CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raadsvergadering 13 juni 2024

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente Delft41.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Die andere afweging maakt voor de PvdA dat we naar een brede maatschappelijke taak kijken die het Rietveld Theater zou moeten vervullen. Er kunnen natuurlijk ook andere initiatieven komen in de stad, vanuit andere buurten, waarin gekeken wordt welke taken op het gebied van cultuur in de stad nodig zijn. In de commissie hebben we erover gesproken dat wellicht ook een locatie buiten de binnenstad beschouwd moest worden. Wat de PvdA betreft zou dit een mogelijkheid zijn, maar we zien ook dat dit niet zal leiden tot een goedkoper alternatief, omdat op de huidige locatie al veel onderzoek is gedaan en er veel is geïnvesteerd in de manier van lokaliseren van het theater op die plek. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik hoor de heer Hombergen zeggen dat de huidige plek de voorkeur heeft, maar wat zegt u dan tegen alle bewoners eromheen die elke keer geconfronteerd worden met 200 mensen in de binnentuin en die hun woongenot eigenlijk heel erg zien verslechteren? De heer HOMBERGEN (PvdA): Daar ga ik straks op in. Dank u wel voor de terechte vraag; ik zal daar straks op inhaken. Voor de PvdA is het nu belangrijk om de rol van het Rietveld Theater in te bedden in de totale afweging van het Integraal Huisvestingsplan Cultuur.

Het is daarbij zaak om wel door te gaan met de plannen, zodat als we op de huidige plek doorgaan met het Rietveld Theater, geen grote vertraging wordt opgelopen. Voor de PvdA is het echter geen gelopen race om het Rietveld Theater op die plek door te zetten. Er zal een breed ingebed theater moeten bestaan voor de stad en het Rietveld zal ook aan die eisen, ook ingebed in het IHP, moeten voldoen. Daar zal de taakstelling van dat vestzaktheater voor de hele stad dus aan moeten voldoen. Ook zijn er een aantal in de risicomatrix genoemde risicopunten die onderzocht moeten worden. Dat zijn met name de buitenruimte en de geluidsoverlast daar, de fietsenstalling en de warmtepomp. Wat ons betreft zal daar het komende halfjaar goed naar gekeken worden, zodat die risico's beter onderzocht worden en gemitigeerd kunnen worden. Dan kunnen we bij de vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan inderdaad een goed plan beschouwen en in overweging nemen.

22

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VAN RIJN (VVD): Een heerlijk technisch betoog, maar u sluit verplaatsing dus niet uit; daar komt het op neer. De heer HOMBERGEN (PvdA): Dat is correct. We sluiten uiteindelijk verplaatsing niet uit. We willen het inderdaad bij het Integraal Huisvestingsplan bekijken. We zien wel goede kansen voor het Rietveld Theater op de huidige plek, maar we hebben daarbij zorgen die nog nader onderzocht moeten worden. De heer VAN RIJN (VVD): Mijn laatste interruptie gaat over financiële degelijkheid; dan hou ik erover op. We hebben nu weer een tegenvaller met het Rietveld. U zegt: andere omstandigheden; we trekken dus weer de portemonnee. Straks hebben we met het Prinsenhof weer een tegenvaller. Gaat de PvdA dan weer de portemonnee trekken? Met het Lumen hebben we misschien ook een tegenvaller. Gaat de PvdA dan weer de portemonnee trekken? Welke keuzes maakt de PvdA? Wat gaan we niet doen om dit voor elkaar te krijgen? De heer HOMBERGEN (PvdA): Ik denk dat we dat in volledigheid zullen beschouwen bij het Integraal Huisvestingsplan. En meneer Van Rijn, als u mij citeert, doe dat dan alstublieft met de juiste woorden. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter.

Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft openden met: maar voor sport geven we toch ook niks uit? Ik wil u erop wijzen dat we met een investeringsprogramma bezig zijn van € 16,2 miljoen in sportvelden om ervoor te zorgen dat daar goed gesport kan worden. Ik ben daarom heel blij dat de raad ook echt serieus kijkt naar cultuur. Dat heeft u eerder gedaan met het geven van de opdracht voor een Integraal Huisvestingsplan en nu met dit debat over dit theater. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Ik interrumpeer omdat Hart voor Delft wordt genoemd, maar u heeft geen geld over voor de sportaccommodaties. Die € 16 miljoen gaat over de sportvelden. Wethouder VAN VLIET: Waar het om gaat, is dat wij investeren in faciliteiten, zodat er gesport kan worden. Nu hebben we het over faciliteiten om te zorgen dat er aan cultuur gedaan kan worden. De ChristenUnie vraagt hoe het precies gaat als het Rietveld teruggaat en hoe het dan in het Kabeldistrict gaat. Dat soort zaken is precies wat we in dat IHP met elkaar bekijken. D66 heeft gelijk: het zijn verschillende soorten theater en het zijn verschillende doelgroepen. Tegelijkertijd kunnen we maar één keer ons geld uitgeven. De vraag is waar we dat op welke plek doen voor welke soort cultuur en voor welke doelgroep. Daarom is het zo belangrijk om die afweging te maken.

Naar de VVD: wat wordt daar nou mee bedoeld? Precies dit: op welke plek is er behoefte aan welke soort cultuur, voor welke doelgroep, wat kost het, hoeveel vierkante meters hebben we nodig? Dat soort zaken gaat u terugvinden in het IHP. Op basis daarvan zult u ook een keuze kunnen maken: is het in dat totaalplaatje goed om te kiezen voor het Rietveld Theater? De VVD zegt: deze wethouder wijkt af van het kader. Ik wil echt heel stellig benadrukken dat de wethouder dat niet doet. U hebt als raad geld beschikbaar gesteld om iets te realiseren. Het college constateert dat dat niet lukt, komt naar u terug en zegt: u hebt het budgetrecht; u bepaalt wat wij maken voor hoeveel geld, maar wat u beoogd had, lukt niet. Daarbij is het 23

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

mandaat echt helemaal bij u. Daarom praten we daar samen over. In dit geval zeggen we: als dit is wat u wilt bereiken, is dit het prijskaartje dat daaraan hangt; geachte raad, geeft u alstublieft aan hoe wij verder moeten en met welk kader. Daarom hebben wij ook zoveel scenario's onderzocht om te kijken of dat echt nodig is en of het op een andere manier kan. Daarbij is veel onderzocht, niet alleen door de gemeente, maar ook met erg veel creativiteit door de Stichting Rietveld Theater. Nu we heel veel hebben onderzocht, is het erg onverstandig om daar ineens weer nieuwe scenario's aan toe te voegen. Dat suggereert dat het op een andere plek veel goedkoper kan, maar wij kunnen u uit die droom helpen. Ik denk dus dat op dit moment niet alleen het budget heel belangrijk is, maar ook de tijd, want de stichting wacht al vele jaren. Laten we daar niet nog meer jaren aan toevoegen. Dat brengt mij bij D66, dat zegt: oké, we kunnen later besluiten, maar laten we alsjeblieft zorgen dat we niet later opleveren. De vraag van GroenLinks en van STIP is wat dit toevoegt. Dit voegt toe dat u het college aanspoort om vooral vaart te maken. Wij hebben in het voorstel al gezegd dat we dit jaar een aantal dingen gaan doen in de aanloop naar december; die gaan we uitzoeken. Ik zie deze motie echt als een aansporing om full swing het ontwerpproces voort te zetten.

