CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen 17 september 2024

Raadsvergadering 17 oktober 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Handelingen van de gemeenteraadsvergadering van 17 september 2024 + erratum.38.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

13 alinea's met “collegebrief”: 3 28 31 212 221 241 256 305 351 356 386 400 460

Ik denk dat we allemaal weten hoe het werkt: als er eenmaal een getal genoemd is in een stuk en als we dat niet hebben weersproken, gaat dat een eigen leven leiden. Ik denk maar even aan de 15.000 woningen. Dat was eerst ook een uitgangspunt: "nee, we moeten geen waarde hechten aan dat getal; dat is maar een getal dat we hebben opgeschreven, maar het had ook een ander getal kunnen zijn". Maar voor je het weet, staat in elk beleidsstuk dat er 15.000 woningen bij moeten komen en is dat een hard kader. Daarom dienen we de motie nu in, omdat in dit stuk staat dat we circa 25% van de parkeerplekken gaan ombouwen tot fietsenstallingen. Nogmaals, ik denk dat veel mensen een fietsenstalling in de buurt van hun woning willen hebben. Er zijn veel studentenwoningen en een studentenvereniging, die het heel handig vinden als die parkeerplek verandert in een fietsenstalling. Maar er zijn ook bewoners die zeggen: ik moet er niet aan denken dat ik straks op twaalf racefietsen uitkijk en ik heb daar liever wat anders. 62

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Je kunt in de politiek twee dingen doen: je maakt als politiek een keuze en je luistert niet naar de inwoners of je geeft bewoners inspraak. Inspraak is geen besluitvorming. De raad of de politiek neemt besluiten, maar inspraak is wel dat bewoners mee mogen praten door hun inspraak te geven over de invulling van parkeerplekken. Dat was ook meteen het antwoord op de vraag van de heer Analikwu hoe wij "uitgangspunt" interpreteren. De vraag van de PvdA was wat er gebeurt als niemand een fietsnietje voor de deur wil. Ik kan me bijna niet voorstellen dat niemand in die straat dat wil. Als je daar een studentenhuis hebt, denk ik dat je heel blij bent als daar fietsnietjes voor de deur komen. Als niemand dat wil, is dat natuurlijk wel een signaal. Maar nogmaals, de politiek neemt uiteindelijk het besluit. Wij vragen als CDA natuurlijk ook regelmatig aandacht voor fietsen die hinderlijk geparkeerd zijn en vinden dat de gemeente daar iets aan moet doen als inspraak niet blijkt te werken, maar ik heb vertrouwen in de constructieve houding van de bewoners daar en ik denk dat we er samen wel uit gaan komen. Ik zou niet op voorhand al uitgaan van een negatieve houding van bewoners en daarom zeggen: we gaan ze ook maar niks vragen.

Door de fracties van het CDA, de VVD, de SP en Onafhankelijk Delft wordt motie 7.7.2 (Blik voor blik niet in beton gegoten) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van dinsdag 17 september 2024 ter bespreking van het agendapunt inzake 'College van B en W - korte termijn aanpak fietsparkeren binnenstad'. Als gemeenteraad van Delft stellen we vast dat:   

het college een notitie over de kortetermijnaanpak van fietsparkeren heeft opgesteld naar aanleiding van een toezegging tijdens de vergadering van de commissie Ruimte en Verkeer van 1 juni 2023; het college in de notitie noemt dat het als uitgangspunt heeft om 25% van de huidige autoparkeervakken in het toekomstige autoluw-plusgebied om te zetten naar fietsparkeerplekken; het college aangeeft de zorgen en ideeën die zijn geuit door bewoners, waar mogelijk mee te nemen in de uitwerking van de korte- en langetermijnaanpak.

We hebben daarbij nagedacht over en houden rekening met het volgende:  

het vooraf sturen op een percentage fietsparkeerplekken lijkt haaks te staan op het willen meenemen van geuite zorgen en ideeën van bewoners; elke straat (of zelfs deel van een straat) heeft een verschillende samenstelling van bewoners en ruimtelijke kenmerken en daardoor ook een andere fietsparkeerbehoefte.

We vragen het college om op grond van het bovenstaande:  

het uitgangspunt van 25% van de autoparkeervakken omzetten naar fietsparkeerplekken los te laten; bewoners inspraak te geven in de invulling van eventueel vrijgekomen autoparkeervakken in de directe nabijheid van hun woning,

en gaan over tot de orde van de dag."

63

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Een vraag: hoeveel mensen zou je in Delft moeten vragen wat het grootste probleem in Delft is voordat je als antwoord krijgt "ik kan mijn fiets niet parkeren" of "ik vind de fietsen in de binnenstad zo lelijk"? Nu miljoenen gaan uitgeven voor een grootschalig ondergronds fietspaleis gaat de SP dan ook echt te ver. In de jaren negentig was dat anders. De VOORZITTER: Meneer Van der Sluis, dat roept heel wat op. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik ben benieuwd waar de heer Van der Sluis die "enkele miljoenen" heeft teruggelezen in de stukken. De heer GOMMERS (STIP): Aanvullend daarop ben ik ook benieuwd waar meneer Van der Sluis heeft gelezen dat we dit überhaupt gaan doen, want volgens mij wordt er expliciet benoemd dat we een globale verkenning gaan doen en dat er pas daarna een stuk gaat komen over hoe we dat gaan regelen. De heer VAN DER SLUIS (SP): Wat die prijs betreft: ik heb meneer Van der Steeg net horen zeggen dat een bovengrondse parkeergarage € 2 miljoen kost; dan zit ik al op miljoenen. Wat de tweede vraag betreft: als we nu een voorverkenning doen voor iets, wil je dat uiteindelijk gaan uitvoeren. In deze motie zeg ik feitelijk: doe die voorverkenning nou niet; wacht eventjes, ga dan over twee jaar kijken of dit nodig is en ga dan die voorverkenning uitvoeren. Het is volgens mij dus precies netjes in lijn met wat jullie willen.

De VOORZITTER: Het leek leuk, maar helaas. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Is de heer Van der Sluis het met me eens dat dat toch een beetje het vooruitschuiven van het probleem is? De heer GOMMERS (STIP): Ik heb het misschien verkeerd gelezen, maar er staat expliciet dat het onderzoek naar inpandige stallingen gecombineerd wordt met onderzoek naar ondergrondse stallingen om een totaalbeeld te creëren. Volgens mij bent u best wel vaak voor totale visies. Waarom bent u het daar dan niet mee eens? De heer VAN DER SLUIS (SP): Wat de eerste vraag betreft: we schuiven geen probleem voor ons uit, want er is niet zo'n groot probleem, zoals ik al zei. Ten tweede: er staan in de visie duidelijk twee dingen: de kortetermijnoplossingen, waaronder het omzetten van huidige panden naar fietsparkeerplaatsen, en de langetermijnoplossing. Wij zeggen: ga niet nu alvast aan die langetermijnoplossing werken en ga daar geen ambtelijke capaciteit aan besteden, maar wacht daarmee totdat je kan zien wat de effecten zijn van de kortetermijnoplossingen. In de jaren negentig was het anders. Mevrouw Van den Berg had het over "een fietsprobleem"; toen hadden we echt een fietsprobleem. Waar nu de bussen staan voor het station, was toen één grote metalen wirwar. De SP is ook heel blij met de ondergrondse fietsparkeerplaats die toen bij het station is gekomen, waar ik ook nog actie voor heb gevoerd.

