CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-02-14 Commissie Bedrijvigheid vastgesteld

Commissie BEDRIJVIGHEID 14 februari 2022, gemeente 's-Hertogenbosch4.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie BEDRIJVIGHEID Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv) Commissieleden:

Collegeleden:

14 februari 2022 Raadzaal

mw. J.P.M. Welten-van Doremalen mr. drs. R. van der Meer M.M.J. Dingemans, J.J.M. Gersjes, L.A.J. van Griensven, mw. W. de Groot MSc, mw. drs. J. Hendrickx, mw. A. Hernández, mw. R.F. van der Kallen-van der Donk, J.N. Kieft, D.J.G. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, A.P.R.G.M. van Rosmalen, A.M. Rotman, P.W.M. Schellings, P. Slikker, O.R. Thelissen, mw. mr. drs. I.E.C. Visschedijk, mw. C.K.J. Visscher, W.A.M. Vugs en P.H. Wiggers M.J.J. van der Geld MSc, mr. J.W.F. Hoskam

Afwezig:

E.R.F. Esser, mw. J.M.C. van Gool, W.B.G. Hoeben, H.J.M. Mees, mw. drs. H.M. Mees-Huibers, W.J.B. Meijer en G.J.I.J. Smeets MBA.

Verslaglegging:

DemiSec

1.

Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur en heet de aanwezigen en kijkers thuis welkom. Ze meldt de berichten van verhindering.

2.

Vaststelling van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

3.

Vaststellen van het verslag van de commissie Bedrijvigheid van 17 januari 2022 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

4.

Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst openstaande moties De voorzitter meldt het collegevoorstel om moties 1, 2 en 6 als afgedaan te beschouwen. De heer Slikker (PvdA) merkt ten aanzien van de afgevoerde motie Zuiderplas en Groote Wielenplas op het niet eens te zijn met het besluit om de motie af te voeren. De motie vroeg om in de ontwikkelkaders van de Zuiderplas en de Groote Wielenplas o.a toezicht, EHBO en sanitaire voorzieningen mee te nemen. Op het ontwikkelkader van de Zuiderplas wacht men al vier jaar en het college geeft nu aan dat dit ontwikkelkader in voorbereiding is en dat de motie daarom als afgerond kan worden beschouwd. De fractie wil dat echter beoordelen op het moment dat het ontwikkelkader wordt voorgelegd. Voor de Groote Wielenplas wil het college geen ontwikkelkader meer opstellen, maar dan zal er in een ander kader over de wens van de raad gesproken moeten worden . Het voorstel is daarom om de genoemde motie niet af te voeren. De commissie steunt dit verzoek van de heer Slikker. De heer Slikker wordt verzocht per mail de argumenten te melden waarom de motie op de lijst van openstaande moties moet worden gehandhaafd. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) ziet dat er toch financiële middelen zijn gevonden voor de samenwerking tussen DTV en ROS. Hij is blij dat dit is verwerkt en de motie kan inderdaad als afgedaan worden beschouwd.

De lijst van openstaande moties en de lijst van toezeggingen worden vastgesteld.

1

Raadsvoorstellen 5.

Wensen en bedenkingen op voorgenomen collegebesluit over de financiering N.V. BIM De voorzitter leidt de bespreking van het onderwerp kort in. Het college wil de afspraken over de financiering van de BIM actualiseren en hierover een besluit nemen. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) meent dat de onderliggende materie vrij ingewikkeld was. Hij heeft zich laten informeren en het is een prima stuk. Hij geeft een compliment aan de wethouder en BIM voor het gevoerde beleid. De heer Rotman (VVD) heeft geen bedenkingen en spreekt alleen de wens uit dat het goede beleid in dezen wordt voortgezet, zodat de toegevoegde waarde van de BIM voor de economie, maatschappij en de stad gecontinueerd wordt en wellicht vergroot wordt. Hij complimenteert de BIM met het gevoerde beleid. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft geen wensen en bedenkingen. Hij geeft een compliment aan de wethouder en BIM voor het gevoerde beleid. De heer Ploegmakers (CDA) heeft geen wensen en bedenkingen. De afgelopen twee jaar heeft het BIM vanuit het economisch actieplan € 125.000 ontvangen voor een impuls in de data community. Gevraagd wordt of deze steun structureel wordt of dat de BIM dit straks via eigen middelen gaat financieren. De heer Van Griensven (PVV) vraagt wat de gevolgen zijn als de BIM in de schulden komt te zitten.

