CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2A ODBN_Programmabegroting_2025

Gemeenteraad 4 juni 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze ontwerp-programmabegroting 2025 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)22.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

1

Programmabegroting 2025

Maart 2024, 's-Hertogenbosch

ODBN Programmabegroting 2025

2

Voorwoord

3

Geachte bestuurders, raads- en statenleden, Hierbij delen we met u de begroting 2025 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze begroting is een vertaling van de Kadernota 2025 die in december 2023 door het Algemeen Bestuur van de ODBN is vastgesteld. Ons werkveld kenmerkt zich door veranderingen die de afgelopen jaren alleen maar in omvang en frequentie zijn toegenomen. Jurisprudentie, beleidswijzigingen en uitstel van wetgeving maken het voor onze medewerkers en deelnemers lastig om exact te bepalen wat er in 2025 gaat gebeuren. De Omgevingswet is per 1-1-2024 in werking getreden. Bij aanvang van begrotingsjaar 2025 zal er meer zicht zijn op de uitvoeringsgevolgen van deze wet. Omdat we nog geen ervaring hadden bij het opstellen van deze begroting hebben we er geen rekening mee gehouden. Waar we verwachten dat er wel een effect kan optreden, hebben we dit vermeld. De maatschappelijke dossiers; de Wet natuurbescherming (soorten en gebieden), stikstof, energie, water en bodem zullen van grote invloed blijven op ons werk. Het zijn tijden met veel dynamiek. Dat betekent voor onze medewerkers dat ze flexibel moeten zijn, maar ook veel veerkracht moeten tonen. Anderzijds mogen ze meewerken aan grote transities die op ons afkomen waarin de uitvoering een steeds belangrijkere stem krijgt. Immers zonder uitvoering geen beleidseffecten.

Naast de uitvoering van beleid zijn we steeds beter in staat om invulling te geven aan de rol van signaleren en agenderen van zaken waar we in de praktijk tegenaan lopen. Deze veranderingen betekenen dat we voortdurend met de deelnemers in gesprek moeten zijn om hier goed mee om te gaan. Hiervoor zal – met een nog nadrukkelijkere input vanuit het RSP – een Ontwikkelprogramma 2025 worden uitgewerkt, waarin wordt beschreven welke thema's en projecten opgepakt zullen worden. Onze inzet is tot nu toe gericht op het doorontwikkelen van onze VTH-taken. In toenemende mate krijgt de ODBN echter ook de vraag om beleidsadviserende taken op te pakken. Omdat er nog geen bestuurlijke uitspraak is gedaan over het ontwikkelen van een structurele (beleids-)adviestaak binnen of door de ODBN zijn hiervoor in deze begroting geen middelen opgenomen. Indien in de aanloop naar 2025 de invulling hiervan concreter wordt, kan hiervoor een separaat voorstel worden gedaan. De Arbeidsmarkt blijft een grote uitdaging. Lukte het voorheen nog redelijk tot goed om vacatures ingevuld te krijgen zien we nu dat het niet altijd meer lukt. De omvang van de opdracht aan de ODBN groeide de afgelopen jaren. Vooralsnog lijkt deze in 2025 te stabiliseren. De tekorten aan beschikbaar aanbod doen zich inmiddels voor in alle disciplines. Ook in de administratieve ondersteunende functies.

Dat dwingt ons voor het eerst een algehele disclaimer op te nemen in deze begroting. Wij willen en zullen de opdrachten van onze deelnemers waar mogelijk op ons nemen echter vragen we begrip wanneer we noodgedwongen tussentijds moeten her prioriteren.

In de voorbereiding op de begroting 2025 hebben we diverse signalen ontvangen dat er zorgen zijn bij onze deelnemers over stijgende kosten in relatie tot hun eigen financiële positie. Onze gemeentelijke deelnemers en de provincie vragen expliciet om met een kritische blik te kijken naar de begroting 2025 en verder. Deze vraag zien we ook in enkele zienswijzen die ontvangen zijn als reactie op de Kadernota. Bij het opstellen van deze begroting is daar ook invulling aan gegeven. In deze begroting ziet u de maatregelen die zijn genomen. Effectief betekent dit dat wij de kosten voor onze deelnemers met bijna 1,4 miljoen weten te beperken. Hiervan komt 0,5 miljoen ten laste van de overhead. Ook 2025 zal een jaar worden met uitdagingen waarin onze medewerkers elke dag hun deskundigheid inzetten om te werken aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving.

Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord

ODBN Programmabegroting 2025

4

Inhoud

5

Voorwoord

2

Inleiding

6

Paragrafen

47

I

Beleidsbegroting

8

1.

Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing

47

Programma’s

10

2.

Paragraaf Financiering

53

1.1.

Werken onder de Omgevingswet

12

3.

Paragraaf Bedrijfsvoering

56

1.2.

Informatiegestuurd werken

12

4.

Paragraaf Wet open overheid

60

1.3.

Agrarisch/Transitie zorgvuldige veehouderij

13

5.

Paragraaf Verbonden Partijen

61

1.4.

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)

13

1.5.

Energie en klimaat

1.6.

Financiële begroting 2025

64

14

Financiële samenvatting

66

Water

15

Algemeen

69

1.7.

Circulaire economie en afval

16

Baten en lasten begroting 2025-2028

71

1.8.

Stikstof

17

Toelichting op baten en lasten 2025

74

1.9.

Sanering verkeerslawaai (ISV)

17

Overzicht incidentele baten en lasten 2025

88

1.10. Samen Sterk in Brabant (SSiB)

18

Uiteenzetting financiële positie

90

1.11. Milieuklachtencentrale (MKC)

19

1.12. Stortplaats Voorste Heide

20

Overzicht bijdragen per deelnemer 2025

96

2

Programma Individuele Dienstverlening

22

Overzicht baten en lasten per taakveld

100

2.1.

Uitvoering van VTH-taken

23

Uitsplitsing taakveld per programma

101

2.2.

Vergunningverlening

24

Geactualiseerde risicoanalyse

102

2.3.

Toezicht

26

Afkortingenlijst

104

2.4.

Handhaving

28

2.5.

Specialistische dienstverlening

30

2.6.

Bodemtaken

31

2.7.

Asbest en slooptaken

32

2.8.

Natuurbescherming (natuuractiviteiten)

33

2.9.

Mobiliteit

35

2.10. Juristen

36

3

Programma Bedrijfsvoering

38

3.1.

Productiviteit vs declarabiliteit

40

3.2.

Arbeidsmarkt

41

3.3.

CAO-ontwikkelingen

42

3.4.

Prijsontwikkeling

42

3.5

Overige financiële ontwikkelingen

43

3.6.

Incidentele korting

44

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Ii

Bijlagen

94

ODBN Programmabegroting 2025

6

Inleiding

7

De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 11 overheden: 10 gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Samen dragen we een gedeelde verantwoordelijkheid voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Als verlengstuk van het lokale en provinciale bestuur voert de ODBN een deel van de wettelijke overheidstaken op dit gebied uit. Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht, handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en mest. De ODBN heeft op de genoemde terreinen een adviserende taak en werkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken meer dan 300 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie.

