CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Wijzigingstabel 9e wijziging APV 2016

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: 9e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 201617.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Wijzigingstabel Algemene Plaatselijke Verordening ’s-Hertogenbosch 2016

1

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

APV 2016 Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. openbare plaats: a. de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet af sluitbaar zijn; b. andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet af sluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de af sluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn af gesloten; c. de openbare, voor een ieder toegankelijke parkeerterreinen en parkeergarages; d. de weg als bedoeld onder 2. 2. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; 3. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; 4. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de grenzen zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet;

APV 2016 negende wijziging Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. 2. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A. bij de Omgevingswet; 3. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; 4. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A, bij de Omgevingswet; 5. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; 6. college: het college van burgemeester en wethouders; 7. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage A, bij de Omgevingswet; 8. groepsfiets: een door meerdere personen door trapaandrijving voortbewogen f iets waarop, naast de bestuurder, drie of meer personen kunnen plaatsnemen; 9. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

➢ ➢

➢

➢

Toelichting Het artikel is gerangschikt in alf abetische volgorde. Lid 2 is conf orm de Omgevingswet nieuw toegevoegd. Lid 3 is conf orm de Omgevingswet aangepast. “Artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” wordt “Omgevingswet”. De def inities bij 5, 6, 10, 13 en 16 zijn nieuw toegevoegd.

2

5. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heef t krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; 6. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 7.gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Woningwet; 8. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; 9. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 10. groepsf iets: een door meerdere personen door trapaandrijving voortbewogen f iets waarop, naast de bestuurder, drie of meer personen kunnen plaatsnemen. 11. vaartuig: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat f eitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water. 12. woonboot: een vaartuig dat aan romp en opbouw herkenbaar is als schip en dat hoof dzakelijk wordt gebruikt voor en is bestemd tot woon- en nachtverblijf .

10. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 11. omgevingsvergunning: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A bij de Omgevingswet. 12. openbare plaats: a. de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, welke uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet af sluitbaar zijn; b. andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet af sluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de af sluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn af gesloten; c. de openbare, voor een ieder toegankelijke parkeerterreinen en parkeergarages; d. de weg als bedoeld onder 17; 13. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; 14. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 15. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heef t krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

3

Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of onthef f ing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn met ten hoogste acht weken verlengen, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in deze verordening andere beslistermijnen zijn vastgesteld en niet voor de beslissing op een aanvraag ter verkrijging van een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2:3, 2:5 en 4:7 van deze verordening.

16. vaartuig: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat f eitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water; 17 voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van trams en kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; 18. uitweg: een verbinding tussen particulier terrein en de openbare weg die geschikt is voor gebruik door gemotoriseerd verkeer. 19. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; 20. woonboot: een vaartuig dat aan romp en opbouw herkenbaar is als schip en dat hoof dzakelijk wordt gebruikt voor en is bestemd tot woon- en nachtverblijf ; Artikel 1:2 Beslistermijn 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in deze verordening andere beslistermijnen zijn vastgesteld. 4. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

➢

➢

In lid 3 wordt geschrapt “en niet voor de beslissing op een aanvraag ter verkrijging van een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2:3, 2:5 en 4:7 van deze verordening”. Dat volgt namelijk ook uit het toegevoegde lid 4. Toevoeging lid 4 i.v.m. technische aanpassing APV aan Omgevingswet.

4

Artikel 1:3 Indiening aanvraag 1. Indien een aanvraag om een vergunning of onthef f ing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of onthef f ing nodig heef t, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. Deze bepaling geldt niet voor aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zoals genoemd in het vorige artikel. 2. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of onthef f ingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken. Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of onthef f ing kunnen voorschrif ten en beperkingen worden verbonden. Deze voorschrif ten en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of onthef f ing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of onthef f ing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet. 2. Het bepaalde in lid 1 geldt niet ten aanzien van omgevingsvergunningen als bedoeld in de artikelen 2:3, 2:5 en 4:7.

Artikel 1:3 Indiening aanvraag 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

➢

Toevoeging lid 3 i.v.m. eenduidige f ormulering.

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

➢

Toevoeging lid 3 conf orm modelAPV van Vereniging van Nederlandse Gemeenten Omgevingswet.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 2. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

➢

Wijziging lid 2 i.v.m. eenduidige f ormulering.

