CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-04-15 Commissie Bedrijvigheid vastsgesteld

Commissie BEDRIJVIGHEID 15 april 2024, gemeente 's-Hertogenbosch10.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Commissie BEDRIJVIGHEID Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

15 april 2024 Raadzaal

A.P.R.G.M. van Rosmalen mr. drs. R. van der Meer drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, B. El Amraoui, H.B. Bos, L.A.J. van Griensven, S.C. van Hasselt, mw. A. Hernández, W.B.G. Hoeben, mw. mr. drs. N.M.C. Huijbrechts RO CIA, M.P. Kagie, ing. J.N. Kieft, H.J.M. Kitslaar, mw. J.M. Klerks, J. Kouwenberg, mw. W.M. van de Leemput, R.F.E. van Oijen, REV H.W. Pennings, mr. S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, P.J. Romijn, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg M.J.J. van der Geld MSc

Afwezig:

E.R.F. Esser, mw. W. de Groot MSc, mw. E. Samshuijzen, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, mw. C.K.J. Visscher, K.M. Vossen

Verslaglegging:

mw. J. Beaumont, DemiSec

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. Bericht van verhindering is ontvangen van de heren Esser en Verbruggen.

2.

Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

3.

Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 18 maart 2024 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties Het college stelt voor de moties 17 en 19 als afgedaan te beschouwen. De lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties zijn hiermee vastgesteld.

5.

Werkplanning Het college heeft een nieuwe planning van raadsvoorstellen voor dit jaar aangeleverd. De werkplanning wordt vastgesteld.

Overige agendapunten 6.

Discussienotitie Zero-emissiezone (GL, D66) De heer Bos (GroenLinks) zegt dat GroenLinks en D66 voor een schone en gezonde leefomgeving staan die voor iedereen toegankelijk is. De luchtkwaliteitrapporten van de GGD laten zien dat er extra stappen genomen moeten worden, vandaar deze discussienota. In vorige vergaderingen is steeds in deelonderwerpen over de zero-emissiezone gesproken en de initiatiefnemers willen dit onderwerp graag in breder perspectief behandelen. Per 1 maart 2025 starten de plannen voor de huidige zero-emissiezone voor bestelbusjes en vrachtvervoer. Er zijn steeds meer elektrische alternatieven te zien in de stad voor de bevoorrading. De gemeente heeft het Schone Lucht Akkoord ondertekend. De zero-emissiezone zal verbreed moeten worden, zowel in omvang als in soorten uitstoot en mobiliteiten. Hij noemt taxi’s, scooters, brommers en ook dieselaggregaten die gebruikt worden bij evenementen. Het faciliteren van deze transitie is daarbij belangrijk. D66 gaat daar nader op in. De indieners gaan graag het gesprek aan met de commissie om te bezien welke stappen hierna gezet moeten worden. Hoe zien de fracties een uitbreiding van de zero-emissiezone voor zich en welke rol is daarbij weggelegd voor de gemeente? De heer El Amraoui (D66) sluit zich grotendeels aan bij de woorden van de heer Bos. Deze 1

transitie is van groot belang voor zowel ondernemers als inwoners. De zorgen die gevoeld worden door inwoners en ondernemers voelt hij ook. D66 ziet een grotere rol voor de gemeente weggelegd om die transitie te faciliteren. Vanavond wil hij ingaan op de laadinfrastructuur, coherente informatievoorziening en tot slot het assisteren van ondernemers in het maken van de transitie richting elektrische of waterstofalternatieven. Veel inwoners en ondernemers zien slechts weinig laadinfrastructuur waar zij gebruik van kunnen maken. Vaak zijn die plekken al bezet of niet specifiek weggezet voor elektrische voertuigen en daardoor vaak bezet door brandstofauto’s. De heer Altenburg-Collin (VVD) is het ermee eens dat Den Bosch voorop moet lopen met de laadinfrastructuur. Momenteel is er weinig laadinfrastructuur in de binnenstad. Is het niet beter eerst die laadinfrastructuur op orde te brengen? De heer El Amraoui (D66) is het met die eerste stelling eens, met de laatste niet. Er is een toename te zien van elektrische voertuigen in de binnenstad in de jaarlijkse enquête en op die groeiende behoefte moet geanticipeerd worden. Het bevriezen of uitstellen van een zeroemissiezone draagt daar niet aan bij. Wel helpt het als er laadinfrastructuur bijgezet wordt en daar moet Den Bosch meer aan gaan doen.

De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat als de raad uitspreekt dat de laadinfrastructuur er snel moet komen en die is er praktisch nog niet, dan kan niet worden verwacht dat een zero-emissiezone wordt ingericht met elektrische voertuigen. Eerst moeten de randvoorwaardelijke zaken op orde zijn. De heer El Amraoui (D66) zegt dat het aanleggen van laadinfrastructuur niet heel moeilijk is. Binnen een jaar is overal in de binnenstad glasvezel aangelegd en een aantal laadpalen toevoegen meer dan op de planning voor dit jaar staat, is haalbaar. De beren op de weg die Leefbaar ’s-Hertogenbosch ziet, ziet hij niet. Hij ziet vooral veel werk aan de winkel en daar roept hij toe op. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat beren op de weg zien inhoudt dat je iets niet te zwaar moet zien en dat overdreven wordt. In dit geval gaat het echter om randvoorwaardelijke faciliteiten. Als je een elektrisch voertuig hebt, moet je die kunnen opladen. Als D66 voornemens is dit wel goed in te richten voor maart 2025 – en dan gaat het niet alleen om reguliere maar ook om zware voertuigen – dan wijst hij ook nog op netcongestie. D66 is wel erg positief dat alles voor maart 2025 voor elkaar is. De heer El Amraoui (D66) zegt dat mensen vooral elektriciteit uit het net halen bij het laden en geen energie wordt toegevoegd, dus het probleem van netcongestie ziet hij niet hetzelfde.

Laadpalen zijn binnen enkele weken te realiseren en binnen een jaar kunnen er voldoende laadopties zijn. Bij de markt moeten inderdaad op tijd faciliteiten neergezet worden zodat als ondernemers de transitie maken die laadinfrastructuur er is. Hij verwacht niet dat alle inwoners op elektrische voertuigen overstappen maar als zij dat doen, moeten zij gefaciliteerd en daartoe gemotiveerd worden. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) begrijpt de oproep, maar de ondernemers moeten nu overstappen, wordt gesteld. Is de heer El Amraoui van mening dat de gemeente het voor elkaar krijgt om dat te gaan afdwingen bij de ondernemers? De heer El Amraoui (D66) zegt dat waar een wil is, is een weg. Als de raad hiertoe besluit dan gaat de gemeente hiermee aan de slag en dan zal binnen een jaar die laadinfrastructuur ook op peil gebracht zijn. De heer Ploegmakers (CDA) vindt dat eerst een inventarisatie van de behoefte moet worden gemaakt voordat er een uitspraak komt over de uitbreiding van de laadinfrastructuur. De heer El Amraoui (D66) zegt dat nog niet eens begonnen is aan het elektrificeren van de markt dus wat dat betreft is die behoefte heel groot, zeker gelet op de zero-emissiezone die binnen een jaar wordt ingevoerd. Hij merkt zelf vaak dat hij nul op het rekest krijgt als hij een laadpaal in zijn omgeving zoekt. 2

