2543661 Nota financiële status project Prinsenhof MPD
Tekst van het document
Nota Financiële status Renovatie en restauratie
Prinsenhof Delft
Delft, 17 oktober 2025 Nota financiële status project Prinsenhof
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
2
1. Leeswijzer
3
2. Achtergrond en kader
4
2.1.
Projectdoelstellingen
4
2.2.
Kader en scope
4
2.3.
Beheersmaatregelen in kader
5
3. Investeringsprognose
4.
6
3.1.
Investeringsbudget
6
3.2.
Toelichting prognose investeringskosten
7
3.3.
Bijstelling excessieve prijsindexatie
8
3.4.
Toelichting prognose kosten sluiting, museale vernieuwing en heropening 10
3.5.
Totaal geprognotiseerde kosten
12
3.6.
Afschaalopties
12
3.6.1.Toelichting afschaalopties
12
3.6.2.Toelichting afschaalopties en financieel effect
13
Mogelijkheden voor dekking
14
4.1.
Tekort op dekking
14
4.2.
Mogelijkheden voor dekking tekort
15
4.3.
Dekkingsvoorstel
17
2
1. Leeswijzer Voorliggende nota behandeld de financiële status en prognose van project Prinsenhof. Deze nota is geschreven in navolging op en in samenhang met de Voortgangsrapportage Q3 2025, d.d. 14 oktober 2025 waarin de algehele status van het project is omschreven. Deze Voortgangsrapportage is ter informatie gedeeld en behandeld in het college van 17 oktober 2025. In die Voortgangsrapportage is ook de voorliggende nota aangekondigd. In deze nota wordt in hoofdstuk 2 kort de context, doelstelling en vastgestelde kader van het project Prinsenhof herhaald. In hoofdstuk 3 wordt een nadere toelichting gegeven bij de financiële prognose van project Prinsenhof en de discrepantie met het financiële investeringskader. In hoofdstuk 4 wordt de status van de dekking toegelicht.
3
2. Achtergrond en kader 2.1.
Projectdoelstellingen
De bouwopgave van het Prinsenhof heeft als doel om het monumentale complex Prinsenhof, inclusief de bijbehorende tuinen (Prinsentuin en binnentuin), toekomstbestendig, toegankelijk en duurzaam te maken. Hiermee geeft de gemeente invulling aan haar wettelijke plicht en goed rentmeesterschap om dit geliefde Delftse monument in stand te houden en aan haar verantwoordelijkheid om dit complex met zijn nationale betekenis en internationale bekendheid te tonen aan het publiek. Daarnaast krijgt het in het complex gevestigde Museum Prinsenhof Delft door de renovatie de beschikking over een goed functionerend en toekomstbestendig gebouw. Een museum met aantrekkelijke en kwalitatief hoogstaande tentoonstellingen en publieksactiviteiten die herhaalbezoeken genereren voor de stad Delft. Dit is van maatschappelijke, educatieve en economische waarde. Zo genereert het heropende museum jaarlijks € 6 miljoen aan inkomsten voor de stad. En zorgt het voor extra werkgelegenheid. Het museum wordt een verbindende, inspirerende ontmoetingsplek waar Delftenaren zich thuis voelen. Ook de dagelijkse beleving van de ruimte rondom het monument Prinsenhof als bijzonder ensemble zal versterkt worden. 2.2.
Kader en scope
Uitgangspunt voor het ontwerp van de renovatie en restauratie is het raadsvoorstel “Van visie naar ontwerp Prinsenhof Delft: start Ontwerpfase” d.d. 4 juni 2021 welke in de raadsvergadering van 6 juli 2021 is aangenomen. Op 22 december 2022 is het voorlopig ontwerp en het budgettair kader van 38 miljoen, prijspeil september 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit uitgangspunt is uitgewerkt tot een Definitief Ontwerp, d.d. 11 oktober 2023, welke onderdeel is van de door de gemeenteraad op 1 februari 2024 vastgestelde businesscase renovatie en restauratie Prinsenhof Delft, d.d. 30 oktober 2023. Deze businesscase vormt het formele kader voor de uitwerking en realisatie van project Prinsenhof. Scope van de opgave De renovatie/restauratie opgave bestaat uit de volgende hoofdonderdelen: Het toekomstbestendig maken van het monument door: • • •
onderhoud van het monumentale complex; renovatie en restauratie van het monumentale complex; verduurzaming van het monumentale complex.
