Bijlage 2 Jaarverslag Leerplicht en RMC 2019-2020
Tekst van het document
Jaarverslag Leerplicht & RMC 2019-2020
Voorwoord Ineens niet meer naar school mogen, maar onderwijs op afstand. Niet kunnen sporten, alleen thuis zitten. Lesgeven voor een scherm en tegen zwarte blokjes aankijken. Voor alle jongeren en mensen in het onderwijs is het afgelopen jaar een uitdagende periode geweest. Ook voor de teams Leerplicht, RMC en Traject Op Maat (T.O.M.). Ieder jongere heeft zijn eigen talenten. Het is voor jongeren belangrijk dat hun eigen talent gezien en erkend wordt en dat ze trots zijn op zichzelf. Ik geloof in het ontwikkelen van deze talenten. Goed onderwijs is belangrijk hierin. Als gemeente dragen we hieraan bij. Zo ook met onze wettelijke taak om schoolverzuim tegen te gaan én om te controleren en bevorderen dat jongeren een startkwalificatie halen. Met een startkwalificatie hebben jongeren meer kans op een passende en duurzame baan in de toekomst. Regelmatig verzuim is één van de meest voorkomende en eerste signalen dat een jongere het onderwijs voortijdig gaat verlaten. De teams leerplicht en RMC zijn er om verzuim te voorkomen en jongeren de juiste richting in te begeleiden als ze om wat voor reden ook, niet (volledig) deelnemen aan het onderwijs. Daarnaast biedt Traject Op Maat (T.O.M.) trajecten aan jongeren van 16 tot 23 jaar aan. Hierin krijgen jongeren ondersteuning in hun weg terug naar onderwijs en/of werk. Waar nodig wordt zorg ingezet.
Door onderwijs op afstand is het werk van Leerplicht, RMC en T.O.M. afgelopen schooljaar aangepast. Het stond in het teken van contact zoeken en verbinding leggen met jongeren. Dit door hen te bellen, mailen en deurbezoeken af te leggen. Om jongeren, de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben wordt nauw samengewerkt met partners. Het gaat om het onderwijs, de samenwerkingsverbanden van het primair- en voorgezet onderwijs, de GGD, de schoolmaatschappelijk werk, jongerenwerk en WeenerXL. Ik wil hier nogmaals iedereen bedanken voor de bijzondere inzet en goede samenwerking in dit coronajaar. Met trots bied ik u het jaarverslag aan. Het geeft een goede inkijk in de werkzaamheden van Leerplicht, RMC en T.O.M. en de samenwerking met partners. Daarnaast zijn resultaten weergegeven.
Ufuk Kâhya, wethouder Talentontwikkeling
2
Inhoud Voorwoord .........................................................................................................................................2 Wat doet leerplicht? ...........................................................................................................................4 Wat doet het RMC? ............................................................................................................................5 Verhalen uit het veld ..........................................................................................................................7 Deniz over onderwijs tijdens Corona ...............................................................................................7 HUB noord Brabant .........................................................................................................................9 Campus aan de Lanen....................................................................................................................11 Basisschool de Wijboom ................................................................................................................13 Koning Willem I College .................................................................................................................15 De Noodopvang voor het Voortgezet Onderwijs tijdens Corona ....................................................
16 T.O.M.@Work ...............................................................................................................................19 Feiten en cijfers ................................................................................................................................21 Preventie....................................................................................................................................... 21 Relatief verzuim leer- en kwalificatieplichtigen .............................................................................. 21 Thuiszitters....................................................................................................................................23 Afhandelingen ...............................................................................................................................24 Vrijstelling van inschrijving ............................................................................................................25 Vrijstelling van geregeld schoolbezoek ..........................................................................................27 Verzuim 18+ ..................................................................................................................................27 Voortijdig
schoolverlaters..............................................................................................................27 Outreachend RMC, alle jongeren in beeld! ....................................................................................29 Traject op Maat .............................................................................................................................29 Jobcoaching .................................................................................................................................. 30 Doelen en aandachtspunten .............................................................................................................31 Met dank aan.................................................................................................................................... 32
3
Wat doet leerplicht? In Nederland heeft ieder kind het recht om op school zijn/haar talenten te ontwikkelen. Daarom zijn kinderen vanaf vijf jaar, tot het einde van het schooljaar waarin zij zestien jaar worden verplicht om naar school te gaan. Aansluitend is er de kwalificatieplicht. Jongeren vanaf zestien jaar moeten onderwijs volgen tot zij een startkwalificatie halen of achttien jaar worden. Er zijn uitzonderingen. Een kind met certificaten van het praktijkonderwijs is vrijgesteld van de kwalificatieplicht. En een kind dat lichamelijk/psychisch ernstig beperkt is, kan met een verklaring van een onafhankelijk arts worden vrijgesteld van onderwijs. Het doel van de Leerplichtwet is te waarborgen dat jongeren in Nederland onderwijs volgen en gebruik maken van hun recht op onderwijs. De leerplichtambtenaar controleert of ouders en leerplichtige kinderen zich aan deze wet houden. Als er problemen zijn, zoekt de leerplichtambtenaar samen met school, het kind, de ouders en vaak ook andere ketenpartners naar een oplossing. Leerplicht werkt daarbij volgens de methodische aanpak schoolverzuim (MAS). Het doel van deze aanpak is terug-/toeleiding naar een passend onderwijsprogramma waarbij vroegtijdige inzet van (jeugd)hulp voorop staat. De aanpak is ingericht langs vijf fasen: waarnemen, analyseren, plannen, handelen en evalueren.
In fase drie (plannen), kiest de leerplichtambtenaar de juiste route. Deze kan bestaan uit het inzetten van vrijwillige (jeugd)hulp, Halt-straf, dwang in een civiel kader, dwang in een strafrechtelijk kader of een combinatie van routes. De aanpak is altijd licht waar het kan, en zwaarder waar nodig. Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zet leerplicht in de gemeente ‘s-Hertogenbosch extra in op preventie. Op alle scholen voor voortgezet- en middelbaar beroeps onderwijs worden regelmatig verzuimspreekuren gehouden. Omdat in verhouding meer verzuimmeldingen vanuit het voortgezet onderwijs (VO) en middelbaar beroepsonderwijs (MBO) kwamen, is leerplicht in samenwerking met de GGD begin 2018 een pilot op zestien scholen voor primair onderwijs opgestart. In deze pilot pakten de leerplichtambtenaar en de jeugdarts (ziekte)verzuim in een vroegtijdig stadium aan. Met een aanpak op maat voor de school creëren ze bewustzijn bij basisschoolmedewerkers, -ouders en leerlingen. En door invloed uit te oefenen op het verzuimgedrag en de schoolgang in het primair onderwijs (PO), zorgen zij voor minder schoolverzuim in het VO en MBO . Sinds 2020 is de pilot onderdeel van de reguliere werkzaamheden. De preventieve aanpak van (ziekte) verzuim wordt met 10 scholen per schooljaar uitgebreid naar alle PO scholen.
Leerplicht in Coronatijd Sinds maart 2020 staat het werk van leerplicht in het teken van contact zoeken en verbinding houden. Juist in deze bijzondere situatie vindt leerplicht het belangrijk dat ieder kind de beste ontwikkelmogelijkheden krijgt. Met de sluiting van de scholen op 16 maart 2020 leek het werk van leerplicht gedeeltelijk stil te vallen. Maar door pro actief en samen met partners uit de regio te handelen lag er een verzuimprotocol klaar toen bleek dat de scholen langer gesloten zouden blijven. Ondanks dat het handhaven van de leerplichtwet geen optie was heeft leerplicht toch een grote rol kunnen spelen. Door er samen met partners voor te zorgen dat het goed ging met alle kinderen. Hierbij stond de gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van het kind voorop.
