CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Adviesraad WMO en Jeugdhulp over het rapport Sturing op jeugdhulp

Gemeenteraad 18 mei 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Sturing op jeugdhulp - Rekenkamercommissie 's-Hertogenbosch1.487 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Gemeenteraad ’s-Hertogenbosch College van B&W gemeente ‘s-Hertogenbosch Van: Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp gemeente ‘s-Hertogenbosch Betreft: Ongevraagd advies n.a.v. het rapport “Sturing op jeugdhulp” Aan:

’s-Hertogenbosch, 14 april 2021

Geachte raadsleden, De Adviesraad heeft met belangstelling kennis genomen van het rapport “Sturing op jeugdhulp” van de rekenkamercommissie ’s-Hertogenbosch en het bijbehorende raadsvoorstel. Vanuit onze rol als adviseur van de gemeenteraad en college bieden wij u met deze brief onze bevindingen aan met betrekking tot dit rapport. De ontwikkelingen in de Jeugdhulp laten momenteel een triest beeld zien en de zorgen lijken alleen maar groter te worden. De organisatie en de kwaliteit van de zorg laten zeer te wensen over. Berichten over verzwaring van de problematiek, het oplopen van de wachtlijsten tot een jaar of langer voor jongeren met eetstoornissen, suïcidale neigingen, groeiende eenzaamheid en andere grote en minder grote hulpvragen kunnen we bijna dagelijks lezen. De grip op de Jeugdhulp dreigt ons door de vingers te glippen. We moeten ons afvragen of de decentralisatie sinds 2015, waarbij de gemeenten de verantwoording hebben gekregen voor de organisatie en de kwaliteit van de uitvoering van de Jeugdhulp, niet als mislukt moet worden gezien. De Adviesraad ziet de worsteling waarmee (beleids-)ambtenaren, bestuurders, werkers in de praktijk en vele anderen proberen de zorg voor de jeugd in goede banen te leiden. Ook zien we de machteloosheid van de jongeren, de ouders, de begeleiders en anderen die afhankelijk zijn van hoe het zorgsysteem zich ontwikkelt.

De Adviesraad herkent zich in het gevoel van de gemeenteraad, dat het gesprek over de inhoud van de Jeugdhulp ondergeschikt is aan alle aandacht die besteed wordt aan de kosten- en inkoopproblematiek en het bureaucratisch systeemgerichte organiseren. De Adviesraad is van mening, dat mede daardoor het moeilijk is grip te hebben op de ontwikkelingen van de Jeugdhulp. Sturing op jeugdhulp; rapport van de Rekenkamercommissie ‘s-Hertogenbosch Het onderzoeksrapport “Sturing op Jeugdhulp” is in de ogen van de Adviesraad een “naar binnen gericht” rapport. De omvangrijke tekst overschaduwt enigszins de goedbedoelde adviezen aan de Raad om zelf initiatieven te ontplooien met betrekking tot de communicatie en informatie. Er is weinig geschreven over de cultuur van de uitvoering van de dienst- en zorgverlening zoals die in de Jeugdzorg inhoud wordt gegeven. Dat is een gemiste kans. De Adviesraad is er van overtuigd, dat ruimte en kwaliteit te vinden zijn door meer aandacht te besteden aan de inhoud van de hulpverlening. Voor de Adviesraad voert het te ver om op vele organisatorische aspecten van het rapport in te gaan. De Adviesraad ziet de bevindingen van het rapport als een mogelijke aanzet om de communicatie tussen College, ambtenaren en Gemeenteraad op het gebied van de informatieverstrekking te verbeteren.

Voor de Raad is het essentieel, goed en op tijd geïnformeerd te zijn om haar taken inhoud en vorm te geven. Een goede, transparante communicatielijn biedt mogelijkheden voor alle geledingen, die op welke wijze dan ook betrokken zijn bij de Jeugdzorg. Het is een voorwaarde voor een goede samenwerking. Met name daar waar afhankelijkheid tussen personen, afdelingen, enz. in het geding is, is een open communicatie op basis van vertrouwen voorwaardelijk voor het slagen van het gevoel van gezamenlijkheid. In het rapport is weinig aandacht besteed aan de positie van burgers, jongeren, cliënten, cliëntondersteuners, (pleeg)ouders, zorgaanbieders. Dit zien wij als een gemis. Een inhoudelijke paragraaf over de actuele realiteit van de Jeugdhulp zou de kracht van het rapport hebben versterkt. 1

Samenwerking Werkgroep Sociaal Domein en Adviesraad De werkgroep Sociaal Domein en de Adviesraad hebben afgesproken het overleg met elkaar te intensiveren. De Adviesraad wil haar positie als vertolker van de belevingswereld van burgers, cliënten en anderen, die op een manier betrokken zijn bij de zorg, de komende tijd versterken. In overleg met de werkgroep Sociaal Domein trachten we daarmee een meerwaarde te bewerkstelligen. Moedeloos! De Jeugdhulp maakt een moeilijke periode door. Ondanks alle goedbedoelde inspanningen ontstaat er een negatief beeld over de hulp aan de jeugd. Dit zowel op landelijk als op lokaal niveau. Het systeem dreigt te falen. Er heerst een vorm van machteloosheid, teleurstelling en onbegrip. Het is aan de gemeenten om zich goed te bezinnen; hoe gaan we verder. De oplossingen liggen niet langer in het reorganiseren van het ondersteuningsapparaat. Het zou goed zijn als de energie en het geld meer besteed wordt aan de directe uitvoerende zorg. Zorg, geformuleerd vanuit de vraag van het kind/jongere in plaats van vanuit het steeds aanpassen van het werksysteem. Kind en ouders lopen tegen een muur van onbegrip op. Zij snappen niet waarom een suïcidale puber meer dan een jaar moet wachten op hulp.