Daar hangt ook een prijskaartje aan vast. Het kost toch wel enkele tienduizenden euro's om het ontwerpteam echt volledig door te laten gaan, maar ik snap de aansporing die u daarmee doet heel goed. Zo beschouw ik het ook. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Ik begrijp dat de motie voor een aansporing zorgt, maar wat zou er gebeuren met het plan dat u al zou volgen als de motie wel of niet aangenomen wordt? Wethouder VAN VLIET: In het voorstel hebben we een aantal dingen gezet waarvan we hebben gezegd dat we die moeten uitzoeken voor een definitief besluit, maar u mag van mij weten dat ik als wethouder best terughoudend ben met echt een heel ontwerpteam aan het werk zetten en voortgaan met ontwerpen, omdat dat ook geld kost en omdat ik in de raad wil peilen of u zoveel vertrouwen in deze richting hebt dat u dat wel goed vindt. Want je steekt wel je nek uit en als je straks besluit om het niet te doen, kan het zijn dat je daarmee ten onrechte geld hebt uitgegeven. Harder werken kost extra geld. Ik zie het als steun van de raad om dat ook extra te doen. Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Met wat de wethouder net zei, lijkt het wel alsof er al een soort go-scenario is. Ik probeer te achterhalen hoe je twee dingen tegelijk kan doen: aan de ene kant wachten op het IHP en tegelijkertijd vaart geven in een richting waarin je, als je stopt, geld kwijtraakt.

Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik was heel blij dat we afgelopen jaar de toezegging kregen dat het college of de wethouder aan de slag ging met een Integraal Huisvestingsplan, maar hij zei daar toen ook bij: let wel op, dit wordt geen Integraal Huisvestingsplan zoals in Rotterdam of in Amsterdam, want dit wordt een lightversie; Theater de Veste zal daar geen onderdeel van zijn. Ik wil heel graag weten wat het Integraal Huisvestingsplan daadwerkelijk kan toevoegen waardoor het tot een andere besluitvorming kan leiden. Door de zojuist door de wethouder gegeven uitleg vraag ik me af of we inderdaad tot iets anders gaan komen. Gaan er in het Integraal Huisvestingsplan andere locaties staan die net zo goed onderzocht zijn als in alle onderzoeken die we nu hebben gedaan voor het Rietveld Theater? Wethouder VAN VLIET: We kijken naar het cultuurlandschap door de hele stad. Dan hebben we het over het Rietveld Theater, maar ook over de toekomst van de Buurtfabriek. We hebben het over: wat gaan we straks doen op Schieoevers? Daar ligt ook een verplichting bij de projectontwikkelaar van het Kabeldistrict om vierkante meters cultuur te realiseren. En: 24

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

wat hebben we al aan vierkante meters? We kunnen ons geld maar één keer uitgeven. Daarom zeggen we: nu zien we dat verschillende theaters verschillende doelgroepen bedienen, maar betekent dit ook echt dat we op beide locaties zo stevig willen investeren in die verschillende doelgroepen? Mevrouw VERDUIJN (STIP): Ik hoor de wethouder zeggen dat je geld maar één keer kunt uitgeven. Dat klopt, maar met deze motie gaat ook weer extra geld en capaciteit naar het uitwerken van het Rietveld. Ik mis nu een beetje wat die verhouding is en wat we bij het IHP gaan doen. Kost het extra geld om de motie uit te voeren en, zo ja, waar gaat dat dan heen? Wethouder VAN VLIET: Ja, als wij nu echt steviger aan de slag gaan met ontwerpen en zorgen dat we geen seconde verliezen, kost dat wat extra geld. Ik vind het belangrijk dat de raad zich daarover uitspreekt en zegt: doe dat maar, met de kans dat dat voor niks is, maar wij hebben toch wel geloof in die richting. Ik zou daar zelf als wethouder terughoudend in zijn als ik niet zie dat de raad mij daarin steunt. Daarmee heeft deze motie toegevoegde waarde. Ik was bij het eventueel maken van een reservering. U vroeg: is het al zinnig om een reservering te maken voor het IHP om straks een besluit mogelijk te maken? Die integrale afweging maakt u inderdaad bij de Kadernota. Het is aan u om dat dan in te brengen.

De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw DIJK (D66): Voorzitter. Voor mij is het wel helder en het is fijn dat het zo is uitgelegd. Volgens mij is het best positief. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Omdat ik als mede-indiener van een motie geen stemverklaring kan afleggen, wil ik mezelf corrigeren, omdat ik me versprak in mijn zenuwen. Ik ben het er niet mee eens dat het IHP in het raadsbesluit is toegevoegd, omdat dat een tegenstrijdigheid is - want waarom daar geld in stoppen? - maar wij zijn voor scenario 1. We stemmen straks dus wel voor het raadsbesluit. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. Ook wij zien dat we het Rietveld zeker moeten gaan renoveren en dat we daarnaar moeten kijken. Nu we van de wethouder gehoord hebben dat dit middelen kost, missen we nog wel de dekking daarvan. Misschien kan de wethouder dat nog toelichten, want de dekking vinden we nu niet terug in de motie. Wethouder VAN VLIET: Voorzitter. We zullen dat dekken uit het investeringskrediet van € 1,9 miljoen dat u beschikbaar heeft gesteld. Als het uiteindelijk niet tot de verbouwing komt, zal daarvan dus dit bedrag minder overblijven. De VOORZITTER: Ik constateer dat alle vragen zijn beantwoord en dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt amendement 7.2.A (Red het Rietveld Theater met respect voor de raad) van de VVD.

De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Wat de PvdA betreft is een zoektocht naar een alternatieve locatie buiten de binnenstad niet haalbaar binnen het gestelde budget. We zullen dit dus niet steunen. Het is verspilling van belastinggeld om dat onderzoek te doen.

25

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Hoewel we positief staan ten opzichte van een theater buiten de binnenstad op de huidige locatie van HAL015, stemmen we toch tegen, omdat we dit niet gekoppeld willen zien aan ontwikkelingen rondom Theater de Veste. In Theater de Veste kan je namelijk ook een vestzaktheater doen. De VOORZITTER: Een stemverklaring moet echt kort en krachtig zijn, mevrouw De Jongh Swemer. U stemt niet voor; dat is eigenlijk de conclusie. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 4 tegen 32 stemmen, waarbij de fracties van Onafhankelijk Delft en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.2.1 (Verbouwing Rietveld Theater) van D66, de ChristenUnie en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. We zien heel veel meerwaarde in het Rietveld. Nu we weten hoe we de motie moeten begrijpen en wat de invulling hiervan is, zullen we ervoor stemmen. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. We hebben de afwegingen van de wethouder gehoord. Voor ons is het van belang dat we geen standstill maken op dit dossier. Daarom zullen we deze motie steunen. Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Voorzitter. Wij sluiten ons aan bij wat de PvdA gezegd heeft. Wij zien ook het belang van het Rietveld en wij hebben hier dus vertrouwen in.

Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Een korte stemverklaring: wij stemmen tegen de motie, want wij vinden dat je, als je verdergaat met de planvorming, een blanco cheque afgeeft. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 30 tegen 6 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft ertegen hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 30 tegen 6 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft ertegen hebben gestemd. 86. Voorstel van het college aan de raad inzake Evenementenkader Delft 2024 (nr. 2416231). De VOORZITTER: Er is een motie, namelijk motie 7.3.1 (Verduurzamingsduwtje in de rug voor evenementen) van de heer Gommers van STIP, mede namens de SP, de PvdA en Volt. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. Allereerst dank aan mijn collega-fractielid Sophie Wentink voor haar werk vooraf. Vanaf hier wens ik haar veel beterschap thuis. Het voorwoord van het Evenementenkader vat de visie van STIP eigenlijk al samen: evenementen geven kleur en laten de stad bruisen. Ze zorgen ervoor dat mensen elkaar tegenkomen en samen iets bijzonder meemaken, verbinden en inspireren. Evenementen in Delft moeten dus gekoesterd worden. Daarom zijn we blij met dit Evenementenkader, omdat 26

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

dit meer zekerheid biedt voor de organisatoren. STIP vindt wel dat er meer bekendheid gegeven zou moeten worden aan de evenementen die plaatsvinden in de stad. De Uitagenda is een goed begin, maar er is zeker veel meer mogelijk. Dat zien we ook in andere steden. STIP ziet nog wel een mogelijkheid voor een toevoeging van klimaatvriendelijke maatregelen bij evenementen. Daarom dienen wij samen met de SP, de PvdA en Volt een motie in. Uit gesprekken met de evenementenorganisatoren is namelijk duidelijk geworden dat zij enorm graag duurzaamheidsmaatregelen willen treffen, maar dat zij hier als losstaande evenementen simpelweg niet genoeg financiële kracht voor hebben. Schone aggregaten of harde drinkbekers zijn een enorme investering voor individuele organisaties. STIP ziet hier dan ook een kans voor de gemeente om een regierol te pakken. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Welke organisaties heeft u hier dan over gesproken? De heer VALK (CDA): Is het nou de bedoeling dat de gemeente aggregaten en drinkbekers gaat kopen en die dan gaat verspreiden onder de organisatoren? De heer GOMMERS (STIP): We hebben eigenlijk met verschillende organisatoren gesproken. Nou, ik niet; mevrouw Wentink heeft met verschillende organisatoren gesproken, waaronder van Westerpop, maar ook met andere organisatoren.