Gevraagd wordt of de gemeente daarvoor moet opdraaien of dat hiervoor een andere oplossing voor handen is. De heer Gersjes (Groep Gersjes) vond het best wel een complex stuk. Hij begrijpt uit de stukken dat de BIM geen rente hoeft te betalen voor het geld dat de gemeente heeft geleend. Hij vraagt of die constructie voor meer organisaties binnen de gemeente 's-Hertogenbosch geldt. Wethouder Hoskam antwoordt dat de BIM gewoon rente betaalt. De rente over het geld dat wordt geleend bij de Bank Nederlandse Gemeenten wordt doorvertaald richting de BIM met een beheersopslag van 0,15%. Toen hij in 2011 aantrad bevond de BIM zich in zwaar financieel weer. De BIM voert beleid van de gemeente uit en kan niet zelfstandig beleid ontwikkelen. De laatste jaren is dat beleid buitengewoon succesvol uitgevoerd. Ondanks het feit dat er niet afgelost hoeft te worden op de leningen, hebben ze dit toch gedaan. Het vermogen dat op de balans staat is € 45 miljoen en het geleend vermogen bedraagt € 30 miljoen. Er is derhalve sprake van een overwaarde in het vastgoed. Kijkend naar de toekomst: er is een voorfinanciering gedaan voor de opbouw van de community. Het is de bedoeling dat de BIM dat soort uitgaven uit eigen zak financiert. De voorzitter concludeert dat geen wensen en/of bedenkingen zijn aangekondigd. Het raadsvoorstel zal niet meer ter besluitvorming worden voorgelegd.

6.

Onderzoek Rekenkamercommissie 'Subsidiebeleid Bossche culturele sector' De voorzitter leidt de bespreking van het onderwerp kort in. De Rekenkamercommissie heeft onderzoek verricht naar het subsidiebeleid in de Bossche culturele sector en vraagt de gemeenteraad in te stemmen met haar aanbevelingen over versterking van de controlerende rol van de raad in het subsidiebeleid. Er heeft eerder een informatieavond plaatsgevonden over dit onderwerp. Mevrouw Visscher (SP) wijst op een brief van het college met een reactie dat de conclusie en aanbevelingen niet worden overgenomen, maar voorgesteld is om het onderwerp over deze raadsperiode heen te tillen. Ze vraagt zich af of het verstandig is om thans over de conclusies en aanbevelingen te discussiëren. De voorzitter hoort mevrouw Visscher een ordevoorstel doen en het is aan de commissie om hierop te reageren.

2

De heer Thelissen (CDA) vindt het een beetje lastig om te voldoen aan het ordevoorstel. Dat had eigenlijk ingebracht moeten worden bij de vaststelling van de agenda. Hij snapt wel wat mevrouw Visscher bedoelt en heeft er in zijn bijdrage een voorstel voor om het in goede banen te leggen. De heer Gersjes (Groep Gersjes) kondigt aan niet mee te doen aan deze discussie. Hij was lid van de Rekenkamercommissie ten tijde van het onderzoek. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vindt dat het college vanzelfsprekend zelf mag bepalen of zij het eens is met de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer. Dat staat los van de vraag of de raad een discussie over het onderwerp kan voeren. Het is aan de raad om met elkaar in gemeenschappelijkheid te bepalen wat zij vindt van het cultuurbeleid. Het onderwerp kan wat haar betreft hedenavond worden besproken en bekrachtigd worden in de raad. De voorzitter vraagt of een meerderheid dit voorstel van mevrouw Hendrickx kan steunen. De commissie stemt hiermee in. De heer Thelissen (CDA) zegt dank aan de Rekenkamer voor het door hen opgestelde rapport. Het CDA heeft geworsteld met de aanbevelingen en het bijgevoegde besluit. Dat komt omdat de aanbevelingen zich vooral richten op de Bossche Culturele Basis (BCB), maar de kaders van de cultuurnota en de subsidieregeling raken ook de verenigingen.