Oss

's-Hertogenbosch Bernheze Vught

SintMichielsgestel

Boxtel

Meierijstad

Maashorst

Land van Cuijk

Boekel

Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de Provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de Provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie. Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Ook Brabantbreed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom onze ambitie is: Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“

Leeswijzer De begroting bestaat uit twee onderdelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. In de begroting schetsen wij onze verwachtingen voor 2025: zowel financieel als beleidsinhoudelijk. Als eerste leest u de beleidsbegroting. In dit deel beschrijven we onze beleidsvoornemens voor 2025, mede aan de hand van de ontwikkelingen die op ons afkomen. In het tweede gedeelte van de beleidsbegroting wordt ingegaan op de verplicht voorgeschreven paragrafen, uiteraard voor zover deze van toepassing zijn op de ODBN. In het tweede deel vindt u de financiële begroting. Deze start met de financiële samenvatting waarin de hoofdlijnen van de financiële ontwikkelingen verwoord zijn. In de delen daarna worden de (meerjaren)ramingen gepresenteerd en wordt er getoond waar de afwijkingen zitten. Ook de staat van incidentele baten en lasten en de geprognosticeerde balans zijn in dit deel terug te vinden. P&C cyclus De P&C-cyclus van de ODBN kent drie programma's die leidend zijn voor de indeling van de beleidsbegroting. 1. Het eerste programma heet Regionale Dienstverlening en collectieve ontwikkelingen. Dit programma gaat over de taken die de ODBN voor de regio uitvoert, zoals de collectieve taken en Samen Sterk in Brabant (SSiB). Hierin worden de overkoepelende thema’s beschreven die op diverse punten in deze begroting zijn effect gaan vinden.

Denk bijvoorbeeld aan de thema’s als Omgevingswet en het stikstofdossier. 2. Het programma Individuele Dienstverlening gaat over de dienstsverlening aan een deelnemer van zowel de wettelijke basistaken als de verzoektaken die een deelnemer bij de ODBN heeft belegd. Ook zijn hierin de opdrachten opgenomen die buiten de werkprogramma's vallen. 3. Het laatste onderdeel betreft het programma Bedrijfsvoering. Hierin zitten vooral de organisatorische zaken beschreven. De begroting is de nadere concretisering van de Kadernota, waarin wij de ontwikkelingen hebben geschetst die op ons afkomen. In de begroting gaat het om de beleidsinhoudelijke en financiële voornemens van de ODBN als geheel. Daarbij gaan we niet in op de situatie per deelnemer. De concrete werkzaamheden die wij voor elk van onze deelnemers uitvoeren, worden uitgewerkt in de gemeentelijke werkprogramma's en de provinciale opdracht.

ODBN Programmabegroting 2025

8

I Beleidsbegroting

9

2

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2025

10

1 Programma’s

11

1 Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen Inhoud Programma De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) voert het programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen uit. Hierin zijn werkzaamheden opgenomen die worden uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers. De volgende onderwerpen maken onderdeel uit van dit programma: ➜ Het Ontwikkelprogramma (waaronder het budget Collectieve Taken) waarin de ontwikkelopgaven voor de ODBN worden toegelicht en zijn begroot ➜ Samen Sterk in Brabant (SSiB) ➜ Overige regionale werkzaamheden (voormalig RMB) - Sanering verkeerslawaai (ISV) - Beheer en nazorg (voormalige) stortplaatsen ➜ Diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op diverse onderdelen in deze begroting. Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

Omgevingswet

1 januari 2024

n.v.t.

Omgevingsbesluit

1 januari 2024

n.v.t.

Besluit kwaliteit leefomgeving

1 januari 2024

n.v.t.

Besluit activiteiten leefomgeving

1 januari 2024

n.v.t.

Omgevingsregeling

1 januari 2024

n.v.t.

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET

Een belangrijk onderdeel van de Regionale Dienstverlening is het jaarlijks op te stellen Ontwikkelprogramma. In het Ontwikkelprogramma bundelen we de meerjarige ontwikkelopgaven van de ODBN. Het Ontwikkelprogramma 2025 wordt opgesteld op basis van de Kadernota, deze begroting en de dan actuele ontwikkelingen.

Wat gaan we doen in 2025? Via het programma regionale dienstverlening en collectieve ontwikkelingen blijft de ODBN zich inzetten op het verder ontwikkelen van onze VTH-taken. Hiervoor zal vanaf medio 2024 een Ontwikkelprogramma 2025 worden uitgewerkt, waarin veel preciezer wordt beschreven welke thema's en projecten in 2025 opgepakt zullen worden. In de paragrafen 1.1 t/m 1.8 worden voorbeelden genoemd van thema's waarop onze inzet ook in 2025 naar verwachting gericht zal zijn. We willen het RSP eerder en beter betrekken bij het opstellen van het Ontwikkelprogramma 2025, zodat de betrokkenheid van de deelnemers bij de definitieve keuze en uitwerking verzekerd is. Daarom zal het Ontwikkelprogramma 2025 ook bestuurlijk worden vastgesteld. De ODBN blijft haar deelnemers in elk geval ondersteunen, adviseren en voorbereiden op de vraagstukken van nu en in de toekomst. Deze ondersteuning is tot nu toe gericht op het doorontwikkelen van onze VTH-taken. In toenemende mate krijgt de ODBN echter ook de vraag om beleidsadviserende taken op te pakken. In 2024 wordt hier een verkenning naar gedaan en willen we een proef starten op enkele thema's. Na dit proefjaar willen we in 2025 samen met de deelnemers evalueren wat de ervaringen zijn.

De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) voert het programma Regionale Dienstverlening uit. Hierin zijn werkzaamheden opgenomen die worden uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers. In het programma Regionale Dienstverlening werkt de ODBN samen met haar deelnemers aan de regionale ontwikkelingen en de voorbereiding en vertaling van beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen, zodat deze in de taakuitvoering binnen het programma Individuele Dienstverlening kunnen worden uitgevoerd.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2025

12

Welke onzekerheden kennen we? De thema's die hieronder – in de paragrafen 1.1 t/m 1.8 worden toegelicht, moeten nog worden uitgewerkt in het Ontwikkelprogramma 2025. Daarbij is het waarschijnlijk dat, wanneer met het opstellen daarvan gestart wordt, ook andere thema's aandacht behoeven. Dit is mogelijk, waarbij wel de in de begroting opgenomen budgetten leidend zijn. Of alle gewenste thema's opgepakt kunnen worden, is onzeker. Door de afstemming met het RSP en de bestuurlijke vaststelling in het AB, streven we er naar om hier gezamenlijk keuzes in te maken. Zo komt het collectief opdrachtgeverschap voor dit programma meer tot zijn recht.

1.1 Werken onder de Omgevingswet Op het moment van schrijven van deze begroting is de Omgevingswet net in werking getreden. Door de beperkte ervaring met de uitvoering van de Omgevingswet op het moment van schrijven van deze begroting, is het kwantificeren van onze inzet lastiger dan voorgaande jaren. Inhoudelijk hebben wij goed zicht op de wijzigingen, echter hoe de toepassing van de Omgevingswet zich in de komende periode gaat ontwikkelen, is nog ongewis. De ontwikkelingen blijven we volgen en we blijven hierover -in contact met onze deelnemers.

1.2 Informatiegestuurd werken Als deskundige uitvoerder van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is de ODBN verantwoordelijk voor lokale en landelijke doelstellingen op het gebied van milieu, klimaat en energie en verzamelen wij op deze gebieden veel data. Deze data, gecombineerd met externe databronnen, kan gebruikt worden om risico’s te identificeren en prioriteren. Zo kunnen wij als ODBN steeds beter risicogericht en efficiënter gaan werken. De ODBN heeft grote ambities ten aanzien van het informatiegestuurd werken, dat de basis moet vormen voor onze VTH-taken, maar ook voor onze bedrijfsvoering. ➜ Er zijn op dit moment diverse ontwikkelingen op het gebied van data, privacy en kunstmatige intelligentie. De innovaties volgen elkaar in rap tempo op en hebben veel invloed op hoe wij naar data kijken. Nieuwe technologie gaat natuurlijk ook gepaard met de nodige risico’s. Het is belangrijk dat we oog houden voor wat we wel en vooral ook niet kunnen of mogen doen met data. Daarom willen we als organisatie flexibel en adaptief zijn, zodat we kunnen inspelen op nieuwe eisen en uitdagingen. Net als in voorgaande jaren zullen we ook in 2025 aandacht hebben voor het verbeteren van de datakwaliteit. Verbeterde datakwaliteit zorgt ook voor verdere (door)ontwikkeling van dataproducten die de informatiepositie van professionals binnen de ODBN versterkt.

