CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-Nota Ruimte webversie

Commissie Ruimte en Verkeer 15 januari 2026, gemeente DelftBij agendapunt: 2551795 College van B&W - Raadsinformatie Zienswijze Nota Ruimte67.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 9

Voor de verduurzaming van de glastuinbouwsector is het noodzakelijk dat deze clustergebieden ruimte bieden voor de modernisering en schaalvergroting van glastuinbouwbedrijven. Voor de huidige concentratiegebieden is het van belang dat de zowel de beschikbare ruimte als de kwaliteit van het gebied behouden blijft en gehandhaafd wordt. Inkrimping en verrommeling van goede clusterlocaties kan zo worden tegengegaan.

Ontwerp-Nota Ruimte | 125

Bouwsteen: clusteren van glastuinbouw Op deze kaart staan de grotere glastuinbouwclusters en Greenports en de daarmee samenhangende opgaven en economische netwerken.

Glastuinbouwclusters Bestaande glastuinbouw Bestaand glastuinbouwcluster Context van de clusters Cluster met opgave zoetwatervoorziening Cluster met nabijheid hoge potentie geothermie Cluster met nabijheid industrie of datacenter met beschikbaarheid restwarmte en/of CO₂ Cluster met nabijheid grootschalige opwekking hernieuwbare energie (wind, zon, aanlandingen) Nationale corridors 380 kV-netwerk (bron: PEH) Waterstofbackbone Hoofdwegennetwerk met interregionale vervoersfunctie Greenports 1 2 3 4 5

Greenport Noord Greenport Noord-Holland Noord Greenport Duin- en bollenstreek (geen glastuinbouwcluster) Greenport Aalsmeer Greenport Gelderland

7

Greenport regio Boskoop (geen glastuinbouwcluster) Greenport West-Holland

8

Greenport Venlo

6

126 | Ontwerp-Nota Ruimte

Keuzes Clusteren van glastuinbouw • •

•

•

•

7.4.4

Voor glastuinbouw zetten we zo veel mogelijk in op groei via intensivering, innovatie en clustering in de bestaande clustergebieden. Als het nodig is om versnipperd areaal te vervangen, wordt met decentrale overheden eerst gekeken naar versterking van bestaande clusters en pas daarna naar de mogelijkheden voor nieuwe concentratiegebieden op geschikte locaties – niet zijnde bestaande industrie- of bedrijventerreinen – waar aardwarmte beschikbaar is en/of restwarmte vrijkomt. Naast energie heeft glastuinbouw voldoende (giet)water nodig, maar de beschikbaarheid van zoet (grond)water is niet vanzelfsprekend. Maatregelen voor het vasthouden en hergebruik van neerslag zijn nodig. Voor grondwater werken we met provincies aan een handreiking voor grondwateronttrekkingsplafonds, om te voorkomen dat grondwaterstanden dalen doordat grondwater structureel meer wordt onttrokken dan geïnfiltreerd én zodat bedrijven weten waar ze aan toe zijn en hun productieplannen daarop kunnen afstemmen. Met dit plafond kan bepaald worden hoeveel grondwater er in een bepaald gebied, in een bepaald systeem en in een bepaalde periode infiltreert en duurzaam onttrokken kan worden. Dit biedt het startpunt voor het vraagstuk rondom de verdeling van het beschikbare grondwater, waarbij de glastuinbouw één van de watervragers is.

Bij het ontzilten van brak grondwater moeten we bedacht zijn op hoe we omgaan met het restproduct waterbehandelingsconcentraat (ook brijn genoemd). Door regenwater op te slaan kan een deel van de opgave voor watervoorziening en waterberging opgelost worden. Bij een clustering van glastuinbouw moeten we ook zorgen voor voldoende aansluiting en capaciteit van het riool. De arbeidsvraag verandert door robotisering, maar er blijven mensen nodig voor techniek, innovatie en bedrijfsmanagement. Hiertoe moeten er in een clustergebied voldoende woningen en andere lokale voorzieningen beschikbaar zijn of komen voor arbeidsmigranten, zodat dit niet wordt afgewenteld op andere gebieden. We stimuleren innovatieve koppelingen tussen intensieve veehouderij, de voedselindustrie en glastuinbouw, en de voedselindustrie en andere sectoren, met als doel optimaal gebruik te kunnen maken van reststromen en beschikbare bronnen.

We focussen dus niet alleen op het behoud van de huidige natuur, maar zetten daarnaast voor de lange termijn in op meervoudig ruimtegebruik en functiecombinaties. Door bijvoorbeeld de natuurherstelopgave te verbinden met de energietransitie, de woningbouw-, bereikbaarheids-, water-, bodem- en klimaatopgaven. Of door het versterken van het verdienvermogen van de boer en via bijvoorbeeld multifunctioneel ruimtegebruik van de uitbreidingsopgave van Defensie. Meer dan 26.000 hectare van Nederland wordt ingezet als militair oefenterrein, schietterrein of vliegbasis. Hiervan maakt ruim 15.000 hectare deel uit van Natura 2000-gebieden. Het ministerie van Defensie geeft invulling aan het rijksbeleid door bij te dragen aan het behoud en versterking van de biodiversiteit, zowel op land als in water. Dit wordt gerealiseerd door actief beheer gericht op het versterken van natuurwaarden en het nemen van gerichte maatregelen om verontreiniging van bodem en water te voorkomen. Ruimtelijke opgaven voor natuur zullen de komende jaren in Natuurplannen uitgewerkt worden om zo te voldoen aan de Natuurherstelverordening. Hierin nemen we niet alleen het herstel van beschermde natuurgebieden mee, maar ook hoe natuurontwikkeling gecombineerd kan worden met andere opgaven om bij te dragen aan de natuurherstelverordening.

Met als voorbeelden Defensie-oefengebieden of combinaties met maatregelen voor het hoofd­watersysteem.

Keuzes Robuust natuursysteem • • •

•

Bouwsteen: robuust natuursysteem Richting Een robuuste en veerkrachtige natuur is essentieel voor onder meer de voedselproductie en de drinkwatervoorziening, voor een landschap met hoge belevingswaarde en natuurbeleving, en voor een gezonde leefomgeving. Kijkend naar de staat van de natuur is urgent een robuuste kwalitatieve aanpak nodig. We beschermen en versterken wat we nu hebben. En we ronden conform de bestaande afspraken het Natuur Netwerk Nederland (NNN) af en realiseren extra bos in lijn met de landelijke Bossenstrategie, passend bij de kenmerken van het gebied. Een extra ruimtelijke opgave voor de Bossenstrategie wordt zoveel mogelijk beperkt door in te zetten op omvorming (revitalisering), uitbreiding binnen NNN en in te zetten op groenblauwe dooradering. Daarmee kan voldaan worden aan de Europese afspraken die hierover zijn gemaakt. Voor VHR-soorten en habitattypen wordt toegewerkt naar het behalen en behouden van een gunstige staat van instandhouding in Nederland. Het verlagen van drukfactoren (stikstof, waterkwaliteit, waterkwantiteit, versnippering, verstoring) is daarvoor een voorwaarde. Waar mogelijk combineren we deze bestaande opgaven met de aanvullende opgaven om te komen tot een gunstige staat van instandhouding ten behoeve van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR).

We leveren minimaal de inzet die noodzakelijk is om met zekerheid aan de vereisten van de Natuurherstelverordening te voldoen.

•

•

We brengen de natuur in een goede staat door middel van robuuste natuurgebieden op land en water en zorgen voor een goede basiskwaliteit van de natuur in het gehele landelijk gebied. We kijken bij behoud en versterking naar de daadwerkelijke staat van de natuur. We gaan uit van bestaande afspraken rond het Natuur Netwerk Nederland en de Bossen­ strategie en zetten voor de Bossenstrategie zoveel mogelijk in op revitalisering, combinatie met NNN en groenblauwe dooradering. We behalen de natuurdoelen voor een deel met natuurinclusief ruimtegebruik en functiecombinaties. Belangrijke oplossingsrichtingen daarbij zijn kwaliteitsversterking van bestaande natuur, het vergroten van de diversiteit en ontsnippering. Bij een substantieel deel daarvan gaat het om agrarische natuur. Daarnaast kijken we naar kansen voor combineren van natuur met andere opgaven, zoals Defensie-oefengebieden, groen in en om de stad en maatregelen voor het hoofdwatersysteem, zoals hoogwaterbescherming, ruimte voor de rivier en de grote wateren. Met de Programmatische Aanpak Grote Wateren wordt de natuur in de grote wateren versterkt en wordt de waterkwaliteit en de natuur verbeterd door de natuurlijke dynamiek weer (deels) te laten terugkeren.