De raad heeft eerder besluiten genomen en vertrouwen geschonken aan de culturele sector en verenigingen. Die zekerheid geeft de culturele sector en verenigingen meer ruimte en toegevoegde waarde voor het ontwikkelen van het maatschappelijk doel. Tegelijk heeft de raad ook een controlerende rol. Juist op dat punt worden aanbevelingen gedaan door vooraf en achteraf de meetbare kwalitatieve en kwantitatieve onderwerpen te benoemen en te rapporteren door middel van een uitvoeringsprogramma voor cultuur. Hij vraagt hoe dat programma tot stand komt. Wordt dit een ambtelijke rapportage of een randvoorwaardelijke subsidieregeling? Het besluit thans overnemen is te kort door de bocht. Het zou goed zijn eerst een discussie te voeren over de breedte en invulling van het uitvoeringsprogramma en de daarbij behorende rapportage. Het CDA overweegt een amendement om het college eerst deze discussie voor te laten bereiden alvorens tot uitvoering en besluitvorming over te gaan. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vindt dat er een goed beleidskader lag. Daar zat al de discussie hoe te handelen met het uitvoeringsprogramma. Wat dat betreft, was ze verrast door de reactie van het college op het rapport van de Rekenkamer. Dat lijkt op een karikatuur op hetgeen de Rekenkamercommissie voorstelt.

Zij is er een warm voorstander van om indicatoren te bepalen op welke fronten in de culturele sector het meer of minder kan. Haar fractie krijgt vaak vragen vanuit diverse culturele instellingen die zeggen waarom de ene wel een financiële bijdrage krijgt en een andere niet. Dat moet uitlegbaar zijn richting die instellingen. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) corrigeert mevrouw Hendrickx. Het is aan de raad welke instellingen in de BCB komen. Dat doet die elke vier jaar. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) wil juist weten of het doel wordt bereikt met het geld dat aan die culturele instellingen wordt gegeven. Daarvan zegt de Rekenkamercommissie terecht dat zij over te weinig gegevens beschikt. Ze zou daar meer grip op willen hebben. Het heeft overigens niks te maken met een gebrek aan vertrouwen, maar ze wil het beleid kunnen beoordelen en waar nodig kunnen bijsturen wie subsidie krijgt. Dat betekent de beleidsdoelstellingen naast de praktijk leggen en hier een goed gesprek over aangaan. Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat hetgeen mevrouw Hendrickx zegt, ook wordt verwoord in de reactie van het college. Het college is immers ook op zoek naar meetbare en kwalitatieve doelstellingen en de balans daartussen. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) las dat het college zegt dat het niet mogelijk is en de Rekenkamercommissie en De Bossche Groenen zeggen van wel.

