Conceptverslag commissieSLE22062021
Tekst van het document
Voor de groep van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt is er de FIP-aanpak. Zij neemt aan dat er met mensen die uitstromen naar werk ook regelmatig contact is, zoals bij de FIP-aanpak. Spreekster vraagt voorts of er landelijke trends zijn wat betreft NUG’ers en of er vanuit andere gemeenten best practices over te nemen zijn. Gezondheid draagt bij aan het zo snel mogelijk aan het werk gaan. De vermelde derde en vierde termijn in 2022 kan gezien corona prominenter naar voren gehaald worden. Wellicht zijn daar ook gidsgelden en coronagelden voor beschikbaar. De verwijzing naar andere programma’s ziet zij niet en wellicht is die ook te maken.
Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2021
Pagina:
15
De heer VLOT sluit zich aan bij de heer Van Vliet die een aantal punten benoemde van de Adviesraad Sociaal Domein. Handhavingsbeleid en klantgerichtheid vindt hij voor het uitvoering van het werk- en inkomensbeleid even belangrijk. Hetgeen de Adviesraad Sociaal Domein voorstelt kan wat hem betreft zonder meer gehonoreerd worden. Een punt dat de Adviesraad Sociaal Domein benoemde gaat over het zoeken naar het uitvoering geven aan de basisbaan, waarbij de Florabuurt is genoemd. Daartoe lag een sociaal plan voor en de buurtcoalitie stelde voor dat naar voren te halen. Het niet uitvoeren van dat sociaal plan ziet hij als een gemiste kans. De Participatiewet vindt hij op zich geen groot succes. Een heleboel mensen valt buiten de boot. Er is geen sprake van inkomenszekerheid, zodat mensen niet op eigen benen kunnen staan. Hij vraagt daarom waarom het basisbaanproject niet wordt aangegaan. Mevrouw WEEMHOFF sluit zich aan bij de vragen van de heer Van Vliet en voegt daaraan toe dat zij zich afvraagt of en op welke wijze de toeslagenaffaire en de boodschappenaffaire van invloed zijn geweest op en door de wethouder zijn meegenomen bij het tot stand komen van het beleidskader. Teleurgesteld is zij over het overnemen van de aanbevelingen van de Adviesraad Sociaal Domein, die overigens een goed en buitengewoon grondig advies heeft gegeven.
Zij was in de veronderstelling dat Capelle graag experimenten aangaat en voorop loopt bij nieuwe ontwikkelingen en zij vraagt waarom het college dat bij basisbanen niet wil doen De heer TERLOUW sluit zich aan bij de complimenten van de wethouder aan de ambtelijke ondersteuning. Het zijn goede documenten die goed en vlot lozen. Zeker komt hij daarin sporen van integraliteit en afstemming tegen. Hij is echt blij met de documenten, die goede stukken zijn. Wel maakt hij enkele opmerkingen daarover. Er is sprake van minder makkelijk bemiddelbare mensen, ruim 50%. Hij zou eigenlijk de mutaties in het bestand willen zien om de effectiviteit van het beleid te kunnen weten, bijvoorbeeld hoe lang het duurt eer mensen van instroom naar uitstroom komen, de gemiddelde verblijfsduur in de bijstand. Hij vraagt zich verder af hoe de vier statements op bladzijde 12 overkomen op een Capellenaar die zijn of haar baan heeft verloren (in Capelle doen inwoners mee, hebben zij veerkracht en een gezonde leefstijl en zorgen zij voor elkaar). Die statements zou men wellicht iets anders kunnen verwoorden. Het stuk borduurt enigszins voort op goede dingen die Capelle al had. Sterker uit het stuk zou naar voren kunnen komen wat er vanaf nu anders gaat gebeuren. De Adviesraad Sociaal Domein stelt ook vragen over innovatie en vernieuwing.
Het is goed aan te geven waar de gemeente nu een doorbraak forceert en in hoeverre daarop beleidsinnovatie is toe te passen. Hij is graag bereid om daarover mee te denken. De heer HOLKAMP begrijpt de opmerking de heer Terlouw over de voortzetting van het huidige beleid. Het is mooi om wat goed gaat voort te zetten, maar tegelijkertijd heeft hij het beeld dat het stuk te weinig ambitie toont over wat er vanaf nu anders wordt gedaan en wat er beter kan. Het stuk bevat een mooi hoofdstuk over het sociaal domein en integraliteit, maar als hij dat terugvertaalt in de rest van het document en of daar ook verbindingen worden gezocht, dan kost dat moeite. Hetgeen de andere commissieleden al over de Adviesraad Sociaal Domein hebben gezegd deelt hij grotendeels. De Adviesraad Sociaal Domein dankt het voor het gegeven advies. Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt lijken soms een homogene groep, terwijl het volgens hem in werkelijkheid een groep met grote verschillen is. Voor een deel van de mensen moet men niet erop rekenen dat zij nog uitstromen. Voor een ander deel zijn er kansen om hen in te zetten in het vrijwilligerswerk of betaald werk. Als men echt mensen in beweging wil krijgen zodat zij uit de bijstand komen lukt dat niet met één gesprek per dertien weken en daarop is een veel intensievere inzet nodig.
