CConstaterende datCapelle Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag commissie BVM 210201

Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen 1 februari 2021, gemeente Capelle Ad Ijssel9.106 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de digitale vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen, gehouden op maandag 1 februari 2021, digitaal via het programma Pexip, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: voorzitter:

de heer mr. P.M.D. Weijers;

volksvertegenwoordigers:

de heer J. Janson, raadslid Leefbaar Capelle(vanaf agendapunt 4); de heer drs. M.G. Jaliens, raadslid Leefbaar Capelle (tot agendapunt 4); de heer P.G. Holkamp, raadslid D66 (tot agendapunt 4); de heer J. Hooijkaas, burgerraadslid D66 (vanaf agendapunt 4); de heer M.N. Landzaad MSc LLM, raadslid VVD; de heer dr. M.W. van Buuren, raadslid SGP (tot agendapunt 4; de heer G.M. Veenema, burgerraadslid SGP (vanaf agendapunt 4) de heer S. Geissler, raadslid PvdA, de heer ing. J.F. Breepoel, raadslid SP; mevrouw H.A. Groenendijk-de Vries Med, raadslid ChristenUnie; de heer dr. V. Stevens, burgerraadslid CDA; de heer J.M. Snijders, raadslid GroenLinks;

griffier: secretaris:

mevrouw drs. T.A. de Mik; de heer S.G.V. Schouten;

portefeuillehouders:

mevrouw A.J. Hartnagel, wethouder; de heer mr. P. Oskam, burgemeester; de heer M. Struijvenberg, wethouder de heer N.C. van Veen, wethouder; mevrouw H.D. Westerdijk LLM, wethouder; de heer M.E. Wilson, wethouder;

ambtelijke ondersteuning:

de heer F. van Boven, beleidsadviseur brandweerzaken; de heer drs. S. Duijmaer van Twist, gemeentesecretaris; de heer drs. A.R. Ruijmgaart RA MGA, concerncontroller; de heer M. Tobé, hoofd afdeling Vastgoed;

Rekenkamer (tot agendapunt 4):

notulist:

mevrouw M. Giesen MSc; onderzoeker Rekenkamer; de heer G.J. van Eijk MA; onderzoeker Rekenkamer; de heer drs. P. Hofstra, RO CIA, directeur Rekenkamer; de heer H. Veenstra (Notuleerservice Dictum).

Op de publieke tribune zijn bij de aanvang van de vergadering geen personen aanwezig.

1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda De VOORZITTER opent de digitale vergadering en heet eenieder van harte welkom. Degenen die zich hebben aangemeld zijn ingelogd. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

408485/413231

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 2 van 13

2. Spreekrecht inwoners Er zijn geen insprekers 5. Rekenkamerrapport ‘Grip op inkoop’ (vervolg van commissiebehandeling 25 januari 2021) Tweede termijn De heer JALIENS gaat eerst in op het extrapoleren van bevindingen uit het onderzoek naar algemene conclusies over de uitvoering van het algemeen inkoopbeleid. De Rekenkamer lichtte daarop toe ten aanzien van de representativiteit van de gehanteerde steekproef een selectie te hebben gemaakt naar diversiteit in dienstverlening, bouwwerken, groot en klein etc. Het gaat dus om een selectie op kwalitatieve kenmerken. Dit betreft de kwalitatieve representativiteit van de steekproef. Wil je uit bevindingen van een onderzoek algemene conclusies trekken over de totale populatie, dan is volgens hem ook de kwantitatieve representativiteit van de steekproef op zijn minst zo belangrijk. Als je in het onderzoek van elke deelpopulatie slechts één casus onderzoekt, cumulerend naar een totaal van vier concrete casussen ten opzichte van de totale populatie, dan is het is zeer de vraag of je de bevindingen van het onderzoek kunt extrapoleren naar algemene conclusies voor de uitvoering van het totale inkoopbeleid en het aanbestedingsprotocol. Naar zijn mening kan dan niet. Daarmee moet je dan ook uiterst terughoudend zijn.

Die terughoudendheid bespeurt hij niet bij de Rekenkamer, nog daargelaten de politieke kleuring, zoals mevrouw Groenendijk het noemde. Dat is een terminologie die hij zich dan ook graag eigen maakt. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES maakt bezwaar tegen het in haar mond leggen van de woorden ‘politieke kleuring’. Zij heeft zich juist heel erg verzet tegen de woorden van de heer Jaliens die het erover had dat er politieke kleuring was in de bewoordingen van de Rekenkamer. Zij heeft juist aangegeven dat dat niet zo is, dat de bewoording van de Rekenkamer wel fors is en dat die ook een zeker waardeoordeel aangeeft in de zin dat niet is gemeld, maar dat er juist geen sprake is van politieke kleuring. Zij zou graag willen dat de heer Jaliens terugneemt dat zij zou hebben gezegd dat sprake is van politieke kleuring. De heer JALIENS neemt die opmerking terug als hij dat verkeerd heeft begrepen. Zijn opmerking neemt hij wel voor zijn rekening. De heer STEVENS vond het mooie van de bijdrage van de heer Hofstra dat ondanks het bestuderen van individuele casussen daarin toch verschillende patronen in zitten die terugkomen. Die patronen komen ook terug in de conclusies.

Hij is daarom benieuwd hoe de heer Jaliens aankijkt tegen patronen die in verschillende casussen naar voren komen en dus niet in individuele gevallen en wat diens strekking daaruit is als het gaat om interpretatie van de conclusies. De heer JALIENS reageert dat ook al zou je in twee of drie concrete casussen kenmerken herkennen het de vraag is of je op grond van een steekproef van vier casussen uit een totale populatie algemene conclusies kan trekken over het algemene inkoopbeleid. Hij is van mening dat dat niet kan. De heer Hofstra heeft opgemerkt dat de gemeente bij de Wmo-aanbesteding een bepaalde partij heeft willen uitsluiten. Die kwalificatie is volgens de heer Hofstra gedaan in het licht van de bevindingen. Die kwalificatie dat het college een bepaalde partij heeft willen uitsluiten is gebaseerd op een uitspraak van een ambtenaar die zei dat de boete disproportioneel was. Niet duidelijk is binnen welke context de ambtenaar die uitspraak heeft gedaan, of daarop is doorgevraagd en wat dan de context is. Hij is van mening dat bij het baseren van een bevinding op de uitspraak van slechts één ambtenaar zonder duidelijkheid over de context van die uitspraak de kwalificatie van de Rekenkamer te kort door de bocht is. Dat leidt tot zijn standpunt over beslispunt 1 in het voorliggende advies. Gebruikelijk is het rekenkamerrapport voor kennisgeving aan te nemen.