De heer Thelissen (CDA) hoort mevrouw Hendrickx zeggen dat zij de aanbevelingen over-

3

neemt. Dat betekent dus dat iedere vereniging verantwoording wordt gevraagd. Hij vraagt zich af of het niet een beter idee is om de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie te omarmen maar de exacte breedte en de exacte diepte zou nog eens nader besproken kunnen worden. Dat zou ook aansluiten op het door hem aangekondigde amendement om een discussienotitie voor te bereiden. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vindt het prima om daar een discussie over te voeren. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) sluit aan bij het voorstel van de heer Thelissen om het onderwerp door te schuiven naar de volgende bestuursperiode. Inzake de reactie van het college vond hij de vijfde alinea een hele vervelende, minachtende negatieve passage. Daar spreekt weinig vertrouwen uit. Controle is wel degelijk van belang en er moet verantwoording worden afgelegd hoe de belastinggelden zijn ingezet. Hij steunt het aangekondigde amendement van het CDA. De heer Peters (D66) sluit zich aan bij de woorden van de heer Thelissen. De Rekenkamercommissie wordt dankgezegd voor haar inzet en onderzoek naar dit brede en vaak onoverzichtelijke onderwerp. Door de complexheid van het onderwerp ontbreekt het soms aan duidelijke doelen. Er was vooral veel behoefte aan de werkwijze binnen de BCB, onder meer in relatie tot de jaarverslagen. Een ambtelijke verduidelijking bleek meestal praktijk.

Het verzoek om via monitoring en verantwoording meer inzicht te krijgen in de cultuurdoelen is volgens de D66-fractie een te zwaar middel, want daarmee dreigt een terugkeer naar een te zakelijke benadering van de cultuursector waardoor de toekomstige beleidsstappen teniet kunnen worden gedaan. Om het culturele aanbod te finetunen en te versterken is een meer genuanceerde oplossing nodig. Wederzijds vertrouwen is daarbij leidend. De conclusies uit het uitvoeringsprogramma van het rapport passen niet bij die aanpak, want dat leidt tot meer regeldruk en bureaucratie. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) hoort dat er gefinetuned moet worden. Daar hoort controle bij van de uitgegeven gelden. De heer Peters (D66) wil nog een brede discussie over dat finetunen. Hij vervolgt: in het voorgestelde besluit onder 1d staat dat de Rekenkamercommissie verzoekt aan het college om de raad jaarlijks op hoofdlijnen te informeren over de behaalde maatschappelijke doelen en prestaties van de organisaties in relatie tot de verstrekte subsidies. Daar kan de fractie zich in vinden. Mevrouw Hernández (50PLUS) kan zich vinden in het betoog van het CDA. De controlerende taak van de raad en de meetbaarheid van de doelen van de cultuurorganisaties blijven belangrijk.

De discussie hierover kan thans nog niet worden gevoerd, maar moet met een discussienotitie overgeheveld worden tot na de nieuwe raadsperiode,. Mevrouw De Groot (VVD) heeft al eerder gevraagd of de indicatoren in de jaarstukken iets leren over de gang van zaken in de culturele sector. Wordt gemeten wat men wil weten en kunnen de controlerende taken van de raad afdoende worden uitgevoerd? Veel van de indicatoren zeggen niets over het maatschappelijke effect dat is behaald met de activiteiten. Het is belangrijk dat de informatiebehoefte van de raad niet overmatig ten laste komt van de culturele organisaties, maar ook rust bij de ambtelijke organisatie. Op die manier kan een uitvoeringsprogramma voor cultuurorganisaties van meerwaarde zijn. Verantwoording is een instrument waarmee duidelijk wordt waaraan het cultuurgeld wordt uitgegeven en wat het de maatschappij oplevert. Er zijn verder ook veel kleine organisaties actief die een bescheiden subsidie ontvangen. Derhalve moeten niet alle organisaties over één kam worden geschoren. Juist het mozaïek van kleine en grote organisaties is de kracht van de culturele sector. Op grote lijnen kan de VVD zich vinden in het voorliggende raadsvoorstel, maar het is wel zaak om een ondergrens te stellen aan de verantwoordingssystematiek en indicatoren op het gebied van beleidsdoelen en niet op basis van separate activiteiten.

