CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-Nota Ruimte webversie

Commissie Ruimte en Verkeer 15 januari 2026, gemeente DelftBij agendapunt: 2551795 College van B&W - Raadsinformatie Zienswijze Nota Ruimte67.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 9

11 alinea's met “uitwisseling”: 544 711 715 1329 1354 1359 1374 1384 1418 1491 1504

zee

150 | Ontwerp-Nota Ruimte

8.4

Sturende ruimtelijke bouwstenen Hieronder worden voor alle vijf de bouwstenen de richting en keuzes uitgewerkt waarmee we invulling geven aan de ambities en ruimtelijke strategie zoals hierboven beschreven.

8.4.1

Bouwsteen: toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen Richting De terreinen voor economie van vandaag zijn de basis voor de economie van morgen. We hebben circa 3.800 bestaande bedrijventerreinen verspreid over heel Nederland en ook terreinen voor Defensie, zoals kazernes en vliegbasissen. Deze plekken voorzien lokaal in werk, bieden ruimte aan bedrijvigheid, zijn plekken waar innovatie en transities vorm krijgen en vervullen een belangrijke rol in de regionale én nationale economie. We zien dat deze bedrijvigheid vaak ook sterk lokaal verbonden is, zowel omdat de ondernemers en het personeel vaak uit de regio komen, als dat ze diensten en producten leveren waar lokaal vraag naar is. Daarnaast maken bedrijven onderdeel uit van ketens van toeleveranciers en netwerken. Deze bedrijventerrein zijn zowel lokaal en regionaal maar ook in totaliteit van groot belang voor heel Nederland. We zijn daarom zuinig op de bestaande (bedrijven)terreinen en willen deze behouden voor de economie, energie en defensie. Bedrijventerreinen die unieke kenmerken hebben beschermen we extra. Denk aan bedrijventerreinen die multimodaal ontsloten zijn, die grootschalig watergebonden zijn of locaties die geschikt zijn voor bedrijvigheid met milieuhinderlijke functies. Dit voorkomt ook dat bedrijven zich moeten vestigen op locaties waar ze een grotere negatieve impact op de leef­omgeving hebben.

Door bedrijventerreinen beter te benutten, kunnen we zorgen voor een zo efficiënt mogelijk gebruik van de ruimte en op plekken de productiviteit verhogen. Beter benutten van bestaande en nieuwe terreinen biedt bovendien – waar mogelijk – kansen voor natuur-inclusiviteit, klimaatadaptatie en energietransitie: slimme lokale energie-opwek en -uitwisseling met bijvoorbeeld nabijgelegen woongebieden.

Milieuzonering onder de Omgevingswet Om ruimte te bieden aan milieuhinderlijke functies en de leef­omgevingskwaliteit te beschermen, scheiden we milieuhinderlijke functies van milieugevoelige functies, zoals industrie en woningbouw. Dit noemen we milieuzonering. Met de invoering van de Omgevingswet zijn milieuzones niet langer gekoppeld aan milieucategorieën en activiteiten met bepaalde afstanden. Er wordt nu gewerkt met zones met milieuwaarden die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen. Milieuzonering kan per milieubelastende activiteit, zoals bedrijven die veel geur verspreiden of geluid maken op een bedrijventerrein, of voor een heel bedrijventerrein zoals een industrieterrein; dat is de plek voor grote lawaaimakers zoals de zware industrie.

Keuzes bouwsteen: toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen • •

• •

• Bij het beter benutten en strategisch uitbreiden van bedrijventerreinen is het van belang rekening te houden met de verschillende kenmerken van bedrijventerreinen, hun randvoorwaarden en dus ook kansen voor toekomstige ontwikkeling. We zien dat bedrijventerreinen onderling verschillen. Sommige zijn groter dan andere en sommige hebben vooral bedrijvigheid die gericht is op de lokale markt, terwijl andere een regionaal of zelfs nationale verzorgingsgebied hebben. Sommige bedrijventerreinen passen meer bij een stedelijke context, terwijl het voor andere bedrijventerreinen juist nodig is om enige afstand tot wonen te hebben, bijvoorbeeld omdat er functies zijn met milieuzonering. Tenslotte verschillen de randvoorwaarden die bedrijventerreinen nodig hebben of reeds bezitten. Daarbij kan worden gedacht aan de ontsluiting via wegen, spoor of water en de knelpunten of capaciteit op deze netwerken. En de mate waarin ze energie nodig hebben en vastlopen in hun verduurzamingsopgave als gevolg van netcongestie. We zien dat regionaal de druk op de bedrijventerreinen verschilt. Op sommige plekken worden bedrijventerreinen getransformeerd naar bijvoorbeeld woningbouw en is geen zicht op nieuwe terreinen. Terwijl die wel belangrijk zijn, voor lokale ondernemers, hun personeel en bedrijven die actief zijn in stadsverzorgende sectoren.

Daarom moeten we ook binnen en nabij de steden voldoende en een diversiteit aan terreinen behouden. Door bij verstedelijking een diversiteit van werkgelegenheid, waaronder op bedrijventerreinen, onderdeel te maken van de plannen voegen we werk toe voor iedereen en in elke regio. Dit werken we nader uit onder het thema Wonen, werken en bereikbaarheid. Bij transformatie van bestaande terreinen is compensatie van voldoende ruimte voor bedrijvigheid in de nabijheid van werknemers en afzetmarkt het uitgangspunt. In regio’s met grote woningbouwplannen worden bedrijventerreinen onderdeel van de ruimtelijk-economische strategie, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Want verstedelijking is het toevoegen van wonen én werken; dat kunnen ook bedrijventerreinen zijn.

152 | Ontwerp-Nota Ruimte

•

•

•

We kiezen ervoor om de bedrijventerreinen zoveel mogelijk te beschermen, beter te benutten en waar nodig strategisch uit te breiden. We hebben extra aandacht voor het beschermen van locaties met unieke kenmerken, zoals locaties met activiteiten met een hoge milieubelasting, grootschalig en water- en kadegebonden terreinen en terreinen met een goede multimodale bereikbaarheid. We willen de huidige milieuruimte beter benutten door in gebieden met een milieubelasting alleen activiteiten toe te staan die deze milieuruimte nodig hebben. We kiezen voor verduurzaming van bedrijventerreinen en het benutten van de kansen voor lokale systemen voor slimme uitwisseling tussen opwek, opslag en afname van energie, zogenaamde energy hubs. Watergebruikers worden gevraagd rekening te houden met droogte, watertekorten en -overlast en verzilting en zelf maatregelen te treffen.

We vragen aan de decentrale overheden om hierin samen met ons op te trekken en in ieder geval: – De terreinen in hun regio met unieke kenmerken te beschermen en beter te benutten én regionaal af te stemmen over uitbreiding en ontwikkeling; – Ervoor te zorgen dat er naast ruimte voor stuwende internationaal opererende bedrijven ook voldoende ruimte voor stadsverzorgende functies op bedrijventerreinen is; – Verouderende bedrijventerreinen te herontwikkelen zodat het terrein aansluit bij de vestigingsbehoefte van nu en de toekomst; we behouden zoveel mogelijk de economische functie van deze terreinen; – Bij de terreinen in te zetten op besparen, verduurzamen, natuurinclusief en klimaatadaptief inrichten. Ook vragen we medeoverheden strategisch uit te breiden indien het planaanbod op de bestaande bedrijventerreinen niet toereikend is voor ontwikkeling van economische bedrijvigheid – lokaal/ regionaal en bovenregionaal – in de (deel)regio. Bedrijventerreinen bedienen vooral lokale en regionale ondernemers. We bieden de medeoverheden handelingsperspectief door in beeld te brengen om welke instrumentering deze keuzes vragen. Wanneer bedrijventerreinen getransformeerd worden naar woningbouw, worden deze waar nodig gecompenseerd, indien mogelijk lokaal en anders regionaal.

Ontwerp-Nota Ruimte | 153

Bouwsteen: toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen Op de kaart staan alle bestaande bedrijventerreinen in Nederland: bedrijventerreinen kleiner of groter dan 200 hectare, bedrijventerreinen met of zonder hoge milieubelasting en multimodaal ontsloten bedrijventerreinen.

Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen < 200 hectare Bedrijventerreinen met hoge milieubelasting < 200 hectare Bedrijventerreinen > 200 hectare Bedrijventerreinen met hoge milieubelasting > 200 hectare Multimodale bedrijventerreinen (Bron: IBIS, 2023)

154 | Ontwerp-Nota Ruimte

8.4.2

Bouwsteen: versterken van regionale ecosystemen De wereldeconomie ontwikkelt zich steeds meer in netwerken. In deze netwerken vindt kennisontwikkeling, kennisverspreiding en intensieve samenwerking, maar tegelijkertijd ook felle concurrentie plaats. De effecten van deze globalisering slaan in belangrijke mate neer in regionale ecosystemen, bij netwerken van kennisinstellingen, bedrijven en hun toeleveranciers. Elke regio heeft een uniek ruimtelijk en economisch potentieel om bij te dragen aan het regionale en nationale verdienvermogen en aan realisatie van de grote maatschappelijke opgaven en transities. Om regionale ontwikkelkansen te benutten, sluiten we aan bij de regionale kenmerken, want elke regio telt en is uniek. Hiervoor werken we in deze bouwsteen ‘versterken van regionale ecosystemen voor economie en energie’ de richting en keuzes uit. We richten ons daarbij op de fysieke plekken en fysieke stromen die de netwerken binnen de ecosystemen mogelijk maken. We hebben in Nederland een diversiteit aan ecosystemen. Dit moeten we koesteren, deze diversiteit en de verscheidenheid van de regio’s maakt ons sterk. Hoe het regionale ecosysteem in elkaar zit, is afhankelijk van de lokale verbondenheid met de lokale markt en werknemers, (inter)regionaal verbonden met andere bedrijven en dito markten.

Daarnaast spelen geografische ligging ten opzichte van bijvoorbeeld infrastructurele netwerken, beschikbaarheid van energie, voldoende zoetwaterbeschikbaarheid en de kwaliteit van de leef­omgeving ook een rol bij deze regionale ecosystemen. De regionale ecosystemen staan niet los van de lokale bedrijventerreinen in de regio en dat geldt ook voor de (inter)nationale knooppunten en de corridors en netwerken voor energie. Doel is het beschouwen van de samenhang van regionale ‘ecosystemen’ op en tussen bedrijventerreinen, regionaal beschikbare energiebronnen, en energie-, grondstoffen en goederenstromen waarin vraag en aanbod voor economie, energie, grondstoffen en netwerken in samenhang worden gebracht. Daarbij gaat het in deze bouwsteen om strategische bedrijventerreinen voor verschillende werkmilieus (zoals beschreven in de Ruimtelijk Economische Visie) die bijdragen aan het deel van de economie dat in dit thema wordt uitgewerkt: industrieel milieu (waaronder energie-intensieve cluster 6-bedrijven), productiemilieu en innovatiemilieu. Uitgangspunt is dat we de bestaande systemen zo efficiënt mogelijk benutten en inspelen op toekomstige ontwikkelingen, om zodoende de krachten van regio’s te benutten en de negatieve impact op de leef­omgeving (gezondheid, veiligheid en leef­omgevingskwaliteit) te verminderen.

Zo zijn er voor de energietransitie veel netuitbreidingen nodig, maar uitbreiding kan worden beperkt door onder meer netbewust bouwen, warmtenetten en energyhubs. Om dit mogelijk te maken, is regionaal inzicht nodig in de regionale economische kenmerken en kwaliteiten (‘waar zijn we van’), de (toekomstige) kansen voor en beschikbaarheid van energie in regio’s, de ontwikkeling van de regionale arbeidsmarkt, kennisontwikkeling op campussen en in innovatiemilieus, unieke competenties van bedrijven in een regio en andere randvoorwaarden die bijdragen aan een samenhangende ontwikkeling met oog en oor voor de regionale verschillen. Het gaat er kortom om te beschrijven waar de regio ‘van is’, welke veranderingen daarop van invloed zijn en welke ontwikkelrichtingen met bijbehorende keuzes denkbaar zijn. Daarnaast is het nodig om de samenhang met bovenregionale en (inter)nationale clusters en knooppunten te beschrijven. Op basis van dit inzicht kunnen de regio’s samen met het Rijk richting geven aan de ontwikkeling van het regionale systeem voor economie, waterbeschikbaarheid, energie en de bijbehorende netwerken. Dit vraagt om een samenwerking tussen Rijk en regio, die hier in gezamenlijkheid uitwerking aan geven.

Dit leidt tot keuzes over randvoorwaarden die gewenste regionale ontwikkeling ondersteunen en die (indirect) ook ruimtelijk van karakter zijn: • Mobiliteitsnetwerken: Zo goed mogelijk benutten van de bestaande netwerken door slimme locatie­keuze en strategische uitbreiding waar nodig; zo goed mogelijk benutten van de netwerken met lagere impact (spoor, water, buisleidingen); plannen van regionale hubs en overslagpunten voor goederenvervoer in de nabijheid van andere voorzieningen zoals wonen, (stedelijke) distributie, circulair/afval, logistieke knooppunten, enzovoorts. • Energie-netwerken: Beter benutten van bestaande energienetwerken en verder optimaliseren en versterken, mede op basis van regio-specifieke kansen en samenhang tussen vraag en aanbod; benutten van kansen van lokale en regionale opwek van elektriciteit (wind en zon, op basis van de zonneladder) en warmtebronnen (geothermie, restwarmte, zonthermie en aquathermie) en locatiekeuze voor elektrolyse (in relatie tot de beschikbaarheid op lange termijn van zoetwater voor productie en koeling, waar mogelijk aan de kust); CO2-transportinfrastructuur; kansen voor Small Modular Reactors (SMR’s) en aansluiting op de waterstofbackbone. Het kabinet streeft

156 | Ontwerp-Nota Ruimte

•

•

•

•

ernaar om na de zomer van 2025 een nationale visie op SMR’s op te leveren. Hierin zal ook aandacht zijn voor de ruimtelijke inpassing van SMR’s en de verdeling van het bevoegd gezag. Digitale infrastructuur: Onze toenemende digitalisering vereist een goede digitale infrastructuur die ook inpassing vergt in de fysieke ruimte, zoals aanlandingspunten voor zeekabels, ruimte voor datacenters en internetknooppunten, opstelpunten voor antennes en ruimte in de ondergrond voor telecommunicatienetwerken. Het waarborgen van een open strategische (digitale) autonomie versterkt de noodzaak van de aanwezigheid van een hoogwaardige digitale infrastructuur op eigen bodem. Waterbeschikbaarheid en bodemsysteem: Zoveel mogelijk besparen en zuinig omgaan met water; keuzes voor nieuwe watervragers, mede op basis van stabiele en duurzame zoetwaterbeschikbaarheid; kansen voor watergebonden bedrijventerreinen, bezien in relatie tot toekomstige bevaarbaarheid van kanalen en rivieren; ruimte reserveren rondom keringen voor uitbreiding in de toekomst; tijdig rekening houden met mogelijkheden en beperkingen van de bodem; door de ondergrond ruimtelijk te ordenen wordt de beschikbaarheid van ondergrondse bronnen duurzaam benut voor activiteiten zoals geothermie en worden tegelijkertijd drinkwaterbronnen, grondwatervoorraden en grondwaterkwaliteit beschermd.

Defensie: Voor keuzes over defensie-industrie sluiten we aan bij de kansen van regionale ruimtelijk-economische ecosystemen, regionale kenmerken en gezamenlijk gewenste ontwikkelrichtingen. Milieuruimte: Efficiënt en intensief benutten van de bestaande milieuruimte voor milieu intensieve bedrijvigheid.

