CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

BUITENWATERSLOOT het verhaal

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Metropolitane Fietsroute Delft – Naaldwijk (Westland)4.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

BUITENWATERSLOOT BUITENGEWOON BEDRIJVIG Als je goed oplet en kijkt naar al die verschillende panden op de Buitenwatersloot, dan kan je je misschien voorstellen dat het vroeger op de Buitenwatersloot een drukte van belang is geweest. Nergens anders in Delft zaten zo veel verschillende soorten winkels en bedrijven. Natuurlijk speelde in het verleden de sloot een belangrijke rol. Kijk rustig nog eens rond en kijk dan eens met andere ogen naar al de panden, kijk eens naar de gevels en de soms brede ramen. Ja daar zat een bakker en daar zat een groenteboer en daar een zakkenhandel en een aardappelgroothandel enzovoort. Ik weet zeker dat ik niet compleet geweest ben met al deze gegevens in dit stuk maar ik hoop wel dat ik van oud-bewoners nog meer informatie krijg die ik er later aan kan toevoegen. Ik bedank in ieder geval Richard Wernekinck die al heel veel informatie in 1988 bij elkaar heeft gezocht en natuurlijk de in 1997overleden Rein van Rutten. Harry van Adrichem, Delft, 1 augustus 2004.

DE KAART FIGURATIEF VAN DELFT. Op de punt van het bastion is op de kaart een ijzeren korf afgebeeld. Wellicht was die bedoeld om er een houtvuur in te branden waarmee ’s-nachts de omgeving verlicht kon worden om te kunnen zien of een vijand de poort naderde. Rechtsonder is de hoek van de Buitenwatersloot met de Coenderstraat te zien . Al in de 15e eeuw kwam op de Buitenwatersloot de Coenraetstege uit. Deze steeg vormde sinds de aanleg van het baston de oostelijke begrenzing van de bebouwing langs de zuidzijde van de Buitenwatersloot. De voormalige steeg werd in de 19e eeuw verlengd en verbreed tot de Coenderstraat. Ten westen van de steeg was bij de aanleg van het bastion een driehoekig plein ontstaan , rechtsboven op het kaartblad dat in de 17e eeuw met bomen was beplant. Toen in de 17e eeuw het spaanse gevaar was geweken mocht er weer buiten de wallen worden gebouwd .Op de hoek van de Buitenwatersloot lag al in de 17e eeuw de herberg van de familie de Bolk. Tot 1939 was op deze plaats nog steeds een hotel met de naam De Bolk. De Buitenweg leidde in de 17e eeuw om het bastion heen over een nieuwe gemetselde brug over de Buitenwatersloot die de naam de Bolkbrug kreeg. Links daarvan was een hek afgebeeld waarmee doorgaand verkeer over de Buitenweg werd verhinderd of op zijn minst werd gereguleerd (ook toen al) Dit gedeelte van de vroegere Buitenweg werd later de Spoorsingel.

In de stadsgracht buiten het bastion is een steigertje voor schepen getekend . Vlak bij de herberg is het Maassluise Veer aangegeven vanwaar de trekschuiten naar Maassluis vertrokken. Voor de aanleg van het trekpad langs het water was op 11 februari 1644 door de Staten van Holland en West-Friesland toestemming gegeven. Een argument voor de aanleg was dat de visserij van Maassluis met haar vis moeilijk de vismarkt in Delft kon bereiken. Met een trekschuit zou de reistijd met enkele uren kunnen worden teruggebracht. En bovendien reisden de passagiers er veel geriefelijker in dan in een over de slechte wegen hobbelend rijtuig. De Bolkbrug werd in de 18e eeuw genoemd naar de commissaris van het Maassluise veerhuis. Links is buiten de stadsgracht .een opvallend grote tuin getekend met een poortgebouw aan de Buitenweg. en daar achter in de hartlijn van de tuin een sloot of zo men wil een langgerekte vijver die ook op de stadsplattegrond uit 1828 voorkomt.. Later in de kwam daar een landschapstuin met een slingerende vijver. Tegen het einde van de 19e eeuw verdween deze vijver bij de aanleg van de Hugo de Grootstraat.

