CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Beeldkwaliteitplan Van Herpense Weide 14-11-2024 G

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkelkader Van Herpense Weide5.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

BeeldkwaliteitSplan Van Herpense Weide 28-10-2024 stand van zaken

van herpense weide wonen IN EEN Parklandschap Het plan bestaat uit een bebouwde omranding met daarbinnen een ruig parklandschap met vrijstaande bebouwing. Dit voorheen gesloten bastion opent zich en wordt onderdeel van de stad. De auto en het parkeren worden aan de randen van het plangebied geclusterd waardoor het hele nieuwe binnengebied vrijgespeeld wordt voor voetganger en fietser. Hier komt natuur, gezondheid en ontmoeting samen. De gebouwen, de paden, het water en het groen zijn ontspannen en natuurlijk vormgegeven wat een prettig verblijfsklimaat oplevert die uitnodigt om te ontmoeten. Het plan wordt als een natuurlijk, boomrijk, ruig en ecologisch landschap ingericht. Hiermee ontstaat een uniek, publiek en ruig landschap nabij het hart van de Bossche binnenstad.

AMBITIE Het plangebied is van oudsher een moerassige grond waarbij de omgeving, zoals Orthen-Links is opgehoogd en er daarmee een hoogteverschil is ontstaan tussen het plangebied en haar omgeving. Het plangebied ligt als het waren verzonken ten opzichte van de omgeving. In de jaren zestig is in dit plangebied de Weener groep, een werk- en ontwikkelbedrijf van de gemeente ‘s-Hertogenbosch, gehuisvest. Daarbij werd het gebied vrijwel volledig verhard door bebouwing en terreinverharding. Enkele delen van de randen vormden groene lommerrijke zones. De Weener groep verhuisde in 2023 en daarmee ontstond er vanuit de gemeente ‘s-Hertogenbosch een nieuwe opgave voor dit plangebied: het realiseren van een bijzonder woonmilieu op dit voorheen gesloten (werk) terrein grenzend aan de Bossche binnenstad. Uitgangspunt van het plan vormt het verdichten en vergroenen van de stad. Centraal daarin staat een parklandschap waarin gebouwen zijn opgenomen. In dit parklandschap zijn de gebouwen, de paden, het water en het groen ontspannen en op natuurlijk vormgegeven wat een prettig verblijfsklimaat oplevert die uitnodigt om te ontmoeten. Het plan focust zich op het begrip ‘verbinding’ dankzij het parklandschap. Verbinding met onder andere het naastgelegen Orthen-Links, maar bovenal ook op verbindingen binnen het plangebied zelf.

Dit gebeurd door het parklandschap waarbij de voetganger en de fietser centraal staan en waarbij de auto juist aan de randen van het gebied compact de ruimte krijgt.

Huidige situatie Weener, verhard en stenig terrein

Het bijzondere plankenmerk, dat de Van Herpense Weide opvallend laag is gelegen ten opzichte van zijn omgeving, maakt dat de waterhuishouding daardoor een grote rol speelt. In de huidige situatie is een groot deel van het terrein verhard en wordt het grootste deel van het regenwater weggepompt. Het streven is om zoveel mogelijk regenwater vast te houden op de plek en het water opnemende vermogen fors te verhogen door heel veel groen toe te passen. Het gebied transformeert daarmee van een hard, stenig terrein naar een zacht, groen parklandschap. De omringende waterpartij, belangrijk onderdeel van de identiteit van de Van Herpense Weide, biedt ruimte voor waterberging van regenwater. Natuurinclusiviteit staat hoog in het vaandel voor zowel de buitenruimte als de gebouwen. Flora en fauna krijgen daardoor een volwaardige plek in de Van Herpense Weide. De nieuwe wijk functioneert op deze wijze ook als schakel in een reeks van groene gebieden in de stad.

Verdichten en vergroenen, parklandschap centraal

BeeldkwaliteitSplan

3

BEELDKWALITEIT PLANDELEN Het plan Van Herpense Weide is een ontwikkelingsgebied grenzend aan de wijk Orthen-Links en onderdeel van de Brede Binnenstad. Ze is ingekaderd door spoorwegen en een autoweg, maar ook door groen en iets verderaf water. Groen van de Begraafplaats Orthen en het gebied nabij Engelen, het water van de nabijgelegen Ertveldplas.

Het Beeldkwaliteitsplan beschrijft het aanzien van de bebouwing in de Van Herpense Weide in relatie tot het landschappelijk ontwerp en stedenbouwkundig plan. De architectuur vormt een aanvulling op de gebiedskwaliteit, waarin variatie wordt gevraagd zonder de samenhang uit het oog te verliezen. Samenhang wordt, op een groter schaalniveau, reeds gevormd door drie helder afleesbare architectonische plandelen te introduceren. Dit zijn ‘Scherven in het groen’, ‘Groene rand’ en de ‘Stadsrand’. Het samenspel ertussen, met het parklandschap als drager, zorgt voor een fijnheid en variatie in het gebied. Op architectonisch niveau krijgen de plandelen ieder hun eigen karakteristiek waardoor ze helder afleesbaar zijn.