4
Wat doet het RMC? Doel van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie-functie is het scheppen van voorwaarden voor jongeren om de voor hen hoogst haalbare en meest passende onderwijs- en/of startpositie op de arbeidsmarkt te bereiken. De taken van het RMC zijn vastgelegd in verschillende wetten en bestaan uit: - een sluitende melding en registratie van alle jongeren tussen 18 en 23 jaar die niet op school zitten en nog geen startkwalificatie behaald hebben; - benaderen en zorgdragen voor begeleiding van jongeren die zijn uitgevallen, gericht op terugleiden naar school, naar werk of een combinatie daarvan; - opstellen van een regionaal programma samen met scholen, instellingen en organisaties voor de periode van 4 jaar, met daarin maatregelen ter voorkoming en bestrijding van voortijdig schoolverlaten van jongeren tussen de 12 en 23 jaar; - monitoren van jongeren met een getuigschrift van het praktijkonderwijs of het speciaal onderwijs, dan wel een diploma van een entree opleiding. Het maken van afspraken met ketenpartners over begeleiding en ondersteuning naar opleiding, (leer)werk of dagbesteding. De landelijke ambitie is om het aantal voortijdig schoolverlaters (VSV) terug te dringen naar maximaal 20.000 in 2020. Daarom hebben we regionaal afspraken gemaakt met gemeenten, het onderwijs en het UWV.
Deze afspraken zijn vastgelegd in een convenant VSV en arbeidstoeleiding kwetsbare jongeren 2016-2020. Vanuit de regionale acties worden binnen het RMC van ’s-Hertogenbosch de volgende werkzaamheden uitgevoerd: - verzuim van leerlingen van achttien jaar of ouder wordt door de MBO instellingen in de regio op dezelfde manier gemeld als verzuim van leerlingen jonger dan achttien jaar. Het RMC voert verzuimgesprekken met deze jongeren voordat ze worden uitgeschreven. In ‘s-Hertogenbosch werken we outreachend. Dat wil zeggen dat de RMC begeleiders deze jongeren telefonisch benaderen of thuis bij ze langsgaan. - de RMC begeleiders geven voorlichting over schoolverzuim op de MBO instellingen. Ook werken ze op locatie van MBO instellingen zodat jongeren daar op gesprek kunnen komen en minder lessen hoeven te missen. - op PRO en VSO scholen en de Entree opleiding worden uitstroomgesprekken gevoerd. Voor de gemeente ‘s-Hertogenbosch sluit het RMC daar als regiehouder bij aan. Hierdoor blijven jongeren die niet in staat zijn een startkwalificatie te behalen in beeld en worden zij overgedragen naar partijen die deze jongeren het best kunnen ondersteunen naar werk, dagbesteding of zorg. - de jongeren die niet meer op school zitten, geen startkwalificatie hebben en niet voldoende inkomsten hebben worden actief benaderd door de RMC begeleiders. Het RMC gaat met zijn tijd mee.
Jongeren kunnen digitaal reageren op de brief. Doen zij dit niet? Dan zoekt de RMC begeleider hen thuis op. - De RMC begeleiders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch zitten bij de poort van Weener XL voor informatie en advies. Zij vangen hier de jongeren op die een aanvraag voor een uitkering komen doen, maar hier niet voor in aanmerking komen. Ook de jongeren waarvan de uitkering wordt beëindigd kunnen zij vanuit hier ondersteunen naar een vervolgstap.
5
Met de invoering van de Participatiewet is de gemeente verantwoordelijk voor de arbeidstoeleiding van jongeren in een kwetsbare positie. Om deze jongeren goed te kunnen ondersteunen bij het behouden van een baan zijn vanuit Weener XL en RMC jobcoaches aangesteld die jongeren begeleiden op hun werkplek. Traject op Maat In ‘s-Hertogenbosch hebben we als onderdeel van het RMC Traject op Maat (T.O.M.). T.O.M. begeleidt jongeren van 16 tot 23 jaar op een persoonlijke manier. En helpt hen bij het vinden van een opleiding, baan of combinatie daarvan. Waar nodig ondersteunt T.O.M. jongeren ook naar zorg. Jongeren kunnen bij T.O.M. een groeps- of individueel programma volgen. Het programma bij T.O.M. bestaat onder andere uit crea, waar jongeren nieuwe vaardigheden kunnen ontdekken en ontwikkelen. Cova, waar jongeren worden geholpen bij het aanleren en ontwikkelen van effectieve communicatie. Bij Theater leren ze uit hun comfortzone te stappen en zich te presenteren. En ook sport is een belangrijk onderdeel van T.O.M. Zo trainen jongeren voor het jaarlijkse fietskamp. Waarbij 300 kilometer in drie dagen wordt afgelegd. Pilot T.O.M.@Work (start begin schooljaar 2020-2021) T.O.M.@Work is in het leven geroepen voor jongeren van 23 tot 27 jaar die geen aansluiting vinden bij Weener XL.
T.O.M.@Work werkt volgens dezelfde methodiek als het reguliere T.O.M.-traject, maar de invulling ervan is soms net even wat anders. Doordat de jongeren ouder zijn, ligt de nadruk in het traject bij deze jongeren op de toeleiding naar werk. De doelgroep bestaat uit jongeren met diverse achtergronden. Er zitten jongeren bij met een afgeronde Hbo-opleiding tot jongeren zonder startkwalificatie, diploma of enig certificaat. Voor de pilotfase is er gekozen om maximaal 20 jongeren te begeleiden. Het weekprogramma is op maat gemaakt. Alle activiteiten zijn een middel om te kijken welke (arbeids)vaardigheden een jongere bezit of nog kan ontwikkelen. Jongeren volgen het vak Loopbaan. Hierin leren ze wie ze zijn en wat ze wel of niet kunnen. Een ander onderdeel is het vak Crea, wat al gauw veranderd is naar Crea of Klus. Jongeren kunnen zich creatief ontwikkelen, maar kunnen ook leren hoe ze een mindmap maken over zaken die voor hen belangrijk zijn. Maar ze kunnen er ook voor kiezen om te leren klussen. Tijdens communicatieve vaardigheden leren jongeren hoe ze communiceren, maar ook hoe ze dit anders zouden kunnen doen. T.O.M. in Coronatijd Toen de scholen sloten sloot T.O.M. ook. Maar het contact met de jongeren bleef; digitaal. In het begin ging dat goed. Telefonisch hielden de coaches contact met hun jongeren. Maar de verbinding werd ook op een luchtigere manier in stand gehouden.
Bijvoorbeeld door samen te Wordfeuden. Ook werd er in appgroepen aan opdrachten gewerkt. Na een tijdje werd de energie minder en het contact anders. Gelukkig kon T.O.M. in juni weer gedeeltelijk zijn deuren openen voor jongeren. Het was zoeken hoe T.O.M. open kon zijn met respect voor de Corona maatregelen. Na de zomervakantie was er een passende indeling: jongeren komen 3 dagdelen in kleine groepjes naar T.O.M., daarbuiten hebben ze digitaal contact met hun coach. TO.M. zou jongeren graag vaker ‘live’ zien, maar helaas is dat gewoonweg niet haalbaar.
6
Verhalen uit het veld Deniz over onderwijs tijdens Corona Deniz is 15 jaar en zit al vier jaar op de Hub, stedelijk Voortgezet Speciaal Onderwijs. De laatste anderhalf jaar heeft hij les van Rianne in de Entree klas. Deniz vindt de Hub een hele fijne school. Leerlingen worden er geholpen en de docenten maken tijd voor de leerlingen. En als dat nodig is luisteren ze naar je en Deniz gaan ze even met je zitten. Deniz komt elke dag zelfstandig met de trein uit Berghem. Volgens docent Rianne is Deniz heel erg leergierig omdat hij van jongs af aan al weet dat hij bij de brandweer wil werken. Deniz: ‘Toen ik door Corona niet naar school kon, was het vooral moeilijk omdat ik thuis moest zitten. Als ik thuis zit denk ik namelijk niet aan school. Het was niet dat ik mijn huiswerk vergat maar ik kreeg mezelf niet gemotiveerd om het te doen.’ Docent Rianne vult aan: ‘Je hebt er toen met je moeder over gesproken en via de telefoon met mij erbij. En toen kwam je zelf met oplossingen.’ ‘Klopt, ik heb toen zelf een planning gemaakt voor meer structuur. Maar ook dat ik langer online in de les bleef voor hulp bij het huiswerk maken. Er was een groepje van vier leerlingen. De eerste vijf minuten was het letterlijk feest. We gingen muziek draaien en dansen achter onze laptops. We konden zelf liedje van YouTube presenteren zoals Carnavalsnummers en hele grappige Nederlandstalige liedjes.