Met de uitbreiding van defensieactiviteiten wordt gekeken naar passende functiecombinaties met robuuste natuursystemen, zoals binnen veiligheidszoneringen van toekomstige munitie­ depots en uitbreidingen van oefenterreinen. Ruimtelijke opgaven voor natuur zullen de komende jaren in Natuurplannen uitgewerkt worden om zo te voldoen aan de Natuurherstelverordening. Hierin zullen we – naast het herstel van de beschermde natuurgebieden – ook de bijdrage van het combineren van natuurontwikkeling met ontwikkelingen voor andere opgaven aan de doelen voor de natuurherstelverordening meenemen, zoals oefengebieden voor Defensie of combinaties met maatregelen voor het hoofdwatersysteem.

We vergroten de biodiversiteit ook door functiecombinaties van natuur met andere ruimtevragers. Op die manier beperken we de benodigde areaaluitbreiding van natuur. Door het realiseren van groenblauwe dooradering in het landelijk gebied, bijvoorbeeld in de (landbouw)gebieden met meervoudige opgaven, zal ook bijgedragen worden aan allerlei ecosysteemdiensten, zoals klimaatadaptatie, bestuiving en bodemvruchtbaarheid. In stedelijke gebieden draagt biodiversiteit ook bij aan een gezonde leefomgeving, recreatie, het verminderen van hittestress en de klimaatopgave. Natuur zal daarnaast moeten meebewegen met de veranderende omstandigheden die worden veroorzaakt door klimaatverandering. Dit kan bijvoorbeeld door een gecombineerde ontwikkeling van natuur met maatregelen voor een robuust water- en bodemsysteem.

128 | Ontwerp-Nota Ruimte

Ontwerp-Nota Ruimte | 129

Bouwsteen: robuust natuursysteem Deze kaart duidt naast de huidige beschermde natuur op land en op water en indicatief verschillende mogelijke kansen voor combinaties van natuurontwikkeling met andere opgaven.

Beschermde natuur op land duurzaam in stand houden en versterken Natura 2000-gebieden op land Natuurnetwerk Nederland (indicatie van grote gebieden) Natura 2000-gebieden op land buiten Nederland Beschermde natuur op water duurzaam in stand houden en versterken Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland op grote wateren en zee, en KRM-gebieden (Kaderrichtlijn Mariene Strategie) Beschermde natuur op zee buiten Nederland Kansen voor combinaties met natuur Unesco-Werelderfgoed op land Nationale Parken Waardevolle cultuurlandschappen Groen in en om de stad Gebieden met bijzondere opgaven: Veenweidegebieden, Natura 2000-gebieden, grondwaterbeschermingsgebieden Beken Kansen voor combinatie met maatregelen hoofdwatersysteem: Grote wateren en kustzone Rivieren

130 | Ontwerp-Nota Ruimte

Water en bodem voor Landbouw en natuur De condities voor landbouwproductie en natuurbeheer zijn onlosmakelijk verbonden met de eigenschappen en ontwikkelingen in het water- en bodemsysteem. In de eerste plaats natuurlijk via de aanwezige grondsoort en waterkenmerken. Door veranderingen onder invloed van menselijk ingrijpen, natuurlijke processen en het klimaat, die ofwel nu al optreden ofwel in de nabije toekomst verwacht worden, kunnen voor nu en/of richting de toekomst opgaven ontstaan voor het omgaan met het water- en bodemsysteem. In specifieke gebieden kunnen schadelijke effecten van een toename van droge periodes, risico op wateroverlast, verzilting en bodemdaling zich manifesteren. Deze kaart laat zien hoe en waar bij landbouw en natuurontwikkeling aandacht nodig is voor de samenhang met de opgaven in het water- en bodemsysteem.

Verbeteren water- en bodemcondities Grondsoorten Löss- en leemgronden Leemhoudende zandgronden Zandgronden Veengebieden Zware kleigronden Kleigronden Droogte Stimuleer robuustere water- en bodemsystemen om zoetwater langer vast te houden in regionale systemen Waterkwaliteit Stimuleer gezonde bodem en zoetwaterbeheer om met verzilting om te gaan Versterk waterkwaliteit en herstel van beekdalen voor een gezond ecosysteem Grondwaterbeschermingsgebieden Veenweide Stimuleer duurzaam waterbeheer en een gezonde bodem om veenoxidatie en bodemdaling te beperken Wateroverlast Neerslag langer vasthouden (infiltreren) ten behoeve van zoetwaterbeschikbaarheid Regionale piekbergingen tegen wateroverlast Speel in op natte periodes met aangepaste inrichting en beheer Toekomstbestendige bodemkwaliteit Dalende bodemvruchtbaarheid en verslechterende bodemstructuur Toenemend risico op wind- en/of watererosie Toenemende ondergrondverdichting

132 | Ontwerp-Nota Ruimte

7.5

Overzicht integrale keuzes Landbouw en natuur Keuzes voor zorgvuldig omgaan met landbouwgrond •

•

•

•

Vanwege het grote belang van voedselproductie en de diverse andere waarden die landbouwgrond biedt, gaan (mede)overheden zorgvuldig om met eventuele functiewijziging van landbouwgrond naar andere functies. Er komt een afwegingskader voor het onttrekken van landbouwgrond, waarbij (mede)overheden eerst naar de mogelijkheden kijken om functies te combineren of naar de mogelijkheid om grond met andere functies beschikbaar te stellen. Dit kader wordt vastgelegd in bestuurlijke afspraken met (mede)overheden, zonder juridische borging en met beperkte bureaucratische lasten. Deze aanpak wordt zodanig opgesteld dat landbouwgronden met beperkte opgaven zoveel mogelijk ontzien worden van functiewijziging. De eenduidige aanpak wordt door de minister van LVVN in afstemming met alle departementen in de fysieke leefomgeving met grote ruimtelijke opgaven ontwikkeld. Aspecten die bij deze afweging een rol spelen zijn de landbouwstructuur en kwaliteit van de leefomgeving in een gebied. Tegelijkertijd wordt voorkomen dat andere grote ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw, de ontwikkeling van bedrijventerreinen de energietransitie en ruimte voor defensie, door deze afweging vertraging oplopen. Met provincies, gemeenten en waterschappen worden nadere bestuurlijke afspraken gemaakt over de doorwerking van deze inzet naar een uniforme provinciale werkwijze.

•

Specifieke keuzes voor veenweidegebieden •

Keuzes voor regionale samenhang landbouw en natuur met water en bodem •

•

•

Om te vertrekken vanuit de condities van een gebied en de functies daarop aan te passen waar nodig, werken we met regionale aanpakken, op basis van de structuur van de landbouw (inclusief ketens). Die laten we beter aansluiten op condities vanuit water- en bodemsysteem en landschappelijke kenmerken. Ook voor natuur zijn goede water- en bodemcondities van belang. Het gaat daarbij zowel om het in beeld brengen van de feiten als het maken van bestuurlijke afwegingen en keuzes. Een goede samenwerking tussen provincies, gemeenten en waterschappen is hierbij essentieel, net als dat juist agrariërs in deze processen goed worden betrokken en mee kunnen denken. Zij zijn immers belangrijke gebruikers van het gebied. Sectoren en agrarisch ondernemers moeten rekening houden met veranderende water- en bodemcondities (door onder andere toenemende droogte en/of verzilting) door zelf veranderingen in hun bedrijfsvoering door te voeren. Het Rijk schrijft niet voor hoe. Alle zoetwatergebruikers moeten rekening houden met een verminderde beschikbaarheid van water. Zij zullen zowel zelf als gezamenlijk maatregelen moeten nemen om beter bestand te zijn tegen periodes van extreme droogte, watertekorten, wateroverlast en verzilting. Het Rijk werkt met provincies aan het opstellen van een grondwateronttrekkingsplafond.