Wat de vraag van het CDA betreft: nee, het is zeker niet de bedoeling dat de gemeente dat gaat aanschaffen. We willen juist zorgen dat de gemeente met de organisatoren in gesprek gaat, zodat de gehele sector samen deze investeringen gaat doen. De heer VALK (CDA): Oké, dan begrijp ik het, want het lijkt met deze motie net alsof de gemeente inkopen gaat doen, maar dat is dus niet zo. Maar waarom gaan die organisatoren niet gewoon zelf met elkaar praten? Waarom moet de gemeente daartussen zitten? De heer GOMMERS (STIP): De gemeente heeft natuurlijk al goede gesprekken met de organisatoren. We geven hun namelijk al de ruimte in de stad om evenementen te organiseren. Het is juist de gemeente die hier alle partijen om de tafel kan krijgen. Ik hoop dat de wethouder hiermee aan de slag kan gaan om deze verbindende factor te zijn. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): U noemde net "alle organisatoren". Krijgt het een verplichtend karakter? Kunnen organisaties eventueel gedwongen worden? Wat als dit eenmaal georganiseerd is? Je moet zo'n overleg immers ook onderhouden. Hoe gaat dat dan? Hoe betrek je nieuwe organisaties erbij? Hoe denkt STIP dit te gaan doen? De heer GOMMERS (STIP): Nee, natuurlijk komt er geen verplichting. Je kan mensen niet verplichten om deel te nemen aan een gesprek.

Onze intentie is simpelweg: ga in gesprek met hen en zorg dat de sector zichzelf verbindt om de doelen te behalen. Ik denk dat dat een mooie gedachte is. Door het gesprek aan te gaan over een gezamenlijke inkoop en zo de handen ineen te slaan met de gehele sector - dat is eigenlijk het antwoord dat ik net gaf - zorgen we ervoor dat de bezoekers aan het einde van een evenement niet zwemmen in een zee van plastic bekertjes, maar in een zee van vreugde. De VOORZITTER: Heerlijk! Daar kijken we naar uit.

27

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VALK (CDA): Dit gaat natuurlijk ambtelijke capaciteit kosten. Dat kost geld. Wordt dat voor STIP en de andere indieners van de motie gedekt uit het duurzaamheidsbudget of uit het evenementenbudget? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Eerlijk gezegd weet ik niet of er voor dit soort vergunningen leges betaald moeten worden, maar als dat zo is, moeten die leges dan verhoogd worden? De heer GOMMERS (STIP): Die laatste vraag zou een technische beantwoording nodig hebben; daar kan ikzelf niet te veel op ingaan. De eerste vraag was uit welk budget dit zou komen. Dit zou uit het lopende budget voor evenementen komen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik wil een suggestie doen voor dat duwtje in de rug: dat kan op deze manier weleens het laatste duwtje worden. De VOORZITTER: Dat is eigenlijk meer een statement. Door de fracties van STIP, de SP, de PvdA en Volt wordt motie 7.3.1 (Verduurzamingsduwtje in de rug voor evenementen) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 13 juni 2024 ter bespreking van het Voorstel van het college aan de raad inzake Evenementenkader Delft 2024, Wij stellen vast dat: -

de verduurzamingsopgave groot is en een bijdrage vereist vanuit alle sectoren, inclusief de evenementensector; verduurzaming zowel een opgave is voor grote als kleine evenementen; uit gesprekken blijkt dat evenementenorganisatoren graag willen verduurzamen, maar dit een (te) grote opgave is om individueel mee aan de slag te gaan.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -

-

verduurzaming makkelijker gemaakt kan worden voor de gehele evenementensector; de gemeente bijvoorbeeld een regierol kan nemen in het gezamenlijk inkopen van duurzaamheidsmaatregelen, zoals duurzame aggregaten of harde plexen, voor evenementen; gezamenlijk inkopen kostenefficiënter is dan individuele inkoop; uit gesprekken met de sector blijkt dat met gezamenlijk inkopen evenementen gestimuleerd worden om meer te doen met de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Delft.

We geven het college de opdracht om: -

-

met evenementenorganisatoren om tafel te zitten en hierbij te inventariseren wat er nodig is, anders dan subsidies, om de sector te helpen met het bijdragen aan de Delftse duurzaamheidsdoelen zoals genoemd in het Evenementenkader; hierbij een aanzet te maken om met de evenementensector gezamenlijke duurzaamheidsmaatregelen in te kopen en dit terug te koppelen aan de gemeenteraad bij de begrotingsbehandeling,

en gaat over tot de orde van de dag." 28

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. In de commissievergadering hebben wij allemaal stilgestaan bij het belang en de meerwaarde van allerlei verschillende grote en kleine evenementen die hier in Delft worden georganiseerd. Hoewel wij van mening zijn dat er in de toekomst veel meer geld naar kunst en cultuur mag, waar wij bij de Kadernota op zullen ingaan, kunnen we de continuïteit van evenementen waarborgen door te kijken naar sustainable en kostenbesparende oplossingen. Juist daarvoor leent deze motie zich. Wij denken dat door met evenementenorganisaties om de tafel te gaan zitten en naar een alternatieve manier van ondersteuning te kijken niet alleen de sustainability van evenementen kan worden gegarandeerd maar ook kosten kunnen worden bespaard doordat die worden gedeeld. De heer VALK (CDA): Steunt u als mede-indiener van de motie het standpunt van collegaindiener STIP dat een deel van het evenementenbudget besteed moet worden aan praten over gezamenlijke inkoop van duurzame middelen? Of zegt u dat dit budget eigenlijk gewoon besteed moet worden aan subsidies voor evenementen? Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik kan de vraag plaatsen. Er wordt hier gezegd: dan ga je met z'n allen om de tafel zitten en dan ga je praten.

Ja, maar het hele ding van zorgen dat het sustainable is, is dat we kunnen zorgen dat we nu evenementen hebben en dat we in de toekomst de continuïteit van die evenementen kunnen garanderen. Dus door eigenlijk eventjes, misschien een paar dagen, om de tafel te gaan, kunnen wij hier veel meer uit trekken dan alleen dat. Ik begrijp de vraag eigenlijk ook niet; ik begrijp niet waarom dat niet logisch is. De heer VALK (CDA): Het inzetten van ambtenarencapaciteit kost gewoon geld. Ik vroeg de heer Gommers waaruit hij dat wil dekken: uit het duurzaamheidsbudget of uit het evenementenbeleid. Hij antwoordde heel overtuigend: uit het evenementenbudget. Een deel van die € 500.000 gaat dus op aan ambtenaren die gaan praten over gezamenlijke inkoop. Deelt u als mede-indiener van de motie die dekking en dat dus een deel van het geld voor het evenementenbeleid besteed gaat worden aan praten in plaats van aan evenementen? Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik kan het begrijpen. In principe sta ik daar voor nu achter. Het ding is dat dit op de lange termijn kosten scheelt voor evenementen, waardoor we minder subsidies nodig hebben. Ik begrijp het dus gewoon niet. De VOORZITTER: Ik zie dat de heer Valk het hier even bij houdt. Misschien heeft de heer Van der Woerd eenzelfde type vraag en kan hij dus nog wat toelichten.

