Bijlage 1 (ontwerp)begroting GGDrU 2026
Tekst van het document
Gezonde en veilige leefomgeving
Raming 2025-0 Baten
Lasten
Raming 2026-0 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
2.445
14.082
-11.637
2.600
20.763
-18.163
Kansrijk opgroeien
-
30.939
-30.939
-
31.991
-31.991
Langer gezond zelfstandig
-
4.319
-4.319
-
4.147
-4.147
62.226
-
62.226
72.657
-
72.657
Overhead
-
15.135
-15.135
-
18.152
-18.152
Bedrag onvoorzien
-
136
-136
-
142
-142
Geraamde totaal saldo van baten en lasten
64.671
64.611
60
75.257
75.195
62
Mutaties reserves Geraamd resultaat
64.671
60 64.671
-60 -
75.257
62 75.257
-62 -
Algemene dekkingsmiddelen
Vennootschapsbelasting Aangezien verwacht wordt dat over de taken, die GGDrU uitvoert, geen winst wordt gemaakt, is in de (ontwerp)begroting 2026-0 een bedrag van € 0 opgenomen aan last voor de vennootschapsbelasting. Onvoorzien In de (ontwerp)begroting 2026-0 is rekening gehouden met een post ‘Onvoorzien’ van 0,3% over de totale inwoner- en kindbijdrage (zoals opgenomen in de financiële verordening van GGDrU). Dit komt neer op een bedrag van € 142.000.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
22
3.2 Financiële ontwikkelingen en impact op (ontwerp)begroting 2026-0 Verschillende factoren zijn van invloed op de mutaties in de (ontwerp)begroting 2026-0 en op de ontwikkeling van de inwonerbijdrage en de kindbijdrage. In de tabel zijn de belangrijkste mutaties uiteengezet en vervolgens toegelicht.
3.2.1 Loon- & Prijsindex, Volumemutatie Loon De loonindexatie wordt berekend op basis van de uitgangspunten van de Kaderbrief 2026. Daarin is opgenomen dat de cao en de premieontwikkelingen van het werkgeversdeel worden gevolgd. Bij het opstellen van deze (ontwerp)begroting zijn de caoonderhandelingen nog gaande en de huidige cao is geldend tot april 2025. Hierdoor wordt gerekend met de loonvoet sector overheid uit de septembercirculaire 2024. Voor het resterende deel (vanaf april) van het jaar 2025 is gerekend met 4,7% en voor 2026 is gerekend met 3,8%.
Bron: septembercirculaire 2024, pagina 31.
Naast bovengenoemde ontwikkeling is ook de mutatie in de werkgeverspremies van invloed op de loonindexatie. De mutaties bestaan uit een stijging van de sociale verzekeringspremies (SV) en een lichte daling van de premies voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen (werkgeversdeel). Alle effecten op de loonindex samen leiden tot een stijging van de loonkosten van GGDrU van circa € 1.278.600.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
23
Prijs Hiervoor wordt uitgegaan van het Bruto Binnenlands Product, zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024 van het Gemeentefonds. Er is gerekend met het prijsindexcijfer voor 2026 van 2,6%. Verder is een correctie index van -/-0,1% opgenomen aangezien in begroting 2025-0 nog werd gerekend met een pbbp van 2,8% op basis van de septembercirculaire 2023 terwijl de pbbp voor 2025 in de septembercirculaire 2024 is bijgesteld naar 2,7%. Dit leidt tot een materiële kostenstijging van circa € 444.400. Volume Verder is de berekening gemaakt van volumemutatie in 2026. Dit betreft het verschil tussen de inwoner- en kindaantallen tussen 1-1-23 en 1-1-24. Het effect hiervan is circa € 5.000. De totale loon- en prijsindexering en volumemutatie komt hiermee uit op circa € 1.728.000. Het effect op de pijlers is in de eerste tabel van deze paragraaf weergegeven. Voor de gemeentelijk bijdrage is dit bijna gelijk aan de indexatie berekend in de kaderbrief 2026. Namelijk in percentage is het 2,67% indexatie, terwijl we in de kaderbrief 2,65% ingeschat hadden. Dit beperkte verschil wordt veroorzaakt door de verwerking van de werkelijke effecten vanuit de werkgeverspremies. Het effect op de inwoner- en kindbijdrage is weergeven in paragraaf 3.2.6.
3.2.2 Taakstelling & (voorgenomen) bezuinigingen individueel maatwerk Vanaf 2026 krijgen gemeenten onvoldoende geld van het rijk om hun taken uit te voeren. Het kabinet kort het gemeentefonds dan met maar liefst € 2,4 miljard. Gemeenten hebben moeilijke beslissingen te maken in het hier en nu, gezien de financiële ontwikkelingen die de gemeentebegroting (gaan) treffen. Daarom is in het najaar van 2023 door het bestuur van GGDrU besloten tijdig in dialoog te gaan over de verwachte financiële ontwikkelingen voor 2026 (‘ravijnjaar 2026’) en verder. Als uitkomst van de bestuurlijke gesprekken is er door het AB besloten op 6 november 2024 om te kiezen voor een inhoudelijke doorontwikkeling met een financiële taakstelling. Daarnaast is besloten gemeenten de ruimte te laten te bezuinigen op het individuele maatwerk indien dit nodig wordt geacht op basis van de betreffende financiële situatie. Op 29 januari 2025 is het AB geïnformeerd over de voorgenomen bezuinigingen van de individuele gemeenten. Deze voorgenomen bezuinigingen, alsmede de taakstelling is verwerkt in de (ontwerp)begroting 2026-0. Dit betreft alleen het effect op het jaar 2026 en niet de effecten in 2025 of in latere jaren.
De taakstelling van € 300.000 is ingeboekt via een bezuiniging op de gemeentelijke bijdrage en in totaal bedragen de voorgenomen bezuinigingen op het individuele maatwerk voor het jaar 2026 € 475.000. Hiermee komt de totale bezuiniging uit op € 775.000. Het effect op de pijlers is in de eerste tabel van deze paragraaf weergegeven en de doorrekening van de taakstelling op de inwonerbijdrage is weergeven in paragraaf 3.2.6. 3.2.3 Aantrekkelijke werkgever In het AB van juli 2023 is besloten in de periode 2024-2026 de inwoner- en kindbijdrage jaarlijks met 1 miljoen op te hogen om daarmee de arbeidsvoorwaarden op gelijk niveau te kunnen brengen met vergelijkbare organisaties. Voor 2026 betekent dit een ophoging à € 0,286 van de inwonerbijdrage en van € 2,877 van de kindbijdrage. 3.2.4 Toekomststrategie Gezondheidsbevordering (GB) In de vergadering van 26 maart 2025 heeft het AB kennisgenomen van de toekomststrategie Gezondheidsbevordering en de daarbij horende financiële consequenties. Om kennis en advies goed te kunnen borgen in de organisatie wordt 1 fte toegevoegd aan de GB-formatie door een verhoging van de inwonerbijdrage. Verder worden de GB(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
24
intensiveringsopdrachten onderdeel van de inwonerbijdrage waardoor 1 fte wordt verschoven van de intensivering naar de basis waarmee de inwonerbijdrage wordt verhoogd. Samen betekent dit een toevoeging van 2 fte bij gezondheidsbevordering wat een verhoging van de inwonerbijdrage van € 230.000 ofwel € 0,224 per inwoner met zich meebrengt. 3.2.5 Maatwerk gemeenten Naast de bezuinigingen in het maatwerk is er ook (extra) maatwerk afgenomen bij GGDrU, welke nog niet in de begroting 2025-0 was verwerkt, maar wel is opgenomen in de samenwerkingsovereenkomsten 2025. Hierbij kan gedacht worden aan de WMO-toezicht voor de gemeente Utrecht, Coördinatie B.Slim voor de gemeente Amersfoort of VVE voor de gemeente Nieuwegein. Daarnaast zijn de verwachte baten voor Toezicht kinderopvang opgehoogd o.b.v. verwachte inspecties en zijn de baten voor de forensische zorg naar boven bijgesteld o.b.v. de verwachte uit te voeren verrichtingen. Dit leidt in totaal tot circa € 874.000 aan extra baten, welke ook zijn vertaald naar de lasten bij de pijlers. 3.2.6 Rijk en overige mutaties De wijzigingen op de begroting vanuit het Rijk betreft enerzijds het VIP-programma voor circa 2,5 miljoen en de verwachte baten en lasten voor het aanhouden van een basiscapaciteit covid de uitvoering van een najaarscampagne à 5 miljoen.
