CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Eindverslag Omgevingsdialoog Ontwikkelkader

Gemeenteraad 7 mei 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkelkader De Vliert fase 117.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Eindverslag Omgevingsdialoog Ontwikkelkader de Vliert 1e fase

1

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Mobiliteit .......................................................................................................................................... 4

3.

4.

5.

6.

2.1

Verkeerstoename ................................................................................................................... 4

2.2

Verkeersveiligheid .................................................................................................................. 6

2.3

Inrichting infrastructuur ........................................................................................................... 7

2.4

Fietsvoorzieningen ................................................................................................................. 9

2.5

Parkeren ................................................................................................................................. 9

2.6

Deelmobiliteit ........................................................................................................................ 12

2.7

Verbindingen ........................................................................................................................ 13

2.8

Station en omgeving ............................................................................................................ 14

Groen ............................................................................................................................................ 16 3.1

Bomen .................................................................................................................................. 16

3.2

Inrichting projectgebied, park en water ................................................................................ 16

Voorzieningen en ontmoeten ........................................................................................................ 18 4.1

Voorzieningen algemeen ...................................................................................................... 18

4.2

Invulling plinten voor een levendige wijkstructuur met voorzieningen ................................. 19

4.3

Gebruik bestaande voorzieningen en aanwezigheid van onderwijsinstellingen .................. 21

Wonen en Beeldkwaliteit............................................................................................................... 22 5.1

Woningtypologie naar woonbehoefte ................................................................................... 22

5.2

Beeldkwaliteit algemeen ...................................................................................................... 25

5.3

Hoogbouw en beeldkwaliteit Vliertpoort ............................................................................... 25

5.4

Beeldkwaliteit Vliertpark ....................................................................................................... 28

5.5

Beeldkwaliteit aan de Stadionlaan ....................................................................................... 30

5.6

Sfeer en gebruik binnenhoven stadsblokken ....................................................................... 30

Milieu ............................................................................................................................................. 31 6.1

Hindercirkel Sportiom ........................................................................................................... 31

6.2

Overlast verkeer en spoor .................................................................................................... 31

6.3

Hinder klimaatbeheersingssystemen ................................................................................... 32

Bijlagen Eindverslag Omgevingsdialoog ............................................................................................... 33 Bijlage 1: Procesaanpak en kort overzicht resultaat Omgevingsdialoog de Vliert fase 1 ................. 34 Bijlage 2: Inbreng Carolusbuurt herinrichting kruising Zandzuigerstraat /Bruistensingel .................. 42

2

1.

Inleiding

Voor het ontwikkelkader de Vliert 1e fase hebben we, net als voor het Ambitiedocument voor dit gebied, een uitgebreide omgevingsdialoog doorlopen. Om zoveel mogelijk reacties vanuit de omgeving binnen te halen zijn we eerst op 26 juni 2024 gestart met een inloopbijeenkomst. We hebben betrokkenen via de nieuwsbrief (1.500 abonnees) en de gemeentelijke website over de avond geïnformeerd. Ook zijn er 4.000 omwonenden via een brief uitgenodigd. De avond werd door ruim 300 belangstellenden bezocht. Tijdens deze avond hebben we de aanzet van het ontwikkelkader gepresenteerd. Tijdens deze avond hebben we 113 ingevulde reactieformulieren op de aanzet van het ontwikkelkader teruggekregen op de plannen en 78 geeltjes met opmerkingen opgehaald. De belangstellenden konden zich inschrijven voor workshops over drie thema’s in het gebied: ‘Beeldkwaliteit & wonen’, ‘Mobiliteit, groen & water’ en ‘Gezondheid, ontmoeten & voorzieningen’. Deze workshops werden op 5 en 11 september 2024 gehouden. De gesprekken over de drie thema’s werden aan drie tafels geleid door de experts van de gemeente. Op beide avonden waren er drie rondes met dezelfde thema's, zodat belangstellenden maar één avond hoefden te komen om toch over alle thema's mee te kunnen praten. Ook hier was de sfeer in alle opzichten positief en constructief te noemen, met levendige discussies en uitwisseling van standpunten.

Opvallend is ook de grote creativiteit aan ideeën die zijn ingebracht. Aan deze workshops hebben 73 belangstellende van verschillende doelgroepen deelgenomen. Naast de fysieke workshops hebben we iedereen van 5 tot 22 september 2024 ook de mogelijkheid geboden om via een enquête online te reageren op een aantal stellingen en open vragen. Daarbij was nadrukkelijk ingezet op de moeilijker te bereiken doelgroep van woningzoekenden. Met een socialmedia-campagne was met name ingezet op jongeren van 25-35 jaar. De tweede doelgroep waren omwonenden. Ook hier zijn we in de vraagstelling uitgegaan van de participatiethema's ‘Beeldkwaliteit & wonen’, ‘mobiliteit, groen & water’ en ‘gezondheid, ontmoeten & voorzieningen’. In totaal hebben 418 personen deze digitale enquête ingevuld. In de aanzet van het ontwikkelkader, waarmee wij de omgevingsdialoog zijn ingegaan, hebben we bewust veel ruimte gelaten voor de creativiteit van de huidige én de nieuwe bewoners, en andere belangstellenden. De kennis vanuit de brede omgeving vormt immers een waardevolle bron om tot goede en breed gedragen plannen te komen. De verwerking daarvan heeft op veel punten dan ook geleid tot nieuwe oplossingen voor de thema's wonen, beeldkwaliteit, openbare ruimte, verkeer, ontmoeten en voorzieningen. Niet alleen omwonenden en potentiële nieuwe bewoners hebben we gevraagd om een reactie op de aanzet te leveren.

In de periode van 24 juni tot en met 10 september 2024 hebben wij verschillende gesprekken gevoerd met diverse (voor het gebied) belangrijkste groepen, organisaties, bedrijven en instanties (stakeholders). Zij spelen een belangrijke rol in de participatie, omdat zij verschillende groeperingen en belangen in het gebied vertegenwoordigen, dan wel behartigen. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook de wijkraden/buurtvertegenwoordigingen. Voor de verschillende stakeholders is een proces op maat gevolgd. Dit betekent dat er zowel 1-op-1 gesprekken zijn gevoerd, als meer grootschalige, informerende bijeenkomsten én verdiepende bijeenkomsten georganiseerd, waar op de

3

benoemde participatiethema's in kleinschaliger setting het onderlinge gesprek werd aangegaan. De lijst van stakeholders waar wij een gesprek mee hebben gevoerd zit in bijlage 1 van dit eindverslag. Op 18 september 2024 hebben we een sessie met zeven geselecteerde marktpartijen georganiseerd. Enerzijds om kennis, expertise en creativiteit uit de markt op de halen in relatie tot het programma, de ontwikkelstrategie en de ambities voor het plangebied de Vliert. Anderzijds waren we benieuwd hoe 'de markt' aankijkt tegen de plannen in het aanzet-ontwikkelkader. Kunnen de marktpartijen hiermee uit de voeten? Zijn er nog kansen die we missen? De deelnemende partijen zijn geselecteerd op een brede mix van expertise (ontwikkelaars, beleggers, makelaars), op hun kennis van de lokale markt dan wel specifieke expertise met vergelijkbare projecten elders. Partijen die op dit moment actief zijn in lopende gebiedsontwikkelingen in 's-Hertogenbosch zijn uitgesloten van selectie. In de uitnodiging is duidelijk gesteld dat het hier gaat om een vrijblijvende uitwisseling waaraan voor het gevolg op geen enkele manier rechten kunnen worden ontleend. Ook van deze marktconsultatie treft u een lijst van de deelnemers aan in bijlage 1 van dit eindverslag. Ter afsluiting van de omgevingsdialoog krijgt iedereen vier weken de tijd om op het concept ontwikkelkader te reageren.