5

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing of ontheffing De vergunning of onthef f ing kan worden ingetrokken De vergunning of onthef f ing kan worden ingetrokken of gewijzigd: of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of d. indien van de vergunning of onthef f ing geen onvolledige gegevens zijn verstrekt; gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een b. indien op grond van een verandering van de daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken omstandigheden of inzichten opgetreden na het van een gestelde termijn, binnen een redelijke verlenen van de onthef f ing of vergunning, intrekking termijn. of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de e. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt. belangen ter bescherming waarvan de vergunning of 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een onthef f ing is vereist; omgevingsvergunning c. indien de aan de vergunning of onthef f ing verbonden voorschrif ten en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.

indien van de vergunning of onthef f ing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; voor de omgevingsvergunningen als bedoeld in de artikelen 2:3, 2:5 en 4:7 bedraagt deze termijn 26 weken na het van kracht worden van de desbetreffende omgevingsvergunning; e. indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt. Artikel 1:7 Termijnen Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of onthef f ing geldt voor 2. De aard van de vergunning of ontheffing onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onthef f ing anders is bepaald of de aard van de onbepaalde tijd als het aantal vergunningen vergunning of onthef f ing zich daartegen verzet. of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden Artikel 1:8 Weigeringsgronden

➢

➢

➢

Toevoeging: ”of gedurende” in overeenstemming met de ModelAPV. Toevoeging tweede lid conf orm model-APV van Vereniging van Nederlandse Gemeenten Omgevingswet. Daarmee komt de bepaling m.b.t. de termijn van 26 weken in lid 1 sub d. te vervallen.

➢

Toevoeging tweede lid in overeenstemming met de ModelAPV van Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

➢

Toevoeging tweede lid in overeenstemming met de Model-

6

De vergunning of onthef f ing kan door het daartoe bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu.

2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

APV van Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Artikel 1:9 Lex silencio positivo 1. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve f ictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening:

Artikel 1:9 Lex silencio positivo 1. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve f ictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening:

Lid 1: ➢ Artikel 5:2 De titel is veranderd. Lid 2: ➢ Artikel 2:3 De titel is veranderd. ➢ Artikel 2:4 De titel is veranderd.

- Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. - Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen - Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. - Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen - Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen - Artikel 5:10 Aantasting groenvoorziening door voertuigen - Artikel 5:11 Inzamelen van geld of goederen - Artikel 5:24 Varen op openbaar water - Artikel 5:26 Beperking verkeer in natuurgebieden

- Artikel 5:2 Bedrijf smatig parkeren en stallen van voertuigen

2. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve f ictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening:

2. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve f ictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de volgende artikelen in deze verordening: - Artikel 2:3 (Omgevings-)vergunning voor voorwerpen of stof f en op, aan of boven een openbare plaats - Artikel 2:4 Vergunning voor het beschadigen en veranderen van een weg

- Artikel 2:3 (Omgevings-)vergunning voor voorwerpen of stof f en op, aan of boven de weg,

7

indien de vergunning niet wordt verleend als omgevingsvergunning - Artikel 2:4 Vergunning voor het beschadigen en veranderen van een weg, indien de vergunning niet wordt verleend als omgevingsvergunning - Artikel 2:10 Evenementenvergunning - Artikel 2:10d Onthef f ing voor niet aangemelde evenementen - Artikel 2:24 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren - Artikel 3:4 Vergunning seksinrichting - Artikel 4:4 Overige geluidhinder - Artikel 4:9 Kampeermiddelen buiten kampeerterreinen - Artikel 5:12 Venten e.d. - Artikel 5:14 Standplaatsvergunning - Artikel 5:27 Verbod af valstof f en te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.

Hoofdstuk 2 Openbare orde Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden APV 2016 Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, te vechten, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

APV 2016 negende wijziging Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 3. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare orde of de (verkeers)veiligheid, ter voorkoming van wanordelijkheden of een ander algemeen belang zijn af gezet. 4. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling of waarbij redelijkerwijs kan worden

➢

➢

Toelichting De belangen uit art. 2:1 lid 3 zijn aangevuld met “in het belang van de openbare orde of de (verkeers)veiligheid”, en “of een ander algemeen belang”. Lid 4 nieuw toegevoegd.

8

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geef t tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of een Buitengewoon opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet. 4.De burgemeester kan onthef f ing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5.Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manif estaties.

aangenomen dat men daarmee bij een evenement de orde wil verstoren.

Afdeling 3 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen APV 2016 Af deling 3 Bruikbaarheid en aanzien van de weg

Artikel 2:3 (Omgevings-)vergunning voor voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg 1. Het is verboden zonder vooraf gaande vergunning van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke f unctie daarvan. 2. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:

APV 2016 negende wijziging Af deling 3 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:3 (Omgevings-)vergunning voor voorwerpen of stoffen op, aan of boven een openbare plaats 1. Het is verboden zonder vooraf gaande vergunning van het college een openbare plaats of een gedeelte ervan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke f unctie daarvan.

Toelichting

➢ Was “Bruikbaarheid en aanzien van de

➢ ➢ ➢ ➢ ➢

weg” wordt “Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen”. Aanpassing van de titel naar “een openbare plaats” Toevoeging van lid 3. Lid 6 is vervallen. Toevoeging van lid 7. Aanpassing van lid 8 conf orm de Omgevingswet.

