Conceptverslag CommissieBVM21062021Openbaar
Tekst van het document
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
1
Verslag van de openbare vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen, gehouden op maandag 21 juni 2021, in de Van Polanenzaal van het gemeentehuis in Capelle aan den IJssel, aanvang 20.06 uur Aanwezig zijn als: voorzitter
de heer mr. P.M.D. Weijers;
volksvertegenwoordigers
de heer J. Janson, raadslid Leefbaar Capelle; de heer C.A.J. Schaatsbergen, raadslid Leefbaar Capelle; de heer P.G. Holkamp, raadslid D66; de heer J. Hooijkaas, burgerraadslid D66; de heer Z. Schelkers, raadslid D66; de heer M.N. Landzaad MSc LLM, raadslid VVD; de heer G.M. Veenema, burgerraadslid SGP; de heer S. Geissler, raadslid PvdA, de heer ing. J.F. Breepoel, raadslid SP; mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries Med, raadslid ChristenUnie; de heer dr. V. Stevens, burgerraadslid CDA; de heer J.M. Snijders, raadslid GroenLinks;
secretaris
de heer S.G.V. Schouten
griffie
mevrouw drs. T.A. de Mik;
portefeuillehouders
mevrouw A.J. Hartnagel, wethouder; de heer mr. P. Oskam, burgemeester; de heer N.C. van Veen, wethouder;
ambtelijke ondersteuning
de heer drs. A.R. Ruijmgaart RA MGA, 1e loco-secretaris; de heer mr. drs. L. van den Herik, unithoofd Juridische Zaken; de heer A. van Dijk, unithoofd Beleid & Advies;
notulist
de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum);
Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering geen personen aanwezig.
1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de vergadering om 20.06 uur en heet eenieder van harte welkom. De agenda wordt. ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslagen - commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 17 mei 2021 - commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen en Samenleving en Economie van 25 mei 2021; De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. Spreekrecht inwoners Van het spreekrecht wordt geen gebruik gemaakt. 4. Gemeenschappelijke regelingen (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, IJSSELgemeenten en politie) Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Burgemeester OSKAM heeft vorige week kennisgemaakt met de nieuwe brandweercommandant van Capelle, Henk Steens, die heel ambitieus en eager is om de brandweer te leiden. Met de nieuwe commandant is afgesproken in het najaar een commissievergadering bij te wonen en te vertellen over ontwikkelingen bij de brandweer. Ook kan de commissie dan vragen stellen aan de wijkbrandweerfunctionaris. 5. Corona De VOORZITTER had een goede meeting met de raadsbrede commissie en het college over het herstelplan. Het is nog te vroeg om dat te presenteren, maar wat nu al mogelijk is gebeurt al.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
2
Op 7 juli vindt een bijeenkomst plaats met het college, de directie en de fractievoorzitters en wordt met de benen op tafel doorgepraat over het eerste concept van het herstelplan. Het herstelplan bevat de volgende thema’s: - fysiek en mentaal welzijn, waaronder sport; - onderwijs en perspectief voor de jeugd; - het ondernemersklimaat voor nu en later; - bouwen en verduurzamen; - meedoen door werk, scholing en begeleiding; - bereikbaarheid; - voorkomen van problematische schulden; - samenwerking; - nieuwe plannen en innovatie. Op 4 oktober vindt er een raadsbrede commissie plaats en dan moet het plan zo goed als klaar zijn. Op 1 november wordt het herstelplan in een extra raadsvergadering besproken en hopelijk ook afgetikt. De ontwikkelingen met corona gaan de goede kant op, maar wel is er de deltavariant uit India. Na terugkomst van vakantie is het verstandig zich aan de regels te houden. 6. Invulling taakstelling vanaf 2024 De VOORZITTER merkt op dat de memo ‘Invulling taakstelling’ het proces schetst waarlangs maatregelen zijn geïnventariseerd om te komen tot een concretisering van de opgenomen taakstelling in de begroting. Dat is gelukt voor de jaren 2024 tot en met 2026. Voor de jaren vanaf 2027 resteert er nog een kleine taakstelling. De memo ligt ter consultatie aan de commissie voor. De uitkomsten daarvan zullen worden betrokken bij de afwegingen bij de Begroting 2022.
De heer VEENEMA heeft de memo met enige verbazing gelezen. Ten eerste is het een heel bijzondere gang van zaken dat is toegezegd dat de werkgroep SIR zou worden meegenomen in het proces om tot een voorstel zoals verwoord te komen en dat dat vervolgens niet is gebeurd. De werkgroep werd recent ineens geconfronteerd met een collegebesluit om het proces anders in te richten. Dit gegeven en het feit dat de inhoud van de memo politieke keuzen met zich meebrengt heeft ertoe geleid dat die niet door de werkgroep SIR is besproken, maar nu aan de commissie wordt voorgelegd. In de laatste vergadering van de werkgroep SIR heeft de werkgroep drie vragen aan de commissie meegegeven. De eerste vraag was of de commissie kan instemmen met het door het college gewijzigde proces, met de keuze om de kerntakenzoektocht en de bijbehorende participatiezoektocht meer in de voorfase van de bezuinigingszoektocht te plaatsen. Wat de SGP betreft zou deze vraag en in het verlengde daarvan ook de twee andere vragen eerst door de commissie moeten worden beantwoord. Als het antwoord daarop namelijk nee is hoeft een memo over invulling van de taakstelling vanavond ook niet te worden besproken. Het college beargumenteert het gewijzigde proces met de opmerking dat er nog wel even de tijd is, omdat er op de korte termijn nog een redelijk positief meerjarenperspectief is.
Juist om die reden is er volgens hem geen reden om niet eerst een kerntakendiscussie te voeren en van daaruit tot bezuinigingsvoorstellen te komen. Door de volgorde om te draaien, waarvoor er geen noodzaak is, gaan er al beleidsinhoudelijke bezuinigingsvoorstellen gedaan worden en wordt er feitelijk al voorgesorteerd op de kerntakendiscussie. Wat de SGP betreft is dat niet de goede volgorde. Dat betekent overigens niet dat de stofkam niet door zaken gehaald kan worden. Waar efficiencyslagen mogelijk zijn moet men die maken. Zolang het niet over beleidsinhoudelijke keuzes gaat hoeft de raad daarvoor ook geen toestemming vooraf te geven. Als er al wordt gekozen voor een spoor in lijn met de voorliggende memo zou dat volgens hem als volgt moeten: - ten eerste wordt de memo leeg gemaakt van inhoudelijke keuzes; dat betekent dat sporen 1 en 2 overblijven en wellicht ook een klein deel van spoor 3 wat betreft efficiencyslagen; - de raad gaat parallel op korte termijn een kerntakendiscussie voeren, die kan worden voorbereid door de werkgroep SIR. Hij is benieuwd naar de reactie van de wethouder op zijn voorstel en of de andere fracties dat steunen. De heer HOLKAMP beantwoordt de hoofdvraag om al dan niet verder te gaan met de werkgroep SIR met nee. De werkgroep kan wat D66 betreft worden opgeheven. Daarvoor zijn er meerdere redenen.
De kerntakendiscussie is door het college zo lang uitgesteld dat er eigenlijk een tijdsprobleem is ontstaan. Het advies om opnieuw naar de kadernota kerntakendiscussie te kijken dateert al van het voorjaar 2019. Het heeft anderhalf jaar geduurd, voordat het college daaraan iets is gaan doen. De adviezen die de werkgroep SIR heeft uitgebracht om tot solide financiën te komen, waarmee het college het in het verleden eens was, worden nu deels teruggedraaid. Daarmee zijn de werkzaamheden van de werkgroep wat D66 betreft verworden tot een soort bezigheidstherapie voor raadsleden en
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
3
ambtenaren. Dat is zonde van de tijd en energie, nu blijkt dat het college daaraan weinig waarde hecht. Vanaf 2020 is gesproken over de kerntakendiscussie. De ambtelijke organisatie heeft met het college daarvoor een planning gemaakt. Die planning is op verzoek van de werkgroep ook al eens aangepast, omdat de tijd die ervoor genomen wordt eigenlijk te krap is. Het college heeft gezegd een tweesporenbeleid te volgen: enerzijds kijken naar technische bezuinigen en anderzijds de kerntakendiscussie voeren, ook met Capellenaren. Dat was de situatie in februari 2021. Op 18 mei kwam ineens het bericht dat het college het voornemen heeft om het geheel anders te doen: de kerntakendiscussie doorschuiven en eerst kijken naar financieel-technische maatregelen. De werkgroep SIR is dan eigenlijk niet meer de moeite waard. Veel voorstellen die eerder zijn gedaan worden eigenlijk weer teruggedraaid, wat hij als buitengewoon teleurstellend ervaart. Hij begrijpt redelijk goed wat de SGP bedoelt. Dat weegt hij af tegenover wat het college heeft neergezet, namelijk zorgen voor invulling van de taakstelling van 2024 en verder. Hij meent dat er geen tijd is om eerst de kerntakendiscussie te doen. Het college zal dan met een ander soort voorstel moeten komen. De heer VEENEMA vraagt of de heer Holkamp de kerntakendiscussie niet meer wil voeren.
