CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen 17 juni 2021

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente Delft35.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

21 alinea's met “procedurevergadering”: 78 79 81 83 86 90 104 116 117 121 123 124 129 137 149 158 171 172 189 209 213

Er is hierover, zoals meneer Van Woudenberg zei, natuurlijk al het een en ander uitgewisseld in de commissie. Op zich steunen we het voorstel. Als je de ruimte hebt om dingen te kunnen doen om de horeca te steunen, begrijpen we dat je dat ook moet doen. Aan de andere kant vinden we dat er ook oog moet zijn voor het belang van de bewoners. Wat ons betreft is de binnenstad een gebied om te leven en te wonen. Daarnaast vinden we ook de lange termijn erg belangrijk. Hoeveel winkeliers houden we nog over en hoe gaat dat? Wij zullen het voorstel dus steunen, maar we hebben daarom het amendement samen met het CDA mede-ingediend, omdat we wat meer zekerheid willen hebben over die tijdelijkheid. Nog even over de evaluatie: wat mij betreft hoeft dat niet super-, superzwaar, maar wat erin staat, spreekt me wel aan, namelijk dat je dit probeert te doen in het kader van het totaalpakket van wat er nu allemaal gebeurd is. Dan is het dus niet raar dat je ook hier bekijkt wat het effect is van al die grotere terrassen: zijn zij nou positief voor de horeca geweest of hebben heel veel bewoners er bijvoorbeeld over geklaagd dat nog maar een klein deel van de Markt toegankelijk is? Dat soort dingen wil je gewoon ophalen. Dat kunnen meningen zijn. Het zal heel lastig zijn om dat goed kwantitatief te doen, maar ik denk toch dat je daarnaar moet kijken.

Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): De heer Den Hollander beantwoordde mijn vraag al zonder dat ik de vraag heb gesteld. De VOORZITTER: Geweldig! Dat is telepathie tussen u beiden. Als je maar lang genoeg met elkaar samenwerkt, komt dat vanzelf. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Voorzitter. Ook ik ga zeggen dat er in de commissie al veel gewisseld is over dit initiatiefvoorstel. D66 heeft daar ingebracht dat we het helemaal eens zijn met de analyse die onder dit initiatiefvoorstel ligt. Ondernemers hebben het 26

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

ontzettend zwaar gehad. Zij hebben gewoon maanden omzet moeten missen. Het is heel goed om nu als gemeente te kijken wat we voor hen kunnen doen om dat enigszins in te halen. Een kritische noot die wij toen geplaatst hebben, is dat veel voorstellen volgens mij eigenlijk al een beetje in de pijplijn van het college zitten. Dan is het misschien goed om die onder elkaar te zetten om er nog eens extra aandacht aan te geven, maar ik vraag me wel af of het niet goed is om het initiatiefvoorstel als instrument van de raad te houden voor dingen die echt nieuw zijn. Maar goed, dat is ook al gewisseld. Ik zal even ingaan op de voorliggende moties en het amendement. Met betrekking tot de motie over de lagere lasten van de horecaondernemers onderschrijf ik eigenlijk wat de heer Van Rijn zojuist al heeft toegelicht. Ik zou dat kunnen herhalen, maar ik laat het daarbij. Voor de motie Benodigde ondersteuning geldt eigenlijk hetzelfde. De binnenstad is een plek waar een heleboel verschillende belangen bij elkaar komen: ondernemers, bewoners en ook bezoekers. Die belangen moeten allemaal afgewogen worden. Dat is een moeilijk evenwicht. Ik denk dat dat evenwicht met de door Hart voor Delft ingediende motie te ver een bepaalde kant op slaat.

Wat het amendement betreft: ik had daarover de vraag die ik zojuist aan de heer Van Woudenberg stelde, maar ik vond zijn interpretatie als antwoord op mijn vraag logisch en duidelijk. Dus dank daarvoor. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. In de vanavond al genoemde lastige belangenbeweging tussen levendigheid voor inwoners en bezoekers van onze stad en de leefbaarheid voor bewoners van de binnenstad is het op z'n minst bijzonder dat er een initiatiefvoorstel voorligt waar zowel de naam van STIP als die van de ChristenUnie onder staan. Wij zijn blij dat er hiermee een voorstel ligt dat tijdelijk nieuwe energie aan de stad kan geven, maar waarbij die belangenafweging goed is gemaakt en de belangen van de bewoners dus niet uit het oog worden verloren. Dit betekent meteen dat wij de motie van Hart voor Delft niet zullen ondersteunen, want wij vinden dat die geen recht doet aan die ingewikkelde belangenafweging. Wat de motie van de VVD en STIP over de precario betreft: we kunnen de redenatie op zich volgen tot en met de overwegingen, maar we vinden het niet nodig om helemaal geen precario te heffen terwijl extra terrasruimte wel gewoon leidt tot extra omzet. Met betrekking tot het amendement van de PvdA en het CDA snappen we aan de ene kant dat zij extra duidelijkheid willen.

Als die duidelijkheid er nog niet in zat, had onze handtekening al niet onder het initiatiefvoorstel gestaan. Eigenlijk vinden we het amendement dus niet helemaal nodig. Maar vooruit, iets extra benadrukken kan geen kwaad. We hadden wel ook wat vraagtekens bij de evaluatie: moet je die doen bij tijdelijke maatregelen? Want daarmee zou je de suggestie kunnen wekken dat je de maatregelen nog meer wil verlengen. Die suggestie willen we niet nu al meegeven, maar met de uitleg zoals die gegeven is door de indieners, kunnen wij er op zich wel mee leven. Het is goed om dit gewoon mee te nemen in de evaluatie die wij toch doen van coronamaatregelen,. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Natuurlijk zijn wij ook heel erg blij dat zo'n brede coalitie hierachter staat, maar vindt de ChristenUnie niet ook dat we, als blijkt dat bepaalde dingen gewoon bijzonder goed werken, die gewoon door moeten zetten, ook wanneer de crisis voorbij is?

27

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Het geldt natuurlijk voor heel veel dingen dat je zou kunnen zeggen: dingen die goed werken, zetten we door. Maar dat is niet wat we vanavond besluiten. Daarvoor zijn gewoon aparte voorstellen en aparte debatten nodig. Ik wil nu, ook bij ondernemers, niet de suggestie wekken dat we het misschien een goed idee vinden om dit te verlengen. Zo zijn deze voorstellen wat mij betreft niet bedoeld. Die zijn echt bedoeld als een hernieuwde start, de nieuwe energie die nu even nodig is en die we met z'n allen zien in de ingewikkelde belangenafweging. Je merkte ook aan de reacties van bewoners dat ze echt begrip hebben en hierin mee willen denken, mits zij er ook vertrouwen in hebben dat dit tijdelijk is. Als we de achterdeur nu op een kier zetten, ben je dat vertrouwen alweer kwijt. Volgens mij is het juist bij dit dossier ontzettend belangrijk om alle belangen de rust en ook het vertrouwen te geven dat we hier zorgvuldig mee omgaan. Vandaar dat ik dit op deze manier wil benadrukken en wil blijven benadrukken. De heer VAN RIJN (VVD): Ik heb eigenlijk een vraag voor STIP. Ik weet nog wel een maatregel waar alle ondernemers heel blij mee zullen zijn, namelijk een verlaging van de lasten.

Zou STIP er eens over na willen denken om de lasten gewoon structureel verder te verlagen voor ondernemers? De VOORZITTER: Daar moet de heer Van den Brink misschien nog even over nadenken, want hij reageert niet. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Ik kan wel reageren, maar dat is natuurlijk niet echt de bedoeling. De VOORZITTER: Nee, dat klopt. We houden het gewoon even zo. De heer TÖNS (GroenLinks): Voorzitter. In de vorige raadsvergadering hebben we het initiatiefvoorstel samen met STIP en de VVD ingediend. Inmiddels hebben meer mensen zich geschaard over het voorliggende voorstel. Dat is mooi om te zien, want we moeten ervoor zorgen dat Delft tijdens de heropening na corona ruimte biedt aan horeca en evenementen om die weer op gang te krijgen. We zijn blij dat een groot deel van de voorstellen goed ingevoerd kan worden. Dat hebben we in de commissie al toegelicht. Ik zal het dus hierbij laten. Het amendement van het CDA lijkt ons een goede verheldering en een toevoeging op het initiatiefvoorstel. Ik denk dat het goed is om te kunnen leren van dingen die we nu wellicht noodgedwongen doen, want misschien zitten er sommige dingen tussen waarvan de uitvoering in de toekomst perspectief kan bieden. Wat de motie van onder andere de VVD betreft: het lijkt ons een prima voorstel om de ondernemers verder tegemoet te komen in deze tijden.

