Overzicht technische vragen 5 oktober 2023
Tekst van het document
Technische vragen bij Raadsplein 5 oktober 2023 Steller De VrijeLijst
Onderwerp Diverse verordeningen Zaffier
Vraag Verordening tegenprestatie artikel 3, lid 1. "Hierbij wordt rekening gehouden met het fysieke en psychische vermogen van een belanghebbende" Mijn vraag hierbij is: Hoe wordt dit fysieke en psychische vermogen getoetst en gemonitord?
PvdA
Diverse verordeningen Zaffier
Schuldhulpverlening: Het is algemeen bekend dat het zoeken van hulp bij niet meer te behappen schulden voor mensen een hele grote stap is, die vaak te laat wordt genomen. Deze mensen zijn tevens door emotionele problemen niet in staat om goed na te denken welke hulp zij nu nodig hebben en hebben daar externe hulp bij nodig. De verordening stelt dat binnen 7 dagen een plan moet worden gepresenteerd om het probleem aan te pakken. Overigens krijgt de gemeente 8 weken de tijd voor onderzoek en besluitvorming. 1. Voor het opstellen van het plan heeft het merendeel van de mensen met schulden hulp nodig. Die wordt nu geleverd door de clientondersteuners van Mee de Wering, die gekort worden op hun budget (bezuiniging subsidies). Verwacht
Antwoord Er vindt altijd een brede intake plaats met de inwoner op alle leefgebieden (wonen, werk, financiën, sociale contacten, gezondheid). Hierbij ontstaat een duidelijk klantbeeld. Indien sprake is van fysieke of psychische beperkingen zal gekeken worden welke informatie daarover beschikbaar is welke de inwoner met Zaffier wil delen. Indien niet duidelijk is wat de fysieke en/of psychische beperking is, zal een onderzoek worden aangevraagd bij een specialist die hierover een oordeel kan geven. Hierbij zal ook aangegeven worden of op termijn verandering kan worden verwacht. Zaffier zal hier op monitoren en in contact blijven met de inwoner. 1. Het plan van aanpak schuldhulpverlening wordt opgesteld door consulent schuldhulpverlening samen met de klant. Clientondersteuners helpen hier niet bij. 2. Er zijn geen wachttijden. Binnen 48 uur na aanmelding wordt contact opgenomen met de klant. Binnen 2 weken wordt de beschikking met het plan van aanpak afgegeven. Hiermee wordt schuldenrust gecreëerd.
PvdA
Diverse verordeningen Zaffier
PvdA
Diverse verordeningen Zaffier
D66
Diverse verordeningen Zaffier
u problemen bij het tijdig opstellen van het plan, vanwege een verwacht tekort bij de clientenondersteuners? Zo ja, hoe gaat u dit oplossen? 2. Wat is de doorlooptijd van de aanvragen voor hulp op dit moment? Zijn er wachttijden? Zo ja, hoe lang en wat wordt daar aangedaan om ze te verkorten? Participatieverordening: Uit de toeslagenaffaire hebben we hopelijk geleerd dat we meer vertrouwen moeten hebben in de mensen en op moeten passen welke gevolgen maatregelen hebben op het gezin en de kinderen. 1. Kunt u aangeven waarom bij de verordening de straffen als men iets niet of fout doet eerder staan genoemd dan datgene wat de gemeente voor de inwoners kan betekenen op het gebied van participatie? 2. Bent u bereid om de volgorde van de artikelen aan te passen? Algemeen: Bij diverse verordeningen wordt verondersteld dat het sociale netwerk hulp biedt. Maar wat gebeurt er met de mensen die geen sociaal netwerk hebben? Wat is de reden voor het hanteren van de maximale beslistermijn (8 weken) bij schuldhulpverlening?
1. Het is gebruikelijk om eerst de beoordelingscriteria op te nemen, want dan weet de inwoner gelijk of hij wel of geen rechthebbende is. Dit is conform de modelverordening van de VNG en is met de gehele arbeidsmarktregio zo afgestemd. 2. Nee.