Maar de SP vindt het onverstandig om nu vooruit te lopen op een traject dat in de toekomst miljoenen gaat kosten, terwijl de financiële situatie over twee jaar hoogst onzeker is, het ambtenarenapparaat al zoveel te doen heeft en we nog niet weten wat het effect zal zijn van de kortetermijnoplossingen, waaronder maatregelen als het inzetten van bestaande gebouwen als fietsenstallingen; ik ben mezelf aan het herhalen. Maar we moeten ook inzetten op beter openbaar vervoer, dat in Delft echt onder de maat is, en we moeten eens spreken over het opslaan van fietsen onder het station door mensen die daarmee één keer 64

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

per week naar de universiteit of hun werk gaan. Daarom vragen we in deze motie om een pas op de plaats: nog geen stappen zetten in de richting van een nieuw megaproject, maar eerst de financiële situatie en de parkeersituatie in de toekomst afwachten. Daarnaast heb ik een opmerking over de motie die we samen met het CDA indienen. Ik denk dat we niet zo bang moeten zijn voor de inspraak van onze bewoners. Misschien lijkt het af en toe, ook omdat sommige groepen hier vaak komen als het over fietsen en parkeren gaat, dat die mensen allemaal wél fietsparkeerplaatsen willen of juist allemaal niet, maar als we die inspraak goed regelen en verschillende groepen bewoners daarnaartoe halen, zoals de heer Valk al zei, denk ik dat je dat goed kan regelen en een weloverwogen beslissing kan nemen door die mensen te laten meespreken. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ik heb een vraag over die participatie. In het kader van Ruimte in de binnenstad worden met name de bewoners bevraagd over fietsparkeren, maar volgens mij komen juist mensen van buiten het centrum vaak met de fiets.

Hoe wordt hun mening volgens u meegenomen? De heer VAN DER SLUIS (SP): Mijn beeld was ook dat mensen die in de binnenstad wonen, last hebben van mensen die van buiten naar binnen stromen en hun fietsen overal neerzetten, dat zij zullen meewegen dat zij willen dat het daar netter wordt en dat zij daarom plaatsen voor die fietsen willen. Dat was een beetje mijn inschatting. Ik denk dat dat goed komt. Door de fractie van de SP wordt motie 7.7.3 (Wees wijs, wacht met het fietspaleis) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft in de vergadering van 17 september 2024 bij de bespreking van de kortetermijnaanpak fietsparkeren in de binnenstad. Wij stellen vast dat:    

het college wil dat er wordt gestart met een verkenning van nieuwe, grootschalige (ondergrondse) fietsparkeerplaatsen in de binnenstad; de gemeente momenteel niet genoeg ambtelijke capaciteit heeft om alles wat ze wil doen ook daadwerkelijk te doen; het college een strak budget heeft voor het fietsparkeren terwijl er veel plannen zijn; de gemeente afstevent op een begrotingstekort in 2026 en de jaren daarna.

We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat:    

het verstandig is om de effecten van de aanpak op de korte termijn af te wachten voordat we grote uitgaven doen; het op dit moment niet verstandig is om geld uit te geven aan de voorbereiding van een project dat veel geld gaat kosten in de toekomst, terwijl we weten dat we dan veel minder te besteden hebben; we besluiten over grote uitgaven na 2026 beter over kunnen laten aan de in 2026 nieuw gekozen gemeenteraad, die dan ook meer inzicht heeft in de financiële mogelijkheden; het goed is om de ambtenaren te ontlasten en ze niet aan het werk te zetten voor nog een groot project. 65

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Wij dragen het college op om tot 2026 geen tijd en middelen meer te besteden aan het plannen van het bouwen van nieuwe, grootschalige ondergrondse voorzieningen voor fietsparkeren, en gaan over tot de orde van de dag." De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. De binnenstad verdient het om met de fiets goed bereikbaar te zijn. STIP is dan ook blij om te merken dat over de jaren heen steeds meer mensen de stad op deze manier weten te bereiken. Dit betekent wel dat daar in de openbare ruimte rekening mee gehouden moet worden. Die vraag blijkt duidelijk binnen te komen vanuit bewoners, bezoekers en ondernemers, maar ook mensen met een beperking, waarover we het eerder vanavond al hebben gehad. De ingediende moties om minder fietsparkeerplekken te realiseren, het zoeken naar oplossingen te vertragen of überhaupt geen oplossingen te zoeken staan wat ons betreft haaks op wat de stad vraagt en verdient. STIP blijft het belangrijk vinden dat fietsers goed begeleid worden naar de juiste plek om daar vervolgens voldoende plekken aangeduid te hebben om daar netjes hun fiets te kunnen stallen. De heer VALK (CDA): U had het over "de ingediende moties". Ik neem dus aan dat ook de motie van het CDA en andere fracties daaronder valt, maar waar leest u dat er minder fietsparkeerplaatsen zouden moeten komen? Participatie kan toch ook op 28% of 30% uitkomen? Als dat eruit komt, gaan we dat doen.

Dus waar leest u dat we minder fietsparkeerplekken zouden willen? De heer GOMMERS (CDA): De motie van het CDA roept op om het uitgangspunt van 25% te laten vallen en de rest van de motie insinueert dat het prima is om minder dan die 25% te realiseren. De heer VALK (CDA): Waar staat dat dan? Waar staat het woord "minder"? De heer GOMMERS (CDA): Daarom zei ik "insinueert" en had ik het niet over de letterlijke formulering. De heer VALK (CDA): Welk woord insinueert "minder"? De motie vraagt alleen om participatie. De heer GOMMERS (CDA): Ik ga niet het debat van over een paar weken beginnen, want we gaan nog een heel participatietraject aan met Ruimte in de binnenstad. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Ik zal vandaag reageren op de moties, omdat we in het commissiedebat al het een en ander hebben gezegd. Er zijn eigenlijk twee moties: de ene zegt "kijk naar de lange termijn" en de andere zegt "kijk naar de korte termijn". Dat is natuurlijk allebei waar. Je kan niet doen alsof er in de toekomst geen problemen zijn of dat ze er dan pas zijn. Het is allebei nu: je moet vooruitkijken én tegelijkertijd kijken hoe we de stad bereikbaar kunnen houden maar vooral ook toegankelijk voor iedereen, ook voor de voetganger. In beide moties zien we eigenlijk niet de oplossing, maar het gevaar van tijdelijke oplossingen is altijd dat ze toch niet zo tijdelijk zijn.