Buitenwatersloot (brede kant) Ooit bezat Delft een echte spoorhaven aan de Bolk. Via een aftakking van het emplacement van de Parallelweg naar de Coenderstraat werden de goederenwagons afgestopt door een groot stootjuk. Het emplacement werd afgeschermd door een groot ijzeren hek langs de Coenderstraat waarlangs ook de WSM – stoomtram reed. Op de donderdagen tijdens de weekmarkten was het tevens een parkeerplaats voor de vele boerenwagens en tilbury’s van de boeren die hun paarden stalden in de stalhouderij van de heren Vos van hotel de Bolk. Het was ook een vaste losplaats van kolenwagens voor de brandstoffenhandel van Siem Oliemans. Ook de Zoutkeet (naast café de Tobbe) maakte gebruik van deze losplaats. Het zout was destijds verpakt in balen van 50 kilo. Met de handkar werd het zout bij de kruideniers, bakkers en slagers afgeleverd. Omdat de tuinders rondom Delft en in het Westland hun kassen nog met kolen verwarmden, werden er aan de spoorhaven wagons met kolen aangevoerd. Via een stortgoot werden de kolen in schuiten gestort. De vervoerders huurden de schuiten bij de gebroeders Emeys aan het Malle Gat bij het huidige Armentarium. Het leeuwendeel van het kolentransport werd verzorgd door vader en zoon Immers, in de volksmond de Habbeldebabbels genoemd. De Buitenwatersloot was toen een ware winkelstraat.

Naast de vele bakkers, groenten en kruidenierszaken waren er zelfs drie cafe’s Gaat u even mee terug in de tijd:

Op de hoek van de Buitenwatersloot aan de brede zijde was vroeger het hotel “De Bolk”. Het hotel was zeer strategisch gelegen bij het Staatsspoorstation en het station van de Westlandse stroomtrammaatschappij. Nu is er gevestigd de studentensociëteit De Bolk.

Op nr. 5 was gevestigd Aardappel Groothandel Doorduin. Op nr 9 was de broodbakkerij / winkel van Kramer Op nr. 11 was gevestigd barbier C. Spoor. In 1965 kwam hier Zeilmakerij Arie van Dijk. Destijds een specialist op camping- en watersportgebied. Zij maakten van alles wat met recreatie te maken heeft. Tenten, bootskappen, huiken, dekkleden, bekleding en natuurlijk alle reparaties. Ook zeilen en surfzeilen, stoffen, fournituren en touw werden verkocht.. Op nr.13/ 15 was een zoutgrossierderij genaamd “De Zoutkeet”. Nu zit er een ontwerpzaal in met de naam One to Z. Op nr. 17. Plusminus 200 jaar geleden was er op nr. 17 een bierbrouwerij gevestigd van de Trappistenmonniken. Later werd het een café v/h Spoor, daarna kwam als eigenaar schele Willem van het Hooft, het heette toen het café Oudewater. Sinds 1985 zit hier het biljartcafé van Henri Lander genaamd de Tobbe.` Op nr. 21 was de brandstoffenhandel S. Oliemans, die een grote inrijpoort had. Hierachter waren opslagplaatsen voor de brandstoffen van die tijd: kolen en turf. Later kwam er een distilleerderij in en daarna een autoknutselplaats. Nr. 23 zat onder andere een kledingherstelwinkel, een antiekhandel, een boekhandel en sinds 2004 zit hier de heren en dameskapsalon Rima in. Nr. 25 was de bakkerij en winkel De Lange. Op nr. 27 was kaashandel v.d. Berg; later was hier gevestigd de Rubberhandel Schuilink.

Op nr. 32 was café “Het Sluisje” gevestigd. De naam is ontleend aan het noodsluisje wat destijds ter hoogte van dit pand in de Buitenwatersloot was en diende om bij hoge waterstand het Westland te behoeden voor overstroming. Het is nog zichtbaar aan de uitstulpingen van de wallekant en de groeven die zich in het metselwerk bevinden,

