Overzicht technische vragen 4 juni 2026
Tekst van het document
Technische vragen bij Raadsplein donderdag 4 juni 2026 Steller PvdD
Onderwerp Rekenkameronderzoek subsidies
PvdD
Rekenkameronderzoek subsidies
PRO
Rekenkameronderzoek subsidies
PRO
Rekenkameronderzoek subsidies
Vraag Wat zijn de geschatte kosten voor het inzichtelijk maken van de indirecte subsidies waarbij duidelijk wordt welke maatschappelijke organisaties voor welk bedrag van wie huurt? Is er bekend welke nieuwe toetreders last ervaren van de ‘geldende afspraken’? Zo ja, om welke/hoeveel organisaties gaat dit? In het onderzoek stond geen overzicht van de indirecte subsidies die in Castricum worden gegeven v.w.b. accommodaties, velden en onderhoud daarvan etc. Kan dat overzicht worden opgeleverd?
Volgens de BBV moet elke gemeente een vastgoedadministratie hebben met daarbij een boekwaardeoverzicht. Indien dit niet aanwezig is, moet voor het gebruik van gemeentelijk vastgoed door derden een marktconforme prijs worden gevraagd. Andere partijen dan de gebruikers kunnen juridische procedures beginnen en last onder dwangsom vragen. In Castricum is dit niet geregeld. Rekent de gemeente marktconforme prijzen voor de verhuur van sportaccommodaties, velden etc.? Zo nee, hoe hoog wordt het risico geschat i.v.m. mogelijke Pagina 1 van 27
Antwoord Om deze kosten in beeld te kunnen brengen is meer tijd nodig om een juiste inschatting te kunnen geven.
Naar ons weten heeft dit zich in de gemeente Castricum niet voorgedaan. Bekend is dat de gemeente Castricum naar inschatting op dit moment gemiddeld over de sportaccommodaties 45% rekent van de kostprijsdekkende huur. Een sluitend overzicht is hiervoor niet direct beschikbaar. Op dit moment wordt projectmatig gewerkt aan het in kaart brengen van de kostprijs dekkende huren van de sportaccommodaties met als doel te komen tot nieuw tarievenbeleid. Daarmee zal ook duidelijk worden wat dan precies de indirecte subsidies zijn die op dit moment gelden. De stelling dat op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bij het ontbreken van een vastgoedadministratie automatisch marktconforme tarieven voor het gebruik van gemeentelijk vastgoed moeten worden gehanteerd, wordt niet herkend. Het BBV bevat voorschriften voor de administratieve verwerking, waardering en verantwoording van gemeentelijke activa, waaronder vastgoed. Het BBV schrijft echter niet voor dat bij het ontbreken van een vastgoedadministratie marktconforme huur- of gebruikstarieven moeten worden toegepast.
juridische procedures en boetes (in €) en waar staat dit vernoemd onder 'risico' in de jaarrekening of begroting?
De vraag of voor gemeentelijk vastgoed marktconforme tarieven moeten worden gehanteerd, hangt samen met andere wet- en regelgeving, zoals de Wet Markt en Overheid, staatssteunregels en het door de gemeenteraad vastgestelde beleid voor maatschappelijke voorzieningen zoals sportaccommodaties (zoals bijvoorbeeld rondom Algemeen Belang). Sportaccommodaties worden door gemeenten veelal niet volledig marktconform verhuurd. Dit gebeurt doorgaans bewust vanuit maatschappelijke doelstellingen, waarbij eventuele verschillen tussen kostprijs, marktwaarde en gebruikersbijdrage onderdeel zijn van het gemeentelijk subsidie- en accommodatiebeleid. Voor zover wij kunnen overzien is een algemeenbelanguitzondering van toepassing in Castricum. De algemeenbelanguitzondering wordt naar verwachting strenger, in die zin dat een vijfjaarlijkse evaluatie daarvan verplicht gesteld gaat worden. In dat kader is het goed om te weten dat er op dit moment een project loopt om tot eenduidig tarievenbeleid te komen voor (onder meer) de gemeente Castricum. Daarbij wordt ook per sportfaciliteit de kostprijs dekkende huur in kaart gebracht. Hiervoor is een externe partij ingehuurd die die BUCH-breed uitvoert. Verwachte oplevering is Q4 2026 / Q1 2027. De resultaten komen weer terug in College en Raad. Op basis daarvan kan opnieuw afgewogen of een algemeenbelanguitzondering wenselijk is en zo ja, op welke manier.
Voor zover sprake zou zijn van juridische of financiële risico’s, worden deze conform de BBV-voorschriften
Pagina 2 van 27
PRO
PRO
Rekenkameronderzoek subsidies
Rekenkameronderzoek subsidies
In art. 4.24 Awb staat dat er een keer per jaar een evaluatieoverzicht subsidies openbaar moet worden gemaakt, met daarin de rechtmatigheid en de doelmatigheid (gestelde doelen, gebruikte gelden en behaalde doelen). Er zou wel een intern overzicht bij de BUCH beschikbaar zijn. Kunnen wij van beide nota's een afschrift of link in Notubox krijgen, daar deze voor ons onvindbaar zijn. En hoe is dit overzicht openbaar gemaakt? Er wordt gesteld dat de subsidies van € 5.000 of minder ongeveer 80% van het totale subsidiebedrag omvatten. Ook meldt het onderzoek dat voor deze kleine subsidies geen doelmatigheidsanalyse wordt uitgevoerd. Dat betekent dat er bij ongeveer 80% van alle subsidies niet wordt gekeken of de verleende subsidies aan hun doel beantwoorden. Klopt dit? En hoe is dit te verantwoorden?
opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing of, indien aan de voorwaarden wordt voldaan, verwerkt als voorziening in de jaarrekening. Er is momenteel geen aanleiding om een concreet financieel risico in verband met de gehanteerde tarieven voor sportaccommodaties afzonderlijk te kwantificeren. In artikel 4:24 van de Awb staat dat ‘Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren (dus niet jaarlijks) een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald’. Jaarlijks wordt aan de raad een Subsidieoverzicht verstrekt met de verleende subsidies. Daarnaast is in 2024 een doelmatigheids-analyse op subsidies uitgevoerd. Deze analyse is in de raad besproken op 12 september 2024 en op 14 november 2024. Dit is geen terechte constatering. In de door de gemeenteraad vastgestelde Algemene subsidieverordening Castricum 2016 is in artikel 13 het volgende opgenomen: 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 8 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2.
Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt,
Pagina 3 van 27
zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 8 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
PRO
Rekenkameronderzoek subsidies
PRO
Rekenkameronderzoek subsidies
PRO
Rekenkameronderzoek subsidies
Volgens het Rekenkamerrapport krijgt het zwembad De Witte Brug een groot bedrag aan subsidie. De verenigingen die van het zwembad gebruikmaken krijgen een subsidie om de huur van het zwembad te betalen. Wordt het zwembad dan niet dubbel gesubsidieerd? Zou het zwembad rond kunnen komen als de spelregels met de andere sportverenigingen gelijk worden getrokken en er geen huur meer gesubsidieerd wordt? In het rapport (hfst5) staat dat Castricum een sportbeleidsnota heeft. Wij kunnen dat niet vinden. Klopt dit? Of wordt bedoeld de nota die eerder is afgewezen door de Raad en waar de organisatie nog aan werkt? In hfst 5 staat dat de binnensportaccommodaties in Castricum 34% duurder zijn dan het landelijk gemiddelde. Over welk totaalbedrag praten we dan? Het bedrag waarover we een begrotingsrisico lopen als de harmonisatie van de sportaccommodaties doorgevoerd wordt.
Pagina 4 van 27
In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. Het zwembad krijgt een exploitatiesubsidie. De verengingen krijgen subsidie om hun activiteit uit te kunnen voeren. Voor de uitvoering van hun activiteit huren ze het zwembad. Als zij geen gebruik meer van het zwembad zouden maken moet het zwembad een hogere exploitatiesubsidie aanvragen om uit de kosten te komen. Er wordt dus niet dubbel gesubsidieerd.
In het rapport wordt verwezen naar de nota sport en bewegen die door het college is vastgesteld. Deze nota is aan de raad voorgelegd en teruggenomen. Er wordt op dit moment nog aan aanpak de sport en bewegen gewerkt. De 34% waar in hoofdstuk 5 naar wordt verwezen, is een vergelijking van de huurtarieven van binnensport accommodaties met het landelijk gemiddelde uit de huurtarievenmonitor van het Mulier Instituut. Dat percentage leidt op zichzelf niet tot een begrotingsrisico: de harmonisatie die de Gemeente voorheeft wordt niet afgezet tegen dat landelijk gemiddelde, maar tegen de (dekking van de) kostprijs van onze eigen accommodaties. Uit die 34% is dan ook geen totaalbedrag als risico af te leiden.
De financiële gevolgen van de harmonisatie volgen onder meer uit het lopende project waarin per sportfaciliteit de kostprijsdekkende huur in kaart wordt gebracht en toegewerkt wordt naar een tarievenbeleid. Dit project wordt BUCH-breed uitgevoerd door een externe partij; de verwachte oplevering daarvan is in Q4 2026 / Q1 2027. Op basis daarvan, en de keuzes die college en raad vervolgens maken, is te berekenen wat een eventueel verschil in huuropbrengsten zal zijn en hoe dat zich vertaald naar de begroting. CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Wat is de inschatting qua voorbereidende kosten en inzet van ambtelijke capaciteit bij het in gang zetten van bestuursopdracht fase 3? Wat is nodig om de projecten/ontwikkeling bij noordelijke lint Akersloot en oostelijke rand Limmen tegelijkertijd in gang te zetten naast Zuid 3 en Limmen Zandzoom?
Als noordelijke lint en Zuid 3 in Akersloot samenvallen in één maatwerktraject, in hoeverre loopt de ontwikkeling van Zuid 3 vertraging op. En in welke opzichten?
Pagina 5 van 27
Een bestuursopdracht is juist bedoeld om de concrete opdracht te formuleren en zorgvuldig een inschatting en raming te maken van de uren, kosten en samenstelling van het projectteam. Het college wil hier niet op vooruit lopen. Een bestuursopdracht voor het uitvoeren van fase 3. Capaciteit en geld moeten worden vrijgemaakt voor de facilitering van de gebiedsontwikkelingen. Daarnaast zal de provincie moeten instemmen met het toevoegen van het gebied de Noordelijke linten Akersloot aan het maatwerktraject voor Zuid 3. Bij alle partijen in dit maatwerktraject moet er de bereidheid zijn om samen een plan te ontwikkelen. Het betekent dat de ontwikkelaar van Zuid 3 moet wachten op de initiatiefnemers van Noord totdat deze een plan hebben gemaakt welke voldoet aan de gebiedsvisie en de voorwaarden van de provincie. In het geval dat dit niet lukt moeten beiden dit samen oplossen in het totaalplan. Dit heeft bijvoorbeeld consequenties voor het stedenbouwkundig plan van Zuid 3 wanneer het niet lukt om in Noord 30 % sociale huur te realiseren. Daarnaast vraagt de provincie diverse rapporten voor de onderbouwing van het Maatwerk. Bijvoorbeeld over het
CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Hoeveel tijd zit er tussen de ontwikkeling van Zuid 3 & Zandzoom Limmen en daarna het in gang zetten van concrete planvorming van Akersloot-noord? Aan welke termijn moeten we dan denken, volgens het college?
CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Is het mogelijk om het Noordelijke lint Akersloot en Akersloot Zuid 3 samen te voegen tot één maatwerktraject? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat zijn de voor-en nadelen van deze samenvoeging?
aantonen dat de woningen bijdragen aan de leefbaarheid en het voorzieningenniveau, mobiliteit, ecologie e.d. Deze rapporten moeten worden aangepast aan het nieuwe totaalplan. Daarnaast moeten alle onderzoeken voor Noord nog worden uitgevoerd. Voor Zuid 3 wordt al gewerkt aan de onderbouwing van het omgevingsplan ten behoeve van een kaderstellend besluit voor de raad (zie raadsinformatieavond Zuid 3 november 2025). Dit alles gaat in de wacht en levert vertraging of afstel op. Dat is niet te voorspellen. Dat hangt af van de voortgang in de projecten Zuid 3 en Limmen Zandzoom/aansluiting A9. In ieder geval heeft de provincie aangegeven dat er per dorpskern éénmalig gebruik van mag worden gemaakt van bouwen in BL, gedurende de looptijd van de Omgevingsverordening. Deze looptijd is onbekend, op basis van het verleden gelden verordeningen voor een periode van 5 à 10 jaar. Nee, het is niet realistisch en ook niet wenselijk om het Noordelijke lint Akersloot en Akersloot Zuid 3 samen te voegen tot één maatwerktraject. Waarom niet? Het Maatwerktraject Akersloot Zuid 3 loopt al enige tijd. Het betreft één grondeigenaar en gaat concreet over de realisatie van 181 woningen. Het meenemen van het Noordelijke lint zou dit traject aanzienlijk vertragen en complexer maken.