De overige baten à € 210.000 betreft onder andere hogere inschatting van de omzet bij reizigers advisering, hogere uitvoering op verzekerde zorg en hogere baten vanuit de Publieke gezondheid asielzoekers. Evenredig zijn de verwachte lasten verdeeld naar de pijlers. 3.2.7 Overzicht inwoner- en kindbijdrage De financiële impact van de ontwikkelingen vertaalt zich in een mutatie van de inwonerbijdrage (IWB) en kindbijdrage (KB), welke in de volgende tabellen uiteen zijn gezet. Gemeente
IWB 2025-0
Loon index
Prijs index
MN-gemeenten
€ 8,079
0,159
0,055
Aantrekkelijke Toekomst Taakstelling strategie GB werkgever 0,224
-0,214
€ 8,589
Gemeente Eemnes € 7,754 0,153 0,053 0,286 0,224 Gemeente Utrecht * € 5,663 0,111 0,039 0,286 0 * Bedrag is exclusief de bijdragen voor Epidemiologie en Gezondheidsbevordering
-0,214 -0,214
€ 8,256 € 5,884
(m.u.v. Eemnes)
Gemeente MN-gemeenten
KB 2025-0 € 166,093
Loon index 3,270
0,286
IWB 2026-0
Prijs Aantrekkelijke index werkgever 1,136 2,877
KB 2026-0 € 173,376
Gemeenten Eemnes en Utrecht Toezicht Wmo hoeft niet verplicht bij GGD’en afgenomen te worden. De gemeenten Eemnes en Utrecht nemen het Toezicht Wmo niet af bij GGDrU. Zij betalen daardoor een lagere inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeente Utrecht wordt daarnaast nog beïnvloed door andere afspraken. Bij de fusie van GGDrU (1-1-2014) zijn afspraken gemaakt tussen de gemeente Utrecht en de 25 gemeenten van Midden-Nederland. Die leiden ertoe dat het basispakket voor de gemeente Utrecht anders wordt uitgevoerd. De grootste verschillen zitten in afspraken rond epidemiologie, gezondheidsbevordering en toezicht WMO. Dit houdt in dat Utrecht de uitvoering van deze taken niet of op andere wijze bij GGDrU heeft belegd. Tevens betaalt de Gemeente Utrecht geen kindbijdrage, omdat er geen (ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
25
Jeugdgezondheidszorg taken worden afgenomen. Op dit moment kijkt het dagelijks bestuur met de gemeente Utrecht samen naar een verdere optimalisatie en versterking van de samenwerking.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
26
Meerjarenperspectief inwoner- en kindbijdragen Het meerjarenperspectief voor het verwachte bedrag aan inwoner- en kindbijdrage per gemeente voor 2026-2029 hebben we inzichtelijk gemaakt (indicatief). Uitgangspunt daarbij zijn de inwoneraantallen en kindaantallen per 1 januari 2024 die voor de (ontwerp)begroting 2026-0 zijn gebruikt. Tevens is de ophoging van inwoner- en kindbijdrage voor het jaar 2026 vanuit de aantrekkelijke werkgever verwerkt. Ontwikkeling wetsvoorstel lijkschouw en toezicht kinderopvang In de september circulaire 2024 is gepubliceerd dat voor Lijkschouw extra middelen beschikbaar worden gesteld via het gemeentefonds. Dit in verband met de beoogde inwerkingtreden van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) per 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is voor de periode 2026-2031 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. Vanwege het feit dat het nog niet geheel zeker is of dit voorstel doorgaat is er voor gekozen om het nog niet te verwerken in deze (ontwerp)begroting 2026-0. Indien er meer bekend wordt zullen we de financiële effecten verwerken in de begrotingswijziging 2026-1 en begroting 2027-0.
Soortgelijk speelt ook bij Toezicht, namelijk dat de Tweede Kamer ingestemd heeft met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. Als ook de Eerste Kamer instemt gaan de nieuwe kwaliteitseisen naar verwachting per 1 juli 2026 gelden. De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. In de Voorjaarsnota 2024 zijn hiervoor financiële middelen gereserveerd. Het voornemen is om deze met de meicirculaire 2025 toe te voegen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Uiteraard is dit onder voorbehoud van de stemming in de Eerste Kamer over het wetsvoorstel.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
27
Gemeente Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist Totaal
Aantal inwoners 1-1-2024 161.852 25.065 16.108 22.619 43.718 45.813 9.755 50.847 33.421 31.681 14.724 13.868 65.971 10.223 5.753 20.235 47.682 65.878 374.238 50.550 69.440 61.669 23.945 53.724 14.637 66.641 1.400.057
Aantal kinderen 1-1-2024 33.622 4.746 3.453 5.081 9.219 8.758 1.939 10.974 6.447 6.252 2.905 2.789 12.067 1.977 1.429 4.167 9.169 13.215 n.v.t. 9.809 14.995 12.959 4.597 11.016 3.407 13.527 208.519
2026*
2027*
2028*
2029*
7.220 1.038 737 1.075 1.974 1.912 417 2.339 1.405 1.356 630 603 2.659 431 297 896 1.999 2.857 2.348 2.135 3.196 2.776 1.003 2.371 716 2.918 47.309
7.407 1.065 756 1.103 2.025 1.962 428 2.400 1.441 1.391 647 618 2.728 442 305 920 2.051 2.931 2.409 2.190 3.279 2.849 1.029 2.433 735 2.994 48.539
7.592 1.092 775 1.131 2.076 2.011 438 2.460 1.477 1.426 663 634 2.796 453 313 943 2.103 3.005 2.470 2.245 3.361 2.920 1.054 2.494 753 3.068 49.753
7.782 1.119 794 1.159 2.128 2.061 449 2.522 1.514 1.462 679 650 2.866 464 320 966 2.155 3.080 2.531 2.301 3.445 2.993 1.081 2.556 772 3.145 50.997
* bedragen * € 1.000 nb 1: Kindaantal gemeente Utrecht onvermeld aangezien de gemeente geen taken op het gebied van Jeugdgezondheidzorg afneemt bij GGDrU nb 2: Bijdrage gemeente Utrecht is inclusief de liaisonbijdrage gezondheidsbevordering en epidemiologie
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
28
3.3 Bijdragen en vergoedingen per gemeente 2026 In het volgende overzicht staan de verwachte gemeentelijke bijdragen voor wettelijke-, intensivering van wettelijke taken, collectieve taken en maatwerk. In bijlage 4 is per gemeente de gedetailleerde weergave neergezet.
