2023-02-13 Commissie Bedrijvigheid vastgesteld
Tekst van het document
Commissie BEDRIJVIGHEID Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
13 februari 2023 Raadzaal
A.P.R.G.M. van Rosmalen mr. drs. R. van der Meer drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, B. El Amraoui, H.B. Bos, L.A.J. van Griensven, mw. W. de Groot MSc, mw. N.I. Hamerslag, A.W.J.A. van Hattem LLB, drs. J.M.C. van der Heijden, mw. N.M.C. Huijbrechts, ing. J.N. Kieft, mw. M.J. Klerks, J. Kouwenberg, mw. W.M. van de Leemput, mw. W.A.M.H. Parijs, , S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, ing. H.G. van de Pol, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, ing. J.P. Verhoef BEd, K.M. Vossen, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg ing. R.A.P. Geers, R.J.J. Geers
Afwezig:
E.R.F. Esser, mw. A. Hernández, W.B.G. Hoeben, H.J.M. Mees, REV H.W. Pennings, mw. C.K.J. Visscher
Verslaglegging:
S. Baradel, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet de aanwezigen en kijkers thuis welkom. Mevrouw Van de Leemput van Bosch Belang is vanavond voor het eerst aanwezig. De heer Esser wordt vervangen door de heer Van Hattem. De heer Pennings wordt vervangen door de heer Verhoef. De heer Mees en de heer Hoeben zijn vanavond afwezig.
2.
Vaststellen van de agenda Aan het einde van de vergadering wordt een rondvraag van de PvdD behandeld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 16 januari 2023 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties De voorzitter stelt namens het college voor de toezegging inzake het Verbreden regeling groene daken als afgerond te beschouwen. De commissie gaat hiermee akkoord. De voorzitter constateert dat de lijst verder ongewijzigd is. Er zijn geen opmerkingen. De lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties worden vastgesteld.
Raadsvoorstellen 5.
Zienswijze Kadernota 2024 Omgevingsdienst Brabant Noord ODBN De voorzitter licht toe dat dit een gemeenschappelijke regeling betreft waarvan de kadernota in hoofdlijnen aangeeft hoe de komende begroting er gaat uitzien. Indien de raad de zienswijze die het college voorstelt wil wijzigen, kan dat middels het indienen van een amendement. De heer Van de Pol (PvdD) is van mening dat de Omgevingsdienst een zeer belangrijk uitvoeringsorgaan is, onder ander voor het energietoezicht en de handhaving in de buitengebieden, om stroperij en drugsafvaldumpingen tegen te gaan. De kosten van de Omgevingsdienst zullen mogelijk stijgen. De fractie betreurt het indien hierdoor de ODBN zijn taken minder goed kan uitvoeren. De PvdD stelt voor om in de zienwijze het verzoek toe te voegen om de gemeente ook buiten reguliere planning- en-controlcyclus te informeren als er grote prijsstijgingen of andere ontwikkelingen zijn die de uitvoering van de ODBN belemmeren. Op dit moment wordt een deel van het
1
energietoezicht rechtstreeks door de gemeente uitgevoerd. Dit deel wordt met ingang van de Omgevingswet door de ODBN uitgevoerd. In de conceptzienswijze wordt verzocht om de uitvoeringsstrategie van 's-Hertogenbosch daarbij voort te zetten. Dit ziet de PvdD als een uitgelezen kans om ook de basistaak energietoezicht van de ODBN kritisch onder de loep te nemen. Hij vraagt zich af of het beleid van de gemeente strenger is dan dat van de ODBN en of er bij de uitvoering door de gemeente mogelijk sneller sancties opgelegd worden. Als de handhavingsstrategie van 's-Hertogenbosch succesvol is, ziet de PvdD dit als een kans om het beleid breder door te zetten bij de Omgevingsdienst. De partij pleit ervoor om dit nader te onderzoeken en/of dit mee te nemen in de zienswijze. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) noemt de onzekerheden door externe factoren, zoals de arbeidsmarkt, de Omgevingswet of de cao-afspraken die het moeilijk maken om in te schatten hoe de toekomst eruit gaat zien. Rosmalens Belang vindt dat onzekerheden niet zomaar bij de deelnemers mogen worden neergelegd. Spreker geeft aan dat het goed is om tijdig geïnformeerd te worden over tegenvallers en vooral dat de ODBN deze intern oplost zonder dat de kwaliteit van de dienstverlening eronder lijdt. Het verlagen van de controlefrequentie kan tot minder kwaliteit leiden.
Hij vraagt zich af of het verbeteren van het piepsysteem ervoor kan zorgen dat de reguliere controle meer een klachtcontrole wordt en of het mogelijk is om een deel van de controles bij de bedrijven zelf neer te leggen, zodat er meer efficiency ontstaat. Rosmalens Belang zou graag een antwoord willen op deze vragen. De heer Altenburg-Collin (VVD) stelt dat de komende weken een aantal kadernotities 2024 in verschillende commissies besproken worden. Het valt de Bossche VVD op dat er sprake is van stevige tariefverhogingen, zo ook in deze kadernota van de ODBN waar er sprake is van een verhoging van ruim 10%. De VVD leest dat een plus van € 1 miljoen geheel verdampt is en dat weer meer geld naar de Omgevingsdienst zal moeten. Dit roept bij de VVD de vraag op wat de portefeuillehouder gaat doen om vooral op financieel gebied meer grip te krijgen op de ODBN. De VVD merkt op dat de Omgevingsdienst wellicht steeds meer op de stoel van de gemeente zelf zit en dat dit om nieuwe afspraken vraagt waarin de taken van de Omgevingsdienst weer duidelijk worden. De fractie is benieuwd naar de mening van de portefeuillehouder hierover. 's-Hertogenbosch is ICT-datastad van Nederland en is actief in het meer datagestuurd werken, wat de gemeente ook landelijk promoot. Hij hoort graag van de portefeuillehouder wat hij doet om dit paradepaardje ook bij de Omgevingsdienst in te zetten.
Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) is akkoord met de kadernota ODBN, maar benoemt wel een aantal punten, zoals de noodzaak om constructief en voortdurend in gesprek te blijven met de gemeente. Het is van belang dat de ODBN het algemeen bestuur actief blijft informeren over de nieuwe fases in de cao-onderhandelingen, deze leiden namelijk tot een andere uitkomst en bandbreedtes. Ook noemt VOOR Den Bosch het belangrijk om alert te blijven op en het proactief informeren over hoe de ODBN wordt geraakt door stikstofproblematiek en de energiecrisis. Zij ziet graag dat de Omgevingsdienst alert is op de mogelijkheid tot opsparen van een financieel voordeel en dat er een plan wordt gemaakt om deze potentiële middelen terug te laten komen. Zij zijn benieuwd naar de mening van de wethouder op de aanvulling van de zienswijze en hopen dat de wethouder hun zorgen kan wegnemen. Zo niet, dan komt VOOR Den Bosch mogelijk met een amendement. De heer Van Hattem (PVV) kan zich grotendeels aansluiten bij de door de VVD genoemde punten. Daarnaast geeft hij aan dat het uitstellen van Omgevingswet geen risico meer is, maar een feit, de minister heeft de invoering zoals nu voorzien van 1 juli 2023 naar 1 januari 2024 verplaatst. Hij hoort graag van de wethouder wat de consequenties van deze vertraging zijn.