De heer Romijn (PvdD) vraagt of het hier gaat om 11kW-palen of ook snellaadfaciliteiten. Wie gaan daar gebruik van maken? De heer El Amraoui (D66) zegt dat de 11kW-palen voor normale consumenten zijn. Ten aanzien van de snellaadinfrastructuur en zwaardere laadpalen voor taxi’s en vrachtwagens: daar zal ook in geïnvesteerd moeten worden. De heer Romijn (PvdD) vraagt wie hier de stad in komt rijden en gaat snelladen. Zijn dat ondernemers? De heer El Amraoui (D66) denkt hierbij ook aan taxichauffeurs. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat een laadpaal voor vrachtwagens € 150.000 kost. Wie gaat dat betalen? De heer El Amraoui (D66) denkt dat er genoeg investeerders zijn die een dergelijke laadinfrastructuur willen realiseren. Op zuid is er al een partij hiermee bezig. De gemeente maakt dit mogelijk, maar het zijn vaak ondernemers die het daadwerkelijk realiseren. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat het hier gaat om de zero-emissiezone van de binnenstad en daar zou toch minimaal één laadpaal voor vrachtwagens neergezet moeten worden. Zijn daar ook gegadigden voor? De heer El Amraoui (D66) is het er niet mee eens dat een laadpaal voor vrachtverkeer in de binnenstad moet komen; een vrachtwagen kan ook aan de rand van de stad opladen. Hij vindt het belangrijker dat bij de markt een laadinfrastructuur komt. Mevrouw J.J.M.

van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) neemt aan dat een elektrisch voertuig een enorme investering is voor de marktkooplieden. Zij kunnen toch niet verplicht worden een elektrische bus van meer dan € 300.000 aan te schaffen? De heer El Amraoui (D66) zegt dat ondernemers die misschien nog twee of drie jaar door willen gaan met hun onderneming niets verplicht moeten worden. Het gaat hem om ondernemers die nog lang willen ondernemen. Dan is het een investering in eigen onderneming. Daarnaast zijn er ook vanuit het rijk faciliteiten en subsidies. 75% van de investering kan het eerste jaar afgeschreven worden. Die ondernemers betalen dan jarenlang geen winstbelasting meer. Het rijk draagt dus bij aan die investering en dat is een investering in de toekomst van je eigen onderneming. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) meent dat ambulante handelaren geen vet op de botten hebben, zeker niet na corona. Hoe moet die transitie dan doorgevoerd worden? De heer El Amraoui (D66) laat het graag aan de ondernemers zelf hoe zij hun investeringen doen. Zij kunnen uit eigen middelen investeren maar ook uit vreemd vermogen. Financiers staan te springen om mee te helpen om investeringen te doen in groene investeringen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) meent dat er alleen een subsidieregeling is in emissieloze bedrijfswagens en dan krijgen ondernemers maximaal € 5.000.

Als die regeling er is zoals D66 hier noemt dan gaat hij er ook meteen gebruik van maken. De heer El Amraoui (D66) zegt dat het niet juist is wat de heer Kagie hier zegt. Er is een aanzetsubsidie, de aanschaf zero-emissietransport voor grotere bestelbussen en vrachtwagens (29% van de aanschafwaarde) en op basis van de MIA kan 75% willekeurig worden afgeschreven het eerste jaar. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) wil nu terug naar de realiteit. Stel een ondernemer heeft een paar jaar geleden een diesel gekocht, voor tien tot vijftien jaar. Met die 29% eraf moet hij een elektrisch voertuig gaan vinden dat voldoende trekkracht heeft voor zijn kraam – als dat 3

er al is – en moet hij minimaal € 60.000 tot € 70.000 betalen. Waar moeten die ondernemers het geld nu vandaan halen om hieraan te kunnen voldoen? Los van de laadpalen die er nog niet zijn. De heer El Amraoui (D66) zegt dat dat of uit eigen middelen of uit vreemd vermogen gekocht kan worden. Hij kan niet kijken in de portemonnee van de ondernemer. De subsidieregelingen leveren veel op voor de ondernemers en vanuit het rijk wordt genoeg gedaan. Hij ziet een grote rol voor de gemeente om ook lokaal de ondernemers te helpen. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat de heer El Amraoui onderschat dat de meeste marktkooplieden kleine ondernemers zijn die blij zijn dat zij een leuk inkomen kunnen verdienen. Zij beginnen vaak met niets en er is geen enkel bedrijf dat hen financiert als ze met niets beginnen. Zij bouwen langzaamaan een bestaan op, maar hebben geen geld om te investeren en kunnen aan geen enkele regeling meedoen, alleen degenen die het misschien wat langer doen. Aan hen moeten niet te veel eisen gesteld worden. De heer El Amraoui (D66) kan de voorstelling van de heer Pennings niet helemaal volgen. De heer Pennings denkt dat de hele markt uit beginnende ondernemers bestaat, hij ziet vooral bedrijven die al langer bestaan en vaak ook boerenbedrijven ernaast hebben.

De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) denkt dat de meeste ondernemers niet makkelijk een bus van € 60.000 kopen. De meesten kopen een busje van tien jaar oud en ze zijn blij dat de kosten niet te hoog zijn zodat ze wat kunnen verdienen. Vaak komen zij ook niet in aanmerking voor subsidie, dus zo makkelijk is het allemaal niet. De heer El Amraoui (D66) zegt dat zij sowieso voor subsidie in aanmerking komen want dat is bij de investering door het rijk geregeld. Dat is niet afhankelijk van het type of de grootte van de onderneming. Ten aanzien van coherente informatievoorziening ziet hij dat er veel gedaan wordt vanuit de gemeente. Hij mist het verband tussen al die acties en hoe die zich tot elkaar verhouden. Een ondernemer in de binnenstad wordt op twee manieren door de zero-emissiezone geraakt maar de coherentie daartussen blijft zoek. Zijn laatste punt betreft het assisteren van ondernemers met de benodigde berekeningen met betrekking tot elektrische alternatieven voor hun huidige bedrijfsvoering en alle relevante subsidies en fiscale voordelen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) begrijpt het streven naar een schone en leefbare binnenstad. Wel moet iedereen realistisch blijven. Er moet bekeken worden of de randvoorwaarden er zijn om met elkaar in dit gat te springen, zeker wanneer de gemeente ondernemers confronteert met dergelijke regels en verplichtingen.

De faciliterende rol moet goed ingevuld zijn. Ondernemers hebben het stakeholdermanagement vanuit het stadskantoor als onvoldoende ervaren. Tot voor kort had het stadskantoor niet eens de data om met zekerheid de impact vast te stellen. De heer El Amraoui (D66) zegt dat als al die zaken al geregeld waren er geen aanleiding was om hierover te spreken. Wat is de rol van de gemeenteraad om onderwerpen te agenderen als die zaken al geregeld hadden moeten zijn voor er überhaupt over gesproken wordt? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat de heer El Amraoui het nu omdraait. Deze realiteit komt keihard op de ondernemers af binnen een jaar. De gemeente heeft niet de luxe om uitgebreid allerlei opties te gaan onderzoeken. De ondernemers hebben hier zorgen over. De gemeente moet zaken voor elkaar hebben wil de gemeente verplichte zaken kunnen afdwingen. De heer El Amraoui (D66) vraagt wat dan precies de rol is van de heer Kagie in dit huis, als die niet is om zaken aan te jagen en geregeld te krijgen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat zijn rol ook is om te toetsen of plannen die er liggen wel haalbaar zijn, wat de impact van die plannen is en of er wel alles aan gedaan is om die ondernemers erin mee te nemen. Als de gemeente dat onvoldoende heeft gedaan en de 4

randvoorwaarden er niet zijn dan is het de vraag of de gemeente dit kan afdwingen. De heer El Amraoui (D66) zegt dat de heer Kagie veronderstelt dat die randvoorwaarden niet binnen een jaar voor elkaar worden gekregen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) heeft daar inderdaad een hard hoofd in. Hij wil hetzelfde als de heer El Amraoui want hij vindt ook dat deze stappen gemaakt moeten worden, maar de realiteit geeft aan dat er vooralsnog te weinig meters zijn gemaakt om het vertrouwen te hebben dat ondernemers per 1 maart 2025 die stap gaan maken zonder een kaalslag op de markt. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) denkt dat er meer mogelijkheden zijn om de ondernemers tegemoet te komen. Zou de gemeente hen niet de helpende hand kunnen bieden? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat er factoren zijn die binnen de beïnvloeding liggen, zoals stakeholdersmanagement, maar er zijn ook zaken die buiten de scope van de gemeente liggen. Lukt het wel om die laadpalen te plaatsen? De elektrische voertuigen? Hoe zit het met het ontheffingsloket voor individuen dat pas na de zomer opengaat? Het is te vroeg om nu de stap te maken en daarom is niets anders mogelijk dan uitstel tot 2030.