GROENE RAND

Als basis van deze ontwikkeling ligt een parklandschap, een plek voor natuur en ontmoeting, die verbonden is met het stedenbouwkundig plan voor de nieuwbouw van ongeveer 470 woningen. Het plan wordt als een natuurlijk, boomrijk, ruig en ecologisch landschap ingericht. Hiermee ontstaat een uniek, publiek en ruig landschap nabij het hart van de Bossche binnenstad. De integratie van wonen in een parklandschap vormt de drager van de identiteit van het gebied.

scherven in het groen

STADSRAND

Beeldkwaliteitsplan: plandelen

BeeldkwaliteitSplan

4

Scherven in het groen Een ensemble van meervormige, alzijdig vormgegeven woongebouwen manifesteert zich op informele wijze in het binnengebied van het parklandschap. De gebouwen met wisselende schaalniveaus, hoogtes en oriëntaties staan alzijdig georiënteerd in het ruige parklandschap. Het karakter van dit deelgebied vloeit voort uit het karakter van dit plandeel; het is avontuurlijk en ongepolijst.

scherven in het groen Een ensemble van meervormige, alzijdig vormgegeven woongebouwen manifesteert zich op informele wijze in het binnengebied van het parklandschap. De gebouwen met wisselende schaalniveaus, hoogtes en oriëntaties staan alzijdig georiënteerd in het ruige parklandschap. Het karakter van dit deelgebied vloeit voort uit het karakter van dit plandeel; het is avontuurlijk en ongepolijst. Te midden van dit deelgebied ligt het centrale plein. Deze ontmoetingsplek vormt een herinnering aan het verleden, namelijk die van de Weener groep met haar werkhistorie en grote hallen. Het stalen staketsel van de oude hal die op deze plek heeft gestaan zal worden hergebruik, evenals de oude vloer ervan. Dit vormt de basis van het plein dat tevens vergroent zal worden waarmee een intrigerend samenspel ontstaat tussen industrieel en groen. Op de hoekpunten van dit plein staan vier gebouwen van ‘Scherven in het groen’. Zij verankeren daarmee deze plek en zorgen voor reuring, zicht en levendigheid in samenspel met de reuring en levendigheid die vanuit het plein ontstaat. De vier gebouwen sluiten, door hun orthogonale positionering aan op het verleden van de oude halstructuur.

Het deelgebied ‘Scherven in het groen’

BeeldkwaliteitSplan

6

beeldreferenties Scherven in het groen

BeeldkwaliteitSplan

7

beeldreferenties Scherven in het groen

BeeldkwaliteitSplan

8

2

3

5

4

1

MEERVORMIG SCULPTURAAL • • •

Hoofdvolume is eenduidig van vorm en als zodanig herkenbaar. Het zijn meervormige volumes en bezitten een minstens vijf hoekige opzet, deze benadrukt het sculpturale karakter van het volume. Buitenruimtes op de verdiepingen zijn opgenomen in het hoofdvolume om daarmee het eenduidige monolithische volume te bekrachtigen.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

9

PLINT MET OPBOUW • •

B

• •

A

• •

Het gebouwvolume bestaat visueel uit een plint (A) en een opbouw (B), waarbij de plint zorgt voor een verschaling van de gebouwmassa. De visuele plint is in basis één bouwlaag hoog. Deze kan incidenteel en strategisch, in hoogte meanderen om daarmee verbijzonderingen mogelijk te maken. De begane grond verdieping is circa 1m hoger dan de verdiepingshoogten. De visuele plintlaag is afwijkend in architectuur, kleur en materiaal ten opzichte van opbouw. De visuele plintlaag gaat een relatie aan met het landschap door deze op plekken te vergroenen. De visuele plintlaag is kan zowel licht van kleur zijn als contrast met het landschap of juist donker van kleur zijn om op te gaan in het landschap. Dit zorgt voor plinten die afleesbaar zijn waarbij zowel samenhang als diversiteit wordt geborgd.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

10

LEVENDIGE PLINT • • • •

De begane grond van het gebouw heeft een open karakter om daarmee een levendige plint te stimuleren. Er worden op de begane grond grote puien toegepast ten behoeve van zicht, licht en openheid. Dit gebeurt in combinatie met gesloten geveldelen, dit samenspel maakt de plint open en massief. Puien op de begane grond staan meestentijds op maaiveld, incidenteel kunnen er (lage) borstweringen zijn. Een (deel) van de begane grond bezit nissen en setbacks om daarmee de plint te activeren, reliëf en schaduwvorming te vormen. Het zijn zones tussen binnen en buiten.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

11

FIETSMOBILITEIT

A

• •

B

• • •

Fietsmobiliteit stimuleren is van groot belang, daarom worden op maaiveld in de plinten van het gebouwen collectieve fietsenstallingen gepositioneerd (A). De collectieve fietsenstalling is overdekt en is makkelijk te bereiken. Ze is onderdeel van en opgenomen in het hoofdvolume van het gebouw. De entree van de collectieve stalling is zorgvuldig en bijzonder architectonisch vormgegeven, ze nodigt uit om gebruikt te worden. Van belang is het zichtwerk van het plafond van de collectieve fietsenstalling, daar dient extra aandacht te worden gegeven in het ontwerp en materiaal. Nabij de hoofdentree is er buiten een niet overdekte zone voor fietsnietjes om fietsen geclusterd te stallen (B). Dit is laagdrempelig en informeel van karakter en onderdeel van het landschap, niet van het gebouw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