De heer HOLKAMP is op zich daarvan wel een voorstander, maar denkt dat in deze raadsperiode niet meer te gaan redden. Hij meent dat er niet veel politieke partijen zullen zijn die deze winter een kerntakendiscussie met Capellenaren willen voeren. De heer LANDZAAD is blij met het teruggaan naar de commissie. De VVD kan zich vinden in de stappen van het college en het eerst kijken naar technische en efficiencyslagen. Pas in een later stadium kijkt men dan naar eventuele bezuinigingen. Of de eerste stappen al dan niet verantwoord of politiek wenselijk zijn is volgens hem een discussie voor bij de voorjaarsnota. Gevraagd is of de commissie kan instemmen met de andere invulling van het college en dat doet de VVD wel. De tweede vraag is of de werkgroep SIR een apolitieke rol kan krijgen in het proces, welk proces wat anders is gelopen dan wat allen tevoren hebben bedacht. D66 wil stoppen met de werkgroep SIR, waarbij de VVD zich dan afvraagt of D66 het kind met het badwater weggooit. Hij ziet namelijk nog wel een rol voor de werkgroep SIR weggelegd. Een van de belangrijkste aandachtspunten van de gemeente is volgens de accountant de omvangrijke investeringsagenda voor de toekomst, gelet op de financiële situatie van de gemeente. Er moet iets gebeuren met de structurele investeringsruimte, taakstellingen en het gezond houden van de financiën van de gemeente.
Die uitdaging is niet weg en de VVD voorziet daarin nog steeds een rol voor de werkgroep SIR, bijvoorbeeld ook in een komende kerntakendiscussie. Om die discussie nog voor de gemeenteraadsverkiezingen er doorheen te jagen lijkt de VVD echter uiterst onverstandig. In het voorstel van de SGP gaat hij dus niet mee. Een rol van de werkgroep SIR kan zijn het monitoren van de voortgang van de stappen en een eventuele latere kerntakendiscussie. De werkgroep SIR kan ook adviezen over begrotingen en voorjaarsnota’s geven. De VVD is dus terughoudend met het stoppen van de werkgroep SIR, maar is heel benieuwd hoe de rest van de commissie daarover denkt. De heer HOLKAMP is benieuwd wat de heer Landzaad vindt van het terugdraaien van een behoorlijk aantal voorgestelde maatregelen van de werkgroep SIR. De heer LANDZAAD laat weten dat de VVD voorstander is van prudent, voorzichtig en conservatief begroten. Je kunt daarin ook te ver gaan. Men kan altijd kijken wat omliggende gemeenten doen, wat nog verantwoord is en wat past binnen de kaders van wet- en regelgeving. In dat licht zal de VVD de collegevoorstellen beoordelen. De heer VEENEMA vraagt wat de VVD vindt van de beleidsinhoudelijke keuzes in de memo, het feit dat daarmee wel wordt voorgesorteerd op de kerntakendiscussie en of dat wenselijk is.
Als de kerntakendiscussie na de verkiezingen wel wordt gevoerd, dan zal die meer beperkt zijn omdat er al maatregelen zijn genomen. De heer LANDZAAD is het daar niet geheel mee eens, omdat de eerste stappen echt technische voorstellen en efficiencyslagen zijn. Pas veel later komt men bij inhoudelijke bezuinigingsmaatregelen of lastenverhogingen terecht. Het past heel goed om dan een kerntakendiscussie te voeren, maar bij die stappen is de gemeente nog niet. Meer technische en efficiencyvoorstellen staan volgens hem een kerntakendiscussie niet in de weg. De heer STEVENS is dankbaar dat de heer Landzaad de taak van werkgroepvoorzitter SIR op zich heeft genomen. Hij vraagt de heer Landzaad als voorzitter van de werkgroep SIR te reflecteren op het proces en wat de leerpunten zijn om mee te nemen naar vervolgstappen. De heer LANDZAAD herkent zich in de situatieschets van de SGP en D66, wier mening en weergave hij deelt over hoe het is gelopen in de werkgroep SIR. De werkgroep is al vrij vroeg in de raadsperiode begonnen om waardevolle, niet politieke adviezen te geven over het op orde krijgen en houden van de gemeentefinanciën. Daarbij speelden ook de kerntakendiscussie en mogelijke bezuinigingen. Het was echter ook niet de bedoeling dat de werkgroep SIR een bezuinigingswerkgroep zou worden, waarin meer politieke afwegingen zouden plaatsvinden.
De werkgroep was meer een procesbegeleider en –
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
4
bewaker en keek of het college voortgang boekte. In de kerntakendiscussie is geen voortgang geboekt en die heeft wel een aantal keer op de agenda van de werkgroep SIR gestaan. Het college is tot een ander inzicht gekomen, waarmee de werkgroep SIR lichtelijk is overvallen. De werkgroep zag de toekomst op dat moment anders voor zich en was toen niet op de hoogte van de inhoudelijke keuze van het college. In de laatste vergadering van de werkgroep is daarom gezegd terug te gaan naar de commissie om te voorkomen politiek te bedrijven. De heer STEVENS is blij met die transparantie. De raad heeft een opdracht meegegeven aan de werkgroep. In de najaarsnota is meer dan € 20 miljoen gevoteerd, zodat een kerntakendiscussie heel essentieel is. Eigenlijk gaat het hier om een vorm van dualisme. De heer Landzaad vertegenwoordigt de werkgroep en hij vraagt welke stappen die heeft ondernomen om het ongenoegen kenbaar te maken in het licht van het dualisme richting het college na het komen tot het inzicht dat het proces anders is gelopen dan uitgedacht. De heer LANDZAAD heeft bewust geen stappen gezet, omdat is geconstateerd dat de werkgroep niet politiek van aard is. In het vergaderverslag klinkt ook de teleurstelling van de werkgroep SIR door. Het verloop was enigszins verrassend ten opzichte van het proces dat de werkgroep voor ogen had.
Vanavond is er een politieke discussie over de vraag of de commissie zich kan vinden in de stappen die het college voorstaat. De heer SCHAATSBERGEN heeft gekeken wat de werkgroep in de memo van de commissie heeft gevraagd en heeft bezien hoe hij tegen het collegestuk aankijkt. Nu is er sprake van een moment dat rigoureuze bezuinigingsvoorstellen uit te stellen zijn. Voor een kerntakendiscussie is er nog geen noodzaak. Wel wil het college intern kijken wat er mogelijkerwijs aan efficiency kan gebeuren. Het opstarten van een participatieproject met betrekking tot een kerntakendiscussie vlak voor de verkiezingen noemt hij utopisch. Leefbaar Capelle kan zich heel goed vinden in het standpunt van het college, dat in de memo voorligt. Het college heeft een ander besluit genomen dan wat de werkgroep SIR had verwacht. Daarom vraagt hij het college of het bereid is met de werkgroep om de tafel te gaan om het proces nog eens uit te leggen en over het waarom het besluit is genomen. De werkgroep SIR is een werkgroep van de raad, in het leven geroepen met een bepaald doel. De vraag is ook waarom de werkgroep niet in een eerder stadium is geïnformeerd. Leefbaar Capelle is er voorstander van om alle voorzieningen zo lang mogelijk in stand te houden en dat is ook wat het college poogt te doen.
