Gespreksnotitie Sociale Basis april 2021
Tekst van het document
De sociale basis in Delft Gespreksnotitie van Adviesraad Sociaal Domein Delft April 2021 1. Achtergrond en aanleiding Deze notitie gaat over de ‘sociale basis’, dat wil zeggen het geheel van voorzieningen en activiteiten die zorgen voor verbinding tussen mensen, in Delft. Diverse ontwikkelingen maken aandacht voor de sociale basis urgent. Belangrijke vragen die op de gemeente en de wijken afkomen zijn: wat is nodig om het samen-leven met een diversiteit aan inwoners te bevorderen? Hoe zorgen we dat ook kwetsbare mensen erbij horen en mee kunnen doen? Sinds de decentralisaties in het sociaal domein is het beleid van gemeenten gericht op transformatiedoelen als: ondersteuning dichter bij de mensen, meer vraaggericht en integraal werken. Daarnaast zien we de ontwikkeling, onder meer onder de druk om de zorgkosten beheersbaar te houden, naar een participatiesamenleving, met de nadruk op zelfregie, zelfredzaamheid en eigen kracht van burgers. Voor veel mensen werkt dit goed, maar tegelijk wordt duidelijk dat een groeiende groep mensen het niet zelf redt. Bijvoorbeeld ouderen, maar ook mensen met weinig opleiding en een lage levensstandaard, laaggeletterden, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een (verstandelijke) beperking en mensen met psychische kwetsbaarheid.
Ook diverse andere ontwikkelingen, zoals de vergrijzing in combinatie met het beleid om ouderen langer thuis te laten wonen en de ambulantisering van de zorg waardoor meer kwetsbare mensen in plaats van in een speciale voorziening in de wijk gaan wonen, betekenen een grote sociale uitdaging. Verontrustend is verder dat, door de groeiende groep die de aansluiting bij de samenleving mist, de kloof tussen overheid en burgers steeds groter wordt. Mensen die zich om welke reden dan ook buiten de samenleving voelen staan, die vaak minder goed bedeeld zijn als het gaat om opleiding, werk, financiën enz., voelen zich achtergesteld en wantrouwen vaak de overheid en instanties. Ze snappen niet meer hoe alles werkt in de systeemwereld, weten niet hoe ze gebruik kunnen maken van voorzieningen en trekken zich terug in een eigen wereldje. Dit wordt versterkt door de bestuurscultuur van de overheid, met de toeslagenaffaire als schrijnend voorbeeld Een goede sociale basis is belangrijk om de opgaven die op gemeenten en wijken afkomen aan te kunnen. Dit wordt nog eens versterkt door de ervaringen tijdens de coronacrisis. Daarvan kunnen we leren dat mensen elkaar nodig hebben en op elkaar zijn aangewezen, en tegelijkertijd dat veel mensen iets voor de ander willen en kunnen betekenen. Ook zijn er aanwijzingen dat de sociale basis aandacht verdient vanuit het oogpunt van preventie.
Verbondenheid en goed samenleven levert besparingen op het gebied van bijvoorbeeld (psychische) gezondheid, schooluitval, verslaving en het bestrijden van overlast en criminaliteit. 2. Wat is de sociale basis? Movisie omschrijft de sociale basis als: het geheel aan informele en formele diensten, voorzieningen en relaties in de leefomgeving van mensen die er aan bijdragen dat mensen tot hun recht komen en kunnen floreren.
1
De sociale basis is uiteraard niet iets nieuws. Decennia geleden waren buurthuizen, welzijnswerk en opbouwwerk op veel plaatsen als vanzelfsprekend aanwezig. Als aanduiding voor het geheel van deze voorzieningen werd wel de term sociale infrastructuur gebruikt. Onder druk van bezuinigingen verschraalden deze voorzieningen meer en meer. Movisie gebruikt de term sociale basis als opvolger van de term sociale infrastructuur. Bij de sociale basis gaat het niet alleen om voorzieningen en diensten, maar nadrukkelijk ook om de aanwezigheid van informele netwerken, burgeractiviteiten en betekenisvolle relaties. Je zou kunnen zeggen dat het gaat om welzijnswerk 2.0. Kenmerkend is de onderlinge samenwerking tussen bewoners, professionals, gemeenten en ondernemers, daaraan gekoppeld ontstaat een nieuwe verhouding tussen overheid, professionals en burgers. In het land zijn inmiddels veel voorbeelden te zien waar gewerkt wordt aan versterking van de sociale basis. Initiatieven in wijken waar verbinding tussen buurtgenoten wordt gelegd en waar ontmoeting, gezamenlijke activiteiten en informele ondersteuning worden georganiseerd. Movisie heeft in de publicaties Wij in de wijk 1 en 2 veertien inspirerende initiatieven beschreven.