Met dit plafond is het mogelijk te bepalen hoeveel grondwater er in een bepaald gebied, in een bepaald systeem, en in een bepaalde periode duurzaam onttrokken kan worden. Dit biedt het startpunt voor het vraagstuk rondom de verdeling van het beschikbare grondwater. We willen doorgaan met aanleggen van (piek)waterberging en regionale waterbuffers, en inzetten op waterbergend vermogen van de bodem.

•

•

•

Algemene keuzes voor (landbouw)gebieden met meervoudige opgaven •

•

In deze gebieden in het landelijk gebied kiezen we juist voor een strategie waarbij landbouw een extra bijdrage levert aan natuur en andere maatschappelijke doelstellingen. Dit gebeurt met name in de (landbouw)gebieden met meervoudige opgaven: de gebieden rondom Natura 2000-gebieden, de veenweidegebieden, beekdalen en de grondwaterbeschermingsgebieden. Als Rijk stimuleren we deze beweging met onder meer het stelsel voor agrarisch natuur­ beheer, waarvan al veel gebruik wordt gemaakt. Ingezet wordt op een uitbreiding van in totaal 180.000 hectare van het oppervlak waarop agrarisch natuurbeheer plaatsvindt. Dit is bovenop de huidige 161.000 hectare. De inzet van het agrarisch natuurbeheer wordt geconcentreerd in deze gebieden.

Specifieke keuzes voor gebieden rond Natura 2000 •

Rondom Natura 2000-gebieden is het van belang om het gebruik passend te laten zijn bij de condities die nodig zijn voor het Natura 2000-gebied. Voor een deel van de stikstofgevoelige gebieden zal in de directe nabijheid van het gebied extra worden gewerkt aan de verlaging van

134 | Ontwerp-Nota Ruimte

stikstofemissies naar de lucht. Voor veel natuurgebieden is stikstof niet de enige drukfactor. Gebiedsspecifiek zal ook een bijdrage moeten worden geleverd aan andere drukfactoren, zoals bijvoorbeeld hydrologie. Denk hierbij aan het verminderen van de aanvoer van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het gebied via grond- en oppervlaktewater, peilopzet en het verminderen van de onttrekking van water die voor een gezonde natuur nodig is. Er is een eerste stap gezet voor een regionale maatwerkaanpak die zich ook richt op de nabijheid van natuurgebieden. Zo wordt er verdere uitwerking gegeven aan inzet op de juiste plekken, waaronder het instellen van stroken rond natuurgebieden, startend met de Veluwe en de Peel, in lijn met de kamerbrief “Startpakket Nederland van het slot”. De in deze brief aangekondigde aanvullende maatregelen vormen ook nadrukkelijk onderdeel van de aanpak van de opgaves in zones rond Natura 2000-gebieden.

•

We willen het laagveenlandschap in de toekomst behouden. Een belangrijke economische en cultuurhistorische drager van het landschap is en blijft de landbouw. Ook in de toekomst blijft het laagveengebied een belangrijk agrarisch gebied. In de veenweidegebieden wordt, met het oog op de Europese water-, natuur- en klimaatdoelstellingen en om negatieve effecten van en afwenteling door bodemdaling tegen te gaan, toebewogen naar hogere (grond)waterstanden. Belangrijk daarbij is om perspectief te kunnen blijven bieden aan de agrariërs in het gebied. Door gebiedsgericht verantwoord toe te bewegen naar een hoger waterpeil met een grond­ waterstand van 20 tot 40 centimeter onder het maaiveld, afhankelijk van de bodemcompositie en de omstandigheden van het watersysteem, wordt bereikt dat bodemdaling wordt gemini­ maliseerd en de uitstoot van broeikasgassen gereduceerd. Daarbij geldt nadrukkelijk dat, afhankelijk van de bodemcompositie, omstandigheden van het watersysteem en de behoeften van het gebied, kan worden gedifferentieerd. Dat betekent dat in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd naar beneden kan worden afgeweken van het uitgangspunt van 20 tot 40 centimeter onder het maaiveld. (Mede)overheden, in het bijzonder de waterschappen die verantwoordelijk zijn voor de peilbesluiten, geven hier met betrokkenheid van agrariërs en anderen invulling aan.

Zij beschikken met elkaar immers over de benodigde kennis van het gebied. Met deze gebiedsgerichte aanpak wordt daarmee ook bijgedragen aan het realiseren van een reductie van één megaton CO2-equivalent in 2030 aan broeikasgasuitstoot uit veenbodems. Het opzetten van de waterpeilen vraagt om andere afwegingen in peilbesluiten en op het ontwikkelen van een landbouw die past bij wat nodig is voor het realiseren van de opgaven in het gebied. Daarbij is er verschil tussen gebieden ten aanzien van de urgentie/timing en impact van peilopzet op de functies en verandering in een gebied. Aanpassing naar een peil van 40 centimeter onder maaiveld is de eerste stap. Verder hebben aanpassing van peilen in bufferzones rondom kwetsbare Natura 2000-gebieden prioriteit. Provincies en waterschappen wegen samen en met betrokkenheid van agrariërs de locatie en het tempo af. Bij deze ontwikkeling minimaliseren we de aanvoer van gebiedsvreemd water. En door het realiseren van ruimte voor het vasthouden en bergen van zoveel mogelijk gebiedseigen water, waardoor de afhankelijkheid van de zoetwateraanvoer vanuit het hoofdwatersysteem in droge perioden beperkt is. Het toekomstperspectief voor de melkveehouderij in het veenweidegebied wordt ondersteund door meer inzet van middelen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer en door het ontwikkelen van grondinstrumentarium.

Daarnaast kan het verdienvermogen worden aangevuld met andere functies zoals agroforestry, zorg, CO2-vastlegging in veen, energieopwekking of recreatie. We realiseren aaneengesloten kansgebieden voor weidevogels op de locaties die hiervoor geschikt zijn. Daarbij vormen aaneengesloten kerngebieden met optimaal beheer voor weidevogels, met daaromheen een substantiële schil van gebieden met openheid en rust in het broedseizoen en kruidenrijk grasland, het streefbeeld. Vrijwilligheid staat hierbij centraal.

Specifieke keuzes voor beekdalen •

In veel beekdalen staat het realiseren van de wettelijke normen voor oppervlaktewaterkwaliteit onder druk. Voor de vitaliteit van beeksystemen is het belangrijk om aan deze normen te voldoen. Vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) geldt daarbij een deadline voor 2027. Het reduceren van de uit- en afspoeling van nutriënten, diergeneesmiddelen, biociden en gewasbeschermingsmiddelen vanuit de landbouw is daarvoor van belang. Ook zijn beekdalen in sommige gevallen van groot belang voor instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.

Ontwerp-Nota Ruimte | 135

•

•

•

•

In de beekdalen kijken we voor een deel naar aanpassingen in het landbouwkundig grond­ gebruik in bovenstroomse en benedenstroomse gebieden. Vertrekpunt zijn stimulerende maatregelen. Extensiever landgebruik met minder gebruik van mest en gewasbeschermingsmiddelen, behoud van grasland, in sommige gevallen omzet van bouwland naar grasland en de juiste condities voor natuur in deze gebieden helpen om te voldoen aan de KRW. Zo liggen hier in sommige situaties ook kansen voor uitbreiding van (beekbegeleidend) bos, waarbij samenhang bestaat met de uitvoering van de Bossenstrategie. Welke maatregelen er precies nodig zijn, verschilt per gebied. Bovendien wordt ingezet op grootschalig herstel van beekdalen op zandgronden voor het verbeteren van de waterkwaliteit en infiltratie. Het uitgangspunt hierbij is de ontwikkeling van bufferzones aan weerszijden van de beek. Zo draagt dit bij aan het bereiken van waterkwaliteitsdoelen, gecombineerd met andere doelstellingen op het gebied van natuur en waterberging. Provincies hebben de ruimte voor een afweging over de te nemen landbouwkundige en/of ruimtelijke maatregelen voor het realiseren van de opgave. Lokale uitwerking zal concreter uitwijzen waar aanpassingen in het ruimtegebruik gewenst zijn. Beekdalen behoren tot de prioritaire gebieden voor uitbreiding van agrarisch natuurbeheer.

De uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer biedt kansen voor boeren om bij te dragen aan de gebiedsopgaven door bijvoorbeeld het aanleggen en beheren van natuurvriendelijke oevers, landschapselementen en kruidenrijk grasland. We zetten in op uitbreiding van agrarisch natuurbeheer waardoor – naast het verbeteren van de waterkwaliteit – ook bijgedragen kan worden aan andere opgaven, zoals het versterken/ verhogen van de waterkwantiteit en het verbeteren van de natuurwaarde van het gebied. Boeren kunnen zo natuurvriendelijke oevers, kruidenrijk grasland en landschapselementen aanleggen en beheren.

Specifieke keuzes voor grondwaterbeschermingsgebieden •

•

•

We zetten in op het verbeteren van de grondwaterkwaliteit in de grondwaterbeschermings­ gebieden, zodat we onze drinkwaterbronnen veiligstellen. Daarbinnen pakken we de gebieden met grote complexiteit en meervoudige opgaven met prioriteit aan. De prioritering doen we samen met provincies en waterschappen. Het gaat voor nutriënten onder andere om de 34 meest kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden, voornamelijk op de zand- en lössgronden, waarin al langere tijd gewerkt wordt aan het reduceren van de nitraatuitspoeling uit agrarische bronnen door aanpassingen in de agrarische bedrijfsvoering. Daarnaast ligt in verschillende grondwaterbeschermingsgebieden een opgave om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Dit doen we door met provincies en waterschappen tot een uitwerking van maatregelen te komen die de uit- en afspoeling van nutriënten en gewasbescherming verminderen, afhankelijk van de opgave per gebied. De effectiviteit van maatregelen verschilt van gebied tot gebied en vraagt dus om een gebiedsgerichte uitwerking. Een andere maatregel in dit verband is het verhogen van de grondwaterpeilen in de hoge zandgronden met, zo mogelijk en als uitgangspunt, 10 tot 50 centimeter. Onder andere bodemsamenstelling, omstandigheden van het watersysteem en gebiedsspecifieke behoeften zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden.

Daarom geldt ook hier dat (mede)overheden met betrokkenheid van agrariërs gebiedsgericht tot invulling komen van het verhogen van het grondwaterpeil en hier in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd van kunnen afwijken. We zetten in op uitbreiding van agrarisch natuurbeheer waardoor – naast het verbeteren van de waterkwaliteit – ook bijgedragen kan worden aan andere opgaven, zoals het versterken/ verhogen van de waterkwantiteit en het verbeteren van de natuurwaarde van het gebied.

•

•

grondwater structureel meer wordt onttrokken dan wordt geïnfiltreerd én zodat bedrijven weten waar ze aan toe zijn en hun productieplannen daarop kunnen afstemmen. Met dit plafond kan bepaald worden hoeveel grondwater er in een bepaald gebied, in een bepaald systeem, en in een bepaalde periode infiltreert en duurzaam onttrokken kan worden. Dit biedt het startpunt voor het vraagstuk rondom de verdeling van het beschikbare grondwater, waarbij de glastuinbouw één van de watervragers is. Bij het ontzilten van brak grondwater moeten we bedacht zijn op hoe we omgaan met het restproduct waterbehandelingsconcentraat (ook brijn genoemd). Door regenwater op te slaan kan een deel van de opgave voor watervoorziening en waterberging opgelost worden. Bij een clustering van glastuinbouw moeten we ook zorgen voor voldoende aansluiting en capaciteit van het riool. De arbeidsvraag verandert door robotisering, maar er blijven mensen nodig voor techniek, innovatie en bedrijfsmanagement. Hiertoe moeten er in een clustergebied voldoende woningen en andere lokale voorzieningen beschikbaar zijn of komen voor arbeidsmigranten, zodat dit niet wordt afgewenteld op andere gebieden.

We stimuleren innovatieve koppelingen tussen intensieve veehouderij, de voedselindustrie en glastuinbouw, en de voedselindustrie en andere sectoren, met als doel optimaal gebruik te kunnen maken van reststromen en beschikbare bronnen.

Keuzes voor robuust natuursysteem • • •

•

•

•

We brengen de natuur in een goede staat door middel van robuuste natuurgebieden op land en water, en zorgen voor een goede basiskwaliteit van de natuur in het gehele landelijk gebied. We kijken bij behoud en versterking naar de daadwerkelijke staat van de natuur. We gaan uit van bestaande afspraken rond het Natuur Netwerk Nederland en de Bossenstrategie en zetten voor de Bossenstrategie zoveel mogelijk in op revitalisering, combinatie met NNN en groenblauwe dooradering. We behalen de natuurdoelen voor een deel met natuurinclusief ruimtegebruik en functiecombinaties. Belangrijke oplossingsrichtingen daarbij zijn kwaliteitsversterking van bestaande natuur, het vergroten van de diversiteit en ontsnippering. Bij een substantieel deel daarvan gaat het om agrarische natuur. Daarnaast kijken we naar kansen voor combineren van natuur met andere opgaven, zoals Defensie-oefengebieden, groen in en om de stad en maatregelen voor het hoofd­watersysteem zoals hoogwaterbescherming, ruimte voor de rivier en de grote wateren. Met de Programmatische Aanpak Grote Wateren wordt de natuur in de grote wateren versterkt en wordt de waterkwaliteit en de natuur verbeterd door de natuurlijke dynamiek weer (deels) te laten terugkeren.

Met de uitbreiding van defensieactiviteiten wordt gekeken naar passende functiecombinaties met robuuste natuursystemen, zoals binnen veiligheidszoneringen van toekomstige munitiedepots en uitbreidingen van oefenterreinen. Ruimtelijke opgaven voor natuur zullen de komende jaren in Natuurplannen uitgewerkt worden om zo te voldoen aan de Natuurherstelverordening. Hierin zullen we – naast het herstel van de beschermde natuurgebieden – ook de bijdrage van het combineren van natuurontwikkeling met ontwikkelingen voor andere opgaven aan de doelen voor de natuurherstelverordening meenemen, zoals oefengebieden voor defensie of combinaties met maatregelen voor het hoofdwatersysteem.

Keuzes voor clusteren van glastuinbouw • •

•

Voor glastuinbouw zetten we zoveel mogelijk in op groei via intensivering, innovatie en clustering in de bestaande clustergebieden. Als het nodig is om versnipperd areaal te vervangen, wordt met decentrale overheden eerst gekeken naar versterking van bestaande clusters en pas daarna naar de mogelijkheden voor nieuwe concentratiegebieden op geschikte locaties – niet zijnde bestaande industrie- of bedrijventerreinen – waar aardwarmte beschikbaar is en/of restwarmte vrijkomt. Naast energie heeft glastuinbouw voldoende (giet)water nodig, maar de beschikbaarheid van zoet (grond)water is niet vanzelfsprekend. Maatregelen voor het vasthouden en hergebruik van neerslag zijn nodig. Voor grondwater werken we met provincies aan een handreiking voor grondwateronttrekkingsplafonds, om te voorkomen dat grondwaterstanden dalen doordat

136 | Ontwerp-Nota Ruimte

Ontwerp-Nota Ruimte | 137

Gebiedsgerichte uitwerking Landbouw en natuur Het Rijk werkt met de medeoverheden aan lokaal en regionaal passende ruimtelijke oplossingen. Dit doen we onder andere via het programma NOVEX, met ruimtelijke arrangementen, in NOVEX-gebieden en verstedelijkingsstrategieën. Ruimtelijke arrangementen zijn interbestuurlijke afspraken gericht op afstemming van beleid op middellange termijn (2040/2050) tussen Rijk en provincies (zie hoofdstuk 14.2.3). NOVEX-gebieden en verstedelijkingsstrategieën zijn gericht op uitvoering van een ontwikkelperspectief of strategie, gezamenlijk vastgesteld door het Rijk en medeoverheden. Dat richt zich op de meest complex gestapelde fysieke opgaven op korte en middellange termijn (zie hoofdstuk 14.2.1).