Wat betreft de door de heer Terlouw gewenste gemiddelde doorstroomtijd merkt hij op dat de verschillen tussen mensen in werkelijkheid groot zijn. Liever heeft hij dan aangegeven na hoeveel tijd mensen uitstromen. De heer TERLOUW wil ook de verblijfsduur weten van mensen in de bijstand. De heer HOLKAMP deelt de opmerking van de heer Van Vliet om meer te acteren op vertrouwen en minder op handhaven. Er zijn volgens hem ook al gemeenten die zo handelen en daarmee mooie resultaten behalen. In het verhaal van de basisbanen volgt hij het college en daarbij verwijst hij naar slechte ervaringen met Melkertbanen. In 2015 is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van alle interventies van de GR
Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2021
Pagina:
16
IJsselgemeenten om mensen uit de bijstand te krijgen. Het zou mooi zijn om gedurende de looptijd van het beleidskader nog eens een dergelijke actie te doen. Mevrouw WEEMHOFF heeft juist positief effecten gezien van mensen met Melkertbanen en informeert waarom de heer Holkamp daarover een andere conclusie trekt. De heer HOLKAMP reageert dat de Melkertbaan niet voor niets is verdwenen. Het bleek uiteindelijk voor veel mensen een eindbaan waarin uiteindelijk weinig beweging zat. Daarom is gezegd daarmee te stoppen. Mevrouw WEEMHOFF herinnert zich dat Melkertbanen instroom- en doorstroombanen zouden zijn waardoor mensen weer in regulier werk zouden kunnen instromen. Bij basisbanen wordt er van uit gegaan dat voor sommige mensen de carrièreladder niet hoog is, maar dan hebben zij wel weer werk en een nuttige tijdsbesteding. Ook voegen zij dan maatschappelijke waarde toe. De heer BRASSER staat geheel achter het beleidskader, dat een brede visie is op het sociaal domein. De gemeente kan daardoor inspelen op de veranderende samenstelling van het bijstandsbestand. De VVD heeft alle vertrouwen dat dat bij de GR in goede handen is. Hij is het eens met de beleidslijnen en het uitvoeringsplan. Hij schrok van het advies van de Adviesraad Sociaal Domein, dat vrij kritisch is.
Die raad mist een heldere visie en constateert een miskenning van ontwikkeling bij de uitvoering van de Participatiewet. Hij meent dat dat in de praktijk niet zo is en denkt dat de GR heel goed werk doet. Het college heeft wel een aantal aanbevelingen van de Adviesraad Sociaal Domein overgenomen. Hij is blij dat de coalitie vasthoudt aan hoogwaardig handhaven of blijvende aandacht daarvoor heeft. Een overheid die alleen maar uitgaat van compliance is volgens hem naïef, zeker als het om geldstromen gaat. Uitkeringen horen terecht te komen bij mensen die er echt recht op hebben en niet bij fraudeurs. Handhaving doet naar zijn mening uitstekend werk in Capelle. De boodschappenaffaire noemt hij een ongemakkelijke waarheid. Voorlopig heeft de rechtbank de gemeente waar die affaire speelde in het gelijk gesteld. Pas na gedegen onderzoek zie je het pas hoe een zaak werkelijk in elkaar zit. De heer KERVER zegt dank aan de wethouder, de ambtenaren en de Adviesraad Sociaal Domein voor de gemaakte nuttige opmerkingen. Werk is een belangrijk middel voor zelfredzaamheid. Streven naar voor zichzelf kunnen zogen, financieel onafhankelijk zijn en mee kunnen doen in de samenleving zijn nobele doelen die Leefbaar Capelle kan onderstrepen en ondersteunen. Succes op het terrein van werk en inkomen is afhankelijk van externe factoren, zoals de arbeidsmarkt en de economie.
