Corona is een katalysator en vergrootglas op al ingezette trends en ontwikkelingen. Op verschillende vlakken zien we dat corona niet zozeer een directe aanleiding is voor een grote verandering, maar een versneller of schijnwerper, op langer bestaande of recenter gestarte ontwikkelingen. Dan gaat het bijvoorbeeld om digitalisering die een vlucht neemt. Thuiswerken, thuisonderwijs, online shoppen, online take-away, ‘zoomen’ met vrienden, de ommetje-app, concerten streamen, zorg op afstand en nog veel meer. Het is allemaal in een stroomversnelling gekomen. Omdat het een al langer lopende trend is, is de verwachting dat een deel hiervan structureel blijft. In het verlengde daarvan, is er een versnelde trend voor binnensteden, van ‘place to buy’ naar ‘place to meet’.
De ontmoeting en ontspanning – en daarmee sfeer, beleving en kwaliteit – zal steeds belangrijker worden. Deze ontwikkeling is al onderkend in ons recente economische perspectief op de Brede Binnenstad. Maar ook de maatschappelijke discussie over gezondheid kreeg een impuls. Bijvoorbeeld hoe we een nieuwe pandemie kunnen voorkomen of voorbereiden op de bestrijding ervan. Deze discussie wordt vaak al snel gelinkt aan het gesprek over (de toekomst van) ons voedselsysteem en in het bijzonder de (intensieve) veehouderij en landbouw. Ook in relatie tot het voorkomen van zoönose, überhaupt gezondheidseffecten, overlast maar ook zaken als luchtkwaliteit, duurzaamheid, bodemdiversiteit en de kwaliteit van het landschap.
ingrijpend in het dagelijks leven van bijna iedereen. Maar toch zijn er ook positieve kanten aan deze coronatijd, die we hopelijk zo veel mogelijk mee kunnen nemen naar de situatie ná corona. Denk aan: • Nieuwe saamhorigheid en nieuwe en andere vormen van maatschappelijk initiatief. • Nieuwe verbindingen en samenwerkingen in de stad. De Bossche Zomer is het voorbeeld hiervan. • Sommige economische sectoren floreren. Bijvoorbeeld ICT die profiteert van de digitalisering. • Er is een herwaardering en toegenomen gebruik van groen en de openbare ruimte. • Door het thuiswerken zijn er minder files en is er schonere lucht. Bij een blijvende verandering van gedrag, kan dit structureel worden.
Met deze bril – corona als een katalysator en vergrootglas op dieperliggende ontwikkelingen – hebben we gekeken naar de kansen en uitdagingen die dit biedt. En hebben we een ‘kansenkaart’ opgesteld voor de middellange termijn. Er zijn ook veel positieve effecten die uit de coronacrisis voortkomen. De coronacrisis is natuurlijk bovenal een gezondheidscrisis. Maar daarnaast ook een sociale en economische crisis. Steeds vaker wordt gesproken over ‘de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog’. Deze crisis is dan ook zeer
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 5
A Samen zijn wij Den Bosch In de coronacrisis hebben we nieuwe vormen van saamhorigheid en maatschappelijk initiatief ontdekt. “Samen zijn wij Den Bosch” is meer dan een slogan gebleken. Er zijn, vooral in de eerste fase van de crisis, veel maatschappelijke initiatieven ontstaan. Als waardering voor de zorg, vitale sectoren en ondernemers maar natuurlijk ook om buren, vrienden, familie en zelfs onbekenden te helpen en een hart onder de riem te steken. Variërend van boodschappendiensten in de buurt tot crowdfunding acties voor (door rellen) getroffen ondernemers.
r zijn nieuwe verbindingen en E samenwerkingen ontstaan. Hiermee is er nieuw cement aangebracht in de stad, wijken en dorpen. Met de Bossche Zomer hebben we nieuwe verbindingen tot stand zien komen tussen bijvoorbeeld horeca en cultuur. En dit gebeurde ook op andere vlakken. Bijvoorbeeld het initiatief vanuit bedrijven om in coronatijd horeca startups te helpen. Er zijn ook betere verbindingen ontstaan tussen het medische domein en het sociale domein. En met het anderhalve meter-overleg hebben sleutelfiguren in de stad zich verzameld om te praten over
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 6
zorgen in de gemeente en vooral te werken aan oplossingen en perspectieven. Ook dit platform leidt tot nieuwe verbindingen. In de wijken en dorpen was het netwerk en de samenwerking tussen verschillende partners al fijnmazig en sterk. Maar ook hier zijn nieuwe verbindingen ontstaan. Inwoners, die door corona niet door konden met hun hobby of vrijwilligerswerk, ondersteunden op andere manieren, bedachten initiatieven voor de wijk of buurt, of zorgden voor ontspanning of een vrolijke noot met een beer voor het raam. Op al deze nieuwe verbindingen en samenwerking kunnen we voortbouwen, na corona.
Samenredzaamheid staat ook onder druk. Er zijn zorgen over het behoud van vrijwilligers, de druk op mantelzorgers en spanningen op straat. De saamhorigheid en samenredzaamheid staat tegelijkertijd onder druk. We horen van wijkraden, verenigingen en buurthuizen dat er een grote zorg is als het gaat om vrijwilligers. Velen zijn gestopt omdat activiteiten en ontmoetingen stilliggen. Of omdat ze angstiger zijn geworden vanwege hun gezondheid of die van hun familie. Nu de coronacrisis langer voortduurt en velen van hen zelf al ouder zijn, wordt het de vraag of zij allemaal weer terugkomen, ná corona. En of genoeg (nieuwe) vrijwilligers zich melden voor deze belangrijke functies in de samenleving.