4
Het toekomstbestendig maken van het monument door versterking van de huidige publieksfunctie Museum Prinsenhof Delft door: • • • • • • • •
2.3.
het realiseren van hoogwaardig museaal klimaat in de vaste en wisseltentoonstellingsruimten en een goed verblijfsklimaat voor de bezoeker; versterking van de hedendaagse bezoekersfaciliteiten en educatieruimten; verbetering van de vindbaarheid van het museum; verbetering van de museale beleving door een goede routing; verbetering van de toegankelijkheid voor mindervalide mensen; het aanbrengen van passende beveiligingsmaatregelen; verbetering van de verhuurbare ruimten; het beter inzetten van de al beschikbare ruimten zoals de Waalse Kerk en de Prinsenkelder.
Beheersmaatregelen in kader
Binnen het kader is ook gekeken naar de risico's en maatregelen. Als onderdeel van de besluitvorming in de Raad zijn hiervoor de volgende voorzieningen getroffen: Gemeentelijke risicoprofiel De risico’s van project Prinsenhof zijn geïnventariseerd middels een ambtelijke en bestuurlijke risicosessie, met gebruikmaking van de tool RiskID. De risico's worden periodiek geactualiseerd. In het gemeentelijk risicoprofiel is het project voor € 5 miljoen gewogen opgenomen. De risicobeheersing van de buitenruimte maakt integraal onderdeel uit van de totale risicobeheersing van project Prinsenhof. Reservering voor continuïteit Voor de dekking van ten tijde van de besluitvorming nog niet gerealiseerde inkomsten vanuit fondsenwerving, subsidies en giften, is binnen de algemene reserve een reservering opgenomen van € 10 miljoen. Dit is ook verwerkt in de Programmabegroting 2026-2029. Aanwending van deze gelden vraagt een raadsbesluit. Onvoorzien Binnen het investeringskader is een post onvoorzien voor het opvangen van tegenvallers tijdens de uitvoering opgenomen. Op dit moment is hiervan nog € 2,8 miljoen beschikbaar.
5
3. prognose PROJECTMUSEUM PRINSENHOF Kosten
Geoptimaliseerde Raming Burgy
Budget
Technisch Ontwerp Reguliere prijsstijgingen Uitgaven tot heden Optimalisaties: - Aannames engineering, opslagen, rekenmethodiek - Uitwerking Werkpakket 4 (gevels-daken) - Taakstellend middels werkpakketten systematiek
20,1 1,6 1,0
Subtotaal bouwkosten 1)
(bedragen x € 1 miljoen)
Geoptimaliseerde Raming -/Budget
1,0
14,2 -1,6 0,0
-3,0 -1,0 -2,0
-3,0 -1,0 -2,0
22,7
29,3
6,6
Museale en overige inrichting Museale invulling 2) Buitenruimte 3) Leges hoger, aangepaste verordening
2,6
2,8 0,6 0,5 0,7
0,2 0,6 0,0 0,3
Honorarium 4) Gemeentelijke kosten 5) Onvoorzien Reguliere prijsstijgingen Frictiekosten
3,6 4,2 3,4 0,4 0,3
4,1 4,1 2,8 0,3
0,5 -0,1 -0,6 -0,4 0,0
38,0
45,2
7,2
2,9
-2,1 2,9
48,1
8,0
1,0
1,0
49,1
9,0
Subtotaal 6)
0,5 0,4
Excessieve prijsstijgingen Toekomstige prijsstijgingen
2,1
Totaal investeringskosten
40,1
Tekort op museale vernieuwing en heropeningskosten TOTAAL KOSTEN
40,1
34,3
Opmerkingen
2,1 miljoen in Programma Begroting 2026
Tekort
1) Bouwkosten o.b.v. indicatieve raming Burgy Bouwbedrijf versie 20250708 en analyse en gesprekken. 2) Kosten zijn niet voorzien binnen het investeringsbudget zoals opmerkt in vastgestelde businesscase. Voor het totale bedrag zijn specifieke fondsen positief geworven. 3) Prinsentuin en binnentuin zijn gebudgetteerd. St. Agathaplein en Oude Delft zijn geen onderdeel van de scope. 4) Inclusief directievoering, toezicht en het verrichten van benodigde onderzoeken. 5) Interne salariskosten, projectleiding, communicatie, participatie, second opinions en contracten. 6) Budget voor excessieve prijsstijgingen zijn onderdeel van concept programmabegroting 2026-2029, door hogere bouwkosten nemen deze berekende kosten evenredig toe.
