2140748 Stadsbouwmeester - verslag omgevingsvisie
Tekst van het document
Stadsbouwmeester Aan
Gemeenteraad Delft Commissie R&V
stadsbouwmeester@delft.nl Doorkiesnummers: Telefoon 06-55112829
Van
Tako Postma Afschrift aan
Datum
Memo 1 okt 2021 Onbekende Opsteller T.P. Postma naam voor Onderwerp Bijlage documenteigens
chap.28-09-201 Bericht van de stadsbouwmeester - oktober 2021
Geachte leden van de raad,
Voor de zomer heb ik naar aanleiding van de omgevingsvisie veel contact met raadsleden en de commissie R&V gehad en daarom geen schriftelijk verslag verzonden. Vandaar dat u nu met wat vertraging deze voortgangsnotitie ontvangt. Verslag De omgevingsvisie is voor de zomer door uw raad vastgesteld. Ambtelijk wordt nu het gesprek gevoerd over de wijze waarop de integrale wijze van denken van de visie ook op de korte termijn kan landen in het programma stedelijk programmeren. Daarover hieronder meer. Voor de zomer hebben ik met de City Deal Kennis Maken Delft de Challenge Hoogbouw georganiseerd voor studenten van alle (WO/HBO/MBO) Delftse bouwkunde opleidingen. Nogmaals wil ik veel dank uitspreken aan de enthousiaste gelegenheids-jury van drie raadsleden (De Koning, Van der Woerd, Maruf), die een mooie geldprijs van het ministerie van OCW mocht verdelen. Die challenge heeft laten zien dat hoogbouw niet hoeft te leiden tot een stapel anonieme woningen, maar wel degelijk een sociaal maatschappelijke en architectonische relatie met de stad aan kan gaan. Dat heeft geresulteerd in een leuk debat met o.a. wethouder Huijsmans over kansen en bedreigingen van hoogbouw. In het ruimtelijk kwaliteitskader Schieoevers is een eerste basis gelegd voor een andere manier van denken over Hoogbouw, die verder uitgewerkt kan worden in een nieuw hoogbouwbeleid voor de stad.
Daarbij blijft aandacht nodig voor de wijze waarop gemeenschappelijkheid, tussen gebruikers onderling en in relatie met de omgeving, wordt vormgegeven. In het programma Together, dat nu plaatsvindt (www.projecttogether.nl) is dit ook een belangrijk aandachtsveld. Daarnaast loopt er een scala aan grote en kleine projecten, waarvoor mijn aandacht gevraagd wordt; naast een klein aantal waarover ik ongevraagd adviseer - in eerste instantie naar het projectteam, wellicht in de toekomst naar uw raad, als dat nodig blijkt. Dat gaat over begeleiding van onder andere: Reinier de Graaf-Juniusbuurt (woonprogramma, dichtheid, versnelling) Bagijnhof (herinrichting, gesprek met inwoners) Bouwplan De Staal (bevorderen voortgang ontwerpproces naar goedkeuring door AOK) Maria Duystlaan eo (programma, beeldkwaliteit) Gele Scheikunde (relatie bouwplannen woningbouw en internationale school. Schieoevers (RKK inmiddels vastgesteld, de vertaling daarvan in een bestemmingsplan zult u ongetwijfeld ook op de voet volgen. Station Delft Campus e.o.