De heer Slikker (PvdA) wil de nadruk leggen op de waarde van cultuur en hieromtrent beleid te ontwikkelen. Dat is geen sinecure. De Rekenkamer legt terecht de vinger op de zere plek. Wat is cultuurplek van het zuiden en cultureel ondernemerschap precies? Als het geld in beeld is, hoe legt men daar verantwoording voor af richting de belastingbetaler? In het rapport van de

4

Rekenkamer zijn twee zaken belangrijk: de analyse en de aanbevelingen. De analyse klopt, maar het voorstel dat de Rekenkamer opschrijft is vrij dichtgetimmerd. Hij vraagt waarover exact verantwoording moet worden afgelegd. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) kan het voor een groot deel eens zijn met de PvdA, maar de raad heeft er vaak een handje van om over lastige onderwerpen discussies te voeren en dingen vooruit te schuiven. Ze vraagt zich af of een uitvoeringsprogramma niet expliciet de taak is van het college. En wil de PvdA voorstellen om als raad met de instellingen te gaan praten om met elkaar te komen tot een indicatief programma voor wat betreft het uitvoeringsprogramma? Daar zou ze voor willen waken. Het is aan de wethouder om in te kopen wat nodig is. Daar moet de raad weg van blijven. De heer Slikker (PvdA) zegt dat het hem erom gaat hoe de waarden en voortgang worden gedefinieerd. Of dat in een breed gesprek met de culturele partners onder de aandacht moet worden gebracht of dat het een exercitie is van de wethouder, dat kan later worden bepaald. De heer Thelissen (CDA) hoort daarin dat de PvdA openstaat voor een breed gesprek over het uitvoeringsprogramma. Hij vraagt of de PvdA openstaat voor een amendement in dezen. De heer Slikker (PvdA) wil dat af laten hangen van het antwoord van de wethouder.

Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) noemt het een complexe materie. Het in beeld brengen van het culturele rendement is niet eenvoudig. Toch is enige sturing gewenst en moet een tussenweg worden gezocht naar een zo beperkt mogelijke stijging van de administratieve lasten maar er toch een globaal overzicht wordt gegeven waaraan het geld wordt uitgegeven. De suggestie van het college om met het culturele veld en de gemeenteraad in gesprek te gaan lijkt een goede suggestie, liefst in de nieuwe raadsperiode. De heer Wiggers (Bosch Belang) is het eens met de geformuleerde aanbevelingen van het rapport en het realiseren van nieuwe cultuurkaders op basis van een nog te voeren discussie. Eerder heeft Bosch Belang gevraagd om ondersteuning van organisaties die buiten de subsidiepot vallen en dat wordt overgenomen. Bosch Belang ziet niet graag dat culturele instellingen worden buitengesloten. Ook het streven dat grote organisaties de kleine helpen, is een goed uitgangspunt. Mevrouw Visscher (SP) is het eens met het CDA. Sommige dingen zijn niet altijd meetbaar en dat moet je soms ook accepteren. Er zijn andere mensen die er verstand van hebben en af en toe moet je hen het vertrouwen geven. Niettemin wenst de SP een goede balans tussen het geven van subsidie en het afleggen van verantwoording. Het college streeft naar haar idee naar die juiste balans met haar schrijven.

Met de aanvulling van het CDA erbij wil ze het cultuurbeleid hiermee aanvliegen. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) prijst het rapport van de Rekenkamer en hij kan zich erin vinden. Verantwoording afleggen noemt hij een goed streven. Verder moet er een duidelijk onderscheid zijn tussen de kleine en grotere organisaties, met name ten aanzien van de administratieve verantwoording. Het amendement van het CDA wordt gesteund. De heer Van Griensven (PVV) is tegen subsidies voor allerlei culturele clubjes. Dat belastinggeld kan beter worden besteed aan de eigen inwoners, zodat Den Bosch in plaats van Cultuurstad van het Zuiden niet de energiearmoedestad van het zuiden wordt. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) vraagt of de inwoners van Den Bosch volgens de PVV niet graag naar de bibliotheek gaan. De heer Thelissen (CDA) begrijpt dus dat de PVV vindt dat alle dansverenigingen of koren geen subsidie meer moeten krijgen. De heer Van Griensven (PVV) wil dat later beantwoorden in combinatie met zijn mening over het amendement van het CDA.