Daarnaast leest hij over het Interbestuurlijk Programma in hoofdstuk 2 op pagina 26 dat het programma vanuit het rijk wordt bekostigd en dat het geen financiële inzet van de deelnemers vergt. Hij merkt op dat in de praktijk personeel van de ODBN wordt ingezet voor een dergelijk Interbestuurlijk Programma. Van het Interbestuurlijk Programma wordt gezegd dat het op dit moment niet concreet genoeg is om exacte resultaten te benoemen. Daarnaast zit er weinig democratische controle in en roept hij op om te stoppen met dit programma. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) sluit zich ook grotendeels aan bij de VVD. Leefbaar 'sHertogenbosch is flink verrast door het verdampen van het bedrag van € 1 miljoen en vraagt zich af of er nog meer verrassingen komen. Hij pleit voor meer inzicht in en grip op de financiën, dit kan
2
mogelijk door andere werkzaamheden of het loslaten van werkzaamheden. Daarop zal dan moeten worden ingezet. De fractie is benieuwd naar de reactie van de wethouder. De heer Ploegmakers (CDA) meldt dat ook het CDA in de zienswijze Kadernota 2024 duidelijk ziet hoeveel financiële onzekerheid er is, bijvoorbeeld de huisvestingskosten, de stijgende energiekosten, de cao-onderhandelingen en het uitstellen van de Omgevingswet. Dit zijn geen vrolijke berichten. Het CDA is blij met het feit dat het college aangeeft de raad op de hoogte te houden van de financiële ontwikkelingen bij de ODBN. Hij uit de hoop dat de verantwoordelijk wethouder als de bok op de haverkist blijft zitten en de kosten niet blijven stijgen. De stijgingen van de ODBN komen ten laste van de inwoners. Hij heeft het gevoel dat de gemeenteraad maar weinig grip heeft op de alsmaar stijgende kosten. Hij ziet de reactie van de wethouder graag tegemoet. Reactie college Wethouder Ralph Geers stelt dat de Omgevingsdienst een gemeenschappelijke regeling is en dat de gemeenteraad in mei/juni 2023 de begroting voor 2024 opstelt. De voorsturing hierop doet de politiek via de kadernota 2024. Dit is het moment waarop de gemeenteraad grip heeft en zicht krijgt op de ontwikkelingen en de risico's en waarop hij kan bijsturen. De kadernota is in de P&C-cyclus het inzicht dat een Omgevingsdienst biedt in de ontwikkeling die er is.
Het huidige stuk is december 2022 langs het algemeen bestuur gegaan en heeft betrekking op de begroting van 2024. Gemeenten moeten het namelijk in november 2023 vertaald hebben in hun eigen begroting. Dit houdt in dat er een groot aantal onzekerheden over de ontwikkelingen in zit, bijvoorbeeld over de Omgevingswet, dit was nog een risico ten tijde van de vaststelling van dit document. Een kadernota geldt als de opmaat naar vertaling in de begroting, dit geldt bijvoorbeeld ook voor de voorjaarsnota, waarin mogelijke risico's ook niet altijd zijn gekwantificeerd in euro's. Hij kan de consequenties van het uitstellen van de Omgevingswet voor de begroting van de ODBN nog niet precies benoemen. Hij stelt dat de boodschap over grip en financiën heel helder is, reden ook dat het college daar in de voorgestelde zienswijze op aangehaakt heeft. Hierin wordt verzocht creatief te kijken naar wat men zelf kan doen en regelingen niet een-op-een naar de gemeente door te leggen. Een dergelijk proces vraagt om keuzes. De gemeente geeft de Omgevingsdienst zowel vrijwillige als verplichte taken. Een aantal basistaken worden verplicht uitgevoerd. Dit wordt door de wetgeving bepaald, voor een deel valt hier het energietoezicht onder. De zwaardere categorieën bedrijven met milieutaken vallen hieronder. Naast de verplichte basistaken zijn er ook verzoektaken.
De gemeente heeft de keuze die zelf uit te voeren, maar zij kan er ook voor kiezen deze door de Omgevingsdienst te laten uitvoeren. De kosten van deze taken zijn op voorhand niet bekend. Voor een kleinere gemeente is het lastiger om een fte-controleur in te zetten op een specifiek domein dan voor een grotere gemeente zoals 's-Hertogenbosch is. Dit is de reden dat 's-Hertogenbosch zelf een deel van het energietoezicht in handen heeft en hierdoor ook veel gerichter kan sturen. Hij geeft aan dat de gemeente 's-Hertogenbosch niet strenger is dan de Omgevingsdienst. De gemeente hanteert hetzelfde landelijke kader, wel is de gemeente in het algemeen voortvarender. Zij hoeft zich niet te delen over elf gemeenten en heeft goede kennis over haar ondernemers. Dit zorgt ervoor dat de gemeente de ondernemers makkelijker kan bereiken. Op de vraag van Rosmalens Belang en de stelling van de VVD aangaande datagestuurd werken, geeft hij aan dat de Omgevingsdienst bezig is met de ontwikkeling naar veel meer datagestuurd werken, veel meer innovatie en risicogestuurd werken op basis van signalen. Dit kost tijd en kan niet ineens ingeregeld worden. Als vertegenwoordiger van de gemeente is hij hier actief mee bezig en stuurt hij erop dat er stappen in gezet worden, hierin is namelijk veel winst te behalen.
Met betrekking tot de vraag of de Omgevingsdienst niet op stoel van de gemeente gaat zitten, geeft de wethouder aan dat dit deels het geval is. Het energietoezicht houdt de gemeente het liefst zelf in handen, echter, is wettelijk bepaald dat dit een taak van de Omgevingsdienst is. Hij geeft aan dat de gemeente voortvarender kan zijn in die taak, daarom wordt er gelobbyd om die taak naar de gemeente te halen. Op de inbreng van de PVV met betrekking tot het Interbestuurlijk Programma, geeft de wethouder aan dat het Interbestuurlijk Programma voortkomt uit allerlei onderzoeken en de commissie Van Aartsen met als doel verbeteringen en grote slagen te maken. Hij is het ermee eens dat duidelijk gemaakt moet worden wat men wil, wat men niet wil en wat niet lukt, dat men het Interbestuurlijk Programma scherper moet aansturen, maar het is hem een stap te ver om uit het Interbestuurlijk Programma stappen. Aan de heer Ploegmakers van het CDA zegt hij toe de raad te informeren over de financiële ontwikkelingen van de ODBN en hier grip op te houden, echter, er blijven financiële risico's. Deze onzekerheid blijft bestaan omdat het aantal meldingen dat binnenkomt niet bekend is, dat men nog niet weet wanneer projecten weer op gang komen. Ook is de gemeente afhankelijk van de complexiteit en herstelvermogen van een situatie en welke aanvragen binnenkomen.
Die onzekerheden zijn niet op voorhand weg te nemen. De gemeente zal hier scherp op de bal blijven zitten.
3
Prijzen stijgen, ambtenaren strijden voor hogere cao-lonen en dat geldt ook voor het personeel van de Omgevingsdienst. De kostenstijgingen die hiermee gemoeid zijn onomtkoombaar, daar kan het college geen invloed op uitoefenen. Daarnaast heeft de gemeente de wens dat personeel goed betaald wordt, zodat ook talenten aangetrokken worden bij de Omgevingsdienst. Spreker herinnert zich dat de gemeenteraad het afgelopen jaar vaak heeft gevraagd of de juiste kwaliteiten wel aanwezig waren bij de Omgevingsdienst. Hierin heeft de Omgevingsdienst enorme stappen gezet en levert kwaliteit. Hij wenst dat deze mensen met kwaliteiten behouden blijven en een passend salaris blijven ontvangen. Tweede termijn De heer Van Hattem (PVV) dankt de wethouder voor zijn beantwoording. Ten aanzien van het Interbestuurlijk Programma is hij van mening dat de wethouder te makkelijk aangeeft dat de gemeente er niet zomaar moet uitstappen. Hij is van mening dat zolang resultaten ontbreken, goed gekeken moet worden naar wat het programma daadwerkelijk oplevert. Het opzetten van dergelijk programma vraagt veel inspanning en vraagt om veel extra werk van de Omgevingsdienst naast de reguliere taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving). Spreker vraagt de wethouder of hij bereid is een evaluatie te laten uitvoeren nog voordat besloten wordt aan het Interbestuurlijk Programma mee te doen.