Ook is er in 2025 blijvende aandacht voor de datacultuur in onze organisatie.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

1.3 Agrarisch/transitie zorgvuldige

13

veehouderij De transitie naar een zorgvuldige veehouderij is een belangrijk onderwerp in Noord-Brabant, maar wordt naar verwachting ook in 2025 nog gekenmerkt door een mate van onzekerheid. De uitwerking van Europese richtlijnen, landelijk en provinciaal beleid en diverse rechterlijke uitspraken hebben allemaal grote invloed op de transitie. De ODBN volgt de ontwikkelingen binnen de veehouderij en aanpalende onderwerpen – zoals stikstof – nauwgezet. De ODBN focust zich daarbij voornamelijk op de uitvoeringsconsequenties van het beleid, zodat de VTH-taken kwalitatief hoogwaardig en efficiënt uitgevoerd kunnen worden. In 2025 zal in dat kader onder meer aandacht uitgaan naar de mogelijke consequenties van ontwikkelingen rond innovatieve stalsystemen (o.a. realtime meten en de verdere ontwikkeling van middel- naar doelvoorschriften) en de consequenties van de diverse beëindigingsregelingen.

1.4 Zeer zorgwekkende stoffen (zzs) Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die zijn aangemerkt als zeer schadelijk voor het milieu en de (volks)gezondheid. Het zijn stoffen die niet of nauwelijks afbreekbaar zijn in het milieu, die kankerverwekkend kunnen zijn en zich ophopen in onze leefomgeving. Zowel op Europees als landelijk niveau hebben gevaarlijke stoffen die risico's opleveren voor mens en milieu de afgelopen jaren veel aandacht gekregen. Het streven is om deze stoffen in de toekomst uit de leefomgeving te weren en zo emissies naar lucht, water en bodem te voorkomen. Omgevingsdiensten voeren controle uit op de stoffen die opgeslagen en uitgestoten worden door bedrijven. Echter, ZZS vraagt om specialistische kennis die versnipperd is over verschillende overheidsinstanties. Samen met partijen als de OMWB, ODZOB, Rijkswaterstaat, drinkwaterbedrijven en de waterschappen werkt de ODBN in 2025 verder aan haar aanpak voor de bronaanpak van ZZSstoffen. ➜ O  nze medewerkers nemen deel aan het kennisnetwerk ZZS. Dit is opgezet vanuit Omgevingsdienst NL. Onze samenwerking met de OMWB, ODZOB, de waterschappen en het RIVM zorgt voor een gefundeerd kennisnetwerk van vergunningverleners en toezichthouders die kennis en ervaring met elkaar uitwisselen. In 2025 evalueren we deze samenwerking.

➜ In heel Nederland werken de bevoegde gezagen en omgevingsdiensten aan de ontwikkeling en implementatie van beleid inzake ZZS. De ODBN zet zich vanaf 2022 in om vanuit toezicht uitvoering te geven aan het reduceren van ZZS. Dit naast de inspanning vanuit de vergunningverlening. Toezichthouders gaan met verschillende bedrijven in gesprek om te kijken welke veranderingen nu al wettelijk verplicht zijn om geen/minder ZZS uit te stoten maar ook wat er aanvullend gedaan kan worden. Zodoende wordt er meer ervaring met dit thema opgedaan, zowel door de bedrijven als de toezichthouders. In 2025 zetten we deze aanpak dan ook voort.

ODBN Programmabegroting 2025

14

1.5 Energie en klimaat

15

De toenemende urgentie van klimaatbeleid, vraagstukken rond de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie en de stelselwijziging naar de Omgevingswet hebben in 2023 en 2024 geleid tot wetswijzigingen, een uitbreiding van taken voor de ODBN en een specifieke uitkering voor toezicht en handhaving energie (SPUK-THE). Door de urgentie is het energietoezicht van de ODBN de afgelopen jaren sterk geïntensiveerd, van 100 controles in 2020 naar rond de 800 in 2024. Mede door de SPUK-THE-verplichting om voor de uitvoering eigen personeel in te zetten, is het energieteam in omvang toegenomen tot 8 medewerkers waarvan 6 in eigen dienst. Na alle wetswijzigingen in 2024 ligt voor 2025 de nadruk vooral op de uitvoering, het vergoten van kennis, het op peil houden van capaciteit en het versterken van informatiegestuurd werken (IGW), gebruikmakend van informatie uit de in 2024 opgehaalde rapportages. Naast de genoemde toezichtstaken raakt de energietransitie de taken van de ODBN op meer punten. Denk aan vergunningverlening van wind- en zonneparken, het verplichten van zonne-energie op bedrijfsdaken, bodem-energie, het aardgasvrij maken van bedrijven en bedrijventerreinen, warmtelevering door bedrijven, veiligheid van buurtaccu's en waterstof of geluid van warmtepompen en windturbines.

Deze onderwerpen komen steeds vaker voor en vragen specialistische kennis, die gemeenten zelf niet altijd in huis hebben. De ODBN wordt daarom steeds vaker om informatie (data) en advies gevraagd op dit soort thema's. ➜ In 2025 draagt de ODBN bij aan de energiebesparingsambities van de deelnemende gemeenten door het uitvoeren van energietoezicht bij informatie- en onderzoeksplichtige en ETS-bedrijven. ➜ Als verzoektaak ziet de ODBN voor 6 gemeenten toe op de naleving van de verplichting voor kantoren om energielabel C te hebben. ➜ Het energietoezicht wordt gefinancierd uit de specifieke uitkering toezicht en handhaving energie (SPUK-THE 2022-2026) en de gemeentelijke en provinciale opdrachten in het kader van het energiebod (werkprogramma 2025) en de provinciale opdracht 311; ➜ De resultaten van het toezicht worden door de ODBN gemonitord om de bijdrage van toezicht aan de besparingsdoelen van de deelnemers zichtbaar te maken.

1.6 Water Steeds meer nadruk komt te liggen op schoon en veilig (drink)water. Zowel de hoeveelheid water als de kwaliteit van water in onze regio staat onder druk. Dat geldt voor heel Nederland. We hebben de slechtste waterkwaliteit van alle EU-lidstaten, waarbij slechts 1% van onze wateren het predicaat ‘goed’ krijgt. De industrie draagt hieraan bij door het lozen van schadelijke stoffen op riolering en oppervlaktewater. Daarnaast zien we ook steeds sterker de negatieve effecten van (kunst)mest op het milieu en de natuur. Door indirecte lozingen komen gevaarlijke stoffen terecht in rioleringen. Dit water moet worden gezuiverd door de rioolwaterzuiveringsinstallaties van de waterschappen. Er is echter gebleken dat een aantal stoffen niet of nauwelijks gezuiverd kan worden en daarmee achterblijft in het oppervlaktewater. Het controleren op deze indirecte lozingen is een van de taken waar we als omgevingsdienst voor verantwoordelijk zijn. Zowel onze deelnemers als de waterschappen hebben baat bij goede afstemming bij vergunningverlening van en controle op deze lozingen. Samen met de waterschappen werken we al enkele jaren aan het verbeteren van onze dienstverlening op het gebied van indirecte lozingen.