Ook deze reacties zullen we in de besluitvorming meenemen. Het ontwikkelkader dat nu voor u ligt, is dan ook daadwerkelijk het resultaat van een co-creatie met de stad. Hieronder staan de ingebrachte reacties samengevat weergegeven. De integrale inhoud van de reacties zitten in bijlage 1 van dit eindverslag. Reacties over hoe het gebied het beste strategisch kan worden ontwikkeld, zijn in dit eindverslag buiten beschouwing gelaten. Deze worden meegenomen bij het opstellen van de ontwikkelstrategie. Niet alle ideeën, opmerkingen en zorgen hebben we in het ontwikkelkader kunnen opnemen, beantwoorden en wegnemen. Veel zal namelijk nog in de verdere uitwerking nader moeten worden onderzocht. Met het ontwikkelkader hebben wij een stevige basis gelegd, waarop verder gebouwd kan worden. Ook bij deze verdere uitwerking zullen wij de omgeving betrekken. We blijven dan ook met de omgeving in gesprek.

2.

Mobiliteit

2.1

Verkeerstoename

Tijdens de omgevingsdialoog heeft de omgeving zorgen geuit over de toename van het verkeer in de buurt die de voorgenomen ontwikkelingen met zich meebrengt, en de daarmee gepaard gaande gevolgen, zoals geluidsoverlast, gezondheidsrisico's en parkeeroverlast. De vrees van de buurt is dat de bestaande infrastructuur (met name Hintham, de Hervensebaan, en de Bruistensingel) zonder aanpassingen deze extra verkeersstroom niet aankan. Dat kan leiden tot opstoppingen van zowel bouw- als forensenverkeer. Bij het maken van een groot nieuw woongebied zijn volgens de omgeving infrastructurele aanpassingen nodig. Het zou een gemiste kans zijn als er tijdens de ontwikkelingen in het gebied niets aan de verkeersituatie gedaan wordt. De buurtbewoners hechten daarbij groot belang aan het behoud van een veilige en toegankelijke omgeving voor bijvoorbeeld schoolgaande kinderen. Zij zijn bezorgd over de oversteekbaarheid van

4

de hoofdwegen en de bereikbaarheid van scholen tijdens en na de ontwikkeling van de nieuwe woonbuurt. De bewoners van de Buitenpepers verwachten door de voorgenomen ontwikkelingen, een onevenredige toename van verkeer door hun wijk, van en naar voorzieningen aan de Rompertsebaan en Buitenpeperdreef. Zij vrezen daardoor meer overlast en drukte. Voorgesteld wordt de Vliert kleinschalig uit te voeren, zodat het aansluit op de Buitenpepers en de toename aan verkeer in hun wijk niet onevenredig wordt. Antwoord: De druk op de omliggende wegen neemt door de woningbouw toe. De gemeente gaat het nieuwe gebied zo inrichten dat deze de nieuwe bewoners stimuleert om de fiets en het openbaar vervoer te nemen in plaats van de auto. Neemt niet weg dat ook het autoverkeer zal toenemen, met name tijdens de spits. Om inzicht te krijgen in de toekomstige verkeersbewegingen van de Vliert en omliggende wijken zijn er verschillende onderzoeken gedaan. Deze onderzoeken maken enerzijds gebruik van verkeersmodelcijfers van de referentiesituatie 2030 en de plansituatie 2030 (inclusief voorgenomen woonprogramma). Daarbij is in de ambitie fase al een verkenning uitgevoerd van het gehele programma (fase 1 en 2).

In het kader van het ontwikkelkader is opnieuw gerekend voor alleen fase 1 met de meest actuele prognoses in van de autonome groei van het verkeer en de meest actuele cijfers over het bouwprogramma. Vanuit de resultaten van deze doorrekening blijkt dat de toenames op de verschillende wegen goed zijn af te wikkelen. De wegen worden drukker maar de toenames leiden niet tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Wel zijn er aandachtspunten in de oversteekbaarheid van de Stadionlaan waar de gemeente extra maatregelen voor wil inzetten. Ook bij de twee met verkeerslichten geregelde kruispunten (Zandzuigerstraat – Bruistensingel en Aartshertogenlaan – Van Grobbendoncklaan) gaat de gemeente verbeteringen treffen in de fiets en voetgangersoversteken. Bovendien kijkt de gemeente nog naar het verbeteren van de oversteekbaarheid op het kruispunt Van Grobbendoncklaan- Pieter Breughelstraat. Het gemotoriseerd verkeer van de verschillende te ontwikkelen woonblokken in de Vliert ontsluit in de toekomst direct op de wegen Hervensebaan, Zandzuigerstraat, Stadionlaan en Aartshertogenlaan. Het grootste deel van het gemotoriseerd verkeer van het te ontwikkelen gebied rijdt daarom direct op de hoofdontsluitingswegen, of wel doorstroomassen (50 km/uur wegen), en dus niet via de infrastructuur van de omliggende wijken.

Alleen de drie ontwikkelvelden van Vlierpark-zuid worden aangesloten op de Aartshertogenlaan en zullen ontsluiten in de richting van de Van Grobbendoncklaan of Graafseweg. Bij bouwontwikkelingen wordt er vanzelfsprekend gekeken naar de effecten van het bouwverkeer op omliggende wegen, de hinder en de mogelijke risico’s die dit kan opleveren. De (toekomstige) plannen worden zodanig vormgegeven dat dit binnen redelijke termijnen en op een veilige manier gebeurt, met zo weinig mogelijk verkeershinder. Het bouwverkeer is een uitvoeringsaspect. Voor de start van de bouw zal de gemeente strakke richtlijnen en duidelijke veilige routes voor het bouwverkeer vaststellen. Tijdens en na de ontwikkeling van het gebied blijven de bestaande omliggende scholen goed en veilig bereikbaar. Het is op dit moment is het nog niet duidelijk of er een nieuwe school in het te ontwikkelen

5

gebied nodig is. Op basis van de meest recente prognoses houdt het ontwikkelkader daar wel rekening mee. Aan de zuidzijde van het Aartshertogenpark is daarvoor plek gereserveerd. Dit zal nog verder moeten worden uitgewerkt. Deze school zal zo worden geplaatst dat deze, in ieder geval te voet en fiets, goed en veilig bereikbaar is. De gemeente kiest in het ontwikkelkader de Vliert voor een wijk waar het prettig wonen is, met een groot park waarbij ook ruimte is gereserveerd voor andere (collectieve) functies en voorzieningen dan alleen wonen. Dit om juist ook de onderlinge samenhang en samenwerking tussen de bewoners te stimuleren. Door ook voorzieningen in de nieuwe wijk op te nemen, is niet te verwachten het verkeer van en naar de voorzieningen aan de Rompertsebaan en Buitenpepersdreef, door de wijk De Buitenpepers, onevenredig zal toenemen. Het nieuwe woongebied is voor de dagelijkse boodschappen niet alleen afhankelijk van de supermarkt aan de Rompertsebaan. In de omgeving zijn op redelijke fietsafstanden meerdere buurtwinkelcentra aanwezig, waar de nieuwe bewoners hun dagelijkse boodschappen kunnen doen.

2.2

Verkeersveiligheid

De omgeving gaf aan dat er nu al op de omliggende ontsluitingswegen te hard wordt gereden. Daarom stelt de omgeving voor om op Bruistensingel en de Hervensebaan een maximale snelheid van 30 km te gaan hanteren, hard rijden aan te pakken en zo de verkeersveiligheid op deze wegen te verbeteren. Dit kan volgens de omgeving door verkeersremmende maatregelen aan te brengen en camera’s langs de wegen te plaatsen. Verlaging van de maximale snelheid betekent ook een verbetering van de luchtkwaliteit voor de omliggende wijken. Fietsoversteek Stadionlaan/Grote Elst is nu al lastig door auto's die de parallelweg oprijden via de fietsoversteek. Ook is het verzoek om de fietsoversteek over de Stadionlaan bij de tennisvereniging veiliger te maken. Fietsers kunnen bij de oversteek naast het A2-viaduct slecht oversteken omdat de middengeleider te smal is en zicht op aankomend verkeer te beperkt. Bij de Tivoliweg staat het riet in de sloot te hoog waardoor er slecht zicht is. Bij de kruising Grote Elst/ Hintham is het bij drukte lastig in te voegen dan wel af te slaan. Verder heeft de omgeving ingebracht dat de automobilist bij het uitrijden van de parkeerplaats bij het Sportiom door de aanwezigheid van de slagboom geen zicht heeft op de fietsoversteek.