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik sla aan op het begrip sustainability of de duurzaamheid bij evenementen. Dat is natuurlijk fantastisch en dat moet ook. STIP noemde net de wegwerpbekertjes waar we dan niet meer in zwemmen. Dat is al niet meer zo. Weet STIP dat evenementenorganisatoren nu reeds duurzaam bestek en duurzame bekers moeten gebruiken en dat dit dus al geregeld is? De heer GOMMERS (STIP): Ik wil de heer Van der Woerd corrigeren: dat is zo, maar de evenementenorganisatoren hebben gezegd dat ze zelf gewoon niet genoeg geld hebben om dat honderd procent te doen. Mevrouw DE LEEUW (SP): Het voorbeeld van de plastic bekertjes wordt genoemd. STIP geeft zelf al aan dat dit op dit moment niet draagbaar is, maar denk bijvoorbeeld ook aan het regelen van podia. Het hoeft niet op te houden bij bekertjes en duurzame aggregaten. 29

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Wij hebben deze motie met veel enthousiasme met STIP ingediend. We zijn blij met het Evenementenkader, omdat dat inderdaad een duidelijke afweging gaat laten zien en laat zien hoe we de evenementen die we hebben, straks gaan helpen. Wij hebben ook de zorgen van de evenementen gehoord dat verduurzamingszaken voor hen pittig zijn en dat zij de subsidie daar niet mee zien groeien. Daar hebben we vragen over gesteld in de commissievergadering. We denken inderdaad dat de evenementenorganisatoren daar best hulp bij kunnen gebruiken. We zien ook dat dit gebeurt in andere steden, zoals Rotterdam met Rotterdam Festivals. Uiteindelijk hebben de evenementenorganisatoren daar samen gekeken hoe ze kunnen verduurzamen en hoe ze daarin kunnen samenwerken. Ik denk zeker dat de gemeente daar een rol in kan spelen, zeker omdat wij heel veel kennis hebben over hoe dat precies kan. Je ziet soms ook dat het bijvoorbeeld met greendeals gebeurt, zoals in Utrecht. Er zit dus zeker ook een verduurzamingsoplossing in. Het zou wat mij betreft ook uit dat budget mogen, maar de noodzaak van de motie blijft volgens mij staan. De heer HOMBERGEN (PvdA): Voorzitter. Evenementen geven sjeu aan de stad en brengen de stad werkelijk tot leven.

Hoezeer hebben we dat gemist in de coronatijd, toen dit allemaal niet meer mogelijk was? Wat dat betreft is het belangrijk om een actueel Evenementenkader voor de evenementen te hebben in Delft. Wat ons betreft voldoet dit kader aan datgene wat in Delft nodig is. We hebben wel wat zorgen, omdat we het van belang vinden dat er een spreiding van evenementen over de gehele stad is en dat er ook in de hele stad betrokkenheid bij evenementen is. We willen de organisatoren van de evenementen ertoe uitdagen om daar in de toekomst hun accent te leggen, maar voor dit moment is het kader wat ons betreft voldoende. Wat de motie betreft zien wij een aanjagende en faciliterende rol van de gemeente richting de evenementenorganisatoren om die duurzaamheid goed op de agenda te zetten en partijen bij elkaar te brengen. Vanuit de PvdA steunen we de motie dan ook van ganser harte. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. De motie Verduurzamingsduwtje in de rug voor evenementen is gewoon een sympathieke motie, maar waarom zou de gemeente dit overleg organiseren, terwijl wet- en regelgeving al zaken afdwingt met betrekking tot afval en stikstofdepositie? Daarbij gaat het inderdaad over het opzetten van podia, het zorgen voor aggregaten en dat soort zaken.

De heer GOMMERS (STIP): Ik ben heel benieuwd of de ChristenUnie heel graag wil dat elk individueel evenement zijn eigen bekertjes gaat kopen, zijn eigen aggregaten et cetera, et cetera. Waarom doen we dit niet gewoon samen? Mevrouw DE LEEUW (SP): Anders dan de EU-richtlijn voor het niet gebruiken van plastic wegwerpdingen ben ik benieuwd op welke regelgeving er nog meer wordt gedoeld. De wetgevingsjurist in mij is namelijk heel benieuwd. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik geef één voorbeeld als antwoord op de vraag van mevrouw De Leeuw, namelijk de stikstofdepositie. Zodra een evenement binnen een straal van 25 kilometer vanaf een Natura 2000-gebied wordt georganiseerd, is een stikstofdepositieberekening gewoon nodig; die wordt geëist. Dan de vraag van de heer Gommers over eigen spullen. Daar wilde ik mee afsluiten, maar ik kan het ook nu al zeggen: zij zouden dat heel goed zelf kunnen organiseren. Dat punt is ook 30

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

genoemd. Ik wil gelijk ook mijn slot verklappen: overheid waar nodig, niet waar overbodig. Dat is het punt dat ik hier aan de orde wil stellen. Over de vrijwilligheid van meedoen aan zo'n overleg heb ik een vraag, eigenlijk voor elke fractie. Zouden de mensen die Luilak Leeft, Delft Beeft organiseren, meedoen aan dit overleg? Dat is maar een vraag. De VOORZITTER: Dat kan ik u zo vertellen: daar is geen vergunning voor gegeven. Dat evenement is dus gewoon verboden. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter, u interrumpeert mij. Dat mag; ik vind het antwoord heel bevredigend. De VOORZITTER: Bedankt! Ik zal het niet meer doen, hoor. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Het gaat mij er niet om of een vergunning moet worden aangevraagd. Het gaat gewoon over het organiseren van een evenement. Daar slaat de motie ook op. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik hoor de heer Van der Woerd zeggen dat dit niet een rol van de overheid is. Een van de rollen van de overheid is om bij te springen op punten waarop het de samenleving niet lukt om iets te organiseren. Zoals we al hebben gezien, wordt er steeds minder geld uitgegeven aan evenementen. Is dit niet een goed alternatief voor ons om bij te springen bij die behartiging? Er is immers al gezegd, net als in de commissievergadering, dat ze het niet rond krijgen.

De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Men moet hier wel gaan samenwerken, maar het punt dat de ChristenUnie maakt, is of de overheid dit moet doen. Ik wil gelijk een voorbeeld geven waarbij ikzelf betrokken ben met mijn organisatie; zie gewoon de nevenfuncties op de website van de raad en de gemeente. Ik maak en bespreek auditrapporten en adviezen over duurzaamheid met jaarlijkse evenementen, niet met de eerste de beste kleine organisaties maar met evenementen met 6.000 tot wel 60.000 bezoekers. Dat gebeurt helemaal op basis van de EU Corporate Sustainability Reporting Directive, een richtlijn. Het werkt dus al en het kan ook. Misschien moet de overheid alleen maar uitnodigen om het te doen, maar zelf moet zij er verder niks voor organiseren. Laat de overheid dus alsjeblieft wel uitdagen. Mevrouw DE LEEUW (SP): Hoor ik het nu goed dat de overheid misschien wel een uitnodiging daartoe kan doen? Is dat dan niet een vorm van organiseren? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Antwoord: nee. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Ik was erg blij met het voorliggende raadsvoorstel, want voor het eerst lees ik in een voorstel van het college dat het bestaande evenementenaanbod in stand moet worden gehouden binnen de middelen die beschikbaar zijn.