Daarna gingen we serieus aan de slag. De camera stond aan terwijl we huiswerk aan het maken waren. Soms werkten we zelfstandig en soms samen.’ Docent Rianne heeft spijt dat ze geen filmpjes heeft gemaakt van deze periode: ‘Dan hadden ze weer hun gekke tien minuten met gekke filmpjes op YouTube. En daarna gingen ze weer aan de slag.’ Kan je iets meer over jouw droom vertellen om bij de brandweer te komen? Deniz: ‘Ik wil graag bij de brandweer om mensen te helpen en bij de brandweer is er meer actie dan bij de politie.’ Rianne geeft aan dat Deniz bij de jeugdbrandweer zit en ook al stage loopt bij de brandweer en dat dat heel goed gaat. Helaas is de stage door Corona stopgezet. Deniz legt uit wat hij deed: ‘Ik maakte de kantine schoon en ik maakte het eten klaar. Ik hield daar alles netjes. Bij de jeugdbrandweer ga ik heel veel oefenen en leer ik over het aflegsysteem en krijg ik ook andere theorie.’ Ben je bang dat jouw school weer dicht moet door Corona? Deniz: ‘Ik ben er niet bang voor maar het zou wel jammer zijn als ik weer thuis kom te zitten.’ Docent Rianne vertelt dat Deniz op school fantastische dingen aan het organiseren was, namelijk de Drone Cup.
7
Volgens Deniz klopt dat: ‘We wilden met vier leerlingen een drone race houden. We zijn lang bezig geweest om alles te regelen. We hadden de drones geregeld en obstakels om overheen en onderdoor te gaan. We moesten met de directeur Stefan overleggen wanneer dat mocht en waar dat mocht.’ Rianne vult aan dat Deniz samen met de anderen een speciaal logo hadden gemaakt: ‘En er zou van elke locatie één winnaar zijn en dan in Tilburg een finale van de Drone Cup. Deniz en de andere drie hebben allerlei vaardigheden ingezet: plannen, een e-mailadres aanmaken en met brieven langs de klassen. Ze zijn drie à vier maanden bezig geweest om voor te bereiden. En toen kwam helaas Corona en ging alles niet meer door. Het is nog onzeker hoe het allemaal loopt. De jongens hebben alles bewaard en kunnen het zo weer oppakken.’ Rianne sluit dit interview af met een groot compliment aan Deniz: ‘Deniz is altijd super optimistisch, hoe negatief de situatie ook is, hij haalt er altijd iets positiefs uit.’
8
HUB noord Brabant Rianne van Oort was werkzaam in het reguliere basisonderwijs en vond het leuk om een nieuwe uitdaging aan te gaan. Op die manier kwam ze in het speciaal voortgezet onderwijs bij de HUB terecht waar ze nu vier jaar werkzaam is. Hub biedt de onderwijsroutes dagbesteding, Rianne van Oort arbeidsklassen en een entree route aan. Rianne is werkzaam als leerkracht en IB-er. Ze speelt een grote rol in de werkgroep ICT op schoolniveau vanwege haar eigen interesse in ICT en vanwege haar opleiding ICT in de klas. Ze heeft haar eigen klas met vijftien leerlingen waar ze les aan geeft, samen met haar duo-collega. Dit is een entreeklas. Dit betekent dat Rianne een aantal mbo-vakken geeft. De leerlingen kunnen op de Hub een mbo1-diploma halen. Daarna kunnen ze uitstromen naar arbeid of een mbo 2 opleiding vervolgen. Hoe heb jij vorig schooljaar de coronaperiode ervaren? Wat deed dat met jou als professional? Als professional maakte ik me zorgen of iedereen wel gezond was en bleef, zowel mijn collega’s als de leerlingen. Omdat ik aan een hoger niveau lesgeef op school heb ik bij aanvang van het schooljaar een klassenapp ingesteld via mijn privé-nummer, zodat leerlingen en ik elkaar via korte lijntjes kunnen informeren. Daar gaan de leerlingen supergoed mee om.
De digitale leeromgeving werd vrij snel opgestart vanuit de stichting nadat bekend werd dat de scholen moesten sluiten. Het app contact met ouders en leerlingen is vanaf het begin af aan goed geweest. Zo kon ik de leerlingen op afstand in de gaten te houden tot we naar de digitale leeromgeving gingen. Mijn leerlingen konden die overstap heel goed maken. Omdat alles nieuw was, heb ik met een aantal leerlingen de digitale leeromgeving getest met alle functionaliteiten en vervolgens heb ik de gehele klas aan laten sluiten. Eigenlijk heb ik me nooit echt zorgen gemaakt om de leerlingen. We zijn online doorgegaan met de lessen. Ik was ook geen leerlingen kwijt. Ik wist altijd waar mijn leerlingen waren. En als ik ze online verwachtte dan waren ze er ook. Dat was echt heel tof. Ik had niet verwacht dat het zo goed zou gaan. We hebben wel een paar aanpassingen gemaakt. Starten om 9 uur werkte niet en toen hebben we de tijd verzet naar 11 uur. Ook omdat er veel ouders waren die thuis moesten werken en eerst moesten opstarten voor hun eigen werk met eigen vergaderingen. Dat hielp, mede doordat we hebben gekeken naar wat een puber nodig heeft en daar in een balans hebben gezocht. Een les duurde vaak een uur of anderhalf uur. Daarin gaf ik eerst een instructie en voor leerlingen die dat wilden volgde daarna een verlengde instructie.
Daarnaast was er online ondersteuning voor het maken van het huiswerk. Hebben jullie leerlingen gehad die je thuis hebt kunnen helpen aan leermiddelen? We kregen snel door dat niet alle leerlingen de middelen hadden om thuis in te kunnen loggen in de digitale leeromgeving. De Stichting [Hub] heeft toen snel een contract aangeboden voor ouders zodat leerlingen met ouders laptops konden ophalen. Deze laptops hebben we toen gereedgemaakt voor thuisgebruik en klaargezet op school. Het was lastiger als een ouder niet ICT vaardig was want dan werd het moeilijker voor de leerling. Collega’s hebben toen wel hun best gedaan om contact te blijven houden met de leerlingen. 9
Is er één leerling die je heel erg is bijgebleven? Het leuke bij mijn leerlingen om te zien was dat de camera’s aanstonden en dan zie je hoe het er thuis uitziet. Ik zag dan moeders en vaders tijdens de les naar me zwaaien. Aan de andere kant was het soms moeilijk om te horen dat leerlingen les wilden hebben maar dat sommigen niet wisten hoe ze het voor elkaar moesten krijgen. We stuurden dan een handleiding door en filmpjes. Wat heel fijn was is dat we vrij snel de opvangklas op school hadden opgericht en dat we de leerlingen waar zorgen om waren, konden opvangen. Maar ook de leerlingen waarvan de ouders in de zorg werkten. Die hebben we dingen aan kunnen bieden vanuit de klas op school. Er was dan altijd een team aanwezig om de kinderen op te vangen zoals bijvoorbeeld een leerkracht, onderwijsassistent, orthopedagoog of teamleider. Toen we weer open gingen hebben we aangegeven bij de Stichting dat het er op leek dat we niet konden starten met lesgeven zoals we dat voor ogen hadden omdat we veel laptops hadden moeten uitlenen. De Stichting heeft toen snel gehandeld en is hier heel flexibel in geweest en heeft toen 25 laptops aangeleverd. Hoe zie je het komende schooljaar voor je? Ik hoop niet dat er een nieuwe lockdown komt en dat hoopt niemand bij ons. Ons type onderwijs blijft denk ik wel open maar misschien weer met halve klassen.