Ook ontbreekt er een fietsoversteek over de Victorialaan richting Toren A van het Stadion De Vliert, is de voorrang nabij de Schilderschool niet helder en is de kruising met de Stadionlaan door de aanwezigheid van borden slecht te overzien. Antwoord: Binnen de gemeente ligt een duidelijke structuur van doorstroomassen (50 km/uur wegen) die gericht zijn op ontsluiting van de wijken, en 30 km/uur wegen die meer focus hebben op verblijven. De doorstroomassen vormen de vrij liggende verbinding tussen wijken en de ontsluiting naar de snelwegen. Deze voorkomen dat de automobilist een weg gaat zoeken door de woonbuurten. De Bruistensingel, Zandzuigerstraat en Van Grobbendoncklaan behoren tot deze doorstoomassen, waarbij de nadruk ligt op een goede verkeersafwikkeling. Het huidige beleid van de gemeente om de snelheid op doorstroomassen op 50 km/u te houden, komt voort uit de behoefte om het verkeer efficiënt af te wikkelen en sluipverkeer door woonwijken te voorkomen. Als de gemeente de snelheid

6

op de doorstroomassen gaat verlagen naar 30 km/uur en verkeersremmende maatregelen op deze wegen gaat aanbrengen, is de kans groot dat de automobilist toch voor een (kortere) route door de woonwijken kiest. Door de doorstroomassen 50 km/uur te houden verkiest de automobilist deze snelle route boven (kortere) sluiproutes door de omliggende buurten. In de uitvoeringsfase gaat de gemeente wel onderzoeken of afsluiting van de Hervensebaan voor doorgaand verkeer een optie is. Specifiek onveilige situaties worden aangepakt in het kader van het verkeersveiligheidsplan. Daarbij moet worden gezegd dat verkeersagressie lastig met verkeersmaatregelen door de gemeente is aan te pakken. De gemeente kan de wegen niet zodanig inrichten dat het (bewust) overtreden van de verkeersregels wordt tegengegaan. Verkeershandhaving ligt bij de politie. De genoemde fietsoversteekplaatsen aan de Stadionlaan/Grote Elst en langs de A2 vallen buiten het projectgebied. Vanwege de toename van verkeer op de Stadionlaan gaat de gemeente de komende jaren wel deze fietsoversteken opnieuw bekijken om eventuele veiligheidsverbeteringen uit te voeren. Mocht het riet langs de fietspaden te hoog opschieten waardoor de verkeerveiligheid in gedrang komt, dan zal het riet na melding hiervan worden gemaaid. Een melding kunt u doen via de pagina ‘Melding openbare ruimte’ op de website van de gemeente.

Het Sportiom valt in de tweede fase van de gebiedsontwikkeling. De buitenruimte van het Sportiom wordt echter deels wel al meegenomen in fase 1. Zo kijken we in samenspraak met het Sportiom naar een doorgaande nieuwe wandelroute langs de waterloop de Vliert, die langs de ligweide van het Sportiom loopt. De gemeente gaat bovendien kijken of zij in het kader van de planvorming iets aan de positionering van de slagboom kan doen. Ook kijkt de gemeente naar de mogelijke fietsenoversteek over de Victorialaan in relatie tot aanpassingen aan de infrastructuur bij de aansluiting van het parkeerhuis. De gemeente wil daarbij eveneens een verbetering van de verkeerssituatie bij de Schilderschool onderzoeken.

2.3

Inrichting infrastructuur

Vanuit de omgeving wordt geopperd om de kruising Bruistensingel/Zandzuigerstraat/Hervensebaan volledig ondergronds aan te leggen. Op zijn minst zou de ruimte tussen de wegen beter benut kunnen worden. Zo stelt de Carolusbuurt voor deze kruising kleiner aan te leggen (zie bijlage 2 van dit verslag). De omgeving vraagt om betere en veiligere oversteekplaatsen voor fietsers op de kruising. De omgeving wil dat de kruising wordt geoptimaliseerd. Vanuit de omgeving kwam ook het voorstel om de Victorialaan af te sluiten bij het Sportiom. De inrichting van het nieuwe woongebied zou, volgens de omgeving, zich moeten richten op langzaam verkeer. In de huidige tijd weegt het groen zwaarder dan het gemak van de auto. De nabijheid van station en het centrum zou de bewoners moeten stimuleren gebruik te maken van de fiets, het openbaar vervoer of te gaan lopen. De huidige plannen zijn volgens de omgeving hierin weinig ambitieus en laten de toch al erg aanwezige auto infrastructuur compleet in stand. Er zijn mogelijkheden voor het versmallen en, of verplaatsen autowegen, verlagen maximumsnelheid en het verbeteren en voetgangers en fietser oversteken. Daarnaast is de bereikbaarheid voor fiets en te voet tussen de verschillende kwadranten erg slecht door de aanwezige grote kruispunten en het spoor. Dit kan volgens de omgeving worden

7

verbeterd. Bovendien kan ook de bereikbaarheid van het station en het groen vanuit de vier kwadranten flink verbeterd worden. Verder is het voorstel de fietstunnel onder het spoor aan te laten sluiten op het Hervensepad. Gevraagd wordt of de onderdoorgang op ecologische wijze kan worden uitgevoerd, onder meer voor klein wild.

Antwoord: Het ondergronds aanleggen van de Bruistensingel is niet realistisch en financieel onhaalbaar. Het verleggen van de Zandzuigerstraat langs het spoor en deze onder of direct langs het station laten aansluiten op de Bruistensingel, zoals door de Carolusbuurt is voorgesteld, is eveneens onrealistisch. Op basis van het ambitiedocument is een studie uitgevoerd, waarbij is gekeken of het mogelijk is het kruispunt Zandzuigerstraat/Bruistensingel te verkleinen. Het idee daarbij was dat, door het verkleinen van het kruispunt, er meer ruimte beschikbaar zou komen voor woningbouw en groen en dit de verkeerssituatie zou verbeteren. De conclusie van deze studie was dat de benodigde ruimte voor infrastructuur niet afneemt en dat het verkeerskundig, voor het groen en voor de gebiedsontwikkeling als geheel weinig oplevert. Daarbij zouden er voor de herinrichting daarentegen wel een grote hoeveelheid bomen moeten worden gerooid. Dit zou ten koste gaan van het al aanwezige groen, waardoor dit juist afneemt. De gemeente heeft in het ontwikkelkader wel een aantal aandachtpunten rondom de grote kruispunten opgenomen in de ontwerpopgave. Dat heeft met name te maken met het creëren van meer ruimte voor fietsers en voetgangers rond het kruispunt, zodat men veiliger en beter kan oversteken. Het afsluiten van de Victorialaan is afgewogen en bewust niet in het ontwikkelkader opgenomen.

Deze weg vormt op dit moment een ontsluiting van enkele zuidelijke woonbuurten richting de Stadionlaan. Als de gemeente deze weg afsluit, ontsluit dit verkeer over de Graafseweg en Hintham. Dit is niet wenselijk. De Stadionlaan is juist bedoeld om deze route dwars door Hintham te ontlasten. In de nieuwe plannen wordt ingezet op fiets en openbaar vervoer. Bij het inrichten van het gebied zal hierop dan ook de nadruk worden gelegd. Dat het omliggende wegennet niet wordt aangepast of verminderd, ligt in het feit dat deze wegen onderdeel uitmaken van de hoofdontsluitingsstructuur van de gehele stad (de doorstroomassen). Verwezen wordt naar het antwoord onder 2.3. Het ontwikkelkader gaat uit van een nieuwe langzaam verkeersverbinding richting het Hervenpad. In verband met de beschikbaarheid van gronden kan deze niet in het verlengde van het Hervenpad worden aangelegd. Het voorkeurstracé ligt nu op de grens van de Bossche Vakschool en Yuverta. Daarmee sluit het ook direct aan op de fietsvoorzieningen van beide onderwijsinstellingen. Ook voor de studenten van de scholen kan deze nieuwe verbinding een prettige route richting station en de (sport)voorzieningen ten zuiden van het spoor vormen. In de verdere planvorming werken we deze verbinding, in overleg met de onderwijsinstellingen, verder uit.