Wat de motie van Hart voor Delft betreft: de huidige regels voor incidentele festiviteiten zijn wat ons betreft goed vastgelegd in een lang proces. Daar is gewoon een goed compromis gevonden. Dat rekken we nu een heel klein beetje op met het initiatiefvoorstel. We zijn heel blij dat de buurt daarin mee wil gaan en er ook achter staat. Maar wij zien het nog verder oprekken van het voorstel niet als een goede zaak. Wij zullen dat voorstel dus niet steunen. Mevrouw TIMMERMANS (Onafhankelijk Delft): Voorzitter. Ik twijfel even of ik nu het juiste tijdpad pak, maar ook Onafhankelijk Delft wil even reflecteren op de ingebrachte moties en amendementen. Los daarvan zijn we er natuurlijk enorm trots op dat we het initiatiefvoorstel mede-indienen. We moeten onze inwoners, alle inwoners, absoluut tegemoetkomen. 28

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

Daarom zijn we er enorm trots op dat dit in samenspraak is gegaan. In dat kader kunnen we de motie van Hart voor Delft niet steunen. Zoals meneer Van Rijn al aangaf, is het een beetje rupsje-nooit-genoeg. Laten we daar nu vooral ver van blijven. De motie van onder andere de VVD, STIP en het CDA zullen we wel steunen. Het amendement zullen we vanwege al genoemde redenen niet steunen. De hoofdreden is dat we de noodzaak van onderzoek niet zien. De VOORZITTER: Wethouder Vollebregt zal mede namens mij antwoorden. Wethouder VOLLEBREGT: Voorzitter. U zet als raad vanavond een mooie stap. Het is goed dat u zich zo breed gesteund uitspreekt voor meer ruimte voor onze ondernemers. Die kunnen dat, zoals een aantal van u heeft aangegeven, heel goed gebruiken in deze moeilijke tijd. Ik vind het zelf ook heel mooi om te zien dat we echt weer opengaan. Als ik zie wat dat doet in de stad, geeft dat in ieder geval mij - en ik hoop ook velen van u - een heel fijn gevoel. Ik denk daarom dat het initiatiefvoorstel een hele mooie stap is. Dat hebt u ook kunnen lezen in de collegereactie. Ik wil daarbij wel een kanttekening geven. Kijkend naar wat er nu allemaal gebeurt in de fase waarin we met elkaar opengaan, zal het wel een grote uitdaging zal worden om dat als gemeente ook ambtelijk en qua capaciteit in goede banen te leiden. Dat zal de komende weken echt een uitdaging worden.

Die kanttekening wil ik u meegeven, ook voor het verwachtingsmanagement en ook gehoord het landelijk debat en de verwachtingen die daar over gemeenten worden geuit. Dan de moties en het amendement. Ik begin met de motie van Hart voor Delft. Ik snap natuurlijk de wens om meer ruimte te bieden. Dat doet u ook met het initiatiefvoorstel, maar zoals door een aantal fracties is aangegeven, is de incidentelefestiviteitenregeling een compromis en een evenwicht. Ik zou u willen ontraden om naast het initiatiefvoorstel nog een stap verder te gaan, mede gelet op de door een aantal fracties genoemde steun van de bewoners, die zich juist achter het initiatiefvoorstel hebben geschaard. Dat is volgens mij iets heel moois. Daar heb ik ook heel veel respect voor. Die motie zullen wij dus ontraden. Dan het amendement van het CDA. Dat beoogt eigenlijk drie dingen. Ten eerste dat wij tijdelijke terrassen gaan faciliteren. Maakt u zich geen zorgen: dat hadden we altijd al gedaan. Ik zou het fantastisch vinden om zoveel terrassen te gaan runnen, maar wij faciliteren dat soort initiatieven. Dat hadden we dus sowieso gedaan. Dat geldt ook voor de tijdelijkheid; dat was ook absoluut hoe wij als college het initiatiefvoorstel interpreteren. Het derde punt is de evaluatie.

Ik denk dat dat een goed plan is, maar misschien ook om gerust te stellen en een aantal zorgen weg te nemen, zeg ik dat we dat beknopt en efficiënt zullen doen. Dat zal geen ellenlange evaluatie zijn, maar we kunnen zeker nadenken over wat het effect van de maatregelen in de stad is geweest. We hebben dat zelf als gemeente ervaren. We zullen dat dus op een beknopte manier doen. De heer VAN RIJN (VVD): De wethouder stelt me bijna gerust, maar toch nog even een vraag over die evaluatie. In het initiatiefvoorstel noemen we wat tijdelijke maatregelen. Die zijn ook echt als tijdelijk bedoeld. Op welke wijze gaat u die tijdelijke maatregelen evalueren? Gaat u meningen ophalen? Gaan we straks het incidentelefestiviteitenbeleid weer ter discussie stellen omdat u wat meningen heeft opgehaald? Hoe gaat u dat nu concreet doen? Wethouder VOLLEBREGT: Ik denk dat het goed is om dat echt even aan het college en eigenlijk zelfs gewoon aan onze betrokken ambtenaren te laten, zodat we hier vanavond niet 29

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

het precieze "hoe" gaan bediscussiëren. Zoals ik al aangaf, gaan we dat op een beknopte manier doen. Ik kan me, slechts als voorbeeld, daarbij het volgende voorstellen. We hebben binnen de gemeente een taskforce die zich bezighoudt met die coronamaatregelen. Laat die eens reflecteren op hoe die maatregelen zijn gevallen in de stad, welke daarvan uitvoerbaar waren, wat het effect daarvan is geweest. Op zo'n manier denk ik daarover. Maar nogmaals, ik wil echt nog de ruimte houden, ook bij het college en onze ambtenaren, om dit op een goede en efficiënte manier te doen. Dat brengt mij gelijk bij de motie van onder andere de VVD over het niet heffen van precario op de extra terrassen. Daar hebben we als college geen bezwaar tegen. We snappen de overwegingen erachter. Die zijn natuurlijk ook uiteengezet in de brief van KHN. Wel wil ik u natuurlijk aangeven dat dit financiële consequenties zal hebben. Die zullen we in kaart brengen in het voorstel dat we u doen toekomen, maar dan moet u denken aan ongeveer €40.000. Ik denk dat dat een logische en goede afweging is, maar dit wilde ik wel helder gedeeld hebben. De heer VAN RIJN (VVD): Is dit dan een toezegging om de motie uit te voeren? Wethouder VOLLEBREGT: Ja, dat kan. Als college kunnen we de motie ook omarmen. Dat is geen probleem. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer DE WIT (Hart voor Delft): Voorzitter.

Wij zijn toch optimistischer dan het grootste deel van de raad. Wij handhaven onze motie. Wij willen de energie die we hebben, aan de stad geven. Daarom steunen we de motie over de tijdelijkheid, want we zijn optimistisch en hopen dat corona dit jaar wordt verslagen en dat we volgend jaar een nieuw, gewoon jaar krijgen. Dat willen we uitstralen. Maar goed, deze raad doet nogal moeilijk; oké. De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. Ik had beloofd nog kort te zullen reageren op het amendement van het CDA. Dat zal ik dus kort en bondig doen. Ook wij zullen het amendement van het CDA steunen. Het amendement scherpt het voorstel nog iets verder aan en biedt het college, als het nodig is, de ruimte om maatregelen door te zetten. Met name de evaluatie vinden wij belangrijk, zoals de heer Van Woudenberg al aangaf. Wij vinden die evaluatie belangrijk, omdat we de dingen die we uit deze pandemie leren en die mogelijkerwijs goed werken, graag door willen zetten. Wie wil nou geen maatregelen doorzetten die weinig geld kosten, ondernemers helpen en de stad leuker maken? Die positiviteit houden wij dus vast. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Dan heb ik nog wel even een vraag aan meneer Van den Brink, want het amendement is natuurlijk van de heer Van Woudenberg en ons.