Groene Hart In het NOVEX-gebied Groene Hart werken de Rijksoverheid, de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland en de regio samen aan het behoud en de ontwikkeling van het open polderlandschap. De focus ligt op grensoverstijgende sleutelprojecten op het gebied van natuurherstel, waterbeheer, duurzame landbouw en wonen (zoals onderzoek naar

drijvend bouwen, vrij­komende agrarische bebouwing et cetera). Het gebied zoekt naar oplossingen voor bodemdaling, behoud van biodiversiteit en het bieden van ruimte voor duurzame woningbouw en recreatie, terwijl de unieke cultuurhistorische waarde van het Groene Hart behouden blijft. Met de vaststelling van de Realisatieagenda Groene Hart is een belangrijke stap gezet.

In dit kader wordt geen ruimtelijk beleid beschreven, maar een inzicht gegeven in de bestuurlijke afspraken die met provincies, NOVEX- en verstedelijkingsgebieden tot juli 2025 zijn gemaakt om aan uitvoering van beleid te werken. Hieronder volgt een korte samenvatting van de gemaakte afspraken in relatie tot het thema Landbouw en natuur.

Ruimtelijke arrangementen

NOVEX-gebieden

Met de provincies zijn voor het thema Landbouw en natuur – in samenhang met andere ruimtelijke opgaven – in de eerste ruimtelijke arrangementen afspraken gemaakt over de ruimtelijke strategie in veenweidegebieden, en proces­afspraken over het landelijk gebied en cultuurlandschappen.

Drie NOVEX-gebieden richten zich voornamelijk op opgaven duurzaam ondernemerschap landbouw en veeteelt, natuurbehoud en -versterking en gezonde leefomgeving, dat zijn: de Peel, Groene Hart en Arnhem-­ Nijmegen-Foodvalley. Cultureel erfgoed en landschap speelt in alle zestien NOVEX-gebieden een rol.

Met de veenweideprovincies zijn afspraken gemaakt over ruimtelijke keuzes in veenweidegebieden (zie thema Landbouw en natuur). Specifiek met Overijssel is afgesproken de bestaande samenwerking rond de IJssel-Vechtdelta te verbreden, om de watervraagstukken te integreren met de complete ruimtelijke opgave in het gebied. Ook is afgesproken dat de watervraag die gepaard gaat met de vernatting van de veenweiden wordt ingebracht bij het Deltaprogramma, als een van de grote watervragers in het kader van de herijking.

Arnhem Nijmegen Foodvalley

Met provincies is afgesproken over ruimtelijke keuzes voor landbouw en natuur gebiedsgericht te blijven samenwerken en deze in samenhang met andere ruimtelijke opgaven te bekijken en te wegen. Er wordt verkend hoe ruimtelijke sturing vanuit verschillende overheden, rekening houdend met ieders taken, verantwoordelijkheden en de afhankelijkheden daarin, kan worden vormgegeven. Met provincies wordt samengewerkt aan een aanpak voor het benutten en versterken van de unieke Nederlandse cultuurlandschappen, onder andere over hoe gemeenten te ondersteunen in het rekening houden met cultuurlandschappelijke waarden en tegelijkertijd de ruimte maximaal te benutten. Met de Waterlinieprovincies is afgesproken een ruimtelijk perspectief op te stellen voor de toekomst van de Hollandse Waterlinies met betrekking tot de potentiële ruimteclaims.

138 | Ontwerp-Nota Ruimte

In het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley werken de Rijksoverheid, de provincies Gelderland en Utrecht, de waterschappen en de regio samen aan het realiseren van de schaalsprong in verstedelijking, een forse herstelopgave van natuur- en watersystemen en de noodzakelijke transitie van de landbouw. De verstedelijkings­ opgave is omvangrijk, met grootschalige woningbouw­ locaties zoals het stationsgebied van Nijmegen, de kanaalzone van Nijmegen, de spoorzone van Arnhem-Oost en delen van de Foodvalley. Deze groei wordt zorgvuldig afgestemd op het omringende landschap, de leefkwaliteit en de klimaatopgaven.

De Peel In het NOVEX-gebied de Peel werken de Rijksoverheid, de provincies Noord-Brabant en Limburg, waterschappen en regionale/lokale overheden samen aan het toekomstbestendig maken van dit gebied. De focus ligt op natuur­herstel, stikstof­reductie, het verduurzamen van de landbouw en klimaatadaptatie. Het gebied staat voor uitdagingen zoals verdroging en waterbeheer, waarbij oplossingen worden gezocht die bijdragen aan biodiversiteit en een veerkrachtig landschap. Daarnaast wordt gekeken naar het versterken van de leefbaarheid en economische kansen voor bewoners en onder­nemers in de Peel.

Ontwerp-Nota Ruimte | 139

Hoofdstuk 8

Economie en energie Economie en energie Opgaven en ambities Strategische autonomie

Brede en veerkrachtige economie

Zekerheid van energie, zoetwater en grondstoffen

Leefomgeving

Richting voor de toekomst Ruimte, randvoorwaarden en netwerken op orde voor: • hoogwaardige economische ontwikkelingen voor een brede en veerkrachtige economie • duurzame energievoorziening borgen die leveringszekerheid biedt • vergroten van de veiligheid en weerbaarheid • goede balans tussen de ontwikkelingen die nodig zijn voor een toekomstbestendige economie, lokale werkgelegenheid, het ruimtebeslag daarvan en de leefomgeving

Zekerheid van energie door een duurzaam en zelfvoorziendend energiesysteem

Hoogwaardige economische ontwikkeling door het stimuleren van hogere toegevoegde waarde, innovatie en een circulaire economie

Gezondere leefomgeving stimuleren door slimme orderning van functies

Inzetten op strategische veiligheid door ruimte te bieden aan defensie

Ruimtelijk beeld 2050 Ruimtelijke strategie Sturende ruimtelijke bouwstenen Toekomstbestendig maken van alle bedrijventerreinen

Versterken van regionale ecosystemen

Beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale corridors en overslagpunten

Verduurzamen, beschermen en versterken van energie-intensieve industrieclusters

Structuur van het hoofdstuk over het integrale thema Economie en energie

140 | Ontwerp-Nota Ruimte

Optimaal benutten van de Noordzee voor economie en energie

8.1

Opgaven en ambitie

8.1.1

Opgaven

om de transities te realiseren. Dan gaat het ook om de verdere digitalisering van onze samenleving. Daarom willen we bewust met de ruimte voor bedrijvigheid omgaan en bedrijven die bijdragen aan de toekomstige economie ruimtelijk faciliteren. Tegelijkertijd zien we dat de schaarste aan ruimte voor bedrijven toeneemt. Meer sturing is nodig om ervoor te zorgen dat bedrijven zich kunnen blijven ontwikkelen (bijvoorbeeld op het gebied van circulariteit): op de juiste plek, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, met de juiste prijs/betaalbaarheid en met efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik. De toekomst van de industrie is gericht op de transitie naar een klimaat neutrale en inclusieve industrie, een aantrekkelijk ondernemings- en vestigingsklimaat en het bevorderen van innovatie.