➜ In 2025 werken we actief samen met de waterschappen bij de controle van indirecte lozingen, delen we digitaal informatie met elkaar over de locatie van deze lozingen en herzien we de afspraken die gemaakt zijn over toezicht en handhaving van indirecte lozingen. ➜ We evalueren de samenwerkingsafspraken tussen de waterschappen en ODBN om deze aan te scherpen of waar nodig bij te stellen..

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2025

16

1.7 Circulaire economie en afval Circulaire economie is een onderwerp dat steeds belangijker wordt. In een circulaire economie worden spullen die nu nog als afval worden gezien, hergebruikt. Zo zijn er minder of geen nieuwe grondstoffen uit de aarde nodig. Het Rijk zet stevig in met de ambitie om in 2050 helemaal circulair te zijn, met een tussenstap dat bedrijven in 2030 minimaal 50% minder mineralen, fossiele grondstoffen en metalen moeten gebruiken. Dit is in 2016 verankerd in het Rijksbreed programma Circulaire Economie ‘Nederland circulair in 2050’. Tezamen met de provincie en de twee andere Omgevingsdiensten in Brabant is er een maandelijks overleg waar casussen besproken worden, acties worden opgepakt om Circulaire Economie breder op de agenda te krijgen/ bewustwording te creëren en hoe het (beter) in het VTH-stelsel geïmplementeerd kan worden. Omdat Circulaire Economie steeds belangrijker wordt, gaan we, in 2025 aan de slag met resultaten uit de verkenning Circulaire Economie die in 2024 wordt opgeleverd. We vergroten onze kennis van hoe dit onderwerp effectief opgepakt wordt door andere omgevingsdiensten in Nederland en in de gemeenten in ons werkgebied. We willen met onze deelnemers in gesprek gaan om te horen of en hoe Circulaire Economie geagendeerd is en waar eventuele hulpbehoeftes liggen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

De ODBN volgt de ontwikkelingen in het landelijk brancheteam metaalrecycling. Onderwerpen die hierin besproken worden zijn bijvoorbeeld E-waste (illegale inzameling en verwerking), lithium-ion batterijen (afvalbranden) en chroom VI (ZZS en hoe hiermee om te gaan). Dit kan leiden tot nieuwe prioriteiten en keuzes in 2025.

1.8 Stikstof Nederland heeft de ambitie om de stikstofemissies en –deposities sterk terug te dringen. Met name de Rijksoverheid en de Provincies – waaronder de Provincie Noord-Brabant – hebben hiertoe beleid ontwikkeld. We hebben gezien dat bestaand beleid steeds vaker de rechterlijke toets niet kan doorstaan. Dit heeft ook consequenties voor onze uitvoering, zoals handhavingsverzoeken, intrekkingsverzoeken en repressieve handhavingstrajecten. Ook in 2025 zal het stikstofdossier nog veel inspanning van ons vergen. We houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en vertalen deze naar de uitvoering.

1.9 Sanering verkeerslawaai (ISV) In de begroting hebben we nu incidenteel voor 2025 de uren en kosten van het project sanering verkeerslawaai geraamd. Dit project wordt bekostigd uit de bestemmingsreserve ISV. Het project is incidenteel van aard en betreft de geluidsanering van diverse woningen in het werkgebied van de ODBN.

ODBN Programmabegroting 2025

17

18

1.10 Samen Sterk in Brabant (SSIB)

19

Om de misstanden in het buitengebied van Brabant aan te pakken werken de handhavingspartners in Noord-Brabant samen in het samenwerkingsverband Samen Sterk in Brabant en het handhavingsteam daarbinnen. Het handhavingsteam SSiB is onder formeel werkgeverschap van de ODBN gebracht. De inhoudelijke aansturing van SSiB vindt plaats door de Stuurgroep SSiB die de partijen vertegenwoordigt die financieel participeren in dit samenwerkingsverband. Eind 2023 is er, om ook naar 2030 toe effectief en efficiënt te kunnen handhaven, een Visie SSiB 2030 opgesteld door die partners. SSiB handhaaft met name op de speerpunten wildcross, afvaldumpingen en stroperij en ondersteunt de partners onder andere met het handhaven op de toegangsbepalingen. Om het handhavingsteam SSiB, onder werkgeverschap van de ODBN, een meer definitief karakter te geven, heeft de Provincie voor 2024 een aanvullende opdracht aan het handhavingsteam SSiB verstrekt in plaats van de subsidie, met de verwachting dat deze in 2025 wederom zal worden gegeven. De omgevingsdiensten OMWB en ODZOB hebben de bekostiging van het SSiB naar 2025 toe structureel in hun begroting opgenomen. De inhoud van de speerpunten en de voortgang van werkzaamheden worden besproken in de stuurgroep. Daar wordt dus de inhoudelijke verantwoording afgelegd. De financiën van SsiB zijn in deze begroting opgenomen.

SSiB legt jaarlijks verantwoording af in het jaarverslag (Zie www.ssibbrabant.nl).

l

nt.n www.ssibbraba

1.11 Milieuklachtencentrale (MKC) Namens onze deelnemers voeren wij als ODBN de milieuklachtenregeling uit. Burgers moeten hun beklag kunnen doen wanneer zij overlast ervaren van bedrijven of handelingen die in strijd zijn met de wetgeving, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van geluids- of geuroverlast. Burgers kunnen hun milieuklacht kwijt bij de Milieuklachtencentrale (MKC), een samenwerkingsconstructie van de drie Brabantse omgevingsdiensten. De MKC zet de klachten door naar de betrokken omgevingsdienst of andere overheden. In 2024 zijn we met een nieuw systeem voor de registratie van milieuklachten gaan werken en zetten we ook bij de afhandeling van milieuklachten steeds meer in op informatiegestuurd werken. We gebruiken de beschikbare informatie om bedrijven waarover veel klachten binnenkomen, oplossingsgericht middels maatwerk en een gerichte aanpak te controleren. Deze informatie wordt tevens gebruikt voor het branchegerichte toezicht.

Wat gaan we doen in 2025?  In 2025 zullen we het werken met het nieuwe klachtenregistratiesysteem verder doorontwikkelen.  D eze doorontwikkeling moet gaan leiden tot meer inzicht in de aard en de trends van de klachten waardoor we hier effectiever op in kunnen spelen.  Deelnemers kunnen zelf inloggen op het systeem en de voortgang monitoren. Welke onzekerheden kennen we?  Door inzicht in de aard en trends van de klachten te krijgen kan dat (in aanvang) leiden tot extra inzet van toezicht en handhaving teneinde trends te doorbreken.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2025

20

Toelichting Voor de uitvoering van het programma Regionale Dienstverlening zijn in deze begroting 34.447 uren opgenomen. Het grootste deel hiervan (22.615 uren) heeft betrekking op Samen Sterk in Brabant. Daarnaast zijn er 7.294 uren voor Collectieve Taken, 3.304 uren voor SPUK THE, 1.000 uren voor sanering verkeerslawaai en 234 uren voor overige regionale taken opgenomen. NB. De uren van SPUK THE zijn voor 2025 en 2026 opgenomen, de uren voor sanering verkeerslawaai alleen voor 2025. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Regionale Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 1.1 Taakveld 7.3 Taakveld 7.4

➜ Crisisbeheersing ➜ Beheer stortplaatsen ➜ Milieubeheer

1.12 Stortplaats Voorste Heide Eén van de nog te eerbiedigen oud RMB-taken is de eeuwigdurende nazorgplicht voor de gesloten stortplaats Voorste Heide. De dekking van deze activiteit komt uit de voorziening. De kosten bestaan voornamelijk uit gespecialiseerde bedrijven. Naar verwachting worden hier door de ODBN zo’n 100 uren gemaakt.