Op basis van de gezamenlijke en samenhangende ontwikkelrichting voor de toekomst maken we keuzes en verbinden daaraan de uitvoering, die wordt opgenomen in de Uitvoerings­agenda Nota Ruimte. Het is daarbij zaak vast te leggen hoe (en waar) in samenhang invulling wordt gegeven aan de juiste randvoorwaarden, zoals is beschreven in onder andere de mobiliteitsvisie, energieplanologie (PEH, NPE, ISA), het nationale waterplan, de ruimtelijk-economische visie, en hoe de ruimte wordt gevonden voor strategische uitbreiding en schuifruimte, en hoe binnen het Rijk gezorgd wordt voor samenhangende voorzieningen.

Keuzes bouwsteen: versterken van regionale ecosystemen • •

•

We brengen regionaal economische ecosystemen voor verschillende sectoren, energiebronnen en netwerken voor energie, grondstoffen en goederen in beeld. In het verlengde van de afspraken van de beleidslijn Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen, de Ruimtelijk Economische Visie en bijbehorend onderzoek naar de nationale meerwaarde van clustering gaan we met regio’s in overleg over de ruimte voor grootschalige bedrijfsvestingen. We vragen provincies en gemeenten om in regionaal verband hun ruimtelijk-economische rol te pakken op basis van de kansen en kenmerken van de regio. De vier principes van de ruimtelijke strategie kunnen daarvoor de basis vormen (efficiënt benutten, beschermen, vraag en aanbod in samenhang en strategisch uitbreiden). Daarbij is ook de samenhang met de ontwikkeling van het decentrale energiesysteem van belang. De volgende punten vormen in elk geval onderdeel van het beleid: – Op basis van het ruimtelijk-economische profiel van de regio en een gedeeld beeld van de gewenste ontwikkeling richting naar de toekomst maken provincies periodiek programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen (en indien van toepassing ook kantoren, campussen en havens). Deze zijn gebaseerd op behoefteramingen die door middel van een uniforme methodiek zijn opgesteld.

Deze werkwijze is conform de beleidslijn Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen; – Het economische profiel, de behoefteraming en de gewenste ontwikkelrichting in de toekomst zijn bepalend voor de ruimtelijke opgaven in de regio: herontwikkeling, behouden en beter benutten en/of strategisch uitbreiden. Iedere regio heeft een unieke mix aan verschillende economische activiteiten die landen op verschillende werkmilieus: industrieel-, productie-, stedelijk- en innovatiemilieu. Deze zijn beschreven in de Ruimtelijk Economische Visie en zijn van belang voor het profiel en ontwikkelrichting voor de toekomst; – Aandachtspunten daarbij zijn naast de regionale ook de nationale belangen en hun samenhang. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de moeilijker in te passen economische activiteiten die wel cruciaal zijn voor een samenhangend systeem, zoals grootschalige bedrijfsvestigingen voor maakindustrie, logistiek, datacenters of clusters daarvan;

Ontwerp-Nota Ruimte | 157

Bouwsteen: versterken van regionale ecosystemen Op de kaart staan verschillende regiospecifieke kenmerken die belangrijk zijn voor de strategie voor economie en energie. Voor economie gaat het op deze kaart specifiek om de productiekant: de sectorale ecosystemen van industrie, groothandel en transport, specifieke locaties die van belang zijn zoals het zesde cluster van energie-intensieve bedrijven, grote multimodaal ontsloten bedrijventerreinen met hoge milieubelasting, Greenports en onderzoeks- en innovatiecampussen en relevante infrastructuur. Voor energie gaat het om regionale kansen voor wind, zon en warmte uit de regionale energiestrategieën en de relevante nationale en regionale netwerken voor elektriciteit en waterstof.

Regionale kenmerken economie (productiekant) Sectorale ecosystemen Industrie Groothandel en transport (Kleurintensiteit staat voor relatieve toegevoegde waarde van de sector ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Bron: LISA, uitgewerkt door Bureau Louter, 2022) Zesde cluster (op basis van CO2 in EU ETS, Nederlandse Emissieautoriteit, VDM) Greenports met grote hub Bedrijventerreinen met hoge milieubelasting> 200 hectare Multimodale bedrijventerreinen met hoge milieubelasting > 200 hectare Kennisontwikkeling Volwassen campussen Groeicampussen Ontwikkelende campussen (Bron: Innovatiespotter, 2023) Digitale infrastructuur Datacenters > 5000 m2 Datacenters (hyperscale) Hyperconnectiviteitsclusters (bron: Amsterdam Duurzaam Digitaal) Goederenvervoer Hoofdwegennet met interregionale functie Hoofdwegennet met regionale functie Vaarwegen met regionale en (inter)nationale functie Regionale kenmerken energie RES-regio’s Benutten van kansen wind, zon en warmte op basis van regionale kenmerken (RES-regio’s) Elektriciteit 110 kV- en 150 kV-netwerk Bestaande zonnevelden (> 50 MW) Bestaande windparken (> 50 MW) Waterstof Waterstofbackbone

158 | Ontwerp-Nota Ruimte

–

•

•

• •

•

8.4.3

Ten slotte is het in beeld brengen van de benodigde randvoorwaarden voor de toekomstige ruimtelijk-economische ontwikkeling van de werkmilieus van belang, zoals de benodigde infrastructuur en de beschikbaarheid van energie en water. We kijken en denken als Rijk mee vanuit de samenhang tussen regio’s, voldoende ruimte voor moeilijker in te passen economische activiteiten en het bijdragen aan de benodigde randvoorwaarden. We dragen als Rijk bij aan het stimuleren van de gezamenlijke (ruimtelijk-economische) ontwikkelrichting door te sturen met ruimtelijke randvoorwaarden. Hierbij kijken we ook naar de verbinding met de strategie voor verstedelijking onder het thema Wonen, werken en bereikbaarheid. Daarbij richten we ons op opgaven als bereikbaarheid, energie en woningbouw via mobiliteitsnetwerken, verstedelijkingslocaties (woonmilieus, arbeid). Regionaal-economische ontwikkeling wordt expliciet meegewogen in de besluitvorming daarover. Daarbij zetten we vooral in op het zo goed mogelijk benutten van wat er al is, gezien de beperkte middelen voor investeringen in economie en mobiliteit. Ten aanzien van gerichte investeringen in netwerken voor goederen en grondstoffen kan gedacht worden aan grootschalige structuurversterkende infrastructuur, die op deze manier voor personenvervoer al verder uitgewerkt zijn.

Daarnaast kunnen we specifieke op de economie gerichte impulsen geven, zoals gebeurd is in Eindhoven met Project Beethoven en met het Nationaal Programma Groningen, waarbij ook voorzien is in een aanzienlijke regionaal economische impuls. Daarnaast is voorzien in een economische impuls in Zuid-Limburg. Voor de Einstein Telescoop in Zuid-Limburg is een bijdrage gereserveerd in het Nationaal Groeifonds. Een definitief besluit over de locatie van de Einstein Telescoop wordt genomen in 2026. Ook wordt bezien of vanuit het Rijk meer sturing gewenst is bij de totstandkoming van een vierde hyper­connectiviteitscluster in bijvoorbeeld de Metropoolregio Amsterdam. Ook voor keuzes over defensie-industrie sluiten we aan bij de kansen van regionale ruimtelijk-­ economische ecosystemen, regionale kenmerken en gezamenlijk gewenste ontwikkel­richtingen. In de Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda zetten we als Rijk en regio gezamenlijk in op meer samenhang tussen vraag en aanbod en het benutten van de regionale kansen en kenmerken voor het decentrale energiesysteem. In het decentraal energiesysteem van de toekomst zal veel meer lokale uitwisseling, opwek en opslag plaatsvinden en worden vraag en aanbod beter op elkaar aangesloten.

We richten het energiesysteem zo in dat we een weerbare energievoorziening hebben en dat we verantwoord omgaan met hoeveel publieke netten er moeten worden aangelegd. Op plekken waar veel energiefuncties samenkomen onderzoeken we een programmatische aanpak.