Tabel A) Tekort middelen investeringskader versus prognose kosten
3.1.
Investeringsbudget
Het investeringsbudget (kader) voor project Prinsenhof is vastgesteld op € 38 miljoen. In de programmabegroting 2026-2029 is voor excessieve prijsstijgingen een bedrag van € 2,1 miljoen meegenomen. De investeringsraming bestaat, naast de hoofdpost bouwkosten, uit de volgende overige posten: de honoraria van de ontwerpers, de leges en aansluitkosten, de interne gemeentelijke kosten, de dekking voor onvoorzien, de niet verrekenbare btw.
6
3.2.
Toelichting prognose investeringskosten
Als onderdeel van de werkpakketten systematiek is de gecontracteerde coördinerend hoofdaannemer gevraagd als 'stap 0' samen met de door hen beoogde installateur als onderaannemer een overall indicatieve raming van de werkzaamheden te maken. Door deze "Stap 0" ontstaat er: • •
• •
inzicht in de totale aanpak en indicatieve afwijking ten opzichte van het budget en werkwijze en kan dit bespreekbaar gemaakt worden binnen de samenwerkingssystematiek; inzicht in de grootste afwijkingen. Met andere woorden, er ontstaat duidelijkheid over op welke elementen het projectteam expliciet moet sturen en of er keuzes moeten worden gemaakt door de opdrachtgever en museum, voorafgaand aan het uitwerken van de werkpakketten; inzicht in eventuele kansen (optimalisaties) die bij de uitwerking van de werkpakketten kunnen worden meegenomen; een overzicht van de demarcatie van de individuele werkpakketten en kan er een integrale werkpakkettenplanning gemaakt worden.
Deze indicatieve raming van de aannemers is net voor de zomervakantie 2025 afgerond en kwam uit op € 34,3 miljoen prijspeil juli 2025. Binnen de begroting van het investeringskader is aan bouwkosten € 21,7 miljoen prijspeil 2025 (op basis van reguliere prijsstijgingen) voorzien. De indicatieve raming is daarmee € 12,6 miljoen hoger. Om met onderbouwde informatie en antwoorden richting opdrachtgever, college en raad te kunnen gaan zijn direct na afgeven van de indicatieve raming in een klein team vanuit het ontwerpteam en vanuit de aannemer gesprekken gestart om de verschillen te kunnen duiden en samen naar optimalisaties te zoeken. De uitkomst hiervan is dat in overleg met de aannemer de raming met € 6 miljoen is te optimaliseren, met behoud van de uitgangspunten van het door de raad goedgekeurde businesscase en het daarbij behorende DO. Deze bijstelling bestaat uit: • • •
€ 3 miljoen: correctie indirecte kosten (coördinatie, opslagen, engineering, etc.); € 1 miljoen: positief resultaat uitwerking eerste werkpakket versus de oorspronkelijke raming; € 2 miljoen: taakstellende opgave, welke door het werkpakkettensysteem, waarin samen met de aannemer de engineering en prijsvorming wordt uitgewerkt, wordt geëffectueerd. Concreet betekent dit dat er in overleg met de betrokkenen (vastgoed, erfgoed en museum) optimalisaties doorgevoerd zullen worden in het plan met behoud van de businesscase en het daarbij behorende DO.
Het overgebleven verschil van € 6,6 miljoen in de bijgestelde prognose van de bouwkosten kan globaal verklaard worden door: •
• • •
Prijsstijgingen en marktwerking in raming aannemer tot heden (hoger dan berekend door ontwerpteam, inschatting op basis van hogere opslagen en grondslag, uurtarieven, mede door monopolie van onderdelen van de bouw) Omissie in ontwerp / calculatie van de beveiligingsinstallatie Sprinkler Van der Mandelezaal niet te hergebruiken Overige, zoals hogere prijzen inkoop monumentenglas, isolatie, etc.