Het college heeft het zelfs over "het inbouwen van een financieel plafond of een subsidieplafond om te voorkomen dat het beschikbare budget wordt overschreden". Echt geweldig, dat klinkt als muziek in de oren; driewerf hoezee voor het eindelijk serieus nemen van financiële degelijkheid, waar de VVD zo voor staat. Maar die feestvreugde was helaas kort van duur, want in de Kadernota lees ik dat in 2025 aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld voor het versterken van het bestaande evenementenaanbod. Dat is toch niet

31

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

te filmen? Nee, niet filmen! Weer zo'n opzichtig gezwem in de fuikstrategie van het college! Wordt de raad hier niet misleid? Echt graag een reactie van de wethouder. De VOORZITTER: Daar gaat de wethouder vast op in. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Het uitgangspunt is: overeind houden van het bestaande evenementenaanbod binnen de middelen die beschikbaar zijn en er kan alleen subsidie toegekend worden aan nieuwe initiatieven als daar de financiële middelen voor zijn, maar waarom is er nu precies gekozen voor dit beleid? Vindt u dit eerlijk voor nieuwe initiatiefnemers? Moet er niet altijd ruimte zijn voor ten minste één nieuw initiatief? Wat de motie Verduurzamingsduwtje in de rug voor evenementen betreft vraagt Onafhankelijk Delft de wethouder hoe uitvoering kan worden gegeven aan de verduurzamingswens zonder dat dit geld gaat kosten, want in de motie wordt gevraagd om met evenementenorganisatoren om de tafel te gaan zitten en te inventariseren wat er nodig is om duurzaamheidsdoelen te halen, maar daar kan verder geen financiële invulling aan worden gegeven. Deze stap lijkt dan ook onnodig capaciteit te vragen. Graag een reactie. Onafhankelijk Delft is van mening dat organisaties zelf moeten kunnen bepalen welke koers ze varen. Daarom zal Onafhankelijk Delft deze motie niet steunen. Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Voorzitter.

GroenLinks heeft in de commissie aangegeven het nu vaststellen van het Evenementenkader urgent te vinden voor een goede basis voor de subsidieregeling voor evenementen in onze stad en wil dit ook vaststellen. We zijn het met het college eens dat de focus moet liggen op het overeind houden van het bestaande evenementenaanbod binnen de middelen die beschikbaar zijn. Net als Onafhankelijk Delft vragen wij ons af op welke manier de wethouder aandacht zal blijven houden voor de nieuwe initiatieven. Graag horen wij hierop een reflectie van haar. Ook wij vinden de motie Verduurzamingsduwtje in de rug voor evenementen van STIP sympathiek. Zij stoelt op de duurzaamheidsdoelen van Delft, die Delft oplegt in het Evenementenkader. Een manier om te zorgen voor dat verduurzamingsproces is dat de gemeente meedoet en hier ook bij helpt. We vragen ons af of die rol van de gemeente een adviserende rol moet zijn of een regierol. Daar krijgen we graag antwoord op. We danken de mensen van STIP voor het denken hieraan, want het is inderdaad een mooie motie. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik sluit me niet aan bij het betoog van mevrouw Osepa, want ik vind het geen mooie motie, zoals al bleek uit mijn interruptie. Ik zie het niet als een rol van de overheid om dit soort gesprekken te faciliteren. Dat kan de sector prima zelf.

Als de sector hier voordeel bij kan behalen, moet de sector dat vooral doen. Daar hoeft de overheid niet tussen te gaan zitten. Het is ook jammer om het budget voor evenementen aan dit soort zinloze gesprekken en deze zinloze rol te besteden. We zien liever dat het geld gewoon aan evenementen besteed wordt, waarvoor het bedoeld is. De VOORZITTER: Dat leidt tot een interruptie van de heer Gommers. De heer GOMMERS (STIP): Nee, laat maar. Dat doen we wel in de tweede termijn. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik wil de heer Valk vragen waar hij in de motie leest dat we vinden dat het uit het evenementenbudget moet komen.

32

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VALK (CDA): Dat staat nergens in de motie. Daarom heb ik dat in interrupties gevraagd aan zowel de heer Gommers als mevrouw De Leeuw. Zij hebben allebei bevestigd dat de indieners vinden dat dit uit het evenementenbeleid betaald moet worden. Als Volt daar anders over denkt, moet u nog even met de mede-indieners gaan praten en het ons laten weten, want ik denk dat we, voordat we hierover gaan stemmen, wel het recht hebben om te weten waaruit dit gedekt gaat worden. Dat hoor ik dus graag in de tweede termijn van u. Mevrouw DE LEEUW (SP): We zouden het inderdaad eigenlijk ook uit andere potjes kunnen halen. Zou de heer Valk blij zijn als we het verzoek toevoegen om een dekking hiervoor te vinden? De VOORZITTER: Mevrouw Valk … Nee, meneer Valk. Sorry, hoor. Ja, ik ben ongelofelijk genderneutraal, helemaal conform de meerderheid van de raad. Ik ben eigenlijk al helemaal aan het oefenen. De heer VALK (CDA): Ja, we zijn een moderne stad. Het antwoord op de interruptie: nee, om twee redenen. Ten eerste vind ik dit überhaupt geen rol voor de overheid, ongeacht waaruit het gedekt gaat worden. Twee: moties die het college vragen om een dekking te zoeken, vind ik ook niet helemaal de bedoeling. Als je geld wil uitgeven, moet je ook met een dekkingsvoorstel komen. De heer Gommers was vol overtuiging over waaruit dit betaald moet worden.

Ik ben het daar niet mee eens, maar hij had wel een dekking. Maar ik zie dat de mede-indieners dat niet vinden. Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik ben benieuwd waar het CDA dit uit zou halen als het hier wél voor zou gaan en of we dat daar dan niet gewoon in zouden kunnen zetten. De heer GOMMERS (STIP): Ik zou in dit debat één ding recht willen zetten. Er is een verschil tussen een budget voor evenementen dat daadwerkelijk uitgegeven wordt aan evenementen en een budget voor ambtelijke capaciteit. Het budget voor ambtelijke capaciteit gaat niet ten koste van de evenementen en daar zou dit wel van betaald worden. Maar wellicht kan de wethouder hierop reflecteren. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik hoor de heer Valk tussen de regels door eigenlijk zeggen dat hij duurzaamheid of het aanjagen van verduurzaming geen taak van de overheid vindt. Bedoelt hij dat inderdaad of heb ik dat verkeerd begrepen? De heer VALK (CDA): Mevrouw De Leeuw vraagt mij waar dit dan wel uit betaald zou moeten worden. Wij gaan natuurlijk sowieso tegen deze motie stemmen. Ik zie dus geen enkele denkbare dekking. De enige dekking zou kunnen zijn dat de evenementensector zelf met geld op tafel komt en zegt: wij betalen de gemeente om met elkaar in gesprek te gaan. Daar kan ik me nog iets bij voorstellen, maar dat hoeft dan geen opdracht aan het college te zijn.

