CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-03-21 Commissie Bestuur definitief

Commissie BESTUUR 21 maart 2024, gemeente 's-Hertogenbosch6.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie BESTUUR Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:

Collegeleden:

21 maart 2024 Raadzaal

drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin mr. drs. R. van der Meer J.J.E.L. van Creij, F.G.F. van Genugten, J.J.M. Gersjes, A.W.J.A. van Hattem LLB, mw. drs. J. Hendrickx, J.A.B Huibers, mr. F. Kabbouti (vanaf agendapunt 6), drs. R.M.J. van den Kerkhof, B.F.C. Roovers, A.P.R.G.M. van Rosmalen, mw. E. Samshuijzen, A.C. van Silfhout drs. J.M.N.L. Mikkers

Afwezig:

mw. A. Hernández, drs. P.E. Kagie, P.M. van der Krabben, mw. J.P.M. Welten-van Doremalen

Verslaglegging:

mw. J. Beaumont, DemiSec

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en verwelkomt alle aanwezigen. Afwisselend met de heer Kouwenberg neemt de heer Altenburg-Collin het voorzitterschap van deze vergadering op zich aangezien mevrouw Lipman de komende maanden afwezig is. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Welten en mevrouw Hernández, en de heren Van der Krabben en Kagie. De heer Kabbouti haakt later aan.

2.

Vaststellen van de agenda De agenda wordt conform vastgesteld.

3.

Vaststellen van het verslag van de commissie Bestuur van 22 februari 2024 Het verslag van de commissie Bestuur van 22 februari 2024 wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van toezeggingen en lijst openstaande moties De voorzitter zegt dat het college voorstelt motie 14 als afgedaan te beschouwen. De commissie gaat daarmee akkoord. Hiermee zijn de lijst met toezeggingen en de lijst met openstaande moties vastgesteld.

5.

Werkplanning Er zijn geen opmerkingen over de werkplanning.

Raadsvoorstellen 6.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord 2024 De voorzitter zegt dat de gemeenteraad hier eerder een positieve zienswijze over heeft uitgebracht. De voorgestelde wijziging is niet veranderd, maar moet formeel door de gemeenteraad worden vastgesteld. De heer Van Hattem (PVV) verwijst naar de recente raadsledenbijeenkomst in Oss. Daarin is gesproken over de betrokkenheid van de raden bij de gemeenschappelijke regelingen. Met deze procedure wordt de raad hier in ieder geval actief bij betrokken. Over art.4.6 lid 2 over participatie is een opmerking gemaakt in de brief van de Veiligheidsregio. De Veiligheidsregio gaf daarin aan aan te sluiten op de zienswijze van Den Bosch. Het gaat erom dat als er een bovenlokale crisis is waarbij vanwege vereiste spoed de raad geen wensen of bedenkingen kan uiten er dan al een besluit kan worden genomen. De raad moet wel de mogelijkheid hebben 1

daarbij betrokken te zijn om daar iets van te kunnen vinden. In de uitwerking van de verordening staat dit niet specifiek opgenomen. Hoe wordt deze zienswijze verder in het proces opgenomen? Reactie college Portefeuillehouder Mikkers zegt dat die afspraak inderdaad is gemaakt, maar het lijkt hem goed dat dit wordt opgenomen in een werkafspraak voor Den Bosch anders moet er eerst weer een akkoord komen van alle gemeenten die aangesloten zijn bij de regeling. Hetzelfde geldt voor de wijze waarop de zienswijze ingediend wordt; ook daar zullen werkafspraken over komen die richting raden en griffies gaan, zodat onderling bekend is wat is afgesproken. Hij zal dit meenemen en komt hier wellicht al in de raadsvergadering van 2 april op terug. Tweede termijn De heer Van Hattem (PVV) vindt het goed als de raad straks die werkafspraken ook ter beschikking heeft. In de regionale raadsbijeenkomst werd gezegd dat juist de instrumenten die aan de raden worden aangeboden vanuit de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen optimaler benut kunnen worden. Hij roept de gemeenteraad van Den Bosch op goed gebruik te maken van die instrumenten. De voorzitter concludeert dat dit voorstel als hamerstuk naar de raad van 2 april 2024 wordt geleid. Overige agendapunten 7.

Bespreeknotitie gemeentelijke bijdrage goede doelen – D66, RB De voorzitter geeft als eerste het woord aan de indiener van de bespreeknotitie. De heer Huibers (Rosmalens Belang) zegt dat de wereld de afgelopen jaren is geteisterd door grote rampen. Grote rampen laten zich niet voorspellen en zijn van alle tijden. De verwachting is wel dat deze vaker gaan voorkomen. De ene ramp heeft meer impact op de inwoners van deze gemeente dan de andere. Het afgelopen jaar heeft de raad twee moties aangenomen ter ondersteuning van de slachtoffers en wederopbouw van de natuurrampen in Turkije, Syrië en Marokko. Over de impact van die rampen was geen discussie maar wel of Den Bosch wel of niet zou moeten ondersteunen, in welke vorm en waaruit dat gedekt moest worden. Er is momenteel geen beleid hoe om te gaan met ondersteuning vanuit de gemeente bij grote rampen. Rosmalens Belang en D66 zijn van mening dat er wel beleid moet komen bijvoorbeeld in de vorm van een rampenfonds. Hij hoort graag richtlijnen hoe te handelen in dergelijke situaties.