Stel nou dat uit de evaluatie komt dat de helft van de Markt vol staat met terrassen en dat dat heel vervelend is voor mensen in een rolstoel, voor de begaanbaarheid of voor wat voor dingen dan ook, is meneer Van den Brink dan ook bereid om dat soort conclusies te accepteren en te zeggen: als we ooit nog eens zoiets meemaken, moeten we dat echt nooit meer doen, want dit levert gewoon meer schade op? Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor kleine winkeliers die zeggen: sinds we wat meer festiviteiten hebben, komt er gewoon niemand meer binnenlopen, want er is gewoon veel te veel herrie in de stad. Die conclusies moeten natuurlijk ook geaccepteerd worden.

30

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De heer VAN DEN BRINK (STIP): Ja, ik denk dat ik het daar helemaal mee eens ben. Als er hele gekke dingen uit komen, met een hele negatieve maatschappelijke impact, zullen we dat als raad superserieus moeten nemen. Maar STIP wil met dit initiatiefvoorstel, zoals meneer De Wit volgens mij goed zei, met name gewoon positiviteit uitstralen. Wij hebben er vertrouwen in dat heel veel dingen ook heel positief zullen vallen in de stad. Dan willen wij natuurlijk best wel graag overwegen of we sommige van die dingen niet gewoon door moeten zetten. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. Ik hou het heel kort. Ik hoorde dat onze motie omarmd is door het college. Wat ons betreft trekken we die dus in. Dat is één. Twee: ten aanzien van de evaluatie kan ik goed leven met de uitleg van het college. Ik hoop niet dat er een soort verborgen agenda bij STIP achter zit, want anders zeggen wij: stop! Maar met de uitleg van het college kunnen wij leven. Wij gaan dus voor dat amendement stemmen. De VOORZITTER: Dat roept bij de heer Van den Brink natuurlijk de vraag op wat u daarmee bedoelt. De heer VAN DEN BRINK (STIP): U stelt mijn vraag al: wat bedoelt de heer Van Rijn nou met "een verborgen agenda"? De heer VAN RIJN (VVD): U heeft het over positiviteit en u zegt dat de stad moet leven. Ik weet wat uw definitie van "leven" is. Dat slaat een beetje door.

We zijn er voor alle Delftenaren en dat blijven we borgen. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Voorzitter. De wethouder heeft zojuist een toezegging gedaan ten aanzien van de motie van de VVD. Daar zijn we op zich niet zo blij mee, in die zin dat ik het frappant vind dat er vrij makkelijk met geld gestrooid wordt. Dat doen we in coronatijd sowieso al. Dat snap ik ook wel, maar precario hef je omdat mensen in je stad gebruikmaken van je openbare ruimte en omdat die openbare ruimte best wel kostbaar is en onder druk staat. Juist met die tijdelijke terrassen doen we dat nog eens extra. In gebieden die eigenlijk ook voor een ander doel benut kunnen worden, zoals voor fietsen of wat dan ook, sta je mensen toe om een terras te hebben. Dat vind ik royaal en ook nodig. Daar staan we dus gewoon achter, maar ik vind het frappant dat we nu gewoon zeggen: die precario heffen we helemaal niet op die tijdelijke terrassen. We hadden ook kunnen zeggen dat we nog iets extra korting geven op de precario, omdat ze inderdaad wat striktere voorwaarden hebben dan andere ondernemers met een terras. Ik vind het dus vrij frappant dat we nu gewoon zeggen: je mag die openbare ruimte gewoon gebruiken en precario heffen we helemaal niet, terwijl andere ondernemers, die geen gebruik maken van een tijdelijk terras, ook niks hoeven te betalen. Ik vind het dus een beetje een snelle conclusie.

Maar goed, het zij zo. De heer VAN RIJN (VVD): We kunnen het democratisch proces zijn werk laten doen en over de motie stemmen. Daar heb ik ook geen probleem mee. Ik vraag mevrouw Gooijer of zij de motie toch in stemming wil hebben. Dan vindt ze mij aan haar zijde. Mevrouw GOOIJER (ChristenUnie): Dat hoeft voor mij niet. Laat hierbij duidelijk zijn - dat staat straks in de Handelingen - dat wij die motie niet hadden gesteund. Wat ik net gezegd heb, is gewoon helder. Daarvoor hoeft de motie wat mij betreft niet per se in stemming te worden gebracht. De VOORZITTER: Er zijn verder geen sprekers. Dan sluit ik de beraadslaging. 31

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

In stemming komt amendement 7.1-A (Duidelijkheid over tijdelijkheid) van het CDA en de PvdA. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 35 stemmen tegen 3 stemmen, waarbij de fractie van Onafhankelijk Delft ertegen heeft gestemd. De VOORZITTER: Motie 7.1-1 (Lagere lasten horecaondernemers) is ingetrokken. In stemming komt motie 7.1-2 (Benodigde ondersteuning bij incidentele festiviteiten in 2021) van Hart voor Delft. De motie wordt met een digitale stemming verworpen met 4 stemmen tegen 35 stemmen, waarbij de fractie van Hart voor Delft ervoor heeft gestemd. De VOORZITTER: Het is inmiddels 1-0 voor Nederland. Dat is natuurlijk plezierig. Laten we op ons nemen om de tweede helft voor de buis te kunnen zitten. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming met algemene stemmen aangenomen. De VOORZITTER: Initiatiefnemers, proficiat! Hier zullen de ondernemers blij mee zijn. Het is fijn dat ook de inwoners er blij mee zijn. Wij hebben dus een mooi evenwicht behaald en behouden. Heel fijn! 98. Voorbereidingsbesluit Motorenweg (2124489) De VOORZITTER: Nogmaals, dit is een herhaling van afgelopen jaar. Er is al het nodige over gezegd en ik heb het ook al even toegelicht. Volgens mij heeft de wethouder daar niet zo heel veel meer aan toe te voegen. Dat klopt.

Het voorstel wordt zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen. 99. Voorstel van het college aan de raad inzake Regionale Energiestrategie 1.0 (nr. 2114264). De heer VAN OVERBEEKE (D66): Voorzitter. Ik heb niet zo heel veel te zeggen. We hebben de Regionale Energiestrategie een aantal keren besproken, zowel in de commissie als in de werkgroep, en we bespreken haar nu ook in de raad. We zijn erg blij dat de regio de verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van de energietransitie die zo hard nodig is om onze planeet een beetje leefbaar te houden. We zijn ook erg blij met de voortrekkersrol die Delft en de Delftse wethouder daarin genomen hebben. Het was erg mooi dat het een hamerstuk had kunnen worden, maar we hebben toch een motie voorbereid over de inspraak van jongeren in de RES, zoals die na deze 1.0-versie nog verder uitgewerkt gaat worden. Die inspraak van jongeren is gewoon ontzettend belangrijk, niet alleen omdat dat de mensen zijn die eigenlijk het meeste belang bij die energietransitie hebben omdat zij gewoon nog het langst op deze planeet moeten leven, maar ook omdat zij ontzettend betrokken zijn bij de transitie naar duurzaamheid. Dat zagen we niet alleen bij de inspreker in de commissievergadering van inmiddels twee weken geleden, maar ook bij de enorme 32

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

klimaatmarsen nog vóór corona, eigenlijk over de hele wereld en ook in Den Haag, waar ik ook meegelopen heb, volgens mij samen met heel veel mensen - of in ieder geval een paar uit deze raad. Dat willen wij met de motie nog even bestendigen. Vandaar dat we die hebben opgesteld. Mevrouw KOK (SP): Ik hoor meneer Van Overbeeke zeggen dat de jongeren zo betrokken zijn. Wat voegt deze motie dan extra toe? Want als ze al betrokken zijn, hoeven we geen extra aandacht te besteden. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Ik begrijp die terechte vraag, want "betrokkenen" heeft natuurlijk twee betekenissen. Als ik zeg dat jongeren betrokken zijn, bedoel ik dat ze zich heel erg betrokken voelen en nauw betrokken zijn bij de transitie die gemaakt moet worden. Maar het is vervolgens aan ons om dat gevoel van betrokkenheid een ingang te geven in het beleid en in de besluitvorming die hierover plaatsvindt. Die wordt bij jongeren en zeker bij kinderen soms nog veronachtzaamd. Ze hebben geen stemrecht. Jongeren zijn ook gewoon ondervertegenwoordigd aan de tafels waar beslissingen worden genomen. Daarom denk ik dat we die betrokkenheid op die manier in goede banen moeten leiden en mogelijk moeten maken. Dat bedoel ik met die betrokkenheid en dat is ook wat deze motie beoogt.

Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Waarom wordt juist zo specifiek deze doelgroep eruit gelicht? Er zijn natuurlijk heel veel doelgroepen die heel veel belang hebben bij de energietransitie. Die willen daar ook over meepraten en hebben daar ook een mening over. Waarom wordt deze doelgroep er zo specifiek uitgelicht? Ik krijg daar toch niet helemaal de vinger op. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Dat vind ik ook een terechte vraag. Eigenlijk heb ik alle twee de redenen waarom wij deze doelgroep er nog extra uitlichten, al genoemd. In de eerste plaats hebben jongeren en kinderen er gewoon het meeste belang bij dat wij de verantwoordelijkheid nemen om die duurzaamheidstransitie te maken. Dat is één. De tweede reden is dat jongeren - ik geef toe: net als meerdere groepen in de samenleving gewoon ondervertegenwoordigd zijn aan de tafels waar de beslissingen worden genomen. Ik vind het belangrijk dat we dat rechttrekken. Met mij vinden ook de andere indieners van de motie dat. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik vond het juist ontzettend mooi dat tijdens de commissievergadering iemand van Jong RES enthousiast zijn verhaal hield. De betrokkenheid van de jongeren toonde zich daarmee volgens mij des te meer. Ik ben daar dus niet zo heel erg bang voor.

Waarom dan toch uw angst? De heer VAN OVERBEEKE (D66): Ik vond die betrokkenheid ook mooi, maar we hebben daar ook gehoord dat ze de betrokkenheid die ze voelen, nu hebben moeten uiten door in te spreken bij verschillende gemeenteraden, omdat ze het gevoel hadden dat ze die niet kwijt konden bij de opstelling van de RES zelf. Dat was toen de oproep. Die oproep ondersteunde ik, net als de mede-indieners van deze motie. Daarom denk ik dat het goed is om nu extra aandacht te vestigen op ervoor zorgen dat je de jongeren en misschien zelfs ook de kinderen, de groep die zoveel belang heeft bij het nemen van verantwoordelijkheid voor die energietransitie en het overgaan naar een duurzame manier van leven, betrekt bij het opstellen van de visie en de plannen daarvoor. De VOORZITTER: Ik zie in de chat vragen voor de griffie over de tijden. Misschien kan daar even naar gekeken worden. 33

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. Over de RES konden we het gelukkig snel met elkaar eens worden. Dat is een heel mooi signaal. Met deze strategie zijn we er klaar voor om concrete stappen te gaan zetten met de regio. Om ervoor te zorgen dat we de gestelde doelstellingen gaan halen, diende STIP afgelopen jaar de motie Impuls op de duurzaamheidsdoelen in. Kan de wethouder een tipje van de sluier oplichten over hoe het er met de uitvoering van deze motie voor staat? Wij dienen vanavond samen met D66 en de ChristenUnie de motie Betrek jongeren bij de energietransitie in. Andere partijen vragen zich ongetwijfeld af - dat hebben we net ook al gehoord - waarom we een motie indienen die uitsluitend gericht is op jongeren en niet ook op andere doelgroepen. Er zijn immers ook andere doelgroepen te bedenken die weinig bij participatiebijeenkomsten komen opdagen. STIP denkt dat jongeren meer aandacht verdienen. Door jongeren te betrekken in de participatietrajecten, kunnen we de belangen van een grote en gevarieerde groep te weten komen. Het is ook de groep die het langst met de consequenties van onze keuzes zal moeten leven. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Volgens mij gaf u net aan dat u de motie in principe ook voor allerlei andere doelgroepen had kunnen schrijven. Waarom hebt u daar dan niet voor gekozen? Dat had mij heel mooi geleken.

De heer VAN DEN BRINK (STIP): We hebben een keuze moeten maken, een prioriteit moeten stellen, omdat we natuurlijk maar beperkte middelen hebben. De reden waarom wij de prioriteit hier hebben gelegd, werd al heel duidelijk toegelicht door D66, maar ik kan dat nog wel herhalen. Jongeren zijn de groep die het langst met de consequenties van onze keuze moet leven en die er het meeste belang bij heeft dat we nu echt stappen gaan zetten. Daarom hebben we die keuze gemaakt. Door de fracties van STIP, D66 en de ChristenUnie wordt motie 8.2-1 (Betrek jongeren bij de energietransitie) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in digitale vergadering bijeen op 17 juni 2021 ter bespreking van het voorstel van het college aan de raad inzake Regionale Energiestrategie 1.0, constaterende dat zowel in de RES 1.0 als in het voor de langere termijn ontwikkelde Energieperspectief 2050 de ambitie wordt uitgesproken om zo veel mogelijk draagvlak bij belanghebbenden te organiseren; overwegende dat: -

participatie een belangrijk fundament is voor draagvlak; de energietransitie een grote invloed zal hebben op de toekomst van jongeren en komende generaties; het betrekken van verschillende doelgroepen het beleid versterkt met nieuwe ideeën;

draagt het college op bij ieder participatietraject dat wordt opgesteld voor maatregelen en/of beleid met betrekking tot de energietransitie: o in samenwerking met jongeren, bijvoorbeeld Jong RES, te werken aan een traject waarin zij expliciet worden betrokken; o in de participatieverslagen een aparte paragraaf op te nemen waarin de resultaten uit de participatie met jongeren staan omschreven, 34

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

en gaat over tot de orde van de dag." De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Voorzitter. Ik vraag de SP en de VVD om even naar mijn termijn te luisteren, want ik ga ook in op hun vragen. Mijn kinderen hebben de leeftijd van de mede-indieners en -opstellers van de motie Betrek jongeren bij de energietransitie. Ik zie inderdaad jonge mensen actief meedoen met het voorkomen dat de aarde opwarmt. Ik zie ook jonge mensen die dat nog niet doen. En ik zie jonge mensen die er langzamerhand mee bezig zijn. Ik zie dat onder anderen bij mijn eigen kinderen: ook zij worden er langzamerhand warmer voor om die opwarming van de aarde tegen te gaan en te verminderen. De RES is nu juist ook een belangrijk en zichtbaar instrument om die vermindering te realiseren en om juist deze mensen daar actief bij te betrekken. Dat zal helpen om hen daar warm voor te krijgen, als ze dat nog niet zijn. Jongeren hebben immers de toekomst en dan mogen ze die ook mede vormgeven. Iedere generatie staat op de schouder van de voorgaande en niet op de puinhopen van die generatie. Ik heb nog een vraag. Wat vindt de wethouder van de motie van Zoetermeer om samenwerking goed te organiseren? Het mag duidelijk zijn dat de ChristenUnie het eens is met het raadsvoorstel van het college en dat het goed is om de RES 1.0, waar 29 partijen aan hebben gewerkt, vast te stellen.

