b5 schetsontwerp_Roode Brug
Tekst van het document
Zonnepark Roode Brug Schetsontwerp
Uitgangspunten uit analyse
www.eelerwoude.nl
Inventarisatie en plangebied
Het plangebied voor zonnepark Roode Brug is gelegen ten zuidwesten van de kern van Rosmalen, gemeente ’s-Hertogenbosch, en direct ten zuiden van de snelweg A59. De oppervlakte van het plangebied is 3,75 hectare. Het plangebied wordt in het noorden begrenst door de A59 en de Graafsebaan. Ook de westelijke zijde wordt begrenst door de Graafsebaan. In het zuiden wordt de grens gevormd door een sloot met een groenstrook en bossage langs het fietspad en de Graafsebaan. De oostzijde van het perceel wordt begrenst door een kleine kavelsloot / greppel in het akkerland. Ten zuiden van het plangebied is de Graafsebaan voorzien van een vrij liggend fietspad met laanbeplanting. Het plangebied is gelegen in een gebied met uiteenlopende functies; ten westen van het plangebied is een grote stoeterij gevestigd, ten oosten van het plangebied het (voormalige) Autotron Rosmalen, tegenwoordig een locatie voor beurzen en evenementen. Ten noorden van de A59 is natuur gelegen die deel uit maakt van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en ten zuiden van het plangebied zijn voornamelijk agrarische percelen gelegen, maar daaromheen in zuidelijke- en westelijke richting
Historische kaarten 1870 (links) en 1950 (rechts)
zijn eveneens bossen gelegen die deel uitmaken van het NNB. In noordwestelijkeen westelijke richting grenst deze natuur aan het stedelijk gebied van Rosmalen. Ten zuiden van het Autotron is een vakantiepark gelegen. Het plangebied is gelegen op een dekzandvlakte. Vanaf circa 1870 is op historische kaarten de eerste vorm van het huidige landschap terug te zien. Vervolgens blijft het landschap op basis van historische kaarten in de omgeving van het plangebied vrijwel ongewijzigd tot circa 1950. Enkel de verkaveling veranderd enigszins als gevolg van ruilverkaveling en schaalvergroting. Pas rond 1995 wordt de huidige loop van de Graafsebaan zichtbaar op de topografische kaarten. Vervolgens wordt vanaf 2003 de A59 (voorheen N50), met de huidige verkeerssituatie zichtbaar op de kaart. In de omgeving van het plangebied zijn van oudsher enkele landgoederen aanwezig die een duidelijke stempel op het landschap hebben gedrukt. In het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Ten noorden, westen en zuiden van het plangebied lopen er watergangen langs de Graafsebaan en het bijbehorende fietspad.
Historische kaarten 1995 (links) en 2010 (rechts)
2
www.eelerwoude.nl
Uitganspunten vanuit beleid
voorwaarden alleen zonne-energie mogelijk is. Het plangebied is gelegen in het
Netwerk Brabant (NNB) gebieden gelegen, deze gebieden zijn in beginsel ongeschikt voor de inpassing van zonne-energie. De ontwikkeling van een zonneveld moet integraal worden benaderd, waarbij onder meer kan worden gedacht aan:
‘inpassen’ gebied. De landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van ruimtelijke
•
Deel A van de Visie Energielandschap zijn gebieden aangewezen waar zonne- en windenergie uitgesloten is (‘vrijwaren’) en een gebied ‘inpassen’ waar onder
kwaliteit zijn de belangrijkste voorwaarden voor een zonneveld. Het bestaande landschap verandert, zonder dat het essentieel van karakter verandert. Bij de
houtwallen, singels of laanbeplanting aan te brengen. •
ontwikkelingen van een initiatief dient de relatie van de locatie tot zijn omgeving centraal te staan. Bij de ontwikkeling moet aangetoond worden dat; •
Het initiatief is afgestemd met de omgeving;
•
Het ontwerp is passend bij de maat en schaal van het landschap;
•
De draagkracht van het landschap niet wordt overschreden;
•
De kernkwaliteiten van de locatie niet worden aangetast;
•
Er nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd;
•
Er behalve de opwekking van duurzame energie ook is voorzien in een strategie en uitvoeringsprogramma waarbij de maatregelen voor verdere verduurzaming van het bedrijfsproces en de omgeving fundamenteel zijn uitgewerkt.
