CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering Regels

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: TAM Omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats (2616230)16.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

173 alinea's met “omgevingsplan”: 1 2 6 18 19 21 22 28 29 31 32 35 36 37 38 39 43 48 49 58 59 74 79 84 85 93 94 96 104 105 109 111 112 113 114 118 120 123 124 125 …

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 28

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Afbeelding: bomen in beheer door gemeente Delft, Open data portaal gemeente Delft. De oude locatie van de inmiddels verplaatste bomen is rood omcirkeld in bovenstaande afbeelding.

Afbeelding: bomen in beheer door gemeente Delft, Open data portaal gemeente Delft. De bovenstaande afbeelding geeft de situatie weer na realisatie inclusief verplaatsing van de bomen. In de gemeentelijke 'Visie Groen & Biodiversiteit' maakt het gebied waarop het wijzigingsbesluit ziet, géén onderdeel uit van bestaande groen-blauwe hoofdstructuur. Relevant voor onderhavig wijzigingsbesluit is dat vanuit de 'Visie Groen & Biodiversiteit' wordt ingezet op kruidenrijke bermen. Langs fietspaden en (spoor-)wegen wordt gecontinueerd op de inzet op kruidenrijke bermen en natuurvriendelijk beheer, tenzij dit leidt tot onveilige verkeerssituaties. Daarbij wil de gemeente aansluiten op het bijenlandschap in wording. Beoordeling: Met de verplaatsing van de railinzetplaats naar een positie op 25 meter afstand van de oude locatie in combinatie met de verplaatsing van een boom en herinrichting van de oude locatie als groene plaats, zijn er netto géén gevolgen voor de oppervlakte aan bestaand openbaar groen. De inzet op kruidenrijke bermen en natuurvriendelijk beheer vindt plaats vanuit de gemeente Delft en staat los van het voorliggende wijzigingsbesluit. Conclusie: Vanuit het aspect groen zijn er géén belemmeringen voor de functietoedelingen in dit wijzigingsbesluit, waaronder het toestaan van een railinzetplaats.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 29

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

4.13

Luchtkwaliteit

Delft behoort tot de agglomeratie Den Haag/Leiden (art. 2.38b Omgevingsregeling). De agglomeratie is in artikel 5.51 lid 2 Bkl aangewezen als aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof. Als het omgevingsplan een van de hieronder genoemde activiteiten mogelijk maakt en die activiteiten leiden tot een verhoging van de concentratie van stikstofdioxide en fijnstof in het aandachtsgebied dienen de in het Bkl opgenomen omgevingswaarden in acht te worden genomen: de aanleg of wijziging van wegen, vaarwegen en spoorwegen; activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen; milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht. Deze verplichting geldt niet in de in artikel 5.52 tot en met 5.54 Bkl genoemde uitzonderingsgevallen. Beoordeling: De verplaatste railinzetplaats is (evenals in de oude situatie) in het bestaande spoorbaanvak geplaatst. Feitelijk is er hiermee geen sprake van een wijziging van een spoorweg. De uitrit kruist een fietspad en past deze niet aan. De uitrit sluit verder aan op de bestaande wegenstructuur. Feitelijk is er hiermee géén sprake van een wijziging van een (spoor-)weg. Daarnaast betreft het een activiteit die niet leidt tot een verhoging van de concentratie van sikstofdioxide en fijnstof.

Het betreft immers een verplaatsing van een bestaande voorziening met 25 meter. Conclusie: Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er géén belemmeringen voor de functietoedelingen in dit wijzigingsbesluit, waaronder het toestaan van een railinzetplaats.

4.14

Project-mer-beoordeling

De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is.

Voor plannen en programma's die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht. Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen of programma's die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd.

De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 30

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats Beoordeling In bijlage V van het Omgevingsbesluit is de categorie J2 'Spoorwegen en faciliteiten voor de overlading tussen vervoerswijzen en van overladingsstations' benoemd. Bij een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan waarbij sprake is van de activiteit 'aanleg van spoorwegen voor spoorverkeer over lange afstand' geldt een plan-merplicht op grond van kolom 2. Bij een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan waarbij sprake is van de activiteit 'Aanleg, wijziging of uitbreiding' van spoorwegen voor spoorverkeer over lange afstand, geldt een mer-beoordelingsplicht.

In onderhavig wijzigingsbesluit van het omgevingsplan wordt géén wijziging van het bestaande spoorbaanvak voorzien. Het spoorbaanvak wordt gehandhaafd overeenkomstig het Tracébesluit Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) viersporigheid Rijswijk – Delft Zuid van 7 december 2016 en gewijzigd d.d. 14 maart 2022. Voor het tracébesluit is reeds een m.e.r-procedure doorlopen. De nieuwe railinzetplaats bestaat uit een verharding in het spoor (betonnen industrieplaten), vergelijkbaar met de verharding bij de oude railinzetplaats die reeds is verwijderd. Van een wijziging van spoorwegen voor spoorverkeer over lange afstand kan derhalve géén sprake zijn. Op grond van het vorenstaande is een mer-beoordelingsplicht niet aan de orde. Voorts kan in de verplaatsing van de oude railinzetplaats naar de nieuwe locatie op 25 meter afstand verderop géén sprake zijn van aanzienlijke milieueffecten. Conclusie: Vanuit het aspect mer-beoordeling zijn er géén belemmeringen voor de functietoedelingen in dit wijzigingsbesluit, waaronder het toestaan van een railinzetplaats.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 31