Dan gaan we door naar de realisatie, de monitoring en de RES 2.0. Mevrouw KOK (SP): Voorzitter. Zoals de wethouder al aangaf in de laatste commissievergadering, is de Regionale Energiestrategie 1.0 best nog wel abstract. Mensen hebben de neiging om pas een mening te gaan vormen als ze echt weten wat het voor hen betekent. Blijkbaar zijn we daar nog niet helemaal. Nu gaat de tijd komen voor participatie van de Delftse inwoner. De SP houdt haar hart vast voor dit komende participatietraject. Alle participatieprocedures lijken op dit moment te eindigen in ontevreden Delftenaren. Mensen voelen zich niet gehoord. Of het nu gaat over de kinderboerderij, de Rode Loper, het Heilige Land of de Bomenwijk, aangeleverde plannen en ideeën lijken structureel van tafel geveegd te worden. De vraag aan de wethouder is dan ook hoe het participatietraject van de Regionale Energiestrategie vormgegeven gaat worden. Wat worden nu de grenzen waarbinnen mensen hun mening kunnen geven en hoe wordt dit van tevoren goed duidelijk gemaakt? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de participatie nu wel goed loopt, zodat iedere Delftenaar zich betrokken voelt? Wat de motie betreft: iedere Delftenaar moet mee kunnen doen. Dat betekent dus dat er geen doelgroepenbeleid moet zijn. De SP vindt dus dat de motie geen toegevoegde waarde heeft. Mevrouw VAN COOTEN (PvdA): Voorzitter.

In de raadsbrief staat een hele mooie zin: "De kracht zit in het inzicht in de projecten die passen bij onze unieke regio en het aan de slag gaan met de concrete vertaling hiervan in de omgevingsvisie en het aanpakken van wijken". Dat inzicht is inderdaad heel krachtig. Ook in de uitvoering zal straks kracht worden gevraagd om te zorgen dat de projecten betaalbaar blijven en dat alle plannen een goede plek gaan vinden in de hele keten. Daarvoor vragen we aandacht. Dan de motie. Participatie is heel belangrijk. Dat is vandaag al een paar keer gezegd. Het is ook krachtig om mensen of groepen niet uit te sluiten. Betrek in een participatietraject juist iedereen, zowel jongeren en kinderen, waarvoor dit echt de toekomst is - zoals net al werd 35

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

gezegd - als ouderen en alle mensen die hier graag bij betrokken willen zijn. We horen graag in de reactie van de wethouder of hij kan aangeven dat in het participatietraject iedereen wordt betrokken. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ook het CDA vindt het belangrijk dat kinderen betrokken zijn bij duurzaamheid en bij hun toekomst. Daar gaat dit ook om; dat heb ik in de commissie ook gezegd. Maar ik snap ook het probleem dat dit niet de enige ondervertegenwoordigde doelgroep is. Duurzaamheidsbijeenkomsten zijn hele mooie initiatieven, maar zijn niet bepaald een afspiegeling van de diverse Delftse samenleving. Verder hebben wij wat vraagtekens bij de oproep in de motie om bij ieder participatietraject een paragraaf op te nemen over wat de participatie van jongeren specifiek heeft opgeleverd, want dat betekent heel veel extra werk. Je moet aparte sessies voor jongeren gaan organiseren óf je moet bij elke sessie gaan bijhouden welke jongere wat gezegd heeft. Dat lijkt mij dus onuitvoerbaar en ik hoop dat die passage geschrapt kan worden. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Voorzitter. Hart voor Delft is, zoals u weet, voor alle groepen in Delft. Of het nou jongeren, ouderen, woonwagenbewoners of invalide mensen zijn, wij staan er voor hen. Dat is iets wat ik totaal mis in de RES 1.0. De inspreker heeft aandacht gevraagd voor de jongeren.

Dat is heel mooi en het is ook een aardige motie, al snap ik wel dat de heer Valk vraagt hoe je dat dan wil monitoren. Ik hoop eigenlijk ook dat de participatie voor alle burgers gaat gelden en beter gaat dan we de afgelopen jaren meegemaakt hebben. Over deze RES is niet te participeren in de gemeente Delft. De participatie is alleen maar via de gemeenteraadsleden en commissieleden en geïnteresseerden die in organisaties zitten. Ik heb daar zelf drie evenementen van meegemaakt. Ik had daar inderdaad meer burgers bij verwacht. Die zijn ook niet via Delft op Zondag en de gemeentekrant geactiveerd om erbij te komen. We twijfelen dus nog even of we voor de motie zullen zijn. Ook over de Regionale Energiestrategie zitten we nog even na te denken. Misschien komt dat dus in de tweede termijn. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Ik ga het kort houden. Meneer Van Overbeeke van D66 zei het al: we hebben het al heel vaak over de RES 1.0 gehad. Wat ons betreft is dit ook slechts het begin. Er moet echt nog een vertaling gemaakt worden naar een Delftse aanpak, een Delftse strategie. Daar wordt het ook spannend. Ik denk ook dat het dan voor inwoners nog interessanter en relevanter wordt om mee te denken, mee te praten en zich ermee te bemoeien. Je ziet dat al bij de Leiding door het Midden: dan ineens gaat het de stad Delft raken en dan ineens moeten er straten ondersteboven.

Natuurlijk vinden onze inwoners daar iets van en voelen zij zich daar prettig of minder prettig bij. Dat wordt dus gewoon nog best wel spannend. Ik denk dat de VVD maar ook heel veel andere partijen in deze raad dit de komende maanden en jaren vooral heel scherp in de gaten moeten gaan houden: hoe houden we het realistisch, hoe houden we iedereen betrokken en hoe houden we het ook betaalbaar? Dat blijft natuurlijk ook voor de VVD een belangrijk punt. Daar gaan we de komende periode wat mij betreft dus echt heel scherp op sturen. Wat de motie betreft: ik denk dat onze mening op basis van mijn interrupties vanzelf spreekt. Het lijkt een heel charmant voorstel, maar het is echt een soort doelgroepenmotie waar ik niet heel enthousiast van word. De VVD denkt dat we alle doelgroepen moeten betrekken bij zoiets cruciaals als de energietransitie. Wij gaan dus niet mee met deze motie. De heer TÖNS (GroenLinks): Voorzitter. De RES 1.0 is het begin van een lang en uitdagend maar vooral ook belangrijk traject voor de regio en voor de stad om af te stappen van vervuilende energie en om ook hier voor nieuwe energie te kiezen. Het is fijn dat de raad 36

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

zich zo achter dit stuk schaart. Ook de behandeling van de volgende RES'en en de lokale uitwerkingen zullen nog terugkomen naar de raad. Er liggen nog behoorlijk wat beslismomenten voor. De aandachtspunten die we daarbij hebben, hebben we in de commissie al toegelicht. Daar zal ik het dus bij laten. Een van die aandachtspunten is de participatie. Ik denk dat er een goed voorstel voorligt om een vorm te bieden voor jongerenparticipatie. Ik ben dus heel benieuwd naar de reactie van de wethouder daarop, maar het lijkt ons in elk geval een goed voorstel. Wethouder BRANDLIGT: Voorzitter. Allereerst ben ik heel erg blij met de brede steun in de raad voor de RES. Ik had hier in Delft ook niet anders verwacht, want we weten hoelang Delftenaren al met energiestrategie bezig zijn. Inmiddels weten we ook dat al twee derde van de gemeenten en waterschappen en de provincie hebben ingestemd met de RES. Deze week of volgende week volgt hopelijk ook het laatste deel van de gemeenten. Wat dat betreft gaat het dus heel erg goed. De RES is inderdaad niet een eindpunt maar een beginpunt. Het is in de regionale samenwerking wel de eerste stap die ook echt geformaliseerd wordt. We werken wel vaker en meer samen in de regio, maar we hebben nu echt een document dat door de hele regio wordt vastgesteld.