De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat ook een stukje hulp in natura kan helpen, zoals het gebruik van een elektrisch voertuig om de waren naar de markt te halen of iets collectiefs organiseren. Staat de heer Kagie daarvoor open? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat voor hem altijd het nettoresultaat geldt. Lukt het de ondernemers te behouden voor de ambulante markt bijvoorbeeld. Als al een paar gemeenten de draai hebben gemaakt naar uitstel dan kan hij zich voorstellen dat een marktondernemer voor die ene dag hier niet € 100.000 gaat investeren in een bus. Als de gemeente de transitie mogelijk kan maken en de ondernemers daarin mee krijgt dan staat hij daarvoor open. Er zijn kramen die niet door een elektrisch voertuig te verslepen zijn en als die er al zijn dan zijn dat hele dure voertuigen. Maar die worden door de overheid gefinancierd, heeft hij net gehoord. Als de randvoorwaarden niet op orde zijn, ziet hij geen heil in het uitbreiden van de zero-emissiezone. Hij pleit voor uitstel van de zero-emissiezone na 2030, in navolging van andere steden. De ondernemers moeten uit deze onmogelijke opgave verlost worden. Mevrouw Hernández (50PLUS) vraagt wie er aan de loodgieter, bouwers en andere ondernemers denkt die in de binnenstad moet zijn. Er moet niet alleen naar de marktlui gekeken worden.

De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat dit ook zijn twijfel is. Het gaat ook om de loodgieter en de lokale slager. Ambulante handel kan uitwijken naar een andere gemeente, een lokale slager niet. De kwaliteit op de markt moet bewaakt worden want dat stimuleert ook andere ondernemers. De aanzet is ambulante handel maar hij staat ervoor open met elkaar te kijken of de hele stadslogistiek opgepakt kan worden naar 2030. Een kaalslag van de Bossche markt moet voorkomen worden en de nachtrust aan de ondernemers moet teruggegeven worden. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zegt dat er ook ondernemers zijn die al begonnen zijn met deze transitie. Wat zegt de gemeente tegen hen? Er zijn al tal van ontheffingsclausules en waarom moet dan alles opgepakt worden naar 2030? De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat dit een legitieme vraag is. Mensen zijn al gaan investeren. Tegelijkertijd ziet hij wat het oplevert aan zorgen en risico’s voor andere ondernemers en dat weegt niet op tegen deze ondernemer die last heeft van het ontbreken van de randvoorwaarden. Als je de investering hebt gedaan in een elektrisch voertuig dan ga je er natuurlijk niet op achteruit. Ten aanzien van de ontheffingsclausules zegt hij dat de druk ook zijn werk doet maar die druk moet wel in verhouding staan tot wat teweeggebracht wordt bij de ondernemers.

De individuele ontheffingen lopen enorm uiteen. Een ondernemer waarvan de 5

bus op zijn einde loopt, moet nu een keuze gaan maken. Een elektrisch voertuig is niet geschikt om het gewicht van een kraam te trekken en diegene zou dan uitstel krijgen. Een ondernemer kan niet gevraagd worden een investering ter overbrugging te doen van € 20.000 of € 30.000 tot 2028. Er moet juist rust gegeven worden aan die ondernemer. De heer El Amraoui (D66) meent dat tegen die ondernemer ook gezegd kan worden: die investering doet u niet zomaar, dat is een hele goede investering en die betaalt zich wel uit. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat die ondernemer daar wel toe in staat moet zijn en de randvoorwaarden moeten er dan ook echt zijn. De enkele ondernemer die is overgegaan, weegt niet op tegen de zorgen van de grote groep. Die twee mogen niet tegen elkaar afgezet worden. De heer El Amraoui (D66) meent dat het financieel gezien goed is om juist die financiering te doen, op dit moment. De voertuigen die nu uitkomen, de bussen, vrachtwagens, voertuigen met trekhaak, zijn er al en zelfs die investering betaalt zich uit. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat er voor gewaakt moet worden casussen tegen elkaar weg te strepen. Er zijn mensen die enkele jaren geleden legitiem een nieuwe dieselbus hebben gekocht voor tien of twintig jaar. De enkelen die wel de stap hebben gemaakt, wegen niet op tegen de onzekerheid van al die andere ondernemers.

De heer Peters (PvdA) vraagt zich af of deze discussie in 2029 niet weer overgedaan zal worden als uitstel tot 2030 wordt verleend. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat dat risico bestaat, maar tegelijkertijd kan ook afgesproken worden dat na dit moment geen vervuilende auto’s meer verkocht worden. Door uitstel kan naar 2030 toegewerkt worden in plaats van nu in maart 2025 de harde lijn in te gaan zonder de randvoorwaarden voldoende op orde te hebben. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat de ambitie over de zero-emissiezone is afgesproken in het Actieplan Duurzame Mobiliteit. Dat stuk laat niet de impact op de Bossche ondernemers zien. Hij heeft veel ondernemers op de warenmarkt gesproken de afgelopen weken en zij maken zich grote zorgen over het voortbestaan van hun zaak en of er straks brood op de plank komt. Bij veranderingen moet niet alleen gekeken worden naar degenen die daar voordeel bij hebben maar moet er ook oog zijn voor degenen die erdoor worden geraakt. In genoemd plan is specifiek aandacht gevraagd voor kleine ondernemers en marktkooplieden. De marktkooplieden weten op dit moment niet waar zij aan toe zijn. Het landelijke loket waar ontheffing kan worden aangevraagd, gaat pas na de zomer over. Zelfs na de ontheffing moet deze jaarlijks worden verlengd; ook dat geeft veel onzekerheid.

Een marktondernemer staat misschien twee keer per week op de markt in Den Bosch en moet straks een zeroemissievoertuig hebben, die afhankelijk van trekkracht van het voertuig enkele tonnen kost. Die investering doe je niet zomaar. Die voertuigen zijn duur, hebben lange levertijden en zijn nog niet tweedehands verkrijgbaar. Als de gemeente van de zero-emissiezone een succes wil maken, moet er ook oog zijn voor degenen die in de knel komen. De mogelijkheid om ontheffingen voor meerdere jaren af te geven, zou bekeken moeten worden. Daarnaast roept hij het college op om ruimhartig de hardheidsclausule toe te passen voor Bossche ondernemers die door invoering van deze zone in de problemen komen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt hoe de VVD aankijkt tegen de ambulante handel richting 2030. De heer Altenburg-Collin (VVD) is met een motie gestart over ontheffing van de ambulante handel. Echter, er zijn nog meer ondernemers, zoals de loodgieter. Een ontheffing voor alleen de ambulante handel vindt hij te beperkt; hij kijkt liever naar alle binnenstadondernemers. Een ontheffing zou minimaal vijf jaar moeten duren en dat kan de gemeente ook bepalen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat die uitleg ook kan betekenen dat de hele stadslogistiek opgepakt wordt naar 2030. De raad kan het college opdracht geven met iets te komen. 6

De heer Altenburg-Collin (VVD) wil als eerste weten hoe de aanwezigen daarover denken. In de eerstvolgende raadsvergadering zal hij met een motie komen waarin opgeroepen wordt coulant te zijn richting Bossche binnenstadondernemers en de ontheffing minimaal vijf jaar te laten duren. Hij wil niet één bepaalde groep eruit lichten maar het in één keer goed regelen voor alle Bossche binnenstadondernemers. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat dan misschien juist gezegd moet worden: de stadslogistiek in zijn geheel naar 2030. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat gezamenlijk een Actieplan Duurzame Mobiliteit is afgesproken, waarin de bewoners schone lucht is beloofd. Daar wil hij niet aan voorbijgaan. De heer Romijn (PvdD) zegt dat de VVD het eerst had over meerjarig uitstel en later over vijfjarig. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat de motie er nog niet ligt en hij is benieuwd wat de aanwezigen ervan vinden. Investeringen worden gedaan op de lange termijn dus als een ontheffing verleend moet worden, dan zou dat voor minimaal vijf jaar moeten zijn. Mevrouw Hernández (50PLUS) begrijpt de bedoeling van de VVD maar op dit moment worden alleen kaders gesteld. Het lijkt haar goed alles te verplaatsen naar 2030 en vaste afspraken te maken om de doelen te behalen.