Wat mag het kosten? PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENINGG BEDRAGEN X € 1.000,-

REKENING 2023

BEGROTING 2024

BEGROTING 2025

Personeel

2.237

2.129

2.496

Bedrijfsmiddelen

1.438

680

690

TOTAAL LASTEN

3.675

2.809

3.186

Collectieve taken

853

882

904

Samen Sterk in Brabant

2.600

2.758

2.889

Overige regionale programma's

724

151

555

4.177

3.792

4.348

502

984

1.162

TOTAAL BATEN SALDO

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2025

21

22

2 Programma Individuele Dienstverlening

Wat gaan we daarvoor doen in 2025?

23

2.1 Uitvoering VTH-Taken Het programma Individuele Dienstverlening sluit aan op de individuele opdrachten die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies). Voor de basistaken geldt dat deelnemers deze bij de ODBN neer dienen te leggen. Voor de (overige) verzoektaken geldt dat de deelnemer zelf de afweging maakt of deze taken in eigen beheer uitgevoerd worden, of en in welke omvang dat deze belegd worden bij de ODBN. Beleidskader/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET Wet milieubeheer

1 maart 1993

Omgevingswet

1 januari 2024

Draaiboek deelproces milieubeheer

25 september 2017

Wat willen we bereiken? Als ODBN werken we samen met onze deelnemers en ketenpartners aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Binnen het programma individuele dienstverlening voeren wij voor onze deelnemers de werkprogramma's uit die in december 2024 worden vastgesteld. Binnen de uitvoering van deze VTH- en specialistische milieutaken zijn er een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de uitvoering. Deze lichten we onder dit programma toe.

Ook in 2025 gaat de aandacht weer primair uit naar de uitvoering van de VTH-taken. De implementatie van de Omgevingswet is een feit maar zal desondanks ook in 2025 nog onzekerheden met zich meebrengen. Naast deze onzekerheden kunnen we in 2025 gebruik maken van de opgedane kennis over de Omgevingswet. Omdat onze ervaring voor nu nog beperkt is, laten de effecten zich voor 2025 nog niet goed kwantificeren. Op het moment van schrijven van deze begroting is de Omgevingswet net in werking getreden. Of er onder de Omgevingswet een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving zal plaats gaan vinden is op dit moment nog niet te bepalen. De Omgevingswet vraagt enerzijds om een meer integrale benadering, terwijl anderzijds de doorlooptijden van procedures krapper geworden zijn. Dit vraagt om effectieve informatiedeling tussen de verschillende belanghebbenden. Ook in 2025 zullen we data en informatie inzetten om onze kerntaken slimmer en doeltreffender uit te kunnen voeren. In 2024 wordt de nieuwe Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028 afgerond. Deze strategie bestaat uit het Operationeel Kader en een omgevingsanalyse. De omgevingsanalyse is een inventarisatie van de relevante opgaven binnen het ruimtelijk domein. Op basis van deze analyse maken we een vertaling naar jaarlijks te realiseren doelen.

De Uitvoerings- en handhavingsstrategie geeft de handvaten om deze vertaling te maken naar de jaarlijkse gemeentelijke werkprogramma’s. Daarbij wordt risicogericht gewerkt, zodat die activiteiten worden geselecteerd met een verhoogd risico. Doordat de omgevingsanalyse nog opgesteld dient te worden zijn er nu nog geen concrete doelen bekend.

We moeten onze VTH-taken voortdurend blijven ontwikkelen. Veranderingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en wensen vanuit onze deelnemers zorgen voor een continue bijstelling van ons takenpakket. Als ODBN moeten we aandacht hebben voor snelle veranderingen in onze omgeving. Het in werking treden van de Omgevingswet vraagt om een nog betere en nauwere samenwerking met onze partners en deelnemers. Zo kunnen we de lokale situatie optimaal koppelen aan onze kennis en deskundigheid over de fysieke leefomgeving.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2025

24

25

Voor de provinciale taken werken we onder het ‘Instrumenteel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’. De ODBN voert het provinciale toezicht uit op basis van meerjaren brancheplannen en inspectieprogramma's (MJIP's). Onderdeel van deze plannen is de jaarlijkse doelgroep- en naleefanalyse.

Wat gaan we doen in 2025?  We optimaliseren onze integrale werkwijze steeds verder.   Voor de gemeentelijke taken werken we in 2025 met de nieuwe Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028, bestaande uit een Operationeel Kader en een Omgevingsanalyse.   Net als voorgaande jaren wordt voor de provinciale taken gewerkt conform het ‘Instrumenteel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’.   We blijven inzetten in het Informatiegestuurd werken (IGW), om onze kerntaken doeltreffender te kunnen uitvoeren. Welke onzekerheden kennen we?   Omdat de ervaring met de uitvoering van de Omgevingswet op het moment van schrijven van deze begroting nog heel beperkt is, is het kwantificeren van onze inzet lastiger dan voorgaande jaren.   Het is op dit moment niet duidelijk welke impact de Omgevingswet op onze werkzaamheden zal hebben. De ontwikkelingen blijven we volgen en evalueren deze met onze deelnemers.   De krapte op de arbeidsmarkt is naar verwachting in 2025 nog steeds aan de orde. Om de gewenste resultaten te halen is het noodzakelijk dat we ook voldoende medewerkers met de juiste achtergrond kunnen werven en behouden.

2.2 Vergunningverlening Als ODBN verzorgen we de vergunningverlening op het gebied van milieu en natuur voor onze deelnemers. Onder vergunningverlening verstaan we: het voorbereiden van beschikkingen tot het verlenen, wijzigen, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen voor het onderdeel milieu en het beoordelen van meldingen, informatieplichten en het voorbereiden van beschikkingen (toestemming om andere gelijkwaardige maatregelen te treffen) en het opstellen van (maatwerk)voorschriften. Voor gemeenten voeren we de vergunningverlening in overeenstemming met de nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028 uit. De Omgevingswet heeft een grote impact op de uitvoering van vergunningverlening. Voor bepaalde activiteiten is de vergunningsplicht komen te vervallen en zijn deze nu meldingsplichtig en/of informatieplichtig. Het omgekeerde vindt ook plaats, zoals bij veehouderijen. Omdat proceduretijden onder de Omgevingswet kort zijn heeft dit een impact op de uitvoering. Daarnaast zal intensiever met andere partners samengewerkt worden om gedegen besluiten te kunnen nemen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Ook zien we dat de vergunningverlener binnen het stelsel van de Omgevingswet steeds meer adviseert over de (on)mogelijkheden van een vergunningsaanvraag of melding. We zullen meer mee gaan denken over hoe een initiatief mogelijk gemaakt kan worden zonder de belangen van de omgeving uit het oog te verliezen. Dit vraagt mogelijk andere competenties van onze vergunningverleners. Het actueel houden van vergunningen wordt steeds belangrijker. Naast dat provinciale vergunningen via het programma Digi-V gepubliceerd worden, wordt in 2024 een project gestart met betrekking tot het actualiseren van vergunningen. In 2025 wordt dit project voortgezet.

Wat gaan we doen in 2025?   We optimaliseren de interne en externe samenwerking. Daarvoor zoeken we de samenwerking en afstemming met onze deelnemers.   We voeren gemeentelijke vergunningverlening uit volgens de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028. Provinciale vergunningverlening voeren we uit volgens het ‘Instrumenteel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’.   Op basis van de resultaten van het project actualiseren van vergunningen wordt een vervolg gegeven aan het actualiseren en actueel houden van vergunningen.

