Handelingen 15 juni 2022
Tekst van het document
Het zijn er vier; misschien is het dus iets minder kort en bondig dan u zou willen. De eerste twee gaan eigenlijk over het klimaat. Jullie stellen hele duidelijke doelen op het gebied van duurzaamheid: 50% CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2050. Heeft de gemeente genoeg kennis in huis om de voortgang op deze doelen te monitoren en is er voor de komende vier jaar een doel gesteld waar we dit college aan kunnen houden? Een van jullie doelen is om samen met bewoners het Warmteplan uit te werken om per wijk tot een goed alternatief voor aardgas te komen. Is er al nagedacht over een forum? Is er bijvoorbeeld nagedacht over een burgerberaad voor klimaat, zoals ze ook in Amsterdam, Arnhem en nog heel veel andere mooie steden gaan doen? Ik heb ook een vraag over digitalisering. In jullie verkiezingsprogramma zien we heel veel mooie ambities. De VOORZITTER: Meneer Treffers, graag via de voorzitter: "Voorzitter, mevrouw De Boer heeft …" De heer TREFFERS (Volt): Excuus. De VOORZITTER: Geeft niks, hoor! Het gaat vanzelf beter. De heer TREFFERS (Volt): STIP heeft in het verkiezingsprogramma heel prachtige ambities over de risico's en ook de kansen die digitalisering met zich meebrengt. We zien in het coalitieakkoord vooral weinig terug van de kansen.
Kunnen we de komende vier jaar van STIP verwachten dat het ervoor zorgt dat het college deze belangrijke thema's niet uit het oog verliest? Ten slotte: Delft is een stad die jaarlijks tientallen nieuwkomers verwelkomt. Denk aan internationale studenten, jonge internationale gezinnen, maar ook vluchtelingen. Hoe willen we er met Delft voor zorgen dat er ondanks de verdergaande internationalisering van de
18
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
stad met verschillende groepen internationals verbinding blijft tussen de buurten? Hoe maken we verbinding met de blijvers, degenen die hier geboren en opgegroeid zijn? Mevrouw DE BOER (STIP): Ik heb meegeschreven; ik voel me net een wethouder die allemaal vragen krijgt. Ik hoop dat ik de vragen allemaal goed beantwoord. De eerste vraag ging over het klimaat en de doelen. Dat is ook iets waarmee wij best wel aan het stoeien waren. D66 wilde ook heel graag echt concrete doelen op het gebied van klimaat, maar ik denk dat de opdracht voor de wethouder nu is om echt een wat integraler - dat is een vervelend woord - plan te maken, zodat we echt goed kunnen monitoren wat we allemaal aan het doen zijn op het gebied van circulariteit en energietransitie, want het is natuurlijk veel breder dan al die losse nota's. Dan zien we ook pas waar we het goed doen en waar het beter kan. Dan zien we ook of we genoeg ambtelijke capaciteit in huis hebben om dit echt mee te nemen. De tweede vraag was hoe we ervoor gaan zorgen dat we mensen in de wijken meekrijgen met de energietransitie. We staan dus open voor manieren om dat in te vullen, want we denken dat zeker de energietransitie iets is waarin we mensen echt mee moeten krijgen. We staan dus redelijk open voor de uitvoering; ik in ieder geval.
Ook de kansen van digitalisering is een heel goed punt, want ik denk zeker dat we veel meer kunnen doen met digitalisering en dat er veel meer kansen zijn. Het is iets waarover we iets minder concreet echt een afspraak hebben gemaakt in het akkoord, maar ik denk dat dit zeker iets is. Ik kijk er ook naar uit om in de komende periode met Volt samen te werken, want we hebben daar heel veel ideeën over. Daar kijk ik dus naar uit. De verbinding in de stad is iets waar ook STIP zich echt zorgen over maakt en zich heel erg voor wil inzetten. We hebben in het akkoord ook opgenomen dat we echt weer … Er was vroeger een post die heette "studenten en stad" of iets in die trant. Daarbij ging het erom dat we er bijvoorbeeld door middel van vrijwilligerswerk voor zorgen dat de inwoners van de stad ook studenten ontmoeten, maar we willen ook de slimheid of de potentie van studenten echt gaan inzetten in de stad, zodat het niet alleen een soort vrijwilligersovereenkomst wordt, maar zodat je echt gaat zien waar de krachten van studenten zitten, waar de krachten van de Delftenaar zitten en hoe we die kunnen optimaliseren. Maar ik vond het slim wat u zei over de andere groepen. Misschien kunnen we er de komende tijd dus over nadenken of dat iets is om mee te nemen.
De heer VAN RIJN (VVD): Goedenavond, voorzitter, ambtenaren, beoogde collegeleden, collega-coalitiegenoten, fijne oppositiegenoten en natuurlijk de mensen op de tribune en de mensen thuis. Vanavond vieren we het feest van de democratie, met de Delftenaar centraal. Als VVD Delft staan wij voor betrouwbare, realistische en transparante politiek. Als coalitiepartij hebben wij de afgelopen jaren met drie zetels het verschil gemaakt voor Delftenaren, zonder daarbij kleurloos te worden en zonder daarbij onze loyaliteit naar andere partijen te verliezen. Daar gaan we mee door. Afspraak is afspraak; daar kan je bij de VVD van op aan. Na acht jaar politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid te hebben gedragen, zullen wij niet meer terugkeren in een nieuwe coalitie. Wij zullen dit lot man- en vrouwmoedig en zonder zurigheid dragen, omdat wij in onze politiek de Delftenaar centraal zetten en niet onszelf. Wel zijn we kritisch op het formatieproces en de wijze waarop het advies van de informateur tot stand is gekomen. Daar staan we als VVD niet alleen in. Ik zal hier straks verder op ingaan.
19
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Het belangrijkste onderwerp vanavond is uiteraard het coalitieakkoord. Het is een akkoord op hoofdlijnen. Tijdens de hoorzitting hebben de kandidaat-wethouders meerdere malen benadrukt samen te willen werken aan een mooier en beter Delft. Sterker nog: de oppositie werd expliciet uitgenodigd om te komen met een spervuur aan ideeën. Als oppositie willen wij deze uitgestoken hand aannemen. Wij hebben daarom de koppen bij elkaar gestoken en vanavond zullen wij gezamenlijk, als Oppositie Delft, onze visie en concrete ideeën presenteren die Delft mooier, beter en sterker maken. Staat de nieuwe coalitie voor een politiek die bedenkt wat goed is voor Delftenaren of wil de coalitie ook in daad verbinden? Kunnen we de plannen van de oppositie en de coalitie samenbrengen of blijven het rivaliserende plannen? Krijgen we een raadsbrede coalitie of krijgen we een geïnstalleerd college met daartegenover een schaduwcollege? Ik hoop vanavond een eerste antwoord te krijgen op deze vragen. The proof of the pudding is in the eating. Ik begin met mijn reflectie op het formatie- en informatieproces. De mooie opdracht die informateur Pieter Guldemond meekreeg, was: recht doen aan de verkiezingsuitslag en aan de inhoudelijke overeenkomsten. Eerst pak ik even de verkiezingsuitslag en wat cijfers bij de kop.
Met zes zetels zijn STIP, D66 en GroenLinks de grootste partijen geworden, waarbij STIP gelijk is gebleven, D66 een zetel heeft gewonnen en GroenLinks een zetel heeft verloren. De PvdA werd met drie zetels de zesde partij van Delft en de ChristenUnie met twee zetels de tiende partij. Slechts één partij in de coalitie heeft een zetel gewonnen. De rest is gelijk gebleven of heeft verloren. Winnende partijen als Hart voor Delft en Volt zijn gepasseerd, net zoals de VVD, de vijfde partij van Delft. Daarnaast is volgens experts de uitslag bepaald door niet-stemmers: armere, praktisch geschoolde kiezers die normaal op rechtsere partijen stemmen, zijn vooral thuisgebleven. Van het wegblijven van een groot deel van de kiezers hebben vooral de linkse partijen in Delft kunnen profiteren. De beoogde coalitie doet wat ons betreft geen recht aan de verkiezingsuitslag. Ook vormt deze coalitie geen representatieve vertegenwoordiging van de stad. Ligt deze coalitie dan voor de hand door de inhoud centraal te stellen? Wat de VVD betreft niet. Ten eerste hebben alle raadspartijen de thema's wonen, de energietransitie, gelijke kansen voor iedereen en de financiële positie van Delft benoemd. Alle partijen willen op een vooruitstrevende en realistische wijze doorpakken op de grote uitdagingen waar Delft voor staat. Dat kan dus niet het verschil gemaakt hebben.
