Overzicht technische vragen 4 april 2024
Tekst van het document
Technische vragen bij raadsinformatieavond 4 april 2024 Steller GroenLinks
Onderwerp Onderzoek exploitatie veerponten
Vraag Pag. 14: hier staat dat een abonnement voor de pont van/naar De Woude “voor inwoners” € 78,- zou kosten. Aannemende dat hier ‘inwoners van De Woude’ bedoeld wordt, kost dit toch € 10,70 (pag. 12)?
GroenLinks
Onderzoek exploitatie veerponten
Pag. 35: hier wordt als voordeel van een ‘flexibele schil’ genoemd dat kosten voor sociale premies, secundaire arbeidsvoorwaarden e.d. vermeden zouden worden. Geldt dit niet alleen voor ingehuurde krachten (en dus niet voor tijdelijke contracten), en geldt bij ingehuurde krachten niet dat sociale premies en secundaire arbeidsvoorwaarden van de ‘verhuurder’ alsnog via het inhuurtarief betaald moeten worden, plus de winst van de ‘verhuurder’ en de BTW?
GroenLinks
Onderzoek exploitatie veerponten
Hoe flexibel is de arbeidsbehoefte bij de veerponten eigenlijk (het rapport stelt een flexibele schil van 30% voor)? Pag. 39: hier staat dat inwoners van De Woude en Akersloot met een voetgangersjaarabonnement voor € 10,70 op beide ponten gratis mogen reizen. Deze mogelijkheid wordt echter in de tarievenoverzichten op de pagina’s 10 en 12 niet vermeld (op pag. 12 alleen voor inwoners van De Woude) en lijkt voor wat de pont Akersloot betreft ook niet zo logisch, omdat de oversteek voor voetgangers daar sowieso gratis is.
Antwoord Pagina 14: Dit heeft de heer Waterman juist. Een fietsabonnement (algemeen) kostte in 2023 € 78,-. Voor inwoners van De Woude (woonadres op De Woude, BRP) van 17 jaar en ouder geldt een gereduceerd tarief van € 10,70 (in 2023). Pagina 35: Gedacht moet worden aan ziekte en verlof. 30% van de vaste bemanning is dan een inschatting op basis van ervaring cijfers (bron: FerryEasy)
Pagina 39: vanuit gegaan wordt dat verwezen wordt naar het 2de bolletje: “inwoners van De Woude en Akersloot mogen met een voetgangersabonnement van € 10,70 het hele jaar reizen op beide ponten”. Bij dit bolletje staat niet het woord “gratis”. Het is dus, in ogenschouw nemende dat de oversteek voor voetgangers van Akersloot inderdaad gratis is, juist dat hier staat dat inwoners van De Woude en Akersloot met een voetgangersabonnement van € 10,70 (prijspeil 2023) het hele jaar mogen reizen op beide ponten.
Hoe zit dit?
Pagina 1 van 8
PvdA
PvdA
PvdA
Integraal Huisvesting splan Onderwijs (IHP)
Wat is de omvang van de vrijvallende kapitaallasten en afschrijvingskosten van de onderwijsgebouwen?
In de bijlage de vrijval van de kapitaallasten. In de meerjarenbegroting wordt al rekening gehouden met de vrijval van kapitaallasten van de huidige investeringen.
Welke oorspronkelijke onderwijsgebouwen worden niet meer gebruikt voor onderwijs, maar zijn formeel nog niet aan hun onderwijsbestemming onttrokken en worden financieel nog ten laste van de onderwijsbegroting gebracht? En voor welk bedrag? Het rijk geeft gemeenten vergoeding voor huisvesting van basisonderwijs via een uitkering in het gemeentefonds en voor kosten van onderwijshuisvesting in het VO ook via de algemene uitkering, maar op basis van koppengeld per leerling. In de afgelopen jaren zijn de vergoedingen van huisvesting door het Rijk aan de gemeente Castricum hoger geweest dan wat de gemeente uitgeeft aan onderwijshuisvesting. Het geld voor onderwijshuisvesting dat niet onmiddellijk werd besteed door de gemeente Castricum is in afgelopen jaren in de algemene reserve gevloeid en is gebruikt voor andere beleidsdoeleinden.