ODBN Programmabegroting 2025

26

Welke onzekerheden kennen we?   Het is nog niet duidelijk welke impact de Omgevingswet gaat hebben op de capaciteitsvraag en werkvoorraad van vergunningverlening. We blijven de werkvoorraden goed monitoren en evalueren dit met onze deelnemers.   Een piekbelasting aan aanvragen kan een verdringing in werkzaamheden voor vergunningverlening betekenen waardoor prioriteiten in de werkzaamheden moeten worden gesteld. Over deze prioritering zal worden gecommuniceerd met onze deelnemers.   De resultaten van het project actualiseren van vergunningen zijn nog niet bekend. Onduidelijk is daarmee welk effect het actualiseren van vergunningen heeft op de benodigde capaciteit. Mogelijk dat ook hierbij prioritering plaatsvindt zoals eerder genoemd.

2.3 Toezicht Als ODBN verzorgen we toezicht op naleving van milieuregels voor onze deelnemers. Net als voor vergunningverlening geldt voor toezicht dat we onze provinciale toezichttaken blijven uitvoeren in overeenstemming met het Instrumenteel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving. In 2025 voeren we ons gemeentelijk toezicht uit conform de nieuwe Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028.

Voor toezicht wordt het werk onder de Omgevingswet complexer. De toezichthouder krijgt meer te maken met doelvoorschriften en maatregelen voor milieubelastende activiteiten die niet meer concreet in de wet zijn opgenomen. Hierdoor moet de toezichthouder frequent gebruik gaan maken van de specifieke zorgplicht. Toezichthouders moeten bovendien steeds meer rekening houden met het evenredigheidsbeginsel. Dit vraagt mogelijk andere competenties van onze toezichthouders. Voor de gemeentelijke taak constateren we dat de omvang van het niet geprogrammeerd toezicht steeds groter wordt en dat dat een groot beroep doet op onze beschikbare capaciteit. Deze groei valt deels toe te kennen aan de extra capaciteit voor strafrechtelijke handhaving en de toename van bestuurlijke handhaving, maar daarnaast zien we ook het toezicht op klachten en verzoeken tot aanvullende milieucontroles toenemen. We zetten ook in 2025 samen met onze deelnemers in om deze groei zoveel mogelijk te beperken, mede om de kans op verdringing van het geprogrammeerde toezicht te voorkomen. Systeemgericht toezicht is mogelijk bij bedrijven met een systeem van beheersing en controle, zoals een milieumanagementsysteem. Dit systeem moet tijdig signaleren wanneer er een (dreigende) overtreding is. Het bedrijf kan de overtreding dan zelf voorkomen en schade aan het milieu beperken.

Voorwaarde voor systeemgericht toezicht is dat er werkafspraken zijn tussen het bevoegd gezag en het bedrijf. Het systeemgericht toezicht kan mogelijk leiden tot een efficiënter gebruik van onze toezichtcapaciteit. Informatiegestuurd toezicht blijven we doorontwikkelen. We maken gebruik van geavanceerde data-analyses, inzet van drones en we prioriteren onze werkzaamheden risicogericht. Hierdoor vergroten we de kans dat we overtredingen tijdig constateren. In 2025 zal gestart worden met een nieuw provinciaal uitvoeringskader brandveiligheid voor de provinciale inrichtingen vanuit het oogpunt van de Omgevingswet. Omdat het nieuwe uitvoeringskader in 2024 wordt opgesteld, zijn de financiële gevolgen nog niet te kwantificeren.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2025

27

28

Wat gaan we doen in 2025?   We voeren onze gemeentelijke toezichtstaak uit overeenkomstig de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028.   We voeren onze provinciale toezichtstaak uit overeenkomstig het ‘Instrumenteel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’.   We blijven het informatiegestuurd werken doorontwikkelen. Hierdoor kunnen we nog effectiever optreden en het toezicht toespitsen op de grootste milieurisico's en het naleefgedrag. We zorgen voor een referentiekader hoe om te gaan met het evenredigheidsbeginsel en de specifieke zorgplicht. Daarmee komen we tot een meer geüniformeerde aanpak van toezicht op de milieubelastende activiteiten. Welke onzekerheden kennen we?  We weten nog niet welke impact de Omgevingswet heeft voor de toezichthoudende werkzaamheden. Ervaringen zullen we communiceren met onze deelnemers..

2.4 Handhaving Handhaving (zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk) is een van de instrumenten dat ingezet wordt om zorg te dragen voor een schone en veilige leefomgeving. Handhaving vraagt om een intensieve samenwerking tussen de diverse instanties in de strafrechtketen maar ook binnen de ODBN tussen de toezichthouders, Boa's en juristen. De complexiteit in handhaving zal onder de Omgevingswet waarschijnlijk gaan toenemen als gevolg van het ontbreken van voorgeschreven maatregelen, waardoor veelvuldig een beroep op de specifieke zorgplicht zal worden gedaan. Bestuurs- en strafrechtelijke handhaving zijn onderdeel van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), die met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking is getreden. De LHSO gaat uit van evenwichtig afgestemd bestuurs- en strafrechtelijk interveniëren, waarbij de vraag welke interventie passend is, afhankelijk is van de aard, zwaarte, oorzaken en de gevolgen van de overtreding en het verwachte effect van de interventie. Dit benadrukt de noodzaak tot een intensieve samenwerking. In 2025 is de LHSO volledig geïmplementeerd binnen de ODBN.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

IBP-VTH pijler 2 gaat over de stelsel verbetering inzake de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. Een gewenste uitkomst van de pijler is prioriteit en capaciteit bij de strafrechtelijke handhavingspartners voor de aanpak van milieucriminaliteit. Gezien het belang van de strafrechtelijke capaciteit heeft er binnen de ODBN de afgelopen jaren een groei van het aantal grijze Boa’s plaatsgevonden. In de Brabantse regio werken we aan een eigen prioritering van milieuzaken en stellen we met onze handhavingspartners een eigen regionaal dreigingsbeleid milieucriminaliteit op.

Wat gaan we doen in 2025?   Door een verbeterde toepassing van de LHSO verwachten we in 2025 meer zaken aan te kunnen dragen voor het strafrecht.   We optimaliseren en intensiveren de samenwerking onderling en met de instanties in de strafrechtketen. Hierdoor verwachten we een toename van de inzet van strafrecht. Parallel hieraan wordt ook de interne capaciteit voor strafrecht vergroot ten opzichte van voorgaande jaren.   We dragen bij aan het tot stand komen van een eigen regionaal dreigingsbeleid milieucriminaliteit. Welke onzekerheden kennen we?   De doorontwikkeling en intensivering van de strafrechtelijke handhaving kan binnen onze organisatie leiden tot meer zaken en in het verlengde daarvan tot meer gemaakte uren. Indien dit het geval is communiceren we dit tijdig aan onze deelnemers.   De capaciteit bij het OM kan ertoe leiden dat strafrechtzaken worden geprioriteerd waardoor minder strafrechtzaken in behandeling worden genomen.   De impact op handhaving door de komst van de Omgevingswet is nog niet te overzien.   De krapte op de arbeidsmarkt geldt eveneens voor de werving van grijze Boa’s. Om de gewenste resultaten te halen is het noodzakelijk dat we ook voldoende medewerkers met de juiste achtergrond kunnen werven en behouden.