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Systematiek bestemmingen

Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het gemeentebrede (tijdelijk deel van het) omgevingsplan van de gemeente Delft. Een TAM-omgevingsplan is een wijziging van het omgevingsplan conform de Omgevingswet, maar wordt opgesteld met digitale (IMRO) techniek van bestemmingsplannen. TAM-omgevingsplannen vormen een tijdelijke alternatieve maatregel totdat de omgevingsplansoftware en het digitale loket verder ontwikkeld zijn. Tot het zogenaamde tijdelijke deel van het omgevingsplan, ter plaatse van dit wijzigingsbesluit, behoren de bestemmingsplannen 'Zuidwest 3 Tanthof' (vastgesteld d.d. 25 april 2013) en 'Schieoevers Zuid' (vastgesteld d.d. 28 augustus 2012). De realisatie van een railinzetplaats is in strijd met de beide plannen. Derhalve is een aanpassing van het omgevingsplan nodig. Het onderhavige TAM-omgevingsplan lijkt los te staan van de rest van het gemeentebrede omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan, wordt het als een separaat hoofdstuk toegevoegd aan het gemeentebrede omgevingsplan. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan.

Daarom is er in de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan een preambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22b van het omgevingsplan. De regels van dit TAM-omgevingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Omschrijving van gebruiksactiviteiten; Algemene regels; Overgangsregels.

5.1.1

Inleidende regels

Begripsbepalingen en aanvullende begripsbepalingen In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd, die in de regels van dit TAM-omgevingsplan worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het omgevingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. In de begrippen is 'bevoegd gezag' opgenomen. Als hoofdregel geldt dat het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is, tenzij een ander orgaan is aangewezen zoals gedeputeerde staten van de provincie indien het een project van provinciaal belang betreft, of een minister voor projecten van nationaal belang. Toepassingsbereik, meet- en rekenbepalingen en normadressaat Daarnaast is voorzien in een bepaling voor wat betreft het toepassingsbereik van het wijzigingsbesluit van het Omgevingsplan. Hierin is bepaald waarop het wijzigingsbesluit ziet en welke besluiten niet van toepassing zijn binnen de locatie van het wijzigingsbesluit. De meet- en rekenbepalingen geven aan hoe de hoogte- en andere maten, die bij het bouwen in acht moeten worden genomen, gemeten moeten worden. De normadressaat bepaling geeft weer tot wie de in dit wijzingsbesluit opgenomen normstellingen zich richt.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 32

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats 5.1.2

Omschrijving van gebruiksactiviteiten

In het hoofdstuk 'Omschrijving van gebruiksactiviteiten (paragraaf 22B.2)' is voorzien in functietoedelingen ( enigzins vergelijkbaar met bestemmingsomschrijvingen in bestemmingsplannen die onder de Wro zijn opgesteld). In onderstaande is hiervan een korte omschrijving opgenomen. Groenactiviteiten De voor 'Groen - Groenactiviteiten' aangewezen locaties mogen worden gebruikt voor het realiseren, instandhouden en gebruiken van groen, groenvoorzieningen, ecologische voorzieningen en ecologische structuren. Daarnaast kunnen deze aangewezen locaties worden gebruikt voor extensieve recreatieve voorzieningen, speelvoorzieningen, water, langzaam verkeersroutes, kunstwerken, bijbehorende voorzieningen, terreinafscheidingen, voorzieningen voor het stallen van fietsen, geluidwerende voorzieningen. Verkeeractiviteiten De voor 'Verkeer - Verkeeractiviteiten' aangewezen locaties mogen worden gebruikt voor het realiseren, instandhouden en gebruiken van: hoofdrijbanen; een bus- en trambaan; verblijfs- en verkeersvoorzieningen. Daarnaast kunnen deze aangewezen locaties worden gebruikt voor groenvoorzieningen, water, kunstwerken, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, voorzieningen voor het stallen van fietsen, bijbehorende voorzieningen.

Verkeer - Spoorwegactivteiten De voor 'Verkeer - Spoorwegactiviteiten' aangewezen locaties mogen worden gebruikt voor het realiseren, instandhouden en gebruiken van: (hoofd- en lokaal) spoorwegen en de daarbij behorende spoorwegwerken. Onder spoorwegwerken worden op grond van de begripsbepaling spoorwegwerken mede railinzetplaatsen verstaan. In dit wijzigingsbesluit is het gelet hierop niet noodzakelijk de aanwezige railinzetplaats binnen deze functietoedeling nader te duiden op de verbeelding. Daarnaast kunnen deze aangewezen locaties worden gebruikt voor overkappingen, bermen, groenvoorzieningen, kunstwerken, geluidwerende voorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Leiding - Hoogspanningsverbinding III activiteiten De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding III activiteiten' aangewezen locaties mogen, behalve voor de andere daar op grond van aangewezen toegestane gebruiksactiviteiten, mede worden gebruikt voor het realiseren, instandhouden en gebruiken van een ondergrondse hoogspanningsleiding van ten hoogste 150kV en bijbehorende voorzieningen. Waarde - Archeologie activiteiten De voor 'Waarde - Archeologie activiteiten' aangewezen locaties mogen, behalve voor de andere daar op grond van aangewezen toegestane gebruiksactiviteiten, mede worden gebruikt voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

