CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording techniche vragen resultaten zon - en windkaart.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 13 januari 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Informatienota resultaten Zon en Windkaart (21.00 uur)4.804 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Commissie Ruimtelijke zaken en publieke werken op 13 januari 2021 Informatienota resultaten Zon- en Windkaart U heeft een aantal technische vragen gesteld over de informatienota resultaten zonen windkaart. Deze beantwoorden wij graag. Ook zullen wij daar tijdens de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari tijd aan besteden. Wij kunnen ons voorstellen dat het helpt als u goed inzicht heeft in de planning de komende tijd. Voordat wij op de vragen ingaan schetsen wij bij deze het tijdpad: 1. Voorbereiding op het raadsvoorstel voor de zoekgebieden Zon en Wind  13 januari – politieke commissie RZ: bespreking van de informatienota Zon en Windkaart.  18 januari – dialoog met experts en belangengroepen. Ook kunnen zij en anderen nog schriftelijk aanvullingen doen.  20 januari – voorbereidende raadsbijeenkomst. In deze bijeenkomst informeren wij u over hoe wij tot de zoekgebieden komen (de Zon- en Windkaart is daar één onderdeel van) en hoe het proces tot het vaststellen hiervan verloopt. Daarnaast vertellen wij u meer over innovatieve technieken. U ontvangt hier nog een agenda voor.  Nog te plannen: extra voorbereidende raadsbijeenkomst in februari 2.

Het raadsvoorstel voor de zoekgebieden Zon en Wind  17 maart – u ontvangt het raadsvoorstel voor de zoekgebieden Zon- en Wind  31 maart – technische commissie: behandeling van uw vragen  Nog te plannen: extra commissie zodat inwoners en anderen kunnen inspreken  7 april – politieke commissie RZ: behandeling raadsvoorstel  22 april – raadsvergadering. 3. De RES 1.0 (concept planning)  Als de gemeenteraad akkoord is gegaan, bieden we de RES U16 onze definitieve zoekgebieden aan.  19 mei – u ontvangt het raadsvoorstel voor de RES 1.0  9 juni – technische commissie  16 juni – politieke commissie  1 juli – raadsvergadering 4. Het vervolg: het gebiedsproces binnen de zoekgebieden  Na het vaststellen van de zoekgebieden en de RES 1.0 start de nieuwe fase. In het raadsvoorstel voor de zoekgebieden geven we ook al een vooruitblik op deze fase, en dan met name de participatie door inwoners en anderen en de rol van de gemeenteraad.  We hebben het proces ook hier in beeld gebracht: https://duurzaamderondevenen.nl/zonnevelden+en+windmolens/hoe+ komen+we+tot+zoekgebieden/proces+zon+en+wind/ handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1775312

1

Ronde Venen Belang 1. Technisch ruimtelijke analyse Op 9 november 2020 heeft de fractie van Ronde Venen Belang onderstaande vragen gesteld: “In één van de deelsessies van de digitale bijeenkomst van 4 november 2020 betreffende informatie over de RES door de provincie Utrecht (energietransitie) werd een proces-lijstje getoond betreffende zoekgebieden waarin werd aangegeven dat er vooraf een Technisch-Ruimtelijke analyse voorafgaand aan het selecteren van (en laten afvallen) van zoekgebieden opgesteld wordt om te komen tot scenario’s voor zoekgebieden. -

Heeft deze Technisch-Ruimtelijke analyse ook plaatsgevonden in De Ronde Venen?

- Zo ja, kan deze dan aan de gemeenteraad worden verstrekt? Indien deze analyse niet is gedaan, waarom niet?

Aangezien de Technische Ruimtelijke Analyse essentieel is voor een goede discussie in het proces om te komen tot het aanwijzen van zoekgebieden is niet alleen het beantwoorden van bovenstaande vraag van belang maar juist het beschikbaar stellen van deze analyse is voorwaardelijk voor een verdere discussie. Antwoord: De memo van de RES geeft aan welk proces gemeenten in het algemeen doorlopen van duurzame ambitie tot de bouw van een windmolen of zonneveld. Het proces in De Ronde Venen is grotendeels hetzelfde als het proces dat de RES heeft uitgestippeld in de memo. Ons proces wijkt op sommige elementen af van de memo van de RES. Zo hebben wij niet als eerste stap een technisch-ruimtelijke analyse uitgevoerd.

