Overzicht technische vragen bij Raadsplein 25 november 2021
Tekst van het document
Overzicht technische vragen bij Raadsplein 25 november 2021 Steller GroenLinks
Onderwerp Diversen Omgevingswet
GroenLinks
Diversen Omgevingswet
GroenLinks
Diversen Omgevingswet
GroenLinks
Diversen Omgevingswet
GDB
Diversen Omgevingswet
Vraag Adviesrecht raad, punt 1 f: omdat het hier niet om een categorie zoals a t.e.m. e gaat (maar om een algemene uitzondering op al die categorieën): is het niet beter de letter 'f' hier weg te laten? (Evt. kan dan ook het werkwoord 'zijn' vervallen.) Verder: er wordt hier terecht van een 'positief besluit' gesproken, en niet zomaar van een 'besluit'. Is het dan niet consequent ook te spreken van 'kaders die ruimte laten voor de onderhavige aanvraag' i.p.v. alleen maar 'kaders'?
Delegatiebesluit, punt 1 e: hebben 'juridischtechnische en redactionele aanpassingen en correcties van omissies' niet per definitie geen invloed op de fysieke leefomgeving? Kan dan 'of geringe invloed' niet beter worden weggelaten (en 'met geen' vervolgens veranderd in 'zonder')? Verder nog twee taaldingetjes (met excuses voor de pietluttigheid😉): in punt 2 b over verplichte participatie moet er tussen 'antenne' en 'installatie' een streepje i.p.v. een spatie staan en in punt 1 e van het delegatiebesluit moet 'allen' 'alle' zijn Momenteel is de situatie , dat als er een bestemmingswijziging moet plaats vinden , dit nu altijd via de gemeenteraad gaat. Als het voorstel wordt aangenomen en de
Antwoord Zoals gebruikelijk zijn de diverse onderdelen van het voorgestelde besluit genummerd. Daarbij is er voor gekozen om die lijn door te zetten bij dit algemene uitgangspunt.
In de toelichting op de lijst van gevallen adviesrecht en verplichte participatie (pagina 5 en 6 van bijlage 1 Document ‘Adviesrecht gemeenteraad, verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan en delegatiebesluit voor het omgevingsplan’) is het volgende opgenomen: ‘Indien de aanvraag past binnen het besluit dan wel kaders van de raad, dan is een nader advies van de raad niet nogmaals noodzakelijk’. Hierdoor is een nadere verduidelijking in het voorgestelde besluit niet per se noodzakelijk. In het raadsvoorstel is gekozen voor ‘geringe invloed’, omdat niet uit te sluiten is dat een juridisch-technische aanpassing beperkte invloed kan hebben.
Dank voor het opmerken. Als de commissie er aan hecht, is er geen bezwaar tegen om het aan te passen
Ik ga ervan uit dat met een bestemmingswijziging bedoeld wordt de wijziging van het bestemmingsplan. Na invoering van de Omgevingswet vormen alle huidige bestemmingsplannen automatisch het initiële omgevingsplan. Vanaf dat moment
VVD
Locatie nieuwbouw Cunera
VVD
Locatie nieuwbouw Cunera
VVD
Locatie nieuwbouw Cunera
VVD
Locatie nieuwbouw Cunera
VVD
Locatie nieuwbouw Cunera
VVD
Locatie nieuwbouw Cunera
Omgevingswet gaat in , blijft dit zo , of zijn er situaties denkbaar , dat de gemeenteraad hier niet meer over beslist ?
spreken we over een wijziging van het omgevingsplan. Als het voorstel wordt aangenomen, wordt voor bepaalde situaties de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan gedelegeerd aan het college. Om welke situaties het gaat, staat beschreven in het ‘Delegatiebesluit omgevingsplan Castricum 2022’. In die situaties beslist de raad dus niet meer over de wijziging van het omgevingsplan.
Er wordt voorgesteld te bouwen voor 300 leerlingen. In de tabel zien we dat er in de toekomst structureel minder leerlingen verwacht worden. Waarom is er dan toch gekozen voor dit aantal? Waar is de leerlingenprognose op gebaseerd? Is hierbij vooral gekeken naar de potentiële leerlingen uit de kern Bakkum of is er breder in de gemeente gekeken M.b.t. de Vrijeschool: Wat is het huidige leerlingaantal? Hoeveel leerlingen zijn hiervan woonachtig in de gemeente Castricum? In de quickscan lezen we het aantal m2 (501m2) dat er volgens opgave van de Cunera d.d. 9 september 2021 nodig is voor een IKC met 300 lln. Zijn deze m2 berekend volgens een vaste formule? Hoe is dit aantal m2 opgebouwd? Hoe is het berekende aantal m2 voor de school (1.708m2) precies berekend? Wordt hier met bepaalde kerngetallen gerekend? Zo ja, welke? De 400m2 voor Kiss and Ride. Is deze voorziening noodzakelijk? Mag er ook met een minder aantal m2 worden volstaan?