Sterk verschillende schaal en karakter Akersloot Zuid 3 is een relatief grootschalige, geconcentreerde ontwikkeling met één eigenaar. Het Noordelijke lint is kleinschaliger, lineair van opzet en betreft meerdere grondeigenaren. De provincie beoordeelt
Pagina 6 van 27
maatwerktrajecten op hun samenhang en uitvoerbaarheid. Het samenvoegen van twee locaties met een zo verschillend karakter maakt een goede onderbouwing veel lastiger. Risico op vertraging of afwijzing Door twee verschillende gebieden in één traject te stoppen, wordt het risico groter dat de provincie het hele maatwerktraject afwijst of zware aanvullende eisen stelt. Dit kan ten koste gaan van de voortgang die nu al in Zuid 3 is geboekt. Capaciteit en focus Het huidige traject in Zuid 3 loopt al enige tijd en er is al jarenlang een wens van de gemeenteraad en bestuurlijk commitment om de haalbaarheid te onderzoeken. Ook is er veel tijd en energie gestoken om ruimtelijke barrières te beslechten. Het toevoegen van het Noordelijke lint vraagt extra onderzoek, afstemming met eigenaren, nieuwe afhankelijkheden en afstemming over een nieuw totaalplan met de provincie. Conclusie Het college acht het verstandiger om Akersloot Zuid 3 als apart maatwerktraject voort te zetten. Voor het Noordelijke lint is dan op dit moment geen maatwerktraject mogelijk, omdat de gemeente gedurende de looptijd van de huidige Provinciale Omgevingsverordening slechts één maatwerktraject mag starten. Er bestaat geen alternatieve route via de reguliere regels van de verordening.
De enige realistische optie om het Noordelijke lint planologisch mogelijk te maken, is wachten tot de provincie een nieuwe Omgevingsverordening vaststelt, waarin weer ruimte ontstaat voor een nieuw Pagina 7 van 27
CDA
CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Is er een optie denkbaar om een samenwerkingsverband/gebiedscoöperatie als organisatievorm in te stellen die de 25 eigenaren bij elkaar brengt? Is dat een reëel scenario om de kleinschalige woningbouw in gang te zetten?
Is een gebiedscoöperatie als organisatievorm ter sprake gekomen bij het bespreken van de gebiedsvisies én bij de ambtenaren? Is daar überhaupt over nagedacht?
Pagina 8 van 27
maatwerktraject. Samenvoegen tot één traject levert naar verwachting meer nadelen (vertraging, complexiteit e.d) dan voordelen op. Ja, een samenwerkingsverband of gebiedscoöperatie is een reële organisatievorm om grondeigenaren bij elkaar te brengen bij dit soort kleinschalige woningbouwinitiatieven in het buitengebied. Een dergelijke coöperatie kan een goede rol spelen bij het maken van onderlinge afspraken over kostenverdeling, planvorming, risicodeling en het opstellen van één integraal plan voor het hele gebied. Het is aan de initiatiefnemers/eigenaren om over de organisatievorm na te denken. Echter, een coöperatie of samenwerkingsverband lost niet het provinciale knelpunt op. Volgens de huidige Provinciale Omgevingsverordening mag de gemeente Castricum gedurende de looptijd van de verordening slechts één keer een ‘kleinschalig woningbouw’ procedure of maatwerktraject starten. Dit traject loopt al in Akersloot, waardoor er op dit moment geen nieuw maatwerktraject voor Akersloot kan worden gestart. Daarbij stelt het college voor om de prioriteit bij Zuid 3 en Limmen Zandzoom / aansluiting A9 te leggen in het kader van effectief en efficiënt werken aan de woningbouwopgave. Voor beide kernen wordt het niet als een reëel scenario beschouwd op dit moment. Een bestuursopdracht fase 3 is eerst nodig om capaciteit vrij te maken om bovenstaande te faciliteren.
Ja, het is inderdaad een mogelijkheid. Er kan ook worden gekozen voor een samenwerkingsvorm zoals bij het project Zanderij Zuid. Hier is een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de eigenaren en ontwikkelende partij om woningbouw tot stand te brengen. De ervaring is dat dit een
CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Lokaal Vitaal
Lokaal Vitaal
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Zijn er voorbeelden beschikbaar van gebiedscoöperaties/samenwerkingsverbande n betreft kleinschalige woningbouw rondom 25 woningen binnen de provincie NoordHolland, waar het college naar kan kijken? Zijn er voorbeelden beschikbaar van maatwerktrajecten met een soortgelijk aantal eigenaren in Noord-Holland? Limmen-Noord/Oost De Laandervaart is een gemeentelijk monument. De huidige aanblik maakt aan de begin noordkant van de Laandervaart een verloederde indruk , oeverkanten zijn al jaren niet bijgehouden , er groeien zelfs bomen !! Heeft de gemeente in het verleden de eigenaar hierover aangesproken c.q. aangeschreven ? Wat was hiervan het resultaat ? Welke mogelijkheden heeft de gemeente om te zorgen dat de aanblik van de Laandervaart weer waardig wordt voor een gemeentelijk monument ?
Limmen-Noord/Oost Een van de kernkwaliteiten volgens de omwonenden is dat vanaf de doorgaande weg Pagina 9 van 27
langdurig en arbeidsintensief traject is (geweest), met overigens wel resultaat. Er is meerdere keren in het provinciaal overleg om voorbeelden gevraagd. Ambtelijk is aangegeven dat er geen voorbeelden bekend zijn.
De provincie heeft hier geen antwoord op kunnen geven binnen de beschikbare tijd. De Laandervaart is inderdaad aangewezen als gemeentelijk monument. Eigenaren van gemeentelijk monumenten zijn verplicht om deze monumenten in stand te houden. In de redengevende omschrijving van het document, staan de waarden van de vaart als volgt beschreven: “De waarde van de vaart is tweeledig en ligt in het gebruik en beheer van natuurlijk water voor de afwatering en in de specifieke functie van het vervoer. Het eerste aspect is te karakteriseren als belang voor de geschiedenis van de waterbeheersing. Het tweede aspect betreft het belang als element dat herinnert aan het lokale transport.” In de kern schuilt de waarde van het monument dus in de aanwezigheid van de waterloop als historisch relict. De staat van onderhoud van de oevers, qua begroeiing, hoeft dus niet direct een afbreuk van de monumentale waarde te betekenen. Aan de hand van de gemeentelijke luchtfoto’s uit 2025 zijn er op dit moment geen zorgen over de instandhouding van dit monument. De gemeente kan in beginsel wel maatregelen nemen om het perceel (E18) weer in de oude staat te herstellen, maar de mogelijkheden verschillen per onderdeel.
(Oosterzijweg) er nog een hele doorkijk is richting de polder (strandvlakte). Die wordt nu in ernstige mate gehinderd , doordat op een perceel weiland aan de noordkant van de Laandervaart is de laatste jaren de doorkijk flink verminderd is , door de aanplant van diverse bomen. Tevens is dat stuk lande verworden tot een opslagplaats van diverse goederen. Welke maatregelen kan de gemeente nemen , om te zorgen , dat dit stuk land weer in de oude staat hersteld wordt ?