waarin destijds de balken konden worden neergelaten. Het café van Koos Scheffer moest men betreden via een betonnen trap omdat er onder een grote bierkelder was. Op nr. 37 was gevestigd de kruidenierswinkel J. van Tongeren. Later kwam hier de Doe-het-zelf-winkel A. v.d. Laan. Deze winkel heeft 14 jaar bestaan, de eigenaren waren destijds Anny en Antoon van der Laan. Zij hebben er naar gestreefd een zo’n compleet mogelijk artikelpakket samen te stellen, waaronder hardhout, sleutels en sloten, kleinmeubelen, elektra, verf enzovoorts. ’s Winters als de ijspret aanwezig was, werden hier uw schaatsen op een nieuwe professionele manier geslepen. In 1998 kwam hier de speelgoedwinkel Poppedijn in. Nr. 39 was een korsettenwinkel van de dames Van der Putten. Op nr. 43 was voor de oorlog een vishandel L. Dingler genaamd. In 1957 werd dit pand gekocht door C. van Oosten & Zn. De huidige eigenaar Wijnand van Oosten kwam als 14-jarige achter de toonbank te staan. De verbouwing in 1988 zorgde ervoor dat men verse vis kon bakken in de winkel. Op nr. 43 was al voor de oorlog gevestigd de zakkenhandel Stolk. Sjaak Stolk oefende dit beroep uit, en zijn zoon Robert begon in 1984 in een paardenstal achter het pakhuis met de productie van printplaten voor elektronica. Op nr. 51/55A was het constructie- en verwarmingsbedrijf Naaktgeboren gevestigd.

Dit bedrijf is later verhuisd naar het uiteinde van de Buitenwatersloot.

De groentewinkel van J. Wiegman was op nr. 57. Op nr. 61 / 63 was de mandenmakerij Nieuwdorp. Later werd de zaak voortgezet onder de naam Nido Houtwaren, welk bedrijf zich had gespecialiseerd in de productie en het bedrukken van houten en plastic massa-artikelen. Van de heer Niedorp is nog te melden dat hij vroeger een fervent nettenvisser was. Nr. 67 was een galanteriewinkel van Jense, daarvoor Klompenwinkel Neleman.

Op de nr. 69 en 71 is gevestigd het bedrijf van Richard Wernekinck, groothandel in spinnewielen, weefgetouwen, wol, breigarens. Een zeer specialistisch bedrijf in natuurlijke materialen ten behoeve van de textiele werkvormen, dat een grote naam heeft op zijn gebied en een groot gedeelte van de klanten in het buitenland heeft. Het leveringsprogramma omvat tal van grondstoffen zoals diverse soorten schapenwol, al of niet gewassen en / of gekaard, tal van dierlijke haarsoorten, plantaardige verfstoffen, plantaardige vezels. Wernekinck is één van de weinige bedrijven die kantklosmaterialen produceert, maar ook de collectie breigarens is zeer omvangrijk en in principe uit natuurlijke grondstoffen geproduceerd. J. van Rijn had op nr. 71 een kaashandel. Nu wordt dit pand gebruikt als wolpakhuis van Richard Wernekinck. Op nr. 73 was vroeger gevestigd wagenmakerij K. van Tricht. En dan nr. 75 hier zat verfhandel Verkade. Na de oorlog is de heer Bakker daar begonnen, die na 40 jaar de zaak heeft overgedaan aan Bierens Verf en Wand uit Den Haag. De winkel heette dan ook Bakker Verf en Wand. Als specialist bij uitstek bouwde de heer Bakker destijds een bedrijf op, dat enig in zijn soort was. Bakker had zich gespecialiseerd in verf, zowel kwaliteitsproducten van grote merken voor de doehet-zelver, als vakmansverven voor de vakman-schilder.

Bovendien had hij toen al kleurmengmachines, zodat hij iedere gewenste kleur kon mengen. De heer Bakker had een opvolger gevonden in Peter Kempen, bedrijfsleider van Bierens. Peter Kempen werkte op dezelfde voet verder en breide de zaak nog verder uit om het werk eenvoudiger te maken. Tegenwoordig is hier een ontwerpbureau gevestigd.

Op nr. 77 was kruidenierswinkel Colleman. Na de oorlog v.d. Berg. De kleermakerij van Loenen was op nr. 79.