De heer HOLKAMP is een beetje verrast door de woorden van de heer Schaatsbergen, dat er op dit moment nog geld genoeg zou zijn voor wat de gemeente wil doen. Tussen die opmerking en het memo van het college proeft hij een grote strijdigheid. Hij vraagt waarom die memo op tafel komt als de gemeente geld genoeg heeft en er feitelijk niets aan de hand is. De heer SCHAATSBERGEN vindt het altijd goed om regelmatig intern te kijken naar processen. In de loop van de jaren gaan er allerlei zaken plaatsvinden en dan is het goed te kijken wat voor processen zijn ingericht, die eigenlijk een beetje ongemerkt uit de hand gelopen zijn. Als je daar een efficiencyslag kunt maken kun je daarna kijken wat er nodig is om grote bezuinigingsslagen te maken, waarvan de burger last gaat krijgen. De heer HOLKAMP ziet in de memo een aantal maatregelen gericht op het invullen van een taakstelling vanwege geldtekort. Dat is iets anders dan de stofkam door de organisatie halen. De heer SCHAATSBERGEN concludeert bij jaarrekeningen dat de gemeente steeds geld over heeft. De begrotingssystematiek is dan niet helemaal juist of er zijn andere zaken aan de hand. De heer STEVENS vraagt hoe de heer Schaatsbergen tegenover het proces staat en vindt hoe dat is verlopen. De handreiking om nog eens het gesprek met de werkgroep SIR aan te gaan waardeert hij zeer.
Gezien het in de najaarsnota gevoteerde bedrag van € 20 miljoen is hij benieuwd hoe binnen de fractie van Leefbaar Capelle is gesproken over de kerntakendiscussie en over de koerswijziging van het college, gezien de structurele veranderingen die nodig zijn. De heer SCHAATSBERGEN merkt op dat de werkgroep SIR twee leden van Leefbaar Capelle telt, de heren Jaliens en Spruit. Zij hadden het voorliggende stuk ook graag in de werkgroep besproken en zij hebben hem een positieve insteek meegegeven. Leefbaar Capelle wil zo lang mogelijk voorkomen dat de Capellenaar door middel van een kerntakendiscussie en een afschalingsslag in het voorzieningenniveau getroffen wordt. Daarom steunt hij het collegevoorstel, maar wel met de opmerking over het proces en om nog eens te praten met de werkgroep en die uitleg te geven. De heer STEVENS is blij met de transparantie en inzet van eenieder, maar reageert geschrokken op het memo. Het proces begon in 2019 en toen was al een heel grote opgave te zien. De wethouder heeft altijd aangegeven het gesprek en de dialoog met raad aan te gaan. De raad heeft de verantwoordelijkheid genomen om zitting te nemen in de werkgroep SIR. Hij vindt het niet voeren van een kerntakendiscussie dan een gemiste kans. Richting de verkiezingen ontstaat er tijdsdruk als die kern-
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
5
takendiscussie toch gehaast moet worden gevoerd. Hij is het wat dat betreft eens met het door de VVD, D66 en Leefbaar Capelle gezegde. Dat stelt de raad wel voor een lastig dilemma, omdat het belangrijk is om de discussie in alle eerlijkheid en in alle transparantie te voeren, zodat de juiste keuzen worden gemaakt en de mooie stad niet beschadigd raakt. Naar aanleiding van de memo en vragen van de werkgroep SIR ziet hij een drievoudige taak voor de werkgroep in het vervolg: een apolitieke taak. Hij wil ten eerste vanuit de monitoring van de werkgroep een kaderstellend advies over de P&C-documenten naar de raad teruggekoppeld zien. Daarnaast wil hij als tweede taak graag een signaleringsrol van de werkgroep zien. Nagegaan kan worden of het proces goed verloopt, of er echt in alle hoeken en gaten vanuit het gemeentehuis wordt gekeken, of de stofkam er echt doorheen wordt gehaald en of er volledige transparantie is. De signaleringsrol van de werkgroep is belangrijk, gezien de actie van het college. Als laatste en derde taak voor de werkgroep ziet hij de inrichting van de burgerraadpleging. Het is namelijk belangrijk de kerntakendiscussie met de Capellenaar te voeren. Het laatste jaar heeft ook laten zien dat het gemeentebestuur nog niet supergoed is in burgerparticipatie.
Daarin worden wel stappen gezet, maar hij verwacht dan ook dat de werkgroep een zeer belangrijke rol gaat spelen bij bijvoorbeeld de vraagstelling op welke wijze mensen betrokken worden en hoe de Capellenaar in de keuzen wordt meegenomen. Hij vindt het belangrijk de kerntakendiscussie zo snel mogelijk na de verkiezingen met de raad te voeren. In reactie op het memo is hij verrast door een aantal daarin vermelde punten. Een kapitaalreserve van € 18,7 miljoen is genoemd, terwijl is afgesproken niet nog een keer een reserve in te richten. Hij vraagt de wethouder daarop te reflecteren. Daarnaast vindt hij het pijnlijk te lezen dat er gelijk een bezuiniging wordt aangekondigd op een regionale energiestrategie, zeker nadat er in antwoord op vragen van de SGP over de jaarstukken een heel andere reactie kwam ten aanzien van klimaatadaptatie en duurzaamheid. Daarom vraagt hij zich af met welke mond wordt gesproken in het voorliggende stuk en de jaarstukken. Het bevreemdt hem verder te lezen dat er bij het Maria Danneels erf wordt gekozen om vrijwilligers in plaats van betaalde arbeidskrachten in te zetten. Die discussie wil hij niet voeren. Ook is hij benieuwd of is gekeken naar een efficiënter gebruik van vastgoed en de multifunctionaliteit daarvan. Pijnlijk vindt hij het voorts te lezen dat bij Wmo individueel het college de randen van de wet aan het opzoeken is.
Dat schetst dat de gezamenlijke discussie gevoerd moest worden. Hij roept het college op zeker na de verkiezingen de kerntakendiscussie aan te gaan, daarbij structureel de werkgroep te betrekken met de eerder geschetste drie rollen en een knieval te maken omdat er de afgelopen drie jaar ruimte was voor de kerntakendiscussie en dat die niet is gevoerd. De heer HOLKAMP hoorde de heer Stevens de werkgroep SIR een rol toekennen ten aanzien van het participatieproces. Die rol vindt hij dubbel, omdat de werkgroep SIR in de afgelopen jaren ook een participatieproces was. Dat proces is ermee geëindigd dat het college lang is meegegaan in wat de werkgroep heeft besproken, maar uiteindelijk toch iets anders heeft besloten. Dat vindt hij dus niet zo’n mooi voorbeeld van hoe een participatieproces eruit zou moeten zien. Misschien kan de heer Stevens hem van het tegendeel overtuigen. De heer STEVENS erkent dat de werkgroep SIR geen schoonheidsprijs verdient gezien de move die is gemaakt. Hij gelooft heel erg in de kunde van de mensen betrokken bij de werkgroep. Hij wil ook die werkgroep juist waarderen. Alle partijen zouden moeten betrokken worden bij de vraagstelling bij een burgerraadpleging, zeker vanwege de belangrijke onderwerpen en te maken keuzes over een paar miljoen euro over voorzieningen in de Capelse gemeenschap.
Hij uit juist waardering voor de werkgroep en wil de expertise daarvan ook gebruiken om een juiste vraagstelling te geven bij een burgerraadpleging, wat terugkomt in het nu voorliggende plan. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES wijst op andere groepen die zich met burgerparticipatie bezighouden en het zou verwarrend kunnen werken als ook de werkgroep SIR zich daarmee gaat bemoeien. De Auditcommissie houdt zich al bezig met de P&C-cyclus, terwijl de heer Stevens de werkgroep SIR ook daarin een rol wilde geven. Zij is bang dat de heer Stevens de werkgroep SIR in het leven wil houden met taken die ook op andere plekken al zijn belegd. De heer STEVENS denkt dat mevrouw Groenendijk zeer terecht koppelingen maakt en meent dat er zeker synergieën moeten worden gecreëerd. Hijzelf is onderdeel van de werkgroep burgerparticipatie, en er komt in het najaar een discussie aan over de Participatieverordening. Daarin zou men zich kunnen afvragen hoe de stad te betrekken is bij een stadsvisie en bij andere brede Capelse plannen. Een Auditcommissie heeft zeker een belangrijke taak, ook als het om de rechtmatigheid van bepaalde uitgaven gaat. De werkgroep SIR doet tijdsinvesteringen om actief mee te kijken en die zou een plek in het proces moeten krijgen om te laten weten waar die verbeterslagen ziet.