Het versterken van de ruimtelijke structuur van het mozaïeklandschap door De recreatieve gebruiksmogelijkheden verruimen door het aanleggen van wandelpaden.
•
Het versterken van de ecologische kwaliteit door het toevoegen van nieuwe milieucondities zoals ecologische verbindingen of een poel.
•
Rekening houden met en/of versterking van cultuurhistorische waarden.
Uitgangspunten landschappelijke
Deelgebieden ‘s-Hertogenbosch met ligging plangebied
inpassing •
Oude verkavelingsstructuren en landschapselementen zijn verdwenen, waardoor de leesbaarheid van het landschap door de jaren heen is verdwenen.
In de Visie Energielandschap deel B wordt gewerkt met verschillende deelgebieden op basis van het landschap.
Kansen liggen hier om de ruimtelijke structuur te versterken. •
Rond 1900 was het landschap nog goed leesbaar. Het was een gedeeltelijk nat en droog landschap. Een verscheidenheid aan weteringen, watergangen,
Hoge Heide is het landelijk gebied op de dekzandrug tussen Rosmalen, Nuland
heidevelden, akkers, bossen en weilanden laten de diverse ondergrond goed
en Berlicum. Het gebied is overwegend droog, maar wordt dooraderd door
zien. Een kleinschalig landschap met hoge biodiversiteit is destijds ontstaan.
de Grote Wetering en de Kleine Wetering. Het is een kleinschalig landschap
Het plangebied ligt precies op de grens van hoog en droog naar laag en nat. Dit
met landgoederen, kloostercomplexen, bossen, (bloemrijke) weilanden, heide,
was ook te zien aan het landgebruik van vroeger (akkers op de hoge gronden
akkerrandwallen en stuifzanden.
en weiland laag). De kleinschaligheid is verdwenen. Door het verdwijnen van landschapselementen is ook de diversiteit in het landschap afgenomen. Hier
Kenmerkend voor het gebied zijn de kleinschaligheid, grote mate van
liggen kansen om met de landschappelijke inpassing de kleinschaligheid door
toegankelijkheid, natuurrijkdom en de aanwezigheid van monumentale bomen.
middel van landschapselementen terug te brengen.
In het gebied leven soorten die afhankelijk zijn van een gevarieerd en kleinschalig landschap zoals de das, knoflookpad en diverse vogels.
•
Hoogtekaart ANH3
De infrastructuur met begeleidende beplanting heeft het gebied in een isolement gelegd ten opzichte van de omgeving. Hier liggen kansen om verbinding te zoeken met omliggende landgoederen en het Natuur Netwerk
Hoge Heide wordt door de A59 opgedeeld in Hoge Heide Noord en Hoge Heide
Brabant.
Zuid. Het plangebied voor zonneveld Roode Brug is gelegen in Hoge Heide Zuid, gelegen op de dekzandrug. Hoge Heide Zuid omvat naast bos- en natuurgebieden ook een aanzienlijk areaal jonge heide ontginningen; het overwegen open agrarisch landschap rond Vinkel, waar ook het plangebied is gesitueerd. Energieperspectieven
In het afwisselende landschap van Hoge Heide kunnen onder voorwaarden zonnevelden worden ingepast. In het deelgebied zijn ook enkele Natuur
Luchtfoto huidige situatie plangebied
3
Zonneveld Roode Brug Schetsontwerp
Datum: 11-04-2023
Projectnummer: 204075
www.eelerwoude.nl
Haag Water bestaand Oever bestaand Water nieuw Flauwe oever Greppel met riet Kruidenrijk grasland Ruigte Boom bestaand Boom nieuw Struweel nieuw Panelen veld Hekwerk Technische instalaties Halfverhard onderhoudspad Reservering energie opslag
0
Schetsontwerp Zonnepark Roode Brug
50
100
150m
4
Schetsontwerp
Zonneveld Roode Brug
www.eelerwoude.nl
Schetsontwerp
Datum: 11-04-2023
Projectnummer: 204075
Aansluiten op het landschap
Het plangebied is gelegen op de dekzandrug tussen Rosmalen, Nuland en Berlicum. Het gebied is overwegend droog, maar wordt dooraderd door waterlopen als de Grote Wetering en Kleine Wetering. Dit landschap wordt gekenmerkt als een kleinschalig mozaïek landschap met een afwisseling van bos, heide, stuifzanden en open agrarisch gebied. Met voorliggend ontwerp wordt aangesloten op de oude verskavelingstructuren, door de kleinschaligheid van het mozaïek landschap middels landschapselementen, zoals struweelhagen en een mantelzoom terug te brengen. Hiermee wordt tevens een afstand gecreëerd ten opzicht van omliggende (snel)wegen. Deze afstand zorgt voor zachte overgangen van de omgeving naar het zonneveld, waarmee het zonnepark onderdeel wordt van de landschappelijke context in plaats van de snelweg.