Hiertoe stelt hij de volgende vragen aan de commissie: 1) Is de commissie het met de indieners eens dat bij humanitaire rampen met impact op een deel van de samenleving van Den Bosch de gemeente een rol heeft? Zo ja, hoe ziet u deze rol voor u? 2) Is de commissie het met de indieners eens dat met ondersteuning aan lokale initiatieven ook een financiële bijdrage vanuit de gemeente gerechtvaardigd is? Zo ja, bent u het met ons eens dat € 1 per inwoner bij een impactvolle ramp financieel niet is vol te houden? 3) Is de commissie het met de indieners eens dat een rampenfonds voor de jaren 2024 tot 2026 een middel kan zijn om lokaal voorbereid te zijn op humanitaire rampen met impact op de samenleving? 4) Welke randvoorwaarden wil de commissie hierbij meegeven ten aanzien van financiële ondersteuning bij rampen die direct impact hebben op een deel van de Bossche samenleving? De heer Van Rosmalen (GroenLinks) meent dat de gemeente wel degelijk een rol heeft bij humanitaire rampen met impact op een groot deel van de Bossche samenleving, bijvoorbeeld ter ondersteuning van lokale initiatieven, aansluiten bij landelijke acties, activiteiten van de VNG, keuze voor noodhulp of juist de keuze voor hulp bij wederopbouw. Ten aanzien van vraag 2 zegt hij dat die € 1 juist heel goed vol te houden is. Hij brengt in herinnering de laatste 2

aardbevingen die in Turkije en Marokko plaatsvonden en het bijbehorende aantal doden. In antwoord op vraag 3 zegt hij dat een rampenfonds een goed idee is want daarmee wordt voorkomen dat steeds naar de post onvoorzien moet worden gekeken. In antwoord op vraag 4 is hij van mening dat het zou moeten gaan om grote rampen waar een aanzienlijk deel van de Bossche bevolking familiebanden mee heeft. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt dat los van de vragen van de initiatiefnemers er niks gedaan moet worden en dit van geval tot geval bekeken moet worden. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) begrijpt dat de heer Van Creij niets wil geven maar per situatie wil bekijken wat er gebeurt. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt dat van geval tot geval ad hoc beslist moet worden wat er moet gebeuren en wat het meest nodig is. Een ramp is onvoorspelbaar en hij vindt het niet goed nu richtlijnen mee te geven over wat kan of moet gebeuren. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt of de heer Van Creij ook geen fonds wil. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) is ook geen voorstander van een fonds instellen voor twee jaar en niet weten wat daar verder mee moet gebeuren. De heer Van den Kerkhof (D66) hoopt niet dat er eenzelfde jaar aankomt met impactvolle rampen als vorig jaar.

De heer Van Creij zal dan geneigd zijn dezelfde afweging te maken als de vorige keer, toen gewoon ge-DREVEN beide moties van steun heeft voorzien. Er zitten grenzen aan de financiële mogelijkheden en hoe kan de heer Van Creij dan afwegen of de ene ramp meer waard is dan de andere? De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat de ene ramp inderdaad de andere niet is. Om nu richtlijnen op te stellen terwijl niet bekend is waar de hulp aan moet of kan voldoen, daar is hij het niet mee eens. Eerst moet de impact van de ramp bekend zijn. De heer Van den Kerkhof (D66) vraagt wat voor de heer Van Creij belangrijke waarden zijn om te kunnen bepalen of er financiële steun moet komen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) herhaalt dat dat van geval tot geval bekeken moet worden. Wat gebeurt er bijvoorbeeld al landelijk; ook daar moet naar gekeken worden. Als de nood aan de man is, is er altijd geld binnen deze gemeente. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft hierin als welvarende gemeente in een welvarend land met een onevenredig grote impact op klimaatrampen ten aanzien van de landen waar deze voornamelijk plaatsvinden. Op dit moment wordt ad hoc aan noodhulp gedaan. Rampen trekken veel media-aandacht en daarom wordt er vaak veel geld aan gedoneerd, maar voorkomen is beter dan genezen en dat geldt ook voor de aanpak van rampen.