8

In de onderdoorgang (fietstunnel) worden faunavoorzieningen opgenomen zodat deze ook een extra verbinding noord-zuid voor de ecologie wordt. Onderzocht wordt nog of hierin ook een waterverbinding kan worden opgenomen.

2.4

Fietsvoorzieningen

Om fietsen te promoten zijn in het gebied voldoende fietsenstalling noodzakelijk gezamenlijk met kwalitatieve goede en gemakkelijke fietsvoorzieningen. Een autoluw concept kan de sleutel zijn voor de haalbaarheid van zoveel woningen in de stad. Het moet wel een compleet verhaal zijn, met alles erin, zoals fietsparkeren. Belangrijk is om fietsen liefst dicht bij huis te parkeren, in een gebouwde fietsparkeervoorziening in het gebouw, daarmee voorkom je bergen fietsen voor de deur. Ga daarbij uit van twee fietsen per persoon. Ook vindt de omgeving het wenselijk dat in het openbaar gebied voorzieningen worden aangebracht waar je tijdelijk je fiets kan neerzetten.

Antwoord: Direct bij de woningen/woonblokken komen fietsvoorzieningen voor bewoners (inpandig, vanaf maaiveld toegankelijk) en bezoekers (nabij de entrees van de woningen). Ook rond het station en het parkeerhuis komen extra fietsvoorzieningen. In de parkeernormering wordt rekening gehouden met meerdere fietsen per persoon, waarbij deze norm afhankelijk is van het woningtype.

2.5

Parkeren

De omgeving voorziet door de voorgenomen woningbouwontwikkeling ook een toename aan parkeerbehoefte. Vanuit de omgeving zijn er tegenstrijdige reacties binnengekomen. Enerzijds zijn er zorgen over de gevolgen voor het parkeren in de omliggende buurten. Sommigen vinden de parkeernorm voor de Vliert te laag, ze vinden dat er te weinig parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de nieuwe woningen. Andere omwonenden stellen juist dat de parkeernormering nog wel lager mag, als instrument om gedragsverandering (minder autobezit en –gebruik) te sturen. Ook voor wat betreft het al dan niet invoeren van gereguleerd parkeren in de omgeving van de Vliert zijn de reacties tweeledig. Sommigen willen dit niet, terwijl anderen de regulering juist zien als een belangrijk instrument en oplossing om het verschuiven van de parkeerdruk te voorkomen. De zorg is dat in de nieuwe woningen tweeverdieners komen te wonen die beiden een auto nodig hebben om naar het werk te gaan. Hier lijkt het plan geen rekening mee te houden. Het moet niet zo zijn dat mensen die in de bestaande situatie één of twee auto's nodig hebben, omdat het OV of de fiets geen alternatief voor hen is, worden gehinderd om deze in de nieuwe situatie te kunnen parkeren. De bewoners moeten ook met de auto hun boodschappen dichtbij huis kunnen brengen. De omgeving vraagt hier rekening mee te houden.

9

De nieuwe bewoners zouden een vaste parkeerplaats in de parkeergarage bij huis en/of in het parkeerhuis moeten krijgen. Ook bewoners die bijvoorbeeld later een auto aanschaffen zouden hiervoor in aanmerking moeten komen. Jongeren vinden het niet erg om naar hun auto te lopen. Voor ouderen en doorstromers die luxe gewend zijn daarentegen geldt dat ze de behoefte hebben aan de auto dichtbij. Dus denk goed na over loopafstanden tot parkeren in relatie tot waar je doelgroepen neer wilt zetten Daarnaast vreest de omgeving dat in het parkeerhuis alleen de bewoners mogen parkeren en niet de bezoekers. Deze gaan dan een parkeerplaats in de omliggende buurten zoeken. Ook de scholen en bedrijven in de buurt hebben parkeerplaatsen nodig. Als overloop voor scholen en bedrijven worden nu nog de parkeerplaatsen bij het station gebruikt. De vraag is of deze gehandhaafd blijven. Als deze gaan verdwijnen, verwacht de omgeving dat mensen dan parkeerplaatsen gaan zoeken in de omliggende buurten. Het parkeerhuis wordt ver van de wijk De Buitenpepers gebouwd. Wat betekent dit voor deze buurt als de nieuwe bewoners geen gebruik maken van deze parkeervoorziening? De omgeving wil niet dat de voorgenomen ontwikkelingen parkeeroverlast veroorzaakt in omliggende buurten. Ook vreest een deel van de omgeving dat door de voorgenomen ontwikkelingen in hun buurt betaald parkeren wordt ingevoerd.

Dit jaagt de bewoners van omliggende buurten op kosten. Ook mantelzorg, bezoek en klanten zullen dan moeten betalen om hun auto te kunnen parkeren, hetgeen negatieve gevolgen kan hebben voor het sociale leven van de buurtbewoners. Andere omwonenden daarentegen zijn voorstander van gereguleerd parkeren (betaald parkeren en vergunninghouders) omdat hiermee wordt voorkomen dat de parkeerdruk in hun buurt gaat toenemen. Door betaald parkeren verwacht men ook dat als de nieuwe bewoners moeten gaan betalen voor parkeren in hun parkeerkelder of het parkeerhuis, het dan niet uitmaakt voor die mensen of ze nu parkeren in de kelder of in de buurten. Men verwacht daardoor parkeeroverlast. De omliggende wijken hebben nu al te weinig parkeerplaatsen. Dit probleem wordt alleen maar groter met de komst van een nieuwe wijk waarin bewust te weinig parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De norm zoals deze nu wordt voorgesteld is niet realistisch. De omgeving is van mening dat er meer parkeerplaatsen in de gebouwen moeten worden aangebracht om parkeeroverlast in de omliggende buurten te voorkomen. Omdat het gebied dicht bij het centrum ligt, is er vanuit de omgeving ook voorgesteld om een parkeernorm van 0 aan te houden en in te zetten op deelmobiliteit. De parkeervraag gaat naar beneden door mentaliteit en gedragsverandering. De gemeente kan daar aan bijdragen door de parkeernorm laag te houden.

Mensen die slecht ter been zijn, of anderszins mindervalide zijn, moeten een mogelijkheid krijgen om dichterbij huis te kunnen parkeren. Zeker als er in het nieuwe woongebied ouderen komen wonen. Ook is het wenselijk dat er dicht bij huis, laad- en losmogelijkheden worden aangelegd. Volgens de omgeving dient met het aantal parkeerplaatsen rekening te worden gehouden met mogelijke nieuwe voorzieningen in het gebied zoals een supermarkt.

10

Als voor het gebruik van Station Oost mensen in het parkeerhuis moeten gaan parkeren, is een goede (sociaal-)veilige looproute tussen het station en het parkeerhuis gewenst. Dit geldt ook voor looproutes van het parkeerhuis naar de woongebieden.

Antwoord: De gemeente kent een vastgestelde Nota Parkeernormering 2021. De gemeente wil in deze gebiedsontwikkeling voor de parkeernormering insteken op zone 2. Dat is een verschuiving van de huidige zone 3 naar een lagere parkeernorm. Deze zone 2-normering gaat er niet van uit dat alle bewoners twee auto's bezitten. Er zullen ook bewoners komen met slechts één of zelfs geen auto. Gezien de ligging van het projectgebied in de nabijheid de binnenstad en direct rond het station kiest de gemeente er namelijk voor, om niet ruim in te zetten op parkeren, zodat andere vormen van mobiliteit worden gestimuleerd. Dat weten de bewoners ook als ze hier willen komen wonen. Er is dus niet voor iedere bewoner een eigen parkeerplaats. Het gevolg van de wens om nieuwe woningen te bouwen is dat deze nieuwe woningen ook nieuw verkeer en een parkeervraagstuk met zich meebrengen. Om het verschuiven van parkeerdruk naar de omliggende buurten zoveel mogelijk te voorkomen, wil de gemeente aan de omwonenden voorstellen om bij hen gereguleerd parkeren in te voeren. Als de gemeente niets regelt, kan het parkeren zich inderdaad over de omgeving verspreiden en worden ook de omliggende woonbuurten belast. De ligging van het plangebied sluit voor een klein gedeelte aan op een nu reeds parkeergereguleerd gebied ten zuiden van de Aartshertogenlaan.