De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat er afspraken zijn gemaakt en er zijn ook ondernemers die wel al de stap hebben gezet naar een elektrisch voertuig, dus dat vindt hij te ver gaan. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat het niet alleen om de zeroemissiezone gaat maar ook om het Schone Lucht Akkoord. Als longpatiënt is zij natuurlijk voor het Schone Lucht Akkoord maar of alleen de zero-emissiezone daaraan bij kan dragen, betwijfelt zij. Er gaat immers veel gebouwd worden in en rondom de binnenstad; ook dat geeft fijnstof dus de eerste jaren zal dat nog steeds vuile lucht geven. Zij had gehoopt dat er beter maatwerk geleverd zou worden aan de ambulante handelaren, helaas is dit niet het geval. Al zouden zij een elektrische bus of vrachtwagen kunnen kopen dan moet dat toch worden doorberekend aan de consument en daar is zij op tegen. Zo prijzen zij zichzelf namelijk uit de markt en zullen zij misschien in een andere gemeente hun waar gaan aanprijzen. Zij vraagt zich ook af hoe het straks gaat met de kermisexploitanten. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) verwijst naar de woorden van mevrouw Van den Wildenberg: de lucht wordt voorlopig niet schoner, dus laten we die maar nog vuiler maken. Mevrouw J.J.M.

van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat de markthandelaren ’s morgens aankomen met hun handel en daarna worden de voertuigen weggezet, dus er draait niets aan dieselmotoren op de markt. Natuurlijk moet de lucht schoon worden maar de gemeente zit de eerste vijf jaar sowieso in de vuile lucht. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) meent dat er ook andere ideeën zijn om die ondernemers te kunnen helpen. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vraagt hoe de heer Hoeben hen wil helpen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat de gemeente kan faciliteren. Zij kunnen geholpen worden met vervoer of er kan collectief vervoer geregeld worden. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) had het net over een hub om de waar op te halen en naar de markt te brengen met een elektrisch voertuig, maar zij ziet de groenteboer zijn vrachtwagen niet omladen. Elektrische voertuigen zijn nog niet zwaar genoeg om een aanhanger mee te nemen. Daar zitten haken en ogen aan.

7

De heer El Amraoui (D66) meent dat die voertuigen er wel zijn. Hij vraagt of mevrouw Van den Wildenberg ondernemers oproept niet te investeren om de prijzen laag te houden. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat de heer El Amraoui dat niet goed heeft begrepen. Zij heeft alleen aangegeven dat als zij moeten investeringen de prijzen van de handelswaar waarschijnlijk omhooggaan want dat wordt doorberekend aan de consument. De heer Altenburg-Collin (VVD) merkt op dat er een uitzondering geldt voor zowel circus- als kermisexploitanten voor de zero-emissiezone. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) is daarmee bekend, maar als voor die groepen al een uitzondering gemaakt gaat worden dan kan dat net zo goed voor de ambulante handelaren, anders gaat de markt kapot. Dat zou zij heel jammer vinden. Zij stemt dus in met voorliggende motie. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) sluit zich grotendeels aan bij de bijdrage van D66. Er kunnen allerlei mogelijkheden bedacht worden maar hij ziet meer in vraag 4, de faciliterende rol van de gemeente. Een marktkoopman hoeft zijn vrachtwagen niet om te laden van hem, maar de gemeente zou best in een overgangsperiode een aantal voertuigen ter beschikking kunnen stellen en daar een vergoeding voor kunnen vragen.

De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vraagt of er een mogelijkheid is dat een voertuig wordt ingezet door de gemeente om de handelaren naar de markt te brengen. De markt wil tegelijk beginnen en tegelijk open, en een voertuig kan niet zo vaak op en neer. Er kan ook niet onbeperkt een aantal voertuigen ingezet worden; daar zit een praktisch probleem. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) ziet daar ook een probleem, maar ziet ook een aantal mogelijkheden. Niet iedere marktkoopman zal dat een goed initiatief vinden en zeggen: ik koop het zelf wel want de subsidieregelingen zijn goed. Niet iedereen kan dat echter. Het gaat niet om 100% van de marktkooplui die heen en weer naar de markt gereden moeten worden. Hij denkt meer aan een pendeldienstje dicht bij de stad. Daar ziet hij meer heil in dan weer uitstellen of het scala aan ontheffingen groter maken. Hij kijkt hierbij ook naar andere maatregelen om ondernemers te helpen. De heer Van Griensven (PVV) vraagt wie het inzetten van voertuigen gaat betalen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat de marktkooplieden die daar gebruik van gaan maken een vergoeding betalen. Maar ook de belastingbetaler wil graag naar een zeroemissiezone toe in deze stad, dus daar zal iedereen een steentje aan bij moeten dragen. Al is het maar om de markt in stand te houden en de ondernemers in leven te houden.

De heer Van Griensven (PVV) begrijpt hieruit dat om de markt niet kapot te maken, iedereen daaraan moet meebetalen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) heeft het zo niet gezegd. Er wordt alles aan gedaan om de markt in leven te houden, schoon te maken en de ondernemers te behouden. De transitie naar een zero-emissiezone moet samen doorgemaakt worden. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) proeft bij de heer Hoeben dat in mogelijkheden gedacht moet worden om het op een redelijke manier te gaan implementeren. Is die faciliterende rol voldoende ingevuld en komt dat voor elkaar voor maart 2025? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat het niet om een laadpaal gaat die midden op de markt staat; die kan ook ergens anders staan. Er moet inderdaad iets aan de laadinfrastructuur gebeuren. De behoefte moet geïnventariseerd worden, maar hij hoort hier ook vaak dat het aan de markt overgelaten moet worden. Hij wil helpen, maar van de marktkooplieden en ondernemers wil hij horen hoe dat het beste kan. Dat dat af en toe geld kost, het zij zo, de transitie moet samen gemaakt worden.

8

De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) heeft het gevoel dat er tot nu toe onvoldoende is gecommuniceerd hierover met de betrokkenen. De lokale overheid heeft de verplichting dat bij een dergelijke maatregel te doen, alvorens dit te kunnen afdwingen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat dat inderdaad beter kan. Er wordt hard gewerkt op het stadskantoor maar hij wil onderhand wel wat mogelijkheden zien en ideeën proeven van wat gaat werken. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat de commissieleden dat kunnen vinden, maar wat als geconcludeerd wordt dat dat onvoldoende is geweest. Kan die rekening dan bij de ondernemer neergelegd worden en wordt het dus echt aan de markt overgelaten? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) wil de ondernemer helpen en meedenken, maar niet de makkelijkste weg kiezen door te zeggen dat alles naar voren toe kan worden geschoven. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) weet dat de heer Hoeben opkomt voor de medemens. Wordt een groep nu niet heel erg tekortgedaan door alle verantwoording bij hen neer te leggen? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) heeft gezegd dat er een wens is uitgesproken voor schone lucht in de stad en daar moet gezamenlijk naartoe gewerkt worden.