9

a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf , hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Het college kan - naast de uitzonderingen genoemd in het vierde lid - categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt. 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover: 1. elk onderdeel zich meer dan 2.20 meter boven dat gedeelte bevindt; en 2. elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0.50 meter van het voor het rijveerkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; en 3. elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1.50 meter buiten de opgaande gevel reikt; c.

de voorwerpen of stof f en, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor,

2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan een openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van een openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van een openbare plaats; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf , hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 meter breed en 2,2 meter hoog wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 meter breed en 4,2 meter hoog op de rijbaan voor fietsers en/of gemotoriseerd verkeer. 4. Het college kan - naast de uitzonderingen genoemd in het vijfde lid - categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt. 5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; b. zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover: 1.

elk onderdeel zich meer dan 2.20 meter boven dat gedeelte bevindt; en

➢

Aanpassing van ‘de weg’ naar ‘een openbare plaats’.

10

dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stof f en van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; d. voorwerpen of stof f en waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, tenzij dit op grond van het vijf de lid verboden is; e. plantenbakken, indien zij geen gevaar of hinder opleveren en voor zover: 1. er maximaal twee plantenbakken per pand aanwezig zijn; 2. de plantenbak tegen de gevel geplaatst is; 3. de lengte- en breedtemaat van de plantenbak niet meer dan 40 cm is; 4. de plantenbak maximaal 90 cm hoog is; 5. de plantenbak van maximaal 90 cm met beplanting maximaal 120 cm hoog is. f . zover elders in deze verordening vergunning of onthef f ing voor het gebruik kan worden verleend of vergunning of onthef f ing kan worden verleend waarin het gebruik is inbegrepen. 5. Het is verboden op, in, over of boven de weg een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien: a. deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg; b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, of c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 6.

De in het eerste lid genoemde vergunning wordt als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag verleend indien het een activiteit betref t als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (opslag roerende zaken).

2. elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0.50 meter van het voor het rijveerkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; en 3. elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1.50 meter buiten de opgaande gevel reikt; c. de voorwerpen of stof f en, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stof f en van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; d. voorwerpen of stof f en waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, tenzij dit op grond van het zesde lid verboden is; e. plantenbakken, indien zij geen gevaar of hinder opleveren en voor zover: 1. er maximaal twee plantenbakken per pand aanwezig zijn; 2. de plantenbak tegen de gevel geplaatst is; 3. de lengte- en breedtemaat van de plantenbak niet meer dan 40 cm is; 4. de plantenbak maximaal 90 cm hoog is; 5. de plantenbak van maximaal 90 cm met beplanting maximaal 120 cm hoog is. f . zover elders in deze verordening vergunning of onthef f ing voor het gebruik kan worden verleend of vergunning of onthef f ing kan worden verleend waarin het gebruik is inbegrepen. 6.

Het is verboden op, in, over of boven een openbare plaats een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien: a. deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan een openbare plaats;

11

7. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Wet Milieubeheer, dan wel de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 2:4 Vergunning voor het beschadigen en veranderen van een weg 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant”.

Artikel 2:5 Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: a. Een uitweg te maken naar de weg; b. Van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. Verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In dit artikel wordt onder uitweg verstaan: een verbinding tussen particulier terrein en de openbare weg die geschikt is voor gebruik door gemotoriseerd verkeer.

b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van een openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, of c. een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van een openbare plaats. 7. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Omgevingsverordening Noord-Brabant of waterschapsverordening. Artikel 2:4 Vergunning voor het beschadigen en veranderen van een weg 4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Omgevingsverordening Noord-Brabant of Waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. Artikel 2:5 Omgevingsvergunning voor het maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a. Een uitweg te maken naar de weg; b. Van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. Verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: 1. De bruikbaarheid van de weg; 2.

Het veilig en doelmatig gebruik van de weg;

Aanpassing van lid 4 conf orm de Omgevingswet.

De def initie van “uitweg” in lid 2 wordt verplaatst naar artikel 1:1 Def inities. Lid 4: De wet beheer Rijkswaterstaatswerken en Waterschapskeur bestaan niet meer. Dit wordt aangepast in lid 4.

12

3.

Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van: 1. De bruikbaarheid van de weg; 2. Het veilig en doelmatig gebruik van de weg; 3. De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; 4. De bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement Noord-Brabant.

3.

3.

De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; 4. De bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, Omgevingsverordening Noord-Brabant of Waterschapsverordening.

Afdeling 4 Veiligheid van de weg APV 2016 Artikel 2:8 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2.Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1990, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

APV 2016 negende wijziging Artikel 2:8 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien in hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

2:8a Messen en steekwapens 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.