Mogelijk zal de PVV een motie indienen tijdens de raadsvergadering. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) geeft aan dat wethouder haar vraag over de alertheid van de Omgevingsdienst voor het opsparen van een mogelijk financieel voordeel nog niet beantwoord heeft. Zij hoort graag hoe de wethouder denkt over de mogelijkheid om de middelen terug te laten vloeien richting de deelnemers en of de Omgevingsdienst daar een plan voor heeft. De heer Altenburg-Collin (VVD) begrijpt van de wethouder dat het lastig is grip te krijgen op de Omgevingsdienst en dat de onzekerheid blijft. Desalniettemin hoopt hij op een toezegging van de wethouder dat hij de raad zo snel mogelijk informeert over tegenvallers. Wethouder Ralph Geers geeft als antwoord op de VVD aan dat het zeker mogelijk is de raad te informeren op het moment dat zich een tegenvaller aandient. Hij voegt daar wel aan toe dat het op dat moment niet gelijk mogelijk is bij te sturen. Het algemeen bestuur is altijd al scherp op die mogelijke tegenvallers en hij zal dit met de raad delen, zeker indien deze onoverkomelijk zijn en niet meer in de rest van het jaar ingehaald kunnen worden. Met betrekking tot de vraag van de PVV over het Interbestuurlijk Programma geeft hij aan dat de commissie Van Aartsen in 2021 haar rapport heeft gepresenteerd.
VNG, IPO en andere omgevingsdiensten hebben vanaf dat moment ingezet om aan de slag te gaan met het plan. De wethouder is van mening dat een tussentijdse evaluatie nog geen goed beeld zal geven, omdat het plan nog niet heel lang loopt. Hij stelt dat ODBN onder andere vertegenwoordigd is in de pijler Robuuste diensten en financiering. Het Interbestuurlijk Programma kent formeel een doorlooptijd tot 2023. Hij stelt voor om in de overloop van 2023 naar het nieuwe stuk van 2024 te kijken naar de behaalde resultaten. Dit is iets anders dan een algehele evaluatie van het IBP. Het lijkt de wethouder logisch als resultante van de activiteiten van 2023 om de raad in de overgang van 2023 naar 2024, wellicht pas bij het jaarverslag, de raad te informeren over wat er voor de Omgevingsdiensten uit het Interbestuurlijk Programma is gekomen. De heer Van Hattem (PVV) vindt het voorstel van de wethouder een zinvolle tussenstap. Hij hoort graag van de wethouder dat deze geen nieuwe stappen zal zetten richting het verdere vervolg van het IBP voordat de raad zich kan uitspreken over ontvangen informatie. Wethouder Ralph Geers geeft aan dat volgens de kadernota de ODBN in 2024 de ontwikkelingen van de implementatie doorlopen, daarom kan hij geen garantie geven of er dan al niet een vervolg gegeven wordt.
Hij geeft aan dat er bij een evaluatie een beslismoment is, wat verschilt met het informeren over wat er is bereikt. Bij de begroting voor 2023 zal de Omgevingsdienst aangeven of voorzien wordt dat er in 2024 nog substantieel bijgedragen wordt aan het IBP. Dit werkt de Omgevingsdienst de komende maanden uit, waarvan de raad in juni 2023 ziet hoe dat geformuleerd is. Het is hem niet geheel duidelijk wat VOOR Den Bosch wil bereiken met het terug laten vloeien van opgespaard voordeel. De wethouder noemt het belang van een balans waarnaar men streeft bij gemeenschappelijke regelingen: bij te veel reserves zou het geld terug moeten naar de deelnemers en aan de andere kant moet voorkomen worden dat bij iedere tegenwind de deelnemers wordt gevraagd om een verhoogde bijdragen. Spreker is bereid in gesprek te gaan met de Omgevingsdienst over die balans en de afspraken die er liggen. Hij twijfelt of de Omgevingsdienst over
4
dusdanig veel reserves beschikt dat deze de aandacht verdienen, maar als uitgangspunt vult hij aan dat daar waar de reserves terug kunnen, hij dat onderschrijft. De voorzitter vraagt de commissieleden of een fractie van plan is een motie of een amendement op de zienswijze in te dienen. De heer El Amraoui (D66) vindt het een hamerstuk. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) neemt het terug naar de fractie. Mevrouw Parijs (Bosch Belang) is blij met de toezegging van de wethouder maar neemt het stuk mee terug naar de fractie. De heer Van Hattem (PVV) overweegt een motie en neemt het mee terug naar de fractie. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) neemt het terug naar de fractie. Het voorstel zal als een hamerstuk worden doorgeleid naar de raadsvergadering. Overige onderwerpen ter bespreking 6.
Discussienotitie Winterfestijn – gG De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) meldt dat de notitie voor zich spreekt. De gedachte achter deze notitie is dat een stad als Den Bosch of Rosmalen ook in de winter meer mensen kan aantrekken door een winteractiviteit. Dit zorgt voor een betere aanloop en een hogere omzet. Er zijn meerdere voorbeelden in de omgeving van hoe men dat kan doen. Hij vroeg zich af waarom er in Den Bosch niets gedaan wordt. Zoals ook in de motie vermeld is eerder wel geprobeerd een aanzet ertoe te geven, dit is de laatste tijd eigenlijk helemaal niet gelukt, wat ook de kern van de boodschap is. Er ligt nu een principiële vraag voor: zou Den Bosch als grote stad eigenlijk niet ook iets dergelijks moeten hebben? Hij stelt voor om met name de eerste van de vijf gestelde vragen te beantwoorden: vinden wij met elkaar dat wij als gemeente 's-Hertogenbosch zo een festijn moeten hebben? Als deze eerste vraag negatief wordt beantwoord, dan zijn de overige vier vragen niet meer aan de orde. De voorzitter geeft aan dat sprekers vier minuten de tijd hebben om hier een reactie op te geven. De heer Altenburg-Collin (VVD) heeft enkele vragen. Hij vraagt de heer Verhoef of het evenement gehouden wordt op de Parade of door de hele stad. Hij is benieuwd of de heer Verhoef Bossche ondernemers hierover heeft gesproken. Hij vervolgt met zijn eigen betoog.
Het doet hem deugd te lezen dat de Bossche VVD al sinds 2009 aandacht heeft voor zowel de binnenstad als voor Rosmalen. De VVD ziet ook graag een mooi winterfestijn door de hele stad en noemt als voorbeeld de stad Düsseldorf in december. Dit festijn zou gratis toegankelijk moeten zijn voor iedereen. Maar de VVD ziet in eerste instantie een rol weggelegd voor Den Bosch Partners als aanjager die samen met Bossche ondernemers dit initiatief gaat vormgeven. Indien zij hiervoor een concreet plan hebben, ziet de VVD graag dat de gemeente dit faciliteert. Spreker heeft zowel Anneke Schults als een lokale ondernemersvereniging gesproken, zij zijn niet meer zo enthousiast over deze plannen uit 2009. Zij zijn tevreden met de kleinschalige initiatieven die er nu zijn. Een voorwaarde voor de VVD is dat het initiatief komt vanuit ondernemers uit de hele stad, anders is het helaas pindakaas in plaats van glühwein. De heer Ploegmakers (CDA) dankt gewoon ge-DREVEN voor het opstellen van de discussienotitie. Ook het CDA is voorstander voor een warme activiteit in de koude winter. De fractie is van mening dat het een kwalitatief hoogwaardig evenement moet worden. Het voorbeeld van Maastricht is voor hem een groot commercieel circus. Hij geeft aan dat het de laatste jaren niet voor de wind gaat met het winterevenement.