Daarnaast zitten er grote inhoudelijke verschillen tussen de beoogde coalitiepartijen op bijvoorbeeld de thema's financiën, wonen, economie, sluitingstijden, veiligheid, drugs en alcohol; zo kan ik nog wel even doorgaan. Je hoeft alleen maar te kijken naar het raadsdebat over het terrassenbeleid, waarin STIP lijnrecht tegenover GroenLinks en de ChristenUnie stond. Het is dus echt merkwaardig dat de informateur op basis van zogenaamde inhoudelijke overeenkomsten is gekomen tot deze coalitie. Tot zover het wat ons betreft toch wel wat gezochte advies van de informateur. Over de formatie kan ik kort zijn. Het proces rondom de formatie was niet transparant en heeft vooral plaatsgevonden achter gesloten deuren. Ik dank STIP voor de eerlijke reflectie. Er is geen overleg geweest met de beoogde oppositiepartijen en ook was onduidelijk hoe de oppositiepartijen gedurende de formatie geïnformeerd zouden worden. Verder zijn de oppositiepartijen niet betrokken geweest bij de keuze van de formateur en was niet helder hoe de stad en ook de achterban van oppositiepartijen tijdens het formatieproces geraadpleegd zouden worden. Door het gebrek aan transparantie en informatie hebben wij als oppositiepartijen op 16 maart eensgezind een brief aan de formateur gestuurd. Het proces van de informatie tot en met de formatie was niet transparant en heeft niet geleid tot een stadsbrede coalitie.
Wat vier jaar geleden niet lukte, is nu wel gelukt, namelijk over links formeren. Gelukkig is er wel een stadsbrede oppositie.
20
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Dan mijn reflectie op het coalitieakkoord. Hoewel het coalitieakkoord een op hoofdlijnen opgesteld opendeurakkoord is dat tot stand is gekomen achter gesloten deuren, wil ik beginnen met een positieve noot. Als VVD zijn wij zeer te spreken over de thema's waarop het college de komende jaren het verschil wil gaan maken. Dit zijn namelijk ook exact de thema's waar wij op willen doorpakken. Ik hoop dus dat wij elkaar daar kunnen gaan vinden. Wel heb ik er wat zorgen over of dat daadwerkelijk gaat lukken. Ik wil hier vier aandachtspunten benoemen. Ten eerste had ik verwacht een vooruitstrevend en vernieuwend akkoord te zien, maar alle thema's zijn door het vorige college al grotendeels in de steigers gezet. Dit werd bevestigd tijdens de hoorzitting, waarin de kandidaat-wethouders aangaven dat veel beleid al is ontwikkeld en dat het accent vooral komt te liggen op de uitvoering van beleid. Dat blijkt ook uit het coalitieakkoord. De aanpak van Emma zetten we voort. Smartmakers Delft zetten we voort. Het jongerenperspectieffonds zetten we voort. De huidige aanpak tegen woonoverlast zetten we voort. Zo kan ik echt nog wel een tijd doorgaan. Dan het tweede aandachtspunt. Het akkoord is een "hoog-over"-akkoord. Ik snap waarom deze coalitie er snel uit is gekomen, want veel hete aardappels zijn doorgeschoven naar de toekomst door het gebruik van creatieve zinsconstructies.
Twee voorbeelden. In het akkoord staat dat als Delft extra inkomsten krijgt, we die gebruiken voor het versterken van de urgente opgaven in de stad en/of het beperken van de woonlasten. Wanneer is er nu precies sprake van een urgente opgave? En wordt hier gedoeld op het beperken van een woonlastenstijging of zet de coalitie in op een daling? Een tweede voorbeeld. In het akkoord staat dat één derde sociale woningbouw in de planvoorraad een ondergrens is. Hiermee zeg je dus helemaal niets. Het kan dus net zo goed 40% of 50% worden. Wil de coalitie nu vasthouden aan de huidige Woonvisie? Of is een nieuwe woonvisie nodig en waar wijkt die dan af van de huidige? Knelpunten worden vooruitgeschoven. Eerlijk gezegd begrijp ik niet dat D66 in zo'n fuik is gezwommen. Dan mijn derde aandachtspunt bij het coalitieakkoord. De coalitie geeft aan dat het een akkoord op hoofdlijnen is, zoals ik net al benoemde, en dat het verder moet worden uitgewerkt, samen met de oppositie en de stad. Dat lijkt mij prima, maar kunnen we dan nog bijsturen op bijvoorbeeld de geformuleerde ambities ten aanzien van autoluw maken, de 30 km-inrichting van straten, het uitrollen van de milieuzone of het omgekeerd inzamelen van afval? Dan mijn laatste aandachtspunt, dat zich uiteraard richt op de financiën.
Uit het coalitieakkoord blijkt dat de stadsschuld omhooggaat, er meer geïnvesteerd gaat worden, de woonlasten gaan stijgen, er € 2,3 miljoen incidenteel gaat worden gedekt vanuit de algemene reserve, er meer ambtelijke capaciteit nodig is, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat heeft dit in vredesnaam te maken met financiële degelijkheid en duurzaamheid? Daartegenover staat een boterzacht plan om de financiën op orde te krijgen: we staan klaar voor subsidies of regelingen die beschikbaar komen, en o ja, de voorgenomen bezuinigingen worden wederom verzacht door toch te kiezen voor een vijfde wethouder, die zich alleen bezig gaat houden met de uitvoering van beleid. Dat kan toch niet het antwoord zijn? Ik ben erg benieuwd wat de coalitie niet meer wil gaan doen en welke concrete voorstellen ze heeft om de financiën echt op orde te krijgen. Het kan toch niet zo zijn dat de creativiteit van het nieuwe college gaat ophouden bij het neerleggen van de rekening bij de hardwerkende Delftenaar? Ik kom aan bij ons aangekondigde vijfpuntenplan, dat morgen live zal gaan. Hier alvast een sneakpreview namens de gehele oppositie. Als oppositiepartijen vormen wij een stadsbrede 21
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
afspiegeling en hebben wij, zoals gezegd, de verbinding met elkaar opgezocht, omdat we ons zorgen maken over de stad en de manier waarop het nieuwe college en het coalitieakkoord tot stand zijn gekomen. Wij vinden het belangrijk dat er recht wordt gedaan aan de verkiezingsuitslag. Doordat wij niet zijn betrokken bij het formatieproces, hebben wij ons over onze eigen schaduwen heen gezet. Als verenigde oppositie Delft hebben wij onze visie en concrete ideeën die Delft mooier, beter en sterker maken, vertaald in een vijfpuntenplan. Hiermee willen wij het coalitieakkoord gaan verrijken. Als oppositie hebben we onze punten verdeeld. Ik zal alleen ingaan op veiligheid en woonlasten. Het coalitieakkoord schiet tekort waar het gaat om veiligheid. Je kunt niet alles oplossen met preventie en met het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid. We zien ook in omliggende gemeenten dat er flink wordt geïnvesteerd in veiligheid. Wij willen daarom de veiligheid in onze wijken niet alleen verbeteren door preventie, maar ook door wijkagenten en handhavers als onderdeel van de brede wijkteams vaker zichtbaar te laten zijn en uiteraard te laten optreden als dat nodig is. Daarnaast willen wij extra budget vrijmaken voor het bestrijden van ondermijnende criminaliteit; denk aan de drugscriminaliteit en aan de rivaliserende bendes waarmee Delft te kampen heeft. Het tweede punt betreft de lasten.