Het zou een klap zijn voor al die activiteiten die in wijken, dorpen en buurten plaatsvinden als er te weinig vrijwilligers zijn om straks de ontmoeting en ontspanning te kunnen bieden waar tegelijkertijd veel mensen juist al lange tijd naar uitkijken. Verder zijn mantelzorgers lange tijd zwaarder belast omdat bijvoorbeeld de thuiszorg of dagbesteding afgeschaald werden. En als gevolg van de lockdowns (combinatie van thuiswerken, thuisonderwijs en beperkte mogelijkheden van ontmoeting en ontspanning buitenshuis) kunnen spanningen binnen gezinnen behoorlijk oplopen. We zien de spanningen thuis ook terug in het inwonersonderzoek van januari 2021. Daarin is een stijging te zien in de zorgen over ruzies en spanningen in het gezin (van 18% in april 2020 naar 22% in januari 2021). Ook zien we een flinke stijging in het aantal respondenten dat zich zorgen maakt over de saamhorigheid in de buurt (van 13% in april 2020 tot 24% in januari 2021). Ook valt op dat dit in de wijk West flink hoger is dan gemiddeld (34%). En de bezorgdheid over spanningen op straat of in winkels nam verder toe. Van 35% in april 2020 tot 54% in januari 2021. Buurtbemiddeling ziet een lichte toename van het aantal casussen ten opzichte van 2019 en 2018. Het is niet te zeggen of dit met corona te maken heeft. Wel constateren de bemiddelaars dat de lontjes steeds korter worden.
Inwoners zijn vooral aangewezen op hun eigen huis en tuin en daarmee ontstaat ook overlast (van elkaar).
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 7
Online communicatie helpt in de verbinding van vraag en aanbod, maar is ook een drempel. Veel maatschappelijk initiatief komt in deze coronatijd via online communicatiekanalen tot stand. Het is op deze manier eenvoudig om snel massa te maken en te kunnen communiceren met een grotere groep, zeker gezien de beperkingen van fysiek contact. Denk bijvoorbeeld aan de inwoners die samen de ‘Crew against Corona’ vormen, via een Facebookgroep. En we zagen het ook rond de Bossche Zomer. In Maaspoort kon bijvoorbeeld snel een activiteit worden georganiseerd en gecommuniceerd, met behulp van digitale kanalen. Het betekent echter ook een drempel voor mensen die niet digitaal vaardig zijn om ‘mee te doen’. In wijken en buurten waar mensen minder digitaal vaardig zijn, zien we dat inwoners minder bereikt worden en dat er daarmee ook minder activiteit en ontmoeting ontstaat.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 8
Kansengelijkheid neemt af en er is een risico op toenemende verschillen tussen mensen. Veel landelijke studies beschrijven hoe de coronacrisis anders uitpakt voor verschillende doelgroepen en sectoren. Het begint er al mee dat het virus voor de één slechts een lichte verkoudheid betekent, de ander maandenlang moet revalideren van long-covid en andere mensen aan corona overlijden. Ook breder bezien kan de impact van deze coronatijd en de mate waarin mensen in staat zijn om ‘terug te veren’, flink verschillen. Het blijkt dat met name de mensen die al vóór de coronacrisis zich in een kwetsbare positie bevonden, het hardst geraakt worden door de crisis. Denk bijvoorbeeld aan flexwerkers of mensen met een tijdelijke baan, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, mensen die al vóór corona in armoede leefden en/of schulden hadden, mensen met gezondheidsproblemen of mantelzorgers. De verwachting is dat de impact van de crisis op deze groepen langere tijd zal doorwerken. Veel studies wijzen daarbij ook op het risico van toenemende verschillen in de maatschappij. De effecten van de crisis verlopen op meerdere vlakken – inkomen, gezondheid, sporten, talentontwikkeling, etc. – zoals de letter K.
Met één opwaartse poot; een groep mensen die relatief makkelijk door de crisis komt/makkelijk terugveert. En één neerwaartse poot; de groep mensen die hard geraakt wordt door de crisis. Maar er ontstaan ook ‘nieuwe’ kwetsbare groepen. Bijvoorbeeld mensen met long-covid, mensen met een baan of bedrijf in een sector die hard geraakt wordt (denk aan cultuur, horeca, de evenementensector, toerisme, retail, …). Ook hebben sommige zzp’ers en startende ondernemers het zwaar. En tot slot: kinderen en jongeren. Vooral op het vlak van welbevinden springen zij negatief in het oog. In de volgende hoofdstukken zoomen we verder in op inhoudelijke thema’s. Daarin zal vaak worden stilgestaan bij de verschillen in impact voor verschillende doelgroepen/sectoren. Waarbij in veel gevallen ook een ‘K-beweging’ is te ontdekken. We zien dit namelijk op tal van terreinen.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 9
B Verdienvermogen conomische krimp, faillissementen E en instroom in bijstand / WW zijn relatief beperkt. De regio Noordoost-Brabant kent over 2020 minder economische krimp dan andere regio’s. Landelijk is er zelfs een forse daling van het aantal faillissementen in 2020, ten opzichte van 2019. Ook is de stijging in bijstandsuitkeringen in ’s-Hertogenbosch over 2020 (2,2%) lager dan het landelijke cijfer (3,5%).
verwachten nog wel een golf aan We faillissementen en nieuwe instroom in de uitkering in bijstand / WW zijn relatief beperkt. Verschillende kennisinstellingen en experts gaan ervan uit dat de werkgelegenheid nog een klap krijgt. Het CPB gaat er in zijn basisraming1 van uit dat de economie in 2021 en 2022 zal groeien, met respectievelijk ruim 2% en 3,5%. Maar dat de werkloosheid stijgt in 2021 en 2022 tot respectievelijk 4,4% en 4,7% (in 2020: 3,8%). Met name jongeren, flexwerkers en zzp’ers worden geraakt. Waarschijnlijk zal de fase waarin het Rijk het steunpakket gaat terugschroeven cruciaal worden. En hoewel de verwachting is dat een substantieel deel van de bedrijven ook weer snel kan opveren,
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 10
is de verwachting dat er dan een extra golf aan faillissementen en een verhoogde instroom in de uitkering komt. We horen ook in de gesprekken met Bossche bedrijven in de financiële sector dat de zorgen vooral zitten bij het MKB dat straks eerst weer moet investeren in het binnenhalen van orders, voordat er liquide middelen binnenkomen.
