CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht technische vragen 23 december 2021

Raadsplein 23 december 2021, gemeente Castricum2.781 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen bij Raadsplein 23 december 2021 Steller GroenLinks

GroenLinks

Onderwerp Bestemmingsplan Heereweg

Bestemmingsplan Heereweg

Vraag Pag. 22: de maximale geluidsbelasting, afkomstig van de Heereweg, zou 56 dB bedragen, en de maximale gecumuleerde geluidsbelasting 61. Omdat het om een logaritmische schaal gaat, is dit een veel groter verschil dan het op het eerste gezicht lijkt; waar komt al die extra geluidsbelasting (naast die van de Heereweg dus) vandaan?

Zelfde pagina: "Het bevoegd gezag zal bepalen of een nader onderzoek naar de geluidwering van de desbetreffende gevels noodzakelijk is." Bij welke gelegenheid en op welke wijze zal het bevoegd gezag dit bepalen?

1

Antwoord De 5 dB extra is het verschil tussen de daadwerkelijke gevelbelasting van 61 dB waarmee rekening moet worden gehouden voor de benodigde gevelwering. Omdat in artikel 110g van de Wet geluidhinder nog staat opgenomen dat het autoverkeer in de toekomst stiller wordt geldt er voor een weg met een verkeerssnelheid van 50 km/uur een aftrek van 5 dB, (zie ook pagina 7 van het akoestisch onderzoek). Wet geluidhinder Artikel 110g Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast. Opgenomen is in het akoestisch onderzoek op pagina 14: “De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 61 dB. Voor de geveldelen van de gewenste woning bedraagt de vereiste karakteristieke geluidwering Ga,k dan maximaal 61 - 33 = 28 dB. Het bevoegd gezag zal bepalen of een nader onderzoek naar de geluidwering van de desbetreffende gevels noodzakelijk is.” Met de zin dat het bevoegd gezag zal bepalen..

wordt bedoeld dat in het algemeen bij aanvraag voor de omgevingsvergunning onderdeel bouwen aangetoond moet worden dat de toe te passen gevel een minimale geluidwering heeft van 28 dB om het vereist binnenniveau van 33 dB overeenkomstig de eis uit het Bouwbesluit 2012 te behalen.

GroenLinks

Bestemmingsplan Heereweg

Zelfde pagina: "De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als 'Zeer Goed' tot 'Slecht'." Dat is een nogal ruime range. Hoe moeten we dit opvatten?

Door het RIVM is een kwaliteitskwalificatie van het (totale) geluid (zonder aftrek) opgesteld waar vaak naar wordt gerefereerd. Gelet op de gevelbelasting zonder aftrek van 61 dB is er sprake van een “slechte” kwaliteit. Dit betreft de gevelbelasting buiten op de gevel. Door het realiseren van de woning met een gevelwering van minimaal 28 dB kan worden voldaan aan het vereist binnenniveau van 33 dB overeenkomstig de eis uit het Bouwbesluit 2012. Deze 33 dB voor binnenwaarde geeft in de onderstaande tabel een milieukwaliteit klasse zeer goed. Lden in dB <45 46-50 51-55 56-60 61-65 >65 Kwaliteitsindicatie geluid

GroenLinks

Bestemmingsplan Heereweg

Pagina 31: Er wordt een suggestie gedaan voor het verplaatsen van bijv. egels en padden en een advies om verstoring van broedende vogels te voorkomen. Worden deze suggestie en dit advies overgenomen en wordt op opvolging hiervan van gemeentewege toegezien?