De politieke kleuring door de Rekenkamer vraagt echter om een politiek standpunt. Daarom adviseert hij zijn fractie in overweging te nemen om beslispunt 1 aan te vullen met het afstand nemen van de hoofdconclusies in het rapport en beslispunt 1 in het voorliggend voorstel als zodanig te willen amenderen. Vervolgens gaat hij over tot het geven van een reactie op de beantwoording van het college in eerste termijn. De wethouder heeft niet al zijn vragen in eerste termijn beantwoord. Wel heeft die in diens reactie op andere sprekers enkele toezeggingen gedaan. Voor de duidelijkheid wil hij die toezeggingen tegen het licht van de door hem gestelde vragen houden. Zijn slotopmerkingen in eerste termijn legt hij alsnog als concrete vragen aan de wethouder voor.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 3 van 13

De wethouder heeft toegezegd het inkoopbeleid regelmatig tegen het licht te zullen houden. Hij vraagt of dat ook als zodanig in het inkoopbeleid en het aanbestedingsprotocol zal worden opgenomen voor zover dat nog niet het geval is. Voorts vraagt hij wat de wethouder hier onder regelmatig verstaat. Verder heeft de wethouder toegezegd passende verantwoordingsafspraken en sancties vast te leggen in aanbestedingsdocumenten. Hij vraagt of die toezegging ook inhoudt dat voortaan sprake zal zijn van een zakelijke houding ten opzichte van opdrachtnemers. Als dat zo is, vraagt hij hoe de wethouder hierop denkt te zullen sturen. Ook wil hij weten of die toezegging betekent dat het college aanbeveling 2 overneemt. Het college heeft aangeboden de aanbesteding van het gemeentehuis alsnog te evalueren. Graag wil hij van de wethouder de toezegging dat het college dat alsnog zal doen. Vervolgens gaat hij in op de door de wethouder niet beantwoorde vragen en waartegenover geen toezegging staat. Bij evalueren beperkt het college zich in zijn reactie tot het evalueren van de EU-aanbestedingen. Hij verneemt graag de argumenten van die beperking van de wethouder. Het college geeft aan de aanpassingen in het beleid en het protocol te zullen verwerken in de eerstvolgende herziening van het inkoopbeleid en het aanbestedingsprotocol.

Hij vraagt wanneer die eerstvolgende herziening in de planning staat. Vervolgens tot slot informeert hij of het college het met hem eens is dat bij aanbestedingen altijd financiële gegevens van de inschrijvende partijen opgevraagd moeten worden en of het college bereid is toe te zeggen dat in het beleid op te nemen. Voorts informeert hij of het college het met hem eens is dat de raad ook recht heeft op informatie over de indicatieve kostenontwikkeling bij bouwwerken. En hij vraagt of het college bereid is toe te zeggen bij aanbesteding van bouwwerken voor het in de markt te zetten van het bestek de raad de directiebegroting ter informatie aan te bieden. De heer STEVENS had in zijn eerste termijn gevraagd hoe fracties aankijken tegen het eventueel incorporeren van terugkoppelingsmechanismen in de Rekenkamerverordening. In die verordening van Capelle is nu niet echt een terugkoppelingsmechanisme genoemd. Het zou gaan om een toevoeging dat het college jaarlijks bij de jaarstukken aan de raad rapporteert over de stand van zaken van de uitvoering van de genomen raadsbesluiten naar aanleiding van de rekenkamerrapporten. Hij is benieuwd hoe de heer Jaliens daartegenover staat. De heer JALIENS antwoordt dat terugkoppeling geen kwaad kan.

Het is altijd goed om te weten hoe door het college aangenomen aanbevelingen van de Rekenkamer zijn geïmplementeerd in diverse beleidsvelden en wat verder daarmee is gedaan. De heer LANDZAAD was tevreden over de beantwoording van de wethouder in eerste termijn, zeker wat betreft de informatievoorziening aan de raad. De VVD dankt de wethouder voor de toezeggingen op dat punt. Opvallend aan het einde van de eerste termijn vond hij de opmerking over de bevinding over het uitsluiten van een marktpartij bij de aanbesteding van Wmo-hulpmiddelen. Het zou gaan om een disproportionele boete, die bedoeld zou zijn om een bepaalde marktpartij uit te sluiten. De boete gaat om € 250,- per dag bij een opdracht tussen de € 1 miljoen en € 1,4 miljoen. Of een dergelijke boete aanleiding zou kunnen zijn om een specifieke marktpartij te weren, daar heeft de VVD haar vraagtekens bij. Zeker nu de Rekenkamer aangaf zelf geen onderzoek te hebben gedaan of de boete inderdaad disproportioneel was. Zijn vraag is daarom of de Rekenkamer dat onderzoek had moeten doen voor ze die toch wel zware conclusie trok. D66 opperde vier maanden na het besluit met een plan van aanpak te komen en dat staat ook in de Rekenkamerverordening. Een plan van aanpak kan zeker van meerwaarde zijn. De suggestie van de heer Stevens over periodieke terugkoppeling over uitvoering van rekenkamerrapporten vindt hij logisch.

Een jaarrekening is daar een uitstekend instrument voor. Die terugkoppeling van rekenkamerrapporten sneeuwt dan wel een beet je onder in de totale informatiehoeveelheid. De terugkoppeling kan eventueel ook als apart agendapunt worden geagendeerd. De heer HOLKAMP vindt de uitleg van de Rekenkamer over de meer strategische aanbesteding van Irado een gemiste kans om op dat vlak te leren van wat er mis is gegaan. Uiteindelijk is de gemeente in een tijdklem geraakt en hebben de onderhandelingen over een overeenkomst onder tijdsdruk plaatsgevonden, zonder dat er eigenlijk nog een alternatief mogelijk was. Hij dankt de wethouder voor diens eerlijkheid dat het college de raad zal informeren als er op basis van een directie- of schaduwbegroting bij een bouwwerk hogere kosten worden verwacht. Hij vraagt dan wel waarom het college blijft vasthouden aan het standpunt dat dit bij Aquapelle wel goed is gegaan.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 4 van 13

De vragen over het lerend vermogen van het college en het niet overnemen van conclusies uit het rapport door het college zijn voor hem niet of niet bevredigend beantwoord. De kernvraag is waarom het voor het college moeilijk is om de conclusies te onderschrijven en aan de slag te gaan met de aanbevelingen. De heef Hofstra heeft helder uiteengezet hoe de feiten via ambtelijke wederhoor zijn gecontroleerd en daarover zijn er geen misverstanden. Dan kan er naar zijn mening over de conclusies ook geen misverstand zijn, anders dan misschien een nuance. Hij vraagt waarom wordt vastgehouden aan het niet onderschrijven van de conclusies en het beeld dat het goed gaat met de inkopen in Capelle. Dat heeft het college al in december in een persbericht naar buiten gebracht, terwijl het college de feiten in het rapport niet heeft weerlegd. Dat gaat wat hem betreft over de essentie van het lerend vermogen van het college. De vraag is welk visitekaartje het college daarmee afgeeft aan de ambtelijke organisatie als het gaat om de vraag hoe te leren is van dingen die zijn misgegaan. Dan is erkenning dat iets is misgegaan als eerste nodig om te kunnen leren. Het college heeft een voorbeeldfunctie en hij vraagt of het college het daarmee eens is.

Hij heeft in eerste termijn gevraagd om een plan van aanpak op basis van de aanbevelingen van de Rekenkamer en bij de beantwoording kreeg hij de indruk dat de wethouder dit wil afdoen met een herziening van het inkoopbeleid. Dat heeft hij niet voor ogen. Hij kan zich goed voorstellen dat het tijd kost om goed uiteen te zetten welke de gevolgen van alle aanbevelingen zijn. Het plan van aanpak kan veel sneller naar de raad en geeft het college ook de ruimte om goed aan te geven hoe aanbevelingen worden opgevolgd. Dat kan soms in het inkoopbeleid, maar soms ook op andere manieren. Daarom stelt hij opnieuw de vraag of de wethouder bereid is om binnen vier maanden met een plan van aanpak te komen. Hoe de opvolging van de aanbevelingen van de Rekenkamer te volgen is door de raad is lastig als het college al volmondig toezegt de aanbevelingen uit te voeren. Als de raad twijfelt over hoe het college bepaalde aanbevelingen gaat uitvoeren kan een plan van aanpak worden gevraagd, zoals hij zojuist heeft gedaan. Op basis daarvan is indien nodig bij te sturen. Als de commissie een plan van aanpak bespreekt, is op dat moment ook gericht te vragen naar een terugkoppeling. Dat lijkt hem een betere manier van werken dan het college te verplichten altijd een terugkoppeling te vragen.