Op nr. 83 was een garagebedrijf G. Ruis. Dit bedrijf had benzinepompen die langs de waterkant stonden wat met het verkeer van toen gemakkelijk kon. Nu zou het ondenkbaar zijn. Het valt nu op dat de nummers tussen 83 en 121 ontbreken. Dit komt omdat de huisjes van de Handboogstraat vanaf nr. 19 vroeger behoorden tot een hofje aan de sloot. Andere straten van het Westerkwartier waren er in het begin nog niet. Op nr. 121 / 123 was het kaaspakhuis Overgaag. De heer Overgaag is met deze zaak gestopt en na een verbouwing is er een Vogel- en Zaadhandel in gekomen , nl. “Het Westen”; een begrip in Delft en de wijde omgeving. Deze handel heeft gedurende 15 jaar in de Nieuwe Schoolstraat een winkel gehad in dierenbenodigdheden, vogels en zaden. Aangezien er behoefte was aan meer ruimte, verhuist men medio augustus naar de Buitenwatersloot. Tussen 123 en 125 is een poortje waarboven nog een gevelsteen te zien is met het jaartal 1651. Op nr. 125 is Joost Naaktgeboren in 1917 een smederij begonnen, welke in 1931 naar nr. 51 verhuisde, daarna kwam aardappelhandel Berwers en daarna de IJssalon van C. Krempel. Later werd er gevestigd Storm Trading and Agency: een jong dynamisch bedrijf dat werkzaam was op het gebied van luchtbehandeling en mechanische ventilatie in utiliteit en industrie. Zij was importeur en agent voor Europa’s grootste fabrikanten van luchtbehandelingsapparatuur.

Momenteel is hier een verdeelpost te vinden van de Haagse courant Op nr. 129 heeft gewoond de familie Lutz, Hier zijn de bekende toneelspelers Ton en Luc Lutz geboren.

Op de hoek van de Buitenwatersloot, wat nu de Graswinckelstraat heet, zat drie generaties lang de kruidenierswinkel Willighagen. Vroeger, bij de start van de zaak, circa 110 jaar geleden, was het assortiment zeer klein: boter, kaas en eieren. Na twee verbouwingen was de zaak van een klein winkeltje, uitgegroeid tot een minisupermarkt. Dit familiebedrijf, beheerd door broer en zus, blijft een echte buurtwinkel, ondanks het motto: bedien uzelf. Zelfbediening slaat niet op verse waren: vele soorten vleeswaren en kaas werden voor u gesneden waar u bij staat, door Gerard zelf, terwijl zijn zus Ien achter de kassa zat. De kruidenierszaak werd later overgenomen door Hans Lander. In 2004 kwam Aad’s Avondwinkel. Op de tegenoverligende hoek is Slagerij Lander. De heer C. Lander (zoon van een schoenmaker) kocht het pand van de heer Reedijk in 1922 die er voorheen handelde in groente en fruit. De heer Lander maakte er een grote slagerij van die in 1941 werd getroffen door een verdwaalde brandbom van het bombardement op de Kogelgieterij De achterkant van het huis werd geheel verwoest. Pas in 1948 werd het huis geheel nieuw opgebouwd. In 1959 deed de heer C. Lander de zaak over aan zijn oudste zoon die op zijn beurt de zaak in 1983 overdeed aan de huidige eigenaar Hans Lander. Hans wordt onder anderen geholpen door zijn neef Cor die al vanaf de schoolbanken in de winkel staat.

De winkel en de werkplaats zijn destijds gemoderniseerd. Op nr. 139 was gevestigd kappersbedrijf Klaui

Op nr 143 was gevestigd schildersbedrijf Sinke. Dit pand heet de Turfschipper. Hierover is nog een anekdote te vertellen..Het huis werd destijds gekocht door een handelaar in onroerend goed uit Maasland. Op een zondagmorgen probeerde hij met een potje zwarte lak van 1 gulden het pand een historische meerwaarde te geven door er de tekst De Turfschipper op te schilderen. Dat er nooit een turfschipper had gewoond maakte de Maaslander niet uit. (uit terug in de Tijd). Loodgietersbedrijf Verbeek zat op nr. 145.

Op nr. 149 was de Cooperatieve Kruidenierwinkel “Ons Doel. Nu is er de winkel van Overkamp Motors. Al sinds 1957 zijn zij actief in de verkoop en reparatie van motorfietsen. Waar de heer A. Overkamp in de jaren 50 begon met een gezellige praatplek geeft zijn zoon Ab nu onder het genot van een bak koffie een goed advies gebaseerd op jarenlange ervaring. Overkamp Motors groeide uit tot een centraal ontmoetingspunt van de sportieve motorrijders van nu.