Wij willen Delftenaren niet onnodig in de schulden jagen. De boodschappen worden duurder, de energierekening gaat omhoog, de benzineprijzen stijgen. En er komt in 2023 en 2025 ook nog een forse stijging van de lokale lasten aan, inclusief de inflatie. We moeten in Delft aan inkomenspolitiek gaan doen om de pijn voor Delftenaren met een kleine portemonnee te verzachten. We hebben afgesproken om bij het beschikbaar komen van extra middelen vanuit het Rijk de voorziene lastenstijgingen in 2023 en 2025 te dempen. Tot 2025 is een positief begrotingsresultaat te zien van circa € 1 miljoen. Wat ons betreft wordt dit conform afspraak gebruikt om de lastenstijgingen af te remmen. Ik zal tijdens de aankomende raadsvergadering waarin de Kadernota wordt behandeld, komen met een motie. Ik reken daarbij op steun van D66. Ik rond af. Morgen zullen wij de ideeën die wij vanavond als oppositie benoemen, nog op schrift delen, mooi gestructureerd in een vijfpuntenplan. Verder zullen wij als oppositie tijdens de raadsvergadering over de Kadernota komen met moties waarin wij oproepen om het coalitieakkoord te verrijken met onze ideeën en wensen en om deze te adresseren in de komende begroting. Coalitie, u wilt verbinden en heeft gevraagd om concrete ideeën. Als oppositie leveren wij. Ik hoop dat onze uitgestoken hand wordt aangenomen. De VOORZITTER: Er is behoefte aan het stellen van vragen.
Mevrouw DE BOER (STIP): Dank aan de heer Van Rijn voor zijn termijn. Ik ben echt benieuwd wat erin staat en we zullen het ook echt serieus nemen, want dit kost ook heel veel tijd. Ik spreek echt mijn waardering daarvoor uit. Ik wil wel graag terugkomen op één punt. Meneer Van Rijn gaf een analyse van wie er thuis is gebleven. In Amsterdam hebben ze de hypothese dat jongeren, expats en mensen met een migratieachtergrond thuis zijn gebleven. Dat is heel anders dan deze hypothese. We hebben in Delft niet echt een onderzoek gedaan. Is de VVD het dus met mij eens dat dit statement niet echt op kennis vanuit Delft gebaseerd is en dat we het dus niet weten? Zou de VVD ook mee willen denken over hoe we misschien wél kunnen uitzoeken wie er thuis is gebleven? De heer VAN RIJN (VVD): Ik doe een "Vollebregtje": goed dat u dit vraagt en dank voor de waardering voor het betoog. Ik stuur u de analyses wel toe. Laten we daar dan over in debat gaan. 22
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
De heer HOMBERGEN (PvdA): Ook mijn dank aan de VVD voor het werk dat is verricht. Wij nemen daar graag uitvoerig kennis van. We zullen daar echt goed naar kijken. Het is ook fijn dat u nog even wat tijd overheeft om vragen te beantwoorden. Ik heb een vraag in dezelfde lijn als de vraag van mevrouw De Boer. Aan het begin van uw betoog leek u de legitimiteit van de verkiezingsuitslag in twijfel te trekken. Dat verwondert mij van de Volkspartij voor Democratie. Die uitslag is er toch gewoon? U leidt daar ook meteen uit af dat de mensen die niet hebben gekozen en niet naar het stembureau zijn geweest, mensen zijn die wellicht voor uw partij zouden hebben gekozen. Dan is mijn vraag natuurlijk: hoe kan het dan zijn dat u die kiezer niet heeft bereikt? Ik denk dat het voor ons allen bij de komende verkiezingen zaak is om de kiezer goed te bereiken. Wij gaan daar de komende vier jaar aan werken. Ik hoop dat wij u dan ook aan onze zijde vinden. Maar nogmaals de vraag: waarom die twijfels over de legitimiteit van de verkiezingsuitslag? De heer VAN RIJN (VVD): Heel kort: als oppositie roepen wij ertoe op om een coalitie te zijn voor alle Delftenaren, ook degenen die zijn thuisgebleven. De heer HOMBERGEN (PvdA): Ja, maar uw betoog ging veel verder dan dat. De heer VAN RIJN (VVD): Ik heb weinig tijd en ik moet straks ook nog interrupties doen. Ik behoud mijn tijd dus.
De VOORZITTER: Meneer Van der Woerd en meteen daarna meneer Maruf, zodat meneer Van Rijn gelijk kan reageren. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Allereerst hartelijk dank voor het enthousiaste betoog. We zijn ook razend benieuwd naar het vijfpuntenplan. Ik vroeg me af of de vijf door u genoemde aandachtspunten ook het vijfpuntenplan vormen, maar ik heb begrepen dat we dat we morgen gaan zien. Mijn vraag gaat over het begrip "stadsbreed". U zegt dat de coalitie niet stadsbreed is en dat de oppositie wel stadsbreed is. Als ik ook even ga rekenen, heeft 30% van de Delftse inwoners gestemd op partijen die in de coalitie zitten en slechts 20% op partijen in de oppositie. Hoe moet ik uw begrip "stadsbreed" begrijpen? Mijn laatste vraag is wat de VVD precies bedoelt met "inkomenspolitiek". De heer MARUF (D66): Dank aan de heer Van Rijn voor de belofte dat we de komende vier jaar zonder zurigheid onderling gaan samenwerken tussen oppositie en coalitie. Mijn vraag sluit eigenlijk aan bij die van de heer Van der Woerd; alleen leg ik het even in het politieke. De heer Van Rijn zegt dat de coalitie geen afspiegeling is van de maatschappij maar de oppositie wel. De partijen die in de coalitie zitten, zitten niet in de oppositie, en andersom.
Wat maakt dat de nu verenigde oppositie wél stadsbreed is en wij niet? De heer VAN RIJN (VVD): Ik heb niet veel tijd, maar als zes oppositiepartijen, van de SP tot de VVD, zich kunnen verbinden, is dat echt wel stadsbreed. De VOORZITTER: En de vraag van de heer Van der Woerd? Laat u die even liggen? Die vraag ging over inkomenspolitiek. Nee, meneer Van der Woerd, ik kijk eerst naar de heer Van Rijn. De heer VAN RIJN (VVD): Wij beïnvloeden hier wat de Delftenaar overhoudt in de portemonnee. Dat is dus ook inkomenspolitiek.
23
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik ben gewoon niet tevreden over het antwoord over "stadsbreed". Ik begrijp dat de heer Van Rijn nog maar weinig tijd heeft. Ik kom erop terug in mijn termijn. De heer MARUF (D66): Ik loop het gevaar dat ik mijn eigen tijd verspil omdat de heer Van Rijn vanavond wel héél kort van stof is. U heeft een aantal keren gezegd dat u van de nieuwe coalitie verwacht dat wij de hand uitsteken naar de oppositie en echt samenwerken. De heer Stoop heeft dat in zijn betoog al afgeslagen, heb ik gehoord. Ik vraag mij dan af waarom wij vanavond tijdens de bespreking van het coalitieakkoord verrast worden met een vijfpuntenplan. Was het dan niet veel beter geweest om dat vooraf aan ons te laten lezen, zodat we hier het debat over de toekomst van de stad in de komende vier jaar en over samenwerking tussen oppositie en coalitie hadden kunnen voeren? De heer VAN RIJN (VVD): Vanavond staat in het teken van het coalitieakkoord. Wij hebben onze ideeën op hoofdlijnen gepresenteerd en er gaat nog wat worden gepresenteerd. We hebben straks een raadsdebat over de Kadernota, waarbij we kaders meegeven voor de begroting. Laten we dan dat debat voeren. Dan heeft u het vijfpuntenplan uitvoerig kunnen lezen. Dat is in ieder geval minder dik dan het coalitieakkoord. De heer MARUF (D66): Voorzitter.
Laat ik beginnen met een woord van dank namens D66 aan de informateur, Pieter Guldemond, de betrokken ambtenaren die dag en nacht hebben geholpen om tot dit akkoord te komen en last but not least mevrouw Huri Sahin. Mevrouw Sahin heeft als formateur en gespreksleider geholpen om gezamenlijke zorgen om te zetten in gezamenlijke doelen en acties voor de komende vier jaar en daarna. Tussendoor moet mij van het hart dat mevrouw Sahin, die zich hier niet kan verdedigen, tijdens het proces de hand wel degelijk heeft uitgestoken naar andere fractievoorzitters om mee te komen praten over het akkoord. Dat wil ik wel gezegd hebben, want ze kan het hier niet zelf uitspreken. Daar is nu op ingegaan. Geen plannen voor de happy few; nee, voor al onze inwoners. Daar ben ik trots op. Uiteraard ook dank en waardering voor de onderhandelaars van STIP, GroenLinks, de PvdA en de ChristenUnie. Samen met wethouder Huijsmans heb ik de onderhandelingen mogen voeren voor D66. Ik kijk oprecht met een ontzettend goed en fijn gevoel terug op de onderhandelingen en nog meer op het resultaat dat voor u ligt. Waarom? De titel "Samenwerken aan Delft" is een statement, en niet voor niets. Het akkoord begint namelijk met een uitgestoken hand naar de stad maar ook naar de hele raad. Bij het maken van dit coalitieakkoord hebben we gekeken naar de verkiezingsprogramma's van alle partijen in de gemeenteraad.