We hebben eerst de gebieden uitgesloten waar we wettelijk gezien geen zonnevelden en/of windmolens kunnen plaatsen. Dit zijn de bebouwde kom en de Botshol (natura 2000). Vervolgens zijn we gestart met het participatieproces met inwoners en de inhoudelijke afwegingen. In De Ronde Venen vinden deze dus tegelijk plaats. Bij de inhoudelijke afweging voor zoekgebieden kijken we onder andere naar de technische mogelijkheden van gebieden en de landschappelijke/ruimtelijke kwaliteiten van gebieden. Daarnaast kijken we naar andere kwaliteiten en beleidsbeperkingen in de gemeente. Deze elementen gezamenlijk maken gebieden geschikter of minder geschikt voor de plaatsing van zonnevelden en/of windmolens. We vertellen u daar meer over tijdens de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari. 2. Kaart

2

Is er een kaart beschikbaar die inzicht geeft in potentiële belemmeringen voor zonnevelden en windmolens? Te denken valt aan (zonder de illusie te hebben compleet te zijn):  Natura 2000  Natuurnetwerk Nederland  Weidevogelgebied  (Nieuwe) Hollandse Waterlinie  Beperkingen Schiphol  Stelling van Amsterdam  Stiltegebieden  Recreatiegebieden  Grondwaterbeschermingsgebieden Aan te vullen met de beperkingen waarmee Stedin te maken heeft, dus posities op de kaart waar Stedin tot 2030 overgaat tot investeringen in de infrastructuur en dan met name de verdeelstations zoals aan de A2 bij Vinkeveen. Antwoord: wij verwijzen u hiervoor graag naar de kaarten die zijn meegestuurd met de informatienota ‘Resultaten zon- en windkaart’. Dit was bijlage 7 bij de infonota. U kunt in de pdf verschillende kaartlagen aan- en uitvinken als u op het kaartlagensymbool links in uw scherm klikt. Op 20 januari zullen we verder in gaan op deze verschillende kaartlagen (kwaliteiten). 3. Terugkoppeling Rijk op bod RES Naar verluidt heeft het Rijk of is namens het Rijk een terugkoppeling gegeven van het bod zoals is geformuleerd in de diverse RES-en. Graag willen wij die terugkoppeling ontvangen voor “onze“ RES. Antwoord: De RES U16 verwacht het advies van het Planbureau voor de Leefomgeving op 1 februari 2021 te ontvangen. 4.

Inwonerparticipatie Zoals in het Klimaatakkoord is beschreven en verder uitgewerkt of uit te werken in de RES, is inwonerparticipatie essentieel om het “bod” uiteindelijk succesvol om te zetten in beleid en uitvoering daarvan. Hierover hebben we de volgende vragen: - Hoe gaat het participatietraject er uit zien nu te voorzien is dat de Coronapandemie niet op korte termijn ons doet terugkeren naar het “oude normaal” Antwoord: We hebben dit traject uitgerold voor het klimaatakkoord. We werken vanuit draagvlak onder onze inwoners en de landschappelijke kwaliteiten die onze gemeente te bieden heeft. Op 18 januari organiseren we een online gesprek met experts en belangengroepen over de zoekgebieden. Inwoners kunnen dit gesprek live volgen. Ook kunnen belangengroepen en inwoners daarna nog schriftelijk aanvullingen doen. Na het vaststellen van de zoekgebieden treedt een nieuwe fase in: het gebiedsproces. Participatie is daarin een belangrijk onderdeel. In het raadsvoorstel voor het vaststellen van de zoekgebieden zullen wij u ook

3

informeren hoe we dat participatieproces vormgeven (zie ook het tijdpad bovenin). 5. Sessie gebiedskwaliteiten Er is een sessie aangekondigd als vervolg op de Webinar en naar aanleiding van de kaart Zon en Wind op 18 januari a.s. Het is de bedoeling dat een aantal “kwaliteiten” zoals hieronder benoemd aan de digitale vergadertafel deelnemen: 1. Natuur – De Groene Venen, Vechtplassencommissie, IVN De Ronde Venen en Uithoorn, Stichting De Bovenlanden 2. Cultuurhistorie – Heemschut provinciale commissie 3. Duurzaamheid – Energieke Rondeveners, Energiek Baambrugge 4. Agrariërs – LTO, gebiedscoöperatie Groot Wilnis Vinkeveen, gebiedscommissie Utrecht- West, Rijn Vecht & Venen 5. Energie coöperaties – Veenwind, Veenergie.nu, Zon op de Ronde Venen 6. Tegenstanders– Spaar ’t Gein, Stichting stop windturbines in het Gein, petitie tegen zonnevelden in Baambrugge 7. Wonen - Groenwest 8. Economie – VIB en duurzaamheidspartners 9. Technisch – Stedin Het bevreemd ons dat het doel van deze bijeenkomst niet is vermeld en dat er per “kwaliteit” maar één deelnemer aanwezig mag zijn c.q. mag meepraten.