Wij vragen de wethouder dus of er een perspectief kan komen: tot wanneer is "korte termijn" en vinden we de kosten daarvan acceptabel? Want het moet wel duidelijk zijn tot wanneer dat is of wat de oplossing is. Dat mis ik eigenlijk nog een beetje in de brief.

66

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Dit lijkt een hele charmante vraag van mevrouw Brussaard, maar ik heb in de commissie exact dezelfde vraag aan de wethouder gesteld. Toen heeft de wethouder geen antwoord willen geven op de vraag wat "tijdelijk" is. Dus waarom daar nu weer naar vragen? Volgens mij is het platte antwoord eigenlijk dat er geen einddatum aan deze maatregel zit. Bent u het daarmee eens? Mevrouw BRUSSAARD (Volt): In alle eerlijkheid: dan heb ik dat even gemist. Ik denk dat de vragen nog steeds relevant zijn. Het zal niet verrassend zijn dat Volt de andere motie over participatie een hele goede motie vindt. Ik wil eigenlijk nog eens benadrukken dat ik vind dat de raad veel vaker moet aangeven wat we van participatie verwachten. Wij hebben vorig jaar aangegeven dat wij het belangrijk vinden dat er een gesprek is over hoe we samen de binnenstad bereikbaar gaan houden. Wij denken inderdaad dat je daarin niet al 25% neer kan leggen. Het is wel belangrijk dat wij nu als raad zeggen: wij vinden dat die erbij betrokken moet worden, dat dit de omvang moet zijn van het participatietraject en dat dit de vragen mogen zijn in dat gesprek. Dus complimenten voor deze motie. Misschien heb ik straks nog iets voor de tweede termijn. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. De PvdA is tevreden met de maatregelen die voor de korte termijn worden genoemd.

Op straat zien we al enkele maatregelen terug. Die blijken best goed te werken. Wel zijn we van mening dat dit noodgrepen zijn om de druk te verlichten. Wij blijven op termijn echt voorstander van een grootschalige gebouwde oplossing, het liefst centraal in de stad. Wij snappen dat dat tijd nodig heeft, maar nu niets doen is geen optie, bijvoorbeeld ook in het kader van toegankelijkheid. Wij zijn benieuwd naar de reactie van de wethouder, bijvoorbeeld op de motie van Hart voor Delft hierover. De bewoording laat daar wat ons betreft ruimte toe, maar is het dan geen overbodige motie? Op basis van de tellingen blijkt dat zo'n 25% van de ruimte die vrijkomt door parkeerplaatsen te verwijderen uit de binnenstad, besteed zal moeten worden aan fietsparkeren om een beetje een werkbare en leefbare situatie te maken van de druk die daar nu al is. Fietsen is gezond en efficiënt. We willen dat promoten. Zonder goede oplossing voor waar we dit blik, zoals dat wordt genoemd, kwijt kunnen kan dit simpelweg niet op een andere manier. De participatie, die genoemd wordt door het CDA, is wat ons betreft geborgd in het project Ruimte in de binnenstad. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter.

Ook de ChristenUnie is blij dat er al resultaten worden behaald met de kortetermijnaanpak voor het fietsparkeren en dat we dus al zien dat de druk van het fietsparkeren in de binnenstad wat verlicht wordt. Maar ook wij zien in dat dit nog niet het eindpunt is en dat er ook langetermijnoplossingen nodig zijn. We kijken dan ook uit naar het proces daarover, dat naar ons toekomt in Q1. Over de moties van het CDA en Hart voor Delft heb ik in interrupties al duidelijk gemaakt hoe wij daarin staan, maar ik heb nog een vraag. Een deel daarvan wordt inderdaad al geborgd door de participatie in Ruimte in de binnenstad, maar ik ben benieuwd hoe de wethouder bij het straks bespreken van de rapportage over de indeling van die vakken omgaat met het uitgangspunt: in hoeverre wordt er ook in overleg met de bewoners eventueel nog geschoven in het uitgangspunt als daar een bepaalde vraag naar is? Als dat zo is, is wat ons betreft de participatie al geborgd. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Ik herhaal het nog maar eens: in 2040 hebben we in de binnenstad een tekort van 8.000 fietsparkeerplaatsen. Dat is fors. Om de 67

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

binnenstad bereikbaar te houden, hebben we met elkaar echt een aantal maatregelen te nemen. Een van de voorstellen voor de korte termijn is om bestaande autoparkeerplaatsen te herbestemmen. Dat lijkt eerlijk gezegd weinig meer dan een cosmetische aanpassing, blik voor blik. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Ik reageer op de titel "blik voor blik". Het blik staat er al; die 25% is niet uit de lucht gegrepen. Dat gaat over de fietsen die nu al tegen lantaarnpalen, op de stoep en voor nooduitgangen staan. Dat blik is er al. U zegt dat we blik inwisselen voor blik, maar dat is niet waar. We halen een deel van het blik weg en een ander deel van het blik, dat overal maar op de straat ligt, ordenen we en zetten we netjes weg. Hoe kijkt u naar die titel? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): De essentie van het vraagstuk zit 'm blijkens de motie heel erg in de vraag in hoeverre we de bewoners de ruimte willen geven om hierover mee te denken. Voor hen voelt het eigenlijk min of meer verplicht terugkrijgen van fietsnietjes op die parkeerplaatsen als blik voor blik. Zij hebben niet de mogelijkheid gekregen om daar met elkaar en met de gemeente over na te denken. Je verplicht de bewoners dus eigenlijk tot een nieuw uitzicht vanuit hun raam, terwijl ze er niet eens zelf over mee hebben kunnen denken. Dat is echt een zorgpunt voor ons.