Licht op bodemsyteem
Voorliggend zonneveld krijgt een oost-west-opstelling, waarbij een nieuw legsysteem, licht-op-bodem, wordt toegepast. Door stroken van noord tot zuid
Haag Water bestaand
tussen de panelen vrij te laten wordt het zonlicht gedurende de gehele dag over de
Oever bestaand
gehele bodem onder de panelen verspreid. Tevens wordt door het gebruik van deze
Water nieuw
opstelling visueel aangesloten bij de verkavelingsrichting. Het licht-op-bodem kent
Flauwe oever Greppel met riet
een lage opstelling van maximaal 1,40 meter hoog, waardoor men gemakkelijker
Kruidenrijk grasland
over de panelen heen kijkt. Wel is de opstelling hoog genoeg voor het beweiden met
Ruigte
schapen.
Boom bestaand Boom nieuw Struweel nieuw Panelen veld
Ecologische versterking
Hekwerk Technische instalaties
Zonnepark Roode Brug is gelegen nabij het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Met de
Halfverhard onderhoudspad
landschappelijke inpassing wordt naast de versterking van het kleinschalig mozaïek
Reservering energie opslag
landschap ook bijgedragen aan de ecologische versterking van het plangebied in
0
50
100
150m
relatie tot de omliggende NNB-gebieden en verschillende landgoederen. Zo wordt aan de noordzijde een mantelzoomvegetatie ontwikkeld, wat een bijdrage levert
Schetsontwerp Zonnepark Roode Brug
aan diverse soorten, zoals (kleine) zoogdieren, vogelsoorten en vlinders. Daarnaast zorgen de struweelsingels er ook voor dat er een algehele verbinding ontstaat, waar ook diverse zoogdieren, vogelsoorten en amfibieën en insecten van profiteren. Onder en rondom de zonnepanelen wordt kruidenrijk grasland gerealiseerd. Met kruidenrijk grasland ontstaat nieuw foerageergebied voor onder andere de das, welke in omliggende bosgebieden (NNB) voorkomt. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt aansluiting gezocht bij de aanwezig watergang. Hier wordt een flauwe oever met nieuwe poelen en greppels Sfeerbeelden landschappelijke inrichting Zonnepark Roode Brug
5
www.eelerwoude.nl
gerealiseerd in combinatie met een drassige vegetatie. Hiermee wordt aangesloten
Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4)
Mantel- en zoomvegetatie
op de verschillende poelen en watergangen in de omgeving, waarmee Zonnepark
•
Bij droogte de eerste paar jaar watergeven.
De mantelzoomvegetatie heeft de meeste meerwaarde als deze gevarieerd en
Roode Brug een schakelt vormt in de omgeving waarbij flora en fauna uit de directe
•
Bij uitval van meer dan 10% inboeten.
geleidelijk is opgebouwd uit bomen (kern), heesters (mantel) en kruiden (zoom)
omgeving meer kansen wordt geboden.