Mocht er wel een lockdown komen, dan hebben we alle leermiddelen. Voor onze leerlingen hoop ik dat we niet opnieuw in lockdown moeten, want dat doet heel veel met onze leerlingen. Het kan angst creëren bij hen. Onze leerlingen zijn misschien kwetsbaarder omdat ze vaak in een spectrum zitten van autisme. Bij hen is ‘zwart is zwart en wit is wit.’ Denk je dat Corona effect heeft op de ontwikkeling van de kinderen op jouw school ? Ik denk dat op alle vlakken Corona en de lockdown wel effect heeft gehad op onze leerlingen maar vooral op sociaal vlak. Leerlingen kunnen veel baat hebben bij een fysiek schouderklopje en dat mocht in hun optiek ineens niet meer. Dit zijn de leerlingen die dat heel erg nodig hebben en dus ook minder goed begrijpen dat dat niet meer kan. Op didactisch gebied hebben we heel erg ons best gedaan om op hetzelfde niveau les te geven zoals in de klas. Wat voor effect dit heeft op de toekomst durf ik niet te zeggen. Waren er ouders die zich zorgen maakten over het leerlingenvervoer toen de school weer open ging? Toen we weer opengingen merkte ik bij een aantal ouders angsten omdat minder bekend was of jongeren wel of geen gevaar liepen. De afspraak is dat er in het lokaal maximaal 9 leerlingen mogen. Ik heb de klas toen in tweeën gedeeld, en de leerlingen moesten mondkapjes in de taxi dragen.
Ik heb uiteindelijk geen leerling gehad die niet naar school kwam vanwege het taxivervoer. Er bleven wel leerlingen thuis omdat ouders zelf in risicogroepen zaten. Trots op collega’s Ik ben trots op mijn collega’s. Wat we bereikt hebben tijdens Corona lukte door de inspanning van het hele team dat hier rondloopt. ICT heeft mijn persoonlijke interesse maar zonder hulp van de Stichting, het vertrouwen en de collega’s die bijvoorbeeld mijn klas over wilden nemen als ik laptops moest uitdelen – was het allemaal niet gelukt. We hebben het met elkaar gedaan. Ook de ouders van mijn leerlingen die hen vanuit thuis hebben gemotiveerd, heeft ertoe geleid dat de leerlingen veel lessen hebben kunnen bijwonen. Dat ik in het zonnetje word gezet met dit interview is een te grote eer want ik heb het niet alleen gedaan. Alle lijntjes waren kort en ik kon altijd met iedereen, met mijn teamleider Roel of met de directeur van de Stichting bellen als dat nodig was. We hebben met z’n allen een tandje bijgezet. Ik weet dat collega’s ‘s avonds zijn gaan werken om de dag erna online te kunnen gaan lesgeven. Zij waren vaak overdag juf voor hun eigen kind en dan ’s avonds aan het voorbereiden voor leerlingen uit de eigen klas. Het mooie is dat veel leerkrachten ook ineens heel snel ICT-vaardig zijn geworden. 10
Campus aan de Lanen Frouke Boel is 42 jaar en directeur van Campus aan de Lanen. Ze werkt al twintig jaar bij Signum in verschillende rollen. Frouke heeft voor de klas gestaan, is stagecoördinator geweest en heeft gewerkt aan Europese innovatieprojecten. Ook heeft zij op de Pabo gewerkt en heeft tussentijds de opleiding Frauke Boel onderwijskunde gedaan. Ze is projectleider geworden van een nieuw te bouwen kindcentrum in Rosmalen en omdat ze heel graag wilde zien hoe dat ging uitpakken, heeft ze zelf gesolliciteerd naar de directeursfunctie. Dit is haar derde jaar. Was je al bekend met Leerplicht voordat je startte met Campus? Ik was bekend met leerplicht ja. Maar ik heb er zelf niet heel veel mee te maken gehad. Het beeld van leerplicht was toch wel handhaving. Dat leerplicht een waakhond is. Nu als directeur is dat beeld door de één op één gesprekken met de leerplichtambtenaren veranderd en heb ik als directeur dat beeld bijgesteld. Ik heb zelf ook ervaren dat de koers veranderd is. Dat beeld had ik een aantal jaren nog niet omdat ik de ervaring nog niet had. Er is gekozen voor een visieverandering bij leerplicht en die sluit mooi aan bij wat wij hier doen. Er wordt door de leerplichtambtenaar meegelopen met mensen en vanuit vertrouwen en een relatie wordt er gehandeld.
Eigenlijk met het besef dat daar de meeste winst te halen valt: niet middels handhaving maar door liefdevol en duidelijk te begeleiden en waar nodig te sturen. Hoe heb jij vorig schooljaar van A tot Z de corona periode ervaren? Wat deed dat met jou als professional? Ik vond het een hele intense periode. In eerste instantie bracht het me van slag. Wat ik heel positief vond was dat we met z’n allen op de Campus snel hebben geschakeld en in de actiestand gingen. Hierdoor heeft het teamgevoel een boost gekregen. Wel heeft op een gegeven moment het gebrek aan contact ons wel geraakt. Ook ben ik erachter gekomen dat ik geen energie krijg van crisismanagement. Een krachtgever is voor ons geweest dat we een enorm gevoel van trots en vertrouwen hebben overgehouden aan hoe we de dingen gedaan hebben. En gelukkig zien we aan de populatie dat vooralsnog de gevolgen wel meevallen. In het begin zagen we bij de oudere kinderen die het nieuws volgden dat zij zichzelf de eerste levensvragen gingen stellen. Ook zien we ouders die leeglopen op de veranderde thuissituatie en die in die periode een vermoeidheid hebben opgebouwd. Hierdoor zien we dat de lontjes korter worden, de eisen hoger en de communicatie wat scherper. Welke effecten hebben de Coronaperikelen op de gemoedstoestand van de kinderen? Op dit moment zien we het niet en we zijn er ons wel van bewust.
Voor de kinderen is het niet een heel groot onderwerp. Ik ben wel benieuwd wat er de komende dagen gaat gebeuren. We hebben twee ouders die (bevestigd) besmet waren. De kinderen komen volgende week terug uit quarantaine. Dat wordt wel spannend; met name hoe ze hierna terugkomen. Ik ben benieuwd wat ze meenemen 11
aan ervaring en wat ze daarmee teweeg brengen bij anderen. Het gaat naast een kleuter om een meisje van 10. Er is contact met de groep geweest via Teams. De groep is zich heel bewust van het feit dat je dan ineens thuis moet blijven; de kinderen zien de impact daarvan. Hoe zie je het komende schooljaar voor je, zie jij nog issues, zoals bijvoorbeeld leerachterstanden? Ik heb daar geen zorgen om. Wij kijken anders naar het woord “achterstanden”. Dit is wel een lastige discussie. Als school hebben wij bijvoorbeeld geen gebruik gemaakt van de extra gelden. De hele wereld is in een andere toestand geraakt dus wat maakt het uit dat je in een ander tempo hebt geleefd? We hebben heel veel kansen gezien om kinderen op een andere manier te bereiken. Kinderen hebben voornamelijk elkaar gemist. Ik ben van mening dat kinderen hebben zich op andere vlakken wel ontwikkeld hebben en dat dat niet altijd zo uitdrukkelijk wordt gezien. Denk maar eens aan de zelfstandigheidsontwikkeling. Doordat ouders niet meer naar binnen mochten hebben de kinderen kleine dingen, schijnbaar onbelangrijk, zelf moeten doen zoals veters strikken en de eigen jas aan doen. Heb je kinderen gehad die ‘kwijt’ waren? En hoe ging de school daar mee om? We waren geen kinderen kwijt. Soms was het moeilijk contact krijgen -met name met één gezin- maar die hebben we vervolgens wel weer aan de praat gekregen.
Hebben jullie leerlingen gehad die je thuis hebt geholpen aan leermiddelen? Ja, we hebben leerlingen geholpen aan digitale leermiddelen. We hebben devices uitgedeeld omdat we het onderwijs zo goed als volledig digitaal vormgaven. Dit konden we vrij snel doen omdat we al redelijk digitaal waren. Onze hele Teamsomgeving en Sharepoint waren al voor de Coronatijd helemaal ingericht. De oudste kinderen hadden al een account. Het inregelen was wel een gedoe omdat sommige ouders er nog niet vertrouwd mee waren, evenals de jonge kinderen. We hebben een zachtere landing gehad dan andere scholen hierdoor. We hebben inspiratiekaarten gemaakt bij de kernconcepten gebaseerd op de functieruimtes (zoals bijvoorbeeld het Verwonderplein en de Werkplaats). Iedere dag hebben we een kaart klaargezet online en konden de kinderen daar gelijk mee aan de slag, ook om vaardigheden te trainen. Twee coaches waren altijd beschikbaar om kinderen met de inspiratiekaarten te helpen. Ook hebben we via ‘Campus klets’ in Teams met elkaar gekletst over tanden die eruit waren en over een kindje dat een vlieger had. We hebben nooit gewerkt met werkboekjes maar alleen met aanvullende materialen om te gebruiken: om te verwonderen en te onderzoeken. En uiteraard mochten ze ook zelf digitaal trainingswerk doen: Muiswerk of Bouw.