Het doneren aan goede doelen die met preventie bezig zijn, kan meer impact hebben. Het voorkomen van overstromingen blijkt ongeveer 60 keer zo goedkoop als het oplossen van problemen die zich bij een overstroming voordoen. De donatiegelden dienen dus zo effectief mogelijk ingezet te worden. Zij vindt niet dat de raad moet bepalen aan welk land wel of niet gedoneerd moet worden en dat kan voorkomen worden door te doneren aan algemene doelen die effectief zijn. Misschien is er daarnaast nog behoefte om ook bij te dragen aan noodhulp; die twee kunnen naast elkaar bestaan. Daar zou een standaardbedrag voor gedoneerd kunnen worden aan een stichting die noodhulp levert, waarbij niet vastligt aan welk land. Als € 1 per inwoner per jaar wordt aangehouden dan maakt dat geen heel groot bedrag natuurlijk, maar daar kan altijd nog over gesproken worden. De heer Huibers (Rosmalens Belang) begrijpt dat PvdD structureel geld wil reserveren en doneren aan fondsen die natuurrampen tegengaan. Ziet de PvdD niets in het reserveren van 3

gelden via een rampenfonds? Mevrouw Samshuijzen (PvdD) ziet wel iets in een reservering van tevoren maar niet dat vervolgens wordt bekeken aan welke ramp wel en aan welke geen geld wordt gedoneerd. Zij vindt het niet ethisch daar willekeur bij toe te passen. De heer Huibers (Rosmalens Belang) vraagt of PvdD als een ramp zich voordoet wel wil inspringen als gemeente of niet. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) meent dat preventieve inzet het meest effectief is maar zij begrijpt dat er ook behoefte is aan het geven van noodhulp. Dat wil zij niet op dat moment doen; zij wil jaarlijks standaard aan een fonds doneren dat noodhulp geeft. De heer Van Hattem (PVV) vindt het bijzonder dat hier gesproken wordt over preventieve hulp als het gaat om aardbevingen. De geologie van deze planeet kan niet veranderd worden wat aardbevingen betreft, dus dat vindt hij een lastig uitgangspunt. Gesteld wordt dat € 1 per inwoner niet zo veel is op de totale begroting, maar als er meerdere rampen per jaar plaatsvinden dan is die ene euro ook na één keer vergeven. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) zegt dat je inderdaad geen invloed kan uitoefenen op twee aardlagen die over elkaar schuiven. Vandaar dat zij zich ook kan voorstellen noodhulp te verlenen en zo ook daarbij te helpen. Zij stelt voor op 1 januari te bekijken hoeveel geld gereserveerd is en dat geld te doneren aan preventieve hulp en/of noodhulp.

De heer Van Hattem (PVV) zegt dat dit een soort afgedwongen liefdadigheid is richting de inwoners. Het is mooi als mensen zelf besluiten te doneren, maar het moet niet zo zijn dat er standaard een pot belastinggeld klaarstaat vanuit de gemeente om aan rampen uit te geven. Gemeenten hebben de zorg voor hun eigen grondgebied en hun eigen inwoners, en hulp aan humanitaire rampen in het buitenland organiseert het Ministerie van Buitenlandse Zaken, niet gemeenten. In antwoord op vraag 1 zegt hij dat de gemeente dus geen rol heeft bij humanitaire rampen behalve voor wat betreft persoonlijke nazorg voor direct getroffen inwoners. Op vraag 2 antwoordt hij dat er geen directe ondersteuning gegeven moet worden aan lokale initiatieven voor hulp in het buitenland. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt bij interruptie of de PVV wel hulp wil bieden vanuit de gemeente als een gemeenschap binnen Den Bosch bijvoorbeeld een ruimte zoekt om een bijeenkomst te houden. De heer Van Hattem (PVV) doelde op een inwoner van Den Bosch die bijvoorbeeld gerepatrieerd moet worden; daar moet een gemeente een rol in spelen. De gemeente is één gemeenschap en niet een gemeenschap opgedeeld in allerlei nationaliteiten. Als mensen iets willen organiseren dan is dat aan hen en dat hoeft de gemeente niet te faciliteren. Hij sluit zich aan bij de opmerking dat € 1 per inwoner niet vol te houden is.

Ook op vraag 3 antwoordt hij negatief. Er moet geen rampenfonds komen, zeker niet met het oog op het ravijnjaar 2026 in het vooruitzicht. Er is geen dekking in het voorstel opgenomen; waar zien de initiatiefnemers dekking voor een rampenfonds? De post onvoorzien is inmiddels ook wel uitgeput. In antwoord op vraag 4 geeft hij aan dat de ondersteuning alleen zou moeten bestaan uit persoonlijke nazorg voor direct getroffenen uit de gemeente Den Bosch. Door een fonds in te stellen, wordt het budgetrecht van de raad op afstand gezet en daarmee eigenlijk buitenspel. Met een rampenfonds zal er altijd discussie ontstaan. De PVV omarmt de voorstellen in de discussienotitie dus niet. De heer Van den Kerkhof (D66) zegt dat Den Bosch een groot hart heeft en internationaal denkt en handelt. Dat is ook terug te zien bij humanitaire rampen elders op de wereld. Direct of indirect raken die vele Bosschenaren en zorgen die ervoor dat zij in actie komen en bereid zijn veel te geven. Als voorbeeld noemt hij de rampen van vorig jaar in Turkije, Marokko en Syrië; de 4