Gemeente Amersfoort
Wettelijke Intensivering Collectieve taken wettelijke taken taken
Maatwerk
Totale bijdrage 2026-0
1.830
42
6.010
1.687
9.570
Baarn
267
7
851
188
1.312
Bunnik
183
0
613
61
858
Bunschoten
226
4
891
151
1.272
De Bilt
462
4
1.676
109
2.252
De Ronde Venen
501
4
1.588
263
2.355
Eemnes
102
2
347
48
499
Houten
553
1
1.953
160
2.667
IJsselstein
344
3
1.157
91
1.594
Leusden
334
4
1.120
156
1.614
Lopik
180
0
514
76
771
Montfoort
152
5
495
122
774
Nieuwegein
678
1
2.188
565
3.433
Oudewater
112
1
359
83
554
Renswoude
62
-
254
20
336
Rhenen
214
-
741
68
1.022
Soest
495
7
1.652
281
2.435
Stichtse Vecht
750
5
2.354
505
3.615
2.348
124
339
1.196
4.007
Utrechtse Heuvelrug
579
6
1.768
155
2.508
Veenendaal
740
1
2.648
252
3.642
Vijfheerenlanden
673
8
2.326
427
3.434
Wijk bij Duurstede
247
2
826
89
1.164
Woerden
583
4
1.964
461
3.012
Woudenberg
170
5
605
63
843
Zeist
766
6
2.447
290
3.510
13.549
248
37.685
7.567
59.049
Utrecht
Totaal gemeenten
Niet-gemeentelijke opbrengsten
Totaal Bijdrage (ontwerp)begroting 2026-0
16.208
75.257
Bedragen x € 1.000,-
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
29
3.4 Autorisatie vervanging activa In 2025 hebben we de meerjarige investeringskalender geactualiseerd. Op basis hiervan is de investeringsbehoefte voor de periode 2026 tot en met 2029 opgenomen. Alle bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 2025. Autorisatie van de investeringskredieten vindt plaats door middel van vaststelling van de begroting en begrotingswijziging. In de onderstaande tabel zijn de extra aan te vragen investeringskredieten (kolom ‘mutatie krediet 2026’) opgenomen inclusief de verwachte vervangingsinvesteringen voor de komende periode. In 2026 betreft het voornamelijk investeringen ten behoeve van vervangingen in inventaris, audiometers, koelkasten en/of IT-apparatuur. Investeringsoverzicht
Krediet
Investeringen
(x€ 1.000)
ultimo-2025
2026
- Bedrijfsgebouwen Verbouwingen CB-locaties Verbouwing Spreekkamers - Machines, apparaten en installaties (medische) Apparatuur Installaties - Overige materiele activa Inventaris Automatisering - Vervoersmiddelen Totalen
Mutatie Krediet 2026
Saldo Krediet Inv* Inv* Inv* 2026
2027
2028
2029
49 -
40 -
-
9 -
-
-
-
217 -
25 -
-
192 -
108 -
95 -
95 -
422 227 915
80 100 245
-
342 127 670
150 260 188 175 325 75 433 680 358
* verwachte investeringen
Met de bovenstaande vervangingsinvesteringen komen we uit op een consistente meerjarige afschrijvingslast. Afschrijvingsstaat
Afschrijving
Afschrijving
Afschrijving
Afschrijving
(x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
- Bedrijfsgebouwen - Machines, apparaten en installaties Apparatuur Installaties - Overige materiele activa Inventaris Automatisering - Vervoersmiddelen Totaal
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
249
249
249
215
87 172
89 172
92 171
95 171
138 425 25 1.100
135 430 29 1.100
144 419 25 1.100
142 452 25 1.100
30
3.5 Meerjarenraming 2026-2029 De gecomprimeerde meerjarenraming van het programma Publieke Gezondheid is gebaseerd op de pijlers uit deze begroting. In deze meerjaren raming is rekening gehouden met de toekomstige prijsontwikkeling gepubliceerd in de september circulaire 2024 en de incidentele effecten in de (ontwerp)begroting 2026-0, welke in de volgende paragraaf uiteen zijn gezet. Programma (x €1.000)
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Publieke Gezondheid
Baten 75.257
Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 75.195 62 69.001 68.939 62 70.665 70.603 62 72.430 72.368 62
Geraamde saldo Mutaties reserves Geraamd resultaat
75.257 75.257
75.195 62 75.257
62 69.001 68.939 -62 62 - 69.001 69.001
62 70.665 70.603 -62 62 - 70.665 70.665
62 72.430 72.368 -62 62 - 72.430 72.430
62 -62 -
3.6 Overzicht van incidentele baten en lasten De (ontwerp)begroting 2026-0-0 is gebaseerd op structurele baten en lasten. Daarbij worden de maatwerkafspraken met gemeenten voor de vorm als structureel gecategoriseerd. Uiteraard zijn gemeenten autonoom in het bepalen van de omvang van het maatwerk. Onderstaande twee tabellen geven de incidentele lasten en onttrekkingen uit de reserves weer en het structurele begrotingssaldo. Incidentele Baten & lasten
Raming
Raming
( x € 1.000)
2026
2027
Incidentele lasten Covid basisinfrastructuur & najaarscampagne Versterking Infectieziektebestrijding & Pandemische Paraatheid (VIP) Nu niet zwanger 2023-2026 Aanvullende Seksuele gezondheidszorg Utrecht 2023-2026 Transkliniek Utrecht 2023-2026 Doorvoeren van RVP-Wijzigingen Totaal incidentele lasten Incidentele baten Covid basisinfrastructuur & najaarscampagne Versterking Infectieziektebestrijding & Pandemische Paraatheid (VIP) Nu niet zwanger 2023-2026 Aanvullende Seksuele gezondheidszorg Utrecht 2023-2026 Transkliniek Utrecht 2023-2026 RIVM - Implementatiegelden RVP-Wijzigingen Totaal incidentele baten Reserves n.v.t. Totaal incidentele mutaties reserves Geraamd incidenteel resultaat
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
Raming Raming 2028
2029
5.000 2.371 260 150 80 100 7.961
58 58
-
-
5.000 2.371 260 150 80 100 7.961
58 58
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
31
Uit de tabel is te halen dat er in de begroting meerjarig een aantal projecten uitgevoerd gaan worden waar incidentele financiering voor beschikbaar is. We sturen erop dat er geen meerjarige structurele financiële verplichtingen ontstaan, door de uitvoering van deze projecten. Structureel & Incidenteel begrotingssaldo
Raming Raming Raming Raming
(x € 1.000)
2026
Saldo baten en Lasten Toevoegingen en onttrekkingen reserves Begrotingssaldo na bestemming Incidenteel begrotingssaldo Incidenteel saldo baten en Lasten Incidentele toevoegingen en onttrekkingen reserves Geraamd incidenteel resultaat Structureel begrotingssaldo Structureel saldo baten en Lasten Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves Structureel begrotingssaldo
2027
2028
2029
62 -62 -
62 -62 -
62 -62 -
62 -62 -
-
-
-
-
62 -62 -
62 -62 -
62 -62 -
62 -62 -
3.7 Beleidsindicatoren Conform de regeling beleidsindicatoren gemeenten van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2016 moeten onderstaande beleidsindicatoren in de programmaverantwoording van GGDrU worden opgenomen.