Opdrachten waren veelal handelend zoals: ga naar buiten op zoek naar tien takken en daar gaan we later een teloefening mee doen. Of: maak tien foto’s van schaduwen die je in de natuur tegenkomt. Over leermiddelen, hebben jullie ouders geholpen aan leermiddelen? Ja we hebben als school Ipads en Chromebooks verstrekt aan ouders. Van Heijmans hebben we aantal tweedehands laptops gekregen. Heijmans had de gemeente benaderd en met een verdeelsleutel laptops laten verdelen over de scholen. Ook hebben we twee nieuwe laptops gekregen van gelden van de gemeente Den Bosch. Eén moeder heeft een aanvraag gedaan bij Stichting Leergeld maar omdat de school genoeg devices kon uitlenen, werd de aanvraag afgekeurd. Maar als het nodig was geweest dan was dat ook vanuit Stichting Leergeld heel snel voor elkaar geweest.
12
Basisschool de Wijboom Marieke Haffmans werkt sinds anderhalf jaar als Intern Begeleider op de Wijboom. Op het moment van spreken wacht Marieke op een overleg waarin de nieuwe verscherpte maatregelen op de Wijboom worden doorgesproken naar aanleiding van de Marieke Haffmans nieuwe golf Corona eind september. Marieke heeft in de tweede helft van het voorgaande schooljaar op meerdere vlakken samengewerkt met de leerplichtambtenaar. En gelukkig heeft ze tijd kunnen vrijmaken om daarover te vertellen in dit interview. Marieke: ’De Corona periode heb ik als een heftige periode ervaren. Er zijn ook mooie dingen gebeurd, zoals bijvoorbeeld de samenwerking met leerplicht die een sprong vooruit maakte en ook de samenwerking met Norlandia waarmee we de noodopvang hadden georganiseerd. Daarnaast hebben we veel tijd gestoken in meerdere gezinnen waarbij er thuis een crisissituatie ontstond en er zorg op gang moest komen. In Coronatijd heb ik vele overuren gemaakt om de zorg te organiseren en geen kinderen uit het oog te verliezen. Natuurlijk had deze situatie ook een flinke impact op mijn privéleven. Niet alleen door het thuiswerken via telefoon en digitale middelen maar ook omdat werk en thuis veel meer in elkaar overliepen. Sommige casussen konden binnen werktijd worden opgelost, maar sommigen vroegen ook mijn aandacht buiten mijn reguliere werktijden.
We hebben een dochter thuis in de basisschoolleeftijd die ook gewoon thuis was en die begeleiding nodig had in haar werk voor school. Mijn dochter heeft wel geaccepteerd dat er veel tijd opging aan crisissen maar leuk was dat niet altijd. De telefoon bleef vaak maar gaan, ook op mijn vrije dagen. In de Corona periode vanaf maart heeft het ons als team van de Wijboom veel tijd en energie gekost om alle kinderen in beeld te krijgen en te houden. Er werden telefoontjes door de leerkrachten gepleegd, mails gestuurd en er werd contact gelegd via Social Schools. Als dat niet lukte pakten we het als MT op. Ook werden er soms huis(deur) bezoeken afgelegd om bijvoorbeeld materiaal af te geven. De Wijboom doet mee aan de Pilot Proeftuinen. We hebben altijd veel steun aan onze jeugdverpleegkundige Eveline Hoekman. Helaas kreeg zij ook veel andere taken in verband met Corona, waardoor we minder contact konden hebben. Wel kregen we meer te maken met de jeugdarts die bijvoorbeeld mensen in risicogroepen kon oproepen.’ Samenwerking met de afdeling Leerplicht ‘We hebben veel aan leerplicht gehad. We kregen duidelijke richtlijnen vanuit leerplicht en als IB-er kon ik ook terecht als we op school even niet wisten hoe te handelen. Dan gaf de leerplichtambtenaar 13
tips waar we echt mee uit de voeten konden. We hebben in één casus waarin ouders hoge eisen stelden aan de school veel ruggensteun ervaren van de leerplichtambtenaar. In een periode van overvraging was dit heel prettig. De samenwerking met leerplicht is prima!’ Komend schooljaar IB-er Marieke heeft het idee dat het nog wel heftiger wordt wat betreft Corona. Scholen hoeven, denkt ze niet dicht maar met veel zieke medewerkers hou je de school niet overeind. Marieke: ‘We zijn dus niet zo zeer bang voor een sluiting vanuit Den Haag. Het gevaar zit hem in leerkrachten die ziek worden. De sneltest-straat is ook snel vol. Vervanging van een leerkracht op de eerste dag krijgen we vaak niet rond. Op de tweede dag kan dat nu vaak nog wel. We kunnen maar één klas in onze school verspreiden over de andere klassen, wanneer de eigen leerkracht er niet is. We houden de absenties goed bij. Wekelijks checken we de ziekmeldingen. Wanneer kinderen meer dan 2 dagen ziek zijn gemeld of met een onduidelijke reden, wordt er direct contact gelegd met ouders. Sommige ouders vinden dit vervelend maar we proberen uit te leggen dat het uit zorgvuldigheid is. De verwachting die we hebben is dat er werk aan de winkel is komend schooljaar. We hebben gelukkig niet heel veel ouders die kampen met zorgen om Corona of die last hebben van angsten. Dat viel in de vorige periode erg mee.
Wanneer er toch ouders en of kinderen zijn met zorgen of angsten, verwacht ik dat we dit snel in beeld zullen hebben. We hopen van leerplicht feedback te krijgen op wat het juiste is om te doen – bijvoorbeeld als een leerling langer ziek is of als we niet weten hoe te handelen. We krijgen dan graag advies. Dit heb ik vorig schooljaar als zeer prettig ervaren. Mijn ervaring is dat we elkaar goed weten te bereiken. Ook merk ik hoe fijn het is om van elkaar te weten wat je rol is. Leermiddelen en kansenongelijkheid. Marieke geeft aan dat de Wijboom ongeveer 50 Chromebooks heeft uitgeleend: ‘Ouders moesten verklaringen tekenen en borg betalen. Maar dat laatste hebben we snel laten varen. Sommige gezinnen hebben erg weinig te besteden en konden de borg niet opbrengen. Nu was het uitlenen een tijdelijke oplossing voor de thuisblijf periode in de Corona tijd. Inmiddels krijgen we weer vragen van ouders om opnieuw een Chromebook te lenen. Helaas kunnen we de Chromebooks nu niet uitlenen. We hebben die nodig om onze lessen te kunnen geven. Echter, wanneer een leerkracht thuis is (in verband met de richtlijnen van het RIVM) kan zij wel online lesgeven aan de kinderen. Dat kan alleen wanneer kinderen de beschikking hebben over een device. Ook wanneer kinderen in quarantaine moeten, zouden ze digitaal aan kunnen sluiten in de klas, zolang er een device thuis beschikbaar is.
Zolang het beschikking hebben over een device niet voor alle gezinnen haalbaar is, groeit de kansenongelijkheid van kinderen. Als school hebben we deze vraag nu neergelegd bij onze externe zorgpartners. Mogelijk kunnen zij hierin iets betekenen voor deze gezinnen. Ik maak mij hier echt grote zorgen over. We hebben als school ook wel over pakketjes op papier nagedacht, die thuis liggen wanneer de leerkracht uitvalt, maar de vraag is hoe je die pakketten actueel houdt. We willen echt niet dat leerlingen een achterstand ontwikkelen. Het is een enorme organisatie die gemoeid gaat met deze vraagstukken. We zijn nu bezig om een noodprogramma op te zetten voor het geval we weer dicht moeten of deels dicht moeten. Uitgeverijen hadden tijdens de Coronasluiting de digitale licenties opengezet voor thuisonderwijs. Maar deze licenties kunnen we nu (nog) niet inzetten. Mijn zorgen zitten in de vraag of we elk kind zo een gelijke kans kunnen bieden en ik ben bang dat dat eigenlijk niet zo is.