Ons land heeft dankzij de gunstige ligging een open economie. Opgaven op het gebied van open strategische autonomie, een blijvende veerkrachtige economie, zekerheid van energie, water en grondstoffen en een gezonde leef­omgeving zorgen er meer dan ooit voor dat onze (brede) welvaart, veiligheid en zekerheden onder druk staan. Open strategische autonomie: Binnen Europa neemt Nederland als toegangspoort een bijzondere positie in. Om de economische kansen van onze open economie te blijven benutten en het concurrentievermogen te behouden zijn de juiste randvoorwaarden nodig, zoals het behoud van internationale netwerken en bijbehorende infrastructuur. Tegelijkertijd zien we dat het geopolitieke speelveld verandert. Dit heeft gevolgen voor onder andere de levering en betaalbaarheid van grondstoffen en producten. Daarom zetten we ons in Europees verband in om minder afhankelijk te worden van risicovolle derde landen (niet EU-landen) voor bijvoorbeeld kritieke grondstoffen, technologieën en goederen. Daarnaast zien we dat vrijheid en veiligheid niet langer vanzelfsprekend zijn. Al langere tijd verslechtert de veiligheidssituatie in Europa door oorlog op ons continent. Bovendien verslechtert de wereldwijde veiligheidssituatie door de gevolgen van klimaatverandering, geopolitieke dreigingen, institutioneel wantrouwen en toenemende schaarste van grondstoffen.

Hierdoor neemt de urgentie om als Nederland voorbereid te zijn op dreigingen toe.

Voor de economische ontwikkeling is energie cruciaal. Door middel van een duurzame energievoorziening borgen we die leveringszekerheid. Zo stelt het energiesysteem van de toekomst Nederland in staat om duurzaam en economisch krachtig te zijn. Een duurzaam energiesysteem kan ook milieuruimte opleveren, omdat ze gepaard gaat met schonere lucht. Om onze strategische autonomie te waarborgen en overmatige afhankelijkheid te voorkomen dragen langetermijncontracten, het opbouwen van reserves en een groter aantal verschillende buitenlandse energieleveranciers bij aan een duurzame energievoorziening. De veiligheid van Europa staat onder druk, de wereldwijde veiligheidssituatie verslechtert door de gevolgen van klimaatverandering, hybride dreigingen, institutioneel wantrouwen, toenemende schaarste van grondstoffen en migratie. Helaas zijn grootschalige militaire conflicten weer voorstelbaar geworden. Daarom brengen we ruimte, randvoorwaarden en netwerken op orde voor het vergroten van de veiligheid en weerbaarheid voor dreiging van buitenaf. Zo beschermen we Nederland en houden we Europa sterk. Dat is een belangrijke voorwaarde voor economische ontwikkeling, welvaart en welzijn. Zo is er de afgelopen jaren steeds meer aandacht voor onderzeese datakabels en in het bijzonder voor de beveiliging van de onderzeese infrastructuur.

Brede en veerkrachtige economie: De Nederlandse economie is sterk en levert ons veel welvaart op. Ze zorgt voor banen, innovatie en draagt bij aan het vormgeven van transities zoals verduurzaming en digitalisering. De toegevoegde waarde die de economie genereert is de belangrijkste bron voor bestaanszekerheid en onze basisvoorzieningen, nu en in de toekomst. Om te zorgen dat iedereen in Nederland kan blijven profiteren van de opgebouwde brede welvaart en om ons concurrentievermogen te behouden, moet de economie dynamisch en wendbaar zijn en zich kunnen blijven ontwikkelen. De netwerken voor goederen, grondstoffen en energie zijn hiervoor cruciale randvoorwaarden. Zekerheid van energie, zoetwater en grondstoffen: Zekerheden van energie, zoetwater en grondstoffen staan steeds vaker onder druk, door de veranderende geopolitieke situatie, klimaatverandering en daardoor de mindere beschikbaarheid van water en grondstoffen. We hebben gemerkt hoe kwetsbaar bijvoorbeeld ons energiesysteem is. Om de leveringszekerheid te kunnen blijven garanderen zullen we als Nederland en Europa – meer dan nu gebeurt – zelf moeten voorzien in onze energiebehoefte. Daarvoor zijn onder andere veranderingen nodig in de energievoorziening, van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare bronnen zoals zonne-, wind- en kernenergie.

Naast het zekerstellen van een toekomstbestendig energiesysteem vraagt ook de beschikbaarheid van grondstoffen en zoetwater om aanpassingen. Onder andere de energietransitie en digitalisering vergroten de vraag naar schaarse materialen, wat leidt tot strategische afhankelijkheden en leveringsrisico’s. Door grondstoffen langer in omloop te houden en afval als bron te benutten vermindert de behoefte aan nieuwe delfstoffen. Dit draagt ook bij aan een schonere leef­omgeving en vergoot leveringszekerheid. Zekerheid over voldoende en schoon water vereist een robuust watersysteem, slim ruimte­gebruik en hergebruik van water. Leef­omgevingskwaliteit: De opgaven voor economie en energie zijn van belang voor de kwaliteit van leven in Nederland maar hebben ook grote impact op de leef­omgeving. In bepaalde gebieden hebben industrie en transport een negatief effect op de gezondheid en omgevingsveiligheid, of op de staat van de natuur.

8.1.2

Ambities We werken aan open strategische autonomie in een weerbaar Europa waarin we de potentie van onze strategische ligging verzilveren voor een hoogwaardige economie en om zekerheid van energie te ontwikkelen. Daarvoor is het van belang dat we de ruimte, randvoorwaarden en netwerken op orde hebben om onze strategische autonomie te versterken. We zetten in op randvoorwaarden om te komen tot hoogwaardige economische ontwikkeling voor een brede en veerkrachtige economie. We hebben een sterk en concurrerend bedrijfsleven nodig om onze collectieve voorzieningen in stand te houden, ons welvaartsniveau te garanderen en

142 | Ontwerp-Nota Ruimte

Hierbij zoeken we naar een goede balans tussen de ontwikkelingen die nodig zijn voor een toekomstbestendige economie, lokale werkgelegenheid, het ruimtebeslag daarvan en de impact op de leef­omgeving, waarbij onder andere gezondheid, veiligheid en het beperken van de impact op natuur, milieu en landschap een rol spelen.

8.2

Richting voor de toekomst We zetten in op een samenhangende ontwikkeling van energie, economie, defensie en goederenvervoer, waarbij we de verschillende netwerken en clusters met elkaar verbinden en optimaal benutten en vanuit de ruimtelijke randvoorwaarden kunnen bijdragen aan de ambities voor economie en energie. Voor economie gaat het in dit thema specifiek over de productiekant van de economie, veelal op bedrijventerreinen en in industrieclusters. Om hier uitvoering aan te geven is ook een ruimtelijke strategie noodzakelijk. Omdat deze opgaven ruimtelijke impact hebben én omdat we met ruimtelijke randvoorwaarden richting kunnen geven aan deze ambities. Het bestaande systeem biedt een goede basis richting de toekomst voor energie, economie en goederenvervoer met netwerken, clusters en op- en overslagpunten. Met de ruimtelijke strategie voor economie en energie geven we concreter invulling aan de drie algemene principes in deze Ontwerp-Nota Ruimte: zo weinig mogelijk afwentelen, meervoudig ruimtegebruik en gebiedskenmerken centraal.

Vier ruimtelijke principes vormen de basis van de ruimtelijke strategie voor economie en energie: • Zoveel mogelijk besparen en efficiënt benutten van (milieu)ruimte, energie en grondstoffen; • Bestaande (milieu)ruimte beter benutten en beschermen; • Vraag en aanbod ruimtelijk in samenhang optimaliseren; • Strategisch uitbreiden van de (milieu)ruimte. Zoveel mogelijk besparen en efficiënt benutten van (milieu) ruimte, energie en grondstoffen: We zetten zoveel mogelijk in op energie- en grondstofbesparing, omdat het beperken van de vraag naar energie en grondstoffen invloed heeft op de ruimtevraag. Zo beperken we de groeiende ruimtevraag en voorkomen we afwenteling naar elders. Het gaat om besparen en efficiënt omgaan met energie en grondstoffen, door bijvoorbeeld de verandering van productieprocessen, levensduurverlenging

Ontwerp-Nota Ruimte | 143

naar strategische uitbreiding. Het gaat erom dat bij het uitwerken van de ruimtelijke strategie alle vier de principes worden toegepast.

van producten of beter hergebruiken van grondstoffen en materialen, waardoor minder energie, grondstoffen maar bijvoorbeeld ook minder water nodig is. Beschermen en beter benutten van het bestaande: We gaan de bestaande (milieu)ruimte en netwerken beter benutten en beschermen. Door zoveel mogelijk beschermen én intensiever benutten, gebruiken we de bestaande ruimte optimaal en verminderen we waar mogelijk de vraag naar nieuwe ruimte voor economie en energie. Door hierop in te zetten, zorgen we ook voor zo min mogelijk impact op milieu, gezondheid, omgevingsveiligheid en leef­omgevingskwaliteit. Intensiever benutten doen we bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik te stimuleren, zoals daken van bedrijven benutten voor parkeren of het opwekken van energie. Daarnaast stimuleren we bedrijven om meerlaags te bouwen op plekken waar de ruimte schaars is. Ook gaan we kijken hoe we de onbenutte milieuruimte kunnen gebruiken. Beter benutten van de netwerken kan bijvoorbeeld door het bundelen van stromen, efficiënt gebruiken van overslagpunten en meer spreiding van vervoer over de dag.