De heer VAN BUUREN moet het van het hart op te merken dat de raad moet uitkijken de legitimiteit van een door zichzelf in het leven geroepen instituut niet in twijfel te trekken als de toon de raad niet aanstaat. Het college zei dingen over de Rekenkamer waarvan hij zegt op te passen niet mee te gaan in een spiraal waarin de instituties van de democratisch rechtsstaat worden gediskwalificeerd, wat vorige week is gebeurd, wat hij kwalijk vindt. Die waarschuwing geeft hij ook aan zijn collega-raadsleden. Rapporten van de Rekenkamer zijn instrumenten in handen van de raad om het college te controleren en te kijken waar het beter kan. Als de raad dan op voorhand de verdediging kiest, het onderzoek diskwalificeert en niet gebruikt om het college kritisch te bevragen en dan zijn standpunt te bepalen, dan gebruikt die een zichzelf gegeven instrument niet en niet goed. Dat vindt hij onwenselijk. Hij verzoekt eenieder die het zich zou moeten aantrekken een rapport van de Rekenkamer te gebruiken om het college te controleren. Het college is dan mans genoeg om zichzelf te verdedigen als mogelijk zaken niet goed zijn weergegeven. Wat hem betreft is er voldoende argumentatie om de conclusies van het rekenkamerrapport serieus te nemen. Al hetgeen is gewisseld over de hoeveelheid casussen en de representativiteit van casussen is in zijn ogen nonsens. Dat zegt hij als onderzoeker.

Als er bij vier casussen die betrekking hebben op hetzelfde domein fouten worden gesignaleerd, dan zegt dat iets over het ingerichte systeem in dat domein om aanbestedingen te organiseren. Dat systeem faalt dan blijkbaar op bepaalde punten. Conclusies zijn dan valide en moet men serieus nemen om lessen te leren. Gelukkig onderschrijven andere partijen die lessen wel en dat stelt hem weer gerust. Hij vraagt evenals de heer Holkamp het college aan te geven hoe het met de aanbevelingen om wil gaan. Wat hem betreft wil hij van het college een plan van aanpak met hoe het aanbevelingen opvolgt. Wellicht is een projectteam of iets anders nodig. Graag hoort hij op welke termijn iets kan gebeuren, zodat het rapport opvolging krijgt. De wenselijkheid van een periodieke terugkoppeling van de opvolging van de aanbevelingen van de Rekenkamer is door de begeleidingscommissie besproken en gezocht wordt naar een manier om die vorm te geven. Graag ziet hij monitoring waardoor er zicht is te houden op de mate waarin en de wijze waarop de aanbevelingen van de Rekenkamer worden opgevolgd. Hij neemt aan dat de begeleidingscommissie dat met de griffie samen uitdenkt. Hij is blij dat wethouder Van Veen aangaf dat de informatievoorziening rond de aanbesteding van het zwembad beter en tijdiger had gekund.

De wethouder zei ook toe dat de informatievoorziening over voorziene kostenstijgingen bij grote projecten beter zal worden in de toekomst.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 5 van 13

Op zijn vraag waarom de toelichting op de kostenstijging in juni 2018 geen melding maakte van de al in 2017 bekende kostenstijging, is nog steeds niet geantwoord. Hij gunt de wethouder graag een tweede kans om deze vraag alsnog in tweede termijn te beantwoorden. Wellicht is het op zijn minst versluierend om de in juni 2018 kenbaar gemaakte budgetoverschrijding louter te motiveren met een beroep op de gestegen kosten in de bouw in algemene zin en te verzwijgen dat een deel van die stijgingen gewoon te maken had met het in de markt gezette bestek. Dat is op zijn minst versluierend. De Rekenkamer constateert dat na het aanbesteden van het bestek de ruimte om zaken te wijzigen veel kleiner is dan daarvoor. Hij vraagt of het college dat onderschrijft en daarmee de ruimte van de raad om bij te sturen nodeloos is verkleind. De Rekenkamer stelt dat bewust informatie is achtergehouden toen het ging over de extra budgetaanvraag in juni 2018. Hij vraagt de Rekenkamer die kwalificatie ‘bewust’ toe te lichten en te onderbouwen op basis waarvan zij daartoe is gekomen. Wellicht is er een vermoeden waarom die info bewust is achterhouden. Het college vraagt hij vervolgens op dat antwoord te reflecteren.

Hij hecht eraan dat het college er alles aan doet om een zo compleet en systematisch mogelijk zicht te hebben op de kwaliteit van de dienstverlening en dat het opdrachtnemers eraan houdt alle informatie die nodig is te verschaffen om toe te zien dat contracten ook daadwerkelijk worden nagekomen. Wellicht is het een idee om de organisatie eens door te lichten op de vraag in hoeverre er een evenwicht is tussen een meer informele op overleg gerichte wijze van sturing en een meer zakelijke, op control gerichte sturing. Is het college bereid om die suggestie in overweging te nemen? Het college is bereid om de aanbesteding van het gemeentehuis te evalueren als de rechtszaak achter de rug is. Wellicht is die evaluatie ook nu in vertrouwelijkheid te doen, zodat daarmee niet gewacht hoeft te worden. De Rekenkamer suggereert dat er inzake Irado er met inzet van servicenormen beter te sturen is op de geleverde kwaliteit en prijs. Hij vraagt of de wethouder Afval aanleiding ziet om dat inzake Irado nader te verkennen. Wat betreft de boete bij Wmo-hulpmiddelen kan wellicht het doel om zorgcowboys te weren met algemene en passende instrumenten bereikt worden, om zo op een goede manier selectie van partijen mogelijk te maken. De heer LANDZAAD proefde de suggestie bij de heer Van Buuren dat hij de Rekenkamer zou betichten van het verkeerd gebruiken van het woord disproportioneel.

Hij stelde vorige week een vraag aan de Rekenkamer of die de boete zelf disproportioneel vond en die term heeft overgenomen van de ambtenaar. Het antwoord toen was dat de Rekenkamer dat niet zelf heeft onderzocht en die term van de ambtenaar heeft overgenomen. De heer VAN BUUREN herinnert zich die vraag en wacht het antwoord van de Rekenkamer daarop af. Hij verwacht van de Rekenkamer aan te geven waarom ze deze conclusie zo formuleert en dat ze het gezegde van de ambtenaar serieus neemt. Hij waakt er echter voor om op voorhand uitspraken van de Rekenkamer te diskwalificeren vanwege een eigen mening hoe onderzoek zou moeten plaatsvinden. Dat is een in beginsel riskante trend. De heer GEISSLER kan zich vinden in het bijtijds in het vervolg informeren van de raad bij tussentijdse kostenoverschrijdingen, zodat bijsturen mogelijk is. Hij vraagt hoe het inkoopbeleid zal worden herzien en hoe aanbevelingen uit het rekenkamerrapport zullen worden uitgevoerd, conform de interpretatie van het college in de reactie op het rekenkamerrapport, of conform de Rekenkamer. Per aanbeveling vraagt hij daarop om duiding van het college, teneinde te kunnen afwegen op welke punten moties te kunnen indienen. Verder onderschrijft hij de conclusies en aanbevelingen uit het rekenkamerrapport en de door de heer Van Buuren daarover uitgesproken woorden.