Dan wordt er gekeken of flankerende hulp geboden kan worden (welzijnsorganisatie, maatschappelijk werk)
De termijn van 8 weken sluit aan bij de termijn die gehanteerd wordt in het kader van de Awb (art. 4:13 lid 1).
GroenLinks
Diverse verordeningen Zaffier
Vraag uit raadsinformatie bijeenkomst van 28 september 2023
Diverse verordeningen Zaffier
CDA
Verordening Wmo en jeugd
CDA
CDA PvdA
Verordening Wmo en jeugd
Verordening Wmo en jeugd Verordening Wmo en jeugd
In de samenvatting van de verordeningen wordt op pagina 5 gesproken over een niet overgenomen facultatief artikel uit de VNGmodelre-integratieverordening m.b.t. loonkostensubsidie. Zou ik de tekst van dit facultatieve artikel en de evt. toelichting daarop kunnen ontvangen? Hoe vaak komt het voor dat de uitkering wordt afgestemd
Zie antwoord onderaan dit document
Raadsvoorstel, pagina 4 De koppeling van 85% van het ZIN tarief… betekent niet dat de totale Pgb kosten van de gemeente met 13% omhoog gaan. ( stijging van 75% naar 85%).
Het verschil tussen 75%-85% is inderdaad 10%. Ten opzichte van 75% is 85% een feitelijke stijging van afgerond 13,3 %.
Kunt u uitleggen waar de 13% vandaan komt? Een stijging van 75% naar 85% lijkt ons 10%. Waarom worden er andere tarieven gehanteerd bij ZIN tarieven dan bij professionele Pgb aanbieders? ZIN tarieven 100% Professionele Pgb 75% / 85% Is het naar eigen inzicht verlagen van het Pgb tarief per 1 januari 2024 nog wel mogelijk? ZIN tarief In de presentatie werd gesteld dat de hoogte van het ZIN tarief wordt bepaald door de laagste prijs tegen de beste kwaliteit. Dit ZIN tarief wordt dan
2020 4x 2021 2x 2022 4x 2023 1x (tot op heden)
Het verschil in tarief ZIN- PGB is gebaseerd op het verschil in kwaliteitskaders waaraan de aanbieders dienen te voldoen.
Dit is mogelijk. De tarieven en onderliggende onderbouwingen, zoals kwaliteitscriteria, kunnen aangepast worden. a. In de presentatie is niet ingegaan op hoe het ZIN tarief is berekend, wel op de tariefverschillen informeel Pgb nu en n.a.v. de uitspraak van de Centrale raad van Beroep.
op 100% gesteld. De wet zegt dat een PGB een volwaardig en gelijkwaardig alternatief moet zijn voor de ZIN (zorg in Natura) 1. Hoe is de PGB een gelijkwaardig en volwaardig alternatief als de tarieven op 75 of 85% worden gezet van het ZIN tarief. Krijgen de PGB cliënten minder zorg? Moeten ze 15-25% zelf betalen? Mag dit volgens de wet?
D66
Verordening Wmo en jeugd
D66
Verordening Wmo en jeugd
2. Als een PGB client een zorgaanbieder uitkiest, maar slechts 75-85% van het ZIN tarief kan bieden, worden dan de kleinere zorgaanbieders en ZZP-ers, die wel aan de kwaliteitseisen voldoen, dan niet benadeeld? En wordt het dan voor een PGB client dan niet bijna onmogelijk om passende zorg te vinden? Waarom wordt de regiotaxi niet benut als transportmiddel van en naar dagbestedingslocaties (artikel 47)?
