CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 27 juni 2024

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente Delft48.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Ik denk dat uw tweede optie klopt, omdat het zo'n ontzettend technisch onderwerp is. Daarom is het ook nodig om het met elkaar te bespreken. De heer VALK (CDA): Dat is toch precies het probleem? We hebben het zo ingewikkeld gemaakt dat niemand het nog begrijpt. Dan kunnen we er uren, een halfjaar of een jaar over praten, maar we kunnen het ook gewoon simpeler maken. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Vindt u ook niet dat als we een keuze maken om zo'n ingericht fonds, waar we ook allemaal een systeem omheen hebben bedacht, af te schaffen, we het daar met elkaar over moeten hebben in plaats van dat we het fonds nu met een motie afschaffen? 59

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VALK (CDA): Nee, want we hebben vorig jaar al besloten om het leeg te trekken. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Wat vindt u er dan van dat er een commissie zit die eigenlijk niks aan het doen is en die daar eigenlijk zit te niksen? Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Dat lijkt me inderdaad niet wenselijk. Nogmaals, wij vinden het helemaal niet gek om dat gesprek over Fonds 2040 te hebben en we zien het punt van het CDA ook wel, maar om nu in deze raadsvergadering met deze motie dit besluit te nemen … We willen het daar graag met elkaar over hebben. Door de fracties van de ChristenUnie en het CDA wordt motie 5.3.21 (Behoedzaam verlengen afschrijvingstermijnen) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van donderdag 27 juni bij de bespreking van agendapunt Kadernota 2024. We stellen vast dat: • •

het college op zoek is naar financiële ruimte in de begroting, omdat de gemeenten onvoldoende financiële middelen van de rijksoverheid ontvangen voor de uitvoering van hun wettelijk toebedeelde taken; het college deze ruimte inmiddels heeft gevonden (mede met gebruikmaking van onderzoeken in andere gemeenten als Leiden, Rotterdam en Zoetermeer) en ook in de begroting heeft verwerkt door middel van verlengen van afschrijvingstermijnen van kapitaalgoederen in de openbare ruimte.

Wij zijn van mening dat: • • •

een wijziging in de afschrijvingssystematiek niet mag leiden tot negatieve beïnvloeding van de kwaliteit en uitstraling van de openbare ruimte; een verlenging van afschrijvingstermijnen niet als neveneffect een verhoging van kosten van onderhoud en beheer kan hebben, die mogelijk leidt tot verhoging van lasten van inwoners; verlenging van afschrijvingstermijnen niet het doorschuiven van de rekening naar toekomstige generaties mag betekenen.

We geven het college opdracht om: • • •

de verlenging van afschrijvingstermijnen van kapitaalgoederen in de openbare ruimte zorgvuldig te monitoren met het oog op behoud of zelfs verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte; hierin mee te nemen wat de consequenties zijn voor de lasten van inwoners van Delft; deze monitoring en consequenties mee te nemen in de jaarlijkse Kadernota en jaarlijkse begroting,

en gaan over tot de orde van de dag."

60

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Door de fracties van de ChristenUnie, D66 en Volt wordt motie 5.3.22 (Cultuurverandering in aanpak cultuur) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 29 juni 2024 ter bespreking van de Kadernota 2024. We stellen vast dat: • •

•

de extra capaciteit op cultuur vanaf 2025 wordt stopgezet; de evaluatie van het Cultuurkader een aanbeveling geeft: een sterke coördinerende en aanjagende rol van de gemeente is nodig om de ambities en doelstellingen van het cultuurbeleid uit te kunnen voeren. Maak hiervoor voldoende capaciteit binnen het team cultuur beschikbaar; de komende jaren worden nog veel ontwikkelingen in de cultuursector verwacht.

We vinden dat: • • •

cultuur in Delft steeds meer als een kostenpost wordt gezien; uit het oog raakt dat cultuur vooral iets is voor en door mensen als uiting van plezier, talent, ontwikkeling en ontspanning; de gemeente als een sparringpartner met kennis en visie samen met de cultuursector moet kunnen optrekken om een bij Delft passende cultuurinfrastructuur te bouwen.

We vragen het college om: •

•

ervoor te zorgen dat de gemeentelijk organisatie toegerust is om ook in 2025 met de opvolging van de evaluatie van het Cultuurkader aan de slag te gaan voor o.a.: o het borgen van het integraal samenwerken tussen verschillende beleidsdomeinen en de capaciteit die nodig is voor het aanvragen van subsidies buiten de gemeente, zoals specifieke uitkeringen van het Rijk; o het op zoek gaan naar mogelijkheden om te investeren in voldoende betaalbaar divers cultureel aanbod en ruimte voor alle jeugdigen in alle wijken om de cultuurparticipatie te verhogen; bij de behandeling van de evaluatie van het Cultuurkader in te gaan op gewenste aanpassingen op het Cultuurkader 2021-2030 met bijzondere aandacht voor de aanbeveling voldoende capaciteit binnen het team cultuur beschikbaar te stellen."

Door de fracties van de ChristenUnie en de SP wordt motie 5.3.23 (Een zeker vangnet voor mensen en kinderen in bestaansonzekerheid) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van donderdag 27 juni bij de bespreking van agendapunt Kadernota 2024. We stellen vast dat: • •

9% van de kinderen in Delft opgroeit in armoede; gemeenten op basis van de Meicirculaire 2024 een toezegging van structurele middelen krijgen om onder andere activiteiten voor het bestrijden van armoede onder kinderen te verdubbelen; 61

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

•

de bijzondere bijstand in 2024 voor het eerst na 7 jaar pas weer is geïndexeerd, maar er geen plan is om dit vanaf nu te blijven doen.

We vinden dat: • • • • •

geldzorg stress met zich meebrengt en dat dit een goede opvoeding en kansrijk opgroeien in de weg staat. Kinderen in een gezin met (te) weinig geld hebben veel extra drempels te overkomen om 'gewoon' mee te doen; een voldoende dekkende bijzondere bijstand beschikbaar moet zijn voor de onverwachte uitgave (bv. bij ziekte, echtscheiding, huurverandering); het kunnen aanschaffen of vervangen van een koelkast, computer, wasmachine, fiets noodzakelijk is om te voorkomen dat mensen niet meer mee kunnen doen; de gemeente een betrouwbare overheid moet zijn met een vangnet dat zekerheid biedt; met alle inspanningen om armoede te bestrijden, verwacht mag worden dat dit ertoe zal leiden dat er minder beroep op de bijzondere bijstand gedaan gaat worden.

We vragen het college om: • •

in beeld te brengen wat de kosten zouden zijn om de bijzondere bijstand jaarlijks (voor in ieder geval de komende 5 jaar) te indexeren (inflatie en prijsstijging conform Nibud-prijzengids); vanaf nu in iedere Kadernota expliciet te vermelden of er wel of geen indexatie op de bijzondere bijstand wordt toegepast,

en we gaan over tot de orde van de dag." De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. In de commissie Algemeen heb ik ons betoog vanuit Volt op twee delen gefocust. Het eerste was financieel, het verdienvermogen van de stad. Het tweede was het investeren in de sociale stad, omdat we ook denken dat dat heel goed is voor de financiële positie van de stad. Financieel hadden wij heel veel ideeën. Ik moet zeggen: na een meeting met welgeteld drie Volt'ers, vijf ambtenaren en iemand van de griffie zijn wij voor nu tevreden. Dat betekent niet dat wij onze ideeën zijn vergeten, maar we zetten ze even in de ijskast. Dat brengt mij meteen bij het eerste compliment, want wij voelen ons de afgelopen week op verschillende thema's enorm ondersteund door heel veel ambtenaren en ook door de griffie. Dank daarvoor; we waarderen het enorm. Dan onze eigen moties binnen het andere thema, sociale stad. We dienen samen met STIP en ook anderen twee moties in. Ontzettend veel dank voor de samenwerking. Volgens mij zijn die moties al goed toegelicht. In de commissie gaven we al aan dat wij ook weer sterk aan het nadenken waren over buurtbudgetten. Ik heb al een compliment aan de SP gegeven, omdat haar idee over evenementen in de buurten daar heel veel overlap mee heeft.