Movisie merkt daarover op: “Eén conclusie staat vast: zonder een stevige sociale basis verschraalt het leefklimaat in onze wijken, buurten en dorpen.” De praktijkvoorbeelden die Movisie beschrijft, laten een grote variëteit zien, enkele voorbeelden: • De buurtwerkkamer: een informele wijkvoorziening gedreven door bewoners/vrijwilligers en één betaalde coördinator waar mensen van verschillende afkomst terecht kunnen voor individuele ondersteuning en ontmoeting. • Het wijkplatform dat oorspronkelijk is ontstaan als een nieuwe vorm van beleidsparticipatie van bewoners en zich steeds meer is gaan richten op verbeteren van de sociale samenhang door samen leuke initiatieven te ondernemen voor jong en oud. • Het multifunctioneel wijkcentrum waar talloze activiteiten plaatsvinden, variërend van klaverjassen tot ontmoetingsgroepen voor mensen in een kwetsbare positie. In het wijkcentrum is wekelijks een spreekuur van verschillende zorginstellingen en er zijn korte lijnen met diverse medische- en andere voorzieningen, woningcorporaties, het advies- en informatiepunt voor vragen over zorg en welzijn en de buurtcoördinator van de gemeente. Extra aandacht voor specifieke groepen Voor sommige inwoners zoals mensen met een (lichte) verstandelijke beperking, mensen met een (O)GGZ-achtergrond en mensen met dementie is extra aandacht nodig.
Deze bewoners stappen in het algemeen niet zomaar de drempel over van een algemene buurtvoorziening. Voor hen is het vaak moeilijker om aansluiting bij anderen te vinden, ze voelen zich niet op hun gemak of niet begrepen bij andere mensen. Voor hen kan een specifieke voorziening beter zijn, met wat ondersteuning kunnen sommigen alsnog de stap naar een algemene voorziening maken. Ook hiervan zijn diverse voorbeelden te vinden in het land, vaak gaat het dan om samenwerking tussen GGZ-instellingen en algemene sociale voorzieningen. In Delft is de Herstelacademie zo’n voorziening. 3. Wat kunnen we leren van voorbeelden in het land? Movisie stelt: ‘De aanwezigheid van gevarieerde én toegankelijke voorzieningen in de directe omgeving zijn bepalend voor het onderling contact tussen mensen, hun onderlinge zorg, hun kwaliteit van leven, hun kansen om vooruit te komen en de veerkracht van hun wijk.’ 2
Succesvolle initiatieven leveren sociaal kapitaal op. Niet alleen in de betekenis van verbinding tussen wijkbewoners die in zekere zin tot dezelfde groep behoren, maar ook tussen mensen met verschillende sociaaleconomische positie, verschillende culturele of etnische achtergrond, leefstijl, religie enz. En, ook heel belangrijk: er ontstaat verbinding tussen bewoners, gemeente en instanties. Tijdens de coronacrisis blijken volgens Movisie de oren en ogen, de ‘antennes’ van de sociale basis onmisbaar om te signaleren welke bewoners hulp nodig hebben. Daarbij is van groot belang dat de mensen die laaggeletterd en/of niet digitaal vaardig zijn niet vergeten worden. In de bundeling van initiatieven zoals door Movisie beschreven komt een aantal lessen naar boven drijven die bepalend zijn voor succes. De belangrijkste zijn: a) De noodzaak van ontmoetingsplekken: accommodaties, plekken waar wijkbewoners elkaar ontmoeten, zijn onmisbaar voor het leggen van verbindingen. Door de coronacrisis is duidelijk geworden dat ook uitnodigende ontmoetingsplekken buiten belangrijk zijn. b) Het belang van de aanwezigheid van een sociaal professional als verbinder, aanjager en kwartiermaker.
