2A ODBN_Programmabegroting_2025
Tekst van het document
DATUM
EXPIRATIEDATUM
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
1 juli 2019
Open
Gemeenschappelijke regeling ODBN
3 juni 2022
Open
16 december 2020
Open
1 januari 2023
Open
Nota weerstandsvermogen en risicomanagement Financiële verordening ODBN
Wat willen we bereiken? De ODBN wil een goede bedrijfsvoering, betrouwbare managementinformatie en kostenbeheersing. Uitgangspunt is dat we zodanig in controle zijn dat de tussentijdse rapportages actueel en betrouwbaar zijn en dat deze een reëel beeld geven van de te verwachten resultaten op jaarbasis. Door de tijd heen zijn er diverse KPI’s vastgesteld als kader voor een gezonde bedrijfshuishouding. Voor u als eigenaar zijn deze relevant om in één oogopslag een eerste gevoel te hebben bij de bedrijfsmatige en financiële situatie van de ODBN als organisatie.
1
KPI'S
NORM
REALISATIE 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
Productiviteit1
1.392
1.415
Niet vastgesteld
1.392
§ Declarabiliteit
Declarabiliteit2
1.294
1.297
1.302
1.294
§ Declarabiliteit
Structureel uurtarief
€ 117,60
€ 105,44
€ 112,60
€ 117,60
§ Tariefontwikkeling
Incidentele korting
nvt
Geen korting
Geen korting
€ 1,89
§ Tariefontwikkeling
Tarief begrotingsjaar
nvt
€ 105,44
€ 112,60
€ 115,71
§ Tariefontwikkeling
Ziekteverzuim
5,5%
5,9%
5,5%
5,5%
§ HRM - ziekteverzuim
Formatie overhead
22%
22,7%
23%
22%
§ Formatieomvang
Aandeel kosten overhead personeel
24%
23,5%
25%
24%
§ Formatieomvang
Aandeel kosten overhead totaal
33%-35%
29,2%
34%-36%
34%
§ Tariefontwikkeling
Weerstandsratio
1 - 1,5
1,07
1,1
1,07
§ Weerstandsvermogen
Flexschil
20%
19,6%
Max. 20%
Max. 20%
TOELICHTING
§ Formatieomvang
Betreft uren die productief worden ingezet t.b.v. het primair proces maar die we niet kunnen declareren.
2
De declarabiliteit was in 2023 zonder SSiB 1.344. Dit is boven de norm die we nu voor deze
begroting hanteren.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
39
40
Wat gaan we doen in 2025?
41
Inleiding In de voorbereiding op de begroting 2025 zijn twee brieven ontvangen die onze financiering direct kunnen gaan raken. Ten eerste de aankondiging van het Provinciaal bestuur om een onderzoek te zullen starten naar de besparingsmogelijkheden in de bedrijfsvoeringskosten. Met name huisvesting, management en staf. Ten tweede een gezamenlijke brief namens alle gemeentelijke deelnemers waarin wordt aangekondigd dat gemeenten de komende jaren fors zullen inboeten op hun financiële uitgangspositie. Zij vragen expliciet om met een kritische blik te kijken naar de begroting 2025 en verder. Dit beeld wordt bevestigd in enkele zienswijzen die ontvangen zijn als reactie op de Kadernota. U zult verderop in dit programma teruglezen wat wij denken te kunnen doen om u maximaal tegemoet te komen en inhoud te geven aan deze oproepen zonder af te wachten wat een eventueel onderzoek gaat brengen. Effectief betekent dit dat wij de kosten voor onze deelnemers met bijna 1,4 miljoen weten terug te dringen. Hiervan komt 0,5 miljoen ten laste van de bedrijfsvoeringskosten. Het InterBestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel wordt in de loop van 2024 afgerond. Voor de ODBN is zoals voor alle OD's nog onzeker wat besluitvorming i.h.k.v. het IBP voor consequenties gaat hebben. Wij gaan er derhalve vanuit dat mogelijke gevolgen wel bekend zullen zijn bij aanvang van het begrotingsjaar 2025.
Mogelijke consequenties zullen, indien noodzakelijk, in de eerste bestuursrapportage 2025 worden verwerkt.
3.1 Productiviteit vs declarabiliteit Als gevolg van technologische ontwikkelingen zien we dat we processen met robotisering en dataanalyse steeds efficiënter en effectiever kunnen inrichten. Dat is een zeer welkome ontwikkeling in de steeds krapper wordende arbeidsmarkt en schaarser wordende middelen. Echter zijn dit wel kosten die zich op een andere manier vertalen in de begroting omdat deze niet direct aan een zaak zijn toe te schrijven. De inspanning vraagt wel personele inzet maar kan niet gerelateerd worden aan een zaak en/of deelnemer. Het dient het collectief belang. De out of pocket kosten zijn veelal binnen de overhead op te vangen echter de personele inzet niet of heeft een onterecht effect op het aandeel personele overhead terwijl deze direct gerelateerd zijn aan het primair proces. Brengen we deze wel ten laste van het primair proces dan heeft dit gevolgen voor de declarabiliteit en dus een opwaarts effect op het tarief. Daarom presenteren we vanaf dit begrotingsjaar zowel de productiviteit als de declarabiliteit. Productiviteit zijn alle uren die we maken in het belang van onze VTH-taken. Dit betreffen zowel declarabele uren als uren die niet direct te koppelen zijn aan een zaak of toe te wijzen zijn aan een opdrachtgever. Declarabele uren zijn uren die direct gerelateerd zijn aan een zaak of opdrachtgever en daar ook gedeclareerd worden.
Voor begrotingsjaar 2025 zijn daarom 6 fte meer ten laste gebracht aan het primair proces en zijn verrekend in het tarief van 2025.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
3.2 Arbeidsmarkt De Arbeidsmarkt blijft een zorgelijk thema. Lukte het voorheen nog redelijk tot goed om vacatures ingevuld te krijgen zien we nu dat het niet altijd meer lukt. Dit terwijl de omvang van de opdracht aan de ODBN de afgelopen jaren groeide, in 2025 stabiliseert het uren aantal.. Tot en met 2022 zijn we erin geslaagd onze organisatie mee te laten groeien. Soms met enige vertraging. In 2023 is de bezetting voor het eerst gedaald wegens tekorten op te arbeidsmarkt. De tekorten aan capaciteit doen zich nu voor in alle disciplines. Dit betekent dat het kunnen realiseren van de opdracht steeds onzekerder wordt. We blijven continu werven en zelf opleiden. Echter ook daaraan zijn grenzen voor de bestaande organisatie. We blijven zoeken naar een verantwoorde balans van ervaren, medior en junior medewerkers. Daarnaast blijven we inzetten op verdere digitalisering en uniforme werkwijzen en werkafspraken om maximale efficiency te bereiken. Dit alles sluit niet uit dat er keuzes gemaakt moeten gaan worden wat wel en niet opgepakt kan worden. We zijn er tot op heden redelijk in geslaagd onze personele capaciteit te laten groeien. Dit heeft echter wel gevolgen voor de productiviteit die bij nieuwe medewerkers in aanvang nu eenmaal wat lager ligt.
ODBN Programmabegroting 2025
42
3.3 CAO-ontwikkelingen
3.5 Overige financiële ontwikkelingen
De cao 2024 loopt tot en met het eerste kwartaal 2025. De effecten van het cao-akkoord 2024 zijn meegenomen in de basis voor de berekening van het tarief 2025. In vergelijking met het gehanteerde loonindex blijkt deze voor 2024 feitelijk een fractie lager te zijn uitgekomen. Dit is gecorrigeerd in de tariefberekening voor 2025. Voor 2025 is uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB) zijnde 5,3% loonindex, conform bestaand beleid. Het betreft de gegevens die het CPB heeft gepresenteerd in augustus 2023.