12

BUITENRUIMTE • • • •

•

Op maaiveld is rondom het gebouw ruimte voor buitenruimtes. Buitenruimtes die op maaiveld buiten het gebouw worden geplaatst dienen vormgegeven te worden door het inrichtingsplan van het landschap en niet door het gebouwontwerp. Buitenruimtes op de verdiepingen zijn opgenomen in het hoofdvolume. Bij de buitenruimtes op de verdiepingen vraagt de afwerking van plafonds aandacht vanwege de dominantie ervan in het zicht vanuit maaiveld. Aandacht dient hier te worden gegeven aan een hoogwaardige architectonische plafondafwerking. Bij de buitenruimtes op de verdiepingen is er nadrukkelijk aandacht voor groen. Dit kunnen bijvoorbeeld balkonbakken zijn met groen erin zijn of groen dat vanuit het landschap omhoog wordt gehaald en verbonden is met de buitenruimtes.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

13

DAKLANDSCHAP • • • • • •

•

Het dak vormt de 5e gevel van het gebouw, veel naastgelegen panden hebben er zicht op en daarmee zijn ze onderdeel van het collectieve beeld. De daken worden gebruikt als waterberging. Energievoorzieningen worden in combinatie met groen toegepast. De daken worden vergroent waar mogelijk. Installaties zijn niet zichtbaar vanaf maaiveld en worden architectonisch vormgegeven. Op (een deel van) de daken wordt ruimte gemaakt voor gemeenschappelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een dakterras, kas, huiskamer, daktuin of combinaties daarvan. Deze ruimtelijke ingrepen mogen het gebouwsilhouet veranderen en staan ten dienste van het collectieve. In dit deelgebied kent ieder pand kent een gemeenschappelijke voorziening.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

14

gezamenlijke ruimte • •

•

Er worden plekken gevormd in het gebouw, dit kan zowel op maaiveld zijn als op hoogte, die zijn bestemd voor multifunctioneel gezamenlijk gebruik. Deze plekken stimuleren het eigenaarschap en toe-eigening van de bewoners. Het zijn plekken om samen activiteiten te delen en versterken de sociale cohesie. Voorbeelden zijn overdekte buitenruimtes in de begane grond verdieping (in het hoofdvolume) of (niet) overdekte buitenruimtes op het dakniveau. Ieder pand bezit een specifieke gezamenlijke ruimte ten behoeve van het versterken van het collectieve karakter van het plan.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

15

ZONWERING EN AKOESTIEK • • • • •

Zonwering dient integraal in het plan te worden opgenomen en architectonisch te worden vormgegeven, los van de installatietechnische mogelijkheden om temperatuuroverschrijdingen te voorkomen. Zonwering draait niet alleen om temperatuur druk te verminderen maar ook om de zonlicht beleving van individuele bewoners en hun specifieke behoeften. De bakken t.b.v. de zonwering zijn nooit op de gevel gemonteerd maar altijd weggedetailleerd en daarmee onderdeel van de architectuur. Zonwering dient bij gebruik ervan visueel onderdeel te zijn van de architectuur van het gebouw. Akoestische voorzieningen t.b.v. het weren van het spoor en weggeluid dienen een integraal en visueel onderdeel te zijn van de architectuur van het gebouw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

16

ENTREE EN BINNENWERELD • • • • • •

Er is een duidelijk afleesbare en uitnodigende hoofdentree vormgegeven. De hoofdentree is twee lagen hoog en verdiept gelegen of de hoofdentree is breed en verdiept gelegen of ze kenmerkt zich door een andere grote ruimtelijke geste. De algemene ruimtes, zoals de hal en het trappenhuis worden nadrukkelijk hoogwaardig vormgegeven en er wordt ingezet om ontmoeting ruimtelijk positief te stimuleren. Er dient veel optimisme aanwezig te zijn in deze collectieve ruimtes, in beeldtaal als in kleurgebruik. Er wordt in het bijzonder aandacht gegeven aan de vormgeving en materialisering van de postkasten en alle overige entree garnituur inclusief verlichting. Er dient veel daglicht in de collectieve ruimtes te komen, zowel vanuit de gevel als vanuit het dakvlak.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

17

PLEIN

A

• • • •

Het plein (A) vormt het hart van het plangebied, het is een plek van ontmoeting en koppelt tevens de vier aangrenzende gebouwen. De vier aan het plein grenzende gebouwen zijn anders dan de gebouwen die niet aan het plein liggen, namelijk dat de gevels een wisselwerking aangaan met de ruimtelijke structuur van het plein en haar stalen staketsel. Met het plein wordt de Weener historie voelbaar door het (her) gebruik van materialen van de voormalige hal. Vloeren en stalen staketsels krijgen een tweede leven en het oude stoere, industriële karakter blijft behouden. Op het plein komt een ruimtelijke structuur, staketsel, waarbij architectuur en groen samenkomen.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

18

B

IDENTITEIT A

• • • •

C

• • •

Elke gebouw heeft een eigen identiteit, afwijkend van het naastgelegen pand. De gebouwen zijn alzijdig vormgegeven. Hoe dichter bij het gebouw des te meer nuance en verfijning is afleesbaar. De opbouwen bezitten ieder een eigen gevelexpressies (wisselingen in gevelritmes, pui groottes, geveloriëntaties, belijningen etc). De opbouw is nooit opgebouwd uit één repeterend uniform grid. Hoofddoel van alle verschillende identiteiten is het vormen van diversiteit en beeldrijkheid. De gebouwen dienen allen een informele karakteristiek in zich te dragen, een eigengereid, ongepolijstheid, stoer maar verfijnd.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