De afgelopen jaren ziet de gemeente dat in de gehele stad de parkeerdruk toeneemt. Om dit tegen te gaan is uitbreiding van het gebied waarbinnen sprake is van parkeerregulering nodig. De verwachting is dat ook zonder de gebiedsontwikkeling de komende jaren het gebied van de parkeerregulering wordt uitgebreid. Daarom is dan ook binnen het plangebied van de Vliert al rekening gehouden met parkeerregulering. Een autovrij gebied in combinatie met een centraal parkeerhuis kan de gemeente alleen door middel van betaald parkeren en vergunningen regelen. Dat sluit ook aan bij de wens van een autovrij gebied en het concept dat het parkeerhuis de aangewezen plek is voor het parkeren van de auto. Om uitwijkgedrag te vermijden en voldoende parkeerruimte voor de bestaande wijkbewoners te behouden, wil de gemeente ook de direct omliggende woonbuurten voorstellen om over te gaan naar gereguleerd parkeren. Dit is nodig om het ‘waterbedeffect’ van het parkeren in de omliggende woonwijken tegen te gaan. In overleg met de omliggende buurten zal dit met de verdere ontwikkeling van het plan worden opgepakt. Door de parkeerregulering uit te breiden zorgt de gemeente ervoor dat de juiste mensen in het juiste gebied parkeren en geen overlast veroorzaken in omliggende woonbuurten.

In veel situaties leidt dit tot een afname van de parkeerdruk, omdat alleen de eigen bewoners en hun bezoekers daar nog kunnen parkeren en geen anderen. De bewoners en bedrijven kunnen ingeval van een gereguleerde parkeerzone gebruik maken van bezoekersregeling. Hiermee kunnen bezoekers voor een gereduceerd tarief (€ 0,05 per uur) in de parkeersector waar men op bezoek is, op straat parkeren. Voor mantelzorgers zijn volgens de gemeentelijke parkeerverordening, in parkeergereguleerde situaties specifieke ontheffingsregelingen

11

beschikbaar. Bewoners die dat nodig hebben kunnen die bij de gemeente aanvragen. Meer informatie hierover kunt u vinden via de gemeentesite: https://www.s-hertogenbosch.nl/product/bezoekersregeling Bij een deel van de woonblokken (o.a. in Vliertpoort) is sprake van een gebouwde parkeergelegenheid onder of naast de woningen. De parkeerbehoefte wordt hier dus (grotendeels) op eigen terrein, direct bij de woningen, opgelost. Voor een deel van de woningen aan de Stadionlaan is sprake van parkeren in het parkeerhuis. Het parkeerhuis wordt zo vormgegeven dat er ruimte is voor bewoners, bezoekers van het gebied en de transferiumfunctie voor bezoekers aan de binnenstad. Hier wordt het parkeerhuis qua capaciteit op ingericht. Binnen het parkeerhuis wordt daarom ook niet gewerkt met vaste parkeerplaatsen, aangezien dat het efficiënte dubbelgebruik minder goed mogelijk maakt. Dan zouden we dus een relatief groot aantal weinig gebruikte parkeerplaatsen bouwen. Bij de woningen zullen wel enkele centrale kort-parkeerplaatsen worden gerealiseerd om boodschappen uit te laden en voor pakketdiensten. Daarna moet de auto wel in het parkeerhuis worden gezet. In de woongebieden worden ook parkeervoorzieningen voor mindervalide mensen aangelegd.

In de stedenbouwkundige situering van de woonblokken en de routing naar en tussen de blokken is bovendien genoeg ruimte opgenomen voor maatschappelijke functies zoals hulpdiensten en afvalinzameling. Een deel van de huidige parkeerplaatsen bij het station wordt gehandhaafd. Daarbij wordt specifiek ingezet op het kort parkeren voor halen en brengen bij het station en voor mindervaliden. De langparkeerfunctie vervalt hier. Bij evenementen in de onderwijsinstellingen, zoals open dagen, kan men gebruik maken van het parkeerhuis. Door de aanleg van de nieuwe langzaamverkeer-doorgang onder het spoor is het parkeerhuis gemakkelijk te bereiken. De looproutes in het plangebied van en naar het station de looproute van en naar het parkeerhuis worden (sociaal-)veilig en aantrekkelijk vormgegeven. Gezien het woningaanbod dat wordt gebouwd, zal er in principe geen sprake zijn van laadpalen op eigen terrein. Ook is er geen sprake van eigen zonnepanelen. Dit worden beide collectieve voorzieningen.

2.6

Deelmobiliteit

Zet in op deelauto’s, -scooters en – fietsen, eventueel samen met de NS. Groei aantal bewoners maakt introductie van deelautoconcept voor de omgeving (ook de omliggende wijk) wellicht mogelijk. Verder wordt gesteld dat deelmobiliteit meer is dan alleen deelauto’s. Ook bakfietsen en scooters vallen hieronder. De aanbeveling is om heen partner aan te trekken die hierin is gespecialiseerd. De deelauto zou je dichter bij de woningen kunnen plaatsen. Vanuit de marktconsultatie komt de reactie dat de doelgroep van jonge mensen die net begint met carrière vaak geen eigen auto heeft. Bij een project in Eindhoven stond de gehele parkeergarage leeg,

12

en alle deelauto's waren altijd weg. Je bent dus voor concepten heel erg afhankelijk van de doelgroep die er komt. Ouderen willen meestal juist geen deelauto.

Antwoord: In het ontwikkelkader is de mogelijkheid van deelmobiliteit opgenomen. Er wordt wel voorzichtig omgegaan met het dichter bij de woningen plaatsen van deelauto’s.

2.7

Verbindingen

De omgeving vraagt om een veilige oversteek voor langzaam verkeer naar het Prins Hendrikpark en andere omliggende buurten. Zorg voor een groene ecologische (bovenwijkse) verbinding tussen de verschillende groene gebieden in de stad, van het Prins Hendrikpark naar de Heinis. Dit kan door bijvoorbeeld een bospad naar de Heinis aan te leggen. Veilige langzaam verkeersverbindingen met bestaande buurten stimuleert ontmoetingen. Aandacht wordt ook gevraagd voor een goede verbinding met het centrum. Het drukke verkeerspunt vormt daarbij een belemmering. Daarnaast de vraag van omgeving hoe de gemeente de sociale binding in de buurt met de woontorens wil creëren. Vanuit de Carolusbuurt komt een vraag over hoe de verbinding tussen de twee plandelen Vliertpark en Vliertpoort tot stand komt. Via het park is er een directe verbinding tussen de woningen in het Vliertpark en de wijk ernaast. Hoe wordt de groene en langzaamverkeersroute ingepast in de bestaande omliggende harde infrastructuur en de bijkomende woningbouw zodat ook de Carolusbuurt een groene verbinding krijgt met de omliggende wijken en parken? De stoep onder het viaduct van de Bruistensingel is daarvoor volgens de buurt te smal. De nieuwe langzaamverkeersroute onder het spoor biedt geen soelaas voor de kinderen en de bewoners van de Carolusbuurt, omdat de kinderen aan de andere kant van de Bruistensingel op school zitten.

Vanuit de buurt komt ook het voorstel de bruggen en het spoor groener in te passen. In verband met de realisering van de nieuwe langzaamverkeersonderdoorgang dient een buitengebruikstelling van het spoor vijf jaar van tevoren te worden aangevraagd, meldt ProRail.