Tegelijkertijd hoorden we wethouder Schrederhof in de commissie al heel kort zeggen dat het college daar misschien mee aan de slag is of dat dit is gebeurd. Dat hebben we technisch nagevraagd. In bijlage 5 staat het: we willen geld vrijmaken voor initiatieven vanuit de stad. Maar als we het goed begrijpen, is dit alleen voor Delft-West. Zou de wethouder hierop kunnen ingaan en kunnen toezeggen dat zij zich in ieder geval zal inzetten om te blijven zoeken naar mogelijkheden

62

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

om zulke initiatieven ook in de rest van de stad daarmee te kunnen helpen? Want eenzaamheid en behoefte aan ontmoeting is natuurlijk in de hele stad een probleem. Dan, zoals de PvdA het noemde, onze treffende motie Wie zijn wij? Dat is vanavond niet de belangrijkste motie en ook niet de meest impactvolle, maar het is ook niet de minst impactvolle motie. Je zou wel bijna kunnen denken dat het de belangrijkste motie is, gelet op de hoeveelheid uren die ik hiervoor aan de telefoon heb gehangen met heel veel partijen. Zoals u Volt kent, geven wij ook transparantie over wat we liever hadden gezien. Wij hadden liever een amendement geschreven om de in onze ogen wat verkeerd opgeschreven tekst te veranderen, waardoor er in onze ogen geen fouten meer zouden staan in het stuk dat we nu gaan vaststellen. Maar de meerderheid van de partijen bepaalt en als Volt hebben wij helaas nog geen meerderheid. Daarom hebben we op aanraden van veel partijen een motie geschreven. Hopelijk kan de wethouder er ook goed mee uit de voeten. Ten slotte willen we nog twee moties noemen die we in eerste instantie heel mooi vonden. Dat zijn de motie over parkeergelegenheid voor buurthuizen en de motie over het vangnet voor mensen en kinderen in bestaansonzekerheid. Nu wil ik de voorzitter vragen om het woord aan mevrouw Brussaard te geven. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter.

Het vervolg van onze inbreng begint met cultuur. Vorig jaar hebben we bij de Kadernota ook al heel veel moties over cultuur ingebracht, waaronder die voor een integraal huisvestingsplan voor cultuur. Toen was er nog aarzeling: moeten we nou weer meer plannen gaan maken en moeten we niet gaan uitvoeren? Inmiddels is het plan voor een IHP eigenlijk door de hele raad omarmd. Daar ben ik ontzettend blij mee, want daarmee kunnen we straks doelmatiger en efficiënter sturen op de culturele huisvesting en de opgave die we daar straks als stad hebben. Ook al gaan we straks natuurlijk allemaal nog integraal met elkaar afwegen wat die plannen zijn, dit betekent wel dat we allemaal zien dat die investeringen de komende jaren waarschijnlijk inderdaad nodig zullen zijn. Dat betekent ook iets. Dan moet je ook opnieuw gaan prioriteren en dan moet je eigenlijk zeggen dat ook cultuur dus een bestuurlijk accent is. Je kunt niet het ene wel zeggen en het andere niet. Op dat punt heeft de SP ons ook geïnspireerd. Als we onze incidentele middelen elke keer uitgeven aan andere dingen en cultuur niet aanwijzen als ook een accent, gaat dat geld er inderdaad nooit zijn. Daarin herken ik ook de oproep voor het buitenzwembad: daar moeten we over na gaan denken. Wat ons betreft geldt dat dus ook voor cultuur.

Eigenlijk gaat de motie over cultuurverandering ook over een cultuurverandering van de raad in hoe we naar cultuur kijken: is dat langer een kostenpost of is dat iets wat de komende jaren onze aandacht nodig heeft? Wat de motie over de vrijval van de reserve Fonds 2040 betreft: wij denken echt heel anders over de vraag of je als stad überhaupt een fonds moet hebben. We zijn er pas twee jaar, maar het idee van zo'n fonds is natuurlijk dat je ideeën maakt, het fonds iets verder van de politiek weg zet en daarmee straks langetermijnbeslissingen kunt maken. Je zorgt er dus voor dat niet iedereen er steeds uit gaat grijpen. Dat is de afgelopen jaren inderdaad wél gebeurd. Het heel ingewikkelde verhaal van het CDA herkennen we dus helemaal, maar eigenlijk zou ook ik daar graag een debat over willen hebben, want wij zouden Fonds 2040 nu eigenlijk niet zo snel willen opgeven. Misschien kan de motie dus worden aangehouden? Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik heb het idee - ik proefde dit eigenlijk ook bij mevrouw Van der Vlist - dat er heel erg vooruit wordt geschoven in de zin van "we moeten het er nog eens over hebben", terwijl het eigenlijk niet zo'n moeilijke vraag is. We hebben het heel erg moeilijk gemaakt, maar we voegen twee reserves samen en dan heb je 63

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

er weer grip op. En waar gaan wij dan over discussiëren? Waar wilt u het dan nog over gaan hebben? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik kan me voorstellen dat je nu iets wil zeggen over de vraag waarom die € 1,3 miljoen nodig zou zijn voor een commissie die nergens meer over kan beslissen. Maar als je Fonds 2040 opheft, zeg je eigenlijk ook … Ik wil in de toekomst juist nog een pot hebben voor langetermijnideeën, zodat we niet vanuit nood geboren moeten handelen. De heer VALK (CDA): Mevrouw Brussaard zegt dat zij graag een pot wil hebben voor langetermijninvesteringen in de stad, maar dat is nou juist de reserve Stad. Het fonds is leeg; er zit 0,0 euro vrij besteedbaar geld in. In de reserve Stad zit nog geld en als het aan deze motie ligt nog net wat meer. De VOORZITTER: Dat heeft u het afgelopen uur best duidelijk gemaakt. Ik denk dus dat mevrouw Brussaard dat weet. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Dan kan je nadenken over hoe je het fonds weer kan vullen. Daarom de vraag of we dit op een ander moment kunnen bespreken. Ik noem heel even nog een aantal andere moties. Nee, ik geef het woord terug aan de heer Treffers, als dat mag. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Als we nog tijd hebben, zou ik graag nog een minuutje nemen, als u dat toestaat. Ik wil nog twee complimenten geven. Het ene compliment, dat wij in de commissie niet hebben gegeven, is voor het bouwdepot.

We vinden dat echt een geweldig initiatief. We zien er heel veel waarde in. We zijn er echt trots op dat we dat als stad gaan doen. Het tweede compliment is voor meneer Van Rijn, want dit is zijn laatste vergadering. Ik kan in ieder geval persoonlijk zeggen dat ik altijd enorm heb genoten van zijn betogen en dat ik daar ook best wel wat inspiratie uit heb gehaald. Dus enorm veel dank! (Geroffel op de tafels) Door de fracties van Volt en het CDA wordt motie 5.3.24 (Wie zijn wij?) ingediend: "De gemeenteraad van Delft is samengekomen in een vergadering op 27 juni 2024 om het voorstel van het college aan de raad inzake Kadernota 2024 te bespreken. Constaterend dat: -

de Kadernota wordt vastgesteld door de raad en na vaststelling een raadsstuk wordt; zij haar wettelijke werking ontleent aan de vaststelling door de raad; de inleiding een integraal onderdeel is van de Kadernota 2024, maar nu verschillende keren vanuit het oogpunt van het college is geschreven;

overwegend dat: -

juist ook de inleiding van de Kadernota een weerspiegeling zou moeten zijn van het Delftse dualisme, waarbij de rollen en verhouding van het college en de raad duidelijk moeten worden weergegeven; 64

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

-

veelvoudig gebruik van 'we' en 'wij' tot verwarring leidt bij het lezen, zowel in taalkundige als in bestuurlijke zin; het gebruik van 'we' en 'wij' in sommige situaties juist wordt aangeraden in de richtlijnen voor duidelijke taal;

draagt het college op in de gesprekken over de leesbaarheid van de raadsstukken uit de P&C-cyclus extra aandacht te hebben voor het spanningsveld tussen de richtlijnen voor duidelijke taal en een juiste weergave van de duale rollen, en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Mooi, meneer Treffers. Dat is een mooie afronding van de eerste termijn. Ik stel voor om tien minuten te schorsen. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De VOORZITTER: Ik geef het woord eerst aan de wethouder Financiën, die naast haar financiële en algemene punten ook gelijk haar eigen portefeuille zal doen. Vervolgens ga ik van groot naar klein, om het maar zo te zeggen. Wethouder Zwart zal de volgende zijn. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Dank voor het debat. We hebben natuurlijk een week geleden uitgebreid met elkaar gesproken en ook nu weer. Ik heb veel mooie betogen en vlammende verhalen gehoord. Zoals al door een aantal sprekers is aangegeven, geven we met deze Kadernota echt invulling aan het uitvoeren en afmaken en zetten we er ook op in om de komende helft van onze collegeperiode echt die stevige basis te leggen en die uitvoering ook echt waar te maken.