€ 4,5 miljoen
€ 1,0 miljoen € 600.000 € 500.000 7
De overschrijding in de bouwkosten komt onverwacht en is groter dan voorzien. Tijdens het ontwerpproces is tweemaal een second opinion gedaan op de door het ontwerpteam opgestelde bouwkostenraming. Deze second opinions lieten beiden zien dat de oorspronkelijke raming accuraat was. Door de gekozen aanbestedingssystematiek, waarbij samenwerking met de coördinerend hoofdaannemer plaatsvindt op basis van een raamovereenkomst, is er de mogelijkheid om met de aannemer in gesprek te blijven en samen te werken aan oplossingen om het project te realiseren. Gebleken is echter wel dat de markt op dit moment dermate afwijkt van de bouwkostenraming van de betrokken adviseurs, dat het door de raad goedgekeurde plan alleen gerealiseerd kan worden als er additionele middelen beschikbaar komen. Wel hebben we gedetailleerder inzicht gekregen in de marktprijzen en is het project door de aannemer gedetailleerd bekeken en geraamd. Dit geeft meer zekerheid over de uitvoerbaarheid en stelt ons in staat een deel van de post onvoorzien (€ 0,5 miljoen) vrij te laten vallen. Op de overige posten (naast de bouwkosten hierboven) is sprake van een verschil van ca. € 0,6 miljoen (€ 7,2 -/- € 6,6 miljoen) tussen budget en prognose. Dit verschil wordt veroorzaakt door: • •
• • • • •
Museale en overige inrichting* (voorlopige raming van het interieur valt hoger uit) Museale invulling* (geen onderdeel investeringsbudget zoals opgemerkt in de vastgestelde businesscase) Leges (veroorzaakt door een gewijzigde legesverordening en grondslag) Honoraria (noodzakelijk herontwerp/ aanpassing van een aantal onderdelen) Onvoorzien, eerdere aanpassing naar € 3,3 miljoen Onvoorzien, toewijzing aan prijsstijgingen (aangepast van € 3,3 miljoen naar € 2,8 miljoen) gemeentelijke uitgaven en reguliere prijsstijgingen
-/- € 200.000 -/- € 630.000
-/- € 300.000 -/- € 500.000 €134.000 € 500.000 € 504.000
* voor het totale bedrag zijn fondsen positief geworven
3.3.
Bijstelling excessieve prijsindexatie
Het budget voor excessieve prijsstijgingen is onderdeel van concept programmabegroting 2026-2029 en is opgenomen voor € 2,1 miljoen. Deze geprognotiseerde prijsstijging is gebaseerd op het oorspronkelijke bouwkostenbudget. Door bijstelling van de bouwkosten als gevolg van de bouwkostenraming zal ook het geprognotiseerde bedrag aan excessieve prijsstijgingen tot einde werk toenemen. Dit leidt tot een bijgestelde prognose van € 2,9 miljoen. Met andere woorden een toename van € 0,8 miljoen. Daarnaast zien we in de raming van de aannemer dat door marktwerking en sterk gestegen loonkosten de kosten nog € 4,5 miljoen hoger zijn dan berekend door de adviseurs. 8
9
Totale prijsstijgingen ten opzichte van de goedgekeurde begroting met prijspeil september 2022 zijn: • • •
reguliere prijsstijgingen (€ 1,6 + € 0,4 miljoen, onderdeel budget € 38 miljoen) € 2,0 miljoen excessieve prijsstijgingen berekend (€ 2,9 miljoen, waarvan € 2,1 miljoen opgenomen in de concept programmabegroting 2026-2029) € 2,9 miljoen prijsstijgingen hoger dan berekend en marktwerking/ beperkte concurrentie € 4,5 miljoen Totaal prijsstijgingen
€ 9,4 miljoen
3.4. Toelichting prognose kosten sluiting, museale vernieuwing en heropening De eenmalige investeringskosten voor de vernieuwing en heropening van het museum waren in aanloop naar het voorlopig ontwerp (VO), initieel geraamd. Tijdens het vaststellen van het VO in december 2022 zijn deze kosten uit het Project geschrapt. Voor het goed functioneren van het museum in de toekomst is het echter noodzakelijk om nu tegelijk met de verbouwing en de daaruit voortvloeiende museale vernieuwing en aanpassingen in de organisatie door te voeren. Daarnaast is de heropening van het vernieuwde museum een grote kans om met (inter)nationale aandacht het museum en de stad Delft op de kaart zetten. Met een openingscampagne en een daarbij behorende internationale perscampagne wordt het museum geopend. Het museum heeft een grote (inter)nationale aantrekkingskracht waarmee de economische impact stijgt naar € 6 miljoen. Ook de werkgelegenheid in de stad stijgt. Dit heeft ook gevolgen voor de museale organisatie: toename in bezoekersstromen, hoge publieksverwachtingen, diversere programmering en intensiever gebouwbeheer. Voor een solide en toekomstbestendige organisatie betekent dit meer dan enkel opschalen van de bestaande werkwijze. Tijdens de sluitingsjaren focust het museum zich op deze transitie.