Geluidkwaliteit zeer goed Goed Redelijk Matig Slecht zeer slecht

De zorgplicht is opgenomen in de Wet natuurbescherming (artikel 1.11) en is zeker niet vrijblijvend. In de zorgplicht staat dat eenieder voldoende zorg in acht dient te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht dient voornamelijk als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor vanuit de Wet natuurbescherming geen specifiek verbod geldt. Echter, de zorgplicht is van toepassing op zowel beschermde als onbeschermde dier- en plantensoorten. Verstoring van broedende vogels Vanuit de Wet natuurbescherming (artikel 3.1) is het verboden om (broedende) vogels te verstoren. Verstoring van broedgevallen van

2

vogels dient te worden voorkomen. Voor de in het plangebied te verwachten vogelsoorten kan dit plaatsvinden door werkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren. Tevens kunnen voorbereidende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat vogels tot broeden kunnen komen binnen (de invloedsfeer van) het plangebied. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Toezicht De provincie (die deze taak gemandateerd heeft aan de OD NHN) is bevoegd gezag vanuit de Wet natuurbescherming. Zij ziet er in eerste instantie op toe dat de wet met daarin de boven vermelde artikelen wordt nageleefd.

GroenLinks

Wijziging doelgroepenverordeni ng

Waarom is het onderwerp sociale koop, inclusief de bijbehorende doelgroep in uitsluitend termen van inkomen, integraal geschrapt? Had het om aan de bezwaren van het Ministerie tegemoet te komen niet volstaan om alleen de bindingseisen te schrappen? - Komt artikel (nieuw) 6 lid 3, waarin sprake is van beschikbaarheid voor de doelgroep (nl. die van sociale koopwoningen) daardoor niet in de lucht te hangen?

- Waarom wordt voorgesteld in dit artikellid, waar het gaat over de termijn van die beschikbaarheid voor de doelgroep 3

Het had niet volstaan om alleen de bindingseisen te schrappen. De Doelgroepenverordening kan geen betrekking hebben op de toewijzing. De woonruimteverdeelregels mogen enkel worden gesteld in een huisvestingsverordening en dus niet in een doelgroepenverordening. De Huisvestingswet 2014 biedt nu (nog) geen ruimte voor het stellen van regels inzake de verdeling van woonruimte voor sociale koopwoningen, met uitzondering van de Waddeneilanden. Wij hebben gemeend vast te houden aan de wettekst van het Bro. In artikel 1.1.1 onder e staat: “sociale koopwoning: koopwoning met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste € 200.000, waarbij de instandhouding voor de in een gemeentelijke verordening omschreven doelgroep voor …” maar daar zit nu net ook de crux van het instrument, namelijk dat de doelgroepenverordening nu niet gebruikt kan worden voor het toewijzen aan een doelgroep. In artikel 1.1.1, onder e van het Bro staat dat de instandhouding van een sociale koopwoning voor het tijdvak van “ten minste 1 jaar en ten hoogste 10 jaar” na ingebruikname is verzekerd. Het Bro stelt dat een

'ten minste' te vervangen door 'ten hoogste'? Aan het vereiste van beschikbaarheid gedurende ten hoogste 10 jaar is toch per definitie altijd voldaan?

sociale koopwoning maximaal 10 jaar beschikbaar kan blijven en vandaar dat in de Doelgroepenverordening van Castricum ten hoogste 10 jaar is opgenomen. Dat lijkt ons een prima voorstel.

Wat de vraag over 'ten minste' en 'ten hoogste' betreft: Ik begrijp uit het Bro. dat we geen termijn langer dan tien jaar mogen kiezen, dus 'ten minste' moet inderdaad vervallen. Maar als wij eenmaal voor tien jaar hebben gekozen (en dus aan die bepaling van het Bro. hebben voldaan) is dan niet het duidelijkst om hier gewoon van 'tien jaar' (en dus niet 'ten hoogste tien jaar') te spreken? Er wordt voorgesteld in artikel 4 lid 2 (nieuw) dat de koopprijs op het bedrag moet blijven van de oorspronkelijke koopprijs. Kan het kwaad om daar 'op of onder' van te maken? CDA

Kadernota Strand

Misschien hebben we erover heen gelezen, maar hoe is er gekomen van de dan groslijst ideeën rond het strand naar de 39 ideeën die bij de stukken zitten voor donderdag aanstaande?

4

Het kan geen kwaad om hier ‘op of onder’ van te maken.