14
Koning Willem I College
Peter van Roosmalen werkt als beroepspraktijk vorming (BPV)- en stageconsulent op de entree opleiding aan het Koning Willem I College in Den Bosch.
Peter: ‘Ik begeleid leerlingen van de beroeps opleidende leerweg (BOL) en de beroeps begeleidende leerweg (BBL) op hun werkplek met hun BPV. Studenten krijgen een BPV boek waar de werkprocessen in staan die ze moeten aanleren in de praktijk. Tijdens de intelligente lockdown gebeurde er iets vreemds. Waar ik normaal intensief persoonlijk contact heb met studenten en hun werkgevers, lag nu ineens alles stil. Vanuit de afdeling hebben we toen gewacht op een Servicedocument vanuit de MBO-Raad. Dankzij dit document hebben we kaders gekregen om verantwoord te kunnen besluiten welke studenten in aanmerking kwamen voor een diploma. Gelukkig hebben de meeste studenten hun diploma behaald. Enkele studenten hebben een half jaar uitstel gekregen om hun diploma alsnog te kunnen behalen. Onderwijs tijdens Corona ziet er anders uit. BOL studenten komen twee keer een halve dag naar school, daarnaast werken ze online vanuit huis. We merken dat het een grotere uitdaging is om de verbinding te leggen en te houden met studenten. Vooral met de studenten die moeite hebben hun motivatie te behouden. We doen er in ieder geval alles aan om in contact te blijven; live, via Teams en desnoods via ouders. Krijgen we geen contact? Dan schakelen we direct met ons netwerk; leerplicht, de buurtcoach etc.
In deze tweede golf zien we het aantal stage en BBL werkplekken in de sectoren die hard geraakt zijn verder afnemen. Normaal verwachten we van studenten dat zij, onder begeleiding van de mentor , zelf een stage zoeken. Nu ondersteunen we ze daar vanuit de afdeling nog intensiever bij. We vragen bijvoorbeeld aan erkende bedrijven die normaal niveau 3 en 4 studenten een plek bieden nu ook niveau 1 studenten een kans te geven. Gelukkig zijn er best wat bedrijven bereid om mee te denken. Wat ook helpt is de goede samenwerking met het S-BB, Actieplan Leerbanen (APL) en de jobcoaches. Onze studenten vragen net wat meer tijd van een werkgever. Juist nu kan de begeleiding van een jobcoach ervoor zorgen dat een jongere zijn BBL-baan kan behouden.’
15
De Noodopvang voor het Onderwijs tijdens Corona
Voortgezet
Marlies is als ‘broekie’ van 21 terechtgekomen in Den Bosch in het jeugdwerk dat destijds kinder- en tienerwerk heette. Ze begon met een schoolverlaters-project en werkte direct samen met leerplicht, sport en de collega’s van Divers. In de samenwerking met leerplicht veranderde de rol van jongerenwerker mettertijd. Maar ook zag ze rol van Leerplicht veranderen. Daar waar leerplicht voorheen actiever in de wijken was en later weer meer aanwezig was via de scholen ziet Marlies dat Leerplicht nu weer een stap naar voren doet. Momenteel is ze werkzaam bij Farent Sociaal Werk en is ze Stedelijk Coördinator voor Powerup073. Wat haar aantrekt in haar functie is dat geen enkele dag is hetzelfde is. Ze begint nooit op dezelfde tijd en ze is ook niet per se om 17.00 uur klaar. Ze heeft verschillende overleggen maar altijd op andere inhoud – soms strategisch en soms op activiteiten - en geregeld op andere plekken. Hoewel het er nu wel anders uitzien vanwege Corona. Marlies Molenaar
Nathalie Cosentino is bij Farent begonnen als schoolmaatschappelijk werker op het voortgezet onderwijs en daar was zij vaak naast haar reguliere werkzaamheden al bezig met themadagen zoals Respect Me, Don’t SeXt Me, collectieve preventie, Social Club en gedragstrainingen. Toen kwamen er bij Powerup uren vrij om van de randzaken haar hoofdtaak te maken. Zodoende kwam zij bij Powerup073 terecht. Nathalie is nog steeds bij het schoolmaatschappelijk werk betrokken in het primair onderwijs. Marlies je bent medeverantwoordelijk geweest voor het opzetten van de noodopvang, kun je daar iets over vertellen? Het initiatief voor de noodopvang is gekomen vanuit het onderwijs en hiervoor hebben zij Powerup073 benaderd. Ze hebben ons gevraagd of wij een aanbod konden bedenken voor jongeren in de middag van 12.00 tot 14.00 uur. Het ochtendprogramma werd gecoördineerd door het onderwijs. Ik heb deze vraag toen intern bij Rinske, een buurtsportwerker van ons, neergelegd. Zij is toen gaan nadenken over ‘wat gaan we doen?’ en Nathalie [Cosentino] heeft o.a. de verbinding met het maatschappelijk werk gelegd.
Tussen 09.00 en 12.00 uur waren er docenten aanwezig en vanaf 12.00 uur hebben onze jongerenwerkers en sportwerkers samen met de combinatiefunctionarissen voortgezet onderwijs (‘SPORT gemeente ‘s-Hertogenbosch) en de jongerenwerkers van De Poort en Hambaken Connect het middagprogramma van de Noodopvang georganiseerd. Op een gegeven moment kwam er een rooster van wie, wanneer werkte en het aanbod erbij. Uiteindelijk is de opvang na het carnaval snel opgezet en gestart met 6, 7, 8 leerlingen. Toch was het lastig om meer leerlingen naar de Opvang te krijgen. Want wie is dan die kwetsbare leerling? En hoe benader je de leerling en de ouders? Zo van, je bent een kwetsbare leerling? Dat vond iedereen best lastig. Hoe maak je bespreekbaar dat er iets is voor de leerling? Nu leek er een opvang opgetuigd die nauwelijks benut werd. Uiteindelijk heb ik het initiatief genomen om een flyer te maken. Marelle heeft deze aangevuld en mooi vormgegeven en via Henny 16
Wibbelink van de gemeente is de flyer vertaald in drie talen: Engels, Arabisch en Tigrinya. Deze flyer is verspreid naar alle zorgpartners die ook contact hadden met risicogezinnen. Uiteindelijk groeide de opvang hierdoor naar 32 leerlingen. Nathalie, wat was de opzet van de Noodopvang? De directie van de Bossche Vakschool heeft de kar getrokken om scholen te betrekken en om leerkrachten aan te trekken aangezien de leerlingen van allerlei verschillende scholen kwamen. Ze werden aangemeld door de zorgcoördinatoren en vanwege Corona ingedeeld in groepjes van 5 of 10 leerlingen. Er werd één docent ingedeeld op een klasje. De leerlingen van dezelfde school werden zoveel mogelijk bij elkaar gezet omdat zij vaak op dezelfde tijden hun online lessen hadden. Er was school tot 12 uur. Onder schooltijd gingen er groepjes leerlingen die minder online les hadden en sneller klaar waren met huiswerk helpen koken voor de lunch. Vanaf 12.00 uur konden leerlingen aangeven wat ze graag wilden doen. In de ochtend werd er geïnventariseerd wat de leerlingen in de middag, na de lunch, graag wilden doen zodat PowerUp073 daar de juiste mensen en activiteiten voor kon inplannen. Dat was eigenlijk heel breed van een sportactiviteit tot aan een huiswerkactiviteit. Sommige leerlingen hadden ’s middags ook online lessen. Dan werd er geturfd en vervolgens werden op die activiteiten jongerenwerkers gezet.