De heer BREEPOEL kan zich ook vinden in de conclusies en aanbevelingen van het rekenkamerrapport en sluit zich dan ook aan bij de woorden van de heren Holkamp en Van Buuren over het serieus nemen van de Rekenkamer en de conclusies daarvan. Hij betreurt het dat het college de conclusies van de hand wijst en het rapport niet serieus neemt.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 6 van 13

De heer STEVENS vindt dat de raad ontzettend waardevol op het rekenkamerrapport heeft gereflecteerd. Bij hem is vooral blijven hangen dat men pas echt lerend vermogen kan hebben als men goed ziet waar iets niet goed is gegaan en waar verbeterstappen nodig zijn. Hij sluit zich volledig aan bij het betoog van de heer Van Buuren over de waarde van rekenkamerrapporten. De ambtenaren zijn gevraagd of het rapport feitelijke onjuistheden bevat, waarop het antwoord ontkennend was. Verrassend is daarom dat geen enkele van de conclusies wordt overgenomen. Daarom roept hij het college op meer lerend vermogen hebben en meer erkenning te hebben in het onderschrijven van de conclusies. Hij vindt het heel verstandig een plan van aanpak aan te pakken, zeker gezien de genoemde verbeterpunten. De noodzaak van een terugkoppelingmechanisme over uitvoering van aanbevelingen uit rekenkamerrapporten zit vooral in conclusie 8, inhoudende dat eerdere aanbevelingen zijn gedaan in een ander rapport, die schijnbaar niet zijn doorvertaald naar andere sectoren. Dat is voor hem aanleiding om toch strikter in te zetten op een in te bouwen mechanisme dat meer terugkoppeling geeft op aanbevelingen die volgen uit rekenkamerrapporten. Bij urgente grote zaken als dit rapport is een plan van aanpak zeker gewenst, maar dat hoeft er ook niet altijd te zijn.

Het klopt dat dit al is besproken door de begeleidingscommissie, maar daarover heeft hij geen uitwerking gehoord of gekregen. Vandaar het verzoek dit wat meer naar voren te halen en zo nodig zelf in te brengen. Rest hem de Rekenkamer en het college te bedanken en aan te geven dat hij benieuwd is welke de antwoorden zijn op de vragen van de heren Holkamp en Van Buuren. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES stelt zich achter de vragen van de heer Jaliens over de zakelijkheid. Het advies om vanuit het informele meer naar het formele te komen is voor haar ook belangrijk. Zij sluit zich aan bij D66 om een plan van aanpak te maken en over het incorporeren van een mechanisme, waarbij rekenkamerrapporten terugkomen onder de aandacht van de raad. Zij dankt de wethouder voor het nemen van verantwoordelijkheid en dat er een eerder moment had kunnen zijn om de raad over kostenstijgingen van Aquapelle in te lichten. Ook staat zij achter de vragen van de SGP en D66 waarom het moeilijk is dat te erkennen en waarom het nodig is om deze keuzen te maken. Verder is zij blij dat de Rekenkamer haar in de vorige commissievergadering bijviel in het helder maken van het verschil tussen de Rekenkamer en de accountant, die andere dingen onderzoeken. De raad moet zich inderdaad het eigen instrumentarium van de Rekenkamer niet uit handen laten slaan en gebruiken.

Daarom is zij dankbaar voor het door dat orgaan verrichte werk. Jammer vindt zij het dat de conclusies niet worden erkend, omdat men pas gaat leren als men dat doet van fouten. Fouten horen bij het leven, maar fouten niet erkennen is een gemiste kans, zodat zij het college met het CDA oproept een stap extra te zetten bij het reflecteren op wat er precies is gebeurd. De heer JALIENS vraagt of kritisch zijn ten opzichte van de Rekenkamer hetzelfde is als het uit handen laten slaan of het bagatelliseren van een instituut. Ook is hij evenals naar de Rekenkamer kritisch geweest naar het college. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES noemt het belangrijk bij het gebruik van instrumenten daarop kritisch te blijven. Ook daarbij werken mensen en zijn fouten mogelijk. Vorige keer ontstond de indruk dat op een instituut als zodanig werd afgegeven, wat niet goed is. Natuurlijk is het wel goed om altijd kritisch op meetinstrumenten te blijven. De heer VAN BUUREN onderstreept dat men kritiek mag hebben op het hanteren van een instrument, maar het gaat om het moment waarop en de wijze waarop men dat doet. Achteraf de kwaliteit van het rapport en het daarachter verrichte werk in discussie stellen is niet correct. In bijeenkomsten van de begeleidingscommissie is genoeg ruimte om met de Rekenkamer over het geleverde werk te spreken.

De kritiek ging nu de inhoudelijke behandeling van het rapport overvleugelen, wat hij kwalijk zou vinden. De heer JALIENS gaat het om het rekenkamerrapport met hoofdconclusies, waarop hij in eerste en tweede termijn heel kritisch was, ook over de wijze van totstandkoming daarvan. Dat dat wordt gezien als het ter discussie stellen van de legitimiteit van de Rekenkamer bevreemdt hem. De heer VAN BUUREN wil over dit aspect bilateraal verder met de heer Jaliens spreken. De heer JALIENS neemt dat aanbod graag aan. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES vraagt bij dat bilaterale gesprek het ook te hebben over feiten en meningen. Onlangs las zij een boekje ‘Het dogma aanbesteden en waarom wij het in het sociaal domein achter ons moeten laten’, geschreven door Jos van der Lans. Zij vraagt of wethouder Wilson dat boekje kent.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 7 van 13

De heer SNIJDERS kondigt aan het eventuele amendement van Leefbaar Capelle niet te zullen ondersteunen. De uitleg van de heren Van Buuren en Holkamp was hem heel duidelijk. Ook GroenLinks zet vraagtekens bij het lerende vermogen van het college. Men moet immers eerst eigen fouten inzien voor ervan te kunnen leren. Hij steunt het voorstel voor een plan van aanpak van D66 van harte. De heer HOFSTRA is van mening dat er best discussie mag zijn over en kritiek op de conclusies van de Rekenkamer. Een discussie over de bevindingen/feiten en methodiek wordt echter ingewikkeld. De heer Jaliens is het niet eens met het standpunt van de Rekenkamer en die ruimte is er. Dat mag niet zo ver gaan dat daarmee wordt getwijfeld aan de kwaliteit van het onderzoek en de onderzoekers, waarvoor hij pal staat. Daarom zegt hij iets meer over de wijze waarop de Rekenkamer te werk gaat. Bij het onderzoek naar de aanbesteding van Wmo-hulpmiddelen kreeg hij het beeld dat een conclusie slechts op een opvatting van één ambtenaar is gebaseerd. Dat is absoluut niet het geval. De Rekenkamer hanteert vrij veel bronnen en hanteert daartoe het systeem van triangulatie. Meerdere bronnen moeten daarbij ten grondslag liggen aan conclusies van de Rekenkamer. Dat kunnen (meerdere) gesprekken zijn, interviews en documentatie. De Rekenkamer probeert altijd drie bronnen te vinden voor conclusies.

Alles wordt voorgelegd aan ambtelijke hoor en wederhoor en dan gaat het om de feiten en bevindingen. De instelling is dat fouten er uit moeten. Daarnaar kijkt de Rekenkamer heel zorgvuldig. Vaak wordt voorgesorteerd op bestuurlijke hoor en wederhoor, die bij het college thuishoort. Zowel triangulatie van de bronnen als ambtelijke hoor en wederhoor moet ertoe leiden dat de bevindingen niet ter discussie worden gesteld. Daaronder zit een hele methodiek. Fracties mogen wel een andere mening hebben, maar dat mag niet zover gaan dat wordt getwijfeld aan de onderzoeksintegriteit van de Rekenkamer. Vervolgens gaat hij in op de hoogte van de boete van € 250,- bij de aanbesteding van Wmo-hulpmiddelen en die kan maximaal oplopen tot een bedrag van € 25.000,-. In algemene zin is dat best een hoog bedrag. Er is geen specifiek onderzoek gedaan naar disproportionaliteit, maar in algemene zin kan hij zeggen dat die boete fors aan de maat is. Dat is ook de mening van ambtenaren die daarover zijn bevraagd. Dat is ook weer voorgelegd aan ambtelijke hoor en wederhoor, waarnaar meerdere ambtenaren hebben gekeken. De heer LANDZAAD worstelt met het punt dat het college moet borgen dat afspraken worden nagekomen.