- Wat is het doel van deze bijeenkomst? - Welke conclusies worden meegenomen in de verdere discussie? - Waarom mag er per gebiedskwaliteit slechts één woordvoerder meepraten? Graag een gemotiveerde uitleg, het staat namelijk niet vast dat binnen die “kwaliteiten” er unanimiteit bestaat, zeker niet omdat niet het doel van de bijeenkomst is vermeld. Antwoord: We willen zeker zijn dat we alle (veelvoorkomende) belangen/ kwaliteiten van gebieden een plek hebben gegeven in het afwegingsproces. Daarom bespreken we de kwaliteiten in de gemeente tijdens deze bijeenkomst. Als er kwaliteiten worden genoemd, die nog geen plek hadden in de afweging, dan nemen we deze alsnog mee in de afweging voor de zoekgebieden.

We hebben ervoor gekozen om een beperkte groep uit te nodigen omdat een online gesprek lastig is met veel deelnemers. Ook voor geïnteresseerden om het te volgen. Natuurlijk vinden we het belangrijk dat alle belangen worden gehoord. Als een organisatie aangeeft dat de kwaliteit die zij vertegenwoordigt anders is dan die van andere organisaties, en haar inbreng daarmee dus anders zal zijn, dan kan de organisatie apart deelnemen aan de bijeenkomst. We hebben van meerdere organisaties bericht ontvangen dat zij andere kennis meebrengen en belangen vertegenwoordigen. Daarom hebben wij besloten dat alle organisaties deel kunnen nemen aan de sessie. Daarnaast krijgt iedereen (ook inwoners) de kans om na afloop ook schriftelijk nog aanvullingen te doen.

ChristenUnie-SGP In het schema van de kaartlagen (pag 2 informatienota) schetst u verschillende ontwikkelingen, kwaliteiten en soorten beleid. Sommige zijn beïnvloedbaar en anderen blijkbaar niet. U stelt dat wetgeving van rijkswege en veiligheid niet

4

beïnvloedbaar zijn. Kunt u uitleggen wat dit betekent, waar u tegen aan loopt en waarom deze niet beïnvloedbaar zijn?

Antwoord: er geldt verschillende wetgeving voor zonnevelden en windmolens. Zo moeten windmolens bijvoorbeeld voldoen aan normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Deze normen zijn vastgelegd in milieuwetgeving. Als gemeente volgen we de wettelijke normen en kunnen we deze normen niet beïnvloeden. Het gevolg hiervan is dat zonnevelden en windmolens niet geplaatst kunnen worden in de bebouwde kom. Daarnaast mogen windmolens niet dichtbij woningen, wegen en hoogspanningskabels staan. Ook mogen zonnevelden en windmolens niet in de Botshol komen omdat dit een natura 2000 gebied is. De regelgeving van een natura 2000 gebied maakt de plaatsing van zonnevelden en windmolens niet mogelijk. Op de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari kunnen we hier nader op ingaan. Ongeveer 1500 inwoners hebben de zon en wind kaart in gevuld. Hiermee geven zij aan waar, wat d inwoners betreft, kansrijke gebieden zijn. Wel zien we dat maar weinig mensen een windmolen of zonnepark in hun achtertuin willen hebben. Dat zou kunnen betekenen als veel mensen uit een bepaald gebied deze kaart hebben ingevuld, er al snel niet-kansrijke gebieden ontstaan. Heeft u zich op waar de invullers wonen en wat hun argumenten zijn om een bepaald gebied als kansrijk of juist niet kansrijk te bestempelen?