Bouwsteen: beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale corridors en overslagpunten Internationaal vervoer van goederen en grondstoffen over de waterwegen, spoorwegen en wegen geven Nederland een bijzondere positie binnen Europa. Maar ook nationaal vervoer is in ons dichtbevolkte land nodig voor bedrijven en consumenten. Dat heeft invloed op de netwerken en knooppunten binnen Nederland. De economie van 2050 heeft, net als nu, netwerken en knooppunten voor vervoer en overslag van goederen, grondstoffen en energie nodig om te kunnen functioneren, waarbij we grotendeels aansluiten op de bestaande economische clusters en netwerken. Hier sluiten we voor de nationale en internationale corridors aan bij de ontwikkelrichting voor de regionale ecosystemen in de vorige bouwsteen, de clustering van Greenports uit het hoofdstuk Landbouw en natuur, en de energie-intensieve industrieclusters in de bouwsteen die hierna wordt uitgewerkt. Een van de aspecten van de transitie naar een toekomstbestendige economie is de ambitie om in 2050 een circulaire economie te zijn. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over het duurzaam benutten en hergebruiken van (primaire) grondstoffen en het duurzaam benutten van andere schaarse input, zoals bijvoorbeeld zoetwater en kritieke grondstoffen, maar ook het terugdringen van CO2-emissies.

Dit heeft ook impact op de verandering van goederen- en grondstoffenstromen in Nederland.

liggen daarom in 2050 nog steeds op dezelfde plek. Dit systeem vormt in 2050 een logisch samenhangend en functionerend geheel, zolang de vervoernetwerken, het energiesysteem en andere randvoorwaarden (water, defensie, milieu-zonering enzovoort) goed op elkaar blijven aansluiten. Waar mogelijk bufferen of werken we met milieuzonering om de negatieve gevolgen op de leef­ omgeving te beperken. We maken de stap naar duurzame, internationale netwerken voor vervoer over spoor, water, weg en per buisleiding. Met als uitgangspunt dat de leveringszekerheid van vitale goederen te allen tijde gegarandeerd blijft. Om de ambities op het gebied van leveringszekerheid en strategische autonomie te halen, is een forse verzwaring en uitbreiding van het energiesysteem noodzakelijk. Het elektriciteitsnet vormt de ruggengraat van het toekomstig energiesysteem; daarnaast werken we aan de realisatie van buisleidingen voor waterstof(dragers), CCS en warmte en meer opslag-, flex- en conversie-faciliteiten. Via het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) wordt geanticipeerd op de benodigde ruimte voor de energiehoofdstructuur en wordt ruimtelijke sturing gegeven aan de verschillende nationale onderdelen van het energiesysteem op land. Zo worden ook de nieuwe voorkeursgebieden voor kerncentrale 3 en 4 via het Programma Energiehoofdstructuur aangewezen.

Belangrijke overwegingen bij het komen tot deze voorkeursgebieden zijn onder andere impact op het energiesysteem, beschikbaarheid van koelwater en (structurele) beschikbaarheid van (fysieke en milieu)ruimte. We sturen erop grote energievragers te programmeren nabij strategische knopen in het toekomstig energiesysteem. Buisleidingen zijn voor vervoer van energiedragers een steeds belangrijkere modaliteit. Dankzij de strategische ligging in de delta en toegespitst strategisch investeringsbeleid, willen we in Nederland voortbouwen op die knooppuntfunctie voor goederenstromen binnen Europa. We willen de strategische ligging van Nederland ook in de toekomst benutten, maar daarvoor moeten we nu al acteren door in beeld te brengen: • Wat klimaatverandering kan betekenen voor de bevaarbaarheid van rivieren en kanalen en de capaciteit van andere modaliteiten; wat is dat, wanneer en hoe spelen we daarop in? • Waar proactief ruimte te reserveren (met de juiste randvoorwaarden) voor de toekomstbestendige (circulaire) economie ter versterking van onze strategische zelfstandigheid, in samenhang met de daarbij behorende verandering van vervoer van goederen en grondstoffen. • Welke transportroutes voor defensie versterking behoeven en hoe die zich verhouden tot de internationale transportroutes voor het goederenvervoer.

Daarnaast is het van belang om de verschillende netwerken en knooppunten die van belang zijn voor vervoer van goederen, grondstoffen en energie beter te benutten en strategisch uit te breiden waar nodig, waarbij we aansluiten op de ontwikkelrichtingen voor de regionale ecosystemen. Hierbij zoeken we naar een nieuwe balans tussen de ontwikkelingen die nodig zijn voor een toekomstbestendige economie, lokale werkgelegenheid, de verstedelijkingsopgaven, het ruimtebeslag daarvan en de omgevingskwaliteit, waarbij onder andere gezondheid, klimaatadaptatie en veiligheid een belangrijke rol spelen in de maatschappelijke waarde. We zoeken daarbij de juiste balans tussen het beschermen en benutten van de leef­omgeving. Een ruimtelijke clusteringsstrategie biedt voordelen wanneer die rekening houdt met de economische en maatschappelijke logica én gebaseerd is op evenwichtige regionale spreiding van geschikte werklocaties. Zo bieden we kansen voor het bedrijfsleven en verminderen we ook de negatieve impact op de leef­omgeving, zoals op gezondheid, veiligheidsrisico’s vervoer gevaarlijke stoffen en de ruimtelijke kwaliteit; de negatieve impact wordt geconcentreerd waardoor de leef­omgeving elders gespaard wordt.

Clusteren betekent ook: niet langer overal op deze (inter)nationale belangrijke knooppunten ruimte maken voor iedere vrager, maar vraagt aan de andere kant voldoende ruimte op de gewenste plek (juiste bedrijf op de juiste plek).

De wijze waarop in 2050 onze netwerken voor vervoer van goederen, stoffen en energie en de grote clusters zijn ingericht, ligt grotendeels vast. Grote industriële clusters, logistieke (handels)clusters, Greenports en overige concentraties van economische functies zullen dan ook niet snel van plek veranderen. We bouwen ook voort op het stedelijk netwerk zoals het nu al bestaat en zorgen ervoor dat economische ontwikkeling, knooppunten voor overslag en verstedelijking zo min mogelijk met elkaar verstrengeld raken en elkaar beperken. De meeste snelwegen, vaarwegen en spoorlijnen

160 | Ontwerp-Nota Ruimte

Ontwerp-Nota Ruimte | 161

Bouwsteen: beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale corridors en overslagpunten Op de kaart staan de relevante (inter)nationale netwerken en knooppunten voor goederen en grondstoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen. En de relevante (inter)nationale netwerken en knooppunten voor elektriciteit, waterstof en CO2.

(Inter)nationale corridors en overslagpunten voor goederen en grondstoffen Corridors Hoofdwegen internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) Vaarwegen internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) Spoorwegen internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) Indicatieve duiding van verschil tussen grootte van de goederenstromen (tonnages) Vaarroutes op zee Aangewezen buisleidingentracé (bron: Besluit kwaliteit leefomgeving, PEH) Knooppunten Vijf energie-intensieve industrieclusters Mainports NL (haven, vliegveld, brainport) Greenports met grote hub Zeehavens van nationaal belang Luchthaven internationale functie (TEN-T-kern-/uitgebreid netwerk) Haven internationale functie (TEN-T-kern-/uitgebreid netwerk) Spoor-weg terminal internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) (Inter)nationale corridors en knooppunten voor energie Corridors 220 kV- en 380 kV-netwerk Bestaande gelijkstroomkabels op zee Aangewezen gelijkstroomkabels op zee Waterstofbackbone Delta Rhine Corridor Verkenningstracé CO2-netwerk Noordzee Knooppunten Aanwijsgebieden voor grootschalige elektriciteitsproductie Bestaande kerncentrale (Borssele) Gerealiseerde aanlandingslocaties Wind op Zee Potentiële aanlanding Wind op Zee (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040) Bestaand 220 kV- en 380 kV-netwerk Nieuw en uitbreiding 220 kV- en 380 kV-netwerk Bestaande windenergiegebieden (bron: Programma Noordzee)

H2

Aangewezen windenergiegebieden (bron: Programma Noordzee) Zoekgebied windenergiegebieden (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040) Aanwijsgebieden grootschalige elektrolyse Potentiële aanlandlocatie waterstof (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040)