5

Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) wijst erop dat er in Den Bosch een rijk cultureel leven is en mensen en bedrijven zich er graag om die redenen vestigen. Is de PVV zich bewust van die impact? De heer Van Griensven (PVV) is zich hiervan bewust. Maar als in dat culturele klimaat veel geld wordt gestoken in plaats van verlaging van parkeerbelasting of de energieprijzen, dan is het niet fijn meer wonen en kunnen de bewoners ook niet meer deelnemen aan het culturele leven. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) vraagt of de PVV beseft dat indien er veel wordt gesneden in de cultuurgelden dan veel banen op het spel worden gezet en dat er nog meer energiearmoede is. De heer Van Griensven (PVV) komt er later op terug. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) hoopt dat de PVV beseft dat de konijnenvereniging en de carnavalsvereniging ook allemaal onder cultuur vallen. De heer Van Griensven (PVV) is zich hiervan bewust. Hij vervolgt dat het college het rapport niet naast zich neer mag leggen en de raad moet kunnen kijken hoe het geld is besteed. Voor wat betreft het verenigingsleven steunt hij het amendement van de heer Thelissen. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) verhaalt over zijn ervaring met het optreden van een jeugdorkest in het Theater aan de Parade. Het was evident dat hier gewerkt werd aan talentontwikkeling en vergroting van de kansengelijkheid.

Maar SMART-meetbaar te maken is dat niet en dat is ook niet erg. Er is de laatste jaren al veel gepubliceerd over de grenzen van het gezegde ‘meten is weten’. Door alleen naar metingen te kijken verlies je ook veel informatie. Daarnaast zijn er ook praktische bezwaren. Jarenlang is de culturele sector geplaagd door de noodzaak om ellenlange subsidieaanvragen in te vullen. Gelukkig is dat met de invoering van de BCB en het instellen van cultuurfondsen veranderd. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) stelt dat ondanks die vereenvoudiging van de subsidieaanvraag de raad de BCB nog altijd tegen het licht moet kunnen houden, zitten daar nog de culturele instellingen in waar we subsidie aan wil geven. Dat kan toch niet anders dan op basis van inzicht wat de instellingen leveren? We hebben grote beleidsdoelstellingen, zonder uitvoeringprogramma kan je toch niet bepalen bij welke instellingen je wat moet inkopen? De heer Van Rosmalen (GroenLinks) is het principieel niet eens met mevrouw Hendrickx en vervolgt zijn betoog. Het is niet de bedoeling dat instellingen zomaar hun gang kunnen gaan zodra de subsidie is verstrekt. Er is regelmatig overleg met de ambtenaren over de voortgang en ontwikkeling. Bovendien wordt door de raad ééns in de vier jaar de instellingen binnen BCB vastgesteld.

De raad krijgt ieder jaar de begroting waarin een aantal indicatoren staan die wel meetbaar zijn en de afdeling onderzoek voert regelmatig onderzoek uit naar het onderwerp. Het is derhalve zeker niet zo dat de gemeenteraad niet wordt geïnformeerd en met lege handen staat. Dat is evenwel iets anders dan een uitvoeringsprogramma opstellen met zoveel mogelijk meetbare doelstellingen en daarover ieder jaar rapporteren. Hij denkt dat de ambtenaren en medewerkers van cultuurinstellingen hun tijd beter kunnen gebruiken dan deze doelstellingen steeds te meten. Het onderzoeksbureau constateert dat de afdeling cultuur van de gemeente wel een goed beeld heeft van de activiteiten en de plannen. De fracties die meer informatie willen zouden hier te raden kunnen gaan. Bovendien rapporteren de meeste grote organisaties aan de gemeente via een jaarverslag dat ze graag aan raadsleden toelichten. De fractie van GroenLinks heeft geen behoefte aan het raadsvoorstel en kan zich vinden in de reactie van het college en zal in de raadsvergadering tegen het voorstel stemmen.” Wethouder Van der Geld antwoordt dat het meten van de impact van cultuur inderdaad niet eenvoudig is. Dat is nooit exact te vatten in cijfers. Die worsteling kent het hele land. Desalniettemin tracht de gemeente 's-Hertogenbosch dit wel te verbeteren.