De gemeente trad op als organisator, de Stichting Bosch Winterparadijs gooide het bijltje erbij neer. Ook het CDA is groot voorstander om Den Bosch Partners te laten kijken naar het winterevenement maar wenst dit breder te trekken en hoort daar graag een reactie op. Den Bosch geeft € 350.000 uit aan De Bossche Zomer en € 50.000 aan een winterevenement. Dit totale bedrag van € 400.000 betreft geen probleem voor het CDA, maar zij ziet graag een betere balans tussen De Bossche Zomer en de winter. De CDA pleit voor één projectorganisatie in plaats van meerdere initiatieven die naast en langs elkaar werken. Hij stelt dat alle betrokken
5
partijen de wens hebben om de Bossche ondernemers de revenuen te laten plukken in zowel zomer als winter. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt hoe de heer Ploegmakers de verdeling ziet tussen het winter- en het zomerevenement. De heer Ploegmakers (CDA) wil daar niet direct een bedrag aan hangen. Hij vindt het van belang dat meerdere organisaties de koppen bij elkaar steken om tot een creatieve oplossing te komen voor twee evenementen waarvan het gezamenlijk budget € 400.000 is. De heer El Amraoui (D66) vraagt of de heer Ploegmakers denkt dat het haalbaar is om een winterevenement te organiseren dat dan net zo groot is als in de zomer. Hij haalt zowel de weersomstandigheden en de gladheid aan. De heer Ploegmakers (CDA) denkt dat beide evenementen niet even groot hoeven te zijn. De Bossche Zomer heeft het de afgelopen jaren moeilijk gehad. Dit was te zien in de vermindering van activiteiten als gevolg van personeelstekort, minder enthousiasme et cetera. Daarom is spreker van mening dat dit wellicht het juiste moment is om met elkaar te bespreken hoe verder te gaan met deze twee evenementen. Hij gunt iedere Bosschenaar zowel een zomerevenement als een winterevenement. Mevrouw Klerks (Volt) dankt de indieners van de discussienotitie. Zij is blij met de pragmatische wijze waarop de discussienotitie is opgesteld.
Achter de eerste vraag hoort zij de vraag: wat is voor eenieder een winterfestijn? Zij is benieuwd naar de organisatie bij de genoemde voorbeelden zoals Maastricht en Düsseldorf. Hoever wil Den Bosch gaan? Zij haalt het compromis van de heer Ploegmakers aan, waarin hij voorstelt om de Bossche Zomer en de Bossche Winter bij elkaar te brengen. Er zijn interessante routes om na te gaan om de haalbaarheid van een winterfestijn in Den Bosch te peilen, maar de eerste stap blijft het beantwoorden van de vraag: wat is voor eenieder een winterfestijn? De heer El Amraoui (D66) haakt hierop aan en meldt dat dan ook duidelijk gemaakt moet worden wat men verstaat onder wintermarkt en winterevenement. Hij vraagt of mevrouw Klerks zich aan die vragen wil wagen. Mevrouw Klerks (Volt) is van mening dat duidelijk gemaakt moet worden wat een winterfestijn is voor de gemeente Den Bosch. De heer El Amraoui (D66) dankt de inbrengers van de discussienotitie. De oorspronkelijke vraag van gewoon ge-DREVEN vindt hij een vernauwende vraag waarop het antwoord 'nee' de discussie zou sluiten. Hij vindt het belangrijk om te benadrukken dat het hier gaat om een breed evenement dat de binnenstad ieder seizoen, dus ook in de wintermaanden aantrekkelijk moet maken. Dit is in de voorgaande jaren ook gedaan.
In 2022 is dat niet gelukt, mede omdat de Stichting Bosch Winterparadijs en de gemeente er samen niet uitkwamen en door de hoge energiekosten en de nieuwe geopolitieke situatie. D66 begreep uit de media dat de gesprekken weer zijn opgestart met Bosch Winterparadijs en vraagt de portefeuillehouder in hoeverre deze al lopen en wat zijn verwachtingen zijn. D66 leest een behoefte in de discussienota om een dergelijk evenement te commercialiseren, maar tegelijkertijd hoort hij bij collega's dat zij juist een open event wensen zonder toegangskaartjes. D66 denkt dat het een utopie is om een volledig commercieel evenement te hebben waarbij gratis facetten behouden blijven, zeker indien er een schaatsbaan geplaatst wordt zoals Koninklijke Horeca Nederland (KHN) wenst. Het evenement geheel commercieel uitbaten zonder kosten is lastig te realiseren. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt waar D66 de informatie heeft verkregen over het feit de Koninklijke Horeca Nederland een schaatsbaan wil plaatsen. De heer El Amraoui (D66) geeft aan dat medio 2022 er een ontmoeting was met KHN waarbij ook de fractievoorzitter van de VVD aanwezig was. Op dat moment heeft KHN aangegeven een enorme voorstander te zijn van het Bosch Winterparadijs, met name omdat de schaatsbaan en andere publiekstrekkers daar voor een goede dynamiek zorgden met de lokale horecaondernemers. D66 ondersteunt dit.
6
De heer Altenburg-Collin (VVD) geeft aan dat de wens van een schaatsbaan niet expliciet benoemd is in zijn gesprek van deze week met de voorzitter van de horeca in de Bossche binnenstad. Hij vermoedt dat de informatie van de heer El Amraoui achterhaald is. De heer El Amraoui (D66) neemt dit van de heer Altenburg aan, desalniettemin was het enthousiasme destijds over de schaatsbaan zeer groot. Hij neemt contact op met Koninklijke Horeca Nederland om geactualiseerde informatie te krijgen. Een louter commercieel evenement wordt naar zijn mening lastig, ook om de openheid en toegankelijkheid te betrachten. Wel ziet D66 dat een combinatie van commerciële partijen zoals de lokale horecaondernemers een zeer succesvol evenement kan realiseren. Hij vraagt de portefeuillehouder of er gesprekken gevoerd worden met de stakeholders uit de culturele sector en zo ja, in welk stadium deze gesprekken zich op dit moment bevinden. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) dankt de inbrenger van de discussienotitie. Leefbaar 's-Hertogenbosch is een groot voorstander van een winterfestijn. De partij vindt de overige vier vragen uit de discussienotie lastig te beantwoorden. Het zou goed zijn om de bewoners en bezoekers te vragen hoe zij een winterfestijn in zouden vullen.
Als daar duidelijk zicht op is kunnen alle genoemde partijen in stelling gebracht worden en is men zeker dat er bezoekers getrokken worden. In dit stadium kan hiervoor het digipanel gebruikt worden, dat zou tijdig informatie leveren om nog voor de komende winter te gebruiken. Hij kan zich voorstellen dat een schaatsbaan een grote publiekstrekker is, dat is het namelijk altijd al geweest. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) dankt gewoon ge-DREVEN voor het inbrengen van de discussienotitie. Vooraf wil hij meegeven dat het niet zo is dat de gemeente een winterfestijn nu niet meer zou ambiëren omdat het in het verleden mis is gegaan. De fractie van Rosmalens Belang is van mening dat bijvoorbeeld tijdens de kerstperiode niet alleen de binnenstad maar ook de gehele gemeente in winterse sferen kan verkeren om de stad extra aantrekkelijk te maken voor bezoekers. Dit is ook goed voor de ondernemers. De tweede vraag uit de discussienotitie roept een vraag op bij Rosmalens Belang. De fractie vraagt zich af wat er bedoeld wordt met 'commercieel' en of dat wel relevant is. In de huidige afspraken is vastgelegd dat de Bossche partners het evenement financieel moeten kunnen opbrengen, zoals ook aangegeven in een raadsinformatiebulletin van 2022. De derde vraag uit de notitie betreft de takenverdeling tussen de uitvoerende partij, commerciële taken, en de gemeente, toetsende taak.
Rosmalens Belang is van mening dat het mooi is als zowel de parade als ook de hele binnenstad in winterse sferen zouden verkeren. De binnenstadmanager en de Bossche partners zouden volgens de fractie de belangrijkste rol moeten spelen. De vierde vraag gaat over de kosten. Rosmalens Belang is van mening dat het goed is als een evenement op eigen benen kan staan zonder gebruik van gemeenschapsgeld. De partij stelt als uitgangspunt voor dat de gemeentelijke bijdrage beperkt blijft en misschien na enkele jaren niet meer nodig zal zijn. Indien er structurele bijdragen nodig zijn is het fair breder te kijken naar bijvoorbeeld wijk- en dorpsbudgetten. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt heer Kouwenberg welk te besteden bedrag hij maximaal acht. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) stelt dat in een eerder stadium het maximale bedrag € 37.500 was, wat te weinig bleek. Nu is het gemaximeerd op € 50.000 wat een logische keuze lijkt. Op de vijfde vraag uit de discussienotitie, of het in de voorjaarsnota moet komen, is de heer Kouwenberg van mening dat dat niet moet. Zijn partij denkt dat het goed is om met de partners een plan op te stellen en vervolgens te kijken hoe dat met elkaar vorm te geven, ook op financieel gebied. De heer Van Hattem (PVV) dankt gewoon ge-DREVEN voor het indienen van de bespreeknotitie. Wat de PVV betreft mag het winterfestijn ook het kerstfestijn heten.