Je ziet - dat kwam ook bij een aantal fracties langs - dat dit met name gebeurt vanuit incidentele financiële ruimte en dat we daarmee uiteindelijk ook werken aan die vitale, inclusieve en toekomstbestendige stad met kansen voor Delftenaren. We moeten ons er waarschijnlijk goed op voorbereiden hoe we met minder middelen die stappen met elkaar blijven zetten. Als gemeente hebben we veel maatregelen getroffen om die structurele uitgaven te beperken. Het herstelplan, dat eigenlijk nog niet eens is afgerond, zit nog steeds in ons geheugen. Delft wil ook verantwoord en behoedzaam omgaan met de tekorten die we op ons af zien komen. Dat vraagt het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten, zodat we kunnen blijven doen wat volgens ons nodig is voor de stad en zodat we daar kunnen zijn waar we willen zijn voor onze Delftenaren. We hebben de afgelopen jaren natuurlijk ook al stappen gezet in het terugdringen van structurele kosten, bijvoorbeeld vanuit het Actieplan Sociaal Domein. Vanuit die manier van denken willen we graag door blijven gaan. Wat betreft het perspectief waarvoor we staan: we kennen allemaal het "ravijnjaar". Sommigen hebben het over "de greppel" in Delft, maar het blijft nog steeds echt een gat van flink wat miljoenen. We moeten goed nadenken over hoe we dat willen opvangen.

Daarom werken we aan een handelingsperspectief, waaraan we de komende tijd uitwerking gaan geven. Dat komt ook terug bij de Programmabegroting 2025-2028 en de Kadernota van 2025. Daar zullen we dus een aantal stappen in gaan zetten. Daarover is in het R&A-advies ook het een en ander opgenomen. We willen de raad hier ook goed in meenemen. De motie van de VVD, motie 5.3.6, gaat daarover. In de vorm waarin zij nu is uitgewerkt, is zij niet echt makkelijk uitvoerbaar, want ik denk niet dat het gaat lukken om in 2024 al een totaalplan te presenteren, maar ik snap wel de urgentie die hieruit spreekt en de wens van duidelijkheid en snelheid, die ik ook hoor vanuit Hart voor Delft en andere raadsleden. Als college voelen wij dat net zo. Dat betekent dat we vaart willen maken met het uitwerken van 65

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

het handelingsperspectief. Zoals we dat ook vanuit het R&A-advies hebben meegekregen, zullen we de raad daar goed bij betrekken. We horen ook echt graag vanuit de raad welke elementen we daarin stevig moeten meenemen. De motie van de VVD kunnen we daarom nu niet ondersteunen. Mijn collega zal straks ingaan over het vierde punt dat daarin is opgenomen. Over Fonds 2040 hebben we in de raad al een levendig debat gezien. Aan de ene kant is er de vraag naar informatie: waar hebben we het eigenlijk precies over en wat doen we weg als we het zouden stoppen of wat houden we in stand en wat hebben we daaraan? Wij merken als college dat we de behoefte hebben om de raad te faciliteren met informatie om dat gesprek goed met elkaar te kunnen voeren. Ik begrijp dat het CDA de wens heeft om daar snel met de raad over te kunnen spreken. We zullen ook echt kijken wat we op welke termijn kunnen bieden, zodat u als raad daarover met elkaar goed het gesprek kan voeren. We denken dat het slim is om niet meteen al vanuit die motie de stap te gaan zetten, maar om elkaar nog even de rust te gunnen om hierover door te praten. De heer VAN RIJN (VVD): Ik moest het even laten indalen. Ten aanzien van onze motie over het herstelplan zegt u dat het vierde punt lastig is. Ik hoor ook wat u zegt over de stappen die u wilt zetten.

We wachten natuurlijk ook het antwoord van wethouder Gooijer af, maar als wij het vierde punt eraf knippen en wat toeschrijven naar uw guidance, is de motie dus wel uitvoerbaar voor u. Wethouder HUIJSMANS: Ik moet het even goed doorlezen, maar als het uitgaat van die urgentie, de stappen die we nog met elkaar moeten zetten en ook de tijd die we nodig hebben om vanuit het handelingsperspectief aan te geven welke invloed het heeft op onze begroting en de Kadernota van 2025, lijkt het me bespreekbaar om dat toe te zeggen, maar ik moet dat nog wel even goed bekijken. Ik hoor dat dus graag in uw tweede termijn. Ik ga naar de andere moties, want ik heb verder geen moties over financiën gezien. De oproep van het CDA in motie 5.3.13 over de fietsenstalling past volgens mij heel goed bij de reden waarom we het onderzoek naar het fietsparkeren hebben gedaan, namelijk om te zorgen dat er ruimte blijft voor de functies die belangrijk zijn voor onze stad, onder andere een goed begaanbare openbare ruimte. Wat dat betreft is het ook belangrijk dat als die inpandige stallingen worden gemaakt, zij ook zo goed mogelijk worden benut en daarmee de openbare ruimte vrijmaken van obstakels.

We hebben daar natuurlijk al het een en ander in gedacht, maar wellicht is het goed om aan te geven dat we als college stimuleren dat fietsers die stallingen gaan gebruiken en dat we de openbare ruimte ook op die manier gaan inrichten, bijvoorbeeld door het weghalen van fietsnietjes, zodat wordt gestimuleerd dat je je fiets binnen zet. Dat kunnen we nog wat verder aanzetten door het gedrag te beïnvloeden, bijvoorbeeld met communicaties en fietscoaches. De volgende stap is dan natuurlijk ook om uiteindelijk te kunnen handhaven, maar voorlopig hebben we gewoon te weinig fietsenstallingen waarnaar kan worden doorverwezen om daar heel streng op te kunnen handhaven. Maar vanuit het stimuleren en aanspreken kunnen we natuurlijk al heel wat stappen zetten. Dat is dus de richting die we willen invullen. Ik hoop dat ik daarmee de motie enigszins kan beantwoorden, maar het is natuurlijk aan het CDA om daar antwoord op te geven. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Ik wil de wethouder erop opmerkzaam maken dat in de APV heel duidelijk staat vermeld dat je je fiets niet mag vastketenen aan brugleuningen. Dat is wel van belang.

66

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder HUIJSMANS: Inderdaad, in de APV hebben we een aantal onderwerpen op basis waarvan we kunnen gaan handhaven. Dat gebeurt ook zeker waar dat vanuit de veiligheid van belang is, maar we hebben niet voldoende capaciteit om alle fietsen die net niet handig staan of die oneigenlijk zijn vastgeketend, meteen weg te halen. We proberen daarin ook een gastvrije stad te zijn. Maar het gaat inderdaad natuurlijk om een balans in hoe daarmee om te gaan. Motie 5.3.15 gaat over het afvangen van auto's bij invalswegen. Ik moest eerst even nadenken, maar het gaat over het zo snel mogelijk op een parkeerplaats neerzetten van auto's en dan zorgen dat er vanaf daar goed ov is. Volgens mij is dat een mooie oproep om mee te nemen bij het uitwerken van onze ov-visie. Het past ook heel erg bij ons Mobiliteitsplan, waarin we aangeven dat we eigenlijk willen dat mensen zo veel mogelijk lopend, fietsend of met het ov door onze stad bewegen. Het is dus goed als je zo ver mogelijk van de binnenstad auto's weet af te vangen die onze stad komen bezoeken en een zo goed mogelijk ov-systeem opzet; we moeten er natuurlijk wel met elkaar over spreken of dat ov-systeem ook afdoende is. Wat dat betreft hebben we dus geen bezwaar tegen deze motie. Dan motie 5.3.24 van onder andere Volt over "Wie is wij?". Dat is ook wel filosofisch om 23.00 uur.