Strategisch uitbreiden van (milieu)ruimte: We weten dat we met de huidige (milieu)ruimte niet voldoende ruimte bieden voor economische groei en de transities. Zo vraagt de energietransitie om een forse uitbreiding en verzwaring van onder meer het elektriciteitsnetwerk. Haast is bovendien geboden. Nu al zien we in grote delen van ons land problemen als gevolg van netcongestie. Daarnaast vragen de actuele ontwikkelingen bij Defensie om extra ruimte. Ook met besparing, vraag en aanbod in samenhang en het optimaal benutten van het bestaande, vraagt de groei van de economie, het versterken van de krijgsmacht en de transitie naar een circulaire economie en duurzaam energiesysteem structureel meer ruimte op lange termijn. Daarnaast zal er ook nog een lange transitiefase zijn, waarbij het lineaire en circulaire en het fossiele en duurzame systeem naast elkaar bestaan. Ook dit vraagt (in ieder geval tijdelijk) om extra ruimte. Daarom is ook strategisch uitbreiden nodig, vanuit een brede afweging: zoeken naar geschikte plekken voor uitbreiding vanuit samenhang tussen energiesysteem, economische ontwikkeling, ruimte op de netwerken, ruimte voor defensie en bredere ruimtelijke en maatschappelijke aspecten (zoals de kwaliteit van de leef­ omgeving).

Om de kansen die we zien optimaal te benutten en verschillende gebieden in Nederland te versterken, passen we de vier ruimtelijke principes toe op drie schaalniveaus: lokaal (schaalniveau van de wijk, gemeentes en bedrijventerrein), regionaal (plekken met gemeente- en regio-overstijgende functies en gebiedskenmerken) en (inter)nationaal schaalniveau (de nationale netwerken en clusters en de internationale uitwisseling). Met een integrale strategie waarin de schaalniveaus met elkaar zijn afgestemd en elkaar versterken, geven we ruimtelijk invulling aan de richting voor de toekomst voor economie en energie. Op elk schaalniveau zien we een andere rol voor de Rijksoverheid en de samenwerking met de decentrale overheden en andere partijen: de mate van sturing en rijksbetrokkenheid verschilt. Lokaal gaat het om het erkennen van het belang van, en het bieden van handelingsperspectieven en handreikingen voor gemeenten. Regionaal gaat het om samenwerking met de regio voor een gezamenlijke ruimtelijke strategie voor economie en energie en de schakelpunten met het nationale systeem. Op nationale schaal heeft het Rijk zelf regie en draagt het zorg voor voldoende ruimte voor de nationale hoofdstructuren van economie en energie. De principes kennen geen volgordelijkheid: het gaat er niet om dat we éérst besparen en als laatste pas kijken

144 | Ontwerp-Nota Ruimte

Schaalniveaus Lokaal

Regionaal

(Inter)nationaal

Rol Rijk: Erkennen van het belang en bieden van handelingsperspectieven en handreikingen voor gemeenten

Rol Rijk: Samenwerking met de regio voor een gezamelijke ruimtelijke strategie voor economie en energie en de schakelpunten met het nationale systeem

Rol Rijk: Meer een sturende en een investerende rol

Besparen en efficiënt benutten energie en grondstoffen Beter beschermen en benutten van het bestaande

Principes

Vraag en aanbod in samenhang optimaliseren: Om de beschikbare ruimte efficiënt te benutten, speelt de samenhang tussen vraag en aanbod van energie, grondstoffen en water een grotere rol in de ruimtelijke afweging dan tot nu toe het geval is geweest. Door scherp te kiezen en te verdelen, optimaliseren we de samenhang tussen vraag en aanbod en verminderen we de ruimtelijke en infrastructurele impact over het hele land. Vanwege schaarste aan nieuwe energie-infrastructuur en duurzame energiedragers zetten we in op ‘energieplanologie’, waarmee we enerzijds anticiperen op de ruimtebehoefte voor het nieuwe energiesysteem en anderzijds ruimtelijke ontwikkelingen zo programmeren dat ze bijdragen aan een effectief en efficiënt energiesysteem. Het in samenhang brengen van vraag en aanbod kan wel betekenen dat op sommige plekken de ruimtevraag of de impact op de ruimte en leef­omgeving juist hoog is, maar ook dat de druk op de leef­omgeving op andere plekken beperkt blijft. Om daarbij vraag en aanbod in samenhang te brengen is het creëren van schuifruimte essentieel, anders is er geen mogelijkheid om te komen tot ruimtelijke optimalisatie.

Ruimtelijke strategie voor economie en energie

Vraag en aanbod in samenhang

Strategisch uitbreiden

Mate van sturing en rijksbetrokkenheid binnen schaal

We werken deze ruimtelijke strategie verder uit in ruimtelijke ‘bouwstenen’. We onderscheiden op de drie schaalniveaus vijf ruimtelijke bouwstenen. Deze ruimtelijke bouwstenen bestaan uit fysieke plekken, diverse netwerken en hun onderlinge samenhang en zijn bij elkaar het ruimtelijke systeem dat cruciaal is voor de richting voor economie en energie. Op lokaal schaalniveau beschrijven we richting en keuzes voor alle (bedrijven)terreinen voor economie, energie en defensie; op het regionale schaalniveau beschrijven we richting en keuzes voor de regionale ecosystemen voor economie en energie; en op het nationale schaalniveau beschrijven we richting en keuzes voor (inter)nationale corridors en overslagpunten, energie-intensieve industrieclusters en de Noordzee. De verschillende bouwstenen hebben onderlinge samenhang en overlap en zijn dus niet los van elkaar te bezien. • •

•

• •

Bouwsteen 1 – Toekomstbestendig maken van alle (bedrijven)terreinen: alle circa 3.800 bedrijventerreinen en de terreinen van Defensie; Bouwsteen 2 – Versterken van regionale ecosystemen: de (boven)regionale strategische bedrijventerreinen, de bedrijven uit het zesde cluster, strategische knooppunten en plekken voor energie (voor elektriciteit, warmte en waterstof) en de daarvoor relevante netwerken voor energie, goederen en grondstoffen; Bouwsteen 3 – Beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale corridors en overslagpunten: de (inter)nationale netwerken en knooppunten voor overslag van goederen, grondstoffen en energie; Bouwsteen 4 – Verduurzamen, beschermen en versterken van energie-intensieve industrieclusters: de vijf energie-intensieve industrieclusters van nationaal belang; Bouwsteen 5 – Optimaal benutten van de Noordzee voor economie en energie: de functies voor economie, energie en defensie met bijbehorende infrastructuur op de Noordzee.

Ontwerp-Nota Ruimte | 145

goed mogelijk aan op de mogelijkheden die de netwerken en hun knooppunten bieden. Hetzelfde geldt voor de opwekking en het gebruik van energie. We kijken hiervoor naar wat bij het landschap past, de kansen in de ondergrond en de kenmerken van economie en verstedelijking.

Samenhang en overlap tussen de vijf bouwstenen

Alle bedrijventerreinen

Regionaal ontwikkelen zich decentrale systemen die goed aangesloten zijn op het nationale systeem. Regio’s bieden – op basis van hun ligging nabij clusters en netwerken voor vervoer en energie – de mogelijkheid voor onderscheidende economische ontwikkeling, waarbij we voortbouwen op de kansen die er nu al liggen en inspelen op de innovaties en technieken van de toekomst. Zo bouwen we aan regio’s met ruimte voor werken, een sterke economie en duurzame energie, maar ook met een leef­omgeving van hoge kwaliteit die gezond en veilig is.