Het gaat erom dat het evenement mogelijk gemaakt wordt. De PVV stelt dat het festijn past bij levendigheid van de Bossche binnenstad en vindt dan ook dat Den Bosch het evenement zeker moet ambiëren, antwoordend op de eerste vraag gesteld in de discussienotitie. Het betreft een evenement dat in de kerstperiode zal zorgen voor veel plezier en goede omzetten. Wel is hij van mening dat er goed moet worden ingegaan op de gestelde vragen. De meest fundamentele vraag voor de PVV is of het evenement commercieel moet zijn of ook gesubsidieerd moet worden. De partij vraagt zich af of het evenement zonder subsidie te realiseren is. Een ijsbaan kost al gauw € 120.000 om vijf weken te exploiteren,
7
de energiekosten komen hier nog bovenop. Het is een te groot risico voor exploitanten. Als de publiekstrekker gewenst is, is de PVV van mening dat dit niet mogelijk is zonder een gemeentelijke bijdrage. De heer Altenburg-Collin (VVD) herhaalt zijn eerder gestelde vraag aan de heer Van Hattem. Kan hij een maximaal bedrag noemen wat Den Bosch zou moeten bijdragen aan het winterfestijn inclusief de schaatsbaan gedurende een periode van vijf weken? De heer Van Hattem (PVV) vindt dat die vraag verder uitgewerkt dient te worden. Ook is de vraag of de ijsbaan vijf weken of misschien korter moet staan. Bij voorbeelden in het buitenland is te zien dat een ijsbaan een essentieel element voor een goede sfeer is. Er moet besloten worden wie de organisatie gaat doen. Naar mening van de PVV worden nu te veel partijen hierbij betrokken. De horeca heeft een te grote stem in de opzet van het evenement terwijl die er ook grote belangen bij heeft. Er is goede marktmeester nodig en de gemeente moet optreden als organisator zodat deze rol niet bij stakeholders en belanghebbende belandt. De gemeente moet duidelijk aangeven de organisatie op zich te nemen en het roer stevig in de hand houden. De heer Ploegmakers (CDA) hoort graag van de heer Van Hattem of het niet beter is dat de gemeente een meer faciliterende rol aanneemt in plaats van een inhoudelijke rol.
De heer Van Hattem (PVV) geeft aan dat de gemeente inderdaad een faciliterende rol moet aannemen, maar dat zij zeker ook als marktmeester moet optreden. Nu ligt de beslissende stem over wat er komt bij te veel verschillende partijen met tegenstrijdige belangen. Volgens spreker ligt daarin de reden dat het de afgelopen jaren steeds moeilijker is geworden om het te organiseren, afgezien van de coronaperiode. Hij stelt dat zoals voor De Bossche Zomer, de gemeente de initiatiefnemer van het evenement hoort te zijn. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of de heer Van Hattem ook met een ander plan kan instemmen als de gemeente zegt dat dit plan te duur wordt, met de mogelijkheid dat er dan geen ijsbaan komt of vindt hij dat de gemeente hoe dan ook het benodigde bedrag ter beschikking moet stellen, ongeacht de hoogte daarvan? De heer Van Hattem (PVV) antwoordt dat er dan te veel op zaken voorruit wordt gelopen. In eerste instantie moet gekeken worden naar wat men wil organiseren. Het uitgangspunt daarbij is dat er een mooi aanbod komt voor de inwoners en iets wat bezoekers naar Den Bosch kan trekken in de kerstperiode. Dan is de gemeente de organisator/facilitator maar de invulling ligt bij de commerciele partijen en die moeten ervoor zorgen dat het ook voor hen interessant is om daar te staan en er een bijdrage uit te halen.
De ijsbaan is een lastige kwestie, die een te groot risico vormt om dat op die manier te kunnen doen, waardoor de PVV denkt dat een gemeentelijke bijdrage nodig is om dat te realiseren. Dit heeft de gemeente al eerder gedaan met haar bijdrage van € 35.000 voor Joris' Kerstboom. Buiten de ijsbaan en Joris' Kerstboom om is al het andere door de commercie onderling te regelen binnen de kaders die de gemeente stelt. Op die wijze kunnen betere afspraken gemaakt worden dan wanneer te veel stakeholders tegenover elkaar staan zoals nu het geval is. De PVV stelt ook dat tijdig, ruim een halfjaar van tevoren duidelijk moet zijn wie wat en hoe gaat organiseren. Ook moeten de afspraken voor alle stakeholders duidelijk zijn en ook wie welke rol en bevoegdheid heeft. Ook moeten de extra kosten vooraf voor de exploitanten duidelijk zijn, zoals leges, precario en vergunningen. De laatste keer dat de kunstijsbaan ter sprake was, is besloten dit niet doen vanwege het klimaat. Dat argument kan wat de PVV betreft de prullenbak in. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt de heer Van Hattem of hij zich realiseert dat het plan mogelijk niet uitvoerbaar is. De heer Van Hattem (PVV) is van mening dat er goede mogelijkheden zijn om het plan te realiseren, maar dat het belangrijk is om duidelijke afspraken met betrouwbare partners te maken.
De heer Ploegmakers (CDA) vraagt wat de heer Van Hattem vindt van zijn voorstel om zowel De Bossche Zomer als de winter in één projectorganisatie onder ter brengen. De heer Van Hattem (PVV) is van mening dat het een uitstekend idee is waarbij de gemeente de touwtjes in handen heeft met een strakke organisatie, goed overziet wat de wensen zijn, wat er kan, wat er niet kan en zonder tegenstrijdige belangen.
8
De heer Altenburg-Collin (VVD) verduidelijkt de reden waarom de schaatsbaan de vorige keer geen doorgang vond. Er was niet alleen sprake van het klimaat, maar ook van hoge kosten. De combinatie van Joris' Kerstboom en een schaatsbaan komt neer op € 200.000. Spreker is daarom benieuwd of de heer Van Hattem vindt dat het winterevenement er tegen elke prijs moet komen. De heer Van Hattem (PVV) laat zich geen woorden in de mond leggen. Er moet een duidelijke afweging gemaakt worden. De kosten van Joris' Kerstboom zijn € 35.000. Het is mogelijk om dat geld aan de schaatsbaan te besteden en een kerstboom te plaatsen die niet van de publieke omroep is. Dit doet niet af aan het evenement. Volgens de PVV is het cruciaal te kijken naar wat er nodig is om het evenement te organiseren. Wanneer de gemeente de organisatie op zich neemt, kan zij ook de nodige eisen stellen en kan zij afspraken maken met partijen. Dit kunnen onderhandse- of aanbestedingsafspraken zijn met richtprijs en daar kunnen marktpartijken op instappen. In tegenstelling tot in het verleden moet de gemeente de partijen niet achteraf confronteren met extra kosten zoals leges en vergunningen. De te verwachten kosten en baten moeten vooraf duidelijk zijn. Verder merkt de PVV op dat het noodzakelijk is van alle exploitanten een Bibob-toets te vragen om witwaspraktijken te voorkomen.