Er wordt gewerkt aan tientallen deelprojecten museale herinrichting inclusief openingstentoonstelling, inrichting beveiligingsorganisatie, invulling horeca, nieuwe winkel, propositie van de commerciële verhuur, fondsverantwoordingen, uit- en inhuizing van de collectie. Maar ook de optimale bezoekersreis met ondersteunende digitale infrastructuur en wayfinding (binnen en buiten). Inmiddels is inzicht verkregen in de hiervoor benodigde investeringen. Deze zijn daarom hier opgenomen. Op basis van definitieve invulling van PM-posten, inflaties, actuele calculaties en offertes komt de raming uit op € 2,6 miljoen. De raming is mede gebaseerd op benchmarking met andere musea die onlangs vernieuwd zijn. De dekking van de kosten voor onder andere de openingstentoonstelling en het publieks- en educatieprogramma door fondsen is beperkt mogelijk vanwege de succesvolle werving voor het Project. Fondsen kunnen vaak eenmalig aangesproken worden. 10
11
Na aftrek van het batig exploitatiesaldo door onder andere detachering van personeel, besparingen binnen de exploitatie resteert een benodigd bedrag van € 1,0 miljoen voor kosten voor de museale vernieuwing en heropening in de sluitingsjaren, waarbij grootste deel in laatste jaar zal vallen. Daarmee is Museum Prinsenhof Delft onderscheidend en klaar voor de toekomst. 3.5.
Totaal geprognotiseerde kosten
De verschillen tussen het investeringsbudget en prognoses zoals weergegeven in tabel A en hiervoor toegelicht tellen op tot een totaal verschil van € 9,0 miljoen. 3.6.
Afschaalopties
3.6.1.Toelichting afschaalopties Indien middelen conform dekkingsvoorstel niet volledig beschikbaar komen dan rest met oog op de financiële haalbaarheid alleen nog het gebruik maken van nieuwe afschaalopties waarbij het plan en zijn doelstellingen worden gereduceerd. Ons inziens is het niet reëel deze in te zetten zonder het ontwerp en de functionaliteit van het museum in de toekomst teveel te schaden. Daarnaast is het naar externe financiers (inclusief het rijk dat nog een definitieve keuze moet maken) niet goed uit te leggen. Veel van hen hebben ingetekend op het ontwerp en het museum zoals wij dat hen eerder hebben gepresenteerd. Als onderdeel van op 1 februari 2024 vastgestelde businesscase zijn in het bijbehorende Definitief Ontwerp 9 afschaalopties opgenomen. Op basis van de huidige stand van zaken van het werk en inzichten zijn deze afschaalopties niet meer opportuun, dan wel moeten ze financieel worden bijgesteld. We hebben met de aannemer en het ontwerpteam andere afschaalopties onderzocht door ingrijpende aanpassingen in het ontwerp te maken. De geïdentificeerde afschaalopties en hun globale effecten zijn: 1.
2.
3.
Kelder niet verdiepen: De ontsluiting van de kelder via nieuwe lift- en trappenhuis wordt niet uitgevoerd. De garderobefunctie komt daarmee in de Lakenhal waarmee de museale functie van deze ruimte vervalt. Dit heeft grote impact op de programmering van het museum en daarmee het bezoekersaantallen voor museum en heel Delft. Minimaal plan Oude Delft: Het nieuwe Mindervalidentoilet bij de Van der Mandelezaal wordt in de banquetingkeuken geplaatst en installaties van bouwdeel 6 worden lokaal voorzien in plaats van centraal. Hierdoor kan er niet worden voldaan aan gestelde klimaateisen Consistorie en omloop als museumruimte. Ook kan er niet voldaan worden aan gestelde klimaateisen van de in bouwdeel 6 gehuisveste functies, waaronder banquetingkeuken, opslagruimte en werkplaats. De functionaliteit van de banquetingkeuken neemt af door het ruimteverlies. Alternatief klimaat museale ruimtes: De Lakenhal en Beeldenzaal worden geen museaal klimaat (is nu hoogste niveau ASHREA A1 vanwege de beoogde programmering). Dit heeft grote impact op de programmering van het museum. Bruikleen mogelijkheden worden sterk beperkt en heeft daarmee een negatief effect op de bezoekersaantallen en de mogelijkheden voor onder andere de organisatie van blockbusters. 12
4. 5.