Dat is in regionaal verband wel een eerste en hele belangrijke stap, die inderdaad nog door veel volgende stappen gevolgd zal worden. Ik kom gelijk bij het thema participatie, want dat is een heel belangrijk thema, niet alleen in deze raad. We merken dit in meerdere gemeenteraden. Ook bij de provincie is dit uitgebreid ter sprake geweest. Er zijn een paar opmerkingen over te maken. Bij participatie is het altijd de kunst om die op het juiste moment in het proces te doen. Als je er te vroeg mee komt, is alles nog zo vaag dat men eigenlijk geen idee heeft waar men het precies over heeft. Als je te laat in het proces bent, ligt er al veel te veel vast en voelt men zich niet betrokken bij het proces. Je ziet dat er tussen de verschillende RES'en wel een verschil is. Dat heeft ook te maken met de grootte van een RES. Deze RES is een behoorlijk grote RES met een groot gebied. Dat betekent dat de RES tot nu toe inderdaad een nogal abstract niveau heeft. Dat abstracte niveau is niet voor alle burgers even interessant om er al in de breedte over mee te praten, maar we gaan natuurlijk zien dat dit in de vervolgstappen gaat veranderen. Dan gaat het met name een rol spelen in de zoekgebieden die gedefinieerd staan en waar gezocht wordt om te kijken of we daar duurzame elektriciteit kunnen opwekken.

Binnen die zoekgebieden, als daar daadwerkelijk iets gaat gebeuren, zijn de bewoners daarvan natuurlijk buitengewoon geïnteresseerd om mee te doen en wordt dat op die schaal georganiseerd. Ik heb al eens eerder gezegd dat inwoners van Hellevoetsluis niet per se geïnteresseerd zijn in wat er in Wassenaar gebeurt en omgekeerd. Een ander punt is dat veel van wat er uiteindelijk in de RES gaat gebeuren, binnen de gemeente gaat gebeuren en ook binnen de gemeente blijft. Dan is het ook aan de gemeente om daarvoor de participatie te organiseren. Dat zie je bijvoorbeeld in de uitwerking van ons Warmteplan, dat echt in de gemeente is. Daar zie je ook al dat er steeds meer participatie gaat plaatsvinden. Als het Warmteplan weer verder wordt uitgewerkt in de wijkuitvoeringsplannen, komen we echt in de buurten terecht en zal de participatie nog veel intensiever worden. Het is dus sowieso een moeilijk proces om die participatie goed in te richten en inderdaad ook om te zorgen dat iedereen daarbij betrokken is; daar zijn al wat opmerkingen over gemaakt. Dat is niet zo gemakkelijk als het lijkt. De ene groep voelt zich altijd meer aangetrokken door de manier waarop je participatie organiseert dan een andere groep. Het 37

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

is best ingewikkeld om daar zo veel mogelijk groepen bij aan te trekken. Bij het Nationaal Programma RES zie je dat er één doelgroep uitspringt. Dat zijn de jongeren. Jong RES is een landelijke organisatie die ook meepraat in het Nationaal Programma RES. Alle doelgroepen zijn belangrijk, maar van jongeren kun je objectief één ding vaststellen: ze leven nog het langst op deze planeet en hebben in die zin dus nog de meeste jaren erop te slijten. Vanuit dat simpele feit hebben ze er dus ook het meest mee te maken. Dat is ook een rechtvaardiging om daar extra aandacht aan te geven. Dat is door de inspreker in de commissie al mooi verteld en uiteengezet. Ik begrijp de bedoeling van de motie dus helemaal en ik ben het er helemaal mee eens. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Jongeren leven inderdaad nog het langst op onze planeet. Daarmee hebben ze dus ook gewoon heel veel baat bij die energietransitie. Tegelijkertijd hebben ze misschien ook nog relatief weinig invloed op de CO2-uitstoot. Misschien hebben ze geen auto en geen koophuis. Daarmee kunnen ze bij wijze van spreken dus ook niet voor goede isolatie zorgen of andere maatregelen nemen. Juist omdat hun invloed misschien niet heel erg groot is, stel ik ook nu dus de vraag waarom we hen dan zo specifiek moeten betrekken in plaats van hen gewoon gelijk te trekken met alle andere doelgroepen.

Wethouder BRANDLIGT: Ik geloof niet dat de variabele hoeveel CO2-uitstoot jongeren al veroorzaken, het belangrijkste argument is om hen er wel of niet bij te betrekken. Juist het feit dat hun toekomst er voor het grootste deel door bepaald wordt, is de titel waardoor ze heel erg geïnteresseerd zijn in meepraten en zich dus ook georganiseerd hebben in Jong RES. Dat hebben ze zelf georganiseerd en ze hebben ook zelf georganiseerd dat ze aan de tafel van het Nationaal Programma RES zijn gekomen. Andere groepen hebben dat in die zin niet gedaan. Het is dus ook aan de jongeren zelf te danken dat ze zoveel activiteiten hebben ondernomen dat ze daar ook aan tafel zijn gekomen. Ik ga verder in op de motie. Zoals ik al zei, is het een sympathieke motie, maar zoals de heer Valk al een beetje zei, is de motie wel heel strak geformuleerd, bijvoorbeeld in die zin dat bij elk participatietraject Jong RES zou moeten worden betrokken. Ik denk dat ze op slag overwerkt zouden zijn als ze dat echt zouden gaan doen, want Jong RES is ook maar een beperkte club mensen en ze moeten alle RES'en in Nederland bestrijken. Het lijkt mij dus vooral goed om met hen in overleg te gaan over hoe je de participatie het beste zo inricht dat je jongeren daarmee bereikt. Het tweede punt betreft inderdaad de participatieverslagen.

Het is niet zo dat van ieder participatietraject een uitgebreid verslag geschreven wordt. Het is natuurlijk wel zo dat de terugkoppeling van wat er gezegd is en wat eruit is gekomen, terugkomt in de betreffende documenten. Ik zal er vervolgens voor zorgen dat duidelijk wordt hoe de jongeren erin hebben gestaan of hoe zij erbij betrokken zijn. Als ik het op die manier kan uitleggen, kan ik dus toezeggen dat ik dat op deze manier zal invullen. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Is de wethouder bereid om de jongeren vanaf 15 jaar op de middelbare school actief te krijgen of de daarbij behorende lesgeving te stimuleren? Jong RES is, zoals ik heb gezien van de inspreker, ver boven de 15 jaar. Ik denk dat degenen vanaf 15 jaar nu ook niet worden gehoord. Dat vind ik dus eigenlijk nog belangrijker. Wethouder BRANDLIGT: Ik begrijp uw bedoeling. Ik heb mezelf natuurlijk een beetje klemgezet met de opmerking over "hoe jonger, hoe meer belang". Dan kun je dus zeggen: waarom dan niet vanaf 15 jaar, 10 jaar of misschien nog jonger? Uiteindelijk moet de keuze van de leeftijd vanaf welke je hierin kan meespreken, natuurlijk ook uitvoerbaar blijven. Het 38

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

gaat hier om de participatie in daadwerkelijke trajecten en projecten die uitgevoerd gaan worden. Dat wil helemaal niet zeggen dat er af en toe niet ook jongere jongeren - zeg maar: van schoolgaande leeftijd - bij zouden kunnen zijn, maar wij kunnen het met de daarvoor beschikbare menskracht gewoon niet waarmaken om dat ook nog apart te organiseren, ook al zou ik dat willen. Dat is echt een grote uitdaging. Tegelijkertijd zien we natuurlijk dat scholen in hun lespakketten hier ook wel aandacht aan geven. Het is ook belangrijk dat dat daar gebeurt. Er werd ook een vraag gesteld over de motie in Zoetermeer over het organiseren van samenwerking. Eigenlijk is de hele RES überhaupt al het organiseren van samenwerking. Dat ís de samenwerking in de hele regio. Je ziet dat die samenwerking ook op gang komt in subdelen van de regio, bijvoorbeeld waar zoekgebieden zijn. Het feit dat dit hele proces is gaan lopen, heeft dus al een enorme boost gegeven aan de samenwerking tussen gemeenten. Dat zullen we ongetwijfeld voortzetten, want dat zullen we nog heel hard nodig hebben. Ik weet niet precies wat er allemaal in de motie van Zoetermeer staat, maar ik denk eerlijk gezegd dat Zoetermeer in wat daarmee bedoeld wordt, al heel aardig bediend is. Tot slot de vraag van STIP over de impuls voor duurzaamheid.