De crisis pakt ook erg verschillend uit voor sectoren. Sommige groeien, andere krimpen. Uit een recente enquête van VNO-NCW NoordoostBrabant onder 232 bedrijven (ruim 50.000 arbeidsplaatsen) blijkt dat de crisis heel verschillend uitpakt voor bedrijven. Zo’n 37% geeft aan negatieve gevolgen te hebben van de crisis. En 26% zegt positieve gevolgen te ondervinden. De rest geeft aan de negatieve gevolgen inmiddels te hebben opgevangen. Op basis van landelijke cijfers in (verwachte) groei en krimp van sectoren, kunnen we een beeld opmaken voor ’s-Hertogenbosch. We zien dat 22% van de werknemers in ‘s-Hertogenbosch in een sector werkt waar krimp wordt verwacht. Dan gaat het om de detailhandel, autohandel, personenvervoer, horeca en cultuur, sport en recreatie. Anderzijds is 22% van de werknemers werkzaam in sectoren waar groei wordt verwacht, zoals de zorg, het openbaar bestuur en koeriersdiensten.
We zien daarnaast ook dat de ICT- en datasector het goed doen in onze stad. Zo is er veel belangstelling voor vestigingsmogelijkheden voor startups. En binnen de regio Noordoost-Brabant steeg het aantal vacatures in ICT-beroepen van 500 eind 2019 naar 600 eind 2020.
Er ontstaan de komende tijd flinke vraagstukken rond arbeidsmobiliteit. Door het verschil in groei en krimp tussen sectoren, is de verwachting dat we te maken krijgen met een vraagstuk van mobiliteit op de arbeidsmarkt. De personeelskwalificaties vanuit krimp- en groeisectoren zijn echter niet zomaar uitwisselbaar. De vraag naar omscholing kan daardoor toenemen. Uit een eerste regionale pilot ‘van werk naar werk’ blijkt echter dat werknemers en werkgevers nog maar beperkt openstaan voor een switch tussen sectoren of dat het scholingsaanbod ontbreekt. Tegenover krimpsectoren waar mensen met ontslag worden bedreigd, staan juist arbeidstekorten in andere sectoren. Deze tegenstelling is ook te zien in een enquête onder 232 werkgevers in de regio Noordoost-Brabant (meer dan 50.00 werknemers). Hierin geeft bijna 14% van de bedrijven aan te veel personeel te hebben. Terwijl in dezelfde enquête twee keer zoveel bedrijven (29%) aangeven juist te kampen met een personeelstekort.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 11
Zzp’ers, jongeren en mensen met afstand tot de arbeidsmarkt vragen aandacht. De meeste zelfstandige ondernemers die via onze gemeente een Tozo-uitkering ontvangen, zijn horecaondernemer, evenementmedewerker, kapper en taxichauffeur. Met hen bekijken we of een bredere oriëntatie op de arbeidsmarkt mogelijk is. Toch is een ‘doorval’ van een aantal ondernemers naar de bijstand reëel. Te meer omdat we uit interviews horen dat een substantieel deel van de aanvragers, sinds het uitbreken van de pandemie, geen actie heeft ondernomen om hun onderneming of dienstverlening aan te passen of andere activiteiten te ontplooien. Bij jongeren zien we de laatste maanden de instroom in de uitkering fluctueren, maar nog niet hard stijgen. Maar zij blijven kwetsbaar op de arbeidsmarkt en de verwachting is dat een stijging van het aantal uitkeringen onder de jongeren nog volgt. Ook is in algemene zin te verwachten dat als gevolg van een nieuwe instroom in de uitkeringen, er minder aandacht is voor mensen die al een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt hadden. Ook voor onze gemeente is dit een aandachtspunt. Wij kunnen wel al steunen op bewezen succesvolle aanpakken.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 12
ndernemers zien een toenemende O noodzaak voor verdere digitalisering. De coronaperiode heeft ertoe geleid dat ondernemers zich versneld bewust zijn geworden van de kansen van online (samen-)werken. En van de betekenis van kwalitatieve goede data (incl. het genereren en analyseren daarvan) voor positionering in de markt. Plus de potenties van inzet van social media. Daar waar de omschakeling kon worden gemaakt naar online-verkoop, is de krimp beperkt of kan er sprake zijn van groei. Winkeliers in de binnenstad zetten onder meer via het Online Warenhuis in op de digitale ontsluiting van de binnenstad.
e binnenstad wordt stevig geraakt, D maar heeft een goede uitgangspositie voor herstel. Op langere termijn moeten we kijken naar toekomstbestendigheid van centra in wijken/dorpen. De detailhandel, horeca, cultuur en evenementen zijn sectoren die direct geraakt worden door maatregelen in de coronacrisis. Hierdoor wordt de binnenstad ook stevig geraakt. Ondanks alle steunmaatregelen en
de nog gematigde cijfers, zien we sinds de tweede lockdown de (financiële) nood bij ondernemers toenemen. Volgens de verwachtingen, kan het leegstandspercentage verder stijgen (6,1% in 2020). In de detailhandel komen de harde klappen van de coronacrisis bovenop de verschuiving naar online bestellen die al gaande was. Voor de horeca zien we op het niveau van de individuele ondernemers wel uitval ontstaan. Op brancheniveau verwachten we geen teruggang in het aantal horecazaken. Hetzelfde geldt voor evenementenondernemers en de evenementenbranche. Grofweg 60% van de winkels in de Bossche binnenstad behoort tot het MKB. Slechts 40% is onderdeel van een keten of is een filiaal. Dat draagt bij aan ‘beleving’ (place to meet) wat steeds belangrijker zal worden voor een bezoekje aan de binnenstad. Gecombineerd met het cultuur-historisch decor, een landelijk onderscheidend cultureel aanbod, een rijke evenementenkalender, publieke voorzieningen zoals Huis 73 en straks een nieuw theater, onze bourgondische horeca én de unieke sfeer en kwaliteit die deze mix oplevert, denken we dat we voor de langere termijn goed voorgesorteerd staan. De winkelcentra in de wijken en dorpen zijn sterker gericht op boodschappen en die merken nog niet zo veel van de crisis. Dat lijkt echter een korte termijn effect.