Wat is de overweging achter de keuze voor een huisvestingsindicatie van meer dan 6 maanden voor verhuiskostenvergoeding (artikel 57)?
b. In de wet is vastgelegd dat de hoogte van het Pgb toereikend moet zijn en niet hoger mag zijn dan de kostprijs. c. Het verschil in tarief ZIN- PGB is gebaseerd op het verschil in kaders waarin de aanbieders dienen te voldoen. Dit betekent niet dat Pgb cliënten minder zorg ontvangen. d. Of de cliënt 15-25% zelf moet bijbetalen indien het een professioneel Pgb aanbieder is (organisatie of ZZP’er), is afhankelijk van de prijs die de Pgb aanbieder hanteert. De prijs wordt door de Pgb aanbieder bepaald. e. Het maken van een differentiatie in tarieven en de bijbehorende kwaliteitskaders is wettelijk toegestaan. a. Het tarief en de kwaliteitskaders zijn gebaseerd op uitvoerbare kwaliteitskaders, los van de grootte van de Pgb organisatie. b. Een Pgb cliënt kan passende zorg vinden.
•
Het vervoer van en naar de dagbesteding is onderdeel van de contracten bij de aanbieders dagbesteding. Zij dienen dit vervoer zelf te organiseren en te financieren. • De regiotaxi is een vorm van collectief personenvervoer, net als het openbaar vervoer (bus, tram, metro, regionale trein, ov te water en een pont), maar met een regionale overeenkomst. Een verhuiskostenvergoeding wordt alleen verstrekt voor kosten die gepaard gaan met het verhuizen als de inwoner geen mogelijkheid had om de verhuiskosten te reserveren voor de verhuizing. Indien > 6 maanden voor de geplande verhuisdatum bekend is dat de inwoner gaat verhuizen, kan de inwoner sparen voor de verhuizing en wordt er geen verhuiskostenvergoeding toegekend.
GroenLinks
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
De raad heeft inmiddels twee nogal verschillende brieven van Vonk gekregen. In de eerste hebben ze het over een dependance van Vonk van nogal een groot oppervlak en over liften en hellingen. In de tweede brief van vandaag gaat het over te gast zijn bij de biologische tuinderij en les in de schuur of kas van die tuinderij (dus geen dependance van Vonk). Dat is nogal een groot verschil. Welke brief klopt nu? Want in de tweede brief neemt VONK geen afstand van de eerste, en noemt het alleen een verduidelijking.
GroenLinks
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
Wat zijn nu precies de eigendoms- en gebruiksverhoudingen tussen de grondeigenaar, Vonk en de twee biologische boeren wat betreft grond, gebruik en opstallen en juridisch contactuele status hiervan?
GroenLinks
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
Vonk heeft bij mijn weten ook grond in gebruik op Noord-End, langs het fietspad naar de N203. Van wie is deze grond? Zijn er nog meer stukken grond die Vonk in gebruik heeft in Castricum? Zo ja van wie is die grond?
De eerste brief was voor meerdere uitleg vatbaar en daardoor verwarrend. Ook zijn er na de raadsvergadering van 21-9 enkele gesprekken met Vonk geweest. De tweede brief is leidend. Een deel van de toelichting zit wel in de eerste brief. Daarin werd benadrukt van de noodzaak van buitenlocaties voor hun onderwijs. Daarnaast schrijven ze dat de voorgestelde onderwijsaccommodatie zal fungeren als een aanvulling op het bestaande onderwijsaanbod. Het biedt een praktische leeromgeving waarin leerlingen niet alleen kennis kunnen vergaren, maar ook praktische vaardigheden kunnen ontwikkelen in een duurzame en natuur inclusieve context. Verder somt Vonk op waar dit gebouw aan moet voldoen. Die opsomming leidt tot verwarring. Uit de gesprekken met Vonk en de tweede brief blijkt dat Vonk gebruik wil maken van een gebouw dat in gebruik is voor de biologische tuinderij. En liefst een gebouw dat lijkt op een kas, schuur of bollenschuur. In dit gebouw is educatie te gast is en kan zowel opkweek als lesinstructie plaatsvinden. Vonk wil geen eigen leslokaal of-gebouw hier hebben. De grondeigenaren houden grond in bezit en financieren de gebouwen. De biologische tuinderij zal deze gronden pachten of huren en mag gebruik maken van de gebouwen. Vonk huurt in deze gebouwen ruimte voor onderwijs en inzet van de tuinders in hun educatieve programma.