Het gaat in feite om samenlevingsopbouw, waarbij de functie opbouwwerker in de initiatieven vaak een andere benaming krijgt, bijvoorbeeld sociale makelaar, buurtmaker, buurtcoach, wijkregisseur, wijkondersteuner. c) Het belang van een goede rolverdeling en samenwerking tussen wijkbewoner, gemeente en professionals. In de door Movisie beschreven voorbeelden zijn veel bewoners en vrijwilligers actief. Dat vraagt om een nieuwe verhouding van bewoners – overheid - professionals. Vaak staat die verhouding onder spanning. Gedeeld eigenaarschap is van groot belang om energie te genereren bij alle betrokkenen. Dat kan bijvoorbeeld inhouden dat bewoners zeggenschap hebben over wat er gebeurt, dat de gemeente op enigerlei wijze zichtbaar en aanwezig is, het initiatief ondersteunt en waar nodig faciliteert, en dat de professional aansluit bij de wensen van de bewoners en waar nodig een brug slaat tussen bewoners en gemeente. 4. Hoe ziet de sociale basis in Delft eruit? Vanuit onze contacten met inwoners in Delft hebben wij het beeld dat veel mensen zich betrokken voelen bij hun woonomgeving en de mensen in hun buurt. Een deel daarvan zet zich actief in voor de wijk of zou dat wel willen. Wel horen we daarnaast regelmatig van buurtinitiatieven die moeite hebben om zaken waarvoor zij de gemeente nodig hebben geregeld te krijgen.
In onze verkenning van de toegankelijkheid van ondersteuning en zorg in Delft in 2019 (zie: Tussenbalans II: toegankelijkheid van ondersteuning en zorg sociaal domein Delft), hebben we geconstateerd dat het voor veel mensen moeilijk is om de weg te vinden. De toegang naar gemeentelijke voorzieningen is moeilijk te vinden en kent de nodige drempels. De afstand tussen gemeente en burgers lijkt dus groot. De gemeente Delft omschrijft haar ambities In de Kadernota Basis (2017) als volgt: Gezondere en leefbare en sociale wijken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en zich ontplooien, waar bewoners betrokken zijn bij woon- en leefomgeving ……… We zetten in op gemengde wijken en buurten, op mogelijkheden voor ontmoeten binnen en buiten, op uitnodigende plekken waar meerdere functies zoals horeca, cultuur, voorzieningen werken en wonen samen komen. De accommodaties en gebouwen kennen zoveel mogelijk een multifunctioneel gebruik, waardoor ook mogelijkheden voor ‘natuurlijk ontmoeten’ ontstaat wat ook het sociale klimaat in de buurt/wijk ten goede komt. 3
In de praktijk ziet de basis er momenteel als volgt uit. Wijkcentra Delft kent 7 wijkcentra en 2 jongerencentra. Het gaat om Het Buitenhuis, De Wending, De Hofstee, De Parel, De Vleugel, Delft Noord Brasserskade, De Wippolder en de jongerencentra The Culture en The Border. Daarnaast zijn er twee buurthuizen (Voorhof en Onder de Schie) die beheerd worden door buurtorganisaties. Beheer en exploitatie van de wijkcentra en jongerencentra ligt Sportfondsen Welzijn. Sportfondsen Welzijn heeft hiervoor drie betaalde coördinatoren en voert het beheer met vrijwilligers uit. De coördinatoren zijn elk verantwoordelijk voor meerdere wijkcentra. Er is geen programmering. Via een digitaal zoek & boek systeem kan iemand een ruimte reserveren. De huurder is zelf verantwoordelijk voor het inzamelen van geld voor koffie, thee enz. en de afrekening daarvan. Ook de communicatie en werving doen zij zelf. In de praktijk is er nauwelijks communicatie. Als iemand bijvoorbeeld een cursus geeft en de groep is vol, heeft de initiatiefnemer er geen belang bij om daar ruchtbaarheid aan te geven. Er hangen soms aankondigingen van bepaalde activiteiten bij de ingang, maar een overzicht is er in de meeste gevallen niet. Ook in de Delftse Kaart van Delft voor Elkaar zijn de meeste activiteiten die in de wijkcentra georganiseerd worden niet te vinden.
Delft voor Elkaar Delft voor Elkaar is de organisatie voor basis(welzijns)voorzieningen in Delft. Hieronder valt onder meer coaching, advies en ondersteuning bij wijkinitiatieven. In de nota van de gemeente Kleine antwoorden op grote opgaven. Kader voor samenwerking met Delft voor Elkaar 2020-2022 staat over het prestatieveld Sterke wijken te lezen: De wijken zijn voor Delft voor Elkaar de basis om zich te organiseren. Delft voor Elkaar positioneert zich als spil in de buurt. Het is zowel vindplaats van sociaal kapitaal en initiatief, maar ook voor het vroegtijdig herkennen van signalen, hulpvragen en stil leed. Het is de plek waar inwoners dichtbij worden ondersteund, gefaciliteerd en geactiveerd om goed voor zichzelf en anderen te zorgen…. Duurzaam aanwezig zijn, zichtbaar en benaderbaar zijn, een vast gezicht: het zijn voorwaarden om inwoners en de gemeenschapsvorming, positief gedrag, leefbaarheid en weerbaarheid in buurten te versterken en om sociale uitsluiting tegen te gaan. Bij de opgave ‘het verhogen van de sociale cohesie’ is te lezen: Delft voor Elkaar heeft het overzicht van de formele en informele netwerken en initiatieven in de buurt. Vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven krijgen vraaggerichte ondersteuning bij het versterken van hun organisatorisch vermogen. Onze indruk is dat de genoemde ambities nog niet echt uit de verf komen.