5.1.3

Algemene regels

Antidubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Dit zou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn ingeval (onderdelen van) bebouwingsstroken van verschillende eigenaars zijn. Algemene bouwregels In dit artikel zijn bouwregels opgenomen die gelden voor alle gebouwen binnen het plangebied. Deze regels gelden naast de overige regels in het plangebied. Algemene gebruiksregels In dit artikel is een algemeen verbod opgenomen voor gebruik in strijd met de bestemmingen. In lid 2 is aangegeven welk gebruik in ieder geval verboden is en in lid 3 welk gebruik hieronder niet wordt verstaan. Algemene aanduidingsregels bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 33

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats Hierin heeft specifiek de aanduiding 'geluidzone - industrie' met bijbehorende regeling een plek gekregen. Het betreft een overname van een regeling uit het tijdelijk deel van het Omgevingsplan dat in dit TAM-omgevingsplan opnieuw zonder wijzigingen wordt overgenomen. Voorrangsregeling In dit artikel is een prioritering aangegeven van de (dubbel)bestemmingen indien er op gronden sprake is van meerdere (dubbel)bestemmmingen en de daarbij gepaard gaande belangen. 5.1.4

Overgangsrecht

Overgangsrecht Dit artikel bevat de overgangsregels met betrekking tot het bouwen en het gebruik van gronden. In afwijking van de bouwregels blijven enige bouwmogelijkheden bestaan voor die gebouwen die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan afwijken van het plan en die zijn of worden gebouwd bij of krachtens de Woningwet of Wabo. Bestaande afwijkingen mogen in principe niet worden vergroot. Het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken, dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat het in werking treedt, mag worden voortgezet. Het overgangsrecht is echter niet van toepassing op gebruik dat al in strijd was met het voorgaande plan. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan, indien de afwijking hierdoor in mindere mate strijdigheid met dit bestemmingsplan oplevert.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 34

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid

6.1

Participatie en overleg

6.1.1

Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg is het conceptplan toegezonden aan de volgende overlegpartners: 1. Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland; 2. Ministerie van I&W/ Rijkswaterstaat; 3. Hoogheemraadschap van Delfland; 4. Prorail; 5. KPN; 6. Tennet; 7. Stedin; 8. Gasunie; 9. Evides waterbedrijf; 10. VWS pipeline control; 11. Veiligheidsregio Haaglanden. De onder nummers 1,2,4,5,8 en 11 genoemde instanties hebben gereageerd en aangegeven geen opmerkingen over het wijzigingsbesluit te hebben. De onder 3 en 6 genoemde instanties hebben een inhoudelijke reactie ingediend. Deze reactie worden hieronder besproken. Van de overige overlegpartners is geen reactie ontvangen.

Reacte overlegpartner 3: Hoogheemraadschapvan Delfland 1. Algemeen: Voor de verdere uitwerking van het initiatief wordt verzocht om de verschillende wateraspecten in de waterparagraaf 4.10 van de Motivering te beschrijven in aparte alinea’s, te weten Waterkwantiteit, Waterveiligheid, Grondwater, Waterkwaliteit, Onderhoud en Bagger, Waterketen en Klimaatadaptatie. Indien een thema niet op de ontwikkeling van toepassing is, dan wordt verzocht dit in de tekst aan te geven. 2. Waterkwantiteit: In de motivering wordt op pagina 23 beschreven, dat er bij Delft Zuid aanpassingen aan het watersysteem gedaan zijn, die bij de voorbereiding van het tracébesluit PHS Viersporigheid Rijswijk-Delft Zuid met het Hoogheemraadschap afgestemd zijn. Wij verzoeken u in de motivering een toelichtende tekst over de genoemde aanpassingen aan het watersysteem, die betrekking op dit plangebied hebben, waaronder het dempen van water op de locatie van de railinzetplaats en hoe dit gecompenseerd is, op te nemen. Ook wordt op pagina 23 aangegeven, dat het een waterneutrale ontwikkeling betreft, te weten “De oude railinzetplaats met verhardingen is verwijderd na realisatie van de nieuwe railinzetplaats.”. Wij vragen u dit verder in de tekst te onderbouwen.

Ook bij ontwikkelingen met gelijkblijvende verharding kan een wateropgave gelden in verband met klimaatverandering en het effect op het oppervlaktewatersysteem. Wij verzoeken u dan ook voor deze ontwikkeling de watersleutel in te vullen en deze bij de motivering toe te voegen. Antwoord: 1. In de beschrijving van de waterparagraaf 4.10 zal wordt voorzien in aparte alinea's voor de aspecten waterkwantiteit, waterveiligheid, grondwater, waterkwaliteit, Onderhoud en Bagger, Waterketen en Klimaatadaptatie. Daarnaast wordt de beleidsparagraaf 3.3. aangevuld. 2. In de motivering zal nader worden stilgestaan bij de aanpassingen die in c.q. nabij het wijzigingsbesluitgebied zijn uitgevoerd vanuit het tracébesluit PHS Viersporigheid Rijswijk-Delft Zuid onder verwijzing naar een deelrapport Water dat onderdeel vormt van de stukken behorende bij het tracébesluit. Ook zal hierbij worden ingegaan op het aspect watercompensatie.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 35

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats Conclusie: Deze reactie heeft geleid tot bovenaangehaalde aanpassingen in de motivering en bijlagen van het plan.