Om de haalbaarheid van een maximaal ruimtebeslag te kunnen beoordelen.
De leerlingprognose wordt gebaseerd op de belangstelling van de voorgaande jaren voor basisschool Cunera uit de verschillende wijken. De prognose is gemaakt conform de wettelijke voorschriften door een ter zake deskundig bureau. Op de formele teldatum 1 oktober 2021 had de Vrijeschool Castricum 171 leerlingen waarvan er 132 in Castricum wonen. De berekening van het benodigd aantal vierkante meters voor de kinderopvang is conform de daarvoor geldende wettelijke regelgeving, zie bijgevoegde ruimtestaat.
De berekening van het benodigde aantal vierkante meters voor het onderwijs is conform de daarvoor geldende wettelijke regelgeving, zie bijgevoegde ruimtestaat. Dat zal nader worden bezien in het verdiepende onderzoek.
2
DIVERSEN OMGEVINGSWET: 1. Tijdens de raadsinformatieavond over diversen Omgevingswet is gevraagd waarom de wetgever gekozen heeft voor een
adviesrecht in plaats van bevoegdheid. Waarom de wetgever hiervoor heeft gekozen, is enigszins af te leiden uit het volgende. Artikel 16.15a onder b van de Omgevingswet (verplichte aanwijzing adviseurs) is bij amendement van het lid Ronnes c.s. bij de Invoeringswet Omgevingswet toegevoegd. Uit de toelichting bij het amendement blijkt dat aangesloten is bij een grondslag die reeds opgenomen was in de Omgevingswet. Namelijk een grondslag om bij AMvB gevallen aan te wijzen waarbij het recht van instemming van bestuursorganen is opgenomen bij een voorgenomen beslissing op een aanvraag. Het college blijft hierbij bevoegd om te beslissen over de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 2. Tijdens de raadsinformatieavond over dit onderwerp is verzocht om een overzicht van de verschillen tussen de lijsten
verklaring van geen bedenkingen (vvgb) en adviesrecht. In onderstaande tabel is de huidige lijst van verklaringen van geen bedenkingen (oud) en het adviesrecht (nieuw) opgenomen. Tevens is aangegeven wat op hoofdlijnen het verschil is. HUIDIG Gevallen waarin een vvgb is vereist Een gebied waarvoor een ontwerp bestemmingsplan ter inzage is gelegd en de aanvraag in strijd is met het ontwerp bestemmingsplan. Een project tot het realiseren van een gebouw, geen woning zijnde, met een bouwvolume van (totaal) meer dan 1300 m3.
NIEUW Gevallen waarin een advies is vereist Alle genoemde gevallen zijn met uitzondering van de aanvragen waarover de raad reeds een positief besluit heeft genomen, dan wel kaders heeft vastgesteld. Het oprichten van een antenne-installatie van 40 meter of hoger. Het realiseren van één of meer windturbine(s) met een ashoogte van 15 meter of hoger. Het realiseren van weiden met zonnepanelen van 10 hectare of meer. Het opwekken en/of opslag
VERSCHIL Geen, want een ontwerp omgevingsplan valt ook onder het begrip ‘kaders’. Net als in de huidige situatie, is na invoering van de Omgevingswet wel een advies van de raad vereist als de aanvraag in strijd is met het ontwerp omgevingsplan. In de huidige situatie is voor het realiseren van een gebouw voor andere functies dan wonen en met een bouwvolume van meer dan 1300 m3 een vvgb vereist. Dit kan bijvoorbeeld gaan om gebouwen voor bedrijven en maatschappelijke functies. Deze categorie maakt geen onderdeel van de nieuwe lijst. Wel zijn antenne-installaties en projecten voor energie opwekking in de nieuwe lijst opgenomen.
3
van andere vormen van energie. Een project tot het realiseren van meer dan 2 woningen, met als uitzondering het realiseren van woningen, wooneenheden of appartementen in een bestaand gebouw, met een bouwvolume van in totaal meer dan 1300 m3, waarvan de contouren en het bouwvolume niet veranderd.
Het toevoegen van 11 of meer woningen.
Projecten waarvoor door de gemeenteraad een ontwerpverklaring van geen bedenkingen is afgegeven, mits er geen zienswijzen zijn ingediend.
Alle genoemde gevallen zijn met uitzondering van de aanvragen waarover de raad reeds een positief besluit heeft genomen, dan wel kaders heeft vastgesteld.