Ook werd hij getriggerd door twee opmerkingen en aanbevelingen van de Adviesraad Sociaal Domein die het college niet heeft overgenomen, ook over de basisbanen. Daarom is Leefbaar Capelle nieuwsgierig waarom het college niet openstaat voor een onderzoek naar basisbanen in welke vorm dan ook. In het antwoord aan de Adviesraad Sociaal Domein is verwezen naar de betaalbaarheid, een belangrijk punt. Maar bij basisbanen zijn ook voordelen aan te wijzen als het gaat om het welzijn van mensen, uitgebreide sociale contacten, emancipatie en een betere leefbaarheid in wijken. Hij sluit zich erbij aan dat het concept van de basisbaan iets heel anders is dan de Melkertbaan of de instroom- en doorstroombaan uit 1999. Daarom is hij nieuwsgierig waarom niet met een onderzoek in beeld te brengen is wat de voordelen van basisbanen zijn en wat die voor Capelle zouden kunnen betekenen. Wethouder mevrouw WESTERDIJK merkt op dat in 2016 ongeveer 2.340 personen in het Capelse bijstandsbestand zaken. Vorig jaar was dat aantal 1.865. Dat betekent een totale krimp van een kleine 500 mensen. In 2021 telt het bijstandsbestand nog 1.868 mensen. Het beleid lijkt dus te werken, zodat zij niet te veel aanpassingen wilde doen. Voor de titel “Zeker in Capelle” is gekozen omdat iemand die recht heeft op een bijstandsuitkering die uitkering ook wordt gegeven.
Als iemand recht heeft op ondersteunende maatregelen zorgt de gemeente dat die gefaciliteerd kunnen worden. Dat is de basis van het beleidskader: zelfstandig in Capelle kunnen zijn en zorgen dat wie stapjes naar werk kan maken dat ook zeker kan doen. De basisbaan is nog zo onzeker dat landelijk de uitkomsten daarvan heel verschillend zijn. Buiten kijf staat dat er nog geen middelen voor zijn, zodat de gemeente die zelf moet gaan bekostigen. Gezien de gemeentelijke financiële omstandigheden wilde het college daarin niet voorop gaan lopen. Landelijk wordt er al heel onderzoek naar gedaan en vanuit de VNG is het misschien goed om ontwikkelingen over de basisbaan te gaan volgen. De keuze is echter gemaakt om niet op basisbanen in te zetten, zodat het college niet heeft geacteerd om ze in het beleidskader op te nemen. Naast faciliteren gebeurt er ook handhaven volgens een wettelijk kader op basis van maatwerk. Er wordt daarbij altijd gekeken of kan worden voorkomen dat mensen een maatregel opgelegd krijgen door hen goed te informeren en te laten zien waar zij zelf informatie moeten geven. Maatwerk wordt
Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2021
Pagina:
17
zeker geboden en er wordt altijd gekeken waar er binnen de wettelijke kaders ruimte zit. Zij vindt dat er hoogwaardig wordt gehandhaafd met inachtneming van de menselijke maat. De statements op bladzijde 12 laten een ideale situatie zien. In het bestand wordt een splitsing gemaakt tussen mensen die werkfit zijn en bij het Werkplein zitten en mensen die bij zorg en activering zitten en wat meer zorg nodig hebben. Geprobeerd wordt de te zetten stapjes beter inzichtelijk te maken. In het verslag van het vierde kwartaal van 2020 is daarover al een passage opgenomen. Uiteindelijk is het beste participatiedoel de arbeidsmarkt. Als die markt in beweging is, dan vinden mensen sneller een baan. Mensen kunnen soms die stapjes nog niet maken. Met die aanpak en de ambitie binnen de hele GR IJsselgemeenten is het doel om 150 mensen vanuit zorg en activering die stap te laten maken naar het andere bestand. Dat is een van de punten waar er al vernieuwingen worden doorgevoerd. Het bestand is in totaliteit gekrompen, zodat er meer ruimte ontstaat om dat soort stappen te kunnen zetten. Vervolgens gaat zij in op wat nieuw is. Binnen IJsselgemeenten zou zij graag nog meer digitaal kunnen verhandelen als daar ruimte voor is. Als dat het proces vereenvoudigt is dat een van de mogelijkheden aan de bedrijfsvoeringskant.