We hebben daar in de commissievergadering hier in de raadzaal ook met de bewoners uitgebreid over gesproken. Zij willen graag intensief betrokken worden bij voor hen relevante aspecten van de openbare ruimte. Daar gaat het ons dus veel meer om. "Blik voor blik" is inderdaad een term die we hier in de raad graag bezigen om te vertellen dat het niet altijd de allerbeste oplossing is, maar het gaat mij in essentie eigenlijk veel meer om de vraag of we de bewoners echt de ruimte geven om iets te vinden van wat er voor hun voordeur komt. Belangrijker daarbovenop is of we echt naar duurzame oplossingen toe kunnen, want dit is uiteindelijk een kortetermijnmaatregel. Wat ons betreft is er veel meer aan gelegen om echt naar die duurzame oplossingen voor de langere termijn te gaan. In die context is het ook goed om te zeggen dat we de motie van de SP niet steunen, omdat we juist denken dat een globaal onderzoek naar die langetermijnoplossingen nu noodzakelijk is en ook nu opgestart moet worden. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Zoals eigenlijk al een beetje duidelijk werd uit mijn interrupties steunen wij de motie van Hart voor Delft niet. Er wordt op dit moment hard gewerkt aan de langetermijnoplossingen die de heer Koelewijn juist zo graag ziet. In de tussentijd moeten we ook echt aan de slag. Dat is exact wat we met deze kortetermijnaanpak doen.

De motie Blik voor blik niet in beton gegoten steunen wij niet, zoals de heer Valk misschien heeft kunnen aanvoelen. Wij kunnen de onderbouwing van het uitgangspunt van 25% goed volgen en het tweede punt wordt al uitgevoerd. Het hebben van een onderbouwd uitgangspunt staat er niet aan in de weg dat er uiteindelijk een ander percentage komt. Bovendien verwachten wij dat het college juist met visies komt over hoe problemen in de stad moeten worden opgelost en zelf oplossingen aandraagt. Dit staat goede participatie niet in de weg. Tot slot de motie Wees wijs, wacht met het fietspaleis. Deze motie miskent de urgentie van onze fietsproblematiek. We moeten hier dan ook zo snel mogelijk serieus mee aan de slag gaan om met een langetermijnoplossing te komen. Daarvan moet zo snel mogelijk werk gemaakt worden. D66 zou dan ook juist willen zeggen: wees wijs, ga aan de slag met het fietspaleis.

68

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

Mevrouw ROMEIJNDERS (GroenLinks): Voorzitter. Het is belangrijk om de schaarse ruimte in de binnenstad voetgangersvriendelijk, groen en leefbaar te maken. Daarom is GroenLinks tevreden met de kortetermijnaanpak en het onderzoek naar plannen voor de langere termijn voor fietsparkeren in de binnenstad. Ook waarderen we de experimentele ruimte in de plannen en houden we graag de richtlijn aan van 25% van de autoparkeervakken of zelfs meer. Daarom steunen we de drie moties niet. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Ik zal met name op de moties reageren, omdat we al een heel uitgebreid debat hebben gehad waarin ook heel veel van deze punten zijn langsgekomen. Allereerst de motie van Hart voor Delft. Ik snap de oproep om heel snel te komen met een voorstel voor hoe we die grotere stallingen met elkaar gaan organiseren, maar er is op dit moment al een behoorlijk tekort aan fietsparkeerplekken. Als we het probleem op straat enigszins beheersbaar willen krijgen, zullen we in de tussentijd stappen moeten ondernemen. Dat betekent dat we nu ook kleinere stappen zetten, want er zijn geen locaties beschikbaar voor grote stallingen, maar dat neemt niet weg dat we in de tussentijd natuurlijk wel wat geëxperimenteerd hebben. De eerstvolgende plek waar we een stang zullen plaatsen, zal al zo'n 250 plekken beslaan.

We maken daar dus echt wel wat grote stappen, maar daarnaast proberen we ook met andere pilots en kleinere ingrepen zo goed mogelijk een oplossing te vinden, ook op de plekken waar problemen zijn of waar op bepaalde momenten van de dag problemen zijn. Volgens mij moeten we die kleine dingen voor nu dus blijven doen. Straks komt er een moment waarop we dat wellicht wat minder kunnen doen en waarop we met name gaan inzetten op de grote stallingen, maar in de tussentijd zullen we onze stad toch echt leefbaar moeten houden. Dat is op sommige momenten van de dag echt een zorg. Die motie zou ik dus echt ontraden. In de motie Blik voor blik niet in beton gegoten staat dat er heel stellig wordt ingezet op die 25%, maar dat heeft ook een reden. In het onderzoek van Royal Haskoning staat immers dat er op bepaalde plekken op basis van tellingen een x-aantal fietsen staan. Om de fietsen die daar nu al staan, een goede plek te kunnen geven, zul je ongeveer 25% van de beschikbaar te komen ruimte moeten gebruiken om de fietsen op een nette manier te stallen. Wij hebben dus gezegd: we gaan straks het gesprek met bewoners aan over de invulling van het hele gebied en daarbij zullen we toch iets meer kader mee moeten geven om te voorkomen dat er straks een probleem ontstaat.

Ik heb het even laten opzoeken, want ik wist niet meer wanneer ik het heb gezegd, maar er is eerder - ergens in juni 2023 - bij de behandeling van het Toekomstbeeld fietsparkeren en ook het handelingsperspectief ook best wel discussie geweest: hoelang blijven die nietjes dan staan en wanneer gaan ze weg? Toen heb ik de raad al beloofd dat ze weg mogen op het moment dat blijkt dat ze niet nodig zijn en dat ze weg kunnen, zeker als er dan bijvoorbeeld ook gebouwde inpandige voorzieningen beschikbaar komen. Volgens mij staat er dus al een toezegging dat we ze weer kunnen weghalen als blijkt dat ze niet nodig zijn, maar voor de rest is er dus volop de ruimte om op een goede manier het gesprek met de bewoners daarover te voeren. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Wat is voor de wethouder de definitie van "als dat niet meer nodig blijkt"? Wethouder HUIJSMANS: Daar hebben we toen ook een behoorlijke discussie over gehad, meen ik me te herinneren. Een van de punten was dat er dan voldoende plekken beschikbaar zijn waar je inpandig of op een andere manier - in ieder geval dus niet op die tijdelijke plekken langs de grachten - je fiets kwijt kunt. Daar zullen we op dat moment ook met elkaar over kunnen spreken, maar dat is ook een beetje afhankelijk van waar op dat moment grotere stallingen komen. We doen straks ook nog die studie naar mogelijke plekken voor die wat grotere stallingen.