In de huidige situatie is een vvgb vereist voor aanvragen van meer dan 2 woningen. Voor de nieuwe situatie wordt voorgesteld dat een advies van de raad vereist is voor aanvragen waarbij 11 of meer woningen worden toegevoegd. Dit aantal is afgeleid van het begrip voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling uit de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Daarbij wordt participatie verplicht gesteld voor aanvragen voor het toevoegen van 4 of meer woningen. Ander verschil is dat de huidige toevoeging voor het omvormen van een bestaande gebouw naar woningen is geschrapt. In de praktijk is dit echter geen verschil. Ten tijde van het raadsbesluit over de lijst vvgb was hiervoor nog een buitenplanse afwijking met een uitgebreide voorbereidingsprocedure noodzakelijk. Inmiddels is het college bevoegd om over die gevallen te besluiten. Het gaat hierbij namelijk om een geval waarbij op grond van de kruimellijst (Bijlage II, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht) het college kan afwijken van het bestemmingsplan. De kruimellijst komt met inwerkingtreding van de Omgevingswet te vervallen. Door dit geval niet over te nemen in de nieuwe lijst, blijft na invoering van de Omgevingswet het college bevoegd om over dergelijke aanvragen te beslissen. In de huidige situatie maakt het ter inzage leggen van een ontwerp vvgb onderdeel uit van de procedure.
Dit is niet het geval bij het adviesrecht onder de Omgevingswet. Daarentegen is het algemene uitgangspunt opgenomen dat adviesrecht niet vereist is voor de aanvragen waarover de raad reeds een positief besluit heeft genomen, dan wel kaders heeft
4
Bij het weigeren van een aanvraag om omgevingsvergunning.
--
vastgesteld. De aanvraag moet uiteraard passen binnen het besluit dan wel kaders van de raad. Deze komt niet terug, want het is geen ruimtelijk relevant argument. In de huidige situatie kan het college de aanvraag direct weigeren, zonder deze voor te leggen aan de raad voor een vvgb. Dit is niet overgenomen in de nieuwe lijst. Als het een geval betreft waarvoor een advies vereist is, wordt deze voor advies voorgelegd aan de raad, ook al is het college voornemens de aanvraag te weigeren. Het college zal de overwegingen aan de raad meegeven in het voorstel. De raad kan vanuit zijn adviesrol een positief of negatief advies uitbrengen.
5
voorstel ruimtestaat kindcentrum Cunera uitgangspunten peuteropvang kinderopvang
24-mrt-20 9-sep-21 basisschool buitenschoolse opvang peuteropvang kinderopvang
ruimte lokalen MB- BB lokalen OB speellokaal berging speellokaal ib/rt ruimte, spreekkamer aula, centrale hal leerplein OB-MB-BB (in gangzones) directiekamer administratie adjunct directeur teamkamer conciergeruimte keuken repro toiletten toilet leerkrachten miva toilet bergruimte serverruimte berging fietsen leerkrachten* buitenberging speelmateriaal* werkkast onderwijs oppervlakte
soort ond ond ond/kov ond/kov ond ond ond ond ond ond ond ond ond/kov ond ond ond ond ond ond ond/kov ond/kov ond/kov
ruimte bso (atelierlokaal) ruimte peuteropvang, max 16 kinderen groepsruimte (22 kindplaatsen) slaapkamer 0-2 (22 kindplaatsen) sanitaire ruimte kantoor stalruimte buggys/ garderobe keuken wasruimte berging personeelstoilet buitenberging* kinderopvang oppervlakte
kov kov kov kov kov kov kov kov kvo kov kov kov
aantal 8 3 1 1 2 1 4 1 1 1 1 1 1 1 6 1 1 5 1 1 1 1
*1 *2
*3
2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
300 leerlingen 60 leerlingen = 3 groepen (3,5 m2/kind) 1 groep 16 kinderen 2 groepen, totaal 22 kinderen netto p.e. 56 65 84 6 12 200 25 18 12 12 40 10 24 4 10 3 4 8 2 14 12 2
77 56 77 44 8 8 8 8 2 6 2 12
netto 448 195 84 6 24 200 100 18 12 12 40 10 24 4 60 3 4 40 2 14 12 2 1314
bruto (30%)
154 56 77 44 8 8 8 8 2 6 2 12 385
1708
501
2209 school 300 leerlingen: bvo =1709 m2 *1: atelierlokaal: voor onderwijs en bso (dubbel gebruik) *2: peuteropvang: bso jongste kinderen (dubbel gebruik) *3: combineren met ruimte adjunctdirecteur *: lostaande gebouwen op terrein toeslag 30%: constructie gebouw, technische ruimten, gangen. Gymnastiekzaal gymnastiekzaal 22 x 14 m2 toestelberging 2,5 x 10 m2 kleedruimte wasruimte docentenruimte werkkast technische ruimte gymnastiekzaal oppervlakte
Buitenruimte schoolplein plein kinderopvang fietsenstalling 200 fietsen parkeren personeel kiss and ride gebouw (ged. twee lagen) gymnastiekzaal
incl groen en tuin (20%)= totale terrein
gem gem gem gem gem gem gem
2 1 2 2 1 1 1
600 m2 150 m2 400 m2 300 m2 400 m2 1320 m2 558 3728 m2 4500 m2
308 25 25 15 4 4 8
308 25 50 30 4 4 8 429
extra speelruimte groen in de omgeving!