Ook dient iedere exploitant bouw- en constructietekeningen te overleggen. Daarmee kan voorkomen worden dat bijvoorbeeld een zaak instort zoals eerder is gebeurd. Wanneer al deze stappen zijn gezet kan de gemeente als organisator een evenement zoals De Bossche Winter op een goede manier opzetten. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) dankt de initiatiefnemers van de discussienotitie. Voor GroenLinks is het niet noodzakelijk dat het evenement commercieel is, wel dat er sprake is van een kwalitatief hoogwaardig evenement. De fractie is het eens met gewoon ge-DREVEN dat een winterevenement of kerstmarkt een waardevolle bijdrage levert aan de sfeer en aantrekkelijkheid van Den Bosch. GroenLinks vindt niet dat de organisatie aan een uitvoerende partij overgelaten moet worden maar in samenspraak moet gaan met de gemeente, ondernemers en inwoners. Wat de vraagstelling betreft over de toegankelijkheid van het aanbod, geeft GroenLinks aan dat het aanbod voor iedereen moet zijn. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of hij goed begrepen heeft dat volgens GroenLinks de gemeente de trekker moet zijn van het winterfestijn. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) legt uit dat haar partij van mening is dat een organisatie de coordinatie op zich neemt, maar dat de gemeente samen met de inwoners en de ondernemers hierin inspraak moeten hebben.
Het is niet per se zo dat de ondernemers de belangrijkste partij zijn, alle partijen dienen bij de planning betrokken worden. De heer Altenburg-Collin (VVD) vraagt of voor GroenLinks de organisatorische trekker bijvoorbeeld de stichting Den Bosch Partners kan zijn. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) stelt dat dat inderdaad tot de mogelijkheden behoort, zolang andere partijen voldoende betrokken worden en ook iets over het programma te zeggen hebben. GroenLinks vindt toegankelijkheid heel belangrijk, iedereen moet mee kunnen doen ongeacht de mate van mobiliteit of inkomen. Het moet volgens de fractie een gratis festival zijn zodat ook de mensen met weinig financiële middelen het evenement kunnen bezoeken. Verder ziet GroenLinks dat er vermaak is voor alle leeftijden en dat ook duurzaamheid mee dient te wegen. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van eenmalige verpakkingen en milieubelastende activiteiten te beperken. Onder laatstgenoemde categorie valt de ijsbaan waardoor deze voor GroenLinks dan ook niet past binnen de doelstelling om CO2-uitstoot te verminderen. Als de ijsbaan toch doorgaat, dan is het zaak om de uitstoot op een andere manier te compenseren. Het maken van duurzame keuzes hoort ook bij een winterfestijn. Wat een mogelijke subsidie van de gemeente betreft is GroenLinks van mening dat het zou kunnen helpen om de gemeentelijke doelstellingen te bereiken.
Het plan moet dan wel goed uitgewerkt zijn en er moet gekeken worden in hoeverre dat plan bijdraagt aan de gemeentelijke doelstellingen. Afhankelijk daarvan zal het de hoogte van het subsidiebedrag bepaald moeten worden. De laatste vraag in de discussienota betrof of het onderwerp in de voorjaarsnota meegenomen moet worden. Voor GroenLinks geldt hoe eerder hoe beter. De partij hoopt de vertragende stappen van vorig jaar te kunnen vermijden en dit jaar wel een festijn te kunnen neerzetten.
9
De heer Ploegmakers (CDA) meldt dat het winterevenement enkele weken voor de jaarwisseling begint en meestal duurt tot Driekoningen. In de voorjaarsnota wordt de Begroting 2024 besproken en daarom is de heer Ploegmakers van mening dat het dan te laat is om het winterevenement te bespreken. Mevrouw Huijbrechts (GroenLinks) antwoordt hierop dat het dit jaar mogelijk al te laat is om, indien nodig, een goed bedrag neer te leggen. Zij is van mening dat er nu gekeken moet worden naar wat er dit jaar binnen het budget mogelijk is en dat er ook vooruitgekeken wordt. Dit kan door samen te bespreken hoe men dit de komende jaren wil doorzetten voor de voorbereiding van toekomstige winterfestijnen. Voor GroenLinks is er geen sprake van een eenmalig evenement. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) ambieert een winterfestijn. In de coronaperiode was er zowel een Bossche Zomer als een Bossche Winter. Al was het winterfestijn niet groot, er was een mooi programma en de opzet is er al. De vraag die nu voorligt is hoe groot het festival wordt en hoeveel geld de gemeente eraan gaat besteden. Die vraagt ligt nu voor, maar het is volgens spreker niet aan de raadsleden om die nu te beantwoorden. Zij moeten zich eerst afvragen hoe dit aan te pakken en dan kan bepaald worden hoe groot het evenement wordt. VOOR Den Bosch is wel van mening dat er een ijsbaan moet komen.
Als milieuvriendelijkere oplossing stellen zijn een synthetische ijsbaan voor. De heer Altenburg-Collin (VVD) hoort graag waaruit de synthetische ijsbaan van gemaakt is. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) geeft aan dat er sprake is van een werkelijke schaatsbaan die gemaakt is van platen waarover een gladde laag wordt gelegd. De baan is te gebruiken met reguliere ijsschaatsen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) geeft aan dat VOOR Den Bosch een wensenlijst heeft, maar niet nu al over het budget wenst te spreken. Hij vraagt zich af of er voor VOOR Den Bosch sprake is van een winterevenement tegen elke prijs, of van een streven. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) meldt aangegeven te hebben wat de partij ten minste wenst waarbij de ijsbaan een prioriteit is. VOOR Den Bosch vindt de ijsbaan belangrijk ook voor de verbinding en de gezelligheid in de winter in Den Bosch, wanneer de sportactiviteiten stilliggen. Zo blijft de jeugd ook in beweging. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of de ijsbaan er moet komen ongeacht de kosten. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) stelt dat een kunstijsbaan niet zeer prijzig is en dat de kosten zo hoog gemaakt kunnen worden als men wil, afhankelijk van de wensen, daarvoor hoopt zij mensen bereid te vinden die hieraan willen meedenken.
De heer Ploegmakers (CDA) geeft aan dat men praat over een winterevenement en al met inhoud en vorm bezig is. Hij is van mening dat de discussie in eerste instantie niet hierover moet gaan. Hij ziet eerder dat een projectorganisatie de vrije hand krijgt en met een voorstelt komt. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) merkt op dat wat eigenlijk voorligt de vraag is of men een winterfestijn wil of een enkel evenement. Wordt er enkel op de parade gefocust of is er de wens om het groots en door heel Den Bosch te rekken? Er moeten gesprekken komen met partners en mogelijke partijen om eerst te bekijken wat en binnen welke budgetten dat mogelijk is. De heer Ploegmakers (CDA) hoort mevrouw Van den Wildenberg zeggen dat het eerst zaak is om partners in stelling te brengen en vraagt of deze partners vervolgens een voorstel kunnen maken. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) zegt dat dat een mogelijkheid is, maar benadrukt dat haar partij groot voorstander is van een ijsbaan en heeft uitgezocht hoe dat zo goedkoop en duurzaam mogelijk kan. VOOR Den Bosch hoort graag zo snel mogelijk de positie van de gemeente hierin en welke kosten er met het evenement gemoeid zijn.
10
Mevrouw Parijs (Bosch Belang) dankt de initiatiefnemer van de discussienotitie. Gezien de ervaringen en strubbelingen in het verleden is Bosch Belang in eerste instantie geen voorstander van een winter evenement. De partij is het met Leefbaar 's-Hertogenbosch eens dat het zaak is om eerst te peilen wat de precieze wens is en wat men belangrijk vindt voor Den Bosch. Bosch Belang trekt het graag breder met bijvoorbeeld marktkraampjes, maar ziet de noodzaak van een ijsbaan niet. De heer Peters (PvdA) dankt gewoon ge-DREVEN voor het schrijven van de bespreeknotitie. Den Bosch is een bruisende stad met evenementen zoals het carnaval, Jazz in Duketown en De Bossche Zomer. De Bossche PvdA is van mening dat het winterfestijn ook zeker in dit rijtje thuishoort. De partij is wel sceptisch over een puur commercieel winterfestijn en wenst geen evenement dat (mede) gesponsord wordt door bedrijven zoals Red Bull en Coca-Cola, wat zou leiden tot een consumptiefestijn dat enkel nut heeft voor de bezoeker met een dikke portemonnee. Hij benadrukt het belang van laagdrempeligheid bij alle Bossche evenementen, deze dienen voor alle inwoners toegankelijk te zijn. Deze eis staat voor de Bossche PvdA op de eerste plek en de partij verzoekt de gemeente deze eis mee te nemen richting de organisatie.