Omschrijving
Eenheid
Inwoners per 1-1-24 Apparaatskosten Apparaatskosten per inwoner
aantal € 1.000 €
1.400.057 15.984 11,42
Formatie (exclusief inhuur) Formatie per 1.000 inwoners
Fte Fte
542 0,39
Bezetting (exclusief inhuur) ultimo 2024 Bezetting per 1.000 inwoners
Fte Fte
584 0,42
Kosten inhuur derden Loonsom (exclusief overige personeelslasten) Kosten inhuur derden in % van loonsom
€ 1.000 € 1.000 %
6.686 52.069 12,8%
Overhead Totale lasten Overhead in % van totale lasten
€ 1.000 € 1.000 %
15.984 75.257 21,2%
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
Score
32
4 Verplichte paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) voorgeschreven paragrafen met uitzondering van lokale heffingen en grondbeleid. Deze laatste twee paragrafen zijn niet van toepassing op GGDrU. Het gaat om de volgende paragrafen: • Weerstandsvermogen en risicobeheersing • Bedrijfsvoering • Verbonden partijen • Onderhoud kapitaalgoederen • Financiering en treasury • Openbaarheidsparagraaf
4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.1.1 Weerstandsvermogen Kunnen we financiële tegenvallers opvangen zonder te bezuinigen? Het antwoord op deze vraag is te vinden in het weerstandsvermogen van GGDrU. Het weerstandsvermogen is het resultaat van de verhouding tussen enerzijds de weerstandscapaciteit en anderzijds de risico’s die financiële impact kunnen hebben op de organisatie. De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. Per 31 december 2023 bedraagt de weerstandscapaciteit € 2.486.275 (zijnde de algemene reserve van GGDrU) vòòr resultaatbestemming 2024. 4.1.2 Risicobeheersing In de nota ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ (vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 5 juli 2023) zijn uitgangspunten opgenomen voor de uitvoering van de risico-inventarisatie. De actualisatie van de risico-inventarisatie vindt jaarlijks plaats door deze risico’s met de betreffende verantwoordelijken te bespreken. Medio januari 2024 heeft de meest recente actualisatie van de risico-inventarisatie plaatsgevonden. Deze actualisatie maakt onderdeel uit van de reguliere P&C-cyclus en heeft daardoor nadrukkelijk de aandacht van GGDrU.
Reizigersadvisering In 2019 is besloten om voor de taak ‘Reizigersadvisering’ een separate bestemmingsreserve te vormen, zodat de jaarlijkse exploitatieresultaten van deze taak ten gunste of ten laste van deze reserve worden gebracht. Zodra de bestemmingsreserve afdoende is opgebouwd zal een eventueel gekwantificeerd risico niet meer ten laste van de weerstandscapaciteit komen. Jeugdgezondheidszorg Ten aanzien van de taak ‘Jeugdgezondheidszorg’ is een vrijwaringsbepaling vastgelegd met de gemeente Utrecht. Dit houdt in dat de gemeente Utrecht wordt gevrijwaard voor JGZexploitatieresultaten. Eventuele risico’s hierop (DDJGZ en JGZ-exploitatieresultaten) worden separaat afgedekt en niet middels aanhouden van een algemene reserve. Voor alle andere financieel gekwantificeerde risico’s is het gewenst dat GGDrU hiervoor over voldoende weerstandscapaciteit beschikt.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
33
De actualisatie van de risico-inventarisatie leidt tot onderstaande risicokaart, waarbij de GGDrU-brede risico’s, risico's ten aanzien van Reizigersadvisering en risico's inzake DDJGZ tezamen zijn opgenomen. In de uitwerking van de kwantificering van de risico’s naar euro’s weerstandsvermogen wordt wel een splitsing aangebracht in de drie groepen (interne bedrijfsvoering, samenwerking in de gemeenschappelijke regeling en externe ontwikkelingen) van risico’s.
4.1.3 Kwantificering GGD-brede risico’s Op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie heeft een financiële kwantificering plaatsgevonden van de benoemde GGD-brede risico’s (NB: de geactualiseerde risicoinventarisaties van reizigersadvisering en DDJGZ, waaronder GGiD, worden separaat in deze paragraaf beschreven). Dit leidt uiteenzetting op de volgende pagina
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
34
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
35
Benodigde weerstandscapaciteit GGD-brede risico’s Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.660.750. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 2.486.275. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/nodig) 1,497. Hiermee zijn de genoemde risico’s financieel afdoende afgedekt. Kwantificering risico Reizigersadvisering Op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie heeft een financiële kwantificering plaatsgevonden van het benoemde risico ten aanzien van de taak Reizigersadvisering. Dit leidt tot de volgende opstelling.
Weerstandscapaciteit risico Reizigersadvisering De weerstandscapaciteit voor dit risico bestaat uit de bestemmingsreserve Reizigersadvisering. Per 31 december 2024 bedraagt de weerstandscapaciteit € 0. Benodigde weerstandscapaciteit risico Reizigersadvisering Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 30.000. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 0. Omdat de weerstandscapaciteit € 0 is kan geen verhouding (beschikbaar/nodig) worden berekend. Hiermee is het genoemde risico financieel niet afdoende afgedekt. In principe kan dan de algemene reserve als buffer fungeren. Kwantificering risico DD-JGZ Op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie heeft een financiële kwantificering plaatsgevonden van het benoemde DD-JGZ-risico. Dit leidt tot de volgende opstelling.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
36
Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 107.500. De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de bestemmingsreserve JGZ. 4.1.4 Financiële kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de resultatenrekening of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van GGDrU. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte GGDrU beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. De kengetallen bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel d uit het BBV, zijn in de onderstaande tabel berekend en toegelicht en zijn afgeleid uit de geprognosticeerde balans (zie hoofdstuk 5). Zie voor een nadere toelichting ook bijlage 3. Twee kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) hebben geen betrekking op GGDrU. Kengetallen
Realisatie
Begroting
Raming
2024
2025-0
2026-0
Netto schuldquote
4,8%
13,4%
10,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
4,8%
13,4%
10,7%
Solvabiliteitsratio
14,7%
11,2%
9,3%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
0,0%
1. Netto schuldquote (inclusief gecorrigeerd voor alle leningen) De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Volgens het BBV moeten twee ratio’s worden weergegeven, te weten de ‘netto schuldquote’ en ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen’. Hoe hoger de schuld hoe hoger de netto schuldquote. De positie van GGDrU is positief te noemen; het percentage voor 2026 van 10,7% bevindt zich in de categorie 'minst risicovol’ aangezien deze lager is dan negentig procent. De verhouding stijgt ten opzichte van de realisatie 2024, dit wordt veroorzaakt door de incidentele baten vanuit de corona meerkostenregeling en VIP welke een gunstig effect had op het kengetal.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
37
2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin GGDrU in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe beter GGDrU zijn verplichtingen kan voldoen en hoe gunstiger de financiële weerbaarheid is. De solvabiliteit wordt berekend als de verhouding tussen het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen. De solvabiliteitverhouding 2026 laat een beperkte daling zien ten opzichte van de realisatie 2024, dit als gevolg van de geprognotiseerde onttrekkingen aan de reserves in 2025. De solvabiliteitsratio van 9,3% voor 2026 bevindt zich in de categorie 'meest risicovol’ aangezien deze lager is dan twintig procent. 3. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een neutraal of positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente van de langlopende leningen) te dekken. Voor 2026 valt de structurele exploitatieruimte met 0% in categorie 'Neutraal'.