Voor de wat langere termijn moet worden gekeken naar de toekomstbestendigheid van deze winkelcentra.
Het centrum van Rosmalen neemt een bijzondere positie in omdat het centrum naast primaire levensbehoeften ook gericht is op verblijf en winkelbeleving. Hier ligt een opgave om aantrekkelijk te blijven en naast winkelen ook voor ontmoeting en beleving.
Kantorenmarkt heeft het zwaar maar krabbelt waarschijnlijk voor belangrijk deel weer op. Het afgelopen jaar was het slechtste jaar voor de Bossche kantorenmarkt (minste verhuren) sinds 2008. Langs de A2 (Pettelaarpark) en in Noord (Soetelieve) is inmiddels sprake van veel leegstand. Tegelijkertijd is er in het centrum en het Paleiskwartier nu nog steeds sprake van krapte. De vraag naar goed bereikbare OV-locaties blijft naar verwachting hoog. Zeker als we constateren dat de vraag naar kantoorruimte vanuit groeisectoren als ICT waarschijnlijk toeneemt. Voor Pettelaarpark zal een extra inzet, gericht op renovatie en verduurzaming, nodig zijn. En dan zijn we hoopvol dat ook dit kantorenpark weer goed in de markt kan komen.
1
e basisraming gaat ervan uit dat in Nederland en andere D Europese landen de vaccinatiegraad geleidelijk oploopt en beperkingen kunnen worden afgeschaald. Raming van maart 2021
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 13
C Hoe gaat het met onze inwoners? (sociaal, mentaal, gezondheid) Er is een toenemende bewustwording en maatschappelijke discussie over gezondheid. Met deze coronacrisis is heel duidelijk geworden wat een pandemie betekent voor een samenleving, gezondheid en (sociale contacten in) de eigen omgeving. In ’s-Hertogenbosch is er tot en met 31 maart 2021 bij 11.940 inwoners een coronabesmetting vastgesteld. In totaal zijn 486 inwoners opgenomen in het ziekenhuis. En zijn 158 inwoners overleden aan Covid-19. Het is ook duidelijk geworden wat de impact kan zijn op de gezondheid en het zorgsysteem. Daarmee is de brede maatschappelijke bewustwording en discussie ten aanzien van ‘gezond leven’ verder aangezwengeld. Denk aan de relatie die er ligt tussen obesitas en corona, gezonde leefstijl, maar ook de al bestaande discussie over zorgkosten en capaciteit voor opnames in ziekenhuizen of de IC’s. Er is ook meer aandacht voor het ontstaan en het voorkomen van nieuwe zoönose. Met een relatie naar het debat over de toekomst van de voedselketen en de (intensieve-) veehouderij in het bijzonder.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 14
De instroom in jeugdzorg/Wmo neemt niet toe. We denken dat een uitgesteld effect volgt. De instroom in zowel jeugdzorg als Wmo ligt sinds april 2020 vrijwel constant lager dan in 2019. Maar de verwachting is dat de overbelasting nog wel enige tijd aanhoudt. En dat er een uitgesteld effect zal zijn op ondersteuningsvragen. Ná de crisis, is er naar verwachting (nog steeds) veel te repareren. Dit kan ten koste gaan van de inzet op preventie. Nu al hebben niet alleen de gemeentelijke teams, maar ook de buurtteams in de basisondersteuning te kampen met wachttijden.
We verwachten grotere verschillen in de (gezonde) leefstijl tussen groepen inwoners. Uit verschillende studies is gebleken dat de lockdowns bij veel mensen leiden tot een stijging van ongezond leefgedrag. Bijvoorbeeld stress, minder beweging en meer gebruik van alcohol en tabak. Zo blijkt uit onderzoek van Pharos dat sociaaleconomische en etnische gezondheidsverschillen en gezondheidsachterstanden door corona verder zijn toegenomen.
Leefstijlcampagnes hebben vaker effect op mensen met een sterke sociaaleconomische status. Ook uit ons eigen sportparticipatieonderzoek 2020 blijkt een duidelijk onderscheid. Sinds maart 2020 heeft 40% van de volwassenen (tijdelijk) minder gesport, terwijl 16% juist meer heeft gesport. Daarbij zijn specifieke groepen oververtegenwoordigd. Zo geven 65-plussers, lager opgeleiden en mensen met overgewicht vaker aan dat zij (tijdelijk) minder hebben gesport. En geven 18- tot 39-jarigen, hoger opgeleiden en mensen met een gezond gewicht vaker aan dat zij juist meer hebben gesport. Uit onderzoek van NOC*NSF blijkt dat ook kinderen van de basisschoolleeftijd nu (tijdelijk) een stuk minder sporten en bewegen. Deze groep is ook het meest afhankelijk van het sportaanbod van sportverenigingen en die waren lange tijd gesloten. Het is aannemelijk dat de terugloop in sporten en bewegen langer doorwerkt, ook na opheffing van coronabeperkingen. En dat dit leidt tot een verslechtering van de gezondheid en toename van overgewicht bij veel mensen.
portaanbieders en –verenigingen S krijgen klappen. Op langere termijn is het behouden van leden voor de verenigingen van groot belang. Financiële compensatie voor sportaanbieders is landelijk geregeld. De steunpakketten die beschikbaar zijn, zorgen er tot op heden voor dat veel sportaanbieders overeind blijven. Maar vooral de buitensportverenigingen missen hun inkomsten uit de kantine. Veel van deze verenigingen teren nu in op hun reserves. Ook commerciële sportaanbieders hebben het zwaar. Toch toonden veel verenigingen en andere sportaanbieders in de coronatijd enorme creativiteit en inzet door binnen de coronaregels, toch sportieve activiteiten aan te blijven bieden. En zo een belangrijke positieve bijdrage te leveren aan het behoud van de vitaliteit van onze inwoners. Voor de binnensporten was dit het moeilijkst omdat de zwembaden, de ijsbaan, sporthallen, gymzalen en sportscholen een groot deel van het jaar gesloten waren. Ook zijn in 2020 bijna alle sportevenementen afgelast. Voor zowel de binnen- als de buitensport is het voor hun voortbestaan van groot belang dat ze hun leden behouden. Deze leden zijn de basis van hun overlevingskansen. Nu en in de toekomst. Minder leden leidt nu eenmaal tot minder inkomsten en uiteindelijk tot financiële problemen.