Het schoolgebouw aan de Koekoeksbloem (vm Montessori) staat boekhoudkundig nog bij het onderwijs. Kapitaallasten 2024: € 19.747.
Pagina 2 van 8
De middelen voor de huisvesting van het onderwijs maken deel uit van de Algemene Uitkering en worden niet apart berekend.
PvdA
PvdA
PvdA PvdA PvdA
PvdA
Is aan te geven hoeveel geld voor onderwijshuisvesting op die manier in Castricum is overgehouden (dus inkomsten voor onderwijshuisvesting minus daadwerkelijk gemaakte kosten voor onderwijshuisvesting)? Is aan te geven welk bedrag bedoeld, maar ongelabeld voor onderwijshuisvesting de laatste vijf jaar op die manier de gemeente Castricum terecht is gekomen in de algemene middelen (dus inkomsten voor onderwijshuisvesting minus daadwerkelijk gemaakte kosten voor onderwijshuisvesting)? Klopt het dat het eerst usance was om een reservering te maken van de gelden ontvangen door het Rijk voor huisvesting van scholen en dat dit op enige datum is losgelaten? Zo ja, sinds welke datum is dit systeem losgelaten? Hoeveel is sindsdien naar de algemene middelen gevloeid?
Is aan te geven hoeveel inkomsten de gemeente Castricum de komende tien jaar binnenkrijgt voor onderwijshuisvesting? Kan dat bedrag worden afgezet tegen de in het IHP geschatte benodigde investeringskosten? Indien de vergoeding vanuit het rijk minder bedraagt dan de nu in het IHP geschatte investeringskosten, ligt het dan in de rede om een prioritering aan te brengen en hoe ziet die prioritering er dan uit?
Laat het investeringsschema een prioritering toe, gezien de lange gebruiksduur van sommige basisschoolgebouwen?
Pagina 3 van 8
Zie antwoord op vraag 3.
Het systeem van het vormen van een onderwijshuisvestingsreserve is vanaf de decentralisatie van de onderwijshuisvesting in 1997 tot de begroting 2013 toegepast. Vanaf dat moment zijn de middelen voor onderwijshuisvesting in het Gemeentefonds niet meer apart Berekend. Zie antwoord op vraag 3 Zie antwoord op voorgaande vragen Er wordt niet gewerkt met gelabeld geld voor onderwijshuisvesting. De kosten voor onderwijshuisvesting zullen moeten worden gedekt in de begroting. Het IHP kent een prioritering op basis van urgentie van de technische en functionele noodzakelijkheid in combinatie met de capaciteit. In het IHP wordt aangegeven dat er de komende jaren een forse inspanning moet worden geleverd om aan de
PvdA
PvdA
Het IHP geeft aan dat er ruimte is om de afschrijvingstermijn voor onderwijsgebouwen te verlengen van 40 naar 50 jaar met als voornaamste argument dat circulair wordt gebouwd in de toekomst. Spelen financiële overwegingen bij de keuze voor een langere afschrijvingstermijn een dominante rol? Betekent circulair bouwen dat materialen worden gebruikt die na eventuele sloop opnieuw kunnen worden gebruikt?
PvdA
Welk financieel voordeel, uitgedrukt in percentage van de investeringskosten, wordt doorgaans gerekend bij circulaire bouw?
PvdA
Is dat circulaire voordeel reëel als de materialen die kunnen worden hergebruikt niet 40 maar minstens 50 jaar dienst moeten doen?
PvdA
Is het wellicht logischer om bij circulair bouwen uit te gaan niet van een langere afschrijvingsduur maar van een hogere Pagina 4 van 8
Klimaatdoelstellingen te voldoen. Dat geldt overigens niet alleen voor de onderwijshuisvesting. De keuze voor het verlengen van de afschrijvingstermijn wordt ingegeven door het feit dat de nieuwe gebouwen steeds duurzamer en ook circulair worden gebouwd. Er wordt steeds meer waarde toegekend aan gebruikt materiaal.