Deze contracten zullen gesloten worden zodra duidelijk is dat tuinderij inclusief educatieve nevenbestemming mogelijk is. Daarnaast zal gemeente nog een overeenkomst sluiten met de eigenaren over het gebruik. Vonk heeft inderdaad in Noord End (langs het fietspad Gerbrandsven) een stuk grond dat eigendom is van de gemeente Castricum, in erfpacht. Andere grond heeft Vonk niet in bezit/gebruik voor les op gebied van landbouw.
GroenLinks
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
GroenLinks
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
GroenLinks
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
Het is zichtbaar dat de grond bij Noord-End Waarvoor gebruikt wordt voor groenteteelt. Wordt het nog voor andere zaken gebruikt? Is de teelt daar biologisch? Is het eventueel mogelijk om daar de tuinderij te plaatsen die nu op de Zanderij bedacht wordt? Is het oppervlak daar groot genoeg voor? Heeft Vonk eventueel nog andere stukken grond in de gemeente in gebruik waar dit mogelijk zou zijn? Is over deze mogelijke alternatieven met Vonk gesproken door de gemeente?
Het besluit dat de raad gaat nemen is getiteld “ruimtelijk kader Zanderij Noord”, maar er worden nog geen specificaties gegeven voor de plaats en de afmetingen van het bouwvlak of de bouwhoogte van de schuur en/of kas bij de biologische tuinderij. Is dit het moment voor de raad om dat te doen, of komt daar een ander besluitmoment voor?
Vonk heeft een gebrek aan ruimte voor praktijkonderwijs. Daarnaast wordt op de huidige locatie op traditionele wijze lesgegeven over landbouw en teelt gewassen. Uit de brief blijkt dat Vonk graag aansluit bij de biologische tuinderij zodat leerlingen in de praktijk zien wat er komt kijken bij een biologische tuinderij. Regeneratieve, biologisch-dynamische en coöperatieve landbouw. Dit kan niet op de bestaande locatie. De ruimte is daarvoor te klein. De invulling van de biologische tuinderij is anders dan de locatie bij Noord-End. De biologische tuinderij heeft als doel ook inwoners van Castricum van duurzame groente te voorzien. Educatie is daarbij een nevendoelstelling. De locatie aan de Zanderijweg is om een andere reden in beeld gekomen: vanuit de eerdere ontwerpvisie was deze plek in beeld als voedselbos. Eigenaren hebben samen met de biologische tuinders gekeken naar een invulling die ten aanzien van natuurdoestellingen op deze plek mogelijk was. Vervolgens heeft Vonk aangegeven interesse hebben hierbij aan te sluiten in hun opleidingsprogramma. Vonk sluit aan bij de ontwikkeling en deze ontwikkeling kan niet binnen de gronden van Vonk. Daarom is de combinatie met de bestaande tuin en de invulling daarvan voor Vonk additioneel op het bestaande onderwijsprogramma. Gemeente is niet de initiator geweest voor de samenwerking tussen eigenaren en Vonk.
In het kaderstellend besluit wordt aangegeven door de raad wat verder uitgewerkt moet worden in het ontwerpbestemmingsplan. We zijn in gesprek wat de maximale bouwoppervlakte en -hoogte is voor de gebouwen. Dit komt ter bespreking terug bij het bestemmingsplan. U kunt uw overwegingen wel vast meegeven. Ten aanzien van de tuinderij wordt aan twee gebouwen gedacht: a) Werkschuur: hiervoor wordt beoogd de bestaande bollenschuur aan het einde van de Geversweg te verplaatsten (ca 70m2 en circa 7 meter hoog)
Lokaal Vitaal
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
Kan een eigenaar grond behouden en zelf natuur gaan realiseren?