Nieuwe aanwas van onderaf blijft nu echter fors achter. En het is onbekend in hoeverre bestaande leden blijven, ook gezien de economische crisis. Deze vraag geldt ook bij (eventueel nieuw ontdekte vormen van) sportbeoefening die wél mogelijk was, zoals hardlopen, wandelen, fietsen en tennis. In een eerste analyse is door corona een grotere terugloop van leden te zien bij de binnensport ten opzichte van de buitensport.
E r is een stevige impact op het sociaal en mentaal welzijn van onze inwoners. De coronacrisis heeft invloed op de mentale gezondheid van bijna iedereen. Stress, angst, slaapproblemen en depressieve gevoelens nemen volgens diverse onderzoeken toe. In ons eigen inwonersonderzoek geeft 60% van de respondenten aan ‘enigszins tot behoorlijk aangedaan’ te zijn door de huidige situatie. Daarnaast is 18% ‘behoorlijk’ aangedaan. Gemiddeld geven respondenten aan nu minder aangedaan te zijn dan in april 2020. Wel is het gemiddelde rapportcijfer voor ‘kwaliteit van leven’ gedaald van 6,8 in april 2020, 7,0 in juni 2020 naar 6,6 in januari 2021. En eenzaamheid neemt ook toe; 40% geeft aan dat men eenzamer is dan vóór de eerste coronamaatregelen.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 15
inderen en jongeren hebben relatief K veel last van de crisis. Gezond opgroeien staat onder druk vanwege het wegvallen van sociaal contact, activiteiten voor vrijetijdsbesteding, sport en cultuur. Vooral jongeren in kwetsbare posities lijden vaker dan voor de crisis aan eenzaamheid, somberheid en depressies. Uit ons eigen inwonersonderzoek blijkt dat jongeren vaker dan gemiddeld aangeven zich ‘gefrustreerd’ te voelen (47% ten opzichte van 13% onder 55-plussers). En jongeren geven vaker aan 2020 te zien als een verloren jaar. Verder zegt 60% van de jongeren zich eenzamer te voelen dan vóór de corona-maatregelen. Tegenover 40% van alle respondenten. Het aantal jongeren met psychische problemen neemt toe, ook onder hoger opgeleide jongeren. Daarmee verwachten we dus jongeren met hulpvragen, die we normaal gesproken niet zouden zien. De verwachting is dat de impact op langere termijn zal doorwerken. Juist omdat jongeren een kwetsbare leeftijd en positie hebben in deze coronacrisis. Onze wijkmanagers zien recentelijk een toename van overlast door jongeren in de wijken (nog afgezien van de rellen). En we horen dat sommige jongeren zich meer afzetten tegen bijvoorbeeld handhavers en docenten op school.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 16
De genoemde frustratie en de problemen door de duur van de crisis, zijn hier ongetwijfeld debet aan. Tegelijkertijd zien we dat er veel activiteiten worden georganiseerd voor jongeren. In april start de uitvoering van het Steunpakket sociaal welzijn, met een focus op de jeugd.
In alle onderwijsvormen is vertraging ontstaan. De kansengelijkheid neemt daarbij af. Maar leerlingen hebben ook veel geleerd. Er is online veel geleerd maar minder dan normaal samen in een klaslokaal het geval is. De verschillen tussen scholen en tussen leerlingen zijn groot. Sommige jongeren hebben (veel) moeite met online onderwijs, voor anderen geldt dat afstandsonderwijs juist goed past bij hun leerbehoeften. Wel is duidelijk dat kansengelijkheid is afgenomen. In het algemeen is de grootste vertraging of leerachterstand ontstaan bij jongeren uit gezinnen met een minder sterke sociaaleconomische status. Toch hebben alle leerlingen ook waardevolle vaardigheden opgedaan doordát er sprake was van thuisonderwijs. Bijvoorbeeld op het gebied van zelfstandigheid, aanpassingsvermogen, digitale vaardigheden en proactieve opstelling. Dat geldt voor alle schooltypen. Een ander positief effect van deze tijd is voor veel kinderen dat zij meer contact hebben met hun ouders.
Er is minder praktijkervaring opgedaan in het onderwijs. Praktijklessen zijn beperkt gegeven en stages zijn afgebroken of op een andere manier ingevuld. Al verschilt de situatie sterk per branche. Studenten in door corona getroffen branches zoals horeca, retail, zorg, evenementen en toerisme hebben het moeilijker dan studenten in bijvoorbeeld de techniek, waar veel bedrijven zijn doorgegaan met de productie. Voor veel studenten heeft dat een verlenging van de opleiding tot gevolg. In het mbo zien we een verschuiving van bbl (werken in combinatie met leren) naar bol (voltijdsleren). Verder kan een door corona veranderende arbeidsmarkt – perspectief op werk – leiden tot andere studiekeuzes door studenten. Op korte termijn kunnen studievertragingen ervoor zorgen dat in sommige branches vacatures niet opgevuld worden. Op langere termijn kunnen andere studiekeuzes zorgen voor knelpunten op de arbeidsmarkt op plekken waar weer meer mensen nodig zijn.