Daarnaast is een oproep gedaan aan inwoners, organisaties en andere belanghebbenden om hun inbreng te leveren. Dankbaar hebben wij gebruikgemaakt van alle ingeleverde input. In mijn eerste termijn wil ik graag een aantal thema's in het akkoord aanstippen. Vervolgens wil ik in mijn tweede termijn ingaan op de amendementen van de fractie van Volt, die zijn ondertekend door de gehele oppositie. De stad maken we met elkaar; dat is een van de kernboodschappen van dit akkoord. Er zijn ruim 100.000 Delftenaren die hier wonen en die deze stad hun thuis noemen. De mensen die hier werken, ondernemen, studeren, zorg krijgen, actief zijn of alleen verblijven, samen bepalen we hoe Delft leeft, werkt en zich ontwikkelt. We willen er daarom werk van maken om meer samen op te pakken en echt zichtbaar te zijn in de wijken voor de mensen in de Buitenhof, Voorhof, Tanthof, Wippolder en alle andere mooie wijken die onze stad rijk is. De stad vraagt en wij gaan onze uiterste best doen om te leveren. 24
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Dit akkoord is voor jong en oud. De plek waar je wieg staat, mag zelfontwikkeling en zelfontplooiing niet in de weg staan. Een bekende slogan van D66 is terug te lezen in het akkoord; daar ben ik heel trots op: "Een goede start begint in het onderwijs". Elk kind zou naar de school moeten kunnen die het best past. We moeten Delftse kinderen en jongeren helpen door ze op het hart te drukken dat onderwijs een goede manier is om de kansen in je leven te vergroten. We moeten voorkomen dat jongeren stoppen met school voordat ze een diploma hebben behaald. Daarom willen we dat iedereen de school verlaat met een startkwalificatie als minimum. Daarnaast ondersteunen we kinderen in gezinnen met armoede. Persoonlijk voel ik daar veel voor, omdat ik weet hoe het is om met honger in de klas te zitten. Dat is nog steeds een groot probleem onder Delftse kinderen. Daarom geeft dit akkoord een heel belangrijke opdracht mee aan het nieuwe college: kinderen moeten volwaardig meedoen, ongeacht het inkomen van hun ouders. Voor jongeren willen we een betere aansluiting op de arbeidsmarkt realiseren, bijvoorbeeld door de doorontwikkeling van Smartmakers Delft; de heer Van Rijn noemde het, maar we hebben er samen aan gewerkt, echt waar. Dit alles doen we met oog voor diversiteit en inclusie. Daarbij geeft onze gemeente het juiste voorbeeld. Er is veel werk aan de winkel.
Het is een illusie om te denken dat wij in Delft bijvoorbeeld de woningmarktcrisis of een andere crisis kunnen oplossen. Maar dat ontslaat ons niet van de verplichting om er alles aan te doen om de kansen voor onze inwoners op de woningmarkt te vergroten. Vooral middeninkomens zijn op dit moment de dupe van de woningcrisis. Zij verdienen bijvoorbeeld te veel voor sociale woningbouw en kunnen moeilijk een vrijesectorwoning betalen. Deze coalitie wil de mogelijkheden voor huisvesting voor Delftenaren uitbreiden. Dit doen we door duizenden huizen erbij te bouwen, door de doorstroming te faciliteren en door de markt te reguleren waar dat nodig is. We willen het ook makkelijker maken voor onze inwoners, onder meer door het inzetten van huurteams en een seniorenmakelaar. Uiteraard kijken we hierbij ook over onze stadsgrenzen heen. Zoals ik al zei: we kunnen niet alles zelf oplossen, zeker niet op de woningmarkt. Een andere grote opgave of, beter gezegd, een verplichting die op ons rust, is het aanpakken van de klimaatcrisis. Delft wordt nu klaargestoomd voor de toekomst. De stad is in 2050 klimaatneutraal. In 2030 stoot de stad al 55% minder CO2 uit. Dat is gewoon een harde doelstelling. De wijk wordt groener met schone lucht en schoon water; kortom: met zorg voor mens én natuur. Onze fractie kijkt daarom uit naar de routekaart waarin staat hoe we stap voor stap gaan verduurzamen.
Ik wens mevrouw De Zwart en de andere wethouders daar alvast heel veel succes mee, want het wordt een grote opgave. Ook de straten en wijken waar de riolering vervangen wordt, worden zo groener, zoals in Tanthof en Voorhof. Inwoners en ondernemers worden door dit akkoord geholpen om te verduurzamen. Dat hebben we de afgelopen vier jaar gedaan. De komende vier jaar blijven we dat doen, maar dan in een hogere versnelling. Omdat ik nog wat spreektijd wil houden voor interrupties, kom ik in de tweede termijn terug op de amendementen, maar ik wil kort nog de volgende punten in het akkoord aanstippen of benoemen. Allereerst de regionale samenwerking. Zoals ik aan het begin al aangaf: de grootste opgaven, zoals de klimaatcrisis, de wooncrisis, maar ook de jeugdzorg, kunnen wij niet alleen dragen. Daarom hebben wij in dit akkoord expliciet per thema benoemd waar we naar het Rijk kijken of naar onze buurgemeenten, hoe we kunnen samenwerken aan het oplossen van problemen. 25
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Cultuur is ontzettend waardevol, daagt ons uit, nodigt uit om mee te doen en toont ons nieuwe perspectieven. Cultuur geeft aan de stad en aan de wijk en brengt mensen samen. Ik weet zeker dat dat ook het gezamenlijke doel van de oppositie is. Ik heb het vijfpuntenplan niet gelezen, maar ik weet zeker of ik ga er in ieder geval van uit dat dit daarin staat. Het aanbod heeft de laatste jaren echt zwaar te lijden gehad onder corona en bezuinigingen. Dit akkoord beschrijft de behoefte om juist deze sector te versterken. We kijken dus uit naar de uitvoering daarvan door het nieuwe college. Afsluitend wil ik benadrukken dat dit akkoord er voor D66 ligt voor heel de stad en heel de raad. Daar ben ik echt van overtuigd. Wij kijken dan ook erg uit naar de uitvoering van dit akkoord, samen met alle partijen in deze raad, ook als een fractievoorzitter op dit moment zegt: nu even niet. Dan hebben we geduld, maar we gaan het samen doen. De VOORZITTER: Er is behoefte aan het stellen van vragen. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Ik heb twee vragen, maar ik zal ze snel stellen. U zei dat de formateur met alle partijen contact zou hebben opgenomen. Ik vraag me af waar u dat vandaan haalt. Mijn collega en ik hebben precies 30 minuten bij Pieter Guldemond langs mogen komen. Dat was het; verder hebben we niks meer gehoord. Dan een belangrijke vraag over kinderarmoede.
Ik ben blij dat u ziet dat dat een groeiend probleem is, ook in onze stad. Maar in het coalitieakkoord zie ik alleen staan: we willen inderdaad niet dat kinderen met honger in de klas zitten. Dat wil natuurlijk niemand, maar de afgelopen jaren heeft uw partij bezuinigd op informatie over inkomensondersteuning en het geld voor inkomensondersteuning voor mensen met lagere inkomens; dat is verlaagd en wegbezuinigd. Gaat u dat nu allemaal terugdraaien? Wat gaat u doen? Als u dat wil, waarom schrijft u dat dan niet in dat akkoord op? De heer MARUF (D66): Daar kan ik echt heel concreet op antwoorden, want wij hebben deze vraag laten uitzoeken, niet alleen vanuit D66, want GroenLinks en de andere partijen die aan de onderhandelingstafel zaten, deelden dezelfde opvatting. Het is evident dat armoede onder kinderen een probleem is, vooral als ze met honger in de klas zitten. Toen we dat gingen uitzoeken, bleek het echter € 1,2 miljoen per jaar te kosten om kinderen in de klas te voorzien van een ontbijt of een lunch. Daarvan hebben wij gezegd: het is op dit moment niet realistisch om dat in het coalitieakkoord te zetten, maar we gaan het nieuwe college wel de opdracht meegeven om te zoeken naar andere mogelijkheden. Ik noem maar partnerschappen en donaties. Het maakt mij niet uit, maar ik wil ook heel graag dat hier iets aan gedaan wordt.