Lokaal Vitaal
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
Als de eigenaar van de grond bij Zanderij Noord besluit om aan zelfrealisatie te gaan doen en de bestemming verandert, staat daar dan een compensatie tegenover? Een vorm van
b) Functioneel gebouw voor opkweek en educatie. Hierin wordt dan tussen de opkweek les gegeven en komt er een keukentje, sanitair, technische installatieruimte en wasruimte. Initiatiefnemers denken er nu aan dit in een kas te doen. Om dit mogelijk te maken is een oppervlakte van circa 150m2 en maximaal 7 meter hoog) nodig. Om dit mogelijk te maken overwegen wij de voorwaardelijke verplichting om de bestaande asbesthoudende schuurtjes op het terrein van de biologische tuinderij te slopen. c) Wij overwegen op te nemen dat de totale bouwoppervlakte ten opzichte van de bestaande situatie in het plangebied niet mag toenemen. d) De initiatiefnemers van de biologische tuinderij hebben aangegeven enkele tunnelkassen te willen gebruiken en bij voorkeur dit met vaste kassen te doen, omdat deze duurzamer zijn. Deze tunnelkassen (met een hoogte van circa 3 meter) zijn nodig om het kweek- en oogstseizoen te kunnen verlengen en meer en gevarieerdere groenteopbrengst te kunnen halen. Voorgesteld wordt in overleg met de omgeving een nadere uitwerking van de inrichting te doen en vervolgens in het ontwerpbestemmingsplan deze uitkomst van dit overleg op te nemen. Deze vaste kassen moeten in het bestemmingsplan opgenomen worden, terwijl plastic tunnelkassen vrij geplaatst kunnen worden. Ja, dat kan. Bij een paar eigenaren, zoals de biologische tuinderij, gebeurt dat ook.
Er wordt dan wel een overeenkomst gesloten tussen de eigenaar en PWN of de eigenaar en de gemeente De eigenaar krijgt de waardevermindering van de grond vergoed (natuurgrond heeft een lagere waarde dan agrarische grond) en voor de inrichting en beheer voor natuur heeft hij recht op beheersvergoeding. Voor alle grondeigenaren die grond houden en
beheervergoeding bv? Bij ja, hoe ziet dat er dan uit? Zijn er nog kosten voor de eigenaar van bv de anterieure overeenkomst in het bestemmingsplan?
Lokaal Vitaal
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
Lokaal Vitaal
Aangepast ruimtelijk kader Zanderij Noord
Als dit gerealiseerd wordt, is er dan nog een mogelijkheid om het plan van de NNN door te laten gaan? Als voorbeeld nemende de waterkering.
D66
Onderwijsvisie
Op pagina 22 wordt vermeld dat de gemeente niet voldoet aan de wettelijke verplichting om een lokale educatieve agenda (IEA) op te stellen. Kunt u uitleggen waarom de gemeente hier niet aan voldoet en wat mogelijke consequenties hiervan zijn?
CDA
Onderwijsvisie
PvdA
Onderwijsvisie
Aanpalende beleidsterreinen van onderwijs zijn onder andere sport en cultuur. Het aantal jeugdleden (5-18 jaar) bij sportclubs daalt in Castricum flink (in 2022 -11,3 procentpunt t.o.v. 2018, uit recent onderzoek van NOC*NSF). Welke sportclubs ondervinden deze daling het meest? Zien we deze kinderen lid worden van onze cultuurverenigingen of scouting? Hfts5 beleidsterreinen: men gaat uit van de huidige situatie bij de organisaties die men nodig
zelf inrichten geldt dat zij hiervoor subsidie kunnen krijgen op basis van “Subsidie Kwaliteitsimpuls Noord-Holland” (SKNL). Voor de grondeigenaren die meedoen aan de verevening is in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen dat de plankosten van de gemeente met een maximum van € 150.000 voor de verevening door de grondeigenaren vergoed moeten worden uit de opbrengst van de verkoop van beide kavels. Voor de andere anterieure overeenkomst geldt dat er sprake is van een bestemmingsplan dat een veel groter gebied betreft en dat de plankosten onderdeel uitmaken van de algemene plankosten. Hier is dekking voor vanuit de gemeente. Het is een voorwaarde dat alle ontwikkelingen passen binnen de NNN, dus ook de biologische tuinderij.