➢

Toelichting Lid 2 aangepast conf orm modelAPV van Vereniging van Nederlandse Gemeenten Omgevingswet 2022

➢ Invoeging nieuw artikel. Er wordt een verbod opgelegd om op door het college aangewezen openbare plaatsen messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. Dit artikel

13

2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

biedt aan boa's de mogelijkheid om messen en steekwapens die zij tijdens aanhoudingen / f ouilleren bij personen aantref f en, in te nemen. Het gaat dan om steekgerij die niet valt onder de Wet wapens en munitie, maar wel degelijk een gevaar vormen. Denk aan huis-, tuin- en keukenmessen. De mogelijkheid om deze in te nemen bestaat op dit moment niet. De bepaling strekt tot handhaving van de openbare orde en veiligheid in een aangewezen gebied. Met name door de aanwezigheid van messen en steekwapens terug te kunnen dringen. Deze bevoegdheid kan bijvoorbeeld worden gekoppeld aan het aanwijzen van een gebied waar preventief f ouilleren van kracht wordt (zogenoemd veiligheidsrisicogebied).

Afdeling 5 Toezicht op evenementen APV 2016 Artikel 2:9 Begripsbepaling 1.In deze af deling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: g. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manif estaties; a. bioscoopvoorstellingen; h. algemene kermissen als bedoeld in de Kermisverordening 's-Hertogenbosch 2018.

APV 2016 negende wijziging Artikel 2:9 Begripsbepaling 1.In deze af deling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manif estaties; b. bioscoopvoorstellingen; c. algemene kermissen als bedoeld in de Kermisverordening 's-Hertogenbosch 2018; d. schouwburg- en/of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 Wet milieubeheer,

➢ ➢ ➢

➢

Toelichting Opsomming is in alf abetische volgorde geplaatst. Sub d: aanvulling op de verwijzing naar de Wet milieubeheer. Lid 4 sub d: “categorie” vervangen door “evenement” i.v.m. eenduidige benaming. Lid 5 “categorie” vervangen door “classif icatie”.

14

b. schouwburg- en/of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer; c. voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:31, tweede lid; d. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; e. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; f. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; 2.Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op de weg; d. een f eest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan een openbare plaats; e. een vechtsportevenement. 3.In deze af deling wordt onder organisator verstaan: een natuurlijke persoon of in geval van een rechtspersoon, de bestuurder van deze rechtspersoon dan wel diens gevolmachtigde(n), die een evenement laat organiseren, organiseert of wenst te organiseren. 4.In deze af deling wordt onder behandelclassif icatie evenementen verstaan: de indeling van de verschillende evenementen op basis van de mogelijke risico's met betrekking tot de omgeving en het verkeer. De volgende evenementen worden onderscheiden: a. 0-evenement: evenement met een laag risicoprof iel, waarbij sprake is van een zeer beperkte impact op de directe omgeving en het verkeer, waarvoor geen vergunning hoef t te worden aangevraagd;

zoals die wet luidde direct vooraf gaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. e. voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:31, tweede lid; f. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; g. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; h. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; 4.d: C-evenement: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de openbare orde, de gemeente en/of regionale gevolgen voor het verkeer. 5.Onder evenementenkalender wordt in deze af deling verstaan een op basis van een door de raad vastgestelde beoordelingscriteria door het college vast te stellen lijst met evenementen in de classificatie A, B en C die in een kalenderjaar in aanmerking komen voor een evenementenvergunning.

15

b. A-evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de openbare orde, omgeving en het verkeer; c. B-evenement: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de openbare orde, directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer; d. C-categorie: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de openbare orde, de gemeente en/of regionale gevolgen voor het verkeer. 5.Onder evenementenkalender wordt in deze af deling verstaan een op basis van een door de raad vastgestelde beoordelingscriteria door het college vast te stellen lijst met evenementen in de categorie A, B en C die in een kalenderjaar in aanmerking komen voor een evenementenvergunning. 6.In deze af deling wordt onder bijzonder evenement verstaan: een evenement dat een uniek incidenteel karakter kent dat voor de gemeente een stedelijk of (inter)nationaal belang heef t op het gebied van cultuur, citymarketing en/of sport. Artikel 2:10 Evenement 1.Het is verboden zonder of in af wijking van een vergunning van de burgemeester een evenement in de classif icatie van A, B of C te (laten) organiseren. 2.Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

3.Met het oog op de in artikel 2:10b en de in artikel 1:8 genoemde belangen, kan de burgemeester over de uitoef ening van de bevoegdheden in deze af deling nadere regels vaststellen. 4.Het is verboden zonder kennisgeving aan de burgemeester een 0-evenement te (laten) organiseren;

Artikel 2:10 Evenement 5.Van een 0-evenement is sprake indien: b. iii. Fietsroutes behorende bij het hoof df ietsroutenet;

➢ ➢

Lid 5 onder b. iii “sternet” verwijderd. Lid 5 onder f “begint” toegevoegd.

f . het evenement plaatsvindt op vrijdag of zaterdag en niet vroeger dan 10.00 uur begint en niet later eindigt dan 24.00 uur. Er geen muziek ten gehore wordt gebracht na 23.00 uur;