Dat hangt dus allemaal met elkaar samen, maar in 69

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

de tussentijd zijn die fietsen er en moeten we dit ook op een veilige manier faciliteren. Dat is ook onderwerp van het ontwerp waaraan nu samen met de bewoners in de participatieronde gewerkt gaat worden. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Zou het de wethouder helpen als we haar de expliciete opdracht geven om echt de hoogste prioriteit te geven aan die inpandige stallingen? Want als we dat zo snel mogelijk voor elkaar hebben, hoeven we blijkbaar die 25% van de parkeerplaatsen niet te gebruiken. Klopt dat? Wethouder HUIJSMANS: Ik vind het heel fijn dat die haast er is. Ik ga immers een motie ontraden, maar u heeft hierbij eigenlijk al bevestigd dat u dat ook vindt. Volgens mij hoef ik daar dus niet meer op in te gaan. Maar over het onderzoek: we hebben nu een globaal onderzoek om eerst te kijken waar die plekken zijn. Als blijkt dat die plekken beschikbaar zijn en dat zij ook substantieel iets kunnen opleveren, komt vervolgens ook de vraag hoe we het gaan bouwen. We hebben dus best wel wat tijd nodig. In de tussentijd loopt ook het proces rondom Ruimte in de binnenstad. Ik denk dus dat we voor Ruimte in de binnenstad voor nu een goed kader moeten meegeven, maar met de toezegging die ik eerder heb gedaan over het moment dat die plekken beschikbaar komen. Dat gaat ook over het geld dat nodig is om die plekken neer te zetten.

Hart voor Delft geeft aan: zet daar zo veel mogelijk middelen voor in. We zullen bij een volgende Kadernota of een volgende begroting nog met elkaar moeten bespreken hoeveel geld we daarvoor overhebben. Wat mij betreft mag daar best een groot bedrag voor komen, maar we zullen dat wel integraal moeten afwegen, want volgens mij zijn er nog meer dossiers. Ik zou dus zeggen: ja, laten we er zo snel mogelijk mee aan de slag gaan, maar we kunnen daar niet op wachten, omdat in de tussentijd ook voor Ruimte in de binnenstad gewoon kaders moeten worden meegegeven, met de toezegging die er staat om het weg te halen als het niet meer nodig is. Volgens mij hebben we daarmee gewoon een cirkeltje rond en is daarmee ook helder hoe we de participatie met bewoners in kunnen. Volgens mij ben ik al ingegaan op de motie van de SP, ook kijkend naar de urgentie die bij de rest van de raad naar boven komt. Volgens mij hoef ik daar dus niet verder op in te gaan. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer GOMMERS (STIP): Voorzitter. We hebben in onze eerste termijn Hart voor Delft geïnterrumpeerd over het onderzoek dat gedaan is. Ze zouden dat opzoeken. Ik ben erg benieuwd hoe Hart voor Delft intussen tegen het hoofdstuk aankijkt. De VOORZITTER: Ik kijk naar de heer Koelewijn. Meneer Koelewijn, heeft u het al gevonden? Nee, meneer Gommers, dat is niet gelukt.

De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Heel kort, omwille van de tijd, omdat mijn collega ook nog een onderwerp moet doen. De antwoorden waar de heer Gommers naar op zoek is, kan hij zaterdag terugvinden op de website van Hart voor Delft. De VOORZITTER: Meneer Gommers, dan heeft u ook wat te doen op zaterdag. Lekker bezig! De heer VALK (CDA): Voorzitter. Uit mijn interrupties bleek al dat ik eerlijk gezegd een beetje verbijsterd was door de bijdrage van STIP in de eerste termijn, want de door mij ingediende motie suggereert helemaal niet dat we sturen op minder dan 25%. De motie zegt alleen: vraag het de bewoners. Het geeft mij een beetje het gevoel van: als participatie een uitkomst gaat geven die mogelijk in strijd is met wat we zelf willen, moeten we dat dan maar 70

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

niet doen. Dat vind ik erg jammer. Nogmaals, als uit de participatie zou komen dat 35% van de mensen graag een fietsenstalling voor de deur wil, vind ik dat ook prima. Dan hebben we het de bewoners gevraagd en dan willen zij dat graag. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Is de heer Valk het met mij eens dat dit debat niet op zichzelf staat, maar dat ook in een bredere context dingen worden gezegd die gewoon meegenomen kunnen worden in de beoordeling van dingen die nu worden opgeschreven en nu worden genoemd? De VOORZITTER: Dat is best wel een open vraag. De heer VALK (CDA): Ik weet eerlijk gezegd niet precies wat er met deze vraag bedoeld wordt. Ik snap deze vraag helemaal niet. De VOORZITTER: Nog een poging, meneer Van der Steeg. U heeft nog lekker wat spreektijd. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Ja, ik maakte het een beetje vaag. Dit debat staat niet op zichzelf. We hebben vaker debatten met elkaar. Daarin worden dingen gezegd. Is de heer Valk het ermee eens dat bij een oordeel over bijvoorbeeld deze motie of überhaupt over wat er wordt gezegd, datgene wat eerder is gezegd meegenomen kan worden? De heer VALK (CDA): Geen enkel debat staat op zichzelf. Alle onderwerpen komen natuurlijk regelmatig terug, maar er is nu een stuk waarin een percentage genoemd wordt waarop gestuurd gaat worden. Daarom hebben we deze motie ingediend.

Er is natuurlijk ook een oproep vanuit de stad van de insprekers bij dit onderwerp: zij willen hierover graag meepraten. Het is natuurlijk mooi om dit in een grotere context te plaatsen. We zullen hier ongetwijfeld vaker over praten, maar voor ons is dit het moment om de motie in te dienen, omdat nu een percentage genoemd wordt. Ik zei in de eerste termijn al dat, als je eenmaal een getal met elkaar hebt besproken, dat getal gewoon heilig blijft. Dan wordt dat het uitgangspunt. Voor je het weet, worden er nietjes neergezet omdat de 25% nog niet gehaald is. Dat willen we voorkomen. De VOORZITTER: Meneer Gommers, ik wil zachtjesaan tot een afronding komen, tenzij er echt een urgent punt is, want ik vind dat we met elkaar een beetje in herhaling vervallen. Doet u het kort en krachtig. De heer GOMMERS (STIP): Ja, ik hou het kort en krachtig. Je kan een participatietraject hebben - dat gaan we ook voeren - maar die 25% is wel degelijk ergens op gebaseerd, zoals mevrouw Van der Vlist al zei. Is het niet acceptabel dat je een participatietraject ingaat met een vorm van minimum? Dat hoeft niet echt helemaal in beton gegoten te zijn, maar daarmee bied je dan wel een minimum aan. De heer VALK (CDA): De motie roept op om niet te beginnen met een percentage, maar met participatie. We kijken gewoon wat daaruit komt en hoe we dat kunnen inpassen in de stad.