4.2
Bedrijfsvoering
Deze paragraaf geeft inzicht in de ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering bestaat uit alle beherende, verantwoordende en controlerende activiteiten die de organisatie in staat stellen om de voorgenomen activiteiten binnen de productgroepen en prestaties zo effectief en efficiënt mogelijk te realiseren. Formatie De totale formatie van onze organisatie komt uit op 542,07 fte (peildatum 1-1-2026). Onze ondersteunende diensten zijn cruciaal om onze organisatie goed te laten draaien. Het gaat om de volgende onderdelen: Financiën, HR, ICT, Facilitair, Directie, Secretariaat, Strategisch Beleid, Kwaliteit, Communicatie en Control. In totaal hebben we 97,29 fte ondersteunende diensten op een totale formatie van 542,07 fte. Verzekeringen GGDrU voert het beheer van zijn verzekeringen in eigen beheer uit. Het pakket bestaat uit de volgende verzekeringen: • brand- en exploitatiekostenverzekering; • aansprakelijkheidsverzekering; • werkgevers aansprakelijkheidsverzekering bestuurder motorrijtuigen verzekering; • wagenparkverzekering; • rechtsbijstandverzekering; • computer- en elektronicaverzekering.
4.3
Verbonden partijen
Deze paragraaf geeft inzicht in ‘derde rechtspersonen’ waarin GGDrU een bestuurlijk en financieel belang heeft. Dit belang heeft zowel betrekking op privaatrechtelijke als publiekrechtelijke organisaties. Privaatrechtelijke organisaties zijn in het Burgerlijk Wetboek nader geregeld, en kunnen stichtingen, verenigingen, coöperaties, vennootschappen en deelnemingen zijn. 4.3.1 GGD GHOR Nederland (Vereniging voor Publieke Gezondheid en Veiligheid (PGV)) GGD GHOR Nederland is de koepelorganisatie van de GGD-en en GHOR bureaus. Vanuit GGD GHOR Nederland wordt, voor en in samenspraak met de DPG-en, de lobby en belangenbehartiging voor de GGD-en en GHOR bureaus gedaan richting politiek en (ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
38
stakeholders. Daarnaast voert GGD GHOR Nederland projecten uit, die vanuit efficiency oogpunt centraal moeten worden uitgevoerd en die randvoorwaarden en producten opleveren waarmee de GGD-en hun werkzaamheden kunnen verrichten. Bestuurlijk en financieel belang Het hoogste orgaan van GGD GHOR Nederland is de Raad van DPG-en. Hierin worden de 25 GGD-en en GHOR-bureaus vertegenwoordigd door hun Directeur Publieke Gezondheid (DPG). Het presidium bestaat uit vijf leden van het algemeen bestuur. GGDrU betaalt op jaarbasis een contributie aan GGD GHOR Nederland gebaseerd op een bijdrage per inwoner. Voor 2023 bedroeg deze contributie € 279.787. Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via de afvaardiging van de Directeur Publieke Gezondheid van GGDrU in zowel de vergadering van DPG-en als het presidium. Artikel 15 lid 2 van het BBV geeft aan dat per verantwoorde verbonden partij de omvang van het eigen en vreemd vermogen aan het begin en einde van het begrotingsjaar en het financiële resultaat over het begrotingsjaar moet worden verantwoord. In de begroting van deze verbonden partij zijn deze gegevens niet opgenomen.
4.4
Onderhoud kapitaalgoederen
Om kwaliteit te kunnen leveren, moeten we over adequate huisvesting beschikken. Het is van belang dat de waarde van onze gebouwen op peil blijft. Die waarde hangt samen met de aantrekkelijkheid van de gebouwen en hun omgeving. Voor de hoofdvestiging zijn onderhoudscontracten afgesloten voor installaties en bouwkundige onderdelen. Voor overige kapitaalgoederen zoals archiefstellingen en telefooncentrales worden ook onderhoudscontracten afgesloten. Daarmee borgen we de functionaliteit en levensduur. In het geval van lease of huur wordt het onderhoud in contracten meegenomen. Sinds 2004 is GGDrU eigenaar van het gebouw De Dreef 5 in Zeist, dat fungeert als hoofdgebouw. De aanvulling op de voorziening voor groot onderhoud is gebaseerd op een gedetailleerd meerjaren onderhoudsplan (MJOP). In december 2023 heeft een extern bureau een actualisatie uitgevoerd van dit meerjaren onderhoudsplan. Uit dit onderzoek bleek dat in 2023 een deel van de voorziening kon vrijvallen en dat de jaarlijkse dotatie van € 35.000 toereikend is voor de komende jaren.
4.5
Financiering en treasury
GGDrU beschikt over een actueel treasurystatuut. In de paragraaf leggen we de begrippen uit. Ook beschrijven we de renteontwikkeling, kasgeldlimiet, renterisico en onze financieringspositie. In dit statuut is onder meer opgenomen dat, door de invoering van het Schatkistbankieren, de verplichting geldt dat overtollig kasgeld dagelijks naar de staatskas moeten worden afgestort. Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering is gebonden aan een maximum. Dit is wettelijk vastgesteld op de renterisiconorm van 20% van het begrotingstotaal. Onder lange financiering vallen alle financieringsvormen met een rente typische looptijd van langer dan één jaar. De definitie van renterisico is het minimum van de netto nieuw aangetrokken schuld en de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van contractuele renteherzieningen op de opgenomen en uitgezette geldleningen. In de onderstaande tabel staat het renterisico voor de jaren 2026 tot en met 2029.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
39
Renterisico norm
Raming
Raming
Raming
Raming
(x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
1.
Renteherziening
2.
Betaalde aflossingen
-
-
-
-
404 404
404 404
404 404
404 404
1+2 = 3
Renterisico
4.
Renterisico-norm
15.051
13.821
14.154
14.508
5a.
Ruimte onder renterisico-norm (4 > 3)
15.051
13.821
14.154
14.508
5b.
Overschrijding renterisico-norm (3 > 4)
-
-
-
-
75.257
69.104
70.771
72.539
20%
20%
20%
20%
15.051
13.821
14.154
14.508
Berekening renterisico-norm 4a. 4b. 4. (4a * 4b)
Begrotingstotaal jaar T Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage Renterisico-norm
Renteontwikkeling Wij hebben ten tijde van opstellen van de (ontwerp)begroting 2026-0 één pand in eigendom waarvoor twee leningen zijn afgesloten, waarvan één lening waarvan de rentevervaldatum samenvalt met de datum waarop de gehele lening wordt afgelost in 2034. In 2021 zijn er ten behoeve van de renovatie van de Dreef 5 drie leningen met een verschillende looptijd afgesloten. Het rentepercentage voor deze drie leningen zijn voor de gehele looptijd afgesproken. Lening nummer
Instelling
Eerste jaar overeenkomst
Looptijd
Rente %
Rente/Aflossing
40.98570.01
BNG
2004
30 jr.