162 | Ontwerp-Nota Ruimte

Keuzes bouwsteen: beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale corridors en overslagpunten •

•

•

•

•

•

•

•

•

•

De huidige corridors en clusters beter beschermen en benutten door de doorontwikkeling daarvan en het toevoegen van economische en maatschappelijke waarde door investeringen van het Rijk, om gericht te voorzien in passende randvoorwaarden. De categorisering van het hoofdwegennet zal bijdragen aan het inzichtelijk maken van het ontwikkelperspectief van de corridors, en wat voor aanpassingen er nodig zullen zijn richting 2050. Doorontwikkeling gaat verder gepaard met randvoorwaardelijke uitbreiding van netwerken voor energie (waaronder waterstof en elektriciteit), goederen en grondstoffen, overslag, laadfaciliteiten voor elektrisch vrachtvervoer en verzorgingsplaatsen, en de ruimtelijke reserveringen. Met provincies inzetten op het intensiever benutten en meer multifunctioneel gebruiken van bestaande clusters van grootschalige bedrijven door bijvoorbeeld kansen voor de opwek van energie (wind en zon) en natuurinclusief en klimaatadaptief verder te ontwikkelen. Het Rijk wijst een aantal nationale knooppunten aan voor bescherming, ontwikkeling en zoekgebieden voor strategische uitbreiding. De aanwijzing gaat gepaard met noodzakelijke rijksbrede investeringen en ruimtelijke reserveringen. Het gaat hier om knooppunten die van belang zijn op de (inter)nationale corridors én de belangrijke schakels met transport binnen Nederland.

Ten aanzien van gerichte investeringen in netwerken voor goederen en grondstoffen kan gedacht worden aan ‘structuurversterkende infrastructuur’, die op deze manier voor personenvervoer al verder uitgewerkt zijn. Het Rijk zal deze in samenspraak met provincies en gemeenten verkennen, om een zorgvuldige afweging te maken tussen lokale, regionale en nationale effecten en belangen. Er wordt onder meer rekening gehouden met klimaat, energie, natuur, water, verduurzaming en de verstedelijkingsopgave. De huidige corridors en knooppunten zullen daarbij de voorkeur hebben, tenzij de omstandigheden sterk wijzigen (ja, mits). Het is te voorzien dat voor het gros van het internationale vervoer de huidige west-oost-hoofdtransportroutes in stand blijven, terwijl voor het nationale vervoer dit niet de meest voorkomende transportassen zijn. Maar veranderen die omstandigheden (nu of later), dan is heroverweging ook nodig. Daarnaast vraagt de groei van de economie ruimte, op de (vervoers)netwerken maar ook fysiek. We werken met de betreffende regio’s uit wat dit voor opgave met zich meebrengt. Behoud van binnenvaartroutes, bewust van verminderde vervoerscapaciteit bij droogte, en het verkennen van de noodzakelijke uitbreiding van spoor- en wegcapaciteit. Maatregelen voor waterveiligheid, waterbeschikbaarheid, binnenvaart en havens kunnen elkaar versterken.

We geven prioriteit aan de uitdaging om netcongestie op te lossen en onze energie-infrastructuur fors uit te breiden en te verzwaren. Dit is immers randvoorwaardelijk voor het behalen van de ambities op het gebied van onder andere woningbouw, mobiliteit en economie. Als Rijk zetten we erop in de benodigde (ruimtelijke) processen en procedures te versoepelen en te versnellen. Ook werken we samen met provincies aan (experimenteer)ruimte in regelgeving, zoals voor het versnellen van netbewuste nieuwbouw. Door vervoer via buisleidingen in een multimodaal goederenvervoersysteem te stimuleren (langjarig voor grote volumes), willen we zo het bovengronds transport van gevaarlijk stoffen te beperken. Het bovengrondse vervoer van gevaarlijke stoffen zal daarbij niet volledig verdwijnen; bovengrondse modaliteiten blijven een belangrijke complementaire rol spelen. Het Rijk faciliteert de Delta Rhine Corridor om daarmee nieuwe ondergrondse infrastructuur tussen de Rotterdamse Haven en de grens met Duitsland, bij Venlo, te realiseren. Richting 2032/2033 zullen in de DRC een waterstof- en twee CO2-leidingen worden gerealiseerd. In de PEH-strook, waar de Delta Rhine Corridor gebruik van maakt, blijft ruimte voor andere buisleidingen, bijvoorbeeld voor het vervoer van ammoniak of andere gevaarlijke stoffen.

Met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) kiest het Rijk voor gegarandeerde havencapaciteit voor de taken in het teken van Host Nation Support (HNS). Aanvullend moet ook rekening worden gehouden met infrastructuur in het achterland voor de doorvoer van militair materieel en personeel. Bij investeringen in de infrastructuur voor defensieactiviteiten kijken we hoe die tegelijkertijd ten goede komen aan andere opgaven en meer koppelkansen zoals goederenvervoer.

164 | Ontwerp-Nota Ruimte

8.4.4

Bouwsteen: verduurzamen, beschermen en versterken van energie-intensieve industrieclusters De energie-intensieve industrie is geconcentreerd in vijf clusters van nationaal belang: Rotterdam-­ Moerdijk, Noordzeekanaalgebied, Noord-Nederland, Chemelot en Zeeland-West Brabant. De clusters hebben bij elkaar opgeteld een omvang van 20.700 hectare (bruto). Historisch gezien zijn deze clusters tot ontwikkeling gekomen in en nabij de Nederlandse zeehavens en dicht bij de aanvoer van (goedkope) energie en grondstoffen. Chemelot is ontstaan vanuit de industriële activiteiten rond de Staatsmijnen in Limburg. De vijf clusters vormen nu belangrijke knooppunten in een internationaal netwerk van corridors voor vervoer van goederen, grondstoffen en energiedragers. Daarnaast zitten hier belangrijke basisindustrieën voor de strategische autonomie en een brede economie in Nederland. Naast de vijf clusters bevinden zich ook energie-intensieve bedrijven verspreid over Nederland (zogeheten cluster 6-bedrijven). Deze bedrijven zijn meer regionaal-lokaal gebonden, maar wel onderdeel van (inter)nationale netwerken. Het betreft circa 1.300 bedrijven met een gezamenlijke oppervlakte groter dan het Noordzeekanaalgebied. Voor cluster 6 is maatwerk belangrijk, omdat deze bedrijven vaak regionaal geworteld zijn en voor specifieke ruimtelijke opgaven staan.

Oplossingsrichtingen zijn afhankelijk van onder andere het toekomstperspectief, uitbreidingsbehoefte en lokale plannen. Zie hiervoor de bouwstenen Versterken van regionale ecosystemen en Toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen. Waar de industrieclusters van oudsher ingericht zijn op lineaire productieprocessen en het gebruik van fossiele grond- en brandstoffen, staan ze de komende jaren voor de ongekend grote opgave om te verduurzamen. De industrieclusters hebben nationaal en internationaal een belangrijke rol in de transitie naar een duurzame en circulaire samenleving: • De onderlinge verwevenheid en gunstige netwerkpositie bieden kansen om op efficiënte wijze een nieuw systeem van groene energie, herbruikbare grondstoffen en de bijbehorende infrastructuur te realiseren. • Het zijn dé gebieden waar energiedragers (windenergie van zee, waterstof[dragers]) aan land zullen worden gebracht, opgeslagen, geconverteerd en gebruikt. En waar de eerstvolgende nieuwe kerncentrales zullen komen, omdat die hier het best in te passen zijn. • Richting de circulaire economie bieden de clusters mogelijkheden van (chemische) bewerking van goederen naar nieuwe, bijna primaire grondstoffen en kansen voor import, opslag en overslag van hernieuwbare grondstoffen.