Wat ons betreft zijn de bewoners en niet de fietsen die er gestald zijn of een percentage het vertrekpunt. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Wat ons betreft is dit toch weer een voorbeeld van de beperkte mate waarin het college echt wil luisteren naar de stad. De publieke tribune zat een paar weken geleden echt vol met bewoners die zich ontzettend zorgen maken over de binnenstad en alle plannen. Waar ze een hele tijd geleden nog dachten dat ze in alle 71

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

openheid mee mochten denken over de invulling van de buitenruimte in de binnenstad, wordt die ruimte steeds kleiner, kleiner en kleiner. Vandaag worden ze ermee geconfronteerd dat ze ook nog eens 75% ruimte hebben om mee te praten over de eventuele vrijgevallen parkeerplaatsen. Ik vind het eigenlijk schandalig hoe we omgaan met de zorgen van de bewoners die gewoon willen meepraten. De ruimte is echt heel beperkt. Daarom vind ik het belangrijk dat we deze motie hebben ingediend en dat we daar ook allemaal voor gaan stemmen. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Voorzitter. Volgens mij is de reactie op het debat over de 25%: er moeten toch kaders en uitgangspunten zijn? Dat is natuurlijk ook zo bij participatie, maar het probleem is dat nu alleen dit stukje wordt genoemd als extra toevoeging, terwijl we als raad eigenlijk zeggen dat dat gesprek over participatie er moet komen en dat we daar kaders voor willen meegeven. Eigenlijk neemt het college nu juist een voorschot daarop door dat al te zeggen. Er zijn natuurlijk nog veel meer kaders en uitgangspunten die je mee kan geven in dat gesprek. De oproep van het CDA is volgens mij meer: laten we dat nog even openhouden en nog niet hierin meenemen. Misschien kunnen we het donderdag weer hebben over de rol die de raad moet pakken bij participatie. Dat is eigenlijk meer de vraag die nu voorligt. Die 25% kan altijd nog.

Is het nou noodzakelijk om dat nu al vast te zetten? De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Ik heb nog een opmerking; we hebben dit al eerder aan de hand gehad. Ik ben heel blij dat we de discussies hier in de raad voeren en niet op websites. Ik vind het een beetje vreemd dat er wordt gezegd dat we hier niet het debat aangaan met elkaar en dat er wordt gezegd: ik verzin mijn argumenten morgen wel; die zet ik dan wel op de website en die staan daar volgende week op. Probeer dat dus te voorkomen. Laten we de discussies hier voeren en niet via internet. De VOORZITTER: Dat is toch uitlokking, meneer Van der Sluis. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Dan wil ik de heer Van der Sluis wel even aangeven dat de discussie in principe al in de commissie is gevoerd. Ik wil dus alleen maar antwoord geven. Omwille van de tijd doen we dat even via de website, want anders heeft mijn collega geen tijd meer. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Ik wil toch nog even aangeven dat het fietsenvraagstuk van dien aard is dat je in zo'n participatietraject toch ook kaders wil meegeven. Die zijn ook gebaseerd op het onderzoek van het handelingsperspectief. Daarin staat ook dat Royal Haskoning zegt: zorg dat er wel een plek voor is. Daar geven we dus ook ruimte aan. Bewoners mogen wel zeggen waar die plekken dan zouden moeten worden gerealiseerd.

Dit betekent dus niet dat hiermee een deel van de participatie niet meer mogelijk is. Er is juist ook participatie nodig over de juiste plaatsing van die fietsnietjes of wellicht alleen vlakken. We moeten sowieso een goede sturing hebben op allerlei functies die nodig zullen zijn, want ook voor vuilaanbiedingsplekken en bijvoorbeeld invalidenparkeren zullen we bewoners moeten aangeven dat we daar bepaalde kaders voor meegeven. Goede participatie is dus niet alleen maar met een kaal blad. Daarmee neem ik alvast een voorschot op het punt waar we het straks nog kort over zullen hebben, want je zult ook gewoon moeten zorgen dat de stad blijft functioneren. Dat is wel een belangrijke voorwaarde. Vandaar dat ik aangeef dat die 25% geen wilde greep is. Dat is echt helemaal uitgezocht. Laten we daar ook echt aan vasthouden, want anders krijgen we daar straks, als het allemaal klaar, enorme problemen mee. En weghalen van de fietsnietjes kan altijd nog; dat heb ik al beloofd.

72

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

De VOORZITTER: Er is uitgebreid met elkaar over de moties gesproken. Ik kan me dus zomaar voorstellen dat we de beraadslaging sluiten. Ik zie de heer Valk ook knikken. Prima. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.7.1 (Kies voor duurzaam en toekomstbestendig fietsparkeren) van Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 5 tegen 30 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en Onafhankelijk Delft ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.7.2 (Blik voor blik niet in beton gegoten) van het CDA, de VVD, de SP en Onafhankelijk Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 13 tegen 22 stemmen, waarbij de fracties van het CDA, Hart voor Delft, Onafhankelijk Delft, de SP, Volt en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 7.7.3 (Wees wijs, wacht met het fietspaleis) van de SP. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 2 tegen 33 stemmen, waarbij de fractie van de SP ervoor heeft gestemd. 139. Collegebrief Participatietrajecten Adaptieve Mobiliteitsagenda (2421292). De VOORZITTER: Er is één motie. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Het spreekwoord zegt: hoe later op de avond, hoe schoner het volk.

Het verwonderde Hart voor Delft om in de raadsoplegger te lezen dat er geen participatie met de gebruikers en omwonenden van tramlijn 1 heeft plaatsgevonden, zoals de ChristenUnie in de commissie aangaf. Dat Hart voor Delft bewoners van de Aart van der Leeuwlaan en Roland Holstbuurt "onevenredig gedupeerd" vindt komt doordat er naast jongeren ook veel ouderen in deze buurt wonen die worden getroffen door de verplaatsing van de tramhalte en doordat ander ov niet regelmatig door deze buurten rijdt. Het winkelcentrum is ruimer open dan Hart voor Delft in eerste instantie aannam, maar helaas niet 24 uur. En ook dan moet er nog een aardig stukje naar de halte gelopen worden. Hart voor Delft vraagt in het verzoek om de raad op de hoogte te houden van de uitkomst van de participatie en ten tweede om de raad op de hoogte te stellen van wat er met de participatie is gedaan in het ontwerp, want de belangrijkste gebruikers van deze tramhalte zijn nu in dit traject niet gehoord.