•
De noodzaak van machinaal onkruidvrijhouden van het element is overbodig.
en als de randen hiervan kromme lijnen vormen waardoor luwe zonbeschenen
Tijdens het maaien valt vaak een deel van de planten uit door beschadiging.
plekken ontstaan. Plant in het najaar zodat planten langer de kans krijgen aan te
Aangezien het meestal om planten gaat die van lichte tot dichte schaduw hou-
slaan voordat de droge zomer begint. Plant niet alleen bosplantsoen, maar laat ook
den, is enige beschutting door kruiden eerder positief dan negatief.
ruimte onbeplant voor ontwikkeling van kruidachtigen. Dit leidt tot meer diversiteit
Beheer
Het plangebied wordt extensief beheerd. Het kruidenrijk grasland wordt gemaaid
en een waardevoller resultaat.
en afgevoerd, hierna kunnen schapen het grasland kort begrazen (niet langer dan
Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 4)
een week op één plek met tussenpozen van minimaal 6 tot 8 weken zodat bloemen
•
de kans krijgen te bloeien). • Het struweel van de struweelhaag en de mantelzoomvegetatie worden in fases gesnoeid, zodat jaarrond schuilmogelijkheden behouden blijven voor fauna uit de
•
Eens in de 6 tot 15 jaar de haag afzetten op kniehoogte. De interval is afhanke-
Kies voor autochtoon bosplantsoen van minimaal 100 - 125. Let er bij levering
lijk van de gewenste hoogte.
op dat de kwaliteit van de planten optimaal is. Plant circa één stuk bosplantsoen
Het snoeien kan het beste plaatsvinden in de periode van half november tot
per vierkante meter in wildverband. Dat is dichter op elkaar dan de uiteindelijke
half maart.
afstand.
Door bij een bredere haag het element voor de helft in de lengterichting af te
omgeving. Bovenstaand geldt tevens voor het beheer van de flauwe oever.
zetten blijft de andere helft hoog. Dit is zowel gunstig voor de zichtdichtheid als
Sortiment:
Ditzelfde principe geldt voor het beheren van de natuurvriendelijke oever.
voor fauna.
Boomvormers, menging van: Ratelpopulier, lijsterbes, zoete kers Heesters: Hazelaar, sleedoorn, vuilboom, veldesdoorn, liguster.
Struweelhaag De struweelhaag vormt de afscheiding van het zonnepark aan de west- en oostzijde.
Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 4)
Naast dat de struweelhaag voor afscheiding tussen het zonnepark en de omgeving
•
Bij droogte de eerste paar jaar watergeven.
zorgt, biedt het ook extra leef- en schuilplekken voor kleine dieren en vogels.
•
Bij uitval van meer dan 10% inboeten.
•
De noodzaak van het machinaal onkruidvrijhouden van het element is overbodig en helemaal bij een mantel-zoomvegetatie contraproductief.
Voor het aanplanten van de struweelsingels moeten de bestaande hekwerken met prikkeldraad worden verwijderd en de te beplanten strook los worden gemaakt.
•
De beplanting zal tot het derde jaar na aanplant jaarlijks worden gesnoeid.
Bijvoorbeeld door te frezen. Vanwege de bodemgesteldheid is grondverbetering bij aanplant toepassen essentieel. Maak gebruik van autochtoon inheems
Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 4)
bosplantsoen passend bij de lokale bodem en waterhuishouding. Kies voor
•
Eens in de 6 tot 15 jaar de haag afzetten op kniehoogte. Het interval is afhanke-
plantmateriaal van enig formaat (bijv. 100 - 120 of 120 - 150) om zo een sneller
lijk van de gewenste hoogte en het behoud van voldoende openheid voor een
resultaat te behalen. Nog grotere planten hebben vaak meer moeite met aanslaan
goede groei en bloei van kruidachtigen. •
waardoor groeivertraging optreedt en meer inboet noodzakelijk is. Plant op 0,5-1 meter vanaf het hek in wildverband en zet 3 tot 5 stuks van dezelfde soort bij elkaar
•
om zo ook trager groeiende soorten de kans te geven zich te handhaven. Plant in
Het snoeien kan het beste plaatsvinden in de periode van half november tot half maart.