0,05%
12 x per jaar
40.98688.02
BNG
2004
30 jr.
0,82%
12 x per jaar
40.115068
BNG
2021
25 jr.
0,45%
1 x per jaar
40.115069
BNG
2021
15 jr.
0,20%
1 x per jaar
40.115070
BNG
2021
10 jr.
0,05%
1 x per jaar
In de volgende tabel staan de rente en aflossingen van 2026 tot en met 2029.
Overzicht afgesloten leningen
Raming
Raming
Raming
Raming
2026
2027
2028
2029
Totaal vaste schuld begin Lening nummer: 40.98570.01
1.325.304
1.181.020
1.036.664
892.236
Lening nummer: 40.98688.02
3.350.000
3.350.000
3.350.000
3.350.000
Lening nummer: 40.115068
1.012.000
966.000
920.000
874.000
Lening nummer: 40.115069
1.720.000
1.576.667
1.433.333
1.290.000
Lening nummer: 40.115070
490.000
420.000
350.000
280.000
7.897.304
7.493.687
7.089.997
6.686.236
Totaal vaste schuld begin
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
40
Opnamen Lening nummer: 40.98570.01
-
-
-
-
Lening nummer: 40.98688.02
-
-
-
-
Lening nummer: 40.115068
-
-
-
-
Lening nummer: 40.115069
-
-
-
-
Lening nummer: 40.115070
-
-
-
-
-
-
-
-
Lening nummer: 40.98570.01
144.284
144.356
144.428
144.500
Lening nummer: 40.98688.02
-
-
-
-
Lening nummer: 40.115068
46.000
46.000
46.000
46.000
Lening nummer: 40.115069
143.333
143.333
143.333
143.333
Totaal Opnamen Aflossingen
Lening nummer: 40.115070
70.000
70.000
70.000
70.000
403.617
403.689
403.761
403.833
Lening nummer: 40.98570.01
1.181.020
1.036.664
892.236
747.736
Lening nummer: 40.98688.02
3.350.000
3.350.000
3.350.000
3.350.000
Lening nummer: 40.115068
966.000
920.000
874.000
828.000
Lening nummer: 40.115069
1.576.667
1.433.333
1.290.000
1.146.667
Lening nummer: 40.115070
420.000
350.000
280.000
210.000
7.493.687
7.089.997
6.686.236
6.282.403
Lening nummer: 40.98570.01
663
591
518
446
Lening nummer: 40.98688.02
27.470
27.470
27.470
27.470
Lening nummer: 40.115068
4.554
4.347
4.140
3.933
Lening nummer: 40.115069
3.440
3.153
2.867
2.580
Lening nummer: 40.115070
245
210
175
140
36.372
35.771
35.170
34.569
Totaal aflossingen Schuld Ultimo
Totaal vaste Schuld Ultimo Rente
Totaal Rente
Kasgeldlimiet Het renterisico op de korte financiering wordt wettelijk begrensd door de kasgeldlimiet. Hiertoe behoren alle rekening-courant saldi en kortlopende financieringen met een rente typische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet is een percentage van de omzet in de begroting. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit percentage 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming, dus met uitzondering van stortingen in reserves. Onze kasgeldlimiet voor 2026 is € 6,171 miljoen, dit is immers 8,2% van € 75,3 miljoen. Onze huidige financiële positie geeft geen aanleiding om voor 2026 maatregelen voor te stellen.
4.6 Openbaarheidsparagraaf De openbaarheidsparagraaf is een nieuwe verplichte paragraaf die voortkomt uit artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo). De wet is bedoeld om bestuursorganen transparanter te maken en zo het belang van openbaarheid van publieke informatie beter te dienen. Om tot deze transparantie te komen dient informatie beter vindbaar en uitwisselbaar te worden.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
41
Op drie thema’s (actieve openbaarmaking, passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding) worden acties uitgevoerd om de transparantie te bevorderen. Actieve openbaarmaking Onder actieve openbaarmaking verstaan we de activiteiten die ondernomen zijn om informatie uit eigen beweging openbaar te maken voor de samenleving. GGDrU houdt hierbij de werkwijze aan van VNG: het getrapt invoeren van de verschillende onderdelen van actieve publicatie van overheidsinstanties. De categorieën worden openbaar gemaakt op de website. Via het hiertoe aangewezen landelijke platform de Wooindex wordt hiernaar verwezen (zie woo-index GGDrU). Op termijn wordt onderzocht waar we grotere hoeveelheden data duurzaam toegankelijk op kunnen slaan. Reeds opgeleverd: agenda's en besluitenlijsten bestuur, bereikbaarheidsgegevens en organisatie en werkwijze. Hiertoe is op de website inmiddels een organogram en aanvraagformulier beschikbaar en de taak van een contactfunctionaris Woo is belegd (artikel 4.7 van de Woo). Passieve openbaarmaking Onder passieve openbaarmaking verstaan we het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een Woo-verzoek. Evenals het beoordelen van deelbesluiten waarin derden documenten van GGDrU openbaar willen maken in het kader van een Woo-verzoek. Deze verzoeken worden behandeld door de Woo-contactpersoon.
Elk verzoek blijft echter voor de betrokken teams/medewerkers dus een extra belasting naast de normale, primaire werkzaamheden. Verbetering van de informatiehuishouding De GGDrU heeft een openbare contactpagina voor inkomende Woo-verzoeken. Hier kunnen vragen van externen over de beschikbaarheid van (publieke) informatie op een laagdrempelige manier gesteld en beantwoord worden. Er wordt gewerkt met een kwaliteitssysteem om de kwaliteit van de informatiehuishouding constant te monitoren en verbeteren. Daarnaast is er gestart met een organisatiebreed project waarbij de digitale opslagplaatsen op een duurzame manier geordend worden. Door de informatiehuishouding op orde te brengen wordt niet alleen het actief openbaren overzichtelijker en beter uitvoerbaar, maar kunnen we ook sneller en beter voldoen aan de afhandeling van Wooverzoeken.
4.7 Overige paragrafen De overige verplichte paragrafen zoals lokale heffingen en grondbeleid zijn niet van toepassing op GGDrU.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
42
5
Geprognosticeerde balans 2026
5.1 Balans Balans - Activa
Balans
Balans
(x €1.000)
2025
2026
Vaste activa 1. Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut
13.016
12.160
19
19
55
55
2.000 150 14.432 16.582
2.000 150 13.130 15.280
300
250
- De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel.
1.750
1.750
- Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
750
750
2.500
2.500
32.472
30.264
2. Financiële vaste activa - Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd >= 1 jaar
Vlottende activa 3. Voorraden - Gereed product en handelsgoederen
4. Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Overige vorderingen - Uitzetting in 's Rijks schatkist
5. Liquide middelen 6. Overlopende activa
Totaal Activa
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
43
Balans - Passiva
Balans
Balans
(x €1.000)
2025
2026
Vaste passiva 7. Eigen vermogen - Algemene reserve - Overige bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
2.486 252 2.738
2.486 314 2.800
1.239
1.373
7.494
7.090
7.500
7.500
- Verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen.