Met de docenten hielden we elke ochtend en elke middag een briefing. En de jongerenwerkers van PowerUp073 deden dit voor en na hun activiteiten. Marlies heeft de Coronaperiode als heel dubbel ervaren. Voor haar was het een bizarre en heftige periode. Het heeft haar veel gedaan als professional. Als jongerenwerker moet je continue signaleren wat er gebeurt en daar vervolgens weer op reageren, anticiperen. Wij hadden de maandag na de lockdown op zondag al geregeld dat wij - de jongerenwerkers - terwijl iedereen thuis moest blijven de straat op konden. Er was een stedelijk team van jongerenwerkers gevormd die ambulant gingen. Iets later kwam de noodopvang en ons online activiteitenprogramma hadden we binnen een week rond. Daarnaast gingen medewerkers de wijk in of online. Dit was niet lastig voor Powerup073 ondanks dat we moesten pionieren. Ik heb gezien hoe snel mijn collega’s konden omschakelen. Ik wist het al maar dit bevestigde het weer. We zijn flexibel en we kunnen snel anticiperen en de juiste keuzes maken. We zijn proactief en kunnen hier anderen bij betrekken. Wat vooral mooi was, was de goeie samenwerking. Er is heel snel geschakeld en in no time is de Opvang uit de grond getrokken. Mijn complimenten aan de Bossche Vakschool – als kartrekker.
Werktechnisch was dit bijzonder maar al die mensen die door Corona overleden zijn, en de omstandigheden daaromheen gecombineerd met het bijbehorend verdriet, dat blijft gewoon heel erg en heftig. Op welke manier denkt Marlies dat de jongerenwerkers een verschil hebben gemaakt voor de leerlingen tijdens Corona? Als met name dit stuk ambulant er niet was geweest hadden we zeker meer escalaties gehad op straat tussen jongeren en handhavers. Ik denk dat er dan meer onbegrip was geweest over Corona en de lockdown. Er waren een hoop broodje aap verhalen en die konden we relativeren. We gingen bijvoorbeeld met een centimeter de straat op om te laten zien wat anderhalve meter is. We hebben een filmpje gemaakt om uit te leggen wat er nu allemaal gaande is, waarom die lockdown er was en bijvoorbeeld heel simpel dat je geen hand moest geven en dat je moest hoesten in je elleboog. De rol van de jongerenwerker is anders dan die van de politie. Soms hangen jongeren wel even samen maar dat is omdat ze de mogelijkheden thuis niet hebben. Ze hebben geen eigen tuin of wonen met velen uit verschillende gezinnen samen in een appartementje. De jongeren hadden dan die ruimte nodig om naar buiten te kunnen. Voor sommige jongeren is de jongerenwerker heel laagdrempelig.
Er waren veel andere initiatieven zoals het initiatief ‘Crew Against Corona’ die boodschappen deden of kaartjes schreven naar mensen die zich alleen voelden. Of een online challenge gerelateerd aan de Ramadan. 17
In de zomervakantie is de Bossche Talentschool georganiseerd. Een soort zomerschool voor een week. Dat was een mooi vervolg van de Noodopvang. Wat heel mooi is, is dat het onderwijs en het welzijnswerk elkaar gevonden hebben. De beeldvorming rondom jongerenwerk is veranderd. Het is niet meer zo van ‘ze doen maar wat’ maar men komt erachter het jongerenwerk een vak is en dat er gewerkt wordt via bepaalde methodes en dat ze heel makkelijk aansluiten bij de jongeren. Nathalie je gaf aan dat je blij was dat je op locatie mocht werken, hoe heb jij verder de Coronatijd als professional beleefd? Ik was eigenlijk heel blij dat ik nuttig en dankbaar werk mocht doen. Ik heb veel saamhorigheid ervaren met mijn collega’s. Het was niet verplicht om op locatie te werken. Maar op locatie werkte je samen met hele betrokken mensen. De docenten konden zelf aan geven of ze mee wilden draaien of liever thuis wilden werken. Dus je werkte echt met mensen die dit wilden doen en die dit deden vanuit passie. Leraren waren betrokken bij de leerlingen los van het eigen vak. De leerlingen waren vooral blij dat ze niet de hele dag thuis hoefden te zitten. Je werkte met een hele andere doelgroep dan normaal. Er hing een fijne en gemoedelijke sfeer en de leerlingen hadden een verantwoordelijkheid richting school. De leerlingen waren dankbaar dat ze ergens deel van uit mochten maken.
Het ging hier om jongeren met een moeilijke en kwetsbare thuissituatie. Bij het jongerenwerk komen doorgaans voornamelijk vmbo-leerlingen die veel buiten zijn en nu waren het leerlingen van verschillende scholen die ook veel bezig waren met studeren. Nathalie maakt zich zorgen om de sociale ontwikkeling van de jongeren. Als de scholen openblijven dan denk ik dat het ok is maar het hoort bij de leerling om op zoek gaan te naar zichzelf. Het wordt lastig als ze er niet uit mogen en niet samen mogen komen. Ze hebben vooral behoefte aan een uitlaatklep en als dat er niet is worden de verkeerde dingen gekozen. Daar maak ik me wel zorgen over. We hebben ons gericht op de kwetsbare doelgroep. Zij waren heel blij dat ze welkom waren en dat ze een dagbesteding hadden. Ik heb tijdens de Opvang vriendschappen zien ontstaan en sommigen wilden langer blijven terwijl het sluitingstijd was. Ze waren bezig met hun ontwikkeling. Alles was verder dicht en er was nog heel veel onduidelijk. Jongeren mochten alleen maar thuiszitten. En als dat te lang duurt kunnen er bij jongeren depressieve klachten en eenzaamheid ontstaan en ik denk dat we dat voor een gedeelte hebben kunnen opvangen. In de carnavalsvakantie willen we net als in de Bossche Zomer, een nieuwe Bossche Talentweek organiseren.
Het staat nog niet vast maar het streven is er en we willen dit weer samen met ‘Ondernemend Onderwijs’ en de Bossche Vakschool doen. Marlies, op welke manier heeft Leerplicht een rol gespeeld? Hebben jullie contact gehad met leerplichtambtenaren? Leerplicht is op een gegeven moment huisbezoeken gaan afleggen samen met mijn collega’s van het schoolmaatschappelijk werk en de GGD. Dit was meer een samenwerking tussen het onderwijs en hun zorgadvies partners. Wij vanuit PowerUp073 hebben daar minder een rol in gehad op de JPP-er soms na. De JPP-er is een maatschappelijk werker die juist gericht is op jongeren die niet tot weinig gemotiveerd is voor hulp. Marlies geeft aan dat jij – Nathalie - een leerling had die je is bijgebleven, klopt dat? We hadden ook muziekactiviteiten en dan gingen de jongeren bijvoorbeeld onder begeleiding een rap schrijven. Er was een jongen die kwam vanwege zijn thuissituatie. En toen bleek dat hij ontzettend goed kon rappen. We gaven hem dan wat woorden en dan verzon hij ter plekke de rapteksten. Hij deed dit supersnel. En dan gaf ie zomaar vanuit het niets een optreden. Zo heeft hij uiteindelijk ook opgetreden voor de wethouder in de gymzaal.
18
T.O.M.@Work is een pilot waarin jongeren in de leeftijd van 23 tot 27 jaar worden begeleid op hun weg naar een vervolgstap binnen het onderwijs en/of werk. Pascal Coehorst en Marijke Mahieu begeleiden dit traject. In dit interview vertellen ze over hun samenwerking, de jongeren en hun toekomstvisie. Pascal werkte hiervoor als RMC jobcoach en Marijke werkte bij T.O.M., RMC en Leerplicht. Beiden zijn ze enorm gepassioneerd en dat pakt goed uit voor deze jongeren.