Ja, circulair bouwen betekent dat er opnieuw gebruik wordt gemaakt van bestaande materialen. Het gaat er vooral om dat er aandacht wordt besteed aan materiaalgebruik en de losmaakbaarheid van de materialen. En dat er materialen worden gebruikt die geen tot weinig milieu effecten hebben, bio based. Er is (vooralsnog) geen sprake van financieel voordeel bij circulair bouwen. Dat is ook niet de drijfveer om circulair te bouwen. De drijfveer is om te gaan voldoen aan de ambitie (een van de Parijs doelstellingen) om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren. De gedachte is wel dat circulaire gebouwen uiteindelijk (meer) restwaarde zullen opleveren: zowel in toekomstbestendigheid van het gebouw zelf, maar ook restwaarde van de gebruikte materialen. Een financieel voordeel is niet het gekozen uitgangspunt. De verwachte hogere investering aan de voorkant kan worden gecompenseerd door een langere afschrijftermijn, zodat de kapitaallast gelijkwaardig blijft aan een niet-circulaire investering. Dat kan ook een methodiek zijn. Dan moet er een bepaalde
restwaarde (vanwege hergebruik van materialen) in vergelijking met het huidige afschrijvingssysteem?
PvdA
PvdA PvdA
PvdA
Vervolgvragen Integraal Huisvesting splan Onderwijs (IHP)
Wordt in het huidige systeem van afschrijven van onderwijsgebouwen, waarbij nu een afschrijvingstermijn wordt gehanteerd van 40 jaar, gerekend met een restwaarde van de gebouwen? Zo ja, welke restwaarde? Is het verlengen van de afschrijvingstermijn van 40 naar 50 jaar te beschouwen als een manier om de kosten van onderwijshuisvesting deels te verschuiven naar de verre toekomst? Op pagina 12 wordt een samenvattend overall beeld van de financiën gegeven. Wat wordt bedoeld met incidentele exploitatielasten?
PvdA
In de voorgestelde begrotingswijziging uit dit raadsvoorstel staan de volgende posten: 156.500 voor 2024 en een post van 22.500 voor 2025 en een post van 750.000 voor 2026 en 2027 en een post van 334.400 voor 2028. Welke huisvestingsplannen worden hier nu wel en welke worden hiermee nu niet gedekt?
PvdA
Klopt het dat de investeringskosten voor IKC Oost, Juliana van Stolberg en Vrijeschool hierin niet zijn opgenomen?
Pagina 5 van 8
restwaardeberekeningssystematiek worden ontworpen. Daar is nu niet voor gekozen. Bovendien komt het feitelijk op hetzelfde neer: de jaarlijkse kapitaallast wordt in beide gevallen lager. Nee
Zie antwoord op voorgaande vraag De keuze wordt ingegeven door een manier van bouwen die meer toekomstbestendig is.
Incidentele exploitatielasten zijn eenmalige kosten die direct ten laste komen van de exploitatie. M.a.w. het zijn geen zaken die worden geactiveerd (waarna er wordt afgeschreven).
Alleen de investering Cunera (€ 6,66 mln) met de gymzaal Vondelstraat (€ 1,7 mln) zijn opgenomen (incl. de tijdelijke kosten; 2x 750k). Daarnaast duurzaamheidsscans (24k), 1 fte (samen met Heiloo) voor het opzetten verduurzamingsfaciliteiten (2 x 22,5k) en de projectkosten IKC Oost (60k), Juliana van Stolberg (20k) en Vrijeschool (30k). Voor het overzicht zie bijlage 2. Die investeringskosten worden opgenomen na een besluit van de gemeenteraad op basis van een concreet voorstel voor de planontwikkeling. Dit is conform de systematiek zoals de raad heeft gevraagd bij de maatregelen spoor 2 in het voorjaar van 2021.