Hij benadrukt dat het meten van de impact meer is dan het meten van resultaten van individuele instellingen. Het lijkt nu alsof controle en verantwoording afwezig zouden zijn, maar instellingen leveren gewoon jaarverslagen aan en die worden ook bevraagd voor de cultuurmonitor. Het verschil van mening is of er meer moet gebeuren qua afleggen van verantwoording. Het rekenkamerrapport wordt door 6

het college wel degelijk serieus genomen alsmede de controlerende taak van de gemeenteraad. Ten aanzien van de stelling van gewoon ge-DREVEN over slim nadenken: dat doet de gemeente al. Continu is de gemeente bezig met gesprekken over hoe het geld wordt uitgegeven. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) zegt per interruptie beter geïnformeerd te willen worden waar de subsidies naartoe gaan en welke onderliggende afspraken hierbij zijn gemaakt. Een betere verantwoording is nodig. Wethouder Van der Geld antwoordt dat de toelichting van het college over de verantwoording groter is. Hij proeft dat de raadsleden meer gevoel krijgen bij de indicatoren omtrent cultuur. Hij wil daar goed naar kijken. Dat kan een taak zijn voor de nieuwe raad. Hiermee wordt voorkomen dat allerlei nieuwe indicatoren worden verzonnen en nieuwe zaken worden gemeten met extra verantwoordingsdruk. Het is beter zich te beperken tot de huidige indicatoren. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) stelt dat er een beleidsnota is met een aantal doelen. Een van de doelen is meer cultuur in de wijken. Het is niet moeilijk om te achterhalen of die doelstelling is behaald. Op basis van die kaders moet die informatie naar boven zijn te halen. Het zou te gek zijn als hiervoor een werkgroep Indicatoren wordt samengesteld vanuit de raad. Wethouder Van der Geld noemt dat niet gek.

Die indicatoren zijn van de raad zelf en daarom moet de raad zich hier ook over buigen. Hij vervolgt: Het uitvoeringsprogramma is een doorvertaling van de cultuurnota richting de begroting. Daarbij zijn de culturele instellingen ingetreden richting de BCB en is het uitvoeringskader gerealiseerd. Cultuurstad van het Zuiden is begonnen in 2018 als marketingterm en omarmd door het college en de raad. Met de cultuursector is bepaald dat dit inhoudelijke lading verdiende. Het overstijgt de impactmetingen per instelling. Qua cultureel ondernemerschap wordt gemeld dat naar aanleiding van de eerdergevoerde brede discussies hierover in de raad reeds een definitie is geformuleerd. Voorbeelden van het afleggen van grote verantwoordingstrajecten bij kleine projecten zijn hem onbekend maar hij wil er graag meer over weten. De heer Thelissen (CDA) heeft geen antwoord ontvangen op de vraag of een discussienota moet worden gerealiseerd om zaken te finetunen. Wethouder Van der Geld denkt dat het college niet ver afwijkt van de mening van het CDA. Het college stelt in de brief dat in de komende beleidscyclus voldoende ruimte is om de indicatoren nader aan te scherpen. Hoe dit in verhouding staat met het amendement van het CDA, weet hij nog niet. Tweede termijn De heer Slikker (PvdA) leest met groot genoegen de jaarverslagen van de culturele instellingen.