gemeente heeft haar medeleven getoond en een bijdrage aan het herstel in die gebieden geleverd. Den Bosch is trots op het internationale denken en handelen maar daar zijn wel financiële grenzen aan verbonden. Dat was ook te zien aan de financiële steun aan rampgebieden in 2023 en de dekking ervan, die deels ontbrak. Hij pleit dus voor beleid hierop, om het aan de voorkant voor iedereen duidelijk te hebben en om willekeur te voorkomen. D66 is voorstander van het oprichten van een fonds voor hulp bij humanitaire rampen voor de resterende raadsperiode, gedekt uit de algemene reserve. De ramp moet impact hebben op een gemeenschap in de Bossche samenleving en er moeten al hulpacties voor opgetuigd worden of in gang zijn gezet. Er dient een maximum hulpbijdrage gesteld te worden, zowel in geld als in andere middelen die de gemeente beschikbaar kan stellen. Deze richtlijnen geven aan hoe Den Bosch omgaat met impactvolle, humanitaire rampen waar ook ter wereld. Het college dient dit beleid op te stellen en spoedig aan de raad voor te leggen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt waarom D66 vindt dat er een klik met de Bossche samenleving moet zijn terwijl er zich ook impactvolle rampen voordoen waar Den Bosch indirect impact op heeft. Zij wijst in dit verband op de klimaatbelasting.

De heer Van den Kerkhof (D66) zegt dat de gemeente Den Bosch een lokale overheid is en gebonden is aan de eigen financiële grenzen. Daarbij: het vooruitzicht vanaf 2027 is minder rooskleurig. Vandaar dat hij pleit voor een fonds voor twee jaar. Mensen hier die direct of indirect getroffen worden door de ramp en acties willen starten, diegenen wil hij hulp bieden. Dat kan door een storting aan een bepaald fonds of gemeentelijke ondersteuning door bijvoorbeeld ruimten beschikbaar te stellen. De lokale binding vindt hij van belang want anders heeft een lokale overheid hier geen belang in. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt het in dat geval niet ethisch dat mensen die elders in de wereld getroffen worden niet het geluk hebben banden met Den Bosch te hebben. De heer Van den Kerkhof (D66) begrijpt dat PvdD steun wil geven aan bepaalde goede doelen los van of er een ramp is gebeurd. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) had het over preventie en noodhulp; beide kunnen naast elkaar bestaan. Zij wil in ieder geval het element willekeur eruit halen. De heer Van den Kerkhof (D66) is het ermee eens dat die willekeur eruit moet maar de link die er wel voor D66 moet zijn, is dat het lokaal impact moet hebben. De heer Van Genugten (CDA) hoort D66 zeggen dat het financieel ingekaderd moet worden en tegelijkertijd moet er een binding zijn met de Bossche samenleving.

De Bossche samenleving kent inmiddels zoveel nationaliteiten, dus waar trekt D66 de grens? De heer Van den Kerkhof (D66) zegt dat het inderdaad ook niet te veel ingekaderd moet worden, vandaar dat D66 vier richtlijnen heeft meegegeven. Het is belangrijk dat er lokaal acties opgestart worden waarbij ondersteuning nodig is. Sommige rampen zullen niet ondersteund worden als er geen Bossche initiatieven gaande zijn; daar hoeft de gemeenschap geen ondersteuning aan te bieden. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt het opmerkelijk dat D66 spreekt over het financiële ravijn, gelet op de discussie van 20 maart. D66 zegt dat het een afgebakend geheel moet zijn; is het niet beter te kijken naar wat er geboden moet en kan worden in plaats van dat van tevoren te bepalen? De heer Van den Kerkhof (D66) deelt die mening niet en dat is ook de reden van deze notitie. Hij wil het financiële kader met elkaar helder hebben. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) zegt dat de VNG een aantal richtlijnen geeft die al 5