Antwoord: In de huidige situatie zijn de stadsdelen ten noorden en ten zuiden van het spoor enkel verbonden via de onderdoorgang van de Bruistensingel onder het station. Dit is niet alleen een belangrijke verbinding voor langzaam verkeer, maar blijft dit ook als doorstroomas voor autoverkeer in de verkeersstructuur van de stad. Zowel voor de kruising Bruistensingel/Zandzuigerstraat als de kruising Bruistensingel/Stadionlaan zullen maatregelen worden genomen om de (veilige) oversteekbaarheid voor langzaam verkeer te verbeteren. Door de doorgaande wandelpaden via de binnenhoven van de te ontwikkelen woonblokken openbaar te maken, ontstaan er sociale verbindingen tussen deze gebieden en de omliggende buurten. Ook

13

een aantrekkelijke invulling van de plinten met op diverse plekken publieksgerichte functies draagt daaraan bij. Om de nieuwe wijk beter te verbinden met de omliggende wijken wordt een nieuwe onderdoorgang voor fietsers en voetgangers gemaakt onder het spoor door. Deze is onderdeel van een fietsroute die naar het zuiden ingepast is in de Graafsebuurt en naar het noorden via de scholen langs de Hervensebaan richting het Hervenpad naar de Heinis. In de onderdoorgang worden faunavoorzieningen opgenomen zodat deze ook een extra verbinding noord-zuid wordt voor de ecologie. Onderzocht wordt nog of hier ook een waterverbinding kan worden opgenomen. Zodra duidelijk is wanneer de onderdoorgang kan worden ontwikkeld, zal zo snel mogelijk een aanvraag buitengebruikstelling van het spoor worden ingediend. De Bruistensingel kan nu al veilig via de langzaamverkeersbrug langs het spoor ongelijkvloers worden overgestoken. Het spoor is al ingebed door het groen erlangs. Dit groen wordt in het ontwikkelkader als belangrijke groene ecologische verbinding aangeduid. Het groen langs het spoor blijft dus gehandhaafd en, daar waar nodig in het projectgebied, versterkt.

2.8

Station en omgeving

Vanuit de omgeving wordt gevraagd om de veiligheid rondom het station te verbeteren. De omgeving rondom het station wordt als onveilig ervaren. Veel mensen durven niet over de houten brug. Breng veiligere toegangen naar het station aan met onder andere betere verlichting. De sociale veiligheid rondom het station moet worden verbeterd. Dit kan door onder meer bij of rondom het station voorzieningen toe te voegen. Het verzoek vanuit de buurt is rechtstreekse toegangen van de woonblokken naar het station aan te brengen en het gebied rondom het station levendiger te maken. Het integreren van het station in de nieuwe wijk is een goed idee. Men is benieuwd naar de uitvoering hoe het gebied levendiger wordt. Met name is men benieuwd naar hoe de gemeente om gaat met de hoogteverschillen tussen maaiveld en spoordijk/perron. Er wordt geopperd liften bij het station aan te brengen. Tijdens de omgevingsdialoog werd ook geopperd het aantal treinen dat Station Oost aandoet te intensiveren om gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren. Volgens ProRail kan een kwaliteitsslag in de omgeving positief uitpakken voor het gebruik van het station. Zij geeft aan dat het dan nodig is hiervoor gezamenlijk een zogenoemd ‘handelingsperspectief’ op te stellen.

Antwoord: In de huidige situatie ligt het station enigszins geïsoleerd van de omgeving. De omgeving wordt nu gedomineerd door de infrastructuur (Bruistensingel) en laagwaardig groen. Er is weinig sociale controle.

14

In het ontwikkelplan wordt deze stationsomgeving getransformeerd tot een ‘foyer’: een gemeenschappelijke stedelijke ruimte waar alle nieuwbouw aan gelegen is. De nieuwe bouwblokken rond het station hebben hun entrees aan deze foyer. In de onderbouw van de bouwblokken (de plint) worden voorzieningen/functies opgenomen. Door deze nieuwbouw verandert de stationsomgeving in een levendig plein met veel sociale controle. De 'foyer’ krijgt een stedelijke inrichting, met een eigen pleinverlichting en veel hoogwaardig groen. Ook de omgeving van het station wordt hierin meegenomen. Er komen geen nieuwe liften bij het station. Als gemeente hebben we weinig invloed op het aantal treinen dat op dit traject rijdt. Dit ligt bij het ministerie, ProRail en NS. In een vervolggesprek met NS en ProRail gericht op het gezamenlijk oppakken van een kwaliteitsslag van het station en haar omgeving, hebben ProRail en NS aangegeven dat zij van mening zijn dat het station op dit moment voldoet en dat hier geen investeringen voor staan gepland. Over de stationsomgeving willen ze graag meedenken met de gemeente.

15

3.

Groen

3.1

Bomen

Vanuit de omgeving komt de boodschap het bestaand groen te koesteren. Maak het net zo sfeervol groen en gezellig zoals de straten er nu al uitzien. Behoudt de mooie grote, oude bomen. Dat is wat je meteen het gevoel van thuis komen geeft in de wijk. Geen oude bomen kappen voor nieuw groen, het duurt 20-60 jaar voor zo’n nieuwe boom als een verkoeling en luchtzuivering gaat werken en enige impact heeft voor de omgeving. De Carolusbuurt weet dat er bij de door haar voorgestelde aanpassing van de kruising Bruistensingel/ Zandzuigerstraat/Hervensebaan (zie bijlage) is gesproken over het dilemma ‘bestaande bomen’. Volgens de buurt is dit een afweging die men wellicht zou moeten herzien. De bomen kunnen worden herplant of aangeplant. De grote meerwaarde zit in een stuk leefbaarheid van het gebied voor de komende 100 jaar als de Bruistensingel wordt aangepast. Ook gaat het voorstel van de buurt niet uit van het rooien van alle bomen.

Antwoord: Het bestaande groen rond de voormalige Aartshertogenlaan is de basis van het inrichtingsplan. Dit wordt gehandhaafd of vernieuwd waar dit vanwege de vitaliteit van de bomen noodzakelijk is. De nieuwbouw van het Vliertpark bevindt zich op de plek van het huidige transferium. Hier zal tussen de bouwblokken veel groen worden toegevoegd, waarmee het Vliertpark tot aan het spoor wordt uitgebreid. Voor de bouwblokken rond het station (Vliertpoort) kan niet al het bestaande groen worden gehandhaafd. Een deel van de bestaande bomen op dit terrein zal moeten worden verplant. Als dat niet mogelijk is, worden in het ontwikkelgebied ter compensatie nieuwe bomen geplant. Aanpassing van het kruispunt Bruistensingel/Zandzuigerstraat, zou tot gevolg hebben dat meer bestaande bomen moeten worden gerooid. Zoals beantwoord onder punt 2.3 is dit niet gewenst.

3.2

Inrichting projectgebied, park en water

Tijdens de dialoog werd voorgesteld zoveel mogelijk groen aan te brengen. Dit kan ook in combinatie met hoogbouw. Groen is volgens de omgeving cruciaal voor gezondheid, ook tegen hittestress. Daarom zoveel mogelijk groen en water (pierenbadje, fonteinen) toevoegen in de openbare ruimte. Sportiom kan worden vergroend door parkeren in parkeerhuis te stoppen. Om ontmoeting te stimuleren kunnen er in het park evenementen worden georganiseerd, zoals een klein muziekfestival, een openluchtvoorstelling of een beeldende kunst-route. Het verzoek is het gebied autoluw te maken en hardlopen en bewegen te stimuleren. De omgeving stelt daarom voor onder meer een struinpad door het gebied aan te leggen, wellicht in combinatie met sportvoorzieningen. Ook een wandelgebied of hardlooppad (kort en lang) met daarlangs voldoende prullenbakken. Verder stelt de omgeving voor om een fiets- en skeeler rondje (een pad zonder obstakels), een jeu des boulesbaan, een tennisbaan, een (water)speeltuin, een picklebalbaan en/of

16

basketbalveld in het park aan te leggen, bankjes en fitness- of sporttoestellen in het groen te plaatsen en eventueel ruimte te reserveren voor een beeldenpark. Een ander geluid dat onder meer uit de digitale enquête naar voren komt, is dat er ook voldoende ruimte voor rust moet zijn in het park. Zorg voor een goede balans tussen activiteit en rustige plekjes, om je even terug te trekken in het groen, en gewoon wat voor je uit te mijmeren op een bankje. De inrichting mag best wat ruig zijn, maar veiligheid moet voorop staan. De omgeving vraagt het park landelijk in te richten. Hoe landelijker het karakter, hoe minder de sportvoorzieningen ‘hufter-proof' zal moeten zijn. Ook vraagt de buurt slimme verlichting in het park aan te leggen. Maak ook een natuurplek in het park van waar van de rust kan worden genoten, mogelijk met natuureducatie. Uit de buurt is het een optie om te barbecueën in het park, zoals in veel culturen gebruikelijk is. Dit draagt bovendien bij aan de buurtbinding. Ook een gezamenlijke moestuin, volkstuintjes en/of een boomgaard/voedselbos met noten- en fruitbomen worden voorgesteld in het park. Er moet in het ontwerp van het park zeker ook aandacht komen voor de bestaande waterloop de Vliert. In het park is ook een eigen hangplek voor pubers gewenst die ze dan zelf inrichten.