Reactie overlegpartner 6: Tennet Binnen het wijzigingsgebied is ondergrondse infrastructuur gelegen van Tennet in de vorm van een 150 v hoogspanningsleiding. Inhoudelijk wordt de navolgende reactie gegeven: 1. Verzocht wordt de benaming van het beperkingengebied voor de hoogspaningsverbinding op de legenda van de verbeelding in overeenstemming te brengen met de benaming in de regels. 2. Aangegeven wordt dat in het wijzigingsgebied geen hoogspanningsmasten voorkomen. Vanuit het oogpunt van Tennet kan de maximale hoogte voor hoogspanningsmasten dan ook uit de planregeling worden verwijderd. 3. Verzocht wordt om in het aanlegvergunningstelsel in artikel 9.5.1 onder c toe te voegen 'en/of kappen' in relatie tot diepwortelende beplanting en/of bomen. 4. Verzocht wordt om in het aanlegvergunningstelsel in artikel 9.5.1 onder e 'diepploegen' te verruimen naar 'het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage'. 5. Voorts wordt verzocht het (langdurig) opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen in de gebruiksregel van artikel 9 als mogelijk gebruik uit te sluiten. 6. Opgemerkt wordt dat in de juridische toelichting aangehaalde voorrangsregeling niet net betrekking tot de artikelen 11 tot en met 16 niet voorkomt in de planregeling. Antwoord: 1.

Dit wordt aangepast in het ontwerp wijzigingsbesluit door de legenda omschrijving aan te passen hetgeen in de planregeling is opgenomen; 2. Dit wordt niet aangepast vanuit het oogpunt van een eenduidige regeling en het feit dat als een hoogspanningsmast aan de orde is in de toekomst, hiervoor ook een maximale bouwhoogte geldt; 3. Dit wordt aangepast conform het verzoek; 4. Dit wordt aangepast conform het verzoek; 5. In de gebruiksregels zal het langdurig opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen worden uitsgesloten van toegestaan gebruik; 6. Per abuis is in de juridische toelichting melding gemaakt van een voorrangsregeling. Die passage wordt verwijderd in de toelichting. Conclusie: Deze reactie heeft geleid tot bovenaangehaalde aanpassingen van het plan.

6.1.2

Participatie

Op grond van de Omgevingswet is het verplicht om bij een voorgenomen wijzigingsbesluit van het Omgevingsplan te participeren over het voorgenomen wijzigingsbesluit. Hieraan is voor dit wijzigingsbesluit invulling gegeven door een participatiemoment in de bekendmaking van het voorgenomen wijzigingsbesluit te benoemen. Tijdens een inloopbijeenkomst op 12 november 2025 was het voor een ieder mogelijk om informatie op te halen over het voorgenomen wijzigingsbesluit en was het mogelijk om een reactie achter te laten. Tijdens de participatiebijeenkomst is een vertegenwoordiger van de provincie ontvangen die uitleg is verschaft over de planvorming. De vertegenwoordiger van de provincie heeft nogmaals (mondeling) bevestigd dat de planvorming in lijn met het provinciaal beleid is.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 36

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

6.2

Financiële uitvoerbaarheid

6.2.1

Inleiding

Overheden zijn verplicht om kosten te verhalen als het plan voorziet in bouwactiviteiten die zijn aangewezen in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als dat niet mogelijk is, is de publiekrechtelijke weg verplicht. In dat geval verhaalt de gemeente de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Aangewezen bouwactiviteiten zijn bijvoorbeeld het bouwen van woningen, bedrijfspanden, kantoren en winkels. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. 6.2.2

Wat zit er in het plan

De bouwmogelijkheden die het plan biedt vallen niet onder een aangewezen categorie voor verplicht kostenverhaal, zoals bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.Voor het plan bestaat daarom géén verplichting tot kostenverhaal. Voor het aspect nadeelcompensatie wordt wel voorzien in anterieure overeenkomst. Het opnemen van een regeling in het plan is echter niet noodzakelijk omdat de kosten 'anderszins verzekerd' zijn.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 37

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Inleidende regels (paragraaf 22B.1) Begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Toepassingsbereik Meet- en rekenbepalingen Normadressaat

4 4 5 8 9 10

Hoofdstuk2 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Omschrijving van gebruiksactiviteiten (paragraaf 22B.2) Groen - Groenactiviteiten Verkeer - Verkeeractiviteiten Verkeer - Spoorwegactiviteiten Leiding - Hoogspanningsverbinding III activiteiten Waarde - Archeologie activiteiten

11 11 13 14 15 17

Hoofdstuk3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Algemene regels (paragraaf 22B.3) Algemeen gebruiksverbod Algemene aanvraagvereisten Anti-dubbeltelregel Bouwactiviteit - algemene regels Gebruiksactiviteit - algemene regels Algemene aanduidingsregels

19 19 20 21 22 24 25

Hoofdstuk4 Artikel 17

Overgangsregels (paragraaf 22B.4) Overgangsrecht

26 26

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 2

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Regels

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Hoofdstuk 1

Inleidende regels (paragraaf 22B.1)

Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een railinzetplaats op de locatie aan het hoogspanningspad ter hoogte van Tanthofdreef 2 te Delft en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22b]) van het omgevingsplan van de gemeente Delft. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/) uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22b] van het omgevingsplan van de gemeente Delft. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22b.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22b.]’ gelezen worden.