In totaal zijn er rond de 80 ideeën ingebracht tijdens de interviews die we met verschillende groepen stakeholders hebben gehad. Na de presentatie van de complete lijst tijdens het Overleg Strand Castricum (OSC) en de raadsinformatieavond is de lijst opnieuw gescreend en zijn de ideeën in drie categorieën ingedeeld. Zie hiervoor ook het raadsvoorstel hoe we tot die indeling zijn gekomen. Een aantal ideeën betrof particuliere initiatieven op eigen terrein die reeds in procedure zijn gebracht (principe aanvraag herinrichting parkeerterrein) of gebracht kunnen worden (bijvoorbeeld herontwikkeling pand Blinckers). Over enkele andere ideeën heeft de gemeente geen- of maar weinig zeggenschap en ligt het primaat of

bevoegdheid bij een andere overheid zoals de Provincie of het Hoogheemraadschap. Het restant is een lijst van 39 ideeën die betrekking hebben op de inrichting van de openbare ruimte of exploitatie mogelijkheden van ondernemers waar de gemeente in dit traject of binnen de WABO procedures een belangrijke rol in heeft- of kan spelen voor de realisatie. De kleurcodering (die gebruikt is voor de toetsing aan de kaders) is, als het goed is, niet aangepast.

CDA

Kadernota Strand

Het lijkt er ook op dat de kleurcodering is aangepast. Hoe moeten wij dat duiden?

D66

Motie parkeren Schouw

Zie onderaan dit document

D66

Motie parkeren Schouw

1. Kan het college aangeven wat het verschil is tussen de parkeernorm 2013 en de parkeernorm 2020 en hoe dit effect heeft op het aantal parkeerplaatsen in de zaak Schouw 1? 2. Kan het college aangeven waar precies de 12 parkeerplaatsen die onderdeel waren van de horeca gelegenheid zich hebben bevonden en tot wanneer die parkeerplaatsen er precies zijn geweest?

D66

Motie parkeren Schouw

3. Kan het college aangeven op basis van welke regeling en/of afspraak de initiatiefnemer van de woningbouw slechts

Op basis van de nota Parkeernormen (2013 èn 2020) dient de parkeernorm in eerste instantie op eigen erf te worden gerealiseerd. Indien dit niet lukt, kan dit plaatsvinden op eigen terrein van derden in de

5

Zowel de huidige nota parkeernormen als de oude nota parkeernormen kent een regeling waardoor een ontwikkelaar de parkeerdruk van een bouwplan op de openbare ruimte in de oude situatie niet hoeft op te lossen en mag verrekenen met de parkeerdruk van de nieuwe situatie. Deze parkeerdruk wordt berekend op basis van de landelijke parkeerkencijfers. Bij dit bouwplan stond er een café waar regelmatig bezoekers kwamen; deels op de fiets en deels met de auto. Deze bezoekers parkeerden de auto in de omgeving van het café (uit luchtfoto-onderzoek wordt dit ook bevestigd). Uitgaande van de BVO (bruto vloeroppervlak) van 180m² zijn dit 12 parkeerplaatsen gebaseerd op de huidige parkeerkencijfers. Deze parkeerplaatsen zijn nu onderdeel van de parkeernorm van de nieuwe functie en kunnen nu worden gebruikt door de bewoners van de nieuwbouwwoningen. De parkeerplaatsen waren gelegen bij de Pontweg Noord inclusief het parkeerterrein Uiterdam.