1.500
1.500
- De van Europese en/of Nederlandse overheidslichamen (vooruit)ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
12.000
10.000
13.500 32.472
11.500 30.264
8. Voorzieningen 9. Vaste schulden - Onderhandse leningen binnenlandse banken en overige financiële instellingen
Vlottende passiva 10. Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar - Overige schulden
11. Overlopende passiva
Totaal Passiva
In de volgende paragrafen gaan we op basis van deze balans specifiek in op mutaties in de reserves alsmede de voorzieningen. De wijzigingen in de materiele vaste activa komen voort uit nieuwe investeringen en jaarlijkse afschrijvingen. De verwachting is dat de uitzetting in de rijksschatkist daalt vanwege deze investeringen en de aflossing van de vaste schulden. De mutaties in de vaste schulden is uitgewerkt in paragraaf 4.5.
5.2
Reserves
In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van de geprognosticeerde saldi van reserves per 1 januari 2026 en 31 december 2026. Basis voor de berekening is de reservepositie per 31 december 2024, zoals blijkt uit de jaarstukken 2024.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
44
Reserves
Saldo
(x € 1.000)
01-01-2026
Saldo
Saldo
Saldo
Saldo
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
Algemene reserve - Publieke Gezondheid Totaal algemene reserve
-
2.486 2.486
2.486 2.486
2.486 2.486
2.486 2.486
62
-
-
-
192 122 -
192 184 -
192 246 -
192 308 -
252
60
-
314
376
438
500
2.738
60
-
2.800
2.862
2.924
2.986
Dotatie
Onttrekking
2.486 2.486
-
Bestemmingsreserves - JGZ - Monitor Volwassenen - Reizigersadvisering
192 60 -
Totaal bestemmingsreserves Totaal
5.2.1 Algemene reserve Publieke Gezondheid Deze algemene reserve is bestemd voor de egalisatie van incidentele, niet voorziene tegenvallers binnen GGDrU. In de algemene reserve wordt geen mutatie verwacht in 2025. Hiermee blijft het geprognosticeerde saldo van de algemene reserve op het benodigde weerstandsvermogen. De reserve dient tenminste een omvang te hebben om de in euro’s gekwantificeerde risico’s af te dekken. Dit is conform de bestuurlijk vastgestelde nota’s ‘Reserves en voorzieningen’ en ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. 5.2.2 Bestemmingsreserve JGZ Om op transparante wijze invulling te geven aan de vrijwaringsbepaling met de gemeente Utrecht is in 2019 de bestemmingsreserve ‘Jeugdgezondheidszorg’ gevormd. Per ultimo 2026 bedraagt de stand van deze reserve naar verwachting € 192.000. Er wordt geen mutatie voorzien in deze bestemmingsreserve. Monitor Volwassenen Eens in de vier jaar wordt een gezondheidsmonitor onder volwassenen en senioren in de regio Utrecht gehouden. Deze reserve is voor de dekking van de vierjaarlijkse kosten van de uitvoering van deze monitor. De uitvoering van deze monitor is in 2024 en in de aankomende vier jaar aangevuld voor de uitvoering in 2028. De jaarlijkse dotatie inclusief indexatie à € 62.000 is opgenomen als mutatie.
Reizigersadvisering Het algemeen bestuur heeft in 2019 besloten tot de vorming van een separate bestemmingsreserve ‘Reizigersadvisering’; dit vanwege het feit dat deze taak een markttaak betreft. Het ligt in de aard van de taak dat een zekere instabiliteit in de exploitatie ligt besloten. Voor 2026 wordt er geen mutatie verwacht in deze bestemmingsreserve.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
45
5.3
Voorzieningen
In onderstaande tabel is het geprognosticeerde saldo van de algemene voorzieningen ter egalisering van de kosten evenals de voorzieningen voor verplichtingen en risico’s voor de jaren 2026-2029 weergegeven. Voorzieningen
Saldo
(x € 1.000)
01-01-2026
Dotatie Aanwending
Saldo
Saldo
Saldo
Saldo
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
Voorziening ter egalisering van kosten - Groot onderhoud De Dreef (Zeist)
200
35
-
235
270
305
340
Voorziening voor verplichtingen en risico's - Voorziening WW-uitkering (3e jaars) - Saldo spaarverlof
159 881
24 125
-50
183 956
207 1.031
231 1.106
255 1.181
1.239
184
-50
1.373
1.507
1.641
1.776
Totalen
Voor elke voorziening geven we een korte toelichting. Voorziening groot onderhoud De Dreef (Zeist) GGDrU heeft sinds 2004 het gebouw De Dreef 5 in Zeist in eigendom als hoofdgebouw. Toevoeging aan de voorziening voor onderhoud is onderbouwd door middel van een meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Medio 2023 is de renovatie van De Dreef 5 afgerond. Na afronding van de renovatie heeft GGDrU een externe MJOP-rapportage laten opmaken. Hieruit komt naar voren dat de benodigde jaarlijkse dotatie van € 35.000 gehandhaafd kan blijven. WW-uitkering 3e-jaars Conform de cao-gemeenten, hoofdstuk 10c, is een voorziening gevormd ter dekking van mogelijke aanspraak door ex-medewerkers voor een uitkering derde jaar ww. Deze voorziening wordt opgebouwd door een jaarlijks een dotering van ca. € 24.000. Voor 2026 wordt nog niet voorzien dat gebruik zal worden gemaakt van deze regeling. Voorziening Verlofsparen In het BBV is bepaald dat voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen waarvan het jaarlijkse bedrag geen gelijk volume heeft een voorziening dient te worden gevormd. In de voorziening Verlofsparen wordt gedoteerd ter dekking van kosten voortkomend uit medewerkers die extra verlof aankopen uit hun IKB of het opsparen vanuit het niet benutten van het bovenwettelijke verlof om eerder dan hun pensioengerechtigde leeftijd te kunnen stoppen.