(relatie toekomstscenario’s met de stadsdelen er omheen) Gelatinebrug (gebruik, aanlanding, vormgeving) Rotterdamseweg (ligt op de grens van twee grote plannen, Schieoevers en TU Campus) Smart Makers Delft (relatie programma, plek en gebouw) Binnenstad (Combinatie Ruimte voor de binnenstad/veranderingen van functie/reparatie/vernieuwing/vergroening/Nieuwe Kerk (hoe organiseren we daar het gesprek over samenhang?)) Voorhof: relatie bouwplannen (vervanging ouderenzorg- en schoolgebouwen), versmalling Dreef – (gebrek aan) gebruik van het groen - kansen en bedreigingen. In de Hoven (woningbouwplannen – toekomst van het winkelen) Poptahof (woningbouw versnellen) Tanthof (relatie bouwplannen met ontwikkelingen in de toekomst “wat overkomt ons, waar kunnen we zelf keuzes maken”?) etc. Uiteraard ben ik daarover op continue basis in gesprek met de afdeling Ruimte&Economie, supervisoren, de adviescommissie omgevingskwaliteit (AOK) en de wethouders. Ter informatie “Publieke” optredens: Bijdrage TU onderzoeksproject “1 Milion Homes: Living Today, dwelling tomorrow” Colleges op TU Delft (master woningbouw, bachelor stedenbouw) AD over hoogbouw-Challenge – 18 juni 2021 Interview samen met nieuwe Rijksbouwmeester in boek Bouwmeesters https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/adviezen-publicaties/publicatie/2021/09/09/bouwmeesters
Agenda 2021 – ‘22 Het derde jaar van mijn termijn staat uiteraard voor u in het teken van de verkiezingen. In dat kader zou ik u graag het aanbod doen om: - Het gesprek te voeren over verkiezingsprogramma’s met partijen die daarvoor belangstelling hebben. - Begin 2022 een verkiezingsdebat over “Ruimte in de stad” te voeren. (strijd om de ruimte, verdeling van woonruimte, ontmoetingsruimte, beleidsruimte) - Na de verkiezingen samen met de griffie een inleiding ruimtelijke ordening voor de nieuwe leden te organiseren. Uiteraard zet ik uitgezette lijnen verder door. In de bijlage leest u daarnaast wat gedachten over hoe het werken aan de stad naar mijn idee integraler, socialer en effectiever zou kunnen. Voor een evaluatie of discussie daarover in de commissie of de raad, ben ik uiteraard beschikbaar.
Met vriendelijke groet, Tako Postma
Evaluatie 2 jaar stadsbouwmeester Zichtbaarheid Waar de gemeente structurele tekorten heeft, geeft het voor de stadsbouwmeester geen pas om allerlei grote projecten op te starten. Dat kan tot gevolg hebben dat u mij weinig in de raad of de pers ziet met mooie grote vergezichten voor de stad. De afgelopen jaren heb ik ervaren dat mijn inzet effectiever was als ik me inzet voor de lopende projecten (dat zijn er veel), juist om deze steeds in een groter verband te zien: Wat betekent een project voor de omgeving? En kan een project gewenste ontwikkelingen in de toekomst stimuleren (in plaats van blokkeren)? Zomaar een paar voorbeelden: • Delft heeft een tekort aan oost-west verbindingen, dat is mooi zichtbaar aan de file als de Abtswoudsebrug openstaat, of de drukte op de Oude Langedijk.
Kunnen kleine en grote projecten bijdragen aan de aanleg van Oost-West verbindingen in de toekomst? • We kennen een enorm woningtekort, we hebben grote plannen, maar kan de versnelling van een aantal kleinere plannen ook bijdragen? Er is bestemmingsplanruimte voor woningbouw in de stad, kunnen we ontwikkelingen daar versnellen? En welke woonvormen horen daarbij? • Door in de Bagijnhof een koppeling te maken tussen rioolvervanging, de parkeertransitie en klimaatadaptatie, is het gelukt om samen met de bewoners een plan te maken om de hof volledig te vergroenen; Door een aantrekkelijk perspectief gaan de gesprekken daar niet (meer) over het vervallen van parkeerplaatsen maar over details van de vormgeving. Delft als stad van verbonden verschillen Delft is van ons allemaal, maar we zijn niet allemaal hetzelfde. Gelukkig. Dat geldt ook voor buurten en wijken. Onze verbonden stad lijkt soms te bestaan uit eilandjes, of in goed Engels, bubbels. Ik denk dat de Coronatijd onze bubbels kleiner en hechter gemaakt heeft, maar gelukkig komen we er nu weer uit en is er weer veel meer ruimte voor ontmoeting met het onbekende. We kunnen weer bruggetjes tussen de eilanden bouwen.