De afgelopen jaren heeft de ODBN zwarte cijfers kunnen presenteren. Dit is het gevolg van het beter in control zijn maar ook door de groei van de organisatie. Een effect van de organisatiegroei is dat meer startende medewerkers op de arbeidsmarkt en zij-instromers onderaan de loonschalen instromen. Wij begroten op het maximum van de schaal waardoor de feitelijke lasten structureel achterblijven bij de begrote lasten. Daarnaast ontstaat er door de groei meer ruimte ter dekking van de overhead. De overhead heeft de laatste jaren niet evenredig mee hoeven groeien met de omvang van het primair proces waardoor ook in de beschikbare middelen voor de overhead structureel ruimte is ontstaan.
3.4 Prijsontwikkeling Ook voor de prijsstijgingen hebben we, conform bestaand beleid, de MEV aangehouden. In de nieuwe MEV zijn voor de jaarschijven van 2023 en 2024 lagere indexeringen opgenomen dan waar wij vanuit zijn gegaan in de Begroting 2024. Deze bijstellingen zijn in de berekening van het tarief 2025 verwerkt. Voor het jaar 2025 is in de MEV een prijsindexering van 2% opgenomen, deze wordt in de begroting 2025 gebruikt.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
43
Al met al zien we mogelijkheden om het tarief structureel naar beneden bij te stellen. Dat doen we door niet meer te begroten op het maximum van de loonschaal trede 11 maar op trede 10. Dit levert begrotingstechnisch een lasten besparing op van € 2,74 per uur. Indirect heeft dit ook effect op de beschikbare middelen voor de overhead omdat deze afhankelijk zijn van de omvang van het primair proces. Budget t.b.v. de overhead mag maximaal 34% van de totale omzet bedragen. Met het verlagen van het tarief daalt ook de omzet en dus het budget voor de overhead. Dit leidt eveneens tot een kostenbesparing.
ODBN Programmabegroting 2025
44
Wij vinden het belangrijk om u een structureel tarief te kunnen presenteren op basis van bestendig beleid waarvan de berekening navolgbaar en de tarief ontwikkeling enigszins voorspelbaar is. Indien we de onzekere factor van de renteontwikkeling structureel in de berekening van het tarief meenemen, gaat ons tarief mee fluctueren met de renteontwikkelingen. Daarnaast zullen ook balansmutaties van invloed zijn. Toch willen we dit incidentele rentevoordeel terug laten komen in het tarief. Daarom maken we onderscheid tussen het structureel tarief dat conform bestendig beleid wordt berekend en een incidenteel tarief. In het incidenteel tarief wordt in het eerste begrotingsjaar een korting gegeven o.b.v. de verwachte rentebaten. Voor 2025 gaan we dan uit van een incidentele korting van € 1,89 op het structureel uurtarief.
Wat mag het kosten? PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X € 1.000,-
Behalve dat we de loonsom naar beneden bijstellen kunnen we ook de KPI’S m.b.t. de bedrijfsvoering aanpassen. De omvang van de overhead groeit namelijk niet evenredig mee met de omvang van het primair proces. De KPI voor de totale overhead wordt daarom naar beneden bijgesteld evenals de verhouding overhead personeel t.o.v. formatie in het primair proces. Ook dit levert een voorcalculatorisch voordeel op. Al met al kunnen we een kostenbesparing presenteren van bijna 1,4 miljoen wat zich vertaalt in een structurele korting op het tarief € 4,54 ten opzichte van het gepresenteerde tarief in de kadernota 2025. Hiervan komt 0,5 miljoen ten laste van de overhead. We zijn ons er wel van bewust dat hierin enig risico wordt genomen, namelijk de relatie van de opdracht. Indien we ver van de verwacht realisatie afwijken kan er een dekkingsprobleem ontstaan voor de overhead. We hebben hiertoe een risico opgenomen in de risicotabel (‘niet realiseren opdrachtvolume’).
3.6 Incidentele korting In 2023 kregen we een financiële meevaller door de plotselinge rentestijging. Gezien de grote reservepositie van de ODBN leverde dit een groot incidenteel voordeel op. Eerder was er nauwelijks een rente-effect op onze begroting en derhalve verwaarloosbaar. Dat is nu veranderd. Inmiddels is het effect van de rentebaten zodanig dat dit effect heeft op ons nacalculatorisch tarief.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
REKENING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
Personeel en inhuur
5.945
7.340
8.298
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
463
930
958
Dienstreizen / woon-werk
413
450
444
Overige personele kosten
380
514
507
Organisatie
153
368
363
Huisvesting
679
800
789
Kantoorkosten
100
213
210
Informatisering / automatisering
2.182
2.013
1.986
Vervoermiddelen
47
72
71
Externe deskundigheid
184
273
270
Overige lasten
3.582
677
105
14.128
13.651
14.001
0
100
100
14.128
13.751
14.101
Rentebaten
816
0
562
Personeel en inhuur
247
0
0
Overige baten
3.475
0
0
TOTAAL BATEN
4.538
0
562
SALDO
-9.590
-13.751
-13.539
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING Onvoorzien TOTAAL LASTEN
ODBN Programmabegroting 2025
45
46
Toelichting De lasten van het programma Bedrijfsvoering hebben betrekking op de uren van de medewerkers die ondersteunend zijn aan het primaire proces. Daarnaast gaat het om de organisatie brede kosten zoals deze in bovenstaande tabel zijn opgenomen.
Paragrafen
47
Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Individuele Dienstverlening hebben betrekking op:
1 Paragraaf Weerstandsvermogen & risicobeheersing
Taakveld 0.1 Taakveld 0.4 Taakveld 0.5 Taakveld 0.8
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de robuustheid van de financiële positie van de omgevingsdienst. In deze paragraaf wordt weergegeven in welke mate de dienst in staat is om onvoorziene, financiële tegenvallers op te vangen zonder dat daarvoor het bestaande beleid veranderd hoeft te worden. Om dit te kunnen beoordelen, is inzicht nodig in het beschikbare weerstandsvermogen en in de omvang en de achtergronden van de aanwezige risico’s.
➜ ➜ ➜ ➜
Bestuurskosten Overhead Treasury Overige baten en lasten
Algemeen
Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de dienst beschikt om de onverwachte financiële tegenvallers te dekken zonder het bestaande beleid aan te moeten passen. Voor de ODBN geldt dat de beschikbare weerstandscapaciteit gevormd wordt door de Algemene reserve. Andere reserves worden niet meegenomen omdat deze door het Algemeen Bestuur voorzien zijn van een specifieke bestemming. Risicobeheersing De ODBN streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te ondervangen door het treffen van beheersmaatregelen, de benodigde verzekeringen af te sluiten en/of buffers te vormen voor niet voorzienbare financiële tegenvallers. In het overzicht Reserves en Voorzieningen kunt u de diverse posten en hoogten van de bedragen lezen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
48
Inventarisatie risico’s Nieuw risico Niet halen declarabiliteit In dit ‘nieuwe’ risico zijn een aantal risico’s uit de vorige inventarisatie samengevoegd. De risico’s ‘Externe ontwikkelingen’, ‘Hoger ziekteverzuim’, ‘Krappe arbeidsmarkt’ hebben allemaal hetzelfde gevolg namelijk een daling van de declarabiliteit van de organisatie. Wanneer de declarabiliteit niet gehaald wordt, ontstaat er een dekkingsprobleem in de begroting. Dit risico heeft een grote impact op het benodigde weerstandsvermogen. Het is het grootste financiële risico dat de ODBN definieert. Gestegen risico’s Ontbreken cao voor 2025 In de vorige risico-inventarisatie was een risico opgenomen voor het niet bekend zijn van de cao voor het jaar X+1. Dit risico blijft in deze risico-inventarisatie bestaan aangezien er nog geen cao is voor 2025. In de risicoberekening is uitgegaan van een totale impact op de loonsom die 1% hoger uitvalt dan de voorspellingen van het CPB. Door de grote omvang van de loonsom in onze begroting valt daarmee dit risico circa € 37.000,- hoger uit dan in de vorige risico-inventarisatie. Niet-toegankelijke ICT-omgeving Ontbreken cao voor 2025 In de vorige risico-inventarisatie was een risico opgenomen voor het niet bekend zijn van de cao voor het jaar X+1. Dit risico blijft in deze risico-inventarisatie bestaan aangezien er nog geen cao is voor 2025.