19

kleur en materiaal • • • • •

• • concept schema

•

Het deelgebied kent een ruimte verscheidenheid aan materialen voor de gevels. Er worden maximaal tweemaal dezelfde (hoofd) gevelmaterialen toegepast bij de gebouwen, mits deze niet naast elkaar gelegen én anders wordt toegepast (kleur, textuur en vormgeving). De kleurtoon in dit het deelgebied loopt van warme tinten tot koele tinten. De materiaalreferenties vormen een doorkijk naar de toe te passen materialen en zijn niet allesomvattend. De plinten zijn allen licht van kleur en dat zorgt voor samenhang op maaiveld en landschapsniveau. Per gebouw is de plint wel anders qua architectuur en (mogelijk) het materiaal en daarmee ontstaat een subtiele eigenheid binnen de plinten samenhang. De opbouw kan bestaan uit één materiaal of uit meerdere materialen waarbij de contrasten subtiel dienen te zijn. De toe te passen materialen hebben een sterke uniciteit: stoere industriële en / of innovatieve bio-based circulaire materialen, zoals composieten gebaseerd op biohars en hennepvezels. Natuurinclusieve maatregelen zijn een integraal onderdeel van de architectuur.

referenties

BeeldkwaliteitSplan

20

materiaalreferenties

cementcomposiet

houtvezelcomposiet

(cementvrij) beton

metselwerk

aluminium en metselwerk

hout

metselwerk

keramiek

BeeldkwaliteitSplan

21

keramiek

aluminium, golfplaat

composiet

hout

hout

zink

(cementvrij) beton

staal

BeeldkwaliteitSplan

22

stadsRAND Hier speelt de markering van de harde stadsrand: de stad wordt over de Zandzuigerstraat heengetrokken zodat de barrièrewerking van de weg minder groot wordt. Dit gebeurt door dit te markeren als stadsrand die over het park heen kijkt en ook de groene kwaliteiten van de omgeving meeneemt in de architectuur. De toren lijkt nu nog solitair te zijn maar vormt straks deel van een gebied dat loopt vanaf de Stadsdelta tot aan de Ertveldplas wat hoogstedelijk is.

STADSRAND Hier speelt de markering van de harde stadsrand: de stad wordt over de Zandzuigerstraat heengetrokken zodat de barrièrewerking van de weg minder groot wordt. Dit gebeurt door dit te markeren als stadsrand die over het park heen kijkt en ook de groene kwaliteiten van de omgeving meeneemt in de architectuur. De toren lijkt nu nog solitair te zijn maar vormt straks deel van een gebied dat loopt vanaf de Stadsdelta tot aan de Ertveldplas wat hoogstedelijk is. De opbouw vormt een ensemble van twee grotere gebouwen, de het oude entreegebouw van de Weener en een toren. Op het maaiveld is er reuring dankzij levendige plinten met deels niet-woonfuncties. Vanuit de gebouwen kijk je al snel uit over de bomen naar de binnenstad, de Markt, de Ertveldplas en het nieuwe parklandschap wat bijdraagt aan de uniciteit van dit plandeel. Het oude entreegebouw van Weener is onderdeel van dit ensemble. Ze staat goed zichtbaar, als krachtig en unieke expressie tussen de grotere volumes. Ondanks haar geringe schaal en hoogte, is ze krachtig aanwezig door de bijzondere architectonische expressie met de kenmerkende V-vormige kolommen en de specifieke volumeopbouw van het gebouw. De architectuur van dit planonderdeel als geheel wordt gekenmerkt door een formele stedelijke architectuur die krachtig, chique en ritmisch is.

Ze is passend bij de hoogwaardige metselwerk architectuur van stad en van Villa Orthen.

Het plangebied ‘Stadsrand’

De twee grote bouwblokken worden genuanceerd doordat zij niet alleen een formele zijde bezitten maar ook een informele zijde. Aan de stadszijde van het plangebied is ze stedelijk en formeel, en aan de parkzijde is ze groen en informeel.

BeeldkwaliteitSplan

24

ENSEMBLE

D

•

plein

C B

• • •

A

• •

De ensemble werking tussen de gebouwen wordt gevormd door wisselende positioneringen en variaties in gebouwhoogtes waarmee diversiteit en samenhang ontstaat. Een gezamenlijke ruimte met een doorgang richting het achterliggende plein, zijn centraal gesitueerd. De gebouwen kennen allen een geleding van het hoofdvolume wat zorgt voor een verschaling en nuancering ervan. Gebouw (A) is opgebouwd uit een liggend en een staand volume. Gebouw (B) is opgebouwd uit een breed volume met een naar voren komend front aan het voorplein en een uitstekend plintvolume aan de zijde Scherven in het groen. Gebouw (C) betreft het oude Weener entreegebouw. Gebouw (D) is opgebouwd uit een getrapt volume, deze is op zijn hoogst aan de zijde van de binnenstad en wordt getrapt lager richting het plangebied de Van Herpense Weide.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

25

identiteit - formeel • • • •

formele zijde

De gebouwen zijn beeldend familie van elkaar, als broers en zussen, en bezitten ieder een eigen identiteit. Alle gebouwen bezitten alzijdig formele zijdes in dialoog met de stedelijkheid van de stad, m.u.v. de twee gebouwen het dichtst bij het spoor, zij kennen een nuance door aan het parklandschap ook een informele zijde te bezitten. De formele zijde is als principe krachtig, chique, ritmisch en bevat grootse gebaren met nuance erin opgenomen. De gebouwen kennen een sterke gevelplastiek met veel reliëf en diepe neggen. Dat zorgt voor rijke, levendige gevels met veel schaduwwerking.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