Anderzijds is er een ontwikkeling bij de matching tussen werkgevers en het aanbod van mensen. Regionaal worden daar stappen gezet. De cliënten in de kaartenbakken worden transparanter in de regio. Het bestand wordt universeler en daardoor weet een werkgever wat hij kan vragen en kan het aanbod dichter daarbij gebracht worden. Zelf is zij bestuurlijke trekker van de match bij de leerwerkakkoorden en het uitrollen daarvan tot leerlijnen in de regio. De leerlijn is hoe een bedrijf of een onderwijsinstelling een aanbod kan doen zodat iemand zowel kan werken als een opleiding kan volgen en kan uitstromen naar een baan. Bij het regionaal oppakken daarvan kan men dat geheel ook regionaal invullen. Die innovatie lijkt klein, maar kan wel grote impact hebben. Daarnaast ziet zij meer ruimte om ondernemers in de bijstand te begeleiden. De suggestie van mevrouw Den Engelsman om de uitvoering rondom gezondheid naar voren te halen vindt zij een goede, maar zij weet niet of die haalbaar is. Zij neemt die suggestie in elk geval mee. Als de uitstroom is gerealiseerd ziet de gemeente de uitgestroomde persoon pas weer terug als dat nodig is. Veel mensen die uitstromen vinden duurzaam een baan en dat is ook het doel. Mocht dat niet lukken, dan wordt gezamenlijk gekeken welke inzet nodig is om die duurzame baan wel te vinden.
Bij de Adviesraad Sociaal Domein zit heel veel kennis en is heel veel inzet gepleegd om een advies te schrijven. Uiteindelijk is daardoor het beleidskader verbeterd. Er is echter heel veel gereflecteerd op de landelijke Participatiewet, maar het beleidskader is meer gericht op Capelle, met meer lokale accenten. Dat gaat minder in op de overkoepelende visie. Sommige adviezen zijn daarom wel overgenomen en andere niet. Tweede termijn De heer KERVER verneemt dat er voor basisbanen geen middelen zijn en er landelijk onderzoek naar wordt gedaan. Hij vraagt wat er dan op tegen is om lokaal te bekijken wat basisbanen kunnen toevoegen. Te denken valt aan mensen die langer in het bijstandsbestand zitten en geen werk kunnen vinden en mensen die als vrijwilliger al een heel mooie bijdrage leveren. Dat zou men met een basisbaan kunnen waarderen. Dus waarom geen lokaal onderzoek, zodat kan worden gekeken of een basisbaan haalbaar is, hoe die te bereiken is en of het mogelijk is om via de VNG aan te dringen op een budget vanuit het Rijk? De heer TERLOUW blijft ondanks de uitvoerige beantwoording van de wethouder met de vraag zitten wat er werkelijk nieuw is. Als men echt vernieuwend bezig wil zijn moet je zorgen klaar te zijn voor de toekomst. Niet zozeer vanuit de financiën van de gemeente, maar vanuit het belang van iedere Capellenaar om werk en sociale contacten etc. te hebben.
Enerzijds leest hij dat de gemeente anticipeert op de effecten van corona, wat ertoe leidt dat meer werknemers een beroep op regelingen zullen doen. Anderzijds verwacht hij een groot tekort aan werknemers. Vermoed wordt een mismatch qua leeftijd, opleiding etc. Het is daarom cruciaal om daarop te anticiperen. Op een andere manier proberen te kijken en daaraan tijd besteden zou hij mooi vinden: out of the box kijken naar iets dat over twee, drie jaar aan de orde zou kunnen zijn. Dat gaat verder dan regionale samenwerking en digitalisering, die al bekend zijn. Men zou zelfs een pijler kunnen toevoegen genaamd ‘innovatie’ of ‘toekomstige effectieve instrumenten’. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES sluit zich aan bij de heer Terlouw. Met het gevraagde van mevrouw Den Engelsman over de visie moet zij terug naar haar fractie. Het valt haar op dat de wethouder aangeeft dat er heel veel goed gaat en zaken landelijk worden opgepakt. Een harde kern komt echter niet aan het werk. Belangrijk is dat mensen fit zijn voor werk, wat breder kan zijn dan een opleiding hebben, zoals dagritme hebben. Een hond kan daarvoor zorgen. Zij
Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2021
Pagina:
18
vroeg zich aan de hand daarvan af of mensen ook recht hebben op geld om voor een huisdier te kunnen zorgen, zodat ze op die manier ook leren om voor zichzelf te zorgen. Mevrouw WEEMHOFF ziet een duidelijk verband tussen armoede en het ontsporen van jeugd. Armoede en het niet meedoen aan de samenleving bevat dus zoveel meer aspecten. Zij kan niet begrijpen waarom de wethouder niet bereid is verder te onderzoeken of basisbanen een bijdrage zouden kunnen leveren in Capelle, zeker in relatie tot het integraal kijken naar problematiek. Wethouder mevrouw WESTERDIJK denkt dat de weg naar het nemen van een huisdier makkelijker is geworden gezien het voorstel bij de voorjaarsnota om de hondenbelasting af te schaffen. Zij zou verder niet weten waarom de gemeente een huisdier zou moeten faciliteren. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES bespeurt een lichte tegenstrijdigheid in de redenering van de wethouder. Enerzijds wil de wethouder de gemeente een huisdier niet laten faciliteren, terwijl anderzijds hondenbelasting geen financiële belemmering zou mogen zijn om dat aan te schaffen. Wethouder mevrouw WESTERDIJK stelt dat het ook een keuze is om niet voor basisbanen te kiezen. Wel zijn er opstapbanen, werkervaringsbanen en vrijwilligersplekken. De gemeente voorziet dus al in veel mogelijkheden om mensen stapjes naar werk te laten maken.