4,5 parkeerplaats op eigen terrein hoeft te ontwikkelen?

omgeving of in de openbare ruimte; realisering in de openbare ruimte is alleen mogelijk indien voldoende restcapaciteit beschikbaar is of ruimte voorhanden is om extra parkeerplaatsen aan te leggen. Ruimte ontbreekt om op eigen terrein de parkeernorm volledig te realiseren. Daarom is gekeken naar de openbare ruimte. Uit in 2020 en 2021 in opdracht van de gemeente uitgevoerde parkeeronderzoeken komt naar voren dat op de openbare parkeerplaatsen langs de PontwegNoord, tussen Geesterweg en Hoornselaan, in de nacht niet of nauwelijks wordt geparkeerd. Hier is dus voldoende restcapaciteit beschikbaar. Deze conclusie geldt ook voor het volledig ingerichte parkeerterrein van RAUM bij het pontje aan de overzijde van de Geesterweg. Bij dit project wordt één openbaar parkeerterrein met 14 parkeerplaatsen gerealiseerd ten zuiden van de bebouwing. Dit terrein ligt:  deels op grond van de initiatiefnemer;  deels op grond van de gemeente. In aanvulling hierop heeft ambtelijk overleg plaatsgevonden met het RAUM. In dit overleg is overeenstemming bereikt met het RAUM over het openstellen (ook in de nachtelijke uren) van dit parkeerterrein voor omwonenden en bezoekers.

D66

Motie parkeren Schouw

4. Kan de wethouder uitleggen dat als de bewoners nu beschikken over 5-7 parkeerplaatsen, de parkeernorm aangeeft dat bij het nieuw te bouwen gebouw er 21 parkeerplaatsen bij zouden moeten komen, het naar de huidige bewoners een eerlijk beleid is als er slechts 14 parkeerplaatsen gerealiseerd worden, waarvan er bovendien 2 bestemd zijn voor 6

De totale parkeervraag van de nieuwe functies bedraagt 18 (nota 2020) tot 21 parkeerplaatsen (nota 2013). Hierin wordt op de volgende wijze voorzien:  14 openbare parkeerplaatsen op het parkeerterrein langs Schouw1/Pontweg-Noord;  4 tot 7 parkeerplaatsen op het parkeerterrein van RAUM bij het pontje. Zie ook het antwoord op vraag 3 over de bestaande lage parkeerdruk op deze locaties.

invaliden en 2 voor elektrische auto’s. Op welke manier heeft het college dan op een eerlijke en oprechte manier rekening gehouden met de belangen van de bewoners?

Op het parkeerterrein Schouw 1/Pontweg-Noord komen 2 parkeerplaatsen die geschikt zijn voor mindervaliden en 2 parkeerplaatsen die geschikt zijn voor het opladen van elektrische auto’s. Deze parkeerplaatsen worden pas voor deze doelen bestemd (verkeersbesluit) indien hier voldoende vraag naar blijkt te zijn. Wat betreft de parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische auto’s merken wij op dat:  realisering op het parkeerterrein van RAUM een logischere keuze is;  in beginsel twee parkeerplaatsen naast elkaar worden gerealiseerd. De parkeersituatie voor bestaande omwonenden verandert dan niet, er is voldoende restcapaciteit.

CKenG

Voorbereiding nieuwbouw IKC-Oost

In het raadsvoorstel wordt gesproken over een voorbereidingskrediet van € 446.400 en een projectkrediet van € 85.000. Tevens worden hier onder Ad 2. een aantal componenten van benoemd waaruit deze bedragen zijn opgebouwd. Graag ontvangen wij een duidelijk overzicht van de afzonderlijke kosten en voor welke bedragen deze in beide posten zijn opgenomen.

7

Het voorbereidingskrediet is een genormeerd bedrag; 8% van het bouwkrediet. Het bouwkrediet wordt berekend op basis van het aantal te realiseren vierkante meters bruto vloeroppervlakte. Het aantal te realiseren m2 bvo is genormeerd berekend op basis van het aantal leerlingen. In de berekening is uitgegaan van 330 leerlingen; 1.860 m2 bvo en een bedrag van €3.000 per m2 bvo. Het projectkrediet van €85.000 is een raming op basis van ervaringsgegevens voor de kosten van de gemeentelijke projectleider, diverse specifieke deskundigheid (w.o. verkeer) en diverse onderzoeken. Afhankelijk van de keuzes (o.a. in de locatie(s) die worden gemaakt wordt meer of minder gebruik gemaakt van het projectbudget.