De ondernemers moeten hierbij niet in hun eigen sop gaar koken, maar als de stad die ambitie heeft dan moet over die hobbel heen gestapt worden, ook als dat even meer geld kost. Hij heeft daar graag een investering voor over. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) vraagt of de ondernemer dat ook kan opbrengen, dat dat even meer geld kost. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) realiseert zich dat de ondernemers uiteindelijk een keuze moeten maken. Als zij niet kunnen investeren en iets moeten huren dichtbij waarbij de gemeente kan helpen tegen een schappelijke prijs, dan zal die ondernemer daar een afweging in moeten maken. Samen moet bekeken worden hoe dit opgelost kan worden. Ondernemers zouden ook kunnen kijken hoe zij samen iets kunnen investeren. Ondernemers en hun oplossend vermogen hierin moeten niet worden onderschat. De heer El Amraoui (D66) vraagt in hoeverre het haalbaar wordt geacht de randvoorwaarden in 2025 te realiseren. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) weet dat er vanuit de overheid tal van mogelijkheden zijn. De markt kan misschien te weinig produceren, dus er zal collectief iets gedaan moeten worden. De investeerders in laadfaciliteiten komen vanzelf wel als er veel elektrisch vervoer is; daar is hij niet bang voor, al loopt dat wat achter. De heer Altenburg-Collin (VVD) verwijst naar de overgangsperiode waar de heer Hoeben over sprak.

Hoe lang zou die moeten duren? De heer Hoeben (De Bossche Groenen) oppert wat ideeën. Een overgangsperiode van vijf jaar ontheffingen uitdelen, daar pleit hij niet voor. Hij pleit voor een ander soort overgangsregeling, die moet duren zolang die nodig is en er gebruik van wordt gemaakt. De heer Bos (GroenLinks) vraagt welke stappen volgens de heer Hoeben gezet zouden moeten worden om tot schone lucht te komen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat het een hele uitdaging zal zijn. Hij is niet alleen bewoner van de binnenstad maar ook ondernemer in die binnenstad. Het zal een zware kluif worden maar de gemeente zal wel moeten. Dat dat pijn gaat doen hier en daar dat klopt. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of een autoluwe binnenstad een goed idee zou zijn.

9

De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is het daar helemaal mee eens. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) ziet de zero-emissiezone als een stap naar een schonere toekomst, maar een aantal kritische overwegingen moet aangepakt worden. De kosten voor bedrijven en individuen kunnen aanzienlijk zijn. Vooral kleinere bedrijven zoals koeriersdiensten en taxi’s kunnen worden getroffen door het vervangen van voertuigen. Dat kan leiden tot ongelijkheden en economische druk voor deze groepen. Bovendien kunnen zeroemissiezones de mobiliteit beperken voor mensen met beperkte financiële middelen. Hij is daarom terughoudend. Het Schone Lucht Akkoord speelt een belangrijke rol bij de zeroemissiezone en kan de implementatie ervan aanmoedigen. Er moet actief worden gezocht naar manieren om de uitdagingen te overwinnen zonder groepen in de samenleving te benadelen. Ten aanzien van de uitbreiding zegt hij dat eerst de zone zoals die nu in de plannen staat goed geïmplementeerd moet worden voordat gesproken wordt over uitbreiding. In het centrum van Rosmalen komt het lokale mkb nog sneller onder druk te staan dan in de binnenstad door minder klandizie. Hij is er dus geen voorstander van dat centrum als nieuwe zone aan te wijzen. De huidige mogelijkheden tot ruimhartige ontheffing bieden voldoende mogelijkheden om faciliterend te zijn als gemeente.

Hij wil geen algehele uitzonderingen maken maar zeker ook geen uitbreiding. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) begrijpt dat de heer Kouwenberg dit een heel goed idee vindt zolang het maar niet in Rosmalen komt. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) is het daar niet mee eens. Het is een uitdaging om die zero-emissiezone überhaupt vorm te geven in de binnenstad, dus laat de gemeente dat eerst hier doen voordat over uitbreiding wordt gesproken. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) onderschrijft dat de uitdaging groot is. Kan de gemeente de zero-emissiezone met droge ogen implementeren terwijl bepaalde zaken nog niet voor elkaar zijn? De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zegt dat er in dat geval gelukkig ruimhartige mogelijkheden voor ontheffingen zijn en er is een hardheidsclausule. Hij wil ook recht doen aan de mensen die al wel mogelijkheden hebben en al stappen hebben gezet. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of Rosmalens Belang ook bereid is de termijnen voor de ontheffingen te verlengen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) denkt niet dat de motie hier geschreven moet worden maar daar kan over gesproken worden. Een kaderstellende en faciliterende rol van de gemeente is het meest passend. In sommige gevallen kan het verplaatsen van vuilere voertuigen naar buiten de zone leiden tot verplaatsing van vervuiling.

Bovendien kunnen de zero-emissiezones de nodige investeringen in transportinfrastructuur zoals openbaar vervoer en fietspaden vertragen, waardoor verschuiving naar die duurzame transportopties wordt belemmerd. Eerst dus de plannen die er nu liggen gaan uitvoeren en dan pas verder kijken. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat het nu elf maanden verder is. Dan kan het niet zo zijn dat nu de conclusie wordt getrokken die de heer Kouwenberg terecht aangeeft, dat de gemeente het nu een keer goed moet doen, en toch zeggen: we houden het intact. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) is zeker kritisch op de zero-emissiezone. Het is al een uitdaging op zich en daarom is hij blij met de ruimhartige ontheffingen en hardheidsclausules, om de doelen toch te kunnen halen. De heer Van Griensven (PVV) zegt dat de markt tot op heden het middelpunt van het centrum is. Dat zou met een zero-emissiezone wel eens voorbij kunnen zijn. De raad hanteert de uitspraak ‘koop lokaal’, maar hij ziet dat juist de ambulante ondernemers hierdoor kopje onder dreigen te gaan. Hoelang blijft het allemaal betaalbaar voor ondernemers, maar ook voor andere inwoners? Subsidies dienen immers gefinancierd te worden en geen enkel subsidiepotje is bodemloos. PVV is tegen de zero-emissiezone, dus ook tegen uitbreiding ervan. Elektrische 10

voertuigen zijn over het algemeen nog niet in staat om zware vrachten te transporteren. Dat is nog in ontwikkeling. Het is op dit moment nog onbetaalbaar voor veel ondernemers. Er zijn ook onvoldoende laadmogelijkheden. De PVV ziet graag dat er een verlenging voor de ambulante handel tot 2030 komt. Hij stemt in met de voorliggende motie. De landelijke politiek is hier ook mee bezig. Hij hoopt dat Den Bosch de gezellige binnenstadmarkt kan behouden. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de PVV de loodgieter niet tegemoet wil komen. De heer Van Griensven (PVV) wil de zero-emissiezone loslaten. De loodgieter zou de auto misschien iets verder weg kunnen zetten maar voor marktkooplieden is dat niet mogelijk. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) zegt dat een gezonde leefomgeving belangrijk is. Een totaal emissievrije zone is een utopie. Er zijn akkoorden afgesloten, maar hij mist in de discussie welke maatregel helpt voor veel. Er is veel gesproken over de markt maar dan gaat het over tachtig kramen, waarvan de eigenaar twee keer op en neer rijdt en dat twee dagen in de week. Dat is niets tegenover de andere soorten oplossingen. Hij mist een overzicht van de mogelijkheden. Hij weet niet of de gemeente op de goede weg is en of er al verbeteringen te zien zijn.