Het valt niet meer uit te leggen waarom een jongere met een ernstige psychische aandoening drie maanden moet wachten op een intakegesprek en vervolgens wordt afgewezen met als motivatie: uw problematiek is voor ons te zwaar. Tot slot treft u twee actuele situaties uit de Jeugdzorg, zoals die aan de Adviesraad zijn voorgelegd. Casus 1 Goedemorgen, In het onderwerp staat het al... Help! Ik heb namelijk echt hulp nodig, want mijn dochter is schijnbaar de eerste in 's-Hertogenbosch die 18 wordt binnenkort. U kunt dit lezen als een grap, maar helaas is het bittere ernst. Mijn dochter heeft psychische problemen en valt nu onder de jeugdwet. Tot een paar maanden terug was zij onder behandeling van Herlaarhof. Zij zijn echter gestopt met de behandeling, en sindsdien zijn wij op zoek naar nieuwe hulpverlening. Dat zou op zich geen probleem moeten zijn, ware het niet dat mijn dochter binnenkort 18 wordt. Je zou denken, dan neemt de WMO het toch over, of bij behandeling, de ziektekostenverzekering, maar zo simpel werkt dat niet. De WMO afdeling heeft namelijk met andere instellingen contracten, dan de afdeling Jeugd. Let wel, we hebben het nog steeds over één en dezelfde gemeente, namelijk 's-Hertogenbosch. Een derde probleem is dat ook de verzekering die betreffende instantie moet vergoeden.

Mijn dochter heeft namelijk nu ambulante begeleiding nodig (jeugdwet), over 5 maanden ook (WMO) en daarnaast straks ook weer behandeling (zorgverzekering). En omdat het niet om een gebroken been gaat, maar om psychische zorg, voor een kind met o.a. cptss en angststoornissen, is “vertrouwen” het allerbelangrijkste! Mijn dochter gaat geen zorgpersoneel in vertrouwen nemen als ze weet dat ze daar weer weg moet. Dat lijkt me ook niet meer dan logisch. Nu hebben we inmiddels een zorgaanbieder gevonden waar ik als moeder, mijn hulpverlening, mijn huisarts, de afdeling Jeugd van de gemeente en het allerbelangrijkste mijn dochter, vertrouwen in hebben, namelijk Amarezorg in Drunen. De zorgverzekering heeft ook laten weten dit te vergoeden. En u raadt het misschien al... de WMO heeft hier geen contract mee. (Een 2e, voor ons iets mindere, optie is De Viersprong in 's-Hertogenbosch. En ook daarvoor geldt hetzelfde). Begrijpt u het nog?! 2 Instellingen die jeugd- en volwassen zorg leveren, die wel door de ene afdeling van de gemeente zijn gecontracteerd, maar niet door de andere afdeling! De enige optie die de gemeente 's-Hertogenbosch heeft is buro MAKS, maar zij geven aan dat zij niet de benodigde zorg kunnen leveren die wij zoeken. Ik weet het niet meer en zit met mijn handen in het haar.

Onze contactpersoon bij de gemeente doet haar best, maar zij gaat niet over de contracten die er liggen. Met andere woorden: er is nu al een paar maanden geen hulp voor mijn dochter, behalve gelukkig haar grote held en assistentiehond Lipton. Zonder hem waren we nergens. Maar goed, de hulpverlening blijft dus een probleem. Wij zouden nu geholpen zijn als we naar Amarezorg mogen, maar kan iemand me uitleggen waarom dat geen optie is? 2

Kan iemand de gemeente erop wijzen dat Jeugd en WMO samen moeten werken?! Mijn dochter mag dan misschien de eerste zijn die 18 wordt, na haar volgen er vast nog meer. Voor haar en al die haar volgen zou ik een oplossing willen!!! Met vriendelijke groet, Een radeloze moeder Casus 2 Mijn zoon van 10 heeft een autistische aandoening waardoor hij erg moeilijk contact kan maken met anderen. Het kost enige tijd voor hij vertrouwen durft te hebben in een ander. Mijn zoon is voor het maken van huiswerk afhankelijk van extra begeleiding. Vanuit Jeugdzorg wordt hij al enige tijd begeleid. Na enkele maanden is het contact met zijn begeleider goed gaan lopen; er was een vertrouwensband gegroeid. Nu heeft Jeugdzorg besloten om de vaste begeleider op een andere plaats te zetten en wordt mijn zoon elke week begeleid door iemand anders. Steeds een ander. Wij weten niet wie er komt. Mijn zoon is daar erg onrustig onder en zijn schoolprestaties hollen achteruit. Ook in zijn omgang met anderen, o.a. thuis met zijn zusjes, is hij snel uit het evenwicht. Het probleem heb ik bij Jeugdzorg aangedragen. Zij hebben helaas niets te bieden. Letterlijk: u mag blij zijn, dat er iemand komt.

Frans Leenders, voorzitter Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp gemeente ’s-Hertogenbosch

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10137745/1