Het is volgens hem de meest directe medespeler van de raad, zodat het oordeel daarvan zeer belangrijk is om de juiste keuzen te maken. Vandaar zijn oproep tot versterking en waardering van de positie van de werkgroep SIR. Ook hij wil dubbel werk voorkomen, maar wel is er synergie mogelijk met de Auditcommissie en de werkgroep burgerparticipatie. Een breder gedragen visie vanuit de raad zou zijn voorkeur hebben.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
6
Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES stelt dat de datum van 18 mei een pijnlijke was in de geschiedenis van de werkgroep SIR. Haar vraag was toen wat de werkgroep dan nog zou moeten gaan doen. Het moment voelde voor haar als een deceptie. Zij is het eens met de heer Veenema niet tegen nadenken over bezuinigingen, efficiency zoeken en een stofkam ergens doorheen halen te zijn. Maar dat hoeft niet per se met de instemming van de raad. De kerntakendiscussie wordt weer vooruitgeschoven. Zo’n discussie zal niet heel handig zijn vlak voor gemeenteraadsverkiezingen. De politieke verantwoordelijkheid houdt echter een jaar voor de verkiezingen niet op. Zij wil evenals de heer Veenema kijken wat er wel gedaan kan worden als het om kerntaken gaat. Bezuinigingen kunnen prima zonder de raad bekeken worden als dat mogelijk is. Verder zet zij een streep onder de vraag van de heer Stevens over de reserves, omdat daarover een afspraak was gemaakt, terwijl het college nu een andere koers vaart. De heer GEISSLER was blij verrast toen het college bij monde van wethouder Van Veen aangaf de kerntakendiscussie te gaan trekken. Nu dat proces niet loopt zoals aanvankelijk verwacht heeft het college een ander voorstel gedaan. Dat ziet hij niet zozeer als voorsorteren op een kerntakendiscussie.
Een kerntakendiscussie is namelijk vrij ingrijpend voor het ambtelijk apparaat en daarop worden allerlei vormen van participatie op losgelaten. De vraag is of daaraan in de tweede helft van dit jaar op een goede manier invulling te geven is, indachtig de coronamaatregelen, die er wellicht in de tweede helft van 2021 nog zullen zijn. Ook hij denkt aan de voor de deur staande gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022. Daarover zouden raad en college niet al te ver heen moeten regeren. In een efficiency- en doelmatigheidsaanpak kan de PvdA zich vinden. Hij gaat akkoord met de punten 1 en 2. Bij punt 3 ziet hij ook RES onder doelmatigheid staan, maar hij vraagt zich af of dat niet een beleidskeuze is die onder de punten 4 of 5 zou moeten staan. Bij de punten 4 en 5 gaat het om lastenverhogingen en het versoberen van het beleid en die kunnen wat hem betreft samengevoegd worden. Op voorhand wil hij namelijk niet voorsorteren op versoberen of een lastenverhoging. Verder gaat hij akkoord met een exploitatiescan en een benchmark, die prima in de volgende raadsperiode kunnen. Bij rente hanteert de PvdA liever een referentiewaarde met een kleine veiligheidsmarge. Wellicht zijn er nog mogelijkheden om daaraan te sleutelen, omdat er elk jaar geld overblijft bij de jaarrekening. Dan wil hij niet verschralen qua voorzieningen om uiteindelijk geld over te houden.
De heer SNIJDERS vindt het jammer dat het nu te volgen proces niet het proces is dat men aanvankelijk het liefst gezien had. Soms kan men echter niet alles in het leven hebben, maar het is geen ideale situatie. Als het gaat om het instemmen met de memo zit hij op één lijn met de PvdA. In de punten 1 en 2 kan hij zich in principe vinden. Punt 3 vindt hij lastig, zeker als het gaat om efficiencyvraagstukken. GroenLinks is het nog onduidelijk welke apolitieke rol er nog is weggelegd voor de werkgroep SIR. De werkgroep moet volgens hem wel apolitiek blijven. De heer BREEPOEL stelt dat de raad wel een keer een kerntakendiscussie moet voeren. Of dat voor of na de gemeenteraadsverkiezingen moet gebeuren is een goede vraag. Bij voorkeur heeft hij die discussie ervoor, maar die moet ook niet te gehaast gebeuren. Wel is er misschien nog een begin te maken voor de verkiezingen, waarna het resultaat erna besproken wordt. Het antwoord op de vraag welke de rol van de werkgroep SIR moet zijn vindt hij lastig. Wellicht heeft het college daarop een visie. Wethouder VAN VEEN memoreert dat er bij de oprichting van de werkgroep SIR in 2019 er geen sprake was van een pandemie en corona. De gemeente werd toen niet met de hedendaagse problemen geconfronteerd. Er is € 1 miljoen vrijgemaakt voor maatregelen die verband houden met corona.
Het college heeft nog geen idee welke financiële consequenties vastzitten aan de pandemie, afgezien van de verkregen middelen van het Rijk en het vrijgemaakte miljoen euro. Het college is de afgelopen anderhalf jaar in beweging moeten komen. Mensen gingen thuis werken en ook binnen de gemeente begon het op personeelsgebied te kraken. Er zijn achterstanden ontstaan c.q. zaken zijn niet op tijd gerealiseerd. Bij de heer Veenema was er verbazing over de werkgroep SIR, die door het college is omarmd. Bij de laatste bijeenkomst van de werkgroep SIR heeft hij opgemerkt het niet te halen, wat zwart op wit staat. Intern kreeg men zaken niet voor elkaar en dat is wel degelijk aangegeven. Toen het niet meer anders kon kwam het college tot een gewijzigd proces. Door de ingeboekte bezuinigingen als gevolg van een kerntakendiscussie zou het hele ambtenarenapparaat op zijn kop komen te staan. Het college wil ook de middelen die mensen hard nodig hebben graag geven. Daarom is het college zich op de verdere aanpak gaan bezinnen. Dat is de reden waarom het stuk nu voorligt.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
7
De heer HOLKAMP ziet in het verslag van de vergadering van de werkgroep SIR van februari jl. niet staan dat ‘het niet voor elkaar te krijgen zou zijn’. Dat herinnert hij zich ook niet zo. Wel is toen uitgebreid over het tweesporenbeleid gesproken. Het voorstel van de werkgroep was eerst een kerntakendiscussie voeren en daarna kijken wat er aan bezuinigingsmaatregelen eventueel nodig is. Toen is er niet gezegd dat dat niet zou lukken. Wethouder VAN VEEN heeft wel degelijk gezegd dat dat niet zou lukken. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES herinnert zich dat de leden van de werkgroep zeiden dat het tijdpad niet haalbaar was. Het was niet zozeer dat de wethouder zei het niet te halen. Wethouder VAN VEEN beaamt dat de opmerking is gemaakt dat het tijdpad niet haalbaar was, waarmee hij het eens was. De gemeente werd door de realiteit voorbij gestreefd. De heer HOLKAMP stelt dat de opmerking die mevrouw Groenendijk naar voren bracht in een eerder stadium is gemaakt. De werkgroep heeft in december 2020 die opmerking gemaakt. Toen lag er een eerste planning, waarin stond dat de kerntakendiscussie nog voor de zomervakantie van 2021 rond zou zijn. Dat leek de werkgroep heel ambitieus en niet haalbaar, zodat die de wethouder adviseerde met de ambtelijke organisatie opnieuw naar de planning te kijken. Wellicht zouden er maatregelen voor de Begroting 2022 door te voeren zijn.