In de risicoberekening is uitgegaan van een totale impact op de loonsom die 1% hoger uitvalt dan de voorspellingen van het CPB. Door de grote omvang van de loonsom in onze begroting valt daarmee dit risico circa € 37.000,- hoger uit dan in de vorige risico-inventarisatie.
Niet-toegankelijke ICT-omgeving We zien de complexiteit en digitale afhankelijkheid van de organisatie toenemen. Door de maatschappelijke relevantie van het werk van de Omgevingsdienst bestaat er ook de kans op een digitale aanval waardoor de dienstverlening van de organisatie plat komt te liggen. Jaarlijks wordt er veel aandacht besteed aan de digitale veiligheid en de vaardigheid van medewerkers. Doordat het risico op het platliggen als gevolg van een digitale aanval nu ook in het risico is meegenomen, is dit risico gestegen ten opzichte van voorgaande inventarisaties. In afwijking van het beleid hebben we hier wel een afwijkende risico-inschatting opgenomen. Het beleid kent een inschatting van 25%, 50% of 75%. Op basis van de maatregelen die getroffen zijn is 25% een te grote kans met een onevenredig grote impact op de benodigde weerstandscapaciteit, daarom hier uitgegaan van een kans van 5%. Verlaagde risico’s Onevenredige stijgende inhuur tarieven Dit risico gaat over de stijging van de kosten voor externe inhuur die niet meer binnen de indexering van onze loonsom bekostigd kan worden. Vergeleken met het vorige peilmoment is de impact van dit risico verlaagd. In de begroting 2024 en 2025 zijn behoorlijke loonindexeringen opgenomen. Daarmee is de financiële impact van de risico verlaagd van € 200.000 naar € 69.000.
Onrust in de wereld leiden tot prijsstijgingen Dit risico gaat over de snel stijgende kosten voor uitgaven in de bedrijfsvoering die niet opgevangen kunnen worden binnen de prijsindexering van de begroting. In de begroting 2024 en 2025 zijn de prijsindexeringen conform de voorspellingen van het CBS opgenomen. Daarmee verwachten we dat de impact van sterk stijgende prijzen beperkt kan worden. Verdwenen risico’s Externe ontwikkelingen Dit risico ging over de impact die externe ontwikkelingen op de organisatie hebben. Doordat wijzigingen van hogere overheidsorganen en uitspraken van rechtbanken zich snel opvolgden, wordt in de organisatie veel tijd besteed aan het monitoren en vertalen van deze ontwikkelingen naar de praktijk van de ODBN. Dit zijn uren die vaak niet gefactureerd kunnen worden bij een opdrachtgever. Daarmee verhoogde dit de druk op de declarabiliteit. Dit risico is in deze jaarrekening samengevoegd in het nieuwe risico ‘Niet halen declarabiliteit’. Hoger ziekteverzuim dan begroot Bij het opstellen van de begroting gaan we uit van een verwacht ziekteverzuim percentage van 5,5%. Wanneer dit percentage hoger ligt, heeft dit invloed op de declarabiliteit van de organisatie. Daarom is dit risico samengevoegd in het nieuwe risico ‘Niet halen declarabiliteit’.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
49
50
51
Weerstandsratio De weerstandsratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit.
Totale omvang Netto-risico's
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsratio
Benodigde weerstandscapaciteit
Opbouw van de weerstandsratio
Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat er meer wisselingen van personeel zijn dan we graag zouden willen zien. Er stromen nog steeds nieuwe medewerkers in maar niet meer in de omvang van afgelopen jaren. We zien wel dat de mensen die we vinden steeds meer inwerktijd vragen om op vlieghoogte te brengen. Dit heeft impact op de declarabiliteit van de nieuwe medewerker, maar ook van collega’s die inwerken. Dit risico is samengevoegd in het nieuwe risico ‘Niet halen declarabiliteit’. Uitstel invoering Omgevingswet Het uitstellen van de Omgevingswet heeft invloed gehad op de beschikbare opleidingsuren en budgetten. Aangezien de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking is getreden lopen we geen risico op uitstel meer en is dit risico niet meer opgenomen in ons risicoprofiel. Concept cao Bij het opstellen van de begroting 2024 was er nog geen definitieve cao voor 2023. In de onderhandelingen tussen werkgevers en bonden was het verschil ook vrij groot. De impact die de nieuwe cao op de begroting kon hebben was daarmee fors. Voor 2024 geldt dat er een nieuwe vastgestelde cao is. Doordat we nu weten wat het effect van de cao is, kan dit risico voor de begroting vervallen.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
NAAM
BEGROTING 2025
JAARREKENING 2023
Algemene reserve op 01-01
€ 1.852.238
€ 1.852.238
Risicoprofiel
€ 1.735.000
€ 1.735.000
1,07
1,07
WEERSTANDSRATIO
Financiële kengetallen In onderstaande paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die op grond van artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording moeten worden opgenomen. Kengetallen die voor de ODBN niet van toepassing zijn, zijn achterwege gelaten. VERLOOP FINANCIËLE KENGETALLEN FINANCIËLE KENGETALLEN
REKENING 2023
BEGROTING 2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote
-22%
-22%
-22%
-21%
-22%
-21%
Netto schuldquote voor alle verstrekte leningen
-22%
-22%
-22%
-21%
-22%
-21%
Solvabiliteitsratio in %
43%
41%
42%
41%
41%
41%
Structurele exploitatieruimte
5,1%
0,4%
0,3%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
ODBN Programmabegroting 2025
52
53
Netto schuldquote: De netto schuldquote geeft aan of de ODBN in staat is de schulden terug te betalen waarvoor zij volledig zelf aan de lat staat. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODBN ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe lager dit percentage is, hoe minder de schuldenlast op een organisatie drukt. De ODBN heeft geen langlopende leningen, alleen kortlopende openstaande crediteuren. Daarmee is er weinig druk op de exploitatieruimte voor het voldoen aan de schuldenverplichting en geeft het een indruk van de goede financiële uitgangspositie voor de ODBN. Solvabiliteitsratio: Deze ratio geeft weer in welke mate de ODBN in staat is op ‘langere’ termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de ODBN. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de ODBN. Voor de ODBN geldt dat er geen langlopende schulden zijn. Bedrijfsmatig wordt een bedrijf als financieel gezond gezien, wanneer de solvabiliteit tussen de 25% en 40% ligt. De ODBN valt met een solvabiliteit van 42% ruimschoots boven deze richtlijn. In het gemeenschappelijke toezichtskader van de Provincie wordt voor gemeenten het percentage van 50% gehanteerd voor de meest gezonde organisaties.