Die motie heeft heel wat omzwervingen gekend vanuit een amendement, maar ik denk dat de wijze waarop het nu is omschreven, goed past bij de stappen die we nu zetten rondom de leesbaarheid van stukken. Het is dus echt een vraag en een oproep die we daarin goed kunnen meenemen. Wat dat betreft hebben we dus geen bezwaar. Motie 5.3.1 gaat over strategisch verdichten. Ik gaf al aan dat Delft een stad is met weinig middelen en vaak ook weinig ambtelijke capaciteit om allerlei dingen te gaan doen. Ook de ruimte in onze stad is beperkt. Wat dat betreft is het een goede vraag om in beeld te brengen hoe we omgaan met onze verdichting, wat we al doen en hoe we sturen op die goede groei, waarin we als Delft natuurlijk ook een heleboel ambities hebben. Het is een goed idee om dat overzicht naar de raad te sturen, zodat er gesproken kan worden over hoe we nu al sturen en hoe we de instrumenten beter kunnen inzetten. Ter geruststelling van de ChristenUnie: sociale en maatschappelijke voorzieningen lijken me echt goede onderwerpen om daarin mee te nemen. Als er suggesties zijn om daarin nog meer mee te nemen, kunnen we daar natuurlijk rekening mee houden. Volgens mij kunnen we de motie dus steunen. Wethouder ZWART: Voorzitter. Op mijn portefeuille zijn er veel moties. Ik ga ze met uw welbevinden langs per thema. Ik begin met evenementen.

Niet zo lang geleden, een maand geleden, hebben we met elkaar het Evenementenkader vastgesteld. Daarin kiezen we voor de tendersystematiek. Met deze Kadernota doen we eigenlijk het voorstel om aanvullende middelen beschikbaar te stellen voor versterking van de bestaande evenementen én voor verbreding van het aanbod in de wijken. Het is belangrijk om dat te noemen, omdat een groot aantal moties daarop ingaan. Ik begin met de motie Westerpop van OD. Die is in mijn ogen overbodig, omdat we juist met deze Kadernota het voorstel doen om ook bestaande evenementen te versterken. Er is geen bezwaar tegen de STIP-motie Delftse evenementen bekend bij iedereen. Er was even wat discussie over hoe het dan zit met het doen van een voorstel. We kunnen een voorstel doen. Het lijkt me inderdaad heel logisch om dat samen met Delft Marketing te doen. Daar kunnen meerdere opties in zitten. Daar kunnen we dan met u weer het gesprek over voeren.

67

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

In de SP-motie Evenementen in de wijken staan een aantal zaken waar we met elkaar even goed naar moeten kijken. Eigenlijk wordt er voorgesteld om een nieuw soort Evenementenkader te maken. Dat lijkt me niet echt de bedoeling, want we hebben net een maand geleden het Evenementenkader vastgesteld. U roept duidelijk op tot meer aandacht voor evenementen in de wijken. Dat is precies wat we met deze Kadernota willen doen, maar wel met het Evenementenkader als basis om die evenementen te laten plaatsvinden. We hebben als gemeente wel andere subsidiemogelijkheden die misschien meer aansluiten bij het doel dat u hier voorstaat. Misschien is het goed als wethouder Schrederhof daar straks wat meer over vertelt. Ik kan wel toezeggen dat we, als we die incidentele ruimte voor nieuwe evenementen klaarzetten voor de stad, dat breed bekendmaken in de stad, ook bij de door u genoemde partij, zodat zij weet dat dit aan de orde is. Dan werk en inkomen. STIP heeft de motie Samen sterker; verhoog de giften ingediend. Net afgelopen week zijn wijzigingen van de Participatiewet aan de Raad van State voorgelegd. Een onderdeel daarvan is dat mensen tot € 1.200 aan giften kunnen ontvangen zonder dat ze dat hoeven op te geven. Het lijkt er echter op dat daarmee de gemeentelijke vrijheid wordt beperkt.

De minister heeft echt aangegeven dat ze er eigenlijk op wil sturen dat er landelijk een gelijke grens is voor de hoogte van die giften. Er is ook geadviseerd om dat naar die € 1.200 te doen. Dat heeft u als raad gedaan; dat hebben we afgelopen februari met elkaar vastgesteld. U heeft er met deze motie echter gelijk in dat we dit niet zeker weten. Naar alle waarschijnlijkheid is dit op 1 januari 2025 dus een overbodige motie, maar u heeft gelijk: we weten dat nu niet. In die zin heb ik dus geen bezwaar tegen deze motie. Dan economie. GroenLinks heeft de motie Meer impact met kennis in Delft ingediend. Daar heb ik geen bezwaar tegen, want die sluit aan bij een heel aantal acties waar we nu mee bezig zijn. Ik denk dat het goed is om te vertellen dat we in Q3, dus na de zomer, bij u als raad terugkomen met een heel aantal stukken, want ik hoor ook echt het debat hier: wat betekent dit nou voor Delftenaren en voor brede banen en hoe gaat die plek er in de toekomst uitzien? Dat zijn allemaal hele relevante vragen om het met elkaar over te hebben. Na de zomer, wanneer we daar daadwerkelijk de stukken voor hebben, is daarvoor ook een heel goed moment. De heer VALK (CDA): Vanuit de raad waren er best veel vragen over de hoeveelheid ambtelijke capaciteit die deze motie gaat kosten, omdat er nogal wat gevraagd wordt.

Hoe beoordeelt de wethouder dat? Er zijn ook veel vragen gesteld over het DNA van Delft. Hoe definieert de wethouder "het DNA van Delft", waarop zij dit gaat toetsen? Met welk DNA wordt dit vergeleken? Wethouder ZWART: Wat de ambtelijke capaciteit betreft: ik geef aan dat we nu met een heel aantal zaken bezig zijn, met de vijf partners. Het is heel duidelijk dat dit niet alleen ambtelijke capaciteit van de gemeente Delft is, maar ambtelijke capaciteit van de vijf partijen waarmee we dit nu samen doen. U heeft niet voor niets gezegd dat dit een van uw prioriteiten is. Daar gaan we dus natuurlijk ook op die manier mee om, zodat er ook daadwerkelijk iets van de kant wordt geroeid en iets gebeurt. "Het DNA van Delft" vertaal ik in "het economisch profiel van dit gebied". Volgens mij is dat ook zo bedoeld door de opsteller van de motie. Daar hebben we onderzoek naar laten doen door Buck Consultants. Het lijkt me goed om ook de uitkomsten van dat onderzoek en uw interpretatie daarvan hier in de raad met elkaar te bespreken. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik hoor hier toch weer een redelijk elitair DNA-profiel van Delft. Ik vraag me gewoon af waarom we niet eens gewoon naar 68

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

ondernemers in Delft toe gaan om te kijken wat zij kunnen gebruiken. Je kan naar kappers in Delft gaan en vragen om een leuke spiegel te ontwerpen waarin je jezelf bij de kapper kunt zien met allemaal verschillende kapsels. Je kunt de schoonheidssalons helpen met makkelijkere manieren om voor mensen in beeld te brengen hoe het staat als je nagels een keer leuk gelakt worden. Ik bedoel: er kan zoveel meer met gewone mensen, maar het moet allemaal weer hightech en ver van mijn bed. Kunt u daarop ingaan? De VOORZITTER: Mevrouw De Jongh Swemer, dit is een interruptie. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): We roepen in de MRDH ook op om voor de MRDH-regio een duidelijk economisch profiel te maken. Dat vragen we dus natuurlijk ook voor Delft. Mijn vraag was wat dit toevoegt. Ik hoor de wethouder niet zeggen dat de motie overbodig is. Dan vraag ik nog een keer wat de motie niet overbodig maakt. Wethouder ZWART: Eerst de vraag of eigenlijk het statement van Hart voor Delft. Ik denk dat we een aantal dingen duidelijk moeten hebben. De bedrijven waarover we het hier hebben, leveren brede banen op; dat werd eigenlijk al gezegd in het debat. Het klopt dat heel veel van die bedrijven starten met vooral hoogopgeleide mensen, maar als ze een beetje gaan groeien, gaan ze maken en krijg je hele brede banen. Dat is bij die bedrijven fiftyfifty tot zelfs 30-70.