Opslag van goederen Het gebruik van het perceel voor de opslag van goederen die geen direct verband houden met een agrarisch bedrijf is strijdig met de bestemming “Agrarisch met waarden”. Buitenopslag is in artikel 5.1.2 expliciet niet toegestaan. De gemeente kan hiertegen handhavend optreden door de eigenaar aan te schrijven en te verplichten de opslag te verwijderen. Indien nodig kan een last onder dwangsom worden opgelegd. Dit is juridisch een relatief sterke zaak. Houtwal / aangeplante bomen De aanplant van hoog opgaande beplanting (bomen vanaf 3 meter) buiten een bouwvlak is vergunningplichtig op grond van artikel 5.7.1. Deze vergunning had destijds aangevraagd moeten worden. Omdat in artikel 5.1.1 de openheid van het landschap expliciet als te beschermen waarde is opgenomen, had de vergunning in beginsel geweigerd kunnen worden. De aanplant kan daarom als illegaal worden beschouwd. De gemeente kan in principe handhavend optreden en de eigenaar verplichten de bomen te verwijderen of sterk uit te dunnen, zodat de doorkijk hersteld wordt. Conclusie De gemeente kan de volgende stappen zetten: • Het perceel laten controleren door de handhaving op zowel de opslag als de houtwal. • De eigenaar aanschrijven met het verzoek de opslag te verwijderen en de doorkijk te herstellen (bijvoorbeeld door het verwijderen of sterk uitdunnen van de bomen).
Pagina 10 van 27
• Indien de eigenaar niet meewerkt: een handhavingstraject starten met een last onder dwangsom. Lokaal Vitaal
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Limmen-Zuid/Oost Er ligt 1 concreet bouwplan , van een andere eigenaar weten wij dat hij mogelijk in de toekomst alsnog een woning zou willen bouwen. Als eigenaar heeft hij op de uiterste zuidoostpunt nu de beschikking over een agrarisch bouwvlak. De provincie wil dit punt bebouwingsvrij houden vanwege het uitzicht/doorkijk. Als deze gebiedsvisie wordt aangenomen , wat zijn dan de juridische consequenties voor het huidige toegezegde bouwvlak ?
Pagina 11 van 27
Het aannemen van de gebiedsvisie heeft geen directe juridische consequenties voor het bestaande agrarische bouwvlak op de uiterste zuidoostpunt. Toelichting Een gebiedsvisie is een beleidsdocument en geen juridisch bindend plan. Het geldende Omgevingsplan Buitengebied blijft daarom volledig van kracht. De eigenaar behoudt zijn huidige planologische rechten zolang het omgevingsplan niet wordt gewijzigd. Wat kan de eigenaar concreet nog wel doen op basis van het huidige Omgevingsplan Buitengebied? Op dit moment kan de eigenaar in principe het volgende: • Binnen het bestaande agrarische bouwvlak bedrijfsgebouwen realiseren die noodzakelijk zijn voor de agrarische bedrijfsvoering, zoals schuren, stallen, opslagruimtes en andere bedrijfsgebouwen. Hiervoor gelden de regels van artikel 5.2.2. • Binnen het bestaande bouwvlak aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de bestaande bedrijfswoning bouwen, mits voldaan wordt aan de regels van artikel 5.2.4. • Een verzoek indienen tot wijziging van het omgevingsplan naar de bestemming Wonen (op basis van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 5.8.4). Dit is alleen mogelijk na volledige bedrijfsbeëindiging en onder strenge voorwaarden, waaronder sloop van agrarische bedrijfsopstallen en een goede landschappelijke inpassing.
Daarnaast zal de locatie van de woning bij een dergelijke procedure moeten passen binnen de gebiedsvisie. • Nevenactiviteiten uitoefenen binnen het bouwvlak, mits voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 5.1.2. Wat verandert er door de gebiedsvisie? Hoewel de gebiedsvisie het agrarische bouwvlak juridisch niet direct intrekt, heeft zij wel beleidsmatige gevolgen. In de gebiedsvisie is al een zone opgenomen waar woningbouw in beginsel mogelijk zou kunnen zijn. Deze zone beslaat circa 60% van het bestaande bouwvlak plus een klein deel daarbuiten. Alleen het zuidelijke deel van het agrarische bouwvlak moet volgens de visie bebouwingsvrij blijven (in het geval van toevoegen van woningen) vanwege de gewenste openheid en de doorkijk. De provincie heeft aangegeven dat zij dit zuidelijke deel bebouwingsvrij wil houden vanwege de beleving van de kernkwaliteit openheid. Bij een eventueel maatwerktraject of planherziening zal de provincie daarom naar verwachting eisen dat het zuidelijke deel van het agrarische bouwvlak niet wordt ingevuld met woningbouw. Daarnaast zal in een dergelijk traject de huidige agrarische bedrijfsvoering moeten worden beëindigd. Indien het maatwerktraject succesvol wordt afgerond, zou de grondeigenaar in beginsel 5 tot 15 woningen kunnen realiseren op het noordelijke deel van het perceel (binnen de in de visie aangewezen zone).
Conclusie Het agrarische bouwvlak blijft juridisch bestaan. De eigenaar mag binnen dit bouwvlak nog steeds bedrijfsgebouwen realiseren ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. Een tweede bedrijfswoning is onder de huidige regels niet Pagina 12 van 27
Lokaal Vitaal
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Lokaal Vitaal
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Lokaal Vitaal
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Akersloot-Noord Wat zijn de totale kosten voor deze gebiedsvisie , zowel qua rapporten als qua ambtelijke inzet ? Is het proces wat ingezet is in Uitgeest een goed voorbeeld van wat bv in Akersloot ook plaats kan vinden?
Wilt u alsnog in het 3de perceel vanaf de Ladervaart de dichtgestorte boorpunt intekenen ivm het vastleggen voor de toekomst?
toegestaan. Bij een toekomstig maatwerktraject zal de agrarische bedrijfsvoering moeten worden beëindigd en zal het zuidelijke deel van het bouwvlak bebouwingsvrij moeten blijven. Het noordelijke deel kan in dat geval in beginsel worden benut voor de realisatie van circa 5 tot 15 woningen. De totale kosten voor het opstellen van de 2 gebiedsvisies, de participatietrajecten e.d. ligt rond de 100.000 Euro. Daarnaast zijn de ambtelijke kosten ook zo’n 100.000 Euro. In totaal dus 200.000 Euro. Het proces in Uitgeest is een Maatwerktraject, vergelijkbaar met het traject dat al is ingezet voor Zuid 3. Er zijn 2 verschillen. In de gebiedsontwikkeling in Uitgeest hebben we te maken met 2 grote percelen en 2 eigenaren. Daarnaast is de positieve grondhouding van de provincie het resultaat van een jarenlange lobby en discussie die Uitgeest met de provincie heeft gevoerd. Ook Uitgeest heeft binnenstedelijk nauwelijks mogelijkheden meer om te bouwen en is volledig omsloten door Beschermd Landschap. Bouwen in landelijk gebied ging niet door de regels van de provincie. Ten tijde van het tekenen van de Woondeal heeft minister Hugo de Jonge toegezegd zijn versnellingsteam in te zetten om het gesprek met de provincie vlot te trekken. Dit heeft uiteindelijk geleid tot dit Maatwerktraject.