26

beeldreferenties Stadsrand formele zijde

BeeldkwaliteitSplan

27

identiteit - informeel • • • • • concept schema

De twee gebouwen die het dichtst bij het spoor staan hebben aan de zijde van het parklandschap een informele zijde. Hiermee worden deze gebouwen context specifiek en worden ze verschaald in hoofdmassa. De informele zijde is gelegen aan het parklandschap. De informele zijde is gevarieerd, dynamisch en is gericht op het parklandschap. Ruimtelijk worden er plekken gevormd ter stimulering van ontmoetingen, te denken valt aan (deels) verbrede galerijen, bankjes, buitentrappen etc. Groen is een nadrukkelijk thema aan deze informele zijde, het landschap loopt tot aan en op de gevels, waardoor deze zijde sterk verbonden is met de karakteristiek van het parklandschap.

informele zijde

referenties

BeeldkwaliteitSplan

28

beeldreferenties Stadsrand informele zijde

BeeldkwaliteitSplan

29

PLINT EN OPBOUW • • •

B •

Alle nieuwe gebouwen bezitten een visuele plint (A) en een opbouw (B), dit zorgt voor een verschaling van het hoofdvolume en samenhang op maaiveld niveau tussen de gebouwen onderling. De begane grond verdieping kent een andere programmatische opzet (nietwonen) dan de verdiepingen erboven (wonen) en dit dient zichtbaar te zijn op de gevels. De visuele plint is minstens 1 bouwlaag hoog en op specifieke plekken twee lagen hoog, waarbij de tweelaagse plint het voorplein markeert danwel zorgt voor verbinding met het oude Weener gebouw door aan te sluiten op dezelfde hoogte. De begane grond verdieping is circa 1m hoger dan de verdiepingen erboven.

A

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

30

LEVENDIGE PLINT • • • • • •

De visuele plint van het gebouw heeft een open karakter om daarmee levendigheid te stimuleren. Er worden in de visuele plint grote puien toegepast ten behoeve van zicht, licht en openheid. De visuele plint ligt (grotendeels) diep terug ten opzichte van de opbouw. Dit om de plint te manifesteren en te activeren. De setback ten opzichte van de opbouw vormt een intermediair tussen binnen en buiten, het is een zone van ontmoeting en interactie. De plint reageert op de verschillen aanwezig in de context. Een deel van de plint kan vrij en eigenzinnig worden ingevuld met een afwijkende beeld en vormentaal.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

31

D

C

getrapte OPBOUW TOREN

B

• •

A

•

•

De toren is alzijdig vormgegeven en kent een getrapte opbouw. De toren staat op een plint (A), zie thema ‘plinten’, die zorgt voor een sterk getrapte opbouw van de toren. Aan de zijde van de Stadsrand en de Scherven is de toren getrapt in opbouw (B) in samenspel met de naastgelegen gebouwen wat zorgt voor een verschaling en contextualiteit. Het hoogste gebouwdeel (C) speelt in op de stedelijke schaal waarbij de kroon (D) het gebouw markeert. Een belangrijk aandachtspunt vormt het thema wind(val). Er dient gestuurd te worden op een prettig verblijfsklimaat op maaiveld rondom het gebouw en nabij de naastgelegen brug in relatie tot wind(val). De trapsgewijze opbouw van de toren speelt hierin een positieve rol om wind(val) te reduceren. De toren dient te voldoen aan de voorwaarden van de Hoogbouwnota van de gemeente ‘s-Hertogenbosch.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

32

GEVEL GELEDING TOREN •

• •

De toren is opgebouwd uit een verticale gradiënt in haar gevel geleding. Deze is te relateren aan de getrapte opbouw van de toren. Te herleiden zijn een plint, een middendeel dat gekoppeld is aan de schaal van de naastgelegen hogere gebouwen, en een bovendeel als hoogste volume met daarbinnen een kroonlijst. De toren kent nadrukkelijk geen egale, uniforme repeterende gevelgeleding in de gehele verticale opbouw. De toren is opgebouwd een hoofmateriaal met daarbinnen nuances in materialisering danwel kleurstellingen om daarmee de gradiënt in gevel geleding mogelijk te maken.

concept schema

BeeldkwaliteitSplan

33

ECHO KOLOMMEN ENTREEGEBOUW • •

Een bijzonder onderdeel in de expressie van het oude Weener entreegebouw, en daarmee ook een belangrijk beeldmerk van het plangebied, betreffen de V-vormige kolommen. De nieuwe gebouwen in de Stadsrand dienen in hun plinten daar hedendaags naar te refereren; ze vormen een echo van de kolommenstructuur van het oude Weener entreegebouw. Hierdoor ontstaat er een gelaagde samenhang tussen de gebouwen in de Stadsrand op het niveau van de plinten tussen oud en nieuw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

34

BUITENRUIMTEN • •

Buitenruimtes op de verdiepingen zijn opgenomen in het hoofdvolume. Bij de buitenruimtes op de verdiepingen vraagt de afwerking van plafonds aandacht vanwege de dominantie ervan in het zicht vanuit maaiveld. Aandacht dient hier te worden gegeven aan een hoogwaardige architectonische plafondafwerking.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