Dat is de enige dekking waarvan ik kan zeggen dat ik die steun. Tegen de heer Gommers: als de gemeente een project- of gespreksleider moet aanstellen, kan dat natuurlijk niet uit de overhead komen. Dat moet linksom of rechtsom ergens uit een potje komen. En een ambtenaar gaat dit niet gratis in zijn vrije tijd doen, mag ik hopen. Dat zal dus toch uit een potje betaald moeten worden. U zei net: dan bij voorkeur uit het evenementenbeleid. Dat is dit geld. Tot slot de interruptie van Volt: de gemeente mag duurzaamheid natuurlijk aanjagen, maar ik zie niet in dat dit betekent dat de gemeente moet zorgen dat partijen met elkaar in gesprek 33

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

gaan. Dat doen ze maar mooi zelf als daar voordeel uit te behalen is. De heer Van der Woerd zei terecht dat dat wettelijke regels zijn. De indiener van de motie zei dat het goedkoper is als ze gezamenlijk gaan inkopen; zo staat het ook in de motie. Als ze daar voordeel bij hebben, moeten ze dat vooral doen, maar we hoeven als gemeente die partijen niet bij elkaar te brengen, dat gesprek te faciliteren en te zorgen dat ze dit gaan doen. De VOORZITTER: Bent u klaar met uw betoog? De heer VALK (CDA): Nee, nog niet eens; nog één zin eigenlijk. Ik sluit me aan bij de uitstekende vraag van de VVD over het geld. We zien uit naar het antwoord. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. We zouden bijna vergeten dat het hier gaat over een Evenementenkader. Het lijkt wel alsof we een duurzaamheidsdiscussie voeren. Dat is natuurlijk verbazingwekkend, want het gaat over een Evenementenkader. Hart voor Delft is verbaasd over alle eisen die in de tender worden gesteld aan ondernemers die evenementen willen organiseren in Delft. Er is een meetlat om te voldoen aan voorwaarden. Op die meetlat staan waarden zoals "innovatief", "creatief", "duurzaam", "divers" en "inclusief". Het lijkt alsof evenementen straks allemaal door een politieke mal moeten die past bij de huidige politieke wind; daarmee bedoel ik uiteraard niet de ventilator die het college op dit moment verkoelt.

Hart voor Delft wil gewoon leuke evenementen in Delft waar de mensen graag naartoe gaan. We moeten als stadsbestuur niet allemaal hoepels, toeters en bellen bedenken waaraan de aanvragers van evenementen allemaal zouden moeten voldoen. Ten slotte: er is geen geld voor sportaccommodaties, maar voor praatclubjes over duurzaamheid, zoals in de motie over het Evenementenkader, willen we straks dus wél extra geld uittrekken. Wethouder ZWART: Voorzitter. Er zijn een aantal discussies voorbijgekomen en er zijn een aantal vragen gesteld. Ik ga ze gewoon even langs, ook vanwege de tijd, want we hebben nog een hele avond te gaan. Er is een hele discussie geweest over middelen. Eerst een stukje historie. Om deze kadernota te maken, zijn we met alle evenementenorganisatoren van Delft om de tafel gegaan. Dat gebeurt niet standaard. De evenementenorganisatoren in onze stad zetten fantastische evenementen neer. Daar zijn we hartstikke trots op, maar het is niet alsof zij zijn georganiseerd. Tijdens dat overleg kwam ook de verduurzaming op tafel. Er kwam heel duidelijk op tafel dat evenementenorganisatoren wel heel graag willen verduurzamen, maar nog niet zo goed weten hoe. Ze hebben daar dus gewoon heel veel vragen bij. Het gaat natuurlijk ook om nogal wat thema's. Ik kan me dat dus ook goed voorstellen.

Wat ook op tafel kwam, is dat verschillende evenementenorganisatoren ervaring hebben met verschillende onderdelen van verduurzaming en dat er ook best wel wat te leren is van elkaar. We zien dat ook in heel veel andere steden de gemeente een rol pakt om evenementenorganisatoren daarin te ondersteunen. Om eerlijk te zijn, zien we daarin zeer veel verschillende rollen. We zien daarin echt een grote diversiteit in wat de gemeente doet, maar een gesprek faciliteren is in de ogen van het college de eerste stap die je als gemeentelijke organisatie zou kunnen zetten. Daar is een discussie over geweest: past dat binnen de capaciteit? De heer VALK (CDA): De wethouder zegt dat de sector wel graag wil maar niet weet hoe. Er zijn misschien wel meer sectoren die graag willen verduurzamen maar die niet weten hoe. Gaat het college echt iedere sector faciliteren die bij de gemeente aanklopt om hulp of is het alleen de evenementensector die geholpen wordt?

34

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wethouder ZWART: Dat vind ik een goede vraag. Er is natuurlijk voor heel veel sectoren al behoorlijk wat geregeld, ook landelijk of met de eigen koepelorganisaties. In die zin zijn er dus al behoorlijk veel dingen georganiseerd voor verschillende groepen. Het verschilt ook heel erg per branche of die zit te wachten op een gemeente die deze rol pakt of niet. Bij de evenementenorganisatoren kwam dit op tafel. Als er bij de evenementenorganisatoren geen behoefte is om dat gesprek te voeren, weten we dat vrij snel. Om in te haken op het gesprek over capaciteit: een gesprek organiseren met evenementenorganisatoren kan binnen de bestaande capaciteit. Dat is niet ontzettend tijdrovend. Dan de vraag vanuit de VVD en het CDA: waarom meer middelen in de kadernota? Die vraag wil ik koppelen aan de vraag van OD over nieuwe initiatieven, want die vragen hebben natuurlijk heel veel met elkaar te maken. We zien de afgelopen jaren dat evenementen door prijsstijgingen van energie, inflatie en mensen maar ook aanvullende veiligheidseisen veel duurder zijn om te organiseren, 30% tot 40% meer. Evenementen in onze stad hebben het zwaar. Wij als gemeente en ook u als raad hebben er behoorlijk wat voor gedaan om die bestaande evenementen op de benen te houden. Tegelijkertijd zien we dat ook onze bestaande evenementen het nog steeds ontzettend zwaar hebben.

Wij kijken als gemeente dus echt wat wij kunnen doen om dat bestaande evenementenaanbod op de benen te houden. De heer VAN RIJN (VVD): Ik word toch een beetje moe, hoor. Dit college maakt gewoon geen keuzes. Als de wethouder moet kiezen tussen investeren in extra bedrijfsruimte voor bedrijven of investeren in evenementen, waar kiest zij dan voor? Stel eens prioriteiten! U klaagt dat er geen geld is voor investeringen in bedrijfsruimte. Maak gewoon eens een keuze! Wethouder ZWART: We hebben hier volgens mij twee verschillende debatten. Over bedrijfshuisvesting hebben we hier een heel debat gehad: wij komen met een plan voor het invullen van betaalbare bedrijfshuisvesting. Dat is bij deze kadernota helaas nog niet zo. Ook ik zou dat plan hier al graag willen hebben en met u willen bespreken, maar dat is er nog niet. In die zin is dat dus een andere volgorde en een ander gesprek. Daaropvolgend: waarom willen we voor onze evenementen in de stad graag meer middelen? Dat staat ook in de kadernota: deels om onze bestaande evenementen te versterken, maar ook deels om nieuwe initiatieven de ruimte te kunnen geven in onze stad. Dat willen we graag ook in de wijken van onze stad, want we zien nog steeds dat onze evenementen met name in het centrum plaatsvinden.

Zoals OD aangeeft, willen we nieuwe initiatieven ook heel graag de kans geven, maar dat gesprek moeten we misschien meer bij de Kadernota met elkaar voeren. Daarmee heb ik meteen de desbetreffende vraag van GroenLinks beantwoord. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Er staat ook dat er pas over anderhalf jaar misschien ruimte zou kunnen zijn, want we zitten nu nog maar op de helft van 2024. Ik vraag me af of we dat beleid willen voeren en of we willen dat het zo moet gaan. Waarom wordt er niet vooraf over nagedacht dat er misschien ruimte moet worden overgehouden om een soort gelijk speelveld te creëren of weet ik het wat? Daar krijg ik graag een antwoord op. Wethouder ZWART: De keuze die we hebben gemaakt - dat is heel nadrukkelijk echt een keuze geweest - is om onze bestaande evenementen door de hele zware tijd te helpen die ze de afgelopen jaren hebben gehad. We hebben gezegd: nu gaan we echt even prioriteren 35

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

op het aanbod dat we hebben. Dat is een hartstikke mooi aanbod, waar we als stad hartstikke trots op zijn en dat hartstikke breed is, met voor iedereen wat. Dat willen we op de been houden. Nu zijn de tijden gelukkig weer wat rustiger. We zien nog steeds dat ze het zwaar hebben, maar we denken dat we met de middelen die we vrijmaken in de kadernota, nu beide kunnen doen en dat we daar een afweging in kunnen maken, zodat we deels de bestaande evenementen kunnen versterken, maar óók wat ruimte kunnen vrijmaken voor nieuwe initiatieven. Dan nog de vraag van GroenLinks: een adviserende rol of een regierol bij de verduurzaming van evenementen? Eerlijk gezegd denk ik dat evenementen elkaar heel goed kunnen adviseren en dat wij dat gesprek kunnen faciliteren. We gaan dat gesprek met de evenementen gewoon open aan. Als u daar sturing aan geeft en als evenementen aangeven dat zij toch echt heel graag een andere rol van de gemeente hebben, kunnen we eventueel samen ook weer het gesprek voeren over hoe u daarnaar kijkt. In de richting van Hart voor Delft wil ik nog iets rechtzetten. U had het over "eisen". We hebben een tendersystematiek. Er zijn dus geen eisen, maar punten die evenementen kunnen scoren op die verschillende onderwerpen. Maar zij kunnen zelf kiezen wat zij indienen en ook waar zij voor willen gaan. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn.

Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Ik zou graag nog een kleine toevoeging aan het debat willen doen, omdat er blijkbaar partijen zijn die zich toch afvragen welke rol de gemeente hierin heeft. Het kan natuurlijk zijn dat in het gesprek blijkt dat er ook dingen zijn die de gemeente kan doen om het evenementen makkelijker te maken om duurzaam te worden. In Rotterdam bleken dat bijvoorbeeld dingen te zijn zoals water- of rioolvoorzieningen, krachtstroom en het veranderen van dingen in de openbare ruimte waardoor het makkelijker is om evenementen te organiseren. Dat kan ook voor de Markt gelden. Dat kan voor heel veel partijen gelden, maar dat zijn ook dingen die het gesprek kan opleveren. Daarom denk ik zeker dat de gemeente dit kan faciliteren. De heer VALK (CDA): Er is natuurlijk niks mis mee als de gemeente in gesprek gaat, maar die gesprekken vinden al plaats, zoals de wethouder zelf al zei. Als er problemen zijn, zijn er nu dus al mogelijkheden. Deze motie, die oproept om nog meer in gesprek te gaan, hoefde dus niet ingediend te worden. Die gesprekken lopen al, maar deze motie roept op om extra gesprekken te voeren. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. De wethouder zegt dat je het niet "eisen" moet noemen omdat het een tender is, maar ik weet niet welk woord je dan moet gebruiken als je moet voldoen aan dingen zoals "innovatief" en "duurzaam".

Dan stel je toch een soort eisen. Het is misschien een woord, maar als je niet duurzaam genoeg bent en bijvoorbeeld hier op de Markt met oude diesels een autotentoonstelling wil houden, denk ik niet dat dat de duurzaamheidstoets kan doorstaan. Ik denk dat het daar niet over zou moeten gaan. Het zou moeten gaan om vermaak en een leuke tijdsbesteding. Voor mij hoeft het ook niet innovatief of vernieuwend te zijn, want oude auto's zijn dat niet, maar kunnen wel een hartstikke grote meerwaarde hebben en heel leuk zijn om naar te kijken. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. We zijn blij om te horen dat de wethouder … De VOORZITTER: Ho, nu is het eigenlijk een beetje dubbel. Mevrouw De Jongh Swemer had eigenlijk haar tweede termijn, maar ik dacht dat zij net als de heer Valk zou 36

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

interrumperen. Vervolgens ging ik van de weeromstuit door met de termijn. Er ligt gewoon een interruptie van de heer Valk richting mevrouw Brussaard. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Ik hoorde geen vraag. Ik hoef dus niks te zeggen. De VOORZITTER: Ja, er was wel een vraag. Er was zeker een vraag. Nog één keer, meneer Valk. De heer VALK (CDA): Heel kort, want anders vliegen de minuten voorbij. Mevrouw Brussaard zegt dat het hartstikke goed is dat de gemeente in gesprek gaat met die evenementen, want dan komen er ook andere wensen naar boven, maar die gesprekken vinden al plaats. Dus waarom dan deze motie? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Volgens mij omdat we in 2050 en wat Volt betreft liefst nog eerder CO2-neutraal worden. Daar hebben evenementen ook een rol in. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. We zijn blij om te horen dat de wethouder heeft verhelderd dat de uitvoering van onze motie binnen de bestaande ambtelijke capaciteit past. Ik hoop dat daarmee de zorgen bij andere partijen zijn weggenomen, zodat zij daardoor ook achter onze motie kunnen staan. Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Nogmaals, u stelt in de motie dat u veel evenementenorganisatoren heeft gesproken, maar u zegt eigenlijk niet wie dat zijn, behalve Westerpop, waarbij ik me afvraag: wie van Westerpop dan? Want ik herken die duurzaamheidsdiscussie bij de evenementen echt niet.

Ik weet dus niet of u echt wel … Wie heeft u dan gesproken? Daar ben ik gewoon benieuwd naar. De heer GOMMERS (STIP): Nogmaals, het is mevrouw Wentink die met de organisatoren heeft gesproken. Ik ga hier geen namen noemen; dat vind ik niet zo netjes, maar ik kan u verzekeren dat dat toch een lijst van organisatoren is geweest. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor haar beantwoording. Die was luid en duidelijk. Ik ga nog even in op de uitnodiging van de heer Gommers: die uitnodiging zal de ChristenUnie gezien de beantwoording van de wethouder echt afslaan. Wethouder ZWART: Voorzitter. Ik heb geen vraag meer gehoord. Hart voor Delft had het over de "eis of geen eis"-discussie. Het zijn geen eisen, maar je maakt dan wel minder kans. Als jij inderdaad een oldtimershow op de Markt wil geven, zal je inderdaad waarschijnlijk minder punten scoren op duurzaamheid, maar misschien meer punten op andere onderdelen. Het is dus echt een keuze van organisatoren hoe zij daarop inschrijven. De VOORZITTER: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.3.1 (Verduurzamingsduwtje in de rug voor evenementen) van STIP, de SP, de PvdA en Volt. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw OSEPA (GroenLinks): Voorzitter.

We zullen voor de motie stemmen in de hoop dat de zorgen omtrent verduurzaming van vooral de Cultuurtafel en de rest van de sector hiermee beter gehoord worden. 37

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw DE JONGH SWEMER (Hart voor Delft): Voorzitter. Wij stemmen tegen de motie, omdat wij vinden dat de hele duurzaamheidsdiscussie niet overal bij betrokken moet worden. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 23 tegen 13 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, de ChristenUnie, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 31 tegen 5 stemmen, waarbij de fractie van Hart voor Delft ertegen heeft gestemd. 87. Voorstel van het college aan de raad inzake afvalbeleidsplan Grip op Delfts Afval 20252030 (nr. 2416225). De VOORZITTER: Er zijn een aantal amendementen aangekondigd. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Allereerst over het proces: dit stuk verdient ook geen schoonheidsprijs. Er is een stuk naar de raad gestuurd dat tot heel veel onduidelijkheid en vragen in de commissie heeft geleid, omdat onduidelijk was wat we nou precies gaan besluiten. Dat heeft geleid tot een aangepast stuk, dat weliswaar veel duidelijker is, maar eigenlijk hoort het niet zo dat het vlak voor de raadsvergadering nog gecorrigeerd wordt. Dan over de inhoud. Het CDA is blij met de uitbreiding van de nascheiding, want bronscheiding werkt simpelweg niet in grote delen van de stad. De 89% afkeuring van ondergrondse containers bewijst dat.