Het college stelt voor om de dichtgestorte boorpunt in het 3e perceel vanaf de Laandervaart (perceel E 362) op te nemen in het interne GIS-systeem (Nedbrowser). Op die manier borgen we de informatie voor de toekomst en blijft deze vindbaar en inzichtelijk. De gebiedsvisie voor kleinschalige woningbouw is een minder handig instrument om de boorpunt in vast te leggen. De visie heeft als doel kaders te bieden waar en onder welke voorwaarden kleinschalige woningbouw mogelijk is. Op deze
Pagina 13 van 27
VVD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
specifieke locatie wordt geen woningbouw toegestaan gezien de landschappelijke waarden en de doorkijk. Is er nog ruimte om gebieden, die nu niet zijn Nee, er is geen ruimte om direct aangrenzende percelen die opgenomen in de plangebieden, toe te voegen nu buiten de plangebieden vallen alsnog toe te voegen aan aan de gebiedsvisie.( direct gelegen aan) de gebiedsvisies. Toelichting In fase 1 van de Lokale Woondeal zijn de belemmeringen in de regelgeving van de provincie en het Rijk voor het buitengebied in beeld gebracht. De gebieden en initiatieven die gelegen zijn in/aan Natura 2000 gebied, NNN gebied, Weidevogelleefgebied en binnen de LIB 5 Contour van Luchthaven Schiphol zijn als niet voldoende kansrijk aangemerkt. In de overige gebieden, gelegen aan de kern of in het lint geldt ‘slechts’ BL en zijn daarmee het meest kansrijk om tot woningbouwontwikkeling te komen. Deze deelgebieden zijn in overleg met de provincie tot stand gekomen. De begrenzing van zowel de Gebiedsvisie Noordelijke linten Akersloot als de Gebiedsvisie Oostelijke rand Limmen is destijds dus bewust en zorgvuldig vastgesteld. De percelen die direct aangrenzend liggen aan de huidige plangebieden bevinden zich grotendeels in de strandvlakte of in gebieden die door de provincie als landschappelijk waardevol zijn aangemerkt.
Het onderscheid tussen de strandwal (waar beperkt ontwikkeling denkbaar is) en de strandvlakte (waar van oudsher niet wordt gebouwd vanwege de lage ligging en landschappelijke kwetsbaarheid) is belangrijk vanwege de kernkwaliteit ‘openheid’ welke zo min mogelijk mag worden aangetast. Het toevoegen van deze percelen zou betekenen dat: Pagina 14 van 27
VVD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Is er nog de mogelijkheid om percelen die nu bijvoorbeeld niet zijn opgenomen als woningbouwlocatie, alsnog een andere bestemming te geven?
VVD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
VVD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
In de omgevingsvisie 2040 van de provincie, die 8 juni in concept beschikbaar komt, lijkt het industriegebied de Boekelermeer uitbreiding te zoeken over de Kanaalweg richting Akersloot. Is de gemeente geconsulteerd mbt deze visie, hoe verhoudt deze visie zich, indien dit het geval is, tot de beschermde status die de provincie de strandvlakte toekent tussen Hoogegeest en Boekel. Mbt maatwerk wordt er veel gevraagd mbt samenwerking van grondeigenaren in het plangebied. Zijn er voorbeelden in NoordHolland die al volgens dit concept aan het werk zijn gegaan? Pagina 15 van 27
• De stedenbouwkundige en landschappelijke onderbouwing van de gebiedsvisies wordt ondermijnd; • De provincie naar verwachting niet zal meewerken aan toevoeging van de percelen, omdat de locaties vallen binnen beschermde regimes of de kernkwaliteiten van het landschap te veel aantasten. Met het vaststellen van een gebiedsvisie wordt de bestemming (omgevings/bestemmingsplan) niet gewijzigd. Dit gebeurt pas bij het nemen van een planologisch besluit. De raad bepaalt de inhoud van de gebiedsvisiekaart. Als er andere functies moeten worden toegekend op locaties dan is dit mogelijk. Echter daar hoort dan ook een ruimtelijke onderbouwing bij waarom de stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten van de gebiedsvisie in dit geval niet van toepassing zijn. Vervolgens is het de vraag of de provincie ook medewerking wil verlenen aan deze wijziging, deze is immers niet afgestemd en akkoord bevonden. De provincie heeft het concept bij de gemeente aangekondigd. Deze zal nader worden bekeken en indien nodig van een reactie worden voorzien.
Er loopt op dit moment een Maatwerktraject voor Stompetoren-West, Opperdoes, Schagen-Oost en Uitgeest.
VVD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Woningbouwverenigingen zijn niet altijd bereid om sociale woningen af te nemen, locatie, prijs, onvoldoende investeringcapaciteit. Welke andere mogelijkheden zijn er om aan dergelijke voorwaarden te kunnen voldoen?
VVD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Wanneer is Zuid III een maatwerk traject geworden? De locatie is immers al tientallen jaren in beeld!
VVD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Indien de visies worden vastgesteld, neemt enkel dan de raad nog een kaderstellend besluit en vaststelling omgevingsplan? Of is het uiteindelijk aan de Provinciale Staten? En geldt dit in beide gevallen, dus tot 25 woningen of alleen in geval van een maatwerktraject.
Pagina 16 van 27
De woningbouwontwikkeling moet voldoen aan de realisatie van minimaal 30% sociale huur bij nieuwbouw doordat de ontwikkeling zelf voor 30% uit sociale huurwoningen bestaat of doordat de woningvoorraad op het niveau van de betreffende kern of dorpslint reeds bestaat uit 30% sociale huurwoningen of doordat de woningvoorraad op gemeenteniveau reeds bestaat uit minimaal 30% aan sociale huurwoningen of dat de sociale huurwoningen op gemeenteniveau binnen twee jaar in een ander project worden gecompenseerd. Omdat het aandeel sociale huur in Castricum circa 15-16% bedraagt (ruim onder de 30%), moet de sociale woningbouw in het plan zelf worden gerealiseerd. Er is nu geen concreet zicht op realisatie in een ander project. In plaats van een woningbouwcorporatie in de arm te nemen kan ook particuliere verhuur plaatsvinden, wel tegen een sociale huurprijs. In de loop van 2024 is duidelijk geworden dat Zuid 3 niet valt onder nieuwe regels van de Omgevingsverordening voor Beschermd Landschap. De Provincie is in september 2024 gestart met het formuleren van de maatwerkregels, waar Zuid 3 aan getoetst gaat worden. Toen deze duidelijk waren kon de concrete uitwerking verder plaatsvinden. Een gebiedsvisie geeft een globaal ruimtelijk kader voor de ontwikkeling van een gebied. Het kan uitgangspunten formuleren voor een later op te stellen Omgevingsplan.