Referentiebeeld struweelhaag
Door tijdens het beheer de vegetatie pleksgewijs onder kniehoogte te snoeien,
meerdere rijen, ongeveer twee struiken per vierkante meter. Plaats bij begrazing
is er altijd een deel van de mantel-vegetatie die op hoogte is een deel dat lager
een afrastering op 1 à 2 meter van de haag om de aanplant tegen vraat door vee
is, waardoor luwe plekken ontstaan die ideaal zijn voor veel insecten. Dit is
(schapen) te beschermen.
zowel gunstig voor de zichtdichtheid als voor fauna. Elke helft worden wisselend om de 4 tot 5 jaar onderhouden. Het gesnoeide deel krijgt zo de kans
Sortiment:
om nieuwe takken te laten groeien die zullen bloeien en zaad dragen, wat ten
Een menging van: Kornoelje, meidoorn, kardinaalsmuts, veldesdoorn, boswilg
gunste komt als voedsel voor insecten, vogels en kleine zoogdieren.
vuilboom en liguster.
Planning Referentiebeeld mantel-en zoomvegetatie
jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
A. Snoeien en dunnen van beplanting B. Maaien van kruidenvegetatie Onderhoudsperiode: groen optimaal, blauw optioneel, grijs liever niet
6
www.eelerwoude.nl
Kruidenrijk grasland
Flauwe (natuurvriendelijke) oever
Kruidenrijk grasland wordt gekenmerkt door variatie in structuur en een begroeiing
Instandhoudingsbeheer (vanaf 3 jaar)
Normaliter hoeft een oever niet te worden ingeplant en vestigen er zich
die rijk is aan bloeiende planten, insecten (zoals vlinders en (wilde) bijen) en
•
De vegetatie maaien (en afvoeren) volgens het onderstaande schema.
vanzelf diverse soorten die passen bij de plek. Oeverplanten aanplanten of een
kleine fauna. Gradiënten zoals in voedselrijkdom, licht - schaduw en nat - droog en
•
Er kan selectief extra worden gemaaid waar ongewenste soorten domineren.
oevermengsel inzaaien levert een sneller resultaat.
diversiteit in beheer zorgen voor diverse vegetatietypen. Het aandeel kruiden is ten
•
Voor de overige maatregelen zie Ontwikkelingsbeheer.
minste 20%. Belangrijk is dat de soorten passen bij de bodem en waterhuishouding
•
Maai niet alles in één keer. Zo bloeit altijd een deel van de vegetatie waardoor
Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 2 - 4)
ter plekke, daarom wordt een extensief beheer uitgevoerd en het maaisel zo
langer nectar en stuifmeel voorradig is voor insecten en dekking voor vogels en
Om het doorstroomprofiel open te houden en de gewenste vegetatiegroei
veel mogelijk afgevoerd. Waar geen bestaande grasmat aanwezig is (vanwege
kleine zoogdieren. Hiertoe minimaal 20-30 % van de vegetatie laten staan.
te krijgen, is onderhoud van een natuurvriendelijke oever noodzakelijk. Het
akkerbouw voorafgaand aan de aanleg) wordt een kruidenrijk grasmengsel
ontwikkelingsbeheer is erop gericht een geschikt milieu te scheppen voor het
ingezaaid, zoals mengsel M5 ‘Nectar onder het maaimes’ of N1 ‘Bloemrijk
Alternatief voor maaien
kiemen en vestigen van de gewenste plantengroei.
bijenmengsel met vaste soorten’ van de Cruydthoeck (of vergelijkbaar). Een
Een alternatief voor machinaal maaien is drukbegrazing van schapen.
•
bloemrijk resultaat kan vanwege de meerjarige kruiden vanaf het tweede of derde
Drukbegrazing houdt in dat schapen een paar keer per jaar, voor slechts een
jaar worden verwacht.
aantal dagen achtereen, op hetzelfde stuk van een perceel grazen en vervolgens
De eerste twee jaar kan de vegetatie met rust worden gelaten zodat deze zich goed kan ontwikkelen.