Dat wordt gezien als het afleggen van verantwoording van individuele prestaties van individuele instellingen. Maar om tot dit doel te reiken zullen indicatoren nodig zijn. Hij begrijpt dat de wethouder hierover het gesprek met de raad en de culturele partners wenst te entameren of wil de wethouder het alleen hebben over de individuele verantwoording? Wethouder Van der Geld kiest voor de eerste optie: de totale impact voor de Cultuurstad van het Zuiden en niet een beoordeling op instellingenniveau. Hij doet de toezegging om in de bestaande beleidscyclus met elkaar naar die informatiebehoefte over de indicatoren te kijken om daar ook een bepaalde balans in te vinden tussen verantwoording en verbetering van beleid. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) denkt dat niemand zit te wachten op nog meer jaarverslagen, maar er is wel behoefte aan gerichte en geselecteerde informatie. Dat betekent het vaststellen van een goed beleidskader met heldere SMART-doelen en een uitvoeringsprogramma. Ze ziet overigens minder tegenstrijdigheden in het rapport van de Rekenkamer dan het college en sommige politieke fracties. Er dient volgens haar een ambitie te worden geformuleerd want de kaders zijn helder. Die discussie moet niet worden bemoeilijkt door allerlei moeilijke stappen in te gaan bouwen. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) stelt dat tegenwoordig bij ieder raadsvoorstel te-

7

genwoordig een risicoparagraaf zit. Bij subsidieverstrekking hoeft het volgens hem niet moeilijk te zijn om een matrix op te stellen over de toekenning van de subsidies. Bij afwijkingen kan de raad zelf ervoor kiezen om instellingen ter verantwoording te roepen aan de hand van het jaarverslag. De heer Slikker (PvdA) mist in het voorstel de kleuring waar de indicatoren over dienen te gaan. Wethouder Van der Geld antwoordt dat hij wil waken voor een gigantische verantwoordingsdruk voor bepaalde cultuurinstellingen. Dat kost veel tijd en geld. De voorzitter luidt een korte adviesronde in. De heer Wiggers (Bosch Belang) doet de aanbeveling om het onderwerp te laten behandelen in de volgende raadsperiode. Mevrouw Visscher (SP) wacht het amendement van het CDA af. De heer Van Rosmalen (GroenLinks) wil dat het een bespreekstuk is en hij kijkt met interesse uit naar het amendement van het CDA. De heer Van Griensven (PVV) wacht het amendement van het CDA af. De heer Dingemans (gewoon ge-DREVEN) wacht het amendement van het CDA af. De heer Kieft (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wacht het amendement van het CDA af. De heer Slikker (PvdA) wil het onderwerp behandelen als bespreekstuk. Mevrouw Hendrickx (De Bossche Groenen) steunt het voorstel en wacht het amendement van het CDA af. Mevrouw Hernández (50PLUS) wil het onderwerp behandelen als bespreekstuk en wacht het amendement af van het CDA.

Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) is het eens met alle voorgaande sprekers. De heer Peters (D66) werkt graag mee aan het amendement van het CDA. Mevrouw De Groot (VVD) werkt graag mee aan het amendement van het CDA. De heer Thelissen (CDA) wil het onderwerp als bespreekstuk agenderen. Het CDA zal komen met een amendement. Het raadsvoorstel zal als bespreekstuk worden doorgeleid naar de raadsvergadering. Overige onderwerpen ter bespreking 7.

Vaststellen van de werkplanning. Er is geen werkplanning meer in verband met de komende gemeenteraadsverkiezingen.

8.

Rondvraag en sluiting De heer Thelissen (CDA) dankt de voorzitter namens de commissie Bedrijvigheid voor haar inzet van de afgelopen vier jaar als commissievoorzitter. De voorzitter bedankt iedereen voor hun bijdragen en sluit de vergadering om 21.00 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie van 23 mei 2022.

8

De secretaris, mr. drs. R. van der Meer

De voorzitter, mw. J.P.M. Welten-van Doremalen

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11526862/1