Antwoord: we zien in de kaart inderdaad terug dat invullers hun achtertuin als niet-kansrijk bestempelen. Hier houden wij rekening mee door te filteren op wijkniveau. Inwoners konden in de kaart opmerkingen achterlaten. Daarin geven zij soms aan waarom ze een specifiek gebied als niet kansrijk ervaren, maar meestal geven zij algemener aan welke kwaliteiten van de gemeente zij belangrijk vinden. Zo geven inwoners aan dat zij waarde hechten aan de natuur, het (cultuurhistorische) landschap en de openheid van het landschap. In hoeverre is geverifieerd of de uitkomsten plausibel zijn. Bv de opvallende rode stip in de eerste bijlage (voorkeur gebieden zonnevelden) of de drie opvallende stippen op de vierde bijlage (voorkeur boerderijmolens) of de vijfde bijlage (uitsluiting) wekken bij ons de indruk dat er in bepaalde kringen stevig gelobbyd is om de uitkomst te sturen.

Antwoord: sommige inwoners hebben de kaart meerdere keren ingevuld. Dit was mogelijk omdat wij geen extra drempels op wilden werpen voor het invullen van de kaart. Denk bijvoorbeeld aan een inlog. Bovendien gebruiken soms meerdere mensen in hetzelfde huishouden dezelfde computer. We hebben deze dubbele invullingen uit de resultaten gehaald. Dit hebben we gedaan door alle kaarten eruit te halen die vrij kort achter elkaar op dezelfde manier zijn ingevuld. Daarnaast hebben we kaarten eruit gehaald als iemand uit steeds dezelfde wijk sterk overeenkomende opmerkingen in de kaart achterliet. Nadat we de dubbele invullingen eruit gehaald hadden, bleven er 1536 invullingen over. Daarnaast heeft de gemeente inzichtelijk waar grondeigenaren geïnteresseerd zijn in het plaatsen van zonnevelden of windmolens op hun land. Deze kennis gebruiken wij om te controleren of gebieden die oplichten in handen zijn van geïnteresseerde grondeigenaren.

5

We hebben de uitslagen daarnaast gecorrigeerd door iedere respondent in de kaart de waarde van 1 te geven. Die waarde is verdeeld over het aantal zonnevelden of windmolens dat hij/zij plaatst. Als iemand vervolgens 20 hectare zonneveld in hetzelfde gebied plaatst heeft dit een lagere waarde dan wanneer 20 mensen 1 hectare plaatsen. We hebben de kaart niet gecorrigeerd naar het aantal inwoners per kern omdat de aard van de data maakt dat deze data lastig te extrapoleren is. We kunnen de vlekkenkaarten filteren op wijk. Op deze manier zien we wat iedere wijk aangewezen en uitgesloten heeft. Zo kunnen we het NIMBY-effect (‘not in my backyard’) duidelijk maken. En doen we recht aan de verschillen in inwoneraantallen in de kernen en het buitengebied. Het gebied tussen Abcoude en Baambrugge wordt voor zonnevelden zowel als kansrijk als niet-kansrijk aangeven. Hoe moeten we dat zien?

Antwoord: inwoners hebben verschillende meningen over welke gebieden zij geschikt vinden voor zonnevelden en/of windmolens en welke niet. Dat ziet u ook terug in de Zon- en Windkaart. De resultaten van de Zon en Wind kaart zijn een indicatie van de voorkeuren van inwoners. Daarnaast bekijken we ook welke kwaliteiten, beleid en regels er gelden in de gebieden. Dit alles maakt een gebied geschikt, minder geschikt of ongeschikt voor de plaatsing van zonnevelden en/of windmolens. Op 20 januari zullen we u tijdens de voorbereidende raadsbijeenkomst hier meer over vertellen. Op de vlekkenkaarten zien wij vooral dat inwoners gebieden aan wijzen die zij graag uitgesloten zien als zoekgebied, maar veel minder dat zij gebieden aangeven die wel aangemerkt worden als zoekgebied. Zijn de invullers van de zon en windkaart op de hoogte van de onmogelijkheden zoals bv de beperkingen rondom Schiphol en andere beperkingen? Antwoord: we hebben er bewust voor gekozen geen gebieden vooraf uit te sluiten. Dit doen we zodat onze inwoners met een open blik de kaart in konden vullen. We willen graag alle belangen tegen elkaar afwegen en niet al enkele belangen voorrang geven. We hebben díé gebieden uitgesloten als ze daar wettelijk niet mogen komen, zoals in de bebouwde kom en in de Botshol.