De partij ziet geen obstakel in het verlenen van subsidies, maar vraagt wel aandacht voor een goede verhouding met de andere evenementen in Den Bosch. Hij uit de hoop dit jaar een mooi winterfestijn voor iedereen te kunnen organiseren waar de kerstgedachte leidend is en niet de dikte van de portemonnee. De heer Altenburg-Collin (VVD) heeft in het betoog van de Bossche PvdA niet gehoord wat de wensen zijn voor de invulling van het winterfestijn. Hij vraagt of de heer Peters dit punt kan verduidelijken door concreet aan te geven wat volgens de Bossche PvdA een winterfestijn is. De heer Peters (PvdA) spreekt van muziek, kraampjes en activiteiten, misschien ook bijdragen van cultuurmakers. Hij laat zich ook graag verrassen door de initiatieven en creativiteit van de Bossche ondernemers om door de hele stad iets moois te maken. De heer Altenburg-Collin (VVD) hoort graag van de Bossche PvdA of de gemeente als trekker dient op te treden. De heer Peters (PvdA) is van mening dat de gemeente een trekker moet zijn, maar wel dat deze eisen mag stellen aan de organiserende partijen zoals ondernemers. Voor de Bossche PvdA moet vooropstaan dat het evenement voor iedereen toegankelijk is. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of de PvdA sponsoring van bedrijven zoals Coca-Cola of Red Bull uitsluit of algehele sponsoring uit wenst te sluiten.
De heer Peters (PvdA) wil niet specifiek partijen uitsluiten, maar vindt dat het evenement om meer moet draaien dan enkel plezier hebben door er, dure, dingen te kopen. De betrokken Bossche ondernemers moeten natuurlijk geld verdienen, maar dit is voor de Bossche PvdA niet leidend, iedereen moet kunnen genieten van het winterfestijn. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt de heer Peters of wat zijn partij betreft commercialisatie hand in hand kan gaan met toegankelijkheid voor iedereen. De heer Peters (PvdA) beaamt dat. Zijn partij is niet sceptisch over het feit dat ondernemers geld verdienen, maar wel dat het een puur commercieel evenement zou kunnen worden. Mevrouw Hamerslag (PvdD) dankt de initiatiefnemer van gewoon ge-DREVEN voor de discussienotitie. Het is voor de PvdD niet een doel op zich om een winterfestijn te organiseren. Ook de fractie van PvdD vindt dat eerst gedefinieerd moet worden wat een winterfestijn is. Een commerciële kerstmarkt draagt bij aan consumentisme, wat een negatief effect op de aarde heeft: het verkopen van meer spullen vraagt om het produceren van deze spullen, wat weer vraagt om grondstoffen en energie. Daarom ziet de PvdD dergelijke kerstmarkt liever niet en vindt dat er zeker geen subsidie naartoe moet gaan.
De heer Van Hattem (PVV) vraagt de PvdD of zij een kerstmarkt met biologische, tweedehands- of handgemaakte producten wel ziet zitten.
11
Mevrouw Hamerslag (PvdD) kijkt ernaar uit om dergelijke kerstmarkt te bezoeken, maar zij sluit zich aan bij hetgeen de PvdA ook zei, het moet niet draaien om het verkopen van zoveel mogelijk spullen. De heer Van Hattem (PVV) is ook van mening dat het evenement niet alleen maar om het commerciële moet gaan maar inderdaad ook om de beleving voor de burgers en de stad. De verkoop van tweedehandsgoederen of biologische producten is evengoed handel en hij vraagt daarom mevrouw Hamerslag of zij kan verduidelijken welke aspecten van commercialisme dan niet mogen. Mevrouw Hamerslag (PvdD) noemde het consumentisme, wat het stimuleren van het kopen van nieuwe producten inhoudt. Het lijkt haar een heel goed idee dat in de kaders gesteld wordt dat tweedehands- en biologische producten verkocht worden. Zonder deze kaders zullen ondernemers voornamelijk nieuwe producten aanbieden. De heer Van Hattem (PVV) stelt dat als het aan de PvdD ligt de markt die tot dusver hoofdzakelijk etenswaren aanbood, vervangen worden door brocanterie, antiquiteiten en biologische producten. Mevrouw Hamerslag (PvdD) is wat de verkoop van etenswaren betreft ervoor om enkel plantaardige producten aan te bieden. Een antiekbeurs lijkt haar gezellig.
Zij ziet ook graag een culturele invulling en noemt als voorbeeld theatergroepen die optreden en lokale makers de binnenstad vol zetten met duurzame alternatieven voor kerstbomen. De PvdD staat open voor initiatieven waar de inwoners van Den Bosch echt wat aan hebben en staat niet achter initiatieven die enkel economisch stimulans als doel hebben. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) hoort graag of mevrouw Hamerslag van mening is dat het evenement vooral voor inwoners van Den Bosch moet zijn of voor de kiezers van de PvdD. Mevrouw Hamerslag (PvdD) antwoordt dat het evenement voor alle inwoners van Den Bosch bedoeld is. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of het winterfestijn aan de maatstaven van de PvdD moet voldoen. Mevrouw Hamerslag (PvdD) stelt dat de raad kaders kan stellen en hoopt dat de raad ook vindt dat het evenement aan duurzaamheidseisen moet voldoen. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) vraagt of men dan niet voorbijgaat aan de wensen van de inwoners die niet voor de PvdD stemmen. Mevrouw Hamerslag (PvdD) stelt dat een heel leuk evenement georganiseerd kan worden dat ook duurzaam is, daaraan hoeft dus niet voorbij te worden gegaan. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) stelt dat mensen consumentisme ook leuk vinden.
De voorzitter stelt dat mevrouw Hamerslag de vragen van Rosmalens Belang inmiddels beantwoord heeft en geeft het woord aan de heer Ploegmakers. De heer Ploegmakers (CDA) haakt in op het voorstel van de heer Kieft om gebruik te maken van het digipanel om te vragen naar de mening van de Bosschenaar. Het zou kunnen dat de mening van de Bosschenaar niet in lijn is met wat de PvdD vindt. Hij is benieuwd naar wat de PvdD in dat geval doet. Mevrouw Hamerslag (PvdD) is van mening dat de gemeente het goede voorbeeld moet geven. De gemeente heeft de kennis in huis om juiste beslissingen te nemen omtrent bijvoorbeeld duurzaamheid. Zij snapt dat een groot aantal burgers niet de tijd en energie heeft om zich goed in te lezen in duurzaamheid. Het is dan de taak van de gemeente om precedenten te scheppen en het goede voorbeeld te geven. Een consequentie daarvan kan zijn dat bepaalde activiteiten geen doorgang vinden zelfs al zouden mensen die leuk vinden, omdat deze activiteiten niet verstandig zijn met het oog op de aarde en zijn leefbaarheid.
12
De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) hoort graag van de PvdD of zij denkt dat de Bosschenaar naar de binnenstad zal komen wanneer hij in de krant leest dat de ijsbaan, de poffertjes, de glühwein en Coca-Cola ontbreken. Mevrouw Hamerslag (PvdD) noemt de culturele aspecten van het Zomerfestival, dat veel bezoekers trekt, en dat een voorbeeld kan zijn voor de invulling van het winterfestijn. Wat een mogelijke kerstmarkt betreft ziet de PvdD duidelijke kaders die stellen wat voor soort producten en eten en drinken er verkocht mag worden. De fractie is van mening dat daar ook mensen naartoe komen. Als antwoord op de laatste vraag die de discussienotitie stelt geeft mevrouw Hamerslag aan dat als gekozen wordt voor een commerciële kerstmarkt, het de PvdD dan logisch lijkt dat de gemeenteraad daar strenge kaders voor stelt, zoals een minimum aan plantaardige catering en dat de financiën in de voorjaarsnota worden besproken. Reactie college Wethouder Roy Geers dankt gewoon ge-DREVEN voor de discussienotitie. Hij heeft een mooi debat gehoord met daarin ook de centrale vraag: wat is nou een winterfestijn? Een aantal voorbeelden uit andere steden zijn de revue gepasseerd, hij stelt voor vooral dichtbij te kijken wat er in de eigen gemeente uiteindelijk georganiseerd kan worden. Een aantal partijen heeft nadrukkelijk verwezen naar Den Bosch Partners.