Het is dus kaderstellend voor het bevoegd gezag om toekomstige aanvragen voor woningbouwontwikkeling in het gebied te beoordelen. Het gaat hierbij om verzoeken die niet passen binnen het vigerende omgevingsplan, de gebiedsvisie geeft de onderbouwing om wel of niet af te wijken van het omgevingsplan.
Het toevoegen van woningen in het buitengebied is in strijd met het geldende omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan Buitengebied). Medewerking kan verleend worden via een zogenaamde BOPA-procedure (Buitenplanse OmgevingsPlan Activiteit om af te mogen wijken van het bestemmingsplan). Burgemeester en wethouders zijn hiervoor het bevoegd gezag, maar bij plannen voor 11 woningen of meer is een advies van de gemeenteraad verplicht. Dit advies van de gemeenteraad is bindend. Wanneer een plan van 11 woningen of meer voldoet aan kaders die eerder door de gemeenteraad zijn vastgesteld, is zo’n advies niet verplicht. Toch acht het college het verstandig om bij concrete uitwerking van een woningbouwplan deze voor instemming dan wel een kaderstellend besluit aan de raad voor te leggen.
VVD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
In het stuk wordt meerdere malen het gemeentelijk beleid aangehaald, deze belet bouwen in het buitengebied. Welk besluit van de raad behelst dit en van wanneer is dit besluit? Klopt het dat het geldende beleid, wordt ingegeven door Provinciaal beleid ten aanzien van het buitengebied?
Voor beide procedures is eerst toestemming van de provincie nodig. Het vigerende omgevingsplan Buitengebied (vastgesteld in 2013, herzien in 2015) welke is gebaseerd op de Kadernota en Beeldkwaliteitsplan Buitengebied. Op basis van het geldende gemeentelijke beleid (omgevingsvisie 2023) is het toevoegen van woningen in het landelijk gebied in beginsel niet toegestaan. Wel staat in deze visie het volgende: De uitwerking van de motie lokale woondeal kan extra bouwlocaties in kaart brengen. We zoeken naar nieuwe locaties in nauw overleg met de provincie. Het geldende beleid geeft de visie van de gemeenteraad op het landelijk gebied weer en mag niet in strijd zijn met
Pagina 17 van 27
PvdD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Is er een nulmeting uitgevoerd voor beschermde soorten, weidevogels en biodiversiteit in beide gebieden?
PvdD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Hoe wordt vastgesteld dat er géén aantasting van de weidevogelhabitat optreedt als er uiteindelijk veel woningen in Akersloot worden gerealiseerd?
hogere wetgeving zoals de provinciale omgevingsverordening. De provincie Noord-Holland monitoort de weidevogels. Op pag. 42 van de Gebiedsvisie noordelijke linten Akersloot en pagina 40 van de Gebiedsvisie Oostelijke rand Limmen, zijn de meest recente telgegevens weergegeven. Deze dateren uit 2022. Het gedetailleerd in beeld brengen van aanwezige beschermde flora en fauna en eventuele effecten daarop maakt onderdeel uit van de fase na vaststelling van de gebiedsvisies, waarin van een visie naar een ontwerp en omgevingsplan wordt gewerkt. De vaststelling of er géén aantasting van de kernkwaliteit habitat voor weidevogels optreedt, gebeurt niet (alleen) op basis van trends in aantallen weidevogels uit de monitoring. Die trends zijn weliswaar belangrijk, maar de toetsing is primair locatie-specifiek en preventief. Hoe wordt het vastgesteld? Volgens de provinciale Leidraad Habitat voor Weidevogels (2025) en de Omgevingsverordening NH2022 geldt het volgende: • Een ontwikkeling tast de kernkwaliteit aan als: • de locatie ligt binnen het weidevogelhabitat (volgens de weidevogelleefgebiedenkaart in de provinciale Weidevogelviewer), of • er extra verstoring ontstaat buiten de bestaande verstoringszones van huidige bebouwing, wegen en opgaande elementen (bijvoorbeeld door nieuwe woningen, paden of beplanting die de openheid of rust aantasten).
De provincie monitort weidevogels sinds 1987 (volledige cyclus elke 3-6 jaar). De meest recente gegevens (2022) zijn verwerkt in de gebiedsvisies. De leefgebiedenkaart wordt
Pagina 18 van 27
elke 2 jaar geactualiseerd; verslechterde gebieden worden van de kaart gehaald. Voor de locaties in de Gebiedsvisie Noordelijke linten Akersloot is bij de opstelling al beoordeeld dat zij buiten de meest gevoelige weidevogelhabitats liggen of binnen bestaande verstoringszones. Daardoor ontstaat geen nieuwe aantasting van de kernkwaliteit. Belangrijke nuance bij “veel woningen” De gebiedsvisies zijn bewust kleinschalig (maximaal 25 woningen per kern/lint onder voorwaarden, of maatwerk voor iets meer). Cumulatieve effecten van meerdere kleine ontwikkelingen worden meegenomen in de toetsing. Voor woningbouw (ook bij maatwerk) blijft de voorwaarde geen aantasting van habitat voor weidevogels onverkort van kracht – compensatie is volgens de Leidraad complex en praktisch niet mogelijk. Vervolg fase Een gedetailleerde, perceel specifieke -toetsing (inclusief eventueel aanvullend veldonderzoek) vindt plaats na vaststelling van de gebiedsvisies, bij de uitwerking naar concreet ontwerp en omgevingsplan. Dan wordt de Leidraad als toetsingskader gebruikt. Conclusie De monitoring geeft trends, maar de vaststelling “géén aantasting” gebeurt via de locatie-toetsing met de Weidevogelviewer en de Leidraad. De locaties in de visie Akersloot zijn zo gekozen dat dit critrium wordt gehaald.
Eventuele afname van weidevogelaantallen heeft vaak diverse verschillende oorzaken, maar het provinciale beleid Pagina 19 van 27
PvdD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Hoeveel extra verhard oppervlak ontstaat er in de verschillende scenario's?