gelden. Is het niet verstandig de hoofdlijn van de VNG te volgen? De heer Van den Kerkhof (D66) zegt dat de VNG inderdaad richtlijnen meegeeft, maar de VNG zegt ook dat iedere gemeenteraad zelf een afweging moet maken. De gemeente Waalwijk hanteert al jaren een soortgelijk kader, al wordt ook daar altijd een afweging gemaakt door het college waar de raad vervolgens verantwoording over moet afleggen. Ook andere gemeenten zijn met deze kaders bezig, dus het is niet nodig dat Den Bosch het wiel opnieuw uitvindt. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) is verrast dat D66 mede-indiener is van deze bespreeknotitie. D66 heeft juist altijd een warm hart voor vluchtelingen en zet altijd een stap vooruit. Vindt D66 € 1 per inwoner te veel of hoe zit D66 hier in? De heer Van den Kerkhof (D66) kijkt ook naar het financiële plaatje en de houdbaarheid ervan. Inmiddels heeft Den Bosch 160.000 inwoners dus het gaat om € 160.000 en daarnaast is de gemeente ook bereid om hulpacties zoals vorig jaar te ondersteunen. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vindt € 160.000 op een begroting van € 800 miljoen niet veel. Wat vindt D66 een reëel bedrag om in het fonds te storten? De heer Van den Kerkhof (D66) vindt € 160.000 per ramp te veel. Voorheen was er een budget millenniumdoelen van € 6.000 op jaarbasis; dat was aan de lage kant.

Daartussen ligt het antwoord en dan kom je op een bedrag dat past bij een lokale overheid. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) is verbaasd dat die € 1 zo’n probleem is. Het was uitzonderlijk dat de aardbevingen in Marokko en Turkije in één jaar vielen en daarom leek het een groot bedrag. En het gebeurt zelden dat er twee aardbevingen tegelijkertijd zijn dus waarom die € 1 niet te handhaven is, ontgaat hem. De heer Van den Kerkhof (D66) zegt dat een humanitaire ramp om verschillende redenen ontstaat. Hij kijkt breder en ook naar overstromingen of periodes van droogte. Vorig jaar is een groot deel van de dekking gevonden in de algemene reserve; gaat de gemeente dat steeds doen bij een ramp? D66 wil daar een limiet aan stellen. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) vindt dat de gemeente voorbereid moet zijn als de gemeente weer gevraagd wordt om geld te doneren. Zorg voor een permanente post in de begroting voor rampen waar jaarlijks in gestort wordt; zodoende wordt er iets opgebouwd. Hij stelt voor uit te gaan van € 100.000 per jaar; dat betekent € 400.000 in een zittingsperiode. Maar wat als Den Bosch in de problemen komt? Wat als er een ramp in de stad of omgeving is? Daar moet ook naar gekeken worden. Dit vraagt om een coördinerende taak van het college om ervoor te zorgen dat gelden die vanuit de gemeenschap komen, gecoördineerd worden. Ook hij denkt dat € 1 niet vol te houden is.

Er moet aan alle culturen in de stad gedacht worden. Den Bosch heeft nooit iets gegeven voor de Molukken; dat is ook een belangrijke doelgroep in de gemeenschap. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) zegt dat als gevolg van allerlei klimaatveranderingen en andere gevaren de wereld onvoorspelbaarder is geworden. Je kunt bij een ramp zeggen: we trekken ons terug en draaien de budgetten naar beneden bij want het wordt allemaal te veel, zoals D66 zegt, maar je kunt ook zeggen: het wordt internationaal lastiger dus we moeten onze verantwoordelijkheid nemen. Dat betekent dat een groter deel van het budget vrijgespeeld moet worden om bij te dragen aan de rampen. Den Bosch maakt onderdeel uit van een internationale gemeenschap, dus een stap terugzetten vindt zij een vreemde redenering. Er zal meer gereserveerd moeten worden in de begroting en andere keuzes moeten worden gemaakt. De heer Van den Kerkhof (D66) meent dat het niet een stap terugzetten is maar juist een stap vooruit. Het kan dat straks tot iets gekomen wordt waardoor breder wordt gekeken naar de 6

wereld. Hij begrijpt dat De Bossche Groenen het bedrag willen verhogen, maar waar moeten die middelen dan vandaan komen? Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) kan een hele rij voorstellen noemen die zij anders zou hebben gedaan, zoals de exploitatie van het nieuwe theater. Zij vindt dat het geld anders besteed moet worden. Het gaat er echter om dat je je terug kunt trekken op je eigen eiland maar je kunt ook andere keuzes maken. Vorig jaar heeft zich inderdaad twee keer een grote ramp voorgedaan maar hoe vaak gebeurt dat? De heer Huibers (Rosmalens Belang) vraagt hoeveel geld De Bossche Groenen hier voor uit wil trekken. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) schetst de situatie hoe je hier anders naar kunt kijken en een andere keuze kunt maken. Het bedrag van € 1 per inwoner vindt zij reëel. Zij is niet tegen een fonds en D66 zegt ook dat dat bedrag daarmee niet minder wordt. Door jaarlijks hier geld voor opzij te zetten, kan Den Bosch ruimhartig blijven uitkeren. De suggestie van PvdD vindt zij goed. Als voorbeeld noemt zij het plaatsen van sensoren ten tijde van de tsunami in Azië, waardoor een ramp voorkomen kan worden. Den Bosch zou structureler kunnen kijken naar verstevigende maatregelen voor de slechte huizen, alhoewel zij zich ook realiseert dat er mondiaal veel ellende is en Den Bosch niet alle mondiale problemen kan oplossen.