16

5.Van een 0-evenement is sprake indien: a. Het een evenement in de openlucht betref t; b. Het evenement niet plaatsvindt op: i. Gebiedsontsluitingswegen; ii. Busroutes; iii. Fietsroutes behorende bij het sternet en het hoof d f ietsroutenet; iv. Een weg die de enige ontsluiting vormt voor een gebied of achterliggende straat. c. het een eendaags evenement is; d. het evenement plaatsvindt op één locatie; e. het evenement plaatsvindt op maandag, dinsdag, woensdag of donderdag en niet vroeger dan 10.00 uur begint en niet later eindigt dan 23.00 uur. Er geen muziek ten gehore wordt gebracht na 22.00 uur; f . het evenement plaatsvindt op vrijdag of zaterdag en niet vroeger dan 10.00 uur en niet later eindigt dan 24.00 uur. Er geen muziek ten gehore wordt gebracht na 23.00 uur; g. het evenement geen geluidhinder veroorzaakt; h. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan tweehonderd personen i. indien er een tent wordt geplaatst deze voor niet meer dan vijf tig personen toegankelijk is; j. het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; k. het geen extra politiecapaciteit vergt; l. er geen ander evenement in de nabijheid plaatsvindt; m. er een organisator is.

6.De evenementen genoemd in het vijf de lid dienen ten minste tien werkdagen vooraf gaand aan het evenement gemeld te worden aan de burgemeester door middel van het door de burgemeester vastgestelde kennisgevingsf ormulier.

17

7.De burgemeester kan binnen vijf werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het vijf de lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 8.Indien naar het oordeel van de burgemeester uit nieuwe f eiten of omstandigheden na de kennisgeving er vrees bestaat voor verstoring van de openbare orde kan de burgemeester alsnog bepalen dat het verbod ingevolge lid 4 onverkort geldt. 9.De burgemeester kan voorschrif ten vaststellen die gelden voor 0-evenementen. Het is verboden om te handelen in strijd met deze voorschrif ten. 10.Het in het eerste lid bepaalde geldt niet indien: a. het evenement betref t het op een openbare plaats op enige wijze voor publiek muziek ten gehore brengen, indien het aantal uitvoerenden niet meer dan drie bedraagt en er geen gebruik wordt gemaakt van geluidsversterkende apparatuur of van een draaiorgel; b. het een wedstrijd op de weg betref t, voor zover artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is. 11. De burgemeester kan vrijstelling van het verbod als bedoeld in het eerste lid verlenen voor door hem aan te wijzen evenementen. 12. De burgemeester kan voor de evenementen waarvoor op grond van het elf de lid vrijstelling is verleend algemene voorschrif ten vaststellen.

Artikel 2:10a Indienen aanvraag 1.De aanvraag voor een vergunning voor A-, B- en Cevenementen als bedoeld in artikel 2:10 lid 1, dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld f ormulier. Voor een A-evenement dient de aanvraag uiterlijk 8 weken voor de aanvang van het

Artikel 2:10a Indienen aanvraag 1.De aanvraag voor een vergunning voor A-, B- en Cevenementen als bedoeld in artikel 2:10 lid 1, dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld f ormulier. Voor een A-evenement dient de aanvraag uiterlijk acht weken voor de aanvang van het

➢ ➢

8 weken wordt acht weken. 12 weken wordt twaalf weken.

18

evenement plaats te vinden en uiterlijk 12 weken voor de aanvang van een B- of C-evenement. 2. In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. De contactgegevens van de organisator; b. De locatie waar het evenement wordt gehouden; c. De datum en het tijdstip van het evenement; d. De inrichting van het evenemententerrein waaronder het op- en af bouwplan; e. De maatregelen om mogelijke risico's voor verstoring van de openbare orde en veiligheid te voorkomen; f . De omschrijving van het aard en het karakter van het evenement; g. Het te verwachten aantal deelnemers en bezoekers; h. Een omschrijving van de activiteiten en handelingen die in het kader van het evenement plaatsvinden; i. Het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers; j. De maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen; k. Een verkeers- en mobiliteitsplan wanneer sprake is van een impact op het verkeer. 3. De burgemeester kan wegens bijzondere omstandigheden besluiten af te wijken van de in lid 1 genoemde termijnen. Artikel 2:10b Weigeringsgronden 1.De vergunning wordt buiten behandeling gesteld indien niet voldaan is aan het bepaalde in artikel 2:10a. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning geweigerd worden indien: a.

de organisator van het evenement verplicht is het college een verzoek te doen om het evenement te plaatsen op de evenementenkalender, zoals opgenomen in artikel 2:10c, en de organisator niet aan deze eis heef t voldaan;

evenement plaats te vinden en uiterlijk twaalf weken voor de aanvang van een B- of C-evenement.