Het college wil geen onderzoek naar basisbanen doen, omdat een lokaal onderzoek gaat op basis van bronnen van landelijke onderzoeken. Dat landelijke onderzoek wil zij afwachten. De keuze is nu niet voor basisbanen gemaakt, maar wel voor de andere genoemde banen. De heer Terlouw heeft volgens haar een heel goede suggestie gedaan. Er is budget voor onderzoek vrijgemaakt om innovaties te bewerkstelligen. De gemeente zit in een gemeenschappelijke regeling en veel middelen gaan naar de uitvoeringspartner IJsselgemeenten. Dat budget wil zij besteden om lokaal in Capelle innovaties te bewerkstelligen. De gedane suggestie is een mogelijkheid om daarnaar verder te kijken. Of dat direct onderzoek is durft zij vanavond niet te zeggen. De VOORZITTER constateert dat het voorstel als bespreekstuk wordt doorgeleid naar de raadsvergadering. Schorsing (22.43 – 22.55 uur). 10. Vaststellen van het Beleidskader aanpak armoede en schulden ‘Doen wat Werkt’, 2021- 2024 De heer VAN VLIET is heel blij met de inhoud van het beleidskader en complimenteert de wethouder en de ambtenaren wederom. Wel zet hij vraagtekens bij de opmerking in de inleiding over dat de kosten van de energietransitie bij de lage inkomenshuishoudens terechtkomen. Dat lijkt hem een politieke keuze. De inhoud van het beleidskader is inzetten op integraliteit met een aantal goede en belangrijke thema’s.
Daarbij wordt aangesloten bij landelijke en regionale onderzoeken. Als die onderzoeken ontbreken gaat de gemeente die zelf doen. Hij vraagt of het college zicht op de doelgroep heeft, wie die mensen daarin zijn en of het die weet te bereiken. De gemeente wil vindbaar en bereikbaar zijn, maar als zij zelf op zoek gaat moet zij weten waar ze moet kijken. De vraag is ook hoe de drempel naar de gemeente zo laag mogelijk is te houden. Verder ziet hij veel onderzoeken in het uitvoeringsplan. Sturen op feiten en wetenschappelijk onderzoek is mooi, maar wat gebeurt en met de uitkomst van zo’n onderzoek? De vraag is ook hoe die uitkomst in het beleidskader wordt verwerkt. Dezelfde vraag heeft hij over de notities die als product in het uitvoeringsplan staan en daarvan wil hij weten wat men daarmee praktisch kan. In het hoofdstuk ‘Verbinden aanpak gezondheid’ mist hij de aandacht voor zorgmijders, mensen die niet naar de huisarts gaan omdat dat ten koste zou gaan van hun eigen risico. Wellicht kan dat punt in het overleg met de zorgverzekeraars meegenomen worden. De vijf knoppen van de visie op het sociaal domein ziet hij in dit beleidskader niet naar voren komen en wellicht moet dat wel om de integraliteit meer te benadrukken, waarbij die knoppen heel goed passen in de kolom ‘verband met’ in het uitvoeringsplan.
Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES ziet ook in dit beleidskader weer een stukje voortzetting van staand beleid en een stukje nieuw beleid, inclusief de integrale aanpak. Zij is benieuwd hoe het beleid gaat werken. Fijn is dat de sociale partners hebben meegelezen en overwegend positief over de plannen zijn. Zij gaat mee in het voorstel om de financieel toegezegde middelen meteen voor de komende tijd te labelen en in te zetten. Terecht is dat in de komende tijd meer aanvragen verwacht worden vanwege
Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2021
Pagina:
19
de coronacrisis. Er is dan budget om die extra aanvragen bij de kop te pakken. Zij kon alleen niet ontdekken waaraan het geld dan wordt besteed. De ChristenUnie is blij met de inzet op financiële educatie, vroegsignalering en laaggeletterdheid, vanwege mensen in de doelgroep met een niet-Westerse achtergrond. Kinderen moeten naar school gaan en de gemeente moet zorgen dat hun ouders een baan krijgen. De vraag is hoe dat moet gebeuren, of de maatschappelijke partners voldoende betrokken zijn, of er ondersteuning is van vrijwilligers, of de informatie leesbaar is en of ervaringsdeskundigen op een goede manier worden ingezet. Ook hier vraagt zij wat er anders is dan voorheen werd gedaan. Verder vraagt zij of de schuldsanering voldoende terugkomt. Mevrouw DEN ENGELSMAN zegt dank voor het uitgebreide stuk, dat de integraliteit weer dichterbij brengt en dat voor de raad goed te monitoren is via het voorliggende kader en het uitvoeringsplan. De Adviesraad Sociaal Domein legt de nadruk op maatwerk, dat zij in het beleidskader ziet terugkomen. Veel zaken worden voor de persoon gedaan in plaats van voor een groep. Zij vraagt hoe zij verleiden door beloning, vermeld op pagina 4 van het uitvoeringsplan, moet zien. Bij de aanpak van eenzaamheid wordt in eerste instantie gekeken naar de maatschappelijke partners en later bijvoorbeeld naar het Pact van Capelle of de alliantie.
Het CDA raadt aan de Alliantie tegen Eenzaamheid al aan de voorkant mee te nemen bij het uitwerken van de plannen. Bij het versterken van de beleidslijn is een sportfonds voor volwassenen genoemd, dat zij een heel mooi initiatief vindt, zeker in coronatijd. Wel vraagt zij wat voor het college bepalend is om het onderzoek daadwerkelijk te gaan doen. Pagina 16 van het uitvoeringsplan vermeldt één loket voor geldzaken. Om reiskosten te besparen zouden de huizen van de wijk daartoe als locatie gebruikt kunnen worden. Veel instrumenten worden ingezet, toegevoegd of integraal verbonden. Verder informeert zij naar de aanpak van energiearmoede en of de gemeente die zelf gaat doen. Zij is blij met het betrekken van de doelgroep met focusgroepen, testpanels en klantreizen, het monitoren van de efficiencyinzet van de eigen instrumenten en het volgen van de landelijke trends. De heer JALIENS legt de focus op mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Bij gunstige ontwikkelingen in het bijstandsbestand komen er wat meer ruimte en mogelijkheden om die doelgroep te gaan bedienen. Er is namelijk geen betere remedie tegen armoede dan werk. Het is dus van belang om de doelgroep te laten profiteren van de komende economische ontwikkelingen.
De doelgroep heeft de boot gemist bij de economische ontwikkelingen na de vorige economische crisis Bij het tegengaan van kinderarmoede heeft het college twee adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein overgenomen, waarvan een ervan te maken heeft met informatie aan de doelgroep in meerdere talen geven. Daarbij legt hij een link met het nog niet besproken rapport van de Kinderombudsman, die ook een aanbeveling in die richting heeft gedaan. Het college was daarover nogal negatief en nam die aanbeveling niet over. Nu leest hij dat het college het advies van de Adviesraad Sociaal Domein wel overneemt om informatie over armoede en schulden in meerdere talen te geven. Hij vraagt het college om te kijken welke informatie en communicatie in meerdere talen ertoe kan bijdragen dat deze doelgroep kan worden toegeleid naar taalcoaching en overige voorzieningen die de taalvaardigheid zouden moeten kunnen vergroten. De heer KOLSTER noemt het beleidskader Armoede en Schulden ontzettend belangrijke materie. Problemen, zoals het hebben van geen baan of huiselijk geweld, kunnen schulden veroorzaken. Schulden kunnen ook weer allerlei problemen in het gezin veroorzaken. Het kan zijn dat men niet uit die cyclus komt en daarom is het enorm belangrijk daarop goed in te zetten. Naar de mening van de VVD gebeurt dat goed. Allereerst door een inzet op preventie met voorkomen, verhelpen en verhinderen.