De heer El Amraoui (D66) vraagt naar de relevantie van die stelling en wat vindt de heer Pennings van het Schone Lucht Akkoord? De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) heeft geen bericht of rapport gezien waaruit blijkt dat de gemeente op de goede weg is. Daar kan hij niets zinnigs over zeggen. De heer El Amraoui (D66) vraagt of de heer Pennings schone lucht in de binnenstad en het reduceren van de uitstoot belangrijk vindt. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) vindt dat uiteraard belangrijk. De vraag is hoeveel zin uitbreiding van de zero-emissiezone heeft. Er komen nieuwe ontwikkelingen bij de Spoorzone en de vervoersbewegingen worden daardoor zo minimaal mogelijk. Daar kan nu over nagedacht worden en dat kan in een plan meegenomen worden. De heer Altenburg-Collin (VVD) zegt dat de Brabanthallen ook in de Spoorzone vallen. Zodra de zero-emissiezone wordt uitgebreid naar de Brabanthallen zal de helft van de evenementen geschrapt kunnen worden. De heer Pennings (gewoon ge-DREVEN) had het over de nieuwe ontwikkelingen en met het bestaande moet rekening gehouden worden. Wat er is, kan moeilijk veranderd worden, maar wat nu ontwikkeld wordt, daar kan over nagedacht worden. In Rosmalen is volgens hem geen winst te behalen. Het gaat hier om één straat waar rondom de toevoerwegen liggen en de Dorpsstraat is ’s middags al afgesloten voor verkeer.

Wat daar voor winst behaald kan worden, ziet hij niet. Als er een oplossing is bedacht, moet ook gekeken worden naar wat daarmee bereikt kan worden. Ten aanzien van de rol van de gemeente zegt hij dat mensen de hakken in het zand gaan zetten als zij iets moeten. Kan de marktkoopman met elektrische wagen niet een goedkoper tarief krijgen? Dat horen mensen liever dan dat zij van alles moeten. Wat betreft het bevoorraden van de winkels zegt hij dat er veel winst te behalen is. Er zijn al veel bedrijven als PostNL die proberen alles elektrisch te bezorgen. Zorg voor een voorziening waar alle vervuilende auto’s kunnen laden en tegen een bedrag naar de winkels gebracht kunnen worden. Dan zullen mensen automatisch, als het iets meer kost om andere spullen binnen te krijgen, naar oplossingen zoeken die wel elektrisch zijn. Dat is een soort belonen. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat leefbaarheid voor een groot deel wordt bepaald door een gezonde leefomgeving en dus een gezonde luchtkwaliteit. Daarmee is het slecht gesteld in de gemeente. Zij is blij dat de gemeente zich committeert aan het Schone Lucht Akkoord, waar duidelijke maatregelen bij horen. Een zero-emissiezone is een van de maatregelen die bij deze doelstelling hoort. Zij is principieel voor een zero-emissiezone.

Zij zou die graag gecombineerd zien met een low-emissiezone voor overig verkeer naar het voorbeeld van diverse Belgische en Franse steden. Oude diesel- en benzineauto’s worden geweerd om het fijnstof verder te reduceren. Zij vindt het geen gek idee om de zero-emissiezone binnen afzienbare tijd uit te 11

breiden naar minimaal de kernen binnen de gemeente. Dat zal ook sluipverkeer in die kernen tegengaan. Mevrouw Hernández (50PLUS) zegt dat net het Theater aan de Parade is geopend en veel mensen zullen met een dieselauto komen. Worden die niet meer binnen gelaten? Mevrouw Klerks (Volt) vindt dat die mensen overgehaald moeten worden om op elektrisch verkeer over te stappen. Kosten is ook wat je ervoor over hebt om iets voor elkaar te krijgen. Een zero-emissiezone geldt ook voor een instituut als het Theater aan de Parade. Mevrouw Hernández (50PLUS) denkt dat dit direct invloed zal hebben op de economische ontwikkeling in de binnenstad. Mevrouw Klerks (Volt) hoopt dat het een aanjager is. Er zijn meer mogelijkheden om bestel- en vrachtvervoer naar het centrum te regelen. Zeker de grotere vervoerders hebben slagkracht; zij kunnen investeren dus voor hen ziet zij het probleem niet. De heer Van Griensven (PVV) vraagt welk percentage aan fijnstof wordt bespaard als dorpen emissieloos worden gemaakt, dat moet mevrouw Klerks dan ook weten. Mevrouw Klerks (Volt) weet die exacte cijfers niet. Zij woont zelf in een dorp aan een hoofdstraat. Daar mag officieel geen vrachtverkeer doorheen behalve bestemmingsverkeer en toch is het er af en toe net een snelweg. Als er een uitbreiding komt naar de kernen dan zal het doorgaande verkeer beperkt worden.

De heer Van Griensven (PVV) denkt dat daar gehandhaafd moet worden. Mevrouw Klerks (Volt) denkt dat met een zero-emissiezone in de kernen een goed signaal wordt afgegeven en handhaving hoort daar ook zeker bij. Ook in het centrum zal een vorm van handhaving noodzakelijk zijn. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) zegt dat het überhaupt al een uitdaging is hier in de binnenstad de zero-emissiezone voor elkaar te krijgen en mevrouw Klerks stelt nu voor dat direct ook maar uit te breiden naar de kernen. Mevrouw Klerks (Volt) had daarbij in antwoord op de notitie gezegd: op de langere termijn, dus niet dat dat in 2025 al gerealiseerd moet worden. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) denkt dat de indieners niet op 2050 doelen. Mevrouw Klerks (Volt) doelt daar ook niet op. Over een x-aantal jaren zou dat wel moeten kunnen, sterker nog: al het vrachtverkeer zou in de hele gemeente zero-emissie moeten worden bijvoorbeeld in 2035. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) denkt dat dat de bevoorrading in de kernen niet zal vergemakkelijken. Mevrouw Klerks (Volt) zegt dat er geen vrachtwagen bij haar lokale bakker komt, maar ook daar zal een oplossing voor zijn in plaats van zoals het nu gaat. De gemeente kan best voor de langere termijn een doel neerzetten, bijvoorbeeld low emissie voor het overige verkeer.

De gemeente is compact genoeg voor elektrisch vervoer en vrachtverkeer in de toekomst. De gemeente moet het goede voorbeeld geven want goed voorbeeld doet immers volgen. Zij is voor een brede uitrol van de laadvoorzieningen, positieve toegang voor elektrisch verkeer in delen van de stad, de eigen leveranciers en vervoersbeleid insteken met elektrificatie en duidelijke kaders en strategieën uitrollen. Wat valt onder bestel- en vrachtverkeer? De bijdrage van D66 kan zij grotendeels volgen, maar elke goede regelgeving kent een goede begeleiding, bereikbare, duidelijke ondersteuning en waar nodig maatwerk. Als voorbeeld noemt zij wat de fractie van De Bossche Groenen op dit punt heeft aangedragen. In de motie staat dat de huidige regelgeving wellicht niet haalbaar is binnen het huidige tijdpad voor de marktkooplieden. Dat brengt spanning met zich mee. Zij stelt voor te onderzoeken of een versoepeling van de 12

hardheidsclausules en extra hulp mogelijk is voor bepaalde groepen en soorten transport indien er echt geen andere oplossing is. De heer Van Hasselt (SP) is het dit keer eens met de VVD: er moet coulant worden omgegaan met de marktkooplieden en er moet meer ruimte geboden worden aan marktkooplieden met dieselauto’s die zij niet zomaar kunnen vervangen. Geef hen vijf jaar en bied hen ruimte, ga creatief om met de beperkingen. Dat zou de gemeente sieren. Om nu al te zeggen de zeroemissiezone uit te breiden, daarvan zegt hij: doe dat niet. Het zou veel effectiever zijn als de binnenstad nog autoluwer gemaakt zou worden. Dat zal in uitstoot en leefbaarheid veel meer teweegbrengen dan alleen mensen met een schonere auto toelaten. Dat is ook niet eerlijk naar de mensen die geen schonere auto kunnen betalen. Mevrouw Klerks (Volt) vraagt of de SP het met haar eens is dat een low-emissiezone misschien ook een goed idee is. De heer Van Hasselt (SP) zegt dat dat op termijn zou kunnen maar daar gaat het debat nu niet over. Hij vindt het heel vervelend om mensen die geen schonere auto kunnen betalen onder druk te zetten. Hij ziet liever een coulanter beleid van de gemeente waarin een stap naar groener vervoer wordt gezet in plaats van een verplichtend karakter daaraan te geven. De heer El Amraoui (D66) zegt dat die coulance en ontheffingen mogelijk zijn.