558
Vragen met betrekking tot bouw van drie seniorenwoningen Jasmijnlint, Limmen Op 24 juni en 11 november is aan de gemeenteraad een raadsbesluit voorgelegd: Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het realiseren van drie seniorenwoningen op het Jasmijnlint 21, 23 en 25 te Limmen. De VrijeLijst heeft een aantal vragen gesteld met betrekking tot bouwplanontwikkeling drie seniorenwoningen aan de Jasmijnlint in Limmen. Hieronder de vragen die op 6 juli 2021 zijn gesteld en de reactie van de gemeente op 5 oktober. Vervolgens heeft De VrijeLijst op 5 oktober een aantal aanvullende vragen gesteld. In de tweede tabel de aanvullende vragen en de reactie vanuit gemeente. In vervolg op de beantwoording en het nieuwe raadsvoorstel
Vragen van 6 juli 2021 Nr.
Vragen 6 juli 2021
1
Waar komt precies de footprint te liggen van de woningen? Graag op de tekening inclusief de omgeving aangeven waar de rooilijnen zich toekomstig gaan bevinden. Met name de afstand van de toekomstige garage tot de weg aan de zuidkant graag op de tekening aangeven.
Reactie gemeente ontvangen op 5 oktober
vervolgvraag
Zie bijlage voor totaaloverzicht. De afstand van de garage tot de weg bedraagt 0,4 tot 0,7 m., de afstand van de garage tot de gevel van de woning bedraagt circa 11,5 meter en wordt voldoende geacht. In dit verband wordt opgemerkt dat het plan zowel door het kwaliteitsteam als door de Welstandscommissie getoetst en akkoord bevonden is. 2
Hoeveel meter schuift het bouwvak/ de rooilijn op richting zuiden ten opzichte van het oorspronkelijke plan?
De tekening die bij aankoop van de woningen aan Jasmijnlint is overlegd heeft geen officiële status voor de toets van het plan van initiatiefnemer. Initiatiefnemer heeft privaatrechtelijk gezien niet de zeggenschap over dat perceel. Het noordelijk gelegen perceel ligt in het uitwerkingsplan Limmen Zandzoom, fase 1 en heeft de bestemming ‘Groen’. Het perceel maakt geen onderdeel uit van het plan.
3
In het vervolg van de zuidelijke Jasmijnlint richting oost is er tussen de erven en de weg een groenstrook aangehouden. De groenstrook versterkt de dorpse kenmerken en maakt dat de woningen op redelijke afstand van elkaar komen te staan. Ook biedt het ruimte aan bomen en zorgt voor een groene uitstraling. Komt deze groenstrook ook langs de zijkanten van de nieuwe woningen conform de huidige plannen. Mits deze niet komt graag uitleggen hoe dit stedenbouwkundig en vanuit de landschappelijke inrichting wordt onderbouwd.
Jasmijnlint 21, 23 en 25 is een particulier initiatief. Het perceel valt formeel buiten het Uitwerkingsplan Limmen Zandzoom, fase 1 en buiten het gebied waar de SOK met de GEM van toepassing is. De basis van dit uitwerkingsplan, de gebiedsvisie Zandzoom Limmen en de nadere uitwerking in een stedenbouwkundig plan Zandzoom, fase 1, wordt echter bij het plan van de drie woningen aangehouden. Het plan sluit qua structuur daarmee aan op het uitwerkingsplan. Dit betekent dat de groenstrook ten noorden van het perceel en de greppel/groenstrook voor de woningen die in het Uitwerkingsplan vallen, in tact blijven. De parkeerplaatsen aan de zuidzijde sluiten aan op de bestaande weg.
Ik zie bij vraag 2 en 3 niet echt een beantwoording van mijn vraag terug. Vraag twee gaat erover hoeveel meter het opschuift ten opzichte van de omgeving (zie vraag). Ik heb niet gevraagd wat het juridisch planologische kader is. Ik zie bij vraag 2 en 3 niet echt een beantwoording van mijn vraag terug. (…) Ook op vraag 3 zie ik niet direct een antwoord op mijn vraag terug. Het verzoek hier nog een antwoord op te geven.