Artikel 2:10b Weigeringsgronden 1.De vergunning kan buiten behandeling worden gesteld indien niet voldaan is aan het bepaalde in artikel 2:10a. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning geweigerd worden indien: g. tegen de organisator in de af gelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen of indien de organisator in deze periode zich herhaaldelijk niet aan de vergunningvoorschrif ten of wettelijke voorschrif ten heef t gehouden;

➢ ➢

Tekstuele verandering in lid 1 3 jaar wordt drie jaar.

19

b. de organisator van het evenement verplicht is het college een verzoek te doen om het evenement te plaatsen op de evenementenkalender, zoals opgenomen in artikel 2:10c, en het college heef t besloten het evenement niet op te nemen op de evenementenkalender; c. de onthef f ing zoals bedoeld in artikel 2:10d geweigerd is door het college; d. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie; e. naar het oordeel van de burgemeester de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; f . van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leef milieu in de omgeving te verwachten is; g. tegen de organisator in de af gelopen 3 jaar een bestuurlijke sanctie is genomen of indien de organisator in deze periode zich herhaaldelijk niet aan de vergunningvoorschrif ten of wettelijke voorschrif ten heef t gehouden; h. de organisator van een evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is; i. het evenement verontreiniging tot gevolg heef t, af breuk doet aan het uiterlijk aanzien van de omgeving dan wel schade toebrengt aan groenvoorzieningen of voorzieningen van openbaar nut. Artikel 2:14b Straatmuzikanten 1.

Het is verboden om als straatmuzikant voor publiek op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeelten. 2. De burgemeester kan de werking van het in het eerste lid gestelde verbod beperken tot nader door hem aan te duiden dagen en uren.

Toevoeging nieuw artikel over straatmuzikanten. Muzikanten zijn welkom in onze stad. In sommige gevallen kan het echter voorkomen dat omwonenden geluidsoverlast ervaren. Op basis van dit artikel kan dan een aanwijzingsbesluit

20

3.

2:15a Glasverbod (horeca)bedrijven 1. Het is o de houder van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Horecaverordening ’sHertogenbosch 2017 respectievelijk van een onthef f ing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet; o een winkel waarin in overwegende mate levensmiddelen of tabak en aanverwante artikelen of uitsluitend alcoholhoudende dranken al dan niet tezamen met alcoholvrije dranken worden verkocht; o een warenhuis; o een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin hoof dzakelijk gerede etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of elders dan ter plaatse plegen te worden verkocht, niet zijnde een horecalokaliteit; o verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode, drank te verstrekken in drinkgerei van glas of in f lessen van glas.

De burgemeester kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. Van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 2:15a Glasverbod (horeca)bedrijven 1. Het is verboden in een door de burgemeester aangewezen gebied en binnen een door de burgemeester aangewezen periode, drank te verstrekken in drinkgerei van glas of in f lessen van glas. Dit geldt voor: o de houder van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 eerste lid van de Horecaverordening ’sHertogenbosch 2017 respectievelijk van een onthef f ing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet; o een winkel waarin in overwegende mate levensmiddelen of tabak en aanverwante artikelen of uitsluitend alcoholhoudende dranken al dan niet tezamen met alcoholvrije dranken worden verkocht; o een warenhuis; o een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin hoof dzakelijk gerede etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of elders dan ter plaatse plegen te worden verkocht, niet zijnde een horecalokaliteit;

met nadere bepalingen worden vastgesteld.

De indeling van het artikel klopte niet. Het verbod is naar voren gehaald.

21

Afdeling 7 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid APV 2016 Artikel 2:18 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperk en van aantastingen van het woonen leef klimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan degene d ie een straf baar f eit pleegt, een verbod opleggen om zich gedurende 24 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen waar, of in de nabijheid waarvan, het f eit is gepleegd; 5.Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod. Artikel 2:20 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. 1.Het is verboden met een f iets, bromf iets of een daarmee vergelijkbaar voertuig overlast of hinder te veroorzaken of te doen laten veroorzaken op een terrein waar en gedurende de tijden dat een warenmarkt, kermis, muziek- of toneeluitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden.

2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden zich met een f iets, bromf iets of een daarmee vergelijkbaar voertuig te bevinden op door het college of de burgemeester (ieder voor zover het de eigen bevoegdheid betref t) aangewezen uren en plaatsen op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

APV 2016 negende wijziging Artikel 2:18 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperk en van aantastingen van het woonen leef klimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid, aan degene d ie een straf baar f eit pleegt, een verbod opleggen om zich gedurende 48 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen waar, of in de nabijheid waarvan, het f eit is gepleegd; 5. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. Artikel 2:20 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. 1.Het is verboden met een f iets, bromf iets of een ander voertuig overlast of hinder te veroorzaken of te doen laten veroorzaken op een terrein waar en gedurende de tijden dat een warenmarkt, kermis, muziek- of toneeluitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden.