1. Kan het college aangeven wat het verschil is tussen de parkeernorm 2013 en de parkeernorm 2020 en hoe dit effect heeft op het aantal parkeerplaatsen in de zaak Schouw 1? Op het moment van indiening van dit plan is bij de berekening voor de parkeernorm uitgegaan van de ‘Nota Parknormen Castricum 2013’ en niet de nieuwe Parkeernota 2020 welke op 22 oktober 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad. In de nota Parkeernormen 2020 is een overgangsregeling in paragraaf 2.4 opgenomen. “Indien een aanvrager voor inwerkingtreding van de nota parkeernormen 2020 met de gemeente overeenstemming heeft bereikt over de toe te passen parkeernorm op basis van de Nota “Parkeernormen Castricum 2013” wordt deze aanvrager gedurende 3 jaar na bekendmaking van de nota parkeernormen 2020 in de gelegenheid gesteld een omgevingsvergunning in te dienen op basis van het eerdere beleid en de eerder gemaakte afspraken.” Door deze overgangsregeling kunnen al in gang gezette bouwinitiatieven, waarbij met de gemeente afspraken zijn gemaakt over de toe te passen parkeernormen, nog maximaal drie jaar na bekendmaking van het nieuwe beleid in de gelegenheid worden gesteld om een omgevingsvergunning in te dienen op basis van het eerdere beleid en de eerder gemaakte afspraken. Deze drie jaar is een redelijke termijn voor een initiatiefnemer om een omgevingsvergunning in te dienen.

Ter beantwoording van deze vraag geven we hieronder eerst een kort overzicht van de beleidsmatige wijzigingen in de nota 2020 t.o.v. 2013. Daarna geven we aan wat dit concreet betekent voor de parkeernorm voor deze ruimtelijke ontwikkeling en hoe met de voorgestelde parkeeroplossing hieraan wordt voldaan. Nota Parkeernormen 2013 vs 2020, beleidsmatige verschillen Nota Parkeernormen

2013

2020

Stedelijkheidsgraad

Gehele gemeente: sterk stedelijk

Gemeente m.u.v. kern Castricum: weinig tot matig stedelijk

Gebied

Rest bebouwde kom

idem

Parkeerkencijfer

Gehele gemeente: maximum parkeerkencijfer is vertrekpunt

Gemeente m.u.v. centrum en schil kern Castricum:

8

gemiddelde parkeerkencijfer is parkeernorm Bezoekersdeel

0,3 pp/woning

Idem

Afwijking naar beneden

Gemotiveerd kan naar beneden worden afgeweken

Idem, maar:

Afronding op hele pp

Aan het einde naar beneden afronden

maximaal kan 20% worden gecorrigeerd.

het gecorrigeerde gedeelte dient voor 100% te worden opgenomen als ruimtelijke reservering

Aan het einde naar boven afronden

Nota Parkeernormen 2013 vs 2020, concreet voor dit project Nota Parkeernormen

2013

2020

Parkeernorm koopappartementen, middensegment of 80-95 m2

2,2

1,9

Parkeernorm koopappartementen, goedkoop segment of < 80 m2

2,0

1,6

Totale parkeernorm voor 6 middensegment

6x2,2 + 4x2,0 =

6x1,9 + 4x1,6 =

9

koopappartementen en 4 goedkope koopappartementen

21,2 = 21 pp

17,8 pp = 18 pp

Parkeerdruk in de omgeving Langs de Pontweg-Noord, tussen Geesterweg en Hoornselaan, zijn er 10 parkeerplaatsen, waarvan 5 parkeerplaatsen op bestaande nogal rommelig ogende parkeerterrein. Uit door de gemeente uitgevoerde parkeertellingen komt naar voren dat op het maatgevende moment voor woningen (nacht) hier niet (telling 2020) of nauwelijks (2 auto’s in 2020, waarvan 1 auto op het parkeerterreintje) wordt geparkeerd. Alle 14 parkeerplaatsen op het heringerichte parkeerterrein kunnen dan worden toegewezen als parkeernorm voor de te realiseren functies.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10971271/1