Als je deze gebruikers nu wel betrekt maar intussen doorgaat met het ontwerpen en uitvoeren van het plan, hoe kan je de uitkomst van de gebruikersparticipatie dan nog meenemen? Door de fracties van Hart voor Delft en de SP wordt motie 7.8.1 (halteverplaatsing Martinus Nijhofflaan) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in vergadering bijeen op 17 september 2024, ter bespreking van de Participatietrajecten Adaptieve Mobiliteitsagenda, constaterende dat:

73

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

-

plannen in uitvoering zijn om de tramhalte aan het einde van de Martinus Nijhofflaan, kruising Aart van der Leeuwlaan, Pierre van Hauweviaduct, te verplaatsen naar het midden van de Martinus Nijhofflaan; het project Halteverplaatsing Martinus Nijhofflaan als doel heeft het verbeteren van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de halte voor het winkelgebied De Hoven; het participatietraject (volgens het principe van Delfts Doen) zich richt op het verbeteren van de kwaliteit van de projectuitvoering en het bevorderen van het draagvlak onder de belanghebbenden, waaronder de winkeliers; de participatieruimte gericht is op de locatie van de nieuwe voetgangersoversteekplaatsen, de gevolgen hiervan voor de huidige laad- en losplaatsen en de aanwezigheid van bomen; in de participatieaanpak volgens de principes van Delfts Doen in een vroeg stadium actief betrokkenheid wordt gezocht met de voornaamste belanghebbenden zoals de winkeliersvereniging, MRDH en HTM;

overwegende dat: -

er tot op heden geen beveiligde oversteek getekend is in de plannen voor de nieuwe plaats van de tramhalte; op avonden en de zondag het Winkelcentrum De Hoven niet geheel toegankelijk is om doorheen te lopen om de verplaatste halte makkelijk te kunnen bereiken; bewoners die in Poptahof wonen, om het winkelcentrum heen moeten lopen om bij de nieuw gesitueerde halte te kunnen komen; ook de bewoners van de Aart van der Leeuwlaan en de Roland Holstbuurt onevenredig worden getroffen door verplaatsing van de tramhalte; voor zover de oplegger aan de raad laat lezen, geen participatie heeft plaatsgevonden met de direct belanghebbenden van het winkelcentrum, de gebruikers van de tram en het loopgebied;

verzoekt het college: -

de gebruikers van tramlijn 1 in Delft en de bewoners van Poptahof, Aart van der Leeuwlaan en Roland Holstbuurt te betrekken bij de participatie met betrekking tot de gewenste verplaatsing van de tramhalte; de raad op de hoogte te houden van de uitkomst van deze participatie; pas na de participatie met bovenstaande belanghebbenden het project Halterverplaatsing Martinus Nijhofflaan verder uit te werken en voor te leggen aan de raad."

De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Een persoonlijk verhaal: toen ik net in Delft kwam wonen, in de jaren negentig, woonde ik in de buurt van De Hoven in een flat op de zevende verdieping. Ik wist exact hoeveel minuten ik nodig had om inclusief lift precies op het moment aan te komen dat ik in de tram kon springen. Toen ineens werd die verbouwd en was die iets verder. Dat vond ik heel irritant. Maar goed, toen was de verbouwing uiteindelijk klaar. Tot mijn verbazing was de halte verplaatst naar 100 meter verder. Ik heb de gemeenteraad toen lopen vervloeken. Dat was mijn eerste contact waarbij ik dacht: Jezus, wat doen ze in Delft toch zomaar? Dat klinkt simpel en natuurlijk is het niet echt heel erg belangrijk en niet een groot probleem, maar vergis je niet in hoeveel mensen afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. Als je daar eenmaal van afhankelijk bent, heb je een basis en denk je: ik kan zo laat naar mijn werk en ik kan dit en dat. Steeds daarmee rommelen is echt heel irritant. Ik vind het gewoon een heel slecht idee om dat te doen zonder de mensen inspraak te geven. Ik heb het idee dat er in het huidige plan meer rekening is gehouden met 74

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

de belangen van de ondernemers van In de Hoven dan van de bewoners van de wijk aan de andere kant van de Provincialeweg. Je kan tot een beter gebalanceerd besluit komen als je die bewoners meeneemt in de besluitvorming. Daarom hebben wij de motie samen met Hart voor Delft ingediend. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Wij zullen deze motie niet steunen. Er zijn een heleboel argumenten, maar laten we het kort houden: de loopafstand blijft ruim binnen de marges van wat acceptabel is, zeker bij reguliere haltes. Bij HOV-haltes, zoals deze, is die loopafstand nog wat groter. Er zijn meer gebruikers. Uit het modelonderzoek zal ongetwijfeld naar voren komen dat dit een goede locatie is. Dat zijn nog maar een paar redenen. Mevrouw VERDUIJN (STIP): Voorzitter. Dank aan de heer Van der Steeg voor die mooie technische uitleg. Wij zullen de motie ook niet steunen, maar meer omdat wij vinden dat dit wel heel erg over de uitvoering gaat en dat we als raad over de grote lijnen gaan. We hebben het idee dat we hiermee op de kleine dingetjes aan het sturen zijn. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter.

Het zal u niet verbazen dat we als ChristenUnie veel punten herkennen die in de motie van Hart voor Delft en de SP staan, want een deel van deze motie komt overeen met de bijdrage die wij in de commissie hebben geleverd: de mensen die gebruik gaan maken van de tram, de bewoners van de wijk eromheen, zijn niet of nog niet voldoende meegenomen in het participatieproces. En ja, het is een specifiek onderwerp. Ook wij hebben even getwijfeld of we dit specifieke onderwerp zo moeten aankaarten, maar we zien dit wel als een voorbeeld voor andere participatieprojecten in de stad om in zo'n participatietraject ook na te denken over welke groepen misschien niet zo snel de weg naar de gemeente vinden maar er uiteindelijk wel last of verbetering van gaan ondervinden, om hen in ieder geval mee te nemen. We hebben dan ook getwijfeld over het mede indienen van de motie, maar wij liepen aan tegen een stukje in de motie. Dat is wel wat technisch, maar soms is dat zo in moties. Het gaat om het stukje in het derde dictum, waarin staat dat deze hele tramhalteverplaatsing weer terug zou komen naar de raad. Dat lijkt ons geen goed idee, want dit is al besloten. Laten we dat niet opnieuw onzeker maken, maar we willen de behandeling van deze motie wel gebruiken om dit nog een keer aan te kaarten bij de wethouder.

Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): De motie houdt niet in dat de participatie wil zeggen dat alles terug moet komen, maar laat gewoon zien wat de participatie die nodig is, betekent voor het ontwerp dat nu gemaakt gaat worden, zodat die meegenomen wordt. Dat is ook een leerproces om te zien hoe er met participatie omgegaan wordt. Dat wil ik dus terug hebben naar de raad om dat te laten zien. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Uw motie vraagt in dat opzicht wel om het helemaal terug te brengen naar de raad. Ik had het liever duidelijk daarin zien staan, zodat we daarin dezelfde lijn kunnen volgen. Omdat dat nu onduidelijk in de motie staat, kunnen we daar nu niet in meegaan. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ook D66 steunt de motie niet. De motie lijkt er namelijk van uit te gaan dat participatie zou moeten gaan over de verplaatsing van de halte en of die überhaupt door moet gaan. Wat ons betreft moeten we daar gewoon eerlijk over zijn. Zoals wij het begrijpen is de verplaatsing nodig vanwege technische eisen die de HTM aan de haltes stelt. Daardoor is de verplaatsing nodig. Goede participatie betekent dat je eerlijk bent over de kaders die worden gesteld aan de participatie. In dit geval betekent dat