Het afgelopen jaar steeg het aantal nieuwe cliënten schulddienstverlening. We verwachten dat het aantal mensen dat aanklopt voor financiële dienstverlening verder zal toenemen. Het aantal nieuwe cliënten bij schulddienstverlening steeg met zo’n 20-25% het afgelopen jaar2. Omdat het aantal inwoners dat zich meldde bij Eerste Hulp Bij Geldzaken niet gestegen is, zien we hierin een teken dat de ernst van de problemen waarmee mensen zich hier melden toeneemt. Een groter percentage wordt namelijk doorverwezen naar schulddienstverlening. Tegelijkertijd is het denkbaar dat mensen zich nog niet melden, uit schaamte of onwetendheid. Uit de meest recente uitvraag bij het digipanel schulden blijkt dat de coronacrisis zowel positieve als negatieve effecten hebben op schulden. Bij 11% van de respondenten met schulden, namen de schulden tijdens de coronacrisis toe. Bij 25% namen deze juist af. Ruim de helft van de respondenten is bekend met de maatregelen van de overheid voor financiële ondersteuning tijdens de coronacrisis, zoals de regelingen Tozo en TONK. Minder bekend met deze maatregelen zijn naar verhouding minimahuishoudens en huishoudens die moeite hebben met rondkomen. Verder bleek uit het digipanel-onderzoek dat voor 3 op de 10 respondenten het inkomen tijdens de
coronacrisis toenam en dat voor bijna 2 op de 10 het inkomen afnam. Deze daling is volgens bijna de helft van de respondenten vooral het gevolg van de coronacrisis. Uit de laatste ‘effectmeting corona’ onder inwoners uit januari 2021, kwam naar voren dat 11% van de respondenten aangeeft meer moeite te hebben met rondkomen door de coronacrisis. ZZP’ers (31%), ondernemers (27%) en studenten (21%) geven naar verhouding vaker aan dat zij door de coronacrisis moeilijker kunnen rondkomen. Van alle respondenten geeft 4% aan dat zij, of hun huishouden, door de coronacrisis meer schulden of achterstanden hebben bij het betalen van rekeningen (zoals de huur, zorgverzekering of voor energie). Vooral ondernemers (16%), ZZP’ers (10%) en studenten (8%) hebben door de coronacrisis meer schulden of betalingsachterstanden. Tegen deze achtergrond en de verwachting dat werkloosheid en faillissementen nog kunnen toenemen, verwachten we dit en volgend jaar een flinke toename van schulden. Financiële problemen hebben mensen vaak voor langere tijd. En leiden bovendien weer vaak tot andere problemen, op meerdere terreinen, zoals gezondheid. Daarom kan een toename van schulden door corona ook gevolgen hebben voor jeugdzorg en Wmo.
2
oor een grotere uitstroom ten gevolge van D efficiencymaatregelen en minder trajecten voor de regio was het netto-effect in het corona-dashboard nihil.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 17
D Veilig en prettig wonen et afgelopen jaar kende een daling van H het aantal misdrijven maar een stijging van overlast. Risico op ondermijning neemt toe door grotere kwetsbaarheid van bedrijven en mensen. Omdat meer mensen thuis zijn, werd het afgelopen jaar meer woonoverlast ervaren. Ook de overlast die geregistreerd is door personen met verward gedrag, zwervers en jeugd steeg het afgelopen jaar mede onder invloed van corona. Dat we meer thuis zijn, is wellicht ook de reden dat er een daling te zien is in het aantal misdrijven. Al was dit zeer beperkt. Zorgen zijn er over ondermijnende invloeden. In de branches waar bedrijven het moeilijk hebben, is de kwetsbaarheid voor criminele inmenging vergroot. Dat geldt ook voor kwetsbare inwoners die door de crisis minder perspectief hebben of jongeren die geen baan kunnen vinden. Ook cybercriminaliteit neemt toe in de coronatijd. Tot slot heeft het algehele gevoel van veiligheid een forse deuk opgelopen als gevolg van de rellen en de plunderingen in ’s-Hertogenbosch. Naar de voedingsbodem van het relgedrag wordt nader onderzoek gedaan.
We verwachten dat huiselijk geweld en misbruik is toegenomen. Het beeld ten aanzien van huiselijk geweld en misbruik is niet eenduidig. Landelijk is het beeld dat het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling nauwelijks stijgt. De vraag is echter of, vanwege minder professioneel zicht op ‘achter de voordeur’, de problematiek wel tijdig gesignaleerd wordt. Er is een aantal signalen dat daarbij te denken geeft. Het aantal adviesaanvragen van niet-professionals stijgt, ook als gevolg van de invoering van de landelijke chatfunctie met Veilig Thuis. En er is een stijging van het aantal gesprekken over huiselijk geweld bij de Kindertelefoon. Onze verwachting is dan ook dat huiselijk geweld en kindermishandeling wel zijn toegenomen, ook in ‘s-Hertogenbosch.
De druk op de woningmarkt blijft onverminderd groot. Onduidelijk wat het corona-effect is. Zowel op de koopwoningmarkt als op de huurwoningmarkt is sprake van zeer grote krapte. Zeker in het lage en middel-dure segment.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 18
Jongeren, starters en doorstromers zijn nauwelijks in staat een (betaalbare) woning te vinden. Op elke huurwoning reageren inmiddels gemiddeld 247 mensen, waarvan 40% starters. Daarbij wordt een groot deel van de huurwoningen direct toegewezen en daar is niet ‘vrij’ op te reageren. Inmiddels komen steeds meer kwetsbaren in dezelfde buurten te wonen (mede door de crisis), waarmee de zelf- en samenredzaamheid van buurten vermindert. Het is onduidelijk of en welk corona-effect er is op de woningmarkt. Er is een lichte beweging te zien van verhuizingen (en jonge gezinnen) uit de Randstad naar regio’s buiten de Randstad. Daarbij wordt soms verondersteld dat corona – en de vlucht van het thuiswerken – ervoor zorgen dat Randstedelingen meer ruimte (in huis en tuin) zoeken. Maar het is ook waarschijnlijk dat het om een autonome trend gaat, als gevolg van krapte en prijsontwikkelingen op de woningmarkt.