De andere beperkingen zoals de laagvliegroute van Schiphol nemen we mee in de inhoudelijke afweging voor de zoekgebieden. Hier zullen wij u meer over vertellen tijdens de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari. In het raadsvoorstel schrijft u “In bijlage 7 vindt u een aantal kaarten. De kaarten horen bij bovenstaande kaartlagen. Een aantal kaarten zijn gebaseerd op de concept POVI en zijn dus nog niet definitief”, maar bijlage 7 is maar 1 kaart waarin een aantal typen gebieden zijn ingetekend. Wij begrijpen de bedoeling van bijlage 7 niet en de in het raadsvoorstel vervolgens opgesomde “kaarten” zien we er niet in terug. Wat moeten we met deze bijlage? Wellicht goed om dat in de commissie ook nog eens mondeling toe te lichten. Antwoord: U kunt in die pdf verschillende kaartlagen aan- en uitvinken als u op het kaartlagensymbool links in uw scherm klikt. Als u hier niet uitkomt dan helpen wij u natuurlijk graag. Op 20 januari zullen we verder in gaan op deze verschillende kaartlagen (kwaliteiten).

6

De percentages die op pag 4 worden vermeld; zijn deze afkomstig van de 1500 invullers of hebben die betrekking op de hele gemeente? Antwoord: De percentages zijn gebaseerd op de 1536 inwoners die de kaart hebben ingevuld. Deze inwoners komen uit de hele gemeente. Is er vooraf niet heel veel werk aan promotie te doen. Maar 47% van de ondervraagden steunt de doelstelling om in 2040 klimaatneutraal te zijn, 31% kan zich er niet in vinden en 21% staat er neutraal in. Dit betekent dat het draagvlak niet erg groot is. Wat gaat u hieraan doen? Antwoord: wij vinden het zeker belangrijk om inwoners en ondernemers te informeren en te betrekken bij onze gezamenlijke ambitie om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Communicatie is een belangrijk onderdeel van het programma duurzaamheid. Denk aan de website www.duurzaamderondevenen.nl, de digitale nieuwsbrief (inmiddels ruim 900 lezers) en de samenwerking met bedrijven en inwoners met behulp van bijvoorbeeld inkoopacties en waardebonnen. Een ander voorbeeld is dat we in het najaar van 2020 jongeren hebben betrokken bij duurzaamheid met de app Swipocratie. In het stukje “inwoners uiten hun zorg”(pag 4) staan 7 vaak voorkomende opmerkingen. Hiervan zijn er maar 2 positief voor de richting die de gemeente kiest, terwijl er 5 negatief zijn. En inwoners hebben zorgen over de kosten.

Kunt u die zorgen die deze opmerkingen betreffen wegnemen? Antwoord: meerdere inwoners hebben in de Zon- en Windkaart aangegeven dat zij de doelstelling steunen maar dat ze wel hun zorgen en aandachtspunten hebben. Bijvoorbeeld het niet ten koste mag gaan van natuur en landschap. En dat sommige inwoners zich inderdaad zorgen maken over de financiële kosten van de klimaatdoelstelling. We werken vanuit draagvlak onder onze inwoners en de landschappelijke kwaliteiten die onze gemeente te bieden heeft. We willen zo goed mogelijk inzicht geven in de kosten die komen kijken bij zonnevelden en windmolens. En door wie die betaald worden. De verschillende kosten worden immers betaald door verschillende partijen. Zo zijn de kosten van de planontwikkeling van een zonneveld of windmolenlocatie voor de initiatiefnemer. Zij lenen het geld bij bijvoorbeeld banken of pensioenfondsen. Er zijn ook andere kosten die niet worden meegerekend in de elektriciteitsprijs. Denk bijvoorbeeld aan de kosten voor het beheer van het netwerk. Deze kosten zijn voor de netbeheerder. Voor onze gemeente is dat Stedin.

Daar tegenover staan de kosten voor energie uit gas of kolen. Die energie is goedkoper, maar de maatschappelijke kosten van deze energie wordt niet meegerekend. Deze externe kosten worden op verschillende manieren betaald: via belastingen, verzekeringen, kosten voor dijkverzwaring, gezondheidszorg en luchtvervuiling en de gevolgen van olie- en mijnrampen. De maatschappelijke kosten van wind- en zonne-energie zijn veel lager dan bij fossiele energie omdat wind- en zonne-energie schoon is. Er is geen uitstoot van CO2 (klimaat) of fijnstof (gezondheid), er wordt geen afval geproduceerd en er is geen koelwater nodig zoals bij niet-duurzame bronnen. Als de externe maatschappelijke kosten eerlijk zouden worden toegerekend, blijkt dat