• Er liggen kansen voor de vestiging van nieuwe duurzame industriële bedrijvigheid (zoals in het kader van groeimarkten en sleuteltechnologieën). De industrieclusters kunnen zo de centra van groene groei in Nederland en Noordwest-Europa worden en daarmee nieuw verdien­vermogen genereren. Om aan de opgaven op het gebied van strategische autonomie en energie- en circulaire transitie te voldoen, en tevens doorontwikkeling van de economie en defensie-opgaven (Host Nation Support, defensie-industrie) mogelijk te maken, is veel additionele (milieu)ruimte nodig. Daarnaast voorkomt het hier samenbrengen van energie- en industriefuncties lijninfrastructuur en milieudruk elders. In vier van de vijf clusters ontstaat daardoor een aanzienlijke ruimteschaarste richting 2050 (met Noord-Nederland als relatief gunstige uitzondering). Verder is er (tijdelijk) extra transitieruimte nodig, omdat de om- en afbouw van een fossiel systeem en de opbouw van een duurzaam systeem gelijktijdig plaatsvindt. Er wordt in de clusters enige vrijval van ruimte verwacht door onder andere vertrekkende (fossiele) bedrijvigheid, maar dat is niet voldoende als oplossing voor de toenemende ruimtevraag. In veel clusters is bovendien nu al sprake van schaarste aan (milieu)ruimte en staat de draagkracht van de nabije (leef)omgeving reeds onder druk.

We kiezen ervoor om voor de vijf energie-intensieve clusters een scherpere langetermijnstrategie op te stellen met een sterke regierol van het Rijk, om daarmee te borgen dat de cruciale (nationale) functies tot hun recht komen. Vanwege de schaalgrootte en complexiteit van de opgaven beschouwen we de vijf energie-intensieve clusters als van nationaal belang. We versterken de rijksregie op de ruimtelijke ordening in en om de clusters. We gaan de fysieke contouren en milieu­contouren van de industrie­clusters van rijkswege vastleggen. En verkennen handelingsperspectieven voor onder meer betere benutting van (fysieke en milieu) ruimte, strategische specialisaties en uitbreidingen. Dit vraagt om maatwerk per gebied én om overkoepelende keuzes op (inter)nationaal niveau.

Ontwerp-Nota Ruimte | 165

Bouwsteen: verduurzamen, beschermen en versterken van energie-intensieve industrieclusters Op de kaart staan de vijf energie-intensieve industrieclusters van nationaal belang met de verschillende kenmerken per cluster en de internationale verbondenheid van deze clusters voor energie, goederen en grondstoffen.

Energie-intensieve industrieclusters Samenhangende industrieclusters van nationaal belang Vijf energie-intensieve industrieclusters Zesde cluster (op basis van CO2 in EU ETS, Nederlandse Emissieautoriteit, VDM) Strategisch uitbreiden Strategische uitbreidingsruimte die is gereserveerd of wordt verkend Economie Chemie Vervaardering metaalproducten Transportmiddelen Zeehavens van nationaal belang Spoor-weg terminal internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) Hyperscale datacenter Energie Flex- en bufferfuncties energie Grote elektriciteitscentrales Gerealiseerde aanlanding Wind op Zee

H2

CO₂

Potentiële aanlanding Wind op Zee (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040) Bestaand 220 kV- en 380 kV-station Nieuw en uitbreiding 380 kV-station Aanwijsgebieden voor grootschalige elektrolyse Potentiële aanlandlocatie waterstof (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040) CO2-afvang Bestaande kerncentrale (Borssele) Onderzoekslocaties voor nieuwbouw kerncentrales (Sloegebied, Terneuzen, Maasvlakte II, Eemshaven) Bestaande windenergiegebieden (bron: Programma Noordzee) Aangewezen windenergiegebieden (bron: Programma Noordzee) Zoekgebied windenergiegebieden (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040) (Inter)nationale verbondenheid Hoofdwegen internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) Vaarwegen internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) Spoorwegen internationale functie (TEN-T- kernnetwerk) 220 kV- en 380 kV-netwerk Bestaande gelijkstroomkabels op zee Aangewezen gelijkstroomkabels op zee Waterstofbackbone Delta Rhine Corridor

166 | Ontwerp-Nota Ruimte

Keuzes bouwsteen: verduurzamen, beschermen en versterken van energie-intensieve industrieclusters

In Rotterdam wordt in het kader van NOVEX een startbeslissing voorbereid voor een verkenning ‘Ruimtegebrek haven en impuls leefomgeving’. Concreet gaat het om een onderzoek naar nut, noodzaak en impact op de omgeving van verschillende oplossingsrichtingen voor ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en impuls van de leefomgeving. Onder de verschillende te onderzoeken oplossingsrichtingen voor het ruimtegebrek vallen in ieder geval intensivering en optimalisering van het ruimtegebrek in het bestaande havengebied, de potentie van bestaande bedrijventerreinen in de regio en de mogelijkheden van een zeewaartse uitbreiding. Voor haven- en industriecluster Powerport-regio Moerdijk is besloten om, naast maximale inzet op inbreiding en herstructurering, in te zetten op een strategische uitbreiding in samenhang met het versterken van de brede welvaart. Via een participatieproces bespreken Rijk en regio met betrokken partijen onder welke condities deze uitbreiding verder vorm kan krijgen. Rijk en regio nemen dit mee in een nadere gebiedsuitwerking.De clusterspecifieke consequenties en de vertaling van de gekozen richting worden samen met de betrokken provincies, gemeenten, bewoners, ondernemers en haven­ bedrijven vormgegeven. Doel is te komen tot een optimaal samenspel van rollen en bevoegdheden met meer doorzettingskracht.

Hiervoor zullen voor de NOVEX-gebieden de NOVEX-trajecten worden gebruikt, waarbij bestaande ontwikkelperspectieven en uitvoerings­agenda’s de basis vormen. Voor Powerport-regio Moerdijk en omgeving, wat geen NOVEX-gebied is, wordt onderzocht welke samenwerkingsvorm passend is voor de opgave.

We gaan de fysieke contouren en de milieucontouren van de industrieclusters van rijkswege vastleggen. Per industriecluster is hiervoor maatwerk nodig, om te komen tot passende contouren voor bijvoorbeeld geluidsbelasting en plaatsgebonden risico. Hierbij is ook van belang dat de industrie zich maximaal blijft inspannen om productieprocessen verder te verschonen. Om zo de bestaande ruimte te beschermen, een eenduidige uitgangssituatie te creëren en zowel bedrijven als omwonenden beter te beschermen en duidelijkheid te bieden. Haven- en industriële functies en grootschalige energiefuncties krijgen in en waar mogelijk rond de vijf industrieclusters voorrang boven andere functies. Het beschermen van de benodigde (milieu) ruimte vraagt dat grootschalige woningbouwplannen nabij de industrieclusters zorgvuldig worden gepland. Nederland kent een grote woningbouwopgave, maar niemand is erbij gebaat als deze locaties zich dusdanig dicht op de clusters bevinden dat ofwel de industrie niet redelijkerwijs duurzaam kan opereren, ofwel een gezonde leef­omgeving voor nieuwe bewoners niet is gewaarborgd. Dit vraagt op sommige plekken juist om een scherpere scheiding van functies en duidelijke ruimtelijke keuzes. We kiezen ervoor om geen nieuwe woningbouw in of aan de randen van de vijf industrieclusters te plannen die de (milieu)ruimte voor de economische en energie-activiteiten kan inperken.

Waar mogelijk bufferen of zoneren we om de negatieve gevolgen op de leef­omgeving te beperken. We werken dit gebiedsgericht uit waarbij uitgangspunt is dat vastgestelde woningbouwplannen niet ter discussie komen te staan. Ook kan er worden gestuurd op de vestiging van nieuwe bedrijven met hoge milieubelasting zo ver mogelijk van woongebied af. Er is wel schuifruimte nodig om dat te kunnen doen. We gaan als Rijk in goede afstemming met de regio een impuls geven aan integraler ruimtelijk programmeren en zetten daarbij de juiste instrumenten in. En richten ons daarbij op versterking van het gebied als geheel. We verkennen multifunctioneel ruimtegebruik, het intensiever benutten van huidige kavels en het efficiënter gebruiken van nieuwe kavels. Voor elk industriecluster voeren we met de regionale stakeholders het strategische gesprek over welk type nieuwe activiteiten (economische activiteiten of onderdelen van het energiesysteem) nu echt in de haven- en industrieclusters gefaciliteerd moet worden en waar er uitwijkmogelijkheden zijn, naar de randen van de industrieclusters of satellietlocaties. We zetten in op het zorgvuldig omgaan met hoogwaardige locaties, zoals locaties waar activiteiten met hoge milieubelasting plaatsvinden, of met multimodale bereikbaarheid.