Artikel 1

Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 4

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 2

Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22B gelden de volgende aanvullende begripsbepalingen: 2.1

omgevingsplan:

Het omgevingsplan van de gemeente Delft; 2.2

tam-omgevingsplan:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats; 2.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee locaties zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze locaties; 2.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 2.5

aansluiting

daar waar twee spoorlijnen samenkomen; 2.6

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt; 2.7

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 2.8

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 2.9

bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 2.10

bijbehorende voorzieningen

voorzieningen die ten dienste staan van en ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming zoals parkeren, groenvoorzieningen (eilandjes), water, ontsluitingswegen, bruggen, duikers, kades, taluds en beschoeiingen; 2.11

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 2.12

bouwwerk

elke constructie van enige omvang die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, zoals gebouwen, kunstwerken en voorzieningen voor elektrotechnische systemen (bijvoorbeeld schakelkasten). 2.13

bovenkant spoorstaaf (BS)

de hoogte van de bovenkant van de laagste spoorstaaf; 2.14

burgemeester en wethouders

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft; 2.15

bvo (brutovloeroppervlak)

het totale gebouwde vloeroppervlak;

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 5

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats 2.16

doorgangsbreedte

ruimte die in de breedte beschikbaar is bij het passeren van een kunstwerk; 2.17

doorgangshoogte

ruimte die in de hoogte beschikbaar is bij het passeren van een kunstwerk; 2.18

dagelijkse boodschappen

consumentenartikelen zoals levensmiddelen, drogisterij-artikelen, alcoholische dranken, tabak en schoonmaakartikelen. 2.19

darkstore

ruimte die in hoofdzaak in gebruik is als opslag- en distributiepunt voor dagelijkse boodschappen die overwegend online besteld en betaald worden en via flitsbezorging bij consumenten bezorgd worden. 2.20

duiker

ondergrondse verbinding die deel uitmaakt van de waterhuishouding of het ecologische systeem; 2.21

elektrotechnische systemen (ETS)

het geheel aan technische voorzieningen dat zorg draagt voor de energievoorziening van de spoorlijn, de beheersing en beveiliging van het treinverkeer en de benodigde telecommunicatie. 2.22

extensieve recreatie

recreatie, waarbij relatief weinig mensen aanwezig zijn per oppervlakte-eenheid of per tijdseenheid. Recreatie met weinig dynamiek en die weinig druk uitoefent op de omgeving. Er zijn weinig of geen gebouwen nodig. 2.23

extensieve recreatieve voorzieningen

voorzieningen ten behoeve van extensieve recreatie. 2.24

flitsbezorging

bezorgdienst die gericht is op snelle bezorging vanuit een darkstore van hoofdzakelijk online aangeboden en bestelde dagelijkse boodschappen bij consumenten. 2.25

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 2.26

kunstwerken

constructie in weg, water of spoorlijn zoals viaducten, onderdoorgangen, overkluizingen, bruggen (fly-overs) en tunnels ten behoeve van de kruising met infrastructuur (vliesconstructies daaronder niet begrepen). Geluidwerende constructie langs de spoorlijn. 2.27

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, openbare toiletten, en apparatuur voor telecommunicatie; 2.28

peil

bovenkant spoorstaaf (BS); 2.29

railinzetplaats

een plek op de vrije baan, het emplacement of raccordement waar voertuigen in het spoor kunnen worden gezet, bijvoorbeeld aannemersmateriaal of hulpverlening bij calamiteiten.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 6

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats 2.30

spoorwegwerken

bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van de spoorlijn, het station en reizigers, waaronder overkappingen, aardebanen, spoorstaven, dwarsliggers, ballastbed, bovenleidingen met draagconstructies, kunstwerken, geluidsschermen, afwateringssloten, paden ten behoeve van onderhoud en bereikbaarheid voor hulpdiensten alsmede elektrotechnische systemen voor onder andere de energievoorziening, beveiliging en telecommunicatie en open terreinen zoals wegen, voet- en fietspaden, watergangen en waterkeringen, bermen en groenvoorzieningen en overige verhardingen, alsmede de spoorlijn kruisende wegen, railinzetplaatsen en waterlopen. 2.31

slootbodem

bodem watergang, zoals opgenomen in de legger van het Hoogheemraadschap Delfland; 2.32

tracebesluit

het Tracébesluit Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) viersporigheid Rijswijk – Delft Zuid zoals vastgesteld op 7 december 2016 en gewijzigd op 14 maart 2022. 2.33

verkanting

een helling die in dwarsrichting wordt ingebouwd om een goede afwatering te waarborgen en om bochten veiliger en comfortabeler berijdbaar te maken. Dit kan onder andere in een dakprofiel, waardoor naar de zijbermen afgewaterd wordt. 2.34

zorgfuncties

gezondheidszorg, zorg en welzijn, revalidatie, paramedische voorzieningen en daarmee vergelijkbare functies

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 7

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 3

Toepassingsbereik

1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid; 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie railinzetplaats gelegen aan het hoogspanningspad ter hoogte van Tanthofdreef 2, waarvan de geometrische planobjecten zijn vervat in het gml-bestand NL.IMRO.0503.OP0003-2001, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/) .