Het tweede wat heel mooi is, is dat we in Delft heel goed zijn in het laten starten van bedrijven. Daar zijn we nu vooral heel goed in met die techbedrijven, die u ook benoemt. Met de Regio Deal hebben we middelen vrij gekregen om dat ook te doen voor bedrijven die niet in de tech zitten maar bijvoorbeeld in de wijken en ook, zoals D66 aangaf, in West, beginnend met de Boost Labs. Dat zijn hele mooie initiatieven waarin we die kracht van onze stad gebruiken voor de hele stad. Ten derde vroeg u of we dat samen met die bedrijven doen. Bijvoorbeeld voor Schieoevers-Zuid zijn we ook een economisch profiel, een visie en een uitvoeringsstrategie aan het maken voor hoe we dat gebied toekomstbestendig maken. Dat doen we nadrukkelijk met de bedrijven. Sterker nog: de bedrijven hebben zelf al een visie gepresenteerd met hoe zij daarnaar kijken. Dat is voor ons natuurlijk geweldige input om daarop voort te kunnen bouwen. Dan de vraag van Volt wat de motie toevoegt. Ik denk dat dit een mooi steuntje in de rug is voor waar we nu mee bezig zijn en dat u daarmee ook steun kunt uitspreken. Ik denk dat we het meer inhoudelijke gesprek kunnen voeren na de zomer. Dan de motie Red de REV van de VVD. Vanuit het college is er geen bezwaar.

Het is volgens mij aan u als raad om u hierover uit te spreken en het is aan ons als college om daar uiteindelijk een integrale afweging in te maken en die zo meteen weer aan u voor te leggen. Maar als u als raad de motie aanneemt, is dat natuurlijk een duidelijk signaal dat u de uitvoering van dit programma en daarmee ruimte voor ondernemen belangrijk vindt. Dan de motie van de VVD over het warmtenet. Dit is best ingewikkelde materie. Natuurlijk alle begrip en ook alle steun voor de oproep in deze motie tot betaalbare warmte. Daar hebben we met de partners in deze samenwerking de afgelopen jaren natuurlijk ontzettend hard aan gewerkt. Daarom kunnen we als stad best trots zijn dat het in het afgelopen jaar is gelukt om daar met elkaar uit te komen en dat ook de corporaties zeggen dat zij voor hun huurders echt kunnen staan voor die betaalbare, duurzame warmte; superbelangrijk. Die inspanningsverplichting hoor ik ook duidelijk. Daar geef ik vol enthousiasme invulling aan. Tegelijkertijd is dit best lastige materie, zoals we ook in deze motie terugzien. We hebben het over verschillende soorten kosten: aansluitkosten, variabele kosten, vaste kosten. Over deze verschillende kosten hebben de partners ook verschillende afspraken gemaakt om 69

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

zorg te dragen voor die betaalbaarheid. Tegelijkertijd hoor ik de duidelijke zorg van de VVD en ook van GroenLinks naar voren komen. Ik denk dat het goed is om daar twee dingen op te zeggen waarin wij als college u goed kunnen meenemen en waarover wij u goed kunnen informeren. Ik ga het goed formuleren, zodat het helemaal klopt. Als volgens de afspraak van de geothermiepartners, dus degenen die rond de bron zijn, aangegeven wordt dat de afgesproken indicatoren die ten grondslag liggen aan de prijs voor warmte - dat zijn dus al die openbare indicatoren, zoals bijvoorbeeld inflatie - ervoor zorgen dat de prijs sterker stijgt dan de afspraak die we met elkaar hebben gemaakt, wordt het gesprek gevoerd binnen het consortium, inclusief het college. De raad kan daarover worden geïnformeerd. Ik wil bij dezen de toezegging doen dat we dat doen. We kunnen daarnaast uitzoeken of we u er in de halfjaarsrapportage - dat gaat dus over de aansluitkosten, waar u het in de motie ook over heeft - over kunnen informeren of Niet Meer Dan Bij Aansluiten in de uitvoering daadwerkelijk lukt. Het lijkt mij goed om daar met elkaar zicht op te houden. Ik snap uw oproep. Ik kan u niet zeggen dat dat lukt, want ik heb gewoon nog niet kunnen uitzoeken of dit heel ingewikkeld is of dat dit gewoon kan, maar daar ga ik me wel voor inspannen.

Door middel van deze toezeggingen voldoet het college in mijn ogen aan de strekking van de motie. Ik geef het u ter overweging of u dat ook vindt. Dan nog twee punten die in het debat naar voren zijn gekomen en waarover ik iets wil zeggen. Ten eerste ging D66 in op het programma Betaalbare ruimte en de aandacht die we daarbij hebben voor economie in de wijken. Die aandacht hebben wij nadrukkelijk. Ik hoor ook uw oproep. We blijven er hard aan werken om die concrete instrumenten na de zomer aan u voor te kunnen leggen. De SP hield een betoog over de Gistfabriek en Planet B.io. Ik wil echt benadrukken dat dit twee hele andere zaken zijn, dat Planet B.io echt gaat over het ecosysteem rond de startende bedrijven en dat het echt een heel belangrijk ecosysteem is voor onze stad. De heer VAN DER SLUIS (SP): Is de wethouder het dan niet met me eens dat het wel heel verschillende biosystemen zijn, maar dat de gemeente nu in wezen de overgang van het ene systeem, dat misschien verouderd is en waar minder vraag naar is, naar het nieuwe systeem gewoon heeft gefinancierd, terwijl DSM dat gewoon zelf had kunnen doen? Wethouder ZWART: Nee, daar ben ik het helemaal niet mee eens.

Ik ben het ermee eens dat wij investeren in een toekomstbestendig ecosysteem voor onze stad en dat we er hartstikke trots op kunnen zijn dat wij dat als stad hier hebben, maar dat heeft weinig te maken met de beslissing die afgelopen maand is genomen door DSM zelf. De heer VAN DER SLUIS (SP): Denkt de wethouder dat DSM daar zelf het geld niet voor had en dat het die investering niet had kunnen doen als de gemeente dit niet had gedaan? Wethouder ZWART: Ik denk dat het eigenlijk hetzelfde is als wat we in een triple helix met het Innovatiedistrict Delft doen. Dat is een dure term, maar we werken als overheid, als ondernemers en als kennisinstellingen samen in die driehoek - want de TU Delft is hier ook onderdeel van - om zo'n ecosysteem op te bouwen. Alle kennis die wij hebben van dat soort ecosystemen, dus plekken waar nieuwe bedrijven starten en waar je van elkaar kan leren, elkaar tegenkomt en nieuwe ideeën krijgt om weer nieuwe bedrijven te starten, geeft aan dat het essentieel is dat die drie partijen samenwerken. Ik denk dus dat dit meer vanuit de inhoud is te beredeneren en dat we daar heel erg achter kunnen staan dan in de redenatie die u geeft.