In februari is dat echter niet aan bod gekomen. De heer LANDZAAD kan beide visies beamen. De werkgroep heeft aangegeven dat de tijdplanning krap was en dat men twijfelde aan de haalbaarheid. Hij denkt dat de heren Van Veen en Holkamp misschien langs elkaar heen praten. In de vergadering van de werkgroep SIR van mei jl. heeft mevrouw Groenendijk opnieuw gememoreerd aan het feit dat die werkgroep eerder heeft aangegeven de tijdplanning krap te vinden. Daarop zei de heer Van Veen “dat tijdgebrek de belangrijkste oorzaak is voor het feit dat de memo’s er liggen zoals ze nu er liggen.” De wethouder benadrukte wel dat de Capellenaren recht hebben op een goede kerntakendiscussie, omdat er uiteindelijk toch bezuinigd moet worden. In februari is dat dus niet zo gezegd, maar wel in mei. De heer HOLKAMP vindt de kern van de zaak dat op 19 mei jl. het voorstel van het college er al lag om het anders te gaan doen. Als de wethouder op dat moment zei de tijd niet te hebben had de werkgroep dat al gezien in de stukken. Vooraf is geen waarschuwing gegeven dat er vanuit de ambtelijke organisatie tijd tekort is. Het was mooier geweest als de wethouder in februari zou hebben gezegd dat de ambtelijke organisatie zaken niet voor elkaar krijgt.
Wethouder VAN VEEN is niet van plan het memo leeg te maken, omdat de gemeente verder moet en de Capellenaar in deze onrustige financiële tijd moet kunnen bedienen. Het college wil de inwoner niet in de pandemie confronteren met bezuinigingen en financiële consequenties. Vandaar dat dit memo nu voorligt. De heer VEENEMA corrigeert de wethouder dat hij niet heeft voorgesteld om het hele memo leeg te maken, maar om wel efficiencyslagen te maken en beleidsinhoudelijke keuzen uit het memo te verwijderen. Wethouder VAN VEEN reageert dat het college niet van plan is om iets uit het memo te halen. De heer LANDZAAD wijst de heer Veenema erop dat de raad nog steeds het budgetrecht heeft. De gemeenteraad gaat er dus over of de ideeën van het college al dan niet goed zijn. De heer VEENEMA is het daarmee eens, maar zijn reactie was meer gericht op de foutieve weergave van zijn woorden door de wethouder. Wethouder VAN VEEN gaat in op het voorstel van de heer Holkamp om de werkgroep SIR op te heffen. Het college stelt bijzonder veel prijs op de werkgroep SIR en is er voorstander van dat die weer bijeen komt. De taakstelling is gewijzigd, omdat het college krap in de tijd zat en vanwege corona werd geconfronteerd met dingen die geregeld moesten worden. Het college wilde niet met een stuk komen waarbij Capellenaren bezuinigingen over zich heen krijgen.
Van gemeenten om Capelle heen heeft hij een brief gekregen met het verzoek om mee te tekenen. Zij willen een voorshot hebben op de middelen voor jeugdhulp, omdat zij vastlopen. Hij denkt niet dat men het zover moet laten komen en het roer in eigen hand moet houden. Het loskoppelen van de kerntakendiscussie is vooral vanwege de inhoud van de technische bezuinigingen. Er loopt ook een onderzoek naar de doelmatigheid en over de punten 4 en 5 wil hij het nog met de raad hebben. Bezuinigingen en daaruit voortkomende bedragen waren zo hoog gesteld, zodat het college het voorstel anders heeft ingericht. Het college wil alle voorzieningen in de lucht houden zonder lastenverhoging voor de Capellenaar. De sporen 4 en 5 leiden tot een klein tekort en dan resteert er nog een kerntakendiscussie. Het college bezuinigt nu niet en voert ook geen lastenverhoging door, terwijl omliggende gemeenten de lasten wel verhogen. Zij willen een voorschot hebben op de jeugdhulpgelden. In die zin denkt hij dat het Capelse college het goed doet. Vervolgens gaat hij in op de kapitaallastenreserve. In begrotingen van de laatste drie jaar was altijd een negatief resultaat geprognosticeerd, terwijl uiteindelijk een positief resultaat ontstond. De ge-
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
8
meentelijke vermogens//reservepositie is gestegen van € 80 miljoen naar € 172 miljoen. Als daaruit € 16 miljoen wordt gehaald voor een kapitaallastenreserve om het proces rustig te kunnen volgen krijgt het nieuwe college de kans om een prima financieel beleid te voeren, waarbij het huidige college niet over zijn graf heen regeert. De heer HOLKAMP is van mening dat de keuze om een kapitaallastenreserve aan te maken ook een vorm van over het eigen graf heen regeren is. Toekomstige colleges zadelt men daardoor op met een vermindering van de reserve en het verschuiven van lasten naar de toekomst in plaats van nu te zorgen dat de begroting op orde komt. Wethouder VAN VEEN wijst erop dat de kapitaallastenreserve 2024 betreft en er van over zijn graf regeren geen sprake is, omdat het budgetrecht nog steeds bij de raad ligt. De heer STEVENS meent dat de samenwerking tussen raad en college beter is dan ooit, waarbij ook afspraken zijn gemaakt over de omgang met reserves. Hij sluit zich aan bij hetgeen de heer Holkamp schetst en vraagt hoe het komt dat er nu een keuze voorligt om een kapitaallastenreserve te maken van meer dan € 18 miljoen. Wethouder VAN VEEN herhaalt dat het college heeft besloten om € 1 miljoen voor coronaslachtoffers vrij te maken en mensen niet op te zadelen met bezuinigingen, omdat zij het anderhalf jaar heel slecht hebben gehad.
Het college moet volgens hem dan maatregelen nemen. Het college hoopt verder dat de werkgroep SIR snel weer actief wordt. Het samenvoegen van besluitpunten 4 en 5 is mogelijk. Voor de uitvoering van de Wmo en jeugdhulp is steeds meer geld nodig. Een heleboel andere gemeenten verhogen daarom de lasten, maar het college van Capelle wil dat niet. Het college zoekt andere oplossingen om de begroting sluitend te krijgen en om voor een langere periode rust te hebben, zodat de werkgroep SIR of welke werkgroep dan ook de toekomst verder kan bespreken. De heer GEISSLER begrijpt dat de wethouder zich kan vinden in het min of meer gelijkstellen van de punten 4 en 5 qua prioritering. Wethouder VAN VEEN bevestigt dat. De Veiligheidsregio neemt in de begroting een rentepercentage van 0,6 op voor langlopend geld. Meerdere overheidsinstanties varen dus scherp aan de wind. De heer HOLKAMP herinnert aan de door de werkgroep SIR gemaakte afspraak om met de rekenrente aan de bovenkant te blijven van de bandbreedte van de rentes die regiogemeenten rekenen. Uit het memo van het college blijkt niet of dat al dan niet gebeurt of dat sprake is van een verlaging, omdat het goed uitkomt. Hij wil daarom weten of het college zich houdt aan die eerder gemaakte afspraak. Nu wordt het rentepercentage van 2,5 weer moeiteloos met 1 verlaagd.
Wethouder VAN VEEN reageert dat de omliggende gemeenten hetzelfde doen en ook in rentepercentage zijn teruggegaan. De heer HOLKAMP vraagt de wethouder om de commissie een overzicht te verschaffen van rentepercentages die omliggende gemeenten rekenen. Wethouder VAN VEEN zegt dat overzicht toe. Tweede termijn De heer VEENEMA merkt dat er geen steun is voor zijn voorstel om het proces iets anders in te richten, wat hij betreurt. Een beetje zuur is het dan om te concluderen dat het na het uitstellen van een kerntakendiscussie ook prima is om die af te stellen, wat hij jammer vindt. Zijn mening is dat Capelse burger er recht op heeft om de kerntakendiscussie voor de gemeenteraadsverkiezingen te hebben afgerond. Hij heeft zich voornamelijk op het proces gericht en is daarom niet ingegaan op het memo, maar stemt in met de kritische opmerkingen over de voorgestelde maatregelen en geeft het college mee om gebruik te maken van de volmacht aan de wethouder om nog laatste tekstuele wijzigingen door te voeren en een aantal teksten te verwijderen of te heroverwegen. De heer HOLKAMP sluit zich aan bij de heer Veenema als het erom gaat dat hij het memo van het college ook niet volledig heeft doorlopen.