7

windenergie op land nu al concurrerend is ten opzichte van elektriciteit uit gas of kolen. U gaat met inwoners in gesprek over de mogelijkheden en aandachtpunten in kansrijke gebieden, zijn hiermee minder kansrijke gebieden meteen uitgesloten? Voor inwoners in niet-kansrijke gebieden kunnen er misschien wel kansen zijn in andere opzichten. Hoe gaat u hiermee om en hoe wordt dit beoordeeld? Antwoord: uiteindelijk is het aan de gemeenteraad om de zoekgebieden vast te stellen. We geven daarin de voorkeuren van de inwoners mee als afweging, naast allerlei andere afwegingen. Tijdens de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari gaan we hier nader op in. Als een gebied door de raad niet als zoekgebied wordt aangewezen komen daar geen zonnevelden en windmolens. Dit geeft duidelijkheid aan inwoners, grondeigenaren en ontwikkelaars. Natuurlijk betekent dit niet dat in dat gebied geen andere mogelijkheden zijn om bij te dragen aan onze klimaatneutrale gemeente. Bijvoorbeeld door zonnepanelen op de daken, door huizen beter te isoleren of door niet of minder van gas gebruik te maken voor het verwarmen van de woningen. Op verschillende plaatsen kunnen win gebieden niet direct worden aangesloten op het net vanwege een te beperkte infrastructuur, er zijn te kort of te lichte verdeelstations.

Hoe kunt u meer druk op de netbeheerder uitoefenen om toch deze gebieden te kunnen gebruiken? Hoe lang is nodig om de infra wel op orde te krijgen? Antwoord: dit is één van de onderwerpen die we bespreken in de RES U16: hoe kunnen we samen optimaal gebruik maken van deze stations? Daarbij heeft Stedin een aansluitplicht voor initiatieven. Ze zijn dus verplicht om hieraan mee te werken. Het is wel zo dat het tijd en geld kost om deze kabels aan te leggen. Het is lastig om nu al aan te geven wanneer de infrastructuur compleet op orde is. Dit zal ook afhangen van de volgorde waarin zoekgebieden gerealiseerd worden. In het algemeen geldt: hoe dichter bij een station, hoe sneller het zoekgebied kan worden aangesloten op het netwerk. En: hoe groter het initiatief, hoe groter de afstand tot het station kan zijn. U hoopt 30% van de benodigde opwek te kunnen realiseren uit innovatieve technieken. Zitten hier ook de initiatieven van inwoners zelf bij? Kunt u een opsomming geven van de ideeën die inwoners zelf hebben over het opwekken van energie in welke vorm dan ook? Zo ja, en hoe kijkt u daar tegenaan? Antwoord: met deze 30% hebben wij het over technieken die nu nog niet op grote schaal toepasbaar zijn, maar dat in de nabije toekomst wellicht wel zijn. Denk bijvoorbeeld aan zonnepanelen in ramen. Natuurlijk zijn wij altijd blij met de ideeën en initiatieven van inwoners.

Denk bijvoorbeeld aan het leggen van zonnepanelen op het dak van hun woning, woonark, bedrijf of garage, of aan manieren om energie te besparen. Andere ideeën van inwoners die we vaker horen zijn: windmolens op de Noordzee, kerncentrales, boerderijmolens en zonnevelden in het buitenland. Over de innovatieve technieken zullen we op de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari nader in gaan.

8

PvdA/GroenLinks 1. Is er een verklaring voor het sterk roodkleurende gebied vlak boven Baambrugge voor zonnevelden? Antwoord: We hebben gekeken of inwoners uit de verschillende wijken dit gebied hebben aangewezen. Uit de analyse blijkt dat inwoners uit verschillende wijken en kernen het gebied bij Baambrugge hebben aangewezen voor zonnevelden. Dat zijn inwoners geweest uit Abcoude, Baambrugge, Vinkeveen, Wilnis en Mijdrecht. Maar ook uit het buitengebied en een paar kleinere kernen. Hierdoor licht dit gebied bij de meeste wijken een beetje op. De ingevulde kaarten van al die wijken bij elkaar maakt dat het gebied bij Baambrugge rood oplicht in de totaalkaart. 2. Op welke wijze wordt aan de verschillende kaartlagen verder invulling gegeven? Wordt hierbij alleen gekeken naar bestaand beleid? Of worden de verschillende lagen met betrokken organisaties verder uitgediept, zodat alle af te wegen aspecten goed in beeld zijn? Antwoord: We willen zeker zijn dat we alle (veelvoorkomende) belangen/ kwaliteiten van gebieden een plek hebben gegeven in het afwegingsproces. Daarom bespreken we de kwaliteiten in de gemeente tijdens de bijeenkomst met belangengroepen en experts op 18 januari. Als er kwaliteiten worden genoemd die nog geen plek hadden in de afweging, dan nemen we deze alsnog mee in de afweging voor de zoekgebieden.