De raad is via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de wens van de gemeente een structurele variant voor winterse sferen in de binnenstad te onderzoeken. Daarbij is Den Bosch Partners een belangrijke partij samen met een aantal andere partners in de binnenstad. Zoals ook in Rosmalen wil de gemeente het liefst een mooie winterse sfeer creëren in het dorpshart. In Rosmalen gebeurt dat vanuit het centrummanagement, de ondernemers en verschillende verenigingen zonder al te grote bemoeienis en investeringen van de gemeente. Dit wenst de wethouder ook voor de binnenstad van Den Bosch. Een belangrijke vraag waar goed over nagedacht moet worden is of er de wens is voor een echt evenement of voor een aantrekkelijke binnenstad die op dat moment in winterse sferen verkeert waarbij een evenement eerder de kers op de taart zou zijn. Dit traject is nu gestart met Den Bosch Partners en andere partijen die ook meedenken en die in de binnenstad veel betekend hebben. Wat moet er gedaan worden om niet alleen een feestje op de Parade te organiseren maar ook de binnenstad in winterse sferen te zetten die aantrekkelijk is voor iedereen. De wethouder kijkt terug naar de laatste editie. Het was druk in de binnenstad, dat was ook zichtbaar aan de bezetting in de parkeergarages en in de fietsenstallingen.
De belangrijkste vraag blijft: wat is de doelstelling van de winterse sferen die men wil creëren in de binnenstad? Gaat het om het trekken van nog meer bezoekers naar de binnenstad? Of gaat het erom dat mensen een fantastische tijd hebben en lekker lang in de binnenstad blijven hangen en misschien toch wel op een terrasje gaan zitten of in een winkel iets kopen. De binnenstadondernemers zijn een motor van de economie van Den Bosch die ervoor zorgen de binnenstad floreert. Den Bosch Partners en de binnenstadmanager zijn aan zet om juist die ondernemers te mobiliseren om samen een prachtig winters evenement/festijn en winterse sferen te creeren. Het college is op dit moment volop bezig met de planning. Het is nu nog niet mogelijk te melden wanneer daar concrete stappen uitkomen, maar het doel is wel heel nadrukkelijk om daar dit jaar een invulling aan te geven. De heer El Amraoui (D66) vraagt de wethouder of de Stichting Bosch Winterparadijs onderdeel is van de gesprekken die op dit moment gevoerd worden. Wethouder Roy Geers heeft bij Den Bosch Partners aangegeven dat de Stichting Bosch Winterparadijs zich de afgelopen jaren op een geweldige manier heeft ingezet. Hij heeft hen verzocht Stichting Bosch Winterparadijs mee te laten denken en mogelijk ook te laten bijdragen aan een nieuw te ontwikkelen concept.
Het is echter niet vanzelfsprekend dat zij daadwerkelijk een rol krijgen. Hij wil een punt van orde maken over de gestelde eisen, op zijn minst nadrukkelijke wensen, die hij in het debat heeft gehoord. De inhoud ligt bij degenen die het organiseren en wordt voor iedereen zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt. Wat het proces betreft dient er gekeken te worden naar het beleid dat er is. Als er een evenement komt zal het getoetst moeten worden volgens de kaders die de raad daarvoor heeft vastgesteld. De heer Ploegmakers (CDA) dankt de wethouder voor zijn beantwoording. Het CDA heeft de suggestie gedaan de mogelijkheid te onderzoeken om voor De Bossche Zomer en het winterfestival tot een enkele projectorganisatie te komen en beide budgetten bij elkaar te voegen. Hij vraagt de wethouder om een reactie op deze mogelijkheid.
13
Tweede termijn De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) is als initiatiefnemer heel blij met de gegeven reacties Hij vat samen dat er een 'ja, mits' als antwoord geldt op de eerste vraag van de discussienotitie 'Vinden wij met zijn allen dat er iets zou moeten gebeuren?', wat hij als een positieve insteek beschouwt. Er zijn ook veel reacties geweest op de commerciële kwestie. Het is uiteindelijk wel de bedoeling dat het evenement voor iedereen is, en dus voor iedere portemonnee. Gewoon ge-DREVEN beoogt niet een extreem commercieel evenement. Er moet gekeken worden naar een mix. Terecht wordt gevraagd goed na te denken bij een mogelijke financiële inbreng van de gemeente, welke vorm en hoogte krijgt dat? Ook dit is afhankelijk van de inrichting van het evenement. Een voorbeeld hiervan is de schaatsbaan, al dan niet synthetisch. Zo kan een inrichting op detailniveau ingevuld worden en op onderdelen worden uitgewerkt. Er zijn vele mogelijkheden in het gebied, dat hoeft zich niet te beperken tot de Parade. De heer Verhoef is het eens met de wethouder dat het evenement zich over de stad zou kunnen verspreiden. Enkele mogelijkheden zijn circusachtige zaken, food en fun, kerstmarkt, pretpark et cetera. De vraag blijft in welke mate het commercieel opgezet moet worden.
De notitie heeft geprobeerd het belang van zelfstandigheid duidelijk te maken, waarbij de organisatie bij de marktpartijen ligt en de gemeente buiten schot blijft. Wel is het de taak van de gemeente om kaders te stellen. Voor gewoon ge-DREVEN zijn de horeca, de winkeliers en Den Bosch Partners mogelijke marktpartijen. De suggestie van het CDA om het zomerse evenement qua organisatie en filosofie te combineren met wat er in de winter gebeurt ziet spreker ook zitten. Dit betekent dat men aan tafel moet met partijen die er nu misschien nog niet op zitten te wachten, om tot een juiste invulling te komen. De partij vindt de vraag van Leefbaar Den Bosch zeer terecht: Voor wie is het evenement nou eigenlijk? Hier kan inderdaad het digipanel goed voor worden ingezet. Aansluitend daarop zal gekeken worden wat er op de markt is, hoe commercieel en tegen welke kosten het evenement gerealiseerd wordt. Wat gewoon ge-DREVEN betreft zullen de vele goede suggesties tot een voorstel leiden dat veel recht gaat doen aan de opmerkingen die in deze commissie zijn gebracht. De heer Van Hattem (PVV) meldt dat in de eerste termijn de nadruk sterk werd gelegd op de kosten. Hij is van mening dat eerst het beleid gemaakt moet worden, beleid moet voor het geld gaan. En daarvoor is eerst nodig te weten wat men wil gaan doen, daar ligt wat hem betreft nu de focus op.
Hij is het eens met de suggestie om de gemeente een trekkersrol te geven, dit kan zowel vanuit de organisatie van De Bossche Zomer of vanuit Den Bosch Partners. De gemeente moet het aanspreekpunt zijn en ook degene die de knopen doorhakt. De wethouder gaf aan Stichting Bosch Winterparadijs en veel andere partners erbij te betrekken. De PVV maakt zich zorgen over hoe de wethouder alle verschillende belangen uit elkaar gaat houden. De stakeholders zitten er vaak in met tegenstrijdige belangen, hier zal de gemeente scherp op moeten zijn om het goed georganiseerd te krijgen. Wat de Bibob-toets betreft is het ook een van de taken van de gemeente om dat te stellen in de kaders. In die kaders wordt ook bepaald hoelang het evenement duurt en of er alcohol geschonken wordt. Die gegevens zijn bepalend. Als het evenement langer dan twaalf dagen duurt en er wordt alcohol geschonken, dan is een alcoholvergunning nodig en is een Bibob-toetsing standaard. Dat is niet het geval als het evenement korter duurt dan twaalf dagen en dan zal men er scherper op moeten toezien dat er geen partijen op inspringen met minder frisse bedoelingen. De PVV ziet dat graag afgehecht en hoort graag van de wethouder wat er gebeurt op gebied van transparantie.