Dat is in het afgelopen jaar een beetje blijven liggen, ook door het merkwaardige jaar dat we gehad hebben. Ik stel mij voor dat we daar tegelijkertijd met het Warmteplan dat we nu aan het opstellen zijn, op zullen terugkomen, want dit heeft daar ook een logische koppeling mee. Volgens mij heb ik daarmee alle vragen beantwoord. De VOORZITTER: Mevrouw Kok mist nog iets. Mevrouw KOK (SP): Jazeker. Ik zou heel graag willen weten hoe we de participatie deze keer gaan inzetten, want het lijkt erop dat het huidige participatieprotocol niet werkt. We hebben vaak ontevreden mensen, mensen die het onduidelijk vinden. Wat de SP betreft zou het participatieprotocol dan ook geëvalueerd en verbeterd moeten worden. Kan de wethouder vertellen hoe we deze keer de participatie zouden moeten gaan doen om geen ontevreden mensen meer aan tafel te krijgen? De VOORZITTER: Wethouder Brandligt, kunt u dat probleem oplossen? Dat is best wel een probleem, hoor! Wethouder BRANDLIGT: Ja, u heeft het nu natuurlijk vooral over de participatietrajecten binnen Delft, dus de participatietrajecten die daar zullen plaatsvinden. Die zullen niet specifiek over de RES gaan, maar over de bredere energietransitie, dus bijvoorbeeld ook over het Warmteplan en de wijkuitvoeringsplannen.

Zoals ik net al zei, zal die participatie steeds intensiever worden naarmate je dichter bij de voordeur van de mensen komt, om het maar even huiselijk te zeggen. Dat wil nooit zeggen dat iedereen tevreden zal zijn. Het is niet mogelijk om met participatie iedereen tevreden te krijgen. Hopelijk is het wel mogelijk dat iedereen geïnformeerd is en wellicht zelfs dat een groot deel de uitkomst ook accepteert; dat is een volgende stap. Draagvlak bij iedereen is te breed. Ik denk dat er in deze raad bijna geen onderwerp besproken wordt waarbij je 100% draagvlak bij iedereen kunt bereiken. Wat we wel hopen, is dat dat iedereen goed geïnformeerd is en weet wat we doen en waarom we dat doen. Dan kunnen mensen het daar altijd mee eens of oneens zijn. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn.

39

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. Ik heb even met de andere indieners geschakeld via Signal. Wij kunnen ons allemaal vinden in de formulering die de wethouder zojuist noemde. Als de wethouder dat zou willen toezeggen, zijn we heel blij dat de wethouder het belang hiervan zo onderschrijft. Wat de afdoening van de motie Impuls op de duurzaamheidsdoelen betreft: het is wat ons betreft helemaal prima om dat bij het Warmteplan te doen. Volgens mij staat dat zelfs ook zo in de motie. Daar gaan we dus helemaal mee akkoord. De VOORZITTER: Ik zag de wethouder knikken. Die toezegging is dus binnen. Wethouder BRANDLIGT: Ja. De heer VAN OVERBEEKE (D66): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de antwoorden. Het is inderdaad een mooie lezing van de motie, met daarbij een toezegging. Ik wilde eigenlijk nog allemaal "spuit 11"-opmerkingen maken naar aanleiding van de interrupties die ik heb gekregen, maar die laat ik maar even zitten. Ik vind het wel leuk dat mijn allereerste motie in deze gemeenteraad ging over meer aandacht voor jongerenparticipatie. Ik vind het leuk dat met deze motie en de toezegging over dit belangrijke onderwerp die lijn doorgezet wordt. De VOORZITTER: Er zijn verder geen vragen. Wethouder, wilt u nog een afrondend woord? Nee. Ik stel vast dat u een heel mooi stuk heeft neergelegd, wethouder. Dat kan niet anders. Ik sluit de beraadslaging.

In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen. De VOORZITTER: Gefeliciteerd, wethouder. Mooi gedaan. U heeft niet alleen hier in het Delftse uw rol gepakt, maar ook in de regio. Zeer veel dank daarvoor, ook namens de Delftse gemeenschap. 100. College van B en W - voorgenomen besluit over kapitaalstorting Stedin (2116338). De heer VALK (CDA): Voorzitter. Als het ons gevraagd was, zou de CDA-fractie hebben ingestemd met de aanschaf van extra aandelen in Stedin ter grootte van een kleine 5 miljoen euro. Dat geld wordt door Stedin gebruikt om noodzakelijke investeringen in cruciale energienetten te doen en levert Delft een aardig jaarlijks dividend op. Er is ons alleen niks gevraagd. Het besluit is slechts ter kennisgeving naar de raad gestuurd, waarbij we vandaag nog net onze wensen en bedenkingen mogen noemen. Naar de letter van de Gemeentewet staat het college in zijn recht, maar ons college vaart wel heel scherp aan de wind van de Gemeentewet. Wat hoe anders is dit in andere gemeenten? Ik heb veertien gemeenteraden bekeken en in al die gemeenten - dat zijn de grootste aandeelhouders van Stedin en steekproefsgewijs een paar kleinere - heeft de raad instemmingsrecht, maar in Delft niet. Dat is niet de eerste keer.

Bij de inbesteding van Avalex in HVC ging Delft een indirect financieel risico aan van meer dan 25 miljoen euro, maar ook daar mochten we niet over meebeslissen. Ook dat was precies volgens de letter van de wet, maar geen millimeter meer. Ook dit was in tegenstelling tot andere Avalexgemeenten. Volgende week wordt in de commissie EFB het collegevoorstel besproken over extra aandelen in het InnovationQuarter. Hierbij staat in de brief dat de raad het voorstel ter kennisgeving wordt toegestuurd, zodat de 40

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

raad "eventueel vragen kan stellen". 1,5 miljoen euro en de raad mag vragen stellen … Blijkbaar is er iets in onze werkwijze tussen raad en college geslopen waarmee de raad accepteert dat hij niets te zeggen heeft over grote uitgaven. Het CDA is principieel van mening dat als de gemeente leningen of garanties verstrekt of aandelen koopt, dit goedgekeurd moet worden door de raad. De raad heeft immers budgetrecht en als het een keer misgaat, is de raad ook de partij die de troep moet opruimen, moeilijke keuzes moet maken en deze aan de stad moet uitleggen. Daarom dienen wij een motie in die het financiële primaat weer teruggeeft aan de raad. Deze motie wordt inmiddels mede-ingediend door meerdere partijen, namelijk de ChristenUnie, Onafhankelijk Delft, de VVD, GroenLinks en D66. Uit een uitgebreide analyse die ik vanmiddag van de ambtelijke ondersteuning kreeg, waarvoor heel veel dank, blijkt dat de exacte formulering van het dictum politiekjuridisch heel nauw steekt. Ik denk dat in ieder geval de wil van een ruime meerderheid van de raad - want de ondertekenaars hebben een ruime meerderheid - duidelijk is. We horen graag de reactie van de wethouder, waarbij we ook graag horen welke aanpak hij voorstelt. Mocht de formulering in de motie juridisch-politiek niet 100% dekkend zijn, dan komen we daar vanavond vast samen uit.