Over elk daarin vermeld onderwerp is wel iets te zeggen, zoals over de vraag of het voorzichtigheidsprincipe wordt losgelaten, of er voorstellen worden gedaan over duurzaamheid, het afschaffen van de stelpost accres om dagkoersen te voorkomen en het afschaffen van de hondenbelasting. De heer LANDZAAD leest in het memo geen afstel van de kerntakendiscussie en voelt daar ook niet voor. Wel ziet hij breed draagvlak om de kerntakendiscussie kort na de gemeenteraadsverkiezingen te voeren. Daarom vraagt hij of de wethouder ervoor kan zorgen dat de nieuwe gemeenteraad daarmee straks een vliegende start kan maken en al voorbereidingen daarvoor kan treffen. Voor de VVD blijft het de vraag of er wordt doorgegaan met de werkgroep SIR. De VVD wil dat in elk geval wel, ook omdat er veel kennis in die werkgroep zit en daarin kan worden gepraat over uitgangspunten, zoals dat een dekkingsmiddel geen financieringsmiddel is.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina:
9
De heer HOLKAMP informeert naar de mening van de VVD over de kapitaallastenreserve. De heer LANDZAAD ziet die keuze van het college in het geheel van af te wegen maatregelen. Daarbij wil hij de kasstromen op lange termijn bekijken. De werkgroep SIR heeft nooit geadviseerd dat de gemeente nooit een bestemmingsreserve moet instellen, maar wel het aantal bestemmingsreserves te minimaliseren. Soms kunnen die een goed middel om in te zetten zijn. De heer SCHAATSBERGEN geeft aan dat er volgens hem zeker nog wel een taak voor de werkgroep SIR ligt. Ook hij vindt het zeer wenselijk om kort na de gemeenteraadsverkiezingen met de kerntakendiscussie te starten, waarvoor al voorbereidingen getroffen kunnen worden. De werkgroep SIR kan in die voorbereidingen een rol krijgen in het kader van participatie. De heer STEVENS wil eigenlijk dat raad en college gezamenlijk hun kracht gebruiken. In eerste instantie wil hij de bal bij de werkgroep SIR leggen om de kerntakendiscussie voor te bereiden. Als die niet doorgaat kan de Auditcommissie een rol daarin spelen. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES is blij met de handreiking om in deze raadsperiode al voorbereidingen te treffen voor de kerntakendiscussie, zodat daarmee kort na de gemeenteraadsverkiezingen aan de slag kan worden gegaan. Vanuit de wethouder wil zij een mea culpa horen naar de werkgroep SIR toe over hoe het is gegaan.
Wat betreft het memo heeft zij de wethouder horen zeggen dat de raad aan zet is vanwege het budgetrecht. De heer GEISSLER vraagt om bij de rente uit te gaan van een bepaalde referentie. Wethouder VAN VEEN is niet van plan tekstuele wijzigingen in het memo aan te brengen. Het accres komt nog ter sprake, maar is nu geen punt van discussie. Hij wil met de kerntakendiscussie na de gemeenteraadsverkiezingen een vliegende start maken en doorgaan met de werkgroep SIR. Nogmaals spreekt hij een mea culpa uit, wat hij in de laatste vergadering al heeft gedaan. De rente is op 1% gezet, wat te maken heeft met scherper aan de wind zeilen. Hij zegt toe de door de heer Geissler voorgestelde referentiewaarde voor de rente binnen het college te bespreken. De VOORZITTER vat samen dat de wethouder heeft toegezegd: - de commissie een lijstje te sturen met rekenrentes van omliggende gemeenten; - dat de nieuwe gemeenteraad na de gemeenteraadsverkiezingen een vliegende start kan maken met een kerntakendiscussie, zodat in deze periode daarvoor al het voorbereidende werk kan worden gedaan; - binnen het college het voorstel van de heer Geissler te bespreken of met een referentiewaarde voor de rekenrente gewerkt kan worden. De raad gaat zelf over het voortzetten van de werkgroep SIR en hij constateert dat de meeste fracties voorstander zijn van het voortzetten daarvan. Schorsing ( 21.42 – 21.50 uur). 7.
Plan van Aanpak uitvoering aanbevelingen Rekenkamerrapport Grip op inkoop De heer STEVENS ziet dat veel maatregelen nog verdere uitwerking behoeven en wil daarvan een terugkoppeling zien. Het college neemt aanbeveling 5 over quasi inbestedingen voor zover relevant over. De Rekenkamer beveelt aan over alle quasi inbestedingen afspraken te maken over doelstellingen en kosten, zodat op kernzaken gestuurd kan worden. Hij vraagt wat de wethouder onder ‘zover relevant’ verstaat en welke criteria die zelf hanteert. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES noemt de Rekenkamer een cadeau van de raad aan het college om het werk te verbeteren. Er zijn mooie adviezen uit voortgekomen. Het heeft de ChristenUnie verbaasd dat aanbevelingen wel zijn overgenomen, terwijl conclusies niet allemaal worden herkend. Zij is blij met het plan van aanpak, waaruit blijkt dat het college aan de slag gaat met tips en adviezen van de Rekenkamer. Ook zij vroeg zich af wat de bedoeling is van de woorden ‘voor zover relevant’. Een andere zin die haar trof was dat ‘het college dit als ondersteuning van het beleid ziet’. Dat interpreteert zij als dat het college dat al doet. Daarvan verneemt zij graag een bevestiging. De heer GEISSLER ziet over passende geschiktheids- en uitsluitingsgronden voor aanbestedingspartijen nog weinig terug in het plan van aanpak en dat die gronden beter moeten. Dat kan echter ook
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina: 10
nog gekoppeld worden aan het evaluatieonderzoek naar de verbouwing van het gemeentehuis. Als daarbij ook naar geschiktheids- en uitsluitingsgronden gekeken wordt zou hij daarmee tevreden zijn. Aanbeveling twee is dat het uitgangspunt is dat verantwoordingsafspraken en sancties proportioneel zijn en in verhouding staan tot de aard en omvang van de opdracht. Hij vraagt of het voorkomen van een te hoge boete onderdeel is van de oude aanbeveling of dat het college van mening is dat er ten opzichte van het oude beleid niets verandert. De heer SNIJDERS is blij dat het plan van aanpak nu voorligt. Aanbeveling twee ziet het college als ondersteuning van beleid. Hij meent zich te herinneren dat de Rekenkamer dat destijds anders zag. Ook hij vraagt of het college dit als voortzetting van staand beleid ziet of dat er daadwerkelijk nog wat gaat veranderen. Ook hij wil weten hoe het voorbehoud van de woorden ‘voor zover relevant’ bij aanbeveling 5 wordt bepaald. Voor het overige ziet hij het plan van aanpak als een goede start, dat hij blijft monitoren. De heren BREEPOEL en LANDZAAD kunnen zich vinden in de voorstellen. De heer VEENEMA vindt het plan van aanpak beknopt en overzichtelijk, wat op zich fijn is. Op onderdelen vindt de SGP het plan van aanpak soms wat mager en terughoudend.
Tegelijkertijd is het ook het eerste plan van aanpak in deze vorm, zodat hij dat het voordeel van de twijfel geeft. De terughoudendheid ziet hij terug in het soms ontbreken van concretisering. Aanbeveling 4 vermeldt dat het college zich beraadt op welke informatie in de fasedocumenten relevant is om (eerder) te delen met de raad. Hij vraagt welke criteria het college hanteert om te bepalen welke informatie relevant is en waarom dat niet in het plan van aanpak staat. De heer HOOIJKAAS ziet dat aanbeveling 3 niet in het plan van aanpak is overgenomen. D66 begrijpt dat niet iedere aanbesteding evaluatie behoeft, maar zou wel graag een drempel zien. Bij werk en concessies is de Europese norm vrij hoog. Hij zou graag zien dat dat bedrag omlaag gaat naar van circa € 5 miljoen naar € 1,5 miljoen. Het drempelbedrag voor diensten en leveringen en prijsvragen vindt hij geen enkel probleem. Het drempelbedrag voor sociale en andere specifieke diensten mag van D66 lager zijn en rond de € 300.000,- bedragen. Het is lastig om overal een evaluatie te hebben, maar met name voor diensten en leveringen en prijsvragen, sociale en andere specifieke diensten zou dat een light evaluatie kunnen zijn. De heer SCHAATSBERGEN vindt het plan van aanpak kort en duidelijk en helder weergegeven. Een plan van aanpak is nieuw voor het college en de raad.