We hebben ervoor gekozen om een beperkte groep uit te nodigen omdat een online gesprek lastig is met veel deelnemers. Ook voor geïnteresseerden om het te volgen. Natuurlijk vinden we het belangrijk dat alle belangen worden gehoord. Als een organisatie aangeeft dat de kwaliteit die zij vertegenwoordigt anders is dan die van andere organisaties, en haar inbreng daarmee dus anders zal zijn, dan kan de organisatie apart deelnemen aan de bijeenkomst. We hebben van meerdere organisaties bericht ontvangen dat zij andere kennis meebrengen en belangen vertegenwoordigen. Daarom hebben wij besloten dat alle organisaties deel kunnen nemen aan de sessie. Daarnaast krijgt iedereen (ook inwoners) de kans om na afloop ook schriftelijk nog aanvullingen te doen. Op 20 januari zullen we verder in gaan op deze verschillende kaartlagen (kwaliteiten). 3. Op welke wijze wordt landschappelijke kwaliteit verder invulling gegeven? Wordt de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen hierbij betrokken? Antwoord: voor de landschappelijke kwaliteit kijken we naar de landschapsbeleidskaart en inderdaad ook naar de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen Ook is de ambtenaar die verantwoordelijk is voor landschap en natuur nauw betrokken. En daarnaast staan we tijdens de bijeenkomst met belangengroepen en expert op 18 januari ook kennis op over de landschappelijke kwaliteiten van de gemeente.

Op de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari staan wij ook stil bij hoe we de landschappelijke kwaliteit meenemen in de afweging.

CDA

9

1. Hoe verloopt het proces tot besluitvorming voor aanwijzing van zoekgebieden?; Antwoord: Wij verwijzen u graag naar de inleiding van de beantwoording van deze technische vragen. Daarin hebben we het tijdpad geschetst. Ook zullen we hier in de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari uitgebreid bij stil staan. 2. Op welke manier worden criteria vastgesteld om zoekgebieden aan te wijzen?; Antwoord: Momenteel maken we een inhoudelijke afweging wat geschikte zoekgebieden zijn. Daarvoor kijken we naar allerlei aspecten: bijvoorbeeld de voorkeuren van inwoners (zie uw vraag hieronder), maar ook naar wettelijke beperkingen, beleid, kwaliteiten en ontwikkelingen in de gebieden. Op de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari vertellen wij u hier meer over. 3. Hoe wordt het vlekkenplan meegenomen in de afweging om zoekgebieden aan te wijzen?; Antwoord: De vlekkenkaarten zijn een indicatie van de voorkeuren van inwoners. De vlekkenkaarten zijn één van de afwegingen om te komen tot zoekgebieden (zie antwoord op uw vraag 2). Deze inhoudelijke afweging vindt nog plaats. De resultaten betekenen nog niet dat de gebieden die oplichten dus direct zoekgebieden worden. Op 20 januari zullen we verder in gaan op deze verschillende kaartlagen. 4.

Komen er nog meer momenten voor maatschappelijke discussie om zoekgebieden aan te wijzen?; Antwoord: het komen tot een voorstel voor zoekgebieden voor zonnevelden en windmolens is een zorgvuldig proces waarbij de inbreng van inwoners belangrijk is. We hebben inwoners al in een vroeg stadium betrokken bij de voorwaarden die straks gelden in de zoekgebieden. De gemeenteraad heeft die voorwaarden op 2 juli 2020.vastgesteld. In die voorwaarden staat bijvoorbeeld dat ontwikkelaars rekening houden met omwonende agrariërs, inwoners vroeg betrekken en ook hun winst delen met de omgeving. Vervolgens hebben we inwoners gevraagd de Zon- en Windkaart in te vullen. Een volgende stap is de bijeenkomst met belangengroepen en experts op 18 januari. We willen namelijk zeker zijn dat we alle (veelvoorkomende) belangen/ kwaliteiten van gebieden een plek hebben gegeven in het afwegingsproces. Daarom bespreken we de kwaliteiten in de gemeente tijdens een bijeenkomst met belangengroepen en experts op 18 januari. En uiteraard vertellen wij u daar ook meer over tijdens de voorbereidende raadsbijeenkomst op 20 januari. Als er kwaliteiten worden genoemd, die nog geen plek hadden in de afweging voor de zoekgebieden, dan nemen we deze alsnog mee. Wij vinden het belangrijk dat alle belangen worden gehoord. Daarom krijgt iedereen (ook inwoners) de kans om na afloop ook schriftelijk nog aanvullingen te doen.