Hij vraagt hoe dat zich enerzijds verhoudt tot het willen hebben van een drukmiddel dat een partij zijn afspraken goed kan nakomen en een boete anderzijds disproportioneel kan worden, namelijk € 250,- per dag voor maximaal honderd dagen overtreding. Wanneer is iets een drukmiddel en wanneer is dat disproportioneel? De heer HOFSTRA wil bij de beantwoording niet citeren uit interviewverslagen en legt uit dat men niet voor niets een sanctiemiddel inzet om te veel klachten te voorkomen. Anderzijds moet een sanctie ook voor de rechter stand kunnen houden, en met name daaraan twijfelden ambtenaren. Dat heeft uiteindelijk bij de Rekenkamer meegewogen om die boete erin te houden zorgcowboys erbuiten te laten. Het blijft echter een dilemma en afweging en naar aanleiding daarvan heeft de Rekenkamer uiteindelijk gezegd dat dat beter niet zou worden gedaan. Vervolgens licht hij de conclusie over het bij de aanbesteding van Aquapelle bewust achterhouden van info door het college nader toe. Die conclusie is mede gebaseerd op de gebruikte bronnen. Bevoegdheden van de Rekenkamer om informatie te krijgen zijn namelijk buitengewoon groot. Die bronnen zijn duidelijk dat het college een afweging heeft gemaakt en in die afweging het college heeft besloten om die informatie voor het in de markt zetten van het bestek niet te delen met de raad.

Dat is geen fout geweest en niet iets wat het college over het hoofd heeft gezien. Dat besluit heeft het college willens en wetens genomen. Er is bewust een besluit genomen, waartoe het college een bewuste reden voor kan hebben gehad. De Rekenkamer durft op de vraag over een reden daarvoor geen antwoord te geven, omdat hij daarop geen goed zicht heeft. De commissie kan daarover het college zelf bevragen, hetgeen ook is gebeurd en waarop het college ook heeft geantwoord. Wethouder VAN VEEN vraagt de voorzitter de reeds in eerste termijn gedane toezeggingen voor te lezen. De VOORZITTER leest de reeds gedane toezeggingen: bij voorziene prijsstijgingen, bijvoorbeeld bij een directiebegroting, de raad meer realtime actief te informeren en zaken niet op te sparen; het inkoopbeleid aan de hand van het rekenkamerrapport in samenspraak met de controller tegen het licht te houden; een plan van aanpak te maken conform artikel 10, lid 6 van de Rekenkamerverordening met daarin opgenomen het tijdpad, de monitoring en de implementatie van de gedane aanbevelingen in het rekenkamerrapport; een evaluatie uit te voeren naar de aanbesteding van het gemeentehuis (begane grond, eerste verdieping) na een rechterlijke uitspraak; wel kan de wethouder de raad al in vertrouwelijkheid bijpraten, omdat die rechterlijke uitspraak nog even op zich laat wachten.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 8 van 13

Wethouder VAN VEEN zal die toezeggingen gestand doen. Het rekenkamerrapport beslaat het vorige college, maar dit college heeft volgens hem een zakelijke houding. Mocht de raad het anders vinden, dan hoort hij dat graag. Het nu al in vertrouwelijkheid evalueren van de aanbesteding van het gemeentehuis vindt hij geen probleem. De heer JALIENS vraagt waarom het college zich beperkt tot het evalueren van EU-aanbestedingen. Wethouder VAN VEEN antwoordt dat het dan gaat om serieuze bedragen en men bij lagere bedragen het doel voorbij schiet. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES gaat het er niet om dat de wethouder geen zakelijke houding zou hebben, maar dat er op een informele wijze vergaderd wordt. Procesmatig is het de vraag of dat wel verstandig is. Dat heeft volgens de Rekenkamer een groot risico in zich. Het gaat dus om de formaliteit van de informatievoorziening bij de uitvoering van de opdracht, die niet alleen bij de wethouder ligt. Wethouder VAN VEEN vindt het moeilijk om op alle aanbestedingsregels toe te zien, wat hij meer een taak van de gemeentesecretaris vindt. Hij weet niet hoe het college dat moet oppakken. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES is van mening dat in deze de aanbeveling van de Rekenkamer overgenomen zou moeten worden. Wethouder VAN VEEN is het daarmee eens.

De heer STEVENS weet dat de grenswaarde voor Europese aanbestedingen op € 5.350.000,- staat en meent dat er ook forse Nederlandse aanbestedingen zijn die een evaluatie verdienen, zoals vanaf € 150.000,-. Hij vraagt hoe de wethouder daartegenaan kijkt. Wethouder VAN VEEN meent dat het aan de raad is vanaf welk bedrag men wil evalueren. De heer HOLKAMP is zeer verbaasd over het antwoord van de wethouder die de verantwoordelijkheid voor evaluaties naar de gemeenteraad toeschuift. In het plan van aanpak zou de wethouder goed gemotiveerd kunnen aangeven over welke aanbestedingsbedragen evaluatie kan plaatsvinden. Wellicht kunnen grote bedragen zwaarder geëvalueerd worden dan kleinere. Wethouder VAN VEEN is het in dezen niet eens met de heer Holkamp, ook omdat het Rekenkamerrapport niet gaat over zware en lichte evaluaties. De heer HOLKAMP weet dat de Rekenkamer wel kritiek heeft op de wijze van omgang met evaluaties, waarop het college zou moeten ingaan. Hij heeft gesuggereerd hoe het college die evaluaties in praktische zin kan invullen. Wethouder VAN VEEN heeft dat aspect niet met het college besproken. De heer HOLKAMP is van opvatting dat dit punt typisch gaat over het lerend vermogen van het college en de ambtelijke organisatie. Zij zouden moeten nadenken over welke aanbestedingsbedragen evaluatie behoeven.

Een plan van aanpak is bij uitstek het middel om daarover een voorstel te doen. Wethouder VAN VEEN antwoordt dat aanbestedingen onder de EU-drempel wat hem betreft ook geëvalueerd kunnen worden. Als evaluatiedrempel denkt hij aan € 250.000,- en daartoe zal hij met een voorstel naar de raad komen. De heer VAN BUUREN merkt op dat de Rekenkamer een informele gang van zaken en een informele stijl constateert als een contract is gegund. Wellicht is er aanleiding om bij de omgang met contracten en naleving door te lichten of die omgang deugt of op punten zakelijker en strakker kan. Het is immers niet de eerste keer dat de Rekenkamer dit constateert. Wellicht kan dat punt verbeteren of is daar een audit op te doen. Wethouder VAN VEEN oordeelt slechts over de aanbesteding van Aquapelle en stond daar versteld van de inzet van het ambtelijk apparaat. De Rekenkamer heeft hem daarover niet bevraagd. Het zwembad heeft € 1 miljoen minder gekost en hij spreekt zijn waardering uit voor de zakelijke begeleiding van het ambtelijke apparaat daarbij. De heer VAN BUUREN heeft zijn vraag over een zakelijke benadering in algemene zin gesteld en niet specifiek over Aquapelle. Wethouder VAN VEEN is benieuwd wat de burgemeester dan daarover te zeggen heeft. De legitimiteit van de Rekenkamer onderschrijft hij.