Marijke en Pascal
Marijke: ‘We willen ervoor zorgen dat jongeren een bepaalde zelfstandigheid krijgen. Het grootste deel van de jongeren wil werken en al doende groeien en ontdekken wat ze interessant vinden. Zonder initiatieven als T.O.M.@Work zouden deze jongeren vanzelf in een uitkering komen en een grotere afstand tot de arbeidsmarkt krijgen. Vergeleken met het reguliere T.O.M. traject hebben we het volwassen zijn meer meegenomen. We bekijken met de jongeren in hoeverre ze hun zaken op orde hebben en waar nog aan gewerkt moet worden. Dat zijn soms al hele grote stappen. We maken de deelnemers zelf verantwoordelijk voor het programma. Aanmeldingen worden o.a. gedaan door Weener XL. Als het de werkconsulent bijvoorbeeld niet lukt een jongere aan het werk te krijgen, kan hij deze jongere aanmelden voor een traject. De samenwerking verloopt goed. We houden de werkconsulenten op de hoogte van de voortgang van de jongere. En als het nodig is kunnen we gebruik maken van de contacten die de werkconsulent heeft, bijvoorbeeld bij het vinden van een werk(ervarings)plek. Pascal: ‘Vanmorgen stond loopbaan op de planning. Normaal werken we tijdens dat vak vanuit een boek. Maar in gesprek met de jongeren kwamen er allerlei onderwerpen naar voren die we aan dit vak konden koppelen, dat hebben we ook gedaan. Werken vanuit wat er bij de jongeren leeft, dat werkt.
Het is ook belangrijk om stil te staan bij waar bepaald gedrag vandaan kan komen. Een van onze jongeren wilde in het begin van zijn traject nergens aan meedoen. Achteraf bleek de oorzaak daarvan te liggen bij de schaamte die hij had. Hij had bijvoorbeeld nog nooit gekookt en was bang om fouten te maken omdat hij niet voorschut wilde staan. Inmiddels staat deze jongere met plezier te koken hoor. Het leuke aan deze (oudere) doelgroep is dat je duidelijk merkt dat ze ook in een andere levensfase zitten. Daardoor kun je ze makkelijker aanspreken op verantwoordelijkheid’ Marijke: ‘Naast onzekere jongeren zien we ook jongeren die impulsief zijn, geen ritme hebben of zich niet aan afspraken kunnen houden. Maar een van onze jongeren kampt met depressieve klachten. Hem helpen we vooruit door te focussen op wat hij goed kan. We zien hem groeien.
19
Het is me ook opgevallen dat jongeren regelmatig vragen of ze hier af en toe mogen blijven komen wanneer ze (weer) aan het werk zijn. Een van de jongeren vroeg dit omdat hij pakketten wil gaan bezorgen. Maar bij dat werk komt ook tijdsdruk kijken. Hij heeft er behoefte aan om op momenten van stress met ons te bespreken waar hij tegenaan loopt, zodat hij dit zelf weer kan bespreken met zijn werkgever. Natuurlijk stopt het traject hier niet zodra een jongere uitstroomt naar arbeid. Nazorg is ook onderdeel van het traject.’ Pascal: ‘Deze pilot is een succes omdat we jongeren hoe dan ook verder helpen. Veel jongeren vinden na hun traject zelfstandig hun weg verder in de maatschappij. Maar als we bij een jongere moeten concluderen dat werk te hoog gegrepen is dat is dat ook winst.’
20
Feiten en cijfers De cijfers die zijn opgenomen in dit jaarverslag zijn niet in alle gevallen goed te vergelijken met de cijfers van voorgaande jaren. Dit wordt per onderwerp nader toegelicht. Preventie Leerplicht gelooft dat pro actief en preventief werken loont. Daarom is leerplicht samen met de GGD ook binnen het primair onderwijs (PO) met een preventieve aanpak gestart. in schooljaar 2017-2018 was dat in pilotvorm met 16 scholen. Vanaf schooljaar 2019-2020 breiden leerplicht en de GGD de aanpak uit met 10 scholen per jaar naar een stedelijke aanpak. PO scholen waarvoor de preventieve aanpak geldt meldden in schooljaar 2019-2020 83% leerlingen meer bij leerplicht ten opzichte van schooljaar 2018-2019. Terwijl scholen waarvoor de preventieve aanpak niet geldt 3% minder leerlingen bij leerplicht meldden ten opzichte van schooljaar 2018-2019. Dankzij de preventieve aanpak hebben we kinderen eerder in beeld. Hierdoor worden achterliggende problemen eerder aangepakt, op het moment dat ze nog lichter van aard zijn. Hiermee kunnen we inzet van zwaardere zorg voorkomen. Relatief verzuim leer- en kwalificatieplichtigen Relatief verzuim houdt in dat leerlingen de school of instelling waar zij staan ingeschreven niet geregeld bezoeken. Ouders/verzorgers en leerlingen van 12 jaar of ouder zijn verantwoordelijk voor geregeld schoolbezoek.
Er zijn verschillende categorieën relatief verzuim. Scholen zijn verplicht om wettelijk verzuim van zestien uur of meer binnen vier weken te melden. Is een leerling vier weken aaneengesloten ongeoorloofd afwezig? Dan spreken we van langdurig relatief verzuim. Wanneer ouders hun kind buiten de schoolvakanties mee op reis nemen zonder toestemming van de schooldirecteur spreken we van luxeverzuim. Overig verzuim is een verzamelnaam voor het ongeoorloofde verzuim dat nog niet aan de wettelijke norm voldoet, maar door school wel aan leerplicht wordt gemeld. Bijvoorbeeld omdat de interventies van school het verzuim niet hebben gestopt. In schooljaar 2019-20120 onderzocht de gemeente ’s-Hertogenbosch 1330 meldingen van relatief verzuim over 972 leer- en kwalificatieplichtige leerlingen. Daarvan zijn 529 meldingen over 492 leerlingen gedaan vanaf het moment dat de scholen sloten tot aan de zomervakantie.
Verzuimmeldingen over 5 schooljaren 21
1600 1359
1400 1200 922
1000
787
800
664
618
543
600 400 200
190
135
110
166
0 aantal meldingen 2015-2016
aantal meldingen 2016-2017
aantal meldingen 2017-2018 5-12 jaar
aantal meldingen 2018-2019
aantal meldingen 2019-2020
13-17 jaar
Leerlingen met verzuim over 5 schooljaren 700
629
600
541 486
500
485
468
431
400 300 200 101
109
130
127
100 0 aantal leerlingen 2015-2016
aantal leerlingen 2016-2017
aantal leerlingen 2017-2018 5-12 jaar
aantal leerlingen 2018-2019
aantal leerlingen 2019-2020
13-17 jaar
Wat valt op? In schooljaar 2019-2020 zien we een grote stijging in het aantal unieke 5 tot en met 12 jarige leerlingen met verzuim. En een grote stijging van het aantal verzuimmeldingen over leerlingen in die leeftijdscategorie. Enkele weken na de sluiting van de scholen startte het onderwijs op afstand. In die periode heeft leerplicht zich hard gemaakt voor het recht op onderwijs en ontwikkeling voor ieder kind. Alle gezinnen waarin het kinderen onvoldoende lukte om het onderwijs te volgen heeft leerplicht bezocht. Waar de situatie daarom vroeg is er gezocht naar oplossingen zodat het kind wel weer kon meedoen. Bijvoorbeeld door het faciliteren van een laptop, of door een kind aan te melden voor noodopvang.
22
Thuiszitters Het begrip thuiszitters is overkoepelend begrip voor 3 begrippen. Namelijk: - Langdurig relatief verzuim: kinderen die langdurig relatief verzuimen bezoeken de school waarop ze staan ingeschreven 4 weken of langer niet. - Absoluut verzuim: kinderen die niet staan ingeschreven op een school. - Vrijstelling op lichamelijke/psychische gronden: Deze kinderen gaan niet naar school omdat zij daar lichamelijk en/of psychisch niet toe in staat zijn. De gemeente, het onderwijs, GGD en schoolmaatschappelijk werk en de Samenwerkingsverbanden voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs werken samen in het terugdringen van het aantal thuiszitters. De ambitie gesteld in het landelijke thuiszitterspact is hoog: in 2020 geen enkel kind dat langer dan drie maanden thuiszit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Ondanks dat het aantal thuiszitters dat terug naar school gaat groeit, groeit ook de groep kinderen die langer dan 3 maanden thuiszitten zonder aanbod van passend onderwijs en/of zorg. Daarom zijn er binnen team leerplicht 2 regisseurs aangesteld die zich zullen richten op het behalen van de ambitie, met een aanpak waarin het kind centraal staat. Doorlooptijd thuiszitters 2019-2020