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 8

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 4

Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt: 4.1

afstanden:

afstanden worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 4.2

de bouwhoogte van een bouwwerk:

a. vanaf het peil tot aan het hoogste punt van de constructie van een gebouw of een bouwwerk, tenzij in artikel Bouwactiviteit - algemene regels anders is bepaald; b. bij het bepalen van de hoogte blijven voorzieningen zoals geluidschermen, draagconstructies voor de bovenleiding, de bovenleiding, luchtkokers, antennes, hekwerken, leuningen, vlechtwerk en daarmee vergelijkbare constructies buiten beschouwing. 4.3

de hoogte van een windturbine:

vanaf het 2.28 tot aan de (wieken)as van de windturbine; 4.4

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 9

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 5

Normadressaat

Aan de regels in Hoofdstuk 22B wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 10

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Hoofdstuk 2 22B.2) Artikel 6 6.1

Omschrijving van gebruiksactiviteiten (paragraaf

Groen - Groenactiviteiten

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie 'Groen - Groenactiviteiten', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0503.OP0003-2001 (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/).

6.2

Omschrijving van gebruiksactiviteiten

6.2.1

Algemene omschrijving van gebruiksactiviteiten

De voor 'Groen - Groenactiviteiten' aangewezen locaties mogen worden gebruikt voor het realiseren, instandhouden en gebruiken van: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

groen, groenvoorzieningen, ecologische voorzieningen en ecologische structuren; extensieve recreatieve voorzieningen; speelvoorzieningen; water; langzaam verkeersroutes; kunstwerken; bijbehorende voorzieningen terreinafscheidingen; voorzieningen voor het stallen van fietsen; geluidwerende voorzieningen.

6.2.2

Gebruiksactiviteit - verboden

Het is verboden om de locatie 'Groen - Groenactiviteiten' te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in de in 6.2.1 genoemde gebruiksactiviteiten.

6.2.3

Gebruiksactiviteit - nadere regels

In het onderstaande zijn regels voor toegestaan gebruik opgenomen ter nadere detaillering van het bepaalde in 6.2.1: a

Extensief recreatief medegebruik

Het gehele gebied gelegen binnen deze functietoedeling mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d. 6.3

Bouwregels - beoordelingsregels

6.3.1

Bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de regels van artikel 14 en de volgende bepalingen: a. leidingen zijn uitsluitend onder maaiveld toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de functie water de leidingen minimaal 1,3 m onder de slootbodem moeten worden aangelegd; b. de maximale oppervlakte van een speelvoorziening is 300m2; c. een terreinafscheiding is toegestaan indien de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter. Het bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 11

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats bepaalde in artikel 14.2 onder b is hierbij niet van toepassing. 6.3.2

Gebouwen

gebouwen zijn niet toegestaan met uitzondering van: a. nutsvoorzieningen waarvan de bouwhoogte maximaal 4 m mag bedragen; b. fietsenstallingen indien: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,5 m; 2. de oppervlakte ten hoogste 5 m2 bedraagt; 3. de voorzieningen voor het stallen van fietsen solitair staan danwel maximaal 1 maal zijn geschakeld; 4. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de Algemene omschrijving van gebruiksactiviteiten gegeven gebruiksmogelijkheden. 6.4

Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit

6.4.1

Omgevingsvergunning

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit om binnen de locatie 'Groen - Groenactiviteiten' de gebruiksactiviteit parkeren mogelijk te maken, indien wordt voldaan aan het bepaalde in 6.4.2.

6.4.2

Voorwaarden afwijken

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit als bedoeld in 6.4.1, gelden de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke kwaliteit wordt niet nadelig beïnvloed. In de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit wordt aandacht besteed aan de relatie tot de openbare ruimte en belendende percelen, groen, ecologie, water en verkeer.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 12

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 7 7.1

Verkeer - Verkeeractiviteiten

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie 'Verkeer - Verkeeractiviteiten', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0503.OP0003-2001 (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/). .

7.2

Omschrijving van gebruiksactiviteiten

7.2.1

Algemene omschrijving van gebruiksactiviteiten

De voor 'Verkeer - Verkeeractiviteiten' aangewezen locaties mogen worden gebruikt voor het realiseren, instandhouden en gebruiken van: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

hoofdrijbanen; een bus- en trambaan; verblijfs- en verkeersvoorzieningen; groenvoorzieningen; water; kunstwerken; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; geluidwerende voorzieningen; voorzieningen voor het stallen van fietsen; bijbehorende voorzieningen.

7.2.2

Gebruiksactiviteit - verboden

Het is verboden om de locatie 'Verkeer - Verkeeractiviteiten' te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 7.2.1 genoemde gebruiksactiviteiten.

7.3

Bouwregels - beoordelingsregels

Voor het bouwen gelden de regels van artikel 14 en de volgende bepalingen: a. voorzieningen voor het stallen van fietsen zijn toegestaan indien: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,5 m, de breedte niet meer bedraagt dan 2,2 m en de diepte niet meer bedraagt dan 2,4 m; 2. de voorzieningen voor het stallen van fietsen solitair staan dan wel maximaal eenmaal zijn geschakeld; 3. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de Algemene omschrijving van gebruiksactiviteiten gegeven gebruiksmogelijkheden.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 13

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 8 8.1

Verkeer - Spoorwegactiviteiten

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie 'Verkeer - Spoorwegactiviteiten', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0503.OP0003-2001 (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/).