ODBN Programmabegroting 2025

29

30

2.5 Specialistische dienstverlening De ODBN voert voor haar deelnemers ook specialistische milieu(advies)taken uit. Daaronder vallen onder andere taken op het gebied van ruimtelijke ordening, geluid, externe veiligheid, lucht en geur. De afgelopen jaren hebben we de inzet van onze specialisten op bepaalde gebieden zien toenemen. Voor 2025 voorzien we stabilisatie op deze taken. De inzet van onze specialisten heeft ook een relatie met de afnemende beschikbare kennis bij onze deelnemers. Onder invloed van de Omgevingswet wordt de rol van de specialisten belangrijker. Het aan de voorkant betrekken van specialistische kennis vergroot immers de haalbaarheid van een initiatief. Door de (twee) wekelijkse, fysieke aanwezigheid van onze RO-adviseurs bij enkele deelnemers wordt hieraan pragmatisch invulling gegeven. Ook in de totstandkoming van de omgevingsplannen van onze gemeentelijke deelnemers is het ontsluiten van onze informatie over de verschillende milieuaspecten noodzakelijk. Daar zullen wij desgevraagd uitvoering aan geven voor zover het binnen onze reguliere taken valt. Daarnaast is het de verwachting dat er binnen het werkveld Externe Veiligheid in 2025 een herberekening van aandachtsgebieden plaats gaat vinden. De inzet van onze specialisten is in grote mate afhankelijk van de vraag vanuit onze deelnemers.

Een belangrijke uitdaging schuilt in het voorzien van voldoende specialistische kennis en capaciteit.

Wat gaan we doen in 2025?   We voeren onze (verzoek)taken op het gebied van RO- en milieuspecialismen uit voor onze deelnemers.   We verwachten stabilisatie voor wat betreft de inzet van onze specialisten. Welke onzekerheden kennen we?   We zien dat er steeds vaker rechterlijke uitspraken worden gedaan met consequenties voor onze VTH-uitvoering en RO-verzoektaken. Ook daarom wordt de inzet van onze specialisten steeds belangrijker.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

2.6 Bodemtaken

31

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een groot gedeelte van de bevoegdheid, die voor 2024 bij de provincie lag voor de Wet bodembescherming (Wbb), overgegaan naar de gemeenten. De gemeenten zijn daardoor thans de primaire beheerder van de bodemkwaliteit voor hun grondgebied. Reeds beschikte en lopende saneringen zijn onder de bevoegdheid van de provincie gebleven. Toezicht en handhaving bij saneringen is onder de Omgevingswet een basistaak. Naast de bodemtaken, die basistaak zijn, kan de ODBN desgewenst namens de gemeentelijke deelnemers verzoektaken op het gebied van bodem uitvoeren, ook gelet op onze kennispositie. Hoewel we meer zicht hebben gecreëerd op de omvang van de bodemtaken voor de gemeenten onder de Omgevingswet, blijft er mogelijk toch nog behoefte aan nadere concretisering. In 2025 wordt er ook, binnen het beschikbare budget, risicogericht aandacht besteed aan de kwaliteit van bouwstoffen zoals puingranulaat, immobilisaat en staal- en zinkassen. Het proces van de quickscan bij de kwaliteitsklasse Landbouw en Natuur (AW2000) wordt geoptimaliseerd. Daarnaast zorgt de inwerkingtreding van de Omgevingswet ervoor, dat de nieuwe informatieplicht en de uitgebreidere meldingsplicht extra werkzaamheden met zich meebrengen.

Wat gaan we doen in 2025?   Voor de gemeenten is duidelijk hoe de ODBN handelt binnen al haar bodemtaken. Dit doet de ODBN door haar Bodemplan 2020-2024 te actualiseren, dynamisch en toekomstbestendig te maken. Welke onzekerheden kennen we?   Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 is de regelgeving gewijzigd en zijn er extra bodemtaken naar de ODBN gekomen. Doordat we hier tijdens het schrijven van de begroting nog nauwelijks ervaring mee op hebben gedaan is de inschatting hiervan lastig.

ODBN Programmabegroting 2025

32

2.7 Asbest en slooptaken

33

De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft ervoor gezorgd dat de asbest- en slooptaken zijn uitgebreid. Het beoordelen van meldingen en het toezicht op sloop met asbestverwijdering behoort tot onze basistaak en het beoordelen van meldingen en het toezicht op sloop zonder asbestverwijdering is een verzoektaak. In 2025 hebben alle gemeenten de basistaken overgedragen aan de ODBN en op één gemeente na zijn dan ook alle verzoektaken met betrekking tot sloop bij asbest overgedragen. Een ander gevolg van de Omgevingswet is de introductie van de informatieplicht. Het door de melder voldoen aan deze plicht zorgt ervoor, dat er veel administratieve handelingen ontstaan in het proces binnen asbest. Onderdeel van deze plicht zijn de risicomatrix, het sloopveiligheidsplan, de veiligheidscoördinator en de stikstofmaatregelen. Dit resulteert in een substantieel hogere urenbesteding per procedure. We zetten komende jaren meer in op risicogericht werken. In 2023 is een asbest/sloop planningstool ontwikkeld. De komende jaren wordt deze tool verder doorontwikkeld. Hierdoor komen we vaker op locaties, waar de risico’s voor de leefomgeving hoog zijn. Afgelopen jaren hebben we verschillende ketenprojecten opgepakt met verschillende ketenpartners. Onder andere met de ODZOB, OMWB, NLA, IL&T en politie. Deze projecten willen we de komende jaren verder oppakken en ontwikkelen.

Wat gaan we doen in 2025?   Voor alle gemeenten behandelen wij de asbesttoezichttaken   Voor vrijwel alle gemeenten behandelen wij de afhandeling sloopmeldingen en slooptoezichttaken   Door de extra administratieve werkzaamheden, die onder andere verbonden zijn aan de informatieplicht, verwachten we extra tijd kwijt te zijn per melding. Het inhoudelijk toetsen van de informatieplicht is uitgebreider dan voor de Omgevingswet (stifkstofmaatregelen en de risicomatrix)   De focus blijft liggen op efficiënter, effectief en risicogestuurd werken. Dashboards worden doorontwikkeld Welke onzekerheden kennen we?   Bij het schrijven van deze begroting is de ervaring met de informatieplicht nog beperkt. De eerste ervaringen met de Omgevingswet laten zien dat de informatieplicht een hogere urenbesteding tot gevolg heeft. Bij de implementatie van de Omgevingswet is dit een aandachtspunt en zijn we beheersmaatregelen aan het nemen. De uitwerking hiervan in 2025 is nog niet helemaal goed te overzien.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

2.8 Natuurbescherming (natuuractiviteiten) Op 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet en zijn onder meer de benamingen van wetsinstrumenten veranderd. Omdat natuur volgens de definitie van de Omgevingswet onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving, valt de natuur(bescherming) formeel onder de reikwijdte van de Omgevingswet. De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de VTH-taken met betrekking tot de bescherming van flora en fauna. Of meer concreet de bescherming van planten, dieren, leefgebieden, bossen en andere houtopstanden in Noord-Brabant. Daarnaast wordt ook de opgave op het onderdeel natuur steeds meer ingevuld door de ODBN. Het groeiende belang van natuur heeft consequenties voor de rol van de ODBN. Dit zien we onder andere terug bij de toenemende vraag vanuit onze deelnemers naar ondersteuning voor het toepassen en uitvoeren van de Omgevingswet voor natuuractiviteiten. De Omgevingswet gaat nadrukkelijk uit van het mogelijk maken van allerhande ontwikkelingen. Het beschermen van de fysieke leefomgeving gaat echter niet altijd goed samen met maatschappelijke ontwikkelingen zoals isolatie, bouw en renovatie van gebouwen in verband met de klimaatopgave en de woningbouwopgave. Hierbij kunnen beschermde flora en fauna worden aangetast. Voor een dergelijke ontwikkeling geldt een (individuele) vergunningplicht.