Hoe staat de SP tegen de zero-emissiezone en het reduceren van de uitstoot in de brede binnenstad? De heer Van Hasselt (SP) wil die uitstoot ook verlagen maar wil niet alleen de focus op de binnenstad leggen. Het Schone Lucht Akkoord gaat immers iedereen aan en er moet voor gezorgd worden dat de uitstoot ook in andere gebieden wordt aangepakt, gelet op de uitstoot van de industrie, de boeren et cetera. Daar moet de focus veel meer op gelegd worden in plaats van alleen maar naar de binnenstad van de gemeente kijken. De heer El Amraoui (D66) is het er volledig mee eens dat ook naar de industrie moet worden gekeken. Een andere optie is het verbreden van de zero-emissiezone. De heer Van Hasselt (SP) is eerder voor verbreding van een autoluwe binnenstad dan een verbreding van de zero-emissiezone. Bekeken moet worden waar het wel en geen zin heeft. Mensen die hier niet in mee kunnen gaan vanwege de kosten moet wel de ruimte gegeven worden om zich aan te passen. De heer Van Griensven (PVV) vraagt of de SP niet bang is dat de klanten, die de ondernemers zo hard nodig hebben, ook weg blijven uit de stad omdat zij de stad niet meer kunnen bereiken met de auto. De heer Van Hasselt (SP) denkt dat het winkelaanbod alleen maar beter wordt en winkeliers er alleen maar op vooruitgaan als de binnenstad autoluwer wordt, want dat maakt het winkelen aantrekkelijker.

De heer Van Griensven (PVV) zegt dat er ook mensen van buiten de stad naar de binnenstad toe komen en vaak hun auto daarbij nodig hebben omdat er onvoldoende openbaar vervoer is. De heer Van Hasselt (SP) vindt het goed van de PVV te horen dat in het openbaar vervoer geïnvesteerd moet worden. Hij wil niet dat de zero-emissiezone een knelpunt wordt waardoor mensen niet meer in hun bestaan kunnen voorzien. Hij wil meedenken met de VVD hoe dit ruimhartig opgepakt kan worden. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt ten aanzien van die knelpunten dat uitvoerig is gesproken vanavond over de ambulante handel. Daar lijkt een knelpunt uit te komen, maar de SP geeft niet aan met de motie mee te gaan. De heer Van Hasselt (SP) wil die motie eerst met zijn fractie bespreken, maar hij staat daar niet negatief tegenover. Ook hij heeft die signalen van de marktkooplieden zelf gehoord. Hij vindt vooral dat ruimte gegeven moet worden en geen knelpunten moeten worden gecreëerd als ook 13

op andere manieren de doelstellingen bereikt kunnen worden. De heer Peters (PvdA) zegt dat de cijfers duidelijk en pijnlijk zijn: de inwoners leven gemiddeld een jaar minder lang door de slechte luchtkwaliteit in de stad. Dat moet anders. De invoering van de zero-emissiezone komt steeds dichterbij en de PvdA staat achter deze invoering. Ook ziet hij de impact die dit heeft op ondernemers in de binnenstad, met name kleine ondernemers die minder middelen hebben om op elektrisch transport over te gaan. Landelijke regelingen bieden volgens hem voldoende opties om te voorkomen dat de invoering voor deze groep straks desastreus uitpakt. Een algemene ontheffing voor bepaalde doelgroepen is niet nodig. Wel moet goed gemonitord worden wat in de praktijk de impact is van de zero-emissiezone voor kleine ondernemers. Elektrische alternatieven worden gelukkig steeds goedkoper en beter beschikbaar. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt hoe dat monitoren eruitziet. De heer Peters (PvdA) doelde daarmee op het ontheffingenloket en hoe streng er naar ontheffingen worden gekeken. Als daar disproportionele zaken uitkomen, moet er gehandeld worden. In principe denkt hij dat er genoeg mogelijkheden zijn, ook in de hardheidsclausule, om voldoende perspectief te bieden voor ondernemers.

Het lijkt hem logisch wanneer de zero-emissiezone in de toekomst uitgebreid wordt, bijvoorbeeld naar de brede binnenstad. Qua doelgroepen ziet hij graag dat brommers en scooters op diesel of benzine worden toegevoegd, ook omdat er inmiddels genoeg alternatieven voorhanden zijn. Voorwaarde voor die verdere uitbreiding is dat de gemeente werk maakt van een goede laadinfrastructuur. Er zijn nog te weinig snelladers en oplaadpunten voor elektrische vrachtauto’s. Daarnaast zijn er grote verschillen te zien in de laadtarieven door het hele land. Het is belangrijk scherp aan te besteden om de laadtarieven in Den Bosch zo laag mogelijk te krijgen. De heer Ploegmakers (CDA) ziet de PvdA als een partij die opkomt voor mensen met een smalle beurs. De mensen die beschikken over een brommertje en geen middelen hebben om een auto of elektrische scooter te kopen kunnen dus geen boodschappen meer doen in de binnenstad, vindt de PvdA. De heer Peters (PvdA) wil dit niet morgen of volgend jaar al invoeren maar wel een stip op de horizon geven. De gezondheidswinst die ermee geboekt kan worden, is wenselijk zeker omdat er steeds meer alternatieven voorhanden zijn.

De PvdA is blij met de invoering van de zero-emissiezone gelet op de gezondheidsvoordelen, maar daarbij is het wel belangrijk dat in deze transitie niemand wordt achtergelaten en de gemeente de rol pakt bij het verbeteren van de infrastructuur. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt hoe concreet die voordelen zijn in de leefomgeving en schonere lucht. Er zijn ook andere geluiden: elektrische auto’s zijn veel zwaarder, banden slijten daardoor eerder en er is ook sprake van fijnstofuitstoot. De heer Peters (PvdA) heeft het nu over inzet in de breedte, niet over de twee bewegingen van de marktkooplieden op een marktdag. Die bredere inzet zal zeker invloed hebben op de uitstoot van fijnstof. Dit is niet alles, er zullen ook andere maatregelen getroffen moeten worden. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat er al meer dan tien jaar moties liggen om een autoluwe binnenstad in te richten. Daarmee wordt volgens hem een groot verschil gemaakt, want dat betekent minder autobewegingen in de binnenstad. Er wordt nu iets doorgezet waarvan gezegd wordt dat de randvoorwaarden nog niet op orde zijn en de bon wordt bij de ondernemers neergelegd. Waarom die twee maten? De heer Peters (PvdA) denkt dat het meer een en/en-verhaal is: winst behalen door de zeroemissiezone en door de autoluwe binnenstad. Ook hij is voorstander van een autoluwe binnenstad.

De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat de autoluwe binnenstad vooralsnog een papieren fata morgana is en dit is realiteit. Dit is de realiteit waardoor ondernemers in de knel 14

komen. Het antwoord van de PvdA hierop is monitoren, begrijpt hij. De heer Peters (PvdA) denkt dat er wel degelijk handelingsperspectief is en onderzoek laat ook zien wat de impact is van de zero-emissiezone op de ambulante handel. Uit dat onderzoek komen concrete aanbevelingen richting gemeenteraad: een ontheffing voor de ambulante markt is niet nodig want er is genoeg handelingsperspectief. Hij gaat graag mee met dat onderzoek, maar er moet wel gemonitord blijven hoe de ontheffingsgronden uitpakken. Mevrouw Hernández (50PLUS) vindt dat de gemeente realistisch moet blijven. Zij onderschrijft het belang van gezondheid en een leefbare binnenstad, maar 2025 zal niet gehaald kunnen worden. Als voor 2030 wordt gekozen, kan de gemeente haar eigen zaken op orde stellen. De gemeente moet faciliteren waar mogelijk. De gemeente is nu bezig iets te willen uitvoeren zonder precies te weten waar de gemeente mee bezig is. Eerst moet de logistiek onderzocht worden. Wat gaat er rondom de ring gebeuren? Welke bedrijven zijn al bezig met de transitie? Sommige hebben namelijk het vermogen en de intentie daar al iets aan te doen. Hoeveel ondernemers komen in de problemen als dit plan uitgevoerd wordt? Het is belangrijk reële oplossingen te vinden. De gemeente moet coulant zijn, met de ondernemers en met de eigen verplichtingen.