70

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. Voordat ik inga op de moties, richt ik mij over klimaatadaptatie tot de hele raad en speciaal tot D66. U geeft terecht aan dat dit een heel belangrijk onderwerp is. Nog voor de zomer - dat wil zeggen: waarschijnlijk eind volgende week - ontvangt u van het college de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie, waarin wij uitvoerig toelichten wat wij van plan zijn de komende jaren te doen, met een overzicht van de budgetten waarover wij beschikken om dat te doen. Ik denk dat we op basis daarvan na het reces goed het debat kunnen voeren in de commissie. Ik ga naar de moties. Ik begin met motie 5.3.7 over het herbestemmen van middelen voor de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan Cultuur. Wat het college betreft is het oordeel geheel aan de raad. Het college wil ten behoeve van uw oordeel wel iets meegeven. We hebben het debat in de commissie gevoerd. Wij begrijpen goed dat u mogelijk in december een besluit wilt nemen over een investering in huisvesting en daarvoor de integrale afweging wilt maken in de maand daarvoor, bij de begroting. Dat is de achterliggende reden om deze motie nu in te dienen. Het college snapt dit heel goed en staat ook hartgrondig achter het belang van cultuur. Tegelijkertijd merken we op - mijn collega Huijsmans heeft dat goed uit de doeken gedaan - dat de middelen beperkt zijn.

Het vraagt dus een prudente afweging waar u geld in wilt investeren. Wij laten het oordeel daarover aan de raad. Motie 5.3.16 gaat over de afvalcoach. Dat is een prachtige motie. Het heet hier "afvalcoach". Wij noemen dat in Delft "grondstofcoaches". Het goede hierbij is dat we dit al doen. Wij hebben in Delft de beschikking over wat wij "grondstofcoaches" noemen. Die zetten wij met name in op het moment dat er iets wijzigt in het beleid, maar we kunnen er altijd een beroep op doen. Dat zit in ons contract met Avalex. Avalex heeft die coaches dus voor ons beschikbaar en we financieren dit uit de afvalstoffenheffing. Enerzijds is de motie dus hartstikke terecht en tegelijkertijd is zij overbodig, omdat we de afvalcoaches inzetten als wij dat willen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Kunt u mij dan zeggen hoe vaak dat al is gebeurd? Ik heb er namelijk nog nooit één gezien en ik had er ook nog nooit van gehoord. Is het dan niet handig om er bij onze inwoners wat meer aandacht aan te besteden dat zij bestaan? Wethouder VAN VLIET: W ij zetten ze al regelmatig in. Ik vind dit een goed punt. U geeft ook aan dat met name het moment van verdere besluitvorming over het Delftse afvalbeleid zo'n moment is waarop we graag gebruikmaken van die afvalcoaches. Ik vind het dus een terecht punt dat we dan goed duidelijk kunnen maken dat we die mensen inzetten en waar we dat voor doen.

Dat kunnen we dus zeker doen, maar de motie als zodanig is daarmee volgens mij overbodig, hoewel dit een goed punt is. Motie 5.3.18 gaat over de parkeermogelijkheden voor kwetsbare bezoekers van buurthuizen en wijkcentra. Wij begrijpen dit punt heel goed. We hebben in Delft een heel ruime mogelijkheid voor mensen met een invalideparkeerplaats. Zij mogen namelijk overal gratis parkeren in vergunninghoudersgebied, op alle plekken, dus niet alleen op invalideplekken. Ik snap heel goed dat u met name aandacht vraagt voor de mensen die niet die kaart hebben maar wel slecht ter been zijn. We hebben daarover eerder een debat gehad. Het lastige met die groep is dat je heel moeilijk kunt definiëren wie dat wel of niet zijn. Wij begrijpen dus heel goed dat u hiervoor aandacht vraagt, maar tegelijkertijd is de groep moeilijk te definiëren en zijn er ook heel veel anderen die heel graag minder zouden willen betalen voor parkeren in de wijk. Ik noem leraren van scholen, sportverenigingen en, zoals de ChristenUnie zegt, kerken. Daarmee tornen we eigenlijk aan het parkeerbeleid dat we met elkaar hebben. Als u zegt dat mensen dan besluiten om met elkaar mee te rijden, denk ik dat dat misschien 71

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

precies is wat wij beogen met ons mobiliteitsbeleid, namelijk om de automobiliteit in die wijken echt een beetje terug te dringen. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik heb het gewoon over mensen die wat kwetsbaarder zijn en over mensen die ouder zijn. Ze hebben al besloten om met elkaar te gaan om elkaar juist te ondersteunen. Zo'n buurthuis kan bijvoorbeeld toch wel een speciale kaart krijgen? Als mensen daar komen, ziet een buurtmedewerker vanzelf wel wie dat nodig heeft en wie niet. Dat kunnen wij niet bepalen; dat zien zij zelf wel. Zij kunnen dus prima beoordelen wie er gebruik mag maken van de uren op zo'n kaart. Mensen die daarnaartoe komen, komen daar eerlijk gezegd al naartoe omdat ze niet naar veel duurdere verenigingen kunnen. Juist daarom gaan ze naar verenigingen die veel minder kosten. Gelukkig hebben we pilots met buurthuizen waar dingen niets meer kosten en waar ze gewoon naartoe kunnen, maar we hebben nog steeds buurthuizen waar voor activiteiten betaald moet worden. De VOORZITTER: Mevrouw Gaal, dit is een interruptie. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Ik hoop dat de wethouder begrijpt wat ik bedoel. De VOORZITTER: Jazeker, ik denk het wel.

Wethouder VAN VLIET: Wij begrijpen uw zorg voor deze groep, maar vanuit wat ik zojuist gezegd heb, zien wij geen mogelijkheden om specifiek voor deze groep andere maatregelen te nemen, naast alle anderen die ook om dit soort maatregelen vragen. Dus wij ontraden de motie. Dan de opvanglocatie voor gewonde vogels. Wij kennen Onafhankelijk Delft in deze raad inmiddels als onze Partij voor de Dieren, met dikwijls mooie moties om het dierenwelzijn in de stad te verbeteren, wat mij als wethouder Dierenwelzijn aan het hart gaat. Ik wil erop wijzen dat wij op dit moment gewoon een contract hebben met de Dierenambulance ZuidHolland-Zuid, die gebeld kan worden. Ook als mensen 114 bellen, worden ze daarnaar doorverbonden en dan komt die ambulance. We hebben afspraken met De Wulp in Den Haag en Karel Schot in Rotterdam. En we hebben recent hier de nieuwe wildopvang gekregen van Het Knagertje, die de knaagdieren doet en niet de vogels. Op die manier hebben wij goede afspraken met partijen. Dat werkt op dit moment. Dat willen wij ook graag zo koesteren. Wat wel goed is: we hebben nog eens goed gekeken op de website van de gemeente Delft, waar het een zoekplaatje is om te komen bij wat je met gewonde dieren moet doen; we gaan even goed kijken hoe we dit een beter plekje op de website kunnen geven.

Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Wethouder, ik ben het niet met u eens dat het allemaal zo goed werkt. Ik ben zelf vorige week, terwijl ik ziek was, nog uitgerukt om allerlei zieke dieren uit de Delftse Hout te halen omdat mensen mij bellen. Dat is echt "heel erg fijn"; ik doe dus eigenlijk het werk dat zo'n opvang of de Dierenambulance zou kunnen doen. Die Dierenambulance is elke keer overbelast. Het duurt uren voordat die komt. Mensen zeggen dan: ik zit hier met een dier dat haast halfdood is, maar ik heb geen auto; ik kan niet naar Alphen aan den Rijn of weet ik waar. We zitten hier met z'n allen en we nemen ruimte in van dieren. We hebben steeds meer auto's en er zijn steeds meer mensen. Ik vind gewoon dat het onze plicht is om ergens een soort noodhokje of weet ik veel wat te realiseren. U heeft het over de wildopvang, maar die vangt dus geen vogels op. Daar hoef je geen gewonde vogel naartoe te brengen, want dan zeggen ze: dat doen we niet. Het Knagertje gaat dat dus niet doen. Dat begrijp ik wel, want niet iedereen heeft de expertise voor wat je met zo'n 72