35

FIETSMOBILITEIT • • •

A

B

• •

Fietsmobiliteit stimuleren is van groot belang, daarom worden op maaiveld in de plinten van het gebouwen collectieve fietsenstallingen gepositioneerd (A). De collectieve fietsenstalling is overdekt en is makkelijk te bereiken. Ze is onderdeel van en opgenomen in het hoofdvolume van het gebouw. De entree van de collectieve stalling is zorgvuldig en bijzonder architectonisch vormgegeven, ze nodigt uit om gebruikt te worden. Van belang is het zichtwerk van het plafond van de collectieve fietsenstalling, daar dient extra aandacht te worden gegeven in het ontwerp en materiaal. Nabij de hoofdentree is er buiten een niet overdekte zone voor fietsnietjes om fietsen geclusterd te stallen (B). Dit is laagdrempelig en informeel van karakter en onderdeel van het landschap, niet van het gebouw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

36

gezamenlijke ruimte •

B •

•

Vanwege de schaal van de gebouwen is het van groot belang in het gebouw plekken te maken voor ontmoeting en collectiviteit, te denken valt aan een huiskamer, daktuin, kas etc. Plekken voor een gezamenlijke ruimten worden bij voorkeur op hoogte gepositioneerd. Op hoogte zorgt ervoor dat ongeacht waar men ook woont in het gebouw, er altijd een gemeenschappelijke plek is die een hoog en daarmee weids panoramisch uitzicht biedt over de stad. Voorbeelden voor collectieve plekken op hoogte zijn een sparing in het gebouw met een stadsbalkon (A) of op het dak met een stadskas (B).

A

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

37

ZONWERING EN AKOESTIEK • • • • •

Zonwering dient integraal in het plan te worden opgenomen en architectonisch te worden vormgegeven, los van de installatietechnische mogelijkheden om temperatuuroverschrijdingen te voorkomen. Zonwering draait niet alleen om temperatuur druk te verminderen maar ook om de zonlicht beleving van individuele bewoners en hun specifieke behoeften. De bakken t.b.v. de zonwering zijn nooit op de gevel gemonteerd maar altijd weggedetailleerd en daarmee onderdeel van de architectuur. Zonwering dient bij gebruik ervan visueel onderdeel te zijn van de architectuur van het gebouw. Akoestische voorzieningen t.b.v. het weren van het spoor en weggeluid dienen een integraal en visueel onderdeel te zijn van de architectuur van het gebouw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

38

PARKEREN EN DEK • • • • • •

Er is een mogelijkheid om verdiept te parkeren. De parkeervoorziening loopt onder de toren, langs het water richting tot onder het naastgelegen gebouw uit deelgebied ‘scherven in het groen’. De entree naar de parkeervoorziening is onderdeel van het gebouw en dient als zijnde hoogwaardig te worden ontworpen i.c.m. het groen van het landschap. Perforaties in het dek laten daglicht toetreden in de parkeervoorziening. Perforaties in het dek maken ruimte voor bomen die in de onderliggende vloer gelegen zijn en met hun kruin door het dek kunnen komen. In alle gevallen, wel of geen verdiepte parkeervoorziening, loopt het parklandschap volwaardig door tussen de gebouwen op het dek.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

39

ENTREE EN BINNENWERELD • • • • • •

Er is een duidelijk afleesbare en uitnodigende hoofdentree vormgegeven. De hoofdentree is twee lagen hoog en verdiept gelegen of de hoofdentree is breed en verdiept gelegen of ze kenmerkt zich door een andere grote ruimtelijke geste. De algemene ruimtes, zoals de hal, het trappenhuis en de galerij worden nadrukkelijk hoogwaardig vormgegeven en er wordt ingezet om ontmoeting ruimtelijk positief te stimuleren. Er dient veel optimisme aanwezig te zijn in deze collectieve ruimtes, in beeldtaal als in kleurgebruik. Er wordt in het bijzonder aandacht gegeven aan de vormgeving en materialisering van de postkasten en alle overige entree garnituur inclusief verlichting. Er dient veel daglicht in de collectieve ruimtes te komen, zowel vanuit de gevel als vanuit het dakvlak.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

40

DAKLANDSCHAP pa

•

rklandschap

• • • •

B er

E INN

N

D A T S

•

Het dak vormt de 5e gevel van het gebouw, waar de toren in dit plandeel zicht op heeft, en daarmee onderdeel uitmaakt van het collectieve beeld. De daken worden gebruikt als waterberging. Energievoorzieningen worden in combinatie met groen toegepast. De daken worden vergroent waar mogelijk. Installaties zijn niet zichtbaar vanaf maaiveld danwel worden architectonisch vormgegeven. Op (een deel van) de daken wordt - m.u.v. de toren - ruimte gemaakt voor gemeenschappelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een dakterras, kas, huiskamer, daktuin of combinaties daarvan. Van hieruit kan zicht ontstaan op de binnenstad, het parklandschap en de Ertveldplas.

tveldplas

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

41

KLEUR EN MATERIAAL •

• • • •

Aardse tinten vormen de basis van het kleurenpalet. Kleurtonen die passend zijn en aansluiten op het spectrum van de bakstenen gevel van Villa Orthen zijn kleuren waarmee gewerkt kan worden waarbij de robuuste stedelijke uitstraling leidend is. De kleurtonen omvatten het spectrum van zandkleurig, warme bruintonen en zachtrode tinten, allen met een fijne nuancering. Aan de formele zijde vormt metselwerk het hoofdmateriaal. Aan de informele zijde vormen materialen zoals hout en groen het hoofdmateriaal. Metselwerk kan toegepast worden aan deze zijde echter dan is het een ondergeschikt materiaal en niet het hoofdmateriaal. Natuurinclusieve maatregelen zijn een integraal onderdeel van de architectuur.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

42

materiaalreferenties Formele zijde

metselwerk

metselwerk

metselwerk en beton

metselwerk en beton

hout en groen

hout

hout en groen

Informele zijde

groen

BeeldkwaliteitSplan

43

groenE rand Dit deelgebied vormt de westelijke rand van het plangebied en staat zowel aan het spoor als aan het parklandschap. De ‘Groene rand’ is gebaseerd op het principe van een sterke vervlechting van groen met de architectuur. Het parkeerhuis met de woningen tezamen vormt een bijzonder groen architectonisch samengaan die op die op krachtige wijze de ‘Groene rand’ definieert.