Maar met zo'n groot bedrag moet je dit in gezamenlijkheid met de raad oppakken. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Het oplossen van een van de belangrijkste punten die meneer Maruf van D66 vanavond wil aanhalen - u kent dit uit eigen ervaring; u heeft als kind met honger in de klas gezeten - is u dus geen € 1,2 miljoen waard. Concludeer ik dat dan goed? De heer MARUF (D66): Het is lastig om daar nu ja of nee op te zeggen. Ik heb die pijn gevoeld en met mij heel veel andere Delftse kinderen. Daarom voel ik gewoon echt vanuit mijn tenen de opdracht aan het college maar ook aan de hele raad om de komende vier jaar onze stinkende best te doen om schoollunches of ontbijt op school te kunnen verzorgen voor de kinderen die dat het meest nodig hebben. Maar om eerlijk te zijn: ik heb tijdens het onderhandelingsproces ook geen zicht gekregen op de aantallen kinderen en wie nou de kinderen zijn die dit het meest nodig hebben. Ik kan de basisscholen wel aanwijzen, maar 26
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
het verdeelsysteem moet dan ook nog gemaakt worden. € 1,2 miljoen is een ruwe schatting. Als binnen nu en een paar maanden blijkt dat we dit wel voor elkaar kunnen krijgen of dat we een kleine groep kunnen helpen, dan zijn wij de eersten die daarvoor willen stemmen. Want dit heeft niet alleen invloed op de kansen via de concentratie van een kind in de klas, maar ook op het opgroeien: gaat het kind gezond opgroeien of niet? Dat heeft allemaal ook met voedingsstoffen te maken. Het is dus gewoon heel belangrijk dat we daar … Nou goed, ik kan er niet voldoende over zeggen omdat ik dit zo … De VOORZITTER: Ik ga nu even verder. Als het over hetzelfde punt gaat: u heeft uw punt natuurlijk helder gemaakt. De heer VAN RIJN (VVD): Ik wil de ChristenUnie en D66 mijn verontschuldigingen aanbieden voor de beknopte reactie van zojuist, maar die stelt mij wel in staat om een korte vraag te stellen; daar ben ik dan wel verheugd over. Ik kende D66 als een financieel degelijke partij, die structurele uitgaven wilde dekken met structurele inkomsten. Wat vindt u ervan dat de wensen van de coalitie, de € 2,3 miljoen, op incidentele wijze worden gedekt vanuit de algemene reserve? De heer TREFFERS (Volt): Eerst een korte opmerking: ik denk dat we straks met het amendement gaan praten over een manier om € 1,6 miljoen vrij te maken. Dat is dus eventueel een goede afweging.
Voor de rest hebben we twee vragen over de financiën. U zegt ook zelf: we gaan voor sommige kosten ook naar het Rijk kijken,, bijvoorbeeld in het sociaal domein. Er wordt aangegeven: als het Rijk de gemeente niet genoeg tegemoetkomt, moeten we misschien toch aan kostenbesparing doen. Dat lijkt ons best wel heftig, ook kijkend naar bijvoorbeeld de wachttijden in de jeugdzorg. Mijn vraag is hoe D66 ervoor wil zorgen dat we echt niet in die positie komen, zeker ook omdat jullie ook landelijk meeregeren. Is het gesprek daarover gaande? Bij de financiën zien we ook een verdeling van de kosten van de acties uit het plan in 2023. Onder het kopje "Financiën" zien we € 200.000 gereserveerd waar verder geen acties bij staan. Ik ben gewoon heel benieuwd waar dat naartoe gaat. De heer MARUF (D66): Om uw vraag concreet te beantwoorden: in de inleiding hebben we beschreven dat het gaat om een akkoord op hoofdlijnen. Dat is het geworden. En nu wordt er vanuit de raad aan mij gevraagd: hoe gaan jullie dit concreet invullen? Dat is de uitgestoken hand die ik een aantal keren heb genoemd in mijn betoog en die ik vanavond ook blijf herhalen: die uitvoering is de komende vier jaar voor hier, tussen oppositie en coalitie. We hebben geen dingen vastgetimmerd, om te voorkomen dat hier een discussie zou ontstaan in de zin van: jullie laten geen ruimte meer over voor ons als oppositie.
Zo'n soort discussie is vanavond toch ontstaan. Als u mij vraagt waarom een aantal zaken niet verder zijn geconcretiseerd, is het antwoord dus dat we dat expres hebben gedaan, zodat we daar met oppositie en coalitie in de raad over kunnen praten. De VOORZITTER: Volgens mij lag er nog een vraag van de heer Van Rijn over het dekken van structurele uitgaven met incidentele middelen. Kunt u daar nog op ingaan? De heer MARUF (D66): De financiële degelijkheid waarvan u D66 kent en waaraan de VVD en D66 de afgelopen jaren samen hard hebben getrokken, blijft onveranderd. Uw vraag gaat over incidenteel investeren in onze stad om bepaalde organisaties in leven te houden en om mensen te ondersteunen. U zei zelf in uw betoog dat mensen op dit moment heel moeilijk rond kunnen komen aan het eind van de maand. Als wij als gemeente op dit moment investeringen kunnen doen die van wezenlijk belang zijn voor onze stad en die het verschil kunnen maken voor individuen, dan gaan wij dat doen. 27
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
De heer VAN RIJN (VVD): Ik zie wel degelijk een verandering. Misschien moet u eens met de vorige fractievoorzitter van D66 praten. De VOORZITTER: Dat is meer een statement. O, meneer Maruf wil toch reageren. De heer MARUF (D66): Als fractievoorzitter ben ik trots op dit nieuwe akkoord. Ik kijk uit naar het vijfpuntenplan om te zien waar het ons akkoord op aanvult. De komende vier jaar gaan we hiermee de stad besturen. De heer TREFFERS (Volt): Ik had nog een vraag gesteld over het gesprek met het Rijk en met het landelijke D66. De heer MARUF (D66): Het is ook een heel duidelijke opdracht aan alle wethouders op hun eigen domein om buiten onze stadsgrenzen te kijken en het Rijk aan te spreken in de zin van: sorry, het water … Nou ja, we zijn eigenlijk al verdronken. Er moet financiële compensatie in onze richting komen. Daarvoor heb je, als we het over die vijf wethouders hebben, iedere wethouder nodig om op het eigen terrein - bijvoorbeeld openbare ruimte, wonen of jeugdzorg - het Rijk aan te schieten en te zeggen: jongens, we overleven het niet. U noemde terecht 2025: wat gaan we doen? De heer Stoop heeft weleens gezegd: dan zeggen we gewoon dat we stoppen. Wat doen we dan met die kinderen? Dat weten wij ook niet. We moeten dus maar kijken wat het Rijk gaat brengen, maar ik weet zeker dat de wethouders met de opdracht in de hand naar het Rijk kunnen.
Hopelijk komt het Rijk met geld over de brug. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Voorzitter. Het scheelt niet heel veel of een meerderheid van de mensen in Delft gaat niet meer stemmen. Het vertrouwen in de politiek is historisch laag. Dat merk je natuurlijk ook als je met mensen praat. "Ik heb niks met politiek", zeggen ze dan, "Ze zijn allemaal hetzelfde" of, gisteren nog gehoord, "O, politieke partijen … Gadver." Ja, daar kunnen we het mee doen. Zo komt het dat we vandaag in Delft een coalitie van partijen voorgesteld krijgen die niet een meerderheid van de Delftse inwoners vertegenwoordigt. Dat komt natuurlijk niet alleen bij ons in Delft voor. Dat komt ook in heel veel andere Nederlandse steden voor, maar dat is geen reden om met z'n allen weg te kijken. Gelukkig zijn we het daar volgens mij allemaal over eens in deze gemeenteraad. Er ligt een verantwoordelijkheid bij alle partijen om de lokale politiek dichter bij de stad te brengen, dichter bij de Delftenaar; zo herhaalt het coalitieakkoord de informateur. De verantwoordelijkheid om lokale politiek bij de stad te brengen, ligt dus bij alle partijen. Als er na één gespreksronde gewoon weer doorgegaan wordt op de oude voet, met de oude partijen aan de macht, is het dus aan alle partijen om de stad dichter bij de politiek te brengen. Wij bij de SP doen dat; wij doen dat dagelijks.