Op nr 151 was de kruidenierswinkel Vlasblom. Later woonde er de bekende journalist en sportvisdeskundige van Rein van Rutten. Het gerucht gaat dat hij gedurende zijn leven een lokvoer ontwikkelde waarvoor het bedrijfsleven veel belangstelling toonde. Op nr. 155 beneden was de aardappelgroothandel Van Geest, terwijl boven het pakhuis de mandenmakerij Van Vliet was gevestigd. De voorraad biezen lag gewoon onder grote houten vlotten in de Buitenwatersloot. Op 157 (de voormalige molenaarswoning) woont nog steeds een dochter van de familie van Bakkeren. Op het terrein achter de doorgang naast dit pand stond de korenmolen de Papegaeij, deze molen is in 1936 gesloopt

molen die de Papegaeij heette Nadat in 1928 het zwembad aan de Houttuinen verdween en de grote korenmolen op de hoek van de Westvest en Kethelstraat “De Groenmolen” was gesloopt verdween er in 1936 nog een. Het was de molen “de Papegaeij”aan de Buitenwatersloot van de molenaarsfamilie Bakkeren. De molen stond op een hoge aarden heuvel en was aan de straatzijde slechts afgeschermd door een ijzeren hek. De molen was vroeger een molen die gerst maakte voor de bierbrouwerijen. De naam van de molen kwam van de eigenaar De Delftse timmerman-aannemer J.Rijsterborgh heeft de zeventiende eeuwse molen gekocht om hem te slopen.De gemeentearchivaris mevr. P. Beydals van Delft in die tijd, probeerde samen met anderen het Delftse stadsbeeld te bewaren. Het geld

dat hiervoor nodig was, namelijk 5000 gulden kon niet bij elkaar gebracht worden. Het zou toch niet meer betaalbaar zijn om de molen nog langer open te houden. De slopers zijn in januari 1936 met hun trieste werkzaamheden begonnen. Op de leeggekomen plaats zijn later woningen gebouwd. Een gevelsteen aan de Buitenwatersloot 157c herinnert er nog aan. De sloop van de molen was eigenlijk een uitgestelde zaak en zou in plaats van 1936 eigenlijk voor de eerste wereldoorlog plaats gevonden hebben, mits er geen religieuze kwestie in het spel was gekomen. Omdat er de bouw van een kerk gepland was, werd voor de sloop en de grond ruim 100.000 gulden geboden. Maar omdat er een katholieke kerk gebouwd zou worden waren de eigenaren die een ander geloof hadden er fel op tegen. Noodgedwongen heeft men de kerk maar aan de Raamstraat gebouwd.

Op nr. 161 was voor de oorlog gevestigd slagerij de Bras, later werd de slagerij overgenomen door de heer Brandenburg. Na het besluit van de heer Brandenburg te stoppen met de slagerij kwam er een ontwerpstudio in. Op nr. 163 was de herenkapsalon Dorje. Op nr. 165 was aardappel en klein en groothandel van de Gaag gevestigd. De reclametekst staat nog steeds op de zijgevel. Op nr. 173 zat een sigarenwinkel waarvan de naam niet meer te achterhalen is. Op nr. 205 was de tuinderij Overvoorde. De kaas en melkhandel H.P. Hoek zat op nr. 207. Op nr. 209 was de rijwielhandel en het taxibedrijf Leo Verbree gevestigd ook hier stonden langs de waterkant benzinepompen.

De groentehandel v.d. Gaag zat op nr. 211. Op nr. 213 zat ook een tuindersbedrijf van Overvoorde Deze tuinder was weer een neef van nr 205 Op nr. 229 zat sigarenmagazijn J. van Velzen. De rij aan de onevenkant wordt gesloten door een leerlooijerij en de drijfriemenfabriek Adams. Dit bedrijf zat vlak voor de provinciale brug.