De heer Van den Kerkhof (D66) kent De Bossche Groenen als een lokale partij. Hoe ziet die partij de rol van de lokale overheid als het gaat om noodhulp bieden elders in de wereld? Zou mevrouw Hendrickx sensoren in de oceaan willen plaatsen namens de gemeente Den Bosch? En ten koste van welke lokale middelen moet dat dan gaan? Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) zou de taartpunten anders snijden en zij vindt dat als de context complexer wordt Den Bosch zijn verantwoordelijkheid moet nemen. Er zijn grote gemeenschappen die betrokken zijn bij het land waar zij vandaan komen en zij willen graag hulp bieden. Daar zou de overheid niet de ogen voor moeten sluiten maar moeten kijken wat mogelijk is. Dat hoeft niet beperkt te worden tot hulp aan inwoners van Den Bosch; dat moet per situatie afgewogen worden. Waardevolle en zinvolle initiatieven binnen Den Bosch zouden gesteund moeten worden. Zij wil waken voor het opstellen van richtlijnen. Als er een ramp plaatsvindt, zal de discussie oplaaien over of een richtlijn wel of niet van toepassing is en dat is een ongemakkelijke discussie. De heer Van den Kerkhof (D66) wil dat laatste ook voorkomen en daarom wil hij ook dit debat nu voeren. Wat zijn de waarden en belangen die partijen belangrijk vinden waardoor gekomen kan worden tot een beleid en niet telkens een debat gevoerd hoeft te worden als een ramp zich heeft voorgedaan.

Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vreest dat dit een soort rem is op de barmhartigheid die Den Bosch in het verleden heeft getoond. Dat proeft zij uit het voorstel. Over het fonds is zij zeker enthousiast. Er zijn veel voorbeelden kennelijk bij andere gemeenten maar die worden niet genoemd. Hopelijk komen die in een latere fase nog voorbij. De heer Roovers (SP) merkt op dat deze discussie goed is maar deze roept misschien ook meer vragen op dan antwoorden. Vorig jaar zijn aan twee aardbevingen geld gegeven, uit emotie en uit symboliek. Dat is niet verkeerd. De vraag is of de gemeente geld hieraan uitgeeft omdat Den Bosch denkt dat dat zoveel bijdraagt aan het herstel daar. Dat is redelijk betrekkelijk, denkt hij. Of doneert Den Bosch geld hiervoor om uit te dragen aan gemeenschappen in de samenleving dat zaken die hen sterk raken ook de rest van de gemeente en gemeenschappen erg raakt. Doneren is dan een manier om uit te stralen dat alle mensen hier één gemeenschap vormen. Hij denkt dat laatste en als je daar zo naar kijkt, is de conclusie dat veel lijnen die getrokken worden volstrekt willekeurig zijn. Want wat is nu een humanitaire ramp? De hongersnood in Soedan? Dat is een humanitaire ramp maar daaraan is ook een burgeroorlog 7

gekoppeld en het lijkt hem onverstandig wanneer Den Bosch een kamp gaat kiezen in die burgeroorlog. Het is nagenoeg onmogelijk om die lijnen te trekken. Hij is er voorstander van om geld te reserveren voor rampen maar dat het uitgeven ervan op dezelfde manier gebeurt zoals nu, namelijk met een motie in de gemeenteraad. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) merkt op dat de willekeur eruit gehaald kan worden en breed op noodhulp ingezet kan worden. Hoe denkt de SP daarover? De heer Roovers (SP) denkt dat daarmee volledig voorbijgegaan wordt aan het doel van dit soort acties, namelijk iets van barmhartigheid uitstralen naar de Bossche inwoners. Logisch gezien heeft de PvdD gelijk, maar als een vast bedrag aan ontwikkelingshulp wordt gegeven en er een ramp plaatsvindt waarvoor de inwoners aan de gemeente vragen een bijdrage te leveren dan zal de gemeente moeten antwoorden: wij geven een vast bedrag aan deze doelen en daar moet de gemeente het mee doen. Dat roept meer ongemak op dan de manier van werken nu. De grootte van het bedrag maakt de donatie voor een groot deel symbolisch. € 160.000 is veel geld, maar dat hangt ook af van waar dat geld vandaan komt. Het is niet erg dat het om symboliek gaat want het is een krachtige symboliek, maar het blijft wel symboliek.

Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt hoe dan gekeken wordt naar het verband dat er moet zijn tussen inwoners van Den Bosch en het land waar een ramp gebeurt. Ook die willekeur kan extra groot zijn. De heer Roovers (SP) ziet die willekeur ook en daarom zegt hij ook steeds dat iedere grens die wordt getrokken in principe willekeurig is. En dat is ook niet zo erg. Hij heeft familie in Hamburg, is hij daarmee onderdeel van de Hamburger gemeenschap als daar iets gebeurt? Die grens is niet te trekken. Het feit dat Den Bosch geld heeft gedoneerd op het moment dat de nood hoog was, is omdat mensen op die momenten behoefte hebben om daar iets aan te doen. Dit soort acties zijn bedoeld om daaraan tegemoet te komen. Het is inderdaad willekeurig en het effect is betrekkelijk, maar het gaat om de symbolische waarde. Dus reserveer er geld voor maar laat de beslissing bij de raad wanneer dat geld wordt uitgegeven. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of het bij die € 160.000 moet blijven of dat er ook een deel breder ingezet kan worden en een kleiner deel voor de symboliek. De heer Roovers (SP) zegt dat dat kan. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) zegt dat er vorig jaar een goed debat heeft plaats gevonden, ook met mensen uit de Marokkaanse gemeenschap die helemaal niet bezig waren met de symboliek maar met het organiseren van hulp. Het wordt nu wel erg symbolisch gemaakt.

€ 160.000 kan voor een dorp heel wat betekenen. De heer Roovers (SP) zegt dat de impact op de lokale Bossche gemeenschap groot was en daarom is dat bedrag vrijgemaakt en bijvoorbeeld niet om een school in Marokko opnieuw op te bouwen. Het is ook goed om dat te doen en daar geld voor te reserveren. De heer Van Hattem (PVV) vindt het bizar dat hier gesproken wordt over het uitgeven van bedragen omwille van de symboliek. Deze stad is in 1757 door een grote watersnoodramp getroffen en puur voor de symboliek gingen katholieken en protestanten elders in het land een bededag organiseren opdat de Bosschenaren hun leven zouden beteren en dergelijke rampen in de toekomst zouden voorkomen. Wat kun je bereiken om iets alleen maar uit symboliek te doen? Is het niet beter aan de mensen zelf over te laten of zij een bijdrage aan liefdadigheid willen geven in plaats van met gemeenschapsgeld hier symboliek te bedrijven? De heer Roovers (SP) denkt dat bepaalde gemeenschappelijke symboliek ook belangrijk is in het hecht maken en houden van een gemeenschap. Daarom wordt er in Nederland ook gemeenschappelijke geschiedenis geschreven. De waarde van symboliek moet niet onderschat 8

worden. Als dit soort acties mede kunnen bijdragen aan het bouwen van gemeenschapszin in Den Bosch dan is dat symbolisch maar dat kan uiteindelijk een positieve, materiële uitwerking hebben. De heer Van Hattem (PVV) zegt dat het de vraag is of met dat geld iets gemeenschappelijks wordt gebouwd. Hij heeft er geen affiniteit mee wanneer er vanuit de gemeente bedragen naar het buitenland gaan die eigenlijk voor de stad zijn bedoeld. Het geld van de gemeente moet aan de eigen inwoners besteed worden. Dit is iets voor landelijke hulporganisaties en landelijke initiatieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, niet voor gemeenten. De heer Roovers (SP) is niet actief gelovig maar vindt het ook mooi dat er zaken georganiseerd worden door de gemeente rond Pasen en Kerstmis, al zal niet iedere Bosschenaar daar affiniteit mee hebben. De heer Van Silfhout (Volt) zit op dezelfde lijn als de heer Roovers: het gaat vooral om het tonen van een stukje solidariteit. Als er een fonds komt, moet bekeken worden of dat geld alleen aan noodhulp wordt besteed of ook aan een stukje wederopbouw. Het moet in ieder geval zo effectief mogelijk uitgegeven worden en laat het vooral een signaal van barmhartigheid zijn. De tijdsduur van 2024 tot 2026 lijkt hem niet nuttig; hij ziet meer in het voorstel van de heer Gersjes om een reserve op te bouwen, waar de raad over beslist.

Ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking en preventie zegt hij dat dat niet de rol is van gemeenten; dat gaat te ver, al is het heel sympathiek. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vindt dat de gemeente een verantwoordelijkheid in de breedte heeft betreffende noodhulp. Als Volt mensen ook zo goed mogelijk wil helpen, is noodhulp dan wel een gemeentelijke taak volgens Volt? De heer Van Silfhout (Volt) vindt dat de gemeente geen noodhulp moet geven. De gemeente geeft aan de organisaties die dat faciliteren vanwege het feit dat de lokale gemeenschap geraakt is door een ramp en de gemeente voelt daar een rol in te moeten spelen. Zo kijkt hij ernaar. De heer Kabbouti (PvdA) zegt dat de gemeente natuurlijk een rol heeft op het moment dat zich een ramp voltrekt, zeker als die impact heeft op de Bossche samenleving. Als er iets in de Bossche samenleving gebeurt dan heeft dat zijn weerklank in deze raad. De raadsleden zijn gekozen door de Bossche samenleving en zij dienen uiting te geven aan de gevoelens die in de samenleving plaatsvinden. Dat uit zich in woorden, daden en bepaalde besluiten. Een financiële bijdrage daaraan leveren, kan op allerlei manieren. Bekeken moet worden wat op dat moment nodig is. De heer Roovers meent dat hier geen lijn op te trekken is. Hij vindt dat er juist een hele duidelijke lijn op te trekken is.