Daarbij dient wel rekening te worden gehouden met de belangen en (groei)ambities van deze gevestigde bedrijven en hun rol in het regionale ecosysteem. Verder gaat het Rijk de mogelijkheid uitwerken om binnen de clusters versnellingsgebieden aan te wijzen in het kader van de Europese Clean Industrial Deal en Net Zero Industry Act. Middels deze ‘versnellingsgebieden’ kan, middels financiële hulp en stimulerend beleid en regelgeving uit Europa, de vestiging van nieuwe bedrijven voor de ontwikkeling van schone technologieën maximaal worden ondersteund. Bij de clusters aan de kust liggen kansen voor het benutten van brak of zout water als duurzaam beschikbaar proceswater. Landinwaarts geldt dat zoetwaterbeschikbaarheid in de toekomst niet meer altijd vanzelfsprekend is. Tevens zullen (periodiek) lozingsbeperkingen gaan gelden. Er zal moeten worden gezocht naar aanpassingen waardoor functies beter bestand zijn tegen langere periodes van droogte en watertekorten. Bijvoorbeeld door aanpassing van bedrijfsvoering, te denken valt aan luchtkoeling en gesloten koelsystemen. Voor fysieke uitbreidingen van industrieclusters geldt dat dit veelal gepaard zal gaan met aanvullende opgaven ten aanzien van zoetwaterberging en waterveiligheid. Gelet op de verwachte ruimte-schaarste wordt voor een aantal industrieclusters nu al gekeken naar (potentiële) uitbreidingslocaties.

Het gaat om strategische ruimte die niet in andere clusters te vinden is of die specifiek nodig is voor het gebied ten behoeve van vraag-aanbod-combinaties of specialisaties in het gebied. Zo wordt in Noord-Nederland gewerkt aan de ontwikkeling van de Oostpolder, direct grenzend aan de Eemshaven. In het Noordzeekanaalgebied lopen, in NOVEX-­ verband, verkenningen rond de ontwikkeling van Energiehaven en er wordt gecombineerde inpassing van functies in de Houtrakpolder onderzocht.

168 | Ontwerp-Nota Ruimte

8.4.5

Bouwsteen: optimaal benutten van de Noordzee voor economie en energie De Noordzee behoort tot één van de meest intensief benutte zeeën ter wereld. De opgave is om de juiste maatschappelijke balans te vinden in de ruimtelijke ontwikkeling van de Noordzee, binnen de randvoorwaarden van een gezond ecosysteem. De ruimte op de Noordzee is net als op het land schaars. Er is ruimte nodig voor onder andere scheepvaart, visserij, natuur, militaire oefenterreinen, zandwinning, windparken, (digitale) infrastructuur, cultureel erfgoed en nog veel meer. Bij het inpassen van deze verschillende opgaven dient rekening te worden gehouden met deze verschillende belangen én met de landzijdige effecten van deze ontwikkelingen, denk aan de benodigde verbindingen met het hoogspanningsnet. Aangezien de mogelijkheden op land beperkt zijn, biedt de Noordzee de uitgelezen kans voor grootschalige opwek van windenergie. Windenergie op zee is essentieel om de Nederlandse opgave voor groene groei en verduurzaming te realiseren en om Nederland nu en in de toekomst energieonafhankelijkheid en weerbaarheid te bieden. De energie die op zee wordt opgewekt, moet ook ergens aan land komen. Dat heeft ruimtelijke effecten, zowel in de aansluiting als in de kansen voor ruimtelijk-economische ontwikkeling in die gebieden.

Daarbij brengen we vraag en aanbod zoveel mogelijk samen; dus we brengen de energie aan land waar ook een grote energievraag is of in de toekomst komt, meestal op plekken met energie-intensieve bedrijvigheid, zoals in de industrieclusters. Zo beperken we de benodigde infrastructuur voor energie verder het land in, zowel van elektriciteit als van waterstof. Naast de infrastructuur voor energie, liggen er in de Noordzee ook zeekabels voor onze digitale infrastructuur. Die zeekabels zijn onderdeel van een nauw verweven systeem van datacenters, glasvezelnetwerken en internetknooppunten, die gezamenlijk randvoorwaardelijk zijn voor een rol als internationale digitale hub. Van oudsher heeft Nederland een goede positie als digitaal knooppunt, dankzij onder andere de aanlanding van onderzeese datakabels. Daarbij hoort ook het periodiek vervangen en uitbreiden van dit netwerk van zeekabels om de groei van het dataverkeer te kunnen blijven faciliteren. Ook boven het water is er volop activiteit op de Noordzee. Continue worden onze zeehavens bereikt door de scheepvaart vanaf de Noordzee. De bereikbaarheid van deze zeehavens is van cruciaal belang voor ons transportnetwerk. De toenemende andere ruimteclaims beperken de ruimte voor scheepvaart. We borgen daarom voldoende afstand tussen windparken, scheepvaartroutes- en ankerplaatsen om ruimte te blijven bieden voor veilige scheepvaart.

De groei van economische activiteiten op zee, zoals windenergie, scheepvaart en digitale infrastructuur, is belangrijk voor de Nederlandse economie. Echter, de huidige geopolitieke situatie en toegenomen dreiging brengen nieuwe uitdagingen en risico’s met zich mee. Zowel van hybride als van fysieke incidenten, zoals het platleggen van de digitale of energie-infrastructuur. De krijgsmacht is daarom ook aanwezig op de Noordzee, zowel voor oefeningen en trainingen en in de situatie van acute dreiging.

Ontwerp-Nota Ruimte | 169

Bouwsteen: optimaal benutten van de Noordzee voor economie en energie Op de kaart staan alle functies voor economie en energie op de Noordzee: dat wat er nu al is, plannen voor de toekomst en potentie voor toekomstige ontwikkeling.

Energie Elektriciteit Bestaande windenergiegebieden Aangewezen windenergiegebieden Zoekgebieden windenergiegebieden Bestaande gelijkstroomkabels op zee Geplande gelijkstroomkabels op zee (bron: TenneT Target Grid 2040) Gerealiseerde aanlanding Wind op Zee Potentiële aanlanding Wind op Zee (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040) Grote elektriciteitscentrales (bron: Global Energy Monitor) Hoofdverbindingen elektriciteit Waterstof Delta Rhine Corridor Potentiële waterstofaanlanding (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040 en North Sea Energy Atlas) Waterstofbackbone Mogelijke technische potentie voor opslag H2 (bron: TNO, EBN en North Sea Energy Atlas) Olie en gas Olie-, gas- en chemische leidingen (Noordzee) (bron: Rijkswaterstaat en EMODnet) Olie-/gasveld en platform Economie Energie-intensieve industrieclusters Zeehavens van nationaal belang Haven (TEN-T-kernnetwerk) Hoofdverbindingen water (TEN-T-kernnetwerk) Ankergebieden Vaarroutes op zee (bron: Rijkswaterstaat en European Maritime Safety Agency) Voorkeurstraces voor kabels en leidingen (bron: Programma Noordzee) Internationale datakabels + aanlandingspunten (bron: Open Infrastructure Map) Indicatieve route voor clearways (bron: Programma Noordzee) Exclusieve Economische Zone Reserveringszone zandwinning (bron: Programma Noordzee)

170 | Ontwerp-Nota Ruimte

Water en bodem voor Economie en energie De ambities voor energie en economie zijn in belangrijke mate verbonden met bepaalde eigenschappen en ontwikkelingen in het water- en bodemsysteem. Zo zijn mogelijkheden voor productie, transport of opslag vaak afhankelijk van het watersysteem, zoals de beschikbaarheid van water of ruimte in de bodem. Veranderingen onder invloed van menselijk ingrijpen, natuurlijke processen en het klimaat geven nu en richting de toekomst ook een opgave om duurzame bedrijfskeuzes te maken. Dit gaat bijvoorbeeld om inzetten op het benutten van zout water, het slim omgaan met de ruimte in de ondergrond, of rekening houden met wateroverlast en overstromingsrisico’s. Deze kaart geeft de mogelijkheden en aandachtsvelden weer in relatie tot het water- en bodemsysteem bij het toewerken naar de ambities voor energie en economie.