Er zouden voorzieningen kunnen komen voor verschillende doelgroepen, waardoor generaties elkaar ontmoeten. Voorzieningen zouden die ontmoetingen moeten stimuleren. De voorzieningen moeten uitnodigend en stimulerend zijn om hier daadwerkelijk gebruik van te maken. In het park zou ook ruimte moeten zijn voor buurtevenementen om ontmoeten te stimuleren. Een open karakter van de wijk (zonder gesloten bebouwing) stimuleert ook ontmoeten. Zorg dat het park een eenheid wordt. Deze is nu vooral gericht op de aanliggende wijken. Let op het sociale aspect: tuinen naar het park toe gericht, een mix van jongeren en ouderen, een plek om koffie te drinken. Buitenruimte inrichten voor verschillende leeftijden: bankjes, ligweiden, hellingen, rustige zitplekken. Een klein buurthuis als voorbeeld voor een ontmoetingsplek. Wel wordt voorgesteld dat de gemeente zelf het groen onderhoudt, want het onderhoud van collectief groen door particulieren/vrijwilligers is kwetsbaar. Het gedeelte dat door particulieren moet worden onderhouden, kan beter door de gemeente worden georganiseerd bijvoorbeeld in een sociaal project of door de groenvoorziening.

Antwoord: Het bestaande groen rond de voormalige Aartshertogenlaan vormt het hart van de nieuwe wijk. Dit groen wordt verder uitgebreid tot diep in de nieuwbouw van Vliertpark. Met de aanleg van een nieuw netwerk van fiets- en wandelpaden wordt bewegen (wandelen, hardlopen, fietsen, bootcamps) gestimuleerd. Dat vooral ontmoeten een belangrijke functie van het groen is, zal tot uitdrukking komen in de inrichting van het park met sport- en spelvoorzieningen en verblijfsplekken. Voor gezamenlijk gebruik zoals een moestuin wordt ruimte gereserveerd tussen de nieuwbouw. Dit zal later samen met bewoners worden uitgewerkt. In het ontwikkelkader wordt namelijk alleen de basisstructuur van de inrichting voor de openbare ruimte opgenomen. Die biedt nog veel ruimte voor nadere invulling. De gemeente wil de huidige én de toekomstige bewoners actief bij de inrichting en het collectief gebruik van de openbare ruimte in het

17

gebied, waaronder het park, betrekken. Daarbij kan in het park ook ruimte worden gereserveerd voor buurtevenementen om ontmoetingen te stimuleren. De waterloop de Vliert vormt de ruggengraat van het park en de verbinding met de volgende fase van de ontwikkeling van de Vliert. De waterloop zal meer zichtbaar worden gemaakt, er worden natuurvriendelijke oevers aangelegd en er komt een doorlopend wandelpad op de oever. Het groen en het water in de Vliert worden daarbij goed verbonden met het natuurnetwerk van ’sHertogenbosch: met omliggende parken, zoals het Prins Hendrikpark, de Heinis, het Annapark en met groengebieden buiten de stad. Deze ecologische verbindingen zijn tegelijkertijd recreatieve verbindingen naar het buitengebied voor de bewoners van de Vliert. Andersom vormt het gebied zelf ook een schakel voor de omliggende wijken, waardoor ook voor hen nieuwe verbindingen ontstaan.

4.

Voorzieningen en ontmoeten

4.1

Voorzieningen algemeen

Vanuit de omgeving wordt de vraag gesteld welke gevolgen de ontwikkelkader heeft op de bestaande voorzieningen in de omliggende wijken. Met de toename van het aantal bewoners in het gebied zijn nieuwe voorzieningen nodig. De omgeving verwacht een toename van gebruik van bestaande voorzieningen zoals scholen, kinderopvang en winkels. Kijk naar de functies die al in de buurten erom zijn: wat mist er nog? Dat kan ook zijn: zorgen voor verbindingen tussen oud en nieuw, een complementair programma maken. Neem in het ontwikkelkader ook mee waar mensen gaan eten, elkaar gaan ontmoeten, zoals een buurtkamer en dergelijke. De nieuwe voorzieningen kunnen ook worden gecombineerd, bijvoorbeeld een kinderdagverblijf, school met seniorenwoningen en een gezondheidscentrum. Ook bestaande clubgebouwen kunnen daarvoor worden gebruikt. Een gezondheidscentrum met huisarts te combineren met fysio en sportfysio waar ook de bestaande sportclubs gebruik van kunnen maken.

Antwoord: Bij de verdere uitwerking gaat de gemeente onderzoeken welke behoeftes aan voorzieningen de toekomstige bewoners hebben. Daarbij zal ook worden gekeken naar de al bestaande voorzieningen in de omgeving. Mocht uit dat onderzoek blijken dat er voor het te ontwikkelen gebied voorzieningen nodig zijn, dan kijken we waar in het gebied deze het beste passen. Hiervoor is in het programma ook ruimte opgenomen. Op basis van de recent vrijgekomen onderwijsprognoses ziet het er naar uit dat er op termijn zoveel kinderen in de basisschoolleeftijd bijkomen, dat een nieuwe basisschool in dit deel van de stad nodig is. Hoewel die prognoses van veel factoren afhangen en dus tweejaarlijks worden bijgesteld, houden we in het gebied daarom nu al rekening met een locatie waar een school kan landen. Ook buitenschoolse opvang en kinderopvang hebben we daarbij in het programma meegenomen.

18

In de actuele gebiedsontwikkelingen wordt de waarde van ontmoetingsplekken in het planproces onderdeel van afweging en kwaliteit. Denk hierbij aan in de gebouwen met gedeelde woonkamers of in gedeelde werkplekken. Dit wordt in afstemming met woningcorporaties, projectontwikkelaars en passend bij de inwoners bedacht. Kleinschalige (dag)horecavoorzieningen zijn mogelijk op twee specifieke plekken: in de foyer bij het station en in het park. Ook wordt in de buitenruimte rekening gehouden met ontmoetingsplekken en kan door goede programmering door inwoners hier worden gegeten, bewogen, gespeeld et cetera. Daar waar het kan worden nieuwe voorzieningen gecombineerd. Zo kan een school met een kinderdagverblijf/BSO worden gecombineerd in een kindcentrum. Bij seniorenwoningen kan een gezondheidscentrum worden geplaatst. De voorzieningen moeten elkaar wel aanvullen en mogen geen hinder opleveren voor omliggende functies.