75

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

dat de participatie alleen kan gaan over de punten die genoemd worden in het voorstel. Daarom steunen wij de aanpak van het college en kunnen we de motie niet steunen. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Dat kan het college de bewoners van het omliggende gebied dan duidelijk maken tijdens die participatie: waarom wordt dit gedaan en hoe? Dan snappen de mensen het veel eerder en dan krijg je een minder boze reactie dan de heer Van der Sluis heeft gehad. De heer ANALIKWU (D66): Daar heeft mevrouw De Koning een punt, maar ze vraagt om participatie. Wat zij zojuist heeft voorgesteld, is informatie. Volgens mij is dat iets waar het college altijd op inzet, maar dan moeten we eerlijk zijn: dan moeten we het niet "participatie" noemen, maar in dit geval "informatie", omdat het gaat om de technische kaders die voorafgaan aan waarover geparticipeerd kan worden. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Ik vraag me dan toch af in hoeverre de HTM daar gelijk in heeft en of dat inderdaad allemaal noodzakelijk is, want misschien kan je de apparatuur tien meter verder onder de grond stoppen en de haltes toch op die plek behouden. Wat daarin waarheid is, zal misschien aan de TU of aan TNO gevraagd moeten worden. De VOORZITTER: Ik denk dat de wethouder daar straks nog wel even op ingaat. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter.

Ik twijfelde even of ik de tijd in de eerste termijn wilde gebruiken, maar ik doe het toch. Het verrast me een beetje dat we het vanavond over één heel specifiek traject hebben. Dat was ook precies de kritiek die we als VVD in de commissievergadering hebben gegeven. Laten we nou conform de toezegging van de wethouder gewoon voor alle plannen in de Adaptieve Mobiliteitsagenda kijken naar de mogelijkheden voor participatie voor omwonenden, ondernemers en andere belanghebbenden. Daar hadden we behoefte aan. Dan vind ik het eigenlijk jammer dat we in de raadsvergadering van vanavond op één heel specifiek traject ingaan. Ik snap op zich de zorgen, maar procesmatig ben ik niet helemaal happy met de discussie van vanavond. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Dank voor de oproep vanuit de VVD, want volgens mij was de toezegging nog niet afgedaan. Dat betekent dat we gewoon werk moeten blijven maken van hoe we dit doen op al die plekken in de stad waar we met participatie te maken krijgen. Volgens mij gaat de raad daar aanstaande donderdag ook het een en ander met elkaar over bespreken, maar we hebben natuurlijk ook gezegd dat we hierin stappen moeten blijven zetten. Er zijn vaak heel veel verschillende onderwerpen; dat blijkt nu ook weer, want de keuze voor de halte is best lang geleden gemaakt. Dan heb je het over 2015, in toen nog het LVVP, de voorganger van het MPD.

Dat is lang geleden. Dat is toen gestart vanwege nieuw materieel van de HTM, dat door de MRDH zou worden aangeschaft. Dat zou ergens een paar jaar geleden beschikbaar zijn. Dat heeft allemaal een beetje langer geduurd, maar al die tijd was het al de bedoeling om de tram tegenover de Albert Heijn XL en het winkelcentrum te laten halteren, zodat er kortere looplijnen mogelijk zouden zijn. Dat is dus al een heel oud besluit. Dat heeft ook allerlei technische redenen in hoe de HTM haar dienstregeling wil doen. Dat is dus eigenlijk best wel een uitgangspunt en een deel van wat er al is besloten. Maar het is nog wel mogelijk om het een en ander te bespreken: hoe kom je precies die halte op, ook vanuit de vraag hoe we het zo inclusief mogelijk kunnen maken? Mijn buurvrouw heeft daar natuurlijk al de nodige punten over benoemd. Dan zie je dat je echt goed met bewoners moet spreken over haltes, de inrichting daarvan en zeker ook de looplijnen naar de haltes toe. Als daar belemmeringen zijn, kun je die wellicht wegnemen. Volgens mij is dat een goed punt dat vanuit Hart voor Delft wordt aangegeven, maar het 76

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024

proces dat we daarvoor gaan doorlopen, is er nu nog even niet, omdat dat nieuwe materieel pas vanaf 2026 gaat komen en omdat de MRDH samen met de HTM wellicht pas over enige tijd gaat starten met het opstarten van het proces. Op het moment dat dat aan de orde is, zal er eerst geïnformeerd worden, maar daarnaast gaat er ook echt gesproken worden met omwonenden en ook zeker met de bewoners; dat zeg ik ook voor de ChristenUnie, want dat hadden we niet zo goed opgeschreven in het stuk. Wij komen daar echt op terug, maar ik zou dus echt even het proces afwachten waarin de MRDH eigenlijk de lead heeft, maar ze zullen daarin zeker ook breed de verschillende bewonersverenigingen en andere verenigingen meepakken die ook in de motie worden genoemd. Volgens mij is het dus even wachten en gaan we de bewoners zeker ook op dat punt meenemen, want bewoners weten ook goed welke obstakels er zijn. Daar hebben wij als gemeente misschien nog niet eens over nagedacht. De VOORZITTER: Doen de woorden van de wethouder nog iets met de motie? Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Als Hart voor Delft dit als een toezegging kan zien, trekken we de motie in. De VOORZITTER: De wethouder zegt: dit is de werkwijze zoals die is. Het is natuurlijk de MRDH die het vorm moet geven, maar vanzelfsprekend wordt er vanuit het college wel acht op geslagen. Dat is de informatie.

De heer VALK (CDA): Als de motie is ingetrokken, hebben we toch niks meer te bespreken? De VOORZITTER: Dat is waar, maar ik kijk even of dat daadwerkelijk zo is. Ik kijk naar beide indieners. Willen zij een minuutje schorsen? U mag het even zo doen. We wachten even rustig. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. We zijn overeengekomen dat we de motie dan intrekken en wachten op wat de MRDH gaat doen. De VOORZITTER: Prima. Dan is dit agendapunt afgerond. 140. Sluiting. De VOORZITTER: We gaan over tot de sluiting. Eenieder hartelijk dank. Volgens mij hebben we een echte slag gemaakt met wat korter en efficiënter vergaderen. We zijn er nog niet, maar het begin is er wel. We willen ook vastgesteld hebben dat het niet aan het college heeft gelegen, want het college heeft nog tien minuten spreektijd over. Mensen, veel dank, slaap lekker en tot de volgende vergadering. De vergadering wordt om 23.52 uur gesloten. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 oktober 2024.

,voorzitter. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart ,griffier. J. Mimpen 77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14631376/2