Ik ben benieuwd hoeveel raadsleden van coalitiepartijen deze week al deur aan deur zijn geweest in een buitenwijk van Delft. Ik wel. Bert ook, zie ik; heel goed. De VOORZITTER: Ik zie geen interrupties, maar wel vingertjes omhoog. Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Mijn vraag aan de winnaar van de verkiezingen, STIP, is: zou het voor het vertrouwen in de politiek helpen dat, ongeacht de verkiezingsuitslag, in Delft altijd weer precies dezelfde partijen de dienst uitmaken? Ja, met een wissel van één partij in de acht jaar. Daar heeft meneer Stoop al het een en ander over gezegd. Dat helpt niet. De mensen in de buitenste wijken van de stad, waar de mensen - als ze al gingen stemmen veel vaker op de stadspartijen of de SP hebben gestemd - zijn weer nauwelijks vertegenwoordigd in het college. Mevrouw De Boer stelde daar eerder vanavond een vraag 28
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
over, maar als je de verkiezingsuitslag per stembureau en per wijk erbij haalt, kunt u die verschillen heel duidelijk zien. "Ja, we doen het heel graag samen met alle partijen"; dat gaan alle coalitiepartijen en de nieuwe wethouders zeggen en dat heeft u vanavond hier en daar ook al gezegd. Als ik heel eerlijk ben, zie ik dit trucje na verkiezingen inmiddels voor de vijfde keer in deze zaal. Het wordt door elk nieuw college altijd gezegd, maar het wordt nooit gedaan. Het zal mij benieuwen hoe het deze keer gaat. U kunt dat vanavond laten zien door het vijfpuntenplan van de oppositiepartijen over te nemen, want geen woorden maar daden; dat is wat we nu nodig hebben in Delft. Dat geldt zeker voor ons hoofdpunt, het hoofdpunt van de SP. Wij hebben onze kiezers beloofd om daarvoor te strijden. Het is voor heel veel Delftenaren onbetaalbaar geworden om in onze mooie stad te wonen. Jonge mensen vertrekken uit Delft. Een gemiddelde koopwoning kun je met een normaal salaris echt niet meer betalen. Als je weinig te besteden hebt of alleenstaande ouder bent, is er al helemaal niets meer te krijgen. Mensen die al heel hun leven hier wonen, zien hun huurhuis gesloopt worden voor wat duurders. Studenten betalen woekerprijzen in hotels in de binnenstad. Dat kan zo niet langer. De Delftse wooncrisis is een feit.
U bent de SP-betogen hierover vast allemaal helemaal zat, maar feit is ook dat het college hier de afgelopen jaren niet zoveel aan gedaan heeft. Sterker nog: het aantal betaalbare woningen moest omlaag. Ik dacht altijd dat dat kwam doordat de VVD het college een beetje in de greep had, maar dat blijkt erg mee te vallen. Het coalitieakkoord blijft nu zonder de VVD namelijk erg vaag; iets met "gedifferentieerd", "maatwerk" en "preventie". Trouwens, PvdA en GroenLinks: we zien wel hele concrete aantallen voor de studentenwoningen, maar niet voor huurwoningen voor alle andere mensen. Menen jullie dat nou? Er is in dit akkoord geen enkele belofte om de wooncrisis echt aan te pakken. Het lukt ons als oppositiepartijen wél om in korte tijd echte voorstellen te doen die dit wél aanpakken en u weet dat ik het niet makkelijk heb, want we weten allemaal dat dat wat meer rechtse partijen zijn. Ik ga die voorstellen kort met u doornemen. Ten eerste een flinke uitbreiding van het aantal sociale huurwoningen; minimaal 5.000 in de komende jaren. En we gaan de kwaliteit van de bestaande huurvoorraad verbeteren met isolatiemaatregelen tegen vocht, tocht en schimmel. We willen serieus onderzoeken of er eindelijk een gemeentelijk woonbedrijf of gemeentelijke woningbouwvereniging kan komen voor sociale huur tot € 950.
De gemeente moet zich veel meer bezighouden met welke huizen er worden gebouwd en moet dat niet allemaal aan de markt overlaten. Ten derde een uitbreiding van het aantal woningen voor mensen die starten, voor jonge gezinnen, voor ouderen. We willen dat in elke wijk minimaal 20% huur- en koopwoningen met een middenprijs wordt gebouwd. Deze woningen zijn heel belangrijk, bijvoorbeeld voor mensen die net te veel verdienen voor een sociale huurwoning en die wel in dezelfde wijk willen blijven wonen of voor ouderen die graag kleiner willen wonen maar wel in hun eigen omgeving. Ten vierde geldt dit ook voor onze jongeren, of ze nou werken of studeren. Voor studenten moeten meer gemeenschappelijke studentenhuizen worden gebouwd in plaats van die dure, kille eenpersoonsstudio's en we willen er geen studentenhotels meer bij. Die hotels nemen veel te veel gemeenschappelijke ruimte in onze binnenstad in beslag, zijn te duur en zijn ook onprettig voor studenten. In onze stad hoeft niemand in een hotel te wonen. De gemeente moet dus echt aan de slag om die hotels gewoon de stad weer uit te krijgen.
29
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Wij hebben dus wél cijfers en concrete punten over de woningbouw kunnen formuleren. Tot zover de gezamenlijke aanpak van wonen van de oppositiepartijen. We hebben dus niet zo heel veel stemmen van u allemaal erbij nodig om dit nu echt voor elkaar te krijgen. Dat is het goede nieuws. Wij horen dus heel graag wat de coalitiepartijen vanavond kunnen overnemen. Dan kunnen we dit verbeteren. De VOORZITTER: Er is behoefte aan het stellen van vragen. De heer MARUF (D66): Eerst een korte vraag: zijn die 5.000 woningen sociale huurwoningen, mevrouw Van Rossum? Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Ja. De heer MARUF (D66): Dan wil ik afsluiten met de opmerking dat ik het bijzonder vind dat de VVD achter dat plan voor de bouw van 5.000 extra woningen staat. Knap gedaan, mevrouw Van Rossum! De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): De SP vraagt of de coalitiepartijen het vijfpuntenplan nu al willen overnemen. Dan wil ik nu graag het vijfpuntenplan hebben, want ik heb begrepen dat ik het pas morgen te zien krijg. Hoe gaan we dat dus doen vanavond? Dat is één. De tweede vraag gaat over de vertegenwoordiging van de Delftse bevolking in het college. Wat denkt de SP: vertegenwoordigt het college alleen de inwoners die gestemd hebben op de partijen die nu in het college zitten of is het iets heel anders? Mevrouw DE BOER (STIP): Ik heb het vorige debat over het coalitieakkoord teruggeluisterd.
Toen was de wens van de SP om de ChristenUnie in het college te krijgen, in de coalitie. Nu hoor ik daar heel veel negativiteit over. Wanneer is de SP dan wel tevreden? Mevrouw VAN ROSSUM (SP): Wanneer krijgt u het vijfpuntenplan? Er is net gezegd dat u dat morgen krijgt, maar we kunnen even schorsen. Misschien kunnen we er dan uit komen en kunt u het al eerder krijgen. Van mij mag dat. Ik kijk even rond. Mag het al? Dan moeten we even schorsen. De tweede vraag was of het college straks alleen de mensen vertegenwoordigt die op de coalitiepartijen hebben gestemd of iedereen. Die vertegenwoordiging is gewoon de achterban die op je gestemd heeft. Dat is de vertegenwoordiging. Dat je er vervolgens voor kiest om je heel breed voor iedereen in te zetten, is mooi. Ik zou bijna zeggen: ik mag ook hopen dat dat gaat gebeuren. Maar de vertegenwoordiging is er niet, meneer Van der Woerd. De vraag van mevrouw De Boer snap ik niet helemaal: "U wilde zo graag de ChristenUnie in de coalitie en nu bent u zo negatief." Ik ben helemaal niet negatief over de ChristenUnie in de coalitie. Ik merk alleen op dat dat de enige nieuwe partij in de coalitie is, dat het acht jaar geleden is dat er een andere wisseling heeft plaatsgevonden en dat verder, zoals meneer Stoop zei, al sinds 1998 dezelfde kliek aan de macht is, om het maar even te zeggen zoals het eigenlijk is.
Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. Voordat ik mijn verhaal begin, geef ik complimenten voor het opstellen van een vijfpuntenplan door de oppositiepartijen. Ik kijk er erg naar uit om te bekijken hoe we daar samen een mooi plan van kunnen maken. Dan hebben we straks waarschijnlijk toch een raadsbreed akkoord te pakken. Dat zou helemaal mooi zijn. 30
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
Ik wil terugkomen op de opmerking dat Huri Sahin vanuit GroenLinks zou zijn gevraagd. Dat wil ik corrigeren. Zij is niet vanuit GroenLinks gevraagd. STIP heeft haar gevraagd op grond van haar rol in de Raad van Openbaar Bestuur. Dat is dus waarom we haar hebben gevraagd. We hadden al eens eerder ervaring met haar opgedaan in de vorige raadsperiode, waarin zij in die functie een presentatie heeft gegeven. Dat even terzijde. Ik vind het ontzettend mooi om te zien dat de totstandkoming van dit coalitieakkoord, zoals de heer Maruf al duidelijk aangaf, een kwestie was van heel erg samen zoeken naar wat de problemen zijn en hoe we handen en voeten kunnen geven aan de aanpak daarvan. Ik vind het ook heel mooi om te zien dat er vanuit de partijen die niet aan tafel hebben gezeten, al een zoektocht is geweest naar hoe daarop aanvullingen gemaakt kunnen worden, want dat is waar het akkoord toe uitnodigt. Met dit coalitieakkoord hebben we wat GroenLinks betreft een prachtig akkoord op hoofdlijnen gemaakt, met ruimte voor de komende jaren om daar met alle partijen in de raad en de inwoners van deze stad verder vorm aan te geven. Het zullen pittige jaren worden, omdat de financiële onzekerheid waarin we moeten besturen, groot is. De opgaven liegen er ook niet om. Ik wil verder ingaan op een aantal punten waar wij als GroenLinks erg trots op zijn, allereerst de kansengelijkheid.
We gaan werk maken van het vergroten van de kansen van kinderen in gezinnen met armoede. Daar maken we voor 2023 al extra middelen voor beschikbaar. Hier is GroenLinks erg blij mee: met de minimale middelen die we hebben, proberen we het verschil te maken. We verstevigen de samenwerking met scholen en lokale initiatieven, zoals Buurtfabriek Buitenhof en Canidream. Door met de sociale partners intensiever samen te werken, willen we mensen nog beter bereiken die de gemeentelijke steun hard nodig hebben. Dat is een belangrijk doel. Wonen moet wat GroenLinks betreft toegankelijk zijn voor iedereen. Dat delen meerdere partijen in deze raad. Dit doen we door te sturen op een goede balans in elke wijk en door oog te hebben voor betaalbaarheid, ook op langere termijn, en voor het verkorten van de wachttijden voor woningzoekenden. We hebben middelen voor een seniorenmakelaar vrijgemaakt om te zorgen dat ouderen begeleiding krijgen bij het zoeken van een andere woning. Met een huurteam willen we de huurders in Delft ondersteunen in het contact met hun verhuurder. Daarmee gaan we het maximale doen wat we kunnen om Delft weer voor iedereen bewoonbaar te maken. Ook GroenLinks wil graag een gezonde en veilige stad. Dat doen we door te streven naar een gezonde fysieke leefomgeving in alle wijken, met ruimte voor groen, sport en ontmoeting.
We geven straten die we aanpakken een 30 km-inrichting. We spannen ons in om straatintimidatie, discriminatie en racisme te voorkomen en we gaan aan de slag om de geestelijke gezondheid van jongeren en ouderen te verbeteren en eenzaamheid te bestrijden. GroenLinks is erg blij dat alle partijen de urgentie zien om echt stappen te zetten met betrekking tot klimaatverandering. De warmte-uitvoeringsplannen in de wijken moeten we op tempo houden en we moeten kijken of we extra middelen en mensen kunnen aantrekken om dit te versnellen. Ook moeten we de stad sneller klimaatadaptief inrichten en vergroenen en hebben we veel oog voor biodiversiteit. Bij het verduurzamen van Delft zien we de urgentie en de noodzaak om nu te investeren, zodat we onze kinderen en kleinkinderen in de toekomst recht in de ogen kunnen blijven kijken. GroenLinks ziet dat de Delftse economische kracht zowel in de innovatieve maakindustrie als in het midden- en kleinbedrijf in de wijk zit. In onze compacte stad moeten we de ruimte goed benutten. Daarom moeten we hier de komende periode meer op sturen, zodat er 31
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
betaalbare en bruikbare ruimte is om te werken, zowel in de wijk als in Schieoevers. Daarop zullen we de komende vier jaar blijven inzetten. GroenLinks is blij dat we samen de cultuursector als basisvoorziening op orde willen brengen. Door de bezuinigingen en corona zakt de cultuursector nu door het ijs. Dat willen we voorkomen. Daarom hebben we besloten om voor 2023 hier al budget voor beschikbaar te willen maken. Dit zal in de begroting dit najaar verder worden uitgewerkt. Kortom: GroenLinks ziet dat we met dit akkoord samen verder werken aan Delft. We zetten nog meer in op samenwerken met de bewoners, initiatieven, ondernemers en instituten in de stad. Het is een mooie basis waarmee we de komende vier jaar met de raad en de stad aan de slag kunnen. De VOORZITTER: Er is behoefte aan het stellen van vragen. De heer TREFFERS (Volt): Ik heb vragen over het klimaat. Ik heb al een aantal keren met wethouder Brandligt gesproken over iets teruggeven met de gebouwen die met het WarmtelinQ-project worden gebouwd.
In het coalitieakkoord zie ik: "Fysieke ingrepen in de stad, zoals plannen voor herinrichting, worden aan sociale opgaven gekoppeld om meer te bereiken." Is het nieuwe college ook van plan om deze ambities toe te passen op de nieuw te plaatsen gebouwen ter ondersteuning van WarmtelinQ? We zien heel veel heel mooie plannen voor vergroening en duurzaamheid en soms ook wat over biodiversiteit. Volt denkt dat er grote stappen te zetten zijn, juist in de grote nieuwbouwplannen die de komende jaren ook in Delft worden gerealiseerd. Het concreetste wat we hierover in het coalitieakkoord kunnen vinden, is dat projectontwikkelaars worden uitgedaagd om bij te dragen aan de ambitieuze plannen. Hoe wil GroenLinks ervoor zorgen dat juist onze nieuwbouw echt bijdraagt aan het verduurzamen van onze stad, waarvan het inwonersaantal 20% gaat groeien en die toch klimaatneutraal moet worden? De heer VAN RIJN (VVD): Niet alleen de Delftse oppositie is kritisch over het coalitieakkoord, maar ook de Delftse klimaatcoalitie. Het ontbreekt aan urgentie en met betrekking tot CO2-reductie zijn er geen concrete doelen voor deze raadsperiode. Wat vindt u van deze kritiek en welke concrete stappen gaat de coalitie nu zetten naar een klimaatrechtvaardiger Delft? Graag een reactie. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Dank u wel voor de vragen. De eerste vraag is volgens mij heel specifiek.