De Rekenkamer heeft vastgesteld dat overschrijdingen eerder bekend waren en het college de raad daarover bewust niet heeft geïnformeerd. Er werden wijzigingen in de bouw gedaan. Het college heeft bij Aquapelle gewacht tot alle meerkosten geïnventariseerd waren, waarop de raad op een totaalbedrag kon accorderen. Het budgetrecht ligt namelijk bij de raad. Hij heeft toegegeven dat het college de raad eerder over prijsstijgingen had kunnen inlichten. Dat noemt hij geen bewuste misleiding en de woorden van de Rekenkamer zijn in dit opzicht volgens hem te ernstig gekozen.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 9 van 13

De VOORZITTER wijst erop dat de Rekenkamer het woord ‘misleiding’ niet heeft gebruikt, maar heeft gezegd dat er afwegingen zijn gemaakt. Op basis van die afwegingen is de keuze gemaakt de raad niet te informeren. Aan die afweging is de kwalificatie ‘bewust’ gehangen. De wethouder heeft de afweging van het college daarbij aangegeven, namelijk de raad op een later moment te informeren. De wethouder heeft ook erkend dat informatieverstrekking eerder had kunnen plaatsvinden. Wethouder VAN VEEN merkt op dat de Rekenkamer het rapport scherp in de markt heeft weggezet, wat hij goed vindt. Vanwege dingen die beter kunnen neemt hij de aanbevelingen over Aquapelle en de verbouwing van het gemeentehuis over. Voor de andere collegeleden kan hij niet over het overnemen van aanbevelingen spreken. Wethouder WILSON heeft voor het in zee gaan met Irado ervoor gekozen om zelf het beleid te kunnen bepalen. Dit alles is ook vastgelegd in de begroting en de dienstverleningsovereenkomst. Het beleid is dus geborgd in de opdrachtverstrekking. Er zitten kwaliteitseisen in de dienstverleningsovereenkomst en de productbladen. Via de aandeelhoudersvergadering zijn eisen of vragen te stellen of opmerkingen te maken. Sommige zaken moeten helaas aanbesteed worden. In het sociaal domein is dat soms niet wenselijk, omdat een aanbieder bijvoorbeeld goed werk doet en iedereen daarover tevreden is.

Bij aanbesteding kan er een andere partij uitkomen. De Rekenkamer stelt dat bij de aanbesteding van Wmo-hulpmiddelen een specifieke marktpartij zou zijn uitgesloten. Dat vindt hij niet correct. De aanbestedingsregels zijn toegepast op grond van het aanbestedingsbeleid. In het aanbestedingdocument zijn eisen opgenomen waaraan leveranciers voor hulpmiddelen moeten voldoen. Die eisen zijn voor alle geïnteresseerde marktpartijen transparant. Het uitgangspunt was dan ook dat alles conform alle geldende regelgeving is gegaan. In het aanbestedingsdocument voor Wmo-hulpmiddelen zijn daarom eisen opgenomen die risico’s moesten afdekken voor aanbieders die onrealistische aanbiedingen zouden kunnen doen. Het gaat om eisen over telefonische bereikbaarheid, levertijden, reparatietijden, kwaliteit van hulpmiddelen en personeel en servicenormen. Als die niet kloppen komen alsnog boetes om de hoek kijken en volgt een discussie over disproportioneel. Je kunt een boete uitdelen, maar soms is een probleem heel snel opgelost door snel te bellen met een leverancier. Dan is het probleem opgelost voordat doorschakelen nodig is. Dat is op Wmo-gebied veel handiger om de Capellenaar er geen last van te laten hebben. Het is niet zo dat een boeteclausule is geschreven om één partij buiten de deur te houden. Burgemeester OSKAM stelt dat alle aanbestedingen verschillend zijn.

Soms doe je er goed aan om het op een informele manier te doen, wat kan bij de wat kleinere zaken. Naar door de Rekenkamer onderzochte zaken zou je misschien wat zakelijker moet kijken. Hij noemt Capelle een sociale gemeente die geen partijen wil wegdrukken en niet koud en kil wil overkomen. Hij vindt het prima een plan van aanpak te maken en contractmanagement strakker en centraal te organiseren wat betreft de zakelijke kant. Over Aquapelle kan Michel Tobé als afdelingshoofd Vastgoed alle technische details geven. De heer TOBÉ heeft voor Aquapelle een tegenbegroting laten maken. Ten tijde van het maken van het technische ontwerp, nadat het definitieve ontwerp was gemaakt, is door een extern bureau een tegenbegroting gemaakt. Die begroting is uiteindelijk doorgegaan als directiebegroting. Die directiebegroting kwam € 1,7 miljoen duurder uit. Ook is door de stuurgroep uitgerekend welke bezuinigingen mogelijk waren om toch binnen het raadsbudget te blijven. Dat bleek niet voldoende mogelijk. Gezien ook signalen uit de markt en de vakliteratuur bleek dat prijzen fors omhoog gingen en werken niet doorgingen. Je kunt dan de architect een andere opdracht geven, met vertraging, of naar de markt toegaan en zien wat er uit komt. Dan kun je alsnog besluiten om door te gaan of te bezuinigen en moet je ook opnieuw naar de tekentafel. Ook dat betekent tijdverlies.

Er waren ook voorbeelden van situaties die fors onder de directiebegroting zaten. Een zwembad is een specifiek bouwwerk en een van de eisen aan de inschrijvers was dat zij al eerder een zwembad hadden gebouwd. Aannemers wilden het werk echter hebben teneinde bijvoorbeeld een zwembad in hun portfolio te kunnen hebben. De VOORZITTER somt de gedane toezeggingen uit de tweede termijn op: evaluatie verbouw gemeentehuis al in vertrouwelijkheid doen tijdens de rechtszaak daarover; op het CDA-voorstel om een permanente terugkoppeling te doen naar aanleiding van aanbevelingen van de Rekenkamer is dat in de begeleidingscommissie al onderwerp van bespreking geweest. Het meest verstandig is dat punt weer terug te leggen bij de begeleidingscommissie met de vraag daarover een standpunt in te nemen en daarmee terug te komen naar de raad;

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 10 van 13

-

nadenken over de evaluatie van aanbestedingstrajecten en de vraag wanneer die wel en niet zouden moeten plaatsvinden aan de hand van aanbestedingsbedragen en –categorieën; na dat denken komt het college daarover met een voorstel naar de raad; in bredere zin kijken naar de wijze van omgang met contracten en zakelijkheid en contractmanagement. Het plan van aanpak waarom de heer Holkamp heeft gevraagd staat al in artikel 10, lid 6 van de Rekenkamerverordening. Dat vermeldt dat binnen vier maanden vanuit het college een plan van aanpak komt over de omgang met de overgenomen aanbevelingen van de Rekenkamer. Fracties ondersteunen het volgen daarvan. Gedane toezeggingen kunnen niet in het plan van aanpak worden opgenomen, omdat het plan van aanpak gaat om de aanbevelingen van de Rekenkamer. Besloten wordt het voorstel als bespreekstuk door te geleiden naar de raadsvergadering van 8 februari 2021, waarbij het raadsvoorstel zal worden aangevuld met conform het bepaalde in artikel 10, lid 6 een opdracht geven aan het college om binnen vier maanden na raadsbesluit met een plan van aanpak ter uitvoering van de door de raad overgenomen aanbevelingen te komen. Schorsing 22.05 – 22.15 uur. 4. Consultatie bestuursconferentie VRR. De VOORZITTER deelt mee dat een consultatie voor de komende bestuursconferentie van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond plaatsvindt.