Buitenwatersloot (smalle kant) Dan gaan wij nu naar de smalle kant van de Buitenwatersloot Algemeen De smalle zijde van de Buitenwatersloot bezat destijds slechts een zogenaamde lintbebouwing, waarbij de grote oude woningen die er nu nog staan van tuinders waren. De kleine huisjes, onder andere in de poorten en vooraan in de Antonius Heinsiusstraat (op de hoek was de smederij van kachelsmid van de Heuvel) werden bewoond door de tuin- en landarbeiders. Achter die huizenrij lagen de grote veelal platglas tuinderijen van v.d. Wee, van Kampen, Struif, Nowee etc. tot aan het grote balkengat van Vreeburg. De huizenrij aan de smalle werd dan ook slechts onderbroken door de houtzagerij van de firma Vreeburg. Daar waar nu nog het voormalige belastingkantoor staat en waar een nieuwe school werd gebouwd. Kort na 1920 werd de polder ontsloten voor woningbouw en de verlenging van de Hugo de Grootstraat. Voor de huidige Schimmelpenninckstraat meerden de zandschepen in de Buitenwatersloot af. Van mechanisatie was toen nog geen sprake en alle arbeid was gebaseerd op menskracht. De gebroeders Mastenbroek, zand en koolasschippers hadden het zandtransport aangenomen. Er werd een smalspoor aangelegd in de polder en een draaischijf aan de waterkant. Met mankracht werd zand in bakken op de kiepkarren geschept en met een paard ervoor de nieuwe polder ingereden.

Zo ontstond uiteindelijk het stratenplan in de Voordijkhoornsepolder.

Op nr. 2 zat garage Jan Dekker, momenteel valt dit pand qua nummering onder de Spoorsingel. Het is een aantal jaren gebruikt als opslagruimte voor de Gigant. Nu is dit pand in gebruik door de Telegraaf.

Op nr. 8 zat brandstofhandel de Wilde. De brandstofhandel is destijds gesloopt en hiervoor kwam een nieuw blok met beneden en bovenwoningen (1927). Het pand nr. 10 werd gebruikt als paardestal. Hier stond het paard van de brandstofhandelaar Oliemans (nr. 21). Op nr. 20 was de olie- en zeephandel Van de Oude. Op nr. 28 was gevestigd een grossier in fruit en bananenstokerij firma Snoeren. Vroeger kwamen bananen in grote trossen groen aan en werden in deze bananenstokerij met behulp van warme lucht rijp gestookt waarna ze voor de verkoop gereed waren. Nu is er gevestigd het Parkethuys. Het assortiment bestaat naast parket ook uit een grote sortering lamel en kunststofvloeren. Op nr. 36 was een aardappel opslagplaats van de heer Doorduyn (nr, 5) Later heeft Ria van Eijndhoven (destijds bekend van haar kookprogramma op de tv met Manon Thomassen ) hier een leslokaal van gemaakt voor het geven van kookcursussen. Dit pand wordt nu weer gedeeltelijk gebruikt als kantoorruimte. Op nr. 42 was oorspronkelijk gevestigd behangerij en stoffeerderij van Wiepking. In 1978 startte Ria van Eijnhoven hier haar eigen restaurant De Kokkerie waar Ria voor kleine groepen mensen geheel in haar eigen stijl kookte. Op nr. 52 was de bloemist en aanleg en onderhoud van tuinen van J.D. Morien Op nr. 62 zat het aannemersbedrijf van Struif. Op nr. 110/112 was de groentenwinkel De Lange. Op nr.

120 woonde destijds Haagse Gerrit (de Groot). Hij was in Delft een zeer bekende figuur die tijdens de laatste jaren van zijn leven in het smalste grachtenhuisje van Delft woonde. Dat was werkelijk een pijpenla waarbij men zich afvroeg of er wel een tafel met stoel in de kamer kon staan. Gerrit de Groot was van jongsaf een paardenman. Hij was een goede koetsier en paardenkenner die hooggezeten op de verhuiswagens van de firma van Buuren aan het Zuideinde deze met zijn grote Zeeuwse knollen door de nauwe straten mende. Hij was dan ook de enige koetsier die als er een circus of kermis in de stad was de kermis en circuswagens vanaf de veelading aan de Parallelweg naar de standplaatsen mocht rijden. Maar hij bezat nog een andere eigenschap waardoor hij erg bekend werd. Namelijk het met een stalen gezicht vertellen van moppen. Van Haagse Gerrit is ook het verhaal dat hij aan de bips van koningin Wilhelmina heeft gezeten. Hij was een staljongen in een stal van waaruit de koningin zou gaan paardrijden. Toen ze eenmaal in het zadel zat drukte hij zijn hand tegen haar achterwerk en zei “Majesteit als u wat meer voorop het zadel gaat zitten dan zit u veel beter”. (uit terug in de Tijd) Op nr. 126 zat het sigarenmagazijn van J. koeleman. Op nr. 132 zat allereerst schoenmakerij en de lederwinkel van P. Daamen.