coronatijd. Het thuiswerken in de coronatijd zal hier een belangrijke bijdrage aan hebben geleverd. De meeste experts gaan ervan uit dat het thuiswerken een blijvend gevolg zal zijn van deze coronatijd. Daardoor zal ook de behoefte voor woon-werkverkeer afnemen. Mogelijk leidt het ook tot andere vervoerskeuzes of verhuisgedrag (verder van het werk), maar dat is nog niet zeker. Verplaatsingen via individuele vervoermiddelen (fiets, lopen en auto) namen toe, maar onzeker is wat het lange termijn effect hiervan is. Dit geldt ook voor de tijdelijke terughoudendheid ten aanzien van het gebruik van het openbaar vervoer. Een structureel afnemende en/of veranderende vervoersbehoefte zou kunnen leiden tot een herbezinning op, of verschuiving van, voorgenomen infrastructurele maatregelen, vervoersdiensten en parkeervoorzieningen en geplande kantoorlocaties.
Inwoners geven aan dat minder files en schonere lucht positieve effecten zijn van de crisis. Thuiswerken zal waarschijnlijk deels blijven en effect hebben op de woon-werkrelatie. Onze inwoners hebben in het laatste inwonersonderzoek ‘minder files’ en ‘schonere lucht’ het meest benoemd als positieve effecten van de
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 19
Er is een herwaardering en toegenomen gebruik van het groen rond stad en dorpen én de openbare ruimte in de eigen buurt. Net als in heel het land zien we ook in ’s-Hertogenbosch dat mensen er meer op uit trekken naar het groen en de natuur rond de woonkernen. Mensen trekken er op uit om te bewegen, te ontspannen en ‘er even uit te zijn’. Maar niet alleen het gebruik van de grotere recreatie- en natuurgebieden neemt toe, ook het gebruik van de openbare ruimte rond het eigen huis. Dat merken we ook aan de toegenomen vraag naar verbetering van de kwaliteit. We ontvangen nu vragen over groen, speeltoestellen en bestrating die we voor corona niet kregen. Het toegenomen gebruik van de openbare ruimte in de eigen buurt lijkt dus te leiden tot hernieuwde aandacht en herwaardering van de omgeving. Door goed te luisteren naar de wensen van onze inwoners en extra te investeren in de meer gebruikte openbare ruimte proberen we het intensievere gebruik van speeltuinen, veldjes en pleinen ook ná corona te behouden.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 20
De cultuursector is hard getroffen en ondersteund. De impact op langere termijn is nog onduidelijk. Door steun van onder andere de Rijksoverheid zijn grotere organisaties (waaronder de grotere podia en musea, een aantal festivals en gezelschappen) het eerste jaar doorgekomen zonder in directe financiële problemen te komen. Voor het lopende jaar is beduidend minder Rijkssteun te verwachten. Het is nog onduidelijk welke impact dat voor de langere termijn op de organisaties heeft. De verwachting is wel dat de culturele sector last zal hebben van na-ijleffecten, vanwege teruglopende steun, teruglopende sponsoring en onzekerheid over de te behalen publieksaantallen en publieksinkomsten. Daarnaast hebben vrijwel alle organisaties inmiddels afscheid genomen van (een deel van) hun medewerkers in hun flexibele schil of personeel slechts deels vervangen dat via natuurlijk verloop uit de vaste kern is vertrokken. Voor veel andere kunstenaars, zzp’ers en leveranciers gold al eerder dat ze opdrachten verloren. Een deel van deze professionals heeft er inmiddels voor gekozen zich te laten omscholen. Een groep van de (vaak jongere) cultureel actieven gaat daarmee voor de sector verloren. De cultuursector wordt gekenmerkt door lang cyclische processen. Boekingen voor podia moeten
lang van tevoren worden gedaan. Het organiseren van een museale tentoonstelling vraagt lange voorbereidingstijd. Publiekswerving is ook een kwestie van lange adem. Gecombineerd met het verlies aan arbeidskrachten, is het daarom de vraag hoe snel de sector zich kan herstellen. Er wordt hier en daar wel gekeken naar manieren om bijvoorbeeld boekingsprocessen en marketing in een kortere cyclus te organiseren. Maar hierin zijn lokale organisaties afhankelijk van afstemming op landelijk niveau. Het is belangrijk het fysieke aanbod weer op peil te krijgen, omdat het zorgt voor beleving, ontmoeting en sfeer (‘place to meet’). Een transformatie naar online is een interessante aanvulling op het fysieke aanbod, maar niet voor iedereen een geschikt alternatief.
Er is zorg of leden en sponsors van amateurverenigingen blijven/ terugkeren. Het afgelopen jaar zagen we dat leden solidair waren en contributies doorbetaalden. Maar het wordt spannend of de leden ook in het nieuwe seizoen blijven of terugkeren. Het amateurkunstverenigingsleven kent een grote deelname van oudere Bosschenaren die extra voorzichtig zijn. De aanwas van nieuwe leden ligt vooralsnog stil. Verder is het de vraag of de reguliere
sponsors door de crisis (vaak kleinere bedrijven uit het MKB) nog in staat zijn om hun donaties te blijven doen. Een andere zorg betreft de beschikbaarheid van repetitieruimtes, aangezien deze niet altijd geschikt zijn om voldoende afstand te bewaren. Ook op urban- en jongereninitiatieven heeft de lockdown grote impact die aandacht vraagt.