Maar we zijn straks wel een stad met twee inzamelregimes. In grofweg de ene helft van de stad gaan we nascheiding doen en wordt PMD-afval met het restafval ingezameld en dan in de fabriek gescheiden. In grofweg de andere helft van de stad moet PMD apart worden ingezameld. Het hanteren van twee inzamelregimes leidt tot extra kosten, zoals ook staat in de nota Grip op Afval. Andere vergelijkbare gemeenten zijn vanwege deze extra kosten overgestapt naar volledige nascheiding. De heer VAN DER STEEG (PvdA): De heer Valk noemt vaak "vergelijkbare gemeenten". Kan hij gemeenten noemen die echt vergelijkbaar zijn met Delft? De VOORZITTER: Er is natuurlijk geen gemeente zoals Delft, maar ga het toch maar proberen, meneer Valk. De heer VALK (CDA): In dit kader hebben we het natuurlijk vaak over de categorie Agemeenten. Dat is een beetje technisch, maar dat zijn dichtbebouwde gemeenten met veel hoogbouw en een diverse populatie. De definitie staat trouwens ook in de motie: dichtbebouwd, diversiteit van doelgroepen en vergelijkbare omvang. Van de categorie Agemeenten is Eindhoven een mooi voorbeeld. Over Eindhoven gesproken: het college van Eindhoven zegt dat apart broninzamelen in de laagbouwwijken nauwelijks extra plastic oplevert, maar dat de kosten wel veel hoger zijn. Daarom is Eindhoven overgegaan op volledige nascheiding.

Om die afweging te kunnen maken heb ik eerder dit jaar in mijn schriftelijke vragen het college gevraagd wat het zou schelen als we dit zouden doen. Het college antwoordde 38

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

daarop dat dat een moeilijke berekening is, maar dat het voornemens was om die berekening te gaan maken en dat we daar in Grip op Afval meer over zouden lezen. Maar helaas lees ik daar niks over in Grip op Afval. Ik lees wel dat het duurder is om twee systemen te hebben en dat het misschien meer oplevert in de fabriek, maar ik lees niks over getallen. Daarom heb ik een motie geschreven die we samen met de VVD indienen om deze kosten van twee systemen alsnog in kaart te brengen. Dit lijkt me een eenvoudig toezegbare motie, aangezien dit al stond in de antwoorden op de schriftelijke vragen. Het raadsvoorstel roept ook op om over te gaan op diftar, dat hier nog "recycletarief" wordt genoemd en dat we straks "resttarief" moeten noemen. Resttarief of diftar wordt met succes in een heel groot aantal gemeenten in Nederland ingevoerd, maar dat zijn allemaal plattelandsgemeenten of dun bebouwde gemeenten. Het wordt nog niet toegepast in die categorie A-gemeenten, dichtbebouwde gemeenten met veel hoogbouw en diverse doelgroepen. Dat heeft natuurlijk een reden. De sociale controle is een stuk minder. Om dezelfde reden waarom de PMD-containers vol zitten met ander afval, zal ook bij diftar de druk om misbruik te maken van het systeem, waar zelfs een financiële prikkel op staat, alleen maar groot zijn.

Om het extra ingewikkeld te maken: er is niet eens een grote gemeente die diftar heeft en er is in Nederland zelfs geen enkele gemeente die diftar combineert met een regime voor half nascheiding en half bronscheiding. Dat maakt het helemaal ingewikkeld. Je krijgt straks namelijk het probleem dat de ene helft van de stad veel meer restafval zal hebben, om de hele simpele reden dat ze hun plastic bij het restafval moeten gooien. Dan heb je per definitie meer vuilniszakken en meer gewicht. Het is natuurlijk oneerlijk om dan te zeggen dat men daar meer voor moet gaan betalen, want die mensen worden min of meer gedwongen om dat te doen. Dan kun je dat natuurlijk wel weer gaan corrigeren met een ander tarief, maar dat is niet uitlegbaar aan de stad en niet rechtvaardig. Daarom dienen wij samen met de ChristenUnie een amendement in met als strekking: laten we nou eens niet als eerste gemeente van Nederland dit hele unieke systeem van diftar in een dichtbebouwde gemeente met de combinatie van nascheiding en de combinatie van bronscheiding gaan onderzoeken, maar laten we gewoon eens kijken of er een andere gemeente is die dit aandurft. Als het daar verbazingwekkend goed gaat, heel goed blijkt te werken en tot lagere lasten leidt, moeten wij dat ook doen. Dan kunnen we leren van die gemeente.

Als geen enkele gemeente het aandurft of kan of als het niet blijkt te werken, dan weten we dat ook. Dan hebben we de kosten van een duur onderzoek bespaard. Vandaar dit amendement. Wij zijn mede-indiener van twee andere moties, maar ik laat het aan de eerste indieners om die toe te lichten. Misschien kom ik daar in de tweede termijn op terug. De heer CÜPPERS (STIP): Een groot deel van het afvalbeleidsplan heeft een aanzet gekregen via de motie Minder afval, minder kosten, die anderhalf jaar geleden is ingediend. Daarin wordt gevraagd om een ambitieus plan om de VANG-doelstellingen te gaan halen. Daar heeft het CDA destijds voor gestemd, maar ik hoor nu een heel ander verhaal. Waar is de ambitie in de woorden van het CDA? De heer VALK (CDA): Het liefst zouden wij overgaan naar een volledig nascheidingsregime. Dat vind ik lekker ambitieus. Dat is voor ons dus ambitieus, maar "ambitieus" is iets anders dan heel moeilijk, heel complex of iets proberen wat met recht nog nooit ergens anders gedaan is. Ambitie is niet: in elke blinde steeg gaan lopen en dan zeggen dat we lekker bezig zijn omdat we weer eens wat proberen. Laten we hier nou maar gewoon leren van andere gemeenten.

39

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer CÜPPERS (STIP): Dan wil ik het CDA wijzen op het Avalex-rapport dat we ongeveer een jaar geleden hebben besproken in de commissie. Daarin staat heel duidelijk dat nascheiden kan helpen, maar niet de volledige oplossing is voor de doelstellingen. Dan zoek ik dus toch echt naar de andere, aanvullende maatregelen die het CDA wil voorstellen om die doelstellingen te gaan halen. De heer VALK (CDA): STIP lijkt bijna spijt te krijgen van het feit dat STIP het CDA niet heeft gevraagd om in de coalitie te gaan zitten, want dan waren wij misschien ook wel met heel mooie ideeën gekomen. We reageren nu op een collegevoorstel. Daarin wordt voorgesteld om de helft nascheiding en de helft bronscheiding te gaan doen en een experiment met diftar in combinatie met die twee. Daar reageer ik dan op. Het is natuurlijk niet aan mij om even een heel alternatief plan uit de mouw te schudden. Daar hebben we wethouders en ambtenaren voor.

Door de fracties van het CDA en de ChristenUnie wordt amendement 7.5.A (Leren van anderen met resttarief) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op donderdag 13 juni 2024 ter bespreking van het agendapunt Voorstel van het college aan de raad inzake afvalbeleidsplan Grip op Delfts Afval 2025-2030, Besluit Het voorliggende raadsbesluit als volgt te wijzigen: was: 'In te stemmen met een onderzoek naar recycletarief, resulterend in een voorstel aan de raad' wordt: 'Zelf geen onderzoek naar een resttarief uit te voeren, maar de raad op een later moment te informeren over onderzoeken naar een resttarief in vergelijkbare gemeenten ((ten minste) vergelijkbaar in omvang, met een dichte bebouwing en een diversiteit aan doelgroepen) en die deels ook PMD met bronscheiding en deels met nascheiding inzamelen. Indien deze ervaringen in vergelijkbare gemeenten positief zijn, kan dit resulteren in een voorstel aan de raad.' Toelichting Een resttarief, beter bekend als diftar en in dit stuk recycletarief genoemd, is een systeem dat in sommige gemeenten in Nederland met succes wordt toegepast. Dit zijn echter allemaal gemeenten met een hele andere samenstelling dan Delft. Het zijn vooral plattelands- en licht verstedelijkte gemeenten. Een resttarief is nog niet succesvol toegepast in grote, dichtbebouwde steden met een diversiteit aan doelgroepen zoals Delft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14400914/1