Met 42% solvabiliteit scoren we hoog in de 2e categorie van bedrijven. Vooral de bestemmingsreserve ISV en voorzieningenpositie stortplaats Voorste Heide hebben invloed op dit percentage. Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, door de structurele baten en structurele lasten te vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In 2023 was de realisatie ruim 5,1%, dit komt deels voort vanuit het rekeningresultaat, deels vanuit de structurele korting op het tarief die vanaf de begroting 2023 verwerkt is. De structurele exploitatieruimte in 2025 van 0,3% geeft aan dat de verhouding tussen structurele lasten en de structurele dekking hiervoor goed geregeld is. Conclusie Op basis van de financiële kengetallen is te stellen dat de financiële uitgangspositie van de ODBN als goed en stabiel te kwalificeren is..
2 Paragraaf Financiering Algemeen Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FIDO) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening voorgeschreven. Met deze paragraaf wordt beoogd de transparantie van het treasurybeleid en -beheer te vergroten en meer inzicht te geven in de (financierings-)risico’s en de beheersing daarvan. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover ter zake valutarisico’s. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet FIDO is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
54
De ODBN heeft op dit moment geen leningen met een looptijd van één jaar of langer. Hiermee voldoen wij automatisch aan de deze renterisico-norm. Ook geeft de huidige financieringspositie geen aanleiding om in de komende jaren langlopende geldleningen af te sluiten, zodat we in dat kader ook geen renterisico lopen. Ook voor de investeringen die we doen hebben we geen leningen nodig. Daarom worden er aan investeringen ook geen rente toegerekend. Kasgeldlimiet Bij de financiering van de activiteiten van de ODBN worden alle activiteiten als één geheel beschouwd. Dit houdt in dat bij het bepalen van de financieringsbehoefte alle inkomsten en uitgaven betrokken worden. De achterliggende gedachte daarbij is dat tijdelijke overschotten van de ene activiteit een andere activiteit kunnen financieren. Deze wijze van financieren wordt ook wel aangeduid als ‘totaalfinanciering’. Hierdoor worden de rentekosten beperkt. Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,2%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de ODBN bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van deze limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien.
Voor de berekening van de kasgeldlimiet is een modelstaat voorgeschreven. Hieronder is deze staat volgens de laatst bekende gegevens ingevuld.
Volgens bovenstaande berekening bedraagt de kasgeldlimiet voor 2025 totaal € 3.120.423 voor de ODBN. De ruimte onder kasgeldlimiet bedraagt € 21.751.223. Het aantrekken van kasgeld is niet aan de orde. Renteresultaat Treasury OMSCHRIJVING | BEDRAGEN X € 1.000,a
Externe rentelasten over korte en lange financiering
b
Externe rentebaten SALDO EXTERNE RENTELASTEN
BEDRAG €0 € 562.000 -/- € 562.000
d
Interne eigen rente
€0
e
Toerekening rente via renteomslag
€0
RENTERESULTAAT OP TAAKVELD TREASURY
-/- € 562.000
Rentebaten Gezien de rentestijging in 2023 en de huidige renteontwikkelingen heeft de ODBN voor 2025 incidentele rentebaten geraamd voor een bedrag van € 562.000.
Voor het kasgeldlimiet volgen wij in samenspraak met de accountant, de definities van de Wet FIDO. In de definitie komen enkel en alleen bank, kas en aanverwante liquide middelen terug. Voor de vlottende schuld hanteert de wet FIDO het volgende: 1. de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van korter dan één jaar; 2. de schuld in rekening-courant; 3. de voor een termijn van korter dan één jaar ter bewaring in de kas gestorte gelden van derden, en; 4. de overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van een vaste schuld. Omdat het bij de ODBN openstaande crediteuren betreft heeft zij vanwege deze reden geen vlottende schulden volgens de definitie van de wet FIDO in de berekening voor het kasgeldlimiet. UIT VOERINGSREGELING FIDO A. Gemiddeld vlottend overschot
VLOT TENDE SCHULD
VLOT TENDE MIDDELEN
NET TO VLOT TENDE SCHULD OF OVERSCHOT
€ 18.630.800
€ -18.630.800
B. Berekening kasgeldlimiet
€ 3.120.423
Begrotingstotaal
€ 38.053.939
Percentage regeling
8,2%
C. Ruimte onder kasgeldlimiet
€ -21.751.223
Gemiddeld vlottend overschot (A)
€ -18.630.800
Kasgeldlimiet (B)
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
€ 3.120.423
ODBN Programmabegroting 2025
55
56
3 Paragraaf Bedrijfsvoering Mens & Organisatie Waar we in 2024 verder gaan met het invoeren van diverse initiatieven vanuit onze drie strategische HR-pijlers (pro-actieve arbeidsmarktbenadering, permanente educatie en duurzame inzetbaarheid), zijn we in 2025 dagelijks aan het werk met deze nieuwe tools en werkwijzen. Op de arbeidsmarkt zijn we nadrukkelijker aanwezig, omdat we aansluiten bij de landelijke naamsbekendheid campagne vanuit ODNL. Aanvullend hierop zijn onze eigen arbeidsmarktinitiatieven actief. Het Learning Management Systeem (LMS) is operationeel om opleidingsinitiatieven toegankelijker te maken voor medewerkers. Met behulp van beschikbare opleidingsdata uit het LMS kunnen we het opleidingsaanbod blijven verbeteren. Ook draagt dit systeem bij aan inzicht rondom de VTH kwaliteitscriteria. Op het gebied van duurzame inzetbaarheid hebben we afgelopen jaren grote verbeterslagen gemaakt, maar was de onderlinge samenhang tussen initiatieven beperkt. Dankzij het overkoepelende duurzame inzetbaarheidsbeleid, werken de diverse onderdelen in 2025 meer in samenhang met elkaar en is de vindbaarheid voor medewerkers groter.
CAO-ontwikkelingen De huidige cao loopt van 1 januari 2024 t/m 31 maart 2025. Over een nieuwe cao voor 2025 wordt nog niet onderhandeld dus is het nog niet duidelijk wat de impact gaat zijn. In deze begroting is uitgegaan van een 5,3% loonindexatie op basis van macro-economische beschouwingen van het CPB van september 2023. In de huidige cao is wel opgenomen dat alle medewerkers vanaf 1 januari 2025 recht hebben op een extra bovenwettelijke vakantiedag. De kosten hiervan zijn vertaald in de declarabiliteit voor 2025. Ziekteverzuim Waar we de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd in het neerzetten van een sterke basis en intensivering van de verzuimbegeleiding werken we in 2025 volgens data gedreven verzuimmanagement. Dit helpt bij het herkennen van trends en tijdig inzetten van gepaste interventies. Door in eerdere jaren te investeren in managementvaardigheden zijn we beter in staat om vroegtijdig verzuimsignalen te herkennen bij medewerkers en het gesprek daarover aan te gaan. Formatieomvang De aanpassing van de opdrachtomvang en de cao 2024 hebben gevolgen voor de benodigde formatie. Ook de aanpassingen in de KPI’s hebben gevolgen. In onderstaand overzicht is de benodigde formatieomvang opgenomen voor het realiseren van de geprognosticeerde opdrachten.