e verwachten dat een bron van enerW gie en plannen ontstaat op het moment dat de regels weer meer toestaan. Hiervoor zal een groter beroep worden gedaan op de gemeente, op flexibiliteit, creativiteit en regels. Bijvoorbeeld in een plek op de evenementenkalender, de behandeling van vergunningen, crowdmanagement enz. Voor onze makers en gezelschappen geldt dat de kans bestaat dat producties uiteindelijk niet afgenomen of gespeeld kunnen worden vanwege een (uitgestelde) ophoping van aanbod in dezelfde tijd. Daarmee is er mogelijk in 2021 en wellicht ook 2022 nog steeds een hulpvraag. En breder geldt dat na de opheffing van de maatregelen, de inkomsten in eerste instantie achter zullen blijven bij de kosten.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 21
E Overheid (gemeente)
A mbivalentie in de verhouding overheid en samenleving. De verhouding tussen overheid (en andere organisaties in de publieke sector zoals RIVM en GGD) en de samenleving ligt sinds het begin van de coronacrisis extra onder het vergrootglas. Met aan de ene kant een bewustwording en erkenning van het publieke belang (de zorg, onderwijs, veiligheid, welzijn, …) en een overheid en publiek gezag die dat bewaakt. Zo meldde het CBS onlangs dat in 2020 het vertrouwen in een aantal instituties (politie, rechtspraak en de Tweede Kamer) gestegen is. Aan de andere kant is er een groeiend wantrouwen naar ‘de overheid’. Of eigenlijk breder, ook naar de hele publieke sector, de wetenschap, media en het gezag. Demonstraties die uit de hand lopen, lijken steeds vaker voor te komen. En onze eigen binnenstad was het toneel van rellen en plunderingen. Er wordt nog beter zichtbaar dat mensen gevoed worden door een eigen ‘bubbel’, met eigen (social) media, leiders en influencers.
Mogelijke gevolgen voor de rol en werkwijze van ‘de regio’ tijdens pandemie. Tegelijkertijd zoekt het Rijk de regio op voor ondersteuningsen herstelmaatregelen.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 22
‘De regio’ speelt een belangrijke rol in deze crisis; veelal in de vorm van de Veiligheidsregio en de GGD. Maar er worden nu al vragen gesteld (bijvoorbeeld door politiek Den Haag) of de rol van verschillende regio’s in de zorg en crisisbestrijding wel zo handig is in de bestrijding van een pandemie. We mogen ervan uitgaan dat dit soort vragen – over de verhouding landelijk/centraal en regionaal/ lokaal – nog vaker gesteld gaan worden. Zeker wanneer de pandemie over is. Met mogelijke financiële of organisatorische gevolgen voor deze regionale organisaties en hun rollen of werkwijzen. Tegelijkertijd zien we in de bestrijding van de negatieve impact van deze crisis ook dat het Rijk graag gebruik maakt van samenwerking en platforms op regionaal niveau. Bijvoorbeeld als het gaat om de steunpakketten op arbeidsmobiliteit.
We blijven in grote mate afhankelijk van het Rijk voor wat betreft financiën. Zowel wat betreft het huidige steunpakket, als de post-pandemie periode (investeren of bezuinigen?). Het Rijk trekt veel geld uit voor ondersteuning. Via alleen al de Tozo en NOW wordt in ’s-Hertogenbosch tot nu toe ongeveer 185 miljoen euro gepompt om bedrijven en ondernemers te ondersteunen. Het is de vraag of het huidige demissionaire of een nieuw kabinet hier nog lang mee doorgaat.
Als de steun stopt dan is de verwachting dat sommige effecten – zoals faillissementen en ontslagen – alsnog gaan optreden. Verder speelt op de achtergrond de vraag of en hoe snel de uitgaven in de coronatijd weer moeten worden gecompenseerd door bezuinigingen. En welke gevolgen dit zal hebben ook voor onze gemeentelijke financiën. In aanloop naar de Tweede kamerverkiezingen werd al hier en daar gesuggereerd dat uiteindelijk een bezuinigingsronde nodig zal zijn maar werd er tegelijkertijd ook gesproken over een nationaal herstelfonds en meer geld voor gemeenten.
De gemeentelijke organisatie heeft zich responsief en flexibel opgesteld in de coronatijd. Tijdens corona heeft ook onze eigen digitalisering een verdere vlucht genomen en is er geïnvesteerd in de digitale dienstverlening. Ook is onze dienstverlening in het stadskantoor, bij WeenerXL, de milieustraten en onze andere locaties altijd doorgegaan. Met aanpassingen in de ruimte of andere manieren van werken. De gemeentelijke organisatie heeft ook snel geschakeld op de behoeftes van de stad. Niet om voor te schrijven, maar om de beweging die er is te faciliteren en initiatieven met elkaar te verbinden. Daarbij hebben we gewerkt op basis van vertrouwen met inwoners en partners in de gemeente.
LOKET
De Bossche Zomer is een geslaagd voorbeeld van deze beweging. Omdat we zien dat we op deze manier meer voor elkaar kunnen krijgen, moeten we nadenken over hoe we dit kunnen bestendigen. Daarbij moeten we wel zorgvuldig omgaan met de balans tussen enerzijds ‘responsief, flexibel en snel’ en anderzijds traditionelere (maar niet minder belangrijke) waarden als ‘zorgvuldigheid, gelijkheid en transparantie’. Deze kunnen op gespannen voet komen te staan met elkaar in crisistijd, maar ook bij het herstel erna.
E-participatie heeft een impuls gekregen. Hier liggen kansen om op voort te bouwen. Ook op het vlak van (burger-)participatie hebben we nieuwe methoden en werkwijzen gebruikt in deze crisis. Onder andere voor enkele gebiedsontwikkelingen hebben we de participatie digitaal georganiseerd. Dat is op veel vlakken erg succesvol geweest, zoals Station Oost, de Omgevingsvisie en de Spoorzone. Zo hebben we meer en andere mensen bereikt, meer ideeën opgedaan en we kunnen tijdens het proces interactief communiceren. Ook dat smaakt naar meer.
Kansenkaart voor ’s-Hertogenbosch | 23
Colofon Dit is een uitgave van gemeente ’s-Hertogenbosch