CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

8.c Was-Wordt tabel APV 2016.pdf

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente De WoldenBij agendapunt: Wijziging verordeningen Omgevingswet2.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Tabel wijzigingen Algemene plaatselijke verordening 2016

Was

Wordt

Artikel 1:1 Begripsbepalingen

Artikel 1:1 Begripsbepalingen

f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente De Wolden;

f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;

g. gebouw: gebouw als bedoeld in bijlage I onder A, bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

i. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

i. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; Wordt toegevoegd

Artikel 1:2 Beslistermijn

j. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage onder A, bij de Omgevingswet. Artikel 1:2 Beslistermijn Nieuw lid: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1:3 Indiening aanvraag

Artikel 1:3 Indiening aanvraag Nieuw lid:

Artikel 1:4 Voorschirften en beperkingen

3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Voorschirften wordt vervangen door Voorschriften Nieuw lid:

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Aanduiding 1 geplaatst: 1. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Nieuw lid: 2. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 1:6 Intrekken of wijzigingen van vergunning of ontheffing

Artikel 1:6 Intrekken of wijzigingen van vergunning of ontheffing Voor de aanheft van artikel 1:6 wordt de aanduiding 1 geplaats De nummers 1 tot en met 5 worden geletterd a tot en met e.

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:

1. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

2. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;

3. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

4. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;

5. indien de houder dit verzoekt.

e. indien de houder dit verzoekt. Nieuw lid

Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg en openbare plaats en het gebruik van de weg en openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan

2. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg en openbare plaats en het gebruik van de weg en openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan Lid 4 vervalt Leden 5 tot en met 7 vernummerd tot 4 tot en met 6

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Lid 2 vervalt Leden 3 en 4 worden vernummerd tot 2 en 3.

4. Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur.

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg

Lid 3 (nieuw) 3. Het verbod geldt voorts niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur. Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg Lid 3 vervalt Leden 4 en 5 worden vernummerd tot 3 en 4.

5. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.

Lid 4 (nieuw) 4. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale verordening of waterschapsverordening.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

Tweede lid,

Tweede lid,

b speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;

b indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisatie

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisatie Vervallen

Artikel 2:71 Begripsbepalingen

Artikel 2:71 Definitie Begripsbepalingen komt te luiden: Definitie

In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is. 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder Voor de bestaande tekst ‘Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beherder niet:’ wordt de aanduiding ‘2’ geplaatst. 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet: De onderdelen d tot en met f worden geletterd a tot en met c

d. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychia-trisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;

a. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychia-trisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;

e. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland,

b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland,

f. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:

c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: Huidige leden 2 tot en met 4 worden vernummerd tot 3 tot en met 5. Derde lid (nieuw) wordt ‘Veroorddeling’ vervangen door ‘Vervoordeling’

Artikel 3:13 Weigeringsgronden

Artikel 3:13 Weigeringsgronden

Eerste lid,

Eerst lid,

b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; Artikel 4:6 Overige geluidhinder

b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan; Artikel 4:6 Overige geluidhinder

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

3. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuur-werkbesluit of de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 4:10 Begripsbepalingen

3. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. 4:10 Begripsbepalingen

e. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1 lid 5 van de Boswet; Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

e. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 4.1, onderdeel a. van de Wet Natuurbescherming; Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

2 .Het in het eerste lid onder b gestelde verbod geldt niet voor de houtopstanden buiten de bebouwde kom in de zin van de Boswet, indien het betreft:

2. Het in het eerste lid onder b gestelde verbod geldt niet voor een houtopstand buiten de bebouwde kom in de zin van de Wet natuurbescherming.

a.

populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; b. houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwonderneming en niet gelegen is binnen een bebouwde kom Boswet tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en, ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in het geval van rijbeplanting, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20. 4. a houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:21;

4. a houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantengezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:21;

Artikel 4:26 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

Artikel 4:26 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Provinciale Omgevingsverordening. Artikel 4:30 Begripsbepaling

3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover daarin wordt voorzien door de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 4:30 Begripsbepaling

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel 4:31 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het be-stemmingsplan is bestemd of mede bestemd. Artikel 5:5 Voertuigwrakken

1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. Artikel 5:5 Voertuigwrakken

2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.

Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

Artikel 4:31 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

3. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet Beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale Omgevingsverordening. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

Het verbod van artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan

3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

Artikel 5:32 Crossterreinen

Artikel 5:32 Crossterreinen

4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Lid 6 Vervallen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12186747/1