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

vogel moet doen; zij hebben dat met knaagdieren en egeltjes, maar niet met vogeltjes. Er zit dus ook nog een soort moeilijkheidsgraad in, maar er kan bijvoorbeeld toch gewoon bij een kinderboerderij … De VOORZITTER: Mevrouw Gaal, ik wil u er nogmaals op wijzen dat dit een interruptie is. Wethouder VAN VLIET: Ik begrijp wat u zegt. Tegelijkertijd is de wildopvang, die de opvang van vogels deed, niet voor niets gestopt, omdat het echt complex is en ook inzet van artsen vraagt. Het is deskundigenwerk. Dit maakt dat wij in de regio blij zijn dat we wel een vogelopvang hebben. Dat is niet per se binnen de gemeentegrens. Mevrouw GAAL (Onafhankelijk Delft): Wethouder, ik ben het niet met u eens. Dat de wildopvang dicht is gegaan voor vogels, had een andere reden, namelijk dat dieren daar werden geëuthanaseerd, terwijl daar geen vergunning voor was. Er is een inval geweest; we weten allemaal hoe dat is afgelopen. Die mensen hebben de handdoek gegooid, want als jij met een dier binnenkomt waar het hoofdje half af is en als je dat dier iets geeft om het een zetje te geven naar de andere zijde, is dat strafbaar. De VOORZITTER: Mevrouw Gaal, u kan straks in de tweede termijn nog rustig even voortborduren op dit thema. Daar bent u vrij in, maar dit is een interruptie en ik moet u er echt op wijzen dat die kort en krachtig moet zijn.

Wethouder VAN VLIET: Tot zover wat ik over deze motie wilde zeggen. De motie Behoedzaam verlengen afschrijvingstermijnen laten wij aan het oordeel van de raad. De motie is goed uitvoerbaar. De metingen die wij daarvoor moeten doen, doen wij al. Wij kunnen dit opnemen in de jaarstukken. U noemt hier de Kadernota en de begroting, maar ik kan me ook voorstellen dat dit juist in de jaarrekening een plek moet krijgen. De laatste motie die ik hier bespreek, is motie 5.3.22, de motie Cultuurverandering in aanpak cultuur. De partijen die de motie hebben ingediend, suggereren dat het college cultuur vooral ziet als kostenpost. Ik wil echt benadrukken dat dit op geen enkele manier het geval is. In het Cultuurkader en de evaluatie daarvan ziet u dat wij cultuur juist ongelofelijk belangrijk vinden voor de stad, voor de ontwikkeling van mensen en voor de verbinding van mensen en dat we op dit moment bijvoorbeeld ook heel investeren in cultuur in de wijken. Ik denk aan de rijke schooldag, waar we in investeren, in het Cultuurhuis en Delfts Peil, die samen met allemaal andere partijen goede dingen doen voor cultuur in de wijken. We investeren in het Prinsenhof. We gaan nu een IHP maken. Dat doen we allemaal omdat wij cultuur ongelofelijk belangrijk vinden. Als ik kijk naar wat het dictum vraagt, hink ik op twee gedachten.

Enerzijds is het goed dat u aangeeft dat u zich zorgen maakt en vraagt of we niet meer zouden moeten doen, of daar capaciteit voor nodig is en of daar geld voor nodig is. Dat blijkt ook uit de evaluatie van het Cultuurkader. Tegelijkertijd is voor mij niet erg helder wat u met de motie vraagt. De twee subpilots over het borgen van integraal werken en voldoende doen voor cultuur in de wijken gaan over wat wij zeker doen en blijven doen. Alle zaken uit de evaluatie opvolgen lukt ons in elk geval niet met het huidige budget. Het tweede dictum heeft het vooral over aanpassingen doen aan het Cultuurkader. Ik denk dat het juist goed is om na de zomer met elkaar een debat te hebben over de evaluatie van het Cultuurkader en waar we staan. Wat het college betreft is de stip op de horizon echt goed en is het kader daarin echt goed, maar gaat het wel om het stellen van prioriteiten: waar gaan we met de beschikbare middelen het eerst aandacht aan geven? Dat is een debat dat wij graag met u voeren. Dit alles bij elkaar maakt dat wij de motie ontraden. 73

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Ik start met motie 5.3.8 van de SP over het inzetten van extra menskracht om de sporters en vooral de sportverenigingen te ondersteunen. De sportverenigingen waren in de vergadering van de commissie en zijn ook nu weer aanwezig, waarvoor dank. Het is fijn dat die aandacht er is, maar die is eigenlijk niet nodig. Ik ga u dat kort uitleggen. De twee sportverenigingen zijn op dit moment bezig met het handelingsperspectief. Dat betekent dat zij echt daar de relatie met de gemeente leggen, dat wij met hen dat traject doorlopen en dat de vereniging zelf daar ook een heleboel dingen voor moet aanleveren. Dat traject loopt goed. Waar de vorige keer een capaciteitsgebrek werd aangegeven, zat dat vooral in de ruimtelijkeordeningsprocedures of eigenlijk in het opstarten van de projecten. Dat was in coronatijd lastig. Er zit nu een projectleider op die er al langjarig zit en die er ook zal blijven. Dat is dus ook een verankering. Vervolgens hebben wij 5 fte aan verenigingsondersteuners. Daar kunnen de verenigingen dus ook gebruik van maken. Met de uitwerking van het handelingsperspectief dat we hier besproken hebben, hebben twee verenigingen ervaring opgedaan. Daar is vaak specifieke expertise voor nodig, zoals bouwkundige expertise en financiële expertise.

Ik denk dat het heel goed is dat de Sportraad daarin een meer coördinerende rol neemt en ook kijkt op welke manier de expertise van een aantal verenigingen door de Sportraad kan worden ingezet; dat hebben we ook al met de Sportraad besproken. Dat is eigenlijk wat er aan de hand is. Ik denk dat de ondersteuning op deze manier adequaat is geregeld. De motie is daarmee naar mijn idee overbodig. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Vorige week is in de commissie Algemeen ingesproken door verschillende sportverenigingen die juist klaagden dat er niet voldoende ambtelijke capaciteit is. Nu zegt u dat die er wel is. Hebben zij iets niet goed begrepen of begrijpen wij u niet goed? Wethouder SCHREDERHOF: Ik heb zojuist aangegeven dat dit vooral te maken had met de RO-procedure die loopt. Bij het uitplaatsen van deze twee verenigingen heb je ook een ruimtelijkeordeningsvraagstuk te doorlopen. Het is even zoeken geweest of we daar de goede projectleider bij hebben. Die zit er nu op, maar het blijft nog steeds zo dat dit in je ruimtelijkeordeningsprocedures altijd stappen doorloopt die soms wat trager gaan dan we met z'n allen willen. Dat zie je ook in de uiteindelijke uitplaatsing van Blue Birds naar een andere plek en het herzien van de velden van Ring Pass.

Daar waar het gaat om die specifieke ondersteuning - vorige week ging het over het handelingsperspectief - denk ik dat we om de sportverenigingen heen voldoende expertise hebben om ze daarin te ondersteunen. Dat zijn dus twee verschillende dingen. Het andere vraagstuk, de capaciteit voor het verder uitwerken van het RO-proces, is nu volgens mij verankerd. De heer VAN DER SLUIS (SP): De wethouder zegt dat dat capaciteitsgebrek in het verleden speelde. Dat hebben we vorige week inderdaad gehoord, maar dat is uiteindelijk goed gekomen. Maar er was ook een vereniging die daarna zei: zij hebben dat nu voor hen geregeld, maar wij willen dat nu ook en wij willen nú die ondersteuning voor dit ruimtelijke probleem hebben. Zij hadden toch de ervaring dat dat nu niet ging lukken. Hoe verklaart de wethouder dat dan? Wethouder SCHREDERHOF: Niet elke verbetering van De basis op orde die in ons investeringsplan staat, leidt tot een ruimtelijke verschuiving. Dat is in deze situatie een hele stevige, zowel bij Ring Pass als bij de uitplaatsing van Blue Birds en daarna het nieuwe veld van Hudito. Maar als u het investeringsplan verder doorpluist, zijn er vanuit De basis op orde de afgelopen tijd ook dingen gerealiseerd waar die RO-kant eigenlijk helemaal geen 74