PvdD
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Waarom vraagt het college nu al expliciet ruimte voor meer dan 25 woningen?
is erop gericht nieuwe aantasting door ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen. Op dit moment kan nog geen exact aantal vierkante meters extra verhard oppervlak worden berekend voor de verschillende scenario’s in de twee gebiedsvisies. De ontwikkeling is initiatief gestuurd: het hangt af van welke grondeigenaren uiteindelijk meedoen en welke percelen worden ontwikkeld. De gebiedsvisies sturen daarbij expliciet aan op zo min mogelijk extra verharding door compacte clustering, gedeeld gebruik van infrastructuur en strenge eisen aan landschappelijke inpassing, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. Omdat de opdracht van de raad was om de kansen te verkennen voor ‘kleinschalige woningbouw’ (destijds max. 11 woningen). Bij het Maatwerktraject (>25 woningen) kun je je afvragen of de raad dit nog ziet als ‘kleinschalige woningbouw’ en er daarmee buiten de opdracht wordt getreden. Daarom vraag het college expliciet de uitspraak van de raad dat er voor de uitvoering van de gebiedsvisies beide opties mogelijk zijn. De keuze voor de procedure hangt dan af van het aantal initiatiefnemers dat zich zal aanmelden en het aantal woningen dat er op basis van deze gebiedsvisie op deze kavels mogelijk is. De redenen om de ruimte voor meer dan 25 woningen te vragen zijn genoemd in het raadsvoorstel: 1. De gebiedsvisie biedt deze ruimte met respect voor het landschap. 2.
De vraag en behoefte naar woningen is groter dan 25. 3. Er zijn met name in Akersloot nu al veel initiatiefnemers, die bij elkaar meer dan 25 woningen willen realiseren.
Pagina 20 van 27
CDA
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Dhr. Ton v.d. Steen heeft een reactie gestuurd. Daarin staan een aantal concrete vragen. 1. Ze willen graag zekerheid het bouwvak op hun perceel blijft bestaan en de agrarische rechten niet zomaar ingeperkt kunnen worden of wegbestemd. Kan die zekerheid gegeven worden. Zo nee, waarom niet? 2. Welke harde garanties krijgen ze dat het agrarisch bouwvlak met bijbehorende rechten ongewijzigd wordt overgenomen bij vaststelling van deze gebiedsvisie en in het toekomstige Omgevingsplan, zolang er geen concreet door hen gedragen ontwikkelplan ligt? 3. Dhr v d. Steen verzoekt nadrukkelijk om de door de gecreëerde zichtlijn óver hun bouwvlak vanaf de Achterweg naar de strandvlakte in zuidelijke richting te verschuiven naar het gebied ten zuiden van ons bouwvlak. Daarmee worden belemmeringen voorhuidig en toekomstig gebruik binnen het bouwvlak voorkomen. Is dit mogelijk. Zo nee, waarom niet? 4. Hoe borgt de gemeente dat een eventuele transitie naar woningbouw op de percelen van dhr. V.d. Steen in de toekomst flexibel en op hun initiatief kan plaatsvinden? Pagina 21 van 27
4. De regeling ‘kleinschalige woningbouw’ is dan niet toereikend en niet werkbaar. 5. In het kader van efficiënt inzetten van geld en capaciteit heeft een plan van méér dan 25 woningen de voorkeur. De gebiedsvisie is een beleidsdocument en geen juridisch bindend plan. Het geldende Omgevingsplan Buitengebied blijft daarom volledig van kracht. 1. Zekerheid dat het agrarisch bouwvlak en de agrarische rechten blijven bestaan Absolute zekerheid kan niet tot in eeuwigheid worden gegeven. Een Omgevingsplan kan in de toekomst altijd via de wettelijke procedure (met inspraak en beroep) worden herzien. Zolang dat niet gebeurt, blijven de agrarische bestemming en alle bijbehorende rechten (bouwvlak, bedrijfsgebouwen, nevenactiviteiten etc.) volledig intact. De gemeente heeft in de gebiedsvisie en in de communicatie wel expliciet vastgelegd dat zolang er geen concreet, door de eigenaar gedragen ontwikkelplan ligt, de agrarische rechten worden gerespecteerd en niet eenzijdig worden ingeperkt of wegbestemd. 2. Harde garanties bij vaststelling van de gebiedsvisie en toekomstig Omgevingsplan Bij vaststelling van de gebiedsvisie verandert er juridisch niets aan het bestaande agrarisch bouwvlak. Het blijft volledig van kracht en de eigenaar behoudt alle huidige rechten.
In een toekomstig Omgevingsplan (of herziening) zal het agrarisch bouwvlak in beginsel worden overgenomen zolang er geen concreet woningbouwplan ligt. Indien er een concreet ontwikkelplan komt (via maatwerk), zal de provincie naar verwachting eisen dat het zuidelijke deel van
Gaat dit bijvoorbeeld middels een wijzigingsbevoegdheid?
het bouwvlak bebouwingsvrij blijft vanwege de gewenste openheid en doorkijk. Dat is een harde provinciale voorwaarde. 3. Verzoek om de zichtlijn te verschuiven naar zuidelijker van het bouwvlak Dit is naar verwachting niet mogelijk. De provincie heeft expliciet aangegeven dat het zuidelijke deel van dit bouwvlak bebouwingsvrij moet blijven om de openheid en de doorkijk vanaf de Achterweg naar de strandvlakte in zuidelijke richting te waarborgen. Het verschuiven van de zichtlijn zou deze provinciale eis ondermijnen. De gebiedsvisie is al zo opgesteld dat het noordelijke deel van het bouwvlak potentieel voor woningbouw kan worden benut en het zuidelijke deel open blijft. Er mogen volgens de gebiedsvisie 5-15 woningen worden gebouwd. 4. Hoe borgt de gemeente een flexibele en initiatief gestuurde transitie naar woningbouw? Omdat de 25-woningregeling in de provinciale Omgevingsverordening slechts één keer per kern of dorpslint kan worden toegepast, en de Gebiedsvisie Oostelijke rand Limmen (Limmen-Zuid/Oost) al meerdere locaties en initiatieven omvat (er ligt al 1 concreet bouwplan van een andere eigenaar), kan voor dit perceel niet zelfstandig via een reguliere wijzigingsbevoegdheid worden gewerkt. Eventuele woningbouw op dit perceel zal onderdeel moeten zijn van één gezamenlijk maatwerktraject met de provincie voor het gehele gebied.
De provincie toetst geen losse, individuele plannen; zij verlangt één coherent plan voor het hele visiegebied.
Pagina 22 van 27
De wijzigingsbevoegdheid naar Wonen (artikel 5.8.4 van het Omgevingsplan Buitengebied) bestaat nog steeds en kan in principe worden gebruikt na volledige bedrijfsbeëindiging. Maar omdat de locatie in het Beschermd Landschap ligt, moet elke woningbouw ook voldoen aan de strenge provinciale regels voor BL. Daarnaast kan er met deze regeling maar 1 woning worden gebouwd wat zich dan zal moeten bevinden in de contour die in de visie is aangegeven waar eventuele kleinschalige woningbouw mogelijk is. De eigenaar kan zelf het initiatief nemen door bij de gemeente kenbaar te maken dat hij wil meedoen met een eventuele maatwerktraject. De gemeente zal dan , na het vaststellen van de bestuursopdracht fase 3, een gezamenlijk proces coördineren met alle grondeigenaren die binnen de gebiedsvisie willen ontwikkelen. In dat gezamenlijke traject worden de voorwaarden vastgelegd (beëindiging agrarische bedrijfsvoering, sloop/hergebruik opstallen, goede landschappelijke inpassing, geen aantasting van de kernkwaliteit “habitat voor weidevogels”, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen, en het openhouden van de zuidelijke zone). Hierbij heeft de familie de mogelijkheid om 5-15 woningen te realiseren na beëindiging van de bedrijfsvoering.