Medio december 2021 komt het tot een afronding van de planning, zodat de raad kan kijken of dit is wat allen hebben beoogd met een plan van aanpak. Dan is een tussenbalans op te maken. Wethouder VAN VEEN bedoelt met ‘voor zover relevant’ de hoogte van bedragen vanaf wanneer een aanbesteding plaatsvindt. Aan inbesteding zijn ook maximale bedragen gekoppeld. Hij bevestigt hetgeen mevrouw Groenendijk aangaf dat passende geschiktheidseisen en uitsluitingsgronden al worden opgesteld en het college die aanbeveling ziet als ondersteuning van beleid. Ook ziet het de aanbeveling om aanbestedingsdocumenten van passende verantwoordingsafspraken en sancties te voorzien als ondersteuning van beleid. Een terugkoppeling dat het inderdaad zo gaat zoals de Rekenkamer adviseerde zegt hij toe. Over de verbouwing van het gemeentehuis volgt nog een rechterlijke uitspraak en daarover doet hij daarom nog geen uitspraken. Op de vraag of boetes nu proportioneel zijn kan hij geen antwoord geven en verzoekt hij het hoofd Juridische Zaken te antwoorden. De heer VAN DEN HERIK ziet die aanbeveling over passende verantwoordingsafspraken en sancties als ondersteuning van staand beleid. Sancties en boeten die de gemeente kan opleggen zijn proportioneel en conform de Gids Proportionaliteit. Mogelijk dat het in een bepaalde situatie niet helemaal juist is gegaan.
De VOORZITTER wil laten benadrukken dat in het vervolg bij het opleggen van boetes de Gids Proportionaliteit gehanteerd zal worden, die de leidraad daarvoor zal zijn. De heer VAN DEN HERIK gaat vervolgens in op de vraag welke criteria het college hanteert om te bepalen welke informatie relevant is en (eerder) kan worden gedeeld met de raad. Het plan van aanpak geeft vooral aan hoe dingen worden aangepakt. De uitwerking volgt op verschillende momenten in verschillende documenten en zal naar de raad worden teruggekoppeld. Concrete criteria zijn nu nog niet te benoemen.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina: 11
Wethouder VAN VEEN neemt de opmerking van de heer Hooijkaas over de wenselijkheid van het verlagen van drempelbedragen waarboven evaluatie van Europese aanbestedingen is gewenst absoluut ter harte. Tweede termijn De heer STEVENS wil bij de verdere uitwerking van het aanbestedingsprotocol ook bij quasiinbestedingen iets meer duiding krijgen over onder welke omstandigheden zal worden gestuurd op doelstellingen in het beleid en kosten. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES vult aan dat het terecht is doelstellingen te specificeren zodat bij de evaluatie in december 2021 beter aan te geven is wanneer men tevreden kan zijn. De heer GEISSLER komt wellicht nog bij de evaluatie van de verbouwing van het gemeentehuis terug op passende geschiktheidseisen en uitsluitingsgronden van opdrachtnemers. De heer VEENEMA vraagt een bevestiging van de wethouder dat het specificeren van criteria bij aanbeveling 4 over welke informatie relevant is wordt uitgewerkt en teruggekoppeld naar de raad. Wethouder VAN VEEN zegt een verdere uitwerking van doelstellingen in het beleid toe en bekijkt het advies van mevrouw Groenendijk. Naar aanleiding van de vraag van de heer Veenema neemt hij de daarover gemaakte opmerking van de heer Van den Herik over.
De VOORZITTER constateert dat: - criteria die gelden voor quasi-inbestedingen voor zover relevant worden meegenomen bij de uitwerking (aanbeveling 5); hetzelfde geldt voor de criteria ten aanzien van aanbeveling 4; - naar aanleiding van de vraag van de ChristenUnie is aangegeven dat waar in het plan van aanpak staat dat sprake is van uitvoering van staand beleid dat waar nodig concreet zal worden teruggekoppeld als dat aan de orde is; - het voorstel kan worden doorgeleid naar de hamerstukkenlijst van 14 juni a.s. 8. Jaarstukken 2020 Programma 0: Bestuur en Ondersteuning en de aanbiedingsbrief De heer JANSON vindt de vormgeving van een boekwerk prettig werken en bekijkt de jaarstukken vanuit de Capelse burger en vanuit wat er is gebeurd. De kosten voor de burgers zijn laag gebleven, waarmee hij het college complimenteert. Het is niet de bedoeling dat de gemeente spaart, maar dat zij dingen voor Capelle regelt. De faciliteiten in Capelle zijn goed en er is een veilige omgeving. Aan de bereikbaarheid en werkgelegenheid wordt keihard gewerkt. Hij kijkt daarom terug op een goed (financieel) jaar. De apparaatlasten zijn hoog en het aantal bezwaar- en beroepsprocedures rijst de pan uit. Voor de kosten daarvan vraagt hij aandacht en wellicht is het goed deze ontwikkeling landelijk aan te kaarten.
De heer LANDZAAD zegt dank voor het lijvige boekwerk en is blij met het voornemen van de accountant om een goedkeurende verklaring af te geven. Hij kan zich vinden in de terugblik van de heer Janson. Gelezen het advies van de Auditcommissie kan de VVD instemmen met de jaarrekening en het vormen van de reserve ter besteding van de Eneco-middelen. De wethouder Financiën vraagt hij of te ruim of te ambitieus is begroot. De heer SCHELKERS ziet de gemeente opkrabbelen uit het diepe coronadal. De voordelen uit deze periode wil hij behouden, zoals digitaal werken. Wel wil hij mensen in het oog houden die moeite daarmee hebben. Wat D66 betreft gaan de bewonersbijeenkomsten weer snel fysiek dan wel hybride plaatsvinden, zodat alle Capellenaren kunnen meedoen. Hij vraagt wat het college tot nu toe heeft gedaan om het vertrouwen van bewoners van Fascinatio in de gemeente te herstellen. Verder wil hij weten waarop het bedrag van € 20 miljoen voor de bestemmingsreserve Eneco is gebaseerd. Burgerparticipatie gaat op dit moment nog allesbehalve goed, terwijl er veel grote projecten lopen. Burgerparticipatie wil hij niet als een vervelende drempel zien, maar als een goede manier om projecten te verbeteren en het draagvlak daarvoor te vergroten. Participatie is niet alleen zenden, maar juist ook heel veel luisteren.
Bij de externe inhuur is hij benieuwd of het verloop van personeel binnen de eigen organisatie daarbij een rol speelt.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina: 12
Wat betreft Woz-bezwaarschriften informeert hij hoe het college staat tegenover een meer persoonlijke aanpak, teneinde no cure no pay-bureaus te weren. Te denken valt aan het vooraf contact leggen met bewoners bij een grote onverwachte stijging in de Woz-waarde. De heer JANSON vraagt hoe D66 ertegenover staat om het onderwerp landelijk aan te kaarten, omdat het ook een landelijk probleem is. De heer SCHELKERS is lokaal volksvertegenwoordiger en meent dat er ook lokaal een aanpak mogelijk is. De heer LANDZAAD is benieuwd of D66 voor een bestemmingsreserve besteding Eneco-gelden is. De heer SCHELKERS betwist de vastgestelde kaders niet, maar komt het bedrag daarvan uit de lucht vallen. Daarvan wil hij een nadere onderbouwing. De heer VEENEMA vond het fijn en goed om in de jaarstukken een paragraaf terug te vinden over de impact van de coronapandemie. Het lijkt erop dat de totale schade voor de gemeente nog meevalt. Hij vraagt of de opzet van de denktank is meegenomen in het overleg van 7 juli a.s. met de fractievoorzitters over het coronaherstelplan. De heer STEVENS constateert ook dat 2020 een bijzonder jaar was. Iedereen kent wel iemand die gedupeerd of getroffen was. De gemeentelijke organisatie heeft in deze moeilijke tijd hard doorgewerkt. De jaarstukken laten zien dat de gemeente nog steeds hard moet werken om de financiën goed op orde te houden.