Dat is de reden dat we in de omgevingsvisie zo nadrukkelijk hebben ingezet op groene verbindingen en verblijfplekken tussen stad en landschap: Die verbindingen liggen op plekken waar het belangrijk is dat je kan oversteken, dat je mensen kan ontmoeten tussen buurten in. Plekken waar we ook nieuwe scholen en voorzieningen proberen te adresseren: Waar je veilig kan komen, lopend of op de fiets, waar ruimte is om een praatje te maken. Waar je je veilig voelt en mensen elkaar als vanzelfsprekend groeten. Ontmoeting Als stadsbouwmeester stel ik dagelijks die vragen: Als we een nieuwe brug maken, is daar dan voldoende plek om elkaar veilig te passeren? En om een praatje te maken? Als we een nieuwe buurt maken, heeft die dan 1 ingang, of zijn er routes die de buurt verbinden aan andere buurten? Kunnen we brede wegen veilig oversteken? En liggen voorzieningen op een veilige plek, waar ook ruimte is voor de mensen in een rolstoel of kinderwagen? Als de verschillen in de stad zo groot zijn, denken we dan na over waar we elkaar in de toekomst overlast bezorgen? Voorbeeld: heel veel plannen bestaan uit een aantal grote koopwoningen en een groot aantal kleine huurwoningen. Enerzijds proberen we, waar we daar als gemeente invloed op hebben, zoveel mogelijk grote huurwoningen te bouwen. Maar waar er ook kleine woningen gebouwd worden, zijn het er meestal veel bij
elkaar– dan zijn er dus ook veel fietsen en feestjes. Hebben we dan nagedacht over overlast? Als er veel verhuisd gaat worden, is er dan ook een aanspreekpunt in zo’n gebouw? Kun je ook nog ergens onder een boom zitten en vogels zien? Praktische vragen over de manier waarop we met respect samen kunnen wonen in de stad. Ontwerpen kunnen daarbij helpen, maar dat gaat helaas nog niet altijd vanzelf. Stedelijk programmeren Heel veel in de mooie stad Delft gaat goed, maar we hebben het meestal over wat er fout gegaan is. Mijn analyse is dat we in Delft teveel vanuit verschillende beleidsterreinen denken en te weinig vanuit gebieden of buurten. Als de verschillen groot zijn, zijn de oplossingen waarschijnlijk niet overal hetzelfde.
Wegen we die voldoende af als we voor de hele stad afspraken maken? Is het logisch om overal dezelfde woningverdeling te verwachten? Moet een straat in de Wippolder hetzelfde ingericht zijn als in Voorhof? Is natuurinclusief bouwen in Tanthof even belangrijk als in de Olofsbuurt? Als we meer studentenwoningen op en rond de campus willen, zouden we dan de vraag kunnen stellen of het nog logisch is dat alle studentenverenigingen in de binnenstad zitten? Tegelijkertijd is de vraag of we alles tegelijk willen of veel scherper keuzes kunnen maken over waar de aandacht naartoe moet gaan? In de grote projecten als Nieuw Delft en Schieoevers wordt nauw samengewerkt door de verschillende beleidssectoren, om een nieuwbouw te bedenken die op alle opgaven goed scoort en daarbij de goede afwegingen te maken. Maar waar het over de grote hoeveelheid kleinere projecten in de hele stad gaat, is dat nog erg ingewikkeld. Ambtelijk wordt er inmiddels aan integraal handelen gewerkt in een projectgroep stedelijk programmeren. Met als doel een aantal gebiedsagenda’s op te werken, die helpen om de lange-termijn-doelen van het omgevingsplan te vertalen in integraal handelen op de kortere termijn. En die helpen bij een manier van werken die leidt tot meer interdisciplinair afgewogen adviezen aan college en raad.
Regio en stad Veel ontwikkelingen voor de lange termijn in de stad worden sterk beïnvloed door de regio, zeker waar het gaat om mobiliteit en infrastructuur. Grotere verbanden houden niet op bij de stadgrens. Voor de grote investeringen in infrastructuur, zoals bruggen en OV hebben we ook andere overheden nodig. Bijvoorbeeld: • Voor de ontwikkelingen in Delft is het een wezenlijk verschil of de Kruithuisweg in de toekomst meer gebruikt zal worden als een stadsstraat of een verbinding tussen twee snelwegen is, maar die weg is van de Provincie. • Voor het succes van het gebied rondom Station Campus is het een voorwaarde dat dit knooppunt een logische stopplaats wordt voor het OV naar de TU Campus; dat is een verantwoordelijkheid van de MRDH. • Met de Provincie heeft een lange discussie plaatsgevonden over de inrichting van de oever van de Schie, naar aanleiding van de verbreding bij Schieoevers Zuid. Dat deed ik om te organiseren dat hier het jaagpad als een historisch belangrijke recreatieve route naar Midden Delfland blijft bestaan. Terecht wordt door directie en College veel aandacht besteed aan geode relaties om dergelijke ontwikkelingen te kunnen blijven sturen. Voor een stadsbouwmeester met een beperkt aantal uren is het een moeilijke keuze om hier veel tijd in te investeren, maar ik ben wel graag bereid daarbij te ondersteunen.