Regionale ecosystemen

In 2050 benutten we de bedrijventerreinen intensiever door meervoudig en efficiënt ruimtegebruik en zijn bovendien de plekken waar kansen voor energie-uitwisseling liggen benut. We hebben verspreid over Nederland voldoende en aansluitend aanbod van bedrijventerreinen, die voorzien in lokale en regionale werkgelegenheid en economische ontwikkeling en bovendien nationaal het verdienvermogen versterken.

Noordzee (Inter)nationale corridors en overslagpunten Energie-intensieve industrieclusters

8.3

Beeld 2050 De wijze waarop in 2050 onze netwerken voor vervoer en energie en de grote economische clusters zijn ingericht, zal grotendeels bekend voorkomen. De meeste snelwegen en spoorlijnen liggen op dezelfde plek als nu. Grote industriële clusters zijn evenmin van plek veranderd. Dit systeem vormt in 2050 veel meer een logisch samenhangend en functionerend geheel, dat versterkt is. Wat er nu is, hebben we gebruikt om slimmer te bundelen en te clusteren, gaf richting aan regionale economische ontwikkeling en aan de wijze waarop we de energietransitie en de ontwikkeling van de (circulaire) economie hebben vormgegeven. In 2050 is het energienetwerk verzwaard en versterkt, is netcongestie opgelost en draait de samenleving grotendeels op duurzame elektriciteit in plaats van op gas. Op nationale schaal hebben we de vijf energie-intensieve industrieclusters versterkt. Hier liggen de zeehavens van nationaal belang: Groningen (Eemshaven/Delfzijl), Noordzeekanaalgebied, Rotterdam, Moerdijk en Vlissingen/ Terneuzen. Energie vanaf zee komt er aan land en wordt omgezet en opgeslagen. Er zijn belangrijke basisindustrieën voor open strategische autonomie en een brede economie gevestigd. Rond Chemelot in Zuid-Limburg bevindt zich een clustering van hoogwaardige chemische industrie.

Deze grote clusters voor energie en energie-intensieve industrie vormen knooppunten in een internationaal netwerk van corridors voor vervoer van goederen en grondstoffen en van energiedragers. Deze corridors lopen vanuit de IJmond, Rotterdamse haven en Vlissingen richting het oosten en zuidoosten. De corridors worden aangevuld met buisleidingen voor vervoer van energiedragers. Zoals de waterstofbackbone, die in een grote cirkel de belangrijkste plekken van opwek en gebruik van waterstof verbindt, en de Delta Rhine Corridor vanuit de Rotterdamse haven, via Moerdijk, en vanaf daar verdere verbindingen naar Zuid-Limburg en naar het Roergebied. Regio’s worden bediend door een verzwaard hoogspanningsnetwerk. Al deze netwerken en clusters zijn weer onderdeel van een groter Noordwest-Europees systeem voor energie, vervoer en economie, en functioneren dus ook grensoverschrijdend. Verbindingen en clusters ondersteunen de stedelijke en economische ontwikkeling van de regio’s. Overal streven we naar ecosystemen waar bedrijven en onderwijs- en kennisinstellingen elkaar versterken. Bestaande bedrijven en kennisinstellingen bieden daarvoor alle aanleiding. Denk aan metaal in de IJmond, chemie in Rotterdam en Zuid-Limburg, hightech in Zuidoost-Brabant en elektronica en kunstvezels in Twente.

Waar mogelijk in vruchtbare uitwisseling met de meer stedelijk georiënteerde economie van ICT, media, design en handel. De ontwikkeling van deze regio’s sluit zo

146 | Ontwerp-Nota Ruimte

Ontwerp-Nota Ruimte | 147

Noordwest-Europese context voor Economie en energie Op deze kaart laten we voor economie en energie zien hoe Nederland onderdeel is van een Noordwest-Europees systeem, met op de kaart de belangrijke clusters, knooppunten en netwerken voor goederen, grondstoffen en energie.

Hoogwaardige economische ontwikkeling voor een brede en veerkrachtige economie Energie-intensieve industrieclusters Economische kernen Stedelijk-economische kerngebiden Luchthaven (TEN-T- kernnetwerk) Haven (TEN-T- kernnetwerk) Spoor-weg terminal (TEN-T-kernnetwerk) Chemische bedrijven Datacenters Hoofdverbindingen water (TEN-T-kernnetwerk) Hoofdverbindingen spoor (TEN-T-kernnetwerk) Hoofdverbindingen weg (TEN-T-kernnetwerk) Indicatieve duiding van verschil tussen grootte van de goederenstromen (tonnages) Dataverbindingen op land (bron: International Telecommunication Union, 2024) Vaarroutes op zee (bron: Rijkswaterstaat en European Maritime Safety Agency) Internationale datakabels + aanlandingspunten (bron: Open Infrastructure Map) Exclusieve Economische Zone Reserveringszones zandwinning (bron: North Sea Energy Atlas) Inzetten op een duurzame energievoorziening voor leveringszekerheid Bestaande windenergiegebieden Aangewezen windenergiegebieden Zoekgebieden windenergiegebieden Bestaande en aangewezen gelijkstroomkabels op zee Gerealiseerde aanlanding Wind op Zee Grote elektriciteitscentrales (bron: PEH en Global Energy Monitor) Delta Rhine Corridor Potentiële importterminals waterstof (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040 en North Sea Energy Atlas) Waterstofbackbone Mogelijke technische potentie voor opslag voor H2 (bron: TNO, EBN en North Sea Energy Atlas) Olie-, gas- en

chemische leidingen (Noordzee) (bron: Rijkswaterstaat en EMODnet) Olie-/gasveld en -platform

148 | Ontwerp-Nota Ruimte

Integrale kaart Economie en energie Op deze kaart staan de vier bouwstenen die samen de hoofdlijn vormen voor de ontwikkel­richting voor economie en energie: het toekomstbestendig maken van alle (bedrijven)terreinen voor economie, energie en defensie, het versterken van de regionale ecosystemen voor economie en energie, het beschermen en doorontwikkelen van (inter) nationale corridors en overslagpunten, het verduurzamen, beschermen en versterken van de energie-intensieve industrieclusters en het optimaal benutten van de Noordzee voor economie en energie.

Toekomstbestendig maken van alle (bedrijven)terreinen Bedrijventerreinen < 200 hectare Bedrijventerreinen met hoge milieubelasting > 200 hectare Multimodale bedrijventerreinen met hoge milieubelasting > 200 hectare (Bron: IBIS, 2023) Versterken van regionale ecosystemen Industrie Groothandel en transport (bron: LISA, uitgewerkt door Bureau Louter, 2022) Volwassen campussen (bron: Innovatiespotter, 2023) Greenports met grote hub Zesde cluster (op basis van CO2 in EU ETS, Nederlandse Emissieautoriteit, VDM) Benutten van kansen wind, zon en warmte op basis van regionale kenmerken (RES-regio's) Beschermen en doorontwikkelen van (inter)nationale corridors en overslagpunten Mainports NL (haven, vliegveld, brainport) Hoofdwegen internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) Vaarwegen internationale functie (TEN-T-kernnetwerk) Spoorwegen internationale functie (TEN-T- kernnetwerk) 220 kV en 380 kV-netwerk Delta Rhine Corridor Waterstofbackbone Verduurzamen, beschermen en versterken van energie-intensieve industrieclusters Vijf energie-intensieve industrieclusters Optimaal benutten van de Noordzee voor economie en energie Vaarroutes op zee Bestaande windenergiegebieden (bron: Programma Noordzee) Aangewezen windenergiegebieden (bron: Programma Noordzee) Zoekgebied windenergiegebieden (bron: NRD Programma VAWOZ 2031-2040) Bestaande gelijkstroomkabels op zee Aangewezen gelijkstroomkabels op

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16416579/1