Er zijn al bedragen gevoteerd voor een algemene taakstelling en hij ziet graag de transparantie en openheid daarover in de toekomst terugkomen in de jaarstukken, zodat het eerlijke verhaal verteld blijft worden. In deze moeilijke tijd is heel veel gedaan door de raad en de mensen in het gemeentehuis. Hij toont zich ingenomen met het aan de slag gaan met digitale focusgroepen, waarmee hij de ambtelijke staf complimenteert. Hij is ook blij met de stappen die op participatiegebied worden gezet. Er is echter op dat punt nog veel te doen en het kan nog veel beter. Ook hij vraagt aandacht voor de externe inhuur, waarvoor in de begroting een bedrag van € 0,7 miljoen stond. Uiteindelijk werd het werkelijke bedrag € 5,7 miljoen. Hij verzoekt de portefeuillehouder daarom de gemeentesecretaris op te roepen in de bedrijfsvoeringsparagraaf daaraan meer aandacht te besteden en aan te geven waarom externe inhuur nodig is, wat kan worden gedaan met een wendbare organisatie en waarom het belangrijk is zoveel kosten te maken. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES noemt het bijzonder dat in het afgelopen jaar het proces is doorgegaan, waarmee zij alle betrokkenen complimenteert. Het zou fijn zijn het digitale aspect vast te kunnen houden en het fysieke bijeenkomen weer te kunnen omarmen. Daartussen kan een balans gevonden worden.
Bij de vragen van D66 over burgerparticipatie en externe inhuur sluit zij zich aan. De hint van Leefbaar Capelle om het aantal Woz-bezwaarschriften landelijk aan de orde te stellen neemt zij mee. Zij heeft geconstateerd dat medewerkers op het gemeentehuis bereid zijn om getroffenen van de toeslagenaffaire te helpen, te woord te staan en met hen mee te zoeken naar oplossingen. Artikel 38vragen die zij daarover heeft gesteld zijn inmiddels beantwoord. Binnen haar fractie moet zij zich nog beraden hoe zij daarmee omgaat. Dat er bij ambtenaren en de wethouder oog is voor mensen in onwijs lastige situaties geeft haar aanleiding tot het uitspreken van dank. De accountant heeft nog geen goedkeurende verklaring afgegeven, omdat het CJG zaken nog niet op orde had. Zij vraagt hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. De heer GEISSLER weet dat men soms niet kan ontkomen aan externe huur, die doorgaans wel duurder is dan vaste medewerkers. De lokale binding van medewerkers is door externe inhuur wellicht wat minder. Lokale binding is echter wel cruciaal en hij vraagt of het college een maximum stelt aan externe inhuur. Corona heeft gezorgd voor plussen en minnen binnen de gemeentelijke organisatie. Er waren minder koffie- en vervoerskosten. Uitgaven voor ICT waren wat hoger.
Hij vraagt hoe medewerkers financieel worden gecompenseerd voor meerkosten waarmee zij te maken hebben, zoals extra verwarmingskosten. De mindere autobewegingen zijn gunstig. Ook de PvdA constateerde dat het aantal bezwaarschriften is gestegen. Tornen aan de regeling, zoals in 1993 vastgelegd in het Besluit proceskosten bestuursrecht, ziet hij niet echt zitten. Die regeling is er gekomen met het oog op rechtsbescherming. Artikel 3 biedt de mogelijkheid om bij één dienstverlener samenhangende zaken aan te merken, zodat men één keer een kostenvergoeding krijgt. Wellicht zijn er mogelijkheden om dat artikel toe te passen. De heer SNIJDERS weet dat sommige medewerkers een thuiswerkvergoeding toegekend hebben gekregen en is blij dat de gemeente die vergoeding heeft ingevoerd.
Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen maandag 21 juni 2021
Pagina: 13
GroenLinks is ook geen echte voorstander van veel geld besteden aan externe inhuur en zou liever zien dat de expertise bij de gemeente zelf blijft. De vraag van de PvdA daarover vindt hij erg interessant. Bezwaar- en beroepschriften kosten de gemeente veel geld en dat vindt ook hij zorgelijk. De suggesties van de heer Schelkers vindt hij zeer het uitzoeken waard. De heer BREEPOEL beaamt dat 2020 door corona een heel raar jaar is geworden, dat ook zijn invloed heeft op het resultaat. Het resultaat is nog wel goed, onder andere door de ontvangen Enecogelden. De controleverklaring door de accountant is er nog niet omdat nog twee onderwerpen afronding behoeven. Hij vraagt de wethouder dat toe te lichten. Ook hij is benieuwd waarom de externe inhuur is gegroeid van 15% naar 20%. No cure no paybureaus halen bij bezwaarschriften resultaat en ook daarop vraagt hij een toelichting. Wethouder VAN VEEN antwoordt dat de gemeente bezwaar- en beroepschriften niet kan weigeren. Voor het bezoeken van bezwaarmakers is er niet voldoende capaciteit. Op een bezwaarschrift moet men binnen een bepaalde termijn antwoorden, omdat het anders moet worden toegewezen. Het bedrag van € 20 miljoen voor de bestemmingsreserve Eneco-gelden is bepaald op grond van het meerdere bedrag boven het dividendverlies.
De controleverklaring van de accountant is er nog niet, omdat voor Tozo-gelden nog geen goedkeuring is gegeven. Capelle heeft overigens complimenten ontvangen voor de uitstekende weergave van het cijfermateriaal. De begroting is volgens hem te ambitieus waarbij er ook enorm veel schotten zitten tussen binnenkomende bedragen. Dat zijn er honderden, zo niet duizenden. Als een schotje niet gebruikt wordt gaat het geld naar de algemene middelen. Hij vindt het niet zo leuk dat de verschillen tussen begrote en werkelijk uitgegeven bedragen zo groot zijn. Dat leidt tot beslissingen om iets niet te doen, terwijl het wel kan. Daarom is het college scherp aan de wind gaan zeilen. De heer STEVENS begrijpt dat de wethouder met ambitieus bedoelt dat een aantal plannen niet is uitgevoerd, die eigenlijk wel uitgevoerd hadden moeten worden. Wethouder VAN VEEN licht toe dat het gaat om onderbesteding. De heer LANDZAAD informeert of van alle onderzoeken die nu plaatsvinden, die ook werden genoemd bij het vorige agendapunt, een analyse wordt gemaakt. Wethouder VAN VEEN beantwoordt die vraag bevestigend. De heer SCHELKERS vraagt of het tijd- en kostenbesparend is om bezwaarschriftenafhandeling aan de voorkant goed te regelen, bijvoorbeeld door persoonlijk contact met mogelijke bezwaarmakers te leggen. Wethouder VAN VEEN reageert dat voor dat bezoek 6 fte nodig zijn die per stuk € 70.000,- kosten.
Uiteindelijk is het resultaat dat inwoners gewoon afwachten, omdat ze toch niet voor een bezwaarschrift hoeven te betalen. De heer SCHELKERS concludeert dat de wethouder zich neerlegt bij de huidige gang van zaken. Wethouder VAN VEEN bevestigt dat, maar vraagt de fracties met een landelijke vertegenwoordiging het probleem van het grote aantal Woz-bezwaarschriften landelijk aan te kaarten. Burgemeester OSKAM valt het ook op dat het aantal bezwaarschriften enorm is toegenomen, wat voornamelijk is veroorzaakt door de zaken over afvalzakken en de Woz. Het is voor mensen aantrekkelijk om zich tot Woz-bezwaarbureaus te wenden. Via de VNG verzamelt het college gegevens om daaraan paal en perk te stellen. Verder heeft de gemeente dit jaar veel bezwaarschriften ontvangen van Wijkbelangen Fascinatio, die klaagt over een aantal gebouwen en de verlichting. Ook de personele lasten zijn gestegen. Dit jaar zijn die gemiddeld, wat deels komt door corona en een overspannen arbeidsmarkt. Voor gemeenten als Capelle en Nissewaard is het moeilijk om aan personeel te komen. Dat betekent dat het nodig is personeel in te huren. Dat gebeurt bewust vanwege een project van korte duur of vanwege benodigde deskundigheid, zoals een landschapsarchitect. De gemeente loopt met personeelslasten nog niet uit de pas. De uitstroom van personeel bevindt zich op een gemiddeld niveau.