GROENE RAND Dit deelgebied vormt de westelijke rand van het plangebied en staat zowel aan het spoor als aan het parklandschap. De ‘Groene rand’ is gebaseerd op het principe van een sterke vervlechting van groen met de architectuur. De ‘Groene rand’ is opgebouwd uit twee onderdelen, een parkeerhuis met geïntegreerde geluidswal en daarbij woningen die maximaal georiënteerd zijn op het parklandschap. In doorsnede zijn de woningen op maaiveld diep, en op de hoger gelegen verdiepingen steeds ondieper. Hierdoor ontstaat er een bijzondere trapsgewijze opbouw in hoogte waardoor het zonlicht goed in het plangebied kan komen, groen trapsgewijs omhoog loopt en er buitenruimtes ontstaan vol van levendigheid. Het parkeerhuis kent, net als de woningen, een sterke vervlechting met het groen. Door deze alzijdig te vergroenen wordt het gebouw onderdeel van het landschap en stimuleert het biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Het groen vormt het hoofdthema voor de alzijdige architectuur in samenspel met de (industriële) structuur van het gebouw. Het parkeerhuis met de woningen tezamen vormt een bijzonder groen architectonisch samengaan die op die op krachtige wijze de ‘Groene rand’ definieert. Het plangebied ‘Groen rand’

BeeldkwaliteitSplan

45

beeldreferenties Groene rand woningen

BeeldkwaliteitSplan

46

beeldreferenties Groene rand parkeerhuis

BeeldkwaliteitSplan

47

TRAPSGEWIJZE OPBOUW • • • •

De hoofdvolumes kenmerken zich door een getrapte opbouw, onderin diep en bovenin smal qua gebouwprofiel. De gebouwsprongen tekenen zich duidelijk af in het gebouwsilhouet. De begane grond verdieping is 1m hoger dan de verdiepingshoogten. Het groen van het parklandschap loopt door van het maaiveld tot op de gevel van het gebouw, gebouw en groen gaan beeldend samen.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

48

GROENE IDENTITEIT • • •

•

Het groen van het parklandschap loopt door tot op de gebouwen. De groenvoorziening is onderdeel van het gebouw en dient integraal en architectonisch mee te worden ontworpen. De plekken waar groen zich manifesteert, worden voorzien van een royaal pakket aan substraat of zijn geworteld in de volle grond op maaiveld. Dit ten behoeve van kwalitatief hoogwaardig en volwaardig, hoog groen en de goede groei mogelijkheden ervan. Het daklandschap wordt zoveel als mogelijk met groen beplant als onderdeel van de totale groen concept van de gebouwen.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

49

BUITENRUIMTE • • •

Buitenruimtes op de verdiepingen liggen buiten het hoofdvolume en ontstaan door dieptesprongen in het gebouwvolume. Buitenruimtes hebben altijd een groene component in zich die het landschap versterkt. De buitenruimtes liggen vrij uit elkaar en niet gestapeld boven elkaar. Dit ten behoeve van de trapsgewijze, terrasvormige opbouw van de hoofdvolumes.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

50

ZONWERING EN Akoestiek • • • • •

Zonwering dient integraal in het plan te worden opgenomen en architectonisch te worden vormgegeven, los van de installatietechnische mogelijkheden om temperatuuroverschrijdingen te voorkomen. Zonwering draait niet alleen om temperatuur druk te verminderen maar ook om de zonlicht beleving van individuele bewoners en hun specifieke behoeften. De bakken t.b.v. de zonwering zijn nooit op de gevel gemonteerd maar altijd weggedetailleerd en daarmee onderdeel van de architectuur. Zonwering dient bij gebruik ervan visueel onderdeel te zijn van de architectuur van het gebouw en geen afbreuk doen aan het groene karakter van het landschapsplan. Akoestische voorzieningen t.b.v. het weren van het spoor en weggeluid dienen een integraal en visueel onderdeel te zijn van de architectuur van het gebouw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

51

DAKLANDSCHAP • • • • •

Het dak vormt de 5e gevel van het gebouw en wordt als zodanig genereus architectonisch vormgegeven. De daken worden gebruikt als waterberging. Energievoorzieningen worden in combinatie met groen toegepast. De daken worden vergroent waar mogelijk. Dakgroen is zichtbaar als kroonlijst van het gebouw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