Gesprek in de stad In het verlengde daarvan is het naar mijn mening nodig om na te denken over hoe “de gemeente” vanzelfsprekend en continu in gesprek is met de inwoners en ondernemers in de stad, ook als er geen problemen zijn. Als je met elkaar in gesprek bent over wat er allemaal goed gaat, is het gemakkelijker om het gesprek te voeren over wat er misgaat. De burgemeester en de rector magnificus van de TU geven het goede voorbeeld. Hoe krijgen we bijvoorbeeld meer overzicht en open gesprekken over allerlei kleine projecten in de binnenstad, terwijl we tegelijkertijd hebben afgesproken dat projectontwikkelaars zelf verantwoordelijk zijn voor de participatie over hun project? En als binnen de gemeentelijke organisatie verschillende beleidsafdelingen met verschillende projecten en bijbehorende participatie bezig zijn? Als we als gemeente meer in gesprek zijn over een buurt als geheel, is het voor inwoners begrijpelijker, dan als er vandaag iemand langs komt over het warmteplan, morgen over de vuilnis en overmorgen over een nieuwe school. Andere gemeenten kennen bijvoorbeeld wijkraden of wijkgesprekken, waar verschillende onderwerpen met elkaar in verband gebracht worden. Dat is net wat anders dan overleg met belangengroepen, die vaak vanuit een specifieke groep komen (en die uiteraard zeer welkom zijn in die gesprekken).
En er kan ook een relatie gelegd worden met wijkwerkers vanuit het sociaal domein en bijvoorbeeld de zorgteams in de buurten. Misschien is Delft niet toe aan zo’n organisatie, maar nadenken over een manier om meer continu in gesprek te zijn met de inwoners van delen van de stad is volgens mij een belangrijke stap. Daarbij zou de houding moeten zijn “de gemeente dat zijn wij”, met als doel gezamenlijke acties om onze dagelijkse omgeving nog mooier en beter te maken. Wat we samen kunnen doen, gaat sowieso beter. En in dat kader kan een gesprek over kansen en bedreigingen in de toekomst ook eerlijk en inhoudelijk worden. In het verlengde daarvan zou wat mij betreft zelfs de gemeenteraad kunnen nadenken over de bestuurscultuur: Waarom bijvoorbeeld niet een commissie of wethouder “Delft ZuidOost”, in plaats van “Ruimte en Verkeer”? Zou dat het stadsbestuur niet toegankelijker maken voor de inwoners en ondernemers? Zou dat kunnen leiden om minder “strijd om de ruimte”, en meer op discussie over wat belangrijk is voor een buurt, in relatie tussen het sociaal en fysiek domein? En de aandacht daarmee meer richten op alle buurten? Terugkijkend gaan veel discussies, ook in de raad, over de binnenstad, terwijl de problemen in andere wijken sociaal gezien veel groter zijn.
Stadmakers Wie maakt met ons de stad? De Corona-periode heeft mij beperkt in de mogelijkheden om het gesprek met (maar vooral ook tussen inwoners onderling) over de ontwikkelingen in de stad te voeren. Er is aanleiding om het gesprek met de inwoners en ondernemers in de stad te intensiveren. Zeker in een aantal gebieden waar zich ontwikkelingen voordoen, maar een gedragen toekomstbeeld ontbreekt, zoals bijvoorbeeld in de binnenstad of TanthofBuitenhof-Voorhof. Gezien mijn benoemingstermijn, lijkt het mij onverstandig als ik die gesprekken alleen zou voeren. Dus ik doe ook via u de oproep om ambtelijk en bestuurlijk tijd vrij te maken om meer structureel in de verschillende gebieden van Delft met elkaar in gesprek te zijn. Daarbij ben ik graag aanjager/deelnemer/etc.