Per 2022 zijn de mogelijkheden in de cao-gemeenten voor verlofsparen uitgebreid voor medewerkers. Naar aanleiding van de cao-wijziging heeft, met betrekking tot het verlofsparen, een schattingswijziging plaatsgevonden en begroten we jaarlijks een dotatie van € 125.000 en een aanwending van € 50.000.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
46
5.4
EMU-saldo
Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo is in het BBV sinds 2018 een geprognosticeerde balans voorgeschreven. Dit betekent dat met ingang van 2018 in de begroting een geprognosticeerde (meerjaren)balans per 31 december is opgenomen. Het EMU-saldo is een saldo op kasbasis en gemeenten hanteren een stelsel van baten en lasten. Conform de voorschriften nemen we een overzicht op van ons EMU-saldo. Het doel hiervan is om Europese vergelijkingen mogelijk te maken. Het EMU-saldo is het verschil tussen inkomsten en uitgaven van de overheid. EMU-saldo
Raming
(x € 1.000)
2026-0
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. Mutatie (im)materiële vaste activa 3. Mutatie voorzieningen 4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële 5. vaste activa Berekend EMU-saldo*
62 -856 134 -
1.052
* totstandkoming berekening: 1-2+3-4-5 = EMU-saldo
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
47
6
Bijlagen Bijlage 1. Baten en lasten per taakveld
In het BBV is voorgeschreven dat voor de uitvoeringsinformatie in de begroting gebruik wordt gemaakt van de bij ministeriële regeling vastgestelde taakvelden. De uitvoeringsinformatie bestaat uit een totaaloverzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld en het verdelingsprincipe op basis waarvan de taakvelden over het programma/programma’s zijn verdeeld. Dit overzicht wordt als bijlage bij de begroting gevoegd. De voorgeschreven taakvelden hebben geen invloed op de indeling van de programmabegroting. Het overzicht van de baten en lasten per taakveld voor 2026 is als volgt: Raming 2026 per taakveld (x € 1.000)
Baten
Lasten
Saldo
0.0 Bestuur en ondersteuning 0.1 Bestuur
-
80
-80
0.4 Overhead
2.310
18.032
-15.722
0.5 Treasury
-
40
-40
0.8 Overige baten en lasten (onvoorzien)
-
142
-142
0.9 Vennootschapsbelasting
-
-
-
0.10 Mutaties reserves
-
62
-62
0.11 Resultaat van de rekening baten en lasten
-
-
-
2.310
18.356
-16.046
2.388
1.889
499
2.388
1.889
499
2.771
2.209
562
2.771
2.209
562
67.585
52.642
14.943
203
161
42
Subtotaal
67.788
52.803
14.985
Geraamd resultaat
75.257
75.257
-
Subtotaal 1.0 Veiligheid 1.2 Openbare orde en veiligheid Subtotaal 6.0 Sociaal domein 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie Subtotaal 7.0 Volksgezondheid en milieu 7.1 Volksgezondheid 7.5 Begraafplaatsen en crematoria
De kosten van het taakveld ‘0.1 Bestuur’ betreffen accountantskosten en bestuursondersteuning. Voor de berekening van de lasten van het taakveld ‘0.4 overhead’ wordt verwezen naar bijlage ‘2. Overhead’. De baten en lasten van het taakveld ‘0.5 Treasury’ worden toegelicht in de paragraaf ‘Financiering en treasury’. GGDrU kent één programma Publieke Gezondheid. Dit betekent dat de lasten en baten van de taakvelden in dit programma zijn opgenomen. De overhead is afzonderlijk weergegeven.
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
48
Bijlage 2. Overhead Volgens artikel 8 van het BBV moet in de begroting een apart overzicht worden opgenomen van de kosten van de overhead. De definitie van overhead luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning in het primaire proces. Onderstaand overzicht is opgesteld aan de hand van de notitie Overhead van de commissie BBV. In tegenstelling tot het gangbare begrip ‘overhead’ vallen volgens het BBV ook de leidinggevenden in het primaire proces onder de overhead. In de berekening van de totale kosten van de overhead zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - De organisatie-entiteiten directie (inclusief staf), bedrijfsondersteuning (facilitair, Informatisering & Automatisering, Financiën) en Human Resources maken onderdeel uit van de overhead. - Overheadkosten in de organisatie-entiteiten van het primair proces zijn: o Management (teammanagers) (100%) o Secretariële ondersteuning (100%). Op basis van bovenstaande uitgangspunten ziet het overzicht van de kosten van overhead voor 2026 er als volgt uit: Programma
Raming
(x € 1.000)
2026
Overhead niet primair proces
13.204
Overhead primair proces
2.780
Totale overhead conform BBV
15.984
Als % van begrotingstotaal
21,2%
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
49
Bijlage 3. Toelichting financiële kengetallen
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
50
Bijlage 4. Bijdragen en vergoedingen per gemeente
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
51
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
52
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
53
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
54
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
55
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
56
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
57
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
58
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
59
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
60
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
61
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
62
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
63
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
64
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
65
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
66
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
67
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
68
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
69
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
70
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
71
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
72
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
73
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
74
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
75
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
76
Bijlage 5. Afkortingenlijst ABR
Antibioticaresistentie
APG:
Algemene Publieke Gezondheid
Arts M&G:
Arts Maatschappij en Gezondheid
ASG:
Aanvullende subsidie Seksuele Gezondheid
AZC:
Asielzoekerscentrum
BBV:
Besluit begroting en verantwoording
CIb:
Centrum Infectieziektebestrijding
CJG:
Centrum voor Jeugd en gezin
COA:
Centraal Orgaan voor opvang Asielzoekers
DPG:
Directeur Publieke Gezondheid
FEMK:
Forensisch Medisch Expertise Kindermishandeling
GALA:
Gezond en actief leven akkoord
GGID:
Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg
GG&GD:
Gemeentelijke Geneeskundige & Gezondheidsdienst (gemeente Utrecht)
GGZ:
Geestelijke Gezondheidszorg
GHOR:
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio
HG
Huiselijk Geweld
HPV:
Humaan Papilloma Virus
ICP:
Integraal Crisisplan
IGZ:
Inspectie voor de Gezondheidszorg
IZA:
Integraal Zorgakkoord
IZB:
Infectieziektenbestrijding
JGZ:
Jeugdgezondheidszorg
KM
Kinder Mishandeling
KNMG:
Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de geneeskunst
LPK:
Landelijk Professioneel Kader
MAB:
Meld- en Adviespunt Bezorgd
MBO:
Middelbaar Beroepsonderwijs
MMK:
Medische Milieukunde
MJOP:
Meerjaren onderhoudsplan
MSM:
Mannen die seks hebben met mannen
NHS:
Neotale Hielprik Screening
NODO(K):
Nader Onderzoek DoodsOorzaak (Kinderen)
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
77
NVWA:
Nederlandse Voedsel- en Waren autoriteit
NZA:
Nederlandse Zorg autoriteit
OGGZ
Openbare Geestelijke Gezondheidszorg
OTO:
Opleiden, trainen en oefenen
PGA:
Publieke gezondheid Asielzoekers
PGJ:
Publieke gezondheid Jeugd
PGO:
Publieke Gezondheidsonderzoeker
PO:
Primair onderwijs
PPP:
Positive Perception Program
ROC:
Regionaal opleidingscentrum
RI&E:
Risico-inventarisatie en Evaluatie
RIVM:
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
RMC:
Regionaal Meld- en Coördinatiepunt Voortijdig Schoolverlaters
RVP:
Rijksvaccinatieprogramma
ROTA:
Rotavirusinfectie
SAVE:
Samenwerken aan veiligheid
SO:
Speciaal onderwijs
SOA:
Seksueel overdraagbare aandoening
TBC:
Tuberculosebestrijding
THZ:
Technische Hygiëne Zorg
UMCU:
Universitair Medisch Centrum Utrecht
VGV:
Vrouwelijke Genitale Verminking
VIA:
Voorkomen Huisuitzettingen
VO:
Voortgezet onderwijs
Wgr:
Wet gemeenschappelijke regelingen
WHP:
Woon Hygiënische Problematiek
Wpg:
Wet publieke gezondheid
Wmo:
Wet maatschappelijke ondersteuning
Woo:
Wet open overheid
WvGGZ:
Wet verplichte Geestelijke Gezondheids Zorg
(ontwerp)Begroting GGDrU 2026-0
78
GGD regio Utrecht Postbus 51 3700 AB Zeist T 030 608 608 6 E info@ggdru.nl I www.ggdru.nl April 2024 © GGD regio Utrecht
GGD regio Utrecht Postbus 51 3700 AB Zeist T 030 608 608 6 E info@ggdru.nl I www.ggdru.nl Uitgave © GGD regio Utrecht Tekeningen Bureau voor Beeldzaken
Titel document GGD regio Utrecht- Pagina 5