Kansrijke kustzone grote watervragers Kansrijk voor benutten van jaarrond beschikbaar zout water en minder (kans op) periodieke beperkingen koelwaterlozing Aanpassen aan nattere omstandigheden Bij locatiekeuze en bouwwijze rekening houden met wateroverlast en overstromingsrisico, in het bijzonder vitale en kwetsbare functies Aanpassen aan drogere omstandigheden Bij locatiekeuze en bedrijfsvoering rekening houden met vaker langere periodes van droogte, minder zoetwaterbeschikbaarheid en vaker lozingsbeperkingen Beschermingsregimes grondwater en oppervlaktewater t.b.v. drinkwater door middel van (3D) RO ondergrond waar mogelijk en beperkingen om vervuiling te voorkomen Grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones Zoekgebieden voor nationale grondwaterreserves Aanvullende strategische voorraden Innamepunten oppervlaktewater ten behoeve van drinkwater Ruimte voor het hoofdwatersysteem Reserveer ruimte rondom primaire keringen (dijken en duinsysteem) voor toekomstige versterkingsopgaven Beperkingen landaanwinning en bouwwerken IJsselmeergebied Reserveringsgebieden zandwinning Noordzee Voorlopig geen kustuitbreiding (wel wordt een verkenning gestart voor de Rotterdamse haven waarbij zeewaartse uitbreiding één van de te onderzoeken oplossingsrichtingen is) Zoekgebieden voor (piek)waterberging langs NZK/ARK Bestaande reserveringszone voor binnendijkse ruimte rivieren* * In het

kader van programma Ruimte voor de Rivier 2.0 zal de ruimtelijke reservering geactualiseerd worden Ruimte voor bevaarbaarheid Knelpunten en maatregelen verminderde bevaarbaarheid vaarwegen en toekomstige benodigde ruimte voor de rivier

172 | Ontwerp-Nota Ruimte

Keuzes optimaal benutten van de Noordzee •

• • • •

•

8.5

Borgen en reserveren van voldoende ruimte voor de ontwikkeling van een nieuw energie­ systeem, met daarin een grote rol voor wind op zee, maar ook voor benodigde kabels, buisleidingen, opslag en mogelijk in de toekomst conversie naar waterstof. Aanvullende aanlandingsroutes en -locaties via het programma VAWOZ en het traject diepe aanlandingen. Ruimte voor aanlanding van nieuwe datazeekabels en aansluiting van digitale en telecomkabels. Benodigde ruimte voor scheepvaartroutes of clearways (clearway Esbjerg-Hull, om de clearway richting de Northern Sea Route en de SN10 richting het Kattegat). Zorgen voor voldoende winbaar zand voor zandsuppleties, vanwege groeiende vraag naar zand voor de kustveiligheid bij een stijgende zeespiegel. Reserveringszone voor zandwinning is aangewezen, en een afwegingskader is te vinden in Programma Noordzee 2022-2027. Behouden en uitbreiden van de huidige ruimte voor defensie (NPRD), zowel om te oefenen als voor de verdediging van eigen territoriale wateren en kritieke infrastructuur.

Overzicht integrale keuzes Economie en Energie Keuzes voor toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen • •

• •

• •

•

•

We kiezen ervoor om de bedrijventerreinen zoveel mogelijk te beschermen, beter te benutten en waar nodig strategisch uit te breiden. We hebben extra aandacht voor het beschermen van locaties met unieke kenmerken, zoals locaties met activiteiten met een hoge milieubelasting en water- en kadegebonden terreinen en terreinen met een goede multimodale bereikbaarheid. We willen de huidige milieuruimte beter benutten, door in gebieden waar een milieuzonering aanwezig is alleen nieuwe activiteiten toe te staan die deze milieuruimte nodig hebben. We kiezen voor verduurzaming van bedrijventerreinen en het benutten van de kansen voor lokale systemen voor slimme uitwisseling tussen opwek, opslag en afname van energie, zogenaamde energy hubs. Watergebruikers worden gevraagd rekening te houden met droogte, watertekorten en -overlast en verzilting en zelf maatregelen te treffen.

We vragen aan de decentrale overheden om hier samen met ons in op te trekken en in ieder geval: – De terreinen in hun regio met unieke kenmerken te beschermen en beter te benutten én regionaal af te stemmen over uitbreiding en ontwikkeling; – Ervoor te zorgen dat er naast ruimte voor stuwende internationaal opererende bedrijven ook voldoende ruimte voor stadsverzorgende functies op bedrijventerreinen is; – Verouderende bedrijventerreinen te herontwikkelen zodat het terrein aansluit bij de vestigingsbehoefte van nu en de toekomst; we behouden zoveel mogelijk de economische functie van deze terreinen; – Bij de terreinen in te zetten op besparen, verduurzamen en klimaatadaptief inrichten. We breiden strategisch uit indien het planaanbod op de bestaande bedrijventerreinen niet toereikend is voor ontwikkeling van economische bedrijvigheid – lokaal/ regionaal en bovenregionaal – in de (deel)regio. Bedrijventerreinen bedienen vooral lokale en regionale ondernemers. We bieden de medeoverheden handelingsperspectief door in beeld te brengen om welke instrumentering deze keuzes vragen. Wanneer bedrijventerreinen getransformeerd worden naar woningbouw, worden deze waar nodig gecompenseerd, indien mogelijk lokaal en anders regionaal.

Keuzes voor versterken van regionale ecosystemen • •

•

We brengen regionaal economische ecosystemen voor verschillende sectoren, energiebronnen en netwerken voor energie, grondstoffen en goederen in beeld. In verlengde van de afspraken van de beleidslijn Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen, de Ruimtelijk Economische Visie en bijbehorende onderzoek naar de nationale meerwaarde van clustering gaan we met regio’s in overleg over de ruimte voor grootschalige bedrijfsvestigingen. We vragen provincies en gemeenten om in regionaal verband hun ruimtelijk-economische rol te pakken op basis van de kansen en kenmerken van de regio. De vier principes van de ruimtelijke strategie kunnen daarvoor de basis vormen (efficiënt benutten, beschermen, vraag en aanbod in samenhang en strategisch uitbreiden). Daarbij is ook de samenhang met de ontwikkeling van

174 | Ontwerp-Nota Ruimte

•

•

• •

•

het decentrale energiesysteem van belang. Waarbij in elk geval de volgende punten onderdeel vormen van het beleid: – Op basis van het ruimtelijk-economische profiel van de regio en een gedeeld beeld van de gewenste ontwikkeling richting de toekomst, maken provincies periodiek programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen (en indien van toepassing ook kantoren, campussen en havens). Deze zijn gebaseerd op behoefteramingen die door middel van een uniforme methodiek zijn opgesteld. Deze werkwijze is conform de beleidslijn Grip op grote bedrijfsvestigingen; – Het economische profiel, de behoefteraming en de gewenste ontwikkelrichting in de toekomst zijn bepalend voor de ruimtelijke opgaven in de regio: herontwikkeling, behouden en beter benutten en/of strategisch uitbreiden. Iedere regio heeft een unieke mix aan verschillende economische activiteiten die landen op verschillende werkmilieus: industrieel-, productie-, stedelijk- en innovatiemilieu. Deze zijn beschreven in de Ruimtelijk Economische Visie, en zijn van belang voor het profiel en ontwikkelrichting voor de toekomst; – Aandachtspunten daarbij zijn naast de regionale ook de nationale belangen en hun samenhang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16416579/1