ARBEIDSMIX
JAARREKENING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
FTE IN %
Primair proces
216,6
245,1
250,1
78%
Overhead
63,5
73,2
70,5
22%
TOTAAL
280,1
318,3
320,6
100%
Communicatie In 2025 richt communicatie zich op interne trots en externe aantrekkingskracht. Interne trots is iets wat collega's van de ODBN uitstralen. Zij hebben het gevoel van voldoening, betrokkenheid en verbondenheid met de ODBN. Deze trots uit zich ook ten aanzien van hun bijdragen aan en de prestaties van de ODBN als geheel. Dit draagt bij aan de externe aantrekkingskracht van de ODBN en vertaalt zich in de mate waarin de ODBN aantrekkelijk is voor externe belanghebbenden, zoals potentiële werknemers en onze deelnemers. Met deze focus kunnen we proactief de juiste communicatiemiddelen op het juiste moment inzetten, passende bij de betreffende doelgroep.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
57
58
Planning & Control Voor 2025 zijn er geen grote veranderingen ten opzichte van de voorgaande jaren. De cyclus zoals deze in de wet en gemeenschappelijke regeling is vormgegeven zal worden gehanteerd. Met de besparingen en de aanpassingen van de KPI’s in deze begroting zal de monitoring op de (financiële) voortgang van de organisatie aangescherpt worden zodat mogelijke ontwikkelingen eerder gesignaleerd worden. De overdracht van de rechtmatigheidsverantwoording heeft over het boekjaar 2023 tot onduidelijkheden geleid, zeker ook doordat de betreffende wet- en regelgeving niet tijdig aangepast bleek te zijn. Mogelijk gaat daarmee de volledige implementatie pas per boekjaar 2024 van kracht. Het uitstel zullen wij dan benutten voor de verdere professionalisering van de interne controlfunctie. Dit zal in 2025 ook nog een doorgroei kennen. Klachtenafhandeling (bejegeningsklachten) De omgevingsdienst is een overheidsorganisatie die zich net als gemeenten en provincies heeft te houden aan normen van behoorlijk gedrag in de contacten met inwoners en bedrijven. Klachten over gedrag van medewerkers en bestuurders worden op een informele manier opgepakt door de betrokken medewerker over wie geklaagd wordt, in afstemming met zijn of haar leidinggevende.
Als de klacht niet tot tevredenheid van de klager wordt opgelost, vindt een formele klachtbehandeling plaats met in achtneming van de regels van de Algemene wet bestuursrecht. De directiesecretaris ziet toe op een correct verloop daarvan. In gevallen waarin de klager niet tevreden is over de formele klachtbehandeling, kan hij of zij de klacht in tweede instantie voorleggen aan de Nationale ombudsman. Het aantal bejegeningsklachten dat de ODBN ontvangt is zeer beperkt (enkele klachten per jaar).
Informatisering en automatisering De Omgevingswet is inmiddels van kracht. De ODBN heeft hiervoor een nieuwe VTH-applicatie in gebruik genomen. Hiermee is een goede basis gelegd voor doorontwikkeling in de VTH-keten, die het komende jaar plaats gaat vinden. Daarnaast staat 2025 in het teken van de doorontwikkeling van de digitale werkplek van de ODBN. Hierbij worden diverse kernapplicaties tegen het licht gehouden om de digitale bedrijfsvoering te optimaliseren. Informatieveiligheid In een zich steeds verder digitaliserende wereld neemt de cybercriminaliteit hand over hand toe en bovendien steeds zwaardere vormen aan. Deze ongewenste ontwikkeling betekent dat het belang van informatieveiligheid en privacybescherming alleen maar toeneemt. De ODBN volgt de stand der techniek bij het nemen van maatregelen om onze data zo goed mogelijk te beschermen. Daarnaast wordt ruim aandacht besteed aan het scholen en voorlichten van onze collega’s op het gebied van informatieveiligheid en privacybescherming. Het Dagelijks Bestuur wordt over de stand van zaken binnen de ODBN jaarlijks geïnformeerd. Informatiegestuurd werken De ODBN heeft grote ambities ten aanzien van het informatiegestuurd werken, dat de basis moet vormen voor onze VTH-taken, maar ook voor onze bedrijfsvoering.
Daartoe hanteren we enkele focuspunten: Het verbeteren van onze datakwaliteit: de verbetering van datakwaliteit is een belangrijk aandachtspunt voor alle omgevingsdiensten, zoals beschreven in de doelstellingen van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH en het jaarlijkse rapport ‘Omgevingsdiensten in Beeld’. Door te zorgen voor betrouwbare en bruikbare data leggen we een solide basis om informatiegestuurd werken verder in te bedden in onze organisatie. Het is belangrijk blijvend te investeren in technologieën en processen om de datakwaliteit te verhogen en slimme combinaties te maken met andere (externe) databronnen. Het (door)ontwikkelen van dataproducten: Deze producten maken het gebruik van data tastbaar en creëren waarde voor de ODBN, opdrachtgevers en samenwerkingspartners. Denk hierbij aan hernieuwde inzichten voor het management, middelen om het VTH-werk efficiënter uit te voeren en het ontdekken van nieuwe inzichten die risicoprioritering kunnen aanscherpen. Het versterken van de data-cultuur: Medewerkers worden zich meer bewust van het belang van data en gebruiken actief data(producten) bij het uitvoeren van hun werk. Het gebruik van dataproducten en de bewustwording van de opbrengsten van data, zal een positieve impact hebben op datakwaliteit en stimuleert ook verdere innovatie op het gebied van data.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
59
60
4 Paragraaf wet open overheid
5 Paragraaf verbonden partijen
Inleiding
Verbonden partijen zijn gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, verenigingen en vennootschappen waarin de ODBN een bestuurlijk en financieel belang heeft.
De Wet open overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft stimuleren van de openbaarheid. De wet vereist o.a. dat in begroting en jaarrekening wordt aangegeven hoe omgegaan wordt met de bepalingen uit de Woo. Daarmee wordt inzicht gegeven over de opgave waar we als ODBN voor staan.
Bestuurlijk belang Betreft zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
In 2022 is een intern project Uitvoering Woo gestart om op een correcte en gestructureerde manier te voldoen aan de Woo. Dit project is meerjarig en staat onder leiding van een projectleider. Samen met het beknopte projectteam zorgt deze ervoor dat de ODBN voldoet aan deze wettelijke verplichting. Vanuit dit project zijn geen noemenswaardige of ongedekte kosten te verwachten.
Passieve openbaarmaking De Wet open overheid is de opvolger van de Wet openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer is de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken aangepast. Deze aanpassingen zijn doorgevoerd in onze processen. De ODBN ontving de afgelopen jaren gemiddeld 1 à 2 Wooverzoeken per jaar.
61
Financieel belang Betreft een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Bij deelname in een vennootschap betreft het financiële belang het bezit van aandelen en het ontvangen van bijbehorend dividend. De ODBN is per 1 juli 2019 aangesloten bij het Bureau Inkoop en Aanbesteding Zuidoost-Brabant (Bizob). Daarmee is Bizob, volgens de letter van de wet, de enige officiële verbonden partij van de ODBN. In onderstaande overzicht wordt nader ingegaan op de verbonden partij “Bizob”.
We merken op dat Woo-verzoeken die wij in mandaat afhandelen namens onze deelnemers in deze begroting buiten beschouwing blijven. Voor die Woo-verzoeken geldt namelijk dat niet het Dagelijks Bestuur van de ODBN het bevoegde bestuursorgaan is, maar het college van de deelnemer namens wie wij dit Woo-verzoek hebben afgehandeld.
Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren op een zelf te bepalen platform dat wel publiekelijk toegankelijk moet zijn. Deze verplichting geldt niet voor alle elf categorieën tegelijk: deze worden gefaseerd verplicht na Koninklijk Besluit. De ODBN maakt de verplichte informatiecategorieën actief openbaar, voor zover relevant. Dit gebeurt via de eigen website of via www.officiëlebekendmakingen.nl. Woo-verzoeken worden gepubliceerd op onze website en tevens via www.overheid.nl (de Woo-index) ontsloten. De Woo verplicht overheidsorganisaties maatregelen te treffen ten behoeve van het duurzaam toegankelijk maken van digitale documenten. Dit is een continu aandachtspunt binnen de ODBN en onderdeel van de reguliere visie, beleidskeuzes en activiteiten. We maken daarbij gebruik van de instrumenten uit het VNG-programma ‘Grip op informatie’.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
62
63
PROGRAMMA 3 BEDRIJFSVOERING 1. STICHTING BUREAU INKOOP EN AANBESTEDING ZUIDOOST-BRABANT Publiek Belang
Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen organisaties hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij
De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 (Aw 2012) laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn.