De gemeente heeft op diverse niveaus structureel overleg met onderwijs- en kinderopvangpartners. Op bestuurlijk niveau vindt er met de partners wel overleg plaats maar tot nu toe niet structureel. Met het initiëren van de LEA wordt dit een feit. Er zijn geen consequenties gekoppeld aan het niet uitvoeren van deze taak, maar vanuit het veld is de wens voor een dergelijk overleg wel geuit. De Onderwijsinspectie ziet hierop toe. De gevraagde cijfers hebben wij op dit moment niet voorhanden, wat we wel kunnen aangeven is dat Castricum t.o.v. het landelijk gemiddelde hoog scoort wat betreft het aantal jeugdleden van sportverenigingen. Zie bijlage SROI Castricum (de waarde van Sport Castricum).
De bezuinigingen voor 2024 zijn uitgesteld en worden ingevuld naar aanleiding van het aangekondigde doelmatigheidsonderzoek.
PvdA
Onderwijsvisie
PvdA
Onderwijsvisie
PvdA
Onderwijsvisie
heeft om de onderwijsvisie uit te voeren, zoals sport&cultuur, jongerenwerkers etc. Echter op die ondersteunende beleidsterreinen/organisaties wordt flink bezuinigd, waardoor de gevolgen voor de uitvoering van de onderwijsvisie groot zullen zijn. Wat zijn de effecten voor deze beleidsterreinen als een deel van hun expertise en inzet gestopt moet worden door de voorgenomen bezuinigingen? En voldoen we dan nog aan onze wettelijke taken? (zie ook pag. 24) Het onderwijs in Castricum kent een groot verzorgingsgebied. Wat zijn de financiële gevolgen van het ontvangen van vele leerlingen van buiten Castricum op onze scholen? Pag.19: hier is sprake van Inclusief Onderwijs, waarvoor vele extra docenten nodig zijn. Wat doet de gemeente Castricum om voldoende docenten aan te moedigen hier te komen werken inzake bijvoorbeeld huisvesting? In een motie over het IHP is gevraagd om een onderwijsvisie om nieuwe onderwijsactiviteiten te kunnen beoordelen. Is deze onderwijsvisie voldoende om die beoordeling uit te voeren en te onderbouwen. Bijvoorbeeld het Clusius wil een afdeling biologisch boeren met een eigen gebouw en daarbij ook nog een MBO (waarvoor extra of in ieder geval aangepaste huisvesting nodig is). Kun je nu met deze onderwijsvisie deze aanvragen goed/afkeuren, ook rekening houdend met de financiële mogelijkheden van de gemeente?
Het is dus voorbarig om aan te geven hoe hier invulling aan gegeven wordt. Het is niet de verwachting dat er door eventuele bezuinigingen wettelijke taken niet meer uitgevoerd kunnen worden.
Het aantal leerlingen dat binnen de gemeente naar de scholen voor voortgezet onderwijs gaat is een onderdeel van de uitkeringssystematiek van het gemeentefonds. Voor de leerlingen in het basisonderwijs is het aantal inwoners in die leeftijdsgroep bepalend. De werving van docenten is een taak die bij de schoolbesturen ligt. Vanuit de gemeente hebben wij hier geen rol in.