Op 14 september 2020 heeft VRR-directeur Littooij een presentatie over het ontwikkeltraject gegeven, welk traject door Berenschot wordt begeleid. De bestuursconferentie met AB-leden is verschoven en vindt op 3 maart a.s. plaats. De commissieleden kunnen burgemeester Oskam als algemeen bestuurslid van de Veiligheidsregio input geven. Om hen daarbij te helpen is een voorzet gedaan in een notitie, waarin ambities van de Veiligheidsregio zijn genoemd. Burgemeester OSKAM geeft de ontvangen input door aan Berenschot ten behoeve van een voorbereidingsslag op de conferentie van 3 maart. De conferentie wordt gehouden omdat er veel op de Veiligheidsregio af komt en alles steeds duurder wordt. Gezien het vele dat op de veiligheidsregio af komt zijn keuzen nodig. Er kan worden gekeken naar specifieke Capelse aangelegenheden, haar populatie met veel verzorgingstehuizen en de brandpreventie. Ook hoogbouw in het Rivium zal invloed hebben op de brandweerkosten. Hij vertrouwt erop dat namens Capelle goede punten voor de bestuursconferentie in te brengen zijn. De heer SNIJDERS is blij met de notitie, heeft daarop geen op- of aanmerkingen en wenst de burgemeester veel wijsheid op de conferentie. Mevrouw GROENENDIJK-DE VRIES is blij met de wijkbrandweerfunctionaris, een idee van de ChristenUnie. Zij is tevreden over de voorliggende notitie en vindt het lastig om een specifieke aanrader te geven.

Mooi is dat Capelle een goed basiskwaliteit belangrijk vindt. Steeds moet naar een dekkende begroting gekeken worden, wat betekent dat keuzen nodig zijn. Wellicht kan er ook bezien worden waar het minder kan, waar mogelijk de grote uitdaging zit. Er kan ook naar de veranderende wereld gekeken worden, evenals of nieuwe initiatieven het geld en de moeite waard zijn. De heer STEVENS is heel blij met de onderbouwing van de notitie, die aangeeft dat de basiszorg extreem belangrijk is. Goed is dat de aanrijtijd van ambulances de laatste twee jaar is verbeterd en de burgemeester met een opdracht naar Berenschot gaat. De ambitie is de begroting dekkend en realistisch te laten zijn, waarbij het verschil tussen de begrote netto lasten en de werkelijke netto lasten moet verkleinen. De heer BREEPOEL is blij met de notitie en de aandacht voor het personeel, met name voldoende vrijwilligers. Aankomende wijzigingen in de wet- en regelgeving kunnen ook invloed hebben op de vrijwilligers. Hij is blij dat de Veiligheidsregio daar actief mee bezig is.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 11 van 13

De heer GEISSLER kan zich op hoofdlijnen in de notitie vinden en wil de basiszorg ten opzichte van de huidige situatie niet verder versoberen. Wellicht kan er een innovatiebudget met plafond komen. De heer VEENEMA hecht belang aan een goede, solide en kwalitatieve hulpdienst gezien de huidige omstandigheden. Verschillende ontwikkelingen en grote uitdagingen brengen extra kosten met zich mee. Er is al veel bij de VRR wegbezuinigd en wat de directie betreft is daarvan de bodem bereikt. Capelle is slechts een gebruiker van de basiszorg van de VRR, maar de signalen duiden erop dat men zich zorgen moet maken of die basiszorg nog wel gegarandeerd is. Een eventuele verhoging van de inwonersbijdrage moet daarom volgens de SGP bespreekbaar zijn. Dat is in het belang van de inwoners. De VRR moet ook goed voorbereid zijn op toekomstige bedreigingen. Om goed op nieuwe ontwikkelingen in te spelen toont de VRR de ambitie om de kwaliteit te verbeteren en nieuwe innovaties te realiseren. Dit zou weer wel een toename van de inwonersbijdrage betekenen. Echt innoveren kan namelijk binnen het huidige budget niet. De SGP hecht waarde aan de veiligheid van de burgers. Nieuwe middelen moeten het inderdaad wel waard zijn om uitgegeven te worden.

De notitie geeft terecht aan dat het in het licht van geschetste ontwikkelingen van belang is steeds te bezien wat de toevoegde waarde van middelen op het veiligheidsniveau is. Als die toegevoegde waarde er niet is wil hij niet gaan experimenteren met nieuwe middelen en functies. Daarvoor zijn er nu de omstandigheden niet naar. Met de Omgevingswet komt een grotere druk op de vergunningverlening bij de DCMR te liggen en daarmee wordt ook de rol die de VRR daarbij speelt intensiever. Uitbreiding van de formatie met 2 fte wordt voorzien. Ook het punt van vergunningverlening is zeer relevant. Bij verschillende grote calamiteiten werd achteraf geconstateerd dat de vergunningverlening niet volledig op orde was. Hij geeft dus steun voor die gewenste uitbreiding. De personele capaciteit van de brandweer blijft een zorgpunt, met name de vrijwilligers en het teruglopende aantal daarvan, waarbij de ontwikkelingen in nationale en Europese wet- en regelgeving niet bijdragen. De VRR wordt gedwongen om vrijwilligers anders te behandelen, op andere niveaus te scholen en anders in te zetten dan de beroepscollega’s. De VRR heeft er zelf alle belang bij voldoende personeel te hebben voor haar taken. Ook Capelle plukt daarvan de vruchten. Veel steun heeft hij daarom voor het inzetten, ontwikkelen en opstellen van arbeidsarrangementen.

De heer HOOIJKAAS dankt de werknemers die de afgelopen week hebben gezorgd dat de wegen in Capelle begaanbaar waren. Het ministerie van BZK werkt aan een wetsvoorstel voor een verplichte periodieke keuring van gebouwen waar veel publiek komt. Hij informeert wat de toenemende aandacht voor preventie zal betekenen voor de Veiligheidsregio, zowel financieel als voor het personeel. Gebruik van drones komt naast bij de brandweer ook bij de politie van pas. Die ontwikkeling juicht hij toe, zeker als die leidt tot een nog efficiënter gebruik van fte. Wel moet de privacy van bewoners gewaarborgd zijn met betrekking tot de beelden. Tijdens de coronacrisis zijn zaken bij de GGD niet helemaal vlekkeloos verlopen. Een evaluatie met alle betrokken partijen is wel verstandig voor een toekomstige crisisaanpak. De invoering van de Omgevingswet zal tot een toename leiden van adviesaanvragen aan de DCMR. De DCMR wordt door de provincie hiertoe gecompenseerd met enkele miljoenen euro’s. Het lijkt niet meer dan redelijk dat de VRR ook door de provincie wordt gecompenseerd, er moeten immers extra 2 fte bijkomen. De heer LANDZAAD is heel blij met de notitie en vond het gesprek met de heer Littooij wat teleurstellend, omdat dat enigszins bleef hangen in algemeenheden.