Uitwerkingsplan Limmen Zandzoom fase 1
Het plan is voorgelegd aan het kwaliteitsteam en welstandscommissie. De welstandscommissie is akkoord gegaan met de beplanting.
De doorgaande groenstrook Jasmijnlint als kenmerkt van de hele buurt.
Vragen van 5 oktober 2021 Vragen 5 oktober 2021
Reactie ontvangen op 21 oktober 2021
vervolgvraag
Aanvullend Hoeveel meter schuift het bouwvak/ de rooilijn op op vraag 2 richting zuiden ten opzichte van het oorspronkelijke plan?
Met het antwoord op deze vraag hebben wij willen aangeven dat het door u aangemerkte ‘oorspronkelijke plan’ niet bij de gemeente als het oorspronkelijk plan bekend is. Op de tekening van het ‘oorspronkelijke plan’ ontbreekt de maatvoering. De exacte verschuiving van de woningen zoals weergeven op het ‘oorspronkelijke plan’ naar het ingediende plan is daarom niet precies aan te geven. Wij schatten echter in dat de verschuiving ca. 5 meter bedraagt.
Zijn er rooilijnen aan de ontwikkelaar meegegeven? Zo ja, welke rooilijnen zijn dat? Zo nee, waarom niet? Hierbij graag rekening houden met de gedane toezegging van het college op 16 april 2018 (kenmerk UI 18/028?): “(…) De gemeente is voornemens om dit perceel ‘in te pakken’ in het groen zodat het passend wordt binnen het gebied van de Jasmijnlint en Magnolialint. Welke beplanting op welke plek moet staan, zijn we op dit moment nog aan het uitzoeken. (…)”
Aanvullend (…) Komt deze groenstrook ook langs de zijkanten op vraag 3 van de nieuwe woningen conform de huidige plannen. Mits deze niet komt graag uitleggen hoe dit stedenbouwkundig en vanuit de landschappelijke inrichting wordt onderbouwd.
De door u bij uw vraag gevoegde luchtfoto met oranje gearceerde stroken maken geen onderdeel uit van de groenstructuur zoals deze is voorzien in het uitwerkingsplan fase 1ab. Het plan Jasmijnlint 21,23 en 25 sluit op de groen- en waterstructuur van deze fase wel aan. Dit betekent concreet dat de greppel/groenstrook aan de oostzijde voor de woningen wordt doorgetrokken en de groenstrook aan de noordzijde in tact blijft. Aan de zuidzijde sluit de woning en garage direct aan op weg. Verder worden de woningen op grond van de gebiedsvisie voor zover mogelijk omzoomd met hagen, zie onderstaande impressies
Hoe verhoud het antwoordt zich tot de gedane toezegging van het college? (Zie hierboven) “(…) De gemeente is voornemens om dit perceel ‘in te pakken’ in het groen zodat het passend wordt binnen het gebied van de Jasmijnlint en Magnolialint. Welke beplanting op welke plek moet staan, zijn we op dit moment nog aan het uitzoeken. (…)”
Aanvullend op vraag 3
Deze impressie is wat betreft de aansluiting aan de omgeving niet juist. Zie de rode markering waar de woningen nr. 26, 28 en 30 staan. Is dit een van de impressies die aan Kwaliteitsteam en Welstandscommissie zijn voorgelegd?
Aanvullend op vraag 3
Deze impressie is gezien de aangepaste parkeerplaatssituatie niet juist. De haag zal niet mogelijk zijn gezien het een parkeerplaats inrit betreft. Is dit een van de impressies die aan Kwaliteitsteam en Welstandscommissie zijn voorgelegd?
4
Vanuit de antwoorden begrijp ik dat de welstandscommissie heeft getoetst. De vraag is waarom dit is voorgelegd aan de Welstandscommissie gezien een van de antwoorden aangeeft dat dit buiten de ontwikkeling Zandzoom valt? ("Het perceel valt formeel buiten het Uitwerkingsplan Limmen Zandzoom, fase 1 en buiten het gebied waar de SOK met de GEM van toepassing is"). Wat is de reden dat de Welstandscommissie hiernaar heeft gekeken?
Alle planontwikkelingen in de Zandzoom worden eerst voorgelegd aan het kwaliteitsteam. Op grond van de gebiedsindeling in de welstandsnota worden plannen daarna al dan niet voorgelegd aan de Welstandscommissie. In dit geval valt het perceel voor een deel in een luw welstandsgebied en voor een deel in bijzonder welstandsgebied. Dit betekent dat het plan ook aan de Welstandscommissie diende te worden voorgelegd.