4.2

Invulling plinten voor een levendige wijkstructuur met voorzieningen

De omgeving stelt voor de plinten flexibel, uitnodigend en levendig uit te voeren, vooral rondom het station en in de looproutes. Zo wordt geopperd een mix van gemeenschappelijke voorzieningen in de plinten toe te staan voor ontmoeting. De omgeving stelt voor ook kleine, buurtgerichte detailhandel en daghoreca in de plinten toe te laten zoals een buurtwinkel, een bakker en een koffiecorner. Deze brengen levendigheid in het gebied en creëren ontmoetingsplekken. Daarnaast kan volgens de omgeving in de plinten ook een kinderdagverblijf zich vestigen. Denk ook aan een goed bereikbare hub waar pakketjes kunnen worden gebracht en opgehaald. Door de voorzieningen te spreiden in het gebied zijn deze makkelijk te voet of met de fiets te bereiken en is autogebruik niet nodig. Deze voorzieningen moeten voor verschillende doelgroepen zijn, ouderen, jongeren en starters. Denk ook aan de toegankelijkheid van de voorzieningen voor mindervaliden. Behoud flexibiliteit in het plan, zodat de nieuwe bewoners de (ontmoetings)ruimte naar eigen behoefte kunnen invullen. Durf de dubbele bestemming aan in de plinten van de woonblokken. Geef ruimte aan eigen bedrijfjes van jongeren, lokale ondernemers: hou het betaalbaar, zeker de eerste jaren. Probeer bij de thematisering te blijven in de voorzieningen, maar durf ook realistisch te zijn. Stimuleer het ondernemerschap in de plinten.

Voorzieningen in de plinten zijn belangrijk en kunnen in de ontwikkeling goed worden meegenomen door middel van modulair bouwen met 'lege' begane grond. Daarnaast dragen ook woningen in de plinten bij aan levendigheid. De nieuwe voorzieningen moeten gericht zijn op het bevorderen van gemeenschapszin en sociale cohesie. Gemeenschappelijke ruimtes, zoals een buurthuis, sportzaal, of een gezamenlijke keuken, zorgen ervoor dat bewoners van verschillende leeftijden en achtergronden elkaar kunnen ontmoeten en activiteiten kunnen organiseren. Een mix van werkplekken, ateliers, buurtkamers en vergaderruimten zorgen voor veelzijdig gebruik en interactie.

19

De voorzieningen moet ook de deeleconomie stimuleren, zoals een wasbar, gemeenschappelijke tuin en deelauto's. Deze voorzieningen stimuleren het gedeelde gebruik én ontmoeting, en dragen bij aan milieubewust gedrag. Bewoners ook stimuleren het gezamenlijke park en de voorzieningen te onderhouden en te beheren. Voor het halen en brengen van pakketjes is een hub wenselijk.

Antwoord: De gemeente heeft in het ontwikkelkader op de begane grond van de gebouwen (ook wel: de plint) in het programma vrije ruimten opgenomen die ruimte bieden voor diverse functies. Dit heeft meerdere doelen: het zorgt ervoor dat wandel- en fietsroutes kunnen worden begeleid door aantrekkelijke plekken langs die routes. Door de voorzieningen langs deze routes te leggen, zijn ze goed te voet en met de fiets bereikbaar. De inrichting van het openbaar gebied zal zo worden ingericht dat deze route ook goed toegankelijk is voor mindervaliden, waarmee de aan deze routes gevestigde voorzieningen ook voor hen goed bereikbaar en toegankelijk zullen zijn. Voorzieningen langs de verschillende routes door het gebied verhogen de levendigheid en sociale controle door het stimuleren van ontmoeting en interactie. Functies die in de plint van de gebouwen passend worden geacht, zijn (behalve wonen): werken (zoals flexplekken, repaircafé, kleinschalig ondernemerschap), maatschappelijke functies en welzijns- en zorgfuncties. Voorbeelden daarvan zijn zorgwoningen, een wijkverpleegkundige, gezondheidscentrum, kinderopvang en buurtkamers. Dit past in de visie zoals ook de omgeving dat voorstelt. Het is goed om de ruimtes in de plinten flexibel te houden, zo kan de invulling aansluiten bij veranderende wensen in de tijd.

Het is belangrijk voor een gezonde buurt om voorzieningen te hebben die inwoners motiveren om te bewegen, ontmoeten en actief te zijn in de gemeenschap. De plint in de gebouwen maar ook de buitenomgeving moet hier ruimte voor bieden en dit stimuleren. Hierboven onder punt 4.1 staat vermeld dat door de voorziene ontwikkelingen in het gebied er zeker een behoefte kan ontstaan aan een nieuwe kinderopvang. Deze kan zich als ‘stand alone’ in de plint vestigen, of gekoppeld worden aan de eventuele nieuwe basisschool, die dan een volwaardig kindcentrum wordt. Omdat kinderen niet zelfredzaam zijn in geval van een calamiteit, zijn een basisschool en kinderopvang nabij het spoor (en dus in de nabijheid van het station) vanuit veiligheidsoogpunt niet zomaar (zonder extra maatregelen) toegestaan binnen een zone van 200 m. Voor wat betreft winkels heeft de gemeenteraad in 2023 de detailhandelsvisie ‘Samen werken aan kwaliteit’ vastgesteld. Met de detailhandelsvisie speelt de gemeente in op de trends en ontwikkelingen in het detailhandelslandschap en biedt zij een helder perspectief op de toekomst van de Bossche detailhandelssector. In het kader van de detailhandelsvisie heeft de gemeente een analyse laten uitvoeren naar de distributieve uitbreidingsruimte voor wat betreft detailhandel. Hier is ook de veranderende consumentenbehoefte en de bevolkingsprognose in meegenomen.

In deze bevolkingsprognose zitten alle woningbouwontwikkelingen in de gemeente, waaronder de onderhavige ontwikkeling in de Vliert. Uit de analyse blijkt dat door de veranderende consumentenbehoefte, het aantal fysieke winkelmeters (ook) in de gemeente ’s-Hertogenbosch zal afnemen. De huidige fijnmazige Bossche winkelstructuur zorgt voor een goed voorzieningenaanbod in onze gemeente. Dit geldt ook voor het stadsdeel zuidoost, waar de ontwikkeling de Vliert onderdeel van uitmaakt. In het stadsdeel zuidoost is er op dit moment zelfs sprake van een overaanbod in de diverse wijk- en buurtwinkelcentra die soms vlakbij

20

elkaar liggen. Wel ligt hier een duidelijke opgave ten aanzien de beperkte keuzemogelijkheid in het winkelaanbod en de kwaliteit van de bestaande wijkwinkelcentra. In het kader van het uitvoeringsprogramma van de detailhandelsvisie wordt hier op dit moment aan gewerkt. Voor de gehele gemeente geldt dat er enige distributieve uitbreidingsruimte is, maar dat die wel gericht moet zijn op het verbeteren en moderniseren van het huidig aanbod, zoals bij supermarkten. Versnipperde bewinkeling in woonwijken wil de gemeente zoveel mogelijk voorkomen, door te streven naar een moderner winkellandschap in bestaande wijkwinkelcentra. Oftewel: minder maar beter. In het plan voor de Vliert kiest de gemeente daarom niet voor ruimte voor extra nieuwe zelfstandige detailhandel. Eventuele uitruil door middel van sanering van bestaande oppervlakte aan detailhandel in de omliggende wijken is wel voorstelbaar. Zoals opgenomen in de Horecavisie (2020) liggen er kansen voor een kleinschalige horecavoorziening (van maximaal 100 m2 daghoreca) in het (nieuw te ontwikkelen) parkgedeelte waarbij het horeca-concept zich voegt in de omgeving en van aanvullende kwaliteit is. Een kleinschalige ontmoetingsplek in het park levert een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen op het thema gezondheid.

Het is zowel voor de nieuwe bewoners, als voor de bewoners uit de bestaande omgeving een uitnodiging om het park in te gaan, te bewegen en elkaar hier te ontmoeten. Om de kwaliteit van het station als trafficlocatie te verbeteren en tegemoet te komen aan de wensen die (veelal jongere) werknemers aan hun omgeving stellen, liggen er kansen voor een kleinschalige horecavoorziening (daghoreca) in directe nabijheid van het station. Die verlevendigt de openbare ruimte (de foyer) en is een aantrekkelijke voorziening voor de wachtende of flexibel werkende reiziger. De in de omgevingsdialoog voorgestelde hub om pakketjes af te halen kan in het parkeerhuis maar wellicht ook rond het station of bij een van de andere woongebouwen worden gerealiseerd. Bij de uitwerking wordt onderzocht of in de plinten van de woongebouwen een wat meer grondgebonden woonmilieu kan worden gecreëerd. Deze woningen kunnen aantrekkelijk zijn voor gezinnen. Ook deze functie zorgt voor levendigheid in de plinten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15289895/1