ODBN Programmabegroting 2025

34

In Brabant wordt sinds 2023 op het gebied van soortenbescherming binnen de bebouwde kom een gebiedsgerichte aanpak doorontwikkeld: in het bijzonder soortenmanagementplannen (SMP's). Naast woningbouwcorporaties zijn ook gemeenten proactief aan de slag met SMP’s, waarbij de provincie waar mogelijk stimuleert en ondersteunt. De ODBN zal in dat proces haar rol als groene uitvoeringsdienst innemen en gevraagd en ongevraagd haar beschikbare expertise inzetten, om de bescherming van natuur te harmoniseren en integreren bij de uitvoering van projecten en doelen binnen andere taakgebieden. Voor het onderdeel gebiedsbescherming geldt dat de verwachting is dat zowel het toezicht als de vergunningverlening nog steeds geraakt wordt door ontbrekende/wijzigende kaders en jurisprudentie.

Wat gaan we doen in 2025?   We verzorgen de VTH-taken op het onderdeel natuur namens de Provincie.   Door onze VTH-uitvoering en deelname aan uitvoeringsbeleid blijven wij ons hard maken voor de bescherming van de Brabantse natuur. Welke onzekerheden kennen we?   We blijven de ontwikkelingen op het gebied van het stikstofdossier ook in 2025 nauwlettend in de gaten houden. We verwachten een grote inzet van onze medewerkers, maar kunnen deze op dit moment nog niet exact ramen. Wanneer hier meer duidelijk over is, wordt dit meegenomen in de gesprekken met onze deelnemers.   Onduidelijk is hoeveel gemeenten (en woningbouwcoöperaties) gebruik gaan maken van de SMP's en welk effect dit heeft op de vergunningverlening- en toezichtstaken.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

2.9 Mobiliteit

35

In 2025 start het toezicht op de nieuwe ‘rapportageverplichting werkgebonden personenvervoer (WPM)’ voor werkgevers met meer dan 100 werknemers. Het toezicht daarop wordt als basistaak bij Omgevingsdiensten belegd. Gemeenten ontvangen hiervoor als bevoegd gezag een niet geoormerkte financiële compensatie in de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Aan de hand van het nog te bepalen handhavingsprotocol maken ODBN en gemeenten in het werkprogramma 2025 nadere afspraken over de uitvoering en financiering van deze nieuwe taak.

Wat gaan we doen in 2025?   We gaan (administratief ) toezicht houden op de nieuwe verplichtingen rond werkgebonden personenmobiliteit en het indienen van de rapportages. Welke onzekerheden kennen we?   Op het moment van schrijven van deze begroting is de exacte taakuitvoering met betrekking tot deze nieuwe opdracht nog niet bekend. Dat geldt ook voor het aantal ondernemingen met meer dan 100 werknemers. Deze informatie volgt later en kan de huidige geraamde capaciteit beïnvloeden.

ODBN Programmabegroting 2025

36

2.10 Juristen We gaan ervan uit dat in 2025 de vraag aan juridische dienstverlening door de ODBN niet zal afnemen. Ook als ODBN stellen we namelijk vast dat het leefomgevingsbeleid in toenemende mate is gejuridiseerd. Dit betekent dat steeds meer rechtszaken tegenwoordig gaan over de kwaliteit van de leefomgeving. We zien als ODBN dat niet alleen burgers, maar steeds vaker ook belangenorganisaties (bijvoorbeeld milieuorganisaties) een beroep doen op de rechter om omgevingswaarden (gezondheid, natuur, klimaat en milieu) te beschermen. Deze belangenorganisaties weten beter hoe zij effectief kunnen procederen en richten zich vaak niet op een enkele vergunning, maar dienen bijvoorbeeld ook handhavingsverzoeken die zich richten op veel ondernemingen tegelijk in. Dit heeft gevolgen voor onze juridische capaciteit. Inhoudelijk zien we als trend dat in procedures steeds vaker ook de (wettelijk) vastgestelde (milieu)norm ter discussie wordt gesteld. Denk bijvoorbeeld aan procedures over de effectiviteit van luchtwassers of de geurnormen. Ook rechters lijken kritischer over de inhoud van sommige normen, wat soms leidt tot onderzoeksopdrachten van de rechtbank die – vanwege de vereiste specialistische/technische kennis – soms moeilijk uitvoerbaar zijn voor de ODBN en onze deelnemers.

Wat gaan we doen in 2025?   Team juristen van de ODBN blijft in 2025 juridisch advies geven over onze VTH-taken en voert namens de deelnemers in deze zaken ook de bestuursrechtelijke procedures, zodat het inschakelen van externe advocatenkantoren door de deelnemers veelal niet nodig zal zijn. Daarbij gaan we vooralsnog uit van een vergelijkbare juridische capaciteit als in voorgaande jaren. Welke onzekerheden kennen we?   Eind 2023 zijn – kort voor het in werking treden van de Omgevingswet – zeer veel nieuwe (agrarische) aanvragen ingediend, waarbij het gaat om het aanpassen van stalsystemen, soms gecombineerd met een uitbreiding. Deze aanvragen zijn vooralsnog aangehouden. Afhankelijk van het beleid van de provincie Noord-Brabant zal een deel van deze aanvragen in 2024 alsnog afgehandeld kunnen worden. Dit kan leiden tot een toename aan bezwaar- en beroepsprocedures in 2025.   Vanaf 2025 zal steeds meer jurisprudentie ontstaan over de uitleg van de Omgevingswet, bijvoorbeeld m.b.t. de daarin opgenomen (open) normen/ zorgplichten. Het is onzeker hoe deze nieuwe jurisprudentie onze VTH-werkzaamheden zal raken.   Er zijn weinig juristen die gespecialiseerd zijn in milieu- en natuurrecht. We zetten daarom ook in 2025 in op het zelf opleiden van nieuwe juristen, waarbij het de uitdaging is om hen ook langdurig voor de ODBN te behouden.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Wat mag het kosten? PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X € 1.000,-

37 REKENING 2023

BEGROTING 2024

BEGROTING 2025

Personeel

17.107

19.803

20.637

Bedrijfsmiddelen

1.504

130

130

TOTAAL LASTEN

18.611

19.933

20.767

Basis- en VTH verzoektaken

15.879

17.813

18.627

(Overige) Verzoektaken

11.302

14.092

13.664

740

717

737

TOTAAL BATEN

27.921

32.622

33.029

SALDO

9.310

12.689

12.262

Orders

Toelichting Voor de uitvoering van het programma Individuele Dienstverlening zijn 284.793 uren geraamd. Ten opzichte van de begroting 2024 is er een daling van ruim 5.000 uren. Deze daling in uren heeft zowel effect op de hoogte van de lasten als de inkomsten voor dit programma. Een verdere financiële toelichting is te vinden in hoofdstuk 3 van de financiële begroting. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 7.4

➜

Milieubeheer

ODBN Programmabegroting 2025

38

Indicatoren bedrijfsvoering Om een beeld te kunnen vormen over het bedrijfsmatig functioneren van de ODBN worden in onderstaande tabel de meest essentiële indicatoren gepresenteerd.

3 Programma Bedrijfsvoering

KPI'S ODBN (ALS BEDRIJF)

Inhoud programma Programma Bedrijfsvoering heeft betrekking op de bedrijfsvoering en is relevant voor u als eigenaar. De algemene organisatie betreffende trends worden toegelicht in dit programma. Waar mogelijk zijn deze vertaald in kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s). De technische onderbouwingen worden elders in de begroting gegeven. Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is in deze begroting ook een paragraaf gewijd aan bedrijfsvoering specifieke onderwerpen. In dit programma zijn de begrote baten en lasten van de interne financiering en de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14075806/1