5
De draaicirkel voor inrit garages op een wegbreedte van 4,5 is lastig. Hiervoor moet een strook aan de overkant van de weg worden gebruikt om de bocht te kunnen maken. In hoeverre is hier ruimte voor? Is dit getoetst door een verkeersontwerper?
De draaicirkel van de in/uitrit van de garage bij kavel 1 voldoet inderdaad niet aan de NEN normering, de uitrijruimte is daarvoor onvoldoende. Dit betekent dat er één parkeerplaats elders moet worden gecompenseerd. Zie hiervoor de onderstaande tekening. De overige parkeerplaatsen voldoen wel aan de NEN normering.
Situatieschets met vierde parkeerplaats zuidzijde 6
Ik stel voor de plannen alsnog voor te leggen aan de Welstandscommissie. Deze keer inclusief de ondergrond tekening met inzichtelijk de aansluiting op de omgeving. Hoe kan ik dat aanvragen?
Onderstaande situatieschets is voorgelegd aan de welstandscommissie. Op deze tekening is de inpassing van het plan in de bestaande situatie duidelijk in beeld. De commissie heeft dit plan positief beoordeeld. Het opnieuw voorleggen van dit plan zal de mening van de commissie niet wijzigen en wordt daarom niet opportuun geacht.
Uit de beantwoording van vraag 4 en 6 begrijp ik dat de situatieschets is voorgelegd aan Welstand en Kwaliteitsteam. Hierin is echter niet inzichtelijk gemaakt dat de garage op de kant van de weg komt te liggen zonder voetpad of groenstrook ertussen. De beantwoording van de vragen 1 t/m 3 duurde 13 weken omdat er nog geen tekening beschikbaar was waarin inzichtelijk werd gemaakt hoe het bouwplan aansluit op de bestaande situatie. Is het kwaliteitsteam en welstandscommissie duidelijk geweest dat de garage op de kant van de weg komt te liggen? Graag ontvangen we de notulen van bijeenkomst Welstand en bijeenkomst Kwaliteitsteam.
Situatietekening Jasmijnlint 21,23 en 25
Vragen van 14 november 2021 Daar waar deze vragen betrekking hebben op de eerdere beantwoording is het geel gemarkeerd in tabel 2 en in tabel 3 een verwijzing naar de eerder gestelde vraag toegevoegd.
Vragen 14 november 2021 Aanvullend Zijn er rooilijnen aan de ontwikkelaar meegegeven? Zo ja, welke rooilijnen zijn dat? Zo nee, waarom niet? op vraag 2 Hierbij graag rekening houden met de gedane toezegging van het college op 16 april 2018 (kenmerk UI 18/028?): “(…) De gemeente is voornemens om dit perceel ‘in te pakken’ in het groen zodat het passend wordt binnen het gebied van de Jasmijnlint en Magnolialint. Welke beplanting op welke plek moet staan, zijn we op dit moment nog aan het uitzoeken. (…)”
Reactie Op basis van het principeverzoek heeft kwaliteitsteam op 16 mei 2019 een eerste advies over het plan Jasmijnlint uitgebracht. In dit advies zijn geen rooilijnen aangegeven. Wel heeft kwaliteitsteam in het advies opgenomen dat een situatietekening met het project en de terrein inrichting wenselijk is om het plan goed in haar context te kunnen beoordelen. Met andere woorden: het kwaliteitsteam heeft oog gehad voor de omgeving, maar het principeverzoek gaf geen aanleiding voor het opnemen van rooilijnen in het advies.
De brief van 16 april 2018 gaat uit van de situatie dat het college binnen afzienbare tijd géén medewerking zou willen verlenen aan woningbouw – pas afhankelijk van een bestemmingsplan herziening na besluitvorming in de gemeenteraad. Daarbij is aangeven dat het perceel van dhr. Groot in het groen zou worden ingepakt. Het inpakken in het groen heeft derhalve betrekking op de situatie dat het perceel van dhr. Groot onbebouwd zou blijven – dat er toen nogal rommelig uitzag - en niet op het bouwplan. Het college is later tot het oordeel tot gekomen dat woningbouw op de locatie gewenst is. Ook daarbij is het aspect groen van belang. Het plan voorziet dan ook in de aanleg van hagen zoals is opgenomen in de Gebiedsvisie Limmer Linten. Daar de brief van 16 april 2018 betrekking heeft op de onbebouwde situatie is deze niet betrokken bij de toets van het plan door het kwaliteitsteam. Aanvullend Hoe verhoud het antwoordt zich tot de gedane toezegging van het college op 16 april 2018 (kenmerk UI op vraag 3 18/028?): “(…) De gemeente is voornemens om dit perceel ‘in te pakken’ in het groen zodat het passend wordt binnen het gebied van de Jasmijnlint en Magnolialint. Welke beplanting op welke plek moet staan, zijn we op dit moment nog aan het uitzoeken. (…)”
Zie bovenstaande reactie.