Als gevolg van de impact die wordt ervaren in de Bossche samenleving ontstaat er in deze zaal een debat en volgt er een besluit. Dat is de enige richtlijn die gehanteerd moet worden. Hoe de gemeente dat doet, moet niet te veel ingekaderd worden. Als er één onderdeel is waar geen beleid op ontwikkeld moet worden, dan is het wel een onvoorziene ramp. Als de roep en het gevoel daarom vragen, zal er alleen maar afgeweken worden van dat beleid. Hij denkt dat het helpt als hier een fonds voor opgericht wordt. De heer Roovers (SP) heeft ook gezegd dat de raad moet aanvoelen of een ramp impact op de Bossche samenleving heeft. Maar wat als dat een deel van de gemeenschap hier is die de weg naar het gemeentehuis minder makkelijk vindt? Daar moet een antwoord op komen. De heer Kabbouti (PvdA) is het daarmee eens maar dat is de verantwoordelijkheid die de voltallige raad draagt: goed de voelsprieten in de samenleving uitzetten. Randvoorwaarden wil hij dus niet te veel meegeven. Het gevoel, de solidariteit en het medeleven zouden tot uiting moeten komen in een besluit waar de raad aan de lat moet blijven staan. De heer Van Genugten (CDA) sluit zich grotendeels aan bij SP en PvdA. Goed dat er een notitie 9

ligt. De indieners vragen om duidelijkheid. Zij spreken over rampen die een groot deel van de Bossche inwoners raken; waar ligt de grens? Dit klinkt als een grijs gebied en dit zorgt eerder voor onduidelijkheid. Mensen in nood helpen en solidariteit tonen, daar is het CDA voor. Is dat kader vooral financieel ingegeven? Solidariteit is breder dan alleen materiële steun. Het CDA steunt maatschappelijke initiatieven en wat kan de gemeente doen om haar inwoners te helpen helpen? € 1 per inwoner is een symbolisch bedrag en dat heeft wel degelijke waarde. Daarnaast is € 160.000 nog steeds een bijdrage. De post onvoorzien is hier goed voor. Een noodfonds opbouwen is het alternatief maar hoe groot moet dat fonds zijn? De heer Van Hattem (PVV) zegt dat gisteren is besproken dat de post onvoorzien voor het komende jaar is uitgeput. Consequentie daarvan is dat het geld in die post voor de rest van het jaar op is; wordt er dan een ander potje aangesproken om noodhulp te verlenen? De heer Van Genugten (CDA) heeft al aangegeven geen voorstander te zijn van een inperkend kader met name ten aanzien van het financiële deel. Of de post onvoorzien voor dit jaar wordt uitgenut, zal tijdens de raadsvergadering blijken. Een noodfonds zou dus kunnen, maar inkaderen daarvan wordt ook lastig.

Hoe wordt omgegaan met de hardheidsclausule? Wat als er iets in een van de zustersteden gebeurt? Of als het water hier stijgt? Het CDA adviseert geen beperkend kader maar meer een richtlijn waarlangs de raad haar afwegingen ad hoc kan maken. De heer Huibers (Rosmalens Belang) zegt dat een bespreeknotitie juist open is anders waren de indieners met een motie gekomen. Goed dat er weinig kaders zijn meegegeven want anders wordt de discussie meteen gedood. Het is goed om te horen dat het merendeel van de commissie ervoor is dat de gemeente een rol heeft om te acteren bij dergelijke situaties. In welke vorm is nog onderwerp van discussie. Een merendeel is voor een bepaald fonds, maar de vraag is daarbij ook in welke hoedanigheid. Hij heeft ook gehoord dat de bevoegdheid niet bij het college moet worden gelegd maar bij de raad moet blijven. Hij zal deze input samen met de heer Van den Kerkhof mee terugnemen en naar alle waarschijnlijkheid komt hij met iets terug, wellicht in de vorm van een motie. Hij zal de commissie hiervan op de hoogte houden. 8.

Rondvraag en sluiting De voorzitter constateert dat er geen verdere vragen zijn en sluit de vergadering om 20.25 uur. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Bestuur van 18 april 2024.

De secretaris, mr. drs. R. van der Meer

De voorzitter, drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14175305/1