Partijen
Diverse gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen.
Bestuurlijk belang
Een bestuurslid van de ODBN wordt aangewezen om ODBN te vertegenwoordigen in de vergadering van aangeslotenen van BIZOB.
Financieel belang
De ODBN draagt jaarlijks bij aan de exploitatie van Bizob via een bedrag per afgenomen dag. De bijdrage voor 2024 is geraamd op € 74.750,-.
Financiële informatie
Eigen vermogen: per 1-1-2022 € 1.405.075,64 per 31-12-2022 € 976.745 (inclusief resultaat 2022) Vreemd vermogen: per 1-1-2022: € 1.139.796,54 per 31-12-2022: € 1.209.552,08 Resultaat 2022: € 613.915,05
Eventuele risico's
Niet van toepassing
In bovenstaande tabel zijn de cijfers over 2022 opgenomen. De gegevens over 2023 zijn nog niet bekend.
Daarnaast kent de ODBN de volgende organisaties waarmee een intensieve samenwerkingsrelatie wordt onderhouden: ➜ De deelnemers van ODBN: de 10 gemeenten (Gemeente Bernheze, Gemeente Boekel, Gemeente Boxtel, Gemeente Maashorst, Gemeente Meierijstad, Gemeente Land van Cuijk, Gemeente Oss, Gemeente ’s-Hertogenbosch, Gemeente Sint-Michielsgestel en Gemeente Vught) in de regio Noordoost-Brabant en de provincie Brabant. ➜ De twee collega-omgevingsdiensten die actief zijn binnen Noord-Brabant; de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). ➜ De samenwerkingspartners in het kader van Samen Sterk in Brabant (SSiB); te weten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Brabant Landschap, Brabant Water, Evides, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Rivierenland. ➜ Omgevingsdienst NL, dit is de vereniging van de omgevingsdiensten in Nederland. Voor het lidmaatschap wordt een contributie betaald, er wordt expertise ingewonnen bij de ODNL maar ook expertise geleverd, tevens zijn er projecten die voor de ODNL uitgevoerd worden. Verder lopen een aantal subsidiestromen via Omgevingsdienst NL naar de omgevingsdiensten.
Niet van toepassing zijnde paragrafen Voor de ODBN zijn de onderstaande, in de het BBV voorgeschreven, paragrafen niet van toepassing: ➜ Paragraaf Lokale Heffingen ➜ Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ➜ Paragraaf Grondbeleid.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
64
ll Financiele Begroting 2025
65
4
Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst
ODBN Programmabegroting 2025
66
Financiële samenvatting
Op 13 december 2023 is de kadernota 2025 vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Deze vormt de basis voor de begroting 2025. Het meerjarenperspectief van deze begroting is sluitend. In deze begroting zijn de kaders vertaald uit de kadernota 2025. De begroting 2025 kent beperkt aanpassingen op het beleid. De bestaande budgetten zijn geïndexeerd met de index conform het CPB. De urenraming, met de daarbij horende formatie, is bijgesteld op basis van de gewijzigde declarabiliteit, gemeentelijke conceptwerkprogramma’s 2025 en de herziene provinciale opdracht 2025. In de kadernota 2025 hebben we de ontwikkelingen rondom de cao 2024 geschetst. Op het moment van vaststellen van de Kadernota was er nog geen zicht op een akkoord tussen de werkgeversorganisatie en de vakbonden. Inmiddels ligt er een onderhandelingsakkoord, deze is verwerkt in deze begroting. Voor 2025 is er nog geen cao, daarom is voor de lonen nog gewerkt met de indexering conform het CPB. Een onderdeel van het nieuwe cao-akkoord is de toekenning van 1 extra verlofdag ten opzichte van de 7 bovenwettelijke dagen die de vorige cao toekende. Dit heeft tot gevolg dat we de declarabiliteit verder neerwaarts hebben moeten bijstellen, met als gevolg dat declarabiliteitsnorm daalt naar afgerond 1.294 in 2024.
Dit leidt niet alleen tot een verhoging van het tarief, maar ook tot een hogere benodigde formatie omdat hetzelfde werk met meer mensen uitgevoerd moet worden. In de krappe arbeidsmarkt vergroot dit de druk op het invullen van de vacatures. In deze begroting is gerekend met ruim 319.000 uren. Dit is een beperkte daling van 2.000 uren ten opzichte van de begroting 2024. Het gemeentelijke werkprogramma laat een lichte stijging zien, terwijl de provinciale opdracht een lichte daling vertoont. De lichte daling in uren vertaalt zich, conform bestaande systematiek, in een bijstelling van het aantal benodigde fte’s in het primaire proces waarbij we ook de formatie van de overhead meestijgen. Om in te kunnen blijven spelen op de ontwikkelingen en eventuele wijzigingen hanteren we een flexibele schil van maximaal 20%. Hiermee blijven we in staat om in te spelen op actuele ontwikkelingen en het bedrijfsrisico bij minder opdrachten af te dekken. Tijdens de Burap van 2023 hebben we geadresseerd dat als gevolg van een toenemende begrotingsomvang, de dekking voor de overhead evenredig toeneemt. In de kadernota 2025 hebben we aangegeven dat we in aanloop naar de begroting van 2025 zouden onderzoeken welke maatregelen getroffen kunnen worden om de structurele begrotingsruimte in het tarief van 2025 te vertalen. In programma 3 Bedrijfsvoering zijn de genomen maatregelen toegelicht.
In de begroting van 2025 zijn deze maatregelen in het tarief van 2025 verwerkt, deze worden in hoofdstuk 1 onderdeel 3.5/ 3.6 en hoofdstuk 2 onderdeel Tariefontwikkeling verder uitgediept.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
67
De afname in de declarabiliteit leidt tot een grotere vraag naar mensen. In de huidige krappe arbeidsmarkt is en blijft het een uitdaging om genoeg geschoolde mensen te vinden en te behouden. Vanuit de ODBN zetten we op vele zaken in om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven om zo ons personeelsbestand op peil te houden. Als de ontwikkeling van het moeten werven van veel nieuwe medewerkers in 2024 zich voort blijft zetten, dan zal de druk op de declarabiliteit blijven toenemen. MEERJARENPERSPECTIEF BATEN EN LASTEN BEDRAGEN X € 1000
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
Individuele dienstverlening
19.933
20.767
20.767
20.767
20.767
Regionale dienstverlening
2.809
3.186
3.186
3.186
3.186
Bedrijfsvoering
13.751
14.101
13.977
13.588
13.588
TOTAAL LASTEN
36.492
38.054
37.930
37.541
37.541
Individuele dienstverlening
32.622
33.029
33.568
33.568
33.568
Regionale dienstverlening
3.792
4.348
4.362
3.973
3.973
0
562
0
0
0
36.414
37.938
37.930
37.541
37.541
113
116
0
0
0
0
0
0
0
0
TOTAAL RESERVES
113
116
0
0
0
SALDO VAN BATEN EN LASTEN
35
0
0
0
0
LASTEN
BATEN
Bedrijfsvoering TOTAAL BATEN
BATEN Onttrekking reserves Dotatie Reserves
ODBN Programmabegroting 2025
Algemeen
68
In het meerjarenperspectief, zoals hierboven gepresenteerd, zijn de ramingen 2025 structureel doorgetrokken naar 2028. De kosten en opbrengsten voor SPUK THE en Sanering Verkeerslawaai en de rentebaten zijn incidenteel in de begroting opgenomen en dus niet structureel geraamd. De gemeentelijke concept-werkprogramma’s 2025 zijn vertaald naar deze begroting. Voor deze vertaling is gebruik gemaakt van het gemiddelde incidentele tarief uit deze begroting van € 115,71. Op basis van de ontwikkelingen die gemeenten voor 2025 verwachten, worden de werkprogramma’s in de loop van 2025 gezamenlijk verder aangescherpt zodat de definitieve werkprogramma’s voor 1 december 2024 kunnen worden vastgesteld. De financiële vertaling van de individuele werkprogramma’s vormt de basis van het budget dat in de afzonderlijke begrotingen van de deelnemers moet worden gereserveerd. Voor de basistaken geldt dat de deelnemer deze bij de ODBN neer dienen te leggen. Voor de (overige) verzoektaken geldt dat de deelnemer zelf de afweging maakt of deze taken in eigen beheer uitgevoerd worden, of en in welke omvang dat deze belegd worden bij de ODBN. In deze begroting is de provinciale opdracht opgenomen op basis van de opdracht 2024. Deze begroting van de ODBN gaat over de verwachte ontwikkelingen die de ODBN als organisatie in zijn totaliteit voorziet voor 2025 in aansluiting op de kadernota 2025.