Aanvullend Makten de getoonde impressies met de niet juiste aansluiting op de openbare ruimte onderdeel uit van op vraag 3 de aanvraag die aan Kwaliteitsteam en Welstandscommissie zijn voorgelegd? Is het voor kwaliteitsteam en 6 en welstandscommissie duidelijk geweest dat de garage op de kant van de weg komt te liggen?
De plannen zijn in hun huidige context voorgelegd aan kwaliteitsteam als welstand. De verslagen hiervan zijn bijgevoegd.
Graag ontvangen we de notulen van bijeenkomst Welstand en bijeenkomst Kwaliteitsteam. 7
Worden de parkeerplaatsen toekomstig openbaar gebied? De parkeerplaatsen worden met dit voorstel De parkeerplaatsen bevinden zich op privégrond. In de anterieure overeenkomst is een aanleg-, instandhoudingsaangelegd op particulier terrein. Als het particulier blijft: Hoe kan toekomstig worden geborgd dat de en onderhoudsverplichting opgenomen met een kettingbeding en een boete bij niet naleven van deze verplichting. parkeerplaatsen blijven gehandhaafd? Bij verkoop van de kavel staat het de toekomstige eigenaar immers Eveneens is een instandhoudingsplicht van de parkeerplaatsen opgenomen in de omgevingsvergunning. vrij het terrein anders in te richten en het auto op openbaar gebied te parkeren. Als het openbaar wordt: Hoe worden de beoogde groene erfgrenzen gerealiseerd?
8
Hoe wordt de eigendomsverhouding geregeld betreft parkeren voor de middelste woning? Deze moet gebruik maken van een/twee parkeerterreinen naast de zuidelijke woning
Dit zal privaatrechtelijk geregeld moeten worden door initiatiefnemer.
9
Hoe wordt bezoeker parkeren geregeld? Maken bezoeker gebruik van de overige openbare parkeerplaatsen? Is dat in de overige parkeerbalans meegerekend?
Bezoekers kunnen net zoals geldt voor de andere woningen in het buurtje gebruik maken van openbare parkeerplaatsen elders in het Jasmijnlint / Magnolialint. Ja, in het uitwerkingsplan plan Jasmijnlint / Magnolialint zijn feitelijk meer parkeerplaatsen aangelegd dan op grond van de daar geldende normen noodzakelijk was.
10
Hoe verhoud de stelling in het raadsvoorstel voor 25 november pag. 4 punt 4 Bouwvlak zich tot de gedane toezegging van het college op 16 april 2018 (kenmerk UI 18/028?): “(…) De gemeente is voornemens om dit perceel ‘in te pakken’ in het groen zodat het passend wordt binnen het gebied van de Jasmijnlint en Magnolialint. Welke beplanting op welke plek moet staan, zijn we op dit moment nog aan het uitzoeken. (…)”
In aanvulling op de bovenstaande beantwoording: doordat het bouwplan met een positieve grondhouding in procedure is gebracht, is geen invulling meer gegeven aan het groen inpakken van de onbebouwde kavel.
11
In hoeverre mag de aanbouw worden gerealiseerd en tot aan de erfgrens worden doorgetrokken, gezien het geen garage meer betreft?
Het bouwen van een aan- of uitbouwen mag in principe op de erfgrens worden gerealiseerd.
Limmer Linten Advies Westerweg 114 - Jasmijnlint Opdrachtgever Datum Betreft Opgesteld door
De BUCH 16 mei 2019
Westerweg 114 - Jasmijnlint Kwaliteitsteam Limmer Linten
Achtergrond Het achterste deel van het perceel Westerweg 114 in Limmen is om allerlei redenen niet meegenomen in het uitwerkingsplan fase 1AB. Het plan om op het achtererf drie (senioren) woningen te realiseren met een ontsluiting op het Jasmijnlint is echter toch weer actueel geworden. Aan het Kwaliteitsteam is advies gevraagd over het planvoorstel.
Uitsnede Uitwerkingsplan Limmen – Zandzoom fase 1
luchtfoto van de situatie
Limmer Linten: Westerweg 114
1-3
Tekening van de situering met het ontwerp van de woningen
Advies kwaliteitsteam De verkaveling bestaat uit 3 geschakelde seniorenwoningen, waarbij de beide woningen op de flanken een aangebouwde garage hebben. Typologie Wat betreft de typologie is het planvoornemen vergelijkbaar met rijtjes van 3 seniorenwoningen die in Deelplan 1AB zijn gerealiseerd. De typologie is dan ook in beginsel passend binnen de structuur van de omgeving. Structuur en parkeren De garage van de zuidelijke woning heeft geen inrit. De middelste woning heeft geen garage maar wel een inrit, en hiermee wordt de suggestie gewekt dat de geparkeerde auto voor de gevel komt te staan. Dit is vanuit het oogpunt van de (landelijke) beeldkwaliteit van de straten ongewenst. Parkeerplaatsen moeten worden aangelegd volgens de principes uit de gebiedsvisie Limmer Linten. Parkeerplaatsen voor de voorgevel passen daarin niet. De inritten in relatie tot de garages ogen vreemd.