2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden zich met een f iets, bromf iets of een ander voertuig te bevinden op door het college of de burgemeester (ieder voor zover het de eigen bevoegdheid betref t) aangewezen uren en plaatsen op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

➢ ➢

Toelichting In lid 1 wordt “24 uur” gewijzigd in “48 uur”. Wijziging in lid 5: “in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod” wordt “een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod” conf orm Model APV VNG (zomer 2024).

Het zinsdeel “of een daarmee vergelijkbaar voertuig” is aangepast naar “of een ander voertuig”.

22

Artikel 2:24 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1.Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of ophef f ing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben, of ; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels, of ; c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven. 2. Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het college is aangegeven. 3. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente onthef f ing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

Artikel 2:24 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren ➢ 1.Het college kan buiten een inrichting in de zin van artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of ophef f ing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben, of ; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels, of ; c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven.

In lid 1 is een zinsdeel “zoals die luidde direct vooraf gaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet” toegevoegd conf orm model-APV van Vereniging van Nederlandse Gemeenten Omgevingswet.

Afdeling 8 Drugsoverlast APV 2016 Artikel 2:26 Verzameling van personen in verband met drugs 1. Het is verboden op een openbare plaats, aan een verzameling personen deel te nemen indien deze verzameling van personen verband houdt met het openlijk gebruik van of de handel in middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet. 2. Eenieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een

APV 2016 negende wijziging Artikel 2:26 Verzameling van personen in verband met drugs 2.Iedereen, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie dan wel een buitengewoon opsporingsambtenaar direct zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.

Toelichting Toevoeging van “buitengewoon opsporingsambtenaar”.

23

ambtenaar van politie dan wel een buitengewoon opsporingsambtenaar direct zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.

Afdeling 10 Voetbalwedstrijden APV 2016

APV 2016 negende wijziging

Toelichting

24

Artikel 2:31 Betaald voetbalwedstrijden 1.

2.

3.

4. 5.

6.

Voor de toepassing van deze Af deling wordt onder organisator verstaan: a. de betaald voetbalorganisatie FC Den Bosch, indien het betref t een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elf tal van de betaald voetbalorganisatie FC Den Bosch als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie; b. de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betref t een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties af komstig van buiten de gemeente ‘s-Hertogenbosch, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken en indien het betref t een A-interland; c. degene die buiten de gevallen, genoemd onder a. en b. een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken. Voor de toepassing van de artikelen van deze af deling wordt onder voetbalwedstrijd verstaan een voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator als bedoeld in het vorige lid. De organisator is verplicht ten minste vier weken voor de vastgestelde speeldag van een voetbalwedstrijd als bedoeld in het eerste lid daarvan schrif telijk kennisgeving te doen aan de burgemeester. De burgemeester kan onthef f ing verlenen van de termijn als bedoeld in het vorige lid.

De burgemeester kan, met betrekking tot een voetbalwedstrijd, aan de organisator daarvan voorschrif ten opleggen in belang van de openbare orde en veiligheid. De burgemeester kan het doen spelen van een wedstrijd verbieden: a. uit vrees voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde;

Artikel 2:31 Definities 1. Voor de toepassing van deze Af deling wordt verstaan onder: a. organisator: i. de betaald voetbalorganisatie FC Den Bosch, indien het betref t een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elf tal van de betaald voetbalorganisatie FC Den Bosch als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie; ii. de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betref t een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties af komstig van buiten de gemeente ‘s-Hertogenbosch, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken of in geval van wedstrijden van vertegenwoordigende elf tallen; iii. degene die buiten de gevallen, genoemd onder i. en ii. een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie is betrokken. b. voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator als bedoeld onder a; c. voetbalsupporter: een ieder die zich door kleding, uitrusting, meegevoerde voorwerpen of gedragingen manif esteert als aanhanger van een betaald voetbalorganisatie; d. stadion: stadion De Vliert e. omgeving van het stadion: Stadionlaan – Van Grobbendoncklaan – Westenburgerweg – Muntelbolwerk – Graaf seweg – Hintham – De Grote Elst – Stadionlaan.

Wijziging / toevoeging van artikelen m.b.t. Unif orme voetbalbepalingen OostBrabant.

25

7. 8.

b. indien de krachtens het vijf de lid, opgelegde voorschrif ten niet worden nageleef d; c. indien geen of niet tijdig een schrif telijke kennisgeving is gedaan als bedoeld in het derde lid. Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen, wanneer een verbod, als bedoeld in het zesde lid is uitgevaardigd. De burgemeester kan, onverminderd zijn bevoegdheid ingevolge het zesde lid, een voetbalwedstrijd aanwijzen als een risicowedstrijd indien daaraan naar zijn oordeel een verhoogd risico is verbonden voor de openbare orde en veiligheid. Artikel 2:32 Voetbalvergunning 1. Het is de organisator verboden zonder vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd te houden of te doen houden. Een vergunning kan meerdere wedstrijden betref f en. 2. De organisator dient een aanvraag om vergunning uiterlijk vier weken vóór de datum van de voetbalwedstrijd in. 3. De burgemeester kan van de in het tweede lid genoemde termijn af wijken en de uiterlijke datum van de aanvraag af zonderlijk bepalen. 4. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Nieuw in te voegen artikel (Unif orme voetbalbepalingen Oost-Brabant)