Het loket waar ontheffingen aangevraagd kunnen worden, is pas na de zomer open. Vanaf september tot en met maart is er dus tijd om alles te regelen; dat is te kort dag. Uitbreiden van de zero-emissiezone is nog minder haalbaar dan wat zij wil in de binnenstad. De Brabanthallen zullen meteen in de problemen komen en hetzelfde geldt voor het Theater aan de Parade. Veel distributiebedrijven zullen ermee moeten stoppen. De binnenstad zal leeg worden. De economische crisis indertijd was ernstig voor de binnenstad; de ouderen weten dat nog. Zij concludeert dat de gemeente kaderstellend bezig is terwijl de gemeente haar zaken nog niet op orde heeft. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) hecht waarde aan het milieu maar bereikbaarheid, haalbaarheid, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van alles wat de gemeente wil, is zeker zo belangrijk voor haar. De Bossche binnenstad wordt tekortgedaan door nu door te pakken, met alle gevolgen van dien. Minder ondernemers in de binnenstad, een warenmarkt die doodbloedt, meer faillissementen waar ondernemers nu al hard door geraakt worden. Dit houdt ook in hogere en misschien wel onbetaalbare kosten voor een loodgieter die herstelwerkzaamheden in de binnenstad moet verrichten. Daar maakt zij zich zorgen over en niet alleen over de ambulante handel. Er moet alles aan gedaan worden de binnenstad te laten zoals hij is en de handel te laten bloeien.

Zij pleit voor een coulant beleid, zoals uitstel naar 2030, niet alleen voor de ambulante handel maar ook voor de loodgieter. De heer Ploegmakers (CDA) staat achter het besluit van invoering van de zero-emissiezone per 1 maart 2025, maar is geen voorstander van nu al uitbreiding van het gebied. Laat de gemeente eerst ervaring opdoen en daarvan leren voordat een volgende stap wordt gezet. Er is al een Green Deal gesloten in 2021 met een groot aantal partijen, waar afspraken mee zijn gemaakt. Wat in die Green Deal stond, is nog niet allemaal bereikt. Dat baart zorgen. Onderdeel daarvan is het slimmer en beter handhaven dat in 2022 uitgerold zou worden en dat moet nog gebeuren. Er moet soepel omgegaan worden met met name de kleine ondernemers (familiebedrijven); deze moeten gekoesterd worden. Dat wil niet zeggen dat zij op termijn niet moeten overgaan op emissieloze bevoorrading van hun eigen onderneming, maar hen moet de tijd gegeven worden. Veel ondernemingen zijn nog bezig met de naweeën van de coronacrisis en het aantal faillissementen loopt enorm op. Ook wil het CDA de tijd geven aan de ambulante handel om over te gaan op groen vervoer. Veel handelaren zijn op leeftijd en zullen binnen enkele jaren hun handel stoppen. Diegenen moeten niet verplicht worden over te gaan op ander vervoer.

De heer Peters (PvdA) meent dat de hardheidsclausule aangeeft dat oudere handelaren die binnen enkele jaren gaan stoppen die transitie niet hoeven te maken. De heer Ploegmakers (CDA) wilde benadrukken hoe het CDA hierin zit. De logistiek makelaar zou ondernemers actiever moeten ondersteunen. In een gesprek een-opeen zou bekeken moeten worden hoe tot oplossingen gekomen kan worden. Als er in financiële zin niet direct een oplossing is dan zou meegedacht moeten worden over ontheffingen. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) zegt dat de heer Ploegmakers een opdracht noemt 15

die de logistiek makelaar al heeft. Heeft de heer Ploegmakers er geen vertrouwen in dat dit al gebeurt? Of moet de makelaar iets extra doen? De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat bekeken moet worden hoe de gemeente maximaal kan faciliteren. Dit zou in de motie meegenomen kunnen worden. De heer El Amraoui (D66) vraagt het CDA of het zou helpen als de logistiek makelaar helpt bij het aanvragen van subsidies en het doorberekenen van fiscale gevolgen. De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat dat een van de opties kan zijn. De heer Kagie (Leefbaar ’s-Hertogenbosch) vraagt of het CDA het met hem eens is dat de gemeente niet klaar lijkt voor invoering per 1 maart 2025. Hoe wordt dat gat gedicht? De heer Ploegmakers (CDA) zegt dat een aantal zaken inderdaad nog geregeld moet worden. Vier jaar geleden is het convenant al gesloten, dus verrassingen zijn er niet meer. Bekeken moet worden hoe de gemeente de ondernemers zo goed mogelijk van dienst kan zijn. Mevrouw Hernández (50PLUS) vraagt hoe de ondernemers van de huidige situatie op de hoogte gebracht worden. De heer Ploegmakers (CDA) meent dat in alle plannen staat dat hier een belangrijke rol voor communicatie is weggelegd. Hij gaat ervan uit dat de gemeente daar de komende maanden genoeg aandacht aan zal besteden. Er zijn ook al meerdere bijeenkomsten geweest voor de binnenstad en ambulante handel.

De heer Romijn (PvdD) hecht erg aan schone lucht. Blootstelling aan luchtvervuiling heeft een ernstige negatieve invloed op de gezondheid van Noord-Brabant. De gemeente moet voortvarend en ambitieus zijn in haar beleid en regelgeving. De zero-emissiezone is een mooie eerste stap, die wat hem betreft echter niet ver genoeg gaat. Van een zero-emissiezone is pas sprake als alle verkeersbewegingen worden meegenomen. Naast een autoluwe binnenstad zou ook het taxivervoer en op termijn ook voertuigen in particulier gebruik meegenomen moeten worden in de toekomstige plannen. Het Schone Lucht Akkoord gaat over veel meer dan een zero-emissiezone in de gemeente Den Bosch. Het gaat ook om uitstoot van veehouderijen en snelwegen die enorme hoeveelheden fijnstof genereren. Houtstook is ook een grote bron van overlast. Helaas vallen die aspecten buiten de orde van deze notitie. Verbreding zou zowel in doelgroep als gebied gerealiseerd moeten worden. Dat betekent in de toekomst naar de Spoorzone als ook naar het centrum van Rosmalen. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de PvdD ervoor pleit dat in de gemeente Den Bosch alleen nog maar elektrische auto’s mogen rijden in de toekomst. De heer Romijn (PvdD) antwoordt dat hij een toekomstvisie gaf, waar om gevraagd werd in de notitie. Zero-emissie zou inderdaad daadwerkelijk zero-emissie moeten zijn.

De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of de PvdD de consequenties daarvan wil aanvaarden en Bossche ondernemers daarmee de nek omdraait. De heer Romijn (PvdD) is dat geenszins van plan, maar inmiddels zijn al heel veel bedrijfswagens elektrisch dus als dit de tijd wordt gegeven en de gemeente dit op een fatsoenlijke manier stimuleert dan kan dat zeker gaan gebeuren. De heer Altenburg-Collin (VVD) vindt dat wensdenken. Wanneer wil de heer Romijn dit sprookje waarheid laten worden? De heer Romijn (PvdD) gaat niet over de uitvoering. In de discussienotitie wordt gevraagd om een stip aan de horizon en hij denkt dat dit een realistisch toekomstbeeld is. Als ambitieuze gemeente zou dit ook aangejaagd en gefaciliteerd moeten worden. Uitbreiding naar andere kernen en buurten zou onderzocht moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14202606/1