•
Opschot van jonge bomen verwijderen.
een volgende stuk tot hun beschikking krijgen. Er dient minimaal 6 tot 8 weken Aanleg
tussen te zitten voordat ze weer op hetzelfde stuk grazen. Hierdoor ontstaat
Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 2 - 4)
Bewerk het zaaibed na zaaien zo min mogelijk, omdat doorgaans alleen kruiden in
structuurvariatie in de vegetatie en kunnen bloemen tot bloei komen. Insecten
•
de bovenste centimeters van de bodem kiemen. Zaai het liefst in de nazomer en de
profiteren van deze natuurlijke vorm van beheer.
herfst voor aanleg van het zonneveld voor het beste resultaat. Niet zaaien als het heel droog of nat is of als het vriest. Houd rekening met een langere kiemperiode dan de reguliere landbouwgewassen.
Planning maaien en afvoeren
jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
Bij zeer voedselrijke oevers tweemaal per jaar maaien. De extra maaibeurt vindt bij voorkeur voor de zomer plaats.
•
Een eenzijdige natuurvriendelijke oever 30% tot maximaal 75% van de oever per jaar maaien.
•
Maaisel dient niet te worden afgezet in de natuurvriendelijke oever.
Onderhoudsperiode: groen optimaal, blauw optioneel, grijs liever niet
Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/ 3) •
De eerste paar jaren het perceel (afhankelijk van de ontwikkeling) drie tot vijf keer per jaar maaien (en afvoeren) met tussenpozen van minimaal 6 weken. Door maaisel af te voeren wordt de grond verschraalt en krijgen kruiden meer kans ten opzichte van grassen.
•
Voorkom schade aan de vegetatie door niet met zwaar materieel en onder natte omstandigheden te maaien.
•
Voorkom slachtoffers onder fauna (bijvoorbeeld egels en ringslangen) door robotmaaiers alleen onder persoonlijke besturing toe te passen.
•
Vanwege brandgevaar moet de vegetatie in de nazomer en herfst niet tegen de panelen komen.
•
Invasieve soorten als Japanse duizendknoop en berenklauw jaarrond biologisch bestrijden.
Referentiebeeld kruidenrijk grasland
Referentiebeeld flauwe oever
7
www.eelerwoude.nl
Ruigte
Instandhoudingsbeheer (vanaf jaar 3)
Streefbeeld ruigte
•
Aan de west- en noordzijde van het zonnepark komt ruigte voor. Ruigte is een
Bij een goed ontwikkelde kruidenrijke vegetatie is jaarlijks 1 keer maaien voloende.
middelhoge vrij ruige, meerjarige vegetatie. In overhoeken of schaduwzones is
•
Als de vegetatie vergrast dient opnieuw te worden ingezaaid.
ruigte passender dan bloemrijk grasland, dat over het algemeen meer zon nodig
•
Er kan selectief extra worden gemaaid waar ongewenste soorten domineren.
heeft. Bij overgangen van schaduw naar licht kunnen in de loop der jaren veel
•
Voor de overige maatregelen zie Ontwikkelingsbeheer.
soorten goed tot hun recht komen. Iets dat op een zonneveld veel voorkomt. De
•
‘Beheer als tien boeren’ door niet alles in één keer te maaien. Zo bloeit altijd
ruigte is naast insecten zoals bij bloemrijk grasland gunstig voor kleine zoogdieren
een deel van de vegetatie waardoor langer nectar en stuifmeel vooradig is voor
en vogels, die hier voedsel en beschutting vinden.
insecten en dekking voor vogels en kleine zoogdieren.