Bij schulden moet men zo vroeg mogelijk aanwezig zijn en mensen daaruit proberen te halen. De integrale aanpak sluit mooi aan op de multiproblematiek waarvan in een gezin sprake kan zijn. Daarop wordt ook volop ingezet via budgettraining, budgetcoaching, budgetmaatjes en gastlessen op scholen. Ook ligt er een smart uitvoeringsplan en de input van de commissie is goed meegenomen. Hij is dus alleen maar tevreden. De heer HOLKAMP vindt het een mooi stuk geworden waarin het eerder besprokene goed is weergegeven. Ook D66 herkent uitgangspunten die de fractie na aan het hart liggen. Capellenaren geven hun eigen leven vorm is een prachtig uitgangspunt, evenals de aandacht voor preventie. Mensen die het zelf even niet redden worden ondersteund. Beleidslijn.3.2.2 over het versterken van de integrale aanpak is mooi. Die beschrijft de samenhang met andere beleidsterreinen, domeinen en leefgebieden. Dat noemt hij een hele stap vooruit, maar
Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2021
Pagina:
20
een echte integrale aanpak gaat eigenlijk nog een stapje verder. De vraag is of dat stapje nog kan worden gezet. Ook hij is het eens met informatievoorziening in andere talen, waarbij ook kan worden gekeken naar doorverwijzing naar taalcoaching, opdat mensen de Nederlandse taal goed machtig worden. De opmerking van het college niet alles te vertalen, omdat dat remmend zou werken op het leren van Nederlands is wel een zware dobber voor mensen die de taal niet machtig zijn en die deze moeten leren aan de hand van gedetailleerde en meer lastige documenten over regelingen en voorschriften. Juist mensen in een kwetsbare positie zou men niet op zo’n manier moeten dwingen om Nederlands te leren. De heer TERLOUW kwalificeert het document ook als mooi en vindt het goed in te zetten op preventie. Voorkomen is namelijk beter dan genezen. Ook wat hem betreft zou nog een stapje verder kunnen worden gezet, een inzet op veranderen. Daarom is hij blij met de inzet bij preventie op gedrag, kennis en educatie. Naast het hebben van een baan gaat het om de omgang met geld, vooruit kijken en leren sparen voor iets. Ook hij vraagt aandacht voor een inzet op jongeren in armoedegezinnen. De uitdaging is om de beleidskaders over armoede en schulden en werk en inkomen samen te voegen.
Als dat gebeurt schrijft de wethouder historie, zeker omdat 47% van de mensen van de mensen met armoede en schulden een uitkering heeft. Mevrouw WEEMHOFF sluit zich aan bij de opmerking dat een mooi stuk voorligt. Het uitvoeringsplan is ook prachtig uitgewerkt. De vraag is wel hoe men weet dat de beoogde resultaten zijn behaald. Zijn monitoringsinstrumenten en een dashboard daartoe voldoende? Een derde van de armen werkt en zij adviseert daarom actief werkgevers te benaderen, die heel veel last hebben van medewerkers met schulden en armoedeproblematiek. Dat leidt tot ziekteverzuim en verloop. Werkgevers hebben dus alle belang erbij om samen te werken met de gemeente om dit te voorkomen. Naast werkende armen vraagt zij aandacht voor uitkeringsontvangers en pensioenontvangers. De gemeente ontvangt voor 2021 € 115.000,- voor het tegengaan voor armoedeproblematiek. Dat geld wordt in de voorjaarsnota bestemd voor 2022 en 2023, wat zij niet begrijpt. De heer VLOT benadrukt het uiterst precaire onderwerp in de samenleving. Veel werkenden hebben te maken met lage lonen en hoge lasten. In de jaarstukken las hij dat verkennende gesprekken plaatsvinden met de Kredietbank. In het eerste kwartaal van dit jaar zou een overeenkomst daarmee zijn gesloten, maar de indicator is nog steeds oranje.
De vermelding van het terugdringen van het beroep op bewindvoeringstrajecten kan hij niet helemaal duiden. Met vier bewindvoeringsorganisaties heeft de gemeente een convenant gesloten en wordt een pilot uitgevoerd om betere samenwerking te organiseren om Capellenaren met schulden beter en sneller te helpen. Hij informeert naar de rol van de bewindvoerder als er budgetmaatjes etc. zijn. Bij het bereiken van de doelgroep is een groene indicator vermeld en staat dat de toegang naar hulp bij geldzorgen lager is ingericht. De toegangspoort is bij Welzijn Capelle neergelegd. Taalonderwijs is geprivatiseerd en het is misschien prettiger om dat op een andere manier te doen. De andere twee indicatoren zijn oranje, maar daar wordt wel het eerste kwartaal van 2021 voor overleg of afronding genoemd en daarop vraagt hij een toelichting. Wethouder mevrouw WESTERDIJK merkt op dat de rode draad voorkomen, verhelpen of verzachten is. Dat neemt niet weg dat de omstandigheden door corona zeer onzeker zijn, waardoor wordt gedaan wat werkt. Er is deels zicht op de doelgroep. Bij mensen met schulden en armoede zit heel veel schaamte. Uiteindelijk moeten mensen zelf de eerste stap zetten naar hulp en dat wordt geprobeerd zo laagdrempelig mogelijk te doen. Het spinnenweb van hulpaanbod is door de wijken heen gezet.