De gemeente heeft in de gebiedsvisie vastgelegd dat grondeigenaren binnen de aangewezen zones hun initiatief kenbaar kunnen maken indien zij willen meedoen aan het gezamenlijke maatwerktraject. Alle initiatiefnemers zullen dan gezamenlijk 1 plan moeten maken dat aan alle voorwaarden voldoet van de gebiedsvisie en de maatwerkregeling van de provincie. Pagina 23 van 27
Forza!
Gebiedsvisies Limmen en Akersloot bij de lokale woondeal
Betreffende brief familie Van der Steen voor commissie gebiedsvisie 4 juni 1. de agrarische rechten van de familie staan toch los van de visie ? (zie ten eerste) 2. punt 1 als de familie geen plan indient, dan blijven de rechten toch gewoon ongewijzigd bij de vaststelling van de visie? 3. punt 2 zichtlijn is toch bevoegdheid van de Provincie omdat het BPL is? Daar gaan wij als raad niet over toch? 4. punt 3 transitie naar woningbouw staat toch uitgebreid beschreven in alle voorwaarden?
Pagina 24 van 27
Conclusie • De huidige agrarische rechten blijven volledig intact zolang er geen ontwikkelplan ligt. • Absolute garanties dat dit nooit verandert, kan de gemeente niet geven. • De zichtlijn verschuiven is niet mogelijk vanwege de provinciale eis. • Een transitie op initiatief van de eigenaar is mogelijk, maar alleen via één gezamenlijk maatwerktraject voor het hele gebied. De gebiedsvisie is een beleidsdocument en geen juridisch bindend plan. Het geldende Omgevingsplan Buitengebied blijft daarom volledig van kracht. Hieronder per vraag een helder antwoord. 1. De agrarische rechten van de familie staan toch los van de visie? Ja, dat klopt. De gebiedsvisie is een beleidsdocument en geen juridisch bindend plan. Het geldende Omgevingsplan Buitengebied blijft volledig van kracht. De agrarische bestemming, het bouwvlak en alle bijbehorende rechten (bedrijfsgebouwen, nevenactiviteiten etc.) staan hierdoor juridisch los van de visie. De visie heeft alleen beleidsmatige betekenis voor de toekomst. 2. Als de familie geen plan indient, blijven de rechten dan ongewijzigd bij vaststelling van de visie? Ja, dat klopt volledig. Bij vaststelling van de gebiedsvisie verandert er juridisch niets. De agrarische rechten blijven ongewijzigd zolang de familie zelf geen concreet ontwikkelplan indient en het Omgevingsplan Buitengebied niet wordt herzien. De gemeente heeft dit ook expliciet in de
visie en in de communicatie vastleggen: zolang er geen door de eigenaar gedragen plan ligt, worden de agrarische rechten gerespecteerd. 3. De zichtlijn is toch bevoegdheid van de Provincie omdat het Beschermd Landschap is? Daar gaan wij als raad niet over? Ja, grotendeels. De bescherming van de kernkwaliteiten van het Beschermd Landschap (waaronder de openheid en de doorkijk vanaf de Achterweg naar de strandvlakte) is een provinciale verantwoordelijkheid. De raad besluit over de inhoud van de gebiedsvisie, maar de provincie (GS) beslist uiteindelijk over een eventuele ontgrenzing of ontheffing uit het Beschermd Landschap en stelt de precieze voorwaarden. De provincie heeft al aangegeven dat het zuidelijke deel van het bouwvlak bebouwingsvrij moet blijven vanwege de gewenste openheid en doorkijk. Het verschuiven van deze zichtlijn is daarom naar verwachting niet mogelijk zonder medewerking van de provincie. 4. De transitie naar woningbouw staat toch uitgebreid beschreven in alle voorwaarden? Ja, de voorwaarden staan uitgebreid beschreven (in de gebiedsvisie, de provinciale Omgevingsverordening en de Richtlijn maatwerk in Beschermd Landschap). De wijzigingsbevoegdheid naar Wonen (artikel 5.8.4 van het Omgevingsplan Buitengebied) bestaat nog steeds en kan in principe worden gebruikt na volledige bedrijfsbeëindiging.
Maar omdat de locatie in het Beschermd Landschap ligt, moet elke woningbouw ook voldoen aan de strenge provinciale regels voor BL. Daarnaast kan er met deze regeling maar 1 woning worden gebouwd wat zich dan zal Pagina 25 van 27
moeten bevinden in de contour die in de visie is aangegeven waar eventuele kleinschalige woningbouw mogelijk is. De provinciale 25-woningregeling in de Omgevingsverordening kan slechts één keer per kern of dorpslint worden toegepast. De Gebiedsvisie Oostelijke rand Limmen (Limmen-Zuid/Oost) bevat al meerdere locaties en initiatieven (er ligt al één concreet bouwplan van een andere eigenaar). Daarom kan voor dit perceel niet zelfstandig de standaard 25-woningregeling via een losse wijzigingsbevoegdheid worden gebruikt zonder dat dit onderdeel wordt van het totaal voor het lint. Eventuele woningbouw op dit perceel zal daarom onderdeel moeten zijn van één gezamenlijk maatwerktraject met de provincie voor het gehele visiegebied. De provincie toetst geen losse, individuele plannen. De familie kan zelf het initiatief nemen om aan te sluiten bij dit gezamenlijke traject. De voorwaarden (beëindiging agrarische bedrijfsvoering, sloop/hergebruik opstallen, goede landschappelijke inpassing, geen aantasting van de kernkwaliteit “habitat voor weidevogels”, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen, en het openhouden van de zuidelijke zone) blijven daarbij onverkort van kracht. Indien hiervoor wordt gekozen kan de familie 5-15 woningen realiseren op hun perceel. Conclusie • Agrarische rechten blijven juridisch volledig intact zolang er geen plan wordt ingediend.
• Bij vaststelling van de visie verandert er niets aan de rechten.
Pagina 26 van 27
• De zichtlijn/doorkijk is een provinciale eis in het Beschermd Landschap; de raad gaat daar niet zelfstandig over. • Transitie naar woningbouw is mogelijk, maar alleen via één gezamenlijk maatwerktraject voor het hele gebied.
Pagina 27 van 27