PvdA
PvdA
PvdA
Is het juist te concluderen dat de gemeenteraad via dit raadsvoorstel nunwel een overzicht krijgt van totale exploitatiekosten en totale investeringskosten voor onderwijsgebouwen zoals het IHP die noodzakelijk en redelijk acht; maar daarvoor niet expliciet d.m.v. een begrotingswijziging te zien krijgt hoe alle uitgaven gefinancierd worden? Zo ja, wat is dan de status van het IHP als de raad ermee instemt en de uitgaven wel worden voorzien, maar niet zijn gedekt? Stel dat de planvoorbereiding van IKC Oost, Juliana van Stolberg en de Vrije School eind 2024 in gang wordt gezet, is de conclusie dan juist dat bij aanname van het IHP de begrotingssaldi zoals weergegeven in de begroting van 2024 kunnen worden weergegeven zoals in de volgende tabel: bedragen x1000 saldo begroting nov 2023
2024
2025
2026
2027
+49
+541
-4.055
-6.810
na verwerking -107 +219 -5.543 -8.796 IHP exploitatiekost en t.l.v. begroting Is de conclusie juist dat de gemeente Castricum , gezien de negatieve begrotingssaldi vooralsnog geen geld heeft om de (vernieuw)bouw van IKC Oost, Juliana van Stolberg en De Vrije School zoals weergegeven in het financiële beeld in het raadsvoorstel te betalen? Zo nee, hoe worden de uitgaven dan wel gedekt?
Pagina 6 van 8
Zie antwoord op vraag 3.
Een beleidsdocument op basis waarvan uw raad de komende jaren concrete planvoorstellen krijgt voorgelegd. In zijn algemeenheid: het opnemen van de kapitaalslasten van investeringen in de begroting die nu nog niet voorzien zorgen ervoor dat het begrotingssaldo afneemt. Op dit moment (zie Begroting 2024) is er een meerjarenperspectief met een negatief begrotingssaldo in de latere jaren.
De raad zal keuzes moeten maken.
Vrijval van de kapitaallasten laatste jaar afschrijving aantal activa regels vrijval rente vrijval afschrijving vrijval kap.last 2025 2024 10 540,76 27.038,09 27.578,85 2026 2025 5 106,23 5.311,44 5.417,67 2027 2026 3 67,20 3.360,22 3.427,42 2028 2027 2 107,00 5.350,17 5.457,17 2029 2028 4 99,87 4.993,68 5.093,55 2030 2029 4 499,90 24.994,79 25.494,69 2031 2030 3 338,14 16.907,05 17.245,19 2032 2031 5 598,78 29.938,97 30.537,75 2033 2032 3 379,08 18.954,02 19.333,10 2034 2033 4 541,59 27.079,75 27.621,34 2035 2034 5 2.253,52 112.675,88 114.929,40 2036 2035 3 457,77 22.888,41 23.346,18 2037 2036 5 693,80 34.690,21 35.384,01 2038 2037 5 195,51 9.775,31 9.970,82 2039 2038 0 0,00 0,00 0,00 2040 2039 2 213,53 10.676,42 10.889,95 2041 2040 2 99,03 4.951,35 5.050,38 2042 2041 3 1.358,77 67.938,39 69.297,16 2043 2042 15 5.051,94 252.597,08 257.649,02 2044 2043 3 87,01 4.350,32 4.437,33 2045 2044 2 625,47 31.273,34 31.898,81 2046 2045 0 0,00 0,00 0,00 2047 2046 1 975,68 48.784,21 49.759,89 2048 2047 0 0,00 0,00 0,00 2049 2048 0 0,00 0,00 0,00 2050 2049 7 204,23 10.211,55 10.415,78 2051 2050 0 0,00 0,00 0,00 2052 2051 1 1.065,68 53.283,91 54.349,59 2053 2052 0 0,00 0,00 0,00 2054 2053 0 0,00 0,00 0,00 2055 2054 0 0,00 0,00 0,00 2056 2055 0 0,00 0,00 0,00 2057 2056 0 0,00 0,00 0,00 2058 2057 0 0,00 0,00 0,00 2059 2058 0 0,00 0,00 7 van 8 0,00 Pagina 2060 2059 0 0,00 0,00 0,00 2061 2060 1
62,50 3.125,04 3.187,54
Pagina 8 van 8