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

vraagstuk is. Dat verschilt dus heel erg. De vorige keer in de commissie ging de discussie vooral over dat handelingsperspectief: verenigingen die feitelijk zeggen dat zij iets aan hun opstal moeten gaan doen en dat zij dat handelingsperspectief ook willen doorlopen. Daarvan heb ik net aangegeven dat we naar ons idee voldoende ondersteuning hebben om dat proces te kunnen doorlopen. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Wat maakt dan dat dit overbodig is en niet een steuntje in de rug, mocht er straks toch te weinig capaciteit zijn? Wethouder SCHREDERHOF: Ik heb zojuist geprobeerd te schetsen dat de expertise die je in dat proces nodig hebt, heel gedifferentieerd is, dat die voor een deel bij ons als gemeente zit en voor een deel bij de verenigingen die dit zelf al meegemaakt hebben en dat die gecoördineerd kan worden door de verenigingsondersteuners of de Sportraad, die daar een rol in kan spelen. Nogmaals, dit betekent dat ik ervan uitga dat we dit gewoon goed op kunnen pakken en daarmee aan de slag kunnen. Als ik daartegenaan zou lopen, kom ik echt naar de raad terug, maar ik denk dat dit nu voldoende afgedekt is. Het volgende onderwerp is Kerkpolder. Daarvan is aangegeven dat er nu vanuit De basis op orde eigenlijk geen aanleiding is om iets op die locatie te doen, want in De basis op orde functioneerden de twee voetbalverenigingen prima en zij hebben ook voldoende veldcapaciteit.

We zijn ook bezig met de planvorming rondom het zwembad, maar dat komt in het volgende stuk. Maar je ziet wel dat het nodig is om voor deze plek na te gaan denken. Als je de accommodaties van de sportverenigingen beter wil betrekken, moet je echt iets doen in dat gebied. Ik weet niet of u daar vaak komt, maar als je de route volgt, is het donker. Het is voor de verenigingen lastig om een open beleid te hebben. Dat hebben ze een tijd gehad, maar dat functioneert ook niet, want dan worden er toch dingen vernield, terwijl we een fikse opgave hebben om maatschappelijke voorzieningen kwijt te kunnen, juist ook in Delft-West. Ik vind de vraag aan ons als college om te kijken wat je op korte termijn moet doen om die locaties beter te kunnen benutten zonder op lange termijn zaken te blokkeren, dus een volstrekt goede vraag en wij omarmen deze motie. De laatste motie is motie 5.3.17 over reserveren voor het zwembad. Er wordt nu een onderzoek gedaan naar de toekomst van dit zwembad. Dat onderzoek gaat ten eerste over hoe je dit zwembad gewoon in stand kunt houden zoals het is. De tweede vraag is hoe je het zwembad kunt verduurzamen. De derde vraag is hoe je dit zwembad kan verduurzamen voor een langere termijn van minimaal twintig jaar. In dat onderzoekstraject kijken we ook gelijk of er een buitenbad bij kan komen of een buitenspeelvoorziening met water, beide.

In het najaar krijgt u als raad dat onderzoek te zien. Dan wordt ook heel duidelijk gemaakt wat de kosten zijn van de verschillende varianten, ook de kosten van de toevoegingen van een buitenbad of een speelvoorziening. Ook wordt in beeld gebracht wat de beheerconsequenties daarvan zijn, gewoon in de dagelijkse uitvoering maar uiteindelijk ook in de kosten die je moet maken: eenmalig om het zwembad op te knappen, maar ook in wat het qua exploitatielasten betekent. Dat is een continu proces met een duurzame investering. Dat is eigenlijk nog veel belangrijker dan het investeringsbudget. Het heeft dus niet vreselijk veel zin om nu geld te reserveren, want wij komen in het najaar gewoon met een heel concreet voorstel hierover. Mocht de raad besluiten om er snel mee te starten, dan kan dat in de Kadernota 2025 opgenomen worden en hoeft dat nu helemaal nog niet opgepakt worden. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Eigenlijk schetst dit precies waar onze problematiek in ligt. We hebben het nu alweer over de Kadernota 2025. Ik snap dat dat 75

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

onderzoek nog niet klaar is, maar het najaar is drie maanden. Daarin is de begroting. Deze motie roept natuurlijk juist op om in de begroting hierop voor te sorteren. Ik zou dus willen weten wanneer we dit stuk zouden kunnen verwachten, of dat in de begroting al een plekje zou kunnen hebben en waarom het weer verder wordt geschoven. Als we nooit beginnen met sparen, halen we het sowieso niet, ongeacht wat eruit komt. Ik zou graag op die vragen een reactie willen krijgen. Wethouder SCHREDERHOF: Dat onderzoek komt in het najaar. Dan zijn alle getallen duidelijk. Er wordt heel hard aan gewerkt. Ik heb de eerste previews al gezien. Dat krijgt u dus echt in het najaar. Bij wat we moeten gaan reserveren, gaat het eigenlijk om twee dingen. Waar u het over heeft, is de eenmalige investering. Dat is niet het meest ingewikkelde. Het meest ingewikkelde is dat als je een zwembad aanpast en daar ook meer functies aan geeft, vaak je exploitatielasten omhooggaan. Dat is in een begroting echt veel lastiger. Wat dat betreft heeft direct sparen dus niet veel zin als die kant ook niet opgenomen is. Ik denk, kijkend naar mijn collega, de wethouder Financiën, dat we dat goed integraal af willen wegen. Dat betekent dat we dat kunnen doen als het onderzoek er in het najaar is, ook met dat advies erbij, en dat het meegenomen kan worden in de Kadernota 2025.

Als je überhaupt een keuze maakt voor een richting, moeten we dat eerst echt nog verder uitwerken. We gaan niet binnen een halfjaar nadat u dat stuk heeft gezien, de eerste spade in de grond zetten. Dat gaat niet gebeuren. De VOORZITTER: Ik ga wijzen op de tijd, ook richting het college. Wethouder SCHREDERHOF: Er was de vraag van Volt wat wij gaan doen met wijk- of buurtbudgetten. Dat staat in de stukken van de Kadernota, daar waar het over de drie grote opgaven gaat. Daar hebben we het bedrag voor Kansen voor Buitenhof nu meerjarig ingezet om juist in die drie wijken te starten met initiatieven die bewoners hebben en die we met coördinatie van de wijkregisseur snel van de kant kunnen roeien. Dat is zeker niet heel erg gericht op evenementen, maar op wat bewoners in de wijk willen. Daar gaan we mee experimenteren en dat houden we ook bij, ook in de doelen van Delft-West. Op het moment dat dat goed loopt, komen wij weer terug naar de raad en is het mogelijk om dat breder in andere wijken in te zetten, maar dat vraagt dan ook extra financiën. Maar we starten in DelftWest met een wijkbudget. De heer TREFFERS (Volt): Ik ben ontzettend blij dat het college ervoor gekozen heeft om dit te gaan doen. Ik wil proberen om het nog een klein stukje scherper te vragen door niet te vragen om de mogelijkheid om het uit te rollen, maar om de intentie.

Wethouder SCHREDERHOF: Die kan ik wel uitspreken, maar uiteindelijk gaat dat ook weer over geld. Daar gaat u over. Wethouder GOOIJER: Voorzitter. Ik wil ingaan op twee moties, maar eerst nog even richting D66, dat mijn toezegging heeft onderstreept. Die zal ik dus niet herhalen. Wel wil ik een winstwaarschuwing geven. Ik weet dat het een breder gevoel in de raad is, maar dit is een van die taken die het Rijk laat liggen. De gemeenten zouden die handschoen eventueel kunnen oppakken, maar zonder dat we daar geld voor krijgen van het Rijk. Ik heb een andere fractie gehoord - dat is een mooi bruggetje naar de volgende fractie - die er fundamenteel in zit dat we er niet zomaar in mee moeten gaan dat we taken die het Rijk laat liggen, overnemen en ons eigen geld daaraan uitgeven. Maar goed, daar gaat uiteindelijk de raad over. Ik heb toegezegd wat ik heb toegezegd: we gaan het inzichtelijk maken en dan die keuze maken. 76

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14559223/1