6.
Geen WKO en niet gasloos: WKO wordt niet gerealiseerd en gasaansluiting blijft gehandhaafd. Dit heeft groot effect op de duurzaamheidsdoelstelling en de exploitatiekosten (verbruikskosten). Downgrade gehele installatietechniek: Hier vallen onder andere onder het vervallen van luchtwater-warmtepomp naar elektrische cv-ketel, een alternatief verlichtingsplan met minder spanningsrails en armaturen in de tentoonstellingsruimten, vervallen van naregelingen, ontruimingsinstallatie vereenvoudigen met separate systemen. Dit heeft grote impact op het binnenklimaat, de beheersbaarheid van het klimaat, duurzaamheid en de exploitatie van de installatietechnische systemen. Alternatief beveiligingsplan: De gehele weerstandklasse gaat naar beneden daarmee is het museum minder zwaar beveiligd. Lakenhal, Beeldenzaal en Novicen koor zijn in zijn geheel niet meer bruikbaar als hoogwaardige museumzalen. Dit heeft grote impact op de programmering en bruikleen mogelijkheden. Daarmee grote impact op de bezoekersaantallen en de exploitatie.
3.6.2.Toelichting afschaalopties en financieel effect Niet alle afschaalopties kunnen in combinatie met elkaar worden doorgevoerd in verband met overlap. De totale mogelijke besparing met deze afschaalopties op investeringskosten bedraagt circa € 3,4 miljoen. Het afschalen zal gepaard gaan met grote gevolgen voor tentoonstellingsprogrammering (museale kwaliteit), duurzaamheid, toegankelijkheid, logistiek, uitstraling, samenwerking en de exploitatie van het museum. Daarmee doen de afschaalopties altijd grote afbreuk aan initiële projectdoelstellingen zoals besloten in de businesscase en de daarbij behorende definitief ontwerp. Tevens kan het zijn dat fondsen en geldgevers die bijdragen aan een volledig ontwerp, overwegen hun bijdrage te verminderen of in te trekken.
13
PROJECTMUSEUM PRINSENHOF Kosten
Geoptimaliseerde Raming Burgy
Budget
TOTAAL KOSTEN
40,1
Dekking
Budget
Gemeentelijke bijdrage Particuliere donatie Overige subsidies, donaties en schenkingen Wervingskosten Dekking prijsstijgingen concept begroting 2026-2029 Continuïteitsreservering
18,0 10,0 10,0
TOTAAL POTENTIEEL & GEREALISEERDEDEKKING
40,1
TEKORT(Kosten -/- Dekking)
Potentiële dekkingsmiddelen (via Raadsbesluit)
2,1
49,1
(bedragen x € 1 miljoen)
Geoptimaliseerde Raming -/Budget 9,0
Opmerkingen Tekort
Actuele status
Actuele status -/- Budget
18,0 10,0 7,5 -1,0 2,1 3,5
0,0 0,0 -2,5 -1,0 0,0 3,5
40,1
0,0
Tekort
9,0
Tekort
Potentieel
Vrijval reservering onderhoud Risico paragraaf Algemene Reserve Continuiteitsreserving Fondsenwerving - bijdrage Rijk
0,7 5,0 10,0 5,0
Totaal
20,7
Opmerkingen
Opmerkingen
motie Mohandis in kamer aangenomen, dient als dekking voor de €3,5 miljoen continuiteitsreservering
4.
Tabel B) Kosten-dekking
4.1.
Tekort op dekking
Het totale investeringsbudget is vastgesteld op € 38 miljoen plus de in de programmabegroting opgenomen € 2,1 miljoen voor excessieve prijsstijgingen. De dekking van het investeringsbudget bestaat uit: • • • •
De gemeentelijke opgave, afgerond € 18 miljoen. Dekking excessieve prijsstijgingen Programmabegroting 22026-2029 € 2,1 miljoen. De unieke schenking van de familie Vlek, € 10 miljoen. Additionele fondsen, donaties en subsidies met een opgave van € 10 miljoen.