Artikel 2:33 Verbod voetbalwedstrijd en aanwijzing risicowedstrijd 1. De burgemeester kan een voetbalwedstrijd verbieden: a. uit vrees voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde; b. met het oog op de bescherming van de veiligheid of volksgezondheid; c. indien de aan de voetbalvergunning verbonden

Nieuw in te voegen artikel (Unif orme voetbalbepalingen Oost-Brabant)

26

2.

voorschrif ten of beperkingen niet worden nageleef d. De burgemeester kan op elk moment een voetbalwedstrijd aanwijzen als een risicowedstrijd, als naar zijn oordeel daaraan een verhoogd risico is verbonden voor de openbare orde, veiligheid of volksgezondheid.

Artikel 2:34 Orde in verband met voetbalwedstrijden 1. Vanaf vier uur voor het vastgestelde begin van een voetbalwedstrijd tot vier uur na af loop van een voetbalwedstrijd is het verboden om op een openbare plaats in de omgeving van het stadion stenen, stokken, metalen voorwerpen, f lessen, brandbare stof f en of andere voorwerpen bij zich te hebben met het kennelijke doel om de openbare orde te verstoren. 2. Het is verboden om in het stadion de orde te verstoren.

Nieuw ingevoegd artikel (Unif orme voetbalbepalingen Oost-Brabant)

27

Artikel 2:34a Aangewezen routes en verplichte combi(vervoers)regeling 1.

Artikel 2:33 Verwijderingsplicht voetbalsupporters

Het is een voetbalsupporter verboden op de dag waarop een risicowedstrijd wordt gespeeld, zich te begeven of te bevinden buiten de door de burgemeester of de politie aangewezen routes. 2. Het is een voetbalsupporter van een bezoekende voetbalorganisatie verboden op de dag waarop een risicowedstrijd wordt gespeeld gebruik te maken van andere manieren van vervoer naar en van het stadion dan de door de burgemeester voorgeschreven combi(vervoers)regeling. Artikel 2:34b Verwijderingsplicht voetbalsupporters

Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manif esteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd dan wel tegen wie het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde te verstoren, zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te begeven.

Iedere voetbalsupporter tegen wie het vermoeden bestaat dat hij voornemens is de orde te verstoren, of niet in het bezit is van een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd, is verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te begeven.

Artikel 2:34 Stadionomgevingsverbod 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan een persoon schrif telijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf drie uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot drie uur na af loop van voetbalwedstrijden. 2. Het verbod bedoeld in het eerste lid geldt voor een bepaalde periode, welke niet langer is dan 24 maanden. 3. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het vorige lid bedoelde verbod, nadat vast is komen te staan dat de persoon de openbare orde in het stadion of in de omgeving van het stadion heef t verstoord op een dag dat een wedstrijd van de organisator wordt gespeeld.

Artikel 2:34c Stadionomgevingsverbod 1. De burgemeester kan aan een persoon schrif telijk het verbod opleggen zich op te houden in de omgeving van het stadion vanaf vier uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot vier uur na af loop van voetbalwedstrijden. Het verbod geldt voor een bepaalde periode, welke niet langer is dan twee jaar. 2. De burgemeester kan overgaan tot het opleggen van het in het eerste lid bedoelde verbod: a. nadat vast is komen te staan dat de persoon de openbare orde in het stadion of in de omgeving van het stadion heef t verstoord op een dag dat een voetbalwedstrijd wordt gespeeld.

Aanpassing in de tekst (Unif orme voetbalbepalingen Oost-Brabant)

Tekst aangepast (Unif orme voetbalbepalingen Oost-Brabant)

28

Tevens kan dit verbod worden opgelegd aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd. 4. Onder de omgeving van het stadion wordt verstaan: a. het gebied dat wordt omsloten door: Stadionlaan – Van Grobbendoncklaan – Westenburgerweg – Muntelbolwerk – Graaf seweg – Hintham – De Grote Elst – Stadionlaan; b. door de burgemeester nader aan te wijzen plaats(en) en/of gebied(en). 5. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het eerste lid.

b. aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd. 3. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste lid opgelegd verbod.

Afdeling 13 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat APV 2016 Artikel 2:39 Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijf smatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leef baarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot een of meer bedrijf smatige activiteiten beperken. Een bedrijf smatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leef baarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijf smatige activiteit of door de exploitant en/of beheerder onder druk staat. Het aanwijzingsbesluit bepaalt de duur van de periode dat de aanwijzing geldt. Deze duur bedraagt maximaal vijf jaar en kan indien dat met het oog op de bovengenoemde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15706324/2