CConstaterende datCastricum
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 bij beantwoording technische vragen - passage IHP

Raadsplein 24 oktober 2024, gemeente Castricum917 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage uit IHP 2024-2027 Beleidskaders financiering m²-s opvang bij nieuwbouw 1. In een businesscase wordt de behoefte aan capaciteit voor kinderopvang onderzocht en onderbouwd. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van deze businesscase. De businesscase is maatwerk, maar een aantal elementen dienen in de businesscase in elk geval te worden uitgewerkt (zie bijlage). De businesscase wordt uitgevoerd uit het beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet; 2. Het schoolbestuur doet een aanvraag bij de gemeente voor het (voor)financieren van de investering ten behoeve van het realiseren van capaciteit voor kinderopvang als onderdeel van een nieuwbouw/vernieuwbouw van een onderwijslocatie; 3. De gemeente maakt, na positieve beoordeling, een financieringsafspraak met het schoolbestuur, het betreft een langjarige leenfaciliteit vanuit de gemeente; 4. Het schoolbestuur wordt juridisch eigenaar van het gebouwdeel en verhuurt aan kinderopvang; 5. De verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van het gehele gebouw ligt bij het schoolbestuur, tenzij gemeente en schoolbestuur hier andere afspraken over maken; 6. Over de periode waarop de huurovereenkomst tussen schoolbestuur en opvangorganisatie betrekking heeft, is het te verhuren gebouwdeel onttrokken aan de onderwijscapaciteit; 7. Het schoolbestuur betaalt jaarlijks een vergoeding aan gemeente, gebaseerd op: a.

Initiële investeringskosten van het betreffende gebouwdeel b. Annuïteit en afschrijftermijn van 40 jaar (of gekoppeld aan de afschrijftermijn die de gemeente voor nieuwbouw hanteert) c. Rentepercentage die geldt voor een 20-jarige lening bij de BNG voor de gemeente, te bepalen op het moment van voorbereiding van het raadsvoorstel voor het toekennen van het investeringskrediet d. Na afloop van de financieringstermijn en op het moment dat de boekwaarde is gereduceerd tot € 0 vervalt de vergoeding door het schoolbestuur aan de gemeente. 8. De hoofdsom van de lening dient uiterlijk 40 jaar nadat het gebouw(deel) is opgeleverd (door aannemer aan schoolbestuur) te zijn terugbetaald. Het is mogelijk voor het schoolbestuur om de lening in een kortere termijn boeteloos af te lossen; 9. Gelijk het gebouwdeel voor het onderwijs, valt het eigendom van het gebouwdeel voor de kinderopvang terug aan de gemeente indien het schoolbestuur haar onderwijsactiviteiten op de betreffende locatie stopt. Indien dit aan de orde is en de lening is nog niet afbetaald, wordt de restant van de lening kwijtgescholden. Indien vroegtijdig is afgelost door het schoolbestuur, wordt de restant boekwaarde (gebaseerd op de 40-jarige annuïteit) door de gemeente aan het schoolbestuur vergoed; 10.

De restanthoofdsom van de geldlening is onmiddellijk, zonder nadere ingebrekestelling, opeisbaar en/of rechterlijke tussenkomst opeisbaar bij faillissement of surseance van betaling van het schoolbestuur, dan wel in het geval het schoolbestuur zijn activiteiten staakt en/of zij wordt ontbonden, c.q. geliquideerd 11. De vergoeding die het schoolbestuur aan de gemeente betaalt maakt onderdeel uit van de door te belasten huurkosten aan de opvangorganisatie.

Beleidskaders financiering m²-s opvang in bestaande onderwijsgebouwen 1. Bij onderwijsgebouwen waar dit aan de orde is de bestaande situatie volledig in kaart brengen op basis van een NEN2580 en in relatie tot vastgestelde of definitief vast te stellen onderwijscapaciteit beschouwen: wat valt wel onder de onderwijscapaciteit en wat niet? Zie hiervoor ook de uitgangspunten voor volumeafspraken. Gemeente en schoolbesturen komen bij het maken van de volumeafspraken gezamenlijk overeen hoeveel leerlingen maximaal op een locatie kunnen worden gehuisvest (gerelateerd aan de m²-s onderwijsruimte) en hoeveel m² inzetbaar is voor de kinderopvang. Een en ander afgestemd

op de dan actuele leerlingprognose en in samenhang met de andere schoolgebouwen in de omgeving. Gemaakte afspraken hierover zijn niet eenzijdig aanpasbaar. 2. Bij het bepalen en het toewijzen van gebouwcapaciteit wordt ook rekening gehouden met gebouwoppervlak dat tot stand is gekomen door een investering van het schoolbestuur zelf. Hierover worden maatwerk afspraken gemaakt, waarbij het basis uitgangspunt is dat onderwijscapaciteit in principe door de gemeente is en wordt gefinancierd. 3. Nadat de volumeafspraken zijn gemaakt (of door schoolbestuur en gemeente gezamenlijk herzien), kan het voorkomen dat onderwijscapaciteit leeg staat (het aantal leerlingen is minder dan het maximaal vastgesteld aantal voor die locatie). In dat geval kan een schoolbestuur de keuze maken om die leegstaande onderwijscapaciteit alsnog (tijdelijk) in te zetten voor opvangfuncties (of andere functies). 4. Indien gebouwoppervlak voor kinderopvang binnen de vastgestelde onderwijscapaciteit valt: a. Schoolbestuur verhuurt aan kinderopvang organisatie b. Schoolbestuur bepaalt huursom en er vindt geen afdracht plaats aan gemeente, maar: c. Onderwijscapaciteit kan altijd worden geclaimd ten behoeve van onderwijs (= risico opvang organisatie). Eventuele verbouwkosten zijn niet voor rekening van de gemeente. 5. Indien gebouwoppervlak voor kinderopvang buiten de vastgestelde onderwijscapaciteit valt: a.

Schoolbestuur is juridisch eigenaar van gebouwdeel en verhuurt aan kinderopvang b. Schoolbestuur betaalt jaarlijks een vergoeding aan de gemeente, gebaseerd op: ─ De nog openstaande boekwaarde bij de gemeente ─ Annuïteit en resterende afschrijftermijn van de boekwaarde ─ Rentepercentage die geldt voor een 20-jarige lening bij de BNG voor de gemeente, te bepalen op het moment van voorbereiding van het collegevoorstel voor het toekennen van de ruimte in het onderwijsgebouw c. De vergoeding die het schoolbestuur aan de gemeente betaalt maakt onderdeel uit van de door te belasten huurkosten aan de opvangorganisatie d. De hoofdsom van de jaarlijkse vergoeding dient uiterlijk over een periode van de nog resterende afschrijvingstermijn van het gebouw(deel), nadat deze is onttrokken aan de onderwijsbestemming, te zijn terugbetaald. Het is mogelijk voor het schoolbestuur om de som (restboekwaarde) in een kortere termijn boeteloos af te lossen; e. Over de periode waarop de huurovereenkomst tussen schoolbestuur en opvangorganisatie betrekking heeft, is het te verhuren gebouwdeel onttrokken aan de onderwijscapaciteit; f. De bepalingen zoals die bij nieuwbouw onder 9 tot en met 11 zijn opgenomen, zijn ook hier van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14689034/1