Van deze laatste post (additionele fondsen) is op dit moment € 7,5 miljoen gerealiseerd. Hierdoor resteert een opgave voor fondswerving van € 2,5 miljoen, welke als compartiment daarvoor in de algemene reserve beschikbaar blijft. Daarnaast is er sprake van € 1,0 miljoen aan geprognotiseerde wervingskosten. Deze bedragen, optellend tot € 3.5 miljoen zijn gereserveerd in de continuïteitsreservering in de algemene reserve. Het resterende tekort (kosten minus gerealiseerde dekking), bedraagt derhalve € 9,0 miljoen. 14
4.2.
Mogelijkheden voor dekking tekort
Voor de mogelijke dekking van het in 3.5. genoemde tekort van € 9,0 miljoen is naast de in 2.3. genoemde beheersmaatregelen die in het kader waren opgenomen ten tijde van de besluitvorming in de raad, de potentiële bijdrage van het Rijk nog onderdeel van een mogelijke dekking. De mogelijkheden voor dekking zijn: Vrijvallen reservering voor onderhoud De reservering die was opgenomen voor onderhoud tot sluiting is vrijgevallen. Dit levert een dekking op voor een bedrag van € 0,7 miljoen. Motie Mohandis Middels de motie Mohandis/Beckerman wordt de minister gevraagd geld beschikbaar te stellen voor de renovatie van Museum Prinsenhof Delft. Museum Prinsenhof Delft heeft aan het Rijk een bijdrage gevraagd van € 5,0 miljoen.
De tekst van de motie luidt als volgt: "overwegende dat Museum Prinsenhof Delft, een top 100-rijksmonument dat dringend aan restauratie toe is, zeven vensters toont vanuit de Canon van Nederland over vijf tijdvakken, waaronder het verhaal van Willem van Oranje en het ontstaan van Nederland zoals we het vandaag de dag kennen; verzoekt de regering zich tot het uiterste in te spannen om een deel van de nieuwe subsidieregeling nog dit jaar in te zetten om de restauratie van dit nationale cultureel erfgoed via een eenmalige bijdrage te steunen," Nog onduidelijk is of deze bijdrage (in zijn geheel) toegekend gaat worden, ondanks dat de motie met grote meerderheid van stemmen is aangenomen in de tweede kamer. Continuïteitsreservering Bij de besluitvorming over het DO en het beschikbaar stellen van het budget is besloten een continuïteitsreservering van € 10 miljoen in te stellen. Deze € 10 miljoen is opgenomen in de Programmabegroting 2026-2029 als compartiment van de Algemene Reserve. Doel van deze continuïteitsreservering is het dekken van een eventueel tekort op de fondsenwerving en zorgen dat de realisatie van het project kan aanvangen voordat de volledige € 38 miljoen van het budget is gedekt. Risicoreservering Bij de voornoemde besluitvorming is ook een risicoreservering binnen de algemene reserve opgenomen van € 5,0 miljoen.
Deze dient als dekking voor excessieve prijsstijgingen, marktwerking en onvoorziene omstandigheden tijdens de bouw. Het is ons inziens van belang wel een risicoreservering overeind te houden, gegeven de status van het project. 15
16
4.3.
Dekkingsvoorstel
Met de huidige inzichten kan met dekking van het resterende tekort van € 9,0 miljoen het volledige programma van eisen - en daarmee de scope van het project en bijbehorende doelstellingen - behorende bij de op 1 februari 2024 vastgestelde businesscase en het bijbehorende DO gerealiseerd worden. Het voorstel is om ter dekking van het resterende tekort van € 9,0 miljoen te verlagen met de vrijgevallen onderhoudsreservering van € 0,7 miljoen. Verder voor € 6,5 miljoen aanspraak te maken op de continuïteitsreservering als onderdeel van de algemene reserve. De resterende € 3,5 miljoen van de continuïteitsreservering blijft gereserveerd in de Algemene Reserve als dekking van de nog resterende opgave voor fondsenwerving. Het risico op uitblijven of toekennen van een lagere bijdrage van het Rijk en de nog resterende opgave voor fondsenwerving is daarmee afgedekt. Mocht de bijdrage zoals benoemd in de motie Mohandis-Beckerman alsnog worden toegekend, dan vloeit deze terug naar de algemene reserve. Daarnaast stellen we voor de overblijvende € 1,8 miljoen te dekken uit de Algemene Reserve en de risicoinventarisatie en de risico-reservering van € 5,0 miljoen voor het project Prinsenhof te actualiseren aan de hand van de genoemde ontwikkelingen.
17