8.2

Omschrijving van gebruiksactiviteiten

8.2.1

Algemene omschrijving van gebruiksactiviteiten

De voor 'Verkeer - Spoorwegactiviteiten' aangewezen locaties mogen worden gebruikt voor het realiseren, instandhouden en gebruiken van: a. b. c. d. e. f. g.

(hoofd- en lokaal) spoorwegen en de daarbij behorende spoorwegwerken; overkappingen; bermen; groenvoorzieningen; kunstwerken; geluidwerende voorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

8.2.2

Gebruiksactiviteit - verboden

Het is verboden om de locatie 'Verkeer - Spoorwegactiviteiten' te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 7.2.1 genoemde gebruiksactiviteiten. 8.3

Bouwregels - beoordelingsregels

a. spoorwegwerken mogen een maximale bouwhoogte van 8 meter hebben, gemeten vanaf de voet van het bouwwerk. b. voor bouwwerken voor elektrotechnische systemen (ETS) gelden de volgende afmetingen: 1. het maximale oppervlak bedraagt 120 m2 per bouwwerk; 2. de maximale hoogte bedraagt 3 meter vanaf de voet van het bouwwerk.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 14

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 9 9.1

Leiding - Hoogspanningsverbinding III activiteiten

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding III activiteiten', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0503.OP0003-2001 (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/). 9.2

Omschrijving van gebruiksactiviteiten

9.2.1

Algemene omschrijving van gebruiksactiviteiten

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding III activiteiten' aangewezen locaties mogen, behalve voor de andere daar op grond van aangewezen toegestane gebruiksactiviteiten, mede worden gebruikt voor het realiseren, instandhouden en gebruiken van: a. ondergrondse hoogspanningsleiding van ten hoogste 150kV; b. bijbehorende voorzieningen. 9.2.2

Gebruiksactiviteit - Verboden

Het is verboden om de locatie 'Leiding - Hoogspanningsverbinding III activiteiten' te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 9.2.1 genoemde gebruiksactiviteiten. Hieronder wordt mede begrepen het langdurig opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen.

9.3

Bouwregels - beoordelingsregels

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. In afwijking van het bepaalde in de regels voor de andere daar aangewezen toegestane gebruiksactiviteiten, geldt dat op deze locatie uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de gebruiksactiviteit 'Leiding - Hoogspanningsverbinding III activiteiten' mogen worden gebouwd, met dien verstande dat de maximaal toegestane bouwhoogte voor een hoogspanningsmast 45 m bedraagt. b. De hartlijn van de hoogspanningsleiding wordt gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding-hoogspanningsverbinding'. 9.4

Bouwregels - Omgevingsplanactiviteit

Het bevoegd gezag verleent, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsleiding en mits vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder, een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit waarmee, anders dan in lid 9.3 onder a en onder b bepaald, wordt toegestaan dat voor de andere aangewezen toegestane gebruiksactiviteiten toegelaten gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

9.5.1

Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, egaliseren, afgraven bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 15

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats of ophogen; c. het aanbrengen en/of kappen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage; f. het aanleggen van andere kabels en leidingen anders dan in lid 9.2 aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 9.5.2

Uitzondering verbod

Het verbod als bedoeld in lid 9.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, en/of reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan, en/of b. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. 9.5.3

Maatwerkvoorschrift

Een vergunning als bedoeld in lid 9.5.1 wordt slechts verleend, indien: a. door de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsleiding; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 16

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 10 10.1

Waarde - Archeologie activiteiten

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie 'Waarde - Archeologie activiteiten', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0503.OP0003-2001 (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl (https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/) . 10.2

Omschrijving van de gebruiksactiviteiten

10.2.1 Algemene omschrijving van de gebruiksactiviteiten De voor 'Waarde - Archeologie activiteiten' aangewezen locaties mogen, behalve voor de andere daar op grond van aangewezen toegestane gebruiksactiviteiten, mede worden gebruikt voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

10.2.2 Gebruiksactiviteit - verboden Het is verboden om de locatie 'Waarde - Archeologie activiteiten' te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in artikel 10.2.1 genoemde gebruiksactiviteiten.

10.3

Bouwregels - beoordelingsregels

Aanvullend op het bepaalde in de bouwregels van de andere daar voorkomende aangewezen toegestane gebruiksactiviteiten gelden de volgende bouwregels: a. Voor bouwwerken moet alvorens een omgevingsvergunning voor bouwen wordt verleend, door de aanvrager een archeologisch onderzoek worden overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. b. Indien uit het in lid 10.3 onder a genoemde archeologische onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. De verplichting als bedoeld in lid 10.3 onder a geldt niet voor projecten met een oppervlakte die kleiner is dan 100 m2.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. grondwerken dieper dan 70 cm, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, wegruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen en verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard, waarbij stobben worden verwijderd; bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 17

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het aanleggen en verwijderen van verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen. 10.4.2 Uitzondering verbod Het verbod als bedoeld in lid 10.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, en/of b. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het tam-omgevingsplan:, en/of c. mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, en/of d. archeologisch onderzoek betreffen of daarop zijn gericht, en/of e. betrekking hebben op een project met een oppervlakte die kleiner is dan 100 m². 10.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Een vergunning als bedoeld in lid 10.4.1 wordt slechts verleend, indien: a. door de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden en b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen van de gemeente archeoloog.