De effecten van de definitieve opdrachten 2025 zullen bij de eerste bestuursrapportage in 2025 verwerkt worden in de begroting.
69
Inleiding De financiële begroting geeft inzicht in de algemene uitgangspunten waarop de geraamde baten en lasten van de verschillende programma’s tot stand zijn gekomen. Verder zijn, conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), deze geraamde baten en lasten voor het jaar 2025 en voor het meerjarenperspectief 2026-2028 inzichtelijk gemaakt. In de toelichting op de baten en lasten zijn niet alleen de verschillen ten opzichte van de begrotingscijfers aangegeven, maar ook de incidentele baten en lasten in een overzicht weergeven. Tenslotte is op hoofdlijnen de financiële positie van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) uiteengezet.
Financiële uitgangspunten In de Kadernota 2025 zijn algemene kaders en uitgangspunten geformuleerd die verwerkt zijn in de voorliggende begroting 2025 met bijbehorend meerjarenperspectief 2026-2028. Algemene financiële kaders De volgende algemene financiële kaders zijn uitgangspunt bij deze begroting: ➜ De begroting 2025 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); ➜ De begroting 2025 inclusief meerjarenperspectief is sluitend; ➜ De begroting 2025 gaat uit van bestaand actueel beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de beleidsontwikkelingen zoals opgenomen in het programmaplan van deze begroting; ➜ Bij de raming van de meerjarenbegroting 2026-2028 wordt uitgegaan van constante prijzen. Financieel technische uitgangspunten Bij het opstellen van de financiële begroting 2025 en het financieel meerjarenperspectief (in constante prijzen) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Baten De ramingen voor de baten zijn gebaseerd op: ➜ De concept-werkprogramma’s 2025 van de gemeentelijke opdracht. ➜ De provinciale opdracht 2024. ➜ De begroting 2024. ➜ Gemiddeld nieuw opgebouwd tarief voor 2025. ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2023. ➜ Rentebaten worden incidenteel voor de eerste jaarschijf geraamd o.b.v. het saldo van de schatkist en het geldende rentepercentage op 01-01 van het jaar waarin de begroting vastgesteld wordt.
Voor deze begroting is dat dus 2024. Vanwege het voorzichtigheidsbeginsel wordt het rentepercentage op 01-01 vermindert met 1%.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
Baten en lasten begroting 2025-2028
70
Lasten Bij de ramingen voor de lasten is rekening gehouden met: ➜ De vastgestelde realisatiecijfers 2023; ➜ De formatie 2024 aangepast op basis van de urenraming 2025; ➜ De budgetten 2024 zijn gehandhaafd en geïndexeerd met een prijsindex van 2% en een loonindex van 5,3% conform de Macro Economische Verkenning van het CPB; ➜ De personele lasten zijn geraamd tegen trede 10 i.p.v. eerder uitganspunt trede 11; ➜ De KPI voor overhead bedraagt 34% i.p.v. eerder uitgangspunt van 35% ➜ Norm fte’s overhead 22% t.o.v. 23% in eerdere jaren ➜ Norm loonsom overhead 24% t.o.v. 25% in eerdere jaren ➜ Een totale formatieomvang van 320,6 fte, waarvan 250,1 fte in het primair proces en 70,5 fte in de overhead; ➜ De benodigde inzet van medewerkers die de opdracht gaan uitvoeren is berekend op gemiddeld 1.294,4 declarabele uren per fte in het primaire proces. Uitzondering hierop zijn de groene boa’s van Samen Sterk in Brabant (SSiB), omdat hierbij rekening wordt gehouden met 1.444 declarabele uur per fte.
Overzicht van baten en lasten 2025 OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
LASTEN 2025
BATEN 2025
SALDO PER PROGRAMMA
MUTATIES RESERVES
SALDO NA BESTEMMING
Regionale dienstverlening
3.186
4.348
1.162
0
1.162
Individuele dienstverlening
20.767
33.029
12.262
116
12.378
Bedrijfsvoering
14.001
562
-13.439
0
-13.439
Onvoorzien
100
0
-100
0
-100
38.054
37.938
-116
116
0
TOTAAL RESULTAAT 2025
0
Totaal lasten verdeeld naar programma’s en overhead TOTAAL LASTEN BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2023
BEGROTING 2024
25.280
29.272
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
542
Dienstreizen / woon-werk
BEGROTING 2025 PRIMAIR
OVERHEAD
31.431
23.133
8.298
1.004
1.041
830
211
413
450
444
346
98
Overige personele kosten
426
543
536
392
144
Organisatie
153
368
363
92
271
Huisvesting
679
800
789
0
789
Kantoorkosten
100
213
210
0
210
Informatisering / automatisering
2.182
2.013
1.986
0
1.986
Vervoermiddelen
223
276
272
200
71
Externe deskundigheid
184
273
270
0
270
Overige lasten
6.224
1.181
613
508
105
SUBTOTAAL
36.406
36.392
37.954
25.501
12.454
0
100
100
0
100
36.406
36.492
38.054
25.501
12.554
Personeel en inhuur
Onvoorzien TOTAAL LASTEN
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
71
TOTAAL
ODBN Programmabegroting 2025
72
73
Overzicht meerjarenperspectief lasten 2025-2028 OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
Overzicht meerjarenperspectief baten 2025-2028
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
LASTEN
OMSCHRIJVING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
BATEN
Regionale dienstverlening
3.675
2.809
3.186
3.186
3.186
3.186
Regionale dienstverlening
4.177
3.792
4.348
4.362
3.973
3.973
Individuele dienstverlening
18.611
19.933
20.767
20.767
20.767
20.767
Individuele dienstverlening
27.921
32.622
33.029
33.568
33.568
33.568
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
22.286
22.742
23.953
23.953
23.953
23.953
SUBTOTAAL PROGRAMMA’S
32.098
36.414
37.376
37.930
37.541
37.541
Bedrijfsvoering
14.128
13.651
14.001
13.877
13.488
13.488
Bedrijfsvoering
4.538
0
562
0
0
0
0
100
100
100
100
100
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
14.128
13.751
14.101
13.977
13.588
13.588
SUBTOTAAL BEDRIJFSVOERING
4.538
0
562
0
0
0
TOTAAL LASTEN EXPLOITATIE
36.414
36.492
38.054
37.930
37.541
37.541
TOTAAL BATEN EXPLOITATIE
36.636
36.414
37.938
37.930
37.541
37.541
366
0
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves
2.234
113
116
0
0
0
36.780
36.492
38.054
37.930
37.541
37.541
TOTAAL BATEN
38.870
36.527
38.054
37.930
37.541
37.541
Onvoorzien
Toevoegingen aan reserves TOTAAL LASTEN
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
ODBN Programmabegroting 2025
74
Toelichting op baten en lasten 2025
75
In dit onderdeel van de financiële begroting wordt een toelichting op hoofdlijnen gegeven van de belangrijkste verschillen tussen de in de begroting 2024 en de begroting 2025 gepresenteerde bedragen. Aan het eind van dit onderdeel wordt nader ingegaan op de benodigde capaciteit aan declarabele uren voor de uitvoering van alle werkzaamheden. Deze worden afgezet tegen de beschikbare declarabele uren op grond van de in de begroting opgenomen formatie. Tevens zal inzicht worden gegeven in de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2025.
Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Taken PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
Personeel
2.237
2.129
2.496
367
Bedrijfsmiddelen
1.438
680
690
10
TOTAAL LASTEN
3.675
2.809
3.186
377
Collectieve taken
853
882
904
21
Samen Sterk in Brabant
2.600
2.758
2.889
131
Overige regionale programma's
724
151
555
403
4.177
3.792
4.348
556
502
984
1.162
178
TOTAAL BATEN SALDO
VERSCHIL
De lasten binnen dit programma bestaan uit de personeelskosten voor de medewerkers die actief zijn voor de regionale programma’s zoals hierboven vermeld. Daarnaast worden overige kosten gemaakt, direct ten behoeve van het volbrengen van deze regionale programma’s.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Personeel In de personele lasten zien we een stijging van de kosten. Enerzijds zijn de personele lasten voor het project Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht geraamd door het opnemen van 3.300 uren in de begroting. De geraamde baten worden gedekt uit een subsidie welke ook in programma 1 zijn opgenomen. Dit geldt voor de jaarschijven 2025 en 2026 omdat de regeling na deze jaarschijven eindigt. Ook de aanpassing van de norm declarabiliteit leidt tot een aanpassing van de formatie. Dit komt doordat er meer mensen nodig zijn om hetzelfde werk te doen. De indexeringen conform de macro-economische verkenning laten de lasten verder toenemen. Het ramen van de loonsom op basis van trede 10 in plaats van het maximum van de schaal dempt de toename in de lasten. Op dit programma leidt dit per saldo tot een stijging van de lasten voor personeel. Bedrijfsmiddelen De begrote bedragen voor bedrijfsmiddelen binnen programma 1 zijn ten behoeve van de verschillende onderdelen om de regionale programma’s uit te kunnen voeren. Ten opzichte van de begroting 2024 stijgen de bedrijfsmiddelen door de indexering van bestaande budgetten. Baten De baten hebben betrekking op de deelnemersbijdragen met uiteenlopende verdeelsleutels. Voor het beheer van de voormalige stortplaatsen worden jaarlijks middelen onttrokken uit de hiervoor bestemde voorziening.
Andere onderdelen, zoals SSiB, collectieve taken, klachtenafhandeling/ crisisbeheer en bodemloket, worden bekostigd door middel van een vaste bijdrage per inwoner. Voor SPUK THE is een subsidie van het rijk ontvangen welke onder bepaalde voorwaarden ingezet mag worden. Voor SSiB geldt voor het jaar 2025, net zoals in eerdere jaren, een verdeelsleutel voor de bijdrage van alle deelnemers bestaande uit een vast deel en een bijdrage voor de oppervlakte buitengebied. Deze bijdrage is geïndexeerd met de percentages genoemd in deze begroting. Voor het deel van de impulsgelden, voorheen een incidentele subsidie, is nu op basis van toezeggingen, een structurele bijdrage van de Provincie Noord-Brabant opgenomen. In deze begroting is voor SSiB nog geen rekening gehouden met het ontvangen van de rijkssubsidie. Deze is nog niet vrijgegeven. Zodra voor het jaar 2025 de mogelijkheid bestaat, zullen we deze aanvragen. Wanneer deze toegekend wordt, zal in overleg met de deelnemers aan SSiB bepaald worden hoe deze in te zetten.
ODBN Programmabegroting 2025
76
77
Programma Individuele Dienstverlening PROGRAMMA INDIVIDUELE DIENST VERLENING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
VERSCHIL
Personeel
17.107
19.803
20.637
833
Bedrijfsmiddelen
1.504
130
130
0
TOTAAL LASTEN
18.611
19.933
20.767
833
Basis- en VTH verzoektaken
15.879
17.813
18.627
814
(Overige) Verzoektaken
11.302
14.092
13.664
-427
740
717
737
20
TOTAAL BATEN
27.921
32.622
33.029
406
SALDO
9.310
12.689
12.262
-427
Orders
Personeel De lasten binnen dit programma betreffen de personeelskosten voor de medewerkers die uitvoering geven aan de werkprogramma’s van de gemeenten en de provinciale opdracht. Het gaat hierbij om de kerntaken van de ODBN op het gebied van vergunningverlening en toezicht & handhaving. De orders zijn opdrachten die buiten de reguliere opdrachten om door deelnemers en niet-deelnemers bij de ODBN belegd worden. Omdat het aantal declarabele uren per fte is aangepast, is de formatie gegroeid. Dit leidt tot een bijstelling van de personele lasten in dit programma. De indexeringen conform de macro-economische verkenning laten de lasten verder toenemen. Het ramen van de loonsom op basis van trede 10 in plaats van het maximum van de schaal dempt de toename in de lasten. Op dit programma leidt dit per saldo tot een stijging van de lasten voor personeel.
Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving
Bedrijfsmiddelen De begrote bedragen voor bedrijfsmiddelen binnen programma 2 betreffen geraamde projectkosten. Dit zijn kosten die ten behoeve van de uitvoering van de reguliere opdracht gemaakt worden die doorbelast worden naar de betreffende opdrachtgever. In de batenraming is hier ook rekening mee gehouden, deze zitten in de basis- en verzoektaken. Basis- en VTH-verzoektaken / Overige verzoektaken Op basis van de gemeentelijke concept-werkprogramma’s 2025 en de provinciale opdracht 2024 is een urenraming 2025 gemaakt. Ten opzichte van de raming in de begroting 2024 daalt het aantal uren overige verzoektaken, vandaar dat deze baten dalen. De uren uit de urenraming 2025 zijn met het gemiddelde incidentele tarief van € 115,71 als omzet geraamd. Orders Dit betreffen opdrachten die bij de ODBN belegd worden buiten de reguliere werkprogramma’s om. Dit zijn opdrachten van onze deelnemers, maar soms ook van niet-deelnemers. Op basis van de realisatie van voorgaande jaren en de huidige verwachting van orders is de urenraming voor 2025 ten opzichte van 2024 gelijk gebleven. De urenraming is met het gemiddelde incidentele tarief van € 115,71 in deze begroting opgenomen. Aangezien dit een hoger tarief is dan het begrotingstarief 2024, leidt dit tot een stijging van de baten op dit onderdeel.
ODBN Programmabegroting 2025
78
79
Programma Bedrijfsvoering PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING BEDRAGEN X €1.000
REKENING 2023
BEGROTING 2024
BEGROTING 2025
VERSCHIL
Personeel en inhuur
5.945
7.340
8.298
958
Opleidingen en loopbaanbegeleiding
463
930
958
28
Dienstreizen / woon-werk
413
450
444
-6
Overige personele kosten
380
514
507
-7
Organisatie