Aanleg Afhankelijk van de lichtinval kan na het tweede of derde jaar een bloemrijk resultaat verwacht worden. Verwijder eerst de eventuele bestaande zode door de bovenste 4 tot 6 centimeter af te plaggen of af te schrapen. Eventueel kan de zode worden ondergespit of geploegd. Probeer de grond minimaal te bewerken in verband met behoud van het bodemleven. Doorfrezen van de zode werkt averechts. Roer het zaaibed na zaaien zo min mogelijk, omdat doorgaans alleen kruiden in de bovenste centimeters van de bodem kiemen. Zaai het liefst in de nazomer of het vroege voorjaar voor het beste resultaat. Niet zaaien als het heel droog of nat is of als het vriest. Houd rekening met een langere kiemperiode dan de reguliere landbouwgewassen. Kies voor inheemse kruidenmengsels passend bij de bodem en waterhuishouding en de voedingstoestand. Bijvoorbeeld het mengsel voor ruige onder¬begroeiing en boszomen op voedselrijke grond (O1), van de CruydtHoeck of vergelijkbaar. Ontwikkelingsbeheer (jaar 0 t/m 3) Omdat u voor het inzaaien de grond heeft bewerkt, ontwikkelen er waarschijnlijk veel snelgroeiende onkruiden (pionierssoorten). Dit is als volgt op te lossen: •
De eerste paar jaren het perceel maaien zodra de vegetatie te hoog wordt met tussenpozen van minimaal 6 weken.
•
Door maaisel af te voeren wordt de grond verschraalt en krijgen kruiden meer kans ten opzichte van grassen.
•
Het maaisel drie dagen laten liggen zodat zaden uit kunnen vallen.
•
Voorkom schade aan de vegetatie door niet met zwaar materieel en onder natte omstandigheden te rijden.
•
Vanwege brandgevaar moet de vegetatie in de nazomer en herfst niet tegen de panelen komen.
•
Referentiebeeld ruigte nabij zonnepanelen
Geschoren haag Rondom het hekwerk, waar geen struweelhaag wordt aangeplant, worden beukenof veldesdoornhagen (Fagus sylvatica – Acer campestre) aangeplant, waardoor een groene gebiedseigen uitstraling ontstaat. Aanplant dient te gebeuren in 2 rijen met 6 stuks/m1. Het is de bedoeling dat de hagen 1 meter breed en 1,2 meter hoog zijn zodat de groene uitstraling wordt geborgd Hiermee ontstaat een natuurlijke lage afscheiding van de opstelling met zonnepanelen.
Invasieve soorten als Japanse duizendknoop en berenklauw jaarrond bestrijden.
8
Doorsnede_B_oost
Datum: 11-04-2023
Doorsnedes
Projectnummer: 204075
eld Roode Brug
erp
Datum: 11-04-2023
Projectnummer: 204075
www.eelerwoude.nl
A A
Hekwerk +2 m +5,1 NAP
+4,7 NAP
Plangrens
B
Zonneveld Roode Brug
7,6
Doorsnede_C_zuid
10
Ruigte
B
Datum: 11-04-2023
Houtsingel
2,5
Projectnummer: 204075
Onderhoudspad
Haag
Zonneveld Roode Brug
Water bestaand Oever bestaand+1,4 m
Hekwerk +2 m
Water nieuw Flauwe oever Greppel met riet
C
Datum: 11-04-2023
+4,7 NAP
Projectnummer: 204075
Kruidenrijk grasland Ruigte
D
Plangrens
Doorsnede_D_west
Boom bestaand Boom nieuw Struweel nieuw
2,5
5
Onderhoudspad
Struweel
Panelen veld Hekwerk Technische instalaties Halfverhard onderhoudspad Reservering energie opslag
0
C
50
100
150m
Hekwerk +2 m +4,5 NAP
+4,2 NAP GHG -0,4 m GLG -0,9 m
Plangrens
Diepte poel -1,4 m
9,1
Flauwe oever Talud 1:7
D
Hekwerk +2
+3,70 NAP
+4,20 NAP
s
Plangren
+5 NAP
+1,4 m
6,7
Greppel
9
Roode Brug
Visualisatie
Datum: 11-04-2023
Projectnummer: 204075
www.eelerwoude.nl
Huidig
Haag Water bestaand Oever bestaand Water nieuw Flauwe oever Greppel met riet Kruidenrijk grasland Ruigte Boom bestaand Boom nieuw Struweel nieuw Panelen veld Hekwerk Technische instalaties Halfverhard onderhoudspad Reservering energie opslag
0
50
100
150m
Visualisatie Zonneveld
10
www.eelerwoude.nl