Door de fracties van het CDA, de ChristenUnie, Onafhankelijk Delft, de VVD, D66 en GroenLinks wordt motie 8.3-1 (Primaat bij de raad) ingediend: "De gemeenteraad van Delft, in digitale vergadering bijeen op donderdag 17 juni 2021 ter bespreking van het agendapunt Voorgenomen besluit over kapitaalstorting Stedin, constaterende dat: -

-

Delft momenteel beschikt over 2,44% van de aandelen Stedin; het college een voorgenomen besluit heeft genomen en toegestuurd voor een kapitaalstorting (aankoop extra aandelen) van 4,88 miljoen euro in Stedin; conform artikel 160 van de Gemeentewet het college formeel bevoegd is dit soort besluiten te nemen, waarbij de gemeenteraad slechts gevraagd hoeft te worden zijn wensen en bedenkingen te uiten; tot 2019 in het Treasurystatuut van de Gemeente Delft was bepaald dat de gemeenteraad altijd moest instemmen bij leningen of garanties aan derde partijen, maar dat instemming van de gemeenteraad sinds de wijziging van het Treasurystatuut in 2019 niet meer nodig is;

overwegende dat: -

-

-

-

in andere gemeentes, waaronder alle gemeentes die voor meer dan 2% aandeelhouder zijn van Stedin, de gemeenteraad wél om expliciete instemming is gevraagd (zie bijlage); ook bij andere voorgenomen besluiten met (mogelijke) grote financiële consequenties of risico's de gemeenteraad van Delft niet om instemming is of wordt gevraagd; de gemeenteraad de wettelijke vertegenwoordiging van alle ruim 103.000 Delftenaren is en daarmee politiek het hoogste orgaan; de financiële situatie van Delft de komende jaren zorgwekkend is, waardoor financiële tegenvallers zullen leiden tot nieuwe moeilijke en pijnlijke politieke beslissingen die genomen moeten worden door college én gemeenteraad; het uitlenen van geld, verstrekken van garanties of het kopen van aandelen nooit 100% risicoloos is; 41

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

-

het hierdoor logisch is dat de gemeenteraad hiervoor toestemming moet geven;

roept het college op: -

-

-

-

het Treasurystatuut Delft zo te wijzigen dat leningen of garanties die de gemeente verstrekt op grond van de 'publieke taak' uitsluitend mogen worden verstrekt aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen; in het Treasurystatuut Delft een bepaling op te nemen dat financiële bijdrages van de gemeente in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen alleen zijn toegestaan na goedkeuring van de gemeenteraad; de raad een voorstel toe te sturen voor aanpassing van de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent financiën Financiële verordening gemeente Delft, waarbij de hiervoor genoemde wijzigingen zijn verwerkt; het aangepaste Treasurystatuut Delft en het voorstel voor aanpassing zo snel mogelijk, doch uiterlijk voor 1 oktober 2021, voor te leggen aan de gemeenteraad,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer VAN DEN BRINK (STIP): Voorzitter. In de commissie bleken alle partijen het erover eens te zijn dat voor de lange termijn moet worden gezocht naar een andere oplossing om in de kapitaalbehoefte van Stedin te voorzien. De oplossing hiervoor is dat het Rijk garant gaat staan voor Stedin. Met deze stap verbetert de creditrating, terwijl het Rijk daar waarschijnlijk weinig geld aan kwijt zal zijn. De kans dat Stedin of een andere netbeheerder failliet gaat, is namelijk nihil. Met de motie Rijk garant voor Stedin wil STIP de wethouder een duidelijke opdracht meegeven. Deze kan hij vervolgens gebruiken in zijn lobby richting het Rijk. Het helpt natuurlijk als we hier als raad eensgezind in zijn. We hopen dan ook op de steun van veel verschillende fracties. De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Ik heb alleen een vraag over de openingszin van meneer Van den Brink. Hij zei dat we het er allemaal over eens waren dat er een andere financiering moet komen; zo werd het ongeveer gezegd. Ik vraag me dan af wat er gebeurt als het Rijk er niet in springt. Dan moeten we volgens mij nog steeds blijven doen wat we nu doen. Dit is dus wel wat scherp geformuleerd. Zo staat het niet in de motie. Daar kan ik dus wel mee leven. Ik vind het heel belangrijk dat we moeten zoeken naar alternatieven, maar zolang we die niet hebben, vind ik het prima wat we nu doen.

Ik hoop dat meneer Van den Brink het daarmee eens is. De VOORZITTER: Ik ga eerst alle interrupties langs. De heer VAN RIJN (VVD): Ik vraag me af welk probleem nu wordt opgelost met deze motie, want met de influx van 200 miljoen is er een gezond eigen vermogen. En dan behouden we de gunstige creditrating en dus toegang tot kapitaalmiddelen. Welk probleem wordt hier dus opgelost? Dat is vraag één. Vraag twee is of de garantiestelling waarvoor STIP pleit, geen verstoring van de markt is. Er zijn heel veel private partijen die een rol spelen in de energietransitie. De heer VALK (CDA): Het zou prachtig zijn als het Rijk gratis al deze risico's overneemt, terwijl de inkomsten voor Delft zijn. Maar garanties kosten geld. Ook onze HVC-garantie levert ons 1% per jaar op. Dat reken ik om voor Stedin, met een balanswaarde van 7,5

42

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

miljard euro, waarbij 2,44% daarvan van Delft is. Dat is 200 miljoen euro. 1% daarvan is 2 miljoen euro per jaar. Hoe gaan we dat betalen en is dat het waard? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Veel goede vragen. Allereerst de vraag van de heer Den Hollander hoe wij de commissievergadering hebben bekeken. Natuurlijk gaan wij akkoord met het voorstel. Nou ja, akkoord … We hebben geen besluit voor ons liggen, maar we zijn positief over het besluit dat het college aan ons heeft voorgelegd. Dat stelt ons in staat om de energietransitie te versnellen en om ervoor te zorgen dat de creditrating niet verslechtert, zodat geld niet onnodig naar dure leningen gaat. Daar kunnen wij ons dus in vinden. De reden waarom deze motie toch nodig is - dat brengt me gelijk bij de vraag van de VVD - is dat we als gemeente natuurlijk maar beperkte financiële middelen hebben en dat we die ook nodig hebben om te investeren in andere opgaven in de stad. Als ons geld allemaal vast komt te zitten bij Stedin, benadeelt dat ons in het doen van andere investeringen in de stad. Ik zie nog een aanvullende interruptie; ik denk dat die hierover gaat. De heer VAN RIJN (VVD): Dat is een mooi antwoord, maar het is geen antwoord op mijn vraag. Er is nu een influx van 200 miljoen, waardoor er een gezond eigen vermogen is, waardoor de gunstige creditrating behouden blijft.

Dat maakt het Stedin mogelijk om op een voordelige manier kapitaalmiddelen gewoon op de geldmarkt aan te trekken. Dus welk probleem lost deze motie nu op? De VOORZITTER: Meneer Den Hollander, gaat uw punt over hetzelfde of is het een ander punt? De heer DEN HOLLANDER (PvdA): Nee, het gaat over het antwoord dat meneer Van den Brink gaf. Daar zou ik nog even op willen reageren, want hij zegt dat dit eigenlijk een soort geldonttrekking is, waardoor we minder kunnen investeren. Dat is natuurlijk niet waar. We hebben dit geld op de plank liggen. Dat gaan we niet in één keer allemaal uitgeven. Op dit moment krijgen we daar niets voor. Door nu die aandelen te kopen, verdien je er nog wat mee. Door die aandelen te kopen, kun je toch juist weer wat meer investeren in de stad? De heer VAN DEN BRINK (STIP): Ik zal beginnen met die laatste vraag. Doordat we nu investeren, krijgen we dat rendement natuurlijk terug. Daardoor hebben we net een heel klein beetje meer geld dat structureel binnenkomt, maar is daar wel een balans in te vinden? Als je alle liquide middelen die je op de plank hebt liggen, hierin vastlegt, doet dat immers wel degelijk iets met je investeringscapaciteit. Dan de vraag van de heer Van Rijn.

Ja, het is zo dat we het nu tijdelijk oplossen, maar in de stukken en de daarbij gevoegde bijlagen staat heel duidelijk dat in de komende jaren nog meer kapitaalstortingen nodig zullen zijn en dat er gezocht gaat worden naar een andere oplossing. Wij sturen de wethouder dan graag met een duidelijke opdracht op pad voor de invulling van zo'n oplossing, zodat de wethouder een duidelijk signaal aan het Rijk kan afgeven. Ik ga door met de andere interrupties. Is de garantstelling geen verstoring van de markt? Nee, dat lijkt mij niet. Wellicht kan de wethouder daar nog over uitweiden. Het CDA stelde een vrij technische vraag: is de oplossing niet "too good to be true"? Wellicht kan de wethouder vanwege de technische aard van die vraag beter ook daarop ingaan. Nog een heel korte reactie op de motie van het CDA, die door verschillende partijen mede is ingediend. Wij snappen heel goed waar de motie vandaan komt en wij staan er ook 43

HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10516409/1