De Onderwijsvisie ondersteunt het brede gedifferentieerde aanbod aan onderwijsvoorzieningen in Castricum. Echter, elk vraagstuk tot uitbreiding van het onderwijsaanbod zal een eigen afwegingkader hebben dat aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Dat is mede afhankelijk van de wettelijke positie die de raad heeft in een dergelijk vraagstuk. Zo is de uitbreiding van Vonk Castricum geen gemeentelijke aangelegenheid, alleen in de zin van de ruimtelijke ordening (Omgevingsvergunning).
Antwoord vraag GroenLinks bij diverse verordeningen Zaffier [Artikel 13. Loonkostensubsidie kwetsbare werknemers 1. Het college kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in hoofdstuk 3A, verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 2. De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste [percentage (50 procent)] van de loonkosten gedurende maximaal [periode (12 maanden)] respectievelijk [periode (24 maanden)] ten behoeve van de kwetsbare respectievelijk de uiterst kwetsbare werknemer. 3. Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a. voorafgaand aan de indienstneming gedurende [periode (6 maanden)] geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; b. geen startkwalificatie bezit; c. ouder is dan [leeftijd (50 jaar)]; of d. alleenstaande ouder is. 4. Onder uiterst kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste [periode (24 maanden)] werkloos is geweest. 5. De loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 6.
De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.]
Toelichting Artikel 13. Loonkostensubsidie kwetsbare werknemers Gesubsidieerde arbeid kan als één van de voorzieningen worden ingezet om de arbeidsinschakeling te bevorderen. In de Participatiewet is geregeld dat alle voorzieningen moeten dienen om een persoon uiteindelijk aan regulier werk te helpen. De in artikel 13 geregelde loonkostensubsidie betreft een gemeentelijke regeling die moet worden onderscheiden van de loonkostensubsidie zoals bedoeld in de artikelen 10c en 10d van de Participatiewet en artikel 14b. De in artikel 13 opgenomen loonkostensubsidie is niet noodzakelijk gericht op personen met een arbeidsbeperking, maar ondersteunt personen die
kwetsbaar of uiterst kwetsbaar zijn. Het gaat hier dus niet om de loonkostensubsidie die verstrekt wordt aan personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van een wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben (artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet) en die is geregeld in hoofdstuk 3A. Het betreft daarom ook een in tijd gemaximeerde subsidieregeling.
Compensatie Het doel van de loonkostensubsidie is het bieden van compensatie voor het feit dat voor een persoon ten minste het wettelijk minimumloon moet worden betaald, terwijl de werkgever een persoon (nog) niet ten volle kan inzetten. Zo kan het college een loonkostensubsidie aan de werkgever verstrekken om tijdelijk het verschil in arbeidsproductiviteit te compenseren en zo de re-integratie van de bijstandsgerechtigde te bewerkstelligen (Kamerstukken II 2004/05, 28 870, nr. 125). In het eerste lid is de doelgroep opgenomen en in het tweede lid de maximaal toe te kennen loonkostensubsidie opgenomen. Een nadere uitwerking van de doelgroep is opgenomen in het derde en vierde lid.
Geen verdringing Het vijfde lid bevat een verdringingsbepaling. Zie wat hierover is opgemerkt bij artikel 4.
Noodzakelijk De loonkostensubsidie kan alleen worden verstrekt als de werkgever geen aanspraak kan maken op een andere regeling die hem (gedeeltelijk) compenseert voor het feit dat de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemer nog niet direct volledig inzetbaar is en mogelijk extra begeleiding nodig heeft. Ook als redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemer zonder subsidie ook wel kan worden aangenomen, bijvoorbeeld vanwege de krapte op de arbeidsmarkt, wordt de subsidie niet verstrekt. Het is aan het college om te bepalen of er een noodzaak tot subsidieverlening aanwezig is met het oog op de arbeidsinschakeling van de kwetsbare of uiterst kwetsbare werknemer.]