Daarom is hij blij om met elkaar verder te kunnen praten over de inzet van de gemeente Capelle aan den IJssel bij de bestuursconferentie en hoe de rol van de VRR vanuit Capelle wordt bekeken. De VVD is content over de notitie, met het uitgangspunt dat de basiszorg op orde moet zijn. Dat staat voor hem als een paal boven water. Wellicht wordt richting het Rijk ook actie ondernomen om de bijdrage vanuit het gemeentefonds voor veiligheid omhoog te krijgen. Eigenlijk hoort het namelijk niet zo te zijn dat extra kosten voor de VRR ten koste gaan van andere gemeentelijke functies, zoals de bibliotheek. Hij onderschrijft het uitgangspunt dat de begroting meerjarig dekkend dient te zijn. Voorbereiding op crises is een goede insteek, waarbij proactiviteit en preventie genoemd kunnen worden. De kracht van de VRR is goed optreden bij een crisis waarop men zich niet kan voorbereiden of die men niet ziet aankomen.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 12 van 13

De vraag is wat de toegevoegde waarde is als men iets nieuws gaat doen. Naast nieuwe middelen en functies moet men echter ook naar het huidige takenpakket van de VRR kijken. Hij vraagt de burgemeester of dat ook wordt meegenomen. Een belangrijk punt voor hem is de bedrijfsvoering van de VRR. Voor elke uitbreiding van fte moet er ook een logische onderbouwing zijn, maar bij de DCMR zijn er aannames gedaan, zoals meer vergunningaanvragen als gevolg van de nieuwe Omgevingswet. De echte overtuiging dat daarvoor 2 extra fte nodig zijn mist hij echter. De notitie vindt hij verder helder en een mooie inzet voor bij de conferentie. De heer JANSON is heel blij met de notitie, waarbij de makkelijk lezende oplegger voor herhaling vatbaar is. Bij de alarmering van de bevolking staat volgens hem een omissie: het besluit om het luchtalarm per 1 januari 2022 uit te faseren is uitgesteld naar eind 2020. Wellicht zou men goed moeten nadenken over het precies alarmeren van de bevolking. Het verbaast hem dat zijn collega’s in de commissie het alleen hebben over de efficiëntie van de drones en blusboten. Die zouden best goed voor het veilig werken kunnen zijn. Vrijwilligers zijn voor Leefbaar Capelle heel belangrijk en het verbaast hem dat vooral wordt ingezet op competent materieel. Opleiding en arbeidsvoorwaarden van vrijwilligers zijn ook belangrijk, evenals differentiatie in de bezetting.

Vrijwilligers in Capelle kunnen misschien ook elders ingezet worden en 24-uursdiensten draaien. Ook wil hij weten of wel optimaal gebruik wordt gemaakt van data bij de brandweer. Burgemeester OSKAM is met de heer Ruijmgaart een ‘pain in the ass’ van de Auditcommissie van de VRR en beiden zijn heel kritisch en eerlijk. Zij willen dat de begroting zodanig is dat die niet voor verrassingen komt te staan. Hij heeft al gewaarschuwd voor het onder druk komen te staan van de vrijwilligersstatus van vrijwillige brandweerlieden. In het verleden zijn inkomsten van een meldsysteem weggevallen, zodat qua financiën alle zeilen bij te zetten zijn. Als zaken tegenvallen wil hij dat bespreken met de VRR. Allen moeten betalen, omdat allen niet te veel willen bezuinigen. De door de heren Geissler en Veenema gestelde vragen over het innovatiebudget zal hij zeker meenemen. De wereld verandert, zodat er andere materialen nodig zijn, zoals blusmateriaal voor Tesla’s en zonnepanelen. Daarmee gaan enorme kosten gemoeid. De effecten van de Omgevingswet neemt hij in zijn berichtgeving aan Berenschot mee. Nu is nog niets te zeggen welk aantal fte daarvoor bij de brandweer nodig is. Wel is er een team dat in kaart brengt wat de Omgevingswet betekent voor de Veiligheidsregio en vanuit brandweerzorg voor de gemeente.

De gemeente ontvangt nu voor de Veiligheidsregio een bedrag uit het gemeentefonds en betaalt per inwoner aan de Veiligheidsregio. Als de provincie gelden aan de DCMR of andere instituties geeft om de Omgevingswet goed toe te passen durft hij niet te zeggen of dat geld ook zomaar naar de Veiligheidsregio kan vloeien. Het gemeentefonds geeft nu meer geld aan Capelle voor veiligheid dan dat de gemeente aan de Veiligheidsregio betaalt. Het gemeentefonds wordt herijkt, dus het kan zijn dat bedragen anders worden, ook omdat de vrijwilligers meer geld gaan kosten. Alle gemaakte opmerkingen neemt hij verder mee. Het algemeen bestuur gaat niet over de bedrijfsvoering. Ook hij maakt zich zorgen over de vrijwilligers, maar het gaat in dezen om Europese regelgeving. Vrijwilligers zijn eigenlijk freelancers geworden met rechten en plichten. Rechten worden uiteindelijk sterker, in die zin dat vrijwilligers een soort ambtenarenstatus krijgen, wat de gemeenten meer geld gaat kosten. Capelle heeft haar vrijwilligerskorps op orde en heeft wat dat betreft geen personeel tekort. Op basis van data kan men heel veel te weten komen wat er nodig is, maar soms is het bij de brandweer druk en soms is het rustig. De heer RUIJMGAART heeft geen antwoord beschikbaar op de vraag over de provinciale gelden.

In het kader van het onderzoek heeft Berenschot ook gekeken naar de proceskwaliteit van heel veel bedrijfsvoeringsachtige en operationele processen. Via de methodiek van een zelfevaluatie van de VRR heeft Berenschot daarop een audit gezet. Bezien wordt dus ook hoe de bedrijfsvoering is ingericht en wat de proceskwaliteit daarvan is. De VRR is gebenchmarked met 14/15 andere veiligheidsregio’s. Tweede termijn De heer LANDZAAD is benieuwd naar de resultaten van het Berenschot-onderzoek over de bedrijfsvoering. De heer RUIJMGAART antwoordt dat het gaat om een van de bouwstenen in de aanloop van de conferentie. Er is een begeleidingsgroep vanuit een viertal gemeenten, die deze rapporten krijgt in aanloop naar de conferentie toe.

Behorende bij commissieverslag BVM, nummer: 408485/413231

pagina: 13 van 13

De heer LANDZAAD roept de burgemeester op de resultaten mee te nemen. De heer STEVENS wil via kennisdeling van data zicht krijgen op onveilige locaties. Mededeling Burgemeester OSKAM kreeg op 26 januari informatie over rellen in Capelle, welke info is geverifieerd binnen de veiligheidsstaf, handhaving en de politie. Daarop is een extra politieoverleg gehouden, waarin werd gemeld dat in Rotterdam Alexandrium, Rotterdam-Zuid en Capelle vernielingen in winkelcentra zouden worden gepleegd. In Capelle zouden relschoppers naar het Isala Theater komen. Vanwege renovaties liggen overal in Capelle stapels losse stenen, zodat hij toen een noodverordening heeft uitgevaardigd en die in de publiciteit heeft gebracht. Dat heeft geholpen. In Rotterdam-Rijnmond waren drie pelotons ME actief. Met de Rotterdamse burgemeester en de hoofdofficier van justitie heeft hij voldoende ME gekregen. Politie heeft heel veel jongeren benaderd en gefouilleerd, waarbij geen wapens zijn gevonden. De drie winkelcentra De Koperwiek. De Terp en Schollevaar heeft hij als veiligheidsrisicogebied aangewezen. Bij een eerste evaluatie is gebleken dat de noodverordening proactief heeft gewerkt. De dagen erna bleef er dreiging en was er marechaussee als ME in Capelle. Uiteindelijk is er niets gebeurd. In samenspraak met de politie heeft hij hedenmiddag om 12.45 uur besloten om de noodverordening in te trekken.

Hier zal hij de raad en de Commissaris van de Koning op 8 februari 2021 over informeren. Er waren veel contacten met scholen, sportverenigingen, Sportief Capelle en de RET en er zijn met aannemers afspraken gemaakt over het elders opslaan van stenen. In korte tijd kan dus heel veel bereikt worden. Hij zegt dank voor alle mensen die hebben meegewerkt en alles hebben gemanaged. De heer JANSON vindt de handelingssnelheid perfect en heeft alleen maar lof en complimenten aan het college en de complimenten daarvoor. 5. Rondvraag Er zijn geen vragen. 6. Schorsing De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.04 uur.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen van 8 maart 2021, de secretaris, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9726959/1