Achter de winkel, via een poort was gevestigd de maandenmakerij van Oepke Schuil. Op nr. 136 zat de naaischool Petronella (1972 tot met 1999) van de familie Elshout.

Het oude huisje van kachelsmid van de Heuvel staat er nog steeds . Daarnaast kwam een blok woningen dat slager Lensveld heeft laten bouwen. Naast dit blok stond een klein huisje waar vrouw Fons woonde. Naast vrouw Fonds woonde Flip van de Hoeven. Hij was groenteexporteur, een selfmade man met grote werkhanden en een gouden hart. Hij liet in 1938 woningen slopen om hier de huidige woningen te laten bouwen. Alleen de poort met hierachter vier kleine tuinderswoningen bleven bestaan. Naast nr. 138 was het snoepwinkeltje van de neringdoende duizendpoot Kortekaas met de emaille reclameplaten die thans voor de verzamelaars veel geld waard zijn nog aan de gevel. Hiernaast werden in dat jaar ook de huizen met de groentehal van Arie Groeneveld (later drukkerij Alevo) de bakkerij van de Hengst, en de (zure) haring inleggerij van Rienus Dingler gebouwd. Rienus was een zoon van nr. 43.

Kortekaas was een typische figuur. Hij had een scherp gesneden gezicht met zwarte kraaloogjes en een volle bos haar met schapenkrulletjes, die van alle markten thuis was. Zo was hij jarenlang terreinknecht bij de voetbalvereniging DHL aan de Laan van Vollering waar hij een kleine kantine bezat. Hij handelde ook veel met de familie Van Heerde die met Jantje Loenhout in een poortje met kleine tuinarbeidershuisjes woonden aan de brede kant van de sloot. Hierin kwam later de roggebakkerij van Jansen waar nog steeds studenten gehuisvest zijn. De compagnon van Kortekaas, Van Heerde stond in bepaalde periode met zijn vrouw ansichtkaarten te verkopen op de markt en bezat met Kortekaas samen een paardenwagen met grote schuine houten reclameborden. Met hierop reclame voor bioscopen en winkeliers reden ze er mee door Delft. Kortekaas verkocht ook petroleum (Texaco). Op nr. 162 zat de kachelsmid van de Heuvel. Op nr. 218 is nog een voormalige tuinderswoning (van Kampen) terug te vinden, later zijn hier twee woningen van gemaakt. De poort wordt als ingang naar de woning gebruikt Het pakhuis werd vroeger gebruikt als sorteerruimte, Via een lorrie werden de groenten overgebracht naar een westlander. Later is het pakhuis gebruikt door melkboer de Bruin. Op nr. 220 zat een kunstgalerie van Lips.

Daar waar nu een aantal nieuwbouwpanden te vinden zijn, daar stond vroeger een Houtzagerij. In het verlengde van de smalle kant lag een houten boogbrug waar onderdoor de boten toegang hadden naar de zagerij en houtloodsen. Later moest alles weg ook het kantoor en de woning moest plaatsmaken voor onder andere het belastingkantoor, de brug over de Krakeelpolderweg en de Voordijkhoornsepolder. Hierbij werd ook het grote huis van de heer Versteeg gesloopt die kapitein was bij de landmacht en zijn kantoor had in de Breestraat bij het Armentarium. Zo rond de jaren dertig was er een felle brand in de houtloodsen van Vreeburg. Waarbij de grote kastanjeboom vreselijk verbrande en verschroeide. Wonderbaarlijk heeft de boom zich geheel tot woudreus weten te herstellen en hij staat er nog steeds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15888652/2