Limmer Linten: Westerweg 114
2-3
Massa opbouw Het blokje van 3 woningen kent een opbouw van 1 laag met kap, waarbij de beide buitenste woningen een naar de weg gekeerde kap krijgen. Deze bescheiden massa past in beginsel goed in de structuur van de omgeving. Architectuur De kwaliteit van de architectuur ligt beneden het niveau dat in Deelplan 1AB is gerealiseerd.
Verkaveling Limmer Linten Deelplan 1B en de daarin opgenomen seniorenwoningen
Gerealiseerde kwaliteit (links) en straatbeeld vanaf het Magnolialint (rechts) De garage van de noordelijke woning vormt de ‘blikvanger’ vanuit het Magnolialint (noordzijde). Er is nog geen gevelbeeld gemaakt van de noordgevel, maar een beeindiging met een garage (blinde gevel) zal niet het gewenste beeld opleveren van een kwalitatieve ‘blikvanger’. Een situatietekening met het project en de terrein inrichting is wenselijk om het plan goed in haar context te kunnen beoordelen.
Limmer Linten: Westerweg 114
3-3
Domein Team
Ruimtelijke Ontwikkeling Plannen & Projecten
Verslag bijeenkomst Q-team Limmerlinten Datum:
22 september 2020, 15.30 – 16.30 uur
Aanwezig:
MH WD PK MS
1.
Voorzitter Q-team, gemeente Q-team, namens Welstand Q-team Verslaglegging, gemeente
Ontwerp van 3 woningen aan het Jasmijnlint in Limmen 15.30 – 15.50 uur
Actiehouder
Deelnemers: initiatiefnemer architect Raad Architecten, namens initiatiefnemer leden Q-team Bijlagen: 3D Visuals van voorgevel-01, voorgevel-02 en fragment voorgevel-02 (aangeleverd door achitect op 1-9-20) De architect licht het plan toe aan de hand van de tekeningen. Op aangeven van PK heeft de architect de rechterzijgevel verbijzonderd. De achterzijde van het plan valt waarschijnlijk in het welstands-luwe gebied. MH vraagt WD om dit uit te zoeken. WD wil weten hoe de aansluiting tussen de goot en de 2 zadelkappen eruit ziet, bij de beëindiging van de gevelbeplating. De architect geeft aan dat dit wordt omgezet, loopt om de hoek door. Ter verduidelijking zal hij hiervan een visual maken en toesturen. Parkeren; aan de rechterzijde kunnen 2 auto’s achter elkaar parkeren op het garagepad, aan de linkerzijde 3 parkeerplaatsen + garage, bereikbaar voor de bewoners. De discussie over de parkeernorm loopt nog en zal in de ruimtelijke onderbouwing t.b.v. de aanvraag omgevingsvergunning met uitgebreide procedure worden uitgewerkt. De gepresenteerde tekeningen worden toegevoegd aan de anterieure overeenkomst (AOK). Na ondertekening van de AOK kan de omgevingsvergunning worden aangevraagd. Conclusie Plan is akkoord met als aandachtspunt de erfafscheiding en beplanting, waarbij de gebiedsvisie van Strootman als referentiekader aangehouden moet worden.
Deze zal worden toegezonden aan de architect. Acties Toesturen visual van het ontwerp Uitzoeken of achterzijde van het plan welstandsluw is Gebiedsvisie van Strootman toesturen aan architect
Domein RO/team P&P/Project Zandzoom Limmen/Q-team Limmerlinten//MS 1/1
Architect WD MS
Welstandsadvies29-03-2021 De aanvraag betreft de bouw van drie woningen, een drie onder een kapwoning. Op de beide uiteinden komen dwarskappen. Voor een gedeelte liggen de woningen in een luw welstandsgebied en voor een deel in een bijzonder welstandsgebied. Het plan is in het Q-team behandeld. Er werd aandacht gevraagd voor de erfafscheiding en de beplanting. Dit is nu akkoord. De commissie geeft aan dat in het geval er dakkapellen toegevoegd worden, bijv. op de middenwoning, deze ontworpen dienen te worden conform de dakkapellen die op de tekening staan. Welstandscriteria Gebiedsgerichte criteria Advies Akkoord met aanbeveling