Delft voor Elkaar is gestart met wijkcontactpunten in enkele wijken waar inwoners met sociale en praktische vragen op het gebied van wonen, zorg, welzijn, financiën en sport terecht kunnen. Het aantal wijkcontactpunten en de spreiding is niet optimaal, een aantal wijkcontactpunten is inmiddels weer opgeheven.
4
In onze rapportage Tussenbalans II: toegankelijkheid van ondersteuning en zorg sociaal domein Delft hebben we geconstateerd dat informatie over locatie en openingstijden vaak niet bekend is bij inwoners. Begin 2020 heeft Delft voor Elkaar aangekondigd in gebiedsteams te gaan werken. Het is niet duidelijk in hoeverre dit gerealiseerd is. Ons beeld is dat Delft voor Elkaar vooralsnog niet zichtbaar is in de wijken. Delft voor Elkaar heeft de Delftse Kaart ontwikkeld, waarmee bewoners voorzieningen en activiteiten kunnen zoeken. Onze indruk is dat deze niet optimaal werkt en dat veel van de informatie die er te vinden is, verouderd is. Vangnet in de wijk In enkele (kleine) buurten waar veel kwetsbare bewoners zijn en de leefbaarheid in het geding is, o.m. de Reinier de Graafbuurt en de Bikobuurt in Tanthof, wordt het project Vangnet in de wijk uitgevoerd. Kern van het project is dat bewoners en voor de wijk belangrijke voorzieningen, zoals woningcorporatie, wijkagent, gemeente en diverse zorgorganisaties met elkaar plannen maken om de leefbaarheid in de wijk te vergroten. Zowel in de Reinier de Graafbuurt en de Bikobuurt leidt dit tot het inrichten van een ruimte in de buurt waar bewoners en professionals elkaar kunnen ontmoeten. De korte lijnen maken dat signalen snel opgepakt kunnen worden. 5.
Eerste bevindingen, vragen en aandachtspunten • Het staat volgens ons buiten kijf dat een sterke sociale basis in Delft van groot belang is, in het licht van de demografische en sociale ontwikkelingen en de uitdagingen die hiermee gepaard gaan op het gebied van samen wonen en samen leven. • Inwoners hebben een belangrijke rol bij het versterken van de sociale basis. In de Delftse samenleving is naar onze inschatting een potentieel aanwezig aan maatschappelijk betrokken inwoners die zich willen inzetten voor mede-bewoners en buurt of wijk. De uitdaging is om dat potentieel aan te boren en te organiseren. • De huidige situatie wordt gekenmerkt door een aantal belemmeringen die het moeilijk maken om ontmoeting en verbinding te versterken: o De wijkcentra functioneren niet of nauwelijks als ontmoetingsplek in de wijk waar bewoners binnen kunnen lopen om een kopje koffie te drinken, vragen te stellen of een praatje te maken. Op tijden dat er geen activiteit is, is het wijkcentrum gesloten. o Het ontbreekt aan een aanjaagfunctie in de wijken. De rol van Delft voor Elkaar als ‘spil in de buurt’ is (nog) niet goed zichtbaar. Een belemmering hierbij is dat Delft voor Elkaar en de wijkcentra in feite los staan van elkaar. o Vangnet in de wijk lijkt een goede oplossing om de verbindingen in wijken te verbeteren, maar vindt alleen plaats op kleine schaal en op een beperkt aantal plekken.
• Bij het versterken van de sociale basis in Delft hebben diverse partijen een rol: inwoners en hun organisaties, gemeente, Delft voor Elkaar, wijkcentra/Sportfondsen Welzijn, ondernemers, wijkvoorzieningen enz. enz.. Het is belangrijk om na te denken over de verantwoordelijkheden en rollen van de verschillende partijen. Op gemeentelijk niveau kan de ontwikkeling ingezet en gefaciliteerd worden, de invulling kan het beste op wijkniveau plaatsvinden.
5