Een aanbeveling was een centraal punt in Capelle te hebben voor vragen rondom geldzorgen. Dat punt is belegd bij Welzijn Capelle. De signaleringsfunctie zit in de huizen van de wijk. Indien nodig komt er een voorstel over het implementeren van de uitkomsten van onderzoeken. Capelle beschikt over een collectieve zorgverzekering om te zorgen dat mensen met minder middelen ook een goede zorgverzekering kunnen hebben. Zij hebben dan geen eigen risico en maken dan direct de stap naar zorg. Zij zijn dan niet zorgmijdend. De extra middelen zijn bestemd voor inzet in de brede schulddienstverlening, schuldsanering en schuldsaneringskrediet. De overeenkomst met de Kredietbank daarover moet nog getekend worden.
Commissie Samenleving en Economie 22 juni 2021
Pagina:
21
Het convenant bewindvoering is afgesloten en bezien wordt of dat waardevol is geweest en doorgang kan vinden. Verleiden van mensen met een beloning om iets te gaan doen kan volgens wetenschappelijk onderzoek resultaat opleveren. Informatie wordt verstrekt in meerdere talen en de suggestie om partners, vrijwilligers en mensen in de wijk te trainen in het herkennen van laaggeletterdheid vindt zij heel goed. Dat punt is nog in het uitvoeringsplan op te nemen. De vraag over het Actieplan Energie beantwoordt zij door te vermelden dat het gaat om een coproductie tussen de afdelingen Stadsontwikkeling en Samenleving, die ook daar wordt uitgevoerd. Zij vraagt welke stap de heer Holkamp verder in integraliteit wil zetten. De heer HOLKAMP licht toe dat in het sociaal domein het uitgangspunt geldt van één gezin, één plan en één regisseur. Wethouder mevrouw WESTERDIJK noemt dat uitgangspunt zeker waardevol en dat kan verwerkt worden in de doorbraakmethode, die in een voetnoot in het programma is opgenomen. Soms zijn verschillende expertises nodig en om dan de mix te vinden met één regisseur is wat lastiger. De suggestie is echter zeker wat waard. Er komt een pilot over een sociaal hospitaal. Het samenvoegen van twee beleidskaders noemt zij een papieren werkelijkheid. Integraliteit ontstaat namelijk in de uitvoering en niet papier.
Als in de praktijk beleidskaders kunnen vervlechten en samengaan, dan is de suggestie nog niet zo gek, maar voor nu wil zij de integraliteit vooral in de uitvoering laten ontstaan. De suggestie van mevrouw Weemhoff om werkgevers te benaderen vindt zij ook heel goed. Zo kan er ook binding met de medewerkers ontstaan. Die suggestie wil zij ook in het uitvoeringsplan opnemen. Tweede termijn De heer TERLOUW snapt de volgorde van de wethouder, die eerst tot uitvoering wil overgaan. Uiteindelijk kan men een beleidskader gebruiken om in de uitvoering zaken praktisch bij elkaar brengen. Mevrouw DEN ENGELSMAN suggereert in het vorige uitvoeringsplan over werk en inkomen een vijfde kolom toe te voegen met een verwijzing naar andere (beleids)kaders. Wethouder mevrouw WESTERDIJK vindt het samenvoegen van de twee beleidskaders voor nu niet direct een optie. Wellicht had zij daarover vooraf moeten nadenken. Er liggen nu twee mooie documenten voor, met ook de uitvoeringsdocumenten. Daaraan zijn nog toevoegingen te doen. Of zij overgaat tot het toevoegen van een vijfde kolom weet zij niet, omdat het college dan het stuk opnieuw moet vaststellen. De suggestie kan over twee jaar worden meegenomen, maar voor nu wil zij dat niet doen. 11. Rondvraag Er zijn geen vragen. 12.Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.42 uur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Samenleving en Economie van 14 september 2021, de secretaris, de voorzitter,