We hebben een akkoord op hoofdlijnen. Daarin geven we dingen mee. Laten we zeggen dat het echt een duidelijke opdracht is, ook voor de wethouder, om hier verder handen en voeten aan te geven en laten we daar samen ook kritisch op blijven. In de raad is al afgesproken dat alle gebouwen die nieuw worden gebouwd, aan normen voor klimaatadaptief bouwen moeten voldoen. Dat is dus al een manier waarop we daaraan sturing geven. Ik ga ervan uit dat we daar actief en kritisch op blijven handhaven. Het blijft een akkoord op hoofdlijnen. In de details zullen we met elkaar op moeten trekken om te zorgen dat het ook concreet kan worden. Ik kijk daarbij dus ook uit naar samenwerking. Dan de vraag van de VVD over de kritiek van de klimaatcoalitie. Ik heb het artikel gelezen. Laat ik zeggen dat we natuurlijk veel meer zouden willen, maar we zien natuurlijk ook wat de financiële positie van onze stad is. De urgentie zien we zeker. Daar hebben we ook een goed contact met de klimaatcoalitie over. Ik denk dat het gesprek daarover dus verder doorgevoerd moet worden. Verder zijn alle uitdagingen op het terrein van klimaat zaken die wij niet alleen als gemeenteraad en als gemeente kunnen oplossen. Dat moeten we echt samen met elkaar doen, met alle partijen in de stad. Ik denk dat voor de wethouders die 32
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
deze portefeuilles beheren, de uitdaging ook is om flink de stad in te gaan en samen te kijken naar de goede oplossing om onze stad in de toekomst klimaatadaptief te houden. De heer VISSER (CDA): Voorzitter. Met dit debat over het coalitieakkoord komt er een einde aan de verkiezingsperiode. Er is ondanks corona behoorlijk campagne gevoerd, er is gedebatteerd totdat de lijsttrekkers en de kandidaten er min of meer bij neervielen, er is een nieuwe raad geïnstalleerd en nu is er een coalitieakkoord. Het coalitieakkoord is min of meer begonnen met het verslag van de informateur op 6 april. De bijeenkomst zelf had meer het karakter van een persconferentie, vond mijn fractie; een persconferentie die maximaal 45 minuten mocht duren, want - ik citeer de informateur maar even - "er was een volgende door de griffie georganiseerde bijeenkomst". Met die woorden zette de informateur in onze optiek de griffie niet per se in het zonnetje. Dat is wat ons betreft onterecht. Onze griffie doet geweldig werk en is buitengewoon dienstbaar aan alle raads- en commissieleden. Laat ik dat hier gezegd hebben; dank u wel! Terug naar de persconferentie. Die duurde inderdaad ongeveer 45 minuten, waarna de informateur wegsnelde om de pers te woord te staan. Ik zeg het maar eerlijk: deze bijeenkomst heeft het CDA als licht surrealistisch ervaren.
In enkele minuten werden zes politieke partijen, ieder met een eigen diverse achterban, aan de kant gezet. De motivatie was beperkt tot een zin of enkele zinnen per partij. Mijn partij, het CDA, werd voor het gemak in één enkele zin meegenomen met de SP en Onafhankelijk Delft en we kregen te horen dat we niet in aanmerking kwamen voor de volgende ronde, omdat de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie vaker genoemd waren. De informateur zal deze woorden zorgvuldig hebben gekozen en opgeschreven, maar dit betekent dat voor minstens drie oppositiepartijen enkel of vooral het aantal keren dat partijen werden genoemd door andere partijen, bepalend is geweest voor de keuze. Maar het feit dat je vaak genoemd wordt, wil volgens mij niet per se zeggen dat je inhoudelijk dicht bij elkaar ligt of juist het beste alternatief voor de stad bent. De opdracht was volgens mij om dat te toetsen. Met terugwerkende kracht zeg ik dat het toen misschien al duidelijk was dat het de nieuwe coalitie aan lef ontbreekt. Waar bijvoorbeeld in Rotterdam de tegenpolen Leefbaar Rotterdam en DENK elkaar juist hebben opgezocht, kozen de grote drie partijen in deze gemeenteraad voor veilig en vertrouwd. Het CDA stelt zich op het standpunt dat het onverstandig is geweest om zo weinig zorgvuldig met mensen om te gaan, want - ik quote een aantal collega's - politiek is inderdaad mensenwerk.
Dan is het verstandig als slecht nieuws mensen niet overvalt. Ik wil graag iets zeggen over de rol van het stadsbestuur. In de conclusie van de informateur is te lezen: "Tegelijkertijd ligt er bij deze partijen" - daarmee doelt hij op de coalitiepartijen "de opdracht om duidelijk te maken hoe zij als nieuw stadsbestuur de samenwerking willen verbeteren." Dat is wat mij betreft een wat ongelukkige formulering. De formateur, mevrouw Sahin, maakte volgens mij dezelfde denkfout toen zij in het Algemeen Dagblad liet optekenen dat ze nog niet wist of ze de brieven aan het stadsbestuur die burgers haar konden schrijven, met de toekomstige oppositie zou willen delen. Partijen, informateur en ook de formateur wekken daarmee de indruk dat het stadsbestuur uitsluitend uit de coalitie of het college van B en W zou bestaan, maar niets is minder waar. Ik ben blij dat wethouder Brandligt - ik denk dat ik moet zeggen: oud-wethouder Brandligt - dat hier op de valreep nog bevestigde. Het stadsbestuur bestaat uit de gemeenteraad, de burgemeester - als entiteit burgemeester - en het college van B en W. Wat mijn fractie betreft geldt dat ook echt in die volgorde. Mijn fractiegenoot Valk heeft in de vorige zittingsperiode niet voor niets de motie Primaat bij de raad ingediend. De gemeenteraad is het hoogste orgaan van het stadsbestuur.
Dat geldt voor ons allemaal, alle 39 leden, van mevrouw Dijk op stoel nummer 1 tot en met de heer Herrema op stoel 39 en iedereen die daartussenin zit. Het CDA vindt 33
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2022
het daarom onwenselijk dat er rondom de formatie weinig tot geen overleg is geweest met de beoogde oppositiepartijen. De heer Van Rijn heeft daar al aan gerefereerd. De oppositiepartijen zijn niet betrokken geweest bij de keuze van de formateur, maar er is ook niet gesproken over de wijze waarop de achterbannen van de oppositiepartijen tijdens dat proces zouden kunnen worden geraadpleegd en hoe de eventuele oppositiepartijen tussentijds geïnformeerd zouden kunnen worden. Dat is ook de reden waarom het CDA samen met andere oppositiepartijen een brief heeft gestuurd waarin wij om alle informatie hebben gevraagd, vooral omdat het essentieel is dat het hele stadsbestuur op hetzelfde moment dezelfde informatie heeft. Het is al een aantal keren aan de orde geweest: verschillende partijen hebben aangegeven te willen samenwerken in de gemeenteraad. Juist op een punt waarvan alle partijen te kennen hebben gegeven dat het aandacht behoeft - de opkomst bij de verkiezingen en in bredere zin de lokale democratie - werden de niet-onderhandelende partijen kort voor de afronding van de coalitieonderhandelingen gebeld om hierover mee te praten, zodat dat een plek kon krijgen in het coalitieakkoord. Juist dit onderwerp gaat de hele raad aan.
Het CDA heeft er bij de informateur voor gepleit - daar zal ik ook maar open over zijn - om dit specifieke punt in een raadsakkoord te gieten, juist omdat het zo wezenlijk is. Maar jammer genoeg is van dat aanbod geen gebruik gemaakt. Al met al kunnen we stellen dat er tijdens het formatieproces nauwelijks politiek-inhoudelijk contact is geweest tussen formerende en niet-formerende partijen. Ook de formateur heeft in onze beleving weinig tot geen contact gezocht met de beoogde oppositiepartijen. Hoewel transparantie gewenst was, heeft dit hele proces voor de oppositie twee keer 45 minuten geduurd: 45 minuten bij de informateur en 45 minuten bij de persconferentie. Een aantal collega's zal zich misschien afvragen: hoe moet het dan wel? Juist omdat er geen formeel draaiboek bestaat voor formaties, is het extra belangrijk om het proces van de formatie en informatie zo in te richten dat alle partijen zo veel mogelijk het gevoel hebben dat het proces bestendig en evenwichtig ingericht is. Het CDA heeft hier samen met een aantal andere partijen ideeën over. Ik neem aan dat mevrouw Gremmen hierover nog het nodige zal zeggen in haar termijn, maar laat ik enkele voorbeelden noemen. Het begint met het maken van goede afspraken tussen partijen over hoe het proces in de richting van en na de verkiezingen moet worden ingericht.