10.4.4 Archeologisch onderzoek Alvorens een vergunning als bedoeld in lid 10.4.1 wordt verleend, moet door de aanvrager een archeologisch onderzoek worden overgelegd op grond waarvan kan worden vastgesteld of en zo ja, in hoeverre archeologische waarden worden verstoord. 10.4.5 Maatwerkvoorschrift Indien uit het onderzoek als bedoeld in lid 10.4.4 blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.4.1 kunnen worden verstoord, verbindt het bevoegd gezag één of meer van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.4.1: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 18

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Hoofdstuk 3 Artikel 11

Algemene regels (paragraaf 22B.3)

Algemeen gebruiksverbod

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegewezen toegestane gebruiksactiviteiten.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 19

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 12

Algemene aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 20

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 13

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 21

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 14 14.1

Bouwactiviteit - algemene regels

Verboden bouwactiviteiten

a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen, uit te breiden of te veranderen. b. Het verbod onder a is niet van toepassing indien: 1. het gaat over een bouwwerk dat staat beschreven in artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. de regels zoals beschreven in artikel 2.30 lid 2 Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing zijn; 3. de betreffende aanduiding zoals beschreven in artikel 2.30 lid 3 Besluit bouwwerken leefomgeving op een locatie van toepassing is en wordt voldaan aan de regels zoals beschreven in lid 3 van dat besluit; 4. het gestelde in paragraaf 22.2.7.2 en paragraaf 22.2.7.3 van dit plan op de bouwactiviteit van toepassing is; c. Artikel 22.23 van dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op dit tam-omgevingsplan:. 14.2

Bouwen algemene regels

Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en het bepaalde in Hoofdstuk 2 van deze regels met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', tenzij in de bestemming is bepaald dat gebouwen ook buiten de aanduiding 'bouwvlak' zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal bedragen: Bouwhoogte Van erf- en terreinafscheidingen niet grenzend aan openbaar toegankelijk gebied

2m

Van erf- en terreinafscheidingen elders 1 m

14.3

Van voorzieningen voor de betreding van een dakterras

1,5 m

Van lichtmasten

9m

Van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

3m

Afwijkende maatvoering

Bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die legaal zijn opgericht, maar in afwijking van dit tam-omgevingsplan:, zijn toegestaan. Herbouw van deze bestaande gebouwen is niet toegestaan. 14.4

Parkeren

14.4.1 Algemene parkeerregels a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang en de gebruiksfunctie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren van auto's op het eigen terrein en deze parkeerruimte in stand wordt gehouden; b. een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang en de gebruiksfunctie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren van fietsen op het eigen terrein en deze parkeerruimte in stand wordt gehouden.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 22

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats 14.4.2 Uitzondering Het bepaalde in lid 14.4.1 sub b geldt niet voor een gebouw voor een woonfunctie, niet-zijnde een woonfunctie voor studenten of een woonfunctie voor zorg.

14.4.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit Het bevoegd gezag verleend een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor situaties waarin niet wordt voldaan aan de algemene parkeerregels zoals bedoeld in 14.4.1: a. indien het voldoen aan het bepaalde in lid 14.4.1 door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; en/of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien en deze in stand wordt gehouden. wanneer tevens wordt voldaan aan de voorwaarden in 14.4.4.

14.4.4 Voorwaarden omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit parkeren Het verlenen van een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in lid 14.4.3 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie. 14.4.5 Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 Het bevoegd gezag past het bepaalde in de leden 14.4.1, 14.4.3 en 14.4.4 toe met inachtneming van de Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt bij de toetsing uitgegaan van de nieuwe of gewijzigde beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 23

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 15 15.1

Gebruiksactiviteit - algemene regels

Algemeen

Als gebruik in strijd met dit hoofdstuk wordt in ieder geval begrepen het (laten) gebruiken van onbebouwde gronden: a. als stand- of ligplaats van kampeermiddelen, demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor detailhandel in etenswaren en/of dranken, en andere onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de functietoedeling gerichte beheer van de gronden; b. als opslag-, stort-, lig- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de functietoedeling gerichte beheer van de gronden; c. voor het beproeven van voertuigen, voor het racen of crossen met motorvoertuigen of bromfietsen en voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport; d. voor militaire oefeningen met rups- en andere voertuigen.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 24

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Artikel 16 16.1

Algemene aanduidingsregels

Geluidzone - industrie

Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'geluidzone - industrie' mogen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke toegewezen toegestane gebruiksactiviteiten, geen geluidgevoelige gebouwen worden opgericht en/of geen geluidsgevoelige terreinen worden aangelegd, tenzij een hogere waarde is vastgesteld en gebouwd wordt met inachtneming van die hogere waarde.

16.2

Vrijwaringszone - spoor

Het is verboden nieuwe bebouwing te situeren ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - spoor'. Op aanvraag kan het bevoegd gezag hiervan met een omgevingsvergunning afwijken. Hiertoe dient de spoorwegbeheerder te worden gehoord.

bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats" (vastgesteld) 25

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Railinzetplaats

Hoofdstuk 4 Artikel 17 17.1

Overgangsregels (paragraaf 22B.4)

Overgangsrecht

Bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit hoofdstuk, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan; c. het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2

Gebruik

17.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 17.2.2 Verandering gebruik Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in artikel 17.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk beschreven strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 17.2.3 Voorwaarde Indien het gebruik, bedoeld in artikel 17.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 17.2.4 Uitzondering Artikel 17.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16921543/1