Nadat de raad de zoekgebieden heeft vastgesteld worden inwoners opnieuw actief betrokken. Dan start namelijk het gebiedsproces. In het raadsvoorstel voor de zoekgebieden zullen we u een vooruitblik geven op hoe de participatie er uit ziet in die fase. 10

We hebben dit proces ook in beeld gebracht: https://duurzaamderondevenen.nl/zonnevelden+en+windmolens/hoe+komen+we+t ot+zoekgebieden/proces+zon+en+wind/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1775312 5. Welke norm gaat er gehanteerd worden ten aanzien van de realisatie van Windmolen/turbines ten opzichte van woningen? Is er nagedacht over recente ontwikkelingen ten aanzien van dit onderwerp ? Zo worden in andere landen zoals Canada, Zuid Duitsland, Denemarken en Nieuw Zeeland al afstanden aangehouden gemeten aan de mast, van het maaiveld tot aan de ashoogte, en deze afstand met 10 te vermenigvuldigen; Antwoord: we houden ons in ieder geval aan de wettelijke normen voor de afstand van windmolens tot woningen. Bij het opstellen van deze normen zijn de gezondheidseffecten van geluid en slagschaduw meegenomen, en ook de effecten van laagfrequent geluid. Deze wettelijke normen zijn voor ons het vertrekpunt bij het vaststellen van zoekgebieden voor windmolens. Dat komt in de praktijk vaak neer op een afstand van 400 meter tussen een windmolen en woningen. We brengen momenteel in kaart wat het effect zou zijn als je een ruimere afstand tussen windmolens en woningen aanhoudt dan wettelijk voorgeschreven. Deze uitwerking komt aan bod in het proces van de zoekgebieden voor windmolens. 6. De Ronde Venen heeft een ambitie voor energieopwekking door zonnevelden en windmolens tot 2040.

De ambitie van de RES is tot 2030. Komt er een fasering voor de invoering van zonnevelden en windmolens en hoe ziet die fasering er dan uit?; Antwoord: het resultaat van het proces dat wij in de infonota hebben beschreven zijn meerdere zoekgebieden. Een zoekgebied bestaat uit een ruim gebied, met een bovengrens en ondergrens van minimale en maximale opwek. Binnen deze zoekgebieden kunnen windmolens, zonnevelden of een combinatie daarvan geplaatst worden. De aangewezen zoekgebieden worden in fases gerealiseerd. Deze fasering is onder meer nodig omdat: -

sommige beleidsbeperkingen eerst verholpen moeten worden, voordat er een ontwikkeling kan plaatsvinden. niet alle gebieden technisch meteen kunnen worden aangesloten op het net. Hiervoor dienen stations te worden aangelegd of verzwaard. wij in ieder zoekgebied de regie willen houden op het participatieproces. we iedere aanvraag zorgvuldig willen behandelen fasering de mogelijkheid biedt om na het eerste gebied te evalueren en waar nodig processen anders in te richten; de behaalde opwek in een zoekgebied consequenties heeft voor de benodigde opwek in de daaropvolgende zoekgebieden.

7. Hoe en op welke manier wordt er invulling gegeven aan de motie van het CDA om te onderzoeken of zonnevelden en windmolens/turbines op gronden in het bezit van andere overheden gerealiseerd kunnen worden, zoals langs wegen en dijken of boven parkeerplaatsen? 11

Antwoord: wij zijn op dit moment aan het inventariseren welke mogelijkheden er zijn voor de opwek van duurzame energie op overheidsgronden. We verwachten daar rond het raadsvoorstel over de zoekgebieden duidelijkheid over te geven.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9608207/2