52

FIETSMOBILITEIT •

A

•

B

• • •

Fietsmobiliteit stimuleren is van groot belang, daarom worden op maaiveld in de plinten van het gebouwen, in het bouwblok danwel in het parkeerhuis, collectieve fietsenstallingen gepositioneerd (A). De collectieve fietsenstalling is overdekt en is makkelijk te bereiken. Ze is onderdeel van en opgenomen in het hoofdvolume van het gebouw. De entree van de collectieve stalling is zorgvuldig en bijzonder architectonisch vormgegeven, ze nodigt uit om gebruikt te worden. Van belang is het zichtwerk van het plafond van de collectieve fietsenstalling, daar dient extra aandacht te worden gegeven in het ontwerp en materiaal. Nabij de hoofdentree is er buiten een niet overdekte zone voor fietsnietjes om fietsen geclusterd te stallen (B). Dit is laagdrempelig en informeel van karakter en onderdeel van het landschap, niet van het gebouw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

53

ENTREE EN BINNENWERELD • • • • • •

Er is een duidelijk afleesbare en uitnodigende hoofdentree vormgegeven die zich nadrukkelijk manifesteert tussen de bouwblokken. De hoofdentree wordt gebruikt door gebruikers van zowel de woningen als het parkeerhuis, zij delen gezamenlijk het stijgpunt. Deze worden tevens landschappelijk gekoppeld aan de bruggen over het water. De algemene ruimtes, zoals de hal, het trappenhuis en de galerij worden nadrukkelijk hoogwaardig vormgegeven en er wordt ingezet om ontmoeting ruimtelijk positief te stimuleren. Er dient veel optimisme aanwezig te zijn in deze collectieve ruimtes, in beeldtaal als in kleurgebruik. Er wordt in het bijzonder aandacht gegeven aan de vormgeving en materialisering van de postkasten en alle overige entree garnituur inclusief verlichting. Er dient veel daglicht in de collectieve ruimtes te komen, zowel vanuit de gevel als vanuit het dakvlak.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

54

kleur en materiaal • • • • • • •

De gebouwen zijn familie van elkaar, als broer en zus, en bezitten ieder een eigen identiteit. De gebouwen kennen geen onderscheid tussen plint, opbouw en kroon qua materialisatie. De gebouwen worden vormgegeven met één hoofdmateriaal waarbinnen materiaal nuances en kleuren mogelijk zijn. Vanwege het groene karakter van de gebouwen dient deze karakteristiek bij voorkeur ook te worden doorgezet in de materialisatie van de gevels. Bio-based en circulaire gevelmaterialen hebben dan ook de nadrukkelijke voorkeur. De hoofdtonen van de gebouwen zijn in overeenstemming met het parklandschap, van (zacht) groen tot (warm) bruin. Accenten zijn vrijer wat betreft kleurtoon en mogen meer contrasteren, te denken valt aan kozijn kaders, spekbanden e.d. Natuurinclusieve maatregelen zijn een integraal onderdeel van de architectuur.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

55

materiaalreferenties Groene rand woningen

(bio) composiet

hout

hout

hout en groen

hout BeeldkwaliteitSplan

56

GROENE IDENTITEIT • • • • •

Het gebouwvolume is alzijdig vormgegeven. Het gebouwvolume vormt een langgerekt volume die een geluidsscherm integreert in het gebouw. Dit geluidsscherm loopt door tot bovendaks en is geïntegreerd in de architectuur van het gebouw. Akoestische voorziening dienen integraal en fijnzinnig meegenomen te worden in de architectuur, materialisering en detaillering. Ze zijn onderdeel van de karakteristiek van het geheel. Het gebouw is een bijzonder samengaan van techniek en groen, dit samengaan dient alzijdig tot uitdrukking te komen in de architectuur en de materialisering. Het versterken van de biodiversiteit en natuurinclusieve gevel is leidend in de architectuur het gebouw.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

57

DAKLANDSCHAP EN VERTICAAL STIJGEN • • • • • •

Het dak wordt gebruikt als waterberging. Energievoorzieningen worden in combinatie met groen toegepast. Installaties zijn niet zichtbaar vanaf maaiveld danwel worden architectonisch vormgegeven, bv door een specifiek ontworpen ombouw. De daken worden vergroent waar mogelijk. Dakgroen is zichtbaar als kroonlijst van het gebouw. De ruimtelijke ingrepen die nodig zijn om de auto’s van de begane grond naar de hoger gelegen verdiepingen te krijgen, zijn onderdeel van de architectuur van het totale gebouw. Deze ruimtelijke ingreep kan buiten het langgerekt volume gepositioneerd zijn en een eigen (subtiel) afwijkende expressie verkrijgen, passend binnen de totale architectuur van de gevel die leidend blijft.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

58

KLEUR EN MATERIAAL • • • • • •

De materialisatie van het parkeerhuis is een combinatie van techniek en groen. Het industriële, technische karakter uit zich in de constructie en de gevel en komt vanuit de heldere vormgeving met extra aandacht in de detaillering. Het materialen palet loopt uiteen van staal, hout tot steen i.c.m. groen. Groen is een integraal onderdeel van het gebouw en vormt op zichzelf een nadrukkelijk materiaal in het ontwerp. De entrees dienen krachtig herkenbaar te zijn en laten het toe te contrasteren ten opzichte van de rest van het parkeerhuis om daarmee de zichtbaarheid en herkenbaarheid ervan te bewerkstelligen. Natuurinclusieve maatregelen zijn een integraal onderdeel van de architectuur.

concept schema

referenties

BeeldkwaliteitSplan

59

materiaalreferenties Groene rand parkeerhuis

hout en groen

staal en groen

hout

steen en staal

staal en groen

hout

hout

hout en groen

BeeldkwaliteitSplan

60

van herpenSe weide

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14747607/5